CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)_ontwerp_1 (581012).pdf

Raadsvergadering 29 mei 2024, gemeente DrontenBij agendapunt: 7c: AKKOORD Raadsvoorstel Vaststelling ontwerpbestemmingsplan Drontermeerdijk 13, Dronten21.008 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het gaat om de bouw van een receptiegebouw van maximaal 20 m2. Omdat dit gebouwtje op zeer korte afstand van de loods staat, kan worden aangenomen dat het ecologisch onderzoek uit 2019 bruikbaar is voor deze ontwikkeling. Ook omdat de omstandigheden nadien niet zijn gewijzigd. Flora Op de plek zijn geen beschermde plantensoorten of plantensoorten van de Rode Lijst aangetroffen. Omdat de plaats van het receptiegebouwtje is verhard, is deze conclusie onveranderd. Zoogdieren Vleermuizen Door de aanwezigheid van beplanting en oppervlaktewater is het plangebied en omgeving geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Van belangrijk of Toelichting

41

onmisbaar foerageergebied is geen sprake. In de directe omgeving zijn voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig in de vorm van bosranden, bomenrijen en wateren. na 2019 zijn geen bomen gekapt waardoor de alternatieve foerageergebieden nog in tact zijn. Vervolgonderzoek ten aanzien van foerageergebieden van vleermuizen is dan ook niet noodzakelijk. Door de aanwezigheid van bomen aan de westrand van het plangebied wordt dit mogelijk gebruikt als vliegroute. Door het bouwplan worden geen (delen van) (onmisbare) opgaande lijnvormige structuren verwijderd, waardoor eventuele vliegroutes worden aangetast. Vervolgonderzoek ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen is ook nu niet aan de orde. Overige zoogdieren Vaste verblijfplaatsen van zoogdieren die zijn opgenomen op de Habitatrichtlijn, zoals Otter, werden op basis van de terreinkenmerken, het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Deze conclusie is onverminderd van toepassing waardoor voor deze soorten vervolgonderzoek niet aan de orde is. Verblijfplaatsen van nationaal beschermde soorten zonder provinciale vrijstelling, zoals Eekhoorn, werden op basis van terreinkenmerken, het veldbezoek en bekende terreingegevens uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn ook nu niet aan de orde. In het plangebied werden vaste verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdierensoorten aangetroffen en/ of verwacht.

Dit zijn onder andere Egel, Huisspitsmuis, Bosspitsmuis spec., Bosmuis en Rosse woelmuis. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt in de provincie Flevoland automatisch vrijstelling van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren ook nu niet aan de orde is. Broedvogels In het plangebied en in de nabije omgeving (zone van 100 meter) werden geen broedvogels met jaarrond beschermde nesten en onmisbare foerageergebieden voor deze soorten aangetroffen of verwacht. Gezien de beperkte omvang van het gebouw, het gegeven dat er geen bomen gekapt hoeven te worden is ook nu vervolgonderzoek naar deze soorten niet aan de orde. Door de aanwezigheid van bomen en struweel direct naast het plangebied is 42

Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)

broedbiotoop aanwezig voor algemene vogelsoorten zoals Merel, Koolmees, Zwarte kraai, Roodborst, Winterkoning, Houtduif en Ekster. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Bij uitvoering van werkzaamheden moet nagegaan worden of nog bewoonde nesten van een vroeg of laat in het seizoen broedende soorten zoals houtduif aanwezig zijn in het plangebied. Uitgangspunt zal zijn om geen werkzaamheden uit te voeren in het broedseizoen. Amfibieën Voortplanting en overwintering van amfibieën met een zwaarder beschermingsregime werden op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van vrijgestelde beschermde amfibieën geschaad worden, zoals Gewone pad en Bruine kikker. Ook in de situatie voor de bouw van het receptiegebouwtje geldt automatisch vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is. Overige soortgroepen Op basis van terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens werd in het plangebied geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van overige soorten uit de Wet natuurbescherming.

Het nemen van vervolgstappen is ook nu niet aan de orde voor de soortgroep over soortgroepen (reptielen, vissen, ongewervelden). Conclusie Het aspect natuur en ecologie levert geen belemmeringen op voor het bouwen van de loods. 4.2

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een ruimtelijk plan worden beschreven op welke manier rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden in het plangebied. Toelichting

43

De gebouwen binnen het plangebied zijn niet aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument. In het plangebied zelf komen dan ook geen specifieke cultuurhistorische waarden voor. Archeologie Ter bescherming van eventuele archeologische waarden in de bodem is de Erfgoedwet van toepassing. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. Voor het plangebied is geen dubbelbestemming 'Waarde-archeologie' van toepassing. Het omgevingsaspect archeologie vormt daarom geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Conclusie Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie en archeologie zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.3

Waterparagraaf

Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Op basis van inhoudelijke beoordeling van de ontwikkeling is de normale procedure van toepassing voor de watertoets. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig. Wet- en regelgeving en beleid De belangrijkste wet- en regelgeving en beleid op het gebied van water is hier opgenomen. 44

Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)

KRW De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoerenschoonhouden, scheiden en zuiveren. Waterwet De Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden.

Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Op grond van o.m. de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Toelichting

45

Het ‘gebiedseigen water’ wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). De waterschapsverordening vervangt de Keur bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022-2027. Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009).

In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. Het programma geeft invulling aan de Europese richtlijnen waaronder de KRW, Richtlijn overstromingsrisico’s, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie en de EU-richtlijn Marine Spatial Planning. Het programma geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten. Watervisie en Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De Watervisie verbindt waterthema’s en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgt dat er ook in de toekomst voldoende water 46

Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)

is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater." Waterveiligheid - primaire waterkeringen op orde Streefbeeld: Het buitenwater is een reële bedreiging voor de veiligheid in Flevoland. Waterkeringen beschermen Flevoland tegen deze bedreiging. Het waterschap wil de veiligheid ook in de toekomst blijven waarborgen. Door te werken aan veilige, robuuste en duurzame waterkeringen anticipeert het waterschap op sociale, ruimtelijke, economische en klimatologische ontwikkelingen. Om de veiligheid met primaire keringen te waarborgen wordt bij ruimtelijke planvorming rekening gehouden met waterhuishoudkundige eisen voor de korte en lange termijn. Dit conform het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Ministerie I&M, 2012). Ten behoeve van de veiligheid, beheerbaarheid en de benodigde ruimte voor toekomstige ontwikkelingen geldt een beperking voor handelingen op of in de nabijheid van de waterkering. Daarvoor zijn een kering en zijn omgeving in zones opgedeeld. Zie ook afbeelding 10. In sommige gevallen worden gebouwen, windmolens, kabels en leidingen en beplanting toch toegestaan. Voor nader bepaalde handelingen wordt dan ontheffing verleend op het verbod met een watervergunning. De belangrijkste voorwaarde is dat het waterkeringbelang en het beheer en onderhoud niet in het geding komen.

Afbeelding 10: beschermingszones Drontermeerdijk (bron: Waterschap Zuiderzeeland) De volgende zones worden door het Waterschap onderscheiden: a. kernzone waterkering; Toelichting

47

b. binnenbeschermingszone; c. tussenbeschermingszone; d. buitenbeschermingszone. De beleidslijn is dat in kernzone a niet mag worden gebouwd en in zone b bij hoge uitzondering. Ten aanzien van zone c geldt voor bouwen de vergunningplicht en gelden voor de zone d weinig tot geen beperkingen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is aangegeven dat een beschermingszone ook in bestemmingsplannen dient te worden verankerd. Om voldoende rekening te houden met de waterstaatkundige belangen worden aan de gronden die zijn gelegen in genoemde beschermingszone(s) van de primaire waterkering de juiste bestemming of gebiedsaanduiding toegekend in een ruimtelijk plan. De inperking van de bouwmogelijkheden op grond van de Keur (uitgewerkt in de legger, het waterschapsbeleid en het waterbeheerplan) geldt ongeacht of dit in een ruimtelijk plan is opgenomen. De gemeente zal een leggerwijziging uiteindelijk verwerken in de relevante bestemmingsplannen. Het plangebied ligt voor het overgrote deel in de tussen- en de buitenbeschermingszone. Het receptiegebouw wordt in de tussenbeschermingszone gerealiseerd. De grondgebonden kampeermiddelen komen in de binnen- en tussenbeschermingszone te liggen. Ook het terras, de speelvoorziening met tentoverkapping en verrijdbare schaftketen (escaperoom) liggen in de tussenbeschermingszone.

Deze kernzone ligt geheel buiten de grens van het voorliggende bestemmingsplan. Toets planvoornemen Het plangebied ligt buiten de kernzone van de dijk. De ontwikkelingen die met het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zijn beperkt. Voor de grondgebonden kampeermiddelen en de receptie worden een watervergunning in het kader van de waterveiligheid aangevraagd. Het toiletgebouw van de camping is een bestaande voorziening. Uit het overleg met het waterschap op 22 november 2023 is gebleken dat hiervoor geen watervergunning is aangevraagd. Deze zal daarom in de vergunningaanvraag ook worden meegenomen net als het bestaande terras. Verder heeft het waterschap aangegeven dat met de voorgenomen plannen het waterkeringbelang en het beheer en onderhoud niet in het geding komen. 48

Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)

Beleid primaire waterkeringen voor windmolens, kabels en leidingen en beplantingen Het Waterschap Zuiderzeeland is, volgens de Waterschapswet en het Reglement van Waterschap Zuiderzeeland, als beheerder verantwoordelijk voor circa 208 kilometer primaire waterkering. De veiligheid van de keringen en de mogelijkheid voor toekomstige dijkversterkingen kan negatief worden beïnvloed door de aanwezigheid van elementen op, in of nabij de dijk, zoals bebouwing, windmolens, kabels & leidingen, beplantingen. Objecten op, in of nabij de waterkering, die geen onderdeel uitmaken van de waterkering beïnvloeden de veiligheid en stabiliteit van waterkeringen. Hierbij moet worden gedacht aan bebouwing, windmolens, beplantingen en kabels en leidingen. Het aanbrengen van deze elementen heeft namelijk een direct effect op de ondergrond. Toets planvoornemen De grondgebonden kampeermiddelen, het receptiegebouw en het toiletgebouw staan op platen op de grond. Deze bebouwing heeft daarom geen invloed op de stabiliteit van de waterkering. Het receptiegebouw wordt gebouwd binnen de tussenbeschermingszone van de waterkering. Omdat het gebouw op stelconplaten wordt gefundeerd (die al aanwezig zijn), zal er nagenoeg geen roering van de bodem plaatsvinden. Het gebouw ligt bovendien buiten de kernzone van de waterkering en de binnenbeschermingszone.

De safaritenten / blokhutten worden en het toiletgebouw is, net als het receptiegebouw, ook op de grond geplaatst. Ook deze bouwwerken hebben geen negatieve invloed op de waterkering. Gebiedsaanduiding Vrijwaringszone – dijk De locatie van At Sea ligt geheel buitendijks binnen de beschermingszones van een primaire waterkering de Drontermeerdijk. Ter bescherming van de waterkering is de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - dijk' van toepassing op het hele plangebied. In artikel 40.6 van het vigerende bestemmingsplan zijn de algemene aanduidingsregels opgenomen. Hierin is ten aanzien van het bouwen van bouwwerken bepaald dat op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze Toelichting

49

gebiedsaanduiding. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze aanduiding, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer te water, zal ten hoogste 2,00 m bedragen. Door middel van een omgevingsvergunning kunnen B&W afwijken van de bouwregels, in die zin dat in de daar voorkomende bestemmingen genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits vooraf advies is ingewonnen bij het waterschap. Het toestaan van bouwwerken ten behoeve van de basisbestemming, zal alleen kunnen worden toegestaan als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming, ophoging, verbreding en verbetering van het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen waterkering. Proces van de watertoets Op woensdag 29 november 2029 is de digitale watertoets gedaan. Uit deze toets volgt dat de normale procedure van toepassing is. De actuele teksten van de wet- en regelgeving en het beleid zijn afkomstig uit het toetsresultaat van de watertoets en verwerkt in deze paragraaf. Over de wijzigingen en deze paragraaf heeft afstemming met het waterschap plaatsgevonden. Voldoende water Wateroverlast Het beoogde voornemen heeft in beginsel beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. De toename van het verhard oppervlak van permanente bebouwing is slechts maximaal 20 m2.

Compensatie van verharding is daarom niet aan de orde. Schoon water - goed omgaan met afvalwater Streefbeeld: Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling of regulering van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Toets planvoornemen Het planvoornemen heeft een beperkte invloed op de hoeveelheid afvalwater dat vrijkomt. De uitbreiding van het terras en de aansluiting van een aantal 50

Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)

grondgebonden kampeermiddelen op het IBA systeem zal de hoeveelheid huishoudelijk afvalwater doen toenemen. Het kampeerseizoen blijft gelijk, waardoor dit geen effect heeft op de hoeveelheid afvalwater. Initiatiefnemer heeft de afgelopen periode in samenwerking met Lutra en RTK het IBA systeem geoptimaliseerd. Conform de voorschriften wordt het afvalwater dat de IBA verlaat bemonsterd. Indien nodig wordt het systeem bijgesteld om te kunnen voldoen aan de lozingsvoorschriften. In verband met de aansluiting van nieuwe voorzieningen op het IBA systeem wordt bij het waterschap een melding gedaan in het kader van het Activiteitenbesluit. Grondwater Er wordt geen ondergrondse bebouwing gerealiseerd. De bouw van de loods heeft daarom geen gevolgen voor eventuele grondwaterstromen in en nabij het plangebied. Rijkswaterstaat Om de veiligheid met primaire keringen te waarborgen wordt bij ruimtelijke planvorming rekening gehouden met waterhuishoudkundige eisen voor de korte en lange termijn. Dit conform het besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (ministerie I&M, 2012). Het plangebied valt binnen het waterstaatsbeheergebied van Rijkswaterstaat (RWS). Het gebied valt verder binnen Droge oevergebieden. Voor het gebied zelf heeft RWS niet het waterkwantiteits en waterkwaliteitsbeheer, wel voor het naastgelegen Drontermeer.

Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de loods (afwijken en bouwen) in 2019 heeft Rijkswaterstaat aangegeven dat zij er van uitgaan dat haar belangen via de nog aan te vragen watervergunning worden geborgd. Ook nu is er wederom sprake van het aanvragen van een watervergunning. Hierdoor zullen ook bij het voorliggende plan de belangen van Rijkswaterstaat worden geborgd. Aanvullend kan worden aangegeven dat initiatiefnemer een beheerder in dienst heeft speciaal om de stranden goed te kunnen onderhouden / beheren. De beheerder is woonachtig op het terrein van At Sea. ’s Avonds wordt ongewenst bezoek weggestuurd van het strand en de parkeerplaats en overdag wordt het terrein onderhouden. De beheerder is daarbij ook verantwoordelijk voor het opruimen van achtergelaten vuil / verontreinigingen. Door middel van een Toelichting

51

beheersovereenkomst is dit beheer / onderhoud formeel geregeld. Voorkomen afspoeling van vuil en verontreinigingen Onderdeel van het plan is de verplaatsing van de dagkampeerplaatsen naar de grasstrook dichter bij het meer. Initiatiefnemer zal bij deze nieuwe plek extra vuilnisbakken plaatsen. Verder zal de beheerder erop toe zien dat er geen vuil/verontreiniging afspoelt richting het Drontermeer. De kans dat bij hogere waterstanden vuil/verontreiniging afspoelen vanuit het IBA-systeem of de grondgebonden kampeermiddelen wordt zeer klein geacht. Het IBA-systeem ligt aan de achterzijde van het pand op relatief grote afstand van het meer. De grondslag is hier een behoorlijk stuk hoger dan bij het water. De grondgebonden kampeermiddelen staan op ruime afstand van het water. Bovendien liggen de vlonders, waarop de safaritenten zijn gebouwd, zo'n 50 centimeter boven het maaiveld. Verontreinigingen vanuit de grondgebonden kampeermiddelen richting het Drontermeer worden daarom, ook bij hoge(re) waterstanden, niet verwacht. Conclusie Het plaatsen van het receptiegebouw en de grondgebonden kampeermiddelen in de tussenbeschermingszone van de Drontermeerdijk is vergunningplichtig op grond van de Keur Waterschap Zuiderzeeland 2017. Een watervergunning wordt aangevraagd. Voor de extra lozing van huishoudelijk afvalwater wordt een melding in het kader van het Activiteitenbesluit gedaan.

Het planvoornemen zal geen negatief effect hebben op de waterkwaliteit van het Drontermeer. Door het plaatsen van extra vuilnisbakken bij de dagkampeerplaatsen en het gevoerde beheer wordt vervuiling voorkomen. 4.4

Bedrijven en milieuzonering

Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden 52

Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)

uitgesloten. Onderzoek De locatie van At Sea aan de Drontermeerdijk 13 ligt op een afstand circa 185 meter van het recreatiebedrijf aan de overzijde van de weg. Het planvoornomen voorziet niet in nieuwe gevoelige bestemmingen. Volgens de brochure geldt voor kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) (SBI-code 552) een richtafstand van 50 meter ten opzichte van woningen, vanwege het milieuaspect geluid. Voor de milieuaspecten geur en gevaar geldt een richtafstand van 30 meter. Bij uitbreidingen op het recreatieterrein dient met deze afstand rekening te worden gehouden. In het voorliggende geval is er geen sprake van een uitbreiding van het kampeerterrein. Omdat de bestaande afstand ruim meer is dan 50 meter, is er sprake van voldoende ruimtelijke scheiding. De enkelbestemming 'Horeca' wordt van vorm gewijzigd, waarbij deze niet opschuift in de richting van het kampeerterrein van derden. Een restaurant valt onder milieucategorie 1 (SBI-code 561). Ten opzichte van milieugevoelige objecten geldt dat een afstand van 10 meter in acht moet worden genomen. Binnen een straal van 210 meter vanaf het bestemmingsvlak 'Horeca' zijn geen milieugevoelige objecten aanwezig. Er wordt voldaan aan de richtafstanden zoals deze op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangehouden dient te worden.

Conclusie Vanuit de milieuzonering bestaan dan ook geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.5

Geluid

Conform de Wet geluidhinder moeten woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen worden aangemerkt als geluidgevoelige bebouwing. Als geluidgevoelige terreinen zijn terreinen behorende bij gezondheidszorggebouwen (exclusief ziekenhuizen), terreinen behorende bij verpleeghuizen en woonwagenstandplaatsen aangewezen. Toelichting

53

Onderzoek Het planvoornemen voorziet niet in de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen en/of terreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Ook de grondgebondenkampeermiddelen kunnen, gezien de beperkte verblijftijd van de personen die zich erin bevinden, niet worden aangemerkt als geluidgevoelige objecten. Een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai, industrielawaai of spoorweglawaai is derhalve niet aan de orde. Het plangebied ligt volledig binnen de gebiedsaanduiding 'geluidzone - weg'. Voor het bouwen van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - weg' geldt dat toelaatbaar geluidgevoelig gebouw, of de uitbreiding daarvan, slechts mag worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer van de gevels van deze geluidgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere grenswaarde. Omdat het planvoornemen niet voorziet in de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen, bestaat geen strijdigheid met de regels van deze gebiedsaanduiding. Conclusie Gelet op vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling. 4.6

Bodem

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. De onderzoeksplicht is van toepassing bij bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven, bijvoorbeeld om te werken, onderwijs te geven of te genieten. Uit de toelichting op de Woningwet blijkt dat met bovenstaande omschrijving wordt bedoeld 'enige tijd' oftewel een verblijfsduur van twee of meer uren per (werk) dag. Het gaat daarbij niet om een enkele keer twee of meer uren, maar om een meer structureel (over een langere periode dan een dag) verblijven van dezelfde mensen in een gebouw. 54

Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)

Onderzoek De verblijfstijd van een persoon in het receptiegebouwtje zal gemiddeld korter dan 2 uur per dag bedragen. Wat verder van belang is, is dat het gebouwtje wordt gefundeerd op stelconplaten. Er vindt geen noemenswaardige grondroering of ander grondverzet plaats. Er hoeft geen bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Het kampeerterrein is reeds bestemd voor het plaatsen van kampeermiddelen. Er is geen sprake van een verandering in het gebruik van het kampeerterrein die het uitvoeren van een bodemonderzoek noodzakelijk maakt. Bovendien is het kampeerterrein, gelet op de aard, geen belemmering vormt voor de bodemkwaliteit. Ook ter plaatse van het kampeerterrein hoeven er geen bodemingrepen te worden verricht. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit staat de uitvoering van het plan niet in de weg. 4.7

Luchtkwaliteit

Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor plannen die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Een verslechtering van de luchtkwaliteit is veelal het gevolg van een toename van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Onderzoek Alleen bij een toename van enkele honderden verkeersbewegingen per dag is sprake van een verslechtering van de luchtkwaliteit. Met het planvoornemen wordt geen uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten voorzien. Het staat daarom vast dat de ontwikkeling een dergelijk toename niet tot gevolg heeft. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor het uitvoeren van de Toelichting

55

voorgenomen ontwikkeling. 4.8

Externe veiligheid

De externe veiligheid gaat over het beheersen van risico's. Daarbij gaat het om risico's die worden veroorzaakt door risicovolle inrichting, het transport van gevaarlijke stoffen over de weg en door buisleidingen. Onderzoek Op basis van de Atlas Leefomgeving is vastgesteld dat in de directe nabijheid van het plangebied geen risicovolle inrichtingen gelegen. Ook vindt er geen vervoer plaats van gevaarlijke stoffen per weg, water, spoor of buisleiding. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.9

Kabels en leidingen

Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteits- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het projectgebied lopen geen hoofdkabels of -leidingen. Ook liggen er geen relevante zones over het plangebied. 4.10

M.e.r.-beoordeling

In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig (onderdeel C en D), projectmer-plichtig (onderdeel C) of mer-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn.

56

Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)

Een wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (waar een restaurant onder valt) valt onder categorie D 11.2 van het besluit m.e.r.. Omdat de horacebestemming qua oppervlakte gelijk blijft, is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. In de drempelwaarden lijst D is opgenomen (onder D10) dat bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een permanent kampeerterrein direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is in gevallen waarin de activiteit betrekking dient dan betrekking te hebben op een oppervlakte van minimaal 10 ha. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan overstijgt niet deze drempelwaarde, zoals genoemd onder het Besluit m.e.r., daarnaast blijft het kampeerterrein qua oppervlakte nagenoeg gelijk. Het opstellen van een 'vormvrije m.e.r.- beoordeling' is daarom niet noodzakelijk. Overigens heeft de toets aan de omgevingsaspecten, zoals opgenomen in dit hoofdstuk, in voldoende mate aangetoond dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen aan de orde zijn, gelet op de aard en relatief kleine omvang van het project, de plaats hiervan en de kenmerken van de potentiële effecten. Conclusie Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het opstellen van een 'vormvrije m.e.r.- beoordeling' is daarom niet noodzakelijk.

Overigens heeft de toets aan de omgevingsaspecten, zoals opgenomen in dit hoofdstuk, in voldoende mate aangetoond dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen aan de orde zijn, gelet op de aard en relatief kleine omvang van het plan, de plaats hiervan en de kenmerken van de potentiële effecten.

Toelichting

57

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1

Algemeen

De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. In de regels zijn eventuele aanlegregels, uitwerkingsregels, nadere eisen, ontheffing- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen. 5.2

Juridische vormgeving

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012. Voor de inhoudelijke systematiek is aangesloten op het bestemmingsplan Buitengebied 9010. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke kort toegelicht. 5.2.1

Inleidende regels

Conform SVBP bevatten de inleidende regels artikelen met de begripsbepalingen en de wijze van meten.

58

Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)

5.2.2

Bestemmingsregels

In het hoofdstuk bestemmingsregels zijn in de planregels alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. Hieronder worden de gehanteerde bestemmingen kort toegelicht. Bestemmingen Horeca De horecavoorzieningen in het plangebied is bestemd als ‘Horeca’ gebracht. Een bedrijfswoning is uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning” toegestaan. Binnen deze bestemming zijn eveneens speelvoorzieningen toegestaan en het terras. Ook de in 2019 gebouwde loods valt binnen de bestemming Horeca. Recreatie - Dagrecreatie De dagrecreatieve voorzieningen in het plangebied zijn onder de bestemming ’Recreatie - Dagrecreatie’ gebracht. Het betreft overwegend de stranden en de daaraan gerelateerde sport- en dagrecreatieve voorzieningen. Ook de standplaats voor 10 campers binnen het plangebied, alsmede de standplaats voor een snackkiosk vallen onder deze bestemming. Recreatie - Kampeerterrein Het kampeerterreinen is onder de bestemming ‘Recreatie - Kampeerterrein’ gebracht. De bestemming is bedoeld primair voor de regeling van de kampeerterreinen en gebouwen ten dienste hiervan. Met de aanduiding specifieke vorm van recreatie - pplaatsgebonden kampeermiddelen wordt het mogelijk gemaakt om plaatsgebonden kampeermiddelen te plaatsen. Het aantal kampeerplaatsen is gemaximeerd op 40 stuks.

Algemene aanduidingsregels geluidzone - weg De voor ‘geluidzone - weg’ aangewezen gronden zijn, naast de basisbestemming, mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidbelasting van geluidsgevoelige gebouwen vanwege het wegverkeer. De algemene aanduiding omvat een wijzigingsbevoegdheid om de contouren van de geluidzone te wijzigen. vrijwaringszone - dijk

Toelichting

59

Deze algemene aanduiding ziet voor de komende decennia op de reservering van gronden langs de waterkering. In verband met de te verwachten waterspiegelstijging, zal het noodzakelijk zijn de waterkering op te hogen. Binnen het gereserveerde gebied mogen in beginsel geen nieuwe belemmeringen worden opgeworpen die de verbreding en verhoging van de dijk(en) frustreren. Bij waterkeringen in het IJsselmeergebied moet een reservering plaatsvinden van 100 m binnendijks en 175 m buitendijks ten behoeve van een vrijwaringzone: binnen deze zone zijn qua bebouwing alleen windmolens toegestaan. De vrijwaringszones (van 100 m binnendijks en 175 m buitendijks) aan de dijken, die eventuele toekomstige dijkversterkingen moeten veiligstellen, zijn als algemene aanduiding in het plan opgenomen. Daarin is geregeld dat het bebouwen en gebruiken van deze gronden op grond van de onderliggende bestemmingen slechts mogelijk is voorzover dat niet in strijd komt met de waterkerende functie en daarover advies is ingewonnen bij het waterschap. De algemene aanduiding omvat een wijzigingsbevoegdheid.

Ten behoeve van de bescherming, ophoging, verbreding en verbetering van het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen waterkering, alsmede na onherroepelijk worden van de definitieve vrijwaringszone, kan een nieuwe algemene aanduiding ‘vrijwaringszone - dijk’ worden aangegeven dan wel kan de bestaande algemene aanduiding ‘vrijwaringszone - dijk’ worden verwijderd. 5.2.3

Algemene regels

In de algemene regels zijn aanvullende regels opgenomen met betrekking tot bouwen. Daarnaast bevat dit hoofdstuk algemene gebruiksregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. 5.2.4

Overgangsrecht en slotregels

In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

60

Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een plan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is het planvoornemen voorgelegd aan het Waterschap Zuiderzeeland en Rijkswaterstaat. De reacties van deze overlegpartners zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. In verband met de wens om het ontwerpbestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage te leggen, ontbrak de tijd om het plan aan de overige overlegpartners voor te leggen. Eventuele opmerkingen van de overige overlegpartners worden bij de vaststelling in het plan verwerkt. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 27 december 2023 tot en met 6 februari 2024 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Ambelijke wijziging Het kampeerterrein heeft een capaciteit van 40 plekken. Op de verbeelding is dit maximum aantal vastgelegd. Op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan staat voor het getal 40 per abuis de woorden "vrije tekst". Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is de gecorrigeerd in "maatvoering maximum aantal kampeerplaatsen". 6.2

Economische uitvoerbaarheid

De kosten voor de realisatie van de plannen komen voor rekening van de initiatiefnemers. Tussen de initiatiefnemers en de gemeente is een planschade overeenkomst gesloten. Vanuit het aspect economische uitvoerbaarheid worden dan ook geen beperkingen verwacht voor de realisatie van de plannen.

Toelichting

61

Bijlagen

62

Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)

Bijlage 1 Rapportage bestemmingsplanwijziging At Sea

Toelichting

63

Bestemmingsplanwijziging Strandpaviljoen At Sea B.V. Drontermeerdijk 13 te Dronten

Opdrachtgever Naam

: Strandpaviljoen At Sea B.V.

Postadres

: Drontermeerdijk 13, 8251 PV Dronten

Bezoekadres

: Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle

Postadres

: Postbus 432, 8000 AK Zwolle

Datum

: 10 juni 2022

Status

: Definitief

Rombou

Projectnummer

: 6610473116

Projectleider

: T.S. Vos

Telefoon

: +31 (0)88 236 8236

E-mail

: info@rombou.nl

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

INLEIDING Aanleiding Toekomstbestendige bedrijfslocatie Leeswijzer

3 3 3 3

2 2.1 2.2 2.3 2.4

AT SEA Omgeving Ondernemers De klant Bedrijfslocatie

4 4 5 5 6

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

BESTEMMINGSPLAN Algemeen De huidige bestemmingen Bestaande situatie Gewenste toekomstige ontwikkelingen Gewenste aanpassingen bestemmingsplan

9 9 10 11 13 14

4

SFEERIMPRESSIE

23

2

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Drontenmeerdijk 13 exploiteren de heer en mevrouw Duffels een horecagelegenheid en evenementenlocatie, genaamd Strandpaviljoen At Sea B.V. (verder: At Sea). Het sfeervolle At Sea is aan de oostkant van de Drontermeerdijk gelegen. Ter ondersteuning en versterking van de horecagelegenheid is een kleinschalige camping aanwezig met speelvoorzieningen voor jong (speeltuin) en oud (escaperoom). Op 7 december 2021 heeft overleg plaatsgevonden met de heer Van den Bosch van de gemeente Dronten over de toekomst en de plannen van At Sea. Afgesproken is om in een verzoek aan de gemeente de wensen van At Sea ten aanzien van hun ontwikkelingsmogelijkheden uiteen te zetten. Maar ook uitdrukkelijk in te gaan op het bedrijf, de bedrijfsfilosofie en de ondernemers die At Sea runnen. Voorliggend rapport is de uitwerking van dit verzoek. Aan het einde van het verzoek worden concrete voorstellen voor aanpassingen van het bestemmingsplan. Deze aanpassingen zijn wenselijk in verband met de toekomst van At Sea. Deels om voor de benodigde flexibiliteit en deels om ervoor te zorgen dat (reeds) aanwezige voorzieningen kunnen worden behouden. 1.2 Toekomstbestendige bedrijfslocatie Om ook in de toekomst aantrekkelijk te blijven als horeca voor het publiek moet er continu worden geïnvesteerd in de accommodatie.

Als horecagelegenheid moet je je flexibel opstellen en doorlopend meebewegen om voldoende toekomstperspectief te behouden. At Sea heeft in de basis de plek en ruimte om een goed draaiend restaurant en bar te exploiteren, maar moet wel kunnen inspelen op de marktvraag. 1.3 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 het project beschreven waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en wat de stikstofemissie is die vrijkomt bij de uitvoering van het project. In hoofdstuk 3 wordt het huidige bestemmingsplan en een voorstel van aanpassing hiervan beschreven. Middels foto’s wordt in hoofdstuk 4 een sfeerimpressie gegeven.

3

2 At Sea 2.1 Omgeving Deze paragraaf geeft de visie van de gemeente en provincie weer op de directe omgeving van At Sea. Het strand, het meer en het gebied waar At Sea gevestigd is. 2.1.1 Strand “Daarnaast is er de mogelijkheid te recreëren op de stranden die langs de randmeren zijn gesitueerd. Dronten heeft een zestig kilometer lange kustlijn met ongeveer zeventien kilometer aan stranden en voorlanden. In de afgelopen jaren is er hard gewerkt aan een kwaliteitsslag om alle stranden een kwaliteitsimpuls te geven. Om deze stranden goed te kunnen onderhouden is de meerderheid van de stranden in beheer bij de aangrenzende recreatieondernemers en ligt de exploitatie van de stranden nu bij de beheerders in het gebied. Strand Kamperhoek vormt hierop een uitzondering. Op de stranden bevinden zich diverse strandpaviljoens: De Oase, De Fazant en De Klink.”1 At Sea bevindt zich op de locatie van voormalig strandpaviljoen De Oase. Middels een beheersovereenkomst onderhoudt At Sea een strook strand, dat deels openbaar terrein is waar ’s zomers recreanten komen zonnen en zwemmen en ’s winters komen schaatsen. At Sea heeft een beheerder in loondienst, die samen met zijn vrouw woonachtig is op het terrein van At Sea. ’s Avonds wordt ongewenst bezoek weggestuurd van het strand en de parkeerplaats en overdag wordt het terrein onderhouden.

2.1.2 Oostrand Flevoland De gemeente Dronten ziet het belang van recreatie in de oostrand van Flevoland in en wenst deze te versterken. “De gemeente wil in de komende jaren het belang van de oostrand voor recreatie en toerisme vergroten en het gebied nog meer als toeristische regio of landstreek op de kaart zetten. Versterking van recreatie en toerisme kan een substantiële bijdrage leveren aan de noodzakelijke groei van werkgelegenheid van de gemeente Dronten en de Provincie Flevoland. op een aantal plaatsen kan de kwaliteit en de uitstraling van de recreatievoorzieningen worden verbeterd door een beter beheer en een goede landschappelijke inpassing. De bosgebieden in de randmeerzone worden aantrekkelijker en toegankelijker gemaakt voor recreanten. Hierbij wordt door zonering een goede afstemming met natuurwaarden bewerkstelligd. in het noordelijk deel van de randmeerzone (tussen Ketelhaven en de elburgerbrug) ligt het accent op extensieve recreatie en in het zuidelijk deel (tussen de elburgerbrug en Hardersluis) op meer intensieve vormen van recreatie.”2 At Sea bevindt zich tussen de Ketelhaven en de Elburgerbrug en richt zich op extensieve recreatie.

1 Beleidsnota Toerisme en Recreatie 2008 – gemeente Dronten 2 Structuurvisie Dronten 2030

4

2.1.3 Drontermeer De naam verklapt het belang van water voor At Sea. Ook de gemeente Dronten ziet het recreatieve belang van water. “Water is aantrekkelijk voor recreanten en toeristen en Dronten biedt op dit gebied diverse mogelijkheden”. “Grotere boten kunnen alleen gebruik maken van de vaargeul in het Veluwemeer. In het Drontermeer en het Vossemeer is deze beperking nog groter. Hier is alleen de doorgaande vaargeul geschikt voor grotere vormen van watersport. Surfen en catamaranzeilen zijn juist goed mogelijk in deze wateren.” “Het water speelt een belangrijke rol in de belevingswaarde en aantrekkelijkheid van het gebied.” In de SWOT analyse van de Beleidsnota 2008 benoemt de gemeente Dronten de volgende bedreiging: “Kwaliteit uitrustingsniveau en uitstraling diverse toeristisch-recreatieve aanbieders die niet meer voldoen aan kritische consument met hoge verwachtingen.” De gemeente wenst op een actieve wijze behulpzaam te zijn bij het verkrijgen van de benodigde vergunningen en middelen.3 2.2 Ondernemers De heer en mevrouw Duffels zijn twee jonge ondernemers. Nadat hun (schoon)vader de locatie heeft aangekocht in 2018, hebben de twee ondernemers sinds 2018 de dagelijkse leiding over At Sea. De kersverse ondernemers kwamen direct voor behoorlijke uitdagingen te staan.

Door verhoging van de dijk dreigde de bedrijfslocatie twee jaar moeilijk bereikbaar te zijn en in 2020 deed Covid-19 haar intrede met alle gevolgen van dien. Uitdagingen en risico’s horen bij het ondernemerschap. De ondernemers zijn gemotiveerd een toekomstbestendige bedrijfslocatie te realiseren. 2.2.1 Visie/missie “Bezoekers laten genieten van onze prachtige locatie tussen het groen aan het water” aldus de missie van At Sea. Waarbij wordt ingezet op het zoveel mogelijk behouden van de natuurlijke aspecten, bijvoorbeeld door het gebruik van houtmaterialen en groen en het optimaal inzetten van de locatie aan/het uitzicht op het water. At Sea wil graag zo duurzaam als mogelijk werken in alles wat zei doen. Dit houdt in dat producten die zei aanschaffen goed onderhouden moeten worden zodat die langdurig mee gaan. Maar dit geldt ook voor de werkgelegenheid. Afgelopen periode is voor de horeca een zware periode geweest waardoor o.a. personeel schaars is geworden. De medewerkers behouden is daardoor een flinke uitdaging geworden. Continuïteit in werk, balans tussen werk en privé en opleidingen voor medewerkers zijn allemaal pijlers die voor At Sea ook onder de noemer duurzaam vallen. 2.3 De klant At Sea bediend vrijwel alle beroepsgroepen/ leeftijdsgroepen. Ondanks dat At Sea zich richt op jonge gezinnen (25 tot 35) met kinderen komen alle leeftijden voorbij.

Zo zie je bijvoorbeeld dat er doordeweeks veel zakelijke lunchen zijn. Op de vrijdag er veel mensen trouwen en de zondagochtend en einde middag de ouderen graag een kopje

3 Beleidsnota Toerisme en Recreatie 2008 – gemeente Dronten

5

koffiedrinken bij At Sea. Zo is At Sea een van de weinige locaties in de omgeving die geschikt is voor grote bruiloften en/of zakelijke evenementen. 2.4 Bedrijfslocatie De bedrijfslocatie bestaat uit een parkeerterrein, restaurant en camping. At Sea investeert volop in het aantrekkelijker maken van het terrein door aanplant van kleurrijke struiken als boeren Jasmijn. Recent is geïnvesteerd in een regenhaspel om ook in de droge periodes de bomen, struiken en bloemen in goede conditie te kunnen houden. 2.4.1 Restaurant At Sea Het restaurant vormt het hart van At Sea. Alle activiteiten op de bedrijfslocatie zijn faciliterend en ondergeschikt aan het restaurant, met het doel de bezoeker te kunnen (blijven) bedienen in het restaurant. Het restaurant zorgt voor het grootste deel van de inkomsten van het bedrijf. Niet alleen qua ruimte is restaurant At Sea uniek in de omgeving, maar de ligging en daardoor de beleving maakt restaurant At Sea tot een toprestaurant. Het gevoel dat je bijna op het water zit en waar op een warme zomerdag mooie zeilbootjes en botters aankunnen meren is een beleving op zich. Daarnaast heeft At Sea ruime parkeergelegenheid en een grote zaal waar een congres of bruiloft prima gehouden kunnen worden. 2.4.2 Camping At Sea Het kampeerterrein van At Sea bestaat uit 40 kampeerplaatsen.

Safaritenten Een deel van de camping bevindt zich direct aan het meer, waar 8 safaritenten zijn gesitueerd met vrij uitzicht op het water. Deze tenten worden voornamelijk geboekt door gezinnen die gemiddeld vijf dagen verblijven en uitstapjes doen naar de omliggende dorpen en steden. Daarnaast staan er op het veld achter de familietenten nog eens 8 safaritenten. Dit zijn twee- en vier persoons tenten. Deze tenten zijn handig voor een kort verblijf tijdens feesten en partijen in het restaurant. Uiteraard kunnen deze tenten ook voor langere periodes verhuurd worden. Kampeerplaatsen In en aan het bosgebied zijn 10 kampeerplaatsen gerealiseerd. Waar gasten heerlijk kunnen verblijven met hun eigen camper/caravan of tent. Deze staan in een gezellige ronding vlak bij het water. Dagkampeerplaatsen Langs de bomenrij op de parkeerplaats bevinden zich dagkampeerplaatsen, waar passanten maximaal 24 uur kunnen verblijven met hun camper of caravan. Ondergeschikte functie In tegenstelling tot nabijgelegen kampeerterreinen, die zich aan de westzijde van de Drontermeerdijk bevinden, is de functie van de camping van At Sea (geopend van april – oktober) ondergeschikt aan de horecagelegenheid. Alle activiteiten op het terrein worden ontplooid om de klant te kunnen bedienen in het restaurant.

6

2.4.3 Beleving ‘At Sea’ De bedrijfsnaam ‘At Sea’ doet het al vermoeden; alles is gericht op genieten van de locatie aan het Drontermeer. Op de beleving ‘At Sea’. Een kopje koffie of lunch op het terras met uitzicht over het Drontermeer, wakker worden op de veranda van de sararitent met uitzicht over het strand en Drontermeer, voor het slapen gaan met de voeten in het zand op een stoel voor de camper genieten van de avondzon over het Drontermeer. De ondernemers willen de bedrijfslocatie zodoende inrichten en benutten, dat maximaal kan worden ingezet op deze beleving. Deze beleving is passend bij het unieke karakter van Flevoland en versterkt de belevingswaarde van Flevoland. “De creativiteit van ondernemers is hierbij onontbeerlijk” aldus de provincie Flevoland.4 De ondernemers van At Sea hebben zich de afgelopen jaren op creatieve wijze ingezet voor de beleving van de recreant. Zo heeft zij onder andere een escaperoom als all weather voorziening gerealiseerd. 2.4.4 Speelvoorzieningen Zowel het restaurant als de camping wordt veelvuldig bezocht door gezinnen met jonge kinderen. Op het terrein zijn zodoende speelfaciliteiten gerealiseerd, een springkussen en een speeltuin, welke toegankelijk zijn vanaf zowel de camping als het restaurant.

Gezien het feit dat ook deze speelfaciliteiten ‘at sea’ gelegen zijn, zijn deze voorzien van een lage omheining, die kleine kinderen op afstand houdt van het naastgelegen water. 2.4.5 Beheer locatie At Sea heeft een beheerder in loondienst, die samen met zijn vrouw woonachtig is op het terrein van At Sea. ’s Avonds wordt ongewenst bezoek weggestuurd van het strand en de parkeerplaats en overdag wordt het terrein onderhouden. Om deze beheerders en het onderhoud van stranden en groen te kunnen bekostigen heeft At Sea de inkomsten nodig van de camping. 2.4.6 Toekomstige ontwikkelingen Receptie Vanaf de Drontermeerdijk slaat de campingbezoeker af en volgt hij zijn weg over de parkeerplaats van At Sea. In de praktijk parkeren campingbezoekers eerst hun auto en eventuele aanhanger eerst op de parkeerplaats om bij de hoofdingang zijn weg door het restaurant te banen en zich bij de bar aan te melden voor de camping. Om het parkeren van de voertuigen en het verkeer in het restaurant te vermijden en een duidelijke scheiding tussen restauranten campingbezoekers te creëren, is At Sea voornemens receptie te realiseren aan het begin van het kampeerterrein. Zodoende worden onnodige parkeer- en vervoersbewegingen op de parkeerplaats voorkomen en blijft de focus in het restaurant bij de gasten die komen eten. In afbeelding 4 is weergegeven waar de receptie wordt gerealiseerd.

Dagkamperen meer ‘At Sea’

4 Uitvoeringsagenda Recreatie & Toerisme Flevoland 2018 – 2022, Provincie Flevoland

7

De dagkampeerplaatsen bevinden zich momenteel aangrenzend aan de bomenrij op de parkeerplaats. Deze locatie bevindt zich relatief dicht op de naastgelegen N-weg en geparkeerde voertuigen nemen het zicht op het Drontermeer weg. Dagkampeergasten verzoeken geregeld of ze hun voertuig mogen parkeren op de grasstrook aan het strand, echter is dit momenteel niet toegestaan. Om gasten een betere ‘at sea’-beleving te kunnen bieden, wensen de ondernemers de dagkampeerplaatsen te verplaatsen naar de andere kant van de parkeerplaats, aan het strand, ‘at sea’. In afbeelding 5 is de huidige en gewenste locatie weergegeven.

8

3 Bestemmingsplan 3.1 Algemeen Zoals aangegeven is flexibiliteit nodig om blijvend te kunnen meebewegen met een veranderende marktvraag om voldoende toekomstperspectief te behouden. De Corona-pandemie heeft dit nog eens goed duidelijk gemaakt. Vanwege de maatregelen die golden en gelden tijdens de Corona-pandemie is bijvoorbeeld een uitbreiding van het oppervlakte noodzakelijk om een gelijk aantal gasten te kunnen plaatsen. Gescheiden ruimte met een eigen ingang en sanitair maakt het mogelijk om toch groepen gasten tot een bepaalde maximale omvang te ontvangen. Het is overigens niet de bedoeling om een grootschalige uitbreiding van het hoofdgebouw (restaurant) te realiseren. Het gaat hoofdzakelijk om het faciliteren en organiseren van nieuwe (ondergeschikte of neven-) activiteiten. Het bestaande restaurant blijft de ‘corebusiness’. Een kleinschalige uitbreiding van het bebouwd oppervlakte in vergelijking tot de bestaande en vergunde situatie is gewenst. Met de uitbreiding van het terras aan de zuidzijde (tentoverkapping) kan Restaurant At Sea gelijktijdig verschillende groepen ontvangen en van elkaar gescheiden houden. Ook de escaperoom is een vorm van actieve ontspanning (voor zowel de zakelijke al particuliere markt) die op dit moment een grote aantrekkingskracht heeft.

Uiteindelijk is het faciliteren van deze activiteit er op gericht om het aantal bezoekers binnen de horeca te verhogen in combinatie met lunch, borrel of diner (omzet). De camping is ook te zien als een nevenactiviteit van de horeca. In de periode van april t/m oktober is het – in combinatie met een feest of een korte vakantie – mogelijk om te overnachten op het kampeerterrein. In de periode november t/m maart is het terrein afgesloten. Het is niet de bedoeling om de safaritenten aan het einde van het kampeerseizoen af te breken. In verband met de levensduur en het duurzame karakter worden de tenten in deze periode buiten gebruik gesteld. Ook dit is weer een voorbeeld van een flexibele invulling, kijkend naar de vraag uit de markt. Op dit moment is kamperen in eigen land in trek, maar worden er wel eisen gesteld aan het comfort (luxe). In paragraaf 3.2 is een overzicht gegeven van het huidige bestemmingsplan en de vigerende bestemming van At Sea. Voor de ontwikkeling / toekomstbestendigheid van het bedrijf biedt het huidige bestemmingsplan te weinig flexibiliteit. In paragraaf 3.3 is aangegeven welke voorzieningen / activiteiten op dit moment aanwezig zijn. In paragraaf 3.4 wordt ingegaan op de gewenste toekomstige ontwikkelingen (receptie en de locatie van het dagkamperen).

In paragraaf 3.5 worden concrete voorstellen gedaan om aanpassingen in het bestemmingsplan voor de locatie At Sea door te voeren teneinde de gewenste ontwikkelingsruimte te bieden dan wel om al gedane investeringen / uitbreiding in

9

overeenstemming te brengen met het bestemmingsplan. Ook voor de worden voorstellen gedaan ten aanzien van de gewenste toekomstige ontwikkelingen. 3.2 De huidige bestemmingen Het bestemmingsplan dat vigeert ter plaatse van At Sea is het Bestemmingsplan Randmeerzone (geconsolideerde versie d.d. 2013-06-27). Een samenvatting van de geleden bestemmingen is hieronder weergegeven. Het complete terrein heeft de gebiedsaanduidingen:  ‘geluidzone – weg’  ‘vrijwaringszone – dijk’ De enkelbestemmingen, functieaanduiding, maatvoeringen e.d. zijn door middel van de navolgende afbeelding overzichtelijk weergeven.

Afbeelding 1: Huidige bestemmingen

10

3.3

Bestaande situatie

3.3.1 Horeca activiteiten o Hoofdentree en restaurant (inclusief zomer- en wintererker); o Bedrijfswoning en bijgebouwen; o Terras (deel overkapt met een tentconstructie) en speelvoorziening o Opslagvoorzieningen (kapschuur, koelcellen); o Escaperoom.

Afbeelding 2: Luchtfoto met activiteiten horeca

Zie voor de bestaande situatie ook de foto’s in de bijlage. Sinds 1993 staat er al een legale horecagelegenheid (inclusief bedrijfswoning) op deze locatie. In de afgelopen jaren zijn er – in verband met de uitbreiding en aanpassing van de activiteiten – nog de volgende vergunningen verleend:  Vergunningsvrij realiseren speeltoestel d.d. 15 juni 2016 (OV 2016-0417);  Omgevingsvergunning terrasoverkapping d.d. 04-04-2017 (OV 2017-0036)  Omgevingsvergunning loods d.d. 21-08-2019 (OV 2017-0430);

11

 

Omgevingsvergunning wintererker d.d. 01-07-2019 (OV 019-0414); Omgevingsvergunning entree d.d. 23-06-2021 (OV 2021-0251).

Ook beschikt het restaurant over een drank- en horecavergunning, laatst gewijzigd op 1 september 2020 (2019-0947/10848). Voor de escaperoom, de tentoverkapping en het speeltoestel is geen omgevingsvergunning afgegeven. 3.3.2 Verblijfsrecreatieve activiteiten o Kampeerterrein (kampeerplekken); o Safaritenten (8 stuks); o Speelvoorziening / volleybalveld; o Sanitair gebouw;

Afbeelding 3: Luchtfoto met activiteiten verblijfsrecreatie

12

3.4 Gewenste toekomstige ontwikkelingen 3.4.1 Receptie De wens is om een receptie te realiseren aan het begin van het kampeerterrein. Zodoende worden onnodige parkeer- en vervoersbewegingen op de parkeerplaats van het restaurant voorkomen en blijft de focus in het restaurant bij de gasten die komen eten. De campinggasten checken in bij de receptie. In afbeelding 4 is de gewenste plek van de receptie aangegeven.

Afbeelding 4: plaats receptie

3.4.2 Dagkamperen meer ‘At Sea’ De locatie van de dagkampeerplaatsen (camperplaatsen) is ongunstig omdat de geparkeerde voertuigen het zicht op het Drontermeer wegneemt. Verzocht wordt de dagkampeerplaatsen te verplaatsen naar de andere kant van de parkeerplaats, aan het strand, ‘At Sea’. De oppervlakte van het terrein waar dagparkeren is toegestaan blijft nagenoeg gelijk. Zie ook afbeelding 5, waarin de gewenste locatie weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/130/documents/375