ba256246-41d2-44f2-81a6-8e8bb3c87197.pdf
Tekst van het document
4.536.401
6.585.896
8.420.948
Cumulatief accres via gemeentefonds
2.501.164
Tabel 2.2.4 Actuele raming groei accres relevante uitgaven (ARU) 2022-2025 (in procenten)
Stand Miljoenennota 2022 Mutatie jaarlijkse tranches in Voorjaarsnota 2022 Stand Voorjaarsnota 2022
2022
2023
2024
2025
5,0%
2,4%
2,4%
3,3%
3,4%
4,3%
4,3%
2,6%
8,4%
6,7%
6,7%
5,9%
De jaarlijkse groei van de accres relevante uitgaven (ARU) bepaalt het accres percentage. De uitnames voor de Woningbouwimpuls en het Volkshuisvestingsfonds hebben geen invloed op de ARU en daarmee ook niet op het accres percentage. Tabel 2.2.5 maakt de mutaties van de accrestranches per jaar inzichtelijk. De totaalregel in de tabel correspondeert met de accresregel in tabel 2.2.1.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
9
Tabel 2.2.5 Mutaties accres tranches gemeentefonds 2022-2025 ten opzichte van de septembercirculaire 2021 (jaartranches, in duizenden euro’s)
Tranche 2022
2022
2023
2024
2025
1.008.105
1.008.105
1.008.105
1.008.105
Tranche 2023
1.543.915
Tranche 2024
1.543.915
1.543.915
1.588.487
1.588.487
Tranche 2025
1074,749
Totaal gewijzigde tranches
1.008.105
2.552.020
4.140.507
5.215.256
Uitname woningbouwimpuls
-100.000
-200.000
-300.000
Uitname volkshuisvesting
-150.000
-300.000
-450.000
2.302.020
3.640.507
4.465.256
Totaal gewijzigde tranche via
1.008.105
gemeentefonds
Ten tweede is in het Coalitieakkoord besloten dat de fondsen vanaf 2026 niet langer via de normeringssystematiek geïndexeerd worden. Daarmee vervalt de koppeling aan de rijksuitgaven. Het gereserveerde accres wordt vanaf 2026 wel bijgesteld als gevolg van de jaarlijkse loon- en prijsontwikkeling zoals deze door het CPB wordt geraamd. De wijze van berekening voor deze jaren wordt getoond in tabel 2.2.6 en tabel 2.2.7 en meer in detail in bijlage 8 van de Voorjaarsnota 2022. In 2026 en 2027 is een opwaartse bijstelling van het accres te zien ten opzichte van de stand Miljoenennota 2022. Tabel 2.2.6 Bijstelling accres Gemeentefonds 2026-2027 als gevolg van CEP (in miljoenen euro, tenzij anders aangegeven) 2026
2027
A. Totale LPO-ontwikkeling vanaf 2022 in %
18,6%
22,3%
B. Oude lpo-ontwikkeling (stand MEV22)
3.589
4.368
C. Nieuwe lpo-ontwikkeling in euro (A*B)
5.560
6.642
D. Mutatie (C-B)
1.971
2.274
593
590
w.v agv lpo 2022
Tabel 2.2.7 Cumulatieve stand accres Gemeentefonds 2026-2027 (in miljoenen euro, tenzij anders aangegeven) 2026
2027
A. volume-accres
2.233
2.233
B. lpo-ontwikkeling
5.560
6.642
C. Totaal cumulatief accres (incl 2022, A+B)
7.793
8.875
w.v. al verwerkt in het Gemeentefonds
2.086
2.083
w.v. gereserveerd
5.708
6.792
Meicirculaire gemeentefonds 2022
10
1b. Volkshuisvestingsfonds In het Coalitieakkoord zijn middelen voor de volkshuisvesting (4 x € 150 miljoen) opgenomen. Deze middelen worden voor de jaren 2023 tot en met 2025 onttrokken aan het voor die jaren gereserveerde accres.
1c. Woningbouwimpuls In het Coalitieakkoord zijn middelen voor de woningbouwimpuls (10 x € 100 miljoen) opgenomen. Deze middelen worden voor de jaren 2023 tot en met 2025 onttrokken aan het voor die jaren gereserveerde accres.
2. Opschalingskorting (Coalitieakkoord) Het kabinet heeft besloten deze kabinetsperiode voor zowel gemeenten als provincies de oploop van de opschalingskorting te schrappen voor de periode 2022 tot en met 2025. Voor 2022 was de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten al geschrapt (zie paragraaf 2.2-2 van de septembercirculaire 2021).
3. Plafond BTW-compensatiefonds De ontwikkeling van het BCF en het bijbehorende plafond leiden conform het Financieel Akkoord Rijk/VNG/IPO met ingang van 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering van de fondsen. Bij Miljoenennota 2022 werd de ruimte onder het plafond voor 2021 geraamd op € 243,168 miljoen Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn toegenomen met € 134,975 miljoen. Dit overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en provinciefonds. Het aandeel van het gemeentefonds daarin bedraagt € 119,490 miljoen. Onderstaande tabel bevat een cijfermatig overzicht van de realisatie 2021: Tabel plafond BCF 2021 (bedragen x € 1.000) Stand mei 2022
Stand september 2021
Verschil
2021
2021
2021
Plafond
4.044.935
3.905.197
139.738
w.v. stand septembercirculaire 2021
3.905.197
4.763
w.v. overhevelingen i.v.m. taakmutaties
139.738
w.v. accres
-
Uitgaven
3.666.792
3.662.029
w.v. gemeenten
3.252.802
3.252.267
535
Ruimte onder plafond
378.143
243.168
134.975
w.v. gemeenten
335.449
215.959
119.490
Het plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of
Meicirculaire gemeentefonds 2022
11
onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. De toevoeging of uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de gerealiseerde aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF. Naar analogie van het accres is ook het plafond van het BCF voor de jaren 2020 en 2021 bevroren (zie paragraaf 2.2-1 van de meicirculaire 2020). Het plafond wordt alleen nog aangepast voor taakmutaties. Het plafond 2021 is ten opzichte van de septembercirculaire 2021 als gevolg van taakmutaties naar boven bijgesteld. In paragraaf 4.5 van deze circulaire is net als in de meicirculaire 2021 een advies opgenomen over de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond BCF voor de gemeentelijke meerjarenbegrotingen. Het advies is opgesteld door het ministerie van BZK in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders. Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BCF die verband houden met taakverschuivingen tussen gemeenten en provincies enerzijds en het Rijk anderzijds voor 2021. Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op het jaar 2021. De overboekingen zelf kunnen ook al eerder zijn verricht.
In overleg met de decentrale overheden is er een ondergrens gehanteerd van € 0,1 miljoen.
4. Knelpunten verdeelsystematiek De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2027. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp Knelpunten verdeelsystematiek voor het jaar 2027 zichtbaar met een bedrag van structureel € 0,097 miljoen. De middelen gaan over naar de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelsystematiek. Deze decentralisatie-uitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen. Gemeenten zijn op grond van de Wet herverdeling wegenbeheer verplicht om het onderhoud aan hun wegen te bekostigen. Doorgaans kunnen gemeenten de voor het onderhoud van de wegen afgedragen btw declareren bij het BCF. Als het beheer van de wegen is uitbesteed aan de waterschappen is dat echter niet mogelijk. De hogere kosten voor de gemeenten waar het onderhoud aan de wegen wordt verricht door waterschappen, worden met deze uitkering gecompenseerd (zie ook paragraaf 3.2-28).
5. Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) De ministeries van Defensie, BZK en JenV hebben in 2010 het convenant Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) afgesloten. Gemeenten kunnen in bijzondere omstandigheden een beroep doen op militaire bijstand. Conform het convenant vindt periodiek een evaluatie plaats, waarbij ook naar de verdeling van de totale kosten over de betrokken partijen wordt gekeken. Het totaal beschikbare budget voor FNIK blijft € 3,080 miljoen structureel. Op basis van de evaluatie wordt de bijdrage vanuit het gemeentefonds vanaf 2021 met € 0,083 miljoen naar beneden bijgesteld.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
12
Doordat deze bijdrage omlaag gaat, neemt de algemene uitkering met ingang van 2021 met € 0,083 miljoen toe. Het bedrag voor 2021 is verwerkt in de decembercirculaire 2021 (paragraaf 2.2-1). In deze circulaire vindt de verwerking voor 2022 en verder plaats.
6. Raadsledenvergoeding kleine gemeenten 6a) De integratie-uitkering raadsledenvergoeding wordt jaarlijks geactualiseerd. De actualisatie komt ten gunste van de algemene uitkering. Het gaat om een bedrag van € 0,291 miljoen vanaf 2022. 6b) Zoals aangekondigd in paragraaf 3.2-17 van de meicirculaire 2021 wordt de integratieuitkering in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor 2023 en verder is de algemene uitkering daarom opgehoogd met het bedrag dat beschikbaar was voor de integratie-uitkering.
7. Permanente registratie kiezers buitenland De gemeente Den Haag is conform de Kieswet verantwoordelijk voor de permanente registratie van Nederlanders die in het buitenland wonen en mogen stemmen. De gemeente Den Haag maakt kosten voor de permanente registratie en voor de organisatie van de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer en de leden van het Europees Parlement voor de kiezers in het buitenland. De gemeente ontvangt hiervoor in 2022 in totaal € 0,808 miljoen bovenop op de reeds bestaande bijdrage via de algemene uitkering voor de landelijke taak “kiezers buitenland”.
8. Energietoeslag Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens (voorstel van wet houdende wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen) ingediend bij de Tweede Kamer.10 Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen - heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van € 679 miljoen beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van € 175 miljoen beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op € 854 miljoen. Deze middelen worden via de algemene uitkering aan gemeenten verstrekt. Zoals gemeld in de brief aan de Tweede Kamer van 15 maart jl. is het gemeenten toegestaan vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel al tot uitbetaling van de eenmalige energietoeslagen over te gaan. De VNG en gemeenten hebben hier ook om verzocht. Via de
Kamerstuk 36057, nr. 5: Wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen | Tweede Kamer der StatenGeneraal 10
Meicirculaire gemeentefonds 2022
13
maartbrief aan gemeenten van 6 april jl.11 is reeds een indicatie gegeven van het te ontvangen bedrag per inwoner per gemeente, op basis van het toen bekende bedrag van € 679 miljoen. In deze circulaire is het totaalbedrag van € 854 miljoen en de verdeling over de gemeenten verwerkt.
9. Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteitsregeling cruciale jeugdzorg In mei 2019 hebben de VNG en het Rijk afspraken gemaakt over de inrichting van een subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ met een looptijd tot eind december 2021. Hiertoe is destijds € 20 miljoen vanuit de € 420 miljoen aan tijdelijke extra middelen Jeugdhulp voor gemeenten apart gehouden op de begroting van het ministerie van VWS. Via de subsidieregeling kunnen aanbieders van cruciale jeugdhulp tijdelijke liquiditeitssteun ontvangen indien dit noodzakelijk is om continuïteit van zorg te garanderen. Er is afgesproken dat de middelen na afloop van de subsidieregeling weer worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Dit voorjaar zijn de VNG en het Rijk overeengekomen om de looptijd van de subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ te verlengen. VNG en Rijk hebben daarnaast besloten om de hoogte van de beschikbare middelen voor de subsidieregeling vast te stellen op € 10 miljoen (een verlaging van € 10 miljoen ten opzichte van de eerder beschikbaar gestelde € 20 miljoen). Afgelopen decembercirculaire 2021 is, door vertraagde besluitvorming over de verlenging van de subsidieregeling, al € 18,9 miljoen van de eerder beschikbare € 20 miljoen teruggestort in het gemeentefonds. De overige € 1,1 miljoen was destijds uitgekeerd aan liquiditeitssteun.
In deze circulaire is daarom eenmalig € 8,9 miljoen uitgenomen om het budget voor de subsidieregeling weer op € 10 miljoen te brengen. Aan het einde van de subsidieregeling vloeien deze financiële middelen weer terug in het gemeentefonds.
10. Toezicht en handhaving voor EPBD III De algemene uitkering wordt in 2022 met € 1,797 miljoen verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling is op 10 maart 2020 geïmplementeerd en heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Informatie over de jaren 2023 en verder volgt in een volgende circulaire. Meer informatie over EPBD III is beschikbaar via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.12
11 12
Maartbrief 2022 aan gemeenten en provincies | Brief | Rijksoverheid.nl Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) (rvo.nl)
Meicirculaire gemeentefonds 2022
14
11. Prenataal huisbezoek In 2021 is structureel vanaf 2022 in totaal € 5,3 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’. Daarbij was uitgegaan van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel per 1 januari 2022. Het wetsvoorstel is evenwel niet per 1 januari 2022 in werking getreden maar treedt per 1 juli 2022 in werking. De niet benodigde middelen voor het 1e halfjaar van 2022 worden teruggeboekt naar het ministerie van VWS. Hierbij is wel rekening gehouden met de (extra) kosten die gemeenten eventueel al hebben gemaakt als gevolg van de inwerkingtreding (15% van € 2,65 miljoen). Daarom wordt nu € 2,25 miljoen teruggeboekt.
12. Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren In de reactie van het kabinet van 15 januari 2021 op het rapport Ongekend onrecht13 van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten. Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 in totaal € 150 miljoen per jaar beschikbaar te stellen. De bedragen zijn reeds verwerkt in de decembercirculaire 2021 (paragrafen 2.2-3 en 3.2-6). Er was al € 5 miljoen beschikbaar via de algemene uitkering voor systeemleren. In deze circulaire worden de middelen van de decentralisatie-uitkering Systeemleren met ingang van 2023 additioneel toegevoegd aan de algemene uitkering. Voor de jaren 2023 tot en met 2027 is na deze toevoeging in totaal een bedrag van € 10 miljoen per jaar beschikbaar. Voor een inhoudelijke toelichting zie paragraaf 2.2-3b van de decembercirculaire 2021.
13. Participatie Zoals aangekondigd in paragraaf 3.2-1 van de meicirculaire 2021 worden de budgetten voor Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk), beide onderdeel van de integratie-uitkering Participatie, overgeheveld naar de algemene uitkering. Dit in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023. Voor 2023 en verder is de algemene uitkering daarom opgehoogd met het bedrag dat beschikbaar was voor Nieuw Wajong (oplopend van € 56 miljoen in 2023 tot € 71 miljoen in 2027) en Nieuw begeleiding (oplopend van € 53 miljoen in 2023 tot € 80 miljoen in 2027).
TK 2020/21, 35 510, nr. 4: Kamerstuk 35510, nr. 4 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) 13
Meicirculaire gemeentefonds 2022
15
14. Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) In het Coalitieakkoord is opgenomen dat dit kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) uitgewerkt. De maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatietijd waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2025 is gesteld. De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van € 95 miljoen. De algemene uitkering wordt vanaf 2025 met dit bedrag verlaagd.
15. Overgangsrecht levenslang De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2027. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp “overgangsrecht levenslang” in 2027 zichtbaar. Deze mutatie betreft een correctie op een extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo 2015 en/of Jeugdwet. Cliënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Door het overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wet langdurige zorg (Wlz) in plaats van ten laste van de Wmo 2015 of de Jeugdwet. Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt gedurende 34 jaar jaarlijks € 1,158 miljoen extra toegevoegd aan het gemeentefonds tot aan het volledige bedrag van € 39 miljoen.
16. Jeugdzorg (Coalitieakkoord) Het kabinet stelt voor 2023 incidenteel € 1,454 miljard extra beschikbaar voor de jeugdzorg. Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten inzetten op besparingsmaatregelen voor een bedrag van € 374 miljoen op de jeugdzorguitgaven in 2023 (die ook onderdeel is van de reeks van de Commissie van Wijzen). Vanuit de € 1,454 miljard is, vooruitlopend op de nadere invulling van de hervormingsagenda, € 9 miljoen overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2023. De besteding van deze middelen vindt plaats in samenspraak met de VNG. Het overige deel (€ 1,445 miljard) is toegevoegd aan de algemene uitkering aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Daarnaast gaat het kabinet de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt.
In het Coalitieakkoord is daarnaast een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van € 100 miljoen in 2024, oplopend naar € 500 miljoen in 2025 en 2026, en structureel
Meicirculaire gemeentefonds 2022
16
€ 511 miljoen vanaf 2027. Het kabinet heeft besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is.14 Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Uiteraard is het noodzakelijk - en gaat het kabinet hiervan uit - dat gemeenten hun medewerking verlenen bij de uitwerking en uitvoering van deze maatregelen.
17. Voogdij 18+: overheveling vanuit IU Zoals aangekondigd in paragraaf 3.2-6 van de meicirculaire 2021 wordt het budget Voogdij/18+ van de gelijknamige integratie-uitkering in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor 2023 en verder is de algemene uitkering daarom opgehoogd met het bedrag dat beschikbaar was voor Voogdij/18+ (€ 736 miljoen in de jaren 2023 tot en met 2027).
18. Inburgering: overheveling vanuit IU Zoals aangekondigd in paragraaf 3.2-4 van de meicirculaire 2021 wordt de integratie-uitkering Inburgering in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor 2023 en verder is de algemene uitkering daarom opgehoogd met het bedrag dat beschikbaar was voor de integratie-uitkering (aflopend van € 77 miljoen in 2023 tot en met € 71 miljoen in 2027).
19. Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord) Het kabinet heeft valpreventie, als kostenbesparende preventiemaatregel, in het Coalitieakkoord opgenomen. Valpreventie draagt bij aan gezond ouder worden en leidt tot netto besparingen in de domeinen Zvw en Wlz. Er dient geïnvesteerd te worden in het opschalen van beweegprogramma’s, het uitvoeren van de multifactoriële interventie en de organisatie van opsporing en screening. De maatregelen die nodig zijn voor implementatie worden komende periode met alle relevante stakeholders, zo ook de gemeenten, uitgewerkt. Dit leidt vanaf 2023 tot een taakstellende besparing in het gemeentefonds: € 10 miljoen in 2023, oplopend naar € 16,667 structureel vanaf 2027.
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is 14 Zie hiervoor de kamerbrief van 13 mei 2022 van VWS en JenV over hun visie op het stelsel van de jeugdzorg en de hervormingen die volgens de bewindspersonen nodig zijn. Kamerbrief over visie op stelsel jeugdzorg en noodzakelijke hervormingen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
Meicirculaire gemeentefonds 2022
17
opgenomen in paragraaf 2.5.
Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering NummerMutatie
Verdeelwijze
algemene mutaties Accres Volkshuisvestingsfonds Woningbouwimpuls Opschalingskorting (Coalitieakkoord) Plafond BTW-compensatiefonds Knelpunten verdeelsystematiek Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) Raadsledenvergoeding kleine gemeenten
1a) 1b) 1c) 2) 3) 4) 5) 6a)
uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor
taakmutaties 2022
7)
cluster Bestuur en algemene ondersteuning Permanente registratie kiezers buitenland
maatstaf vast bedrag Den Haag
8)
cluster Samenkracht en burgerparticipatie Energietoeslag
maatstaven subcluster minimabeleid
9)
cluster Jeugd Jeugdhulp: subsidieregeling cointinuïteitsregeling cruciale jeugdzorg
maatstaven subcluster jeugdhulp
10)
cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Toezicht en handhaving voor EPBD III
maatstaf bedrijfsvestigingen
11)
cluster Volksgezondheid Prenataal huisbezoek
Via de maatstaven inwoners, vast bedrag, jongeren en sociale structuur*
taakmutaties 2023 tot en met 2027 cluster Bestuur en ondersteuning 6b) 12)
Raadsledenvergoeding kleine gemeenten: overheveling vanuit IU Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren
maatstaven subcluster bestuursorganen en bevolkingszaken (behalve verkiezingen Den Haag) maatstaven subcluster algemene ondersteuning
13a) 13b)
cluster Participatie Participatie: Wajong overheveling vanuit IU Participatie: Regulier werk overheveling vanuit IU
maatstaven cluster maatstaven cluster
14) 15)
cluster Individuele voorzieningen Wmo Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) Overgangsrecht levenslang
maatstaven cluster maatstaven cluster
16) 17)
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Jeugdzorg (Coalitieakkoord) Voogdij 18+: overheveling vanuit IU
maatstaven cluster maatstaven cluster
18) 19)
cluster Sociale basisvoorzieningen Inburgering: overheveling vanuit IU Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord)
maatstaven inwoners en migratieachtergrond maatstaven cluster
* Dit zijn de maatstaven huishoudens met laag inkomen, lage inkomens met drempel, bijstandontvangers, uitkeringsontvangers, minderheden, eenouderhuishoudens, huishoudens en meerkernigheid. Op het vast bedrag na, is voor de verdeling de huidige verhouding in het cluster gebruikt.
2.4 2.4.1
Overige mededelingen algemene uitkering Bommenregeling
Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Op de website van de Rijksoverheid staat een uitgebreide beschrijving met onder andere informatie over de
Meicirculaire gemeentefonds 2022
18
aanvraagprocedure.15 Bijlage 2.4.1 vermeldt de gemeenten die in 2022 - op basis van de ingediende aanvraag - een uitkering ontvangen, inclusief de bijbehorende bedragen. Het totaalbedrag van de bommenregeling 2022 bedraagt € 27,666 miljoen. Binnen het nationaal programma Berging vliegtuigwrakken met nog vermiste vliegers uit de Tweede Wereldoorlog zijn eind 2018 locaties vastgesteld in de gemeenten Almere (Markermeer), Echt-Susteren, Dalfsen, Hollands Kroon, Lingewaard en Lochem. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft deze gemeenten verzocht om samen uitvoering te geven aan het bergen van de vliegtuigwrakken. De bergingen in Echt-Susteren en Lochem zijn in 2019 uitgevoerd. In 2020 hebben de bergingen in Almere (Markermeer) en Dalfsen plaatsgevonden. In 2021 vond de berging in Hollands Kroon plaats. De berging in Lingewaard vindt naar verwachting in 2022 plaats. Voorbereidingen voor bergingen in 2023 en verder zijn gestart. Zo heeft de gemeente SúdwestFryslân een verzoek gedaan om één of twee vliegtuigwrakken te laten bergen onder het nationaal programma, evenals de gemeente Heerde. Ook andere locaties zijn geïdentificeerd. Er vinden met de betreffende gemeenten gesprekken plaats. Voor de bergingen die onderdeel uitmaken van het programma ontvangen de betreffende gemeenten via de bommenregeling een bijdrage van 100% aan de door hen gemaakte kosten.
Op basis van het ingediende raadsbesluit met daarin de gemaakte kosten ontvangt Almere in 2022 een bedrag van € 1,107 miljoen.
2.4.2
Bevolkingsdaling
Zoals gemeld in de decembercirculaire 2021 (paragraaf 3.3.1) zullen de middelen voor bevolkingsdaling in 2022 nog eenmalig worden gecontinueerd. Tot en met 2021 ontvingen de negen krimpregio’s deze middelen via een decentralisatie-uitkering uit het gemeentefonds. Om de rechtmatigheid te waarborgen worden de middelen in 2022 verstrekt via een specifieke uitkering vanaf de begroting van het ministerie van BZK. Zoals gebruikelijk wordt over de besteding van een specifieke uitkering verantwoording afgelegd aan het Rijk. Het voornemen is om deze verantwoording zo licht mogelijk te houden, zodat de administratieve lasten beperkt blijven. De specifieke uitkering dient te worden besteed aan beleidsvorming/projecten met betrekking tot bevolkingsdaling. Het bedrag per regio voor 2022 is identiek aan het bedrag van 2021. Het totaal benodigde bedrag ad € 11,2 miljoen wordt – identiek aan de werkwijze in voorgaande jaren –onttrokken aan de algemene uitkering. Dit zal worden verwerkt in de septembercirculaire 2022. De ontvangende gemeente van iedere regio ontvangt vervolgens een beschikking van het ministerie van BZK, waarna het bedrag zal worden uitgekeerd. De middelen lopen per 1 januari 2023 definitief af.
Voor de gemeenten die middelen voor bevolkingsdaling ontvingen en een negatief ingroeipad kennen, zal bij de invoering van de nieuwe verdeling van de middelen uit het gemeentefonds per 1 januari 2023 een aangepast ingroeipad gelden (zie paragraaf 2.5.2).
15
Bommenregeling gemeentefonds | Brochure | Rijksoverheid.nl
Meicirculaire gemeentefonds 2022
19
2.4.3
Meerkosten corona 2022 – Wmo 2015 en Jeugdwet
In de Voorjaarsnota 2022 heeft het kabinet een eerste raming van de omvang van de meerkosten in het sociaal domein opgenomen (€ 73 miljoen). Hiermee onderschrijft het Rijk de afspraak over de meerkosten nogmaals. Deze raming is gebaseerd op de compensatie die in 2020 en 2021 is uitgekeerd. In de raming is rekening gehouden met het effect van vaccinaties en het afschalen van de maatregelen, evenals met het beschikbaar stellen van zelftesten aan zorgpersoneel. Dit budget is indicatief en wordt nog niet als voorschot aan gemeenten uitgekeerd. Dit ter voorkoming van verdeelproblemen bij het definitief vaststellen van de compensatie. De raming wordt, volgens afspraak, geactualiseerd in de Najaarsnota, nadat onderzoek naar de omvang van de meerkosten heeft plaatsgevonden om tot een betrouwbare raming te komen voor de meerkosten in 2022. Op basis van die definitieve raming wordt de omvang van de compensatie vastgesteld en bij decembercirculaire 2022 uitgekeerd aan gemeenten. Zowel het onderzoek als besluitvorming over de compensatie vindt in gezamenlijk overleg tussen het Rijk en de VNG plaats.
2.5
Veranderingen in het verdeelstelsel
2.5.1
Inleiding
Tabel 2.5.1 bevat een overzicht van de wijzigingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering ten opzichte van de septembercirculaire 2021.
Tabel 2.5.1 Wijzigingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering Nummer Naam Aard van de maatregel 1 Herijking gemeentefonds Invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds 2 Maatstaf ozb Aanpassing rekentarieven in verband met marktontwikkeling WOZ-waarden
Ingangsjaar 2023 Jaarlijks
De toelichting volgt in de paragrafen 2.5.2 en 2.5.3.
2.5.2
Nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023
Inleiding Zoals in paragraaf 1.3 gemeld is met ingang van 1 januari 2023 sprake van een nieuwe verdeling van de algemene uitkering. Op 6 april jl. zijn de Tweede Kamer en gemeenten hier door de fondsbeheerders over geïnformeerd.16 Deze paragraaf bevat aanvullende informatie over de invoering van het nieuwe verdeelmodel. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de actualisatie van het nieuwe verdeelmodel van 2019 naar het moment van invoering per 2023, de nieuwe clusterindeling, de maatstaven, de bedragen per eenheid, het ingroeipad, de overheveling van verschillende integratie-uitkeringen naar de algemene uitkering en de verevening van de belastingcapaciteit OZB.
Invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds | Tweede Kamer der Staten-Generaal en Maartbrief 2022 aan gemeenten en provincies | Brief | Rijksoverheid.nl 16
Meicirculaire gemeentefonds 2022
20
Actualisatie nieuw verdeelmodel De laatste doorrekening van het nieuwe verdeelmodel dateert van 23 december 2021 (peiljaar 2019).17 In deze circulaire is het nieuwe model met de nu bekende gegevens geactualiseerd naar de stand 1 januari 2023. Deze laatste actualisatieslag geeft inzicht in de definitieve uitkomsten, waar ook het ingroeipad naar de nieuwe verdeling op is gebaseerd (zie kopje ‘Ingroeipad’). De achterliggende berekening is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet.18 Het rekenbestand op internet bevat ook een vergelijking met het huidige verdeelmodel op basis van uitkeringsjaar 2022. De actualisatie van het nieuwe verdeelmodel van 2019 naar de stand 1 januari 2023 betreft de volgende aspecten: 1.
de standen van de gebruikte verdeelmaatstaven (zoals het aantal inwoners, de oppervlakte, het aantal mensen met lage inkomens, etc) zijn geactualiseerd. Voor alle maatstaven geldt dat zo actueel mogelijke gegevens zijn gebruikt. Voor de maatstaven die gebruik maken van zgn. bodemfactoren is gebruik gemaakt van een actuele kaart over de bodemgesteldheid van Nederland conform de Wet Basisregistratie Ondergrond (BRO)19;
2.
alle budgetontwikkelingen die in de periode 2020 tot en met 2022 hebben plaatsgevonden (bijvoorbeeld het accres, de loon- en prijsindexering en middelen voor Jeugdzorg) zijn volgens de nieuwe verdeling verwerkt, ook de mutaties uit deze circulaire die betrekking hebben op 2022;
3.
een actuelere gemeentelijke indeling (2022).
Clusterindeling Zowel voor het klassiek als het sociaal domein zijn samenhangende taken van gemeenten in clusters ingedeeld. De clusters zijn bedoeld om een verdeling te kunnen maken en onderhouden; het is nadrukkelijk geen bestedingsnorm. Vooral de ontwikkelingen in het sociaal domein waren aanleiding om de clusterindeling te herzien. De nieuwe clusterindeling is in deze circulaire toegepast, met ingang van 2023.20
Aanvullende informatie berekening herverdeeleffect voorstel nieuwe verdeling gemeentefonds | Publicatie | Rijksoverheid.nl 18 Circulaires gemeentefonds | Financiën gemeenten en provincies | Rijksoverheid.nl 19 Voor meer informatie zie: De Wet BRO zorgt ervoor dat alle publieke gegevens en modellen over de 17
ondergrond van Nederland beschikbaar is in éen centrale database, en verplicht overheden en bestuursorganen om bij ondergrondanalyses gebruik te maken van de gegevens in deze centrale database. Het ministerie van BZK heeft daarom TNO gevraagd om de bodemgesteldheidskaart te actualiseren op basis van de GeoTOP (model in de centrale database). De criteria voor slechte grond blijven ongewijzigd ten opzichte van de bodemgesteldheidskaart 1997/2000. Het onderzoeksrapport van TNO is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet. 20 Voor een overzicht en de namen van de clusters zie bijlage 2.5.2b
Meicirculaire gemeentefonds 2022
21
Maatstaven Vanaf uitkeringsjaar 2023 is door de invoering van het nieuwe verdeelmodel sprake van een groot aantal wijzigingen in de verdeelmaatstaven. Bijlage 2.5.2-b bevat het overzicht. Bedragen per eenheid In het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds zijn de bedragen per eenheid opnieuw bepaald (zie paragraaf 2.6 en de bijlagen 2.1.1 en 2.1.2). Ingroeipad Gegeven de ontvangen adviezen van de ROB en de VNG en de reacties van gemeenten hebben de fondsbeheerders besloten het ingroeipad – het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien – te beperken tot 3 jaar. Het maximale effect is -/+ € 7,50 per inwoner in 2023 en -/+ € 15 per inwoner in 2024 en 2025. Daarmee komt het maximale effect op -/+ € 37,50 per inwoner in 2025. Voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en een lage sociaal economische status gecombineerd met een negatief herverdeeleffect geldt tot en met 2025 een aangepast ingroeipad. Het maximale negatieve effect voor deze gemeenten is - € 5 per inwoner in 2023, - € 7,50 per inwoner in 2024 en - € 10 per inwoner in 2025.
Dat betekent dat het maximale totale effect voor deze gemeenten in 2025 uitkomt op - € 22,50 per inwoner.21 De groep gemeenten is tot stand gekomen door te kijken naar: Voor de 50% gemeenten die het minst profiteren van het Coalitieakkoord (opschalingskorting en accres) ten opzichte van hun huidige uitkering in 2022 geldt een aangepast groeipad als ze in 2020 aan twee van onderstaande drie criteria voldoen:
Criterium 1: Het gemeenten zijn waarvan de bevolking een lage sociaal economische status heeft. Hierbij is gebruikgemaakt van de definitie van het CBS en de definitie zoals deze gehanteerd wordt in de jaarlijkse begrotingsanalyse van het ministerie van BZK.
Het gemeenten zijn met een relatief zwakke financiële positie. Criterium 2: Het OZB-tarief hoger is dan 120% van het gemiddelde van Nederland. Hierbij is het tarief gewogen op basis van de WOZ-waarde; Criterium 3: De solvabiliteit onder de 30% ligt.
Ook de gemeenten die tot en met 2022 aanvullende middelen ontvangen vanwege bevolkingsdaling en die te maken hebben met een negatief herverdeeleffect komen in aanmerking voor het aangepaste ingroeipad (- € 5 per inwoner in 2023, - € 7,50 per inwoner in 2024 en - € 10 per inwoner in 2025).22
Voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en lage sociaal economische status die een positief herverdeeleffect als gevolg van de nieuwe verdeling hebben, geldt het reguliere ingroeipad: + € 7,50 per inwoner in 2023 en + € 15 per inwoner in 2024 en 2025. 22 Voor de gemeenten met een positief herverdeeleffect geldt het reguliere ingroeipad: + € 7,50 per inwoner in 2023 en + € 15 per inwoner in 2024 en 2025. 21
Meicirculaire gemeentefonds 2022
22
De gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne fuseren per 1 januari 2023. Voor de nieuwe gemeente - Voorne aan Zee – geldt dat het maximale effect -/+ € 37,50 per inwoner is. Dit betekent dat voor de nieuwe gemeente Voorne aan Zee een vergelijking zal worden gemaakt op basis van uitkeringsjaar 2022 tussen het huidige en het nieuwe verdeelmodel. Het verschil bedraagt maximaal -/+ € 37,50 per inwoner op basis van de uitkomsten voor de nieuw te vormen gemeente Voorne aan Zee. Deze berekening kan nu nog niet worden uitgevoerd, omdat nog niet alle gegevens voor handen zijn. In de septembercirculaire 2022 volgt het ingroeipad voor de nieuw te vormen gemeente Voorne aan Zee. Om te bewerkstelligen dat het herverdeeleffect als gevolg van het nieuwe verdeelmodel conform bovengenoemd (aangepast) ingroeipad wordt gerealiseerd, wordt de algemene uitkering in de jaren 2023 tot en met 2025 verhoogd of verlaagd met de bedragen zoals opgenomen in bijlage 2.5.2-a. Deze bedragen worden zoals gebruikelijk toegekend via een suppletie-uitkering (suppletieuitkering Nieuwe verdeling GF). Bijlage 2.5.2-a. bevat ook de namen van de gemeenten die in aanmerking komen voor het aangepaste ingroeipad en de voor hen relevante bedragen van de suppletie-uitkering Nieuwe verdeling GF.
De bedragen voor 2026 en verder voor de suppletie-uitkering zijn afhankelijk van de besluitvorming naar aanleiding van de evaluatie van het nieuwe verdeelmodel (zie kopje ‘Onderzoeksagenda’). In afwachting hiervan is ervoor gekozen om voor 2026 en verder uit te gaan van de stand 2025 en dus de suppletie-uitkering door te trekken.
Overheveling integratie-uitkeringen naar algemene uitkering De integratie-uitkeringen Raadsledenvergoeding kleine gemeenten, Participatie (onderdelen Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk)), Voogdij/18+ en Inburgering worden met ingang van 2023 toegevoegd aan de algemene uitkering. Bij de totstandkoming van het nieuwe verdeelmodel is hier rekening mee gehouden. In 2023 is met de overhevelingen in totaal een bedrag gemoeid van ruim € 933 miljoen, wat in de jaren daarna verder oploopt. In paragraaf 2.2 zijn de overhevelingen verwerkt, in paragraaf 2.3 is de wijze van verdeling van de hiermee gemoeide middelen weergegeven. Verevening belastingcapaciteit OZB Onderdeel van de onderzoeksagenda is het onderzoek naar de Overige Eigen Middelen. Aangezien dit onderzoek nu nog niet is afgerond en de fondsbeheerders de verevening van de algemene eigen middelen graag in samenhang bezien, is besloten het vereveningspercentage van de OZB te handhaven op de huidige 70% voor niet-woningen en 80% voor woningen in plaats van dit percentage op te hogen naar 90%. Aanvullend argument is dat sinds 2017 – het jaar waarop het nieuwe model is geijkt – de WOZ-waarden hard zijn gestegen. Het lijkt de fondsbeheerders niet reëel om die stijging 1-op-1 door te vertalen naar de belastingcapaciteit waarmee in het gemeentefonds rekening wordt gehouden.
Voor de twee maatstaven die betrekking hebben op niet-woningen (ozb niet-woningen eigenaren en ozb niet-woningen gebruikers) blijft gelden dat maximaal € 35.000 aan WOZ-
Meicirculaire gemeentefonds 2022
23
waarde per inwoner in de verevening wordt betrokken, net als in het oorspronkelijke verdeelvoorstel. Het niet via de OZB-maatstaven verevende deel (respectievelijk 30% en 20%) wordt ingehouden via een vast bedrag per woonruimte. De rekentarieven23 zijn gelijk getrokken met de landelijke gemiddelde tarieven in onderzoeksjaar 2017. Deze rekentarieven worden in het nieuwe verdeelmodel vervolgens jaarlijks bijgesteld op de manier zoals ook in het huidige model gebruikelijk is (zie paragraaf 2.5.3).
2.5.3
Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven
De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf ozb is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf ozb wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb. De correctie is op nationaal niveau. De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb is afgestemd op de WOZtijdvakken. Op 1 januari 2023 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2022. Bij de aanpassing van de rekentarieven is de vaste werkwijze toegepast: het rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de ozb-maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB). De marktontwikkeling tussen 1 januari 2021 en 1 januari 2022 bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 13,5%.
Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op 1%. De inflatie (pNB) in die periode bedraagt volgens de ramingen van het CPB 3,1%. Het rekentarief voor eigenaren woningen komt na aanpassing op 0,1030%, voor eigenaren niet-woningen op 0,2796% en voor gebruikers niet-woningen op 0,2127%. De aangepaste rekentarieven zijn ook opgenomen in bijlage 2.1.3.
2.6
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op
23 De uitkomst van de verdeelmaatstaf ozb wordt bepaald door de WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het vereveningspercentage en vervolgens met een daaraan gekoppeld gewicht (het zogenaamde rekentarief).
Meicirculaire gemeentefonds 2022
24
de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen. Maatstaven Voor uitkeringsjaar 2022 is geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering voor dat uitkeringsjaar kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2022.24 De achterliggende berekening van de maatstaf re-integratie klassiek, de maatstaf medicijngebruik en de maatstaven over het gemiddeld gestandaardiseerd inkomen is niet te herleiden uit de betaalspecificaties gemeentefonds die de gemeenten maandelijks ontvangen. Voor genoemde maatstaven geldt dat nog niet alle gegevens voorhanden zijn om per gemeente de waarde voor uitkeringsjaar 2022 te berekenen. Actualisatie vindt daarom plaats bij de komende septembercirculaire, waarbij ook de achterliggende berekening zal worden gepubliceerd. Bij deze circulaire zijn wel de definitieve gegevens van de maatstaf medicijngebruik voor uitkeringsjaar 2020 gepubliceerd. Vanaf uitkeringsjaar 2023 is door de invoering van het nieuwe verdeelmodel sprake van een groot aantal wijzigingen in de verdeelmaatstaven. Een deel van de maatstaven komt te vervallen, van een drietal maatstaven wijzigt de naam danwel de definitie en er worden acht nieuwe maatstaven geïntroduceerd.
Het totaal aantal verdeelmaatstaven daalt van 88 naar 49. Een compleet overzicht van de wijzigingen is opgenomen in bijlage 2.6.2. Voor de volledigheid is in deze bijlage ook een overzicht opgenomen van de verdeelmaatstaven die ten opzichte van het huidige verdeelmodel ongewijzigd zijn. Bedragen per eenheid Voor 2022 wijzigen de bedragen per eenheid door de informatie in de tabellen 2.2.1 en 2.3.1. Het zijn kortom wijzigingen ten opzichte van de decembercirculaire 2021. Voor 2023 geldt dat:
in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds de bedragen per eenheid 2023 opnieuw zijn bepaald;
de zogenaamde rekentarieven van de maatstaf ozb ten opzichte van 2022 zijn aangepast (zie ook paragraaf 2.5.2);
de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt;
uitnamen en toevoegingen van 2022 op 2023 die in eerdere circulaires zijn opgenomen zijn verwerkt. Bijlage 2.2.1 bevat die uitnamen en toevoegingen uit eerdere circulaires.
Bijlagen 2.1.1 en 2.1.3 bevat het overzicht van bedragen per eenheid 2022 en 2023.
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2013/05/24/toelichting-op-de-berekening-van-deuitkeringen-uit-het-gemeentefonds 24
Meicirculaire gemeentefonds 2022
25
Hoewel de nieuwe verdeling in 2023 wordt ingevoerd bevat bijlage 2.1.2 ook voor 2022 een overzicht van bedragen per eenheid volgens de nieuwe verdeling. In dat overzicht zijn alle mutaties tot en met 2022 verwerkt. Deze bedragen per eenheid zijn gebruikt bij de berekening van de herverdeeleffecten, grondslag voor de suppletie-uitkering Nieuwe verdeling GF (zie paragraaf 2.5.2). Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de ozb-maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen (circa € 32 miljard) te delen door de uitkeringsbasis (circa € 19 miljard).25 De – landelijke uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar. Zie voor meer toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.6.1 van deze circulaire. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: •
de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties;
•
door de overgang van de huidige naar de nieuwe verdeling valt de uitkeringsfactor vanaf 2023 lager uit;
•
de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen. Bijlage 2.6.2 bevat informatie over de raming van de maatstaven met een groot aandeel in de uitkeringsbasis.
Ten opzichte van de decembercirculaire 2021 zijn de uitkeringsfactoren van 2020 en 2021 ongewijzigd. De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2022-2027 is vermeld in tabel 2.6.1.
Tabel 2.6.1 Uitkeringsfactor 2022-2027
Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1,813 19.394
1,285 29.409
1,356 28.522
1,419 28.684
1,345 28.934
1,372 29.177
De uitkeringsfactoren in tabel 2.6.1 zijn in lopende prijzen.26 Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen In het nieuwe model is de som van de algemene uitkering, de OZB-maatstaven en overige uitkeringsonderdelen €37,8 miljard en de uitkeringsbasis ongeveer €29,5 miljard. 26 De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden met loon- en prijsontwikkelingen. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. 25
Meicirculaire gemeentefonds 2022
26
gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van het Centraal Economisch Plan 2022 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen. Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgen hieronder twee tabellen. Daarin is voor 2022 voor het huidige model de ontwikkeling opgenomen ten opzichte van de septembercirculaire 2021 (verticale toelichting). Voor het nieuw verdeelmodel is voor de uitkeringsjaren 2023 tot en met 2027 de ontwikkeling opgenomen ten opzichte van het ene naar het andere uitkeringsjaar (horizontale toelichting). Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand septembercirculaire 2021 voor het uitkeringsjaar 2022, de verticale toelichting. De uitkeringsfactor valt in 2022 hoger uit. De voornaamste reden is de ontwikkeling van het accres.
Horizontale ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de uitkeringsfactoren voor de jaren 2022 tot en met 2027 (de horizontale toelichting) voor het nieuwe model. In tabel 2.6.3 is te zien dat de accressen de belangrijkste factor zijn in de ontwikkelingen van de uitkeringsfactoren van jaar op jaar. Bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis spelen de gewijzigde ramingen van de OZB maatstaven, de bijstandontvangers en de demografische ontwikkelingen de belangrijkste rol.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
27
Tabel 2.6.3 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2023-2027 van jaar op jaar
uitkeringsfactor, jaar t verschil ten opzichte van jaar t-1 waarvan: - algemene mutaties - verdeelreserve - ontw ikkeling uitkeringsbasis (inclusief OZB) - overige ontw ikkelingen
2023
2024
2025
2026
2027
1,285
1,356 0,071
1,419
1,345
1,372
0,063
-0,074
0,027
0,081
0,073
-0,062
0,037
-0,001
-0,001
-0,001
-0,001
-0,010
-0,010
-0,010
-0,010
0,001
0,001
-0,001
0,001
Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd:
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.
Eveneens een beperkt aantal gemeenten ontvangt een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (zie paragraaf 2.4.1).
Alle gemeenten hebben te maken met de suppletie-uitkering Overheveling IUSD (integratie-uitkering Sociaal domein). In verband met de invoering van de nieuwe verdeling van de algemene uitkering komt de suppletie-uitkering met ingang van 2023 te vervallen. Als raming voor 2022 kunnen gemeenten zich baseren op de definitieve stand van de suppletie-uitkering Overheveling IUSD 2021, zoals bekend gemaakt bij de septembercirculaire 2021 (zie paragraaf 2.5). De nacalculatie van de suppletie-uitkering 2022 zal naar verwachting plaatsvinden bij de septembercirculaire 2022.
Vanaf 2023 hebben alle gemeenten, zoals hier boven beschreven, als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel te maken met een ingroeipad. Die gemeenten waarvoor geldt dat het ingroeipad wordt afgetopt krijgen te maken met een suppletie‐uitkering.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
28
3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratie-uitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de decembercirculaire 2021 over de periode 2022 tot en met 2027. De mutaties hebben betrekking op 2022 en verder en worden onder de tabel toegelicht. Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
29
Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2022-2027 (bedragen in duizenden euro's)* 2022 2023 stand decembercirculaire 2021 1a) IU Voogdij 18+ Overheveling naar AU 1b) IU Voogdij 18+ Loon- en prijsbijstelling 2022 2a) IU Inburgering: Overheveling naar AU 2b) IU Inburgering: Leerbaarheidstoets 3a) IU Participatie: Loon- en prijsbijstelling 2022 3b) IU Participatie: Wajong Overheveling naar AU 3c) IU Participatie: Regulier werk Overheveling naar AU 4a) IU Raadsledenvergoeding kleine gemeenten 4b) IU Raadsledenvergoeding kleine gemeenten: Overheveling naar AU 5a) IU Beschermd wonen: LPO 2022 5b) IU Beschermd wonen: Volume 2023 5c) IU Beschermd wonen: Volume nav MLT raming 5d) IU Beschermd wonen: Correctie LPO nav zorgsalarissen APB 2022 6) Inkomstenderving 2020 (covid-19) 7) Uitvoeringskosten klimaatakkoord 8) Brede aanpak dak- en thuisloosheid 9) Crisisdienstverlening 10a) Versterking dienstverlening gemeenten: Vrouwenopvang (Kind- en gezinsbescherming) 10b) Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren 11) Extra capaciteit BOA's 12) Regionale Energie Strategieën (RES) 13) Bodembescherming 14) Gezond in de Stad 15) Aanpak lerarentekort G4 16) Einde lening inburgerinsplichtig (ELIP) 17) Windpark N33 18) Erfgoed Deal 19) Mantelzorgbeleid 20) Experiment gesloten coffeeshopketen 21) Uitstapprogramma prostituees 22) Centrale stemopneming 23) Veilige steden
24) Handhaving quarantaine (covid-19) 25) Duurzame polder 26) Online weerbaarheid 27) Informele scholing 28) Knelpuntprogramma verdeelsystematiek 29) LHBTI-emancipatiebeleid stand deze circulaire
2024
2025
2026
2027
5.125.843 4.948.940 4.896.018 4.829.832 4.778.189 4.746.193
26.668 5.371 66.595
-290 54.278 1.243 14.213 151.794 112.591 61.900 33.110 21.000 13.000 8.803 8.583 4.600 4.000 2.625 1.790 1.738 1.500 1.378 1.000 535 520 300 250 163 150
-736.676 26.668 -76.571 4.852 64.737 -56.175 -53.384 -290 -9.776 54.278 36.793 1.243 14.213
-736.676 26.668 -74.437 4.785 62.858 -57.327 -56.371 -290 -9.776 54.278 36.793 1.243 14.213
-736.676 26.668 -72.067 4.717 60.982 -58.374 -61.228 -290 -9.776 54.278 36.793 1.243 14.213
-736.676 26.668 -70.990 4.717 59.127 -59.892 -65.400 -290 -9.776 54.278 36.793 1.243 14.213
-736.676 26.668 -70.567 4.717 57.921 -70.976 -80.336 -290 -9.776 54.278 36.793 1.243 14.213
20.000 -5.000 13.000
20.000 -5.000 13.000
20.000 -5.000 13.000
-5.000 13.000
-5.000 13.000
1.378
1.378
97 80 5.725.331 4.248.230 4.191.357 4.118.315 4.040.204 3.981.502
*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
30
Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2022-2027 (in duizenden euro's)* Uitkeringsjaar -
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1.792.420 1.532.904 35.383 385.057 230.728
1.734.306 1.533.404 35.383 385.057 230.728
1.674.625 1.534.001 35.383 385.057 230.728
1.615.795 1.534.625 35.383 385.057 210.728
1.556.996 1.534.625 35.383 385.057 210.728
85.000
85.000
85.000
85.000
85.000
46.700
46.700
46.700
46.700
46.700
30.000
30.000
30.000
30.000
30.000
21.700
21.700
21.700
21.700
21.700
14.541 13.500 13.000
14.541 13.500 13.000
13.951 13.500 13.000
13.951 13.500 13.000
13.951 13.500 13.000
10.000 7.699 6.650 5.100
10.000 7.699 7.300 5.100
10.000 7.699
10.000 7.699
10.000 7.699
5.100
5.100
5.100
4.731
4.731
4.731
4.731
4.731
3.000 3.825 3.956
3.000 3.825 4.047
3.000
3.000
3.000
4.140
4.235
4.332
Windpark N33 Experiment gesloten coffeshopketen LHBTI-emancipatiebeleid Slavernijverleden Centrale stemopneming Veilige Steden Duurzame polder Online weerbaarheid Informele scholing
1.955.262 1.495.475 772.059 385.057 231.728 61.900 85.000 151.794 75.005 33.110 46.700 112.591 30.000 30.380 25.744 76.021 21.700 8.583 14.541 13.500 13.000 9.776 10.000 7.699 6.050 5.100 5.000 4.731 4.000 4.000 3.825 3.867 8803 300 2.625 1.738 1.500 1.790 1.378 1.423 958 535 520 250 163 150
1.378
1.378
958
958
Totaal
5.725.331
4.248.230
4.191.357
4.118.315
4.040.204
3.981.502
IU Participatie IU Beschermd wonen IU Voogdij/18+ Maatschappelijke opvang Vrouwenopvang Brede aanpak dak- en thuisloosheid Armoedebestrijding kinderen Inkomstenderving gemeenten 2020 (Covid-19) Brede Impuls Combinatiefuncties/buurtsportcoaches Crisisdienstverlening (Covid-19) Vergunningverlening, toezicht en handhaving Uitvoeringskosten klimaatakkoord Voorschoolse voorziening peuters Gemeenteraadsverkiezingen Gezond in de Stad IU Inburgering Jeugd Bodembescherming Versterking arbeidsmarktregio's Beeldende kunst en vormgeving Extra capaciteit BOA's IU Raadsledenvergoeding kleine gemeenten Versterking dienstverlening gemeenten: personen met verward gedrag Veiligheidshuizen Aanpak laaggeletterdheid Jeugdhulp aan kinderen in een AZC Versterking dienstverlening gemeenten: systeemleren BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders Aanpak lerarentekort G4 Uitstapprogramma prostituees Versterking omgevingsveiligheidsdiensten Knelpunten verdeelproblematiek Regionale Energie Strategieën (RES) Handhaving quarantaine
- Einde lening inburgerinsplichtig (ELIP) - Erfgoed Deal - Mantelzorgbeleid -
*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft. Meicirculaire gemeentefonds 2022
31
Vindplaats
mei 2022, § 3.2-3 mei 2022, § 3.2-4 mei 2022, § 3.2-1 december 2021, § 3.2-2 mei 2022, § 3.2-10 mei 2022, § 3.2-8 mei 2020, § 3.3.8 mei 2022, § 3.2-6 december 2019, § 3.2-2 mei 2022, § 3.2-9 mei 2017, § 4.2 mei 2022, § 3.2-7 juni 2020, § 3.1-4 december 2021, § 3.2-4 mei 2022, § 3.2-14 mei 2022, § 3.2-2 juni 2012, § 6.9 mei 2022, § 3.2-13 mei 2021, § 3.2-18 september 2015, § 4.2-1 mei 2022, § 3.2-11 mei 2022, § 3.2-5 december 2021, § 3.2-6 juni 2012, § 6.11 september 2019, § 3.2-7 december 2019, § 3.3.1 mei 2022, § 3.2-10 mei 2020, § 3.3.7 mei 2022, § 3.2-15 mei 2022, § 3.2-21 september 2020, § 3.2-15 mei 2022, § 3.2-28 mei 2022, § 3.2-12 mei 2022, § 3.2-24 mei 2022, § 3.2-16 mei 2022, § 3.2-18 mei 2022, § 3.2-19 mei 2022, § 3.2-17 mei 2022, § 3.2-20 mei 2022, § 3.2-29 mei 2021, §3.2-15 mei 2022, § 3.2-22 mei 2022, § 3.2-23 mei 2022, § 3.2-25 mei 2022, § 3.2-26 mei 2022, § 3.2-27
Toelichting 1. Voogdij 18+ De omvang van de integratie-uitkering Voogdij/18+ wijzigt als gevolg van: 1) de overheveling van het budget voogdij/18+ naar de algemene uitkering per 2023, zoals aangekondigd in de meicirculaire 2021 (paragraaf 3.2-6). Dit in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023. De bedragen voor ‘PC Gesloten jeugdzorg’ en ‘Academische component Kinder- en Jeugdpsychiatrie’ en de reservering voor de compensatieregeling blijven achter in de integratie-uitkering; 2) de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022 (€ 26,668 miljoen vanaf 2022). De nieuwe bedragen per gemeente voor het jaar 2022 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.27 Voor 2022 zijn de bedragen per gemeente, zoals bekendgemaakt in de meicirculaire 2021, naar rato opgehoogd in verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2022. De verdeling van de integratie-uitkering Voogdij/18+ kent in 2022 nog een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (T-2) per gemeente gemiddelde dagprijzen (p) worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen (q). Hierbij is al wel rekening gehouden met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022.