CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

f3db87ea-1dcf-4f7c-a703-83d064b59347.pdf

Raadsvergadering 1 februari 2024, gemeente DrontenBij agendapunt: 8: Raadsvoorstel zienswijze Nationaal programma Ruimte voor Defensie36.129 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Milieueffectrapportage Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Datum Status

12-15-2023 Definitief

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Colofon

Ministerie van Defensie Locatie

Den Haag - Plein-Kalvermarkt. Kalvermarkt 32 's-Gravenhage

Postadres

Postbus 20701 2500 ES 'S-GRAVENHAGE MPC 58B

Pagina 2 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Inhoud

1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Naar een Programma Ruimte voor Defensie 4 De krijgsmacht transformeert 4 Ruimte voor de krijgsmacht van de toekomst 4 Toepassing afwegingsprincipes vanuit de NOVI in het NPRD 7 Borging ruimtebehoefte Defensie in het (nieuwe) rijksbeleid 8

2. 2.1 2.2 2.3 2.4

Milieueffectrapportage voor NPRD: inzicht in effecten van ruimtelijke behoeften 9 Waarom een milieueffectrapportage (mer)? 9 Doel van deze milieueffectrapportage 9 Wat is de fysieke leefomgeving waarvoor de effecten in beeld worden gebracht? 10 Deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau en de verdere mer-procedure 10

3. 3.1 3.2 3.3

De ‘ruimtelijke staat’ van Defensie en uitdagingen 13 Inleiding 13 Een overzicht van het huidige ruimtegebruik van Defensie 14 De ruimtelijke druk op huidige activiteiten inzichtelijk 17

4. 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3

De inhoud van het NPRD en te beschouwen alternatieven 19 Drie categorieën behoeften met een ruimtevraag van Defensie 19 Activiteiten met een bovenregionale afweging 20 Alternatievenonderzoek in planMER 20 Nadere blik op de behoeften met een bovenregionale afweging 21 Overige behoeften met een ruimtevraag 48

5. 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.3

Thema’s en wijze van beoordeling in het MER 52 Beschouwde thema’s in het MER 52 Wijze van beoordeling 55 Wijze van onderzoek 55 Duiding van de huidige situatie en referentiesituatie in de leefomgevingsfoto 55 Wat is de referentiesituatie? 55 Beoordeling alternatieven per ruimtebehoefte 56 Integrale beoordeling Voorkeursalternatief 57 Omgang met effecten van en naar het buitenland 57 Aanpak passende beoordeling 57

Bijlage 1: Factsheet per behoefte met bovenregionale afweging 58 Bijlage 2: Overzicht van behoeften per locatie 110

Pagina 3 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

1.

Naar een Programma Ruimte voor Defensie

1.1

De krijgsmacht transformeert Vrijheid, veiligheid en welvaart zijn niet vanzelfsprekend. De stabiliteit in Europa staat onder druk door de Russische inval in Oekraïne in 2022. In de periode daarvoor was de verslechtering van de wereldwijde veiligheidssituatie ook al merkbaar door oplopende geopolitieke spanningen, de gevolgen van klimaatverandering, hybride oorlogsvoering, institutioneel wantrouwen, toenemende schaarste van grondstoffen, meer conflicten en migratie. In dit tijdsgewricht heeft Defensie de belangrijke taak om de belangen van het Koninkrijk te verdedigen en de internationale rechtsorde te bevorderen en te handhaven. In de afgelopen kabinetsperiode is daarom fors geïnvesteerd in Defensie. Zoals beschreven in de Defensienota 2022 (p.14), stellen deze investeringen Defensie in staat militaire capaciteiten te herstellen, te moderniseren, te vernieuwen en uit te breiden. En dat is hard nodig. De krijgsmacht moet als gevolg van de verslechterde veiligheidssituatie sneller, vaker en langer kunnen worden ingezet. Daarom is Defensie bezig met een transformatie die moet leiden tot drie centrale effecten: de gereedheid en inzetbaarheid moet omhoog, de gevechtskracht moet gericht worden versterkt en de wendbaarheid van de organisatie moet worden verbeterd. De afgelopen decennia hebben zich gekenmerkt door een periode van relatieve politieke stabiliteit.

Het accent van de activiteiten van Defensie heeft daardoor gelegen op de hoofdtaken 2 (“het bevorderen van (internationale) rechtsorde en stabiliteit”) en 3 (“ondersteunen van civiele autoriteiten en leveren van bijstand bij rampen en crises”). De oorlog in Oekraïne en andere ontwikkelingen op het wereldtoneel vereisen een grotere, beter uitgeruste en goed geoefende krijgsmacht. Europese bondgenoten, waaronder Nederland moeten gereed zijn om het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen. In NAVO-verband en EU-verband wordt meer van Nederland gevraagd. Ondertussen blijven het handhaven en bevorderen van de internationale rechtsorde en de ondersteuning van civiele autoriteiten, onder meer bij rampen en crises, van onverminderd belang. Deze accentverschuiving vraagt om veranderingen in de bedrijfsvoering, maar ook in het ruimtebeslag en gebruik van de ruimte van Defensie. Om de (grond)wettelijke taken volwaardig uit te kunnen blijven voeren en de eenheden op adequate wijze gereed te stellen, is vanwege de groei en toegenomen focus op het verdedigen van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied meer (milieu)ruimte dan in de huidige situatie noodzakelijk.

1.2

Ruimte voor de krijgsmacht van de toekomst Om te transformeren naar een toekomstgerichte krijgsmacht investeert Defensie in haar mensen, het materieel en de faciliteiten en werkt Defensie samen met haar partners aan de versterking van de militaire capaciteiten. Hierbij worden accenten gelegd op basis van actuele ontwikkelingen in de veiligheidscontext. Consequentie van deze transformatie is dat de krijgsmacht in de toekomst nadrukkelijker aanwezig zal zijn in de fysieke leefomgeving. Met het groeien van de krijgsmacht groeit namelijk ook de noodzaak voor ruimte om te kunnen oefenen en trainen, in het buitenland maar ook in Nederland. Daarnaast investeert Defensie in moderner en meer materieel, ook dit heeft een impact op het ruimtegebruik van Defensie. De komende jaren wordt bijvoorbeeld flink geïnvesteerd in de vervanging, uitbreiding en aanschaf van drones op het land, in de lucht en op en in het water,

Pagina 4 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

nieuwe vaar- vlieg- en voertuigen, raketartillerie en onderzeeboten. Dit vraagt op verscheidene plekken om meer fysieke ruimte en om meer milieuruimte. Ook is er behoefte aan passende oefenterreinen om goed aan te sluiten bij de aard van huidige conflicten, die zich veelal concentreren in de bebouwde omgeving. Daar komt bij dat sommige activiteiten van Defensie nu al ruimtelijk ‘in de knel’ zitten doordat jarenlang minder is geïnvesteerd in kazernes en terreinen, maar ook doordat er steeds meer andere ruimtevragers, zoals woningen, recreatie en windturbines in de omgeving van Defensielocaties zijn bijgebouwd. Ook Nederlands deelname aan het NAVO-partnerschap heeft impact op de ruimtebehoefte van Defensie. Gezamenlijk beschermen betekent ook in elkaars ruimte aanwezig zijn. Dit houdt in dat er weer vaker – ook met bondgenoten – in Nederland zal worden geoefend, getraind en gereedgestaan. Voor de militaire mobiliteit is Nederland een belangrijke schakel in het Europees netwerk. Nederland heeft haar infrastructuur ook hierop ingericht. Zeehavens, spoorwegen en vliegvelden zijn berekend op het verwerken van grote hoeveelheden. Het vergroten van de hoeveelheden materieel en voorraden en daarmee het vergroten van de bestaande (milieu)ruimte is niet zondermeer mogelijk of wenselijk op alle locaties vanwege andere functies of belangen rondom Defensieterreinen.

Bovendien is de ruimte schaars in Nederland en zijn er meerdere maatschappelijke belangen die om ruimte vragen, bijvoorbeeld in het kader van de woningbouwopgave, de energietransitie en natuurherstel. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging op verschillende schaalniveaus (nationaal, regionaal en lokaal). Het in beeld brengen van de ruimtebehoefte, het maken van een afweging van de ruimtebehoefte voor Defensie ten opzichte van de andere opgaven en het borgen van het nieuwe ruimtegebruik van Defensie staat centraal in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD). De start van het NPRD is een nationale beleidsvisie, waarin het kabinet besluit op welke locaties in Nederland nut en noodzaak van groei1 van de militaire activiteiten vaststaat. Aansluitend wordt dit gebiedsgericht respectievelijk locatiespecifiek verder uitgewerkt op regionaal en lokaal schaalniveau. Op regionaal niveau worden alleen de militaire activiteiten met een grote ruimtelijke impact, activiteiten in gevoelige gebieden of locaties waar veel meekoppelkansen en synergievoordelen mogelijk zijn uitgewerkt. Met behulp van ontwerpend onderzoek met medeoverheden en maatschappelijke partijen wordt per gebied in beeld gebracht hoe de toename van militaire activiteiten gebiedsgericht kan worden gecombineerd met andere opgaven.

Op basis hiervan kan een gezamenlijke, gebiedsgerichte visie worden opgesteld waarin ‘de neuzen dezelfde kant op wijzen’. Democratische legitimatie en maatschappelijke participatie zijn in dit regionale spoor uitgangspunt. Uiteraard loopt er al een groot aantal gebiedsgerichte processen, zoals die van het Nationaal Landelijkgebied. Waar mogelijk zal te zijner tijd werk met werk worden gemaakt (dus geen gebiedsprocessen los van elkaar). Daarna kan op het passende niveau de planologisch-juridische borging plaatsvinden. Afhankelijk van de inhoud van de behoefte en de situatie kan worden gekozen voor (aanpassing van) een luchthavenbesluit, projectbesluit (rijk of provincie) of een omgevingsplan (gemeente) en kunnen benodigde vergunningen worden aangevraagd.

1

Onder groei of toename van de militaire activiteit valt niet alleen de ontwikkeling van bestaande locaties, maar ook het vestigen op nieuwe locaties.

Pagina 5 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

figuur 1.1: Werking van het NPRD, de behoeften die binnen de scope van het NPRD vallen en de instrumenten die bij de verschillende behoeften horen.

Om tot afgewogen en onderbouwde keuzes te komen in de nationale beleidsvisie, start het ministerie van Defensie een plan-mer procedure om zo effecten en alternatieven van deze ruimtevraag in beeld te brengen en te beoordelen, om deze vervolgens mee te wegen in de besluitvorming. Hierbij kunnen ook andere aspecten, zoals belangen van andere (nationale) ruimtevragers, draagvlak en kosten een rol spelen. Het eerste product in dit proces is de voorliggende nota, waarin wordt ingegaan op de reikwijdte en het detailniveau van de plan-mer. De plan-mer vormt de start van het in beeld brengen van de gevolgen op de fysieke leefomgeving van de diverse ruimtevragende behoeften van Defensie. In vervolgprocedures zal het belang van de fysieke leefomgeving steeds onderdeel zijn van de besluitvorming, al dan niet met een (project-)mer. In het recente verleden zijn al ruimtelijke trajecten van Defensie aangekondigd of gestart. Voor enkele van deze trajecten heeft Defensie het noodzakelijk geacht om deze ruimtebehoeften (het concentreren van ondersteunende eenheden op een ‘centrale kazerne’ of het vergroten van de capaciteit voor jachtvliegtuigen bijvoorbeeld) in een breed ruimtelijk proces met voldoende ruimte voor participatie en communicatie te doorlopen. Deze plan-mer-procedure voorziet in dat brede ruimtelijke proces.

In de praktijk betekent het opnemen van die ruimtebehoeften dat een nieuwe alternatievenafweging plaatsvindt, met ruimte voor participatie, op basis waarvan een voorkeursalternatief gekozen kan worden. Bij deze afwegingen worden reeds uitgevoerde onderzoeken en eerdere inbreng vanuit de regio betrokken. Zie in dit kader ook de Kamerbrief van 11 mei 2023 ‘Stand van zaken project centrale kazerne’ (Kamerstuk 36 124, nr. 30) en de Kamerbrief van 5 juli 2023 ‘Nationaal Programma Ruimte voor Defensie’ (Kamerstuk 36 124, nr. 33). Het MER sluit aan bij de huidige nationale omgevingsvisie (NOVI) en ook bij de NRD die is opgesteld voor de plan-mer-procedure voor de Nota Ruimte die de NOVI zal vervangen. Dit betekent dat het plan-mer alleen betrekking heeft op activiteiten in Nederland. De ruimtelijke activiteiten die noodzakelijk zijn voor de gereedstelling worden echter niet allemaal geborgd in instrumenten van de Omgevingswet. Het gaat dan om: ruimtelijke behoeften in het middelhoge en hogere luchtruim (boven 2km hoogte), ruimtelijke behoeften in het Caribisch deel van het Koninkrijk (op de BESeilanden en de Caribische landen binnen het Koninkrijk), ruimtelijke behoeften in de

Pagina 6 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Noordzee, (deels) buiten het 12-mijlsgebied en tijdelijk of niet-structureel gebruik van locatie(s). Voor deze ruimtelijke behoeften worden aparte sporen doorlopen zoals het Programma Luchtruimherziening, het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland en het Programma Noordzee 2028-2033, die elk eigen voorbereidingstrajecten zoals een MER kennen. 1.3

Toepassing afwegingsprincipes vanuit de NOVI in het NPRD In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is “zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten” opgenomen als nationaal belang. “Om zijn operationele taken te kunnen uitvoeren, heeft Defensie voldoende gebruiksruimte nodig om te oefenen en op te leiden. De krijgsmacht wordt uitgebreid en gemoderniseerd. Deze ontwikkeling leidt potentieel tot een grotere aanspraak op de omgeving. De voorziene groei van defensieactiviteiten moet worden opgevangen.” Voor deze opgave stelt de NOVI (net als voor alle andere opgaven) drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen voorkomen In het NPRD worden deze drie afwegingsprincipes toegepast. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies Militaire oefenterreinen worden sinds jaar en dag natuurinclusief beheerd. Uit cijfers blijkt dat de natuurwaarden op de militaire terreinen gunstig afsteken ten opzichte van daarbuiten. Meervoudig ruimtegebruik met natuur en water & bodem zal worden gecontinueerd en waar mogelijk worden geïntensiveerd. Maar ook verschillend militair gebruik zal waar mogelijk worden gecombineerd.

Zo vinden nieuwe militaire activiteiten – zoals de toepassing van drones – zo veel mogelijk plaats op bestaande militaire oefenterreinen. Daar waar nieuwe terreinen en locaties nodig zijn, wordt nadrukkelijk rekening gehouden met andere opgaven en transities. De komst van een militaire activiteit en bijbehorend ruimtegebruik kan immers een oplossing zijn voor gebieden waarin bestaande activiteiten en ruimtegebruik in transitie moeten. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal Ieder gebied is anders. Zo is Defensie actief op en rond bijzondere gebieden, zoals de Natura 2000-gebieden, maar ook in gebieden waarin veel ruimtelijk-economische synergiekansen zijn. Sommige militaire activiteiten hebben grotere en ruimere impact op de leefomgeving dan dat het militaire terrein groot is en zijn daarnaast bepalend voor de lokale identiteit van een gebied. Voor deze gebieden zal na de nationale beleidsvisie NPRD een gebiedsgerichte en integrale uitwerking volgen op regionaal niveau. Met behulp van ontwerpend onderzoek zal met maatschappelijke participatie en bestuurlijke legitimatie een interbestuurlijke, integrale gebiedsvisie worden opgesteld. Waar al gebiedsgerichte aanpakken lopen, zal zo veel mogelijk ‘werk-metwerk’ worden gemaakt. Pas daarna en op basis daarvan zullen project- of luchthavenbesluiten en vergunningen in gang worden gezet.

Afwentelen voorkomen Bij afwenteling gaat het om het voorkomen van afwenteling in tijd en naar plaats. Dus ook geen afwenteling naar andere landen. De Nederlandse krijgsmacht is en blijft overigens voor belangrijke onderdelen afhankelijk van activiteiten buiten Nederland. Zo vindt een deel van de opleiding tot jachtvlieger plaats in de VS en vinden grootschalige oefeningen op bataljonsniveau (niveau V) alleen plaats in bijvoorbeeld Duitsland, Zweden en Noorwegen. Daarnaast wijkt Defensie ook voor specifieke oefeningen uit naar het buitenland wanneer de omstandigheden niet in Nederland

Pagina 7 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

getraind kunnen worden. Dit geldt voor bijvoorbeeld bergtrainingen, koud weer trainingen /of jungletrainingen. Bovendien is het bondgenootschap wederkerig: Nederland kan in het buitenland oefenen, maar moet ook ruimte bieden aan bondgenoten in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan de jaarlijkse oefening Frisian Flag vanaf vliegbasis Leeuwarden. Voor een robuuste krijgsmacht is dus ruimte nodig binnen Nederland en daarbuiten. 1.4

Borging ruimtebehoefte Defensie in het (nieuwe) rijksbeleid De ruimtevraag die voortkomt uit het NPRD is een uitwerking van de vigerende NOVI, waarin de groei van de ruimtebehoefte van Defensie en de noodzaak deze behoefte op te vangen reeds is genoemd. De huidige activiteiten van Defensie zijn geborgd in de NOVI en de regels van het Rijk (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening: Barro). De nieuwe activiteiten die in het NPRD opgenomen worden, zijn nog niet geborgd in ruimtelijk beleid en/of wetgeving, zoals het Barro of straks het Omgevingsbesluit en Besluit kwaliteit leefomgeving. De nieuwe ruimtebehoefte van Defensie moet op nationaal niveau worden afgewogen tegen andere belangen die ook ruimte vragen. Voor veel van deze andere belangen zijn al nationale programma’s ingericht of in voorbereiding. De omvang van al deze ruimtelijke opgaven in de nationale programma’s is zodanig dat het Rijk onder leiding van de Minister van BZK werkt aan de actualisatie van de NOVI, onder de noemer Nota Ruimte. In deze Nota Ruimte maakt het kabinet afgewogen keuzes over nationale belangen en bewaakt het op landelijk niveau de samenhang en ruimtelijke kwaliteit. In de Nota Ruimte worden die ruimtelijke keuzes gemaakt voor de periodes 2030, 2050 en 2100. De integraal afgewogen ruimtevraag van Defensie zal ook opgenomen worden in de Nota Ruimte.

In de in oktober 2023 gepubliceerde Contourennotitie Nota Ruimte wordt al aangekondigd dat “hernieuwde aandacht voor onze nationale en internationale veiligheid in heel Nederland een vraag naar ruimte voor Defensie met zich meebrengt”. De ruimtelijke weerslag van die ruimtevraag wordt vastgelegd in de Nota Ruimte.

Pagina 8 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

2.

Milieueffectrapportage voor NPRD: inzicht in effecten van ruimtelijke behoeften

2.1

Waarom een milieueffectrapportage (mer)? In Nederland is een zogenaamde plan-mer verplicht voor plannen en programma’s die kaderstellend zijn voor mer-(beoordelings)plichtige projecten. Dit geldt ook voor plannen en programma’s waarvoor een passende beoordeling (als significante effecten op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten kunnen worden) moet worden gemaakt. Beide zijn van toepassing op het NPRD. De procedure van een milieueffectrapportage (mer2) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een mer is altijd gekoppeld aan een ruimtelijk besluit, bijvoorbeeld een omgevingsvisie, een programma, projectbesluit of omgevingsplan. Of en zo ja welke verplichtingen gelden ten aanzien van een mer is vastgelegd in Afdeling 16.4 van de Omgevingswet en bijlage V van het omgevingsbesluit. Het verschil tussen een plan- en project-mer heeft vooral betrekking op het detailniveau en het doel. Bij een plan-mer gaat het om afwegingen op een hoger abstractieniveau (met dus ook onderzoek op een hoger abstractieniveau). Bij het NPRD gaat het bijvoorbeeld om het afwegen van verschillende gebieden in Nederland voor een bepaalde behoefte (bijvoorbeeld voor extra ruimte voor oefendorpen, een extra locatie voor munitieopslag of andere laagvlieggebieden voor helikopters). Mede op basis hiervan kunnen keuzes voor gebieden gemaakt worden.

In vervolgprocedures (en mogelijk een project-mer) wordt dan specifiek naar de nadere invulling en detaillering gekeken.

2.2

Doel van deze milieueffectrapportage Het doorlopen van een mer-procedure heeft diverse doelen. In figuur 2.1 zijn de belangrijkste op een rij gezet. Een mer-procedure resulterend in het MER is een belangrijk hulpmiddel om de gevolgen voor de fysieke leefomgeving op een volwaardige manier mee te wegen bij de uiteindelijke besluitvorming. Inzicht in de huidige staat van de fysieke leefomgeving en de referentiesituatie Om dit voor elkaar te krijgen, is 1) goed inzicht nodig in de huidige staat van de fysieke leefomgeving (op en rondom de huidige locaties van Defensie, 2) inzicht in trends (zoals klimaatverandering en woningbouwopgave) nodig en 3) autonome ontwikkelingen (beleid dat is vastgesteld en dat concreet wordt gerealiseerd) en de impact hiervan op Defensie (dit laatste wordt de referentiesituatie genoemd). Onderzoek naar effecten van alle behoeften met een ruimtevraag uit het NPRD Vervolgens worden de effecten van de diverse behoeften van Defensie met een ruimtevraag (vanuit het NPRD) in beeld gebracht op deze referentiesituatie. In het NPRD staat een groot aantal behoeften. Deze worden allemaal onderzocht op de effecten in de plan-mer. Veelal zijn dit nieuwe activiteiten die al op huidige Defensielocaties toegevoegd worden.

2 Het is gebruikelijk de afkortingen (de) mer en (het) MER te gebruiken. De afkorting mer met kleine letters staat voor de volledige procedure, de milieueffectrapportage. MER met hoofdletters staat voor het milieueffectrapport, het rapport dat hierbij opgesteld wordt.

Pagina 9 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Alternatievenonderzoek voor behoeften met een bovenregionale afweging Voor dertien behoeften geldt dat deze bovenregionaal afgewogen worden in het planMER. Dit zijn activiteiten waarvan het op voorhand niet duidelijk is waar ze in Nederland zijn in te passen én welke een grote impact op de fysieke leefomgeving hebben. Voor deze dertien behoeften met een bovenregionale afweging worden in het planMER per behoefte meerdere alternatieven onderzocht. In hoofdstuk vier is hier nader op ingegaan. Navolgbaarheid belangrijk Tot slot geldt dat de mer-procedure en het op te stellen MER dienen ter ondersteuning van de keuzes én de besluitvorming over de (extra) ruimtebehoefte van Defensie. Het vormt daarbij ook een onderbouwing waarom bepaalde keuzes wel of niet gemaakt zijn en hoe tot een voorkeursalternatief is gekomen. Samengevat de doelen van de mer voor het NPRD In figuur 2.1 zijn de hiervoor beschreven doelen van de mer bij het NPRD samengevat.

figuur 2.1 Doelen van de mer voor het NPRD

2.3

Wat is de fysieke leefomgeving waarvoor de effecten in beeld worden gebracht? Met de Omgevingswet is in de ruimtelijke ordening het begrip ‘fysieke leefomgeving’ geïntroduceerd. In de Omgevingswet is geen strikte definitie opgenomen van dit begrip. De wet omschrijft echter wel wat het begrip in ieder geval omvat, namelijk bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Bij de MER-en die het Rijk maakt, wordt bij het bepalen van de effecten op de fysieke leefomgeving een brede benadering gehanteerd. Dus niet alleen de klassieke milieuthema’s (zoals bodem, water, landschap, geluid en verkeer) worden beschouwd, maar ook thema’s die onder de noemer ‘brede welvaart’ vallen, zoals gezondheid, welzijn, economie en wonen. Ook voor de mer bij het NPRD vormt deze brede benadering de basis voor de effectbeschrijving en -beoordeling, uiteraard passend bij de relevante activiteiten. In hoofdstuk vijf is hier nader op ingegaan.

2.4

Deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau en de verdere mer-procedure In de Kamerbrief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (Kamerstuk 2023019968, 05-07-2023) heeft de Staatssecretaris van Defensie aangekondigd een mer-procedure te doorlopen voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie.

Pagina 10 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is onderdeel van de openbare kennisgeving die de (formele) start van de al aangekondigde mer-procedure is. Deze NRD vormt de eerste stap om te komen tot een milieueffectrapport (MER). In figuur 2.2 zijn alle stappen van de mer-procedure beschreven, deze lopen waar mogelijk gelijk op met de stappen voor het NPRD.

figuur 2.2 Stappen in de mer-procedure

Openbare kennisgeving, inclusief Notitie Reikwijdte en Detailniveau: start van de mer-procedure (december 2023) De eerste formele stap is een openbare kennisgeving. Via deze kennisgeving wordt eenieder geïnformeerd over het voornemen van de Staatssecretaris van Defensie - in overeenstemming met de ministers die het aangaat - om een MER bij het Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) op te stellen. Om meer inhoud en context te geven aan dit voornemen, is deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau opgesteld. Terinzagelegging Notitie Reikwijdte en Detailniveau, advies en raadpleging (december 2023) Na publicatie van de openbare kennisgeving en deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau kunnen burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven en instellingen gedurende acht weken een zienswijze sturen op de inhoud van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau en het op te stellen MER. Omdat de plannen mogelijk milieugevolgen kunnen hebben op buurlanden, worden ook de relevante bestuursorganen over de grens geïnformeerd en kunnen burgers in deze landen een zienswijzen indienen, namelijk Duitsland en België. Er worden geen effecten verwacht buiten territoriale wateren waardoor geen raadpleging van het Verenigd Koninkrijk, Denenmarken en Noorwegen nodig is. Voor deze landen geldt dat enkele activiteiten nabij de grens kunnen plaatsvinden en dus mogelijke effecten optreden.

Verder worden de wettelijke adviseurs van het Rijk geraadpleegd over reikwijdte en detailniveau van het effectenonderzoek. Het betreft de door de ministers van Infrastructuur en Waterstaat, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen adviseurs (zoals de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed). Ook de Commissie voor de milieueffectrapportage wordt gevraagd een advies te geven hoe om te gaan met de reikwijdte en het detailniveau in het opstellen van het MER. Dit advies zal openbaar gepubliceerd worden op de website van de Commissie. De adviezen en zienswijzen die gedurende de raadpleging over reikwijdte en detailniveau worden ingewonnen, worden na beoordeling al dan niet meegenomen in de uitvoering van de milieueffectrapportage. In het MER wordt aangegeven hoe met de adviezen en ingebrachte zienswijzen is omgegaan.

Pagina 11 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Opstellen planMER (Q1 en Q2 2024) Op basis van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau, de eerste concepten van het NPRD en de ingewonnen zienswijzen en adviezen wordt het planMER opgesteld. Vrijgave en ter inzage legging MER samen met ontwerp Nationale Beleidsvisie-NPRD (Q3 2024) Het MER wordt gelijktijdig ter inzage gelegd met het ontwerp Nationale BeleidsvisieNPRD. Op beide documenten mag eenieder zienswijzen naar voren brengen volgens de zienswijzeprocedure. De buurlanden (België en Duitsland) worden over het MER en het ontwerp Nationale Beleidsvisie-NPRD geïnformeerd en burgers hier kunnen ook een zienswijze indienen. Ook zal de Commissie voor de m.e.r. gevraagd worden het MER te toetsen. Gelijktijdig met voorgaande stappen worden het MER en het ontwerp Nationale Beleidsvisie-NPRD aangeboden aan de Tweede Kamer. Vaststellen NPRD en MER (Q4 2024) De Staatssecretaris van Defensie - stelt samen met de Minister van BZK de Nationale Beleidsvisie NPRD (inclusief MER) vast. Hierbij wordt vermeld op welke wijze rekening is gehouden met de milieueffectrapportage en met de zienswijzen en adviezen.

Pagina 12 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

3.

De ‘ruimtelijke staat’ van Defensie en uitdagingen

3.1

Inleiding In de Defensievisie 2035 concludeert het ministerie van Defensie dat Defensie “met de huidige inrichting, prioriteitstelling en staat van de defensieorganisatie niet adequaat is toegerust voor de veranderende dreigingen” (pag. 11). Na een lange periode van bezuinigingen wordt sinds 2014 weer extra geïnvesteerd in de krijgsmacht. Deze investeringen zijn sinds de oorlog in Oekraïne toegenomen, ook bij veel van onze bondgenoten. Er wordt geïnvesteerd in meer militairen, meer materieel en meer activiteiten om ervoor te zorgen dat eenheden sneller, vaker en langer kunnen worden ingezet. Het realiseren ervan kost tijd. En er is hiervoor extra directe en indirecte ruimte nodig. Defensie loopt tegen de grenzen aan van wat planologisch mogelijk is in Nederland. De problemen zijn op hoofdlijnen drieledig:

1. De druk op de ruimte wordt steeds groter Op een klein oppervlak moet veel gebeuren: voldoende duurzame en betaalbare woningen, overschakelen naar duurzame opwekking van energie, de omslag naar kringlooplandbouw met een gezonde en diverse natuur, etc., waarbij (sociaal-economische) leefbaarheid van stad en landelijk gebied nadrukkelijk uitgangspunt is en water en bodem sturend zijn bij de keuzes die we maken over de inrichting van Nederland. In het kader van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is onderzocht dat alleen voor verstedelijking (indicatief) al eenmaal de oppervlakte van Utrecht (stad) nodig is. De ruimtevragen zijn alleen maar prominenter geworden de afgelopen jaren, met meer druk op de steden, het landelijk gebied en de natuur (woningbouw, natuur, energie). Ook is de ruimtelijke druk op Defensie groter geworden. Want waar Defensie vele jaren bezuinigingen heeft moeten doorvoeren en weinig uitbreiding van activiteiten en ruimtegebruik heeft plaatsgevonden, is de afgelopen decennia veel woningbouw, recreatie en bedrijvigheid letterlijk dichterbij Defensie komen te liggen. Dit is bijvoorbeeld goed te zien rondom sterk verstedelijkte gebieden, zoals Eindhoven en de oefenterreinen in en rondom de Veluwe in relatie tot recreatiedruk.

Deze ruimteclaims dwingen Defensie om de huidige activiteiten in het al krappe ‘jasje’ (qua vergunning en terrein) uit te voeren met minder ‘bufferruimte’ eromheen. 2. Er is juist meer ruimte nodig voor Defensie-activiteiten Vanwege de veranderende geopolitieke context, en daarmee toenemende maatschappelijke aandacht voor de verdediging van Nederland, verantwoordelijkheden jegens de NAVO en internationale stabiliteit, is het noodzakelijk dat Defensie structureel meer ruimte krijgt, vanwege de groei en toegenomen focus op het verdedigen van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied. Deze noodzaak leidt tot een groter direct en indirect (zoals geluidsruimte en veiligheidszones) ruimtebeslag in Nederland. De ruimtevraag manifesteert zich op bestaande terreinen (intensiever gebruik, meer milieuruimte) en op nieuwe, aan te wenden locaties (nieuwe type oefeningen en vergroting bestaande capaciteit). 3. Het gebruik van de huidige terreinen en het huidige vastgoed van Defensie biedt te weinig flexibiliteit De aard van de Defensieactiviteiten verandert in sneller tempo dan ooit tevoren. De (uitvoering van de) regelgeving en het beleid in Nederland is hier niet op ingericht en daarmee weinig flexibel voor de behoeften van Defensie. Ook

Pagina 13 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

zijn door jaren van krimp in personeel en budgetten de terreinen deels verouderd en niet eenvoudig aan te passen binnen de veelal vigerende oude vergunningen. Wel is door de aard van diverse Defensieterreinen nu al ruimte en synergie aanwezig tussen de activiteiten van Defensie en andere ruimtevragers, zoals natuurontwikkeling en energieopwek/energieopslag. 3.2

Een overzicht van het huidige ruimtegebruik van Defensie Defensie is één van de grote ruimtebeheerders van Nederland. Defensie beschikt in 2023 in totaal over circa 460 objecten, met een totale terreinoppervlakte van ongeveer 35.000 hectare. Defensie hanteert de term ‘object’ om een herkenbare en zelfstandig functionerende eenheid in het bestand van onroerende zaken aan te duiden, zoals een kazerne, een vliegbasis of een haven. Een object bestaat meestal uit vele gebouwen, werken en terreinen. De term ‘object’ moet daarom niet worden verward met een gebouw. De vastgoedportefeuille telt circa 11.000 gebouwen met een bruto vloeroppervlak (BVO) van meer dan 6 miljoen m2. Hiervan hebben bijna 300 gebouwen een monumentenstatus. Defensie is in alle provincies vertegenwoordigd, maar niet overal in gelijke mate. Het militaire gebruik van deze faciliteiten in een dichtbevolkt land zoals Nederland heeft gevolgen voor de omgeving. Niet alleen heeft Defensie voor het goed functioneren van de krijgsmacht ruimte nodig, de activiteiten kunnen ook voor overlast zorgen. Ruimtelijke ordening, natuur en milieu zijn dan ook onderwerpen die direct samenhangen met het gebruik van objecten door Defensie. Waar Defensie zich in Nederland vestigt of juist vertrekt, leidt dat bovendien vaak tot economische gevolgen voor de desbetreffende regio in de vorm van directe en indirecte werkgelegenheid.

De ruimtelijke keuzes die Defensie maakt, spelen dus tevens een belangrijke rol in de relatie tussen de krijgsmacht en de samenleving. Defensie is de afgelopen decennia gekrompen qua materieel, mensen en ook qua gebouwen en terreinen. In tabel 3-1 is samengevat een overzicht te zien van de locaties die Defensie (incl. Caribisch gebied) heeft en gebruikt. In figuur 3.1 zijn de ruimtelijk relevante locaties in Nederland in een figuur weergegeven (excl. kleine gedenkplaatsen, woonlocaties, oude forten etc.). De oefenlocaties staan in figuur 3.2.

Pagina 14 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

tabel 3-1 Overzicht locatiesoorten (aantal en oppervlakte, 2023)

Pagina 15 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

figuur 3.1 Overzicht kazernes, haven en luchtmachtbases huidig beeld (2023)

Pagina 16 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

figuur 3.2 Oefengebieden landmacht, luchtmacht en marine huidige situatie (2023)

3.3

De ruimtelijke druk op huidige activiteiten inzichtelijk In het planMER wordt voor alle thema’s van de fysieke leefomgeving (zie hoofdstuk vijf) in beeld gebracht wat de huidige staat van de Defensielocaties en -activiteiten is en wat de impact van deze thema’s op de fysieke leefomgeving (in 2023) van Defensie is. Voor zes bepalende thema’s wordt in het planMER per locatie van Defensie (figuur 3.1) inzichtelijk gemaakt wat de impact is van de fysieke leefomgeving op Defensie

Pagina 17 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

en andersom. Deze bepalende thema’s (figuur 3.3) zijn veelvuldig terugkomende thema’s die bij activiteiten van Defensie een rol spelen. Hiervoor wordt in het MER in beeld gebracht of voor de betreffende locatie aandachtspunten zijn rondom de bedrijfsvoering. Voor de overige thema’s van het beoordelingskader (zie hoofdstuk 5) wordt dit minder per locatie, maar generiek beschouwd.

figuur 3.3 Bepalende milieu thema’s

De beoordelingsschaal voor de bepalende thema’s loopt op qua urgentie, zie figuur 3.4. Geen aandachtspunt (groene kleur) betekent dat het thema geen rol speelt bij de betreffende activiteit op de betreffende locatie, bijvoorbeeld als er geen sprake is van veiligheidscontouren en/of risico’s. Een groot aandachtspunt (rode kleur) betekent dat rondom dit thema reeds knelpunten zijn en de druk op de omgeving en/of de Defensieactiviteit hoog is. Dit speelt bijvoorbeeld rondom enkele vliegbases.

figuur 3.4 Beoordelingsschaal

In het planMER worden alle onderdelen van het beoordelingskader, maar vooral deze bepalende thema’s inzichtelijk gemaakt in een leefomgevingsfoto (zie paragraaf 5.2.2 van deze NRD). Bij het kiezen van een voorkeursalternatief zijn de aandachtspunten uit deze leefomgevingsfoto van belang: in de strijd om ruimte dient het belang van de krijgsmacht afgewogen te worden tegen de belangen waarvoor “grote aandachtspunten” bestaan.

Pagina 18 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

4.

De inhoud van het NPRD en te beschouwen alternatieven

4.1

Drie categorieën behoeften met een ruimtevraag van Defensie Om het hoofd te bieden aan toenemende dreiging is het noodzakelijk om de benodigde ruimte die voortvloeit uit de huidige groei en mogelijke verdere structurele groei te accommoderen in Nederland. Om die aanvullende ruimte (zie paragraaf 3.1) te realiseren dient het Defensiebelang breed verankerd te worden in Nederland. De benoemde benodigde ruimte is divers: van moderniseren en verduurzaming van de huisvestiging tot het aantrekken van personeel. Binnen de krijgsmacht zijn 57 behoeften met een ruimtevraag geïdentificeerd, die daarbij een claim op de fysieke en/of milieuruimte hebben. Deze behoeften verschillen sterk van aard, grootte en impact op de ruimte. Hierbij is ook een duidelijk verschil tussen de activiteiten van de krijsmachtonderdelen. Daarom zijn deze in drie categorieën ondergebracht:

I. Nieuwe locaties en gebieden Deze categorie omvat behoeften van Defensie op nieuwe locaties en gebieden die nu nog niet planologisch besloten zijn. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om grootschalige oefengebieden, nieuwe laagvlieggebieden voor helikopters, grootschalige munitieopslag of een nieuwe kazerne.

II. Nieuwe activiteiten op bestaande locaties of gebieden Deze tweede categorie bevat voor Nederland een geheel nieuwe activiteit die op een bestaande locatie of gebied ontplooid wordt, maar ook lokaal nieuw zijn als gevolg van concentratie van bestaande activiteiten naar één locatie. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om nieuwe helikopterlandingsplaatsen voor Special Operation Forces-optreden op bestaande locaties, stationeren van F-35’s op andere bestaande luchtmachtbases, mogelijkheid om met drones en Apaches te schieten bij de Vliehors of een nieuwe start- en landingsbaan tactisch luchttransport onverhard (dirtstrip) en een korte smalle baan.

III. Meer van dezelfde activiteit op bestaande locaties of gebieden Deze laatste categorie omvat de meeste behoeften. Het gaat hierbij om meer van dezelfde activiteit op een reeds voor Defensie bestaande locatie of gebied. Dit vraagt in veel gevallen niet zozeer om extra fysieke ruimte (buiten het terrein), maar veelal om aanpassing van de vergunning en extra milieuruimte, bijvoorbeeld bij de uitbreiding van een schietbaan. Soms gaat het ook om nieuw materieel gebruik. Onderscheid behoeften met een bovenregionale afweging en locatie-specifieke behoeften Voor behoeften die niet zondermeer op een bestaande Defensielocatie gerealiseerd kunnen worden, is een bovenregionale afweging nodig. Dit geldt voor dertien behoeften. In de volgende paragraaf is hier nader op ingegaan.

Pagina 19 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Voor de overige behoeften is duidelijk waarom deze op een bepaalde locatie kunnen/moeten plaatsvinden en niet elders. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met het feit dat deze behoeften sterk zijn verbonden met eenheden op een bepaalde locatie of aan een specifieke locatie gekoppeld zijn. Een groot deel van de activiteiten in categorie III vallen hieronder. In totaal gaat het hierbij om 44 behoeften. Deze worden in paragraaf 4.3 nader toegelicht. 4.2

Activiteiten met een bovenregionale afweging

4.2.1

Alternatievenonderzoek in planMER In het planMER wordt voor alle behoeften met een ruimteclaim onderzocht wat de impact op de fysieke leefomgeving is. De meeste aandacht in het planMER gaat hierbij uit naar behoeften waar een bovenregionale afweging nodig is om locaties te selecteren waar de ruimtevraag uiteindelijk gerealiseerd kan worden. Dit zijn de categorieën waar de activiteiten nieuw zijn en waar dus ook gekeken wordt in welke gebieden deze activiteiten kunnen worden gerealiseerd. Als dit niet evident een bestaande locatie is, is een brede en bovenregionale ruimtelijke afweging qua alternatieven nodig. Het gaat in totaal om dertien behoeften waar dit voor geldt. De behoeften waarvoor een bovenregionale afweging nodig is, verschillen sterk qua aard en omvang, maar hebben veelal een significante ruimte- en milieuclaim. Voor deze activiteiten worden in het planMER één of meerdere alternatieven onderzocht, in paragraaf 4.2.2 is dit per behoefte beschreven. Voor de activiteiten waar geen bovenregionale afweging voor nodig is (dit betreft 44 behoeften), worden geen ruimtelijke alternatieven beschouwd in het planMER. Dit vraagt veelal om een lokale afweging en maatwerk. Wel wordt de impact van deze behoeften op de fysieke leefomgeving in beeld gebracht, zodat over nut en noodzaak kan worden besloten in de Nationale Beleidsvisie.

Voor deze – en overigens alle – nieuwe activiteiten geldt dat nog vervolgprocedures, al dan niet met mer(beoordelingen) en vervolgbesluiten volgen. In figuur 4.1 staat schematisch samengevat hoe met de twee typen behoeften (bovenregionaal en locatie-specifiek) met een ruimtevraag omgaan wordt in het planMER.

figuur 4.1 Overzicht van alternatieven en onderverdeling van verschillende activiteiten met een ruimtebehoefte

Pagina 20 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Een belangrijke onderlegger voor de totstandkoming van de alternatieven en uiteindelijke keuze van een integraal voorkeursalternatief betreffen de drie afwegingsprincipes vanuit de NOVI (Nationale Omgevingsvisie): 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3) Afwentelen wordt voorkomen. Naast deze afwegingingsprincipes worden ook de afwegingen vanuit het advies 'Elke regio telt' betrokken bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief. Defensie is al ruim over Nederland verspreid en in veel regio’s aanwezig. Bij afwegingen over het vertrek van Defensie op locaties wordt nadrukkelijk bij dit aspect stilgestaan. 4.2.2

Nadere blik op de behoeften met een bovenregionale afweging In tabel 4-1 staan de dertien behoeften met een bovenregionale afweging waarvoor in het planMER alternatieven beschouwd worden. In de passages daarna zijn deze behoeften beknopt toegelicht. In bijlage 2 is uitgebreidere beschrijving van deze behoeften opgenomen.

Tabel 4-1: Overzicht ruimtevragen met bovenregionale afweging Ruimtevraag met bovenregionale afweging (I) (II) (III) (IV) (V) (VI) (VII) (VIII) (IX) (X) (XI) (XII) (XIII)

Versterken en concentreren van ondersteunende eenheden Extra locatie grootschalige munitieopslag Nieuwe munitieopslag SIC Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein) Oefenen in verstedelijkt gebied Amfibisch oefengebied Gegarandeerde havencapaciteit Host Nation Support Toename gebruik jachtvliegtuigcapaciteit Onbemande maritieme helikopters Stationering en corridors drones voor cargo Laagvlieggebieden helikopters Helikopterlandingsplaatsen Korte/smalle onverharde landingsbaan tactisch luchttransport

1. Versterken en concentreren van ondersteunende eenheden Onderbouwing behoefte De Landmacht beschikt over onvoldoende ondersteunende capaciteiten om haar gevechtseenheden adequaat te ondersteunen. De NAVO wijst al jaren op deze grote tekortkomingen: “De NAVO is kritisch over aanhoudende kwalitatieve en kwantitatieve tekortkomingen, vooral op het vlak van slagkracht en operationele (gevechts)ondersteuning (combat support (CS) en combat service support (CSS)) in het landdomein”. De NAVO wijst erop dat er tekortkomingen zijn bij de ondersteunende eenheden, bijvoorbeeld op het gebied van logistieke en geneeskundige capaciteit. Ook wijst de NAVO op noodzaak van versterking van capaciteiten op het gebied van information manoeuvre. Momenteel zijn de ondersteunende eenheden een zwakke schakel in de hele keten. Er zijn onvoldoende ondersteunende eenheden beschikbaar, wat direct impact heeft op de slagvaardigheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. Versterken van deze eenheden is noodzakelijk. Concentreren van deze eenheden is één van de operationele aanpassingen ten behoeve van deze versterking. Drie grote opgaven voor de Landmacht leiden tot een groeiende noodzaak voor ruimte voor ondersteunende eenheden:

•

herstel en versterken van de krijgsmacht;

Pagina 21 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

• •

creëren van synergie door concentratie van eenheden in de ondersteunende ketens: de geneeskundige keten, de operationeel-logistieke keten en de information manoeuvre-keten; het vinden en behouden van voldoende en gekwalificeerde mensen door het bieden van een langer loopbaanperspectief en gezonde werk-privébalans.

Die concentratie vindt enerzijds plaats binnen de geneeskundige keten, de operationeel-logistieke keten en de information manoeuvre-keten: vergelijkbare eenheden gaan op één locatie werken, inclusief hun opleidingseenheden. Door clustering van opleidings- en operationele eenheden worden leerlingen in een beroepsgerichte context opgeleid, wat leidt tot beter opgeleide medewerkers. Door verschillende eenheden uit hetzelfde werkveld samen te brengen kunnen eenheden beter samenwerken: ze versterken elkaar en leren van elkaar. Anderzijds wordt door deze ketens op één locatie te vestigen de onderlinge integratie ook verbeterd, wat zorgt voor meer samenwerking en afstemming tussen de ondersteunende eenheden. Deze multidomein-benadering met synergie tussen eenheden en domeinen zorgt ervoor dat de krijgsmacht sneller en beter kan reageren op dreigingen en crisissituaties die zich plots aandienen. Door het werven, opleiden, werken en trainen zoveel mogelijk te concentreren op één locatie met voldoende arbeidspotentieel, versterken we dus de slagvaardigheid. We stellen onze medewerkers in staat een diverse loopbaan bij Defensie op te bouwen zonder veel verplaatsingen. Het maakt ons personeel goed opgeleid en bekwaam en schept rust en stabiliteit voor zowel personeel als het thuisfront, wat bijdraagt aan het behoud van ons personeel.

Door gericht te investeren in concentratie van de ondersteunende eenheden wordt de inzetbaarheid voor de hoofdtaken van Defensie vergroot (bron van de NAVO: Defence Planning Capability Review, 2021-2022). De groei van ondersteunende eenheden op de nu versnipperde locaties is niet zonder uitbreiding mogelijk. Dit komt doordat er te weinig ruimte is op de bestaande kazernes. Dit maakt dat gezocht moet worden naar geschikte locaties waar de gewenste versterking en concentratie van ondersteunende eenheden wel plaats kan vinden. Gekeken wordt naar concentratie naar de drie ondersteunende eenheden bij elkaar, maar ook naar concentratiemogelijkheden van enerzijds medisch en logistiek en anderzijds Information manoeuvre. (argumenten voor noodzakelijkheid) Een verdere concentratie van alle ondersteunende eenheden heeft ook grote voordelen op operationeel gebied (betere samenwerking en training), voor het personeel (bijvoorbeeld flexibiliteit in carrière zonder continue overplaatsing) en op financieel gebied. De oorlog in Oekraïne toont aan hoe belangrijk een goede samenwerking is tussen deze ondersteunende eenheden. Om de huidige eenheden en de benodigde groei te accommoderen is circa 370 hectare nodig.

Dit is opgebouwd uit een benodigde ruimte van circa 125 hectare voor de geneeskundige keten, circa 120 hectare voor de logistieke keten en circa 125 hectare voor de Information Manoeuvre keten (inclusief overige onderdelen). Op een geheel nieuwe locatie is ook een oefenterrein op korte afstand benodigd met een omvang van 150 hectare. Op dit nieuwe terrein worden kleinschalige oefeningen uitgevoerd. Bij de bestaande locaties speelt de wens niet, omdat de bestaande oefengebieden hier al op korte afstand gelegen zijn. Voor die alternatieven is de ruimtevraag dus kleiner (circa 370 hectare). Redelijkerwijs te beschouwen alternatieven Voor het vinden van een geschikte locatie(s) voor deze benodigde groei is gekeken naar de huidige Defensielocaties waar (onderdelen van) de ondersteunende eenheden reeds gevestigd zijn. Daardoor zijn er drie opties: 1. Het versterken en concentreren van alle ondersteunende eenheden op meerdere bestaande locaties.

Pagina 22 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

2. Het versterken en concentreren van de verschillende ketens op één bestaande locatie, waarbij die locatie in omvang wordt uitgebreid. 3. Het versterken en concentreren van alle ondersteunende eenheden op een nieuwe locatie. Er is onderzocht wat de grootte van de bestaande kazernes is, welke ruimte nu al (en in de toekomst) bezet is door andere onderdelen en welke ruimte dus nog potentieel vrij is. De conclusie is dat geen van de bestaande Defensieobjecten groot genoeg is om de volledige concentratie van ondersteunende eenheden te accommoderen. Legerplaatsen Ermelo (82 hectare) en Stroe (196 hectare) bieden mogelijkheden voor concentratie van één keten van ondersteunende eenheden. Daarom zijn deze als kansrijke alternatieven benoemd. Voor deze locaties geldt ook dat als fysieke uitbreiding mogelijk is, hier mogelijkheden kunnen zijn voor concentratie van twee of drie ondersteunende ketens. Daarom zijn ook deze twee locaties benoemd als redelijkerwijs te onderzoeken varianten binnen het alternatief ‘Versterken en concentreren op één bestaande Defensielocatie’. Voor een nieuwe locatie is een GIS-analyse studie uitgevoerd naar kansrijke gebieden (zie factsheet in bijlage 1). De uitkomsten van deze studie zijn door de staatssecretaris van Defensie (o.a.

contouren Strategisch vastgoedplan), en in de brief van minister de Jonge met het startpakket voor de provincies (12 december 2021) gedeeld, ook met de bewoners. Hierbij is aangegeven dat de voorlopige voorkeurslocatie in de gemeente Zeewolde ligt, er nog twee opties in Flevoland zijn (Zeewolde en Dronten) en ook een locatie in Gelderland beschouwd wordt. Aanvullend heeft de gemeente Zeewolde een locatie aangedragen (Oosterwold) om nader te onderzoeken. Tot slot wordt ook gekeken naar een mogelijke optie/opties in landbouwtransitiegebieden in het midden van het land om mogelijke kansen vanuit dit spoor te koppelen aan de behoefte voor een nieuwe kazerne. Met het publiceren van deze notitie reikwijdte en detailniveau, is deze behoefte onderdeel van het nationaal programma ruimte voor Defensie.

Figuur 4.2: Alternatieven versterken en concentreren van ondersteunende eenheden

Pagina 23 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

2. Extra locatie grootschalige munitieopslag Onderbouwing behoefte Als gevolg van het toenemende belang om het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen en de groei van de krijgsmacht (en die van bondgenoten) is het munitiedomein volop in beweging. De voorraad munitie wordt op langere termijn structureel fors opgehoogd om te kunnen voldoen aan de (grond)wettelijke taken. De capaciteit om munitie op te slaan is hieraan gekoppeld, en moet dus meegroeien. Ook de bondgenoten van Nederland zijn hun krijgsmacht inclusief munitievoorraden fors aan het uitbreiden. Diverse landen dreigen tegen hun opslagcapaciteit aan te lopen of willen voorraden gespreid positioneren. De huidige Nederlandse munitieinfrastructuur is niet gericht op dit soort internationale militaire samenwerkingen. Er zijn drie redenen waarom Defensie naar de toekomst toe meer capaciteit nodig heeft om munitie grootschalig op te slaan: 1. Hoewel de huidige munitievoorraad (inclusief lopende bestellingen) opgeslagen kan worden op de locaties, moet er rekening mee worden gehouden dat de voorraden in de toekomst nog verder aangevuld moeten worden. Om strategische (reserve)capaciteit veilig te stellen is meer ruimte nodig. 2. Het logistieke concept in Nederland verandert. Er is behoefte aan een nieuwe locatie(s) die ruim zijn en modern zijn ingericht.

Ook schaalvergroting is gewenst omdat bedrijfsprocessen hiermee beter kunnen worden ingericht. Daarnaast is strategische ruimte nodig om in gevallen van modernisering van bestaande opslaglocaties een buffer te hebben (tijdens de verbouwing van een locatie moet de munitie elders opgeslagen worden). 3. De positie van Nederland ten opzichte van bondgenoten verandert. Nederland vormt over diverse assen ‘het achterland’ en ‘de doorvoerhaven’ waardoor Nederland al dan niet tijdelijk munitieopslagcapaciteit aan bondgenoten kan aanbieden of daarvoor wordt gevraagd. De huidige Nederlandse munitieinfrastructuur is niet gericht op dit soort internationale militaire samenwerkingen. Deze behoefte gaat uit van groei naar de toekomst. Er is nu nog geen concrete opdracht, maar er zijn nauwelijks doorgroeimogelijkheden en de huidige infrastructuur biedt weinig speelruimte.

Redelijkerwijs te beschouwen alternatieven Met behulp van uitsluitingscriteria (zie factsheet in bijlage 1) zijn zeven mogelijke locaties bepaald. Deze zijn in onderstaande kaart verbeeld. Om operationele- en bedrijfsvoering redenen is een sterke voorkeur voor één locatie, indien die niet gevonden kan worden moet er terug worden gevallen op twee kleinere locaties. Voor het uiteindelijke voorkeursalternatief wordt dus gekozen voor één locatie. De locaties zijn in beide alternatieven gelijk (maar verschillen uiteraard in omvang). Juist omdat deze ruimtebehoefte zich op langeretermijn voordoet kan dit een koppelkans zijn voor landbouwtransitiegebieden. De ruimtelijke opgave van Defensie biedt kansen om in de gebieden met een matige of zware opgave de transitie van het landelijk gebied te bewerkstelligen. Concreet door aankoop van agrarische gronden en/of bedrijven waarbij resterende gronden beschikbaar kunnen komen voor (extensiever) agrarisch gebruik passend bij de water, bodem en ecologische condities. De transitie van het landelijk gebied biedt kansen om ook deze activiteiten goed mee te wegen in de herinrichting van het landelijk gebied. Zo kan Defensie als werkgever en als gebruiker van plaatselijke voorzieningen (bijvoorbeeld middenstand, openbaar

Pagina 24 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

vervoer) ook bijdragen aan de leefbaarheid en vitaliteit van het landelijk gebied, in het bijzonder daar waar agrarische bedrijven uit productie moeten worden genomen vanwege toekomstige Defensieactiviteiten. Daar waar Defensie (extra) ruimte/grond beslag doet, kunnen functies gecombineerd worden of compenserende natuur maatregelen genomen worden.

figuur 4.3 Alternatieven extra locatie grootschalige munitieopslag 3. Nieuwe munitieopslag SIC (Snel Inzetbare Capaciteit) Onderbouwing behoefte Over snel inzetbare capaciteiten (SIC) zijn afspraken gemaakt met de NAVO. Hiervoor moet bij de eenheid horende munitie en bevoorrading in containers worden klaargezet, zodat kan worden voldaan aan de opgedragen notice to move (NTM). Deze NTM’s zijn de afgelopen jaren veel korter geworden en de hoeveelheid munitie die nodig is voor inzet is significant meer geworden. Om munitie op een snelle en efficiënte manier klaar te zetten is een nieuwe grootschalige munitieopslag nodig om containers ten behoeve van SIC op te kunnen slaan. Het opslaan en verplaatsen van de munitie is door wet- en regelgeving het belangrijkste logistieke probleem. Er wordt gebruikt gemaakt van containers met de standaard zeecontainer maat (20 feet). Deze containers worden, indien beladen, nu in de reguliere munitiemagazijnen gezet (wettelijk noodzakelijk). Echter, de huidige magazijnen zijn hier niet voor ingericht waardoor het een zeer inefficiënte manier van opslaan is. Wanneer de containers zonder afscherming (bunker, magazijn, ondergronds e.d.) worden gestald is er sprake van een gevarenzonering van 7,5 km. De containers opslaan met afscherming heeft daarom de voorkeur. Daarnaast zorgt dit ervoor dat de containers onder een stabiel klimaat opgeslagen staan.

Voor efficiënte bedrijfsvoering is clustering van deze logistieke activiteiten omtrent munitie wenselijk

Pagina 25 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

maar niet noodzakelijk. Daarnaast is het wenselijk om de munitie zo min mogelijk te transporteren in verband met veiligheidsrisico’s. Hiermee is het zoekgebied een nieuwe munitieopslag specifiek voor SIC (containeropslag) gericht op NoordoostNederland (Friesland, Groningen, Drenthe en Noordelijk Flevoland). Deze afbakening is gekozen door de nabijheid van de Eemshaven; in de Eemshaven wordt de munitie op transport uit Nederland. Redelijkerwijs te beschouwen alternatieven Met behulp van uitsluitingscriteria (zie factsheet in bijlage 1) zijn zes mogelijke locaties bepaald. Deze zijn in onderstaande kaart verbeeld. Voor het uiteindelijke voorkeursalternatief wordt in principe gekozen voor één locatie, maar ook een verdeling over verschillende locaties is te overwegen. De locaties zijn in beide alternatieven gelijk (maar verschillen uiteraard in omvang).

Figuur 4.4: Alternatieven SIC

4. Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven Onderbouwing alternatieven De veranderende veiligheidssituatie laat zien dat steeds zwaardere explosieven (o.a. in Oekraïne) gebruikt worden. Ook kunnen momenteel niet alle trainingen en grotere inzet van o.a. de genie voldoende gefaciliteerd worden door het bestaande oefenspringterrein in Reek. Zodoende wordt steeds meer naar het buitenland uitgeweken. Ook in het buitenland (zeker bij NAVO-partners in Europa) neemt de druk toe. Hierdoor staat de operationele gereedheid van de eenheden die gebruik maken van het oefenterrein (zie hieronder) onder druk. Het springterrein in Reek wordt gebruikt door CLAS genie-eenheden uit Oirschot, Wezep en Schaarsbergen. Daarnaast maken CLAS EODD, KCT, CZSK en KMarns Assault Engineers en MARSOF voor oefeningen met explosieven in Nederland gebruik van dit terrein. Ook politie-eenheden (zoals de BSB en de DSI) gebruiken het springterrein. Al deze eenheden zullen ook de gebruikers zijn van de nieuwe

Pagina 26 van 124

Definitief | 15 december 2023 | Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

oefencapaciteit. Door de beperkte capaciteit (in aantallen en omvang) worden veel trainingen in het buitenland (o.a. Noorwegen en VS) uitgevoerd. Meer mogelijkheden voor het uitvoeren van opleiding en training met explosieven in Nederland zal een positieve invloed hebben op de gereedstelling, groei, kostenbeheersing en inzetbaarheid van Defensie-eenheden. Er spelen op dit moment twee problemen op het terrein in Reek:

•

•

De omvang en capaciteit van dit terrein is beperkt in relatie tot het aantal trainingen en oefenen dat nodig is (met andere woorden het terrein is volledig volgeboekt met een wachtlijst), terwijl de vraag groter wordt. Vanwege de veroorzaakte hinder is ook het gebruik van de hoeveelheid springstof op dit terrein gelimiteerd. In de praktijk zien we zwaarder wordende explosieven waarvoor het oefenterrein in Reek onvoldoende toegerust op is. Ook biedt het terrein in Reek onvoldoende ruimte voor alle behoeften die de Defensie-eenheden hebben, bijvoorbeeld horizontaal effect wapens (wapen dat vanuit de zijkant effect heeft op het doel. Het wapen staat op maaiveldniveau). Het huidige terrein (2km2) is te klein om dit soort behoeften te accommoderen.

Redelijkerwijs te beschouwen alternatieven Het huidige terrein in Reek heeft een omvang van ongeveer 2 km2. Om het gebruik van meer explosieven mogelijk te maken zijn grotere veiligheidsafstanden rondom het detonatiepunt noodzakelijk. Bij een veiligheidsafstand van 1,5 km gaat het om een terrein met een oppervlak van ongeveer 7 km2. Daarnaast heeft de door de explosies veroorzaakte hinder ook invloed op de bebouwde omgeving. Hier moet ook rekening mee gehouden worden. Er is, gelet op de veiligheidsafstanden van een dergelijk terrein (en de onmogelijkheid om het te combineren met andere oefenterreinen), geen mogelijkheid om het te koppelen aan een bestaand oefenterrein. Tot de redelijkerwijs te beschouwen alternatieven behoren: 1. uitbreiding van het bestaande springterrein Reek; 2. de aanleg van een nieuw, groter terrein in de nabijheid van genie-eenheden in de regio Arnhem-Apeldoorn-Zwolle (nabij of op ASK en Wezep) of in de regio Marnehuizen Ten tijde van het opstellen van deze NRD is nog geen analyse uitgevoerd van mogelijke concrete locaties binnen de zoekgebieden. Met behulp van een GIS-analyse zal dit ten tijde van het planMER plaatsvinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1019/documents/15440