ba256246-41d2-44f2-81a6-8e8bb3c87197.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Zaaknummer: 215402 Documentnummer: 215403
Datum: 5 juli 2022 Portefeuille(s): Financiën Portefeuillehouder(s): Contactpersoon: R. Meijkamp Tel.nr.: 06 – 8687 9923
Emailadres: r.meijkamp@dronten.nl
Onderwerp: Uitkomsten meicirculaire 2022 Context ☐ Afdoening motie [naam / raadsvergadering d.d.] ☐ Afdoening toezegging [commissievergadering/raadsvergadering d.d.] ☐ Beantwoording raadsvragen ☐ Actuele bestuurlijke aangelegenheid ☒ Anders, [te weten informerend] Geachte leden van de raad, In deze brief informeren wij u over de uitkomsten van de meicirculaire 2022. Jaarlijks verschijnen meestal drie circulaires. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota, december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De meicirculaire bevat informatie over de invoering per 1 januari 2023 van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds en de actualisatie van het accres op basis van de Voorjaarsnota 2022. Aangezien de informatiebrief vrij technisch van aard is en veel detailinformatie bevat, zijn we graag bereid om de systematiek achter de circulaires nader toe te lichten. Ook zal de volgende raadsinformatiebrief (over de septembercirculaire) een andere opbouw krijgen zodat de hoofd- en bijzaken en de daaruit volgende conclusies wat beter van elkaar zijn gescheiden. Belangrijkste onderwerpen: - De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023. - De accressen vanaf 2022 tot en met 2025 zijn bijgewerkt op basis van de regels van de huidige normeringmethodiek.
In de accressen is naast deze bedragen in de jaren 2023 t/m 2025 telkens eenmalig een onttrekking opgenomen als voeding van de specifieke uitkeringen Volkshuisvestingsfonds en Woningbouwimpuls. - De oploop van de opschalingskorting voor 2023 tot en met 2025 wordt incidenteel geschrapt. - Afrekening BCF 2021 eenmalig in uitkeringsjaar 2022. - Vaststellen definitieve compensatie inkomstenderving 2020 (COVID) - De omvangrijkste taakmutaties zijn de incidentele compensatie voor de tekorten Jeugdzorg voor het jaar 2023 en de energietoeslag in 2022. Daarnaast zijn er taakmutaties waarvan er drie verband houden met de overheveling vanaf 2023 naar de algemene uitkering vanuit de integratie-uitkeringen: Participatie (Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding exclusief beschut werk), Voogdij/18+ en Inburgering. Bijlage(n):
De Rede 1 8251 ER Dronten
Postbus 100 8250 AC Dronten
Telefoon 14 0321
www.dronten.nl
-
-
Loon- en prijscompensatie (LPO) 2022 in het sociaal domein voor de volgende taken die vanaf 2023 vanuit een integratie-uitkering worden overgeheveld naar de algemene uitkering: Voogdij 18+ structureel vanaf 2022. Participatie: structureel vanaf 2022.
Nieuw verdeelstelsel per 1 januari 2023 Hoofddoel voor een nieuw verdeelstelsel was om dat eenvoudig en uitlegbaar te maken en dat beter aansluit bij de noodzakelijke kosten die gemeenten maken (dat was vooral nodig in het sociaal domein). De indeling van de clusters is logischer en globaler gemaakt en het aantal maatstaven is gehalveerd. Op 6 april jl. zijn de Tweede Kamer en gemeenten door de fondsbeheerders geïnformeerd over een nieuwe verdeling van de algemene uitkering met ingang van 1 januari 2023. In de meicirculaire 2022 is het nieuwe verdeelmodel van 2019 geactualiseerd naar de stand van 1 januari 2022. Deze actualisatie betreft de volgende onderdelen: 1. De standen van de gebruikte verdeelmaatstaven zijn geactualiseerd. 2. Alle budgetontwikkelingen die in de periode 2020 tot en met 2022 hebben plaatsgevonden zijn volgens de nieuwe verdeling verwerkt, ook de mutaties uit de meicirculaire 2022 die betrekking hebben op het uitkeringsjaar 2022. 3. Een actuelere gemeentelijke indeling (2022). Suppletie herverdeeleffect (ingroeipad) Het ingroeipad, waarmee de gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien, wordt beperkt tot 3 jaar. Het maximale positieve of negatieve effect is in 2023 € 7,50 per inwoner en in 2024 en 2025 € 15 per inwoner. Het maximale positieve of negatieve effect in 2025 bedraagt hierdoor € 37,50 per inwoner.
Het BZK model geeft aan dat de nieuwe verdeling voor de gemeente Dronten € 1,2 miljoen structureel nadelig is op basis van 42.011 inwoners. Het nadelige effect per inwoner is € 28,31. Op basis van het ingroeipad is de suppletieuitkering herverdeeleffect in 2023 € 874.000 en in 2024 € 244.000. Geactualiseerde meerjarenbegroting De effecten en verwerking van de meicirculaire 2022 leiden tot onderstaande geactualiseerde meerjarenbegroting: Ontwikkeling begrotingssaldo (in € x 1.000)
Structureel begrotingssaldo kadernota 2023 Herverdeeleffect Suppletie herverdeeleffect (ingroeipad) Correctie ingeboekt herverdeeleffect Totaal herverdeeleffect mutatie meicirculaire Correctie Key2 i.v.m. jaarovername Matigen accres i.v.m. onderuitputting (20%) Correctie arbitrage jeugd (reeds 75% in begroting) waarvan incidenteel Effect op structureel begrotingssaldo Structureel begrotingssaldo na meicirculaire 2022
2022 2.642
630 630 3.377
2023 2.466 -1.189 874 417 102 9.554
2024 3.033 -1.189 244 123 -822 8.601
2025 2.687 -1.189
2026 2.911 -1.189
123 -1.066 9.921 827 -2.200
123 -1.066 3.010 1.032 -1.200
-1.800
1.095 2.912 5.554
-1.100 -2.645 240 5.671 8.137
5.979 7.482 9.012 10.169
1.776 4.687
In het vervolg van deze brief zal een analyse worden gemaakt van de verschillen tussen de decembercirculaire 2021 en de meicirculaire 2022 en wat de effecten hiervan zijn op de meerjarenbegroting. Verloop inkomsten gemeentefonds december - mei
2022
2023
2024
2025
2026
(in € x 1.000)
Beginstand decembercirculaire 2021 Herverdeeleffect Suppletie herverdeeleffect (ingroeipad) Saldo herverdeeleffect Ontwikkelingen uitkeringsfactor: Hoeveelheidsverschillen herverdeling Accresontwikkeling mei 2022, 2022 t/m 2027 Plafond BCF, onderschrijding 2021 Opschalingskorting, schrappen oploop Nominale ontwikkeling meicirculaire 2022 (verleggen basisjaar) Nominale ontwikkeling mei circulaire vanaf 2024 Volkshuisvestingsfonds, uitname accres Woningbouwimpuls, uitname accres Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor Totaal ontwikkeling uitkeringsfactor
71.587 0 0 0
66.695 66.798 67.639 68.681 -1.189 -1.189 -1.189 -1.189 874 244 0 0 -315 -945 -1.189 -1.189
221 2.202 263
5.501 862
34 2.720
Ontwikkelingen uitkeringsbasis Taakmutaties Mutaties WOZ-waarden herverdeling Mutaties WOZ-waarden IU/DU/SU Corona steunpakket 3 D's in het sociaal domein
10 1.081 295
Totaal verschil Eindstand meicirculaire 2022
5.306 76.893
906 117 177
8.904 11.201 1.153
6.033
1.448
1.249 1.245 1.245 771 -245 -1.383 -323 -325 -320 -215 -215 -216 25 -86 18 7.870 10.431 11.993
1.241 -2.186
-12 5.076
2.949
57
-90
-93
343 63
348 63
352 63
356 63
10.910 9.954 11.129 4.213 77.605 76.752 78.768 72.894
Ontwikkelingen uitkeringsfactor algemeen en basis De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd. Accres In de meicirculaire 2022 zijn de accressen vanaf 2022 bijgewerkt. Voor alle jaren vanaf 2022 is sprake van een opwaartse bijstelling van het accres. De accressen zijn hoger dan aangekondigd in de voorgaande circulaires en ook hoger dan aangekondigd in de startnota van het kabinet. De bedragen hebben tot en met 2025 een structurele doorwerking. Vanaf 2026 wordt de normeringsmethodiek aangepast. De nominale ontwikkeling meicirculaire 2022 (verleggen basisjaar) betreft de loon- en prijsontwikkeling en hebben wij budgettair neutraal verwerkt.
Matigen accresontwikkeling Bij Pauw, leverancier van het systeem waar de circulaires in doorgerekend worden, hebben zich relaties die al 30 jaar in het vak zitten gemeld met de vraag of de hoge accressen in deze meicirculaire wel kunnen kloppen. Door Pauw wordt geadviseerd de accresontwikkeling met 15-20% te matigen in verband met eventuele onder-uitputting door de rijksoverheid. In het geval van onderuitputting, dan wel een negatieve bijstelling van de rijksuitgaven, worden ook gemeenten gekort conform de afgesproken samen trap-op-trap-af methodiek. Dit houdt in dat ontwikkeling van het gemeentelijk accres de ontwikkeling van de rijksuitgaven volgt. In tijden van bezuinigingen, daalt hierdoor ‘automatisch’ ook het gemeentelijk accres. Omgekeerd, in tijden van hogere rijksuitgaven, stijgt ‘automatisch’ ook het gemeentelijk accres. Net als de relaties die zich bij Pauw gemeld hebben, zijn wij eveneens van mening dat de opgenomen acresontwikkeling onwaarschijnlijk hoog is. Vanuit het voorzichtigheids- en, ons inziens, realiteitsprincipe nemen we dan ook het gegeven advies over. Mocht later blijken dat het aangegeven accres toch realistisch is, dan zullen wij de aframing ten gunste van het begrotingsaldo laten vrijvallen.
Accres 2026 en verder In de Startnota heeft het kabinet aangegeven dat het accres voor 2026 niet is berekend, maar vastgezet op een taakstellende plus van € 840 miljoen ten opzichte van de septembercirculaire 2021. Verder zijn in deze nota twee belangrijke wijzigingen aangekondigd voor het accres: 1. Het accres wordt tot 2025 grotendeels op basis van bestaande afspraken berekend. En een aantal investeringsfondsen (klimaat, ontsluiten nieuwbouwwoningen en stikstof) worden uitgezonderd op de accresrelevante uitgaven (aru). Het Rijk is in gesprek met de gemeente- en provinciekoepels over het vastzetten van het volumedeel van het accres voor de periode tot en met 2025. 2. Vanaf 2026 zal het gemeentefonds niet langer via de normeringssystematiek geïndexeerd worden. Er wordt geen volume-accres meer verstrekt, alleen nog maar een nominaal accres voor de loon- en prijsontwikkeling. Splitsing accres in volumedeel en nominaal deel Om over te gaan op een variabele loon- en prijsontwikkeling (lpo) indexatie moet het bestaande accres één keer gesplitst worden in een volume- en een nominaal deel. 1. Het nominale deel is ter compensatie van loon- en prijsstijging 2. Het volumedeel is ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres BCF plafond: Onderschrijding 2021 In de septembercirculaire 2021 is een voorschot voor het jaar 2021 verstrekt.
In deze circulaire volgt uit de afrekening voor het jaar 2021 een plus. Gemeenten hebben minder gedeclareerd bij het BCF, waardoor de ruimte onder het plafond groter is geworden. De afrekening over 2021 vindt plaats in 2022 als incidentele compensatie. In deze meicirculaire 2022 wordt € 263.000 als plus ontvangen. In totaal heeft Dronten voor de BCF afrekening 2021 € 735.000 ontvangen. Opschalingskorting Het schrappen van de opschalingskorting is verlengd t/m 2025. De volledige korting vanaf 2026 is nog niet geschrapt. Taakmutaties Met een taakmutatie wordt bedoeld een compensatie (positief of negatief) voor het uitvoeren van een nieuwe taak of het uitvoeren van een bestaande taak door andere overheidslagen.
Een deel van deze compensaties en onttrekkingen verlopen budgettair neutraal door de aanpassing van de bijbehorende budgetten. In onderstaande tabel zijn de taakmutaties weergegeven die in de meicirculaire 2022 zijn opgenomen: Taakmutaties meicirculaire 2022 (in € x 1.000) Inburgering: leerbaarheidstoets Participatie: loon- en prijsbijstelling 2022 Voogdij 18+: loon- en prijsbijstelling 2022 Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord) Systeemleren Energietoeslag Jeugdhulp: continïteisregeling cruciale zorg Jeugdzorg (coalitieakkoord arbitrage) Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) Overig Totaal verschil
2022
2023
2024
2025
2026
10 6 53 -17 11
11 6 54 -25 11
11 6 55 -25 12
11 6 56 -27 12
-147
-150
-88
-92
1.104 -22 2.885 -1 1.081
2.948
57
Inburgering: leerbaarheidstoets (budgettair neutraal verwerkt) De leerbaarheidstoets is onderdeel van de brede intake in de Wet inburgering. De leerbaarheidstoets heeft als doel om inzicht te geven in het niveau van de Nederlandse taal dat een inburgeringsplichtige kan bereiken gedurende de inburgeringstermijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de begeleiding bij de afname van de leerbaarheidstoets. Participatie & Voogdij 18+: loon- en prijsbijstelling 2022 (budgettair neutraal verwerkt) De integratie-uitkeringen Beschermd wonen, Participatie en Voogdij/18+ zijn geïndexeerd. Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord, ten laste van het begrotingssaldo) Het kabinet heeft valpreventie, als kostenbesparende preventiemaatregel, in het Coalitieakkoord opgenomen. Valpreventie draagt bij aan gezond ouder worden en leidt tot netto besparingen in de domeinen Zvw en Wlz. Wij hebben deze taakmutatie ten laste van het begrotingssaldo gebracht. Systeemleren (budgettair neutraal verwerkt) In de decembercirculaire zijn middelen beschikbaar gesteld voor de versterking dienstverlening gemeenten als reactie op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK). Voor het onderdeel Systeemleren zijn in deze meicirculaire 2022 extra middelen ter beschikking gesteld. Energietoeslag (budgettair neutraal verwerkt) Op 15 maart jl.
is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer.1 Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen - heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van € 679 miljoen beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van € 175 miljoen beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op € 854 miljoen. Voor Dronten betekent dit een bedrag van € 1.104.000. De bedragen van € 800 per huishouden zijn leidend. Minister Schouten heeft aangegeven dat gemeenten gecompenseerd worden als ze tekort komen.
Jeugdhulp: continuïteitsregeling cruciale zorg (ten laste van het begrotingssaldo) In mei 2019 hebben de VNG en het Rijk afspraken gemaakt over de inrichting van een subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ met een looptijd tot eind december 2021. Dit voorjaar zijn de VNG en het Rijk overeengekomen om de looptijd van de subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ te verlengen. VNG en Rijk hebben daarnaast besloten om de hoogte van de beschikbare middelen voor de subsidieregeling helft te verlagen. Jeugdzorg (coalitieakkoord arbitrage, ten gunste van het begrotingssaldo) De compensatie 2023 is in de meicirculaire 2022 volledig gegeven, dus 100%. Voor Dronten betreft dit € 2.885.000. Begroot was reeds € 2.645.000. Voor 2023 betekent dit een eenmalig voordeel van € 240.000. De begrote bedragen voor 2024 e.v. laten wij vooralsnog intact. In het regeerakkoord is sprake van een extra besparing in het jeugddomein van in 2024 € 100 miljoen macro, oplopend naar € 500 miljoen in 2025 en 2026, en structureel € 511 miljoen vanaf 2027. De besparing is een rijks verantwoordelijkheid. Het Rijk is aan zet om de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen als aanvulling op de beoogde Hervormingsagenda. Het gaat om maatregelen waarbij gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegeneerd worden.
Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord, budgettair neutraal verwerkt) In het Coalitieakkoord is opgenomen dat dit kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) uitgewerkt. De maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatietijd waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2025 is gesteld. De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van € 95 miljoen macro. De algemene uitkering wordt vanaf 2025 met dit bedrag verlaagd. Voor Dronten betekent dit dat er waarschijnlijk € 150.000 meer aan eigen bijdragen geïnd gaat worden. Mutaties WOZ-waarden Het onderzoek naar de Overige Eigen Middelen is nog niet afgerond. In verband hiermee is besloten het vereveningspercentage van de OZB te handhaven op de huidige 70% voor nietwoningen en 80% voor woningen in plaats van een ophoging naar 90%. De fondsbeheerders willen de verevening van de algemene eigen middelen in samenhang beschouwen. Voor de twee maatstaven die betrekking hebben op niet-woningen (ozb niet-woningen eigenaren en ozb niet-woningen gebruikers) blijft gelden dat maximaal € 35.000 aan WOZ-waarde per inwoner in de verevening wordt betrokken, net als in het oorspronkelijke verdeelvoorstel.
Van deze aftopping van de verdeelmaatstaf ‘WOZ-waarde niet-woningen profiteren in 2020 27 gemeenten. Het niet via de OZB-maatstaven verevende deel (respectievelijk 30% en 20%) wordt ingehouden via een vast bedrag per woonruimte. De rekentarieven zijn opgetrokken tot het gemiddelde niveau van OZB-tarieven in 2017. Met name die van niet-woningen zijn sterk gestegen. IU/DU/SU Jeugdhulp aan kinderen in een AZC (budgettair neutraal verwerkt) In paragraaf 2.2-6 van de septembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd dat zij vanaf 2019 volledig verantwoordelijk worden voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC. Deze meicirculaire 2022 bevat de definitieve verdeling 2021. Deze verdeling is gebaseerd op de cijfers van januari 2021 tot en met december 2021. Deze bedragen zijn voorlopig ook voor 2022 en verder gehanteerd. Gezond in de stad (budgettair neutraal verwerkt) In de septembercirculaire 2021 (paragraaf 3.2-2) is voor 2022 € 94.846 toegekend in verband met de verlenging van het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS).
In deze circulaire wordt het bedrag verhoogd met € 14.156. Het programma geeft de geselecteerde gemeenten extra ruimte om de gezondheid van mensen in een lage sociaaleconomische positie structureel en duurzaam te verbeteren. Suppletie-uitkering Bommenregeling (budgettair neutraal verwerkt) Het aangevraagde bedrag in het kader van de bommenregeling zoals aangevraagd conform zaaknummer 156765, raadsbesluit 156771, van € 526.538 is in deze circulaire uitgekeerd. Inburgering (budgettair neutraal verwerkt) De omvang van de integratie-uitkering Inburgering 2022 wijzigt als gevolg van de toevoeging van middelen voor de leerbaarheidstoets, conform de afspraken die in oktober 2021 zijn gemaakt met de VNG. Ook voor 2023 v. zijn middelen beschikbaar gesteld maar door de overheveling in 2023 naar de Algemene Uitkering zijn deze mutaties verwerkt onder de taakmutaties. Armoedebestrijding kinderen (budgettair neutraal verwerkt) Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. Einde lening inburgeringsplichtig (budgettair neutraal verwerkt) In 2022 ontvangen gemeenten middelen voor de ondersteuning van Einde Lening Inburgeringsplichtig. Deze afspraken zijn gemaakt in het bestuurlijk overleg van april 2020 tussen het ministerie van SZW en de VNG over het ondersteunen van de zogenaamde Einde lening inburgeringsplichtig (ELIPs).
Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Gemeenten kunnen inburgeraars die tot deze doelgroep behoren begeleiden. Uitvoeringskosten klimaatakkoord (ten gunste van het begrotingssaldo) Vanaf 2023 tot en met 2030 krijgen gemeenten meer uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid. Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 een overbruggingsbudget. Dat is onvoldoende om de reeds in 2022 gewenste versnelling teweeg te brengen. Daarom wordt van de toekomstige uitvoeringsmiddelen een deel naar 2022 verschoven. Extra capaciteit BOA’s (ten gunste van het begrotingssaldo) In de openbare ruimte verrichten BOA’s belangrijk werk in specialistische en complexe beleids- en wetsgebieden. In de afgelopen jaren zijn BOA’s binnen hun bevoegdheid ook steeds meer taken gaan uitvoeren. Corona steunpakket Inkomstenderving 2020 (Covid-19, Budgettair neutraal verwerkt) Gemeenten hebben in 2020 een voorschot ontvangen ter compensatie van inkomstenderving over 2020 als gevolg van corona (zie paragraaf 3.2-1 van de decembercirculaire 2021). Daarbij is afgesproken dat gemeenten op een later moment, na het verschijnen van de jaarverslagen 2020, reële compensatie zouden ontvangen voor de gederfde inkomsten over 2020.
Dit is budgettair neutraal verwerkt ten gunste van de bestemmingsreserve Corona.
3 D’s in het sociaal domein Participatie (WSW budgettair neutraal verwerkt) Het onderdeel WSW van de participatie (€ 122.689) wordt budgettair neutraal verwerkt omdat dit aanpassing van de prijs per AJ betreft en doorberekend wordt door het Werkvoorzieningsschap Kampen en Dronten. Het onderdeel Participatie (IU) re-integratie wordt ten gunste van het begrotingssaldo gebracht omdat het vastgestelde themaplan hier leidend is. Voogdij 18+ (ten gunste van het begrotingssaldo) De integratie-uitkering is per 2023 toegevoegd aan de Algemene Uitkering. De loon- en prijscompensatie voor 2023 zijn daarom verwerkt bij de taakmutaties. Voor het jaar 2022 valt dit nog onder de integratie-uitkering. Effect van de meicirculaire 2022 voor de begroting In onderstaande tabel is een samenvatting gegeven van hoe de mutaties in de meicirculaire 2022 zijn verwerkt. Effect meicirculaire 2022 (in € x 1.000)
Totale effect meicirculaire 2022 waarvan budgettair neutraal Herverdeeleffect Correctie Key2 i.v.m. jaarovername Matigen accres i.v.m. onderuitputting (20%) Correctie arbitrage jeugd (reeds 75% in begroting) Effect op begrotingssaldo waarvan incidenteel Effect op structureel begrotingssaldo
2022 5.306 -1.929 630
2023 10.910 -1.356 102
4.007 1.095 2.912
-1.100 -2.645 5.911 240 5.671
Bijlage(n): 1. Meicirculaire 2022 versie 31 mei 2022 (document 219353)
De Secretaris,
De Burgemeester,
drs. T. van Lenthe
drs. J.P. Gebben
2024 2025 9.954 11.129 -1.354 -1.207 -822 -1.066 827 -1.800 -2.200
2026 4.213 -1.203 -1.066 1.032 -1.200
5.978 0 5.978
1.776 0 1.776
7.483 0 7.483
Gemeentefonds
Meicirculaire 2022
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 31 mei 2022 Kenmerk 2022-0000259109
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
meicirculaire gemeentefonds 2022 bekendmaking van beleid en het geven van informatie decembercirculaire 2021 (2021-0000643235); septembercirculaire 2021 (2021-0000478671); meicirculaire 2021 (2021-0000287810) 31 mei 2022 1 juli 2023
Meicirculaire gemeentefonds 2022
Voorwoord
Voor u ligt de meicirculaire gemeentefonds 2022. Deze circulaire informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2022 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk. In de eerste plaats wil ik mijn waardering uitspreken voor de verrichte inspanningen van gemeenten met betrekking tot de opvang van Oekraïners. De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds zal plaatsvinden per 1 januari 2023. Deze circulaire geeft hierover aanvullende informatie. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. Vooral de latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Hanke Bruins Slot
Meicirculaire gemeentefonds 2022
Meicirculaire gemeentefonds 2022
Inhoudsopgave 1
2
Hoofdpunten ..................................................................................................... 1 1.1
Inleiding ................................................................................................... 1
1.2
Algemene uitkering .................................................................................... 1
1.3
Nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023 .................................................... 3
1.4
Vergoeding opvang ontheemden Oekraïne ..................................................... 4
1.5
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ...................................................... 5
Algemene uitkering ............................................................................................ 7 2.1
Inleiding ................................................................................................... 7
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ...................................... 7
1a. Accres......................................................................................................... 8 1b. Volkshuisvestingsfonds ................................................................................ 11 1c. Woningbouwimpuls ..................................................................................... 11 2.
Opschalingskorting (Coalitieakkoord) .......................................................... 11
3.
Plafond BTW-compensatiefonds .................................................................. 11
4.
Knelpunten verdeelsystematiek .................................................................. 12
5.
Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) ........................................... 12
6.
Raadsledenvergoeding kleine gemeenten ..................................................... 13
7.
Permanente registratie kiezers buitenland .................................................... 13
8.
Energietoeslag ......................................................................................... 13
9.
Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteitsregeling cruciale jeugdzorg ................ 14
10.
Toezicht en handhaving voor EPBD III ......................................................... 14
11.
Prenataal huisbezoek ................................................................................ 15
12.
Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren .................................. 15
13.
Participatie .............................................................................................. 15
14.
Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) ..................................... 16
15.
Overgangsrecht levenslang ........................................................................ 16
16.
Jeugdzorg (Coalitieakkoord) ...................................................................... 16
17.
Voogdij 18+: overheveling vanuit IU ........................................................... 17
18.
Inburgering: overheveling vanuit IU............................................................ 17
19.
Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord) ................................................... 17
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering ........................................................ 17
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering ................................................... 18
2.4.1
Bommenregeling .................................................................................. 18
2.4.2
Bevolkingsdaling ................................................................................... 19
2.4.3
Meerkosten corona 2022 – Wmo 2015 en Jeugdwet ................................... 20
2.5
Veranderingen in het verdeelstelsel............................................................. 20
2.5.1
Inleiding .............................................................................................. 20
2.5.2
Nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023 ............................................... 20
2.5.3
Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven ...................... 24
Meicirculaire gemeentefonds 2022
2.6 3
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ......... 24
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ............................................................ 29 3.1
Inleiding ................................................................................................. 29
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen ...................... 29
1.
Voogdij 18+ ............................................................................................ 32
2.
Inburgering ............................................................................................. 33
3.
Participatie .............................................................................................. 34
4.
Raadsledenvergoeding kleine gemeenten ..................................................... 35
5.
Beschermd wonen .................................................................................... 35
6.
Inkomstenderving 2020 (covid-19) ............................................................. 36
7.
Uitvoeringskosten klimaatakkoord .............................................................. 37
8.
Brede Aanpak dak- en thuisloosheid............................................................ 38
9.
Crisisdienstverlening ................................................................................. 38
10.
Versterking dienstverlening gemeenten ....................................................... 39
10a. Vrouwenopvang (Kind- en gezinsbescherming) ................................................ 40 10b. Systeemleren .............................................................................................. 40 11.
Extra capaciteit BOA’s ............................................................................... 40
12.
Regionale Energie Strategieën (RES) ........................................................... 41
13.
Bodembescherming .................................................................................. 41
14.
Gezond in de Stad .................................................................................... 41
15.
Aanpak lerarentekort G4 ........................................................................... 42
16.
Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) ....................................................... 42
17.
Windpark N33.......................................................................................... 42
18.
Erfgoed Deal ........................................................................................... 43
19.
Mantelzorgbeleid ...................................................................................... 43
20.
Experiment gesloten coffeeshopketen ......................................................... 43
21.
Uitstapprogramma prostituees ................................................................... 44
22.
Centrale stemopneming ............................................................................ 44
23.
Veilige steden .......................................................................................... 44
24.
Handhaving quarantaine (covid-19) ............................................................ 45
25.
Duurzame Polder ..................................................................................... 45
26.
Online weerbaarheid ................................................................................. 45
27.
Informele scholing.................................................................................... 45
28.
Knelpunten verdeelsystematiek .................................................................. 46
29.
LHBTI-emancipatiebeleid ........................................................................... 46
3.3. Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen .................................................................................................... 46 3.3.1 Maatschappelijke opvang .......................................................................... 46 3.3.2 Armoedebestrijding kinderen ..................................................................... 47 3.3.3 Kinderen in een AZC................................................................................. 47 3.3.4 Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders . 47
Meicirculaire gemeentefonds 2022
3.3.5 Omgevingswet ........................................................................................ 48 3.3.6 Wet kwaliteitsborging bouwen.................................................................... 48 3.3.7 4
Voortzetting pleegzorg alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) ...... 48
Overige mededelingen .................................................................................... 49 4.1
Inleiding ................................................................................................. 49
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen ............... 49
4.3
Voorstel Rijk vastzetten volumecomponent accres ......................................... 50
4.4
Beleidsdoorlichting Btw-compensatiefonds ................................................... 50
4.5
Advies raming ruimte onder het plafond BCF ................................................ 51
4.6
Integraal overzicht financiën gemeenten...................................................... 52
4.7
Analyse gemeentebegrotingen ................................................................... 52
4.8
Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit ......................................... 52
4.9
Taskforce op het uitkeringsstelsel ............................................................... 53
4.10
Verfijning Iv3-taakvelden sociaal domein ..................................................... 54
4.11
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ................................................... 54
4.12
Redelijk peil 2023 .................................................................................... 54
Bijlagen ............................................................................................................... 55 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2022 .................................... 55 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2022 per cluster................................................ 59 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2023 .................................... 62 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2023 per cluster................................................ 65 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2022 – 2027 (huidige verdeelmodel) ........ 67 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2022 – 2027 (nieuwe verdeelmodel) ........ 69 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2021 BTW-compensatiefonds .................................. 71 Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling ................................................... 72 Bijlage 2.5.2a Ingroeipad nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023 ......................... 74 Bijlage 2.5.2b Overzicht van (wijzigingen in) verdeelmaatstaven vanaf 2023 ............... 82 Bijlage 2.6.1 Aanvullende informatie uitkeringsfactor ............................................... 88 Bijlage 2.6.2 Volumina maatstaven 2023 – 2027 ..................................................... 90 Bijlage 3.2-4 Integratie-uitkering Raadsledenvergoeding kleine gemeenten .................
93 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Inkomstenderving 2020 (covid-19) .................. 95 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten klimaatakkoord .................... 96 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Brede aanpak dak- en thuisloosheid ............... 100 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Crisisdienstverlening .................................... 101 Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Extra capaciteit BOA’s ................................. 102 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Regionale Energie Strategieën (RES) ............ 106 Bijlage 3.2-13 Decentralisatie-uitkering Bodembescherming.................................... 107 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Gezond in de stad ...................................... 108 Bijlage 3.2-16 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) ........ 111 Bijlage 3.2-19 Decentralisatie-uitkering Mantelzorgbeleid ....................................... 115 Bijlage 3.2-20 Decentralisatie-uitkering Experiment gesloten coffeeshopketen ........... 116
Meicirculaire gemeentefonds 2022
Bijlage 3.2-21 Decentralisatie-uitkering Uitstapprogramma prostituees ..................... 117 Bijlage 3.2-22 Decentralisatie-uitkering Centrale stemopneming .............................. 118 Bijlage 3.2-23 Decentralisatie-uitkering Veilige steden............................................ 119 Bijlage 3.2-24 Decentralisatie-uitkering Handhaving quarantaine (covid-19) .............. 120 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang .............................. 124 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen ......................... 125 Bijlage 3.3.5 Indicatief bedrag decentralisatie-uitkering Omgevingswet..................... 131 Bijlage 3.3.6 Indicatief bedrag decentralisatie-uitkering Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) ............................................................................................................. 135 Bijlage 4.11 Redelijk peil 2023 ............................................................................ 143
Meicirculaire gemeentefonds 2022
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen.
1.2
Algemene uitkering
Accres De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af) hebben wijzigingen in de ARU direct invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de systematiek zoals deze is vastgesteld in het Coalitieakkoord en de daaruit volgende Startnota. Voor 2022 tot en met 2025 wordt de bestaande normeringssystematiek toegepast. Vanaf 2026 is het accres vastgezet op een plus van in totaal 1 miljard euro bovenop de stand Miljoenennota 2022. Over de 1 miljard euro vindt nog wel indexatie plaats voor de loon- en prijsontwikkeling. Als gevolg hiervan is er voor alle jaren tot en met 2025 sprake van een jaar-op-jaar opwaartse bijstelling van het accres. In 2026 is er ten opzichte van het in de septembercirculaire opgenomen totaal cumulatief accres in dat jaar een stijging: zowel vanwege de plus van 1 miljard euro uit het Coalitieakkoord als vanwege de loon- en prijsbijstelling.
Ten opzichte van 2025 is er in 2026 sprake van een neerwaartse bijstelling van het accres doordat het accres vanaf 2026 is vastgezet op een plus van 1 miljard euro ten opzichte van de stand bij Miljoenennota 2022. Een toelichting op de accresontwikkelingen is opgenomen in paragraaf 2.2-2 en meer in detail in bijlage 8 van de Voorjaarsnota 2022.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
1
Plafond BTW-compensatiefonds Verder informeert deze circulaire over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2021. Ten opzichte van de septembercirculaire 2021 is sprake van een opwaartse bijstelling van € 134,975 miljoen, waarvan het aandeel van de gemeenten € 119,490 miljoen bedraagt. Zoals gebruikelijk wordt de definitieve afrekening over 2021 verwerkt in uitkeringsjaar 2022. Financieringssystematiek medeoverheden Met de koepels wordt in een gezamenlijk proces met een onafhankelijk begeleider gewerkt om te komen tot een nieuwe financieringssystematiek voor 2026 en verder. Daarbij wordt ook gekeken naar de zorg die gemeenten en provincies ervaren over hun financiën in 2026 en verder. De opdracht is om te komen tot een analyse van de financiële gevolgen van het Coalitieakkoord voor gemeenten en provincies. Daarnaast zal naar oplossingen gezocht worden voor de korte en lange termijn. De Tweede Kamer zal voor de zomer worden geïnformeerd over de uitkomst en de vervolgstappen.
Gevolgen Coalitieakkoord De volgende reeksen uit het Coalitieakkoord zijn verwerkt: opschalingskorting, overige dossiers medeoverheden (Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (indicatieve reeksen)), Jeugdzorg (2023) en de negatieve reeksen als gevolg van de investering in valpreventie (per saldo een besparing van € 10 miljoen in 2023, oplopend naar € 16,667 structureel vanaf 2027) en Wmo als gevolg van de aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp (de aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van € 95 miljoen). Energietoeslag Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer.1 Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen - heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van € 679 miljoen beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van € 175 miljoen beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op € 854 miljoen. Deze middelen worden via de algemene uitkering aan gemeenten verstrekt.
Jeugdzorg Het kabinet stelt voor 2023 incidenteel € 1,454 miljard extra beschikbaar voor de jeugdzorg. Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten inzetten op besparingsmaatregelen voor een bedrag van € 374 miljoen op de jeugdzorguitgaven in 2023 (die ook onderdeel is van de reeks van de Commissie van Wijzen). Vanuit de € 1,454 miljard is, vooruitlopend op de nadere invulling van de hervormingsagenda, € 9 miljoen overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS 1 Kamerstuk 36057, nr. 5: Wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen | Tweede Kamer der Staten-Generaal
Meicirculaire gemeentefonds 2022
2
ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2023. De besteding van deze middelen vindt plaats in samenspraak met de VNG. Het overige deel (€ 1,445 miljard) is toegevoegd aan de algemene uitkering aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Daarnaast gaat het kabinet de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt. In het Coalitieakkoord is daarnaast een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van € 100 miljoen in 2024, oplopend naar € 500 miljoen in 2025 en 2026, en structureel € 511 miljoen vanaf 2027. Het kabinet heeft besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is.2 Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda.
Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Uiteraard is het noodzakelijk - en gaat het kabinet hiervan uit - dat gemeenten hun medewerking verlenen bij de uitwerking en uitvoering van deze maatregelen.
1.3
Nieuwe verdeling gemeentefonds per 2023
De afgelopen jaren hebben de fondsbeheerders samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), gemeenten en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gewerkt aan de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Op 6 april jl. zijn de Tweede Kamer en gemeenten door de fondsbeheerders geïnformeerd over de invoering van de nieuwe verdeling per 1 januari 2023.3 Gegeven de ontvangen adviezen van de ROB en de VNG en de reacties van gemeenten hebben de fondsbeheerders besloten het ingroeipad – het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien – te beperken tot 3 jaar. Het maximale effect is -/+ € 7,50 per inwoner in 2023 en -/+ € 15 per inwoner in 2024 en 2025. Daarmee komt het maximale effect op -/+ € 37,50 per inwoner in 2025. Voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en een lage sociaal economische status geldt tot en met 2025 een aangepast ingroeipad. Dat geldt eveneens voor gemeenten die tot en met 2022 aanvullende middelen ontvangen vanwege bevolkingsdaling. Deze circulaire bevat informatie over welke gemeenten in aanmerking komen voor het aangepaste ingroeipad en de criteria die daarbij zijn gehanteerd (zie paragraaf 2.5.2 en bijlage 2.5.2a). Het maximale negatieve effect voor gemeenten met een aangepast ingroeipad is € 22,50 per inwoner: - € 5 per inwoner in 2023, - € 7,50 per inwoner in 2024 en - € 10 per inwoner in 2025.
Zie hiervoor de kamerbrief van 13 mei 2022 van VWS en JenV over hun visie op het stelsel van de jeugdzorg en de hervormingen die volgens de bewindspersonen nodig zijn. Kamerbrief over visie op stelsel jeugdzorg en noodzakelijke hervormingen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 3 Invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds | Tweede Kamer der Staten-Generaal en Maartbrief 2022 aan gemeenten en provincies | Brief | Rijksoverheid.nl 2
Meicirculaire gemeentefonds 2022
3
De berekeningen op basis van de reeksen in het Coalitieakkoord (accres en opschalingskorting) tonen aan dat geen enkele gemeente er in de periode 2023-2025 financieel op achteruit zal gaan als gevolg van invoering van het nieuwe model. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. Zoals reeds in de brief van 7 december 20214 aan de VNG aangegeven omarmen de fondsbeheerders het advies van de ROB inclusief de door de ROB voorgestelde onderzoeksagenda. De fondsbeheerders geven hier graag in nauw overleg met de ROB, de VNG en de gemeenten nadere invulling en uitvoering aan. De Tweede Kamer zal nog voor de zomer nader worden geïnformeerd over de onderzoeksagenda. De invoering van het nieuwe model zal tijdig geëvalueerd worden en aan de hand van deze evaluatie zal besloten worden over het traject 2026 en verder. Deze circulaire geeft in paragraaf 2.5.2 aanvullende informatie over de invoering van het nieuwe verdeelmodel.
1.4
Vergoeding opvang ontheemden Oekraïne
Op dit moment werken gemeenten en veiligheidsregio’s aan het realiseren van opvangplekken. Gemeenten vangen ontheemden op in verschillende locaties door het hele land. Om gemeenten duidelijkheid te geven over wat zij ontheemden kunnen bieden en welke kosten vergoed worden door het Rijk, is een regeling voor een specifieke uitkering op basis van normbedragen opgesteld. De hoogte van de normbedragen zal worden gemonitord. Indien uit de monitoring blijkt dat de normbedragen lager zijn dan de werkelijke kosten, zal een opwaartse bijstelling van de norm plaatsvinden. Uitgangspunt is reële compensatie van de extra kosten die gemeenten als gevolg van de opvang van ontheemden uit Oekraïne maken. De hoogte en omvang daarvan vragen om een politiek bestuurlijke afweging, met als uitgangspunt dat gemeenten er als gevolg van de opvang van ontheemden uit Oekraïne niet slechter voor komen te staan dan daarvoor.5
Tijdelijke onderwijshuisvesting Door de instroom van Oekraïense leerlingen volstaat in sommige gemeenten de bestaande onderwijshuisvesting niet. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende en adequate onderwijshuisvesting. OCW wil gemeenten hierbij ondersteunen en om die reden wordt € 136,3 miljoen gereserveerd voor de periode tot aan de zomervakantie. Daarna zal opnieuw worden bezien of de middelen nodig zijn en hoe deze verdeeld zullen worden. Het plan is om de middelen via een specifieke uitkering aan gemeenten te verstrekken. Uitgangspunt is dat gemeenten zelf de kosten voorschieten en achteraf vergoed krijgen op basis van gerealiseerde kosten (binnenkort meer informatie via www.rijksoverheid.nl/onderwijsvooroekraine).6
Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 570 B, nr. 13 Leefgeld Oekraïners | Tweede Kamer der Staten-Generaal 6 Verzamelbrief Opvang ontheemden uit Oekraïne | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 4 5
Meicirculaire gemeentefonds 2022
4
Leerlingenvervoer Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inrichten van leerlingenvervoer. Nieuwkomersonderwijs wordt zo veel als mogelijk centraal georganiseerd, waardoor de afstand tussen opvanglocaties en de onderwijsinstellingen kan toenemen. Daarom worden gemeenten gesteund in het organiseren van leerlingenvervoer voor nieuwkomersonderwijs. Dit betreft een eenmalige decentrale uitkering voor de periode 1 maart 2022 – 16 juli 2022 (exclusief schoolvakanties).7 Veiligheidsregio’ s en GGD’ en Voor de bedrijfsvoering en kosten voor GGD en veiligheidsregio’s en gemeenten met een coördinerende taak moet een systeem voor vergoeding worden opgericht. Om de 25 veiligheidsregio’s in de periode van 9,5 maanden (half maart t/m december) te kunnen ondersteunen is een bedrag van ca. € 500.000 per maand per regio geschat, de raming van het budgettair beslag is op basis hiervan € 119 miljoen. Onderuitputting vloeit terug naar de schatkist.8
Jeugdwet, Wmo, Basistakenpakket JGZ, Rijksvaccinatieprogramma en Prenataal Huisbezoek Voor Oekraïense ontheemden ligt de verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet, en de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek uit de Wet publieke gezondheid bij gemeenten. Het aantal Oekraïense ontheemden is dusdanig groot in omvang dat dit niet als een onderdeel van gebruikelijke fluctuaties in de zorgvraag kan worden gezien. Bovendien is er sprake van een clustering van Oekraïense ontheemden in specifieke gemeenten, namelijk in die gemeenten waar opvanglocaties zijn gerealiseerd. Het kabinet heeft op 25 mei 20229 besloten om gemeenten te compenseren voor de extra kosten in het jaar 2022 die zij t.a.v. bovengenoemde taken maken. De compensatie wordt vastgesteld op basis van (een raming) van daadwerkelijke aantallen opgevangen Oekraïense ontheemden. In de decembercirculaire 2022 zal de compensatie worden verwerkt. De komende periode wordt de compensatie en verdeling, in overleg tussen het Rijk en VNG, nader uitgewerkt.
1.5
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2022 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen. De belangrijke wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen: -
De decentralisatie-uitkering Inkomstenderving 2020 ad € 151,794 miljoen. In de decembercirculaire 2021 is voor 282 gemeenten de volledige compensatie over de inkomstenderving 2020 afgerond. De compensatie van de resterende gemeenten vindt grotendeels in deze circulaire plaats;
Verzamelbrief Opvang ontheemden uit Oekraïne | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl Verzamelbrief Opvang ontheemden uit Oekraïne | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 9 Detail 2022D21520 | Tweede Kamer der Staten-Generaal 7 8
Meicirculaire gemeentefonds 2022
5
-
De decentralisatie-uitkering Uitvoeringsmiddelen klimaatbeleid ad € 112,591 miljoen om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten.
-
De integratie-uitkeringen Beschermd wonen, Participatie en Voogdij/18+ zijn geïndexeerd. In totaal is voor loon- en prijsbijstelling en volume-indexatie een bedrag van structureel ruim € 191 miljoen toegevoegd;
-
De integratie-uitkeringen Raadsledenvergoeding kleine gemeenten, Participatie (onderdelen Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk)), Voogdij/18+ en Inburgering worden met de ingang van het nieuwe verdeelmodel in 2023 toegevoegd aan de algemene uitkering. In 2023 is met de overhevelingen in totaal een bedrag gemoeid van ruim € 932 miljoen, wat in de jaren daarna verder oploopt.
Meicirculaire gemeentefonds 2022
6
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en in paragraaf 2.5 zijn de mededelingen over de wijzigingen in het verdeelstelsel opgenomen. Paragraaf 2.6 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten.
Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2022 tot en met 2027 ten opzichte van de decembercirculaire 2021. Het betreft achtereenvolgens: 1.
Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket.
2.
Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering.
Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2022 en verder en worden onder de
Meicirculaire gemeentefonds 2022
7
tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar. Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de decembercirculaire 2021 (in duizenden euro's) 2022 2023 2024 2025 stand decembercirculaire 2021 1a) 1b) 1c) 2) 3) 4) 5) 6a)
2026
2027
30.674.140 29.334.531 29.904.730 30.773.263 31.801.017 31.776.038
algemene mutaties Accres Volkshuisvestingsfonds Woningbouwimpuls Opschalingskorting (Coalitieakkoord) Plafond BTW-compensatiefonds Knelpunten verdeelsystematiek Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) Raadsledenvergoeding kleine gemeenten
1.008.105
119.490
2.552.020 -150.000 -100.000 400.000
4.140.507 -150.000 -100.000 535.000
5.215.256 -150.000 -100.000 675.000
2.811.002
3.892.887
83 291
83 291
83 291
83 291
-97 83 291
83 291
taakmutaties 2022 7)
cluster Overig Permanente registratie kiezers buitenland
8)
cluster Inkomen en participatie Energietoeslag
9)
cluster Jeugd Jeugdhulp: subsidieregeling cointinuïteitsregeling cruciale jeugdzorg
-8.900
10)
cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Toezicht en handhaving voor EPBD III
1.797
11)
cluster Volksgezondheid Prenataal huisbezoek
-2.252
808 854.000
taakmutaties 2023 tot en met 2027 6b) 12)
cluster Bestuur en ondersteuning Raadsledenvergoeding kleine gemeenten: overheveling vanuit IU Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren
9.776 5.000
9.776 5.000
9.776 5.000
9.776 5.000
9.776 5.000
13a) 13b)
cluster Participatie Participatie: Wajong overheveling vanuit IU Participatie: Regulier werk overheveling vanuit IU
56.175 53.384
57.327 56.371
58.374 61.228
59.892 65.400
70.976 80.336
14) 15)
cluster Individuele voorzieningen Wmo Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) Overgangsrecht levenslang
-95.000
-95.000
-95.000 1.158
16) 17)
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Jeugdzorg (Coalitieakkoord) Voogdij 18+: overheveling vanuit IU
1.445.000 736.676
736.676
736.676
736.676
736.676
18) 19)
cluster Sociale basisvoorzieningen Inburgering: overheveling vanuit IU Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord)
76.571 -10.000
74.437 -15.000
72.067 -15.000
70.990 -15.833
70.567 -16.667
stand deze circulaire
32.647.562 34.409.507 35.255.198 37.247.014 35.449.294 36.532.024
Toelichting
1a. Accres Zoals toegelicht in het Coalitieakkoord en de daaruit volgende Startnota heeft het kabinet Rutte IV besloten twee belangrijke wijzigingen in de indexering van de algemene uitkering van de fondsen door te voeren. Allereerst is besloten dat tot en met 2025 het accres grotendeels op basis van bestaande afspraken berekend wordt. Nieuw zijn de uitzondering op de accresrelevante uitgaven (aru) voor een aantal investeringsfondsen. Over het vastzetten van het volumedeel van het accres voor de periode tot en met 2025 is het Rijk in gesprek met de koepels. De verschillende tranches in
Meicirculaire gemeentefonds 2022
8
tabel 2.2.3 tot en met 2.2.5 laten een stijgende lijn in de hoogte van het accres zien. Tabel 2.2.3 en 2.2.4 laten de actuele raming van de jaarlijkse accrestranches zien voor de jaren 2022-2025, zowel in duizenden euro’s als in procenten. In het Coalitieakkoord zijn middelen voor de woningbouwimpuls (10x100 miljoen) en volkshuisvesting (4x150 miljoen) opgenomen. Deze middelen worden voor de jaren 2023 tot en met 2025 onttrokken aan het voor die jaren gereserveerde accres. Tabel 2.2.3 Actuele raming accressen gemeentefonds 2022-2025 (in duizenden euro’s) 2022
2023
2024
2025
Stand mei- en septembercirculaire 2021
1.493.059
741.322
711.008
1.010.303
Mutatie jaarlijkse tranches
1.008.105
1.543915
1.588.487
1.074.749
Stand meicirculaire 2022
2.501.164
2.285.237
2.299.495
2.085.052
Cumulatief accres
2.501.164
4.786.401
7.085.896
9.170.948
Uitname woningbouwimpuls
-100.000
-200.000
-300.000
Uitname volkshuisvesting
-150.000
-300.000
-450.00