CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

c8fba149-484a-4ea9-9553-635813324b98.pdf

Raadsvergadering 21 januari 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 5: Afdoening van ingekomen stukken aan de raad16.617 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Dronten : 14 december 2020 Verzonden : 16 december 2020 Kenmerk : U20.009741/TO/MW Uw brief van : Uw kenmerk : Inlichtingen : mevrouw Wessels

*U20.009741*

Leden van de gemeenteraad

Onderwerp:

Beleidsregels rondom Participatiewet 2021

Geachte leden van de raad, Met deze raadsinformatiebrief wil het college u informeren over de vaststelling van 12 beleidsregels rondom de Participatiewet per 1 januari 2021. Op 11 juni 2020 is de Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten (hierna: verordening) in werking getreden. In het vierde kwartaal van 2020 zijn alle 12 beleidsregels rondom de Participatiewet tegen het licht gehouden. Dit leidt tot aanpassing van alle 12 beleidsregels (zie bijlagen): 1. Beleidsregels maatschappelijke participatie en toegankelijkheid Dronten 2021 2. Beleidsregels bijzondere bijstand Dronten 2021 3. Beleidsregels bijzondere bijstand inrichtingskosten statushouders Dronten 2021 4. Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Dronten 2021 5. Beleidsregels collectieve zorgverzekering minima Dronten 2021 6. Beleidsregels maatwerk uitkeringsnorm Dronten 2021 7. Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht Dronten 2021 8. Beleidsregels bestuurlijke boete Dronten 2021 9. Beleidsregels debiteuren Dronten 2021 10. Beleidsregels marginale zelfstandigen Dronten 2021 11. Beleidsregels reiskostenvergoeding re-integratie Dronten 2021 12. Beleidsregels taaleis Dronten 2021 Medio 2021 worden ook beleidsregels studietoeslag opgesteld, hiervoor zijn we in afwachting van een wetswijziging (mogelijk per 1 juli 2021).

Bijlage(n):

12 beleidsregels

De Rede 58 8251 EX Dronten

Postbus 100 8250 AC Dronten

Telefoon: +140321

www.dronten.nl

Datum Bladnr. Kenmerk

: 14 december 2020 :2 : U20.009741/ TO/ MW

Overzicht wijzigingen - algemeen Waar nodig is een verwijzing gekomen naar artikel 1.3.9 van de verordening. In dit artikel staat dat er nadere regels of beleidsregels worden opgesteld ten aanzien van bijzondere bijstand, toegankelijkheidsbijdrage, collectieve zorgverzekering minima en debiteurenbeleid. Daarnaast is het taalniveau in deze 12 beleidsregels (zoveel mogelijk) aangepast naar B1 niveau. Hieronder worden alleen de beleidsregels genoemd, waarbij er ook nog iets anders is gewijzigd. Beleidsregels maatschappelijke participatie en toegankelijkheid Dronten 2021 In deze beleidsregels hebben we de jaartallen (2019-2020 of 2020-2021) aangepast naar het lopende schooljaar. Beleidsregels bijzondere bijstand inrichtingskosten statushouders Dronten 2021 In de toelichting van deze beleidsregels wordt de actuele NIBUD prijzengids genoemd, waardoor de bedragen zijn gewijzigd. Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Dronten 2021 Artikel 1 en 4 van de oude beleidsregels zijn samengevoegd en verder verduidelijkt. Er is hierdoor geen onderscheid meer (nodig) tussen personen die wel of geen gemeentelijke uitkering ontvangen. Daarnaast is het artikel rondom schending inlichtingenplicht aangepast.

Een inwoner heeft geen recht op de individuele inkomenstoeslag als er een terugvordering is ontstaan:  doordat hij de inkomsten naast zijn uitkering niet of niet tijdig heeft doorgegeven; en  hij hierdoor in één of meerdere maanden inkomsten heeft gehad die hoger waren dan de geldende uitkeringsnorm. Beleidsregels collectieve zorgverzekering minima Dronten 2021 De Friesland Zorgverzekeraar N.V. beëindigt de collectiviteit voor de doelgroep 110-130% per 1 januari 2021 en biedt nu een overeenkomst aan voor de gehele doelgroep tot 130% van de toepasselijke uitkeringsnorm. Hierdoor heeft de gehele doelgroep nu recht op een bijdrage van € 13,50 per maand en moesten de beleidsregels worden aangepast. De Friesland Zorgverzekeraar N.V. heeft het contract opgezegd met de gemeente per 1 januari 2022. Deze beleidsregels worden daarom ingetrokken per 1 januari 2022. Beleidsregels maatwerk uitkeringsnorm Dronten 2021 De artikelen rondom commerciële huur en inkomsten zijn aangepast. Hierbij volgen wij het advies van Schulinck (handboek Participatiewet), waarbij zij adviseren om inkomsten uit commerciële huur deels te zien als inkomsten.

Datum Bladnr. Kenmerk

: 14 december 2020 :3 : U20.009741/ TO/ MW

Beleidsregels debiteuren Dronten 2021 De aflossingsnormen worden in deze beleidsregels verlaagd van 6 naar 5 procent. Dit heeft te maken met de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet die in werking treedt per 1 januari 2021. Hierbij komt bij bijstandsgerechtigden de beslagvrije voet standaard op 95 procent van de bijstandsnorm terecht. Tot 1 januari 2021 was dit 90 procent. Beleidsregels marginale zelfstandigen Dronten 2021 De beoordeling en uitvoering lag bij de inkomensconsulenten. Op verzoek van de inkomensconsulenten – en in overleg met het Zelfstandigenloket Flevoland (ZLF) - wordt deze taak verlegd naar het ZLF. Het komt sporadisch voor en het ZLF heeft hiervoor de kennis aangezien het een kerntaak van hen is. Beleidsregels taaleis Dronten 2021 Omdat het taalplan onderdeel is van het reguliere plan van aanpak is de overbodige informatie verwijderd uit artikel 7 van deze beleidsregels. Wij gaan er vanuit dat wij u met deze brief voldoende hebben geïnformeerd. het college van Dronten

drs. T. van Lenthe Secretaris

drs. J.P. Gebben Burgemeester

B20.002626 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op de Participatiewet, de wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); gelet op het Boetebesluit socialezekerheidswetten en de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude; gelet op artikel 6.1.11, onderdeel 3 en artikel 6.4.2, onderdelen 4 en 5 van de verordening Sociaal Domein gemeente Dronten; overwegende dat het college bevoegd is om beleidsregels vast te stellen voor de beoordeling van de oplegging van de boete, de hoogte van de boete en de wijze van invordering;

B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels bestuurlijke boete Dronten 2021

Artikel 1 Begrippen 1. In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wetten en verordening staan, waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd. 2. In deze beleidsregels verstaan we onder: a. inlichtingenverplichting: de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17, eerste lid Participatiewet en artikel 13, eerste lid van de IOAW en IOAZ. b. benadelingsbedrag: het bedrag dat u teveel van ons heeft ontvangen omdat u niet heeft voldaan aan de inlichtingenplicht. c. draagkracht: de mogelijkheid die u heeft om de boete te betalen als we rekening houden met uw inkomen en uw vermogen. Artikel 2 Aangifte in plaats van boete 1. Wij werken volgens de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude. Wij kunnen een bestuurlijke boete opleggen of aangifte doen bij het Openbaar Ministerie. 2. Wij doen aangifte bij het Openbaar Ministerie als er sprake is van: a. een uitzondering als genoemd in de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude én b. de verwijtbaarheid op grond van artikel 2 aanheft en lid 2 en 3 van het Boetebesluit sociale zekerheid is vastgesteld. Dat betekent dat u opzettelijk geen of verkeerde inlichtingen heeft verstrekt. Wij leggen dan geen boete op. 3. Als het Openbaar Ministerie u niet vervolgt, leggen wij alsnog een boete op.

No. B20.002626

Artikel 3 Waarschuwing in plaats van boete 1. Wij geven u een schriftelijke waarschuwing, als u niet alle (of de verkeerde) inlichtingen heeft verstrekt en er is geen benadelingsbedrag. 2. Wij geven u een schriftelijke waarschuwing, als u niet alle (of de verkeerde) inlichtingen heeft verstrekt en er is een benadelingsbedrag van maximaal € 150,00. 3. Wij geven u een schriftelijke waarschuwing als u zelf alsnog de juiste inlichtingen verstrekt binnen een redelijke termijn. Wij spreken over een “redelijke termijn” als bedoeld in artikel 2aa, lid 1 aanhef en onder lid b van het Boetebesluit socialezekerheidswetten als u de informatie aanlevert uiterlijk de 1e van de maand ná uitbetaling van de uitkering waarop de schending van de inlichtingenverplichting betrekking heeft. 4. Wij leggen u een boete op die net zo hoog is als het benadelingsbedrag, als u binnen 1 jaar weer uw inlichtingenverplichting niet nakomt. En u hiervoor een schriftelijke waarschuwing hebt gekregen zoals genoemd in lid 2. Artikel 4 Berekening van de draagkracht 1. Wij berekenen uw draagkracht op dezelfde manier als de beslagvrije voet. 2. Wij houden bij de berekening van uw draagkracht rekening met het geld op al uw bankrekening(en), als dit meer is dan € 2.000,00. Ditzelfde doen we met de bankrekeningen van uw gezinsleden. 3.

Als u een IOAW of IOAZ uitkering ontvangt of géén uitkering meer ontvangt, dan krijgt u van ons een formulier dat u in moet vullen. Hierop staan vragen over uw inkomen en uw vermogen. De gegevens die u dan invult gebruiken wij om uw draagkracht vast te stellen. Ook de gegevens van uw echtgenoot vult u hierop in. Uw echtgenoot moet dit formulier ook ondertekenen. 4. Wij houden geen rekening met uw draagkracht, als u het formulier als hierboven niet of niet op tijd inlevert. U moet dan de boete ineens en volledig terugbetalen. Artikel 5 Vaststelling en invordering van de boete 1. Wij ronden de boete af naar beneden op hele euro’s. 2. Alle betalingen die wij van u ontvangen worden gebruikt voor de aflossing van de boete. Als u de boete volledig hebt betaald, dan gebruiken wij uw betalingen voor de aflossing van de andere schulden die u bij ons heeft. Artikel 6 Kwijtschelding van de boete Wij kunnen de boete geheel of gedeeltelijk kwijtschelden, als u voldoet aan artikel 18a, lid 13 en 14 Participatiewet. Artikel 7 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. 2. Tegelijkertijd met de inwerkingtreden van deze beleidsregels trekken wij de ‘Beleidsregels bestuurlijke boete 2017’ in. 3. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels bestuurlijke boete Dronten 2021’. Dronten, 14 december 2020

drs. T. van Lenthe Secretaris

drs. J.P. Gebben Burgemeester

-2-

No. B20.002626

Toelichting Op 1 januari 2013 is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving in werking getreden. Het doel van deze wet is:  fraude mag niet lonen  zwaardere sanctie, ook bij gemeente  als het meerdere keren gebeurt, krijgt u een hogere boete. Vanaf 1 januari 2017 zijn in het Boetebesluit socialezekerheidswetten de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep omgezet in regels. Wij beoordelen de schending van de inlichtingenverplichting als volgt:  wij stellen de aard en ernst van de overtreding vast;  daarna kijken wij of het aan u zelf te wijten is dat u de regels hebt overtreden;  ook kijken we naar uw omstandigheden. U moet in staat zijn om de boete in een periode van 6 tot 24 maanden af te lossen. De periode is afhankelijk van uw gedrag. Als u met opzet uw inlichtingenplicht heeft geschonden, dan moet u langer aflossen dan wanneer dit zonder opzet is gebeurd. Hoeveel u moet aflossen bereken wij aan de hand van uw draagkracht.

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begrippen Geen verdere uitleg. Artikel 2 Aangifte in plaats van boete U bent strafbaar, als u de inlichtingenverplichting niet nakomt. Omdat u niet dubbel gestraft mag worden, maken wij de keuze om u óf een boete op te leggen óf aangifte te doen. Bij onze keuze houden wij rekening met de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude. Hierin is een grens gelegd bij een benadelingsbedrag van € 50.000,00. Als het bedrag lager is dan € 50.000,00 dan krijgt u een boete. Als het bedrag hoger is dan € 50.000,00 dan doen wij aangifte. Soms gaat het toch anders. Wanneer dat zo is, staat in de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude.

Artikel 3 Waarschuwing in plaats van boete In lid 3 is de “redelijke termijn” geregeld. Deze termijn wordt genoemd in de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude. Wij hebben in deze beleidsregels aangegeven hoe wij hiermee omgaan. Een voorbeeld ter verduidelijking: Piet werkt in de maand mei en verdient € 500,00. Hij geeft deze inkomsten niet door aan de gemeente. Op 8 juni wordt zijn uitkering over mei bijgeschreven op zijn bankrekening. Piet ziet op dat moment dat hij teveel uitkering heeft gekregen. Hij vertelt de gemeente alsnog op 22 juni dat hij inkomsten heeft gehad. Piet is dan nog op tijd omdat de redelijke termijn afloopt op 1 juli.

-3-

No. B20.002626

Artikel 4 Berekening van de fictieve draagkracht Bij de berekening van de hoogte van de boete houden wij rekening met uw draagkracht. Hoe lang u moet betalen is afhankelijk van uw gedrag. Hieronder staat een overzicht:  opzet 24 maanden  grove schuld 18 maanden  normale verwijtbaarheid 12 maanden  verminderde verwijtbaarheid 6 maanden Wij berekenen de hoogte van de boete door eerst uw draagkracht te bereken. Daarna kijken we of u het met opzet heeft gedaan of niet. Stel dat u maandelijks € 100,00 kunt betalen en u hebt met opzet inkomsten (€ 5.000,00) niet doorgegeven. Dan is de boete 24 x € 100,00 = € 2.400,00. De boete is nooit hoger dan het benadelingsbedrag. Artikel 5 Vaststelling en invordering van de boete Als u een boete krijgt, dan heeft u ook teveel uitkering gekregen. Ook die uitkering moet u terugbetalen. Als u een bedrag terugbetaalt, dan lossen wij eerst de boete af en daarna de andere schulden die u heeft bij de gemeente. Artikel 6 Kwijtschelding van de boete Soms kunnen wij de boete kwijtschelden. Dit kan alleen als:  wij vinden dat er geen opzet of grove schuld is;  u het afgelopen jaar niet nog een keer uw inlichtingenplicht heeft geschonden;  u daar zelf om vraagt;  u meewerkt aan een schuldregeling. Artikel 7 Inwerkingtreding en citeertitel Geen verdere uitleg.

-4-

B20.002628 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op de Participatiewet; gelet op de artikelen 1.3.9. onderdeel e en artikel 2.6 van de verordening Sociaal Domein gemeente Dronten; overwegende dat het college bevoegd is beleidsregels vast te stellen voor de verlening van bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35 Participatiewet;

B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels bijzondere bijstand Dronten 2021

Artikel 1 Begrippen 1. In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wet en verordening staan, waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd. 2. In deze beleidsregels verstaan we onder: a. richtlijn: de richtlijnen zoals deze zijn genummerd en waar deze opgenomen zijn in het handboek Schulinck Grip op Participatiewet. b. draagkracht: de mogelijkheid die u heeft om de kosten die u maakt zelf te betalen uit uw inkomen of uit uw vermogen. c. uitkeringsnorm: de norm die voor u van toepassing is op grond van artikel 20 tot en met 24 van de wet. d. duurzame gebruiksgoederen: gebruiksgoederen die langdurig kunnen worden gebruikt. e. gemeentepolis: de collectieve zorgverzekering minima - AV Frieso Compleet bij De Friesland Zorgverzekeraar. Artikel 2 Draagkracht – richtlijn B 063 1. Wij berekenen uw draagkracht uit inkomen als volgt: a. Wij vinden dat u geen draagkracht heeft als uw inkomen lager is dan 110% van de uitkeringsnorm. b. Bij de volgende kosten geldt het inkomen dat hoger is dan de uitkeringsnorm volledig mee voor de draagkracht:  woonkostentoeslag;  kinderopvangtoeslag sociaal-medische gronden;  bewindvoeringskosten;  duurzame gebruiksgoederen;  eerste huur en waarborgsom;  premie arbeidsongeschiktheidsverzekering;  aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud.

No. B20.002628 c. Bij een inkomen hoger dan 110 procent van de uitkeringsnorm, nemen wij het inkomen dat hoger is dan 110 procent volledig mee voor de draagkracht. Wij houden rekening met extra woonlasten en extra kosten voor de premie zorgverzekering. d. Wij vinden dat u geen draagkracht heeft als u van Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland (MDF) toestemming hebt om voor minimaal drie maanden gebruik te maken van de Voedselbank Dronten. 2. Als u zelfstandige bent, dan bepalen wij uw draagkracht als volgt: a. Wij gaan uit van de verlies- en winstrekening in het jaar voor de aanvraag. b. Als deze verlies- en winstrekening nog niet beschikbaar is dan gaan we uit van de verlies- en winstrekening van 2 jaar voor de aanvraag. c. Als u geen verlies- en winstrekening heeft, dan kunnen wij uw draagkracht niet vaststellen. U heeft dan geen recht op bijzondere bijstand. d. Als u een uitkering voor levensonderhoud ontvangt van het Zelfstandigenloket Flevoland, dan vinden wij dat u geen draagkracht hebt. 3. Wij berekenen de draagkracht uit vermogen als volgt: a. Wij vinden dat u geen draagkracht heeft, als uw vermogen lager is dan het vermogen dat is genoemd in artikel 34 van de wet. Het vermogen dat hoger is nemen wij volledig als draagkracht in aanmerking. b.

Als u bijzondere bijstand aanvraagt voor duurzame gebruiksgoederen, dan vinden wij dat u geen draagkracht heeft als uw vermogen lager is dan de bijstandsnorm. Het vermogen dat hoger is nemen wij volledig als draagkracht in aanmerking. Artikel 3 Collectieve zorgverzekering - Richtlijn B070 De gemeentepolis is een passende en toereikende voorliggende voorziening voor medische kosten, gezamenlijk met de Wet Langdurige Zorg (WLZ) en de Zorgverzekeringswet. Artikel 4 Brillen en contactlenzen - Richtlijn B073 Wij verstrekken geen bijzondere bijstand voor deze kosten. De reden hiervan is dat u de kosten vergoed krijgt vanuit de gemeentepolis (tot een jaarlijks vast te stellen maximum). Ook als u meer moet betalen dan u als vergoeding krijgt, dan verstrekken wij geen bijzondere bijstand voor deze kosten. Artikel 5 Overig beleid inzake medische kosten - Richtlijn B 074 1. De wettelijke eigen bijdrages die u moet betalen uit de basisverzekering van uw zorgverzekering worden vergoed door de aanvullende verzekering van de gemeentepolis. Wij verlenen hiervoor geen bijzondere bijstand. 2. Vervoer naar ziekenhuis of specialist a. De wettelijke eigen bijdrage krijgt u vergoed vanuit de aanvullende verzekering van de gemeentepolis. Hiervoor verstrekken wij dus geen bijzondere bijstand. b.

Voor overige vervoerskosten verlenen wij bijzondere bijstand als:  u vaker dan 4 keer per maand moet reizen naar het ziekenhuis of de specialist; en/of  het ziekenhuis of de specialist verder is dan 70 kilometer enkele reis. c. Wij gaan er van uit dat u met het openbaar vervoer reist. Als dat niet kan en u moet met de auto dan vergoeden wij de kilometers. Wij sluiten dan aan bij de vergoeding van de Belastingdienst. Artikel 6 Verzorging en hulp – Richtlijn B 086 U krijgt geen bijzondere bijstand voor deze kosten. De reden hiervan is dat u de kosten vergoed krijgt vanuit de gemeentepolis.

-2-

No. B20.002628 Artikel 7 Tandheelkundige hulp - Richtlijn B 153 U krijgt geen bijzondere bijstand voor deze kosten. De reden hiervan is dat u de kosten vergoed krijgt vanuit de gemeentepolis (tot een jaarlijks vast te stellen maximum). Ook als u meer moet betalen dan u als vergoeding krijgt, dan verstrekken wij geen bijzondere bijstand voor deze kosten. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. 2. Tegelijkertijd met de inwerkingtreden van deze beleidsregels trekken wij de ‘Wijziging beleidsregels bijzondere bijstand’ in. 3. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels bijzondere bijstand Dronten 2021’.

Dronten, 14 december 2020

drs. T. van Lenthe Secretaris

drs. J.P. Gebben Burgemeester

-3-

B20.002391 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op artikel 35 van de Participatiewet; gelet op artikel 1.3.9, onderdeel e van de verordening Sociaal Domein gemeente Dronten; overwegende dat het wenselijk is regels te stellen over het beleid ten aanzien van de bijzondere bijstand voor inrichtingskosten statushouders;

B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels bijzondere bijstand inrichtingskosten statushouders Dronten 2021 Artikel 1 Begrippen 1. In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wet en verordening staan, waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd. 2. In deze beleidsregels verstaan we onder: a. statushouder: asielzoeker met een voorlopige of voorwaardelijke verblijfsvergunning. b. belanghebbende: de statushouder die gaat wonen in de gemeente Dronten. c. inrichtingskosten: kosten voor een complete woninginrichting, bestaande uit: d. duurzame gebruiksgoederen: gebruiksgoederen die langdurig kunnen worden gebruikt; en e. overige inrichtingskosten: kosten van inrichting die geen duurzame gebruiksgoederen zijn. f. NIBUD: Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. Artikel 2 Bijzondere bijstand inrichtingskosten statushouders 1. Wij zien inrichtingskosten voor statushouders als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten. 2. Wij kennen bijzondere bijstand voor inrichtingskosten voor statushouders toe als wordt voldaan aan artikel 35 Participatiewet en het beleid van de gemeente Dronten. Artikel 3 Hoogte bijzondere bijstand 1. Wij stellen de hoogte van de bijzondere bijstand vast aan de hand van de bedragen in de actuele NIBUD prijzengids: a.

Voor een alleenstaande (ouder) is dat 50 procent van het Inventarispakket voor een volwassene (tabel 2.1A). b. Voor een alleenstaande kamerbewoner, medebewoner of kostendeler is dat 25 procent van het Inventarispakket voor een volwassene (tabel 2.1A). c. Voor gehuwden/samenwonenden is dat 50 procent van het Inventarispakket voor twee volwassenen (tabel 2.1B). 2. Wij verhogen de bijzondere bijstand met € 500,00 voor elk ten laste komend kind.

No. B20.002391 Artikel 4 Manier van betaling en verstrekking 1. Wij betalen de bijzondere bijstand in één keer uit. 2. Wij verstrekken de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen in de vorm van een lening. 3. Wij verstrekken de bijzondere bijstand voor overige inrichtingskosten om niet (gratis). Artikel 5 Terugbetaling en duur lening In de Beleidsregels debiteuren staan de regels voor terugbetaling en duur van de lening, zoals bedoeld in artikel 4, lid 2 van deze beleidsregels. Artikel 6 Bestedingsverplichting 1. De uitbetaalde bijzondere bijstand moet worden gebruikt voor de inrichtingskosten. 2. Een belanghebbende moet kunnen aantonen dat hij het uitbetaalde bedrag heeft gebruikt voor de inrichtingskosten, door betaalbewijzen in te leveren. Artikel 7 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. 2. Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze beleidsregels trekken wij de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand inrichtingskosten statushouders’ in. 3. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels bijzondere bijstand inrichtingskosten statushouders Dronten 2021’. Dronten, 14 december 2020

drs. T. van Lenthe Secretaris

drs. J.P. Gebben Burgemeester

-2-

No. B20.002391 Toelichting Artikel 1 Begrippen Geen verdere uitleg. Artikel 2 Bijzondere bijstand inrichtingskosten statushouders Algemene regel is dat de vermogensgrenzen als genoemd in de Participatiewet ook gelden voor de bijzondere bijstand. Uitzondering: bij een aanvraag voor bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen nemen wij het vermogen dat hoger is dan de voor de persoon of het gezin geldende bijstandsnorm (per maand), volledig in aanmerking. Artikel 3 Hoogte bijzondere bijstand Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) werkt in de NIBUD-prijzengids met gangbare prijzen. Dit betekent dat het NIBUD uitgaat van het bedrag waarvoor een artikel overal in Nederland verkrijgbaar is. Het NIBUD gaat niet uit van gemiddelde aankoopbedragen en ook niet uit van de aanschaf van tweedehands artikelen. Verder is het goed om te weten dat het niet om normbedragen maar om richtbedragen gaat. Dit houdt in dat ze geen waarde (norm) toekennen aan de prijzen. Er wordt een indicatie gegeven. In de NIBUD prijzengids wordt in 2020-2021 uitgegaan van de volgende bedragen: Alleenstaande (tabel 2.1A) € 6.908,00 Gehuwden (tabel 2.1B) € 7.698,00 Aanvulling ten laste komend(e) kind(eren) € 921,63 per kind (gemiddeld) Wij houden 50 procent van de NIBUD prijzengids aan voor een alleenstaande (Tabel 2.1A) en voor gehuwden (Tabel 2.1B).

Voor een alleenstaande die inwonend is of kostendeler, houden wij 25 procent van de actuele NIBUD prijzengids aan (Tabel 2.1A). In 2020-2021 gaat het in Dronten om de volgende bedragen voor bijzondere bijstand: Alleenstaande € 3.454,00 Alleenstaande kamerbewoner/medebewoner/kostendeler € 1.727,00 Gehuwden € 3.849,00 € 500,00 per kind (ruim afgerond)

Aanvulling ten laste komende kind(eren)

Veel goederen kunnen tweedehands worden aangeschaft via kringloopwinkels en Marktplaats (denk aan meubilair, servies, glas, keukeninventaris e.d.). Hiervoor houden wij maximaal 25 procent van de richtprijzen uit de prijzengids aan. Hierdoor kan een belanghebbende meer uitgeven aan bijvoorbeeld stoffering, linnengoed en huishoudelijke apparatuur (tot bijvoorbeeld 100 procent voor witgoed). Niet alle goederen worden als noodzakelijk beschouwd. Het is redelijk en verantwoord dat sommige goederen in een later stadium worden aangeschaft (nadat men hiervoor heeft kunnen reserveren). Artikel 4 Manier van betaling en verstrekking Bij de overige inrichtingskosten gaat het om bijvoorbeeld verf en behang. Artikel 5 Terugbetaling en duur lening De aflossing is op dit moment 5 procent van de geldende uitkeringsnorm per maand (zie nu Beleidsregels debiteuren 2021).

-3-

No. B20.002391 Artikel 6 Bestedingsverplichting Op het moment dat een belanghebbende de bijzondere bijstand niet heeft besteed aan de inrichtingskosten, kunnen wij de bijzondere bijstand intrekken en terugvorderen (artikel 54, lid 3 Participatiewet en artikel 58, lid 1 Participatiewet). Artikel 7 Inwerkingtreding en citeertitel Geen verdere uitleg.

-4-

B20.002392 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op artikel 35, lid 3 van de Participatiewet; gelet op artikel 1.3.9, onderdeel e en artikel 2.10 van de verordening Sociaal Domein gemeente Dronten;

B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels collectieve zorgverzekering minima Dronten 2021 Artikel 1 Begrippen 1. In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wet en verordening staan, waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd. 2. In deze beleidsregels verstaan we onder: a. collectieve zorgverzekering minima: een zorgverzekering die u met een grote groep mensen tegelijk afsluit, in dit geval via de gemeente. Daardoor krijgt u korting op uw premie. In deze beleidsregels gaat het om de verzekering AV Frieso Compleet van De Friesland Zorgverzekeraar. b. AV Frieso Compleet: basis zorgverzekering en aanvullende zorgverzekering. c. tegemoetkoming: financiële bijdrage van de gemeente in de kosten van de AV Frieso Compleet (bijzondere bijstand). Artikel 2 Deelname en tegemoetkoming 1. U kunt deelnemen aan de AV Frieso Compleet als u: a. een inwoner bent van de gemeente Dronten; en b. een inkomen heeft dat niet hoger is dan 130 procent van de geldende uitkeringsnorm; of c. door Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland (MDF) voor meer dan 3 maanden bent toegelaten tot de Voedselbank Dronten. Wij gaan er dan vanuit dat u een inkomen heeft dat niet hoger is dan 130 procent van de uitkeringsnorm. 2. U heeft recht op een tegemoetkoming als u: a.

een inkomen heeft dat niet hoger is dan 130 procent van de geldende uitkeringsnorm; en b. deelneemt aan de AV Frieso Compleet.

No. B20.002392 Artikel 3 Aanvraag en beoordeling 1. Uw aanvraag voor deelname aan de AV Frieso Compleet regelt u via www.gezondverzekerd.nl. 2. U dient de aanvraag uiterlijk 1 februari van het aanvraagjaar in. De oude zorgverzekering moet u wel uiterlijk 31 december van het voorgaande jaar opzeggen. 3. Wij beoordelen of u deel mag nemen aan de AV Frieso Compleet. 4. Deelname aan de AV Frieso Compleet gaat in op 1 januari van het aanvraagjaar. 5. Als u al een basisverzekering heeft bij De Friesland, kunt u deelnemen aan de AV Frieso Compleet als u voldoet aan de voorwaarden volgens artikel 2 van deze beleidsregels. 6. Heeft u nog geen zorgverzekering? Dan kunt u deelnemen aan de AV Frieso Compleet vanaf de datum dat u aan de voorwaarden voldoet (volgens artikel 2 van deze beleidsregels) én deze datum niet ligt vóór 1 januari 2021. Artikel 4 Tegemoetkoming en premiebetaling 1. De Friesland Zorgverzekeraar trekt de tegemoetkoming van € 13,50 per persoon (ouder dan 18 jaar) per maand van uw premie af. 2. U bent zelf verantwoordelijk voor de premiebetaling aan De Friesland Zorgverzekeraar. Artikel 5 Beëindiging 1. Deelname aan de AV Frieso Compleet stopt per 31 december 2021. 2. Als u niet meer deelneemt aan de AV Frieso Compleet, vervalt ook uw recht op de tegemoetkoming. Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. 2.

Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze beleidsregels trekken wij de ‘Beleidsregels collectieve zorgverzekering minima 2017’ in. 3. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels collectieve zorgverzekering minima Dronten 2021’. 4. Deze beleidsregels worden ingetrokken op 1 januari 2022.

Dronten, 14 december 2020

drs. T. van Lenthe Secretaris

drs. J.P. Gebben Burgemeester

-2-

No. B20.002392 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 Begrippen Geen verdere uitleg. Artikel 2 Deelname en tegemoetkoming Tot 1 januari 2021 was er een onderscheid in inkomensgroepen (tot 110 procent en van 110130 procent). Per 1 januari 2021 is er geen onderscheid meer en heeft iedere deelnemer recht op een tegemoetkoming. Bij de beoordeling van de aanvraag voor deelname aan AV Frieso en/of de tegemoetkoming, vindt geen vermogenstoets plaats. Zelfstandigen kunnen ook toegelaten worden tot de AV Frieso Compleet, als ze voldoen aan de inkomensgrenzen. Het inkomen uit zelfstandige werkzaamheden wordt vastgesteld op basis van de verlies- en winstrekening van het jaar voorafgaande aan de aanvraag. Indien deze verlies- en winstrekening nog niet beschikbaar is, dan wordt de verlies- en winstrekening van het aanvraagjaar -/- 2 gebruikt. Bij ontbreken van een verlies- en winstrekening kan het inkomen niet worden vastgesteld. We gaan ervan uit dat een zelfstandige die een uitkering voor levensonderhoud ontvangt van het ZLF, een inkomen heeft dat gelijk is aan de toepasselijke uitkeringsnorm. Artikel 3 Aanvraag en beoordeling Aanmelding gebeurt via www.gezondverzekerd.nl. In deze module zijn de voorwaarden voor deelname opgenomen en vindt een entreetoets plaats. In zijn algemeenheid kan de overstap naar de AV Frieso Compleet plaatsvinden op 1 januari van elk kalenderjaar.

Personen die nog niet beschikken over een zorgverzekering (b.v. statushouders, 18-jarigen e.d.) kunnen per datum aanvraag verzekering deelnemen aan de AV Frieso Compleet. Artikel 4 Tegemoetkoming en premiebetaling We kiezen ervoor om de verantwoordelijkheid voor de betaling van de premie bij de deelnemer te laten. Als er achterstand in de betaling is/dreigt, dan kunnen wij de premie inhouden op de uitkering. Dit kan natuurlijk alleen als de deelnemer ook een uitkering van ons krijgt. Dit doen we alleen als er geen andere oplossingen meer zijn. Artikel 5 Beëindiging Per 1 januari 2022 stopt het contract met De Friesland Zorgverzekeraar. Daarmee stopt ook de AV Frieso Compleet. De Friesland Zorgverzekeraar is van plan om deelnemers aan de AV Frieso Compleet een reguliere zorgverzekering aan te bieden. Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel Geen verdere uitleg.

-3-

B20.001145 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op de Participatiewet, Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet, Gemeentewet (GW), Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Burgerlijk Wetboek (BW); gelet op artikel 1.3.9, onderdeel e van de verordening Sociaal Domein gemeente Dronten; overwegende dat het college bevoegd is beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de uitvoering van deze wetten; B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels debiteuren Dronten 2021

Algemeen Artikel 1 Begrippen 1. In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wetten en verordening staan, waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd. 2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. debiteur: persoon die geld verschuldigd is aan de gemeente Dronten. b. gemeentelijke uitkering: uitkering of inkomensvoorziening op grond van Participatiewet, IOAW of IOAZ. c. LBIO: Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. d. invordering: alle handelingen die wij uitvoeren om de vordering te innen. e. Rv: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. f. verhaalsbijdrage: kosten van bijstand die worden verhaald op een persoon die onderhoudsplichtig is, zoals bedoeld in artikel 62 (en verder) Participatiewet. g. vordering: geldschuld van debiteur bij gemeente Dronten. Artikel 2 Toepassing beleidsregels 1. Deze beleidsregels zijn van toepassing op alle vorderingen op grond van de Participatiewet, IOAW, IOAZ, Wmo, Jeugdwet en gemeentelijke minimaregelingen (GW). 2. Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op vorderingen op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004.

No. B20.001145 Artikel 3 Bevoegdheden gemeente Wij maken gebruik van onze bevoegdheden tot: a. het herzien, intrekken en/of invorderen van ten onrechte verleende bijstand, uitkering, geldwaarde van een maatwerkvoorziening, een persoonsgebonden budget of inkomen. b. terugvordering van de kosten van bijstand, uitkering, geldwaarde van een maatwerkvoorziening, geldwaarde van een re-integratievoorziening, een persoonsgebonden budget of inkomen. c. terugvordering van de kosten van bijstand van de persoon met wiens middelen wij rekening hadden moeten houden (volgens artikel 59 Participatiewet). d. verrekening van in de voorafgaande zes maanden ontvangen middelen met de gemeentelijke uitkering. e. het stuiten van verjaring (volgens artikel 4:105 en verder Awb). f. verhaal van kosten van bijstand (volgens artikel 61 tot en met 62i Participatiewet).

Terugvordering Artikel 4 Netto of bruto terugvordering 1. Wij vorderen netto terug als: a. de vordering in hetzelfde kalenderjaar kan worden terugbetaald als waarin deze is ontstaan. b. de vordering is ontstaan buiten toedoen van de debiteur en wij de debiteur niet kunnen verwijten dat de vordering niet in hetzelfde kalenderjaar is terugbetaald. c. het gaat om een teruggave van de belastingdienst die van invloed is op de hoogte van de verstrekte gemeentelijke uitkering. 2. Wij vorderen bruto terug als wij de af te dragen loonbelasting, premies volksverzekeringen en vergoedingen niet (meer) kunnen verrekenen. Artikel 5 Rente en kosten 1. Wij verhogen de vordering niet met wettelijke rente. 2. Wij brengen geen kosten in rekening bij de debiteur voor het versturen van een aanmaning of het maken van een dwangbevel. 3. Wij brengen de volgende kosten in rekening bij de debiteur: a. het aangetekend versturen van een dwangbevel. b. de kosten van de deurwaarder voor het afgeven (betekenen) van een dwangbevel. c. de noodzakelijke kosten van een derde die ervoor zorgt dat het dwangbevel uitgevoerd wordt. Artikel 6 Afzien terugvordering 1. Wij zien (gedeeltelijk) af van terugvordering als: a. het gaat om bijstand, uitkering, waarde van een maatwerkvoorziening, een persoonsgebonden budget of inkomen die wij 6 maanden na de ontvangst van een signaal nog hebben uitbetaald. b.

terugvordering leidt tot onaanvaardbare financiële of sociale consequenties bij de debiteur en/of zijn gezin. c. het terug te vorderen bedrag lager is dan € 50,00. 2. Wij zien niet af van terugvordering als er sprake is van fraude.

-2-

No. B20.001145

Verhaal Artikel 7 Afzien verhaal 1. Wij zien af van verhaal, als de op te leggen verhaalsbijdrage lager is dan € 25,00 per maand of € 300,00 per jaar. 2. Wij zien (gedeeltelijk of tijdelijk) af van verhaal als er dringende redenen zijn, bij degene die de bijstand ontvangt of bij degene op wie de bijstand en/of inkomen zou worden verhaald. Artikel 8 Hoogte en ingangsdatum verhaalsbijdrage 1. Wij houden bij het vaststellen van de verhaalsbijdrage rekening met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die van belang zijn. 2. Wij leggen de verhaalsbijdrage op met ingang van de eerste van de maand na de datum waarop wij de eerste brief hebben verstuurd naar degene op wie wordt verhaald. Artikel 9 Invordering verhaalsbijdrage 1. Wij verplichten de inwoner met een gemeentelijke uitkering om het LBIO in te schakelen, op het moment dat deze inwoner geen kinder- of partneralimentatie (op grond van een rechterlijke uitspraak) meer ontvangt. a. de gelden die betrekking hebben op de periode van bijstandsverlening moeten aan de gemeente worden overgedragen. 2. Op het moment dat een debiteur niet voldoet aan een door de rechter vastgestelde bijdrage volgens artikel 62b Participatiewet, gelden de artikelen 10 en 18 uit deze beleidsregels.

Invordering Artikel 10 Invordering 1. Hoofdregel is dat de debiteur het bedrag ineens moet betalen binnen zes weken nadat het besluit met de vordering is verstuurd naar de debiteur. 2. De debiteur moet de vordering ineens betalen als hij beschikt of kan beschikken over een vermogen waaruit de vordering ineens kan worden betaald. 3. De debiteur kan een verzoek doen om een betalingsregeling af te spreken wanneer hij het bedrag niet ineens kan betalen. a. bij het vaststellen van een betalingsregeling is het doel dat de vordering binnen 5 jaar wordt afgelost. 4. Op het moment dat een debiteur een gemeentelijke uitkering ontvangt kan aflossing plaatsvinden door verrekening met de uitkering. 5. Bij een betaling in termijnen moet de vordering volledig en naar draagkracht worden voldaan. 6. Bij het niet voldoen aan een betalingsverplichting ondernemen wij de volgende acties: a. een (telefonisch) gesprek met de debiteur door een medewerker van de gemeente. b. een bezoek aan het adres van de debiteur door een medewerker van de gemeente. c. de medewerker onder a en b heeft de bevoegdheid tot het treffen van een betalingsregeling met de debiteur. 7. Op het moment dat de debiteur een betalingsverplichting niet (meer) nakomt of niet bereid is tot het treffen van een betalingsregeling, dan vorderen wij in door middel van: a.

verrekening met een betaling van de gemeente, inclusief verrekening op grond van artikel 6:127 BW). b. verrekening op grond van artikel 60a Participatiewet en artikel 28, lid 4 IOAW en IOAZ. c. een executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g behoudens artikel 479e, tweede lid van het Rv. d. beslag volgens het Tweede Boek van het Rv.

-3-

No. B20.001145

Artikel 11 Hoogte aflossing 1. Bij een inkomen tot 110 procent van de geldende uitkeringsnorm, is de aflossing 5 procent van de voor hem geldende uitkeringsnorm of inkomensvoorziening per maand. 2. Bij een inkomen hoger dan 110 procent van de geldende uitkeringsnorm, is de aflossing 5 procent van de voor hem geldende uitkeringsnorm, verhoogd met 50 procent. 3. Er wordt een lagere beslagvrije voet gehanteerd als: a. bij berekening van de beslagvrije voet rekening is gehouden met alle correcties en op basis daarvan een lagere beslagvrije voet geldt. b. er naast de verrekening ook beslag is gelegd op de uitkering en de beslaglegger een lagere beslagvrije voet hanteert. Artikel 12 Hoogte aflossing leenbijstand 1. Bij een inkomen tot 110 procent van de geldende uitkeringsnorm, is de aflossing van leenbijstand 5 procent van de voor hem geldende uitkeringsnorm of inkomensvoorziening per maand. 2. Op het moment dat een debiteur een gemeentelijke uitkering ontvangt vindt aflossing plaats door verrekening met de uitkering. 3. Bij een inkomen hoger dan 110 procent van de geldende uitkeringsnorm, is de aflossing 5 procent van de voor hem geldende uitkeringsnorm, verhoogd met 50 procent. Artikel 13 Besluit met betrekking tot vaststelling aflossingsverplichting In een besluit tot vaststelling van de aflossingsverplichting vermelden wij: a. de hoogte van het maandelijks te betalen bedrag; b.

de ingangsdatum; c. de mededeling dat de betalingsregeling komt te vervallen, als er niet (tijdig) wordt betaald. Artikel 14 Afboeking betalingen en teveelbetaling 1. Bij de afboeking van betalingen geldt het volgende: a. een betaling wordt bij voorrang afgeboekt op een opgelegde bestuurlijke boete. b. een betaling waarbij de bestemming is aangegeven wordt afgeboekt zoals de betaler heeft opgeven. c. ongerichte betalingen worden afgeboekt op de oudste openstaande vordering. Hier kunnen wij van afwijken als de aard van de vordering hiertoe aanleiding geeft. d. de betaling strekt in de eerste plaats tot mindering van de kosten en vervolgens tot vermindering van de hoofdsom. 2. Wij zien een betaling op een afgeloste vordering als een betaling op een andere openstaande vordering (volgens artikel 6:43, lid 2 BW). Artikel 15 Uitstel van betaling 1. Wij geven een debiteur uitstel van betaling, als er sprake is van een moratorium, zoals bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. 2. Wij kunnen een debiteur uitstel van betaling geven, als: a. uit onderzoek blijkt dat de financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven. b. bezwaar of beroep is ingediend tegen een terugvorderingsbesluit. Uitstel geldt totdat het besluit onherroepelijk is geworden. c. dit leidt tot een oplossing voor schuldenproblematiek. d. sprake is van dringende redenen.

-4-

No. B20.001145 Artikel 16 Geen uitstel van betaling Wij wijzen een verzoek om uitstel van betaling af als: a. de medewerking van de debiteur volgens ons niet voldoende is. b. onjuiste gegevens zijn verstrekt. c. wij de gevraagde gegevens niet (volledig) binnen de termijn hebben ontvangen. d. wij er niet zeker van kunnen zijn dat het bedrag terugbetaald wordt. e. de waarde van vermogensobjecten in redelijkheid te gelde kan worden gemaakt om daarmee de vordering af te lossen. f. wij hebben berekend dat de debiteur de schuld in een keer kan aflossen. g. de voorgestelde betalingsregeling over een periode is uitgestrekt, die wij niet redelijk vinden. h. de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling geen uitkomst zal bieden. i. er na uitstel van betaling, nu opnieuw gevraagd wordt om uitstel, terwijl de vordering al eerder betaald had kunnen worden met de middelen die de debiteur op dat moment had. j. de debiteur een eerdere betalingsregeling niet is nagekomen. Artikel 17 Intrekken of wijzigen uitstel van betaling Wij wijzigen of trekken een besluit tot uitstel van betaling in, als: a. afspraken niet worden nagekomen. b. de debiteur onjuiste of onvolledige gegevens heeft gegeven en wij met de juiste of volledige gegevens een ander besluit hadden genomen. c.

de omstandigheden zijn veranderd en wij volgens de regels in die nieuwe situatie geen uitstel van betaling geven. Artikel 18 Betalingsherinnering, aanmaning en dwangbevel 1. Wij sturen een schriftelijke betalingsherinnering naar de debiteur, op het moment dat de debiteur de betalingsverplichting niet (meer) nakomt. 2. Wij versturen een schriftelijke aanmaning naar de debiteur (volgens artikel 4:112 Awb), op het moment dat hij niet tijdig heeft betaald (volgens artikel 4:97 Awb). 3. Wij versturen een dwangbevel naar de debiteur op het moment dat niet of slechts een gedeelte van het achterstallige bedrag is betaald binnen de aanmaningstermijn (zoals bedoeld in lid 2): a. wij verzenden het dwangbevel per aangetekende post. b. als aangetekende postbezorging niet mogelijk of wenselijk is, overhandigt (betekent) de deurwaarder het dwangbevel aan de debiteur. c. als wij meerdere vorderingen hebben bij dezelfde debiteur, dan bundelen we zoveel mogelijk vorderingen in één dwangbevel.

-5-

No. B20.001145

Kwijtschelding Artikel 19 Kwijtschelding 1. Wij zien af van verdere invordering als de debiteur: a. gedurende 10 jaar (120 maandtermijnen) volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan. b. gedurende 10 jaar (120 maandtermijnen) niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over de periode vermeerderd met de daarover verschuldigde kosten, alsnog heeft betaald. c. gedurende 10 jaar (120 maandtermijnen) geen betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten. d. tenminste 10 jaar na terugvordering een bedrag, van minimaal de helft van het volledige bedrag in één keer terugbetaalt.

2. Wij zien af van verdere invordering van leenbijstand als de debiteur gedurende 5 jaar (60 maandtermijnen): a. volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan. b. niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode alsnog heeft betaald. c. geen mogelijkheden tot invordering zijn geweest en die mogelijkheid zich naar verwachting ook niet zal voordoen. 3. Wij zien af van verdere invordering als de (rest)vordering niet hoger is dan € 150,00 en het treffen van (verdere) invorderingsmaatregelen niet (langer) doelmatig is. 4. Wij zien niet af van verdere invordering, als er sprake is van vorderingen die door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt en op leenbijstand, behalve voor zover dit niet op die goederen verhaald kan worden. Artikel 20 Gedeeltelijk afzien van (verdere) invordering bij schuldregeling 1. Wij kunnen, op verzoek van de debiteur, besluiten geheel of gedeeltelijk van (verdere) invordering af te zien, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. er is redelijkerwijs te voorzien dat de debiteur niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, en; b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen, en; c.

de vordering van de gemeente vanwege teruggevorderde bijstand, inkomen of uitkering ten minste zal worden voldaan naar rato met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang, en; d. het verzoek tot medewerking aan een schuldsanering/bemiddeling wordt ingediend door een erkende schuldbemiddelingsorganisatie of een Nederlandse gemeente. 2. Het besluit tot het afzien van (verdere) invordering geldt niet voordat een schuldregeling overeenkomstig het eerste lid tot stand is gekomen. 3. Wij zien niet af van (verdere) invordering bij fraudeschulden. Artikel 21 Intrekking besluit tot (verdere) invordering schuldenproblematiek Wij wijzigen of trekken het besluit tot (verdere) invordering van bijstand, inkomen of uitkering in als: a. er binnen twaalf maanden, nadat het besluit bekend is gemaakt, geen schuldenregeling tot stand is gekomen. b. de debiteur zijn schuld aan de gemeente niet volgens de schuldregeling betaalt. c. er onjuiste of onvolledige gegevens zijn gegeven en de wij met de juiste of volledige gegevens een ander besluit hadden genomen.

-6-

No. B20.001145

Heronderzoek Artikel 22 Heronderzoek 1. Wij voeren regelmatig onderzoeken uit ter bewaking van de verhaalsbesluiten, terug- en invorderingsbesluiten. 2. Wij wijzigen de verhaalsbijdrage of betalingsverplichting, als uit onderzoek blijkt dat daar reden voor is.

Overgangsrecht en citeertitel Artikel 23 Overgangsrecht Alle bestaande terugvorderings- , invorderings- en verhaalsbesluiten vallen onder de werking van deze beleidsregels, tenzij dit voor de debiteur leidt tot een nadelige situatie. Dan gelden de “Beleidsregels debiteuren 2018”. Artikel 24 Ingangsdatum citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. 2. Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze beleidsregels trekken wij de ‘Beleidsregels debiteuren 2018’ in. 3. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels debiteuren Dronten 2021’. Dronten, 14 december 2020

drs. T. van Lenthe Secretaris

drs. J.P. Gebben Burgemeester

-7-

No. B20.001145

Toelichting Wij verstrekken uitkeringen, voorzieningen, persoonsgebonden budgetten etc. op basis van de Participatiewet, Wmo, Jeugdwet, IOAW, IOAZ en de Gemeentewet (minimaregelingen). Soms blijkt dat deze verstrekkingen ten onrechte zijn gedaan en is het noodzakelijk om terug te vorderen. Deze beleidsregels hebben als doel:  inkaderen van de bevoegdheid van de gemeente tot terugvordering, verhaal en invordering;  geven van richtlijnen bij de uitvoering van de werkzaamheden. De overheid is de belangrijkste schuldeiser in het land. Burgers hebben dus veelvuldig met een overheidsdienst te maken aan wie zij moeten betalen. Dat doen zij in het algemeen zonder problemen: de meeste schulden aan de overheid worden gewoon op tijd betaald. Iemand die voldoende geld heeft om te betalen, maar toch weigert om dat te doen, moet weten dat de betaling met dwangmiddelen kan worden afgedwongen. Maar bij iemand die niet kan betalen omdat hij niet voldoende middelen beschikt, heeft het inzetten van dwangmiddelen geen zin. Sterker nog: het leidt tot zinloze kosten bij de overheid en vaak ook tot (nog grotere) problemen bij de burger. In deze beleidsregels ligt de nadruk op een handelingswijze die het meest effectief en tegelijk het meest klantvriendelijk is.

Hiermee bedoelen we dat de schuld wordt terugbetaald in een zo vroeg mogelijk stadium (zonder bijkomende kosten) en dat de communicatie met de burger goed verloopt. Daarbij is informeel, persoonlijk contact met de debiteur in de verschillende stadia van het invorderingsproces een voorwaarde. Doordat de meeste communicatie schriftelijk gebeurt, is het contact al gauw afstandelijk en formeel. Een proactieve persoonlijke aanpak kan bijdragen aan een effectief betalings- en invorderingsproces. De Nationale ombudsman is van oordeel dat de overheid bij het innen van schulden:  zich moet inspannen om verdere schulden te voorkomen. Wij informeren de debiteur over regelingen en voorzieningen en verwijzen waar nodig naar bijvoorbeeld Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland (MDF) of Kwintes. 

duidelijk moet communiceren en moet proberen persoonlijk contact op te nemen, waar nodig. Wij gebruiken duidelijke taal (zoveel mogelijk op B1 niveau) en nemen waar mogelijk persoonlijk contact op met de debiteur.

redelijk moet handelen door elke situatie apart te bekijken (maatwerk leveren). Wij sturen bij een betalingsachterstand eerst een betalingsherinnering (zonder verhoging of boete). Dwangincasso wordt in principe alleen ingezet bij debiteuren die niet willen betalen.

rekening houden met de beslagvrije voet. De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waarop geen beslag gelegd mag worden. Wij houden rekening met de beslagvrije voet.

medewerking moet verlenen aan schuldhulpverlening. Wij werken in principe mee aan een schuldenregeling, tenzij er sprake is van opzet of grote schuld. Wij reageren snel op verzoeken van een debiteur of een voorstel voor

-8-

No. B20.001145 schuldhulpverlening. Ook leveren wij een overzicht van de schulden (eens per jaar automatisch en tussentijds op verzoek). 

zoveel mogelijk moet samenwerken met andere overheidsinstanties. Wij onderzoeken de aflosmogelijkheden van de debiteur en vragen of er nog andere beslagen of aflossingen lopen. Met toestemming van de debiteur delen wij deze informatie met andere overheidsinstanties.

haar vorderingen op een nette manier moet uitbesteden. Wij handelen onze vorderingen zelf af, wij verkopen onze vorderingen niet aan andere organisaties.

Artikelsgewijze toelichting Algemeen Artikel 1 Begrippen Geen verdere uitleg. Artikel 2 Toepassing beleidsregels Voor de gemeentelijke minimaregelingen gaat het om de maatschappelijke participatie en toegankelijkheid (toegankelijkheidsbijdrage). Voor zelfstandig ondernemers gelden aparte terugvorderingsregels, die zijn opgenomen in het Bbz 2004 en “Beleidsregel terug- en invordering Bbz 2004”. Deze regeling wordt voor de gemeente Dronten uitgevoerd door het Zelfstandigenloket Flevoland. Artikel 3 Bevoegdheden gemeente Wij maken volledig gebruik van onze bevoegdheden. De Participatiewet geeft de gemeente de bevoegdheid om verleende bijstand te verhalen op:  echtgenoten, ex-echtgenoten, ouders, minderjarige kinderen en meerderjarige kinderen tussen 18-21 jaar  schenkingen en nalatenschappen. Wij kunnen Wmo-voorzieningen alleen terugvorderen als die voorzieningen zijn ingetrokken, omdat er onjuiste of onvolledige gegevens aan ons zijn verstrekt door de debiteur (artikel 6.3.2 Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten). Stuiting van verjaring = het afbreken van een verjaring. Hierdoor start een nieuwe verjaringstermijn. Terugvordering Artikel 4 Netto of bruto terugvordering Geen verdere uitleg. Artikel 5 Rente en kosten Er wordt afgezien van de bevoegdheid tot het verhogen van de vordering met de wettelijke rente.

De reden hiervan is dat de berekening van de wettelijke rente veel tijd (en daardoor geld) kost. De totale opbrengst (vordering + rente) zal naar verwachting niet veel hoger zijn dan de opbrengst van de vordering zelf.

-9-

No. B20.001145 Artikel 6 Afzien terugvordering In onderdeel a is vastgelegd dat de gemeente zich houdt aan de “zesmaanden jurisprudentie” van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). In onderdeel c is het zgn. kruimelbedrag vastgelegd. Bij bedragen lager dan € 50,00 zijn de gemaakte kosten (vaak) hoger dan de opbrengst. Fraudebedragen zijn een uitzondering op deze regel om te voorkomen dat fraude (ongeacht de hoogte van het bedrag) lonend zou kunnen zijn. Verhaal Artikel 7 Afzien verhaal In lid 1 is geregeld dat bij kruimelbedragen uit efficiency overwegingen wordt afgezien van verhaal. Artikel 8 Hoogte en ingangsdatum verhaalsbijdrage Tot de maatstaven en omstandigheden hoort bijvoorbeeld de vraag wat de huwelijksgerelateerde behoefte van ontvanger van de gemeentelijke uitkering is. En hoe deze ontvanger zelf in die behoefte kan voorzien of in hoeverre hem/haar van het niet daarin (kunnen) voorzien een verwijt kan worden gemaakt. Artikel 9 Invordering verhaalsbijdrage Geen verdere uitleg. Invordering Artikel 10 Invordering Hier is de incassoprocedure voor vorderingen geregeld. Ook staat hier wanneer we overgaan tot dwanginvordering. Bij artikel 10, lid 7 gaat het om een uitkering, persoonsgebonden budget of andere betaling. Executoriaal = ten uitvoer leggen. Meestal is er een vonnis of een beschikking van de rechtbank.

Maar ook een dwangbevel van de gemeente of van de Officier van Justitie (denk aan bekeuringen) is een executoriale titel. Bovenaan een executoriale titel staan altijd de woorden ‘In naam der Koning’. Staat dit niet boven het betreffende document, dan is het dus geen executoriale titel en mag de deurwaarder dus geen executoriaal beslag leggen en tot eventuele verkoop van de goederen overgaan. Artikel 11 Hoogte aflossing Om mensen met schulden beter te helpen, gaat op 1 januari 2021 de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) in werking. De beslagvrije voet – het bedrag waar schuldeisers niet aan mogen komen – blijkt in de praktijk vaak te laag te worden vastgesteld. Veel mensen met schulden komen daardoor onder het absolute bestaansminimum terecht, ook omdat schuldeisers niet van elkaar weten dat ze beslag leggen op hetzelfde inkomen. De nieuwe wet moet hier verandering in brengen. De staatssecretaris heeft opgeroepen om alvast rekening te houden met een beslagvrije voet van 95 procent. Daarom houden wij 5 procent aan voor de aflossingen (ook voor leenbijstand). Artikel 12 Hoogte aflossing leenbijstand Geen verdere uitleg.

- 10 -

No. B20.001145 Artikel 13 Besluit met betrekking tot vaststelling aflossingsverplichting Geen verdere uitleg. Artikel 14 Afboeking van de betaling Er zijn twee redenen voor de keuze om éérst de bestuurlijke boete af te lossen en daarna de ten onrechte verstrekte uitkering:  de bestuurlijke boete is geen preferente vordering;  de boete vervalt bij overlijden van de debiteur. Andere vorderingen kunnen wel worden ingevorderd uit de nalatenschap. Artikel 15 Uitstel van betaling Een moratorium (volgens artikel 5 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) betekent dat de huur in deze periode niet mag worden opgezegd, de levering van gas, water en elektra niet mag worden beëindigd en/of de zorgverzekering mag niet worden opgezegd of ontbonden Het moratorium geeft de tijd om een (minnelijke) schuldregeling af te spreken. Een moratorium duurt maximaal zes maanden. Tijdens het moratorium moeten afspraken worden nagekomen. Artikel 16 Geen uitstel van betaling Geen verdere uitleg. Artikel 17 Intrekken of wijzigen uitstel van betaling Geen verdere uitleg. Artikel 18 Betalingsherinnering, aanmaning en dwangbevel Geen verdere uitleg. Kwijtschelding Artikel 19 Kwijtschelding Geen verdere uitleg.

Artikel 20 Gedeeltelijk afzien van (verdere) invordering bij schuldregeling Ook voor dit artikel geldt dat regelgeving in de Participatiewet wordt doorvertaald naar de overige wetten en regels waarop deze beleidsregels betrekking hebben. Hierdoor wordt uniformiteit in uitvoering bevorderd. Artikel 21 Intrekking besluit tot (verdere) invordering schuldenproblematiek Geen verdere uitleg. Heronderzoek Artikel 22 Heronderzoek Geen verdere uitleg. Overgangsrecht en citeertitel Artikel 23 Overgangsrecht Geen verdere uitleg. Artikel 24 Ingangsdatum en citeertitel Geen verdere uitleg.

- 11 -

B20.002457 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op artikel 36 van de Participatiewet; gelet op artikel 2.7. van de Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten; overwegende dat het college bevoegd is beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de uitvoering van de verordening;

B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels Individuele inkomenstoeslag Dronten 2021

Artikel 1 Begrippen 1. In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wet en verordening staan, waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd. 2. In deze beleidsregels verstaan we onder: a. peildatum: de datum waarop u individuele inkomenstoeslag aanvraagt. Artikel 2 Geen zicht op inkomensverbetering 1. U en/of uw partner heeft geen zicht op inkomensverbetering als er naar verwachting binnen 12 maanden (vanaf de peildatum): a. geen mogelijkheden zijn om zelf inkomsten te verdienen (uit arbeid of in verband met arbeid of als zelfstandige); en b. die inkomsten hoger zijn dan de voor u geldende uitkeringsnorm; 2. Er is in ieder geval geen zicht op inkomensverbetering als er sprake is van: a. volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid volgens artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) of artikel 22 van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO); en/of b. toekenning van een WAJONG-uitkering voor 1 januari 2015; en/of c. volledige vrijstelling van de arbeidsverplichting volgens artikel 9 van de Participatiewet en deze vrijstelling nog minimaal zes maanden doorloopt na de peildatum. Artikel 3 Zicht op inkomensverbetering 1. U heeft wel zicht op inkomensverbetering als u en/of uw partner: a. niet valt onder artikel 2; of b.

student bent en onderwijs volgt (uit ’s Rijks kas bekostigd) of kunt volgen.

No. B20.002457 Artikel 4 Geen individuele inkomenstoeslag 1. U heeft geen recht op de individuele inkomenstoeslag als in de 36 maanden voor de peildatum een terugvordering is ontstaan doordat u: a. inkomsten heeft gehad naast de uitkering van een gemeente en/of het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) die u niet of niet tijdig heeft doorgegeven; en b. die inkomsten in één of meerdere maanden hoger waren dan de geldende uitkeringsnorm. Artikel 5 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2021. 2. Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze beleidsregels trekken wij de ‘Beleidsregels individuele inkomenstoeslag 2016’ in. 3. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Dronten 2021’. Dronten, 14 december 2020

drs. T. van Lenthe Secretaris

drs. J.P. Gebben Burgemeester

-2-

No. B20.002457 Toelichting De individuele inkomenstoeslag is een extra tegemoetkoming voor personen die langdurig moeten rondkomen met een laag inkomen en geen zicht hebben op inkomensverbetering. De gemeenteraad heeft op 28 mei 2020 de Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten vastgesteld. Artikel 36 van de Participatiewet stelt als voorwaarde dat het recht op een individuele inkomenstoeslag alleen bestaat indien er géén zicht is op inkomensverbetering. Wie heeft wel en wie heeft geen zicht op inkomensverbetering? Dit wordt in deze beleidsregels uitgelegd. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begrippen Geen verdere uitleg. Artikel 2 Geen zicht op inkomensverbetering De re-integratieconsulent of gids beoordeelt of het voor u en/of uw partner mogelijk is om binnen 12 maanden na de peildatum een inkomen te krijgen van minstens de uitkeringsnorm. Als dit niet mogelijk is, is er géén zicht op inkomensverbetering. Bij de beoordeling houden wij rekening met de kwaliteiten van u en/of uw partner. Ook kijken wij naar wat u heeft gedaan om meer te kunnen verdienen en dus tot inkomensverbetering te komen. Het kan voorkomen dat u geen zicht heeft op inkomensverbetering, maar uw partner wel. De re-integratieconsulent of gids beoordeelt of er zicht is op inkomensverbetering waarmee u gezamenlijk een inkomen kunt krijgen van minstens de uitkeringsnorm.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/983/documents/14310