Bijlage - 1 Legesverordening 2026.wijzigingen bijhouden.pdf
Tekst van het document
€ 2.662,502.7 21,10
als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 888,601.53 3,00
als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b:
€ 888,601.53 3,00
b.
c.
Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld, voor de beoordeling van onderzoeksrapporten, per rapport:
€ 232,05
Artikel 2.50 Advies 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad:
b. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.51 Instemming
€ 3.195,003.2 65,30
kostprijs
1.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan, het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.
2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 2.13 Vermindering (Lourens Vreeken) Artikel 2.52 Vermindering na voorfase (gereserveerd) Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges voor de milieubelastende activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.5 en het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. De vermindering bedraagt: a. bij 5 tot 10 activiteiten:
2%
van de voor die activiteiten verschuldigde leges; b. bij 10 tot 15 activiteiten:
3%
van de voor die activiteiten verschuldigde leges; c. bij 15 of meer activiteiten:
4%
van de voor die activiteiten verschuldigde leges.
Paragraaf 2.14 Teruggaaf (Lourens Vreeken) Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges, met dien verstande dat minimaal verschuldigd blijft:.
90 % € 75,0076,65
Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges, met dien verstande dat minimaal verschuldigd blijft:
60 % € 75,0076,65
Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag:
90 %
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, met € dien verstande dat minimaal verschuldigd blijft: 75,0076,65 b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag:
760 %
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, met € dien verstande dat minimaal verschuldigd blijft: 75,0076,65 c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag:
530 %
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, met € dien verstande dat minimaal verschuldigd blijft: 75,0076,65 Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag:
90 %
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, met € dien verstande dat minimaal verschuldigd blijft: 75,0076,65 b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag:
670 %
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, met € dien verstande dat minimaal verschuldigd blijft: 75,0076,65 c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag:
350 %
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, met € dien verstande dat minimaal verschuldigd blijft: 75,0076,65 Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen zes maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:
30 %
Van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, met dien verstande dat minimaal verschuldigd blijft:
€ 75,0076,65
Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten 1. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
40 %
van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde € leges, met dien verstande dat minimaal verschuldigd blijft: 75,0076,65 2. Onder een weigering bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 75,0076,65 wordt niet teruggegeven.
Paragraaf 2.15 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 2.62 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: € 50,8076,65
HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2 Paragraaf 3.1 Horeca (Jesse van Oostrum) Artikel 3.1 Uitoefening horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor: a1. een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening: a1. met terras (op gemeentegrond):voor commerciële horeca
€ 760,45777,20
zonder terras:voor para commerciële horeca (vereniging, stichting, b2. kerkgenootschap):
€ 708,05388,55
een vergunning exploitatievergunning als bedoeld onder lid 1 sub 1a als de aanvrager op 1 januari 2023 in het bezit is van een geldige c3. Alcoholwetvergunning als bedoeld onder blid 2 ten behoeve vanvoor hetzelfde horecabedrijf in de gemeente Dronten: € 516,70528,05 4.
een vergunning als bedoeld onder sub 2 als de aanvrager op 1 januari 2023 in het bezit is van een geldige vergunning als bedoeld onder b ten behoeve van
€ 464,70
hetzelfde horecabedrijf in de gemeente Dronten: het aanbrengen van eenhet wijzigingen invan de exploitatievergunning als bedoeld onder lid 1 sub a, wegens een verandering aan de inrichting (inclusief d5. terras), waardoor deze niet langer overeenkomt met de verleende vergunning: a bestaande uit: een aanpassing van een terras - met uitzondering van een verkleining van het terrasoppervlak binnen de vergunde contouren
€ 21,3051,90
het aanbrengen van een wijzigingen van een aanhangsel leidinggevende(n) van de exploitatievergunning, bestaande uit het wijzigen van leidinggevende(n) 6e. (toevoeging, vervanging of verwijdering): in de exploitatievergunning als bedoeld onder a bestaande uit: het wijzigen van de persoon van één leidinggevende (door het wisselen of toevoegen van een leidinggevende). € 159,7551,90 het aanbrengen van een wijziging in de exploitatievergunning als bedoeld onder a bestaande uit: het wijzigen van de persoon van iedere volgende 7. leidinggevende (door het wisselen of toevoegen van een leidinggevende) in dezelfde aanvraag als bedoeld onder sub 4: het aanbrengen van een wijziging in de exploitatievergunning als bedoeld 8. onder a bestaande uit: het aanbrengen van overige wijziging(en) dan bedoeld onder sub 3 en sub 4: 2b. 1. een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:
€ 21,30
€ 84,95 € 708,05723,65
het aanbrengen van een wijziging in de vergunning als bedoeld onder sub 1 2. bestaande uit het wijzigen van de persoon van één leidinggevende (door het wisselen of toevoegen van een leidinggevende):
€ 159,75
het aanbrengen van een wijziging in de vergunning als bedoeld onder sub 1 bestaande uit het wijzigen van de persoon van iedere volgende 3. leidinggevende (door het wisselen of toevoegen van een leidinggevende) in dezelfde aanvraag als bedoeld onder sub 2:
€ 21,30
het aanbrengen van een wijziging in de vergunning als bedoeld onder sub b1 4. bestaande uit: het aanbrengen van overige wijziging(en) dan bedoeld onder sub 2 en sub 3.
€ 84,95
3c. een gecombineerde aanvraag (commercieel) voor zowel een exploitatievergunning (lid 1 sub a) als een Alcoholwetvergunning (lid 2)tot het € verlenen van vergunningen als bedoeld onder a sub 1 of sub 2 en onder b sub 1: 1.172,80899,90 d4. een gecombineerde aanvraag (para commercieel) voor zowel een exploitatievergunning (lid 1 sub b) als een Alcoholwetvergunning (lid 2):een vergunning als bedoeld onder a als de aanvrager op 1 januari 2023 in het bezit is van een geldige vergunning als bedoeld onder b ten behoeve van hetzelfde horecabedrijf in de gemeente Dronten: € 464,70518,10 5. het wijzigen van Alcoholwetvergunning (artikel 30 Alcoholwet) inclusief de exploitatievergunning wegens een veranderingen aan de inrichting (inclusief terras) waardoor deze niet langer overeenkomt met de verleende vergunning: 6. het wijzigen van een aanhangsel leidinggevende(n) van de Alcoholwetvergunning, inclusief het aanhangsel van de exploitatievergunning bestaande uit het wijzigen van leidinggevende(n) (toevoeging, vervanging of verwijdering): e7. een ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet: 8f. een ontheffing op grond van artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet: g. een ontheffing van de sluitingstijd als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening
€ 62,15
€ 62,15 € 139,80142,90 € 50,8051,90 € 98,75
9h. een ontheffing op grond van beperking sterke drank als bedoeld in artikel 2:34g, van de Algemene plaatselijke verordening, voor het verstrekken van sterke drank in een para commerciële horeca:
€ 98,75100,90
i10. tot het verlenen (dan welhet wijzigen van) van een vergunning als bedoeld in artikel 2:7, derde lid, van de verordening Fysieke Leefomgeving28a van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een terras:
€ 52,4053,55
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven (Jesse van Oostrum) Artikel 3.2 Vergunning seksbedrijf 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening: a. voor een escortbedrijf:
€ 213,05217,75
b. voor andere prostitutiebedrijven dan bedoeld in onderdeel a:
€ 213,05217,75
c. voor andere seksbedrijven dan bedoeld in de onderdelen a en b:
€ 849,10867,80
2. Het bedrag dat op grond van het eerste lid verschuldigd is wordt: a. voor iedere beheerder die zal worden aangesteld bij het seksbedrijf vermeerderd met:
€ 139,80142,90
b. als de aanvraag tot het verlenen van de vergunning mede ziet op een seksinrichting vermeerderd met:
€ 636,05650,05
3. Als meerdere aanvragen als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig worden ingediend en betrekking hebben op hetzelfde seksbedrijf en dezelfde exploitant, worden de op grond van dat lid verschuldigde leges voor iedere tweede en volgende van die aanvragen verminderd met:
20 %
4. Als een vergunning als bedoeld in de het eerste lid, onderdelen a of b, is verleend onder de voorwaarde dat er ten hoogste één prostituee voor of bij het prostitutiebedrijf mag werken, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
25 %
van de op grond van die onderdelen voor het betreffende prostitutiebedrijf verschuldigde leges. Artikel 3.3 Wijzigen vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning in verband met een wijziging van: a. de exploitant aan wie de vergunning is verleend:
€ 139,80142,90
b. de op de vergunning vermelde of te vermelden beheerder of beheerders:
€ 139,80142,90
c. de activiteit waarvoor de vergunning is verleend:
€ 139,80142,90
d. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt:
€ 139,80142,90
e. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend:
€ 139,80142,90
f. het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend:
€ 139,80142,90
g. het aantal prostituees dat ten hoogste voor of bij het seksbedrijf mag werken:
€ 139,80142,90
Paragraaf 3.3 Winkels (Jesse van Oostrum) Artikel 3.4 Winkels Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag omvoor: a. b.
een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet: een wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing als bedoeld onder sub a:
€ 185,60189,70 € 139,80142,90
Paragraaf 3.4 Evenementen (Jesse van Oostrum) Artikel 3.5 Evenementen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), als het betreft eenindien het gaat om een: a. categorie A evenement (regulier evenement):
€ 230,652 35,70
b. categorie B evenement (evenement met verhoogde aandacht):
€ 593,006 06,05
c. categorie C evenement (risico-evenement):
€ 7.798,70 7.970,25
Indien het besluit op de aanvraag is genomen ná afloop van de beslistermijn als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Algemene plaatselijke verordening, vindt geen heffing van de leges plaats.
Paragraaf 3.5 Ambulante handel (Jesse van Oostrum) Artikel 3.6 Marktplaats Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor: a. een vergunning voor het innemen van een marktplaats als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de Verordening fysieke leefomgeving:
€ 140,00143,10
b. het overschrijven van een standplaatsvergunning op naam van een ander als bedoeld in artikel 4 van het Marktreglement Dronten 2013: € 140,00143,10 c. een incidentele standplaats als bedoeld in artikel 5 van het Marktreglement Dronten 2013: d. een tijdelijke ontheffing als bedoeld in artikel 9 van het Marktreglement Dronten 2013:
€ 140,00143,10 € 70,0071,55
Artikel 3.7 Standplaats Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor: 1.a. een vergunning voor het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 2:54 van de Verordening fysieke leefomgeving: € 140,00143,10 b2. een standplaats voor het verkopen van seizoensgebonden producten
€ 140,00143,10
c3. een incidentele standplaats
€ 70,0071,55
4d. voor het overdragen van een standplaatsvergunning als bedoeld in het
€ 70.0071,55
Gewijzigde Uitvoeringsbesluit Verordening Fysieke Leefomgeving Dronten; Standplaatsen 2024:
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 (en Wet goed verhuurderschap) (Sharon v/d Bosch) Artikel 3.8 Vergunning (of ontheffing) onttrekken woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, (respectievelijk tweede lid,) van de Huisvestingswet 2014:
€ 141,70144,80
Artikel 3.9 Vergunning (of ontheffing) samenvoegen woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning (of ontheffing van het verbod) om woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, (respectievelijk tweede lid,) van de Huisvestingswet 2014:
€ 141,70144,80
Artikel 3.10 Vergunning (of ontheffing) omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning ([of ontheffing van het verbod) om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, (respectievelijk tweede lid,) van de Huisvestingswet 2014:
€ 141,70144,80
Artikel 3.11 Vergunning (of ontheffing) verbouwen woonruimte tot meer woonruimten Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning (of ontheffing van het verbod) om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, (respectievelijk tweede lid,) van de Huisvestingswet 2014: € 283,40289,65 Artikel 3.12 Splitsingsvergunning (of -ontheffing) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning (of ontheffing van het verbod) om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerste (, respectievelijk tweede lid,) van de Huisvestingswet 2014: € 283,40289,65 Artikel 3.13 Vergunning of ontheffing toeristische verhuur Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of ontheffing van het verbod om woonruimte voor toeristische verhuur in gebruik te geven als bedoeld in artikel 23c, eerste, respectievelijk tweede lid, van de Huisvestingswet 2014:
€ 283,40289,65
Artikel 3.14 Verhuurvergunning opkoopbescherming Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om een woonruimte in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na € 141,70144,80
de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014: Artikel 3.15 Verhuurvergunning woon- of verblijfsruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet goed verhuurderschap: a. voor een verhuurvergunning woonruimte:
€ 283,40289,65
b. voor een verhuurvergunning verblijfsruimte:
€ 141,70144,80
Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit (Lourens Vreeken) Artikel 3.16 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:
Behorende bij raadsbesluit van 278 november 20254, De griffier van de gemeente Dronten,
M. van BergenP.T.J. Pels griffier
€ 50,8076,65