CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

cf7a2e9d-25ac-47a3-8069-8200a9969c0a.pdf

Beeldvormende vergadering 5 oktober 2023, gemeente Dronten23.291 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

waaronder het Europese landbouw-, milieu- en

door de milieu- en biodiversiteitsproblematiek in

klimaatbeleid (bijvoorbeeld de Green Deal), maar ook de

Nederland, de behoefte aan grond voor niet-

open handelsgrenzen binnen Europa. Nederland kan

landbouwfuncties en het gebrek aan bedrijfsopvolgers en

maar beperkt eigen keuzes maken.

(seizoens)arbeidskrachten, is de huidige Nederlandse land- en tuinbouw moeilijk vol te houden. Daarnaast

De vraag is dus: welke bijdrage kunnen en willen we

leidt de oplossing hiervan via het innovatiespoor

vanuit Nederland leveren aan de

uiteindelijk tot een forse kostprijsverhoging, waardoor de

wereldvoedselvoorziening, met minder beschikbaar

Nederlandse sector niet meer concurrerend is ten

grondoppervlak en binnen ecologische grenzen? Op

opzichte van andere landen. De landbouw die overblijft

welke producten en/of diensten richten we ons dan en op

heeft daarom een ander verdienmodel nodig, gericht op

welke schaal willen en kunnen we een bijdrage leveren?

lokale markten en korte ketens, ondersteund met vergoedingen voor ecosysteemdiensten en

3.1.2

Voorbeelden van keuzemogelijkheden

maatschappelijke functies. Dit leidt er mogelijk toe dat Nederland veel meer dan nu afhankelijk wordt van

Nederland zou voluit kunnen kiezen voor het

voedselimport uit andere landen. Daarnaast vervalt de

maximaliseren van de bijdrage aan de

handel en export van de agrofoodsector, die momenteel

wereldvoedselvoorziening op mondiale schaal. Via

een betekenisvolle bijdrage levert aan de Nederlandse

uitgangsmaterialen, innovatie en kennisontwikkeling in

economie. Het betekent ook dat Nederland een deel van

internationale samenwerking, kan Nederland bijdragen

zijn problemen afwentelt op andere landen, waar dan de

aan het ontwikkelen van duurzame voedselsystemen in

productie dient plaats te vinden met bijbehorende

andere landen. Deze strategie vraagt minder

effecten op milieu en omgeving.

landbouwgrond in Nederland, omdat de teelt van uitgangsmateriaal relatief weinig oppervlakte vraagt.

22 | Wageningen University & Research

Een derde positie vertrekt vanuit een Europese

Inmiddels gaat deze discussie meer over de morele

landbouwvoedselstrategie. Daarbij is de vraag hoe

vraagstukken: de maatschappelijke trots ten opzichte

Europa meer zelfvoorzienend wordt, met het oog op de

van de Nederlandse agrofoodsector is niet langer

geopolitieke instabiliteit in de wereld. Dat levert een

vanzelfsprekend. Hiermee is ook de vanzelfsprekende

aantal ingewikkelde spanningsvelden op: de beschikbare

internationale voorbeeldfunctie ter discussie komen te

hoeveelheid landbouwgrond neemt (per saldo) af, onder

staan. Het accent op landbouwkundige en technologische

andere door klimaatverandering, de ontwikkeling van

innovatie, productiviteit en efficiëntie in het Nederlandse

natuur en verstedelijking en tegelijk neemt de

model staat maatschappelijk ter discussie en daarmee

productiviteit van de landbouw af door

ook het uitdragen van dit model naar andere landen.

klimaatverandering. Dit is overigens niet overal het

Daarnaast speelt de kritiek op het (neo)liberale

geval. Zo zijn er ook gebieden die profiteren van

wereldbeeld mee, waardoor de nadruk op export en

klimaatverandering en de trend om de landbouw te

economische waarde een minder zwaar tellend

extensiveren. Daarnaast is landbouw behoorlijk

maatschappelijk argument wordt. Verder heeft de

afhankelijk van een aantal inputs die niet

maatschappelijke discussie over het koloniale verleden

vanzelfsprekend beschikbaar en betaalbaar blijven:

ook de vraag versterkt over de manier waarop Nederland

• fossiele energie, die momenteel ook cruciaal is voor de

(en meer algemeen het Westen) bijdraagt aan de

productie van stikstofkunstmest; • fosfaat en kali, waarbij Europa momenteel erg

wereldwijde voedselvoorziening. Is het de morele taak van Nederland om substantieel bij te dragen aan de

afhankelijk is van andere landen zoals Belarus en

wereldvoedselvoorziening en is het dus goed om voedsel

Marokko;

en uitgangsmateriaal te exporteren naar landen die zelf

• arbeid en water.

onvoldoende voedsel voor de eigen bevolking produceren en waar mensen honger hebben? Of leidt dit in de

De vraag is dus waar we in Europa voldoende voedsel

praktijk tot het opleggen van westerse waarden, tot

gaan produceren en hoe we daarvoor de inputs

sociale onrechtvaardigheid en beperken we door export

beschikbaar kunnen maken. Daarbij komen de

van Nederlandse producten juist de ontwikkeling van de

gematigde zones (Atlantische kust, Noord- en

voedselproductie in deze landen? Een andere, sterk

Noordwest-Europa) nadrukkelijk in beeld, omdat daar de

moreel geladen discussie gaat over de vraag waarvoor

gevolgen van klimaatverandering minder ingrijpend zijn

we Nederlandse landbouwgrond willen gebruiken. Als we

dan in Zuid-Europa. Kortom, het relatieve belang van

de landbouw in Nederland afschalen en extensiveren,

Nederland in de voedselvoorziening van Europa wordt

verplaatst de productie (bij gelijkblijvende consumptie)

eerder groter dan kleiner. Dat vraagt ook scherpe

zich naar het buitenland, waar de productie vaak minder

keuzes, onder andere om landbouwgrond beschikbaar te

duurzaam en diervriendelijk is. Tegelijk wordt dat ook

houden voor landbouw, om te kiezen voor voedsel boven

vaak als excuus gebruikt om de Nederlandse landbouw in

sierteelt of biobased grondstoffen en om niet te

de huidige vorm te behouden. Willen we goede

extensiveren, maar duurzaam te intensiveren.

Nederlandse landbouwgrond gebruiken voor voedsel, veevoer, sierteelt, zonne-energie of biobased

3.1.3

De discussie in Nederland

toepassingen (bio-energie, biomaterialen)?

Hoe Nederland kan bijdragen aan de

Tot slot is het om meerdere redenen logisch om deze

wereldvoedselvoorziening is al jaren onderwerp van

discussie ten minste op de schaal van Noordwest-Europa

discussie. Het aantal mensen met honger in de wereld

te voeren in de Europese en wereldwijde context.

blijft toenemen, een groot deel heeft geen toegang tot

Nederland is onderdeel van een open Europese markt en

voldoende, betaalbaar en goed voedsel en de instabiliteit

het grootste deel van de handel van land- en

van de wereldvoedselmarkten is sterk toegenomen (FAO,

tuinbouwproducten vindt plaats met omringende landen.

2023). Deze discussie ging in het verleden vaak over de

Veel ketenpartijen zijn ook op deze schaal actief.

vraag welke benadering het effectiefst was.

Daarnaast gelden binnen de Europese context min of

Ontwikkelingshulp werd daarom ontwikkelingssamen-

meer gelijke spelregels voor landbouw en voedsel. Als

werking. Daarnaast werd de rol van westerse bedrijven

oplossingen op nationale of regionale schaal worden

groter, niet alleen vanwege het economische belang van

gezocht, leidt dit al snel tot allerlei conflicten met deze

het Westen, maar ook vanuit de gedachte dat dit leidt

Europese context en op hogere schaal tot

tot een meer blijvende impact.

afwentelingseffecten op de rest van Europa en de wereld.

23 | Wageningen University & Research

3.2

Dilemma 2: Dierhouderij in Nederland, wat is haar functie?

We leven in Nederland met 99,9 miljoen kippen,

voedselproductie. Voederproductie voor vee leidt ook in

11,4 miljoen varkens, 3,8 miljoen runderen,

andere delen van de wereld tot ingrijpende vormen van

850.000 schapen en 480.000 geiten (CBS, 2021) op een

landgebruiksverandering (zoals ontbossing). Daarnaast

relatief klein oppervlak. Dit is mogelijk vanwege de

heeft de dierhouderij een negatieve impact op klimaat,

import van veevoergrondstoffen en de beschikbaarheid

milieu en biodiversiteit door onder meer de uitstoot van

van grote hoeveelheden reststromen uit de

broeikasgassen en stikstof. Verder zijn er zorgen over de

voedselverwerkende industrie, die grondstoffen uit

verspreiding van dierziekten en antibioticaresistentie.

Nederland gebruikt maar vooral uit andere landen

Hoge dichtheden van vee in de buurt van mensen

importeert. De grote omvang van de veestapel heeft een

vergroten bovendien het risico voor de volksgezondheid

grote impact op mens, klimaat, milieu en biodiversiteit.

door zoönosen (Hagenaars et al., 2022). Tegelijk is met

De vraag is al decennia hoe we de dierhouderij beter

name de melkveehouderij van groot belang voor het

vorm kunnen geven en welke omvang daarbij hoort.

beheer van grasland dat, indien goed beheerd, juist ook

Blijven we met onze dierhouderij vooral inspelen op de

een positieve bijdrage kan leveren aan klimaatdoelen,

Europese (en wereldwijde) vraag naar hoogwaardige

biodiversiteit en stikstofemissies en andere

dierlijke eiwitten en daarvoor hoogwaardig voer

ecosysteemdiensten (Louis Bolk Instituut, 2023).

gebruiken dat deels ook efficiënter direct door de mens geconsumeerd kan worden? Of kiezen we ervoor onze

In Nederland vinden we grondgebonden

dieren louter nog te voeren met grondstoffen die

(melk)veehouderij in elke provincie en op alle

beschikbaar zijn, maar die mensen niet (willen of

bodemtypen (veen, zand, klei, löss). De intensieve

kunnen) eten, zoals gras, reststromen en bijproducten?

veehouderij (varkens, pluimvee, geiten) is sterker

Het antwoord op die vraag bepaalt mede de omvang van

geconcentreerd op de zandgronden in het oosten en het

de veestapel.

zuiden van het land en is niet of nauwelijks grondgebonden. Zowel de gangbare melkveehouderij als

3.2.1

Het belang van dit dilemma

de intensieve veehouderij is sterk afhankelijk van voederimporten van elders uit Europa (met name graan)

Met de verwachte groei van de wereldbevolking en de

en de rest van de wereld (met name soja). Maar ook in

toenemende welvaart, neemt volgens historische en

Nederland worden voedergewassen en gras voor vee

huidige trends (zonder sturing) wereldwijd ook de vraag

geteeld op gronden (zand en klei) die ook geschikt zijn

naar dierlijke eiwitten toe (Fresco & Poppe, 2016). Zo is

om gewassen voor menselijke consumptie op te telen.

door de economische groei die veel landen in Afrika en Azië de afgelopen decennia hebben doorgemaakt, de

3.2.2

Voorbeelden van keuzemogelijkheden

omvang van de socio-economische middenklasse in deze landen gegroeid en daarmee de consumptie van dierlijke

Nederland kan ervoor kiezen om een belangrijk

eiwitten (Van ‘t Veer et al., 2017). Waar van oudsher

exportland te blijven voor dierlijke eiwitten, zeker ook

dieren werden gebruikt om gewassen en voedselresten

gezien de sterke positie in termen van kennis, logistiek,

te benutten die mensen niet meer konden of wilden

infrastructuur en ketens. In dat geval zal die export ook

eten, legt de veehouderij inmiddels wereldwijd een groot

gepaard blijven gaan met grote importen van

beslag op landbouwgrond en water voor de teelt van

voedergrondstoffen, wat automatisch leidt tot een forse

voedergrondstoffen als soja, mais en graan om in de

mestproductie in de veehouderij. Om de ecologische

wereldwijde vraag te voorzien. Van het mondiaal

impact op klimaat en biodiversiteit te reduceren zonder

beschikbare agrarisch areaal is 75 à 80% in gebruik voor

de veestapel te verminderen, zijn vergaande

de productie van dierlijke eiwitten (Our World in Data,

technologische en voertechnische aanpassingen nodig,

2019b). Zo’n 45% van dat areaal betreft akkerland dat

bijvoorbeeld via voeradditieven en nieuwe stalsystemen

ook direct benut kan worden voor humane

en mestverwerking. In de praktijk valt het effect van

24 | Wageningen University & Research

veel van deze innovaties vaak tegen. Bovendien zijn

Die stroom is echter bij lange na niet voldoende voor de

deze houderijsystemen moeilijker te combineren met

huidige omvang van de Nederlandse veehouderij.

dierwaardigheid, zoals bepleit door de Raad van Dieraangelegenheden (RDA, 2021). Daarnaast leiden de

In dit scenario moet er verder rekening mee worden

kosten voor deze technologische aanpassingen tot een

gehouden dat er in de toekomst extra concurrentie komt

ongelijke concurrentiepositie met veehouderij in andere

voor de productie en reststromen van biomassa die niet

landen. Hoge dichtheden van vee verhogen bovendien

humaan benut kunnen worden. Denk met name aan

het risico op zoönosen voor de volksgezondheid en het

grondstoffen voor bouwmaterialen en in mindere mate

pandemisch potentieel daarvan, zoals momenteel het

energie (Pyett et al., 2019). Dat zou de beschikbaarheid

geval is rond Aviaire Influenza bij pluimvee en wilde

voor veevoer verder kunnen beperken.

vogels. De productie van voedergrondstoffen hier en (vooral) elders voor de Nederlandse veehouderij, zal ook

Tot slot wordt een deel van de melkveehouderij

blijven concurreren met de productie van humaan

bedreven in de veenweidengebieden. Dat beslaat

consumeerbare gewassen.

ongeveer een derde van het landoppervlak van Nederland. Op die veenweiden kan nauwelijks iets

Een alternatieve visie op de functie van dierhouderij in

anders dan gras worden geteeld. Daar lijken dieren dus

Nederland neemt de beschikbaarheid van grondstoffen

bij uitstek een functie te hebben vanuit het hiervoor

en reststromen, die niet concurreren met humane

geduide perspectief, omdat gras door mensen niet te

consumptie, als uitgangspunt voor de omvang van de

eten is. Tegelijkertijd is het vanwege onze

dierhouderij. Naast de hiervoor genoemde rustgewassen

klimaatafspraken in veel van die polders nodig om het

en co-producten kunnen dat ook andere reststromen uit

waterpeil te verhogen om veenoxidatie (naast inklinking)

de voedingsmiddelindustrie en detailhandel betreffen,

tegen te gaan. Zo’n peilverhoging zet echter het

zoals producten die over de datum zijn. In dit meer

historisch gebruik en de bestaande vormen van

circulaire systeem wordt de primaire functie van dieren

melkveehouderij onder druk, net als aanverwante

het opwaarderen van die reststromen en limiteert de

ecosysteemdiensten zoals het weidevogelbeheer.

beschikbaarheid daarvan het aantal te houden dieren in een bepaald gebied, en niet de wereldwijde vraag naar

3.2.3

De discussie in Nederland

dierlijke producten (De Boer & Van Ittersum, 2018; Van Zanten, 2016; Van Hal, 2020). In een dergelijk circulair

De omvang en vorm van de dierhouderij in Nederland

systeem zou de dierhouderij kunnen voorzien in een

zijn al langere tijd onderwerp van discussie, maar staat

betekenisvol, maar wel kleiner deel (9-23 g/per persoon)

sinds het uitbreken van de ‘stikstofcrisis’ volop in de

van onze dagelijkse (50-60 g/per persoon) eiwitbehoefte

belangstelling van politiek en maatschappij. In deze

(Van Zanten et al., 2018). In dit systeem is er veel

discussie spelen allerlei onderliggende zaken, zoals

minder landbouwgrond nodig voor de productie van

dierenwelzijn, de gevolgen voor de gezondheid van

veevoer, dat in plaats daarvan gebruikt kan worden voor

omwonenden, de impact op natuur en milieu, de

de productie van voedsel voor directe menselijke

economische voor- en nadelen, etc. Wat ons betreft is

consumptie of andere, niet-agrarische doeleinden. Als dit

het belangrijk om eerst de vraag te stellen wat de functie

principe wereldwijd wordt toegepast, heeft het wel als

is van de veehouderij in Nederland. Het antwoord op

consequentie dat de huidige dagelijkse inname van

deze vraag bepaalt in hoge mate de omvang en de vorm

dierlijke eiwitten in hoge-inkomenslanden (59 g/per

van de veehouderij. Een veehouderij die in de huidige

persoon) gereduceerd moet worden (bijvoorbeeld door

omvang met hulp van technologische middelen de

gedeeltelijk over te stappen op plantaardige eiwitten) om

ongewenste effecten op het milieu beperkt, heeft een

ook lage-inkomenslanden in hun behoefte van dierlijke

grote uitdaging in termen van internationaal

eiwitten te voorzien.

concurrentievermogen en dierwaardigheid. Een veehouderij die zich primair richt op niet-humaan

Dat laat overigens onverlet dat ook in een maximaal op

consumeerbare grondstoffen voor het voeder zal per

humane consumptie georiënteerd akkerbouwsysteem,

definitie veel kleiner zijn dan nu, maar daarmee ook

direct of indirect nog relatief veel veevoedergrondstoffen

minder snel aanlopen tegen de grenzen van het milieu.

worden geproduceerd. Denk aan noodzakelijke

De consequentie is dan wel dat dierlijke producten

rustgewassen als gras/klaver en de vele co-producten uit

schaarser en duurder worden en dat forse veranderingen

de voedselverwerkende industrie, zoals suikerbieten,

in consumptiepatronen (en daarmee culturele

baktarwe, brouwgerst, frites-aardappelen en groenten.

gedragingen) wenselijk en noodzakelijk zijn.

25 | Wageningen University & Research

3.3

Dilemma 3: Wat is de morele positie van dieren in onze voedselvoorziening?

De menselijke geschiedenis is verweven met die van

zoals geformuleerd in de zienswijze van de RDA (2021).

gedomesticeerde dieren die worden gehouden ten

De maatschappelijke en politieke druk tot verdere

behoeve van menselijke behoeften, waaronder hun

verbetering is nog steeds groot en daarbij verschuift het

consumptie. In Nederland en delen van de westerse

politieke debat ook van incrementele verbeteringen naar

wereld groeit al decennia de aandacht voor de kwaliteit

meer systemische wijzigingen in de wijze van het

van leven van dieren (dierenwelzijn en -gezondheid),

houden van dieren. Zie bijvoorbeeld het aangenomen

wat zich ook in toenemende mate heeft vertaald in

amendement op de Wet Dieren van het kamerlid

wetgeving en marktconcepten die daarin verbetering

Vestering (Kamerstuk 35 398), waarin het verbod op

aanbrengen. Recentelijk is ‘dierwaardigheid’ door de

dierenmishandeling zo is aangescherpt dat het niet

RDA (2021) voorgesteld als morele ondergrens, welk

langer is toegestaan een dier pijn te doen of bij een dier

uitgangspunt ook is overgenomen in het coalitieakkoord.

letsel te veroorzaken of de gezondheid of het welzijn

De onderliggende aanname blijft echter dat het moreel

van het dier te benadelen, met als doel om het dier op

gerechtvaardigd is om dieren te houden en te doden ten

een bepaalde manier te kunnen huisvesten. Het

behoeve van de mens.

maatschappelijke perspectief op dierenwelzijn verschuift dus nog steeds en op dit moment geleidelijk maar wel

Een groeiende denkrichting (zowel in de filosofie en

structureel in de richting van intrinsieke waarde van en

ethiek als in de maatschappij) gaat echter een stap

(meer) autonomie voor het dier. Naarmate die trend

verder, door ook die aanname ter discussie te stellen.

zich voortzet, zal de rol van het dier in ons

Een van de grondleggers van dit denken is Peter Singer,

voedselsysteem steeds kritischer worden bekeken en –

die in zijn boek Animal Liberation (1975) het argument

in het radicaalste scenario – geheel beëindigd worden.

uitwerkt dat er geen reden is om mensen anders te

Dat heeft repercussies op de structuur van het

behandelen dan andere dieren als het gaat om de

voedselsysteem.

toedeling van geluk. Het werk ligt aan de basis van het idee dat dieren ook specifieke rechten hebben en dat we

3.3.2

Voorbeelden van keuzemogelijkheden

die ook in ons juridische systeem zouden moeten verwerken. In de decennia daarna is de plek van dieren

Wereldwijd worden (andere) dieren nog steeds gezien

in ons morele, juridische en democratische systeem

als wezens die nuttig gebruikt kunnen worden voor

verder doordacht en is er zelfs een inmiddels gevestigde

menselijke doeleinden, inclusief consumptie. Vanuit dat

partij in het parlement die dieren een stem wil geven.

uitgangspunt kunnen ze dus benut worden in het voedselsysteem. De zorgplicht voor het dier blijft dan

Waar in het vorige dilemma vooral de functie van dieren

ook bij de mens. In Nederland en andere westerse

in ons voedselsysteem centraal stond, betreft dit dilemma

landen hoort daar inmiddels ook een blijvende aandacht

de meer fundamentele, achterliggende ethische vraag óf

voor verbetering van het welzijn van gehouden dieren

mensen wel vrijelijk kunnen beschikken over (de functie

bij.

van) dieren. Naarmate we (andere) dieren meer beschouwen als

3.3.1

Het belang van dit dilemma

gelijkwaardig aan de mens, als wezens met gevoel, bewustzijn en een zeker, of zelfs een gelijk recht op

De afgelopen 25 jaar is het welzijn van productiedieren

geluk (Singer, 1975) en rechten, wordt dat gebruik ook

op veel fronten verbeterd. Maar dieren in de veehouderij

steeds minder vanzelfsprekend. In dat geval is het zelfs

hebben in de meeste gevallen nog geen leven dat

de vraag of dieren een rol kunnen blijven spelen in het

voldoet aan alle principes van dierwaardige veehouderij,

voedselsysteem als verwerkers van niet-humaan

26 | Wageningen University & Research

consumeerbare grond- en reststromen. Die reststromen

een positieve emotionele toestand. Dit perspectief sluit

zullen dan op een andere manier opgewaardeerd

aan bij groeiend wetenschappelijk bewijs voor het

moeten worden (bijvoorbeeld via raffinage) om niet

belang voor dieren van een zekere autonomie, controle

verloren te gaan, of snel afgewaardeerd worden naar

en positieve ervaringen. Om dat te bereiken, zouden

compost of energie. Vanzelfsprekend zal in dat geval de

dierhouderijsystemen ontwikkeld moeten worden vanuit

consumptie van dierlijke eiwitten drastisch (moeten)

het perspectief van het dier en niet primair vanuit het

verminderen of stoppen.

perspectief van een betaalbare dierlijke productie. Dierwaardigheid was onderdeel van het coalitieakkoord

3.3.3

De discussie in Nederland

van het (inmiddels demissionaire) kabinet Rutte IV.

Zoals aangegeven, is er in Nederland al jaren een

Wereldwijd en zelfs binnen Europa, zijn er overigens

toenemende maatschappelijke roep om dierenwelzijn en

grote verschillen in het denken over de positie van

diergezondheid verder te verbeteren. Er is ook een vrij

dieren en het belang van dierenwelzijn. In termen van

brede overeenstemming over de goede zorg die mensen

marktconcepten met bovenwettelijke eisen voor

verplicht zijn aan gehouden dieren, die ook wettelijk is

dierenwelzijn lopen de Noordwest-Europese landen

verankerd.

(waaronder Nederland) voorop, maar ook in de VS en Canada is die ontwikkeling in toenemende mate te zien.

De discussie in Nederland richt zich momenteel op de

Hoogontwikkelde westerse economieën werken

invulling van wat de RDA een ‘dierwaardige veehouderij’

geleidelijk richting een steeds grotere mate van

noemt (RDA, 2021). In dat concept worden daarvoor

dierenwelzijn. Elders blijft de nadruk vooralsnog liggen

zes principes geformuleerd. Dierwaardigheid gaat verder

op het zo efficiënt mogelijk benutten van dieren, om de

dan het voorkomen van negatief welzijn, zoals pijn en

kostprijs laag te houden.

ziekte, maar richt de aandacht op de voorwaarden voor

27 | Wageningen University & Research

3.4

Dilemma 4: Hoeveel van de toekomstige klimaat- en natuurdoelen willen we binnen Nederland halen?

Hoe kunnen we de toekomstige klimaat- en natuurdoelen

waarin doelen het (kosten)effectiefst gerealiseerd kunnen

realiseren? Streven we ernaar om deze doelen binnen de

worden. Op deze manier zou een zekere uitruil van doelen

Nederlandse grenzen te halen (geen uitruil) of biedt juist

mogelijk zijn. Indien uitruil niet mogelijk zou zijn, zou het

het kijken op Europese of mondiale schaal

ene land een ander land niet kunnen compenseren.

mogelijkheden tot effectieve oplossingen vanuit kosteneffectiviteit en doelmatigheid (wel uitruil)?

Uitruil/compensatie zal niet voor alle doelen mogelijk zijn. Veel van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR)-

3.4.1

Het belang van dit dilemma

natuurdoelen zijn gekoppeld aan soorten en habitats die aan de specifieke Nederlandse context verbonden zijn.

Nederland heeft zich wettelijk verplicht aan diverse

Een goed voorbeeld daarvan is het belang van de

klimaat- en natuurdoelstellingen voor de komende 10 à

Nederlandse Deltanatuur voor (trek)vogels en vissen. Als

15 jaar, waaronder de doelstellingen vanuit het

gevolg van klimaatverandering en verschuivende

Klimaatakkoord, de Vogel- en Habitatrichtlijn en het

klimaatzones zal het relatieve belang van dit type habitat

Natuurnetwerk Nederland. Dit dilemma gaat niet over

in Nederland naar verwachting alleen maar toenemen

deze vaststaande doelstellingen en afspraken, maar over

(Van Hinsberg et al., 2020).

de klimaat- en natuurdoelen die op dit moment nog niet vastgesteld zijn of gericht zijn op de periode ná 2035.

Tegelijkertijd zijn ook niet alle soorten en habitats die

Denk onder andere aan de toekomstige klimaat- en

voortkomen uit de huidige EU-regelgeving uniek voor

natuurdoelen vanuit de Green Deal om in 2050 volledig

Nederland en voor sommige natuurdoelen is ook bekend

klimaatneutraal te zijn. Of aan de Wet natuurherstel die

dat het hoe dan ook bijzonder lastig zal zijn om deze in

nu in ontwikkeling is, waarin het voornemen is om tegen

de toekomst in Nederland te realiseren, mede als gevolg

2050 alle ecosystemen hersteld te hebben en tegen

van klimaatverandering. In de huidige situatie hebben

2030 voor minstens 20%.

sommige van de natuurdoelen ook grote impact op andere maatschappelijke doelen in Nederland

Ondanks dat de kaders van uitruil of geen uitruil nog niet

(bijvoorbeeld woningbouw en infrastructuur). De focus

bekend zijn voor deze toekomstige doelstelling, kan dit

op het behoud van specifieke soorten habitats kan soms

dilemma uiteindelijk zeer bepalend zijn voor de

ook op gespannen voet staan met een bredere algemene

ontwikkelmogelijkheden voor zowel landbouw als natuur

aandacht voor de Basiskwaliteit Natuur. Uit de

in Nederland. Zo bleek bijvoorbeeld uit de studie van

verkenning van Natuurinclusieve toekomstscenario’s

(Lesschen et al.,2020) dat wanneer differentiatie van

(Breman et al., 2022) blijkt dat bij een natuurinclusieve

doelen tussen Europese lidstaten mogelijk is om

inrichting van Nederland weliswaar niet alle VHR-

klimaatneutraal te worden, de veestapel in Nederland niet

natuurdoelen gerealiseerd kunnen worden, maar dat er

of slechts beperkt hoeft te krimpen om de uitstoot van

wel sprake is van een forse toename van basiskwaliteit

broeikasgassen te beperken. Wanneer Nederland binnen

natuur én allerlei aanpalende ecosysteemdiensten.

2

de eigen grenzen klimaatneutraal moet worden, betekent dit een veestapelreductie tussen de 20% (productiviteit

Voor soorten en habitats die ook veelvuldig buiten

strikter-scenario) en 40% (natuurinclusief strikter-

Nederland voorkomen, zou het een optie kunnen zijn om

scenario). In het uitruilprincipe stelt men de doelen op EU-

te verkennen of/hoe deze daar (kosten)effectiever

of wereldniveau en landen dragen hierin bij in de mate

beschermd kunnen worden.

2

Hierbij is de doelstelling gebaseerd op de afspraken van het Klimaatakkoord van Parijs en niet de doelstelling van een Klimaat Neutraal Europa uit de Green Deal.

28 | Wageningen University & Research

3.4.2

Voorbeelden van keuzemogelijkheden

Nederland dan we nu kennen. Dit is ook de lijn die nu wordt gevolgd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en

Het dilemma heeft uitruil van doelen aan de ene kant

het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Het

van het spectrum en niet uitruilen van doelen aan de

Europees en nationale beleid op basis van deze integrale

andere kant van het spectrum. Bij uitruil van doelen

beleidsdoelen ten aanzien van klimaat, water en natuur

wordt de mogelijkheid gecreëerd om specifieke

biedt aanknopingspunten om in Nederland de transitie te

geografische, biofysische en sociaaleconomische

maken naar een natuurinclusieve samenleving met een

kwaliteiten van een land of gebied te benutten. Voor

klimaatrobuust bodem- en watersysteem. Dit staat

bijvoorbeeld het vastleggen van koolstof in bossen heeft

beschreven in de Kamerbrief over de rol van water en

Nederland veel minder mogelijkheden dan Zweden.

bodem bij ruimtelijke ordening (Rijksoverheid, 2022).

Daarom is ook op basis van kosteneffectiviteit het

(Baptist et al., 2019) laten in hun toekomstperspectief

vastleggen van koolstof in bijvoorbeeld het dunbevolkte

voor Nederland in 2120 zien welke positieve impact een

en bosrijke Zweden een aantrekkelijkere plek dan het

natuurinclusieve inrichting heeft op de gezondheid,

dichtbevolkte Nederland (Grafton et al., 2021). Daar

biodiversiteit en leefbaarheid van ons land. Deze

staat tegenover dat in Nederland juist ook in de

potentiële baten van een natuurinclusieve inrichting van

veen(weide)gebieden kansen liggen voor het behoud van

Nederland zijn verder onderbouwd in de

opslag en eventueel zelfs extra vastlegging van koolstof.

natuurverkenning 2050 (Breman et al., 2022) waarin is berekend dat het aanbod van ecosysteemdiensten

Uitruil voor klimaatdoelen tussen landen is niets nieuws.

substantieel toeneemt.

Voor het reduceren van broeikasgassen is het al sinds 2005 mogelijk om via het EU Emission Trading System

3.4.3

De discussie in Nederland

(ETS) emissierechten uit te wisselen tussen bedrijven en organisaties van lidstaten van de Europese Unie, plus

Op dit moment gaat de discussie in Nederland nog volop

een paar aanvullende Europese landen. Bij het uitruilen

over de klimaat- en natuurdoelstellingen die staan voor

van andere doelen zou een soortgelijk systeem

de komende 10 à 15 jaar, en specifiek over stikstof. Het

ontwikkeld moeten worden. Een systeem als ETS biedt

voldoen aan deze doelstellingen blijkt tot op heden al

flexibiliteit en de mogelijkheid maatregelen op een

een grote uitdaging en heeft op dit moment prioriteit

(kosten)effectievere manier in te zetten.

(LNV, 2022). De economische kosten van deze oplossingen zijn veelal erg hoog. De focus op het

Het ETS-systeem wordt echter ook vaak gezien als een

bereiken van doelen op de korte termijn maakt dat er in

complex systeem met veel regulering (Tang et al.,

de praktijk nog (te) weinig aandacht is voor

2020). Het vereist veel onderlinge afspraken en regels

langetermijntransities, met mogelijk ongewenste

en kan afwentelingen en nieuwe afhankelijkheidsrelaties

effecten en lock-ins tot gevolg. Een voorbeeld is dat er

tot gevolg hebben. Een voorbeeld van afwenteling is

nu, vanwege de acute stikstofopgave, gewerkt wordt aan

grootschalige bosaanplant als klimaat-effectieve

innovaties die niet of weinig rekening houden met de

maatregel, die echter vanuit het oogpunt van

wateropgaven die voor de deur staan (dan wel vanuit EU

biodiversiteit(herstel) desastreuze effecten kan hebben.

Kaderrichtlijn Waterregelgeving, dan wel vanuit

Daarnaast heeft het behalen van klimaat- en

klimaatverandering). Denk bijvoorbeeld aan de

natuurdoelen ook positieve effecten op onder andere

zoetwaterbeschikbaarheid.

gezondheid en kwaliteit van de leefomgeving. Een groene leefomgeving met een rijke biodiversiteit is

De opvolgende of aanvullende doelstellingen voor natuur

belangrijk voor een heel scala aan ecosysteemdiensten.

en klimaat zijn nog volop in ontwikkeling en op dit

Uitruil van doelen kan daardoor ook leiden tot

moment zijn eventuele mogelijkheden en voorwaardes

ongewenste consequenties voor de kwaliteit van leven in

voor uitruil dan ook nog niet bekend. Deze keuze ligt dan

Nederland.

ook nog niet op tafel. Een eventuele uitruil hoeft zich overigens niet te beperken tot klimaat- en natuurdoelen,

Wanneer uitruilen van doelen niet het uitgangspunt is,

maar kan ook betrekking hebben op andere doelen zoals

vraagt het halen van (toekomstige) klimaat- en

gezond en voldoende voedsel voor iedereen (zie

natuurdoelen om een wezenlijk andere inrichting van

dilemma 1).

29 | Wageningen University & Research

3.5

Dilemma 5: Landbouw en natuur, scheiden of verweven?

Het is een belangrijke discussie rond het herstel en

onderzoekers zijn dan ook van mening dat een

behoud van natuur en biodiversiteit: moeten we

combinatie van land sparing en land sharing de voorkeur

landbouw en natuur scheiden (land sparing) of juist

verdient. Zo is land sparing nodig om specifieke flora en

verweven (land sharing)? Beide richtingen worden gezien

fauna die onverenigbaar zijn met landbouw, in stand te

als oplossingen om de voedselproductie te verhogen en

houden (Paz et al., 2020), terwijl land sharing een

natuur en biodiversiteit te behouden (Bosch et al.,

effectieve strategie is om ecosysteemdiensten te

2020). De meningen zijn echter sterk verdeeld over wat

bevorderen die essentieel zijn voor landbouwproductie,

beter is (Paz et al., 2020). Is het beter om landbouw op

zoals bijvoorbeeld functionele agrobiodiversiteit (Silvis

de vruchtbaarste en voor landbouw geschikte bodems te

et al., 2022). Bovendien vereisen multifunctionele

realiseren en grote gebieden natuur te beschermen,

landschappen zowel land sparing als land sharing-achtige

waar zich waardevolle natuur bevindt (land sparing) of

maatregelen (Ekroos et al., 2016). Daarnaast biedt de

zijn extensievere vormen van landbouw in combinatie

combinatie van sharing en sparing ook de mogelijkheid

met natuur en overgangszones een betere oplossing

om beter in te spelen op de lokale situatie, zoals ook

(land sharing)?

wordt voorgesteld in het zone-model van (Bakker et al., 2021): hoogproductieve landbouw (sparing) op goede

3.5.1

Het belang van dit dilemma

gronden met een goede watervoorziening, op minder productieve gronden meer natuurinclusieve landbouw

Om aan de wereldwijd groeiende vraag naar voedsel te

(sharing) en natuurontwikkeling op gronden die

voldoen, wordt verwacht dat de huidige intensivering en

ongeschikt zijn voor landbouw (sparing).

uitbreiding van het landbouwareaal zal doorzetten (Bosch et al., 2020). Er zijn echter grote zorgen over de

Daarbij komt dat de onderlinge afhankelijkheid van

negatieve gevolgen hiervan op het klimaat, milieu en

landbouw en natuur complex is en niet altijd goed wordt

biodiversiteit. De afgelopen decennia is daarom veel

begrepen. Zo kan landbouw een aanjager zijn van de

discussie ontstaan over hoe de voedselvoorziening kan

achteruitgang van natuur en biodiversiteit, maar kan

worden gegarandeerd en tegelijkertijd de impact van de

deze ook bijdragen aan de verbetering van natuur en

landbouw op klimaat, milieu en biodiversiteit kan worden

biodiversiteit door het creëren of behouden van

verminderd. Land sparing en land sharing worden in

leefgebieden van flora en fauna (Bosch et al., 2020). Een

deze discussie opgeworpen als mogelijke oplossingen.

voorbeeld hiervan zijn weidegebieden die, mits voldoende extensief beheerd, een belangrijke basis

3.5.2

Voorbeelden van keuzemogelijkheden

kunnen bieden voor kruidenrijke graslanden, insecten en weidevogels zoals de grutto. Andersom is voldoende

Land sparing en land sharing bevinden zich aan uiteinden

biodiversiteit ook van groot belang voor agrarische

van een spectrum. Dit is ook hoe de discussie rond dit

productie, bijvoorbeeld waar het gaat om bestuiving en

thema vaak wordt gevoerd: het is het een of het ander.

plaagbestrijding, vruchtbare bodems en veerkracht bij

Maar dat is te kort door de bocht. Steeds meer

weersextremen. Juist ook deze mogelijke synergie pleit

onderzoek stelt dat dergelijk zwart-witdenken geen recht

ervoor om op landschapsniveau te kijken naar functies

doet aan de complexiteit van enerzijds de toenemende

die wel of niet goed kunnen samengaan (zie

vraag naar agroproducten en anderzijds het behoud van

Figuur 3.2). Dit sluit aan bij enkele van de belangrijke

natuur en biodiversiteit (Grass et al., 2019). Land

(inrichtings)principes van de Nationale Omgevingsvisie,

sharing en land sparing sluiten elkaar namelijk niet uit.

te weten: ‘niet afwentelen naar tijd en plaats’,

Landbouw- en natuursystemen zijn niet uniform en er

‘meervoudig grondgebruik boven enkelvoudig

zijn veel gradaties tussen uitgestrekte, wilde natuur aan

grondgebruik’ en ‘kenmerken en identiteit van een

de ene kant en grootschalige, intensieve landbouw aan

gebied staan centraal’ (Ministerie van BZK, 2020).

de andere kant (Van Doorn et al., 2016). Veel

30 | Wageningen University & Research

De discussie over sharing versus sparing moet niet

In dit denken in landbouwzones blijft het accent liggen

uitsluitend worden opgehangen aan de dienst agro-

op de productieve grondgebonden landbouw. In deze

foodproductie, maar aan een veel breder palet van

landbouwgebieden is natuurlijk altijd sprake van een

ecosysteemdiensten. Bij sparing ligt de nadruk vaak op

zekere mate van sharing, omdat grondgebonden

het specialiseren op een bepaalde functie of dienst op

landbouw per definitie ruimte biedt aan algemene

een specifieke locatie (voedsel op de ene plek, natuur op

biodiversiteit en aan specifieke soorten, zoals akker- en

de andere). Bij sharing is er veelal sprake van

weidevogels. Het daadwerkelijke resultaat is wel sterk

meervoudig grondgebruik en functiecombinaties die ook

afhankelijk van de bedrijfsvoering van de akkerbouwer

kunnen leiden tot een stapeling van diensten. Doordat

of veehouder in kwestie en de inrichting van het gebied.

functies elkaar onderling kunnen versterken, kan dit ook

Met relatief eenvoudige maatregelen als het beter

bijdragen aan een efficiënter grondgebruik. Zo kunnen

inrichten van bermen, slootkanten, perceelsranden en

waterbuffering op lage graslanden, extensief beheer met

erfbeplanting kan al een grote verbetering worden

graasdieren en een hoge biodiversiteit goed samengaan

bereikt zonder verlies van productiegrond. Dat geldt ook

op één plek.

voor het introduceren van meer gewasdiversiteit in tijd (bouwplan) en ruimte (mengteelten, strokenteelt). Het combineren van ecosysteemdiensten met een hoogproductief landbouwsysteem is ook een van de doelen van Boerderij van de Toekomst in Lelystad. Dit vergt niet alleen agro-ecologische oplossingen, maar ook technologie om deze in praktijk te brengen. Recentelijk kwamen (Bakker et al., 2021) met een meer uitgewerkt en radicaler idee van zonering van landbouw in Nederland, waarin op basis van een negental stappen de geschiktste plekken voor drie typen landbouw in Nederland worden geïdentificeerd. Die drie typen betreffen intensieve grondgebonden landbouw (A), nietintensieve landbouw (B) en niet-grondgebonden landbouw (C). De negen selectiestappen betreffen niet alleen de landbouwkundige geschiktheid van de bodem en de nabijheid van natuur (het Natuurnetwerk Nederland, de vroegere Ecologische Hoofdstructuur), maar bijvoorbeeld ook risico op veenoxidatie, de gevoeligheid voor uitspoeling, landschappelijke waardering en het belang voor de waterhuishouding en

Figuur 3.2

De afweging van ecosysteemdiensten met

betrekking tot landgebruik van (Kremen et al,. 2018).

de drinkwaterwinning. Op basis van de negen selectiestappen blijft dan nog 42% van het huidige landbouwareaal over voor bedrijven van type A en neemt het areaal voor bedrijven van type B fors toe. De

3.5.3

De discussie in Nederland

Ook in Nederland krijgen de principes land sparing en land sharing veel aandacht. Dit komt met name tot uiting in de discussie over landbouw in en rond natuurgebieden (zoals Natura 2000-gebieden) en het concept ‘landschapsgrond’ (onderdeel van het coalitieakkoord van 2021). Dit concept is nog niet verder uitgewerkt maar is bedoeld als tussenvorm van landbouw en natuur (dus een vorm van land sharing met een extensieve vorm van landbouw). Vooral rond Natura 2000-gebieden zou landschapsgrond moeten resulteren in een natuurvriendelijkere overgang tussen landbouw en natuur.

31 | Wageningen University & Research

eerdergenoemde tussenvorm van ‘landschapsgrond’ past het best bij dit type B. Niet-grondgebonden landbouw is in dit perspectief maar op een zeer beperkt aantal plekken mogelijk. Merk op dat exclusief gebruik voor natuur (sparing) in dit perspectief alleen de gebieden in de Ecologische Hoofdstructuur (nu Natuurnetwerk Nederland) betreft. Geen uitbreiding daarvan is voorzien. In zijn algemeenheid geldt in Nederland dat zowel vanuit de Nationale Omgevingsvisie als vanuit de recente discussie rondom het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), hernieuwde aandacht is voor ruimtelijk beleid, waarbij met een integrale blik gekeken wordt welke opgaven waar het best het hoofd kunnen worden geboden.

3.6

Dilemma 6: Hoe te sturen op consumentengedrag?

De productie en consumptie van voedsel gaan hand in

positieve als negatieve. In het algemeen zijn er grote

hand. Een transitie naar een duurzaam voedselsysteem

externe kosten verbonden aan het voedselsysteem.

kan daarom alleen worden gerealiseerd wanneer het hele

Ketenpartners en consumenten krijgen niet de juiste

voedselsysteem meebeweegt, inclusief

prijsprikkels en het is lastig een duurzaam

consumentengedrag. De vraag die dit oproept, is hoe en

voedselsysteem te realiseren, zolang duurzaam

in welke mate we moeten sturen om consumenten te

geproduceerd voedsel voor een gezond dieet duurder en

stimuleren duurzamere, maar ook gezondere keuzes te

minder winstgevend is dan niet duurzaam geproduceerd

maken in de supermarkt en daarbuiten.

en minder gezond voedsel.

3.6.1

Sturing van gedrag, zeker als het zoiets fundamenteels

Het belang van dit dilemma

als voeding betreft, ligt maatschappelijk en politiek ook Een toekomstbestendig wereldwijd voedselsysteem vergt

gevoelig. Bij voorkeur laten we het in Nederland over

niet alleen wat van de landbouw, maar zeker ook van de

aan de individuele keuzevrijheid van de consument, waar

consument. De aard en de omvang daarvan hebben een

mogelijk ondersteund door keurmerken en labels.

substantiële impact op klimaat, milieu en biodiversiteit.

Hoewel betekenisvol (zie bijvoorbeeld het succes van het

Dierlijke eiwitten (en speciaal rood vlees) hebben daarin

Beter Leven Keurmerk voor dierenwelzijn of het EKO-

een belangrijk aandeel. Die impact wordt alleen maar

label voor biologische productie), is de impact daarvan

groter vanwege de groeiende wereldbevolking, in

op het volume beperkt. Verdergaande invloed vanuit de

combinatie met een toename van de welvaart en de

overheid stuit echter al snel op bezwaren: het woord

verstedelijking. Ook de westerse consumptie hangt

‘vleestaks’ hoeft maar in een beleidsnota genoemd te

samen met voedseltekorten in minder welvarende landen

worden of de gehaktbal staat weer in chocoladeletters op

en voedseloverschotten in welvarende landen als

de voorpagina van een landelijk dagblad. Tegelijk weten

Nederland. Ons consumptiepatroon is bovendien

we hoezeer ons gedrag nu ook al gestuurd wordt, ook

ongezond met relatief veel vet, suiker en zout (Onwezen

door de industrie zelf (door reclame, winkelinrichtingen,

et al., 2017).

etc.). Onze voorkeuren voor vet, suiker en zout zijn daar mede door gevormd. Jarenlang was stunten met vlees de

Een overstap naar een duurzamer en gezonder

manier om klanten de supermarkt in te trekken zodat ze

consumptiepatroon is dus nodig, maar zeker niet

ook andere producten met een echte marge kochten.

eenvoudig te realiseren. Voedsel moet niet alleen duurzaam en gezond zijn, maar ook veilig, betaalbaar en

Als we inderdaad naar een duurzamer en gezonder

cultureel aanvaardbaar om daadwerkelijk geaccepteerd

consumptiepatroon toe willen, ontkomen we niet aan de

te worden. Bovendien wordt consumptie gestuurd door

vraag of we daar maatschappelijk sterker op willen

voorkeuren en gewoonten die vaak diep zijn ingesleten.

sturen of niet. Hetzij direct via prijsprikkels, informatie

De relatie tussen voedselconsumptie, gedrag en sociale,

(labeling), regelgeving en verboden, hetzij indirect,

culturele en economische factoren (zoals status,

bijvoorbeeld op basis van dwingende afspraken met de

afkomst, etniciteit, financiële situatie en

industrie en supermarkten.

opleidingsniveau) is complex.

3.6.2

Voorbeelden van keuzemogelijkheden

Daarbij komt dat prijzen niet altijd overeenkomen met de werkelijke maatschappelijke kosten van een product,

Ondanks de hiaten in onze kennis, is er binnen en buiten

omdat een groot deel van de kosten geëxternaliseerd is

onze landgrenzen al veel ervaring opgedaan met

en dus niet in de kosten en prijs terechtkomt, zodat

interventies en communicatiestrategieën gericht op het

ketenpartners en consumenten niet de juiste prikkels

veranderen van ons consumptiegedrag. Voorbeelden zijn

krijgen. Er is sprake van externe effecten, zowel

communicatiecampagnes, labels voor duurzaamheid,

32 | Wageningen University & Research

onderwijsprogramma’s, subsidies en belastingen op

collectieve verschuivingen in het aanbod van

ongezonde producten (denk daarbij aan een suiker- en

supermarkten, zonder tegen kartelverboden aan te

vettaks).

lopen.

Over het algemeen is de literatuur eensgezind dat er

Ook technologie kan een rol spelen. Individuele

meer gestuurd moet worden op consumentengedrag

voedselprogramma’s op basis van biometrie (data over

(Fresco & Poppe, 2016; Pyett et al., 2019; Van ‘t Veer,

ons lichaam) kunnen een persoon helpen om

2017). Maar hoever willen we gaan in het sturen op

gemakkelijker duurzame en gezonde keuzes te maken in

consumptiegedrag? En welke waarden moeten ten

de supermarkt.

grondslag liggen aan mogelijke interventies? De vrijheid om voedsel te kiezen wordt namelijk gezien als een

Welke keuzes we ook maken (meer of minder sturing),

sociaal recht en als een individuele verantwoordelijkheid.

we kunnen ons consumptiegedrag niet los zien van de

Het probleem is echter dat prijzen en reclames

rest van het voedselsysteem. Door de complexiteit van

verkeerde prikkels geven vanuit een maatschappelijk

het voedselsysteem is een samenhangende en

oogpunt.

gecoördineerde aanpak nodig (FAO, 2018). Aangezien ons voedselsysteem moet worden beschouwd vanuit een

Bij minimale sturing op consumentengedrag is het

globaal perspectief, moeten we daarbij niet alleen naar

uitgangspunt dat de consument zelf verstandige keuzes

ons eigen land kijken. Een groot gedeelte van het

maakt ten aanzien van duurzaamheid en gezondheid. De

voedsel geproduceerd in Nederland, wordt geëxporteerd.

keuzevrijheid van een consument blijft daarmee relatief

Wat we hier produceren wordt dus mede bepaald door

groot. Maar de vraag is of de consument wel altijd in

de wensen van consumenten in het buitenland. Wanneer

staat is om verstandige keuzes te maken. De impact van

deze wensen een negatieve impact hebben op klimaat,

onze keuzes op bijvoorbeeld klimaat, biodiversiteit en

biodiversiteit, gezondheid, etc., dragen wij dus bij aan

gezondheid, spelen vaak een ondergeschikte rol wanneer

het stimuleren van onduurzaam gedrag in het

men voor een schap in de supermarkt staat of een menu

buitenland.

in een restaurant aan het doornemen is. Prijs en gemak zijn daarentegen vaak bepalende factoren wanneer wij

3.6.3

De discussie in Nederland

een bepaald product of gerecht kopen. Minimale sturing is dus onvoldoende vanuit het perspectief van een

In veel landen zijn overheden terughoudend met het

duurzaam en gezond voedselsysteem.

sturen op consumentengedrag. Ze willen de keuzevrijheid van consumenten niet inperken en laten de

Wanneer er wél wordt gestuurd is er een breed palet aan

consument zelf bepalen in welke mate ze duurzaam en

opties die meer of minder ingrijpend zijn, maar waarvan

gezond eten. Dit is ook het geval in Nederland. Er is

de effectiviteit ook varieert. Klassiek – en weinig

weinig politiek draagvlak om in te grijpen in onze

controversieel – zijn gedragsbeïnvloedende campagnes,

voedselconsumptie. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat

terwijl differentiatie in prijs, bijvoorbeeld door middel

er in de Tweede Kamer geen meerderheid is voor een

van specifieke heffingen (denk aan een vleestaks) of

heffing op vlees. Ook wordt er niet ingegrepen om het

verboden heel effectief kunnen zijn maar politiek

prijsstunten met niet-duurzame en/of ongezonde

omstreden. Beide laten echter de voedselomgeving

producten te voorkomen. In de Tweede Kamer is wel

waarin mensen keuzes maken ongemoeid. Zolang de

draagvlak voor de afschaffing van de btw op groenten en

economische prikkels om minder gezond voedsel te

fruit. Maar dit botst tot nu toe op uitvoeringstechnische

produceren, aan te bieden en te promoten niet worden

bezwaren, onder meer van een overbelaste

beperkt, zal een focus op het individuele gedrag van

Belastingdienst en haar verouderde ICT.

consumenten ook minder effectief zijn. Echt sturen op een verandering van consumptiepatroon betekent dus

De schroom om bij te sturen in onze voedselkeuzes,

ook sturen op de prikkels waar marktpartijen

staat in contrast met bijvoorbeeld de vrij algemeen

(producenten, supermarkten) op reageren. Denk aan het

geaccepteerde beprijzing van brandstoffen en (met

in rekening brengen van ongewenste externe effecten

name) tabak en alcohol als middel om het gebruik terug

van producten (true and fair pricing) en het mogelijk

te dringen.

maken van sectorbrede duurzaamheidsafspraken of

33 | Wageningen University & Research

4 4.1

Samenhang tussen dilemma’s Belang van samenhang

dilemma kunnen de keuzemogelijkheden van een ander dilemma worden beperkt en in een bepaalde richting

De dilemma’s die in het vorige hoofdstuk zijn

worden gestuurd. Zie Figuur 4.1.

beschreven, staan niet los van elkaar. Integendeel zelfs, de dilemma’s zijn op tal van manieren met elkaar

De zes geformuleerde dilemma’s zijn op tal van

verbonden. Deze onderlinge verbondenheid maakt dat

manieren met elkaar verbonden. Ter illustratie van de

het ook belangrijk is om de dilemma’s in samenhang te

samenhang, zijn de zes dilemma’s met een aantal van

bekijken. Door het maken van een keuze binnen het ene

de onderlinge verbanden gevisualiseerd in Figuur 4.2.

Figuur 4.1

De dilemma’s zijn op tal van manieren met elkaar verbonden (illustratie: Clasp Visuals).

34 | Wageningen University & Research

Figuur 4.2

Verbinding tussen de verschillende dilemma’s.

Het ligt voor de hand om vanuit een dilemma te starten

gebieden in het algemeen lager zal liggen dan wanneer

en dan na te gaan welke gevolgen de gewenste keuze

er sprake is van ‘sharing’.

heeft op andere dilemma’s. Ter illustratie kijken we naar dilemma 1. De keuzes ten aanzien van dilemma 1 (welke

Bij een aantal dilemma’s geldt dat stevige keuzes echt

bijdrage levert Nederland aan de

grote consequenties hebben voor andere dilemma’s. Bij

wereldvoedselvoorziening) hebben consequenties voor

de morele positie van dieren is het standpunt mogelijk

de benodigde oppervlakte aan landbouwgrond en de

dat het houden van dieren per definitie onaanvaardbaar

intensiteit van de landbouw. Dat betekent dat het

is. Daarmee zou feitelijk het dilemma over de functie van

realiseren van natuur- en klimaatdoelen in Nederland

de veehouderij irrelevant worden. Een heel ambitieus

makkelijker wordt, of juist moeilijker, afhankelijk van de

natuur- en klimaatbeleid heeft juist weer heel grote

richting van die keuze. En als de veehouderij vooral de

gevolgen voor de bijdrage die Nederland kan leveren aan

rol krijgt van (regionale) reststroomverwerker, wordt de

de (wereld)voedselvoorziening. Die wordt dan per

veehouderij fors kleiner in een aantal gebieden. Dat

definitie kleiner, omdat er weinig ruimte overblijft voor

helpt ook bij het behalen van natuur- en klimaatdoelen.

intensieve dierlijke en plantaardige productie.

Een ander voorbeeld: de keuze voor de productie van uitgangsmateriaal vraagt relatief minder grondoppervlak

Onder alle dilemma’s zit een aantal morele keuzes die

dan de productie van voedsel, waardoor er in principe

maatschappelijk pijn gaan doen. Grote maatschappelijke

meer ruimte is voor bijvoorbeeld natuur. Tegelijk liggen

investeringen, bijvoorbeeld door forse publieke uitgaven

de kwaliteitseisen voor uitgangsmateriaal veel hoger en

of het verplicht krimpen van economische sectoren om

is er minder tolerantie voor het optreden van ziekten,

natuur- en klimaatdoelen te halen, maken dat de

plagen en onkruiden. Dit gaat dus goed samen met het

overheidsschuld toeneemt en financiële ruimte voor

‘land sparing’ idee: intensieve, hoogwaardige landbouw

andere maatschappelijke functies (zorg, onderwijs)

op plekken waar dat kan en daarnaast ruimte voor

afneemt. Tegelijk is het uitstellen van deze

‘echte’ natuur. Maar dat betekent ook dat de

maatschappelijke investeringen ook geen aantrekkelijke

basiskwaliteit natuur in de agro-voedselproductie-

optie. De maatschappelijke kosten nemen toe, onder

35 | Wageningen University & Research

andere omdat klimaatverandering ook steeds grotere

exporteur binnen de landbouwsector. De landbouwsector

economische gevolgen heeft en de milieukosten

is in dit toekomstbeeld volledig circulair en produceert

(bijvoorbeeld voor het zuiveren van drinkwater) oplopen.

voornamelijk voor de lokale, binnenlandse en regionale

Daarmee is tegelijk duidelijk dat keuzes met betrekking

markt (Noordwest-Europa). De consument is ook anders

tot deze zes dilemma’s per definitie geen

gaan eten, namelijk meer vegetarisch en flexitarisch,

wetenschappelijke, maar politieke keuzes vragen. Vanuit

waardoor producenten hun aanbod hebben aangepast.

wetenschappelijke kennis kunnen de gevolgen van

Door andere vormen van landbouw in combinatie met

keuzes op allerlei vlakken in beeld worden gebracht op

verbeterde technologie en de voedselproductie deels te

korte en lange termijn, zodat we maatschappelijk en

verplaatsen naar zee, is er de helft minder agrarische

politiek goede afwegingen kunnen maken. Dat vraagt

grond nodig. Doordat alle landbouw ook natuurinclusief

ook van kennisorganisaties dat vraagstukken niet

moet zijn, ontstaat voldoende ruimte voor de natuur- en

disciplinair maar in samenhang worden bekeken.

klimaatopgaven en biedt het de condities om als Nederland zelfs klimaatpositief te zijn.

4.2

Dilemma’s en hun samenhang in drie WUR-studies

Welke verbanden tussen dilemma’s en keuzes worden voorzien? Door de keuze om een natuurlijke inrichting van

Vanuit verschillende invalshoeken, tijdschalen en

Nederland leidend te laten zijn, waar een sterke

kennisdomeinen, heeft de WUR tientallen

verwevenheid tussen natuur en landbouw onderdeel van

toekomstbeelden en toekomstscenario’s ontwikkeld. De

is, stelt dit toekomstbeeld de kaders voor de hoeveelheid

zes geformuleerde dilemma’s zijn gedestilleerd vanuit

en intensiteit van de landbouw. De keuzes die raken aan

deze studies. Om te illustreren hoe de keuzes binnen de

andere dilemma’s passen binnen de overgebleven

dilemma’s en de onderlinge samenhang tussen de

keuzeruimte als gevolg voor de keuze van een

dilemma’s terugkomen in de studies, worden drie studies

natuurlijke inrichting van Nederland.

nader toegelicht. Hierin wordt benoemd welke dilemma’s in de studie voorkomen, welke samenhang tussen de

De functie van de dierhouderij die we nu kennen, is

dilemma’s voorzien wordt en welke

hierdoor sterk veranderd. De dierhouderij in Nederland

oplossingsrichting(en) de studie aandraagt.

zal volledig natuurvriendelijk en natuurinclusief zijn. Dit betekent onder andere een verkleining van de veestapel,

4.2.1

Een natuurlijkere toekomst voor Nederland in NL2120 (Baptist et al., 2019)

emissiearme stallen en andere aanvullende technische en managementmaatregelen. Naast deze verandering in de intensiteit, is ook het landbouwareaal (meer dan) gehalveerd. Dit kan onder andere doordat de vraag naar

Welke dilemma’s komen voor?

voedsel is veranderd, waardoor een deel van de

De keuze binnen het dilemma scheiden of verweven is

voedselproductie naar zee is verplaatst. Ook is de

bepalend voor het toekomstbeeld. Zoals de titel

voedselproductie gericht op de lokale, nationale en

omschrijft, staat een natuurlijke inrichting van Nederland

regionale (Noordwest-Europese) markt. Doordat minder

in de studie van (Baptist et al., 2019) centraal. Hierbij

landbouwareaal nodig is voor voederproductie, ontstaat

worden natuur en natuurlijke processen (nature-based

er meer ruimte voor het halen van klimaat- en

solutions) als oplossingsrichting gezien voor de diverse

natuurdoelstellingen en is onder andere het areaal bos

transitievraagstukken en -opgaven die spelen rondom

verdubbeld ten opzichte van nu. In het toekomstbeeld

onder andere klimaat, biodiversiteit, landbouw, wonen,

wordt aangegeven dat door innovatie nieuwe

circulariteit en energie. (Baptist et al., 2019) kiezen in

technologieën zijn ontwikkeld om voedzamer en

hun toekomstbeeld voor volledige verwevenheid van

resistenter voedsel te produceren. Of Nederland een

natuur met alle andere sectoren, waaronder landbouw.

bepalende rol heeft (gehad) in het ontwikkelen van de kennis en innovatie, wordt in deze studie niet vermeld.

Deze keuze is ook bepalend voor keuzes binnen andere dilemma’s en in de studie wordt dan ook richting

Welke oplossingsrichtingen worden er gegeven binnen de

gegeven voor keuzes binnen de dilemma’s

samenhang van de dilemma’s?

marktoriëntatie, consumentengedrag toekomstige

Door natuur en natuurlijke oplossingen centraal te

klimaat- en natuurdoelen binnen Nederland of

stellen en de grenzen van het water- en bodemsysteem

daarbuiten. Daarnaast wordt er door gemaakte keuzes in

leidend te laten zijn, bepalen (Baptist et al., 2019) de

de toekomstvisie ook impliciet richting gegeven aan de

richting voor ook veel andere dilemma’s. In het

dilemma’s de bijdrage van Nederland aan de

toekomstbeeld dienen dan ook alle beleidskeuzes te

wereldvoedselvoedselvoorziening en de rol van de

worden getoetst op natuur en biodiversiteit. De

dierhouderij. Zo is Nederland niet meer de derde

36 | Wageningen University & Research

oplossingsrichtingen die op basis van deze leidende

bijvoorbeeld het doel ‘duurzame en gezonde diëten’ dat

principes gegeven worden, zijn:

aan het dilemma ‘durven we te sturen op

• een circulair landbouwsysteem (kringlooplandbouw,

consumentengedrag?’ raakt. Kampers & Fresco (2017)

natuurvriendelijke veehouderij, precisielandbouw,

stellen daarbij dat meer sturing consumenten kan helpen

energiezuinige glastuinbouw en klimaatslim en

hun dieet beter af te stemmen op individuele behoeften,

natuurinclusief beheer van venen, bossen en akkers);

bijvoorbeeld door voedselinname af te stemmen op de

• door technische ontwikkelingen en deels verplaatsing

genetische eigenschappen van een individu. Een ander

van voedselproductie naar zee is er meer areaal

voorbeeld betreft het doel ‘circulariteit en

vrijgekomen, wat de ruimte biedt om groots in te

hulpbronnenefficiëntie vergroten’ dat raakt aan het

zetten op natuur en klimaat en het vergroenen van de

dilemma ‘dierhouderij in Nederland: wat is haar

woonomgeving.

bijdrage?’ De auteurs geven aan dat ondanks de impact van de dierhouderij op klimaat, milieu en biodiversiteit,

4.2.2

Towards a common agricultural and food policy (Kampers & Fresco, 2017)

dieren ook deel uit kunnen maken van een duurzaam voedselsysteem, onder meer vanwege hun vermogen om biomassa die niet geschikt is voor menselijke consumptie

Welke dilemma’s komen voor?

te consumeren.

Kampers & Fresco (2017) geven in Food Transitions 2030 hun kijk op hoe een transitie naar een duurzaam,

Welke verbanden tussen dilemma’s en keuzes worden

betaalbaar, betrouwbaar en kwalitatief hoogstaand

voorzien?

voedselsysteem in de komende decennia kan worden

De doelen die Kampers & Fresco (2017) behandelen in

gerealiseerd. Hierbij geven de auteurs nadrukkelijk aan

hun visie kunnen vanwege de samenhang tussen de

dat veel doelen om tot een duurzaam voedselsysteem te

doelen niet afzonderlijk van elkaar worden gerealiseerd,

komen, nauw met elkaar verbonden zijn. Dit maakt dat

benadrukken de auteurs. Neem bijvoorbeeld de doelen

een integrale aanpak essentieel is. Zij gaan in hun visie

‘duurzame en gezonde diëten’ en ‘voedselsystemen die

uit van vier algemene doelen, gebaseerd op de Food

klimaat, milieu en biodiversiteit versterken’ als

2030-agenda van de EU, die moeten worden opgelost

voorbeeld. Ons huidige westerse dieet, en met name de

om een duurzaam voedselsysteem te realiseren (EU,

consumptie van dierlijke eiwitten, heeft in veel opzichten

2022).

een negatieve impact op zowel onze gezondheid

• Duurzame en gezonde diëten

(overconsumptie) als klimaat, milieu en biodiversiteit.

Dit doel is onder meer gericht op het aanpakken van

Om daadwerkelijk tot een voedselsysteem te komen met

ondervoeding en overgewicht, het bevorderen van de

een zo laag mogelijke impact op klimaat, milieu en

consumptie van alternatieve eiwitten (zoals

biodiversiteit, zullen we dus ook ons huidige dieet onder

plantaardige eiwitten) en het verbeteren van de

de loep moeten nemen en veranderen. Bijvoorbeeld door

traceerbaarheid en veiligheid van voedsel.

meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten te

• Voedselsystemen die klimaat, milieu en

consumeren. Dit geeft aan hoe nauw de doelen

biodiversiteit versterken

‘duurzame en gezonde diëten’ en ‘voedselsystemen die

Dit doel richt zich onder meer op het reduceren van

klimaat, milieu en biodiversiteit versterken’ aan elkaar

broeikasgasemissies, herstel en behoud van

zijn gelinkt. Deze doelen zijn ook weer gelinkt aan het

biodiversiteit en het bevorderen van duurzame

doel ‘circulariteit en hulpbronnenefficiëntie van

landbouw en aquacultuur.

voedselsystemen’. Zo kan een circulair voedselsysteem

• Circulariteit en hulpbronnenefficiëntie van

een positieve bijdrage leveren aan het doel

voedselsystemen

‘voedselsystemen die klimaat, milieu en biodiversiteit

Dit doel richt zich onder meer op het reduceren van

versterken’, bijvoorbeeld door efficiënter om te gaan met

voedselverspilling; efficiënter gebruik van biomassa die

water en energie.

niet geschikt is voor menselijke consumptie, het vermijden of hergebruiken van afval en het

Het doel ‘innovaties en versterken van gemeenschappen’

verminderen van water- en energieverbruik.

speelt een sleutelrol in de drie eerdergenoemde doelen.

• Innovaties en versterken van gemeenschappen

Innovaties kunnen bijvoorbeeld helpen om te komen tot

Dit doel richt zich onder meer op het stimuleren van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/291/documents/2874