CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 3 Ontwerp Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Flevoland 2050 (1058249)

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente DrontenBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Zienswijzen omgevingsvisie Flevoland 2050 en omgevingseffectrapport33.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Regionale Adaptatiestrategie (2023): In deze Regionale Adaptatiestrategie Flevoland legt de provincie vast wat de ambities en strategieën van een klimaatadaptief Flevoland zijn. Het doel is het samenwerkingsnetwerk op het gebied van klimaatadaptatie verstevigen en (bestuurlijk) uitbreiden.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

•

Monitor Waterprogramma (versie 27 augustus 2024): Voor het Waterprogramma is een specifieke monitor ontwikkeld, toegespitst op de doelstellingen en activiteiten van dit programma. Hiermee kunnen we volgen of we op koers liggen om de gestelde doelen te bereiken, en kunnen we leren van de voortgang. Te benaderen via deze link: Monitor Waterprogramma (arcgis.com)

Hoofdlijnen beleidsdoelstelling Flevoland vormt het ‘Groenblauwe Hart’ van Nederland, waar het natuurlijk fundament leidend is in de ruimtelijke ontwikkeling. De provincie streeft naar een gezond, veilig en toekomstbestendig watersysteem en hanteert hierbij het principe van goed rentmeesterschap. Dit houdt in dat schoon en voldoende water essentieel zijn voor het leven, waaronder natuur, landbouw, drinkwater, archeologie en recreatie. Het behoud en de versterking van waterveiligheid en waterbeschikbaarheid zijn cruciaal, met specifieke aandacht voor uitdagingen zoals klimaatverandering en bodemdaling. Het watersysteem van Flevoland biedt tegelijkertijd kansen en stelt grenzen. Het speelt een belangrijke rol in de economische ontwikkeling, verstedelijking en versterking van natuur en landschap. Tegelijkertijd vereist het een zorgvuldige balans: ruimtelijke ontwikkelingen moeten rekening houden met de randvoorwaarden die het watersysteem stelt. Er wordt actief gezocht naar synergie tussen binnen- en buitendijkse gebieden om zowel natuur als landschap te versterken. Waar wateropgaven door klimaatverandering of bodemdaling leiden tot onoplosbare uitdagingen tegen maatschappelijk redelijke kosten, is een beleidsmatige heroriëntatie noodzakelijk. De provincie Flevoland richt zich op het waarborgen van gezond, veilig en voldoende water voor nu en de toekomst.

Water is een natuurlijk kapitaal en een schaars goed. Het speelt een cruciale rol in bijvoorbeeld de landbouw, biodiversiteit, drinkwatervoorziening, archeologie en recreatie. Hoewel het watersysteem kansen biedt, stelt water ook grenzen aan ruimtelijke ontwikkeling. De provincie ziet het als haar taak om een goede balans te vinden tussen de mogelijkheden en beperkingen van het watersysteem. Om de nationale en regionale doelen te bereiken, werkt de provincie samen met gebiedspartners zoals het waterschap en het Rijk. Beoordelingskader Tabel 3-23: Beoordelingskader bodem- en watersysteem

Thema

Aspect

Bodem- en watersysteem

Bodemkwaliteit/-vruchtbaarheid Grond-/oppervlaktewaterkwaliteit

Doelbereik • • •

Gezonde bodems Grond- en oppervlaktewater voldoet aan KRW-normen (optimale benutting) Veiligstellen strategische drinkwatervoorraden

Beschikbaarheid zoet water Zwemwaterkwaliteit Drinkwatervoorraden

3.9.2

Huidige situatie Bodemkwaliteit/- vruchtbaarheid De chemische bodemkwaliteit in Flevoland is over het algemeen vrij goed. Grond-/oppervlaktewaterkwaliteit Oppervlaktewaterkwaliteit De KRW-wateren 33 moeten voldoen aan de doelstellingen voor biologische en chemische waterkwaliteit. De regionale doelen en maatregelen worden elke 6 jaar geactualiseerd op basis van de meest recente inzichten. De biologische kwaliteit van het oppervlaktewater in 2022 is in 17 van de 19 Flevolandse oppervlaktewaterlichamen te classificeren als matig of goed. In 1 geval wordt een waterlichaam geclassificeerd als ontoereikend en 1 als

33 De Europese Kaderrichtlijn Water. Het doel van de KRW is om uiterlijk in 2027 de kwaliteit van alle Europese

wateren in een goede toestand te brengen en te houden.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

slecht. Voor de fysisch chemische waterkwaliteit is 1 waterlichaam geclassificeerd als ontoereikend. Dit betreft het Harderbroek Roerdomp en dit is het gevolg van een slechtere score van het biologische kwaliteitselement 'fytoplankton'. Wat betreft het totaaloordeel van chemie en specifiek verontreinigende stoffen voldoet geen enkel waterlichaam34 . Normoverschrijdingen van de specifieke verontreinigende stoffen worden in Flevoland grotendeels veroorzaakt door de natuurlijke interactie met het grondwater dat rijk is aan de stoffen ammonium, arseen, kobalt en barium. Deze stoffen overschrijden de norm, maar hoeven volgens de KRW niet te worden aangepakt omdat deze vallen onder de categorie ‘natuurlijke omstandigheden’. De overschrijdingen van andere stoffen die op sommige locaties in Flevoland voorkomen moeten wel worden aangepakt en dat gebeurt hoofdzakelijk via het wettelijke rijksbeleid en via regionaal bovenwettelijk beleid 35 . Grondwaterkwaliteit Flevoland maakt deel uit van het KRW-grondwaterlichaam 'Zand Rijn-Midden', dat verder delen van Utrecht en Gelderland omvat. De provincie monitort de kwantitatieve en kwalitatieve toestand van het grondwater. Dit geeft inzicht voor de toestandsbepaling van de KRW. Daarnaast geeft het ook een breder beeld van verziltingsrisico’s en andere bedreigingen van het grondwater 36 .

Voor 2020 beoordeelt de KRW de toestand van het grondwaterlichaam als goed ('totaaloordeel'). In Flevoland is het grondwater, mede door de recente ontstaansgeschiedenis, relatief schoon. Ondanks dat er lokaal normoverschrijdingen voor gewasbeschermingsmiddelen zijn geconstateerd, voldoet het grondwater in Flevoland aan de KRW-eisen 37 . Uit onderzoeken blijkt dat de huidige Flevolandse onttrekkingen geen achteruitgang van de totale voorraad zoet grondwater veroorzaken. De voorraad zoet grondwater neemt nog enigszins toe. Lokaal zijn er bij agrarische onttrekkingen wel verziltingsverschijnselen 38 .

34 Bron: Waterkwaliteitsportaal

(2023), KRW-bronbestanden 2022.

35 Bron: Provincie Flevoland (2023), Monitor Waterprogramma 36 Bron: Royal HaskoningDHV (2020), Grondwaterkwaliteit

provincie Flevoland (2023), Meetgegevens Grondwaterkwaliteit 38 Bron: Provincie Flevoland (2023), Monitor Waterprogramma 37 Bron: Waterkwaliteitsportaal

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Figuur 3-44: Aanwezige grondwaterbeschermingsgebieden in de provincie Flevoland

Figuur 3-45: Weergave van de KRW-oppervlaktewaterlichamen in de provincie

Zwemwaterkwaliteit

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

In de provincie Flevoland kan op veel plaatsen in open water worden gezwommen. Volgens de Europese Zwemwaterrichtlijn mag dat alleen op de aangewezen officiële zwemlocaties. Gedurende het seizoen wordt de kwaliteit van het water op zwemlocaties frequent gecontroleerd. Actuele informatie over de zwemwaterkwaliteit tijdens het seizoen wordt ontsloten via het portaal van zwemwater.nl. In Flevoland is het aantal zwemwaterlocaties door de jaren heen altijd constant geweest. Van de 33 Flevolandse zwemwaterlocaties hebben er 29 een goede of uitstekende kwaliteit hadden op basis van E-coli (cijfers 2021). Recent is een van de 33 zwemwaterlocaties gesloten, maar er zijn ook 12 nieuwe zwemlocaties bijgekomen. Vanaf 2015 moeten alle officiële zwemlocaties ten minste tot de klasse aanvaardbaar behoren. Volgens deze normering voldoet 100% van de Flevolandse zwemwaterlocaties aan de norm. Daarnaast zijn er ook andere normen waaraan het zwemwater moet voldoen, zoals normen conform landelijk protocollen voor de aanwezigheid van andere ziekteverwekkers (bv. blauwalg, zwemmersjeuk, ziekte van Weil en botulisme). Blauwalg is voor de Nederlandse wateren en ook de Flevolandse zwemlocaties de belangrijkste ziekteverwekker. Beschikbaarheid zoetwater Flevoland heeft een goede uitgangspositie bij de zoetwatervoorziening. Door de diepe ligging stroomt grondwater als kwel de polders binnen.

Hierdoor zijn zelfs bij extreme droogte de polders vrijwel zelfvoorzienend. Wel wordt er, met name in de Noordoostpolder, water ingelaten voor waterkwaliteitsverbetering. Er wordt vrijwel altijd meer water uitgeslagen dan ingelaten. In de droge zomer van 2018 zijn er echter wel lokale problemen opgetreden, zowel bij landbouw, natuur als in stedelijk gebied. Ook was dit het eerste jaar dat er gedurende een korte periode sprake was van netto waterinlaat. Drinkwatervoorraden De drinkwatervoorziening in geheel Flevoland is van een uitstekend niveau. De aanwezige bronnen zijn voldoende om te voorzien in de huidige toekomstige vraag tot 2050. De verwachting is dat na 2050 de huidige bronnen niet langer kunnen voorzien in de toenemende vraag. Door de groei van de bevolking en economie raken de bronnen op langere termijn aan hun limiet. Om die reden is het beleid gericht op een systeemverandering via drie sporen: Bescherming van het zoete grondwater via het voorzorgsprincipe (1), alternatieve bronnen en innovaties (2) en waterbesparing en waterbewustzijn (3).

Figuur 3-46: Vraag en aanbod (gerealiseerd en geprognosticeerd) voor Zuidelijk en Oostelijk Flevoland. Bron: Provincie Flevoland (2023), Monitor Waterprogramma, op basis van Vitens, Deltares (2018) en RIVM

Bovenstaand figuur geeft meer informatie over de geleverde en geprognosticeerde vraag naar drinkwater in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland. Ook wordt een vergelijking gemaakt met de maximaal toegestane onttrekking. Hierin worden onder andere ‘knikpunten’ getoond: Wanneer het aanbod van drinkwater minder wordt dan 120% van de vraag, wordt dit een knikpunt genoemd.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

3.9.3

Trends en ontwikkelingen • •

•

•

3.9.4

Toenemende zoetwatervraag: De vraag naar zoetwater zal blijven stijgen, vooral door bevolkingsgroei en landbouwactiviteiten. Dit vraagt om duurzame waterbeheerstrategieën en besparingsinitiatieven. Beperkte beschikbaarheid van schoon grond- en oppervlaktewater: De kwaliteit blijft onder druk staan door vervuiling en natuurlijke verontreinigingen. Dit vergt meer investeringen in zuiveringsmaatregelen en duurzaam gebruik van waterbronnen. Bodemdaling in Flevoland: Er is sprake van bodemdaling, vooral door oxidatie van veen en ontwatering, en dit gaat door met gemiddeld 1 tot 2 cm per jaar. Dit veroorzaakt verzakkingen en verhoogt de kans op overstromingen, wat leidt tot hogere kosten voor waterbeheer en schade aan infrastructuur. Bodemvruchtbaarheid in Flevoland: De bodemvruchtbaarheid in Flevoland is in gevaar door intensieve landbouw, wat leidt tot bodemverdichting. Duurzame landbouwmethoden zoals groenbemesters en precisielandbouw worden steeds belangrijker om de bodemgezondheid en vruchtbaarheid te behouden op de lange termijn.

Beoordeling referentiesituatie De huidige toestand van het bodem- en watersysteem in Flevoland bevindt zich op een redelijk stabiel niveau, hoewel er duidelijk uitdagingen zijn. Over het algemeen scoort de bodemkwaliteit vrij goed, er zijn gezonde bodems. Ook het grondwater in Flevoland is relatief schoon dankzij de recente ontstaansgeschiedenis van het gebied. Echter, de oppervlaktewaterkwaliteit is zorgwekkender, met chemische verontreinigingen in bijna alle waterlichamen en specifieke problemen rond natuurlijke stoffen zoals arseen en ammonium. Voor de wateroverlastsituatie wordt een langzame achteruitgang van de toestand voorzien door de autonome ontwikkelingen van bodemdaling en klimaatverandering. Door de bodemdaling ontstaan er meer lage plekken in het maaiveld die kwetsbaar zijn voor wateroverlast. Door klimaatverandering neemt de belasting van het watersysteem toe, hierdoor zullen oppervlaktewateroverlast en grondwateroverlast toenemen. Wat betreft de toekomst is het duidelijk dat de druk op het systeem zal toenemen. De vraag naar zoetwater zal blijven stijgen door bevolkingsgroei, landbouw en klimaatverandering, terwijl de beschikbaarheid van schoon oppervlaktewater en drinkwater onder toenemende druk komt te staan. De verzilting van het oppervlaktewater in bepaalde delen van Flevoland en de verslechtering van de waterkwaliteit zijn blijvende aandachtspunten.

Ondanks de uitdagingen zet de provincie in op innovatieve oplossingen, zoals alternatieve waterbronnen en besparing.

Figuur 3-47: Trend huidige situatie en autonome ontwikkeling bodem- en watersysteem

Tabel 3-24: Verklaring trendfiguur bodem- en watersysteem

Beoordeling huidige Situatie

•

Het bodem- en watersysteem in Flevoland functioneert momenteel redelijk, maar staat onder druk door klimaatverandering, intensieve landbouw en verstedelijking. De bodemkwaliteit is goed, maar chemische verontreinigingen in het water en beginnende verzilting vragen aandacht.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

• Autonome ontwikkeling

•

•

Bandbreedte

• •

Waterbeschikbaarheid is over het algemeen voldoende door kwel, al brengt bodemdaling uitdagingen mee voor waterbeheer. Ondanks bovenstaande drukfactoren wordt de situatie neutraal beoordeeld, met aandachtspunten voor de toekomst. Zonder ingrijpen zal de autonome ontwikkeling van het bodem- en watersysteem in Flevoland verder onder druk komen te staan. Bodemdaling zal naar verwachting doorgaan met een snelheid van 1 tot 2 cm per jaar, wat de kans op wateroverlast vergroot. Dit vereist aanpassingen in de waterhuishouding, bijvoorbeeld door het versterken van dijken en het verbeteren van de afwatering. De kwaliteit van het grondwater is relatief goed en zal, mits goed beheerd, op peil blijven, maar de risico’s van verzilting zullen groeien door de intensieve landbouw en droogteperioden. De watervoorziening blijft voorlopig voldoende, maar de stijgende vraag naar zoetwater, samen met de druk op het grondwater door bevolkingsgroei en landbouwactiviteiten, zal de situatie moeilijker maken. Het vergroten van de watervoorziening door alternatieve bronnen en het bevorderen van waterbesparing zijn dan ook noodzakelijke stappen. Door bovenstaande knelpunten wordt er een licht negatieve trend verwacht.

De toekomstige situatie van het bodem- en watersysteem in Flevoland heeft een bandbreedte van een negatieve uitkomst bij uitblijven van maatregelen, tot een redelijke als er tijdig wordt ingegrepen. Als er niet wordt geacteerd, zal de druk op het watersysteem sterk toenemen, met een grotere kans op wateroverlast door bodemdaling, verontreiniging van oppervlaktewater, en verzilting van het grondwater. De vraag naar zoetwater zal blijven stijgen, waardoor er een tekort kan ontstaan na 2050.

3.10

Natuur en biodiversiteit

3.10.1

Inleiding, beoordelingskader en beleid Inleiding Dit hoofdstuk gaat over de staat van instandhouding van beschermde natuurgebieden (Natura 2000, Nationaal Natuurnetwerk, weidevogelgebieden) en beschermde soorten. Voor de instandhouding en verspreiding van soorten is een aaneengesloten netwerk van bescher mde natuurgebieden van essentieel belang. Bos en houtopstanden en de groenblauwe dooradering in het landelijk gebied dragen aanvullend ook bij aan de biodiversiteit. De staat van instandhouding van beschermde natuurgebieden is mede afhankelijk van de beschikbaarheid van zoet (grond)water, de waterkwaliteit en stikstofdepositie. Minder goede milieucondities en invasieve exoten zijn een bedreiging voor de biodiversiteit. Beleid •

Flevoland verrassend groen (2013): Dit beleidsstuk bespreekt het natuur- en landschapsbeleid van Flevoland en biedt richtlijnen voor het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden. Het document gaat in op verschillende aspecten van natuurbeheer, waaronder het versterken van ecologische netwerken, het bevorderen van recreatie en de vrijetijdseconomie, en het combineren van functies zoals natuur en gezondheid. Verder behandelt het de rol van de provincie binnen het nationale en Europese natuurbeleid.

•

Aanpak Stikstof in Flevoland (2021): Sinds de PAS-uitspraak van de Raad van State in mei 2019 is de provincie aan de slag gegaan om de stikstofproblematiek in Flevoland voor korte en lange termijn op te lossen. Dat doen ze samen met andere provincies en het Rijk. Ze willen kwetsbare, stikstofgevoelige natuur in Natura2000-gebieden herstellen en beschermen, waarbij overigens stikstofgevoelige natuur buiten N2000 ‘meelift’.

•

Omgevingsverordening (2020): De regels zijn gesteld met het oog op het borgen dat bij het opsporen en winnen van schaliegas en schalieolie de provinciale belangen niet worden geschaad.

•

Uitvoeringsprogramma invasieve exoten Flevoland (2022): Om verspreiding en problemen van invasieve exoten te voorkomen of te verminderen heeft de Europese Unie landen verplicht om maatregelen te nemen. De provincies moeten op grond van de Wet natuurbescherming deze

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

verplichting voor een belangrijk deel uitvoeren. Het Uitvoeringsprogramma geeft richting en handvatten voor de provincie en haar gebiedspartners in de wijze waarop we invasieve exoten in Flevoland aanpakken. •

Natuurbeheerplan Flevoland: In dit plan beschrijft de provincie de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor het beheer van natuurgebieden, landschapselementen en voor agrarisch natuurbeheer inclusief groenblauwe diensten in de provincie. Het plan bevat de begrenzing van de natuurgebieden en agrarische natuurgebieden, met name toegespitst op de internationale biodiversiteitsdoelen en de internationale natuurgerichte agromilieu-, water en klimaatdoelen.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Hoofdlijnen beleidsdoelstelling De provincie streeft naar herstel van de biodiversiteit in de provincie. Hiervoor zijn twee hoofdsporen behoud en versterking van het Natuur Netwerk (inclusief Natura 2000) in Flevoland en de inzet op een natuurinclusieve samenleving in de provincie. De provincie streeft naar 10% groenblauwe dooradering te hebben in 2050, waarvan de helft van de opgave in 2030 gerealiseerd is. Dit is ten behoeve van waterkwantiteit en -kwaliteit en versterking van biodiversiteit. Het behoud en versterken van het huidige bos in de provincie is hierbij belangrijk. Zo streeft de provincie naar geen verdere afname van het bosareaal. Bovendien heeft de provincie het doel 1700 hectare extra bos aan te leggen tot 2050. De ambitie is hiervan 1200 hectare in de periode tot 2030 aan te leggen. Eén van de redenen hiervoor is dat extra bos meer koolstof kan vastleggen. Dit helpt Flevoland klimaatbestendiger te maken. Het zal gerealiseerd worden door bos bij te planten in en bij bestaande natuurgebieden, maar ook erfsingels en wegbeplantingen worden benoemd als locaties voor nieuwe bebossing. De bebossing van de hiervoor genoemde locaties zal bovendien ook het landschappelijke identiteit versterken dat zich kent als 'een robuuste indeling in grote eenheden, in samenhang met landbouwkundig gebruik'.

Ook voor de bescherming van weide- en akkervogels is verbetering van de groenblauwe dooradering, met landschapselementen en kleurrijke bermen en sloten, cruciaal. Voor de aanpak van invasieve exoten is samenwerken en kennisdelen wezenlijk. De provincie volgt hierin de landelijke strategie. Beoordelingskader Tabel 3-25: Beoordelingskader natuur en biodiversiteit

Thema

Aspect

Natuur en biodiversiteit

Natuurgebieden (Natura2000- en NNN-gebieden)

Biodiversiteit

Doelbereik • • • • •

3.10.2

Uitvoering bossenstrategie Voltooiing Nationaal Natuurnetwerk Vergroting areaal bos en houtopstanden Instandhouding weide- en akkervogels Terugdringen van invasieve exoten

Huidige situatie Natuurgebied (Natura2000- en NNN-gebieden) Natura 2000 In Flevoland hebben de volgende gebieden de status van Natura 2000: ▪ Eemmeer & Gooimeer Zuidoever ▪ IJsselmeer ▪ Ketelmeer & Vossemeer ▪ Lepelaarplassen ▪ Markermeer & IJmeer ▪ Oostvaardersplassen ▪ Veluwerandmeren ▪ Vollenhovermeer (onderdeel van de Wieden en Weerribben) ▪ Zwarte Meer Het Markermeer, de Oostvaardersplassen, de Lepelaarplassen zijn samen met de Marker Wadden onderdeel van Nationaal Park Nieuw Land.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Figuur 3-48: Natura 20000-gebieden in Flevoland

Voor de Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen vastgelegd in de Beheerplannen N-2000. De Beheerplannen N-2000 bevatten informatie over de huidige staat van instandhouding. De belangrijkste opgaven zijn per Natura 2000-gebied uiteengezet in onderstaande tabel. Tabel 3-26: Belangrijkste opgaven Natura 2000-gebieden Flevoland

Natura 2000-gebied Eenmmeer & Gooimeer Zuidoever

Ijsselmeer

Opgaven •

Aanwezigheid van broedgebieden garanderen: Voor de visdief is in de huidige situatie voldoende broedgebied van geschikte kwaliteit in het Eemmeer & Gooimeer Zuidoever aanwezig. Terugkerend onderhoud van het broedgebied is echter van belang om deze gunstige situatie in stand te houden. Voor deze pionierbroedvogel is daarom de opgave om zandige, predatorvrije en rustige eilandjes te behouden.

•

Verbeteren voedselbeschikbaarheid: De aantallen slobeenden bereiken recent net wel het gestelde doelaantal, hetgeen suggereert dat de voedselbeschikbaarheid voor de soort in het gebied (zoöplankton en kleine bodemdieren) recent is verbeterd. Ook voor de visdief is er sprake van een afname van de voedselbeschikbaarheid (te weinig kleine vis hoog in de waterkolom). De voedselbeschikbaarheid zal voor beide soorten moeten verbeteren om de doelaantallen te realiseren. Daarnaast geldt voor een aantal vogelsoorten dat de aantallen vogels te laag zijn, terwijl de kwaliteit van het Eemmeer & Gooimeer Zuidoever zelf goed op orde is. Paragraaf 4.6 van het Algemeen Deel behandelt het begrip externe werking en beschrijft waarom voor bepaalde soorten de doelaantallen in het IJsselmeergebied niet bereikt worden.

•

Verbetering van de voedselbeschikbaarheid voor watervogels: De slechte spieringstand heeft gezorgd voor een

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

afname van visetende watervogels, zoals dwergmeeuw, fuut, grote zaagbek, nonnetje en sterns (waaronder broedende visdieven, ruiende zwarte sterns en pleisterende reuzensterns). Voor grote zaagbek, zwarte stern en nonnetje is de landelijke staat van instandhouding slecht en de relatieve bijdrage van het IJsselmeer zeer groot. Voor bodemfaunaeters die met name leven van driehoeksmosselen (zoals meerkoet en topper) geldt dat de afname (biomassa en voedingswaarde) van driehoeksmosselen knelpunt vormt. De opgave is een verbetering van voedselbeschikbaarheid voor visetende en bodemfauna etende watervogels te bereiken.

Ketelmeer & Vossemeer

•

Aanwezigheid van geschikte broedgebieden garanderen: Voor pionierbroedvogels (visdief en bontbekplevier) en moerasbroedvogels (roerdomp, bruine kiekendief, porseleinhoen) is de verwachting dat in de komende beheerplanperiode onvoldoende broedgebied van geschikte kwaliteit in het IJsselmeer aanwezig zal blijven zonder voortdurende beheerinspanning. Bepaalde gebieden (Friese buitenwaarden) zijn toegankelijk voor grondpredatoren. Door successie en verruiging zijn nog nauwelijks kale gronden aanwezig. De moerassen langs de Friese IJsselmeerkust en bij Andijk gaan onder andere in kwaliteit achteruit door verruiging. Ook de schrale natte graslanden hebben zonder beheer te maken met verruiging, waardoor broedgebied van kemphaan in potentie achteruit kan gaan. Voor de pionierbroedvogels is er een opgave om zandige, predatorvrije en rustige plekken te behouden en/ of te creëren. Voor de moerasbroedvogels is er een opgave voor uitbreiding van een goede kwaliteit overjarig nat rietland. Voor kemphaan als broedvogel is er een opgave voor behoud van schrale natte graslanden.

•

Rust en ruimte garanderen: Rust is een belangrijke randvoorwaarde voor de slaapplaatsen van reuzenstern en zwarte stern, broedgebied van pionierbroedvogels, moerasbroedvogels, aalscholver en lepelaar en rustende, foeragerende en ruiende eenden. De volgende gebieden zijn verstoringsgevoelig: de Afsluitdijk, Houtribdijk en dijken langs Noord-Holland en Flevoland, De Kreupel, Steile Bank, de Friese waarden en de kust nabij Andijk. In deze gebieden ligt er een opgave om rust te garanderen

•

Behoud ruigten en zomen, overgangs- en trilvenen en groenknolorchis: Zonder dynamisch en gedifferentieerd maaibeheer vindt successie plaats van ‘ruigten en zomen’ en ‘overgangs- en trilvenen’, waardoor de kwaliteit achteruitgaat. De opgave is om door middel van maaibeheer te voorkomen dat successie optreedt. De groenknolorchis is niet meer aanwezig in het gebied. De opgave is om de omstandigheden voor de soort te verbeteren, waardoor herkolonisatie kan plaatsvinden. Voor de wintertaling is er een afname van dynamisch leefgebied, waardoor foerageergebied voor deze soort aan de kleine kant is. Opgave is om de dynamiek in het foerageergebied te herstellen. Dit kan door dynamisch en gedifferentieerd maaibeheer

•

Verbetering kwaliteit en omvang rietmoeras voor broedvogels: Door het huidige peilbeheer in combinatie met op commercieel rietsnijden gericht terreinbeheer is het areaal rietmoeras in kwaliteit en omvang gestaag afgenomen. Broedvogels die afhankelijk zijn van grootschalig rietmoeras en/of vitale waterrietzones zoals grote karekiet, roerdomp en

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

porseleinhoen zijn hierdoor de laatste tientallen jaren sterk in aantallen gedaald. Om de populaties van deze soorten in het gebied te handhaven, is het noodzakelijk om het moerasbiotoop te herstellen en uit te breiden. Er dient voldoende, grootschalig rietmoeras te zijn, met voldoende variatie binnen het rietmoeras en voldoende areaal vitaal waterriet.

Lepelaarsplassen

Markermeer & IJmeer

•

Garanderen rust en ruimte in de IJsselmonding: Het Ketelmeer nabij de IJsselmonding is van groot belang voor broedende rietvogels en voor ruiende watervogels. De rust en ruimte zijn in dit gebied niet gegarandeerd. Hoewel dit mogelijke knelpunt nog niet tot uiting komt in de aantallen watervogels, is het een mogelijke oorzaak van de matige kwaliteit van het leefgebied van broedende rietvogels. De opgave is om op de meeste kwetsbare locaties de rust te garanderen.

•

Verbetering beschikbaarheid van voedsel voor vogels: Voor fuut, grote zaagbek, kuifeend, nonnetje en mogelijk aalscholver lijkt de voedselbeschikbaarheid in het Ketelmeer & Vossemeer niet voldoende te zijn om de tot doel gestelde aantallen vogels te kunnen dragen. De voedselbeschikbaarheid in de vorm van kleine vis en bodemfauna zal moeten verbeteren om de tot doel gestelde aantallen te realiseren

•

Rui- en rustplaatsen: Voldoende ruiplaatsen en rustgebieden voor watervogels zoals fuut, ganzen, slobeend en kuifeend.

•

Overjarig riet: Herstel van grote oppervlakten/brede zones overjarig riet, inclusief waterriet, door herstel van natuurlijke peildynamiek en tegengaan verdroging t.b.v. noordse woelmuis en rietvogels, zoals roerdomp, woudaap, snor en grote karekiet.

•

Verbetering van de voedselbeschikbaarheid voor watervogels: De slechte spieringstand en afname van driehoeksmosselen hebben gezorgd voor een afname van visetende en driehoeksmosseletende watervogels (dwergmeeuw, zwarte stern, fuut, grote zaagbek, kuifeend, visdief, brilduiker, tafeleend en nonnetje). Voor de dwergmeeuw en het nonnetje is de landelijke staat van instandhouding slecht en de relatieve bijdrage van het Markermeer & IJmeer groot. De opgave is daarom om de voedselbeschikbaarheid te verbeteren.

•

Kaal houden rust- en broedgebieden: Hoewel voor vogels die gebruik maken van kale gronden als rust- of broedgebied (visdief en zwarte stern) niet duidelijk is of er in de huidige situatie voldoende voedsel van geschikte kwaliteit in het Markermeer & IJmeer aanwezig is, is ook de blijvende beschikbaarheid van kale of schaars begroeide gronden een punt van zorg. Voor deze soorten is vooral de afwezigheid van grondpredatoren van belang. De visdief is afhankelijk van de instandhouding van de broedgelegenheid op de Hoeckelingsdam en het eiland Ierst. Een essentiële vereiste voor het behoud van de huidige gunstige staat van instandhouding van de visdief en een verbetering van de staat van instandhouding van de zwarte stern is het behoud van het kale karakter op lange termijn door continu duurzaam beheer

•

Behoud van rust en ruimte In de gebieden: Warder, Hemmeland en Muiderberg liggen belangrijke rui-, rust-, en

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

foerageergebieden voor de brilduiker, kuifeend, meerkoet en nonnetje. In deze gebieden is er momenteel onvoldoende rust, waardoor de gebieden van onvoldoende kwaliteit zijn. De gebieden Gouwzee, kustzone van Muiden en Pampushaven Noord zijn eveneens van belang als rustgebieden voor vogels. Momenteel is in deze gebieden is nog voldoende rust aanwezig, maar als gevolg van verwachte autonome ontwikkelingen kan deze rust niet voor de gehele eerste beheerplanperiode worden geborgd. Oostvaardersplassen

Veluwerandmeren

•

Moeraszone: De broedhabitat in de moeraszone staat onder druk door de afname van riet- en moerasvegetatie. Dit wordt veroorzaakt door een hoog vast stuwpeil en een gebrek aan voldoende waterpeildynamiek. Daarnaast dragen begrazing en betreding door ganzen en edelherten bij aan de achteruitgang. De aanwezigheid van de gestippelde rietboorder tast de rietvegetatie verder aan. Het gebrek aan bomen als broedlocaties voor aalscholvers is het gevolg van overmatige bemesting en onvoldoende nieuwe boomgroei. Foerageergebieden worden beperkt door het ontbreken van ondiep water en slikranden, veroorzaakt door het gebrek aan waterpeildynamiek. Troebel water door bodemwoelende vissen, zoals karpers, en een gebrek aan diversiteit in rietvegetaties versterken dit probleem. Het voedselaanbod schiet tekort door een onvoldoende hoeveelheid kleine vis, waterinsecten en insecten. Dit wordt veroorzaakt door de dominantie van karpers, beperkte peildynamiek en gebrekkige connectiviteit tussen habitats, wat de ecologische balans verstoort.

•

Grazige deel: De broedhabitat in het grazige deel gaat achteruit door overmatige begrazing en een gebrek aan waterpeildynamiek, wat leidt tot een afname van riet- en ruigtevegetatie. Foerageergebieden schieten tekort door het ontbreken van geïnundeerde graslanden en structuurrijke graslanden met elementen zoals ruigtes en struweel. Daarnaast is er onvoldoende helder water met jonge vis in poelen en sloten. Het voedselaanbod is ontoereikend door een gebrek aan muizen, insecten en kleine vogels. Dit wordt veroorzaakt door eenzijdig graslandbeheer en intensieve begrazing, wat de biodiversiteit in het gebied beperkt.

•

Vergroting en verbetering leefgebied broedende moerasvogels: Door het huidige peilbeheer in combinatie met op commercieel rietsnijden gericht terreinbeheer is het areaal rietmoeras in kwaliteit en omvang gestaag afgenomen. Broedvogels die afhankelijk zijn van grootschalig rietmoeras en/of vitale waterrietzones zoals grote karekiet en roerdomp zijn hierdoor de laatste tientallen jaren sterk in aantallen gedaald. Om de populaties van deze soorten in het gebied te handhaven, is het noodzakelijk om het moerasbiotoop te herstellen en uit te breiden. Er dient voldoende, grootschalig rietmoeras te zijn, met voldoende variatie binnen het rietmoeras en voldoende areaal vitaal waterriet.

•

Voedselprobleem en/of gebrek aan rust voor watervogels open water: Het voortzetten van het tot dusver succesvol gebleken waterkwaliteitsbeheer zal de borging moeten bieden voor het geschikt maken en houden van de kwaliteit en draagkracht van het open water van de Veluwerandmeren voor de verschillende soorten watervogels die leven van bodemfauna en kleine vis. De verwachting is dat dit voor de 1e beheerplanperiode zal gaan lukken. Minstens even belangrijk voor deze groep van vogels is het om bij een

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

toenemende recreatiedruk, gepaard gaande met structurele seizoensverlenging bij veel van de activiteiten, voldoende rust in het gebied te blijven garanderen. Vollenhovermeer

Zwarte Meer

•

Fosfaatreductie in oppervlaktewater: Er moet actie worden ondernomen om de fosfaatbelasting in het water te verminderen. Hoge fosfaatgehaltes bedreigen de instandhoudingsdoelen, zoals de ontwikkeling van habitattypen. Specifieke maatregelen worden gericht op de belangrijkste inlaatpunten, met een doelstelling om de fosfaatconcentraties terug te brengen tot 0,05 mg/l bij inlaatlocaties.

•

Verbetering van het leefgebied van de grote karekiet: Het doel is om de leefomgeving te herstellen, met focus op het ontwikkelen van rietkragen en het beschermen tegen vraat door herbivore vogels. In het Vollenhovermeer worden maatregelen getroffen om rietvelden te ondersteunen.

•

Bestrijding van invasieve exoten: Dit omvat de bestrijding van invasieve waterplanten en de aanpak van soorten zoals de Amerikaanse rivierkreeft, die habitats aantast. Monitoring en gerichte verwijdering zijn hierin belangrijk

•

Vergroting en verbetering leefgebied broedende moerasvogels: Door het huidige peilbeheer in combinatie met op commercieel rietsnijden gericht terreinbeheer is het areaal rietmoeras in kwaliteit en omvang gestaag afgenomen. Broedvogels die afhankelijk zijn van grootschalig rietmoeras en/of vitale waterrietzones zoals grote karekiet, roerdomp, purperreiger, snor, rietzanger en porseleinhoen zijn hierdoor de laatste tientallen jaren sterk in aantallen gedaald. Om de populaties van deze soorten in het gebied te handhaven, is het noodzakelijk om het moerasbiotoop te herstellen en uit te breiden. Er dient voldoende, grootschalig rietmoeras te zijn, met voldoende variatie binnen het rietmoeras en voldoende areaal vitaal waterriet vooral langs de rand met het ondiepe water.

•

Herstel en uitbreiding van ‘glanshaver- en grote vossenstaarthooilanden’: Om het behoud van het habitattype ‘glanshaver- en grote vossenstaarthooilanden’ te garanderen zal het areaal hersteld en uitgebreid moeten worden. Om de kwaliteitsverbetering te realiseren zal het beheer gericht worden op uitbreiding van de typische soort wilde kievitsbloem.

•

Verbeteren voedselbeschikbaarheid wintertaling en pijlstaart: Om een groter aantal wintertalingen en pijlstaarten in het gebied te kunnen herbergen zal de voedselbeschikbaarheid vergroot moeten worden. Ze vinden voedsel in waterplantvelden, oeverbegroeiing en pioniersvegetaties.

Stikstofdepositie Flevoland heeft zelf geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Wel liggen enkele van deze gebieden nabij de provinciegrenzen, zoals de Rottige Meenthe & Brandemeer (Friesland), De Wieden en Weerribben (Overijssel), de Veluwe (Gelderland) en het Naardermeer (Noord-Holland). Hoewel Flevoland geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden heeft, ondervindt de natuur in de provincie wel negatieve gevolgen van een overmaat aan stikstofdepositie. Stikstofdepositie heeft een vermestende werking op de bodem, waardoor soorten die goed gedijen bij hoge stikstofniveaus (zoals bramen, brandnetels en gras) de overhand krijgen. Hierdoor worden zeldzame en

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

kwetsbare plantensoorten, zoals wilde orchideeën, verdrongen. Dit heeft een domino -effect op het ecosysteem, omdat dieren en insecten die afhankelijk zijn van deze specifieke vegetatietypen geen geschikt voedsel of leefomgeving meer vinden. Dit leidt tot een afname van biodiversiteit in het Flevolandse landschap en de natuur. Flevoland zet zich actief in om stikstofdepositie op omliggende stikstofgevoelige Natura 2000 -gebieden te verminderen. Deze reductie in stikstofemissie heeft niet alleen een positief effect op de natuur in deze beschermde gebieden, maar draagt ook bij aan een gezonder en gevarieerder ecosysteem binnen de provincie zelf.

Figuur 3-49: Stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden

Natuurnetwerk Nederland De natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden van Flevoland bestaan uit de Natura 2000 -gebieden, overige beschermde natuurgebieden en ecologische verbindingszones. De doelstelling van het NNN is om natuurgebieden met elkaar te verbinden. Soorten hebben dan de mogelijkheid om zich te verspreiden en voort te planten, wat ten goede komt aan de biodiversiteit. De begrenzing van het Nationaal Natuurnetwerk van Flevoland is vastgelegd in de Omgevingsverordening Flevoland.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Figuur 3-50: Natuurnetwerk Flevoland in de provincie

De provincie Flevoland heeft de taakstelling om het NNN vóór 2027 af te ronden. Voor Flevoland resteert er nog een opgave van 104,5 hectare om in te richten. Dit project is in uitvoering. Biodiversiteit Weide- en akkervogelgebieden In Flevoland wordt een onderscheid gemaakt tussen weidevogelgebieden en akkervogelgebieden die vallen onder de regeling Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb-leefgebieden). Het leefgebied open grasland richt zich op het behoud van weidevogels (kievit, grutto, scholekster). Het leefgebied open akkerland richt zich op akkervogels (grauwe kiekendief, veldleeuwerik, patrijs). In de ANLb-leefgebieden ontvangen agrariërs een subsidie voor het weidevogel- en akkervogelbeheer. Daarnaast zijn er overige kansrijke gebieden voor weidevogels waarvoor sprake is van vrijwillig weidevogelbeheer. De populatie van verschillende weide- en akkervogels in Flevoland neemt af. Sinds 1990 zijn enkele weidevogelpopulaties (grutto, scholekster) en akkervogelpopulaties (veldleeuwerik) met meer dan 50% afgenomen (zie afbeelding). Via het Meetnet Agrarische Soorten en het subsidiestelsel natuur en landschap worden de aantallen en verspreiding van akkerbroedvogels respectievelijk weidevogels gemonitord. De agrarische zoekgebieden zijn in onderstaande afbeelding weergegeven.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Figuur 3-51: ANLb-leefgebieden

De ANLb-leefgebieden maken geen deel uit van het Nationaal Natuurnetwerk Flevoland. Bos en houtopstanden De Flevolandse bossen hebben een unieke ontstaansgeschiedenis, waardoor er in Nederland en daarbuiten nauwelijks vergelijkbare bossen te vinden zijn. Ongeveer 55% van de 17.000 hectare bossen in Flevoland groeit op lichte zeekleigronden. Het bosgebied beslaat ongeveer 12% van het provinciale landoppervlak en 4,6% van het landelijke bosareaal. In Flevoland bestaat meer dan de helft van de totale hoeveelheid natuur op land uit bos. In 2020 stelden de rijksoverheid en de provincies samen het doel vast om vóór 2030 37.400 hectare nieuw bos aan te leggen, wat een toename van 10% van het bosareaal betekent. In lijn met dit nationale doel heeft Flevoland in haar provinciale bossenstrategie vastgelegd dat het vóór 2050 1.700 hectare nieuw bos wil realiseren, waarvan 1.200 hectare vóór 2030. Hiervan zal ongeveer 135 ha binnen het NNN vallen. Centraal staan de bescherming, herstel, ontwikkeling, en duurzame benutting van het Flevolandse bosar eaal, met als doel onder andere het vastleggen van koolstof, het bevorderen van biodiversiteit, het creëren van een aantrekkelijk landschap en het verbeteren van de leef- en werkomgeving.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Figuur 3-52: Bostypen in Flevoland

Veel dier- en plantensoorten zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van bos. De bossen herbergen grote aantallen broedvogels, waaronder ‘icoonsoorten’ als de zeearend, maar ook diverse soorten die op landelijke schaal achteruitgaan, zoals de zomertortel en zanglijster. Daarnaast zijn de bossen leefgebied van bijzondere insecten, varens en paddenstoelen. Van alle landecosystemen dragen bossen het meeste bij aan de vastlegging van CO2 (60%)39 . Tevens hebben de bossen vanouds een economische functie. In een cir culaire economie is het duurzaam benutten en gebruik maken van houtproducten in Flevoland essentieel. De potentiële bijdrage van Flevoland is hierin substantieel door de hoge jaarlijkse bijgroei. Invasieve exoten Op steeds meer plekken in Flevoland worden planten en dieren gesignaleerd die hier van nature niet thuishoren, zoals de reuzenbereklauw, Japanse duizendknoop, wasbeerhond en rosse stekelstaart. Dit zijn exoten of uitheemse soorten. Sommige van deze soorten vermeerderen zich snel en verdringen inheemse soorten die uiteindelijk verdwijnen uit Flevoland. Invasieve exoten vormen daarmee een bedreiging voor de biodiversiteit. Ook kunnen invasieve exoten gezondheidsklachten veroorzaken (zie gezonde en veilige lee fomgeving) of economische schade toebrengen aan de infrastructuur (klimaatschade).

Om verspreiding van en problemen met invasieve soorten te voorkomen of te verminderen heeft de Europese Unie landen verplicht om maatregelen te nemen. Flevoland heeft een ‘Uitvoeringsprogramma invasieve exoten’ vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma geeft richting en handvatten voor de provincie en haar gebiedspartners in de wijze waarop we invasieve exoten

39 Bossenstrategie

provincie Flevoland (februari 2021)

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

in Flevoland aanpakken. In bijlage A van het uitvoeringsprogramma is een lijst opgenomen van meer dan 30 invasieve soorten (planten, vogels, insecten, vissen, zoogdieren) die zich in Flevoland hebben gevestigd 40 .

3.10.3

Trends en ontwikkelingen •

•

3.10.4

Beheersing van invasieve exoten: De opmars van invasieve soorten zoals de Japanse duizendknoop en reuzenbereklauw vormt een groeiend probleem voor de biodiversiteit en infrastructuur. Er zal meer focus komen op preventie en bestrijding van deze soorten. Klimaatadaptatie van natuurgebieden: Natuurgebieden zullen steeds meer moeten worden aangepast aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals droogte en verlies van biodiversiteit, wat vraagt om innovatieve beheermethodes.

Beoordeling referentiesituatie De natuur en biodiversiteit in Flevoland staan onder druk, ondanks diverse beschermingsmaatregelen. Veel Natura 2000-gebieden, zoals de Oostvaardersplassen, hebben moeite om hun instandhoudingsdoelen te halen. Vooral de populatie van verschillende vogelsoorten neemt af. Weide- en akkervogelpopulaties zijn sinds 1990 drastisch gedaald, soms met meer dan 50%. Daarnaast vormen invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop en reuzenbereklauw een toenemende bedreiging voor de lokale biodiversiteit. De bossen, w aaronder het Horsterwold, leveren wel een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit en CO2 -opslag, maar staan ook onder druk door milieuveranderingen. De stikstofdepositie heeft impact op de Flevolandse natuur en op de aangrenzende Natura 2000-gebieden. De toekomst van natuur en biodiversiteit in Flevoland ziet er gemengd uit. Hoewel de provincie plannen heeft om tegen 2050 grote stappen te zetten, zoals de aanleg van 1700 hectare extra bos en 10% groenblauwe dooradering, blijven er grote uitdagingen. De afname van weide- en akkervogelpopulaties en het verlies van biodiversiteit zijn trends die moeilijk omkeerbaar lijken zonder drastische veranderingen in landbouwmethoden, stikstofreductie en natuurbeheer.

Bovendien zullen klimaatverandering en de opmars van invasieve soorten, zoals de Japanse duizendknoop, zich waarschijnlijk verder doorzetten, wat extra druk zal uitoefenen op de natuur. Ondanks de toegenomen focus op bosuitbreiding en ecologische verbindingen, bestaat het risico dat deze maatregelen onvoldoende zijn om de negatieve effecten van milieuvervuiling, verstedelijking en droogte tegen te gaan. Invasieve exoten kunnen tegen 2050 een nog grotere bedreiging vormen voor de lokale flora en fauna, en het herstel van kwetsbare vogelsoorten blijft onzeker.

Figuur 3-53: Trend huidige situatie en autonome ontwikkeling natuur en biodiversiteit Tabel 3-27: Verklaring trendfiguur natuur en biodiversiteit

Beoordeling huidige Situatie

•

40 ‘Uitvoeringsprogramma

Hoewel de natuurgebieden in Flevoland goed beschermd en ontwikkeld zijn, is de biodiversiteit de afgelopen 25 jaar wel achteruitgegaan door landbouwintensivering, verstedelijking en klimaatverandering. De natuur in Flevoland staat onder druk door verschillende factoren zoals

invasieve exoten Flevoland’, december 2022.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

• Autonome ontwikkeling

•

• Bandbreedte

•

•

stikstofdepositie, de afname van weide- en akkervogels, en de opmars van invasieve exoten. Stikstofdepositie heeft negatieve effecten op de bodem, wat leidt tot vermesting en verdringing van zeldzame plantensoorten door soorten die beter gedijen bij hoge stikstofniveaus. Vogels zoals de grutto en de scholekster, die van groot belang zijn voor de biodiversiteit, vertonen een sterke achteruitgang. Tegelijkertijd neemt de aanwezigheid van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop en reuzenbereklauw toe, wat leidt tot een verdere afname van de biodiversiteit en verstoring van het ecosysteem. Gelet op bovenstaande factoren wordt de huidige situatie als neutraal beoordeeld. Zonder ingrijpen van de provincie zullen de negatieve trends zich verder doorzetten. De stikstofdepositie blijft een belangrijke bedreiging voor de natuur, met de afname van vogelpopulaties als gevolg. Invasieve exoten zullen zich blijven verspreiden, wat de lokale flora en fauna verder onder druk zet. De autonome ontwikkelingen wijzen op een voortzetting van de achteruitgang van de natuur zonder aanvullende maatregelen. Gelet op het ontbreken van ingrijpen worden de autonome ontwikkelingen als negatief beoordeeld. Er zijn mogelijkheden om de situatie te verbeteren, bijvoorbeeld door het realiseren van de plannen voor bosaanleg en ecologische verbindingszones.

Als de provincie Flevoland de gestelde doelen voor 2050 haalt, kan de biodiversiteit herstellen en kan er meer ruimte worden geboden aan kwetsbare soorten. Dit vereist echter een intensieve aanpak, waaronder het reduceren van stikstofemissies, het herstel van natuurgebieden en het actief bestrijden van invasieve exoten. Gelet op de afhankelijkheid van de maatregelen betreft de bandbreedte tussen zeer negatief en licht positief

3.11

Ruimtelijke kwaliteit

3.11.1

Inleiding, beoordelingskader en beleid Inleiding Voor ruimtelijk kwaliteit bestaat geen eenduidige definitie. Een definitie van ruimtelijke kwaliteit is de mate waarin er tegemoet wordt gekomen aan de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van verschillende belangen (economisch, sociaal, ecologisch) bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze definitie is complex en leent zich minder gemakkelijk voor een beschrijving van de ruimtelijke kwaliteit van Flevoland. Voor Flevoland is gekozen voor een uitwerking van ruimtelijke kwaliteit op basis van de bouwstenen kernkwaliteiten landschap, cultureel erfgoed en archeologische/aardkundige monumenten. Beleid •

Conceptontwerp Flevolands Programma Landelijk Gebied (2023): Met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) heeft het Rijk de twaalf provincies gevraagd een FPLG op te stellen. In het Flevolands Programma Landelijk Gebied (FPLG) zijn de hoofddoelen herstel van de biodiversiteit in combinatie met een toekomstbestendige landbouw. Dit beleidsstuk dient zowel als programma als uitvoering.

•

Bossenstrategie provincie Flevoland: De provincie is politiek bestuurlijk verantwoordelijk voor de (ruimtelijke) kwaliteit van het buitengebied en voor het behoud van het areaal van de houtopstanden die zich in dit buitengebied bevinden. Daarom is besloten de landelijke strategie verder uit te werken in een Flevolandse strategie. Ze zal fungeren als het beleidskader voor het Flevolandse bos.

•

Regionale Adaptatiestrategie (2023): In deze Regionale Adaptatiestrategie Flevoland legt de provincie vast wat de ambities en strategieën van een klimaatadaptief Flevoland zijn. Het doel is het samenwerkingsnetwerk op het gebied van klimaatadaptatie verstevigen en (bestuurlijk) uitbreiden.

•

Bouwstenennotitie Flevoland natuurinclusief (2023): Een uitvoeringsprogramma naar aanleiding van een motie van Provinciale Staten – aangenomen op 28 april 2021 – die het College van Gedeputeerde Staten heeft opgedragen om biodiversiteit als uitgangspunt van provinciaal beleid te nemen. Deze bouwstenennotitie geeft hier invulling aan. De notitie omvat vijf opgestarte natuurbeleidstrajecten,

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

natuurinclusieve doorontwikkeling naar invulling van de motie en hoe dit gezamenlijk met partners behaald kan worden. •

Flevoland verrassend groen (2023): Dit beleidsstuk bespreekt het natuur- en landschapsbeleid van Flevoland en biedt richtlijnen voor het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden. Het document gaat in op verschillende aspecten van natuurbeheer, waaronder het versterken van ecologische netwerken, het bevorderen van recreatie en de vrijetijdseconomie, en het combineren van functies zo als natuur en gezondheid. Verder behandelt het de rol van de provincie binnen het nationale en Europese natuurbeleid.

•

Programma Landschap van de Toekomst: Visie, ambities, handvatten en uitvoeringsprogramma voor hoge ruimtelijke kwaliteit in Flevoland. Het is, sinds de aanleg van de polder, het eerste integrale document op regionaal-provinciaal niveau dat de kwaliteiten van Flevoland in beeld brengt en visies en ambities schetst voor de toekomst.

•

Erfgoedprogramma Flevoland, Erfgoed van de Toekomst: In het erfgoedprogramma geeft de provincie aan welk beleid ze voeren om erfgoed te beschermen en verrijken, en hoe ze erfgoed uitdragen en inzetten als inspiratiebron voor ruimtelijke transformaties. Het is daarmee uitvoeringsbeleid en een uitvoeringsprogramma in één.

•

Bodematlas (Duurzaam gebruik ondergrond): Actuele (bodem-) informatie voor de adequate ordening en duurzaam gebruik van de ondergrond.

•

APPENDIX: Handboek kernkwaliteiten Flevoland: In het handboek beschrijft de provincie de kenmerken en kwaliteiten van het Flevolandse landschap. Dit heeft de provincie uitgewerkt in 24 kernkwaliteiten: de bouwstenen voor een hoge ruimtelijke kwaliteit van het landschap van de toekomst.

Hoofdlijnen beleidsdoelstelling Na 2030 is Flevoland nog steeds de kroon op de Nederlandse poldertraditie. Het toont waar Nederland groot in is: land maken uit water en hierin een samenleving tot bloei laten komen. De eigenzinnige schoonheid van de oorspronkelijke opzet van de polders wordt nog steeds gekoesterd. Zo wil de provincie meer bekendheid geven aan de inpolderingsgeschiedenis door verhalen van eerste polderpioniers en oude Zuiderzeevissers vast te leggen. Ook fysieke documenten en materialen worden opgespoord om de geschiedenis van de provincie vast te leggen. Daarnaast geeft de provincie aan dat het opbouwen van cultureel erfgoed, juist voor de jonge provincie, heel waardevol is. Hierbij is het wel belangrijk dat het bieden van ruimte aan niet-agrarische activiteiten in het landelijk gebied niet leidt tot hindering van bestaande activiteiten en functies en niet leidt tot verstedelijking van het landelijk gebied. Tenslotte staat de provincie ook bekend om zijn scheepswrakken en bijzondere vindplaatsen uit de prehistorie, de jagers/verzamelaars en eerste boeren. Er wordt een monitoringsprogramma opgestart om de conserveringstoestand van de scheepswrakken die nog in de bodem liggen te volgen en te onderhouden.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Beoordelingskader Tabel 3-28: Beoordelingskader ruimtelijke kwaliteit

Thema

Aspect

Ruimtelijke kwaliteit

Landschappelijke waarden

Doelbereik •

Cultureel erfgoed • •

Behoud en bescherming kernkwaliteiten Flevolands landschap Behoud/bescherming cultureel erfgoed Zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik

Archeologische monumenten

3.11.2

Huidige situatie Landschappelijke waarden Het landschap van Flevoland kent drie polders met elk een eigen concept, casco, schaal, karakter, sfeer en beleving. Dit landschap is steeds in beweging. Nieuwe ruimtelijke opgaven moeten worden ingepast in het bestaande landschap. Om grip te houden op de ruimtelijke kwaliteit bij huidige en toekomstige opgaven zijn kernkwaliteiten van het landschap geïdentificeerd. Kernkwaliteiten zijn ‘de onderscheidende, karakteristieke en waardevolle elementen in het landschap. Het zijn de cruciale bouwstenen voor de id entiteit en ruimtelijke kwaliteit van het landschap van Flevoland’ (Programma Landschap van de Toekomst, provincie Flevoland, 2021). Voor de kernkwaliteiten van het landschap zijn er zes hoofdcategorieën: ▪ Waterbouwkundig bouwwerk: het fundament, de oorsprong en het DNA van de polders van Flevoland. Het is het belangrijkste symbool van de inpolderingstraditie. ▪ Hoofdstructuur per polder: voor elk van de drie polders is een ruimtelijk concept bedacht met een kenmerkende hoofdstructuur. ▪ Maaiveld: het maaiveld is te lezen als een rationele lappendeken van akkers en weiden, met een grote diversiteit aan teelten en landgebruik. ▪ Beplantingsstructuren: een samenhangend hiërarchisch raamwerk van lanen, singels en aaneengesloten boscomplexen als tweede laag in het landschap.

▪ Infrastructuur: de infrastructuur is ontworpen als een hiërarchisch systeem van wegen. De entrees tot de polders bestaan uit infrastructuur. ▪ Oud land in nieuw land: het contrast tussen het rationele polderlandschap en elementen als oude eilanden, havenhoofden en kustlijnen heeft een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Elke hoofdcategorie bestaat uit meerdere kernkwaliteiten, ruimtelijke bouwstenen. In onderstaande tabel zijn deze samengevat. Tabel 3-29: Overizcht landschappelijke waarden

Hoofdcategorieën

Kernkwaliteiten

Waterbouwkundig bouwwerk

1.Dijkzones 2.Gemalen en sluizen 3.Hoofdwaterwegen 4.IJsselmeer en Markermeer 5.Randmeren 6.Marker Wadden

Hoofdstructuur per polder

7.Dorpenring en assenkruis in de Noordoostpolder 8.Netwerk van polderparkwegen in Oostelijk Flevoland 9.Poldercarré en Vogelweg in Zuidelijk Flevoland

Maaiveld

10.Openheid en Mondriaanlandschap 11.Natuurlijke hoogtes en laagtes 12.Poldernatuur

Beplantingsstructuren

13.Lanen en singels 14.Erfbeplanting 15.Aaneengesloten boscomplexen 16.Stads- en dorpsbossen 17.Elzenhagen bij fruitteeltpercelen

Infrastructuur

18.Polderentrees Oostvaardersplassen

Oud land in nieuw land

21.Urk 22.Schokland (UNESCO Werelderfgoed) 23.Grens (dijk) tussen oud en nieuw land in de Noordoostpolder 24.Havenhoofden aan de voormalige Zuiderzee

19.Geënsceneerde

wegen

20.Spoorlijn

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Kernkwaliteiten per polder Elke polder heeft onderscheidende landschappelijke kwaliteiten. Tabel 3-30: Overzicht kernkwaliteiten per polder Gebied Kernkwaliteiten

Noordoostpolder

In de Noordoostpolder staan de consequente concentrische opbouw en het assenkruis centraal. Als ruimtelijke drager van de polder is de dorpenring inclusief de begeleidende beplanting van grote waarde. De boerenerven, arbeidershuisjes, dorpen en de stad zijn op een logische wijze met elkaar verbonden. Een fijnmazig netwerk van verschillende landschapselementen zorgt hierin voor samenhang.

Oostelijk Flevoland

In Oostelijk Flevoland is een landschap ontstaan met een geheel ander karakter. Het is een systeem van vaarten en gemalen. Naar het midden toe is een zorgvuldig ontworpen netwerk van polderparkwegen gerealiseerd. Aan de randen van de polder zijn randbossen aangelegd, die als groene horizon fungeren en een natuurlijke overgang vormen tussen het agrarische land en de omliggende wateren.

Zuidelijk Flevoland

Voor Zuidelijk Flevoland is onderscheidend een aantal grote landschappelijke eenheden die allemaal een eigen identiteit en kwaliteit hebben. Kenmerkend zijn de grote afmetingen van elke eenheid: Oostvaardersplassen, Hosterwold, Almere meerkernige stad. In dit gebied is ook het carre gelegen, bestaande uit monumentale lanen en een open middengebied. Daarnaast bevindt ook de Zuidlob zich hier. Dit betreft een open agrarisch gebied met uitgestrekte akkerbouwvelden, kenmerkend voor de polder. Het vormt een aparte landschappelijke eenheid binnen zuidelijk Flevoland. In dit gebied bevindt zich het Prinses Alexia Windpark, ook wel bekend als Windpark Zuidlob, met 36 windturbines.

IJsselmeer en Markermeer

Het blauwe hart van Nederland kenmerkt zich door grootschalige openheid. De stedelijke waterfronten van het oude land en de nieuwere waterfronten van Flevoland vormen een serie. De Marker Wadden is de meest recente toevoeging aan het waterbouwkundig bouwwerk, een voorbeeld van Building with Nature.

Cultureel erfgoed Het cultureel erfgoed bestaat uit de door de mens gemaakte sporen uit het verleden die de moeite waard worden gevonden om te bewaren, te beheren en door te geven aan de volgende generatie. Naast archeologie en gebouwde monumenten kunnen ook ensembles, immaterieel erfgoed, mobiel erfgoed, museale collecties, landschapskunst, cultuurlandschap en groene elementen hieronder vallen 41 . Flevoland is het pronkstuk van de Nederlandse geschiedenis en weerspiegelt de voortdurende strijd tegen het water. Het grootschalige Zuiderzeeproject, dat leidde tot de drooglegging van de Flevopolders, markeert een belangrijk hoofdstuk in de Nederlandse geschiedenis van waterbeheer en landwinning. Het door ingenieur Cornelis Lely bedachte project begon met de aanleg van de Afsluitdijk in 1932, waarna de polders stap voor stap drooggelegd werden. Deze technologische prestatie is een belangrijk stuk van de c ultuurhistorie dat de invloed van het water en de menselijke ingrepen op het landschap toont. Een bijzonder voorbeeld van deze strijd is Werelderfgoed Schokland, gelegen in Flevoland. Ooit een eiland in de Zuiderzee, werd Schokland door de drooglegging uiteindelijk verbonden met het vasteland en is het nu een symbool van de ingenieuze Nederlandse aanpak van waterbeheer.

Het toont zowel de historische rol van water in het landschap als de technologische vindingrijkheid die de basis vormt voor het gehele Zuiderzeeproject.42 . Monumenten zoals het Gemaal Wortman in Lelystad, een van de eerste gemalen die de Flevopolder droog hield, en de vele dijken, zoals de Oostvaardersdijk, zijn concrete herinneringen aan de enorme inpolderingsinspanningen. Deze gemalen en dijken functioneren nog steeds en maken deel uit van een wereldwijd erkend waterbeheersysteem dat Nederland beschermt tegen overstromingen. De steden in Flevoland vormen een belangrijk aspect van het cultureel erfgoed van de provincie. Lelystad en Almere zijn ontworpen als geheel nieuwe steden in de drooggelegde polders en weerspiegelen moderne stedenbouwkundige en architectonische principes uit de 20e eeuw. Lelystad werd ontworpen volgens het concept van een “stad op menselijke maat”, met wijken die functioneren als zelfstandige eenheden binnen de stad. Almere is beroemd om zijn experimentele wijken, zoals de Regenboogbuurt, waar kleurrijke wo ningen en 41 Flevoland: Erfgoed van de Toekomst (2019) 42 Ven, G.P. van de (2016). Man-made Lowlands: History of Water Management and Land Reclamation in the

Netherlands. Uitgeverij Matrijs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1406/documents/22177