CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 1 Legesverordening 2026.wijzigingen bijhouden.pdf

Raadsvergadering 27 november 2025, gemeente DrontenBij agendapunt: 8: AKKOORD Raadsvoorstel Legesverordening 202612.585 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAADSBESLUIT Zaaknummer: 641419 848747 Documentnummer: 644411 879436 Onderwerp: Legesverordening 20265 De raad van de gemeente Dronten; Overwegende dat het met het oog op een correcte heffing van leges in het belastingjaar 20265 noodzakelijk is dat de Legesverordening 20265 wordt vastgesteld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 oktober 2024 met document nummer 644408; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; BESLUIT: vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en invordering van leges gemeente Dronten 20265 (Legesverordening Dronten 20265): Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder:  dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;  jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;  kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;  maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand

februari is;  week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3. Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Artikel 4. Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; c. het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen; d. het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor een openbare inzameling van geld of goederen van:  een organisatie die is opgenomen in de actuele lijst van erkende goede doelen met CBF-keur, zoals die jaarlijks wordt gepubliceerd door het Centraal Bureau Fondsenwerving;  een organisatie die is opgenomen op de actuele lijst van Algemeen Nut Beogende Instellingen zoals die door de rijksbelastingdienst wordt vastgesteld;  een plaatselijke non-profit instelling die blijkens haar statuten, of een andere organisatie waarbij uit de aanvraag blijkt, dat zij activiteiten organiseert waarmee geld of goederen worden ingezameld dan wel kosteloos diensten worden verricht ten behoeve van een goed doel. De activiteiten worden hoofdzakelijk door vrijwilligers verricht en de opbrengst komt geheel ten goede aan het goede doel. e. Het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor een evenement door organisaties zonder winstoogmerk, gevestigd in de gemeente Dronten. e.f.

Het in behandeling nemen van een aanvraag voor het plaatsen van één of meerdere springkussens, indien dit gebruik zich niet kwalificeert als een evenement. Artikel 5. Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6. Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving;

c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagtekening van kennisgeving. 2. Bij betaling van leges, welke worden geheven bij wege van mondelinge kennisgeving, als bedoeld in artikel 6, wordt een gedagtekend bewijs van betaling uitgereikt. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8. Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 9. Overdracht van bevoegdheden Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: 1.

paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 3. paragraaf 1.4 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); 4. artikel 1.30 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 10. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel 11. Overgangsrecht 1. De Verordening op de heffing en invordering van leges 20254 laatstelijk gewijzigd bij besluit van 179 december 20243, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel 12. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking 2.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 20265.

Artikel 13. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening Dronten 20265.

Dronten, 278 november 202564 de raad van Dronten,

M. van BergenP.T.J. Pels griffier

drs. J.P. Gebben voorzitter

Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening Dronten 20265 Tarieven gemerkt met een * : dit betreft tarieven waarvoor het Rijk een maximum tarief heeft vastgesteld dit betreft tarieven die door het Rijk zijn vastgesteld Tarieven gemerkt met een ** : dit betreft tarieven waarvoor het Rijk een maximum tarief heeft vastgesteld

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand (Jurgen Hoogenraad) Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap of omzetting in het Huis van de Gemeente 1. Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap of het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in de trouwzaal in het Huis van de Gemeente, De Rede 1 te Dronten op dag(en) en tijdstip(pen) als genoemd in de Regeling burgerlijke stand van de gemeente Dronten, zoals deze geldt op het moment van de bevestiging van de afspraak voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap of het omzetten van een geregistreerd partnerschap: a. in zaal De Abbert, zonder ceremonie:

kosteloos

b. in de trouwzaal van het Huis van de Gemeente met een verkorte ceremonie:

€ 226,35368,05

c. in de trouwzaal van het Huis van de Gemeente met een reguliere ceremonie:

€ 599,55515,45

2. Het tarief bedraagt voor de administratieve omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk (= zonder plechtigheid aan de burgerzakenbalie):

€ 88,8590,80

Artikel 1.2 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap of omzetting op locatie Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, registratie van een partnerschap of het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, indien daarbij op verzoek van aanstaande paren/partners gebruik wordt gemaakt van een andere door de gemeente hiertoe aangewezen locatie op: a. maandag tot en met vrijdag vanaf 07.00 tot 22.00 uur:

€ 465,45475,70

b. maandag tot en met vrijdag vanaf 22.00 tot 07.00 uur:

€ 505,00547,05

c. zaterdag en zondag vanaf 00.00 tot 24.00 uur:

€ 526,70618,40

Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een betaald huwelijk of registratie van een partnerschap of het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk welke plaats vindt in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek op: a. maandag tot en met vrijdag vanaf 07.00 tot 22.00 uur:

€ 465,45475,70

b. maandag tot en met vrijdag vanaf 22.00 tot 07.00 uur:

€ 505,00547,05

c. zaterdag en zondag vanaf 00.00 tot 24.00 uur:

€ 526,70618,40

Artikel 1.4 Niet aangewezenAanwijzing trouwhuwelijkslocaties / buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één huwelijk Het tarief bedraagt:

a. voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het eenmalig aanwijzen van een huwelijkslocatie:

€ 29,6530,30

b. voor de fysieke beoordeling van de geschiktheid van de externe locatie:

€ 88,8590,80

c. voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen voor één huwelijk, inclusief beëdiging

€ 175,00178,85

Artikel 1.5 Beschikbaar stellen getuige door gemeente Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige:

€ 31,3032,00

Artikel 1.6 Annuleren of wijzigen huwelijksvoltrekking of partnerschapsregistratie Het tarief bedraagt: a. voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum, een administratief gegeven, een (buitengewoon) ambtenaar burgerlijke stand of locatie voor de (kosteloze) huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te wijzigen, nadat deze definitief is bevestigd:

€ 45,0546,05

b. voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor de (kosteloze) huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te annuleren; 1. voordat het gesprek met de trouwambtenaar heeft plaats gevonden:

€ 88,8590,80

2. nadat het gesprek met de trouwambtenaar heeft plaatsgevonden:

€ 207,35211,90

Artikel 1.7 Trouwboekje of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor het verstrekken van: a. een trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale uitvoering of een duplicaat daarvan:

€ 26,4027,00

b. een trouwboekje of partnerschapsboekje in een luxe uitvoering of een duplicaat daarvan:

€ 43,3544,30

Artikel 1.8 Diversen 1. Het tarief bedraagt voor een verlof tot het uitstellen of bespoedigen van de termijn voor de begraving of crematie overeenkomstig artikel 17 van de Wet op de lijkbezorging: :

€ 27,35

voor een verlof tot het uitstellen van de termijn voor de uitvaart overeenkomstig a. artikel 17 van de wet op de lijkbezorging:

€ 26,75

voor een verlof tot het bespoedigen van de termijn voor de uitvaart b. overeenkomstig artikel 17 van de Wet op de lijkbezorging:

€ 26,75

2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Volgt Rijkstarief

Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart (Jurgen Hoogenraad) Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten

Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven van de documenten, inclusief de spoedaanvragen, genoemd in artikel 6, tweede lid, van het Besluit paspoortgelden, het ten hoogste te heffen tarief (afgerond [naar beneden] op vijf cent) zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden: Het tarief bedraagt Volgt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: Rijkstarief a. een nationaal paspoort: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 86,85*

2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 65,70*

b. een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 86,85*

2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 65,70*

c. een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 86,85*

2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 65,70*

d. een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:

€ 65,70*

Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a. een Nederlandse identiteitskaart: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 78,50*

2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 42,35*

b. een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:

€ 38,25*

Artikel 1.11 Modaliteiten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemd document, wordt bij een spoedlevering vermeerderd met:

€ 59,10*

Paragraaf 1.3 Rijbewijzen (Jurgen Hoogenraad) Artikel 1.12 RijbewijzenRijbewijs Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven van een rijbewijs het tarief zoals dat is opgenomen in het Reglement rijbewijzen artikel 104b vermeerderd met de rijkskostencomponent zijnde het bedrag dat de gemeenten moeten afdragen aan de Dienst Wegverkeer als vergoeding van de productiekosten van het rijbewijs, afgerond naar beneden op vijf centHet tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs:

Volgt Rijkstarief € 52,10*

Artikel 1.13 ModaliteitenToeslag spoedprocedure 1. Indien bij het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven van een rijbewijs als bedoeld onder 1.12 de spoedprocedure toepassing vindt, wordt een toeslag in rekening gebracht conform de door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat goedgekeurde € 39,65** RDW-rijbewijstarieven, afgerond naar beneden op vijf cent:Het tarief genoemd in artikel 1.12 Volgt wordt bij een spoedlevering vermeerderd met het rijkskostendeel: Rijkstarief Artikel 1.14 Modaliteiten 2. Het tarief bedraagt Vvoor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven van een gezondheidsverklaring geldt het tarief zoals dat is vastgesteld door het Centraal Bureau Volgt tarief Rijvaardigheidsbewijzen. CBR

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens (Jurgen Hoogenraad) Artikel 1.14 Definities 1. Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. 2. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking: 1. per uittreksel:

€ 13,1513,45

2. per uittreksel internationaal:

€ 13,1513,45

3. per inlichting;

€ 13,1513,45

4. betrekking hebbend op een persoonslijst per verstrekking;

€ 17,3517,75

b. tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200): € 13,1513,45 Artikel 1.16 Schriftelijke verstrekking In afwijking van artikel 1.15, onder a, bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen:

€ 7,50*

Artikel 1.17 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen 1. Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier: € 19,4519,90 a. voor het vervaardigen van een bevolkingsstatistiek, voor ieder daaraan besteed

€ 19,4519,90

kwartier: b. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag massaal geselecteerde inlichtingen met behulp van het geautomatiseerde bestand: voor het maken van selecties uit het geautomatiseerde bevolkingsbestand, inclusief de levering daarvan, per besteed kwartier:

€ 46,8047,85

Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Artikel 1.18 Afschriften van bestuursstukken (gereserveerd) Artikel 1.19 Abonnement op bestuursstukken (gereserveerd)

Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie (Edwin Pleijsier) Artikel 1.20 Plan- of kaartinformatie (gereserveerd) Artikel 1.21 Informatie uit registers Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit: a. b.

de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen, per adres of object:

€ 12,3512, 60

de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet:

€ 12,3512, 60

c. een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet:

€ 8,008,20

d. het gemeentelijk erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed:

€ 8,008,20

Artikel 1.22 Informatie uit adressenbestanden (vervallen)

Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Artikel 1.23 Gemeentegarantie (gereserveerd) (Dirk Keijzer) Artikel 1.24 Overige publiekszaken (Jurgen Hoogenraad) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in artikel 1, sub a onder 3º van de regeling vergoeding verklaring omtrent a. het gedrag en gedragsverklaring aanbesteden van Justis Volgt tarief vastgesteld door Justis. Justis b. tot het legaliseren van een handtekening:

€ 12,3512, 60

c. tot het waarmerken van kopieën:

€ 12,3512,6 0

d. voor het in behandeling nemen van een verzoek als bedoeld in artikel 13 van de Rijkswet

Volgt

op het Nederlanderschap geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Besluit optie- en naturalisatiegelden.

Rijkstarief

Paragraaf 1.8 Gemeentearchief (Scott Schoenmakers) Artikel 1.25 Naspeuringen in gemeentearchief 1. Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken:

kosteloos

2. Het tarief bedraagt voor inzien van archiefstukken in het Huis van de Gemeente, mits deze openbaar zijn:.

kosteloos

Artikel 1.26 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van digitale scans van bouwdossiers, mits deze openbaar zijn, per dossieradres:

€ 30,0030,65

2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van afschriften of uittreksels uit het gemeentearchief gelden de tarieven en voorwaarden als genoemd in artikel 1.34 sub c van deze tabel. Artikel 1.27 Uitlenen archiefbescheiden (gereserveerd)

Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.28 Vervallen Artikel 1.29 Leegstandwet (Sharon v/d Bosch) 1.

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet:

€ 141,70144,80

b. verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet:

€ 70,8072,35

Als aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven. (Dit geldt ook als het gaat om een geheel van huurwoningen bestemd voor sloop of renovatie waarvoor gelijktijdig aanvragen worden ingediend.)

Artikel 1.30 Wet op de kKansspelen (Jesse van Oostrum) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor: a.

een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen voor het exploiteren plaatsen van één of twee kansspelautomaten in een horecabedrijf (voor de duur van één jaar)een periode van zesendertig maanden:

b.

iedere volgende kansspelautomaat (tot maximaal twee):

b.

een loterijvergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de

€ 56,5022,50*

€ 34,00* € 185,6057,75

kansspelen: (loterijvergunning) c.

een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal als bedoeld in artikel 2:39 van de Algemene plaatselijke verordening:

d.

het wijzigen van een aanhangsel beheerder bij het exploiteren van een speelautomatenhal als bedoeld in artikel 2:39 van de Algemene plaatselijke verordening:

€141,70777,20

€ 144,80

Artikel 1.31 Kabels en leidingen & Telecommunicatiewet (Jörgen v/d Torren) 1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met werkzaamheden van minder ingrijpende aard of voor spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés tot 25 strekkende meter sleuf:

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van een instemmingsbesluit als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden: a. als het tracés betreft in of op openbare gemeentegrond, vanaf 25 tot 10.000 strekkende meter sleuf:

3.

€ 87,6089,55

€ 361,10369,05

b. voor het vastgestelde tracé tussen de 25 en 10.000 meter in door de gemeente beheerde of in eigendom zijnde grond , wordt het tarief onder a per strekkende meter sleuf verhoogd met:

€ 1,00

c. voor het vastgestelde tracé vanaf 10.000 meter en meer in door de gemeente beheerde of in eigendom zijnde grond, wordt het tarief onder a. per strekkende meter sleuf verhoogd met:

€ 0,112

d. als met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de netbeheerder van het netwerk, en/of andere netbeheerders of belanghebbenden, wordt het tarief onder a verhoogd met:

€ 435,40445,00

e. als de melder verzoekt om een nadere inhoudelijke afstemming bij de beoordeling van wordt het tarief onder a verhoogd met:

€ 206,80211,35

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag houden van vooroverleg, eventueel gecombineerd met de afhandeling van een verzoek tot bezichtiging, om een indicatie te krijgen van de mogelijkheden voor medegebruik van publieke infrastructuur van de gemeente voor de plaatsing van small cells als bedoeld in artikel 5c.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet:

75 %

van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke verzoek tot medegebruik overeenkomstig het vierde lid zouden worden vastgesteld. 4.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot medegebruik van publieke infrastructuur van de gemeente voor de plaatsing van small cells als bedoeld in artikel 5c.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet: a. voor medegebruik van 1 tot en met 20 gemeentelijke objecten:

€ 850,85869,55

b. voor medegebruik van 21 tot en met 40 gemeentelijke objecten:

€ 1.616,551.652,10

c. voor medegebruik van 41 tot en met 60 gemeentelijke objecten:

€ 2.297,252.347,80

d. voor medegebruik van 61 tot en met 80 gemeentelijke objecten:

€ 2.892,802.956,45

e. voor medegebruik van 81 tot en met 100 gemeentelijke objecten:

€ 3.403,303.478,15

5.

f. voor medegebruik van 101 tot en met 120 gemeentelijke objecten:

€ 3.828,703.912,95

g. voor medegebruik van 121 tot en met 140 gemeentelijke objecten:

€ 4.169,054.260,75

h. voor medegebruik van 141 tot en met 160 gemeentelijke objecten:

€ 4.424,304.521,65

i. voor medegebruik van 161 tot en met 180 gemeentelijke objecten:

€ 4.594,454.695,55

j. voor medegebruik van 181 of meer gemeentelijke objecten:

€ 4.679,554.782,50

Als het verzoek bedoeld in het vierde lid is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als bedoeld in het derde lid, bestaat aanspraak op teruggaaf van

25 %

van de voor het vooroverleg geheven leges als het verzoek: a. hetzelfde medegebruik betreft als waarop het vooroverleg betrekking had; b. in overeenstemming is met de uitkomsten van het vooroverleg; en c. is gedaan binnen twaalf weken na het laatste vooroverleg. Artikel 1.32 Tijdelijke verkeersmaatregelen (Jesse van Oostrum) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

a. a. om een ontheffing, als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en/of als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen, (voor één voertuig):

€ 52,5053,65

b. b. voor het toevoegen van een extra voertuig in dezelfde aanvraag als bedoeld onder avoor ieder volgend voertuig in dezelfde aanvraag als bedoeld onder lid 1 sub a: voor ieder extra voertuig:

€ 12,2512,50

c. c. tot heteen wijzigening van het kenteken in de ontheffing als bedoeld onder lid 1 sub a:

€ 12,2553,65

2.d. Van een verplichting tot het aanvragen van een ontheffing zijn op grond van artikel 87 RVV 1990 en/of artikel 9.1. van de Regeling voertuigen vrijgesteld: hHulpdiensten, gemeentelijke voertuigen, artsen, geld- en waardetransporten en taxi’s zijn vrijgesteld van de verplichting tot het aanvragen van een ontheffing. Artikel 1.33 Gehandicaptenparkeerkaart en – plaats (Ageeth Hofstede / Rianne van Veluw) 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, dan a. wel een aanvraag tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerplaats bij het woon-, werk- of studieadres:

€ 102,75117,85

tot verlenging van de gehandicaptenparkeerkaart zonder gewijzigde b. omstandigheden:noodzaak van herbeoordeling door een medisch adviseur, mits dit is vastgesteld door de medisch adviseur:

kosteloos

c.

tot verlenging van de gehandicaptenparkeerkaart bij gewijzigde omstandigheden:noodzaak tot herbeoordeling door een onafhankelijk medisch adviseur:

€ 102,75117,85

voor wijziging van het kenteken behorende bij de d. gehandicaptenparkeerplaats:

€ 102,75105,00

voor het aanbrengen van markering, paal en bebording ter aanduiding van e. een (nieuwe) gehandicaptenparkeerplaats:

€ 270,10276,05

f.

voor het aanpassen of verplaatsen van het materiaal van een bestaande gehandicaptenparkeerplaats:

voor het aanpassen van het straatwerk van een gehandicaptenparkeerplaats (bestaande uit het langer of breder maken van de plaats)worden de kosten voor het aanleggen als genoemd onder e g. verhoogd met de daadwerkelijke kosten die de aanpassing met zich meebrengt, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld: 2.

Het tarief voor de (fysieke) verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart bedraagt:

€ 97,4099,55

kostprijs € 13,1513,45

Paragraaf 1.10 Diversen Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels (Scott Schoenmakers) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a. gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: € 1,051,10 b. stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: € 1,051,10 c. kopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1. in formaat A4 of kleiner, per bladzijde:

€ 1,051,10

2. in formaat A3, per bladzijde:

€ 1,601,65

3. in formaat A2 of groter, per bladzijde:

€ 2,752,85

4. in digitale vorm:

kosteloos

Artikel 1.35 Diverse vergunningen, beschikkingen of ontheffingenOpenbare inzameling van geld of goederen (Jesse van Oostrum) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:53 Verordening fysieke leefomgeving voor een openbare inzameling van geld of goederen:

€ 53,2554,40

Paragraaf 1.11 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit (Jesse van Oostrum) Artikel 1.36 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit € hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: 50,8076,65

HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen (Lourens Vreeken) Artikel 2.1 Definities 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 2. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: -

conceptverzoek: voortoetsing haalbaarheid en wenselijkheid op omgevingsplan en eerste toetsing welstand;

-

principeverzoek: voortoetsing haalbaarheid en wenselijkheid op omgevingsplan die betrekking heeft op meerdere disciplines en/of ketenpartners en mogelijkheid tot collegebesluit;

-

binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan;

-

binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;

-

buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan;

4. In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving:  onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567;  onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk;  onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting.  De bouwkosten zijn niet lager dan het referentiebedrag dat voortvloeit uit een berekening aan de hand van de kengetallen voor soortgelijke bouwwerken in het Bouwkostenkompas, zoals deze ten tijde van het indienen van de aanvraag golden. De berekening wordt uitgevoerd aan de hand van de benchmark ‘basis’. Indien het in de aanvraag opgegeven bedrag lager is dan het referentiebedrag, wordt het bedrag aan bouwkosten vastgesteld op het referentiebedrag, tenzij de

afwijking met de benchmark “basis” kleiner is dan 10%. In dat geval worden de door de aanvrager opgegeven bouwkosten vastgesteld. Indien het Bouwkostenkompas niet voorziet in kentallen voor de aangevraagde werkzaamheden, kan een onderbouwing worden opgevraagd die beoordeeld wordt op aannemelijkheid en worden de bouwkosten ambtshalve vastgesteld. De bouwkosten worden berekend op basis van de meest recente uitgave van de ROEB-lijst. Voorzover ROEB-lijst niet voorziet in een passende hoofdcategorie (vetgedrukt in de lijst) wordt onder bouwkosten dan verstaan, de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt.

2012,1567), voor het uit te voeren werk of het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet meegerekend, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet meegerekend, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet meegerekend Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een conceptverzoek of principeverzoek; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; d. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; e. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; f. intrekking van een omgevingsvergunning; g. wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; h.

een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. Artikel 2.3 Bepalen tarief 1. De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. 2. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 3. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12. 4. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. 5. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige

maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 6. In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

Paragraaf 2.2 Voorfase (Lourens Vreeken) Artikel 2.4 Voorfase Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: a. conceptverzoek:

€ 75,0076,65

b. principeverzoek zonder collegebesluit:

€ 500,00511,00

c. principeverzoek met collegebesluit:

€ 750,00766,50

Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken (Lourens Vreeken) Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. indien de bouwkosten minder dan € 200.000 bedragen:

2%

van de bouwkosten b. indien de bouwkosten € 200.000 tot € 500.000 bedragen

1,9%

van de bouwkosten c. indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:

1,8%

van de bouwkosten d.

indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen:

1,7%

van de bouwkosten e. indien de bouwkosten meer dan € 5.000.000 bedragen:

1,6%

van de bouwkosten. Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (bouwen): 1. indien de bouwkosten minder dan € 200.000 bedragen:bouwkosten tot en met € 1.000.000,- met een minimum van € 250,00:

€ 250,000,75%

2. indien de bouwkosten € 200.000 tot € 500.000 bedragen: het gedeelte van de bouwkosten hoger dan € 1.000.000:

€ 400,000,10%

3. Indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:

€ 750,00

4. Indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen:

€ 1.000,00

5. Indien de bouwkosten meer dan € 5.000.000 bedragen:

€ 1.500,00

b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht wordt het tarief, naast de genoemde tarieven in dit hoofdstuk, vermeerderd met:

€ 250,00255,50

c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bouwen): 1. indien de bouwkosten minder dan € 200.000 bedragen:bouwkosten tot en met € 1.000.000 met een minimum van € 750,00:

€ 500,001,2 %

2. indien de bouwkosten € 200.000 tot € 500.000 bedragen:het gedeelte van de bouwkosten hoger dan € 1.000.000,00:

€ 800,000,20 %

3. indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:met een maximum van:

€ 1.500,00€ 51.100,00

4. indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen:

€ 2.000,00

5. indien de bouwkosten meer dan € 5.000.000 bedragen:

€ 3.000,00

Artikel 2.6a Omgevingsplanactiviteit: wijzigen gebruik van gronden en/of bouw- werk(en) (ruimtelijke deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken (conform NEN2580), bedraagt het tarief,: onverminderd het bepaalde in de artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (gebruik) indien het gebruik van een bestaand of nieuw bouwwerk wordt gewijzigd:

€ 250,00255,50

b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht wordt het tarief, naast de genoemde tarieven in de artikelen van dit hoofdstuk, vermeerderd met:

€ 250,00255,50

c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (gebruik): 1. indien het gebruik van de oppervlakte voor minder dan 25 m2 wijzigt:

€ 500,00766,50

2. indien het gebruik van de oppervlakte tussen 25 m2 en 100 m2 wijzigt:

€ 800,001.073,10

3. indien het gebruik van de oppervlakte tussen 100 m2 en 250 m2 wijzigt:

€ 1.500,001.788,50

4. indien het gebruik van de oppervlakte tussen 250 m2 en 500 m2 wijzigt:

€ 2.000,002.299,50

5. indien het gebruik van de oppervlakte meer dan 500 m2 wijzigt:

€ 3.000,003.321,50

Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere

artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

€ 250,00255,50

b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 511,00400,00

Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed (Lourens Vreeken) Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

kosteloos

Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit (gereserveerd) Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht (gereserveerd) Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed (gereserveerd)

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten (Halil Karapinar) Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor één tot vijf milieubelastende activiteiten:

€ 3.683,053.846,90

b.

voor vijf tot tien milieubelastende activiteiten:

€ 9.693,6510.124,85

voor tien tot vijftien milieubelastende activiteiten:

€ 19.786,6520.666,85

voor vijftien of meer milieubelastende activiteiten:

€ 20.587,8021.503,65

c. d.

Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten

leefomgeving) (gereserveerd) Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten (gereserveerd)

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten (Halil Karapinar) Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit (gereserveerd)

Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit (gereserveerd)

Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven (Jörgen v/d Torren) 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 231,65236,75 2. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied wordt verwezen naar artikel 1.31.: 3. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet bestaande uit het graven in het gebied met archeologische € 341,10348,60

verwachtingen, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 4. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het beperkingengebied leidingen, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 341,10348,60 5. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in een bijzonder landschapselement of gebied met aardkundige waarde, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 341,10348,60 6. De in het eerste tot en met vijfde lid genoemde tarieven zijn van toepassing als de aanvraag een binnenplanse omgevingsplanactiviteit betreft. Deze zijn van overeenkomstige toepassing als de aanvraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft en worden in dat geval verhoogd met:

€ 109,15111,55

Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde (Jörgen v/d Torren) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in het beperkingengebied leidingen, in een bijzonder landschapselement of in een gebied met aardkundige waarde, bestaande uit het: a. aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplanting, b. indrijven van voorwerpen, c. ophogen van de grond, of d. verharden van de grond, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 170,25174,00

b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 279,10285,25

Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg (Halil Karapinar) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 417,50426,70

b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 626,20640,00

Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg (Jörgen v/d

Torren) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:8 van de Verordening Fysieke Leefomgeving in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 359,20367,10 Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit (Jörgen v/d Torren) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:9 van de Verordening Fysieke Leefomgeving in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 330,15337,40 Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten (Jörgen v/d Torren) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op

een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. Voor het in behandeling nemen van zowel een binnenplanse als buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt het samengestelde of afgeleide tarief.

€ 789,15806,50

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie (gereserveerd) (Lourens Vreeken) Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden (Jacco Brink) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 2:35 van de Verordening fysieke leefomgeving in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde € 272,152 activiteiten: 78,15 Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame (gereserveerd) (Lourens Vreeken) Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken of objecten plaatsen op de weg (gereserveerd) (Lourens Vreeken)

Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen (vervallen) (Lourens Vreeken) Artikel 2.34 Andere activiteiten (Lourens Vreeken) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: a. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt € 250,002 het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook 55,50 gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: b. betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 250,002 55,50

2. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 500,005 11,00

Artikel 2.34a Archeologie (Lourens Vreeken) De leges bedragen voor: a. de beoordeling van een omgevingsplanactiviteit grondwerk aan de bescherming van archeologische waarden en het schriftelijk verstrekken van besluiten inzake archeologische waarden en verwachtingen:

€ 615,9562 9,50

b. de beoordeling, namens het bevoegd gezag, van Plannen van Aanpak inzake archeologisch (voor)onderzoek:

€ 307,3031 4,05

c. de beoordeling, namens het bevoegd gezag, van Programma's van Eisen inzake archeologisch (voor)onderzoek:

€ 893,3091 2,95

d. de beoordeling en goedkeuring, namens het bevoegd gezag, van evaluatierapporten die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek:

€ 615,9562 9,50

e. de beoordeling, namens het bevoegd gezag, van rapportages die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek: 1. bureauonderzoek:

€ 615,9562 9,50

2. IVO/O en IVO/P inclusief opstellen selectiebesluit:

€ 768,9578 5,85

3. opgraving/AB

€ 850,4086 9,10

f. het controleren en in het gemeentelijk archeologisch depot opnemen van de archeologische documentatie en archeologische vondsten:

€ 768,9578 5,85

g. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning activiteit grondwerk in verband met archeologische waarden:

€ 850,4086 9,10

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften (Lourens Vreeken) Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het a. Besluit bouwwerken leefomgeving; bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld b. in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit c. bouwwerken leefomgeving; het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van d. het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift:

€ 250,00255,50

Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten Het tarief voor het in behandeling nemen van een of meerdere maatwerkvoorschriften € als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Beluit activiteiten leefomgeving bedraagt: 3.665,453.746,10 Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikel 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

€ 250,00255,50

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid (Zoall Yosefie) Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel 1. Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief:, per uur: b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur: c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur:

€ 110,10255,50 kosteloos € 110,10112,50

d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur: € 110,10255,50 2. wanneer er naar het oordeel van het bevoegd gezag aanvullend advies nodig is om tot een beoordeling van gelijkwaardigheid te komen, worden op grond van lid 1 € in rekening gebrachte leges verhoogd met: 1.597,501.632,65 3. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.11 Overige tarieven (Lourens Vreeken) Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlengen van een tijdelijke omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot verlenging van de tijdelijke omgevingsvergunning betrekking heeft. Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning worden leges geheven overeenkomstig het tarief dat op grond van dit hoofdstuk geldt voor de betreffende activiteit of activiteiten waarop de wijziging betrekking heeft, met dien verstande dat uitsluitend leges in rekening worden gebracht voor de onderdelen die gewijzigd worden. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft.

Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:

€ 220,25255,50

Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is:

€ 309,90255,50

Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens (gereserveerd) Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing ophet tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit:, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit.

€ 511,00

Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:

€ 10.220,006.000,00

Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of

€ 230,65235,70

Met opmaak: Rechts

het omgevingsplan:

Paragraaf 2.12 Modaliteiten (Lourens Vreeken) Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag (gereserveerd) Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1245/documents/20468