CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

f1b05e51-0c9f-4d84-babd-86106b1bdc56.pdf

Raadsvergadering 25 maart 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 6.c: AKKOORD Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Nieuwe Natuur Oostkant Dronten16.029 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Toelichting

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001) 20-10-2020

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Leeswijzer

7 7 8 10

Hoofdstuk 2 Huidige en toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Vigerend bestemmingsplan 2.3 Toekomstige situatie

11 11 15 17

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

23 23 23 25

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Luchtkwaliteit 4.3 Bodem 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Externe veiligheid 4.6 Ecologie 4.7 Water 4.8 Archeologie en cultuurhistorie 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Kabels en leidingen 4.11 Aanmeldnotitie M.e.r.

29 29 29 30 31 31 33 38 43 45 45 45

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Uitgangspunt 5.2 Bestemmingen 5.3 Algemene regels 5.4 Overgangs- en slotregels

49 49 49 51 51

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

53 53 53

3

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

4

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Toelichting

5

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

6

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De provincie heeft met het programma Nieuwe Natuur (pNN) een Openbaar maatschappelijke uitvraag georganiseerd waar een ieder voorstellen op kon indienen om nieuwe natuur te ontwikkelen. In 2014 heeft gemeente Dronten - in samenwerking met Staatsbosbeheer project 'Oostkant Dronten' ingediend. Met het toewijzingsbesluit voor het programma Nieuwe Natuur hebben Provinciale Staten op 17 december 2014 het project gehonoreerd. Het projectvoorstel beoogt om via het programma Nieuwe Natuur een bottom-up gebiedsontwikkeling aan de Oostkant van Dronten te bewerkstelligen, waarbij nieuwe natuur wordt gerealiseerd, mogelijkheden voor recreatieve ontwikkelingen worden vergroot en agrarische structuurverbetering plaatsvindt. Ter uitvoering van het project 'Nieuwe Natuur' zijn tachtig grondeigenaren en -gebruikers geïnformeerd over de participatiemogelijkheden en uitgenodigd voor inventarisatiegesprekken. Op basis van de inventarisatiegesprekken en de daarvoor ingevulde aanmeldformulieren is geëvalueerd welke grondeigenaren aanknopingspunten boden voor de realisatie van een concreet en haalbaar plan die zouden kunnen bijdragen aan de doelstellingen van het project 'Nieuwe Natuur'. Met deze grondeigenaren (deelnemers) zijn de gesprekken voortgezet en zijn afspraken vastgelegd in uitvoeringsovereenkomsten (de inrichtingsplannen maken deel uit van deze overeenkomst).

Naast natuurontwikkeling en uitbreiding van recreatieve mogelijkheden is agrarische structuurverbetering één van de doelen. Vier agrarische bedrijven hebben een plan gepresenteerd en verder ontwikkeld, waarbij de agrarische structuur wordt verbeterd. Zij leveren onder andere pachtgrond in en kopen grond terug waar nieuwe natuur of niet-agrarische bedrijvigheid wordt gerealiseerd. Twee van de vier bedrijven vergroten hun areaal. Grond die in de nieuwe situatie regulier wordt gebruikt, is beter van vorm, makkelijker te beregenen en makkelijker bereikbaar zonder over de weg te hoeven rijden (huiskavel). Tevens zien drie bedrijven kans om door natuurontwikkeling het verdienmodel onder hun bedrijven te verbreden en te verstevigen. Hierdoor verbetert hun toekomstperspectief. Omdat het op gang brengen van grondmobiliteit een belangrijk onderdeel vormde van het projectvoorstel, is vanuit het programma Nieuwe Natuur het bedrijf Tarpanweg 6 in Swifterbant (inclusief erf en opstallen), dat als ruilbedrijf in eigendom is van provincie Flevoland, beschikbaar gesteld. Daarnaast zijn middelen voor inrichting en beheer (eerste tien jaar) beschikbaar gesteld. Gemeente Dronten heeft samen met Staatsbosbeheer het voorstel geconcretiseerd en een complete planuitwerking inclusief business case opgesteld en aangeboden.

Dit plan is door de provincie Flevoland geaccepteerd, waarna er op 10 september 2018 een realisatieovereenkomst is getekend door de gemeente, Staatsbosbeheer en de provincie om het project ten uitvoer te brengen. Op basis van de intentieverklaringen van de deelnemers van juli 2018, die onderdeel zijn van de realisatieovereenkomst, zijn in de afgelopen periode de uitvoeringsovereenkomsten en inrichtingsplannen opgesteld. Met het plan wordt in totaal ruim 69 ha nieuwe natuur, inclusief recreatieve activiteiten, aan de Oostkant van Dronten gerealiseerd. Met de realisatie van de nieuwe natuur in Dronten Oost worden vier belangrijke natuurpotenties in het gebied versterkt: Verbinding natuurgebieden; Een meer gevarieerd natuurlijk systeem; Versteviging van de landschappelijke kwaliteit door verweving van functies; Beleefbare en goed beheerde natuur.

7

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Het college van B&W heeft op 12 september 2017 besloten om een positieve grondhouding aan te nemen als er wijzigingen van het bestemmingsplan nodig zijn, die voortvloeien uit de planuitwerking Nieuwe Natuur. De gemeente geeft aan deze positieve grondhouding uitvoering door middel van een ruimtelijke procedure, mits de planuitwerking en het daaropvolgende bestemmingsplan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en omgevingsaspecten. In de realisatieovereenkomst is vastgelegd dat de gemeente zorg draagt voor de ruimtelijke planprocedure om de realisatie van het project 'Nieuwe Natuur Oostkant' mogelijk te maken. Het project is niet volledig geregeld in de geldende bestemmingsplannen. Om deze reden is ter plaatse van de betreffende locaties een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet in voorgenoemde herziening.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is onderverdeeld in twee deelgebieden: de locatie Stobbenweg en de locatie Spijkweg. Op onderstaande afbeeldingen zijn de verschillende locaties weergegeven.

Afbeelding 1: Overzicht locaties deelgebied 2.

8

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 2: Overzicht locaties deelgebied 3.

Afbeelding 3: Overzichtskaart deelgebieden.

9

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

1.3

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd als volgt. In hoofdstuk 2 worden de bestaande situatie en de toekomstige situatie op het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan de verschillende beleidskaders. Hoofdstuk 4 geeft een uiteenzetting van de uitgevoerde onderzoeken ter behoeve van de realisatie van het project. In hoofdstuk 5 wordt de opzet van de regels van dit bestemmingsplan beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid van het plan getoetst.

10

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige en toekomstige situatie

Huidige situatie

Het plangebied is opgedeeld in twee deelgebieden: Stobbenweg en Spijkweg. Hieronder wordt per deelgebied de huidige situatie uitgewerkt. 2.1.1

Deelgebied 2: Stobbenweg

Percelen IIB en IB De percelen IIB en IB zijn het meest noordelijk gelegen in het plangebied. Perceel IB is in gebruik als akkerbouwgrond. Naast akkerbouwgrond wordt het perceel IIB ook gebruikt voor weide. Het perceel IIB wordt toegevoegd aan het erf Stobbenweg 6. Op het moment is er op dit erf een akkerbouwbedrijf aanwezig met daarbij gelegen een minicamping.

Afbeelding 4: Percelen IB en IIB. Percelen IIIC, IIIE en VA Deze gronden zijn op het moment in gebruik als akkerbouwgronden.

11

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 5: Percelen IIIC, IIIE en VA. Percelen IVA en VB Ten noorden van Stobbenweg 18 is een boslob gelegen. Ten westen van deze boslob liggen twee percelen die ook meegenomen worden in het project Nieuwe Natuur. Op het moment is deze grond in gebruik als akkerbouwgrond.

12

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 6: Percelen IVA en VB. 2.1.2

Deelgebied 3: Spijkweg

Spijkweg 9 Op het perceel Spijkweg 9 is momenteel een agrarisch bedrijf aanwezig met akkerbouw en schapenhouderij. Daarnaast is er een hoveniersbedrijf en een bedrijf voor botenopslag en onderhoud. Op het perceel is een bedrijfswoning met enkele opstallen aanwezig. De omliggende gronden ten zuiden en westen van het erf waar de erfuitbreiding plaatsvindt, zijn op het moment in gebruik als bos. Een deel van de geplande uitbreiding van het erf vindt aan de noordzijde van het bestaande erf plaats. Deze grond wordt op dit moment agrarisch gebruikt.

13

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 7: Spijkweg 9. Bos- en natuurperceel De gronden ten noorden van het perceel Spijkweg 9, deel uitmakend van het plangebied, worden op dit moment als akkerbouwgrond gebruikt. De beoogde eigenaar is Staatsbosbeheer. In het noordelijke deel van dit gebied staat een landschapskunstwerk.

14

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 8: Deelgebied Bos- en natuurperceel.

2.2

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van de deelgebieden gelden twee verschillende bestemmingsplannen: het bestemmingsplan 'Randmeerzone (8060)' (geconsolideerd op 27 juni 2013) en het bestemmingsplan 'Buitengebied (D4000)' (onherroepelijk op 6 oktober 2016). Hieronder is uitgewerkt welk bestemmingsplan per perceel geldt. 2.2.1

Deelgebied 2: Stobbenweg

Bestemmingsplan 'Buitengebied D4000' Ter plaatse van de locaties aan de Stobbenweg geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied (D4000)'. Alle deelgebieden zijn op het moment voorzien van de bestemming 'Agrarisch'. Daarnaast geldt er op de percelen een archeologische dubbelbestemming. De agrarische dubbelbestemming varieert in het plangebied tussen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 3'. Daarnaast ligt aan de noordoostzijde van het perceel bij Stobbenweg 6 de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. Rondom de agrarische bedrijven zijn enkele functieaanduidingen opgenomen. Over een klein deel van de erfuitbreiding bij Stobbenweg 6 (perceel IIB) ligt de gebiedsaanduiding 'geluidzone - spoor. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van de locatie Stobbenweg weergegeven.

15

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 9: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied (D4000)' ter plaatse locatie Stobbenweg. 2.2.2

Deelgebied 3: Spijkweg

Bestemmingsplan 'Randmeerzone (8060)' Het bestemmingsplan 'Randmeerzone (8060)' geldt ter plaatse van het gehele deelgebied Spijkweg. De locaties zijn op het moment voorzien van de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Bos'. Tevens geldt er een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. In het plangebied zijn verschillende gebiedsaanduidingen aanwezig: het gaat om 'vrijwaringszone - dijk', en 'geluidzone - weg'. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het deelgebied Spijkweg weergegeven.

16

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 10: Uitsnede bestemmingsplan 'Randmeerzone (8060)' ter plaatse van deelgebied Spijkweg. Omgevingsvergunning Landschapskunstwerk In de noordelijke punt van deelgebied Spijkweg is ten behoeve van de aanleg van een landschapskunstwerk een omgevingsvergunning verleend. De bouw van dit landschapskunstwerk was destijds niet in het vigerende bestemmingsplan geregeld. Om deze reden is de aparte omgevingsvergunning hiervoor verleend. De vergunning maakt het mogelijk om een landschapskunstwerk van zeven meter hoog te realiseren. Het landschapskunstwerk is inmiddels gerealiseerd.

2.3

Toekomstige situatie

Het project Nieuwe Natuur bestaat uit de realisatie van ruim 69 ha nieuwe natuur, inclusief recreatieve activiteiten, aan de Oostkant van Dronten. Onderdeel hiervan zijn ook twee erfuitbreidingen. Door deelname aan het project 'Nieuwe Natuur Oostkant Dronten' hebben de deelnemers de mogelijkheid gekregen om de om te vormen landbouwgronden naar natuurgronden te beheren en in eigendom te verwerven. Ook kunnen zij gronden verwerven voor (recreatieve) activiteiten die het financieel mogelijk maken om de te ontwikkelen natuur in stand te houden dan wel bedrijfstechnisch toekomstperspectief te houden. Alles tegen taxatiewaarde. De openstelling voor het publiek is een belangrijk uitgangspunt voor het programma Nieuwe Natuur. In beginsel is de eindbeheerder verplicht om de percelen nieuwe natuur open te stellen voor het publiek. In het beheerplan is per deelnemer vastgelegd op welke wijze de gerealiseerde Nieuwe Natuur voor het publiek toegankelijk en beleefbaar is. Op de diverse percelen worden onder andere openbaar toegankelijke wandelpaden gerealiseerd. Verder komt op één van de percelen een beheerschuur, waar informatie en educatie rondom het thema nieuwe natuur een plek gaat krijgen. Het beheerplan maakt deel uit van de uitvoeringsovereenkomst die per deelnemer afgesloten is. Hieronder wordt per deelgebied beschreven wat de toekomstige situatie wordt.

17

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

2.3.1

Deelgebied 2: Stobbenweg

Percelen IB en IIB Ter plaatse van het perceel IB (nabij Stobbenweg 6) wordt de realisatie van 6,8 hectare nieuwe natuur mogelijk gemaakt. Op een nieuw te verwerven en in te richten perceel van twee hectare (perceel IIB) wordt de bestaande boerencamping tot veertig plaatsen (tien bestaande en dertig nieuwe plaatsen inclusief tien trekkershutten) uitgebreid. De inrichting van de camping zal bijdragen aan de versterking van de landschappelijke inpassing van het erf en de natuurwaarden in de omgeving. De nieuw in te richten natuur op het perceel in de oksel van de Stobbenweg (perceel IB) wordt als volgt opgepakt. De watergangen rond het perceel worden voorzien van natuurvriendelijke oevers. Daar binnen in komt bloemrijk grasland, dat extensief zal worden beweid of gehooid. Er worden horsten aangeplant met daarin vruchtdragende bomen en heesters. Tevens wordt extensief recreatief medegebruik mogelijk gemaakt.

Afbeelding 11. Inrichtingsplan perceel IB.

18

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 12. Inrichtingsplan perceel IIB. Percelen IIIC en IIIE Op de percelen IIIC en IIIE wordt 18,5 hectare nieuwe natuur aan weerszijde van de Stobbenweg. De inrichting beoogt bestaande natuurwaarden te versterken en uit te breiden. De basis voor het plan is een robuust natuurlijk raamwerk van sloten, zomen en akkerranden. Hierbinnen liggen kleinschalige kruidenrijke akkers. De aanwezige watergangen worden hiertoe voorzien van natuurvriendelijke oevers. In aansluiting op de bestaande bossen zal een brede zoom worden ingericht. Rond de akkercomplexen komen kruiden- en faunarijke grasranden. Het grasland wordt extensief beweid of gehooid en kent dankzij de verschillen op de percelen diverse vegetatietypen, ruigten en struweel. Op de percelen is tevens extensief recreatief medegebruik mogelijk.

19

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 13. Inrichtingsplannen percelen IIIC en IIIE. Perceel VA Op het perceel VA wordt ongeveer 16 ha nieuwe natuur in aansluiting op bestaande natuur. De inrichting beoogt bestaande natuurwaarden te versterken en uit te breiden. De basis voor het plan is een robuust natuurlijk raamwerk van sloten, zomen en akkerranden. Hierbinnen liggen kleinschalige kruidenrijke akkers. Het grote perceel zal worden voorzien van natuurvriendelijk ingerichte oevers, langs de Stobbenweg uitgebreid met brede moerasbermen. Een raamwerk van grasranden verdeeld de kavel onder in drie kleinschalige percelen waar kruidenrijke akkers zullen worden ontwikkeld. Tussen de akkers worden twee zomen met kruidenrijk grasland met vruchtbomen gerealiseerd. Deze bestaan uit een mengsel van inheemse boomvormers en struweel, aangevuld met vruchtdragende bomen en heesters. Tevens is extensief recreatief medegebruik mogelijk. In dit perceel wordt een beheerschuur inclusief bijenstal opgericht als informatiepunt ter ondersteuning van openbare natuur functie en om mogelijkheden van de recreatieve functie te vergroten.

20

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 14. Inrichtingsplannen percelen VA en VB. Percelen IVA en VB Het inrichtingsplan voor perceel IVA voorziet in de uitbreiding van de bestaande boslob met ongeveer 2,5 hectare nieuw bos. Het inheemse loofbos zal worden aangeplant. De aanwezigheid van (tijdelijke) ruigten is een waardevolle aanvulling op de aanwezige natuurwaarden in het gebied. Het perceel VB, ca. 5,9 ha, wordt ingericht als kruidenrijke akker en grassen.

21

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

2.3.2

Deelgebied 3: Spijkweg

Spijkweg 9 Op de overgang van het bosgebied naar het akkerbouwgebied ligt het perceel Spijkweg 9. Het betreft van oorsprong een akkerbouwbedrijf met percelen aan weerszijde van de Spijkweg tot aan de Bremerbergdijk. Het erf met opstallen is gelegen aan de oostkant van de Spijkweg en wordt aan twee zijden omgeven door het Spijkbos. Naast de agrarische- en hoveniersactiviteiten exploiteert de eigenaar er een botenonderhoud en -opslag bedrijf en een hoveniersbedrijf. Het erf wordt in noordelijke, zuidelijke en oostelijke richting uitgebreid met ca 1,75 hectare, waarvan ca 6.090 m2 gebruikt gaat worden voor manoeuvreerruimte en uitbreiding bedrijfsbebouwing voor botenonderhoud e.d. Van deze ca 6.090 m2 komt ca 450 m2 in het noordelijke deel voor manoeuvreerruimte. De overige grond wordt gebruikt voor landschappelijke inpassing en weide voor hobbydieren. Bos- en natuurperceel Het perceel ten noorden van Spijkweg 9 bestaat uit drie landbouwpercelen en heeft een oppervlakte van ongeveer twintig hectare. De perceelseigenaar (RVB) (en pachter) zijn bereid de gronden over te dragen. De natuurfunctie is daarbij wel een doel en deze dient binnen het project gerealiseerd te worden. Ten noorden van het in te richten gebied ligt natuurgebied Greppelveld. Een bijzonder karakteristiek vogelgebied dankzij de aanwezigheid Rietgors en Graspieper en de zo nu en dan aanwezige Kwartelkoning.

Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan bosgebied Het Spijk dat onderdeel is van het Nationaal Natuurnetwerk. Het perceel wordt voorzien van een inrichting die de verbinding legt tussen de natte natuurwaarden van de randmeren en weidevogels in het Greppelveld. Het gebied zal na inrichting een waardevolle bijdrage leveren aan de versterking van de natte milieus van de randmeren, en kunnen dienen als foerageergebied voor steltlopers. Het gebied wordt hiervoor omgevormd tot een nat gebied met een afwisseling van open water, moeraszones, kruidenrijk grasland en een deel vochtig bos met productie. Hierbij worden de verschillende gradiënten en de aanwezigheid van kwel in de nabijheid van de dijk benut. Om te voorzien in de optimale omstandigheden voor de moerasachtige vegetaties zal het maaiveld ter plaatse worden afgegraven en de aanwezige drainage worden gedicht. Het geheel sluit met de structuurrijke inrichting goed aan op het beschermplan moerasvogels en is botanisch zeer interessant. Een pad verbindt de parkeerplaats aan de Bremerbergdijk, via het landschapskunstwerk ter gelegenheid van het honderd jarig bestaan van de Zuiderzeewet, met de wandelroutestructuur in het Spijkbos.

22

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR 2012)

De SVIR geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Het relevante beleidskader wordt gevormd door de provincie en vooral door de gemeente. De SVIR is op 13 maart 2012 vastgesteld en vervangt de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit. De voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied raken geen van de nationale belangen en zijn niet in strijd met het rijksbeleid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Dit bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro. In de SVIR is 'De ladder voor Duurzame Verstedelijking' (Ladder) geïntroduceerd.

De Ladder is ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Als een bestemmingsplan verstedelijking mogelijk maakt, dan moet eerst beoordeeld worden of hiervoor een regionale behoefte is en vervolgens of deze behoefte opgevangen kan worden in het bestaande stedelijk gebied. Als dat niet het geval is, dan moet een locatie worden gekozen die passend multimodaal kan worden ontsloten. Conclusie De SVIR doet geen relevante uitspraken over het plangebied. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe verstedelijking mogelijk. Een toetsing aan de Ladder is in dit kader niet nodig.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie FlevolandStraks

De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaaleconomische omgeving), Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: Duurzame Energie Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken Het project Nieuwe Natuur Oostkant Dronten is een onderdeel van het provinciale programma Nieuwe Natuur. Dit programma startte in 2013. Dit onderhavige project draagt bij aan de opgave Regionale kracht uit de Omgevingsvisie. De ambitie van deze opgave is:

23

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

"In 2030 en verder heeft Flevoland een aantal voorzieningen dat op bovenregionaal niveau van excellente kwaliteit is. Voorzieningen met een aantrekkingskracht en een reputatie die over de provinciegrenzen heen gaan. Het gaat onder meer om Lelystad Airport, excellente woonmilieus in Almere en Lelystad, prachtige groenblauwe natuur- en recreatiegebieden langs de waterrijke randen van de polder en de toplandbouw. Grotendeels zijn dit ook de oorspronkelijke krachten van Flevoland. De polder is ingericht voor landbouw, wonen en recreatie met een bovenlokale betekenis. Met deze ambitie geven we een eigentijds vervolg aan deze oorspronkelijke opzet van Flevoland. De economische krachten van de Noordelijke Randstad (Amsterdam, Utrecht, Gooi en Amersfoort) en Zwolle strekken – onder andere via corridor- en knooppuntontwikkeling – steeds verder en intensiever de polder in. Flevoland is optimaal aangesloten op de diverse (infrastructurele) netwerken. Hiermee wordt onze positie in de netwerken versterkt en daarmee de positie van de Flevolander." De realisatie van nieuwe natuur Oostkant Dronten draagt bij aan het versterken van de prachtige groenblauwe natuur- en recreatiegebieden langs de waterrijke randen van de polder (blauwgroene slinger). Conclusie Voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de beleidsuitgangspunten uit de omgevingsvisie.

De Omgevingsvisie FlevolandStraks staat positief tegenover deze ontwikkeling. 3.2.2

Programma Nieuwe Natuur

Op 20 maart 2013 hebben Provinciale Staten van Flevoland besloten om niet langer in te zetten op de verbindingszone Oostvaarderswold, maar een programma Nieuwe Natuur in Flevoland te realiseren. In oktober 2013 is provincie Flevoland gestart met het programma Nieuwe Natuur. De provincie heeft ondernemers, bewoners, terreinbeherende organisaties en gemeenten uit Flevoland gevraagd om met plannen voor de creatie van nieuwe natuur te komen. De verbinding tussen mens en natuur en natuur dicht bij de mensen waren daarbij belangrijke thema's. Uit alle ingediende ideeën zijn 22 projectvoorstellen voortgekomen, die betrekking hebben op 14 verschillende locaties in Flevoland. Onderhavige ontwikkeling is één van deze projectvoorstellen. 3.2.3

Omgevingsverordening Provincie Flevoland

De Omgevingsverordening Provincie Flevoland, vastgesteld 27 februari 2019, richt zich op de fysieke leefomgeving in de provincie Flevoland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De omgevingsverordening sluit aan bij het beleid van de omgevingsvisie. De omgevingsverordening is voor deze voorgenomen ontwikkeling relevant, omdat het regels bevat over het Natuurnetwerk Nederland. De ontwikkeling bij Spijkweg 9 vindt plaats in een gebied dat begrenst is als Natuurnetwerk Nederland. Voor dit gebied zijn door Gedeputeerde staten wezenlijke waarden en kenmerken aangewezen. Verder staan er regels in over het wijzigen van deze begrenzing en de procedure. Ook staan er regels in over natuurbescherming met het oog op soortenbescherming. Conclusie De verordening doet uitspraken die van toepassing zijn op het plangebied van voorliggend initiatief. Bij deze ontwikkeling moet rekening worden gehouden met hetgeen van toepassing is op deze ontwikkeling uit de provinciale omgevingsverordening. 3.2.4

Omgevingsprogramma Provincie Flevoland

Het Omgevingsprogramma van de Provincie Flevoland loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In dit eerste omgevingsprogramma heeft de provincie een aantal verplichte plannen verwerkt: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes

24

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak. Het Omgevingsprogramma is in principe zelfbindend voor de provincie. Wel moet het waterschap bij vaststelling van een waterbeheerplan rekening houden met de door de provincie uitgewerkte kaderstelling in het regionale waterprogramma. Voor de doorwerking van andere thema’s uit het Omgevingsprogramma maakt de provincie waar nodig gebruik van gezamenlijke programma’s, bestuurlijke afspraken, convenanten, stimuleringsregelingen en de Omgevingsverordening Flevoland. In het omgevingsprogramma benoemt de provincie het programma Nieuwe Natuur als uitwerking van hun verantwoordelijkheid voor de bescherming en instandhouding van natuurwaarden in de provincie. Conclusie Het omgevingsprogramma doet geen uitspraken die belemmerend zijn voor het initiatief. Daarnaast wordt het programma Nieuwe Natuur benoemd als onderdeel van het Omgevingsprogramma. 3.2.5

Beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied (2008)

Ten slotte speelt ook de beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied (2008) een rol bij voorgenomen ontwikkeling. Met deze beleidsregel willen Gedeputeerde Staten aangeven op welke wijze zij omgaan met de uitgangspunten zoals die in het Omgevingsplan Flevoland 2006 zijn geformuleerd met betrekking tot kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied. De onderhavige beleidsregel heeft betrekking op de (voormalige) agrarische bouwpercelen in het landelijke gebied van Flevoland. De beleidsregel geeft regels over geen belemmering van bestaande functies, voorkomen verstedelijking van het landelijk gebied, landschappelijk inpassing en verkeerskundige inpassing. Conclusie De beleidsregel geeft regels waarmee rekening moet worden gehouden bij voorgenomen ontwikkeling. De beleidsregel doet geen uitspraken die belemmerend zijn voor de ontwikkeling.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Coalitieakkoord 2018-2022 Naar nieuwe verbindingen

Het coalitieakkoord 2018-2022 gaat over de wijze waarop de coalitie wil besturen. Eén van de uitgangspunten hiervoor is "ruimte voor ondernemers" waarbij "het recreatieve landschap verbindt onze dorpen" een onderdeel is. De Oostrand van Dronten, Ketelhaven en Ketelmeeroever zijn belangrijk voor het verder ontwikkelen van ons recreatieve en toeristisch landschap. De coalitie faciliteert en omarmt initiatieven, trekt op met samenleving, ondernemers en provincie. En is verantwoordelijk voor de uitstekende randvoorwaarden, die uitnodigen tot ondernemen. Met projecten als Nieuwe Natuur faciliteren en stimuleren we met provincie Flevoland nieuwe functies van ons landschap. Conclusie Onderhavig initiatief betreft het project Nieuwe Natuur. Het initiatief draagt bij aan het coalitieakkoord.

25

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

3.3.2

Sociaal economische visie, Daadkracht door samenwerking (2017)

In de sociaal economische visie Dronten 2016-2020 schetst de gemeente de (rand)voorwaarden die moeten leiden tot een concurrerend vestigingsklimaat in de gemeente. De vrijetijdssector is één van de twee sectoren die de gemeente nadrukkelijk wil stimuleren. In nauw overleg met ondernemers wordt afstemt hoe het gebied op dit moment een hogere belevingswaarde kan worden gegeven, maar ook verder kunnen ontwikkelen in de toekomst. Daarbij wordt veel belang gehecht aan de balans tussen ruimte voor agrarisch landgebruik, natuurontwikkeling en recreatie. De ambitie die uit deze strategie volgt is: Er is een proces opgestart om te onderzoeken waar we agrarische structuurversterking, nieuwe natuur en ruimte voor recreatie kunnen realiseren. In 2016 is het duidelijk welke ontwikkelingsmogelijkheden hier liggen en hoe dit kan worden uitgevoerd. Conclusie Het initiatief is een uitwerking van de genoemde ambitie 3.3.3

Structuurvisie Dronten 2030 (november 2012)

Op 29 november 2012 heeft gemeenteraad de “Structuurvisie Dronten 2030” vastgesteld. De structuurvisie schetst het ruimtelijk en economisch perspectief tot aan 2030 en beschrijft de toekomst van onze gemeente op het gebied van wonen, recreatie, de agrarische sector, natuur, infrastructuur, economie en het voorzieningenniveau van onze kernen. De visie geeft op al die ruimtelijk economische thema’s een duidelijke richting en laat zien hoe de gemeente de kwaliteiten die zij heeft, toekomstbestendig maakt. Dit gebeurt onder meer door zorgvuldig en stapsgewijs te bouwen en de bestaande woonwijken te verbeteren. Dit initiatief ligt nabij de bos- en natuurrijke zone langs randmeren. De randmeren en de bos- en natuurrijke zone daarlangs in de oostrand van de gemeente zijn van belang voor zowel recreatie als natuur. Het plangebied behoort tot het noordelijke deel van de randmeerzone. Deze zone is meer gericht op extensieve vormen van recreatie, zoals wandelen, fietsen, paardrijden en extensieve verblijfsrecreatie. Het zuidelijke deel is meer gericht op intensieve vormen van recreatie. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen zowel in het zuidelijk deel als in het noordelijk deel van de randmeerzone bij te dragen aan de versterking van deze landschappelijke kwaliteit. Het doel is om (binnendijks) een robuust en aaneengesloten groenblauw raamwerk te realiseren van bossen en open natuurgebieden.

De gemeente wil het belang van de oostrand voor recreatie en toerisme vergroten. De bosgebieden in de randmeerzone worden aantrekkelijker en toegankelijker gemaakt voor recreanten. Door zonering wordt een goede afstemming met de natuurwaarden bereikt. In het noordelijk deel, waar het plangebied in ligt, ligt het accent op extensieve recreatie. De natuurwaarden van de bosgebieden langs de randmeren vormen een belangrijk onderdeel van de ecologische hoofdstructuur (tegenwoordig: Natuur Netwerk Nederland). De belangrijkste natuurwaarden liggen in de oost-, zuid- en noordrand van de gemeente. De gemeente faciliteert en stimuleert het behoud en de versterking van deze kwaliteiten door het: 1. 2. 3.

doorontwikkelen van de bestaande bossen; creëren van een aaneengesloten groenblauw raamwerk; combineren van kansen.

De gemeente faciliteert initiatieven langs de westrand van de bosrijke delen van de Randmeerzone, waarbij het uitgangspunt is dat een combinatie wordt gemaakt met verbreding van de bossen in westelijke richting. In het noordelijke deel, waaronder het plangebied, gaat het om functies die passen bij het extensieve karakter van het gebied, zoals nieuwe landgoederen, een theehuis, maar ook zorgvuldig ingepaste en extensieve verblijfsrecreatie is hier mogelijk. Zo worden economischrecreatieve kansen gecombineerd met landschappelijk-ecologische kansen. Vanuit ecologisch oogpunt is vooral de versterking van de bosverbinding tussen het Spijkbos en het Bremerbergbos - ten noordwesten van Walibi Holland en het Nationaal EvenementenTerrein - wenselijk, omdat deze momenteel zeer smal is.

26

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 16: Uitsnede Structuurvisie Dronten 2030; ter plaatse van deelgebied 2 en deelgebied 3. Conclusie Het initiatief sluit aan bij de Structuurvisie Dronten 2030. De belangrijkste kernkwaliteiten van de gemeente Dronten worden mede door dit project versterkt en aangevuld. De versterking van extensieve recreatie en de natuurwaarden draagt bij aan de landschappelijke, recreatieve en ecologische versterking van de randmeerzone. In de structuurvisie worden verder geen strijdige uitspraken gedaan over het project. 3.3.4

Oostkant Dronten Strategische Visie (2010)

De Oostkant van Dronten heeft grote kwaliteiten, waar natuurwaarden en recreatiemogelijkheden samenkomen. Functies zitten elkaar soms in de weg. Een samenhangende visie geeft aan hoe de bestaande kwaliteiten behouden en uitgebouwd kunnen worden. De hoofdlijnen van deze visie zijn onder andere: natuur als duurzame basis, recreatie en toerisme als dé economische drager, harmonie tussen natuur en recreatie: gewenst en mogelijk en het landschap groeit continu. Het landschappelijke raamwerk en de infrastructuur bieden samen de condities voor de doorontwikkeling van de recreatie in het gebied. De groenblauwe ruggengraad van de Randmeren en binnendijkse bos- en natuurgebieden maken deel uit van dit landschappelijk raamwerk. De ambitie is het recreatieve gebruik te verzoenen met de huidige en potentiële kwaliteiten van natuur en landschap. Beoogd wordt om deze kwaliteit te versterken. Binnen deze visie is daartoe een zonering aangebracht met ieder een eigen profiel. Ter hoogte van het Abbertbos staat rust, ruimte en natuur voorop; genieten recreanten van rust en ruimte en zijn 'te gast' in de natuur en nieuwe recreatie-initiatieven zijn alleen mogelijk in het landbouwgebied (in aansluiting op het bos) in combinatie met de aanleg van nieuwe natuur. In de zone Greppelveld/ Elburg is versterken van het ecologie het doel (uitbreiding van nat natuurgebied).

27

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Conclusie De kwaliteiten in dit gebied worden door het initiatief versterkt. De zone Abbertbos wordt versterkt met natuur en kleinschalige recreatie. Ten zuiden van de Elburgerbrug wordt binnendijks ten noorden van het Spijkbos (natte) natuur en bos ontwikkeld. 3.3.5

Ruimtelijke economisch ontwikkelingskader oostkant Dronten 2012-2018 (2010)

Het ruimtelijk economisch ontwikkelingskader geeft richting aan de ontwikkeling van de Oostkant van Dronten. Op basis van de interviews met de stakeholders en de analyse van het gebied en het beleid komen concreet drie hoofdopgaven voor het gebied naar voren. Het gaat om investeren in: Een robuust en samenhangend ecologisch groenblauw raamwerk; Hoogwaardige recreatieontwikkelingen en duurzame landbouw; Aantrekkelijke recreatieve verbindingen en optimale toegankelijkheid. De ontwikkelingsruimte is bepaald op basis van een scenario verkenning. In deze verkenning is gezocht naar de speelruimte en de balans voor ontwikkeling van ecologie en economie. Voor het deelgebied Reve-Abbert wordt ingestoken op recreatie en bos- en natuurontwikkeling hand-in-hand. Het Revebos en de Abbert zijn relatief smalle delen van de bosgordel. Het is wenselijk om dit deelgebied robuuster te maken en de agrarische structuur te versterken. In de driehoek Spijkweg - Bremerbergdijk - Spijkbos is het streefbeeld natte natuurgebieden (graslanden, moeras). Conclusie Het initiatief haakt in op de ontwikkelingsrichting zoals verwoord in het Ruimtelijk economisch ontwikkelingskader oostkant Dronten 2012-2018.

28

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van de Wgh dient bij het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect "geluid". In de Wgh is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. Weg- en spoorverkeer Ingevolge het bepaalde in de Wet geluidhinder heeft in beginsel iedere weg een geluidszone. Een dergelijke zone geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangewezen gebied of wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. De deelgebieden zijn gelegen aan wegen waar harder dan 30 km/uur gereden mag worden. Daarnaast is aan de noordzijde van het deelgebied Stobbenweg de Hanzespoorlijn aanwezig welke ook voorzien is van een geluidzone. Het initiatief voorziet in de realisatie van natuurwaarden en van recreatieve functies. Deze ontwikkelingen zijn niet als gevoelige functies aangemerkt in het kader van de wet geluidhinder. Bovendien eindigt de grens van de geluidzone van de Hanzelijn in de te realiseren erfsingelbeplanting perceel IIB ter hoogte van Stobbenweg 6. Om deze reden is het niet nodig om verder akoestisch onderzoek uit te voeren.

Industrielawaai De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats binnen een zone waarin industrielawaai voorkomt. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.2

Luchtkwaliteit

Kader De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2 ) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht worden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diversie regio's om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Projecten die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in het NSL in de provincies c.q. regio's waar overschrijdingen plaatsvinden. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt.

Projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij drie procent van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het

29

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is significant is ten opzichte van een etmaal. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval is bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming: Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen vijftig meter van een provinciale weg of driehonderd meter van een Rijksweg is alleen toegestaan aan deconcentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden. Situatie plangebied Het initiatief voorziet in de aanleg van natuurwaarden en in de uitbreiding van enkele erven. De natuurwaarden zullen geen extra verkeersbewegingen genereren. De uitbreidingen op de erven voorzien mogelijk in een aantal extra verkeersbewegingen, deze verkeersbewegingen zullen echter ver onder de nibm-grens blijven. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het initiatief.

4.3

Bodem

Kader Bij het opstellen van bestemmingsplannen is de hoofdvraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Situatie plangebied Het initiatief voorziet niet in de toevoeging van gevoelige functies in het kader van de Wet bodembeheer. Volgens de bodemkwaliteitskaart van Flevoland is de bodem geschikt voor de te realiseren functies (deze vallen binnen Bodemfunctieklasse Landbouw/natuur). Een bodemonderzoek is alleen noodzakelijk indien grond buiten het plangebied wordt gebracht of indien het toepassen van een hogere bodemkwaliteitsklasse gewenst is. Dit kan uitgevoerd worden als onderdeel van de omgevingsvergunning. Indien er grond of verhardingsmaterialen van de locatie wordt afgevoerd of wordt aangevoerd, gelden de regels van het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende regeling en kan, ongeacht de resultaten van het verkennend bodemonderzoek, een aanvullende keuring van de af te voeren partij worden gevraagd en zijn mogelijke verwerkingskosten van toepassing.

De eigenaar van de locatie waar de grond wordt toegepast of als deze wordt afgevoerd naar een grondbank kan verzoeken om aanvullend een partijkeuring uit te voeren. Hierbij dient rekening gehouden te worden met aanvullende gegevens met betrekking tot PFAS. Conclusie In het kader van dit bestemmingsplan is er geen nader onderzoek nodig naar de bodemkwaliteit. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het plan.

30

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Kader In het kader van de Wet milieubeheer dient in nieuwe situaties rekening te worden gehouden met (wenselijke) afstanden tussen bepaalde milieubelastende functies en milieugevoelige functies. In de uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een richtafstandenlijst opgenomen. In de lijst is voor allerlei soorten "milieubelastende activiteiten" aangegeven welke richtafstanden vanwege geur, stof, geluid en gevaar bij voorkeur aangehouden moeten worden ten opzichte van "milieugevoelige activiteiten". De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Plangebied In het plangebied worden natuurwaarden gerealiseerd. In ruil hiervoor krijgt een aantal particulieren de mogelijkheid tot uitbreiding van de activiteiten op hun erf. De te realiseren functies zijn niet aangeduid als gevoelige functies. De erfuitbreiding bij Stobbenweg 6 voorziet tevens niet in de realisatie van milieubelastende functies. De erfuitbreiding van het bedrijf aan Spijkweg 9 voorziet in manoeuvreerruimte en uitbreiding bedrijfsbebouwing voor botenonderhoud e.d. Op basis van de richtafstandenlijst geldt voor scheepsbouwen reparatiebedrijven van respectievelijk kunststof en metalen schepen een richtafstand van respectievelijk honderd en tweehonderd meter ten aanzien van het aspect geluid.

De dichtstbijzijnde gevoelige functie betreft het vakantiepark ten zuiden van Spijkweg 9. Deze ligt op circa 350 meter afstand van de beoogde erfuitbreiding. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand. Vanwege de omvang van het bedrijf en de afstand tot het vakantiepark wordt verwacht dat wordt voldaan aan een goed verblijfsmilieu ter plaatse van het vakantiepark. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan.

4.5

Externe veiligheid

Kader Bij externe veiligheid gaat het onder meer om de productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'objecten' wordt voldaan aan de normen. Situatie plangebied Op onderstaande afbeeldingen zijn uitsneden van de risicokaart weergegeven ter plaatse van de deelgebieden Stobbenweg en Spijkweg. Aan de noordwestzijde van Stobbenweg 6 ligt de hogedruk aardgasleiding A-655. Uit de Signaleringskaart blijkt dat ter plaatse van de uitbreiding van Stobbenweg 6 een aandachtszone vanwege de hogedruk aardgasleiding geldt. Het overige deel van het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van inrichtingen of transportroutes gevaarlijke stoffen.

31

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 17: Uitsnede risicokaart deelgebied Stobbenweg.

Afbeelding 18: Uitsnede risicokaart deelgebied Spijkweg.

32

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 19: Uitsnede Signaleringskaart Externe veiligheid percelen IB en IIB (ter hoogte van Stobbenweg 6). Bij het perceel bij Stobbenweg 6 wordt de uitbreiding van een camping voorzien (perceel IIB). In de huidige situatie zijn op het erf Stobbenweg 6 reeds 10 kampeerplaatsen mogelijk. Als gevolg van voorliggend plan worden in totaal 30 kampeerplaatsen inclusief 10 trekkershutten mogelijk gemaakt. In het Bevi is geregeld dat een camping vanaf 50 verblijfplaatsen als beperkt kwetsbaar en daarmee gevoelig object wordt aangemerkt. Onder deze grens is een camping niet beperkt kwetsbaar en hoeft er geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. De bestrijdings- en vluchtmogelijkheden worden door het initiatief niet beperkt. Om deze reden vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor het plan. Een deel van het deelgebied Spijkweg ligt binnen het terrein van recreatie centrum EuroParcs Resort Zuiderzee. De risicocontour van deze inrichting reikt niet tot buiten de terreingrens. De uitbreiding van het erf Spijkweg 9 wordt niet belemmerd. De ontwikkeling van natuur wordt niet belemmerd door het terrein. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering in het kader van dit bestemmingsplan.

4.6

Ecologie

4.6.1

Kader

Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Hierin zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet samengevoegd. Met de inwerkingtreding van deze wet is het decentralisatieproces van het natuurbeleid formeel afgerond. Daarmee hebben de provincies de regie over het natuurbeleid in de regio, waarbij ook bevoegdheden van het Rijk naar de provincies zijn overgedragen. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort.

33

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

4.6.2

Onderzoek

Voor het plan is een ecologisch onderzoek uitgevoerd naar mogelijke effecten van het planvoornemen op de aanwezige natuurwaarden. Het gaat hierbij om effecten op in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten (flora en fauna) en Natura 2000-gebieden (gebiedsbescherming), en in het kader van provinciaal ruimtelijk beleid beschermde gebieden (NNN). Het ecologisch onderzoek is opgenomen in Bijlage 1 Advies Natuurwaarden bij deze toelichting. Na uitvoering van dit onderzoek is het plangebied echter gedeeltelijk aangepast. De contour van het plangebied is aan de zuidoost en zuidwestzijde gewijzigd. Om die reden is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Zo kon bekeken worden of de wijziging van de contour van het plangebied leidt tot andere conclusies ten aanzien van de Wet natuurbescherming dan die opgenomen in de ecologische beoordeling als opgenomen in Bijlage 1 (Advies Natuurwaarden) bij deze toelichting. Daarnaast heeft de gemeente aanvullend onderzoek laten uitvoeren naar het al dan niet aanwezig zijn van een jaarrond beschermde nestplaats van Sperwer en/of Ransuil binnen het plangebied. Het onderzoeksrapport dat naar aanleiding van deze vragen is opgesteld, is opgenomen als Bijlage 2 (Ecologische beoordeling uitbreiding contour plangebied Spijkweg 9 in Biddinghuizen) bij deze toelichting.

Onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied is separaat bijgevoegd als Bijlage 3 (Aanvullend onderzoek vleermuizen) bij deze toelichting opgenomen. Tot slot is ook voor herbegrenzing van het NNN-gebied (als gevolg van de uitbreiding van het erf aan de Spijkweg 9) ecologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 5 (Effectenonderzoek NNN Het Spijk) bij deze toelichting gevoegd. 4.6.2.1 Soortenbescherming Uit het onderzoek komt naar voren dat in en om het plangebied beschermde soorten voorkomen, of kunnen voorkomen. Bij de inrichting van het plangebied gaan bij het perceel Spijkweg 9 (perceel 13 volgens nummering Advies Natuurwaarden) enkele bomen met mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van vleermuizen nabij deze bomen was noodzakelijk en is om die reden uitgevoerd. Zoals reeds vermeld, is dit onderzoek als Bijlage 3 (Aanvullend onderzoek vleermuizen) bij deze toelichting opgenomen. Uit het onderzoek komt naar voren dat door uitvoering van de plannen één balts-/paarverblijfplaats van Gewone dwergvleermuis verloren zal gaan. Voorafgaand aan de kap van de bomen dient daarom een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden verkregen bij het bevoegd gezag (provincie Flevoland).

Ook is in dit perceel één boom aangetroffen met een nest dat mogelijk geschikt is als nestplaats voor sperwer of ransuil. Nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van sperwer en ransuil bij deze nestplaats was noodzakelijk en is om die reden uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 5 (Effectenonderzoek NNN Het Spijk) bij deze toelichting. Uit het onderzoek komt naar voren dat het gebied in principe mogelijkheden biedt voor jaarrond beschermde nestplaatsen van vogelsoorten als Sperwer en Ransuil. Tijdens een veldbezoek op 2 april 2020 zijn echter geen geschikte nestplaatsen voor uilen aangetroffen. Door uitvoering van de plannen ontstaat geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels. Verder is dit perceel mogelijk leefgebied voor grote weerschijnvlinder. Nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van deze soort in dit perceel is was noodzakelijk en is om die reden uitgevoerd tezamen met het onderzoek naar sperwer en ransuil dat als Bijlage 5 (Effectenonderzoek NNN Het Spijk) bij deze toelichting is opgenomen. Aan de hand van het nader onderzoek is bepaald of het aanvragen van een ontheffing van de Wnb voor een of meerdere soorten nodig is. In januari 2020 is onderzoek gedaan naar de aan- of afwezigheid van de Grote weerschijnvlinder.

Er werden geen rupsen van de Grote weerschijnvlinder aangetroffen binnen het plangebied. Dit volgt uit het onderzoek dat als Bijlage 5 (Effectenonderzoek NNN Het Spijk) bij deze toelichting is opgenomen. Voor de overige percelen levert het uitgevoerde ecologische onderzoek voldoende informatie over de beschermde soorten op. Er treden, behalve voor Gewone dwergvleermuis, geen negatieve effecten voor beschermde soorten op ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling en een ontheffing Wnb is niet nodig. Vanwege het verloren gaan van één balts-/paarverblijfplaats van Gewone dwergvleermuis is het noodzaklijk om voorafgaand aan de kap van de bomen een ontheffing van de Wet natuurbescherming te krijgen van de provincie Flevoland. Wel moeten het broedseizoen van vogels in acht worden genomen en de zorgplicht van

34

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

de Wnb voor zoogdieren en amfibieën die vallen onder de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Flevoland. 4.6.2.2 Gebiedsbescherming In het ecologisch onderzoek is getoetst welke mogelijke negatieve gevolgen van een activiteit op beschermde Natura 2000-gebieden in het kader van de Wnb kunnen plaatsvinden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (Ministerie van LNV, 2018a). Dit ligt op circa 0,7 kilometer ten oosten van deelgebied 2, en circa 0,1 kilometer ten oosten van deelgebied 3. De verstoringseffecten voor alle relevante storingsfactoren, inclusief verzuring of vermesting door stikstofdepositie, zijn nul of verwaarloosbaar klein. Significant negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde gebieden kunnen worden uitgesloten. Het plan is op het punt van gebiedenbeleid niet in strijd met de Wnb. Ter onderbouwing hiervoor is ook een stikstofberekening uitgevoerd met het AERIUS-programma. Deze berekening is bijgevoegd als Bijlage 4 (AERIUS-berekening). Uit de berekening volgt dat de uitvoering van de deelprojecten afzonderlijk een niet significante stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar tot gevolg hebben. Hiermee is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel stikstof, niet aan de orde voor de desbetreffende werkzaamheden.

Ten aanzien van in het kader van het provinciaal ruimtelijk beleid beschermde natuurgebieden (NNN) neemt het perceel bij Spijkweg 9 (perceel 13 in het Advies Natuurwaarden) van het plangebied een aparte positie in. Dit perceel maakt deel uit van het NNN. Ten gevolge van de ontwikkelingen op dit perceel treedt verlies aan 1,43 hectare oppervlakte NNN op, dat op de andere percelen in het plangebied ruimschoots wordt gecompenseerd. Daarnaast treedt op dit perceel mogelijk verlies van wezenlijke waarden en kenmerken op. Om die reden is onderzocht wat het effect is van de herbegrenzing op het NNN-gebied Het Spijk. Dit effectonderzoek is als Bijlage 5 (Effectenonderzoek NNN Het Spijk) bij deze toelichting gevoegd. Uit het effectonderzoek komt naar voren dat door het onttrekken van het plangebied aan het NNN, de wezenlijke waarden van NNN-gebied Het Spijk niet zullen worden aangetast. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat het verloren gaan van beschermde natuurwaarden onder de Wet natuurbescherming wordt gecompenseerd en gemitigeerd, omdat dit voorwaarde is voor het verkrijgen van een ontheffing. Wel zal door de aantasting een klein percentage van het leefgebied van algemeen voorkomende dier- en plantensoorten en overige organismen verloren gaan.

Omdat het algemeen voorkomende soorten betreft en de aantasting slechts een klein deel van het leefgebied omvat, is er echter geen negatief effect te verwachten op populatieniveau.

35

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

Afbeelding 20. Afbakening plangrens geplande uitbreiding NNN. Het onttrekken van het plangebied aan het NNN zal daarom geen negatieve effecten hebben op de

36

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

wezenlijke waarden in het overige deel van het NNN-gebied Spijk-Bremerberg. Het in het plangebied aanwezige bostype komt algemeen voor in Nederland en heeft een relatief beperkte natuurwaarde. De door de Provincie Flevoland aangewezen wezenlijke waarden van het NNN die in Het Spijk aanwezig zijn (Structuurrijk bos op zandgrond en zavel bodems met kwelinvloed, leefgebied voor bossoorten en lokale wezenlijke kenmerken en waarden; nnn.flevoland.nl) zullen weliswaar lokaal verloren gaan, maar blijven aanwezig in het omringende gebied. Volgens de Spelregels EHS van de provincie Flevoland moet het bosgebied gecompenseerd worden. De locatie van compensatie van bos en NNN is in het nieuw te realiseren bos op de gronden ten noorden van Spijkweg 9 aansluitend aan het NNN-gebied Het Spijk. Met betrekking tot dit onderdeel is op 29 september 2020 een verzoek tot herbegrenzing NNN aan Gedeputeerde Staten van Flevoland gedaan. Er zal 1,9023 hectare van het natuurbeheertype Vochtig bos met productie gerealiseerd moeten worden. In de omgeving van Biddinghuizen is voldoende grond aanwezig die voldoet aan de voorwaarden voor het realiseren van Vochtig bos met productie. De locatie van deze compensatie is weergegeven in afbeelding 21.

Afbeelding 21. Locatie NNN- en boscompensatie. De overige percelen maken geen deel uit van als NNN aangewezen gebied, maar grenzen er wel bijna alle aan. Ten gevolge van de ontwikkeling op deze percelen treden echter geen negatieve effecten op deze provinciaal beschermde natuurgebieden op, maar juist positieve. Voor deze percelen is het plan op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Omgevingsverordening Flevoland (geconsolideerd 10 juli 2019). 4.6.3

Conclusie

Voor het merendeel van het plangebied spelen geen (significant) negatieve effecten voor soorten- en gebiedsbescherming. Uit het nadere onderzoek voor vleermuis komt naar voren dat door uitvoering van de plannen één balts-/paarverblijfplaats van Gewone dwergvleermuis verloren zal gaan. Voorafgaand aan de kap van de bomen dient daarom een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden verkregen bij het bevoegd gezag (Provincie Flevoland). Uit het effectonderzoek NNN komt naar voren dat door het onttrekken van het plangebied aan het NNN, de wezenlijke waarden van NNN-gebied Het Spijk niet zullen worden aangetast. Daarbij wordt ervan uit gegaan dat het verloren gaan van beschermde natuurwaarden onder de Wet natuurbescherming wordt gecompenseerd en gemitigeerd, omdat dit voorwaarde is voor het verkrijgen van een ontheffing. Wel zal

37

Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)

door de aantasting een klein percentage van het leefgebied van algemeen voorkomende dier- en plantensoorten en overige organismen verloren gaan. Omdat het algemeen voorkomende soorten betreft en de aantasting slechts een klein deel van het leefgebied omvat, is er echter geen negatief effect te verwachten op populatieniveau. Het onttrekken van het plangebied aan het NNN zal daarom geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke waarden in het overige deel van het NNN-gebied Spijk-Bremerberg. Het in het plangebied aanwezige bostype komt algemeen voor in Nederland en heeft een relatief beperkte natuurwaarde. Bij aanpassingen van het oorspronkelijke plan en veranderingen in de terreinomstandigheden van het plangebied die kunnen leiden tot andere inzichten met betrekking tot natuurwaarden, zal een actualisatie van het onderzoek moeten plaatsvinden.

4.7

Water

4.7.1

Algemeen

Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/985/documents/1477