Bijlage 1 - Bestemmingsplan Dronter Energie Opslag Olsterpad (560946).pdf
Tekst van het document
Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Procedurele en juridische context 1.5 Leeswijzer
4 4 4 5 7 9
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toelichting op het plan 2.3 Landschappelijke inpassing
10 10 12 19
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeente Dronten
22 22 23 25
Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten 4.1 Bedrijven en milieuzonering 4.2 Geluid 4.3 Natuur 4.4 Archeologie en cultuurhistorie 4.5 (Externe) veiligheid 4.6 Waterhuishouding 4.7 Elektrische en magnetische velden 4.8 Bodemkwaliteit 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Niet-gesprongen explosieven
27 27 27 34 36 38 40 44 45 45 46
Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Opzet bestemmingsplan 5.2 Artikelsgewijze toelichting
48 48 48
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financieel-economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
50 50 51
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Algemeen
In het buitengebied van de gemeente Dronten is het project Dronter Energie Opslag (hierna ook DEO) voorzien, een grootschalig energieopslagsysteem (hierna ook EOS) ten noorden van het transformatorstation van Windplan Groen. Het project Dronter Energie Opslag is een initiatief van drie initiatiefnemers: Begro Energy Projects B.V., Pure Energie Batterij Groen B.V. en Flevo-BESS B.V. Met het energieopslagsysteem kan opslagcapaciteit voor (duurzaam) opgewekte elektriciteit verhuurd worden aan energieleveranciers: Storage as a Service. Het systeem kan helpen bij het uitgesteld leveren van duurzaam opgewekte stroom aan het landelijk hoogspanningsnet. Hiermee kunnen pieken en dalen op het elektriciteitsnet als gevolg van weersafhankelijke elektriciteitsproductie, zoals elektriciteit uit zon en wind, worden afgevlakt. Met het energieopslagsysteem spelen de initiatiefnemers in op de grote behoefte aan flexibiliteit op de elektriciteitsmarkt en leveren zij een bijdrage aan de transitie naar een robuuste, stabiele en duurzame energievoorziening in Nederland. Het energieopslagsysteem bestaat uit één of meerdere schakel- en meetinstallaties, gebouwen en op het terrein opgestelde transformatoren, omvormers en energiedragers, zoals batterijsystemen, en andere bijbehorende voorzieningen. Grootschalige energieopslag is op het moment flink in ontwikkeling.
Grootschalige energieopslag door middel van lithium-ion batterijmodules is momenteel de gangbare techniek om de opgewekte elektriciteit op te slaan, maar de ontwikkelingen gaan snel. In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan dit bestemmingsplan is uitgegaan van lithium-ion batterijopslag, als de momenteel gangbare en beschikbare techniek. Het bestemmingsplan biedt echter nadrukkelijk de flexibiliteit voor een invulling met een vergelijkbare (of mindere) effecten op de omgeving om nieuwe technieken voor batterijen en energiedragers in de nabije toekomst niet uit te sluiten, aangezien de markt van energieopslagtechnieken sterk in ontwikkeling is. Het geldende bestemmingsplan staat het plaatsen van een grootschalig energieopslagsysteem niet toe op de locatie. Voor het energieopslagsysteem is derhalve een nieuw bestemmingsplan nodig. Dit bestemmingsplan is opgesteld om het energieopslagsysteem mogelijk te maken.
1.2
Plangebied
Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan is circa 6 hectare groot en bevindt zich op een agrarisch perceel ten noorden van het transformatorstation van Windplan Groen. Het plangebied is ingeklemd tussen het Olsterdwarspad aan de noordzijde en het transformatorstation van Windplan Groen aan de zuidzijde. Ten oosten en westen liggen agrarische percelen. De exacte begrenzing van het plangebied is opgenomen in de digitale verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan. In Figuur 1.1 is een luchtfoto opgenomen van het plangebied.
Figuur 1.1 Luchtfoto plangebied
4
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Buitengebied Dronten Ter plaatse van het geplande energieopslagsysteem geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Dronten D4000" (vastgesteld 5-10-2016) met de bestemming 'Agrarisch', zonder verdere aanduidingen, en de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 4'. De voor 'Agrarisch aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor agrarisch grondgebruik, cultuurgrond met daaraan ondergeschikt onder meer kleinschalige duurzame energieontwikkeling en nutsvoorzieningen. Het energieopslagsysteem is niet ondergeschikt waardoor het geldende bestemmingsplan de realisatie niet toe laat. Voorliggend plan vervangt derhalve de enkelbestemming uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Dronten'. De dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 4' is ter bescherming van mogelijk te verwachten gematigde/middelhoge archeologische waarden. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1,7 hectare, is archeologisch onderzoek nodig waarin: de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en; in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied Dronten" [bron:www.ruimtelijkeplannen.nl]
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Inpassingsplan "Windplan Groen" Ter plaatse van het plangebied gelden tevens aanduidingen van het rijksinpassingsplan "Windplan Groen" (vastgesteld 9-10-2019). Dit is de gebiedsaanduiding 'geluidzone-industrie' van het naastgelegen transformatorstation. Daarnaast zijn dat de gebiedsaanduidingen 'overige zone - windpark infrastructuur 1' en 'overige zone - windpark infrastructuur 2' ten behoeve van de aanleg van infrastructuur voor het windpark en de gebiedsaanduiding 'overige zone - overdraai' voor het overdraaigebied van de windturbine. Op het zuidwesten van het perceel rust op een heel klein deel de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1b'. Deze bouwaanduiding is gekoppeld aan specifieke bouwregels van een bestemming uit het inpassingsplan. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn, behalve voor de daar geldende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder. Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - windparkinfrastructuur 1' zijn voorzieningen behorend bij de functies zoals opgenomen in artikel 4.1 toegestaan in de vorm van: a. kabels en leidingen; b. ter plaatse van de 'overige zone - schakelkast' een schakelkast met een maximum bouwhoogte van 4 meter en een maximum oppervlakte van 80 m2.
Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - windparkinfrastructuur 2’ zijn voorzieningen behorend bij de functies zoals opgenomen in artikel 4.1 toegestaan in de vorm van: a. b. c. d.
onderhoudswegen met een maximum breedte van 6 m; bruggen; op- en afritten; en kraanopstelplaatsen met een maximum oppervlak van 3.500 m2 per windturbine.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - overdraai' is het overdraaien van rotoren van windturbines zoals bedoeld in Artikel 4 van deze planregels toegestaan.
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Op basis van artikel 14.1 van de planregels van het inpassingsplan mag de gemeente Dronten pas na 10 jaar een bestemmingsplan vaststellen voor de gronden in "Windplan Groen" (sub a) tenzij er geen afbreuk wordt gedaan aan de uitvoerbaarheid van het inpassingsplan "Windplan Groen" (sub b). Artikel 10 geeft de verhouding van het inpassingsplan weer met bestemmingsplannen met sub a 1/m d: a. "De enkelbestemmingen uit het inpassingsplan treden in de plaats van de enkelbestemmingen uit de onderliggende bestemmingsplannen; b. Voor zover de enkelbestemmingen 'Bedrijf - Nutsvoorziening' en 'Bedrijf - Windturbinepark' uit het inpassingsplan samenvallen met dubbelbestemmingen en aanduidingen uit de onderliggende bestemmingsplannen komen de dubbelbestemmingen en aanduidingen uit die bestemmingsplannen te vervallen; c. Voor zover de dubbelbestemmingen en aanduidingen uit het inpassingsplan, samenvallen met de bestemmingen uit de onderliggende bestemmingsplannen blijven de regels van die bestemmingen van toepassing, met dien verstande dat de dubbelbestemmingen en aanduidingen uit het inpassingsplan prevaleren boven de regels uit de onderliggende bestemmingsplannen; d.
Voor zover dit inpassingsplan de bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.12 Wabo [red.: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht] niet wijzigt, blijven de regels uit genoemde bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen onverkort van toepassing." Figuur 1.3 Uitsnede inpassingsplan "Windplan Groen" [bron:www.ruimtelijkeplannen.nl]
1.4
Procedurele en juridische context
Relatie met de milieueffectrapportage In onderdeel C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.), dat een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) is bij de Wet milieubeheer (Wm), worden de activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r. of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Een energieopslagsysteem staat niet op de C- of D-lijst in het Besluit m.e.r. Voor de planvorming en vergunningverlening voor het energieopslagsysteem is derhalve geen m.e.r.-procedure of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling nodig. Bevoegd gezag De gemeente Dronten treedt als bevoegd gezag op. De gemeente is primair verantwoordelijk voor de gemeentelijke ruimtelijke ordening tenzij er sprake is van een rijks- of provinciaal belang. Een beperkt deel van het plangebied valt samen met het rijksinpassingsplan 'Windplan Groen'. Op grond van artikel 14.1 van de planregels van dat plan mag de gemeenteraad van Dronten geen bestemmingsplan vaststellen voor de gronden van dat inpassingsplan tenzij geen afbreuk wordt gedaan aan de uitvoerbaarheid van windplan Groen. Met onderhavig bestemmingsplan is geen sprake van afbreuk waardoor de gemeenteraad haar bevoegdheid voor vaststelling van dit bestemmingsplan kan gebruiken. Relatie met het inpassingsplan 'Windplan Groen' Het inpassingsplan 'Windplan Groen' bevat in artikel 10 van de planregels bepalingen ten aanzien van de verhoudingen met bestemmingsplannen, dus hoe de regels uit het inpassingsplan zich verhouden tot andere bestemmingsplannen. Artikel 10 'Verhouding met bestemmingsplannen' staat in paragraaf 1.3 opgenomen.
Uit de planregels is niet eenduidig op te maken of onderliggende bestemmingsplannen ook gemeentelijke bestemmingsplannen zijn van latere vaststellingsdatum. De toelichting van het inpassingsplan 'Windplan Groen' zegt het volgende ter toelichting: "De bestemmingsplannen in het plangebied van het inpassingsplan behouden grotendeels hun werking (zie hiervoor). Een aantal onderdelen van de geldende bestemmingsplannen in het gebied komt met het inpassingsplan te vervallen. Het inpassingsplan gaat deel uitmaken van de geldende bestemmingsplannen en deze bestaan dus naast elkaar als zelfstandige documenten. Deze documenten moeten in samenhang worden gelezen voor een compleet beeld van de juridisch-planologische situatie in het gebied. De onderlinge verhouding tussen het inpassingsplan en de geldende bestemmingsplannen is vastgelegd in artikel 10 en artikel 14 van de regels van dit inpassingsplan. Voor een toelichting op deze regeling wordt verwezen naar paragraaf 6.4." Om te voorkomen dat dit bestemmingsplan afbreuk zal doen aan de uitvoerbaarheid van het inpassingsplan 'Windplan Groen', zoals bedoeld in artikel 14.1 van de planregels van 'Windplan Groen', is ervoor gekozen om aanduidingen die ook in het plangebied van dit bestemmingsplan voorkomen in dit bestemmingsplan over te nemen.
Het gaat om de volgende aanduidingen: gebiedsaanduidingen 'geluidzone-industrie', 'overige zone - windpark infrastructuur 1', 'overige zone - windpark infrastructuur 2' en 'overige zone – overdraai'. Het voorgenomen plan is verenigbaar met deze aanduidingen en daarmee met het inpassingsplan. De aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1b' is gekoppeld aan een specifieke bestemming uit het inpassingsplan en kan enkel worden overgenomen als die bestemming ook wordt overgenomen. De bouwaanduiding is enkel van toepassing op de windturbine van Windplan Groen en is niet relevant voor onderhavig bestemmingsplan. Om die reden is deze bouwaanduiding niet overgenomen. Crisis- en herstelwet Onderhavig bestemmingsplan valt onder de werking van de Crisis- en herstelwet.1 Een gevolg van de werking van de Crisis- en herstelwet is dat de beroepsprocedure sneller wordt doorlopen en een beroepsschrift direct de gronden van het beroep dient te bevatten. Het is wel noodzakelijk in bekendmaking op te nemen dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het plan gegeven. Zowel de huidige als de beoogde situatie van het plangebied worden hierbij besproken, als ook de landschappelijke inpassing. In hoofdstuk 3 wordt het beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau behandeld. In hoofdstuk 4 worden verschillende omgevingsaspecten en onderzoeksresultaten besproken. In hoofdstuk 5 worden de planregels toegelicht. In hoofdstuk 6 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod.
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
In de huidige situatie bestaat het plangebied uit enkel agrarische grond zonder bebouwing (zie Figuur 2.1 en Figuur 2.2). Het plangebied ligt op het perceel ten noorden van het bestaande transformatorstation van Windplan Groen. Tussen het plangebied en het transformatorstation ligt nog een strook van circa 20 meter, waar kabels zijn aangelegd die verschillende windparken van Windplan Groen via het transformatorstation van Windplan Groen en het onderstation van TenneT/Liander verbinden met het hoogspanningsnet. Deze strook kan in de toekomst weer gebruikt worden voor agrarische doeleinden, maar niet voor het energie opslagsysteem. Deze strook is onderdeel van de zone die in het Rijksinpassingsplan voor Windplan Groen is aangeduid als 'Overige zone windparkinfrastructuur 1'. In het noorden van het plangebied ligt ook een strook. Deze strook is in het Rijksinpassingsplan voor Windplan Groen aangeduid als 'Overige zone - windparkinfrastructuur 2'. Binnen een gedeelte van de strook waar deze gebiedsaanduidingen gelden zijn reeds de wegen en kabels voor Windplan Groen aangelegd. De realisatie van het energieopslagsysteem is verenigbaar met deze reeds aangelegde infrastructuur. Ten westen van het plangebied wordt een windturbine opgericht van Windpark Hoge Vaart Zuid, onderdeel van Windplan Groen.
Figuur 2.1 Locatie plangebied (vanaf Olsterpad oostzijde) [bron: Google Maps]
Figuur 2.2 Locatie plangebied (vanaf zuidkant richting noorden) [bron: Pondera Consult]
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
In Figuur 2.3 is een overzicht weergegeven van het plangebied in relatie tot de diverse onderdelen van Windplan Groen, dat wordt aangesloten op het hoogspanningsnet via het transformatorstation van GDG en het onderstation van TenneT/Liander. De hoogspanningsverbinding waarop het transformatorstation van Windplan Groen - het Gesloten Distributiesysteem Groen (GDG) - via het onderstation van TenneT/Liander wordt aangesloten is ook zichtbaar op de luchtfoto.
Figuur 2.3 Overzicht indeling plangebied [bron: Ventolines]
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
2.2
Toelichting op het plan
In de beoogde situatie wordt het gehele plangebied bestemd voor een grootschalig energieopslagsysteem, inclusief voorzieningen ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het systeem en waterberging. Er zijn bouwregels opgesteld met betrekking tot de maximaal toegestane bouwhoogtes van de verschillende componenten binnen dit bouwvlak. Tevens is een regel opgesteld voor het maximaal toegestane bebouwingspercentage. Om een goede landschappelijk inpassing van het energieopslagsysteem te borgen is tevens een gebruiksregel opgenomen. Binnen de strook tussen het terrein van het energieopslagsysteem en het transformatorstation van Windplan Groen zal een toegangspad en kabeltracé worden aangelegd. De planregels zijn opgesteld aan de hand van de kenmerken van de verschillende onderdelen van het energieopslagsysteem, zoals beschreven in paragraaf 2.3.
2.2.1
Beschrijving onderdelen plan
De initiatiefnemers zijn voornemens om het energieopslagsysteem gefaseerd te ontwikkelen, afhankelijk van ontwikkelingen op de markt en behoefte aan regelbaar vermogen. Door deze afhankelijkheid is het op dit moment nog niet mogelijk om een planning te maken voor de exacte (gefaseerde) invulling van het terrein. Duidelijk is wel dat in eerste instantie maximaal 3 hectare van het terrein wordt ingevuld. Op basis van de huidige inzichten wordt aangenomen dat het plangebied ruimte biedt voor een energieopslagsysteem met een vermogen tot 200 megawatt (MW) en opslagcapaciteit van 1600 megawattuur (MWh), dus ruim 250 MWh per hectare aan opslagcapaciteit. Het systeem kan met deze specificaties in acht uur volledig opgeladen en ontladen worden. Het energieopslagsysteem krijgt een aansluiting op het transformatorstation van Windplan Groen, waarmee het in verbinding staat met het (landelijke) hoogspanningsnet. In de beoogde situatie kunnen onder meer de volgende elementen gerealiseerd worden binnen het plangebied: batterijcontainers of batterijblokken; omvormers; transformatoren; inkoopstations (ook wel schakelstations of schakelgebouw); bliksempieken; omheining inclusief beveiligingsinstallaties; wegen en parkeerplaatsen; bijgebouw voor opslag van materialen e.d.; groenvoorzieningen (waaronder landschappelijke inpassing); waterbergingsvoorzieningen; geluidmitigerende voorzieningen.
Op dit moment is nog geen ontwerp van het systeem beschikbaar. De exacte uitwerking en invulling van het terrein is afhankelijk van de leveranciers, welke nog niet gecontracteerd zijn. De gangbare techniek is een batterijsysteem dat uit rekken van lithium-ion batterijmodules bestaat. Echter, andere soorten batterijen zijn ook een optie. Om de elektriciteit naar de plek van opslag te transporteren zijn er nog grofweg drie andere componenten nodig op het terrein: een schakelgebouw (inkoopstation), transformatoren en omvormers. In Figuur 2.4 zijn deze componenten schematisch weergegeven.
Figuur 2.4 Schematisch overzicht systeem
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
De verwachting is dat er één schakel- en meetstation wordt gerealiseerd en een aantal grote clusters opslagmodules (batterijen) die met eigen omvormer en transformator verbonden worden met het schakelstation. Of er nog een tweede of derde schakelstation nodig zal zijn is sterk afhankelijk van het toe te passen vermogen en onderlinge afspraken tussen initiatiefnemers. Ten behoeve van bliksembeveiliging zullen er op het terrein mogelijk ook bliksemafleiders (ook wel bliksempieken) gerealiseerd worden. Hierna wordt ingegaan op de meest relevante elementen. Omvormers en transformatoren Omvormers en transformatoren zijn noodzakelijk als schakels tussen de stroom vanaf het transformatorstation van Windplan Groen en de batterijen. Omvormers zijn elektronische apparaten die stroom omzetten van gelijkstroom (DC, voor opslag) naar wisselstroom (AC, voor op het net) of juist andersom van wisselstroom naar gelijkstroom. Dit is nodig, omdat de spanning die wordt geleverd vanaf het net niet direct geschikt is voor opslag. De transformatoren worden gebruikt om de wisselspanning te verlagen of te verhogen. In Figuur 2.5 en Figuur 2.6 is een zogenoemde MV Skid weergegeven. Dit is een systeem waarbij de transformator direct aan de omvormer zit geschakeld. Deze afbeeldingen zijn ter indicatie. De mogelijkheid bestaat ook om de omvormer en transformator los van elkaar te plaatsen.
De afmetingen van de omvormers en transformatoren bedragen circa 20-30 m2 met een hoogte van circa 3 tot 4 meter.
Figuur 2.5 Schematische schakeling MV Skid naast batterijen
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Inkoopstation/ schakelstation Het inkoop- en meetstation (ook wel schakelstation) is bedoeld voor het schakelen, doorvoeren, verdelen of meten van elektrische energie. Het inkoopstation kent verschillende vormen naar gelang de benodigde capaciteit en of er één of meerdere stations nodig zijn. Een van de mogelijkheden is een Prefab-gebouw met een bouwhoogte van 4 meter vanaf maaiveld.
Figuur 2.7 Voorbeeld schakelstation
Het is van belang dat kabels vanuit het energieopslagsysteem en transformatorstation vanuit onderen aangevoerd kunnen worden in een inkoop- en meetstation door middel van een kelder of verhoogd station. Het is daarom wellicht ook wenselijk om een verhoogd inkoopstation te plaatsen. In Figuur 2.8 en Figuur 2.9 is een voorbeeld weergegeven van een verhoogd inkoopstation. De bouwhoogte van een
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018) verhoogd inkoopstation bedraagt circa 5,5 meter.
Figuur 2.8 Voorbeeld verhoogd inkoopstation
Figuur 2.9 Voorbeeld verhoogd inkoopstation 3D
Bliksempieken Bliksemafleiders of bliksempieken zijn smalle metalen staven die verticaal de lucht insteken. Om deze functie goed te kunnen vervullen, steken de bliksempieken ruim boven de overige bouwwerken op het terrein uit. Bliksempieken kunnen op de grond rondom het energieopslagsysteem geplaatst worden en kunnen ook op bepaalde componenten van het energieopslagsysteem worden bevestigd. Tijdens onweer moet een bliksemafleider voorkomen dat er brand of kortsluiting wordt veroorzaakt, componenten worden beschadigd of worden vernield. Bliksempieken zijn ook aanwezig op het naastgelegen transformatorstation van Windplan Groen. In Figuur 2.10 zijn de bliksempieken bij het transformatorstation van Windplan Groen weergegeven. Op de achtergrond (rechtsboven) is het plangebied zichtbaar.
Figuur 2.10 Bliksempieken bij transformatorstation Windplan Groen
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
2.2.2
Mogelijke inrichtingsvormen energieopslag
De huidige batterijopslagsystemen op de markt bestaan uit rijen van batterijcomponenten in een containeropstelling (al dan niet gestapeld), maar ook batterijen (blokken) die in de open lucht staan opgesteld. Daarnaast is ook de plaatsing van batterijen in een loods een optie die op de markt beschikbaar is. Hieronder wordt op de verschillende opties in gegaan. Containeropstelling Batterijcontainers (zeecontainers, 40-voeters) kennen een afmeting van circa 12,2 x 2,5 x 2,6 meter (lengte x breedte x hoogte). Tussen de containers wordt vanuit brandveiligheid een afstand van enkele meters aangehouden. Op of naast de batterijcontainers kan een koelsysteem geplaatst worden. De hoogte van een enkele laag batterijcontainers met het koelsysteem bedraagt circa 4 meter. Een voorbeeld van een energieopslagsysteem met containeropstelling is weergegeven in Figuur 2.11. Figuur 2.11 Voorbeeld energieopslagsysteem met containeropstelling [bron: Pivot Power]
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Opstelling in open lucht De batterijen kunnen in plaats van in containers, ook als op zichzelf staande batterijblokken in de open lucht worden geplaatst. In Figuur 2.12 is hiervan een voorbeeld weergegeven.
Figuur 2.12 Voorbeeld energieopslagsysteem met batterijen in de open lucht [bron: ESB/Fluence]
Opstelling gestapelde containers In Figuur 2.13 wordt een mogelijk toekomstbeeld van de batterij geschetst, bestaande uit twee gestapelde containers inclusief koeling, deze opstelling kent een bouwhoogte van circa 7,5 meter. Door het toepassen van deze opstelling kan er meer capaciteit aan batterijen worden gerealiseerd per vierkante meter.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Figuur 2.13 Toekomstbeeld batterij: twee gestapelde containers inclusief koeling
Batterijen in loods Tot slot kunnen de batterijen in plaats van in containers of in de open lucht ook gestapeld in één of meerdere loodsen worden geplaatst. Voor deze optie wordt voor de afmetingen aangesloten op de agrarische bebouwing in de omgeving (zoals ook geregeld in het geldende bestemmingsplan voor het buitengebied) en wordt dus uitgegaan van een loods met een goothoogte van maximaal 9 meter en een nokhoogte van maximaal 15 meter. De batterijen worden in een soort van stellingen opgestapeld in deze loods.
Figuur 2.14 Voorbeeld van batterijopslag in loods [bron: EnspireMe]
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
2.3
Landschappelijke inpassing
Het energieopslagsysteem wordt voorzien van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. In Bijlage 4 van deze toelichting is het landschappelijk inpassingplan voor het energieopslagsysteem opgenomen. Onderstaand worden de belangrijkste onderdelen van dit plan besproken. Kenmerken van het plangebied Het gebied is gelegen ten zuidoosten van Dronten in een open gebied, tussen de bebouwde kom van Dronten en de bossen aan de randmeren in. Van noord naar zuid zijn de belangrijkste infrastructuurlijnen door de polder heen de N307, de spoorlijn, de N309 en de N709. Het plangebied zelf is gelegen aan de doorgaande infrastructuur de N309. De belangrijkste wegen en waterwegen in de directe omgeving zijn de N309 (Elburgerweg), de Hoge Vaart, de Oostwoldertocht, het Olsterpad en de Olsterweg. In de omgeving van het plangebied liggen linten van erven en bosjes, welke groene eilanden vormen in een open landschap. De open ruimte wordt hierdoor verdeeld in kleinere, in elkaar overlopende ruimtes. Vanaf 2022-2023 komen er rij-opstellingen van moderne windturbines tussen deze groene eilanden in. Energielandschap in ontwikkeling In het plangebied bevindt zich reeds een hoogspanningsverbinding en onlangs zijn er twee hoogspanningsstations in gebruik genomen. In de directe nabijheid van het plangebied worden ook windturbines gebouwd.
Er vindt dus volop ontwikkeling plaats in de omgeving van het plangebied. Het is van belang dat de ontwikkeling van het energieopslagsysteem ruimtelijke gezien aansluit bij de andere ontwikkelingen. Toekomstbeeld op hoofdlijnen Bij de uitwerking van het plangebied (het energieopslagsysteem) als deelgebied binnen een groter geheel, moet er aandacht worden besteed aan: de aansluiting op de kavelstructuur en kavelrichting; de aansluiting op en versterking van de landschapsspecifieke karakteristieken en kernkwaliteiten ter plekke; het zorgvuldig vormgegeven en inrichten van de randen (de 'inpassing'); lopende en te verwachte ontwikkelingen en de fasering daarvan; het creëren van een afgeronde (tussen-)stap die ook zonder toekomstige ontwikkelingen 'af' lijkt en past in het gebied, parallel aan de ontwikkeling van boerenerven in het buitengebied. Uitgangspunten voor landschappelijke inpassing energieopslagsysteem De uitgangspunten voor landschappelijke inpassing van het project kunnen worden uitgesplitst naar uitgangspunten voor de inrichting van het energieopslagsysteem en uitgangspunten voor de inpassing van het energieopslagsysteem.
Hieronder volgen de uitgangspunten voor de inrichting van het energieopslagsysteem: respecteren van landschappelijke kernkwaliteiten van het gebied (openheid, maatvoering, hoofdrichtingen); inrichting geënt op bestaande verkavelingsrichtingen; ontsluiting geënt op bestaande infrastructuur; maatvoering en materialisatie in afstemming met andere (energie-) initiatieven. Hieronder volgen de uitgangspunten voor de inpassing van het energieopslagsysteem: respecteren van landschappelijke kernkwaliteiten van het gebied (openheid, maatvoering, hoofdinrichtingen); inpassing geënt op bestaande verkavelingsrichtingen; creëren van groene buitenrand(-en), parallel aan de boerenerven; maatvoering rand(-en) in afstemming met uiteindelijke functie(-s) (zoals beperken van zicht op initiatief van buiten, breken van de wind, bergen van water, dempen van geluid of recreatief medegebruik);
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018) soortenkeuze en beheer afstemmen op doelstellingen ten aanzien van ecologie en biodiversiteit en op agrarisch grondgebruik in de omgeving; toepassen van inheemse, niet invasieve soorten; Landschappelijk inpassingsplan voor de energieopslag Op basis van bovenstaande uitgangspunten is een landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 4 bij deze toelichting) opgesteld. Voor het inpassen van het energieopslagsysteem zijn landschapselementen uit het landschap in de omgeving als inspiratie gebruikt. Het gaat om de volgende elementen: richtingen (hoofdrichtingen van verkaveling); erfbeplantingen met robuuste randen en bosjes (zoals in de omgeving); water en waterberging (i.v.m. vergroting van het verhard oppervlak); meer natuurlijke bermen en oevers (doelstelling van de gemeente); beheer dat gericht is op vergroting van de biodiversiteit (eveneens doelstelling van de gemeente). In het landschappelijk inpassingsplan zijn deze ingrediënten vertaald naar een robuuste groene rand aan drie zijden van het energieopslagsysteem. De robuuste groene rand vormt de inrichting van de buitenrand van het plangebied. In deze robuuste groene rand is ook ruimte gereserveerd voor waterberging. De exacte dimensies van de waterberging zijn afhankelijk van de uiteindelijk te realiseren waterbergingsopgave.
Het totale plangebied meet ruim 306 meter bij 196 meter en wordt naar alle waarschijnlijkheid in fasen ontwikkeld. Een mogelijke uitwerking hiervan is weergegeven in Bijlage 4. Profielen voor groene rand De robuuste groene randen zijn uitgewerkt in vier mogelijke basisprofielen. In Bijlage 4 zijn tekeningen van de betreffende profielen opgenomen. Beeldkwaliteitplan Het beeldkwaliteitplan (Bijlage 4 bij deze toelichting) is een verzameling van handreikingen, regels en voorschriften, die de uitgangspunten van de stedenbouwkundige opzet van het plangebied voor het energieopslagsysteem en de ambities en uitgangspunten ten aanzien van beeldkwaliteit bundelt. Het beeldkwaliteitplan is een aanvulling op de welstandsnota van de gemeente Dronten (2013) en kan na vaststelling van onderhavig plan als formeel toetsingsinstrument voor de definitieve uitwerking en inrichting van het plangebied worden gebruikt. Een aanvraag omgevingsvergunning 'bouwen' voor het energieopslagsysteem of een gedeelte ervan kan dan getoetst worden aan het beeldkwaliteitplan. Door middel van referentiebeelden en een toelichtende tekst worden op hoofdlijnen randvoorwaarden en criteria gegeven voor de vormgeving van gebouwen, opstallen en installaties, de bouwhoogtes, de materialisatie en de inrichting van de niet bebouwde ruimte.
Ook komen onderwerpen aan de orde als verlichting, parkeren, laden en lossen, geluidwering, hekwerken en opslag in de buitenruimte. Het beeldkwaliteitplan richt zich op de invulling van het terrein en op de overgang van privé terrein naar openbaar gebied. In onderstaande figuur wordt de stedenbouwkundige opzet van het totale terrein weergegeven. Deze opzet biedt eveneens de mogelijkheid om het energieopslagsysteem in verschillende fases te ontwikkelen.
Figuur 2.16 Stedenbouwkundige opzet [bron: Oog voor schoonheid landschapsarchitectuur, pagina 17]
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Zoals in paragraaf 2.2.1 toegelicht, bestaat het energieopslagsysteem uit verschillende bouwkundige onderdelen. Het totaal van deze onderdelen wordt nader uitgewerkt in een gedetailleerd bouwplan dat bij de aanvraag omgevingsvergunning 'bouwen' zal worden ingediend. Verhouding beeldkwaliteitplan en landschappelijk inpassingsplan Het landschappelijk inpassingsplan gaat over het inpassen van het plan in de omgeving en ziet dus met name toe op de randen van het plangebied. Het beeldkwaliteitplan gaat over de (stedenbouwkundige) inrichting van het plangebied. Verankering landschappelijke inpassing Ten behoeve van het verzachten van de effecten van de energieopslag op het landschap en de omgeving, rekening houdend met een gefaseerde aanleg van de energieopslag, is een landschappelijk inpassingsplan en een beeldkwaliteitplan opgesteld. Om er zeker van te zijn dat de landschappelijke inpassing ook feitelijk wordt gerealiseerd is het uitvoeren van een inpassingsplan als verplichting opgenomen in de planregels. Deze voorwaardelijke verplichting geeft ook aan aan welke voorwaarden de landschappelijke inpassing dient te voldoen. Door het vaststellen van onderhavig plan kan de gemeente Dronten het bijgevoegde beeldkwaliteitplan gebruiken bij de toetsing van de aanvraag omgevingsvergunning 'bouwen'.
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op nationaal niveau is nieuw omgevingsbeleid geformuleerd in de vorm van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI is een structuurvisie onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel met het NOVI, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland op basis van de nieuwe Omgevingswet die er aan komt. Het gaat daarbij om het uitzetten van een koers om opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, in goede banen te leiden. Het streven is daarbij de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en zoveel mogelijk te versterken.
De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken we aan onze prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Op land schiet de hoofdinfrastructuur voor transport en opslag van duurzame energie in gebieden soms nu al tekort. Naar 2050 toe neemt het aandeel duurzame energie alleen maar toe. Dan zijn veel meer aanpassingen aan de infrastructuur voor energie nodig. Ook de opgave voor ruimte voor de bronnen van duurzame energie zelf is groot. De NOVI geeft daarom richtingen mee die bij inpassing van energie-infrastructuur aandacht vragen voor de kwaliteit van de leefomgeving. De belangrijkste richting is de balans tussen beschermen en ontwikkelen. In het 'Rad van de Leefomgeving' zijn de richtingen weergegeven2 . Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie is een prioriteit in de NOVI.
De opgave is dan ook het waarborgen van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame bronnen (inclusief besparing), de aanpassing van de netwerken voor warmte, gas en elektriciteit en het inpassen en zoveel mogelijk beperken van de ruimtebehoefte voor opwekking, conversie, opslag en transport van energie. Ladder duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven, dat indien een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt, in de toelichting van het plan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden volgens de systematiek van de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit houdt in dat inbreiding voor uitbreiding gaat. In de Ladder voor duurzame verstedelijking heeft het Rijk een motiveringseis opgenomen die aan de ene kant gericht is op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en aan de andere kant op regionale afstemming om overprogrammering tegen te gaan. Omdat het voorgenomen energieopslagsysteem is voorzien pal naast en direct in aansluiting op het terrein van het transformatorstation van Windplan Groen en het onderstation van TenneT en Liander wordt voldaan aan de Ladder. Er wordt aansluiting gezocht bij het industriële terrein van het transformator- en hoogspanningsverdeelstation.
Tevens wordt naast het plangebied een windturbine opgericht en loopt ten zuiden van het plangebied de bestaande hoogspanningsverbinding. Conclusie rijksbeleid Het Rijk heeft hoge ambities met betrekking tot het vergroten van de opwek van duurzame energie. De productie van duurzame energie heeft een gevarieerd patroon (weersafhankelijk). Om vraag en aanbod
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018) op elkaar af te stemmen, zet het rijk in op flexibiliteit van het systeem. Opslag van energie in batterijen en daarmee regelbare levering aan het net passen binnen deze strategie van 'buffering'. Het Rijk stelt bovendien dat er voldoende ruimte gereserveerd moet worden voor de duurzame opwek en het transport van energie. Onderhavig plan draagt bij aan de uitvoering van het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Met de Omgevingsvisie FlevolandStraks (vastgesteld 8-11-2017) zet de provincie de koers uit voor de lange termijn. De ambities van de provincie zijn verwoord in kernopgaven. Binnen de kernopgave Duurzame Energie is er aandacht voor een slagvaardige aanpak van de energietransitie. Met een zo laag mogelijk energieverbruik en het zelf opwekken van energie zijn er straks in Flevoland alleen nog maar energieneutrale en energie producerende woningen en bedrijven. Er wordt onder andere gekoerst op: aardgasloze wijken, duurzame energieopwekking, isolatie van woningen, energiezuinige productiemethoden, energieopslag en smart grids. Programma Landschap van de Toekomst De structuurvisie 'Programma Landschap van de Toekomst' is vastgesteld op 13-10-2021. Dit programma presenteert de richtinggevende provinciale kijk op de waarde en identiteit van het Flevolandse landschap. Vanuit de kernkwaliteiten wordt een visie voor de toekomst geschetst. Eén van de thema's is 'regionaal perspectief voor energielandschappen'. Opgaven bij dit thema zijn: Inrichten van energielandschappen met een hoge ruimtelijke kwaliteit. Combineren van energielandschappen met opgaven als biodiversiteit en klimaatadaptie. Ontwikkeling van gebiedsgerichte inrichtingsprincipes voor energielandschappen die passen bij de kwaliteiten van een gebied of plek.
Ter overweging wordt aangegeven dat de energietransitie in het landschap vanuit een integraal langetermijnperspectief moet worden bekeken. Verbinding van energie aan andere ontwikkelingen zorgt voor koppelkansen. En voor een efficiënte en multifunctionele inrichting van een duurzaam energielandschap waarmee verrommeling wordt voorkomen. Verder wordt aangegeven dat toekomstbestendige energielandschappen moeten worden ingericht met zorgvuldigheid en een hoge ruimtelijke kwaliteit. Er dient aansluiting plaats te vinden bij de karakteristieken van een gebied of plek. Het realiseren van een energieopslagsysteem in het plangebied van een windpark, direct naast een hoogspanningsstation van TenneT/Liander en het transformatorstation GDG B.V., sluit aan bij de visie van een duurzaam energielandschap uit de structuurvisie 'Programma Landschap van de Toekomst'. Programma Energie in balans Flevoland Om de uitstoot van broeikasgassen flink te verminderen en verdere opwarming van de aarde te voorkomen, is meer duurzame energie nodig. Dit vraagt om duurzame energiesystemen. Daarbij gaat het niet alleen om innovatieve manieren van opwekking, maar ook het in balans brengen van vraag en aanbod, op de energiemarkt. Energieopslag speelt hierin een belangrijke rol. Opslag is volgens het programma 'Energie in balans Flevoland' één van de vier manieren om flexibiliteit te creëren.
Provincie Flevoland heeft de ambitie om dé proeftuin van Nederland te worden op het gebied van omvangrijke energieopslag. De opzet van de proeftuin is gebaseerd op vier pijlers, namelijk opslag in batterijen, opslag in warmte, opslag in waterstof en hybride oplossingen. Opslag in batterijen speelt een belangrijke rol in het beschikbaar houden van het elektriciteitsnet, als alternatief op netverzwaring, het opvangen van piek- en dalbelasting en het afstemmen van vraag en aanbod. Provincie Flevoland is hiervoor bij uitstek geschikt, vanwege de grootschalige opwek van winden zonne-energie. RES-regio Flevoland In Flevoland wordt er gewerkt aan een Regionale Energie Strategie (RES). Flevoland is één van 30 Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018) regio's in Nederland waarvoor een RES wordt opgesteld. In een RES schrijven regio's op hoe zij hun doelstellingen gaan bereiken en hoe zij gaan bijdragen aan het opwekken van 35 TWh aan hernieuwbare energie in 2030 in Nederland. De RES 1.0 is vastgesteld door alle Flevolandse gemeenteraden, de Algemene Vergadering van het Waterschap en Provinciale Staten. De RES 1.0 gaat over de uitvoering van beleid om hernieuwbare energie op te wekken waarover besluitvorming al heeft plaatsgevonden bij de provincie, de gemeenten en het waterschap. Veel projecten zijn binnen dit kader al uitgevoerd of volop in uitvoering. Alles bij elkaar resulteert dit naar verwachting in een productie van 5,81 TWh hernieuwbare energie in 2030. Dat is de Flevolandse bijdrage aan de landelijke opgave om in 2030 35 TWh duurzame energie op te wekken. In de RES wordt aandacht besteed aan duurzame opwek, het verduurzamen van warmte en energiebesparing. Maar ook energieopslag wordt steeds belangrijker geacht. De energiehuishouding van Flevoland kent namelijk grote schommelingen. Schommelingen worden veroorzaakt door een verschil in aanbod van duurzaam opgewekte energie. Opslag van energie kan ingezet worden als flexibiliteitsmiddel en zo dienen als alternatief voor netverzwaring. Opslag kan in batterijen of in waterstof.
Het voorgenomen energieopslagsysteem past daarmee binnen de doelstellingen uit de vastgestelde RES 1.0. Beleidsregel Kleinschalige Ontwikkelingen in het Landelijk gebied Op 17 juni 2008 is de Beleidsregel Kleinschalige Ontwikkelingen in Landelijk gebied vastgesteld door Gedeputeerde Staten (GS). Het doel van deze beleidsregel is om aan te geven hoe GS om wil gaan met de uitgangspunten die in het Omgevingsplan Flevoland 2006 zijn geformuleerd met betrekking tot kleinschalige ontwikkelingen in landelijk gebied. Het landelijk gebied van Flevoland heeft voor een groot deel een agrarische functie. Ontwikkelingen in de landbouwsector maken het wenselijk om meer ruimte aan te bieden aan kleinschalige niet-agrarische of agrarisch aanverwante functies en vergroting van (voormalige) agrarische bouwpercelen. De bestaande activiteiten en functies mogen hierdoor echter niet verhinderd worden, De nieuwe functies mogen niet leiden tot verstedelijking van het landelijk gebied en ze moeten landschappelijk, milieutechnisch en verkeerskundig goed worden ingepast. De ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw dienen behouden te blijven of verder te worden versterkt.
Om verstedelijking te voorkomen heeft GS bepaald dat niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalig) agrarische bouwpercelen mogelijk zijn, mits deze activiteiten in opzet en ontwikkelingsperspectief kleinschalig van karakter zijn en blijven. Daarbij geldt dat de schaal van de activiteit wordt bepaald door de aard, de omvang, de verkeersaantrekkende werking en het aantal werknemers. Voor niet-agrarische activiteiten geldt dat in totaal maximaal 30% van het (voormalig) agrarisch bouwperceel bebouwd mag worden. Het is niet toegestaan om niet-agrarische en/of agrarische aanverwante activiteiten te realiseren die qua aard, omvang, verkeersaantrekkende werking en aantal werknemers primair thuishoren op een bedrijventerrein of industrieterrein dan wel in of aansluitend aan de bebouwde kom. Deze regel is volgens het beleid in ieder geval van toepassing voor activiteiten die vallen in de milieucategorie 4 of hoger. Omgevingsprogramma Op 27 februari 2019 is het Omgevingsprogramma Flevoland vastgesteld en op 15 maart 2019 is het Omgevingsprogramma in werking getreden. Inmiddels zijn er door de Provinciale Staten van Flevoland verschillende beleidsstukken vastgesteld welke hebben gezorgd voor wijzigingen in het beleid. In het Geconsolideerd Omgevingsprogramma Flevoland zijn deze beleidswijzigingen verwerkt.
Provincie Flevoland wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden van het landelijk gebied meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. In Flevoland is sprake van verdergaande schaalvergroting en herstructurering. De provincie wil agrarische bedrijvigheid die zich in de eerste plaats richt op duurzame productie en verwerking van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven. Bovendien wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied om het economisch draagvlak te verbreden en deze te verweven met de bestaande landbouwfunctie.
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
In principe is vestiging van activiteiten die bij uitstek thuishoren op een bedrijventerrein of aansluitend aan het bebouwde gebied niet toegestaan. Tevens moeten de activiteiten kleinschalig van karakter zijn. Effecten die milieuhygiënisch, landschappelijk en verkeerskundig ongewenst zijn wil de provincie voorkomen. De nieuwe functies mogen de landschappelijke en cultuurhistorische kern- en basiskwaliteiten van het gebied niet aantasten. De provincie ziet erop toe dat de mogelijkheden van verstedelijking in landelijk gebied voldoende wordt gemotiveerd. De motivering moet aantonen waarom de ontwikkeling in landelijk gebied moet plaatsvinden. Op basis van het Omgevingsprogramma Flevoland, onderdeel 1.3.1, is er een experimentenkader voor dit initiatief doorlopen. Het kader geeft een ruimtelijke motivering voor het voorgenomen energieopslagsysteem in het buitengebied van de gemeente Dronten. Het kader is door Gedeputeerde Staten en door Provinciale Staten goedgekeurd. Het initiatief kan hierdoor vanuit de provincie ruimtelijk mogelijk worden gemaakt. Conclusie provinciaal beleid De provincie Flevoland is een ambitieuze provincie en maakt zich hard voor de energietransitie. Naast opwekking van duurzame energie onderschrijft de provincie ook het belang van energieopslag.
In het programma 'Energie in balans Flevoland' noemt de provincie opslag in batterijen als een belangrijke manier om flexibiliteit te creëren op het energienet. De provincie ziet zichzelf als dé proeftuin voor energieopslagsystemen. Het energieopslagsysteem is bij uitstek een functie voor de lange termijn: gedurende lange periode kan er energie worden gebalanceerd. Een grootschalig energieopslagsysteem in het buitengebied is echter niet in lijn met de Beleidsregel Kleinschalige Ontwikkelingen in het Landelijk gebied en het omgevingsprogramma, waarin grootschalige verstedelijking in het buitengebied als onwenselijk wordt gezien. Omdat het energieopslagsysteem is gelegen in de directe nabijheid van andere grootschalige energie-infrastructurele voorzieningen in het buitengebied en bijdraagt aan doelstellingen van de provincie op het gebied van de energietransitie kan alsnog uitvoering worden gegeven aan onderhavig plan door het doorlopen van het Experimenten Kader. Dit kader is inmiddels doorlopen voor onderhavig project en hierdoor kan het planologisch regime op experimentele basis worden verruimd. In de nabijheid van de beoogde locatie zullen ook windturbines, het transformatorstation, het onderstation en de hoogspanningsverbindingen bepalend zijn voor de uitstraling. Het energieopslagsysteem wordt dus geplaatst in het al bestaande energielandschap.
Het energieopslagsysteem heeft een industriële uitstraling en past bij de uitstraling van de andere installaties. Door het combineren van deze energie-functies in het landschap wordt verrommeling voorkomen en wordt juist gebruik gemaakt van de koppelkansen die het transformatorstation biedt. Het initiatief is vanuit de provincie ruimtelijk mogelijk gemaakt door middel van een experimentenkader. Dit kader is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten.
3.3
Gemeente Dronten
Regionale Energiestrategie De gemeente Dronten heeft de RES 1.0 vastgesteld. Zoals in paragraaf 3.3 is benoemd wordt er in de RES onder andere ingezet op opslag van energie. Doordat de gemeente de RES 1.0 heeft vastgesteld is er ook ingestemd met energieopslag als richting om te verkennen. Klimaatbeleidsplan In december 2017 heeft Aeres Hogeschool Dronten het klimaatbeleidsplan 'Dronten, meer dan klimaatneutraal' opgesteld. Het klimaatbeleidsplan is door de raad op 25 januari 2018 vastgesteld. In dit plan wordt ingegaan op de huidige stand van zaken en vervolgens wordt besproken hoe de gemeente kan blijven groeien op het gebied van duurzaamheid. De rol van de gemeente is in eerste instantie vooral gericht op 'het faciliteren van ontwikkelingen' en 'informeren' om het doel van de transities te bereiken. Voor het welslagen van de transities zijn in het klimaatbeleidsplan drie belangrijke sporen opgenomen: duurzaam gedrag, duurzame technologie en duurzame organisatie. Voor een transitie naar een
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018) klimaatneutraal Dronten zijn verschillende duurzame technologieën belangrijk. In het klimaatbeleidsplan wordt gesteld dat naast windmolens en zonnepanelen ook de opslag van energie erg belangrijk is. Op die manier kan piekenergie worden opgeslagen en worden gebruikt op een ander moment. Conclusie gemeentelijk beleid In het RES 1.0 wordt, onder andere, ingezet op de opslag van energie. Het klimaatbeleidsplan geeft aan dat naast windmolens en zonnepanelen ook de opslag van energie erg belangrijk is om balans te creëren op het energienet en daarmee uiteindelijk een klimaatneutraal Dronten te realiseren. Onderhavig plan past binnen het beleid van de RES 1.0 en binnen de ambities van het klimaatbeleidsplan. Daarmee sluit het aan op het gemeentelijk beleid.
26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
4.1
Bedrijven en milieuzonering
4.1.1
Toetsingskader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009). Een richtafstand is de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Kortere afstanden zijn dus mogelijk, een richtafstand is geen wettelijke norm, maar dat vereist dan onderzoek en onderbouwing op maat. 4.1.2
Onderzoek
Het bedrijfsmatig grootschalig opslaan van energie in een energieopslagsysteem is niet vermeld in de VNG-publicatie. Gezien de op het terrein te realiseren componenten en bijbehorende milieueffecten is het systeem (bedrijf) het meest te vergelijken met elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen. Het aspect geluid is voor deze categorie bedrijven maatgevend voor de richtafstand tussen het bedrijf en gevoelige functies. Uitgaande van een voorzien vermogen van 200 MW voor het energieopslagsysteem zullen ongeveer 40 transformatoren gerealiseerd worden met een vermogen van 5 MVA3 per stuk en 19 transformatoren met vermogen van 10 MVA per stuk. Uitgaande van een vermogen van 200 MVA kan het systeem vergeleken worden met elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen tussen de 100 en 200 MVA. Voor deze bedrijven geldt een generieke grootste minimaal aan te houden richtafstand van 100 meter tot aan een rustige woonwijk. De omgeving van het plangebied is te kenmerken als gemengd agrarisch gebied waardoor een kortere richtafstand kan worden gehanteerd van 50 meter. De grens van het terrein voor DEO is gelegen op circa 310 meter van de dichtstbijzijnde woning. Hierdoor wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering'.
Overigens wordt ook voldaan aan de richtafstand voor elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen tussen de 200 en 1000 MVA, deze is 200 meter voor het aspect geluid. Omdat het energieopslagsysteem niet volledig vergelijkbaar is met een transformatorstation, en gezien de omvang van het terrein, is besloten een nader geluidsonderzoek uit te voeren (zie paragraaf 4.2). Voor het aspect gevaar geldt een kortere aan te houden afstand van 50 meter ten opzichte van een rustige woonwijk voor een transformatorvermogen van 10-200 MVA en een aan te houden afstand van 50 meter voor een transformatorvermogen van 200-1000 MVA. Aan deze richtafstanden wordt ook ruimschoots voldaan. 4.1.3
Conclusie
Vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Voor de volledigheid is nader onderzoek uitgevoerd naar het aspect geluid.
4.2
Geluid
4.2.1
Toetsingskader
Verschillende onderdelen van een energieopslagsysteem zullen geluid produceren als het systeem in bedrijf is. Het geluid is met name afkomstig van omvormers, transformatoren en de batterijen. Op het energieopslagsysteem is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (verder te noemen: Activiteitenbesluit) van toepassing, omdat het energieopslagsysteem een niet-vergunningplichtige inrichting is op grond van de Wet milieubeheer (Wm). Het energieopslagsysteem wordt aangemerkt als niet-vergunningplichtige Wm-inrichting, zoals bedoeld in artikel 1.1 onder a van bijlage I, onderdeel C, categorie 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Uit dit
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018) artikel volgt dat er sprake is van een niet-vergunningplichtige inrichting wanneer er één of meer elektromotoren aanwezig zijn met een vermogen, of een gezamenlijk vermogen, groter dan 1,5 kilowatt (kW). Dit wel met dien verstande dat bij berekening van het gezamenlijk vermogen een elektromotor met een vermogen van 0,25 kW of minder buiten beschouwing blijft. Het energieopslagsysteem bestaat uit meer dan 1,5 kW aan elektromotorisch vermogen door de aanwezigheid van de koelsystemen en valt daarmee onder de directe werking van het Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit zijn de in Figuur 4.1 opgenomen, voor het project relevante, geluidgrenswaarden opgenomen (artikel 2.17).
Figuur 4.1 Artikel 2.17 Activiteitenbesluit
De optredende geluidniveaus als gevolg van het energieopslagsysteem worden getoetst aan de grenswaarden in artikel 2.17 Activiteitenbesluit. Bij de toetsing wordt het zogenaamde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau' LAr,LT in dB(A) gehanteerd; deze grootheid wordt bepaald per etmaalperiode (dag, avond en nacht). De etmaalwaarde Letmaal van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A) met betrekking tot een inrichting of een industrieterrein is het hoogste van de volgende drie niveaus: Ldag (= LAr,LT); dag: 07.00-19.00 uur; Lavond (= LAr,LT) + 5 dB; avond: 19.00-23.00 uur; Lnacht (= LAr,LT) + 10 dB; nacht: 23.00-07.00 uur. Voor DEO geldt volgens het Activiteitenbesluit (Figuur 4.1 onder a) een norm van 50 dB Letmaal tussen 7:00 uur en 19:00 uur, op de gevel van gevoelige gebouwen. De 50 dB Letmaal waarde betekent dat de inrichting in de nacht moet voldoen aan een grenswaarde van 40 dB op de gevel van gevoelige gebouwen. Gezien de aard van het energieopslagsysteem (24 uur per dag in bedrijf, afhankelijk van vraag en aanbod energie) zullen de waardes in de nacht maatgevend zijn voor de ruimtelijke inpasbaarheid van het systeem.
Indien het geluid ter plaatse van de gevoelige objecten als tonaal worden beoordeeld, dient een toeslag van 5 dB in rekening te worden gebracht op bij de toetsing op de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (het geluid wordt 5 dB strenger beoordeeld). Op basis van door leveranciers van opslagsystemen aangeleverde octaafbanden kan worden aangenomen dat het geluid afkomstig van de componenten een tonaal karakter heeft. Of het geluid van het energieopslagsysteem ter plaatse van de gevoelige objecten daadwerkelijk als tonaal wordt herkend, hangt met name af van de geluidniveaus afkomstig van het energieopslagsysteem in relatie tot het ter plaatse aanwezige achtergrondgeluid.
28
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
4.2.2
Onderzoek
Voor het energieopslagsysteem is een geluidsonderzoek uitgevoerd. In het uitgevoerde onderzoek (Bijlage 1) is getoetst aan de criteria zoals beschreven onder het toetsingskader. Voor de uitgangspunten van het gehanteerde rekenmodel wordt eveneens verwezen naar Bijlage 1. Voor het energieopslagsysteem is een conservatief scenario geformuleerd (volledig terrein ingevuld, 100% load, inclusief tonaliteitstoeslag, geen geluidmitigatie) met het aantal transformatoren, omvormers en batterij-units. Dit scenario is in onderstaande tabel weergegeven.
Tabel 4.1 Doorgerekend scenario
Tabel 4.2 Nabijgelegen woningen
Rekenresultaten Zonder aanvullende maatregelen leidt doorrekening van het scenario voor het energieopslagsysteem tot de rekenresultaten zoals weergegeven in Tabel 4.1. De geluidcontouren voor 50 dB Letmaal mét en zonder 5 dB(A) tonaliteitstoeslag zijn weergegeven in de bijlage van Bijlage 1. De 50 dB Letmaal contour, komt voor deze situatie overeenkomt met de 40 dB Lnacht (LAr,LT in de nachtperiode) contour.
Tabel 4.3 Geluidsniveaus nabijgelegen woningen bij full load omvormers, transformatoren en batterijen
Met de conservatieve uitgangspunten (volledig terrein ingevuld, 100% load, inclusief tonaliteitstoeslag, geen geluidmitigatie) wordt niet overal voldaan aan een geluidbelasting van 50 dB Letmaal. Omdat er voor het energieopslagsysteem geen onderscheid is tussen dag, avond of nacht, is de nachtperiode maatgevend vanwege de straffactor van 10 dB.
Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Dronten - Dronter Energie Opslag Olsterpad (D4018)
Om te rekenen met realistische uitgangspunten is gekeken naar het daadwerkelijk gebruik en geluidsproductie van het EOS in de nacht. Ter plaatse van meteostation Lelystad is in 2021 geen nacht geweest waarin de gehele nachtperiode de temperatuur boven 25 graden Celsius was. Daarom is er een aanvullende berekening uitgevoerd waarbij de omvormers op 50% load opereren, hetgeen een meer representatieve bedrijfssituatie is dan full load. Full load komt namelijk enkel voor bij temperaturen boven de 25 graden Celsius. De geluidbronvermogens van de omvormers zijn in dat geval verminderd met 7 dB(A), conform de specificaties. De geluidbelastingen van een representatieve bedrijfssituatie van een 200 MW/1600 MWh opstelling zijn hieronder weergegeven in Tabel 4.4. De contouren staan weergegeven in Figuur 4.2.
Tabel 4.4 Geluidsniveaus nabijgelegen woningen bij representatieve bedrijfssituatie