c8fba149-484a-4ea9-9553-635813324b98.pdf
Tekst van het document
Als uw partner geen recht heeft op individuele inkomenstoeslag (volgens artikel 11 of 13 Participatiewet), kan het zijn dat u er wel recht op heeft. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is dan hetzelfde als die van een alleenstaande of alleenstaande ouder (volgens artikel 2.7 lid 3 van de Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten). Artikel 3 Zicht op inkomensverbetering Uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs is onderwijs volgens de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) of Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000). Artikel 4 Geen individuele inkomenstoeslag Als er een boete is opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht mét benadelingsbedrag dan heeft de aanvrager altijd beschikt over een inkomen dat hoger is dan de bijstandsnorm. Artikel 5 Inwerkingtreding en citeertitel Geen verdere uitleg.
-3-
B20.002629 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op de Participatiewet; overwegende dat het college bevoegd is beleidsregels vast te stellen met betrekking tot het verstrekken van algemene bijstand in de vorm van een geldlening, zoals is gesteld in artikel 50 van de Participatiewet;
B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht Dronten 2021 Artikel 1 Begrippen 1. In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de Participatiewet staan. 2. In deze beleidsregels verstaan we onder: a. woning: het woonhuis, woonschip of de woonwagen waarin u, alleen of met uw gezin, woont. U bent eigenaar van deze woning. b. (krediet)hypotheek: geldlening waarbij een registergoed dient als onderpand. c. pandrecht: geldlening waarbij een niet-registergoed als onderpand dient. d. registergoed: een woning die wordt ingeschreven in het Kadaster. e. WOZ: Waardering Onroerende Zaken. Artikel 2 Geldlening 1. Wij verstrekken uw uitkering als geldlening, als u genoeg overwaarde in uw woning heeft. 2. Wij berekenen de hoogte van de geldlening als volgt: a. de waarde van de woning; b. min de schulden die op de woning rusten en c. min het bedrag dat is genoemd in artikel 34, tweede lid onder d van de Participatiewet. Artikel 3 Verplichting om mee te werken Wij verplichten u mee te werken aan de vestiging van hypotheek of pandrecht. U tekent hiervoor een bereidverklaring. Pas daarna betalen wij de uitkering. Artikel 4 Vaststelling waarde woning 1. Wij stellen de waarde van de woning vast op de laatste WOZ-waarde.
Als u een taxatierapport heeft dat minder dan zes maanden oud is, dan kunnen we die ook gebruiken. 2. De kosten die zijn verbonden aan de hypotheekakte en de inschrijving van de hypotheek, het opmaken van de akte van pandrecht, inschrijving van het pandrecht en de bijkomende kosten, komen voor uw rekening. a. Voor deze kosten kunt u bijzondere bijstand ontvangen, in de vorm van een geldlening.
No. B20.002629 Artikel 5 Opname voorwaarden in hypotheekakte of akte van pandrecht 1. Wij verbinden voorwaarden aan de geldlening. Hierover leest u meer in de artikelen 6, 7 en 8 van deze beleidsregels.. 2. Deze voorwaarden worden samen met de gebruikelijke voorwaarden opgenomen in de hypotheekakte of akte van pandrecht. Artikel 6 Aflossing en rente geldlening 1. De aflossing begint op het moment dat wij de uitkering stoppen. Daarna moet u maandelijks aflossen. 2. Het maandbedrag voor de aflossing stellen wij steeds voor één jaar vast. 3. U hoeft alleen af te lossen als uw inkomen hoger is dan de uitkeringsnorm die voor u geldt. 4. Als uw inkomen hoger is dan deze uitkeringsnorm, dan betaalt u van het bedrag dat u méér ontvangt, de helft aan ons. 5. Als het nodig is, kunnen wij tussentijds het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vaststellen Wij kunnen daarbij ook rekening houden met extra kosten die u moet maken. We kijken dan wel of deze kosten echt noodzakelijk zijn. 6. Als u tijdens de aflossingsperiode niet aan uw verplichtingen voldoet, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening direct opeisbaar en moet u ook wettelijke rente betalen over de achterstallige termijnen. Artikel 7 Verkoop woning 1. Als u de woning verkoopt, moet u het restant van de geldlening gelijk aflossen. Dit geldt ook als u komt te overlijden.
Dit geldt niet als uw echtgenoot of echtgenote in de woning blijft wonen. 2. Als uw echtgenoot of echtgenote na uw overlijden in de woning blijft wonen, dan kan hij/zij gewoon doorgaan met de aflossing van de geldlening. 3. Als u de woning voor een reële prijs verkoopt en de opbrengst is lager dan de openstaande geldlening (inclusief de rente), dan stellen wij het verschil buiten invordering. Artikel 8 Opnieuw recht op uitkering Als u binnen een periode van twee jaar na beëindiging van uw gemeentelijke uitkering weer een gemeentelijke uitkering nodig hebt, dan verlenen we deze met toepassing van de laatste gevestigde krediethypotheek of pandrecht. Artikel 9 Opgave saldo en rente Wij geven u elk jaar een overzicht van het saldo van de geldlening en de rente. Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. 2. Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze beleidsregels trekken wij de ‘Gewijzigde beleidsregels krediethypotheek en pandrecht 2018’ in. 3. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht Dronten 2021’. Dronten, 14 december 2020
drs. T. van Lenthe Secretaris
drs. J.P. Gebben Burgemeester
-2-
No. B20.002629 Toelichting Als u een uitkering aanvraagt dan houden wij rekening met uw vermogen. Dit kan zijn spaargeld, een auto, een kostbaar schilderij, maar ook een eigen woning. De wetgever heeft in de Participatiewet aparte regels opgenomen als u een eigen woning heeft. Als u overwaarde in uw woning heeft, dan kunt u wel een uitkering krijgen, maar dan geeft u ons een hypotheek op uw woning. Als u andere waardevolle goederen heeft, bijvoorbeeld een kostbaar schilderij of een oldtimer, dan kunt u ook een uitkering krijgen, maar dan krijgen wij van u een pandrecht. Dit is geregeld in artikel 50 Participatiewet en artikel 34, lid 2 Participatiewet. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begrippen Een hypotheek kan gevestigd worden op registergoederen. Dit zijn goederen die zijn ingeschreven in een openbaar register, bijvoorbeeld een hypotheekregister. Als een waardevol goed niet is ingeschreven, dan spreken we van pand (artikel 3:227, lid 2 BW). Artikel 2 Geldlening Een voorbeeld om het duidelijk te maken: de waarde van uw woning is € 200.000,00. u heeft nog een hypotheek van de bank op uw woning van € 60.000,00. u bent alleenstaand en u heeft geen spaargeld meer.
Dan berekenen wij de hoogte van de geldlening als volgt: Waarde woning € 200.000,00 Hypotheek € 60.000,00 -/Overwaarde € 140.000,00 Vrij te laten: Bedrag dat altijd voor iedereen wordt vrijgelaten (algemene vrijlating) Vrijlating in de woning Totale vrijlating te vestigen krediethypotheek
€ 6.225,00 € 52.500,00 +/+ € 58.725,00 -/€ 81.275,00
Artikel 3 Verplichting om mee te werken Deze verplichting nemen wij op in de beschikking. U moet uiteraard zelf ook de hypotheekakte of akte van pand bij de notaris ondertekenen. Zonder deze handtekening kan de gemeente geen hypotheek vestigen. Als u achteraf besluit geen handtekening te zetten onder de hypotheekakte, dan moet u de uitkering die wij al hebben uitbetaald, terugbetalen. Artikel 4 Vaststelling waarde woning Omdat de gemeente elk jaar uw woning taxeert, kan deze taxatie gebruikt worden om de waarde van uw woning vast te stellen. Als in het bezit bent van een taxatierapport waarin een andere waarde van uw woning staat, kunnen wij deze waarde ook gebruiken. Uw taxatierapport mag niet ouder zijn dan een half jaar. De kosten die wij maken voor het vestigen van hypotheek- of pandrecht zijn voor uw rekening. Wanneer u deze niet kunt betalen, kunt u hiervoor bijzondere bijstand aanvragen. Deze vergoeding wordt dan ook als lening verstrekt.
-3-
No. B20.002629 Artikel 5 Opname voorwaarden in hypotheekakte of akte van pandrecht U heeft waarschijnlijk nu ook een hypotheek aan de bank gegeven. In die akte staan ook allerlei voorwaarden over bijvoorbeeld verkoop, verhuur, verzekeringen en dergelijke. Dezelfde regels staan ook in de akte voor de krediethypotheek. Artikel 6 Aflossing en rente geldlening Als u geen uitkering van ons meer nodig hebt, dan begint pas de aflossing en rentebetaling van de lening. Hoe berekenen wij de hoogte van de aflossing? Weer even een rekenvoorbeeld: u gaat per maand € 2.000,00 netto verdienen; u bent nog steeds alleenstaand, de uitkeringsnorm is € 1.060,00; u verdient dus € 940,00 méér dan de gemeentelijke uitkering; dan moet u de helft daarvan aan ons betalen voor de aflossing, dus € 470,00 per maand. Ook moet u natuurlijk maandelijks rente betalen. Artikel 7 Verkoop woning Vanaf het moment dat u beschikt over de opbrengst van de verkochte woning, moet u het restant van de geldlening in één keer aan de gemeente terugbetalen. Wanneer u de woning verkoopt tegen een prijs die beneden de geldende marktwaarde ligt, is dit geen reden om het resterende bedrag van de lening kwijt te schelden. Artikel 8 Herleving recht op uitkering Als u binnen twee jaar opnieuw een uitkering van ons krijgt, dan gelden dezelfde regels voor de lening als bij de vorige uitkering.
Artikel 9 Opgave saldo en rente Deze opgave kunt u gebruiken voor uw belastingaangifte. Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel Geen verdere toelichting.
-4-
B20.001877 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op de Gemeentewet (GW), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Burgerlijk Wetboek (BW); gelet op artikel 1.3.9, onderdeel e van de verordening Sociaal Domein gemeente Dronten; overwegende dat het wenselijk is regels te stellen over het beleid ten aanzien van maatschappelijke participatie en toegankelijkheid;
B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels maatschappelijke participatie en toegankelijkheid Dronten 2021 Artikel 1 Begrippen 1. In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wetten en verordening staan, waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd. 2. In deze beleidsregels verstaan we onder: a. computerpakket: desktop, laptop of tablet, inclusief toebehoren. b. computerregeling: regeling van middelbare school voor een computerpakket, waarbij er geen kosten zijn voor de ouders. Borg valt hier niet onder. c. gemeentelijke uitkering: uitkering of inkomensvoorziening op grond van Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en/of Aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). d. maatschappelijke participatie en toegankelijkheid: het deelnemen aan sportieve, educatieve, sociale of culturele activiteiten. e. Pas van Dronten: pas waarmee inwoners gebruik kunnen maken van kortingen en aanbiedingen bij deelnemende aanbieders. Rechthebbenden (artikel 3) hebben een persoonlijk tegoed op de pas, waarmee zij kunnen betalen bij deelnemende aanbieders. f. peildatum: 1 januari van het vergoedingsjaar. g.
Vergoedingsjaar: kalenderjaar waarin recht bestaat op de vergoeding.
No. B20.001877 Artikel 2 Aanvraag 1. Wij kennen de vergoeding ambtshalve (automatisch) toe aan inwoners die op de peildatum een gemeentelijke uitkering ontvangen. 2. Wij kennen de vergoeding automatisch (ambtshalve) toe aan inwoners vanaf de eerste dag van de kalendermaand, waarop wij een gemeentelijke uitkering hebben toegekend aan deze inwoners. a. De vergoeding (artikel 4) wordt naar verhouding toegekend voor de rest van het vergoedingsjaar. 3. Inwoners die geen gemeentelijke uitkering ontvangen, moeten zelf een aanvraag doen. a. De aanvraag moet uiterlijk 1 november van het vergoedingsjaar ingediend zijn. Artikel 3 Recht op vergoeding 1. U heeft recht op de vergoeding als u een inkomen heeft dat lager is dan 110 procent van de voor u geldende uitkeringsnorm. 2. U heeft ook recht op de vergoeding als u door Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland (MDF) voor meer dan 3 maanden bent toegelaten tot de Voedselbank Dronten. Wij gaan er dan vanuit dat u (tijdelijk) een inkomen heeft dat lager is dan 110 procent van de voor u geldende uitkeringsnorm. 3. U heeft geen recht op de vergoeding als u een toelage ontvangt op grond van de Wet op de studiefinanciering. Artikel 4 Vergoeding 1. De maximale vergoeding voor gehuwden/samenwonenden is € 150,00 per persoon per kalenderjaar. 2. De maximale vergoeding voor een alleenstaande (ouder) is € 170,00 per kalenderjaar. 3.
De maximale vergoeding voor een kind van 3 tot 12 jaar op peildatum is € 320,00 per kalenderjaar. 4. De maximale vergoeding voor een kind van 12 tot 18 jaar op peildatum is € 425,00 per kalenderjaar. 5. Wij storten de vergoeding op uw Pas van Dronten of u krijgt een code om het tegoed zelf op uw Pas van Dronten te zetten. 6. U kunt tot en met 31 december van het vergoedingsjaar betalen met het tegoed op uw Pas van Dronten. Artikel 5 Extra vergoeding voor computerpakket kinderen 1. In aanvulling op artikel 4 hebben kinderen, bij overstap van (basis)school naar middelbare school in het lopende schooljaar, recht op een vergoeding voor een computerpakket van maximaal € 400,00 eenmalig. 2. De vergoeding wordt verstrekt als de middelbare school geen computerregeling heeft. 3. Wij betalen de vergoeding, nadat wij een volledig ingevuld declaratieformulier hebben ontvangen. Artikel 6 Besteding van de vergoeding 1. Met de vergoeding op de Pas van Dronten, zoals bedoeld in artikel 4, kunt u betalen bij: a. door ons aangewezen aanbieders, voor het deelnemen aan sportieve, educatieve, sociale en/of culturele activiteiten. b. kosten voor een internetabonnement, voor pashouders van 18 jaar en ouder. 2. Aan sportkleding en -artikelen mag (afhankelijk van de aanbieder) maximaal € 100,00 of € 150,00 per vergoedingsjaar worden besteed door de pashouder.
-2-
No. B20.001877 Artikel 7 Terugvordering vergoeding Wij kunnen de vergoeding (gedeeltelijk) terugvorderen als u onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt en dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de vergoeding. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. 2. Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze beleidsregels trekken wij de ‘Beleidsregels maatschappelijke participatie en toegankelijkheid 2019’ in. 3. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels maatschappelijke participatie en toegankelijkheid Dronten 2021’. Dronten, 14 december 2020
drs. T. van Lenthe Secretaris
drs. J.P. Gebben Burgemeester
-3-
No. B20.001877
Toelichting In 2019 is de strategie voor het brede sociaal domein 2019-2022 vastgesteld. Een van de resultaten is ‘Meer huishoudens met een minimuminkomen zijn in beeld en maken gebruik van voorzieningen’. In Dronten zijn 1.400 huishoudens met een inkomen tot 110 procent van de geldende uitkeringsnorm. Deze groep inwoners vormt de doelgroep van het gemeentelijk minimabeleid. Het doel is om inwoners die (tijdelijk) niet financieel zelfredzaam zijn (financieel) te ondersteunen, zodat zij weer grip krijgen op hun situatie, volwaardig kunnen meedoen aan de samenleving en uiteindelijk weer zelfredzaam worden. De maatschappelijke participatie en toegankelijkheid (toegankelijkheidsbijdrage) is een onderdeel van het gemeentelijk minimabeleid. De toegankelijkheidsbijdrage is gekoppeld aan de Pas van Dronten. De Pas van Dronten is voor iedere inwoner in Dronten. Iedere inwoner van Dronten kan gebruik maken van kortingen en aanbiedingen van deelnemende aanbieders. Minima hebben recht op een tegoed op hun Pas van Dronten. Hierdoor kunnen kosten gelijk worden afgeschreven van de pas en hoeven inwoners deze kosten niet meer voor te schieten.
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begrippen Geen verdere uitleg. Artikel 2 Aanvraag Aan inwoners die op 1 januari van het vergoedingsjaar een gemeentelijke uitkering ontvangen (Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en/of Aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO), kennen wij de vergoeding automatisch toe. Zij krijgen het tegoed automatisch op hun Pas van Dronten gestort. Of zij ontvangen een code waarmee zij het tegoed zelf op hun Pas van Dronten kunnen zetten. Inwoners die na 1 januari van het vergoedingsjaar een gemeentelijke uitkering toegekend krijgen, hebben ook recht op een automatische toekenning, maar dan vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de uitkering is toegekend. De vergoeding wordt naar verhouding toegekend. Stel, een uitkering wordt toegekend per 1 juli, dan is de vergoeding dus over de periode van 1 juli tot en met 31 december (helft van de vergoeding). Artikel 3 Recht op vergoeding Net als bij de draagkrachtregels voor de bijzondere bijstand zijn aan deze beleidsregels ook de inwoners toegevoegd die door Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland (MDF) voor meer dan 3 maanden zijn toegelaten tot de Voedselbank Dronten.
Zij hoeven overigens geen gebruik te maken van de Voedselbank. Het gaat hier om inwoners die een hoger inkomen hebben dan 110 procent van de geldende uitkeringsnorm, maar door hoge lasten een laag/lager besteedbaar inkomen hebben. Zelfstandigen kunnen ook deelnemen aan de toegankelijkheidsbijdrage, als ze aan de inkomensgrenzen voldoen. Het inkomen uit zelfstandige werkzaamheden wordt vastgesteld op basis van de verlies- en winstrekening van het jaar voorafgaande aan de aanvraag. Als deze verlies- en winstrekening nog niet beschikbaar is, dan wordt de verlies- en winstrekening van het aanvraagjaar -/- 2 gebruikt. Bij ontbreken van een verlies- en winstrekening kan het recht op de toegankelijkheidsbijdrage niet worden vastgesteld.
-4-
No. B20.001877 Een zelfstandige die een uitkering voor levensonderhoud ontvangt van het Zelfstandigenloket Flevoland (ZLF) wordt geacht een inkomen te hebben dat gelijk is aan de geldende uitkeringsnorm. Studenten zijn uitgezonderd van de toegankelijkheidsbijdrage. Zij worden geacht voldoende maatschappelijk te participeren in/bij de school of onderwijsinstelling waar ze studeren. Artikel 4 Vergoeding Uitgangspunt bij de hoogte van de vergoeding is dat degene die het meest behoefte heeft aan maatschappelijke participatie en niet in staat is eigen middelen te verschaffen, de hoogste vergoeding krijgt. Dat zijn de kinderen. Sinds 1 januari 2018 zijn de bedragen voor de kinderen verhoogd. Hierdoor kunnen de volgende kosten nu worden afgeschreven van het tegoed op de Pas van Dronten: (vrijwillige) ouderbijdrage; binnen- en buitenschoolse activiteiten; kosten voor door scholen uitgegeven spullen (denk aan rekenmachine, huur voor kluis, tekendoos, etc.). Artikel 5 Extra vergoeding voor computerpakket kinderen In 2017 zijn de beleidsregels uitgebreid met een vergoeding voor een computerpakket voor kinderen die de overstap maken van de basisschool naar de middelbare school. Het geldt ook voor kinderen die de overstap maken van een school met computerregeling naar een school waar geen computerregeling is. De vergoeding bedraagt maximaal € 400,00 eenmalig.
Als een computerregeling volgens de middelbare school voldoende is, wordt geen vergoeding voor een computerpakket verstrekt. Artikel 6 Besteding van de vergoeding De vergoeding kan worden besteed bij de daartoe aangewezen aanbieders, die zijn aangesloten bij de Pas van Dronten voor het onderdeel toegankelijkheidsbijdrage. De meest actuele lijst staat op www.dronten.nl (zoek op toegankelijkheidsbijdrage). Artikel 7 Terugvordering vergoeding Dit artikel maakt het mogelijk de vergoeding terug te vorderen als er sprake is van onterechte betaling. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel Geen verdere uitleg.
-5-
B20.002390 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op de Participatiewet; overwegende dat het college bevoegd is beleidsregels vast te stellen met betrekking tot verlaging van de uitkering zoals is gesteld in artikel 27 en 28 van de Participatiewet;
B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels maatwerk uitkeringsnorm Dronten 2021 Artikel 1 Begrippen 1. In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wet staan, waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd. 2. In deze beleidsregels verstaan we onder: a. jongerennorm: uitkeringsnorm voor jongeren van 18 tot 21 jaar op grond van artikel 20, lid 1 onder a en onder b of op grond van artikel 20, lid 2 onder a en onder b van de wet. b. kale huur: huurprijs voor het gebruik van de woonruimte (exclusief servicekosten en nutsvoorzieningen). c. kostganger: een persoon die een gedeelte van een woning huurt (bijvoorbeeld een kamer) en ook betaalt voor de maaltijden. d. NIBUD: Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. e. normbedrag studiefinanciering: bedrag voor de kosten van levensonderhoud volgens artikel 3.18 Wet studiefinanciering 2000 en de eventuele toeslag volgens artikel 3.5 van de Wet studiefinanciering 2000. f. normhuur: bedrag volgens artikel 17, lid 2 Wet op de huurtoeslag, verhoogd met het bedrag van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage volgens artikel 16 Wet op de huurtoeslag. g. nutsvoorziening: kosten voor verbruik van water, gas, elektriciteit en/of andere energie. h. rekennorm: norm gehuwden op grond van artikel 21 onder b van de wet. i.
uitkeringsgerechtigde: iemand die een uitkering Participatiewet ontvangt. Artikel 2 Doelgroep Deze beleidsregels gelden voor u als u 18 jaar of ouder bent, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd.
No. B20.002390 Artikel 3 Verlaging woonsituatie (artikel 27 Participatiewet) 1. Wij verlagen uw uitkering niet in verband met de woonsituatie. 2. Wij zien het ontbreken van woonlasten als inkomen. Wij brengen dit inkomen in mindering op uw uitkering. Dat komt voor als iemand anders: a. een deel van uw woonlasten betaalt; of b. de woonlasten niet bij u in rekening brengt. 3. Voor lid 2 geldt een maximumbedrag, dit is het bedrag van de normhuur. Artikel 4 Verlaging schoolverlaters (artikel 28 Participatiewet) 1. Wij verlagen uw uitkering met 20% van de rekennorm als u een schoolverlater bent. a. Wij passen deze verlaging voor zes maanden toe, gerekend vanaf het moment dat u bent gestopt met onderwijs of een beroepsopleiding. 2. Wij passen de verlaging niet toe als u een schoolverlater bent, jonger bent dan 21 jaar en de jongerennorm ontvangt. 3. Wij passen de verlaging wel toe als u een schoolverlater bent, jonger bent dan 21 jaar, maar naast de jongerennorm ook een aanvulling bijzondere bijstand ontvangt tot de norm voor 21 jaar of ouder of tot de kostendelersnorm. Dan passen wij de verlaging toe tot maximaal de hoogte van de bijzondere bijstand. 4. Wij passen uw verlaging aan zodat u als schoolverlater wel blijft beschikken over een bedrag gelijk aan het normbedrag voor studiefinanciering. 5.
Wij passen de verlaging niet toe als u schoolverlater bent vanwege bijzondere omstandigheden. En u door deze omstandigheden geen onderwijs of een beroepsopleiding meer kunt volgen. Artikel 5 Commerciële huur 1. Voor het bepalen van de minimale hoogte van een commerciële (onder)huurprijs sluiten wij aan bij het bedrag van de normhuur (volgens artikel 1 van deze beleidsregels). 2. Als het gaat om een commerciële (onder)huurprijs inclusief nutsvoorzieningen, houden wij rekening met het bedrag uit lid 1 verhoogd met 20 procent van de gemiddelde normbedragen voor nutsvoorzieningen in de NIBUD prijzengids. 3. Als het gaat om een commerciële (onder)huurprijs voor een kostganger, houden wij rekening met de bedragen uit lid 1 en 2, verhoogd met het gemiddelde normbedrag voor maaltijden in de NIBUD prijzengids. Artikel 6 Eisen aan commerciële (onder)huur of kostgangersovereenkomst 1. De commerciële (onder)huur- of kostgangersovereenkomst moet u schriftelijk hebben vastgelegd, hierin staat in ieder geval: a. wie de huurder is; b. wie de verhuurder is; c. het adres en een omschrijving van het gehuurde (zoals hoeveel kamers, woonkamer, badkamer, tuin); d. de prijs (uitgesplitst in kale huur, servicekosten, nutsvoorzieningen en/of maaltijden); e. de hoogte van de borg; f. het tijdstip en wijze van betaling; g. de ingangsdatum van het huurcontract; h.
de datum waarop jaarlijks de huur wordt verhoogd; i. de huisregels; j. de handtekening van de huurder en de verhuurder. 2. U moet bewijzen wat de kosten zijn. Dat kan met betaalbewijzen van tenminste de laatste drie maanden voor aanvraagdatum van de uitkering of vanaf datum inwoning.
-2-
No. B20.002390 Artikel 7 Inkomsten uit (onder)huur of kostgeld Wij zien de kale huur als inkomsten uit commerciële huur of onderhuur. Wij brengen dit bedrag in mindering op uw uitkering. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. 2. Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze beleidsregels trekken wij de ‘Beleidsregels individualisering uitkeringsnorm 2018’ in. 3. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels maatwerk uitkeringsnorm Dronten 2021’. Dronten, 14 december 2020
drs. T. van Lenthe Secretaris
drs. J.P. Gebben Burgemeester
-3-
No. B20.002390 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 Begrippen Het NIBUD is een adviesorganisatie op het gebied van persoonlijke financiën. Zij doen onderzoek en geven voorlichting. Denk aan onderwerpen als sparen, rondkomen, lenen, kortom: geldzaken in de praktijk. Met kosten van levensonderhoud bedoelen we alle kosten die nodig zijn om te kunnen leven. Denk bijvoorbeeld aan huur, energierekening, boodschappen. Artikel 2 Doelgroep Geen verdere uitleg. Artikel 3 Verlaging woonsituatie (artikel 27 Participatiewet) De uitkering Participatiewet moet voldoende zijn om de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen betalen. Woonlasten vallen daar ook onder. Denk aan huur, hypotheeklasten, etc. (volgens een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 november 2001, nrs 99/7 en 99/29 NABW). Wij verlagen uw uitkering niet als u geen woonlasten heeft. Door de komst van de kostendelersnorm in 2015, zou dat oneerlijke situaties opleveren voor alleenstaanden en gehuwden/samenwonenden. We hebben ervoor gekozen om de woonlasten die een ander voor u betaalt of die een ander niet in rekening brengt bij u te zien als inkomsten. Het maximumbedrag hiervoor is in 2020 € 232,65 per maand. Het bedrag voor 2021 is nog niet bekend.
Artikel 4 Verlaging schoolverlaters (artikel 28 Participatiewet) De verlaging voor schoolverlaters van artikel 28 Participatiewet is bedoeld om de schoolverlater tijdens het eerste half jaar niet in een betere financiële positie te brengen dan toen hij nog aangewezen was op studiefinanciering of een tegemoetkoming krachtens de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos). Bij gehuwden die beiden schoolverlater zijn, wordt de verlaging niet verdubbeld. Deze blijft dan 20%. De periode kan wel verlengd worden, als beide partners na elkaar (dus niet gelijktijdig) schoolverlater worden. De verlaging wordt zodanig vastgesteld dat de schoolverlater tenminste blijft beschikken over de norm voor levensonderhoud die in de studiefinanciering is opgenomen. Dit vloeit voort uit de memorie van toelichting. De verlaging is bedoeld om schoolverlaters te stimuleren arbeid te accepteren of door te leren. In bijzondere gevallen is dat niet mogelijk, bijvoorbeeld bij (ernstige) ziekte, psychische of andere bijzondere omstandigheden. Als de schoolverlater vanwege deze omstandigheden de opleiding niet kon afmaken en ook niet kan doorleren, verlagen wij de uitkering niet.
-4-
No. B20.002390 Artikel 5 Commerciële huur Voor het bepalen van de minimale hoogte van een commerciële (onder)huurprijs sluiten wij aan bij het bedrag van de normhuur. Als het gaat om een commerciële (onder)huurprijs inclusief nutsvoorzieningen, houden wij rekening met het bedrag uit lid 1 verhoogd met 20 procent van de gemiddelde normbedragen voor nutsvoorzieningen in de NIBUD prijzengids. Als het gaat om een commerciële (onder)huurprijs voor een kostganger, houden wij rekening met de bedragen uit lid 1 en 2, verhoogd met het gemiddelde normbedrag voor maaltijden in de NIBUD prijzengids. Lid 1 Naar aanleiding van uitspraken van de CRvB (ECLI:NL:CRVB:2017:243 en ECLI:NL:CRVB:2017:3120) sluiten wij aan bij het begrip basishuur, uit de Wet op de huurtoeslag. De basishuur is de eigen bijdrage die een huurtoeslagontvanger in elk geval zelf moet bekostigen. De hoogte van de basishuur is afhankelijk van het inkomen. De overheid stelt jaarlijks een minimum basishuur vast, die als norm geldt voor huurtoeslagontvangers met een minimuminkomen. Wie (iets) meer verdient betaalt een hogere basishuur. De basishuur was in 2020 € 232,65 per maand. Het bedrag voor 2021 is nog niet bekend.
Lid 2 Het bedrag van nutsvoorzieningen en kostgeld was tot 2019 gebaseerd op de rekenmethode van het vrij te laten bedrag in schuldregelingen, zoals vastgesteld door een commissie van rechter-commissarissen in insolventies. Door een verandering van de beslagvrije voet zijn deze bedragen verdwenen uit de rekenmethode. Wij kregen het advies om aansluiting te zoeken bij de normen uit de NIBUD prijzengids. Nutsvoorzieningen volgens NIBUD 2020-2021 Voor het gemiddeld gasverbruik wordt tabel 7.1 van de NIBUD prijzengids gehanteerd. Voor het gemiddeld elektriciteitsverbruik wordt tabel 7.2 van de NIBUD prijzengids gehanteerd. Voor het gemiddeld waterverbruik is geen tabel beschikbaar, op de website van het NIBUD staat het gemiddeld waterverbruik wel genoemd (gebaseerd op Vewin). Bedragen nutsvoorzieningen in 2020-2021 Gas € 109,00 per maand. Elektriciteit € 34,00 per maand. Water € 17,60 per maand. Totaal € 160,60 per maand. 20 procent van € 160,60 is € 32,12 per maand. Lid 3 Voor de kosten van voeding wordt uitgegaan van gemiddelde voedingsprijzen. In tabel 5.1 van de NIBUD prijzengids staan de kosten voor kinderen en volwassenen. Onze doelgroep bestaat uit mensen in de leeftijd van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. De NIBUD prijzengids 2020-2021 gaat uit van mannen en vrouwen in de leeftijd van 14 tot 70 jaar. Het gemiddelde bedrag is € 6,25 per dag.
Per maand is dit € 190,10 (in 2020-2021).
-5-
No. B20.002390 Artikel 6 Eisen aan commerciële (onder)huur of kostgangersovereenkomst De CRvB heeft hiervoor de volgende richtlijnen: aanvrager/uitkeringsgerechtigde moet aantonen dat er een zakelijke overeenkomst is waarbij de wederzijdse rechten en plichten geregeld en nauwkeurig afgebakend zijn; aanvrager/uitkeringsgerechtigde moet kunnen aantonen dat hij de vergoeding betaalt of ontvangt. Dit kan door middel van bankafschriften; het is gebruikelijk dat het bedrag periodiek wordt verhoogd (CRvB 22-02-2000, nrs. 98/5983 en 98/5984 NABW).
Artikel 7 Inkomsten uit (onder)huur of kostgeld Als iemand inkomsten heeft uit (onder)verhuur of kostgeverschap, dan moet met deze inkomsten rekening worden gehouden op grond van artikel 33 lid 4 Participatiewet. De inkomsten uit verhuur hoeven niet volledig gekort te worden. Vaak zit in de huur een bepaalde vergoeding begrepen voor energie- en internetgebruik. Een commercieel huurder zal moeten kunnen aangeven welk deel van de huuropbrengst de kale huur is en welk deel van de huuropbrengst betrekking heeft op een kostenvergoeding. De kale huur moet dan in mindering worden gebracht op de uitkering. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel Geen verdere uitleg.
-6-
B20.002389 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op de Participatiewet en de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); overwegende dat het college bevoegd is beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de uitvoering van deze wetten;
B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels marginale zelfstandigen Dronten 2021 Artikel 1 Begrippen 1. In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wetten staan, waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd. 2. In deze beleidsregels verstaan we onder: a. gemeentelijke uitkering: uitkering op grond van de Participatiewet of inkomensvoorziening op grond van de IOAW. b. marginale zelfstandige: inwoner met een gemeentelijke uitkering die werkzaamheden als zelfstandige verricht die bescheiden van aard zijn en die niet gericht zijn op het (op termijn) zelfstandig kunnen voorzien in de kosten van het bestaan. Artikel 2 Doelgroep 1. Deze beleidsregels zijn van toepassing op inwoners met een gemeentelijke uitkering. 2. Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op inwoners met een inkomensvoorziening op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Artikel 3 Voorwaarden Om toestemming te krijgen om als marginale zelfstandige werkzaamheden te verrichten, moet u voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. U moet (blijven) voldoen aan de arbeidsverplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 Participatiewet en/of artikel 37 IOAW. 2. U moet voldoen aan de voor de betreffende activiteiten verplichte vestigingseisen. 3.
Uw werkzaamheden zijn van bescheiden omvang: minder dan 1.225 uur per jaar (ongeveer 23,5 uur per week). 4. Eventuele investeringen, bedrijfskosten en de omzet zijn van bescheiden omvang. 5. Uw bedrijf mag niet levensvatbaar zijn volgens het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). 6. Illegale en strafrechtelijk verboden activiteiten zijn niet toegestaan. 7. Er is geen sprake van oneerlijke of valse concurrentie. 8. De brutowinstmarge en de prijzen en tarieven liggen op het in de branche gebruikelijke niveau.
No. B20.002389 9. U werkt niet voor niets of alleen kostendekkend. 10. De bedrijfskosten staan in een redelijke verhouding tot de omvang van het bedrijf. 11. Bij het vaststellen van het inkomen wordt de kostenpost ‘Afschrijvingen’ buiten beschouwing gelaten. 12. Uit uw activiteiten als marginale zelfstandige vloeit per saldo een inkomen voort. 13. Uiterlijk in juni van het volgende kalenderjaar levert u de jaarstukken in. Artikel 4 Uitvoering 1. U vraagt ons toestemming om te mogen starten als marginale zelfstandige. Naar aanleiding hiervan vragen wij advies aan het Zelfstandigenloket Flevoland (ZLF). 2. Het ZLF nodigt u uit voor een gesprek en brengt een advies aan ons uit. Dit advies wordt door ons opgevolgd. U ontvangt hiervan schriftelijk bericht. 3. Op het moment dat u toestemming krijgt om te starten als marginale zelfstandige, wordt hieraan geen einddatum verbonden. 4. Iedere drie maanden levert u uw inkomsten en uitgaven aan bij het ZLF. 5. Het ZLF maakt (iedere drie maanden) een inschatting van de mogelijke inkomsten per maand en geeft dit aan ons door. Deze inkomsten worden maandelijks verrekend met uw gemeentelijke uitkering. Inkomsten als marginale zelfstandige komen voor een inkomstenvrijlating in aanmerking (artikel 31, lid 2 Participatiewet). 6.
U levert een kopie van uw belastingaanslag (in verband met uw werkzaamheden als marginale zelfstandige) tijdig in bij het ZLF. Het ZLF berekent wat de hoogte is van het bedrag waar u nog recht op heeft en geeft dit door aan ons. Wij betalen de eventueel teveel gekorte inkomsten aan u terug. 7. Na ontvangst van de jaarcijfers wordt uw inkomen definitief vastgesteld, waarna wordt overgegaan tot nabetaling dan wel terugvordering. Eventuele verliezen zijn voor uw risico. Artikel 5 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. 2. Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze beleidsregels trekken wij de ‘Beleidsregels marginale zelfstandigen’ (2014) in. 3. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels marginale zelfstandigen Dronten 2021’. Dronten, 14 december 2020
drs. T. van Lenthe Secretaris
drs. J.P. Gebben Burgemeester
-2-
No. B20.002389 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 Begrippen De activiteiten van een marginale zelfstandige zullen naar verwachting, ook op termijn, niet leiden tot voldoende inkomsten om zelfstandig in de kosten van het levensonderhoud te kunnen voorzien. Denk hierbij aan uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt vanwege oorzaken als het ontbreken van opleiding, het gebrek aan werkervaring in loondienst of de lange werkloosheidsduur. Artikel 2 Doelgroep Op grond van artikel 6, lid 2 onderdeel a IOAZ is het voor ex-zelfstandigen niet toegestaan om zelfstandige werkzaamheden te hervatten met behoud van de uitkering. Artikel 3 Voorwaarden Lid 1 De werkzaamheden mogen de mogelijkheid tot een eventuele arbeidsinschakeling in loondienst en/of een eventueel re-integratie-traject niet in de weg staan. Daarom moet de aard van de zelfstandige activiteiten zodanig zijn dat de activiteiten kunnen worden gestaakt zodra de uitkeringsgerechtigde daadwerkelijk arbeid in loondienst kan aanvaarden. Lid 2 Vereist zijn in ieder geval: inschrijving bij de Kamer van Koophandel, BTW-nummer en BTW-administratie. Lid 5 Op het moment dat de onderneming levensvatbaar is in de zin van de Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), zal er geen toestemming worden verleend om te starten als marginale zelfstandige, maar vindt er een toeleiding plaats richting Bbz (ook via ZLF).
Lid 12 Onder jaarcijfers wordt verstaan de balans + verlies- en winstrekening. Artikel 4 Uitvoering Het ZLF voert voor de gemeente ook de Bbz uit. Als de uitkeringsgerechtigde niet de intentie en/of het toekomstperspectief heeft om te (kunnen) werken als startende ondernemer in de zin van het Bbz is dit een belangrijke aanwijzing voor de bescheiden omvang. Lid 6, 7, 8, 10, 11 en 12 Inkomsten van een (marginale) zelfstandige zijn op voorhand bruto. Met de uitkering worden deze inkomsten netto verrekend. Deze wijze van inkomenskorting kan leiden tot een belastingaanslag achteraf omdat er een te hoog bedrag aan inkomsten is gekort. Indien hiervan sprake is dan wordt dit achteraf gecorrigeerd middels nabetaling van de uitkering. Artikel 5. Inwerkingtreding en citeertitel Geen verdere uitleg.
-3-
B20.002602 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op de Participatiewet; overwegende dat het college bevoegd is beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de reiskostenvergoedingen re-integratie en participatie;
B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels reiskostenvergoeding re-integratie Dronten 2021
Artikel 1 Begrippen 1. In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wet staan, waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd. 2. In deze beleidsregels verstaan we onder: a. re-integratietraject: alle voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. b. reisafstand: de kortste afstand tussen woonadres en trajectlocatie. Artikel 2 Rechthebbenden 1. Inwoners met een uitkering Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en Aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) die een re-integratietraject volgen. 2. Inwoners die geen uitkering ontvangen (niet-uitkeringsgerechtigden) op grond van de Participatiewet, maar die wel ondersteuning van de gemeente ontvangen voor reintegratie. 3. U heeft geen recht op reiskostenvergoeding als er een voorliggende voorziening is, die passend en toereikend is. Artikel 3 Reisafstand 1. U heeft geen recht op een reiskostenvergoeding als de enkele reisafstand korter is dan 8 kilometer. 2. Wij vergoeden de eerste 8 kilometer wel als de enkele reisafstand langer is dan 8 kilometer.
No. B20.002602 Artikel 4 Reiskostenvergoeding 1. Wij bepalen de vergoeding op basis van het goedkoopste tarief openbaar vervoer. 2. Als u niet met het openbaar vervoer kunt en u gebruik moet maken van een motorvoertuig, bepalen wij via de website van de ANWB de kortste route. Wij vergoeden de kosten dan volgens de fiscaal vrijgelaten kilometervergoeding. 3. De maximale vergoeding binnen de gemeente Dronten is € 6,00 per dag. 4. De maximale vergoeding is € 25,00 per dag. 5. De maximale vergoeding is € 70,00 per maand. 6. Wij kunnen het maximale bedrag van artikel 4, lid 5 verhogen als dit nodig is voor uw re-integratietraject. Artikel 5 Manier van betalen 1. Wij betalen uw vergoeding maandelijks achteraf. 2. Wij betalen uw vergoeding nadat u een declaratieformulier heeft ingeleverd, met bewijsstukken waaruit blijkt dat u de kosten heeft gemaakt. 3. Wij kunnen de vergoeding als voorschot betalen. Artikel 6 Periode van de vergoeding 1. Wij betalen de vergoeding over de periode die met u is afgesproken (trajectactiviteiten). 2. Wij betalen geen vergoeding als u geen trajectactiviteiten uitvoert. 3. Wij betalen geen vergoeding meer als u niet langer valt onder artikel 2. Artikel 7 Terugvordering Wij vorderen de vergoeding geheel of gedeeltelijk van u terug als u onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft gegeven. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel 1.
Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. 2. Tegelijkertijd met de inwerkingtreden van deze beleidsregels trekken wij de ‘Beleidsregels reiskostenvergoeding re-integratie gemeente Dronten 2019’ in. 3. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels reiskostenvergoeding re-integratie Dronten 2021’. Dronten, 14 december 2020
drs. T. van Lenthe Secretaris
drs. J.P. Gebben Burgemeester
-2-
No. B20.002602
Toelichting Artikel 1 Begrippen Geen verdere uitleg. Artikel 2 Rechthebbenden Met een voorliggende voorziening wordt bijvoorbeeld bedoeld: Beschikbare reiskostenvergoeding bij werkgever, vrijwilligersorganisatie, trajectbureau, extern re-integratiebureau, of andere organisatie waar een trajectactiviteit plaats heeft. Ook een stagevergoeding, onkostenvergoeding, vrijwilligersvergoeding moet in eerste plaats gezien worden als een manier om reiskosten te kunnen betalen. Artikel 3 Reisafstand Tot een enkele reisafstand van 8 kilometer is vervoer met de fiets passend. Artikel 4 Reiskostenvergoeding Uitgangspunt voor de vergoeding is het meest goedkope tarief openbaar vervoer (OV). Dit kan bij een traject van meerdere dagen ook een abonnement zijn. De kosten zijn uit te rekenen via 9292ov.nl Artikel 5 Manier van betalen De betaling van de vergoeding vindt plaats nadat u een declaratie heeft ingediend. De declaratie moet zijn voorzien van bewijsstukken dat eventuele voorliggende voorzieningen voor het vergoeden van reiskosten zijn onderzocht en niet toereikend blijken. Artikel 6 Periode van de vergoeding Geen verdere uitleg. Artikel 7 Terugvordering Geen verdere uitleg. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel Geen verdere uitleg.
-3-
B20.002393 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op artikel 18b van de Participatiewet; gelet op Besluit taaltoets Participatiewet; gelet op artikel 2, lid 1 van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen; overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen inzake de taaleis Participatiewet;
B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels taaleis Dronten 2021 Artikel 1 Begrippen In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wetten en het besluit staan, waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd. Artikel 2 Termijnen 1. Wij nemen binnen acht weken na ontvangst van de uitkeringsaanvraag een taaltoets af. 2. Wij brengen de deelnemer binnen acht weken na uitkomst van de taaltoets schriftelijk op de hoogte van de uitslag van de taaltoets en/of het redelijk vermoeden. Artikel 3 Toetsinstrument 1. Wij sluiten aan bij bestaande toetsen voor de Nederlandse taal voor referentieniveau 1F. 2. Wij bepalen dat de taaltoetsen die Mister Dutch of een vergelijkbare aanbieder gebruikt, worden ingezet als toetsinstrument. Artikel 4 Toetsbeoordelaar 1. Wij wijzen Mister Dutch of een vergelijke aanbieder aan als toetsbeoordelaar. a. Wij verplichten deze aanbieder zich te houden aan geheimhoudingsplicht (artikel 65 Participatiewet). b. Wij verplichten deze aanbieder zich te houden aan de eisen van artikel 5 van het Besluit taaltoets Participatiewet. 2. Wij sluiten aan bij de beoordelingsschaal die hoort bij het toetsinstrument zoals bedoeld in artikel 3 van deze beleidsregels. Artikel 5 Manier van toetsen 1. Wij bepalen dat de toets individueel en/of groepsgewijs plaatsvindt. a.
Wij nemen de onderdelen spreekvaardigheid en gespreksvaardigheid individueel af. 2. De inzet van computers of andere hulpmiddelen door de aanbieder is toegestaan.
No. B20.002393 Artikel 6 Toetsomstandigheden 1. Wij treffen voorzorgsmaatregelen om fraude of niet waarheidsgetrouwe uitkomsten van de taaltoets te voorkomen: a. Wij nemen de taaltoets af in het gemeentehuis of een vergelijkbare locatie, in een rustige afgesloten ruimte. b. Er is voldoende afstand tussen de tafels, als er meerdere deelnemers zijn. c. Er is een wisselende vragenvolgorde. d. Er is een wisselende inhoud van de schriftelijke en mondelinge toetsonderdelen. e. De deelnemer heeft tijdens de taaltoets niet de mogelijkheid om in contact te treden met anderen. f. De deelnemer krijgt geen gelegenheid om geluid- of beeldopnamen van de toetsactiviteiten te maken. 2. Op verzoek van de deelnemer met een handicap kan de toets worden afgelegd, op een wijze die is aangepast aan zijn mogelijkheden. Artikel 7 Taalplan 1. Als een deelnemer de taaltoets niet haalt stellen wij een taalplan op. In het taalplan nemen wij in ieder geval op: a. Activiteiten die nodig zijn om de taaltoets te behalen. b. Begin- en einddatum van deze activiteiten. c. In welke maand de volgende taaltoets wordt ingepland. 2. Het taalplan is onderdeel van het plan van aanpak. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. 2. Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze beleidsregels trekken wij de ‘Beleidsregels taaleis 2016’ in. 3.
Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels taaleis Dronten 2021’. Dronten, 14 december 2020
drs. T. van Lenthe Secretaris
drs. J.P. Gebben Burgemeester
-2-
No. B20.002393
Algemene toelichting Sinds 1 januari 2016 is de taaleis opgenomen in de Participatiewet (artikel 18b Participatiewet). In dit artikel staat dat uitkeringsgerechtigden zich moeten inzetten om de Nederlandse taal te leren. Dit is nodig om werk te krijgen en te behouden. Het doel van de taaleis is het vergroten van kansen op werk. Een goede beheersing van de Nederlandse taal helpt hierbij. Het is ook een belangrijke voorwaarde voor het kunnen volgen van scholing. Bij uitkeringsgerechtigden die weigeren of niet voldoende meewerken, kunnen wij de uitkering verlagen.
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begrippen Geen verdere uitleg. Artikel 2 Termijnen Dit zijn de maximale wettelijke termijnen. Artikel 3 Toetsinstrument De toetsen hebben betrekking op het referentieniveau 1F (A2). Wij maken gebruik van verschillende instrumenten, afhankelijk van de doelgroep. Artikel 4 Toetsbeoordelaar De toetsbeoordelaars van Mister Dutch zijn gekwalificeerd. Zij hebben een master Nederlands, Nederlands als tweede taal, Taalwetenschap of algemene taal- en cultuur wetenschappen. Artikel 5 Manier van toetsen Geen verdere uitleg. Artikel 6 Toetsomstandigheden Bij de toetsafname houden wij rekening met individuele omstandigheden zoals dyslexie, concentratiestoornissen en faalangst. Wij houden ook rekening met beperkingen van het zicht en gehoor. Artikel 7 Taalplan Het taalplan is onderdeel van het plan van aanpak. Als de uitkeringsgerechtigde niet komt bij de taaltoets dan verlagen we de uitkering. Wij doen dit op de manier die staat in de Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten. De verlaging is dan gelijk aan de verlaging die wij toepassen bij het niet voldoen aan de taaleis. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel Geen verdere uitleg.
-3-