CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

b420ae3c-53c9-4866-93e9-20d82b14fb5d.pdf

Raadsvergadering 11 mei 2023, gemeente DrontenBij agendapunt: 8: Raadsvoorstel Dronten Ontwikkelt visie op groei en voorstel voor ontwikkellocaties tot 205015.011 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Milieubelemmeringenstudie

Dronten, toekomstige woningbouw

Gemeente Dronten

Datum: 16-11-2022 Projectnummer: 220302

INHOUD

1

Inleiding

3

1.1 1.2

Aanleiding Leeswijzer

3 3

2

Onderzoeklocaties

4

3

Dronten aan het Water – ontwikkelzone W1

6

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Ecologie Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Geluid Verkeer Scoretabel Kaart Bereikbaarheid Kaart Hindercontouren

6 7 8 9 9 11 12 13 14

4

Bosranden – ontwikkelzone B1

18

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Ecologie Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Geluid Verkeer Scoretabel Kaart Bereikbaarheid Kaart Hindercontouren

18 19 20 20 20 21 21 22 23

5

Bosranden – ontwikkelzone B2

27

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

Ecologie Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Geluid Verkeer Scoretabel Kaart Bereikbaarheid Kaart Hindercontouren

27 28 28 29 29 29 30 31 32

6

Bosranden – ontwikkelzone B3

36

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9

Ecologie Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Geluid Verkeer Scoretabel Kaart Bereikbaarheid Kaart Hindercontouren

37 38 38 39 39 40 41 42 43

7

Bosranden – ontwikkelzone B4

47

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Ecologie Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Geluid Verkeer Scoretabel Kaart Bereikbaarheid Kaart Hindercontouren

47 48 48 49 49 50 50 51 52

8

Het nieuwe woonlandschap – ontwikkelzone N1

56

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 8.8 8.9

Ecologie Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Geluid Verkeer Scoretabel Kaart Bereikbaarheid Kaart Hindercontouren

56 57 57 58 58 58 59 60 61

9

Het nieuwe woonlandschap – ontwikkelzone N2

63

9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8 9.9

Ecologie Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Geluid Verkeer Scoretabel Kaart Bereikbaarheid Kaart Hindercontouren

63 64 64 65 65 65 66 67 68

10

Het nieuwe woonlandschap – ontwikkelzone N3

71

10.1 Ecologie 10.2 Bedrijven en milieuzonering 10.3 Geur

71 72 72

10.4 10.5 10.6 10.7 10.8 10.9

Externe veiligheid Geluid Verkeer Scoretabel Kaart Bereikbaarheid Kaart Hindercontouren

73 73 74 74 75 76

11

Het nieuwe woonlandschap – ontwikkelzone N4

78

11.1 11.2 11.3 11.4 11.5 11.6 11.7 11.8 11.9

Ecologie Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Geluid Verkeer Scoretabel Kaart Bereikbaarheid Kaart Hindercontouren

78 79 80 80 81 82 82 83 84

12

Het nieuwe woonlandschap – ontwikkelzone N5

87

12.1 12.2 12.3 12.4 12.5 12.6 12.7 12.8 12.9

Ecologie Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Geluid Verkeer Scoretabel Kaart Bereikbaarheid Kaart Hindercontouren

87 88 88 89 89 89 90 91 92

13

Het nieuwe woonlandschap – ontwikkelzone N6

95

13.1 13.2 13.3 13.4 13.5 13.6 13.7 13.8 13.9

Ecologie Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Geluid Verkeer Scoretabel Kaart Bereikbaarheid Kaart Hindercontouren

95 96 96 97 97 97 98 99 100

14

Conclusie

103

Bijlage A – Bereikbaarheid

107

Bijlage B – Hindercontouren

108

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Dronten is voornemens om binnen haar gemeentegrenzen de realisatie van circa 5.000 tot 15.000 woningen mogelijk te maken. Hiervoor is een eerste inventarisatie gedaan met mogelijke belemmeringen vanuit windturbines en Lelystad Airport. Mede op basis hiervan zijn vervolgens drie denkrichtingen ontwikkeld met mogelijke woonscenario’s binnen elf potentiële ontwikkelingszones. In het kader van de verdere te volgen ruimtelijke procedures is een nadere studie benodigd naar mogelijke milieubelemmeringen. Voorliggende milieubelemmeringenstudie voorziet hierin.

Mogelijke ontwikkelzones woningbouw (Bron: BVR)

1.2

Leeswijzer Voorliggende milieubelemmeringenstudie voorziet in een quick scan van de volgende milieuthema’s: ecologie (beschermde soorten, Natura 2000 en overige beschermde soorten), bedrijven en milieuzonering, geur, externe veiligheid en geluid. Voor het aspect verkeer is op een hoog abstractieniveau een inschatting gemaakt van de kansrijkheid om woningbouw op de omliggende infrastructuur zonder al te veel problemen af te wikkelen. De milieuthema’s worden navolgend behandeld per potentiële ontwikkelzone middels een scoretabel, zoals gepresenteerd in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 14 toont de eindscoretabel en conclusie.

SAB

3

2

Onderzoeklocaties Op basis van drie denkrichtingen zijn elf potentiële ontwikkelzones naar voren gekomen. De denkrichtingen vormen de basis voor de onderverdeling van voorliggende milieubelemmeringenstudie. Uitgegaan wordt van de volgende denkrichtingen met de genummerde ontwikkelzones: -

‘Dronten aan het water’ met ontwikkelzone W1 ‘Bosranden’ met ontwikkelzones B1 t/m B4 ‘Het nieuwe woonlandschap’ met ontwikkelzones N1 t/m N6

Voorliggende studie gaat uit van onderstaande scoretabel per milieuaspect. In overzicht zijn alle onderzochte milieuaspecten gepresenteerd op de volgende pagina. Hoofdstuk 14 toont de conclusie. Voor de oranje en rode gebieden is tevens een separate GIS-dataset ontwikkeld, als ook voor de bereikbaarheid van verkeer (fiets en OV). Het kaartmateriaal hiervan is tussentijds opgenomen, afsluitend per ontwikkelzone. In de bijlage zijn de kaarten in totaliteit gepresenteerd. SCORE geen belemmering geen al te grote belemmering, een quick scan volstaat mogelijk mits aanvullend onderzoek min of meer onmogelijk zonder verregaande maatregelen

SAB

4

Voor de bereikbaarheid van het openbaar vervoer is de volgende kleurcodering gehanteerd: Groen: De ontwikkelzone is grotendeels binnen 4 kilometer van het treinstation gelegen en ook binnen 1 kilometer van een bushalte. Geel: De ontwikkelzone is grotendeels binnen 4 kilometer van het treinstation gelegen, maar niet binnen 1 kilometer van een bushalte. Oranje: De ontwikkelzone is grotendeels op meer dan 4 kilometer van het treinstation gelegen, maar ligt wel binnen 1 kilometer van een bushalte. Rood: De ontwikkelzone is niet binnen 4 kilometer van het treinstation gelegen en ook niet binnen 1 kilometer van een bushalte. ontwikkelingszone

W1 B1 B2 B3 B4 N1 N2 N3 N4 N5 N6

milieuaspect ecologie Natura 2000 stikstof andere beschermde gebieden beschermde soorten bedrijven en milieuzonering geur geiten vaste afstanden vergunde geuremissies externe veiligheid buisleidingen overig transport hoogspanning bedrijven geluid wegverkeer railverkeer verkeer wegverkeer openbaar vervoer fietsnetwerk

SAB

5

3

Dronten aan het Water – ontwikkelzone W1

Ontwikkelzone W1 bestaat feitelijk uit twee afzonderlijk te onderscheiden deelgebieden. Het huidige bedrijventerrein Houtwijk/Staalwijk en het agrarische gebied ten noorden van de provinciale weg. Om tot een juiste beoordeling te komen is W1 in twee delen opgedeeld: het deel noordelijk van de provinciale weg (W1A) en het bedrijventerrein Houtwijk/Staalwijk ten zuiden van de provinciale weg (W1B). Voor het zuidelijke deel W1B geldt overigens dat de oostelijke strook ten zuiden van de spoorlijn reeds onderdeel is van de transformatie Hanzekwartier.

3.1

Ecologie Gebiedsbeschrijving Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen. In het zuiden is een woonwijk behorend tot de gemeente Dronten aanwezig. De directe omgeving wordt eveneens gekenmerkt door agrarische percelen. Het voornemen is rondom het station circa 1.000 en woningen en langs de vaart circa 4.000 woningen te realiseren. Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen een gebied behorend tot het Natura 2000, maar ligt wel op 1 km afstand van het Natura 2000-gebied “Ketelmeer & Vossemeer”. Door de geringe afstand zijn negatieve effecten door verstoring als gevolg van bijvoorbeeld trillin-

SAB

6

gen en geluid dan ook niet op voorhand uit te sluiten. Derhalve dient er een voortoets uitgevoerd te worden. Ten opzichte van het huidige bedrijventerrein ligt Natura 2000gebied op circa 5 kilometer afstand. Hiervan worden geen belemmeringen verwacht. De ligging van de Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in de bijlagen. Stikstof Ten behoeve van de beoogde ontwikkelingen dient een stikstofonderzoek te worden uitgevoerd. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitatgebieden liggen in de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Beoordeeld dient te worden of geen sprake is van significant nadelige gevolgen. Uitgaande van maximaal 7 verkeersbewegingen per woning per etmaal is sprake van circa 35.000 verkeersbewegingen per etmaal. Dit leidt momenteel tot een depositie van circa 0,08 mol/h/j op stikstofgevoelige habitatgebieden (circa 15.000 hectare). Bij een geconstateerde overschrijding van de grenswaarde van 0,00 mol/h/j zijn er echter ruim voldoende salderingsmogelijkheden, zowel van agrarisch gebruik als het bedrijventerrein. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland, maar grenst echter wel direct aan de “Verbindingszone Lage Vaart”, die wel tot het Natuurnetwerk Nederland behoort. Aangezien de provincie Flevoland niet toetst op externe werking, zijn er ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geen belemmeringen.

De ligging van de Natuurnetwerk Nederland gebieden zijn opgenomen in de bijlagen. Soortenbescherming Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF waarnemingen van de beschermde gewone dwergvleermuis, bever, bunzing, otter, waterspitsmuis, grote modderkruiper, teunisbloempijlstaart en rivierrombout. Binnen het plangebied is weinig geschikt habitat voor bovenstaande of andere beschermde soorten aanwezig. Voor beschermde soorten wordt derhalve een laag risico verwacht en een quick scan natuur volstaat in eerste instantie. Indien er ten behoeve van de realisatie van de woningen rondom het station gebouwen gesloopt zullen worden is het aannemelijk dat er nader onderzoek naar gebouwbewonende soorten uitgevoerd moet worden.

3.2

Bedrijven en milieuzonering Het gebied kent momenteel een grote verscheidenheid aan functies en bestemmingen. De locatie kent twee belangrijke aanzichten. Ten zuiden van de provinciale weg (N307) is een bedrijventerrein gesitueerd (gebied W1B). Ten noorden van deze weg betreft de locatie een buitengebied (gebied W1A). Ter toetsing aan het aspect bedrijven en milieuzonering zijn de vigerende bestemmingsplannen geraadpleegd in samenhang met de richtafstanden uit de VNGpublicatie bedrijven en milieuzonering. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren opgenomen van de hogere bedrijfscategorieën (vanaf categorie 4). Bij een overlap van meerdere richtafstanden zijn de hindercontouren rood.

SAB

7

Binnen de ontwikkelzone Ter plaatse van het bedrijventerrein (gebied W1B) is een nieuwe woonwijk niet wenselijk, tenzij bedrijfspanden worden geamoveerd of verplaatst. Er liggen bedrijven met een relatief hoge milieucategorie (4). De richtafstanden zijn dusdanig groot, dat een woningbouwontwikkeling niet zonder meer mogelijk is. Ten noorden van de provinciale weg (gebied W1A) is de situatie anders. De gronden zijn in overgrote meerderheid bestemd voor agrarische doeleinden. Er zijn enkele veehouderijen en agrarische verwante bedrijven aanwezig. Een quick scan zal volstaan. Ten opzichte van de omgeving De omgeving ten noorden van de provinciale weg (gebied W1A) wordt gekenmerkt door agrarisch gebied. Een quick scan geur is geadviseerd ten opzichte van de veehouderijen. Ten noorden is er sprake van een beperkte overlap van het bedrijf Komeco B.V. Op het oostelijk gelegen bedrijventerrein Business Zone Delta zijn bedrijven met een relatief hoge milieucategorie (4) gesitueerd. De richtafstanden zijn dusdanig groot, dat deze een overlap kennen met ontwikkelzone W1B (ten zuiden van de provinciale weg). Een woningbouwontwikkeling is daarom niet zonder meer mogelijk.

3.3

Geur De gemeente Dronten is niet gelegen binnen een concentratiegebied zoals benoemd in bijlage 1 van de Meststoffenwet, artikelen 1, eerste lid en 26. De locaties liggen nu (voornamelijk) buiten de bebouwde kom. Aannemelijk is dat de onderzoeksgebieden binnen de bebouwde kom komen te liggen, dan wel als ‘stedelijk gebied’ te beschouwen zijn. De gemeente Dronten heeft geen geurverordening. Hierdoor zijn de standaard grenswaarden zoals benoemd in de Wet geurhinder en veehouderij leidend. Voor vaste afstanden geldt 100 meter, de geurnorm voor vergunde geuremissies bedraagt 2 ouE/m3. Ter toetsing aan het aspect agrarisch geur is de lijst van veehouderijen geraadpleegd. Op basis van de veestapel is bepaald wat vergund zou kunnen zijn. Hiervan zijn vervolgens indicatieve geurcontouren berekend tot waar geuronderzoek voor wat betreft de voorgrondbelasting benodigd is. Deze contouren zijn oranje. De rode contouren betreffen de vaste afstanden van 100 meter waaraan voldoen dient te worden. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren opgenomen. Geiten Ten oosten van het onderzoeksgebied bevindt zich op circa 1 kilometer afstand een geitenhouderij. Met betrekking tot het aspect gezondheid dient hier aandacht aanbesteed te worden, het kan beperkend werken. Veiligheidshalve geldt hiervoor een hindercontour van 2 kilometer.

Met betrekking tot het aspect geurhinder en veehouderij (vergunde geuremissies) zal geen beperking te verwachten zijn.

SAB

8

Vaste afstanden Er zijn geen bedrijven (intensieve veehouderijen) waarvan de vaste afstand een overlap kennen met het onderzoeksgebied. Vergunde geuremissies Rondom het onderzoeksgebied zijn een aantal (intensieve) veehouderijen gelegen. De afstand tot het onderzoeksgebied en de vergunde geuremissies zijn dusdanig dat niet aannemelijk is dat de geurnorm wordt overschreden.

3.4

Externe veiligheid Ter plaatse van het bedrijventerrein zijn twee BEVI-inrichtingen (tankstations) aanwezig. De onderzoeksplicht is 200 meter rondom deze instellingen. Er zijn ook inrichtingscontouren aanwezig. Er loopt een buisleiding langs het spoor. Een onderzoek is vereist ten opzichte van het spoor, de provinciale weg en buisleiding. Ten noorden van de provinciale weg loopt een buisleiding langs de Colijntocht. De ontwikkeling moet rekening houden met de veiligheidsafstand van de stof GF3 voor de weg (355 meter) en de 100% letaliteitgrens van de buisleiding (150 meter). In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de contouren opgenomen voor de onderzoekszones (oranje) en de 10^-6 contour en 100% letaliteitsgrens (rood: min of meer onmogelijk).

3.5

Geluid Wegverkeer Voor wegverkeer is de onderzoekszone binnen de huidige wet- en regelgeving (wet geluidhinder) afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg. Binnen deze zone is een akoestisch onderzoek benodigd waarbij de geluidbelasting wordt getoetst aan een voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde. Gezien de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde kunnen zich drie situaties voordoen: Een geluidbelasting lager dan de voorkeursgrenswaarde In deze situatie zijn volgens de Wgh geen nadere acties nodig om woningen te realiseren. Een geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde In deze situatie dienen bij voorkeur maatregelen te worden getroffen om de geluidbelasting terug te brengen tot een waarde die lager is dan de voorkeursgrenswaarde. Wanneer er overwegende bezwaren zijn vanuit stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk of financieel oogpunt, kan voor woningen een hogere waarde worden aangevraagd.

SAB

9

Een geluidbelasting hoger dan de maximale ontheffingswaarde In deze situatie is de realisatie van geluidgevoelige bebouwing in principe niet mogelijk, tenzij geluidbeperkende maatregelen worden getroffen waardoor de geluidbelasting daalt tot een waarde lager dan de voorkeursgrenswaarde of de maximale ontheffingswaarde. Onder de Omgevingswet kennen wegen een aandachtsgebied waarbinnen een akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Het aandachtsgebied rijkt tot waarbinnen de standaardwaarde (= voorkeursgrenswaarde) zou kunnen worden overschreden. Voor een geluidbelasting boven de grenswaarde (= maximale ontheffingswaarde) zijn verregaande maatregelen benodigd. Voor de gemeentelijke Colijnweg, als ook voor de provinciale N-wegen zijn indicatieve belemmeringenstroken berekend op 5 meter hoogte. Hierbij is uitgegaan van het nieuwe normenkader onder de Omgevingswet. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren conform onderstaande systematiek gepresenteerd. In de oranje gebieden is onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen benodigd, in de rode gebieden zijn verregaande maatregelen nodig. Bron Provinciale wegen Gemeentewegen

Standaardwaarde in dB 50 53

Grenswaarde in dB 60 70

Uit de indicatieve berekeningen volgt dat het noordelijke gebied W1A minder geluidsbelemmeringen kent dan het zuidelijke gebied W1B. Railverkeer De huidige wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister. De zone ligt aan weerszijden van een spoorweg en wordt gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf. Het gebied ten zuiden van de provinciale weg ligt binnen de onderzoekszone van de spoorlijn. Binnen navolgende contouren is een akoestisch onderzoek benodigd. Ten noorden van de provinciale weg zijn geen belemmeringen ten gevolge van railverkeer.

SAB

10

Voor de spoorlijn zijn indicatieve belemmeringenstroken berekend op 5 meter hoogte. Hierbij is uitgegaan van het nieuwe normenkader onder de Omgevingswet. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren conform onderstaande systematiek gepresenteerd. In de oranje gebieden is onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen benodigd, in de rode gebieden zijn verregaande maatregelen nodig. Bron Railverkeer

Standaardwaarde in dB 55

Grenswaarde in dB 65

Uit de indicatieve berekeningen volgt dat het noordelijke gebied W1A geen geluidsbelemmeringen kent. Voor het zuidelijke gebied W1B zijn geen verregaande maatregelen te verwachten vanwege reeds aanwezige afscherming. Dit kan wijzigen bij hoogbouw.

3.6

Verkeer Voor het aspect verkeer is op een hoog abstractieniveau een inschatting gemaakt van de kansrijkheid om woningbouw op de omliggende infrastructuur zonder al te veel problemen af te wikkelen. Daarnaast is middels een GIS-analyse de bereikbaarheid in kaart gebracht van OV en fiets. Voor het openbaar vervoer is hiervoor een zone van 1 kilometer (bereidheid van voetgangers om te lopen) berekend om het treinstation en de bushaltes, en 4 kilometer (bereidheid van fietsers om te fietsen) om het treinstation. Voor het fietsnetwerk is bepaald welke locaties op fietsafstand bereikbaar zijn, uitgaande van het bestaande wegennet en gebruikelijke acceptabel fietsafstanden van 7,5 kilometer (fiets) en 15 kilometer (ebike). De kaart van de bereikbaarheid is opgenomen in de bijlage en in paragraaf 8 van dit hoofdstuk. Uit de GIS-analyse blijkt dat het zuidelijke deel (W1B) goed bereikbaar is per OV en fiets. Het gebied ligt groten-

SAB

11

deels binnen 4 kilometer van het treinstation en ook binnen 1 kilometer van een bushalte. Voor het noordelijke deel (W1B) geldt dit alleen voor de fiets. Het gebied ligt (grotendeels) binnen 4 kilometer van het station, maar niet binnen 1 kilometer van een bushalte. De gemeente Dronten heeft een Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan opgesteld (2017-2027). Wel zal hiervan binnenkort een actualisatie gemaakt worden, mede naar aanleiding van Dronten Ontwikkelt. In het GVPP zijn het beleid en de keuzes verwoord. De as van Hanzelijn en N307 is als het ware de ruggengraat. Op basis van de CROW-kengetallen is als vuistregel gehanteerd dat er maximaal 7 verkeersbewegingen per woning per etmaal zullen worden gegenereerd. In 2019 waren op station Dronten ruim 3500 in- en uitstappers (pre-coronajaar). Dit onderzoeksgebied W1 voorziet in een ontwikkeling van circa 4.000 woningen langs de vaart en circa 1.000 woningen rondom het station. Hierdoor wordt verwacht dat er circa 35.000 verkeersbewegingen worden gegenereerd. In het zuidelijk deel van het onderzoeksgebied bevinden zich twee belangrijke dragers, de provinciale weg N307 en de spoorlijn Zwolle – Lelystad – Amsterdam. Het station Dronten bevindt zich ook in dit onderzoeksgebied (deelgebied W1B). Er zijn twee busverbindingen, van Dronten naar Zwolle en van Dronten naar Emmeloord.

Hierdoor is een aansluiting naar de omliggende grote plaatsen goed voor het zuidelijke deel. De ov-verbindingen in het noordelijke deel (deelgebied W1A) zijn echter op dit moment onvolledig. Met een beperkte ingreep kan de aansluiting op de N307 worden uitgebreid (aansluitingen op reeds bestaande ovatondes). Een andere belangrijke drager is de Colijnweg. De bestaande verkeersintensiteiten op deze weg zijn dusdanig laag dat deze weg een aanvullende drager kan worden. Door de significante toename van het totale verkeer dient wel nader onderzoek te worden verricht.

W1A Noord

W1B Zuid

SAB

12

Verkeer (fietsnetwerk)

Verkeer (openbaar vervoer)

Verkeer (wegverkeer)

Geluid (railverkeer)

Geluid (wegverkeer)

Externe veiligheid (bedrijven)

Externe veiligheid (hoogspanning)

Externe veiligheid (overig transport)

Externe veiligheid (buisleidingen)

Geur (vergunde geuremissies)

Geur (vaste afstanden)

Geur (geiten)

Bedrijven en milieuzonering

Beschermde soorten

Andere beschermde gebieden

Stikstof

Scoretabel

Natura 2000

3.7

3.8

Kaart Bereikbaarheid

SAB

13

3.9

Kaart Hindercontouren

3.9.1

Bedrijven en milieuzonering

SAB

14

3.9.2

Geur

SAB

15

3.9.3

Externe veiligheid

SAB

16

3.9.4

Geluid

SAB

17

4

4.1

Bosranden – ontwikkelzone B1

Ecologie Gebiedsbeschrijving Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen, bestaande uit gras- en akkerland. Langs de N711 staan relatief jonge en kleine bomen. In het zuidoostelijk deel van het plangebied is tevens een bosperceel gelegen. Ten zuiden van het plangebied ligt de bebouwde kom van Swifterbant. Het voornemen is om 1.000 – 1.250 woningen te realiseren. Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen een gebied behorend tot het Natura 2000. Het plangebied ligt echter wel op 2 km afstand van het Natura 2000-gebied “Ketelmeer & Vossemeer” (Vogelrichtlijn) en op 2,5 km afstand van het Natura 2000-gebied “IJsselmeer” (Vogelrichtlijn). Door de geringe afstand zijn negatieve effecten door verstoring als gevolg van bijvoorbeeld trillingen en geluid dan ook niet op voorhand uit te sluiten. Derhalve dient er een voortoets uitgevoerd te worden. De ligging van de Natura 2000gebieden zijn opgenomen in de bijlagen. Stikstof Ten behoeve van de beoogde ontwikkelingen dient een stikstofonderzoek te worden uitgevoerd. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitatgebieden liggen in de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Beoordeeld dient te worden of geen sprake is van significant nadelige gevolgen. Uitgaande van maximaal 7 verkeersbewegingen per woning per etmaal is sprake van circa 8.750 verkeersbewegingen per etmaal.

Dit leidt momenteel tot een depositie van circa 0,02 mol/h/j op stikstofgevoelige habitatgebieden (circa 500 hectare). Bij een geconstateerde overschrijding van de grenswaarde van 0,00 mol/h/j zijn er echter ruim voldoende salderingsmogelijkheden van agrarisch gebruik.

SAB

18

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland. Wel ligt de “Kamperhoek” op circa 1,5 km afstand van het plangebied. Aangezien de provincie Flevoland niet toetst op externe werking, zijn er ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geen belemmeringen. De ligging van de Natuurnetwerk Nederland gebieden zijn opgenomen in de bijlagen. Soortenbescherming Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF waarnemingen van de beschermde boommarter, bunzing, wezel, Alpenwatersalamander en grote vos. Daarnaast zijn er ook waarnemingen van vogels met in Flevoland jaarrond beschermde nesten. Het betreft buizerd, grote gele kwikstaart, havik, ransuil, sperwer, torenvalk en zeearend. Binnen het plangebied is echter weinig geschikt habitat voor bovenstaande of andere beschermde soorten aanwezig. Alleen het relatief kleine bosperceel in het zuidoosten van het plangebied kan geschikt leefgebied bieden voor soorten als hierboven genoemd. Het betreft onder andere bunzing, boommarter, vogels met jaarrond beschermde nesten als de waargenomen havik, ransuil en sperwer en mogelijk boombewonende vleermuizen. Voor beschermde soorten wordt echter op basis van de grootte van het bosperceel een laag risico verwacht en een quick scan natuur volstaat in eerste instantie.

4.2

Bedrijven en milieuzonering Het gebied B1 kent momenteel vooral gronden bestemd voor agrarische doeleinden. Dit gebied kan worden onderverdeeld in twee deelgebieden: ten westen en ten oosten van de N711. Ter toetsing aan het aspect bedrijven en milieuzonering zijn de vigerende bestemmingsplannen geraadpleegd in samenhang met de richtafstanden uit de VNGpublicatie bedrijven en milieuzonering. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren opgenomen van de hogere bedrijfscategorieën (vanaf categorie 4). Bij een overlap van meerdere richtafstanden zijn de hindercontouren rood. Binnen de ontwikkelzone Er bestaan weinig belemmerende functies in het gebied. Er wordt ervan uitgegaan dat er rekening gehouden wordt met de kleine bedrijvigheid (milieucategorie 2) in het ontwerp. Het amoveren van deze bedrijven kan eventueel een optie zijn. Een quick scan zal volstaan. Ten opzichte van de omgeving Ten westen van de N711 ligt het gebied nabij sportvelden. Een onderzoek naar industrielawaai wordt vereist, als het eerste gevoelige object op minder dan 50 meter is gelegen. Ten oosten van de provinciale weg is de locatie in de buurt van een bedrijventerrein gesitueerd. Onderzoek naar industrielawaai wordt naar alle waarschijnlijkheid noodzakelijk geacht. Een quick scan kan voldoen, mits de richtafstanden worden nageleefd.

SAB

19

4.3

Geur Ter toetsing aan het aspect agrarisch geur is de lijst van veehouderijen geraadpleegd. Op basis van de veestapel is bepaald wat vergund zou kunnen zijn. Hiervan zijn vervolgens indicatieve geurcontouren berekend tot waar geuronderzoek voor wat betreft de voorgrondbelasting benodigd is. Deze contouren zijn oranje. De rode contouren betreffen de vaste afstanden van 100 meter waaraan voldoen dient te worden. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren opgenomen. Geiten In de nabijheid (> 2 kilometer) is geen geitenhouderij aanwezig. Vaste afstanden Direct ten westen van het onderzoeksgebied is een intensieve veehouderij gelegen. Deze zal een overlap van 100 meter hebben in het kader van vaste afstanden, dit beperkt het onderzoeksgebied. In het onderzoeksgebied is aan de oostzijde een intensieve veehouderij gelegen met melkvee. Indien deze veehouderij ter plaatse niet wordt beëindigd, dan dient rekening gehouden te worden met een vaste afstand van 100 meter rondom de veehouderij. Vergunde geuremissies Direct ten westen van het onderzoeksgebied is een intensieve veehouderij gelegen. Voldaan dient te worden aan de geurnorm van 2 ouE/m3 en de eventuele uitbreidingsmogelijkheden welke het bedrijf heeft.

4.4

Externe veiligheid Ter plaatse van het onderzoeksgebied bestaat geen BEVI-inrichting. Wel is een inrichtingscontour aanwezig. Er loopt geen buisleiding. Er worden gevaarlijke stoffen vervoerd op de provinciale weg (N307). De maximale waarde is de afstand voor de GF3 met 355 meter. Dit is een aandachtspunt bij de zuidelijke rand van de ontwikkeling. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de contouren opgenomen voor de onderzoekszones (oranje) en de 10^-6 contour en 100% letaliteitsgrens (rood: min of meer onmogelijk).

4.5

Geluid Wegverkeer Voor de provinciale N-weg zijn indicatieve belemmeringenstroken berekend op 5 meter hoogte. Hierbij is uitgegaan van het nieuwe normenkader onder de Omgevingswet. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren conform navolgende systematiek gepresenteerd. In de oranje gebieden is onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen benodigd, in de rode gebieden zijn verregaande maatregelen nodig.

SAB

20

Bron Provinciale wegen

Standaardwaarde in dB 50

Grenswaarde in dB 60

Uit de indicatieve berekeningen volgt dat ter plaatse van de N711 hogere geluidbelastingen zijn waar te nemen, maar dat er geen grote te verwachten belemmeringen zijn voor de gehele ontwikkelzone. Railverkeer Railverkeer vormt geen belemmering.

4.6

Verkeer Voor het aspect verkeer is op een hoog abstractieniveau een inschatting gemaakt van de kansrijkheid om woningbouw op de omliggende infrastructuur zonder al te veel problemen af te wikkelen. Daarnaast is middels een GIS-analyse de bereikbaarheid in kaart gebracht van OV en fiets, zoals opgenomen in de bijlagen. Voor het openbaar vervoer is hiervoor een zone van 1 kilometer (bereidheid van voetgangers om te lopen) berekend om het treinstation en de bushaltes, en 4 kilometer (bereidheid van fietsers om te fietsen) om het treinstation. Voor het fietsnetwerk is bepaald welke locaties op fietsafstand bereikbaar zijn, uitgaande van het bestaande wegennet en gebruikelijke acceptabel fietsafstanden van 7,5 kilometer (fiets) en 15 kilometer (ebike). De kaart van de bereikbaarheid is opgenomen in de bijlage en in paragraaf 8 van dit hoofdstuk. Hieruit volgt dat het openbaar vervoer nog tekort schiet in het oostelijke gedeelte. Het gebied ligt (grotendeels) op meer dan 4 kilometer van het treinstation, maar wel binnen 1 kilometer van een bushalte. Dit onderzoeksgebied voorziet een ontwikkeling van circa 1.000-1.250 woningen. Hierdoor wordt verwacht dat er tot circa 8.750 verkeersbewegingen worden gegenereerd. De provinciale weg N711, Dronterringweg, doorsnijdt het onderzoeksgebied. De ontsluiting kan plaatsvinden op Swifterringweg en de Beverweg.

Er is één openbaar vervoersverbinding, van Emmeloord naar Dronten. Fietsroutes vanuit het onderzoeksgebied sluiten aan op het bestaande fietsnetwerk van Swifterbant.

B1

SAB

21

Verkeer (fietsnetwerk)

Verkeer (openbaar vervoer)

Verkeer (wegverkeer)

Geluid (railverkeer)

Geluid (wegverkeer)

Externe veiligheid (bedrijven)

Externe veiligheid (hoogspanning)

Externe veiligheid (overig transport)

Externe veiligheid (buisleidingen)

Geur (vergunde geuremissies)

Geur (vaste afstanden)

Geur (geiten)

Bedrijven en milieuzonering

Beschermde soorten

Andere beschermde gebieden

Stikstof

Scoretabel

Natura 2000

4.7

4.8

Kaart Bereikbaarheid

SAB

22

4.9

Kaart Hindercontouren

4.9.1

Bedrijven en milieuzonering

SAB

23

4.9.2

Geur

SAB

24

4.9.3

Externe veiligheid

SAB

25

4.9.4

Geluid

SAB

26

5

5.1

Bosranden – ontwikkelzone B2

Ecologie Gebiedsbeschrijving Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen, bestaande uit gras- en akkerland. Aan verscheidende grenzen zijn bomenrijen met relatief jonge en kleine bomen aanwezig. Ten noordoosten van het plangebied bevindt zich de bebouwde kom van Dronten. Het voornemen is om hier 5.000 – 6.250 woningen te realiseren. Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen of in de directe omgeving van een gebied behorend tot het Natura 2000. Het Natura 2000-gebied “Ketelmeer & Vossemeer” (Vogelrichtlijn) ligt op 8,2 km en het Natura 2000-gebied “Veluwerandmeren” (Vogelrichtlijn + Habitatrichtlijn) ligt op 9,2 km afstand van het plangebied. Gezien deze afstand kunnen negatieve effecten door verstoringen als trillingen en geluid op voorhand worden uitgesloten en is een voortoets niet aan de orde. De ligging van de Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in de bijlagen. Stikstof Ten behoeve van de beoogde ontwikkelingen dient een stikstofonderzoek te worden uitgevoerd. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitatgebieden liggen in de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Beoordeeld dient te worden of geen sprake is van significant nadelige gevolgen. Uitgaande van maximaal 7 verkeersbewegingen per woning per etmaal is sprake van circa 43.750 verkeersbewegingen per etmaal.

Dit leidt momenteel tot een depositie van circa 0,13 mol/h/j op stikstofgevoelige habitatgebieden (circa 21.000 hectare). Bij een geconstateerde overschrijding van de grenswaarde van 0,00 mol/h/j zijn er voldoende salderingsmogelijkheden van agrarisch gebruik. Gezien de relatief hoge overschrijding is dit een noodzaak.

SAB

27

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland. Wel grenst “Verbindingszone Lage Vaart” direct aan het plangebied. Aangezien de provincie Flevoland niet toetst op externe werking, zijn er ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geen belemmeringen. De ligging van de Natuurnetwerk Nederland gebieden zijn opgenomen in de bijlagen. Soortenbescherming Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF waarnemingen van de beschermde bunzing en grote weerschijnvlinder. Binnen het plangebied is weinig geschikt habitat voor bovenstaande of andere beschermde soorten aanwezig. Voor beschermde soorten wordt derhalve een laag risico verwacht en een quick scan natuur volstaat in eerste instantie.

5.2

Bedrijven en milieuzonering Het gebied B2 kent momenteel vooral gronden bestemd voor agrarische doeleinden. Ter toetsing aan het aspect bedrijven en milieuzonering zijn de vigerende bestemmingsplannen geraadpleegd in samenhang met de richtafstanden uit de VNGpublicatie bedrijven en milieuzonering. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren opgenomen van de hogere bedrijfscategorieën (vanaf categorie 4). Bij een overlap van meerdere richtafstanden zijn de hindercontouren rood. Binnen de ontwikkelzone Er bestaan weinig belemmerende functies in het gebied. Er wordt ervan uitgegaan dat er rekening gehouden wordt met de kleine bedrijvigheid (milieucategorie 2) in het ontwerp. De verplaatsing van deze bedrijven kan eventueel een optie zijn. Enkele veehouderijen zijn in het gebied gesitueerd. Ten opzichte van de omgeving Een tuincentrum ligt aan de noordelijke rand. De omgeving kent geen belemmerende bestemming, met uitzondering van de nutsvoorziening aan de Dronterweg. Een quick scan geur is als eerste stap benodigd ten opzichte van de veehouderijen.

5.3

Geur Ter toetsing aan het aspect agrarisch geur is de lijst van veehouderijen geraadpleegd. Op basis van de veestapel is bepaald wat vergund zou kunnen zijn. Hiervan zijn vervolgens indicatieve geurcontouren berekend tot waar geuronderzoek voor wat betreft de voorgrondbelasting benodigd is. Deze contouren zijn oranje. De rode contouren betreffen de vaste afstanden van 100 meter waaraan voldoen dient te worden. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren opgenomen. Geiten In de nabijheid (> 2 kilometer) is geen geitenhouderij aanwezig. Vaste afstanden Er zijn geen bedrijven (intensieve veehouderijen) waarvan de vaste afstand een overlap kennen met het onderzoeksgebied.

SAB

28

Vergunde geuremissies Midden in het onderzoeksgebied is een intensieve veehouderij gelegen, een pluimveehouderij. Indien deze veehouderij ter plaatse niet wordt beëindigd, dient voldaan te worden aan de geurnorm van 2 ouE/m3 en de eventuele uitbreidingsmogelijkheden welke het bedrijf heeft.

5.4

Externe veiligheid Ter plekke van het onderzoeksgebied bestaat geen BEVI-inrichting. Er zijn een paar inrichtingscontouren aanwezig. Het gaat hierom agrarische bedrijven. Er loopt geen buisleiding in het gebied, maar wel een hoogspanningslijn van 150 kV, waarvoor een indicatieve zone (onderzoekszone) en een zakelijke rechtsstrook (min of meer onmogelijk om woningbouw toe te staan) van toepassing zijn. Er worden gevaarlijke stoffen vervoerd op de provinciale weg (N309). De maximale afstand voor een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is 355 meter aan weerszijden van de weg voor de stofcategorie GF3. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de contouren opgenomen voor de onderzoekszones (oranje) en de 10^-6 contour, zakelijke rechtsstrook en 100% letaliteitsgrens (rood: min of meer onmogelijk).

5.5

Geluid Wegverkeer Voor de gemeentelijke Rietweg, als ook voor de provinciale N-wegen zijn indicatieve belemmeringenstroken berekend op 5 meter hoogte. Hierbij is uitgegaan van het nieuwe normenkader onder de Omgevingswet. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren conform onderstaande systematiek gepresenteerd. In de oranje gebieden is onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen benodigd, in de rode gebieden zijn verregaande maatregelen nodig. Bron Provinciale wegen Gemeentewegen

Standaardwaarde in dB 50 53

Grenswaarde in dB 60 70

Uit de indicatieve berekeningen volgt dat geen grote belemmeringen zijn te verwachten. Railverkeer Railverkeer vormt geen belemmering.

5.6

Verkeer Voor het aspect verkeer is op een hoog abstractieniveau een inschatting gemaakt van de kansrijkheid om woningbouw op de omliggende infrastructuur zonder al te veel problemen af te wikkelen. Daarnaast is middels een GIS-analyse de bereikbaarheid in kaart gebracht van OV en fiets, zoals opgenomen in de bijlagen. Voor het openbaar vervoer is hiervoor een zone van 1 kilometer (bereidheid van voetgangers om te lo-

SAB

29

pen) berekend om het treinstation en de bushaltes, en 4 kilometer (bereidheid van fietsers om te fietsen) om het treinstation. Voor het fietsnetwerk is bepaald welke locaties op fietsafstand bereikbaar zijn, uitgaande van het bestaande wegennet en gebruikelijke acceptabel fietsafstanden van 7,5 kilometer (fiets) en 15 kilometer (ebike). De kaart van de bereikbaarheid is opgenomen in de bijlage en in paragraaf 8 van dit hoofdstuk. Hieruit volgt dat met uitzondering van het meest zuidelijke gedeelte de bereikbaarheid acceptabel is. Het gebied ligt grotendeels binnen 4 kilometer van het treinstation en ook binnen 1 kilometer van een bushalte. Samen met onderzoeksgebied B3 bedraagt dit onderzoeksgebied 5.000 tot 6.250 woningen. Dit zal samen met onderzoeksgebied B3 circa 43.750 verkeersbewegingen genereren. Het verkeer sluit aan op de N305 en N309. De verkeersintensiteiten zijn dusdanig dat onderzoek nodig is.

B2

SAB

30

Verkeer (fietsnetwerk)

Verkeer (openbaar vervoer)

Verkeer (wegverkeer)

Geluid (railverkeer)

Geluid (wegverkeer)

Externe veiligheid (bedrijven)

Externe veiligheid (hoogspanning)

Externe veiligheid (overig transport)

Externe veiligheid (buisleidingen)

Geur (vergunde geuremissies)

Geur (vaste afstanden)

Geur (geiten)

Bedrijven en milieuzonering

Beschermde soorten

Andere beschermde gebieden

Stikstof

Scoretabel

Natura 2000

5.7

5.8

Kaart Bereikbaarheid

SAB

31

5.9

Kaart Hindercontouren

5.9.1

Bedrijven en milieuzonering

SAB

32

5.9.2

Geur

SAB

33

5.9.3

Externe veiligheid

SAB

34

5.9.4

Geluid

SAB

35

6

Bosranden – ontwikkelzone B3

SAB

36

6.1

Ecologie Gebiedsbeschrijving Het gebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen. Aan de westelijke grens van het plangebied zijn veel bomenrijen aanwezig bestaande uit struweel en relatief hoge bomen. Ook zijn er verscheidende bomenrijen en bosschages die het plangebied van west naar oost doorkruisen. Om de aanwezige boerderijen zijn veelal ook bomen aanwezig. Ten westen van het plangebied bevindt zich de bebouwde kom van Dronten. Het voornemen is om hier 5.000 – 6.250 woningen te realiseren. Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen of in de directe omgeving van een gebied behorend tot het Natura 2000. Het Natura 2000-gebied “Ketelmeer & Vossemeer” (Vogelrichtlijn) ligt op 4,7 km en het Natura 2000-gebied “Veluwerandmeren” (Vogelrichtlijn + Habitatrichtlijn) ligt op 6,5 km afstand van het plangebied. Gezien deze afstand kunnen negatieve effecten door verstoringen als trillingen en geluid op voorhand worden uitgesloten en is een voortoets niet aan de orde. De ligging van de Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in de bijlagen. Stikstof Ten behoeve van de beoogde ontwikkelingen dient een stikstofonderzoek te worden uitgevoerd. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitatgebieden liggen in de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Beoordeeld dient te worden of geen sprake is van significant nadelige gevolgen.

Uitgaande van maximaal 7 verkeersbewegingen per woning per etmaal is sprake van circa 43.750 verkeersbewegingen per etmaal. Dit leidt momenteel tot een depositie van circa 0,18 mol/h/j op stikstofgevoelige habitatgebieden (circa 23.000 hectare). Bij een geconstateerde overschrijding van de grenswaarde van 0,00 mol/h/j zijn er echter ruim voldoende salderingsmogelijkheden van agrarisch gebruik. Gezien de relatief hoge overschrijding is dit een noodzaak. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt voor een klein deel binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het betreft de “Verbindingszone Dronten Oostrand” dat in het noorden van het plangebied van west naar oost loopt. Indien er binnen dit gebied gebouwd wordt, dient er een “nee, tenzij toets” uitgevoerd te worden. Indien dit gebied behouden blijven is dit niet aan de orde. De ligging van de Natuurnetwerk Nederland gebieden zijn opgenomen in de bijlagen. Soortenbescherming Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF waarnemingen van de beschermde gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, tweekleurige vleermuis, bever, bunzing, otter, steenmarter en teunisbloempijlstaart. Daarnaast zijn er vogels met in Flevoland jaarrond beschermde nesten waargenomen.

Het betreft de boomvalk, bosuil, buizerd, grote gele kwikstaart, havik, kerkuil, ooievaar, raaf, ransuil, rode wouw, roek, sperwer, torenvalk en wespendief. De verscheidende bomenrijen en bosschages bieden geschikt habitat aan meerdere beschermde soorten zoals de waargenomen bunzing, steenmarter, buizerd, bosuil, ransuil, sperwer en havik en mogelijk voor boombewonende vleermuizen. Derhalve dient, naast de quick scan natuur, waarschijnlijk ook nader onderzoek naar meerdere soorten/soortgroepen uitgevoerd te moeten worden.

SAB

37

6.2

Bedrijven en milieuzonering Het gebied B3 kent momenteel vooral gronden bestemd voor agrarische doeleinden. Ter toetsing aan het aspect bedrijven en milieuzonering zijn de vigerende bestemmingsplannen geraadpleegd in samenhang met de richtafstanden uit de VNGpublicatie bedrijven en milieuzonering. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren opgenomen van de hogere bedrijfscategorieën (vanaf categorie 4). Bij een overlap van meerdere richtafstanden zijn de hindercontouren rood. Binnen de ontwikkelzone Er bestaan weinig belemmerende functies in het gebied. Er wordt ervan uitgegaan dat er rekening gehouden wordt met de kleine bedrijvigheid (milieucategorie 2) in het ontwerp. De verplaatsing van deze bedrijven kan eventueel een optie zijn. Enkele veehouderijen zijn in het gebied gesitueerd. Ten opzichte van de omgeving Vanuit de omgeving zijn er geen grote belemmerende functies geïdentificeerd. Enkel in het noordelijke gedeelte is er een overlap met het bedrijventerrein Houtwijk/Staalwijk.

6.3

Geur Ter toetsing aan het aspect agrarisch geur is de lijst van veehouderijen geraadpleegd. Op basis van de veestapel is bepaald wat vergund zou kunnen zijn. Hiervan zijn vervolgens indicatieve geurcontouren berekend tot waar geuronderzoek voor wat betreft de voorgrondbelasting benodigd is. Deze contouren zijn oranje. De rode contouren betreffen de vaste afstanden van 100 meter waaraan voldoen dient te worden. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren opgenomen. Geiten Direct ten noorden van het onderzoeksgebied bevindt zich een geitenhouderij. Met betrekking tot het aspect gezondheid dient hier aandacht aanbesteed te worden, dit werkt beperkend. Veiligheidshalve is hiervoor een contour van 2 kilometer opgenomen. Met betrekking tot het aspect geurhinder en veehouderij (vergunde geuremissies) dient voldaan te worden aan de geurnorm van 2 ouE/m3 en de eventuele uitbreidingsmogelijkheden welke het bedrijf heeft. Vaste afstanden In en rond het onderzoeksgebied bevinden zich een aantal (intensieve) veehouderijen welke met de vaste afstanden een overlap met (een deel) van het onderzoeksgebied kennen. Vergunde geuremissies In en rond het onderzoeksgebied bevinden zich een aantal (intensieve) veehouderijen.

Voor de veehouderijen in het onderzoeksgebied geldt dat deze veehouderij ter plaatse niet wordt beëindigd, voldaan dient te worden aan de geurnorm van 2 ouE/m3 en de eventuele uitbreidingsmogelijkheden welke het bedrijf heeft. De impact kan groot zijn.

SAB

38

6.4

Externe veiligheid Ter plaatse van het onderzoeksgebied bestaat geen BEVI-inrichting. Er zijn een paar inrichtingscontouren aanwezig. Het gaat hierbij om agrarische bedrijven. De bedrijven dienen het gevaar op eigen terrein op te lossen. Er loopt een buisleiding in het gebied langs de Elburgerweg en een gedeelte van de Biddingringweg (tussen de Elburgerweg en de Haringweg). De 100% letaliteitgrens bedraagt 90 meter. Er loopt een hoogspanningslijn van 150 kV in het gebied, waarvoor een indicatieve zone (onderzoekszone) en een zakelijke rechtsstrook (min of meer onmogelijk om woningbouw toe te staan) van toepassing zijn. Op het spoor worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Een onderzoeksplicht geldt voor een zone van 200 meter aan beide spoorzijden. Er worden gevaarlijke stoffen vervoerd op de provinciale weg (N305). De maximale afstand voor een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is 355 meter aan weerszijden van de weg voor de stofcategorie GF3. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de contouren opgenomen voor de onderzoekszones (oranje) en de 10^-6 contour, zakelijke rechtsstrook en 100% letaliteitsgrens (rood: min of meer onmogelijk).

6.5

Geluid Wegverkeer Voor de provinciale N-wegen zijn indicatieve belemmeringenstroken berekend op 5 meter hoogte. Hierbij is uitgegaan van het nieuwe normenkader onder de Omgevingswet. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren conform onderstaande systematiek gepresenteerd. In de oranje gebieden is onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen benodigd, in de rode gebieden zijn verregaande maatregelen nodig. Bron Provinciale wegen

Standaardwaarde in dB 50

Grenswaarde in dB 60

Uit de indicatieve berekeningen volgt dat geen grote belemmeringen zijn te verwachten. Railverkeer De huidige wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister. De zone ligt aan weerszijden van een spoorweg en wordt gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf. Binnen navolgende contouren is een akoestisch onderzoek benodigd. De contouren zijn fors wat duidt op een hoge te verwachten geluidbelasting. Boven de maximale ontheffingswaarde van 68 dB zijn verregaande maatregelen nodig.

SAB

39

Voor de spoorlijn zijn indicatieve belemmeringenstroken berekend op 5 meter hoogte. Hierbij is uitgegaan van het nieuwe normenkader onder de Omgevingswet. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren conform onderstaande systematiek gepresenteerd. In de oranje gebieden is onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen benodigd, in de rode gebieden zijn verregaande maatregelen nodig. Bron Railverkeer

Standaardwaarde in dB 55

Grenswaarde in dB 65

Uit de indicatieve berekeningen volgt dat het noordelijke gebied een behoorlijke geluidbelasting kent waarvoor maatregelen benodigd zullen zijn.

6.6

Verkeer Voor het aspect verkeer is op een hoog abstractieniveau een inschatting gemaakt van de kansrijkheid om woningbouw op de omliggende infrastructuur zonder al te veel problemen af te wikkelen. Daarnaast is middels een GIS-analyse de bereikbaarheid in kaart gebracht van OV en fiets, zoals opgenomen in de bijlagen. Voor het openbaar vervoer is hiervoor een zone van 1 kilometer (bereidheid van voetgangers om te lopen) berekend om het treinstation en de bushaltes, en 4 kilometer (bereidheid van fietsers om te fietsen) om het treinstation. Voor het fietsnetwerk is bepaald welke locaties op fietsafstand bereikbaar zijn, uitgaande van het bestaande wegennet en gebruikelijke acceptabel fietsafstanden van 7,5 kilometer (fiets) en 15 kilometer (ebike). De kaart van de bereikbaarheid is opgenomen in de bijlage en in paragraaf 8 van dit hoofdstuk. Hieruit volgt dat de bereikbaarheid acceptabel is door toevoeging van enkele bushaltes. Het gebied ligt (grotendeels) binnen 4 kilometer van het treinstation, maar niet overal binnen 1 kilometer van een bushalte.

SAB

40

Samen met onderzoeksgebied B2 bedraagt dit onderzoeksgebied 5.000 tot 6.250 woningen. Dit zal samen onderzoeksgebied B2 circa 43.750 verkeersbewegingen genereren. Het verkeer sluit aan op de N305 en N309. De verkeersintensiteiten zijn dusdanig dat onderzoek nodig is. In Dronten bevindt zich in het noorden het treinstation. Voor onderzoeksgebied B3 is over het algemeen de afstand redelijk goed. Er is een buslijn in de directe omgeving van het noordelijk deel van het onderzoeksgebied, voor de rest is dat minder gunstig. In Dronten zijn voldoende prikkers om aan te sluiten op het bestaande fietsnetwerk.

B3

SAB

41

Verkeer (fietsnetwerk(

Verkeer (openbaar vervoer)

Verkeer (wegverkeer)

Geluid (railverkeer)

Geluid (wegverkeer)

Externe veiligheid (bedrijven)

Externe veiligheid (hoogspanning)

Externe veiligheid (overig transport)

Externe veiligheid (buisleidingen)

Geur (vergunde geuremissies)

Geur (vaste afstanden)

Geur (geiten)

Bedrijven en milieuzonering

Beschermde soorten

Andere beschermde gebieden

Stikstof

Scoretabel

Natura 2000

6.7

6.8

Kaart Bereikbaarheid

SAB

42

6.9

Kaart Hindercontouren

6.9.1

Bedrijven en milieuzonering

SAB

43

6.9.2

Geur

SAB

44

6.9.3

Externe veiligheid

SAB

45

6.9.4

Geluid

SAB

46

7

7.1

Bosranden – ontwikkelzone B4

Ecologie Gebiedsbeschrijving Het noordelijk deel van het plangebied bestaat uit agrarische percelen en het zuidelijk deel van het plangebied bestaat uit bos behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Ten zuiden van dit bos bevindt zich tevens een watergang. Het voornemen is om binnen dit plangebied 500 – 625 woningen te realiseren. Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen of in de directe omgeving van een gebied behorend tot het Natura 2000. Het Natura 2000-gebied “Veluwerandmeren” (Vogelrichtlijn + Habitatrichtlijn) ligt op 5,3 km afstand van het plangebied. Gezien de afstand kunnen negatieve effecten door verstoringen als trillingen en geluid op voorhand worden uitgesloten en is een voortoets niet aan de orde. De ligging van de Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in de bijlagen. Stikstof Ten behoeve van de beoogde ontwikkelingen dient een stikstofonderzoek te worden uitgevoerd. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitatgebieden liggen in de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Beoordeeld dient te worden of geen sprake is van significant nadelige gevolgen. Bij een geconstateerde overschrijding van de grenswaarde van 0,00 mol/h/j zijn er voldoende salderingsmogelijkheden van agrarisch gebruik. Uitgaande van maximaal 7 verkeersbewegingen per woning per etmaal is sprake van circa 4.375 verkeersbewegingen per etmaal.

Dit leidt momenteel niet tot een depositie op stikstofgevoelige habitatgebieden. De noodzaak tot intern salderen voor wat betreft de gebruiksfase is hierdoor niet aanwezig.

SAB

47

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt voor een relatief groot deel binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het betreft de “Verbindingszone Hoge Vaart” dat in het zuiden van het plangebied ligt. Indien er binnen dit gebied gebouwd wordt, dient er een “nee, tenzij toets” uitgevoerd te worden. Indien dit gebied behouden blijven is dit niet aan de orde. De ligging van de Natuurnetwerk Nederland gebieden zijn opgenomen in de bijlagen. Soortenbescherming Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF waarnemingen van de beschermde bever, otter en hazelworm. Daarnaast zijn er ook waarnemingen met in Flevoland een jaarrond beschermd nest waargenomen. Het betreft de buizerd, grote gele kwikstaart, rode wouw, sperwer en torenvalk. Het bos en aangrenzend water biedt geschikt habitat voor onder andere vogels met een jaarrond beschermd nest als de waargenomen buizerd en sperwer, mogelijk boombewonende vleermuizen als de rosse vleermuis en watervleermuis, boommarter en bunzing. Derhalve dient, naast de quick scan natuur, waarschijnlijk ook nader onderzoek naar meerdere soorten/soortgroepen uitgevoerd te moeten worden.

7.2

Bedrijven en milieuzonering Het gebied B4 kent momenteel vooral gronden bestemd voor agrarische doeleinden. Aan de zuidzijde zijn de gronden bestemd voor ‘Natuur’. Ter toetsing aan het aspect bedrijven en milieuzonering zijn de vigerende bestemmingsplannen geraadpleegd in samenhang met de richtafstanden uit de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren opgenomen van de hogere bedrijfscategorieën (vanaf categorie 4). Bij een overlap van meerdere richtafstanden zijn de hindercontouren rood. Binnen de ontwikkelzone Er bestaan weinig belemmerende functies in het gebied. Er is enkel een agrarische onderneming is in het gebied gesitueerd. Ten opzichte van de omgeving Aan de zuidrand van het plangebied mogen bedrijven van milieucategorie 4 zich vestigen. Onderzoek naar in ieder geval industrielawaai is daarmee onvermijdelijk. Er zijn agrarische bedrijven (veehouderijen) langs de noordelijke begrenzing van het onderzoeksgebied gesitueerd waarvoor een quick scan als eerste stap afdoende zal zijn.

7.3

Geur Ter toetsing aan het aspect agrarisch geur is de lijst van veehouderijen geraadpleegd. Op basis van de veestapel is bepaald wat vergund zou kunnen zijn. Hiervan zijn vervolgens indicatieve geurcontouren berekend tot waar geuronderzoek voor wat betreft de voorgrondbelasting benodigd is. Deze contouren zijn oranje. De rode contouren betreffen de vaste afstanden van 100 meter waaraan voldoen dient te worden. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren opgenomen. Geiten In de nabijheid (> 2 kilometer) is geen geitenhouderij aanwezig.

SAB

48

Vaste afstanden Er zijn geen bedrijven (intensieve veehouderijen) waarvan de vaste afstand een overlap kennen met het onderzoeksgebied. Vergunde geuremissies Er zijn geen bedrijven (intensieve veehouderijen) waarvan te verwachten is dat de geurnorm en de mogelijke uitbreidingsmogelijkheden de geurnorm van 2 ouE/m3 een overlap kennen met het onderzoeksgebied.

7.4

Externe veiligheid Ter plaatse van het onderzoeksgebied bestaat geen BEVI-inrichting. Er is geen inrichtingscontour aanwezig. Er loopt ook geen buisleiding in het gebied. Er worden gevaarlijke stoffen vervoerd op de provinciale weg (N305). De maximale afstand voor een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is 355 meter aan weerszijden van de weg voor de stofcategorie GF3. Ten zuiden van het gebied is op het bedrijventerrein een inrichtingscontour voor drie bedrijven opgenomen op de risicokaart. Gezien de relatief grote afstand vormen deze geen belemmering. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de contouren opgenomen voor de onderzoekszones (oranje) en de 10^-6 contour en 100% letaliteitsgrens (rood: min of meer onmogelijk).

7.5

Geluid Wegverkeer Voor de provinciale N-weg zijn indicatieve belemmeringenstroken berekend op 5 meter hoogte. Hierbij is uitgegaan van het nieuwe normenkader onder de Omgevingswet. In de bijlagen en paragraaf 9 van dit hoofdstuk zijn de hindercontouren conform navolgende systematiek gepresenteerd. In de oranje gebieden is onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen benodigd, in de rode gebieden zijn verregaande maatregelen nodig. Bron Provinciale wegen

Standaardwaarde in dB 50

Grenswaarde in dB 60

Uit de indicatieve berekeningen volgt dat ter plaatse van de N305 relatief hoge geluidbelastingen zijn waar te nemen, maar dat er geen grote te verwachten belemmeringen zijn voor de gehele ontwikkelzone. Railverkeer Railverkeer vormt geen belemmering.

SAB

49

7.6

Verkeer Voor het aspect verkeer is op een hoog abstractieniveau een inschatting gemaakt van de kansrijkheid om woningbouw op de omliggende infrastructuur zonder al te veel problemen af te wikkelen. Daarnaast is middels een GIS-analyse de bereikbaarheid in kaart gebracht van OV en fiets, zoals opgenomen in de bijlagen. Voor het openbaar vervoer is hiervoor een zone van 1 kilometer (bereidheid van voetgangers om te lopen) berekend om het treinstation en de bushaltes, en 4 kilometer (bereidheid van fietsers om te fietsen) om het treinstation. Voor het fietsnetwerk is bepaald welke locaties op fietsafstand bereikbaar zijn, uitgaande van het bestaande wegennet en gebruikelijke acceptabel fietsafstanden van 7,5 kilometer (fiets) en 15 kilometer (ebike). De kaart van de bereikbaarheid is opgenomen in de bijlage en in paragraaf 8 van dit hoofdstuk. Hieruit volgt dat het openbaar vervoer nog tekort schiet in het noordoostelijke gedeelte. Er is één openbaar vervoersverbinding, van Harderwijk naar Dronten. Het gebied ligt (grotendeels) op meer dan 4 kilometer van het treinstation, maar wel binnen 1 kilometer van een bushalte. Fietsroutes vanuit het onderzoeksgebied sluiten aan op het bestaande fietsnetwerk van Biddinghuizen. Dit onderzoeksgebied voorziet een ontwikkeling van circa 500-625 woningen. Hierdoor wordt verwacht dat er tot circa 4.375 verkeersbewegingen worden gegenereerd.

De provinciale wegen N305, Biddingerringweg en de N710, Swifterweg, doorsnijden het onderzoeksgebied. De ontsluiting kan plaatsvinden op de parallelweg van de Biddingerringweg of de N710. De verkeersintensiteiten zijn dusdanig dat onderzoek nodig is, maar de op basis van de huidige verkeersintensiteiten is de capaciteit van de wegen naar verwachting voldoende.

B4

SAB

50

Verkeer (fietsnetwerk)

Verkeer (openbaar vervoer)

Verkeer (wegverkeer)

Geluid (railverkeer)

Geluid (wegverkeer)

Externe veiligheid (bedrijven)

Externe veiligheid (hoogspanning)

Externe veiligheid (overig transport)

Externe veiligheid (buisleidingen)

Geur (vergunde geuremissies)

Geur (vaste afstanden)

Geur (geiten)

Bedrijven en milieuzonering

Beschermde soorten

Andere beschermde gebieden

Stikstof

Scoretabel

Natura 2000

7.7

7.8

Kaart Bereikbaarheid

SAB

51

7.9

Kaart Hindercontouren

7.9.1

Bedrijven en milieuzonering

SAB

52

7.9.2

Geur

SAB

53

7.9.3

Externe veiligheid

SAB

54

7.9.4

Geluid

SAB

55

8

8.1

Het nieuwe woonlandschap – ontwikkelzone N1

Ecologie Gebiedsbeschrijving Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen. Daarnaast staan er langs de Beverweg bomenrijen bestaande uit onder andere populieren en struweel en loopt er ten zuiden en oosten van het plangebied een watergang. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de Ketelmeerdijk. Het voornemen is om binnen dit plangebied circa 300 woningen te realiseren. Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen een gebied behorend tot het Natura 2000. Het grenst echter wel aan het Natura 2000-gebied “Ketelmeer & Vossemeer” (Vogelrichtlijn). Daarnaast ligt het plangebied op circa 1,5 km afstand van het Natura 2000-gebied “IJsselmeer” (Vogelrichtlijn). Door de geringe afstand zijn negatieve effecten door bijvoorbeeld trillingen en geluid dan ook niet op voorhand uit te sluiten. Derhalve dient er een voortoets uitgevoerd te worden. De ligging van de Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in de bijlagen. Stikstof Ten behoeve van de beoogde ontwikkelingen dient een stikstofonderzoek te worden uitgevoerd. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitatgebieden liggen in de Natura 2000-gebied Rijntakken. Beoordeeld dient te worden of geen sprake is van significant nadelige gevolgen. Bij een geconstateerde overschrijding van de grenswaarde van 0,00 mol/h/j zijn er voldoende salderingsmogelijkheden van agrarisch gebruik. Uit-

SAB

56

gaande van maximaal 7 verkeersbewegingen per woning per etmaal is sprake van circa 2.100 verkeersbewegingen per etmaal. Dit leidt momenteel niet tot een depositie op stikstofgevoelige habitatgebieden. De noodzaak tot intern salderen voor wat betreft de gebruiksfase is hierdoor niet aanwezig. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het grenst hier echter wel aan. Aangezien de provincie Flevoland niet toetst op externe werking, zijn er ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geen belemmeringen voor de realisatie van de woningen. De ligging van de Natuurnetwerk Nederland gebieden zijn opgenomen in de bijlagen. Soortenbescherming Binnen het plangebied zijn volgens de NDFF weinig waarnemingen van beschermde soorten. Echter in het aangrenzend natuurreservaat “De Kamperhoek” zijn wel waarnemingen van de beschermde gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, bever, bunzing, boommarter, grote vos, grote weerschijnvlinder, gevlekte glanslibel, gevlekte witsnuitlibel, Kempense heidelibel, noordse winterjuffer en rivierrombout. Daarnaast zijn ook vogels met in Flevoland een jaarrond beschermd nest binnen en in de directe omgeving van het plangebied waargenomen. Het betreft de boomvalk, buizerd, havik, ooievaar, sperwer, torenvalk en zeearend. Binnen het plangebied is echter weinig geschikt habitat voor bovenstaande soorten aanwezig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1010/documents/2133