daf15897-7193-4bf7-a450-a5af119ce91b.pdf
Tekst van het document
Swifterbant Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Toelichting
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 9 9
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1 Locatiekeuze 2.2 Ruimtelijke Hoofdstructuur 2.3 Uitgangspunten voor het bestemmingsplan
11 11 11 14
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Algemeen 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie
17 17 17 20 21 25
Hoofdstuk 4 Toets aan ruimtelijke en milieukundige aspecten 4.1 Algemeen 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Flora en fauna 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Water 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Externe veiligheid 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Verkeer 4.11 Mer-beoordeling
27 27 27 30 31 32 33 41 44 47 47 48
Hoofdstuk 5 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid 5.1 Algemeen 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.3 Economische uitvoerbaarheid
51 51 51 51
Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels 6.1 Inleiding 6.2 Opzet regels 6.3 Nadere toelichting op de regels
53 53 53 54
3
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
4
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Toelichting
5
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
6
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op 24 juni 2018 heeft de gemeenteraad besloten om in Swifterbant de locatie 'Swifterbant-Zuid' tot woningbouwlocatie te ontwikkelen, waarin ruimte is voor 600 tot 800 woningen. Dit besluit is genomen, nadat de gemeenteraad in april 2018 voorkeursrecht op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) op de locatie heeft gevestigd. De keuze om te komen tot een nieuwe woningbouwlocatie is tot stand gekomen door middel van een intensief inwonersparticipatie proces door de werkgroep ‘Swifterbant Groeit’. Deze lijn is bij de uitwerking van de Ruimtelijke Hoofdstructuur voor het plangebied verder doorgezet door het ontwerpteam Swifterbant-Zuid. De ontwikkeling van Swifterbant-Zuid zal op vele vlakken een belangrijke bijdrage leveren aan de groei van Swifterbant. Op een inwoneraantal van circa 6.400 inwoners betekent de komst van de nieuwe wijk een belangrijke groei. De gunstige ligging ten opzichte van de Overijsselseweg en A6 maakt de locatie ook aantrekkelijk voor nieuwe inwoners van buiten het dorp en de gemeente Dronten. Het zorgt voor extra draagvlak voor de voorzieningen in Swifterbant. Deze unieke locatie zal ook het ‘nieuwe gezicht’ van Swifterbant aan de zuidzijde gaan vormen. De Ruimtelijke Hoofdstructuur voor de nieuwe woonwijk Swifterbant-Zuid dient als basis voor het hierna op te stellen stedenbouwkundige plan en bestemmingsplan.
Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van het geldende bestemmingsplan. Om deze ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Het bestemmingsplan moet voldoende flexibiliteit bieden voor toekomstige woningbouw en voldoende inzicht geven in de rechtszekerheid van de bestaande bewoners en gebruikers. De wijk wordt per fase gerealiseerd. Ondanks dat de ontwikkeling in fasen wordt gerealiseerd, wordt er rekening gehouden met het grotere geheel van de ontwikkeling. Dit wordt onder andere gedaan door de hoofdstructuur van de openbare ruimte van alle fasen samen een samenhangend geheel te geven.
1.2
Plangebied
Het plangebied Swifterbant-Zuid aan de zuidzijde van Swifterbant tussen de Bisonweg aan de westzijde en de Biddingweg aan de zuid- en oostzijde. Aan de noordzijde sluit het plangebied aan op de bestaande paardenweides nabij het Bospad.
7
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Ligging plangebied
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan Buitengebied Dronten (D4000), zoals vastgesteld op 30 april 2015. Voor het plangebied geldt in hoofdzaak een bestemming Agrarisch. Voor de bestaande bedrijfskavel is een aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bedrijfskavel' opgenomen. Ter plaatse van de paardenweides, waar routes voor langzaamverkeer zijn beoogd, geldt het bestemmingsplan Woongebieden Gemeente Dronten (D1000), vastgesteld op 31 januari 2019.
8
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Geldend bestemmingsplan (bewerking BugelHajema)
1.4
De bij het plan behorende stukken
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt ingezoomd op het plangebied. Hierbij wordt ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele kenmerken van het plangebied. Tevens wordt de geldende planologische situatie in beeld gebracht en wordt aangegeven op welke onderdelen wordt afgeweken van het geldende bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 vormt een overzicht van het relevante beleidskader. De ruimtelijke en milieukundige aspecten die ten grondslag liggen aan het plan worden in hoofdstuk 5 toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt de maatschappelijke en economische haalbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 7 bevat de toelichting op de planregels.
9
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
10
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van het plan
Locatiekeuze
Op 24 juni 2018 heeft de gemeenteraad besloten om in Swifterbant de locatie 'Swifterbant-Zuid' tot woningbouwlocatie te ontwikkelen, waarin ruimte is voor 600 tot 800 woningen. Dit besluit is genomen, nadat de gemeenteraad in april 2018 voorkeursrecht op grond van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten op de locatie heeft gevestigd. De keuze om te komen tot een nieuwe woningbouwlocatie is tot stand gekomen door middel van een intensief inwonersparticipatie proces door de werkgroep ‘Swifterbant Groeit’. Het werkteam heeft hun advies uit gebracht tegen het licht van de volgende uitgangspunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Minstens 350 woningen in 10 jaar. Passend bij of versterken van het groene karakter van Swifterbant. Passend in lopende procedures (bijv. afstand t.o.v. windmolens). Passend in een financieel kader. Locatie dient snel te realiseren zijn. Draagvlak inwoners Swifterbant.
In totaal zijn 16 locaties door het werkteam getoetst aan bovengenoemde uitgangspunten. Afwegende op basis van de uitgangspunten en de brede raadpleging zijn er uiteindelijk 3 locaties geselecteerd die intensief zijn besproken en bediscussieerd in het werkteam, te weten: 1. 2. 3.
Rivierduingebied Swifterbant-Zuid Spelwijk.
De locaties zijn ten opzichte van elkaar afgewogen en uiteindelijk is gekozen voor de locatie Swifterbant-Zuid. Swifterbant-Zuid De locatie Swifterbant-Zuid voldoet zoals gesteld aan de uitgangspunten zoals die in de opdracht aan het werkteam zijn geformuleerd. De locatie is uitstekend gelegen en kan zich relatief makkelijk voegen in de structuur van Swifterbant. De locatie is goed ontsluitbaar en ligt gunstig ten opzichte van de Overijsselse weg en is dus makkelijk en snel bereikbaar. Ook het dorp is vanuit de locatie goed te bereiken. De locatie ligt verder gunstig in de groenstructuur van Swifterbant en kan eenvoudig daarop worden aangetakt. Sterker nog er kan een verbinding worden gemaakt met het te realiseren Swifterpark. De locatie leent zich verder voor de ontwikkeling van reguliere, maar ook bijzondere woonmilieus. De locatie biedt in zijn omvang ruimte voor minstens 600 woningen en is dus geschikt voor woningbouw op de middellange en langere termijn. Ook financieel gezien zijn er mogelijkheden om de locatie tot ontwikkeling te brengen. Op basis van een zeer globaal exploitatieoverzicht (kengetallen) zou een sluitende exploitatie tot de mogelijkheden kunnen behoren. Uiteraard is e.e.a. afhankelijk van ontwikkelingsduur, fasering en uiteraard verkopen. De locatie kan ook gefaseerd worden uitgevoerd.
Kortom stedenbouwkundig, volkshuisvestelijk (woonvisie) en financieel zijn er goede mogelijkheden om de locatie tot ontwikkeling te brengen. Tot slot bestaan er tegen de locatie geen overwegende bezwaren vanuit de raadpleging van de inwoners van Swifterbant.
2.2
Ruimtelijke Hoofdstructuur
De afgelopen periode is gewerkt aan de Ruimtelijke Hoofdstructuur voor de nieuwe woonwijk Swifterbant-Zuid. Door een breed samengesteld ontwerpteam is gewerkt aan de totstandkoming van een Ruimtelijke Hoofdstructuur voor de locatie. Het ontwerpteam heeft drie ruimtelijke modellen (zogenoemde ‘denkrichtingen’) ontwikkeld, gedacht vanuit een passend planconcept voor Swifterbant-Zuid. De input vanuit gevoerde consultatie over de modellen heeft geleid tot een voorkeursmodel, bestaande uit een combinatie van aansprekende onderdelen uit de drie Ruimtelijke Hoofdstructuur modellen.
11
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Planconcept voorkeursmodel Rivierduin in de luwte Op basis van de uitkomsten van de consultatieronde heeft het ontwerpteam een voorkeursmodel gekozen dat bestaat uit een combinatie tussen de denkrichting Rivierduin en In de luwte. Bijgaande afbeelding geeft het voorkeursmodel weer, waarbij de geel gekleurde twee delen de sfeer Rivierduin krijgen en de zalmkleurige delen In de luwte. Het voorkeursmodel ziet er als volgt uit:
Voorkeursmodel Rivierduin in de luwte Het model speelt in op de gebiedskenmerken en de historie. Bij archeologisch onderzoek is in het zuidoostelijke en zuidelijk deel van het plangebied een hoger gelegen rivierduin aangetroffen. Dit heeft geïnspireerd tot het creëren van een uitdagende nieuwe woonomgeving met een avontuurlijke rivierduinuitstraling. Hier worden de rechte en strakke lijnen van de polder losgelaten. In de Rivierduindelen aan de zuidoost- en zuidzijde transformeert het gebied naar een uniek landschap van rivierduinen, natuurlijke beplantingen en lager gelegen ‘kreken’. Een landschap dat uitdaagt om naar buiten te gaan, te bewegen en een ontspannen gevoel oproept. Een permanent vakantiegevoel? De woonsfeer In de luwte vindt met name een plek in het westelijke deel van het plangebied, in de luwte van het nieuwe windbos dat aan de westzijde wordt gecreëerd. Een afwisseling in buurten die aan de bosrand, aan het water of het openbaar groen zijn gelegen. Doorzichten door de wijk geven zicht op het omringende polderlandschap. Het gehele plangebied van Swifterbant-Zuid komt binnen de bebouwde kom te liggen, waarbij het
12
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
snelheidsregiem op de omliggende wegen Bisonweg en Biddingweg naar 50 km/u gaat. De centrale gebogen hoofdontsluitingsweg, voorzien van een statige laanbeplanting verbindt de verschillende buurten met elkaar en sluit op twee punten aan op de Bisonweg. Op de Biddingweg wordt een aansluiting gemaakt in combinatie met een veilige voetgangersontsluiting van het zuidelijk gelegen Swifterpark. Het Swifterpark wordt ontwikkeld tot een natuur- en educatiepark en voegt een prachtig park met wandelpaden als uitloopgebied toe aan de nieuwe woonwijk. Voor fietsers en voetgangers worden twee ‘doorsteken’ als verbindingen tussen paardenweides opgenomen. Langs de bosrand en de paardenweides ten westen van de Bisontocht is een derde langzaamverkeersontsluiting voorzien, die de verbinding maakt met de Bloemenbuurt. Deze route wordt sociaalveilig ingericht en voorzien van goede en duurzame verlichting. Daarnaast wordt geadviseerd om de Bosweg die ten noorden van de paardenweides loopt ook te voorzien van duurzame verlichting en een goede verharding. Kenmerken van het voorkeursmodel ‘Rivierduin in de luwte’ per thema zijn: 1. Cultuurhistorie en archeologie In het zuidoostelijke en zuidelijk deel van het plangebied zijn oude rivierduinen in de ondergrond aangetroffen.
Deze delen transformeren op historisch verantwoorde wijze naar een uniek landschap van rivierduinen, natuurlijke beplantingen in overgang naar de omringende lager gelegen ‘kreken’. 2. Wateropvang Een stelsel van wadi's zorgt voor de opvang en afwatering van het regenwater. De grotere wateroppervlaktes in het midden van de wijk bufferen de piekafvoer. Er wordt een goede balans gezocht tussen de benodigde oppervlakte aan watergangen en groen, om ijzerrijk (bruin) water te voorkomen. Watergangen zijn met elkaar verbonden en zorgen voor doorstroming. 3. Landschappelijke aanhechting op omgeving Swifterbant wordt gekenmerkt door de omarming van grootschalige bossen aan de west- en zuidzijde van het dorp. Deze windsingels en bossen zorgen voor luwte en een aangenaam woonklimaat. In het voorkeursmodel zijn nieuwe windsingels aan de west- en zuidzijde voorzien als nieuwe omarming van de wijk. Ook in het Swifterpark is een windbos aan de westzijde voorzien. Samen met deze groenstructuur vormt dit een voortzetting van het groene en bosrijke aanzien van Swifterbant. 4. Groenstructuur In de westrand van de wijk vormen robuuste bosstroken een verbinding met het bestaande bos en zet dit deel van de wijk in de luwte. Een natuurlijke groenstructuur vlecht zich door de wijk heen, met kruidenrijke gras- en struweelzones en wadi's.
gevarieerde bomenlanen langs de hoofdontsluiting zorgen voor een structurerend element in de wijk. De oostzijde van de wijk toont haar gezicht in de vorm van een natuurrijk woongebied. Het is hierbij de ambitie de sfeer van een rivierduinlandschap zo dicht mogelijk te benaderen. 5. Infrastructuur De infrastructuur gaat uit van minimale verharding, zodat het groen en landschap optimaal tot zijn recht komt. Ook vanuit de duurzaamheidsambities is dit het streven. Waar dat kan wordt centraal geparkeerd op lommerrijke parkeerplaatsen (om hitte-eilanden te voorkomen) en op eigen erf. Omdat in de hele wijk 30 km/u gaat gelden, kunnen fietsers overal op de rijbaan. Twee fiets- en voetgangersverbindingen door het noordelijk gelegen bos zorgen voor korte lijnen met het dorp. Voor voetgangers komen aparte paden. Een goede toegankelijkheid (ook voor minder validen) is een vereiste. 6. Bebouwing In Swifterbant-Zuid is ruimte voor uiteenlopende woonmilieus. Aan de westzijde ontstaan unieke woonbuurten die in de luwte van de bosrand liggen, aan het wadi, in de meer rustige binnengebieden of op de dynamischere plekken langs de routes. Rivierduin manifesteert zich langs de Biddingweg. De bebouwing in de rivierduindelen voegt zich in het landschap in een balans van een heldere stedenbouwkundige structuur en een aaneengesloten beleefbare openbare ruimte.
Het ordeningsprincipe van voorzijdes naar de openbare weg / ruimte wordt zoveel mogelijk toegepast in de hele wijk.
13
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
De Ruimtelijke Hoofdstructuur dient als basis voor het op te stellen stedenbouwkundige plan en voorliggend bestemmingsplan, zie navolgende paragraaf. Landschappelijke inpassing windturbines / Swifterbant-Zuid Het stedenbouwkundig ontwerp voor Swifterbant-Zuid speelt in op de (toekomstige) aanwezigheid van windmolenparken in de omgeving. Windplan Blauw ligt op een afstand van 850m – 1.300m aan de westzijde en 1.500 tot 2.000 meter aan de oostzijde van Swifterbant-Zuid. Door de aanwezigheid van de huidige brede groensingel langs de Bisonweg en het aanbrengen van een nieuwe brede bosstrook van 30m aan de westzijde in het plangebied is geborgd dat de windturbines ten westen van het plan geen dominante rol spelen in het beeld vanuit de nieuwe wijk. Aan de oostzijde wordt dit geborgd door een brede landschappelijke zone met duinen en opgaande beplanting. Ook zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten voor bouwen nabij windparken toegepast in het verkavelingsplan. Dit betreft principes en ontwerpuitgangspunten op verschillende schaalniveaus die ervoor zorgen dat, gekeken vanuit de gebouwde omgeving, de ruimtelijke effecten van windturbines verminderen of geminimaliseerd worden (zie onderstaand schema).
Directe zichtrelaties worden zoveel mogelijk voorkomen door achterzijden van woningen tegen een brede groenstrook (die tussen de windturbines en de wijk ligt) aan te situeren, woningen zijn met name met de zijgevels op het westen georiënteerd en de woonstraten krijgen een groen profiel met eenzijdige bomenlaan.
2.3
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan
Een belangrijk uitgangspunt in de keuze voor de plansystematiek is de ontwikkelende partijen straks voldoende ruimte te geven de woningbouw te realiseren. Het bestemmingsplan is om deze reden globaal van opzet, waarbij het grootste deel van het gebied de bestemming 'Woongebied' krijgt. De globale opzet heeft tot doel het plangebied voldoende aantrekkelijk te maken voor ontwikkeling, ook op de langere termijn. Te veel en te strakke regelgeving maakt het gebied minder aantrekkelijk voor ontwikkeling. Dit neemt niet weg dat in het plan aan enkele aspecten wel regels zijn gesteld. Deze aspecten zijn van belang om de rechtszekerheid van bewoners en omwonenden te waarborgen en de principes van de Ruimtelijke Hoofdstructuur te vertalen. Het betreft onder meer de volgende regelingen: op de verbeelding zijn aan de randen van het plangebied de bestemmingen bepaald in aansluiting op
14
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
de bestaande structuur. Aan de zuidzijde van de paardenweides is een afstand van 30 m aangehouden tot de woningen; de (maximum) aantallen en type woningen zijn met flexibele bandbreedtes opgenomen in de regels. Het exacte aantal is afhankelijk van de stedenbouwkundige uitwerking en de ruimtelijk en financieel meest efficiënte inrichting van het gebied; voor enkele type woningen zijn specifieke bouwregels opgenomen; de locaties waar de aansluiting(en) van de verkeersstructuur op het plangebied voor gemotoriseerd verkeer zijn toegestaan zijn aangegeven; de ligging van de hoofdverkeersontsluiting in het plangebied en de hoofdwaterstructuur zijn opgenomen op de verbeelding; In de regels is de minimale breedte vastgelegd; Het bestemmingsplan bevat geen regels met betrekking tot de interne afwikkeling van het snelle en het langzame verkeer; de oppervlakte van alle groenvoorzieningen, waaronder ook bedoelt bermen en beplantingen, water en waterhuishoudkundige, fiets- en voetpaden en speelvoorzieningen bedraagt minimaal 20% van de oppervlakte van het plangebied; het parkeren is als voorwaardelijke verplichting bij ontwikkeling opgenomen.
Om de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie te bepalen, wordt ‘Nota Parkeernormen Dronten 2016’ gehanteerd; het bestaande erf aan de Bisonweg is voorzien van een passende woonbestemming; de regels zijn voor het overige qua opzet en systematiek afgestemd op de modelregels van de gemeente.
15
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
16
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Algemeen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden ruimtelijke ingrepen of initiatieven in meer of mindere mate getoetst aan rijks-, provinciaal en/of gemeentelijk beleid. In dit hoofdstuk vindt deze beleidsmatige toetsing plaats.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteitsaanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen geformuleerd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. 3.2.2
Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro)
De juridische borging van de nationale belangen uit de SVIR vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld (en aangevuld op 28 augustus 2012) en heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Relatie met initiatief Voor dit plangebied zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden. 3.2.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en
17
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
indoorsport en leisure. Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt. Of bij de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een stedelijke ontwikkeling, hangt af van de omvang en de gebruiksmogelijkheden. In de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:953) is bepaald dat woningbouwplannen met een omvang vanaf 12 woningen als stedelijke ontwikkeling kunnen worden gezien, terwijl in de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2015 (ECLI:NBL:RVS:2015:2921) een plan van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien vanwege de beperkte omvang. Het bouwplan, dat voorziet in de realisatie van circa 700 woningen, is sprake van een woningbouwlocatie welke aan te merken is als een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. Toets aan Ladder voor duurzame verstedelijking Het plangebied is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied in Swifterbant. Gelet op de omvang van de ontwikkeling kan gesteld worden dat er sprake is een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Bro, zodat de laddertoets doorlopen dient te worden. Bevolkingsontwikkeling en ontwikkeling woningvraag Op 30 juni 2016 heeft de gemeente Dronten de Woonvisie ‘Groeien met kwaliteit’ vastgesteld.
In de woonvisie worden de gemeentelijke ambities ten aanzien van de woonwensen en woonbehoeften beschreven. Onderdeel van de woonvisie is de beschrijving van de woningvraag in Dronten in de periode 2015- 2030. Aan deze woningvraag heeft een woningmarktonderzoek ten grondslag gelegen. Inzicht in de verwachte ontwikkeling van de bevolking en het aantal huishoudens is nodig om beleid te kunnen ontwikkelen. In het woningmarktonderzoek zijn hiervoor drie groeiscenario´s doorgerekend. Het scenario autonome groei laat zien hoe de vraag naar woningen toeneemt bij een neutraal migratiesaldo; er wordt dan in feite alleen gebouwd voor de natuurlijke aanwas. Het trendscenario gaat uit van de autonome bevolkingsontwikkeling en het gemiddelde positieve migratiesaldo van de afgelopen tien jaar. De bevolkingsgroei bedraagt in dit scenario de komende vijftien jaar ruim 2.200 personen. In het trendscenario bedraagt de extra woningvraag ruim 2.000 woningen tot 2030. In het trendscenario-plus is de huishoudensgroei groter door extra instroom van vestigers van buiten de gemeente. Het migratieoverschot bedraagt in dit scenario 240 personen per jaar. De bevolking groeit dan met ruim 5.800 personen in de komende vijftien jaar. Hiervoor zijn ruim 3.400 woningen extra nodig.
Dat in het trendscenario-plus relatief minder woningen nodig zijn om de groei te accommoderen (3.400 op 5.800 nieuwe inwoners tegen 2.000 op 2.200 nieuwe inwoners in het trendscenario) heeft ermee te maken dat de geprognosticeerde instroom vooral gezinnen betreft. De gemiddelde woningbezetting van deze huishoudens is groter dan gemiddeld. In onderstaande tabel uit de woonvisie zijn de scenario’s weergegeven, waaruit duidelijk wordt dat er een toename van de woningvraag is.
Op basis van de huidige samenstelling van de bevolking in Biddinghuizen, Dronten en Swifterbant is berekend hoe de bevolking en de woningbehoefte in de drie kernen van de gemeente zich zal ontwikkelen bij het scenario autonome behoefte. Dit scenario geeft de minimale woningproductie weer om de huidige bevolking in de komende jaren te kunnen huisvesten. De autonome groei van de woningbehoefte bedraagt in Swifterbant 340 woningen (zie de volgende tabel). In het trendscenario en het trendscenario-plus is de instroom van nieuwe inwoners evenredig over de drie kernen verdeeld (naar rato van het aandeel van de woningvoorraad in 2015). Of deze verdeling aansluit bij de woningvraag van nieuwe vestigers hangt af van
18
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
de mate waarin het aanbod kwalitatief aansluit bij hun wensen.
In 2017 is er een update van de getallen uitgevoerd. In het trendscenario en het trendscenario-plus is de woningbehoefte respectievelijk 420 en 720. Hiermee is de kwantitatieve behoefte in voldoende mate aangetoond.
Update 2017
Kwalitatieve woningvraag De kwalitatieve woningopgave in de komende jaren wordt bepaald door verschillende factoren zoals onder andere de groei van de woningbehoefte, de mate waarin de bevolking vergrijst, trends op de woningmarkt en het verhuisgedrag van huishoudens. Om de kwalitatieve woningbehoefte in beeld te brengen, zijn de verhuisbewegingen in de afgelopen jaren in beeld gebracht. Het onderzoek van het Kadaster en verhuurgegevens van OFW liggen hieraan ten grondslag. Dit geeft inzicht in de woningen waar verschillende huishoudenstypen terecht zijn gekomen. Hierdoor ontstaat een beeld van de voorkeuren van verschillende doelgroepen op de woningmarkt en de mogelijkheden die ze benutten. Uit het onderzoek wordt duidelijk dat in de periode tot en met 2030 de vraag naar woningen in bijna alle segmenten toeneemt. De instroom van nieuwe huishoudens in de gemeente bestaat voornamelijk uit gezinnen die zich richten op de koopwoningsector. De vraag naar koopwoningen in alle categorieën neemt hierdoor toe. Ook de vraag naar appartementen (huur en koop) neemt toe. Dit is vooral het gevolg van de toenemende vergrijzing. Alleen de vraag naar eengezinswoningen in de sociale huursector zal afnemen. In onderstaande afbeelding is dat weergegeven.
19
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
De gemeente zet in op een evenwichtige groei. Dat betekent dat de gemeente voor de komende jaren streeft naar een groei op basis van het trendscenario-plus. Voor de periode 2016-2021 betekent dat een gemiddelde woningbouwproductie van 250 woningen per jaar. Bij de keuze van bouwlocaties volgt de gemeente de lijn uit de Structuurvisie. Dat betekent dat primair gebouwd gaat worden op locaties die al in ontwikkeling danwel in voorbereiding zijn. Relatie met onderliggend plan Onderliggend plan voorziet in de bouw van circa 700 woningen in diverse segmenten van de woningmarkt. Hiermee wordt invulling gegeven aan de opgave om voldoende woningen per jaar te realiseren en worden diverse doelgroepen in de markt bediend. Op basis van voorgaande is aangetoond dat onderliggend plan invulling geeft aan een kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte. 3.2.4
Conclusie Rijksbeleid
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat dit project niet in strijd is met nationaal ruimtelijk beleid.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie FlevolandStraks
Algemeen De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van de provincie. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities de provincie heeft voor de toekomst. Het bijzondere verleden van de jongste provincie van Nederland vormt de basis van de visie. De Omgevingsvisie is een uitnodiging van de provincie Flevoland aan iedereen die wil bijdragen. De provinciale organisatie richt zich voornamelijk op de wettelijke taken en realisatie van een aantal ontwikkelopgaven. Het accent ligt op fysieke ontwikkelingen zoals Marker Wadden, Almere 2.0 en Lelystad Airport. Maar er zijn veranderingen gaande. De fysieke structuur is in hoofdlijnen op orde gebracht. Met de ruim 400.000 inwoners in Flevoland en tal van organisaties zijn er vele krachten. Zij bepalen de ontwikkeling van Flevoland. Het zwaartepunt voor de provincie verschuift meer en meer richting het - in sociaaleconomisch opzicht - profijtelijk maken van de fysieke inrichting en het optimaal ruimte geven aan de krachten in de samenleving. Het is de stap van de maakbare samenleving naar de samenleving die het zelf wil, kan en gaat maken.
20
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Opgaven In de Omgevingsvisie heeft de provincie drie kernopgaven beschreven: Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaaleconomische omgeving), Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: Duurzame Energie Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken Relatie met onderliggend plan De rode draad van deze thema’s is dat Flevoland streeft naar een duurzame leefomgeving, waarbij ruimte is voor ontwikkelingen die bijdragen aan de ruimtelijke en sociaaleconomische kwaliteit van de provincie. Onderliggend plan draagt op basis van een goede ruimtelijke inpassing bij aan de ruimtelijke en functionele kwaliteit van de omgeving en is daarmee in lijn met de Omgevingsvisie. 3.3.2
Omgevingsverordening
In de Omgevingsverordening zijn de regels weergegeven welke de provincie heeft opgesteld voor het grondgebied. De verordening vloeit voort uit de omgevingsvisie. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Dronten 2030
Op 29 november 2012 heeft de gemeenteraad van Dronten de Structuurvisie Dronten 2030 vastgesteld. De structuurvisie schetst het ruimtelijk en economisch perspectief tot aan 2030 en beschrijft de toekomst van de gemeente op het gebied van wonen, recreatie, de agrarische sector, natuur, infrastructuur, economie en het voorzieningenniveau van de kernen.
21
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Uitsnede kaart Structuurvisie Voor onderliggend plan, dat woningbouw mogelijk maakt, is met name van belang wat in de structuurvisie ten aanzien van bevolking en wonen is opgenomen. De gemeente Dronten zet de komende jaren nadrukkelijk in op het realiseren van een duurzame leefomgeving waar mensen naar tevredenheid wonen. De belangrijkste ambitie is om de kernen vitaal en leefbaar te houden en om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Woningbouw is van belang om de eigen natuurlijke bevolkingsgroei op te vangen, alsmede de gezinsverdunning (de afname van het aantal personen per huishouden), een trend die naar verwachting voorlopig nog doorzet. Het is belangrijk om kansen te kunnen bieden aan starters en doorstromers en om in te spelen op de toenemende behoefte aan seniorenwoningen (als gevolg van de vergrijzing). In de structuurvisie is opgenomen dat woningbouwplannen in drie stappen gerealiseerd dienen te worden: De eerste stap bestaat uit het afbouwen van woningen op locaties waarover al besluitvorming heeft plaatsgehad en waar de woningbouw soms al in uitvoering is of gericht is op een marktsegment waarvoor geen afzetproblemen worden verwacht (huur en/of senioren). De tweede stap is het realiseren van woningbouw op locaties die op het moment van het opstellen van de structuurvisie (2012) al in voorbereiding zijn.
Voor Swifterbant geldt specifiek het volgende: in Swifterbant is de plancapaciteit op de reeds vastgelegde locaties (stap 1: Bloemenzoom, Woonzorgzone Swifterbant) beperkt en daarom wordt momenteel in overleg met de Algemene vereniging voor Dorpsbelangen Swifterbant gezocht naar een geschikte nieuwe woningbouwlocatie. Idealiter is dit een locatie waar op de korte, middellange en lange termijn stap voor stap gebouwd kan worden. Het uitgangspunt is dat nieuwe woongebieden een omlijsting hebben van groengebieden. op deze wijze behoudt Swifterbant zijn aantrekkelijke en karakteristieke bosrijke karakter. Afhankelijk van de te kiezen ontwikkelingsrichting zullen eerst de groenstructuren worden aangelegd, waarbinnen het dorp stapsgewijs kan worden uitgebreid; De derde stap is stapsgewijze woningbouw naar behoefte op nieuwe locaties (vanaf 2020).
22
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Relatie met onderliggend plan Onderliggend plan geeft invulling aan stap 2, zie ook hoofdstuk 2. Gesteld kan worden dat met het doorlopen proces en keuze voor Swifterbant-Zuid invulling wordt gegeven aan de Structuurvisie. 3.4.2
Woonvisie Groeien met kwaliteit 2016-2021
In de woonvisie heeft de gemeente Dronten haar prioriteiten voor de periode 2016-2021 vastgelegd. Inzicht in de verwachte ontwikkeling van de bevolking en het aantal huishoudens is nodig om beleid te kunnen ontwikkelen. Daarom is voor Dronten een woningmarktonderzoek uitgevoerd. In het woningmarktonderzoek zijn drie groeiscenario´s doorgerekend. Het scenario autonome groei laat zien hoe de vraag naar woningen toeneemt bij een neutraal migratiesaldo; er wordt dan in feite alleen gebouwd voor de natuurlijke aanwas. Het trendscenario gaat uit van de autonome bevolkingsontwikkeling en het gemiddelde positieve migratiesaldo van de afgelopen tien jaar. De bevolkingsgroei bedraagt in dit scenario de komende vijftien jaar ruim 2.200 personen. In het trendscenario bedraagt de extra woningvraag ruim 2.000 woningen tot 2030. Relatie met onderliggend plan Uit woningmarktonderzoek blijkt dat de woningbouwbehoefte in de gemeente Dronten de komende jaren toeneemt. Daarbij is een kwalitatieve vraag naar diverse woningtypen. Onderliggend plan geeft hier invulling aan. Zie voor een verdere onderbouwing van de kwalitatieve en kwantitatieve woningvraag ook paragraaf 3.2.3. 3.4.3
Welstandsnota 2013
De gemeente Dronten heeft welstandsbeleid geformuleerd in de Welstandsnota 2013 (geactualiseerd vastgesteld 27 juni 2013). Daarmee wil de gemeente aan burgers duidelijkheid geven over de koers die de gemeente vaart met haar welstandstoezicht. Het welstandstoezicht is het sluitstuk van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente. Als schakel in een keten van ruimtelijke plannen is het welstandstoezicht in hoge mate afhankelijk van de kwaliteit van andere ruimtelijke plannen zoals structuurvisies, bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen en beeldkwaliteitplannen. Relatie met onderliggend plan Voor de het voorliggende plangebied wordt een beeldkwaliteitplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitplan maakt, na vaststelling door de gemeenteraad, deel uit van de welstandsnota. 3.4.4
Nota parkeernormen gemeente Dronten 2016
Vanaf 1 juli 2018 zijn gemeenten verplicht de parkeereis te hebben geregeld via het bestemmingplan, omdat de stedenbouwkundige bepalingen (waaronder artikel 2.5.30) uit de bouwverordening zijn komen te vervallen. De gemeente Dronten heeft derhalve een Nota Parkeernormen opgesteld waar in bestemmingsplannen naar kan worden verwezen. Voor de verkeersaspecten bij ruimtelijke ontwikkelingen is het berekenen van de parkeerplaatsverplichting essentieel. De parkeerplaatsverplichting is het aantal parkeerplaatsen dat een initiatiefnemer moet aanleggen bij een voorgenomen ruimtelijke functie. De parkeerplaatsverplichting wordt berekend aan de hand van vastgestelde parkeernormen. Relatie met onderliggend plan In artikel 15 van het bestemmingsplan is opgenomen dat bij een aanvraag omgevingsvergunning aan de hand van de Nota Parkeernormen Dronten 2016, wordt bepaald of het meest actuele gemeentelijke parkeerbeleid zoals deze geldt ten tijde van de aanvraag, is gehanteerd. Op deze wijze wordt bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. De verschillende buurten in Swifterbant-Zuid zullen naar verwachting qua automobiliteit van elkaar gaan
23
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
verschillen. De verwachting is dat een geleidelijke overgang naar elektrische en deelauto’s plaats zal vinden. De parkeervoorzieningen in de buurten zullen daarin ‘meekleuren’. Gezien de duurzaamheidsambitities om autoluwe delen in Swifterbant-Zuid te creëren en de beoogde sfeer en beeldkwaliteit van Rivierduin waar op een andere manier geparkeerd wordt. 3.4.5
Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan 2017-2027
In het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) 2017-2027 legt de gemeente Dronten haar beleid voor verkeer, vervoer en infrastructuur voor de komende tien jaar vast. De ambitie is om de groei van economie en ruimtelijke voorzieningen binnen lokale en regionale schaal ruimte te geven om de samenleving op een duurzame wijze te faciliteren. Het doel van het verkeers- en vervoersbeleid is om voor nu en in de toekomst een doelmatig, veilig en duurzaam en samenhangend verkeers- en vervoersysteem te realiseren en het goede te behouden. Een systeem dat zich organisch ontwikkelt wat maakt dat het Drontens beleid is dat de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de gemeente Dronten optimaliseert en meegroeit met de behoeften van onze inwoners. Het GVVP is gebaseerd op een analyse van de huidige situatie en de te verwachten ontwikkelingen. Het is in samenhang met andere beleidsvelden en de grotere gemeentelijke projecten ot stand gekomen. Relatie met onderliggend plan Zowel technisch (uitvoering van de wegenstructuur) als praktisch (aansluiting op bestaande wegen- en padennetwerk) wordt met onderliggend plan aansluiting gevonden met de doelstellingen en ambities van het GVVP. Zie verder paragraaf 4.10 voor de uitwerking van het verkeersaspect. 3.4.6
Archeologiebeleid
De gemeenteraad van de gemeente Dronten heeft op de raadsvergadering in november 2009 de archeologische verwachtingskaart en archeologische beleidskaart vastgesteld. De gemeente wil met het archeologiebeleid bereiken dat: Bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig wordt omgegaan met archeologische waarden, zodat deze waar mogelijk behouden blijven voor toekomstige generaties; Archeologische waarden meer worden ingezet ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit, de identiteit en de cultuurbeleving. De archeologische beleidskaart moet worden betrokken bij plan-m.e.r.’s, besluit-m.e.r.’s, gemeentelijke structuurvisies, bestemmingsplannen (inclusief uitwerkingen, wijzigingen en ontheffingen), beheers verordeningen, projectbesluiten en bouw- & aanlegvergunningen. De implementatie en effectuering van het gemeentelijk archeologiebeleid in het ruimtelijk beleid vindt dus via deze planvormen en vergunningen plaats. Relatie met onderliggend plan In paragraaf 4.2 wordt nader op het aspect archeologie ingegaan ten behoeve van onderliggend plangebied. 3.4.7
Groenbeleidsplan
Het groenbeleidsplan 2017 van de gemeente Dronten betreft een integraal beleidsplan waarin het voorheen geldende groenbeleidsplan, het beleidsplan dorpsbossen en bomenbeleidsplan zijn samengebracht tot één beleidsdocument. Het groenbeleidsplan geeft de gemeentelijke ambities ten aanzien van inrichting en beheer van openbaar groen weer. Groen is belangrijk voor de identiteit van de stad Dronten en zorgt daarmee voor een fijne woonomgeving voor inwoners, een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en een mooie toeristische bestemming voor toeristen. Het plan kent vier belangrijke pijlers: Behouden en versterken van de groene identiteit van de kernen; Divers en structurerend openbaar groen; Een toegankelijke openbare ruimte voor iedereen; De gebruiker betrekken bij het groen.
24
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Om voorgaande doelstellingen te bereiken, heeft de gemeente vastgelegd wat ze wil bereiken en hoe ze dat wil bereiken. Doelstelling is om zo mogelijk het groen uit te breiden, voorkanten van woningen richting groen te situeren en bomen een plek als begeleider van hoofd- en nevenstructuren te geven. De inrichting van het openbaar groen dient conform het ‘Handboek inrichting en beheer openbare ruimte’ uitgevoerd te worden.
Bron: Groenbeleidsplan Dronten 2017 Relatie met onderliggend plan Op de groenstructuurkaart van Swifterbant uit het Groenbeleidsplan zijn de kenmerkende ‘windbossen’ aan de zuidwestzijde van Swifterbant herkenbaar. De interne groenstructuren zijn overwegend noord-zuid gericht. Het plan voor Swifterbant-Zuid zal inspelen op deze kenmerken en de uitgangspunten van het Groenbeleidsplan. In de Ruimtelijke Hoofdstructuur is duidelijk zichtbaar dat rekening is gehouden met de groene hoofdstructuur.
3.5
Conclusie
In dit hoofdstuk is het plan getoetst aan relevant Rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de in dit plan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het beleid zoals in de voorgaande hoofdstukken is beschreven.
25
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
26
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Hoofdstuk 4 aspecten 4.1
Toets aan ruimtelijke en milieukundige
Algemeen
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat moet worden ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan. In dat kader dient te kunnen worden aangetoond dat de wijziging van het bestemmingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij wordt onder meer het toekomstige gebruik afgezet tegen ruimtelijke en milieukundige omstandigheden ter plaatse en in de omgeving. In het volgende hoofdstuk vindt deze toets plaats voor aspecten die voor onderliggend initiatief relevant zijn.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
4.2.1
Archeologie
Kader In de Erfgoedwet stellen Rijk en provincie dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Daarnaast dient aangetoond te worden dat het voorziene plan geen afbreuk doet aan bestaande cultuurhistorische waarden. Analyse De gemeente Dronten heeft de archeologische waarden en verwachtingen die binnen de gemeentegrenzen voorkomen geïnventariseerd. Aan de hand van de inventarisatie is een gemeentelijke archeologische- en verwachtingen kaart opgesteld. Deze kaart is door vertaald in een archeologische beleidskaart met daarbij behorende voorbeeldplanregels. Voor archeologievrije gebieden wordt in bestemmingsplannen geen dubbelbestemming opgenomen.
27
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Archeologische beleidskaart (bewerking Econsultancy) Onderzoek Archeologisch onderzoek is uitgevoerd, zie bijlage 2. Op basis van het bureauonderzoek werden archeologische resten in de top van het dekzand verwacht, waar dit hoger dan -8,0 m NAP gelegen is. In een 100 m bufferzone rondom deze hogere delen kunnen nog off-site resten voorkomen. Uit het booronderzoek is gebleken dat in het plangebied verschillende zones voorkomen waar het dekzand boven -8,0 m NAP ligt. In deze hogere delen is in de top van het dekzand een podzolprofiel te herkennen. In de lagere delen is sprake van een AC-profiel en is het dekzand verspoeld. In het zuiden en oosten van het plangebied is een zuidwest-noordoost georiënteerde dekzandrug aangetroffen, waarvan de hoogste delen op 2,2 m -mv (-6,6 à -6,7 m NAP) gelegen zijn. De dekzandrug sluit aan op een dekzandopduiking die tijdens booronderzoek direct ten zuiden van het plangebied is aangetroffen en waarop destijds fragmenten houtskool zijn gevonden. Deze rug wordt doorsneden door een zuidoost-noordwest georiënteerde laagte. Het diepste niveau waarop binnen deze laagte dekzand is aangetroffen is 7,5 m -mv (-11,9 m NAP). In verschillende boringen binnen deze laagte zijn geulafzettingen aangetroffen, bestaande uit humeuze klei of zandig veen met zandlagen. Vermoedelijk heeft daarom een geul door deze laagte gelopen.
In diverse boringen in de omgeving van deze geul is direct boven het dekzand een meestal enkele centimeters dik laagje wit, zwak tot matig siltig zand aangetroffen, of bevat de A-horizont bovenin witte vlekken. Dit betreft spoelzand, wat in Flevoland vaak voorkomt op de flanken van dekzandruggen of in geulen. Langs de westgrens van het plangebied zijn enkele dekzandhoogtes te herkennen, waar het dekzand op -7,6 à -7,9 m NAP gelegen is. Deze hogere delen zijn deels gelegen binnen de zone met een lage verwachting, maar hier betreffen het geïsoleerde boringen met lokale verhogingen. In het noord en zuidwesten van het plangebied is in enkele geïsoleerde boringen dekzand aangetroffen hoger dan - 8,0 m NAP, met een maximale hoogte van -7,7 m NAP. Dit betreffen eveneens lokale opduikingen in het
28
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
dekzandlandschap. Boven het dekzandpakket is mineraalarm of zwak kleiig bosveen aangetroffen (Hollandveen Laagpakket). Dit pakket is gevormd in een periode dat het plangebied in een moerasbos lag (4500 – 1450 v. Chr.). Vanaf 1450 v. Chr. lag het plangebied in achtereenvolgens het Flevomeer, het Almere, de Zuiderzee en het IJsselmeer. In deze perioden zijn de Flevomeer Laag (zwak tot sterk kleiig veen met schelpresten), Almere Laag (sterk humeuze klei met zandlagen), Zuiderzee Laag (zeer fijn zand met klei- en detrituslagen) en IJsselmeer Laag (sterk siltige, zwak humeuze klei) afgezet. Binnen deze lagen worden geen bewoningsresten verwacht. Wel kunnen in de bovenste circa 2 m -mv resten van scheepswrakken uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd of resten van vliegtuigen of munitie uit de Tweede Wereldoorlog voorkomen. Dit betreffen echter toevalsvondsten die niet met prospectieve methoden opgespoord kunnen worden. In de zones met een intact podzolprofiel en waar het dekzand boven de -8,0 m NAP gelegen is, geldt een hoge verwachting voor archeologische resten uit het Meso- en Neolithicum. Op basis van het bureauonderzoek kunnen in een zone van 100 m rondom deze dekzandhoogtes off-site resten zoals jachtwerktuigen of deposities verwacht worden. Deze zone heeft een middelhoge verwachting.
Voor het overige deel van het plangebied, enkele zones in het midden en noorden van het plangebied, geldt een lage verwachting. In het noorden bevindt zich een zone waar op basis van de gemeentelijke beleidskaart geen archeologische resten verwacht werden, aangezien het dekzand dieper dan -8,8 m NAP zou liggen. Tijdens het booronderzoek is de lage verwachting echter niet bevestigd. Er zijn in deze zone enkele lokale dekzandopduikingen aangetroffen en de diepteligging van het dekzand varieert tussen -7,6 en -8,6 m NAP. De verwachting binnen deze zone kan daarom bijgesteld worden naar hoog (dekzandopduikingen) tot middelhoog (bufferzone rondom dekzandopduikingen). Op basis van de resultaten van het booronderzoek worden de volgende adviezen gegeven: In de zones met een hoge of middelhoge verwachting wordt geadviseerd om geen bodemingrepen uit te voeren die eventuele archeologische niveaus bedreigen. Aangezien het dekzandreliëf op korte afstand sterk kan variëren, wordt aanbevolen om geen bodemingrepen dieper dan 50 cm boven het dekzand uit te voeren. Indien hier niet aan voldaan kan worden, wordt geadviseerd om een karterend booronderzoek uit te voeren. Voor de zones met lage verwachting wordt geadviseerd om geen nader onderzoek uit te voeren. Conclusie Gelet op het voorgaande is aanvullend onderzoek in diverse zones noodzakelijk.
Ter bescherming van eventueel voorkomende archeologische waarden is op dit moment een algemeen beschermende regeling opgenomen voor het gehele plangebied, uitgaande van een hoge verwachtingswaarde. Op voorhand kan echter gesteld worden dat het plangebied, gelet op de uitkomsten uit reeds uitgevoerd onderzoek, geschikt of geschikt te maken is voor uitvoering van de bouwplannen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. 4.2.2
Cultuurhistorische waarden
Naast een toets aan archeologie dient in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen ook een beschrijving te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en/of monumenten rekening is gehouden. In de omgevingsvisie van provincie Flevoland (FlevolandStraks, november 2017) wordt de ervaring van het passeren van de provinciegrens van Flevoland als volgt omschreven: “Als je de provinciegrens passeert, weet je meteen dat je in Flevoland bent. Flevoland is Nederlands meest herkenbare provincie: gelegen op de voormalige zeebodem, zo’n vier meter onder de zeespiegel en beschermd door vele kilometers dijk. Door wereldwijde trends gaan veel plekken steeds meer op elkaar lijken. Hierdoor neemt de eigenheid af. We willen dat Flevoland zich hieraan onttrekt en zijn eigen verhaal blijft vertellen. Dit verhaal zal de
29
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
Flevolanders blijvend binden. Flevoland heeft zich ontwikkeld tot erfgoed van toekomstige generaties. Dijken, vaarten, verkavelingen, wegbeplanting, erfsingels, openheid of juist de grote bosgebieden zijn voorbeelden van Flevolandse karakteristieken.” Onderliggend plan voorziet niet in ruimtelijke ingrepen die van invloed zijn of afbreuk doen aan de stedenbouwkundige structuur van Swifterbant en omgeving. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor onderliggend plan.
4.3
Flora en fauna
Kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld in de Wet natuurbescherming. Op het gebied van gebiedsbescherming regelt de wet de bescherming van zes verschillende soorten natuurgebieden: het natuurnetwerk Nederland, bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, nationale parken, bijzondere nationale natuurgebieden en Natura 2000-gebieden. Bij activiteiten of ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op instandhoudingsdoelen voor een van deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Onderzoek Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie (d.d. 13 november 2019, zie bijlage3) is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van de ontwikkeling een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van huismus, kerkuil en vleermuizen (waaronder laatvlieger) op het agrarische erf binnen het plangebied is noodzakelijk. Op basis van dit nadere onderzoek zal worden bepaald of een ontheffing voor de Wnb voor beschermde soorten noodzakelijk is.
Bij uitvoering van het plan dient daarnaast rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Een nadere analyse in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. Het plan heeft geen negatieve effecten op het NNN en is ook op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening. Stikstofdepositie Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden, mits gewerkt wordt met materiaal uit Stage Klasse IV, zie bijlagen 5 en 6. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. Ten aanzien van andere aspecten treden als gevolg van het plan geen negatieve effecten op ten aanzien van voor de instandhoudingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten van Wnb beschermde gebieden. Nader onderzoek Nader onderzoek zoals hiervoor beschreven, is uitgevoerd, zie bijlage 4. Bij de sloop van de bebouwing ter plaatse van de Bisonweg 11 gaan mogelijk acht jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus en één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis verloren. Daarnaast gaat een jaarrond beschermde rustplaats van kerkuil verloren als gevolg van de sloop van de oostelijke loods.
Daarom is voor het plan voor de locatie Swifterbant-Zuid een ontheffing voor de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig voor huismus, kerkuil en gewone dwergvleermuis. Er zal ter plaatse gefaseerd te werk worden gegaan waarbij in delen woningen worden gebouwd. Een mogelijkheid met betrekking tot de beschermde soorten is dat in de nieuwe woningen permanente nest- en verblijfplaatsen van huismus en vleermuizen worden gerealiseerd terwijl de te slopen bebouwing tijdens één broedseizoen en paarperiode beschikbaar blijft. Op deze wijze zouden mogelijk geen tijdelijke
30
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
vervangende maatregelen gerealiseerd te hoeven worden, omdat de periode dat de huidige verblijfplaatsen beschikbaar blijven, terwijl de dieren aan de permanente nest- en verblijfplaatsen in de nieuwe woningen kunnen wennen, als overbrugging dient die normaal gesproken worden opgevangen door tijdelijke maatregelen. Daarentegen zullen wel tijdelijke en permanente maatregelen nodig zijn met betrekking tot de vernietiging van de rustplaats van de kerkuil. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan het plaatsen van minimaal twee nestkasten in nabijgelegen boerderijen (binnen 500 meter). Conclusie Gelet op de mogelijkheden voor het treffen van maatregelen kan in redelijkheid gesteld worden dat een ontheffing verkregen kan worden, dan wel andere oplossingen denkbaar zijn, waardoor de uitvoering van het bestemmingsplan niet in het geding komt, aangezien het betreffende gebied uitsluitend het bestaande erf bevat.
4.4
Bodem
Kader Bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan en/of bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Voor een bestemming zoals wonen, gelden andere normen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Onderzoek Er is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 7. Uit de resultaten van de onderzoeken blijkt dat voor het overgrote deel de grond geschikt is voor de beoogde functie en nader onderzoek achterwege kan blijven. Gelet op het feit dat de aangetoonde concentratie dithiocarbamaten (indicator voor bestrijdingsmiddel ‘maneb’) plaatselijk boven het ‘indicatief niveau voor Ernstige Verontreiniging’ in het grondwater is aangetoond, bestaat er wel reden voor aanvullend/nader onderzoek op dit onderdeel.
Er bestaan met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem mogelijk enige belemmeringen voor de ontwikkeling en bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Geadviseerd wordt om: op korte termijn de aard en de omvang van de vastgestelde verontreiniging met dithiocarbamaten ter plaatse van deellocatie A7 nader te onderzoeken. in verband met het aantreffen van asbesthoudende materialen op het maaiveld om een verkennend onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 uit te (laten) voeren ter plaatse van deellocatie C (en eventueel ter plaatse van deellocatie A4, betonpad). Nader grondwateronderzoek Het aanvullend grondwateronderzoek is uitgevoerd, zie bijlage 17. Aanleiding voor het aanvullend grond(en oppervlakte-)wateronderzoek is de verontreiniging met dithiocarbamaten (maneb) in het freatisch grondwater, die tijdens een verkennend bodemonderzoek plaatselijk zijn aangetoond. De verontreinigingen met dithiocarbamaten (maneb) in het grondwater ter plaatse van enkele ondiepe peilbuisfilters op het perceel zijn niet bevestigd. In geen van de bemonsterde peilbuizen / geplaatste diepere filters en/of het oppervlaktewater op de locatie zijn dithiocarbamaten (maneb) nog verhoogd aangetoond in concentraties boven de door het laboratorium gehanteerde detectielimiet.
De gehanteerde detectielimiet van het laboratorium is echter hoger dan de indicatieve niveau's voor een ernstige verontreiniging. Ten opzichte van het voorgaande verkennend onderzoek kan echter worden gesteld dat er, zoals op basis van de geraadpleegde literatuur werd verwacht, inderdaad afbraak plaatsvindt. Tevens kan worden gesteld dat er geen migratie van dithiocarbamaten (maneb) naar het diepere grondwater of naar
31
Swifterbant - Woningbouwlocatie Swifterbant-Zuid (D1004)
het oppervlaktewater heeft plaatsgevonden. Als gevolg is er geen sprake van een geval van bodemverontreiniging met dithiocarbamaten (maneb) op de locatie en zijn er derhalve geen risico's te verwachten voor het huidige agrarische- en/of beoogde woongebruik van de locatie. Uit de analyseresultaten van de diverse milieucompartimenten (oppervlaktewater, freatisch- en diepere grondwater) wordt opgemaakt dat er tevens geen sprake is van onaanvaardbare verspreidingsrisico's. Er bestaan, met betrekking tot de parameter ‘maneb’ en de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, geen belemmeringen voor de ontwikkeling en bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Conclusie Nader onderzoek vanwege het aantreffen van asbesthoudende materialen op het maaiveld is reeds in uitvoering. Op voorhand kan echter in redelijkheid verwacht worden dat de bodemkwaliteit geschikt of geschikt te maken is voor uitvoering van de bouwplannen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. In de grondexploitatie is reeds een post opgenomen voor nadere onderzoeken, maatregelen en/ of sanering.
4.5
Geluid
Kader Geluidsoverlast kan worden veroorzaakt door industrielawaai, railverkeerslawaai, wegverkeerslawaai en luchtverkeerslawaai. De Wet geluidhinder en de Luchtvaartwet kennen grenswaarden voor geluid. Bepaalde geluidgevoelige objecten mogen alleen worden toegelaten als zij geen ontoelaatbare geluidsbelasting ondervinden. Daartoe moeten op grond van artikel 3.3.1 Besluit ruimtelijke ordening zones in het bestemmingsplan worden opgenomen rond geluidsbronnen. Het bestemmingsplan moet de ligging en de afmetingen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen gelegen binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder aangeven. Als een bepaalde bestemming en/of een bepaalde geluidsbron niet in de Wet geluidhinder of Luchtvaartwet is geregeld, moet in het kader van de goede ruimtelijke ordening toch een akoestische afweging gemaakt worden. Onderzoek Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai is uitgevoerd, zie bijlage 8. Uit de berekening blijkt dat formeel het hele plangebied te gebruiken is voor woningbouw wat betreft wegverkeerslawaai indien (voor een aantal woningen in een zone langs de omliggende wegen) een ontheffing voor een hogere waarde wordt verleend. Voor railverkeer is voor de betreffende locatie een geluidsbelastingcontour berekend.