Bijlage 1 - Bestemmingsplan Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)_ontwerp_1 (581012).pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan "Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)"
Bezoekadres Postadres
Rombou : Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle : Postbus 432, 8000 AK Zwolle
Datum
: 25 maart 2024
Status Projectleider Telefoon E-mail
: Ontwerp vastgesteld : E.W. Lamberts : 08 8236 8236 : info@rombou.nl
Inhoudsopgave Toelichting
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging plangebied
6
1.3
Vigerende bestemmingsplan
7
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
10
2.1
Huidige situatie
10
2.2
De toekomstige situatie
11
2.3
Planologische wijzigingen
15
Hoofdstuk 3
Beleidskader
21
3.1
Algemeen
21
3.2
Rijksbeleid
21
3.3
Provinciaal beleid
27
3.4
Gemeentelijk beleid
33
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
39
4.1
Ecologie
39
4.2
Cultuurhistorie en archeologie
43
4.3
Waterparagraaf
44
4.4
Bedrijven en milieuzonering
52
4.5
Geluid
53
4.6
Bodem
54
4.7
Luchtkwaliteit
55 3
4.8
Externe veiligheid
56
4.9
Kabels en leidingen
56
4.10
M.e.r.-beoordeling
56
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
58
5.1
Algemeen
58
5.2
Juridische vormgeving
58
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
61
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
61
6.2
Economische uitvoerbaarheid
61
Bijlagen
Bijlage 1
Rapportage bestemmingsplanwijziging At Sea
Bijlage 2
Aeriusberekening realisatiefase
Regels
Hoofdstuk 1
INLEIDENDE REGELS
100
Artikel 1
Begrippen
100
Artikel 2
Wijze van meten
108
Hoofdstuk 2
BESTEMMINGSREGELS
110
Artikel 3
Horeca
110
Artikel 4
Recreatie - Dagrecreatie
112
Artikel 5
Recreatie - Kampeerterrein
115
Hoofdstuk 3
ALGEMENE REGELS
120
Artikel 6
Anti-dubbeltelbepaling
120
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
121
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
122
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
124
4
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
Hoofdstuk 4
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
125
Artikel 10
Overgangsrecht
125
Artikel 11
Slotregel
127
Bijlagen
Bijlage 1
Toetsingskader
Bijlage 2
Bedrijvenlijst kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
Inhoudsopgave
5
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemers exploiteren aan de Drontermeerdijk 13 in Dronten een horecagelegenheid en evenementenlocatie, genaamd Strandpaviljoen At Sea B.V. Het sfeervolle At Sea is aan de oostkant van de Drontermeerdijk gelegen. Ter ondersteuning en versterking van de horecagelegenheid is een kleinschalige camping aanwezig met speelvoorzieningen voor jong en oud. Op 7 december 2021 heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente Dronten over de toekomst en de plannen van At Sea. Naar aanleiding van dit overleg is een rapport uitgewerkt waarin de wensen van At Sea ten aanzien van hun ontwikkelingsmogelijkheden uiteen zijn gezet. Het rapport is als bijlage 1 aan deze toelichting toegevoegd. Door middel van de brief van 30 maart 2023 laat de gemeente weten in te stemmen met de wenselijke ontwikkelingen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Het initiatief dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; Een anterieure/planschadeovereenkomst wordt aangegaan; De oppervlakte van de te bouwen receptie maximaal 20 m2 zal bedragen. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld om de beschreven ontwikkelingen planologisch - juridisch mogelijk te maken. Hierin is tevens milieuhygiënisch inpasbaarheid getoetst. Tenslotte worden eerder vergunde situaties in het bestemmingsplan meegenomen. 1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de Drontermeerdijk 13 in Dronten. De globale begrenzing van het plangebied is in afbeelding 1 weergegeven met een rode stippellijn. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de bijbehorende verbeelding.
6
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
Afbeelding 1: begrenzing plangebied 1.3
Vigerende bestemmingsplan
Ter plaatse is bestemmingsplan Randmeerzone van kracht. Dit bestemmingsplan is op 24 november 2011 vastgesteld en op 27 juni 2013 onherroepelijk geworden. Toelichting
7
Het complete plangebied heeft de gebiedsaanduidingen: geluidzone – weg’ vrijwaringszone – dijk’ De gronden met de gebiedsaanduiding 'geluidszone weg' zijn mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege een weg. De gronden met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk' zijn mede bestemd voor de bescherming, ophoging, verbreding en verbetering van het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen waterkering. De enkelbestemmingen, functieaanduiding, maatvoeringen e.d. zijn door middel van de navolgende afbeelding overzichtelijk weergeven. De enkelbestemmingen, functieaanduiding, maatvoeringen e.d. zijn door middel van de navolgende afbeelding overzichtelijk weergeven.
Afbeelding 2: vigerende bestemmingen binnen het plangebied De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijfsgebouwen ten 8
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
behoeve van horeca in de vorm van restaurants of daarmee naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen horecabedrijven en inpandige bedrijfswoningen, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Ondergeschikt zijn educatieve c.q. informatieve voorzieningen toegestaan. De voor 'Recreatie - Dagrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor strand, gebouwen ten behoeve van sanitaire voorzieningen, waterkering, waterhuishoudkundige doeleinden, waarbij de instandhouding van de natuurlijke en landschappelijke waarden wordt nagestreefd met de daarbij behorende groenvoorzieningen, aanleggelegenheid, erven en terreinen, bouwwerken geen gebouwen zijnde. De voor 'Recreatie - Kampeerterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor standplaatsen voor kampeermiddelen met uitzondering van plaatsgebonden kampeermiddelen, gebouwen, voorzover ten dienste van het kampeerterrein, waterkering en waterhuishoudkundige doeleinden. Ter plaatse van het ingetekende besluitvlak (blauwe stippellijn in afbeelding 2) is een omgevingsvergunning verleend voor in het afwijking van het bestemmingsplan het bouwen van een loods ten behoeve van opslag en stalling. 1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op het relevant beleid van de provincie en de gemeente. De haalbaarheid van het plan wordt in hoofdstuk 4 aangetoond voor wat betreft de relevante milieuaspecten. De juridische planbeschrijving is als hoofdstuk 5 opgenomen. Hoofdstuk 6 geeft tenslotte de informatie over de uitvoerbaarheid van het plan.
Toelichting
9
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Sinds 1993 is de horecagelegenheid (inclusief bedrijfswoning) op het adres aan de Drontermeerdijk 13 in Dronten aanwezig. De bedrijfslocatie bestaat in hoofdzaak uit een restaurant, parkeerterrein en een camping. In de afgelopen jaren zijn – in verband met de uitbreiding en aanpassing van de activiteiten – de volgende vergunningen verleend: Vergunningsvrij realiseren speeltoestel d.d. 15 juni 2016 (OV 2016-0417); Omgevingsvergunning terrasoverkapping d.d. 04-04-2017 (OV 2017-0036) Omgevingsvergunning loods d.d. 21-08-2019 (OV 2017-0430); Omgevingsvergunning wintererker d.d. 01-07-2019 (OV 019-0414); Omgevingsvergunning entree d.d. 23-06-2021 (OV 2021-0251). Het restaurant beschikt over een drank- en horecavergunning, laatst gewijzigd op 1 september 2020 (2019-0947/10848). Het restaurant vormt het hart van At Sea. Alle activiteiten op de bedrijfslocatie zijn faciliterend en ondergeschikt aan het restaurant, met het doel de bezoeker te kunnen (blijven) bedienen in het restaurant. Niet alleen qua ruimte is restaurant At Sea uniek in de omgeving, maar de ligging en daardoor de beleving maakt restaurant At Sea tot een toprestaurant. Het gevoel dat je bijna op het water zit en waar op een warme zomerdag mooie zeilbootjes en botters aankunnen meren is een beleving op zich.
Daarnaast heeft At Sea ruime parkeergelegenheid en een grote zaal waar een congres of bruiloft prima gehouden kunnen worden. Ten zuiden van het restaurant is het kampeerterrein aanwezig. Dit terrein is door de ligging in en aan het bosgebied fraai landschappelijk ingepast. Het kampeerterrein heeft een capaciteit van 40 kampeerplaatsen en is alleen geopend in het kampeerseizoen (april - oktober). Ten behoeve van het kamperen is een sanitairgebouw aanwezig van circa 21 m2 (6,10 m bij 3,40 m). Aan de noordzijde van het restaurant, langs de bomenrij op de parkeerplaats, bevinden zich dagkampeerplaatsen, waar passanten maximaal 24 uur kunnen verblijven met hun camper of caravan.
10
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
Ter ondersteuning en versterking van de horecagelegenheid zijn op het terrein van At Sea tot speelvoorzieningen aanwezig zoals een speeltuin, springkussen, volleybalveld en een escaperoom. 2.2
De toekomstige situatie
In deze paragraaf is de gewenste toekomstige situatie beschreven. Een aantal ontwikkelingen zijn inmiddels tot uitvoering gebracht en worden door middel van het voorliggende bestemmingsplan positief bestemd. 2.2.1
Algemeen
Om ook in de toekomst aantrekkelijk te blijven als horeca voor het publiek moet er continu worden geïnvesteerd in de accommodatie. Initiatiefnemers willen de bedrijfslocatie zo inrichten en benutten, dat maximaal kan worden ingezet op de beleving van de locatie aan het Drontermeer. Deze beleving is passend bij het unieke karakter van Flevoland en versterkt de belevingswaarde van Flevoland. De locatie van initiatiefnemer is in de huidige situatie reeds fraai landschappelijk ingepast. Vanaf de Drontermeerdijk is het zicht op de locatie gering door de aanwezige groensingel. De ligging van het kampeerterrein in en aan het bosgebied en het goede beheer van het groen maakt dat ook hier sprake is van een goede landschappelijke inpassing. At Sea investeert volop in het aantrekkelijker maken van het terrein door aanplant van kleurrijke struiken als boeren Jasmijn. Recent is geïnvesteerd in een regenhaspel om ook in de droge periodes de bomen, struiken en bloemen in goede conditie te kunnen houden. Gezien de bestaande landschappelijke inpassing en de inspanningen die door initiatiefnemers worden gepleegd om het terrein nog aantrekkelijker te maken, levert het uitwerken van een landschaps- of erfplan geen toegevoegde waarde op. 2.2.2
Terras en speelvoorziening
Aan de zuidzijde van het restaurant is een terras gerealiseerd met een oppervlakte van circa 200 m2. Met de uitbreiding van het terras kan Restaurant At Sea gelijktijdig verschillende groepen ontvangen en van elkaar gescheiden houden. In afbeelding 3 is het terras geel gemarkeerd aangegeven.
Toelichting
11
Afbeelding 3: terras en tentoverkapping Vanaf het terras hebben de bezoekers een schitterend uitzicht over het water. Het terras bevindt zich binnen de bestemming Horeca. Omdat zowel het restaurant als de camping veelvuldig wordt bezocht door gezinnen met jonge kinderen is ten zuiden van het terras een terrein ingericht als speelvoorziening. Op het terrein zijn zodoende speelfaciliteiten gerealiseerd, een springkussen en een speeltuin, welke toegankelijk zijn vanaf zowel de camping als het restaurant. Gezien het feit dat ook deze speelfaciliteiten ‘at sea’ gelegen zijn, zijn deze voorzien van een lage omheining, die kleine kinderen op afstand houdt van het naastgelegen water. In afbeelding 3 is deze speelvoorziening met een zwarte stippellijn indicatief aangegeven. Binnen dit speelterrein is een overkapping (stretchtent) en een springkussen aanwezig. De overkapping is rood gemarkeerd aangegeven en heeft een hoogte van maximaal 3,5 meter. Binnen de rode stippellijn zijn de aan elkaar gekoppelde verrijdbare schaftketen aanwezig van de escaperoom.
12
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
2.2.3
Grondgebonden kamperen
In het zuidelijk deel van het plangebied ligt een kampeerterrein met een capaciteit voor 40 kampeermiddelen. In het verleden is dit terrein gebruikt voor het kamperen met tenten en caravans. Kamperen in eigen land is in trek, echter worden door de recreant wel eisen gesteld aan het comfort (luxe). Initiatiefnemer speelt hierop in door volledig ingericht safaritenten / blokhutten te verhuren. De verhuur van de safaritenten / blokhutten is een ondergeschikte nevenactiviteit van de horeca. De kampeermiddelen worden zowel verhuurd aan gasten die een feest bij Restaurant At Sea houden als door gezinnen die wat langer blijven uitstapjes doen naar de omliggende dorpen en steden. Omdat de safaritenten / blokhutten aan het einde van het kampeerseizoen niet worden afgebroken (na 1 november), is er sprake van plaatsgebonden kampeermiddelen. 2.2.4
Dagkampeerplaatsen
De dagkampeerplaatsen bevinden zich momenteel aangrenzend aan de bomenrij op de parkeerplaats. Deze locatie bevindt zich relatief dicht op de naastgelegen N-weg en geparkeerde voertuigen nemen het zicht op het Drontermeer weg. Dagkampeergasten verzoeken geregeld of ze hun voertuig mogen parkeren op de grasstrook aan het strand, echter is dit momenteel niet toegestaan. Om gasten een betere ‘at sea’-beleving te kunnen bieden, wensen initiatiefnemers om de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie-camperplaatsen' te verplaatsen naar de andere kant van de parkeerplaats, aan het strand, ‘at sea’. In paragraaf 2.3.3 is de nieuwe ligging van de functieaanduiding ingetekend.
Toelichting
13
2.2.5
Receptie
Vanaf de Drontermeerdijk slaat de campingbezoeker af en volgt hij zijn weg over de parkeerplaats van At Sea. In de praktijk parkeren campingbezoekers eerst hun auto en eventuele aanhanger eerst op de parkeerplaats om bij de hoofdingang zijn weg door het restaurant te banen en zich bij de bar aan te melden voor de camping. Om het parkeren van de voertuigen en het verkeer in het restaurant te vermijden en een duidelijke scheiding tussen restaurant- en campingbezoekers te creëren, is At Sea voornemens receptie te realiseren van maximaal 20 m2 aan het begin van het kampeerterrein. Zodoende worden onnodige parkeer- en vervoersbewegingen op de parkeerplaats voorkomen en blijft de focus in het restaurant bij de gasten die komen eten. In afbeelding 4 is met een rood vierkant weergegeven waar de receptie wordt gerealiseerd.
Afbeelding 4: plaats receptie
14
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
2.3
Planologische wijzigingen
Om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken zijn wijzigingen van het geldend bestemmingsplan noodzakelijk. Dit kan gaan om een aanpassing van de verbeelding en/of een aanpassing van de regels. In deze paragraaf is aangegeven welke aanpassingen van het bestemmingsplan wenselijk zijn in verband met de toekomst van At Sea. Deels voor de benodigde flexibiliteit en deels om ervoor te zorgen dat (reeds) aanwezige voorzieningen behouden kunnen blijven. Daarbij worden specifiek de volgende bedrijfsmiddelen in beschouwing genomen: de bestaande en vergunde gebouwen; het terras, de speelvoorzieningen; de schutting (tussen het terras en de weg naar de camping); de safaritenten en de parkeerplaatsen; escaperoom. Er wordt voor de verschillende bestemmingen concreet ingegaan op de benodigde aanpassingen in de verbeelding en de regels. 2.3.1
Bestemming ‘Horeca’
De activiteiten van At Sea zijn in overeenstemming met de bestemmingsomschrijving van de bestemming Horeca (artikel 8). Een deel van de bijbehorende gebouwen en bouwwerken ligt echter buiten deze bestemming. De volgende wijzigingen worden doorgevoerd: A. Aanpassing verbeelding De bestemming Horeca ligt voor een groot deel op met bomen begroeide grond. Deze grond is functioneel en praktisch niet in te richten en te gebruiken ten behoeve van horecadoeleinden. Voorgesteld wordt om de begrenzing van de bestemming Horeca te wijzigen waarbij het oppervlakte nagenoeg gelijk blijft.
Toelichting
15
Afbeelding 5: Voorstel (indicatief) aanpassing begrenzing bestemmingsvlak ‘Horeca’ De insteek is dat met de wijziging de bestaande en vergunde gebouwen (restaurant en kapschuur) evenals de aanwezig bouwwerken (tent, speeltuin, springkussen, schutting en terras) binnen de bestemming Horeca komen te liggen; De aanwezige escaperoom bestaat uit een aantal aan elkaar gekoppelde verrijdbare schaftketen. Omdat binnen de bestemming Horeca speelvoorzieningen zijn toegestaan, wordt deze speelvoorziening binnen de bestemming Horeca gehouden; Op de verbeelding is aangegeven dat binnen de bestemming Horeca een maximum bebouwingspercentage van het terrein is toegestaan van 15%. De oppervlakte van het vlak met de bestemming ‘Horeca’ is circa 4.500 m2 groot. Dit 16
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
zou betekenen dat maximaal 675 m2 aan bebouwing aanwezig mag zijn. De huidige en vergunde bebouwing is al meer dan 1.000 m2, wat neerkomt op een bebouwingspercentage van circa 25%. Om voldoende planologische ruimte te creëren voor de al aanwezige bouwwerken alsmede ontwikkelingsruimte te hebben voor (eventuele) toekomstige uitbreidingen wordt het bebouwingspercentage verhoogd naar 40%. B. Aanpassing regels Binnen deze bestemmingsomschrijving is de mogelijkheid van het realiseren van een terras niet opgenomen. Aan de bestemmingsomschrijving wordt het hebben van terrassen als een bijbehorende voorziening bij de Horeca bestemming toegevoegd; Binnen de bestemming Horeca zijn speelvoorzieningen toegestaan. Met de aanpassing van het bestemmingsvlak Horeca komen de speelvoorzieningen binnen deze bestemming te liggen; Omdat het terrein van At Sea afloopt, is de bouwhoogte van een schutting (windscherm) van 2 meter niet toereikend. Om die reden wordt de bouwhoogte van een schutting / windscherm mogelijk gemaakt van 2.5 meter hoogte. 2.3.2
Bestemming ‘Recreatie – Kampeerterrein’
A. Aanpassing verbeelding Het terrein dat is weergegeven als kampeerterrein is op zich voldoende. In verband met de receptie is een geringe vergroting van het kampeerterrein aan de noordzijde gewenst zodat de receptie van de camping binnen deze bestemming komt te liggen. Aan de westzijde is een klein deel van het bestemmingsvlak gelegen binnen de kernzone van de dijk. Op verzoek van het waterschap is het bestemmingsvlak hier is verkleind. Per saldo blijft de oppervlakte van het kampeerterrein nagenoeg gelijk. De verbeelding kent verder de maatvoering: 'maximum aantal kampeerplaatsen: 40'. Om het planologisch mogelijk te maken grondgebonden kampeermiddelen te plaatsen wordt de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie -plaatsgebonden kampeermiddelen' op het bestemmingsvlak 'Recreatie - Kampeerterrein' gelegd. Zie voor de kleine uitbreiding van het kampeerterrein en het bestemmingsvlak waarop de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie -plaatsgebonden kampeermiddelen' wordt gelegd de onderstaande afbeelding.
Toelichting
17
Afbeelding 6: kleine uitbreiding kampeerterrein en bestemmingsvlak met aanduiding 'specifieke vorm van recreatie -plaatsgebonden kampeermiddelen' Het maximum van totaal 40 kampeerplaatsen blijft gehandhaafd. Ter plaatse van het bestemmingsvlak 'Recreatie - Kampeerterrein' wordt de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - plaatsgebonden kampeermiddelen' toegevoegd. Hiermee wordt geregeld dat ter plaatse van het kampeerterrein maximaal 30 plaatsgebonden kampeermiddelen aanwezig mogen zijn (in de vorm van trekkershutten, chalets, blokhutten, safaritenten of naar aard daarmee vergelijkbare kampeermiddelen). De overige 10 kampeerplaatsen mogen alleen worden gebruikt voor niet plaatsgebonden kampeermiddelen zoals reguliere tenten. B. Aanpassing regels Met het toevoegen van de specifiek aanduiding op de verbeelding moeten ook de regels daarop worden aangepast. Om de receptie te kunnen realiseren zal in de bouwregels van de bestemming 'Recreatie - Kampeerterrein' het bouwen van een receptie ten dienste van het kampeerterrein opgenomen worden, waarbij een maximale oppervlakte van 20 m2 18
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
en een bouwhoogte van 2,20 meter geldt. 2.3.3
Bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie’
Het overige deel van de in gebruik zijnde gronden worden gebruikt ten behoeve van dagrecreatie en parkeerterrein. Ten zuiden van At Sea zijn aan de waterkant nabij de safaritenten is een speeltoestel gerealiseerd en een volleybalveld aangelegd. Alhoewel deze mede ten behoeve van de dagrecreatie zijn gerealiseerd, zijn binnen de bestemming dagrecreatie het oprichten van speelvoorzieningen niet toegestaan. Aan de noordkant van At Sea is een belangrijk deel ingenomen ten behoeve van het parkeren van gasten van het restaurant. A. Aanpassing verbeelding Op het terrein ten noorden van het restaurant is binnen de bestemming 'Recreatie Dagrecreatie' de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – camperplaatsen’ opgenomen. Deze functieaanduiding wordt verplaatsten conform de onderstaande afbeelding. Met deze verplaatsing blokkeren de campers minder het zicht op het Drontermeer.
Toelichting
19
Afbeelding 7: verplaatsen functieaanduiding 'specifiek vorm van recreatie camperplaatsen' B. Aanpassing regels Aan de bestemmingsomschrijving is toegevoegd dat de voor 'Recreatie Dagrecreatie' aangewezen gronden mede zijn bestemd voor speelvoorzieningen en speeltoestellen. Het parkeren aan de noordkant van At Sea vindt plaats binnen de bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie’. Om het parkeren planologisch - juridisch in het bestemmingsplan te verankeren, wordt in de bestemmingsomschrijving opgenomen dat de gronden ter plaatse van de bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie' mede bestemd zijn voor bestaande parkeerplaatsen.
20
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het voor het plangebied relevante vigerende beleidskader. Paragraaf 3.2 besteedt aandacht aan het Rijksbeleid. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op het provinciaal beleid. In paragraaf 3.4 komt het regionaal beleid aan bod en in paragraaf 3.5 het gemeentelijk beleid. Het in dit hoofdstuk samengevatte ruimtelijk beleidskader is niet uitputtend. 3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; Toelichting
21
waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten. dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Toetsing en conclusie In de NOVI is geen concreet beleid op nationaal niveau geformuleerd dat van belang is voor het voorliggend bestemmingsplan.
Het planvoornemen is op nationale schaal dermate kleinschalig dat er geen strijdigheid kan bestaan met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Voor deze ontwikkeling vindt de afweging dat wordt voldaan aan de principes van een goede ruimtelijke ordening décentraal plaats. 3.2.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening 22
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). Toetsing en conclusie Onderzocht is of deze ontwikkeling moet worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in artikel 3.1.6 Bro.
In de jurisprudentie is bepaald dat een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel dient te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt (uitspraak van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1442 (Wierden)). De afdeling heeft uitgangspunten gehanteerd voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in één van de andere in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro genoemde stedelijke voorzieningen in de vorm van een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m², kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Binnen het bestemmingsvlak 'Horeca' geldt een bebouwingspercentage van 15%. De oppervlakte van het vlak met de bestemming ‘Horeca’ is circa 4.500 m2 groot. Dit zou Toelichting
23
betekenen dat maximaal circa 675 m2 aan bebouwing aanwezig mag zijn. De huidige en vergunde bebouwing is al meer dan 1.000 m2, wat neerkomt op een bebouwingspercentage van circa 25%. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de ligging van het bestemmingsvlak 'Horeca' van vorm gewijzigd. Er is hierbij geen sprake van uitbreiding. Wél zal het bebouwingspercentage worden gewijzigd in 40% om voldoende planologische ruimte te creëren voor de al aanwezige bouwwerken alsmede ontwikkelingsruimte te hebben voor (eventuele) toekomstige uitbreidingen. De feitelijk planologische ruimte voor het toevoegen van nieuwe bebouwing met de verhoging van het bebouwingspercentage zal niet meer dan 500 m2 bedragen. Geconcludeerd kan worden dat een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is 3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt niet alleen regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Het Drontermeer valt onder de werkingssfeer van het Barro. Het plangebied valt hier buiten. Zie ook de onderstaande afbeelding.
Afbeelding 8: begrenzing gebied vallend onder Barro (blauw ingetekend) 24
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
Toetsing van het plan aan het Barro is daarom niet aan de orde. Wél is er nieuw beleid in de maak voor bouwen buitendijks in het Makermeer en IJsselmeergebied. in de brief water en bodem sturend (zie navolgende sub paragraaf) worden regels gesteld over buitendijks bouwen. 3.2.4
Buitendijks bouwen in het Markermeer en IJsselmeergebied
Vanuit het Ministerie IenW is in november 2022 een Kamerbrief verschenen over rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening. In deze brief staat dat voor het IJsselmeergebied (waaronder het Drontermeer valt) buitendijkse bebouwing vermeden dient te worden. Bouwen op verstandige locaties In het licht van klimaatverandering is het belangrijk te weten waar het verstandig is om te bouwen. Er zijn nu al locaties aan te wijzen waarvoor geldt dat bebouwing niet verstandig is en dus vermeden dient te worden. Hier gaat het om locaties, zoals de buitendijkse gebieden in het IJsselmeer, het rivierbed, langs dijken en keringen en de diepste delen van de (diepe) polders. Dit geldt ook voor de beekdalen met een groot overstromingsrisico. In antwoord op vragen over de brief is in oktober 2023 een brief verzonden aan de Kamer. In de Kamerbrief van oktober 2023 over buitendijks bouwen in het Markermeer en IJsselmeergebied zijn de keuzes over buitendijks bouwen in het IJsselmeergebied uitgewerkt. De redeneerlijn uit deze Kamerbrief geeft meer duidelijkheid aan initiatiefnemers en bevoegde gezagen en kunnen zij rekening houden met de aangekondigde wijzigingen in regelgeving. Klimaatverandering maakt dat we méér ruimte nodig hebben voor het water in het IJsselmeergebied. Voor situaties met te veel water en bij zeespiegelstijging.
En ook bij droogte; in situaties met te weinig water is onze nationale zoetwaterbuffer van groot belang. Daarnaast vraagt de opgave voor ecologie en waterkwaliteit ruimte. We willen daarom niet dat buitendijkse plannen het waterbergend vermogen, de afvoercapaciteit of de zoetwaterbuffer aantasten, of dat deze plannen mogelijke maatregelen in de toekomst belemmeren dan wel het risico op schade vergroten. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) staat nu al de Toelichting
25
hoofdregel om niet buitendijks te bouwen in het IJsselmeergebied. Op deze hoofdregel bestaan enkele uitzonderingen. Deze regelgeving wordt aangescherpt. De inzet daarbij is: dat wat binnendijks kan worden gerealiseerd (zoals woningen, niet-watergebonden activiteiten), zou ook binnendijks moeten worden gerealiseerd. Voor kleinschalige watergebonden activiteiten aan de randen van de meren (zoals havens, strandjes en watergebonden bedrijven) blijft buitendijks ruimte omdat dit binnendijks niet kan. Gebruikers van buitendijks gebied zijn en blijven zelf verantwoordelijk voor schade als gevolg van hoog- of laagwater. In het IJsselmeergebied moet rekening worden gehouden met grotere peilfluctuaties en een verhoging van het peil. Om regio’s niet te overvallen, gaat deze inzet niet gelden voor: 1. Vergevorderde projecten in het buitendijkse IJsselmeergebied. Daarvan is hier sprake als vóór publicatie van de kamerbrief WBS: a. het (bestemmings)plan dat voorziet in realisatie van dat project is vastgesteld of een ontwerp van dat plan ter inzage is gelegd en/of b. de vergunning(en) die nodig is voor de realisatie van het project is verleend of het ontwerp van die vergunning(en) ter inzage is gelegd. 2. Projecten waar met het Rijk bestuurlijke afspraken over zijn gemaakt (in bijv. het BO MIRT).
Voor deze projecten wordt met de regio gezocht naar maatwerkoplossingen, waarbij wel getoetst zal worden op risico’s ten aanzien van bijvoorbeeld waterveiligheid en wateroverlast. De redeneerlijn dient als basis voor de verdere uitwerking en de juridische verankering. Dit traject is gestart. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de Omgevingswet (nu: het Barro) wordt aangepast. Dit betreft aanpassing van regelgeving in het ruimtelijke spoor en kent een aanzienlijk langere doorlooptijd dan het vaststellen van bijv. beleidsregels. Verwacht wordt dat het Bkl in 2026 is aangepast Toetsing en conclusie Initiatiefnemer exploiteert een horecabedrijf met kleinschalige camping buitendijks. Met het voorliggende bestemmingsplan worden reeds verleende omgevingsvergunning planologisch verankerd. Daarnaast maakt het plan de plaatsing van een receptiegebouw van ten hoogste 20 m2 mogelijk en kunnen plaatsgebonden kampeermiddelen op het bestaande kampeerterrein worden geplaatst. 26
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
Het receptiegebouw en de plaatsgebonden kampeermiddelen staan op de grond en zijn gemakkelijk te verplaatsen of te verwijderen. Omdat de genoemde bebouwing niet in de bodem is gefundeerd, heeft dit geen gevolgen voor het waterbergend vermogen. Met het planvoornemen wordt het waterbergend vermogen in het IJsselmeergebied niet verkleind. 3.2.5
Conclusie rijksbeleid
Er zijn geen rijksbelangen in het geding. 3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Flevoland - FlevolandStraks
De Omgevingsvisie FlevolandStraks (vastgesteld op 8 september 2017) geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities de provincie heeft voor de toekomst. Vanuit de omgevingsvisie worden er drie kernopgaven beschreven: Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving). Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving). Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: Duurzame Energie. Regionale Kracht. Circulaire Economie. Landbouw: Meerdere Smaken. Flevoland biedt in 2030 en verder ruimte voor duurzame ontwikkelingen met oog voor fysieke, sociale en economische aspecten. Stedelijke regio´s vormen in toenemende mate de motoren van de economie. Regiovorming verloopt niet vanzelf optimaal. Overheden kunnen het verschil maken door op slimme manier de goede voorwaarden te creëren voor economische groei. De provincie wil zich profileren als een aantrekkelijke, recreatieve provincie met Toelichting
27
een aantrekkelijk toeristisch aanbod waar velen van genieten. Flevoland wil ruimte bieden voor duurzame ontwikkelingen met oog voor fysieke, sociale en economische aspecten. Deze toekomst maakt de provincie samen met inwoners, bedrijven, organisaties en overheden. Verder staat er in de omgevingsvisie dat er meer recreatie en meer toerisme komt. Toetsing en conclusie Het bedrijf van initiatiefnemers draagt in belangrijke mate bij aan de beleving van Flevoland door de toerist vanwege onder andere de ligging aan het Drontermeer en de camping. Met het voorliggende plan krijgt de camping een impuls door grondgebonden kampeermiddelen (safaritenten) mogelijk te maken. Het plan is in lijn met de omgevingsvisie FlevolandStraks. 3.3.2
Omgevingsprogramma Provincie Flevoland
De provincie Flevoland heeft op 27 februari 2019 het Omgevingsprogramma Flevoland vastgesteld, dat op 15 maart 2019 in werking is getreden. Het omgevingsprogramma bevat de visie van de provincie op het ruimtelijk beleid in hoofdlijnen en biedt de kaders voor de verdere beleidsontwikkelingen. Het omgevingsprogramma is verschillende keren geactualiseerd en gewijzigd. De meest recente versie is op 1 augustus 2019 geconsolideerd en in werking getreden. Vanuit het omgevingsprogramma is de locatie gelegen in een gebied dat is aangemerkt als 'landelijk gebied'. Binnen het landelijk gebied zijn verschillende beleidsuitgangspunten opgenomen voor verschillende ontwikkelingen. De provincie streeft naar een vitaal landelijk gebied. Om het economisch draagvlak te verbreden wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied en deze verweven met de bestaande landbouwfunctie. Vestiging van activiteiten die bij uitstek thuishoren op een bedrijventerrein of aansluitend aan het bebouwde gebied worden in principe niet toegestaan. De activiteiten moeten in principe kleinschalig van karakter zijn. De bebouwingsmogelijkheden dienen hierop te zijn afgestemd. Effecten die milieuhygiënisch, landschappelijk en verkeerskundig (veiligheid en verkeersaantrekkende werking) ongewenst zijn, moeten worden voorkomen.
Zo mogen nieuwe functies de landschappelijke en cultuurhistorische kern- en basiskwaliteiten van het gebied niet aantasten. De provincie ziet erop toe dat de mogelijkheden van verstedelijking in het landelijk gebied afdoende gemotiveerd zijn boven het gebruik maken van mogelijkheden in het stedelijk gebied. Zo ziet de provincie ook toe op een goede omgang met de Ladder voor 28
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
duurzame verstedelijking van het Rijk. Conform kaart 21 van het Omgevingsprogramma ligt het plangebied binnen de grenzen van het gebied dat aangewezen is voor Cultuurhistorische en landschappelijke kernkwaliteiten. Cultuurhistorische en landschappelijke kernkwaliteiten zijn elementen en patronen die bepalend zijn voor het karakter van Flevoland en waarmee de essentie van het polderconcept wordt gewaarborgd. Het zijn de dijken, vaarten, interne ontsluiting, flankerende beplanting, wegbeplanting en de bosranden. Deze wil de provincie behouden en de kwaliteiten ervan inzetten bij nieuwe ontwikkelingen, zodat zij een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Uit kaart 41 'Natuur' blijkt dat het plangebied aan de Drontermeerdijk 13 tussen het Natuurnetwerk Nederland aan de westzijde ligt en het Natura 2000-gebied aan de oostzijde.
Toelichting
29
Afbeelding 9: ligging plangebied binnen de kaart ‘Natuur’ (Bron: Omgevingsprogramma Provincie Flevoland) Het fundament van het natuurbeleid wordt gevormd door deze gebieden. Deze beschermde gebieden vormen een robuust, samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat voldoende leefruimte biedt voor soorten en waarden die karakteristiek zijn voor de Flevolandse natuur. De provincie zet daarnaast in op meer bekendheid en toegankelijkheid van de Flevolandse natuur. De doelen zijn dat de natuurgebieden aantrekkelijk zijn, beleefbaar voor verschillende doelgroepen en bereikbaar voor iedereen. Toetsing en conclusie 30
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
Het plangebied is een bestaande niet-agrarische locatie binnen de begrenzing van het 'Landelijk gebied'. Een aantal gerealiseerde (bouw) plannen worden met het voorliggende bestemmingsplan positief bestemd. Ook wordt door middel van dit bestemmingsplan enige ruimte geboden voor ontwikkeling en flexibiliteit. Hiermee kunnen initiatiefnemers de bedrijfslocatie zo inrichten en benutten, dat maximaal kan worden ingezet op de beleving van de locatie aan het Drontermeer. Dit sluit aan bij de doelstelling van de provincie om meer bekendheid en toegankelijkheid te geven aan de Flevolandse natuur. Cultuurhistorische en landschappelijke kernkwaliteiten zullen als gevolg van de plannen niet worden aangetast. De aanwezige beplanting blijft behouden. De aanwezige natuurgebieden (NNN en Natura 2000) zullen geen nadelige effecten ondervinden van de voorliggende plannen. Enerzijds omdat de planlocatie buiten de grenzen van het Natuurnetwerk Nederland ligt. In paragraaf 4.2 wordt nader ingezoomd op de ligging van het plangebied in de nabijheid van het Natura 2000-gebied Veluwe Randmeren. Hieruit blijkt dat het plan geen significant negatieve gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van beschermde flora en fauna. Geconcludeerd wordt dan ook dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met het ‘Omgevingsprogramma Provincie Flevoland’. 3.3.3
Omgevingsverordening Provincie Flevoland
In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden. De omgevingsverordening bevat een vertaling van het ruimtelijke beleidskader uit het Omgevingsprogramma naar concrete regels, waarmee de ruimtelijke beleidsvisie van de provincie juridisch is verankerd. In geval van voorgenomen ontwikkeling zijn met name de artikelen 3.1 en 6.3 van de omgevingsverordening van belang. Artikel 3.1 Bescherming landschap In de regels van dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op het belang van de bescherming van het landschapsschoon en zijn gericht op het behoud en de Toelichting
31
ontwikkeling van een specifiek en karakteristiek landschapspatroon. in paragraaf 3.3.2 is hierover reeds aangegeven dat deze karakteristieke patronen niet worden aangetast. Artikel 6.3 (Toedeling beheer waterschap) Waterschap Zuiderzeeland is belast met het beheer van het watersysteem dat behoort tot de taak van het waterschap, zoals omschreven in artikel 4 van het Reglement voor Waterschap Zuiderzeeland 2008. In paragraaf 4.6 wordt hier nader op ingegaan. In de kaarten genoemd in bijlage 4 van de Omgevingsverordening is de regionale waterkering ter hoogte van het bedrijf van initiatiefnemers niet opgenomen. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat dit bebouwde buitendijkse gebied geen extra bescherming behoeft tegen wateroverlast. Uit het risicobeoordelingsmodel Waterveiligheid buitendijkse gebieden (rwbg.flevoland.nl), blijkt dan ook dat geen significante golfaanval is te verwachten. De kans op water is eens in de 100-1000 jaar. Golfbrekers en golfremmende constructies zijn niet nodig. De locatie is veilig voor mensen. De kans op overlijden is kleiner dan 1:100.000 per jaar. Eventuele financiële schade is acceptabel. Ook omdat kampeermiddelen op een vlonder minstens 50 centimeter boven de grond staan en bovendien vrij eenvoudig zijn te verplaatsen. Het milieu loop bovendien geen risico omdat er geen sprake is van een bedrijf waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. 3.3.4
Beleidsplan Recreatie & Toerisme Flevoland
In het beleidsplan 'Recreatie & Toerisme' wordt de ambitie van het aantrekken van meer toeristische bezoekers besproken. De prognose is dat toeristen in de toekomst hogere eisen zullen stellen aan faciliteiten, waaronder accommodaties, de bereikbaarheid en informatievoorziening. De kwaliteit van de activiteit en accommodatie moet dus top zijn. Toetsing en conclusie Het voornemen om op het kampeerterrein grondgebonden luxe safaritenten te plaatsen draagt bij aan het verhogen van de eisen voor de verblijfsrecreatie. Hiermee is het initiatief dus in lijn met het beleidsplan 'Recreatie & Toerisme Flevoland'.
32
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Dronten 2030
De gemeenteraad heeft op 29 november 2012 de Structuurvisie Dronten 2030 vastgesteld. Over recreatie en toerisme schrijft de gemeente dat de gemeente Dronten veel in huis heeft. De recreatie concentreert zich op en langs de randmeren en op het IJsselmeer. In totaal zijn langs de randmeren 16 kilometer strand en een aantal recreatieve eilandjes aanwezig. Binnendijks zijn de bossen en open natuurgebieden van grote waarde voor de recreatie. In de randmeerzone aan de oostkant van de gemeente bevinden zich de belangrijkste attractieparken en worden de grootste evenementen georganiseerd. Op het gebied van verblijfsrecreatie is in de gemeente een aantal campings, bungalowparken en een aantal bed & breakfasts aanwezig, eveneens vooral gelegen in de oostrand. Versterken recreatie in de oostrand De gemeente wil in de komende jaren het belang van de oostrand voor recreatie en toerisme vergroten en het gebied nog meer als toeristische regio of landstreek op de kaart zetten. Versterking van recreatie en toerisme kan een substantiële bijdrage leveren aan de noodzakelijke groei van werkgelegenheid van de gemeente Dronten en de Provincie Flevoland. In het noordelijk deel van de randmeerzone (tussen Ketelhaven en de elburgerbrug) ligt het accent op extensieve recreatie en in het zuidelijk deel (tussen de Elburgerbrug en Hardersluis) op meer intensieve vormen van recreatie.
De locatie van initiatiefnemer bevindt zich tussen de Ketelhaven en de Elburgerbrug en richt zich op extensieve recreatie. Het natuur- en recreatieschap veluwerandmeren, een samenwerkingsverband van gemeenten rondom het Drontermeer, veluwemeer, Wolderwijd en nuldernauw, werken samen om de belangen van de recreatie en de natuurbescherming binnen het veluwerandmerengebied te behartigen en de naamsbekendheid van het gebied te vergroten. De oprichting van het natuur- en recreatieschap biedt kansen om de randmeren als dag- en verblijfsproduct veel integraler te vermarkten en te positioneren. Bovendien maakt het schap zich sterk voor het bewaren en bevorderen van het natuur- en landschapsschoon binnen het Toelichting
33
veluwerandmerengebied. Toetsing en conclusie Met het voorliggende plan worden initiatiefnemers in staat gesteld om hun bedrijfsvoering (beter) af te stemmen op de wensen van de klant / toerist / recreant. Het bedrijf draagt een steentje bij aan de versterking van de extensieve recreatie in de oostrand. Het plan sluit hier goed op aan. 3.4.2
Beleidsnota Toerisme en Recreatie (september 2008)
Vertrekpunt voor de beleidsnota Toerisme en Recreatie 2008 is de vraagstelling welke visie de gemeente Dronten heeft op het toeristisch-recreatief gebied voor de komende vijf tot tien jaar en op welke wijze kan deze visie worden gerealiseerd. De centrale ligging van Dronten in Nederland in combinatie met de ruimte en de eerder genoemde kwaliteiten zorgen ervoor dat de gemeente Dronten een interessante plaats is om een toeristisch recreatief bedrijf te vestigen. Met name diversiteit ten opzichte van het bestaande aanbod wordt aangemoedigd evenals nieuwe initiatieven die onderscheidend zijn. Bij de vestiging van een nieuwe toeristisch-recreatieve ondernemer zal er rekening gehouden moeten worden met het landschap en de omgevingskwaliteit. De huidig bestaande zonering zal behouden blijven en worden aangevuld. Randmeren De randmeren in de gemeente Dronten zijn lopend van noord naar zuid: Ketelmeer, Vossemeer, Drontermeer en het Veluwemeer. Daarnaast grenst Dronten in het noorden aan het IJsselmeer. De randmeren vormen als het ware de scheiding met het ‘oude land’. Langs de randmeren beschikt Dronten over een zestig kilometer lange kustlijn met ongeveer zeventien kilometer stranden en voorlanden vooral gesitueerd langs het Veluwemeer en Drontermeer. Tevens liggen er enkele (recreatie)eilandjes in de randmeren.
Het Veluwemeer en omgeving is een intensieve recreatiezone voor verblijfsrecreatie en intensieve dagrecreatie. Uitgangspunt voor dit gebied is dat het volledig zelfvoorzienend wordt. Het Vossemeer en Drontermeer is extensief gebruiksgebied voor natuurlijke recreatie en doelgroeprecreatie zoals wandelpaden, fietspaden, bijzondere natuurwaarden en natuurkamperen op kleinschalige terreinen. Stranden In de afgelopen jaren is er hard gewerkt aan een kwaliteitsslag om alle stranden een 34
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
kwaliteitsimpuls te geven. Om deze stranden goed te kunnen onderhouden is de meerderheid van de stranden in beheer bij de aangrenzende recreatieondernemers en ligt de exploitatie van de stranden nu bij de beheerders in het gebied. Deze openbare stranden liggen voornamelijk aan het Veluwemeer en het Drontermeer en omvatten vaak ook sanitair en horeca. De stranden zijn geopend voor autoverkeer van 1 april tot 1 oktober van 9 uur ’s morgens tot 21 uur ’s avonds. Vanaf de stranden is er uitzicht op diverse eilandjes, gelegen in de randmeren, waarvan enkele gebruikt worden voor recreatiedoeleinden. De kracht van het toeristisch-recreatieve product van Dronten bestaat uit een combinatie van ruimte, water, groen en de aanwezigheid van diverse dagrecreatieve voorzieningen (zowel in zomer als winter) en het ruime aanbod aan verblijfsaccommodaties. Hoofddoelgroepen zijn de gezinnen en senioren uit Nederland. Toetsing en conclusie De locatie van At Sea bevindt zich in de oostrand, waar relatief toeristische bedrijven geclusterd voorkomen. De kleinschalige camping aan het water is een integraal onderdeel van het bedrijf. Om de stranden goed te kunnen onderhouden is een deel van het strand in beheer bij At Sea. Om de beheerders en het onderhoud van stranden en groen te kunnen bekostigen heeft At Sea de inkomsten nodig van de camping.
Onderdeel van het planvoornemen is het mogen plaatsen van luxere grondgebonden kampeermiddelen om aan de vraag van de recreanten te kunnen blijven voldoen. Hiermee wil initiatiefnemer waarborgen dat de inkomsten uit de camping goed blijven. Hiermee is het beheer van het strand ook gewaarborgd. Het plan sluit in die zin aan bij de Beleidsnota van de gemeente. 3.4.3
Notitie camperbeleid (2009)
De gemeente Dronten is in 2008 een onderzoek gestart om inzicht te verkrijgen in de behoefte aan camperverblijfplaatsen van de gemeente Dronten (zowel voor overnachtingen als gedurende de dag). Doel van het onderzoek was inzicht te verkrijgen in de behoefte van de doelgroep camperaars die niet op campings willen overnachten (ongeveer 1/3 van de groep camperaars) en voor deze doelgroep een plek(ken) aanwijzen voor recreatief nachtverblijf in de vorm van camperplaatsen in de kernen van Dronten. De notitie omvat de volgende conclusies en adviezen: Toelichting
35
geen speciale parkeerplaatsen aanwijzen voor campers. De campers kunnen gebruik maken van de camperplaatsen voor zowel overnachten als parkeren; standplaats campers moet minimaal 3 x 7 meter zijn met een harde ondergrond; verwijzingsborden dienen in de omgeving geplaatst te worden evenals aanduidingsborden om de camperplek weer te geven; voor de aangewezen camperplekken een uitvoeringsbesluit van de APV nemen; het nemen van een verkeersbesluit; gezien de hoogte van de kosten is het voorstel de camperplekken in eerste instantie zo minimaal mogelijk in te richten en dus geen extra voorzieningen zoals water of stroom aan te bieden; voor initiatieven vanuit de markt kunnen de beoordelingscriteria in deze beleidsnota gebruikt worden ter toetsing. Toetsing en conclusie Onderdeel van het planvoornemen is het verplaatsen van de perkeerplaatsen voor de campers. De huidige locatie van de dagkampeerplaatsen (camperplaatsen) is ongunstig omdat de geparkeerde voertuigen het zicht op het Drontermeer wegneemt. Dit wordt met de verplaatsing dus opgeheven. Omdat het gaat om de verplaatsing van een bestaande camperplaatsen en de capaciteit gelijk blijft, is een nadere toetsing aan de notitie niet aan de orde. 3.4.4
Archeologie
In 2009 heeft de gemeente Dronten het archeologie beleid vastgesteld. De gemeente wil met het archeologie beleid bereiken, dat: Bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig wordt omgegaan met archeologische waarden, zodat deze waar mogelijk behouden blijven voor toekomstige generaties; Archeologische waarden meer worden ingezet ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit, identiteit en cultuurbeleving. Ten behoeve hiervan heeft de gemeente de archeologische waarden en verwachtingen die binnen de gemeentegrenzen voorkomen zoveel mogelijk geïnventariseerd en op een Archeologische waarden- en verwachtingenkaart gevisualiseerd. Deze kaart is doorvertaald in een Archeologische beleidskaart en voorbeeldplanregels. De Archeologische beleidskaart dient onder andere te worden betrokken bij wijzigingen van bestemmingsplannen. De implementatie en effectuering van het gemeentelijk archeologie beleid in het ruimtelijk beleid vindt 36
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
dus onder andere via deze planvorm. Het doel van het gemeentelijk archeologie beleid is het behoud van belangrijke archeologische waarden, zonder daarbij andere belangen uit het oog te verliezen. Het beleid beperkt zich daarom tot archeologische terreinen waarvan de behoudens-waardigheid al is aangetoond en tot reële archeologische verwachtingen. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op de situatie van het terrein van At Sea. 3.4.5
Toekomstvisie 2025, Ontdek die ruimte in Dronten
Dronten is een vitale draagkrachtige samenleving waar inwoners, ondernemers en organisaties meedoen of elkaar helpen met de gemeente samen te werken aan ontwikkelingen en kansen die de ruimte tussen de Randstad en Regio Zwolle ons biedt. Dronten maakt daadkrachtige keuzes om balans te bieden in het landschap voor agro & food, recreatie en energie. De dorpen Biddinghuizen en Swifterbant onderscheiden zich in het Dronter landschap van het wat stedelijke Dronten. Unieke ligging Door de ligging is sprake van sterke oriëntatie op het stedelijke netwerk Zwolle, één van de topregio’s in Nederland. Dronten heeft zich binnen deze regio gepositioneerd als een veelzijdig open landelijk gebied waarbij ruimte, groen, schone lucht en water een grote rol spelen voor kansrijke ontwikkelingen. Toerisme, recreatie en evenementen Naast de verdere ontwikkeling van bestaande ondernemingen hebben nieuwe spraakmakende toeristische attracties zich gevestigd aan de oostrand. De oostrand presenteert zich als vermaak-regio voor een weekendje uit, maar ook voor een week of langere vakantie. Ontwikkelingen als Bremerbaai en Ellerveld laten zien dat toerisme en recreatie niet meer weg te denken zijn uit Dronten. De ruimte in het buitengebied, de welwillendheid van de overheden in combinatie met innovatief ondernemen maken deze ontwikkelingen mogelijk.
Samen met de Overijsselse en Gelderse gemeenten worden de randmeren als een product/gebied gepresenteerd: Gastvrije Meren. Toetsing en conclusie Toelichting
37
In de toekomstvisie 2025 geeft de gemeente aan dat de unieke ligging juist kansen biedt voor ontwikkelingen. Dit geldt ook voor At Sea. De ligging aan het Drontermeer biedt het bedrijf ontwikkelingskansen waarop in het voorliggende bestemmingsplan wordt ingespeeld. Het plan van At Sea sluit aan bij de vermaak-regio aan de oostrand. Het bedrijf wil meer recreanten trekken door op het kampeerterrein meer luxe overnachtingsmogelijkheden aan te bieden.
38
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten Bij de realisatie van nieuwe ontwikkelingen moet, met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan, worden onderzocht of in de toekomst sprake is van een goede omgevingssituatie. Daarbij wordt getoetst aan de sectorale wet- en regelgeving op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en water. 4.1
Ecologie
Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. in de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied grenst aan het Drontermeer, dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Dit betreft geen voor stikstof gevoelig gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelig gebied Rijntakken, ligt op 6,7 km afstand van de voorgenomen ontwikkeling. In het voorliggende bestemmingsplan worden geen nieuwe activiteiten mogelijk gemaakt. Het planvoornemen zal niet resulteren in (significant) hogere bezoekersaantallen van het restaurant en de camping. De capaciteit van het restaurant en de camping blijven immers gelijk. Ook blijft het seizoen dat de camping is geopend ongewijzigd. Er is sprake van voortgezet bestaand gebruik. De bestemmingsplanherziening is primair opgesteld om bestaande faciliteiten planologisch te verankeren en initiatiefnemers de mogelijkheden te bieden om in te spelen om de wensen van de klant / toerist / recreant. Onderdeel van de plannen is de realisatie van een klein receptiegebouw ten behoeve van de camping.
Dit gebouwtje is op circa 30 meter gesitueerd uit het Veluwerandmeer. Deze afstand is vergelijkbaar met de loods die in 2019 (OV 2017-0430) is gebouwd. Uit de effectenbeoordeling voor deze loods is gebleken dat de bouw hiervan geen negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelen voor Toelichting
39
habitattypen van het Natura 2000-gebied. Geconcludeerd werd dat door de omvang van de werkzaamheden (het bouwen van een loods) en de omvang en het beoogde gebruik van de loods (opslag en stalling) geen overschrijding ontstaat van de kritische depositie waarde voor stikstof. Door middel van een Aerius-berekening is deze conclusie bevestigd. De Aerius-berekening is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Omdat eventuele verwarming elektrisch plaatsvindt, levert de gebruiksfase geen uitstoot van stikstof op. Verder bleek dat de bouw van de loods geen negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelen van habitatirichtlijnsoorten Meervleermuizen, Kleine modderkruiper en Rivierdonderpad, omdat er niet in het water gewerkt zal worden. Effecten op beschermde broedvogels (Roerdomp en Grote karekiet) werden niet verwacht. Er zijn geen territoria van Roerdomp en Grote karekiet bekend in- of in de directe omgeving van het plangebied. De plek en aard van de werkzaamheden sluiten negatieve effecten uit. Effecten op beschermde niet-broedvogels waren niet te verwachten, omdat de loods lager is dan de bomen in de omgeving, waardoor deze niet tot optische verstoring leidt of een barrière vormt. Vanwege de aanwezigheid van het restaurant en de vaargeul fungeert het plangebied voor alle soorten in beperkte mate als foerageer- en rustgebied tijdens de trek- of overwinteringsperiode.
Het plangebied draagt niet significant bij aan de draagkracht van het Natura 2000-gebied. De loods is daarnaast op een besloten locatie gerealiseerd (het restaurant en bomenrij schermen de werkzaamheden af). Eventueel verstoorde soorten kunnen eenvoudig uitwijken naar geschiktere foerageer- en rustlocaties in de directe omgeving. De voorgaande conclusie is ook van toepassing op het receptiegebouwtje omdat de afstand tot de rand van het Natura 2000-gebied gelijk is, waarbij tevens geen werkzaamheden in het water worden uitgevoerd, het receptie gebouwtje lager is dan de omliggende bomen en de loods op een besloten locatie wordt gerealiseerd. Een recente beoordeling van een ecoloog van Rijkswaterstaat bevestigd dat het plan niet leidt tot significante gevolgen voor de doelen in het N2000 gebied Veluwerandmeren (Drontermeer maakt onderdeel uit van dit N2000 gebied). Wel zou een plan met jaarrond jaarrond kamperen effecten kunnen hebben op de overwinterende watervogels op het Veluwemeer. Echter is de camping in de winder niet geopend, waardoor met zekerheid is te concluderen dat het plan geen externe 40
Dronten - Drontermeerdijk 13 (D5005)
werking op de overwinterende watervogels heeft. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Op basis van de Omgevingsverordening Flevoland maakt het plangebied geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Wel bevindt zich rondom het plangebied gronden die zijn aangewezen als NNN-gebied. De minimale afstand in circa 90 meter. In artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland is een beschermende regeling voor deze gebieden opgenomen. Deze luidt als volgt: 'Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Gezien de aard en omvang van de voorgestelde ontwikkelingen kan worden gesteld dat dit plan geen (significante) effecten op de natuurwaarden in de omgeving heeft. Soortenbescherming De fysieke ingrepen als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan zijn zeer beperkt.