CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

b024f7bc-bd5e-453b-8755-49ad756f6b99.pdf

Raadsvergadering 1 juli 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 6.c: AKKOORD Raadsvoorstel Programmabegroting MJR en Jaarstukken Veiligheidsregio Flevoland32.372 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Eén veiligheidsbureau

Hoofdstuk 4 Bijlagen

De voorbereidingen om tot één veiligheidsbureau te komen voor Flevoland en Gooi en Vechtstreek hebben eind 2020 geleid tot besluitvorming en tot de start van de inrichting. Het extern opgestelde rapport ‘Voorbereiding van Crisisbeheersing in een nieuwe wereld’ vormt een belangrijke bouwsteen voor deze inrichting. Het veiligheidsbureau wordt ingericht als ‘één herkenbare en toekomstgerichte organisatie gericht op het voorkomen, beperken en bestrijden van crises en het bevorderen van de fysieke veiligheid in Flevoland en Gooi en Vechtstreek’. Crisisbeheersing wordt uitgevoerd in een samenspel tussen diverse partners. Niet alleen tussen onze hulpdiensten, maar ook in samenhang met bijvoorbeeld instellingen in de zorg, de vitale infrastructuur en onderdelen van de Rijksoverheid. Het veiligheidsbureau is de spin in het web in het organiseren van die taak. Uit diverse onderzoeken is eerder al gebleken dat de crisisbeheersing in onze regio’s een inhaalslag behoeft. Met het veiligheidsbureau wordt niet alleen die inhaalslag gemaakt, maar ook een stap naar de toekomst gezet. Dit in samenwerking met onze partners. In lijn met de visie kenmerkt het veiligheidsbureau zich door een ‘flexibele organisatiestructuur’.

Deze structuur maakt het mogelijk adequaat en snel in te spelen op nieuwe risico’s, maatschappelijke ontwikkelingen en specifieke onderwerpen, zoals klimaatverandering, water en evacuatie en energietransitie. In deze flexibele inrichting nemen ook niet-kernpartners deel, zoals politie, Defensie en waterschappen.

25

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2020 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

Interregionaal Crisis Centrum (IRCC) Het IRCC zal, samen met de Meldkamer Midden-Nederland, worden gehuisvest in het nieuw te realiseren politiebureau Hilversum. Conform planning kan het IRCC begin 2025 in gebruik genomen worden door de crisisorganisatie van VRF en VRGV. In 2020 zijn belangrijke stappen gezet in het ontwerpproces van het IRCC. Eind september van dat jaar is het voorlopig ontwerp vastgesteld op basis van het Specifiek Programma van Eisen IRCC. De voorlopige ontwerptekeningen zijn ook getoetst in een klankbordgroep met daarin een vertegenwoordiging van toekomstige gebruikers. Begin 2021 zal het definitief ontwerp worden vastgesteld en kan een start gemaakt worden met de selectie van de bouwende partij.

2.2.3. Landelijke ontwikkelingen op het gebied van vrijwilligheid De landelijke ontwikkelingen rondom vrijwilligheid hebben zich het afgelopen jaar vrijwel volledig toegespitst tot de ontwikkelingen rondom taakdifferentiatie. Dit betreft een voorgenomen stelselwijziging die grote invloed kan hebben op de brandweerorganisatie.

2.3 Speerpunten regulier werk

4 Jaarrekening Bijlagen

Hoofdstuk 3

3. Paragrafen

2.3 Speerpunten regulier werk 2.3.1 Programma Risico- en Crisisbeheersing (Veiligheidsbureau)

Hoofdstuk 4

De veiligheidsregio is verantwoordelijk voor de voorbereiding op en de organisatie van de crisisbeheersing en de rampenbestrijding in de regio Flevoland. Binnen dit programma werken de hulpverleningsdiensten – de brandweer, de GHOR en Bevolkingszorg – gezamenlijk aan de grootschalige hulpverlening aan de burger. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met crisispartners als politie, Defensie, Rijkswaterstaat, het waterschap en de bedrijven in de vitale infrastructuur (zoals drinkwaterleveranciers, gas- en elektraleveranciers).

De speerpunten 2020: wat hebben we gedaan

Bijlagen

Risicobeheersing Begin maart zijn alle evenementen in het kader van COVID-19 stopgezet. Hierdoor is de aandacht verschoven naar het beantwoorden van vragen en implementeren van de verschillende noodverordeningen. De expertisegroep Risicobeheersing heeft het Regionaal Actiecentrum Crisiscommunicatie (RAC) ondersteund. Daarnaast is vanuit de expertisegroep een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de (landelijke) integrale COVID-19 evenementen werkwijze. De expertisegroep heeft ook meegewerkt aan andere landelijke producten op het gebied van evenementen en COVID-19. Het jaar 2020 heeft voor de expertisegroep Risicobeheersing ook in het teken gestaan van het regionaal risicoprofiel. Het ontwerpplan is in januari 2020 vastgesteld door de beide veiligheidsbesturen. Vervolgens is het plan voor een

26

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2020 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

2.3 Speerpunten regulier werk

4 Jaarrekening Bijlagen

Hoofdstuk 3

3. Paragrafen

reactie verzonden aan de gemeenten in de beide regio’s en aan onze partners. In december 2020 is het regionaal risicoprofiel door de beide veiligheidsbesturen definitief vastgesteld. Operationele voorbereiding: Voor het thema Overstromingen en Evacuatie zijn op basis van impactanalyses handelings-perspectieven voor overstromingen en ernstige wateroverlast opgesteld en gemeenten, de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio hebben samengewerkt in de totstandkoming van het convenant Veiligheid Buitendijkse Gebieden. Het veiligheidsbureau heeft daarnaast o.a. meegewerkt aan de lopende evaluatie van de regionale crisisorganisatie wat betreft COVID-19. Vakbekwaamheid (multi) De multidisciplinaire bijscholingen konden net voor de inteligente lock down worden uitgevoerd. Daarna is het multidisciplinair oefenprogramma 2020 maar voor een klein deel uitgevoerd. Tijdens deze periode is meer invulling gegeven aan digitale vormen van bijscholen via bijvoorbeeld E-learningsmodules. Overige Voor de verantwoording over de onderdelen veiligheidsbureau en kwaliteitsmeting Berenschot verwijzen we naar 2.1 en 2.2.2.

Wat heeft het gekost Lasten en Baten Programma

Hoofdstuk 4 Bijlagen

Realisatie 2019

Begroting 2020

Realisatie 2020

Verschil 2020

Risico- en Crisisheersing (Veiligheidsbureau) lasten

74.087

314.526

148.771

-165.755

Risico- en Crisisheersing (Veiligheidsbureau) baten

-256.972

-314.526

-276.532

37.994

Resultaat voor bestemming

-182.885

0

-127.761

-127.761

Storting in de reserves

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

0

0

-182.885

0

-127.761

-127.761

Totaal resultaat na bestemming

Een toelichting van het verschil 2020 is opgenomen in paragraaf 4.5.

27

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2020 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

2.3 Speerpunten regulier werk

4 Jaarrekening Bijlagen

Hoofdstuk 3

3. Paragrafen

2.3.2 Brandweer De brandweer vormt de grootste kolom van de veiligheidsregio en is de professionele partner in het voorkomen en bestrijden van brand, ongevallen en crises en draagt zo bij aan een veilige leefomgeving. De beleidsmatige ontwikkeling van de brandweer is opgenomen in het beleidsplan / het uitvoeringsprogramma zoals verwoord in het vorige hoofdstuk. De brandweer heeft haar werkzaamheden georganiseerd in vijf taakvelden, te weten risicobeheersing, incidentbestrijding, vakbekwaamheid, operationele voorbereiding (inclusief koppeling met de meldkamer brandweer) en techniek en logistiek. De brandweer zoekt voortdurend naar versterking van de taakuitvoering, onder meer door de realisatie van een intensieve samenwerking met de buurregio. De leidinggevenden van de teams hebben een zogenaamde ‘brugfunctie’. Dat betekent dat zij deze functie niet alleen in Flevoland vervullen, maar ook in Gooi en Vechtstreek. Hierdoor wordt nieuw beleid direct voor twee regio’s opgepakt en worden knelpunten opgelost in het perspectief van de oplossing van de andere regio. Ook wordt voortdurend gezocht naar vernieuwende ideeën om de dienstverlening te verbeteren. Het gaat dan bijvoorbeeld om innovaties op het gebied van opleiden, innovaties in kleding (bescherming) en materieel en het gebruik van nieuwe materialen zoals bijvoorbeeld het gebruik van drones.

De speerpunten 2020: wat hebben we gedaan Hoofdstuk 4

Intensivering samenwerking met Brandweer Gooi en Vechtstreek In de loop van het jaar zijn steeds meer afdelingen in beide regio´s onder éénhoofdige leiding gekomen. Inmiddels worden steeds meer zaken (zoals werkoverleggen, inzet van specialisten, uniformiteit van werkprocessen en -producten) met personeel van beide regio´s gezamenlijk georganiseerd en uitgevoerd.

Bijlagen

Oprichten Team Operationele Voorbereiding In lijn met het project ‘Samen Sterker’ is gestart met het oprichten van het team Operationele Voorbereiding. Dit team heeft als ambitie het operationele brandweeroptreden voor beide regio’s voor te bereiden en te functioneren als een knooppunt waar data, informatie en expertise samenkomen en wordt omgezet in beleid. Door de COVID-19 maatregelen is de verdere ontwikkeling van dit team vertraagd en de doorgeschoven naar 2021. Operationele paraatheid en slagkracht In 2019 is gestart met het uitvoeren van maatregelen gericht op versterking van paraatheid en slagkracht. Deze maatregelen kenden een doorloop in 2020 en bestaan ondermeer uit formatieve versterking van zowel de beroepsals ook de vrijwillige capaciteit, de versterking van de vrijwillige posten met dagcapaciteit uit de kantoororganisatie

28

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2020 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

2.3 Speerpunten regulier werk

4 Jaarrekening Bijlagen

Hoofdstuk 3

3. Paragrafen

en ook de versterking van de sturing op de repressieve afspraken. In 2020 hebben we ons met name gericht op vakbekwaamheid en verbeteren van operationele informatie. Ook is ingezet op werving van nieuwe vrijwilligers. In verband met COVID-19 is daarbij vooral gebruik gemaakt van digitale media. Vakbekwaamheid De formatie voor het ondersteunen van de vakbekwaamheid is uitgebreid. Er is een nieuw oefenbeleidsplan opgesteld, gekoppeld aan een jaarlijkse oefenplanning. In 2020 zijn de opleidingen onder COVID-condities doorgegaan. Door uitbreiding van de formatie zijn meer mensen opgeleid tot duiker en chauffeur. Door de invloed van de COVID-19-maatregelen is er in 2020 minder geoefend dan voorzien. Zo zijn een aantal realistische oefenmomenten niet doorgegaan en is i.v.m. het aanpassen van de groepsgrootte in kleinere samenstellingen geoefend. Door deze ingrijpende maatregelen hebben we in 2020 minder uitgegeven aan geoefendheid. Onze mensen voldoen nog wel aan de eisen die aan geoefendheid worden gesteld, maar extra aandacht voor de geoefendheid is noodzakelijk in het komende jaar. We hebben de intentie om de gemiste oefeningen (en met name het realistisch oefenen) in te halen in 2021. Dit is afhankelijk van de ontwikkelingen rondom COVID-19 in Nederland en in Duitsland, aangezien een belangrijk oefencentrum voor realistisch oefenen vlak over de grens in Duitsland ligt.

De haalbaarheid is eveneens afhankelijk van de beschikbaarheid van de oefenlocatie in Duitsland.

Hoofdstuk 4 Bijlagen

Verbeteren operationele informatie Het ombuigen van een informatieachterstand naar een informatievoorsprong, door het beter ontsluiten en koppelen van informatie, ligt goed op schema. De voorbereidingen zijn getroffen om de uitrukvoertuigen begin 2021 te voorzien van het nieuwe repressief informatie systeem (RIS). Dit zorgt ervoor dat de informatievoorziening voor betrokken functionarissen en voertuigen vanaf begin 2021 voldoet aan de mogelijkheden van de huidige tijd. Zo is naast de benodigde informatie over de melding vanuit de meldkamer ook direct alle relevante informatie zichtbaar om het incident optimaal te bestrijden. De nieuw ingerichte geo-server -vanaf december 2020 operationeel- is hierbij onontbeerlijk. Hier staat al deze informatie opgeslagen en alle informatie wordt hier bijgehouden. Verder zijn de benodigde bronnen (waaronder GMS) hieraan gekoppeld en wordt de basisinformatie die op strategisch, tactisch en operationeel niveau nodig is geduid. De dashboards en de daarmee gepaard gaande werkprocessen worden in 2021 uitgerold. Deze ontwikkeling vindt plaats binnen de totale verbetering van de informatievoorziening van de veiligheidsregio. Techniek en Logistiek In 2020 is het nieuw gevormde gezamenlijke team Techniek en Logistiek geïntroduceerd om de samenwerking constructief uit te bouwen.

Zo worden processen en het beheer van kleding en middelen verder samengevoegd of afgestemd. Ook is er gestart met het aanbesteden van gezamenlijke contracten op het gebied van aanschaf,

29

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2020 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

Bijlagen

Hoofdstuk 3

4 Jaarrekening

Risicobeheersing - VTH-taken brandveiligheid voor de gemeente Noordoostpolder Per 1 augustus 2020 voert Brandweer Flevoland bij de gemeente Noordoostpolder diverse taken uit voor de afdeling vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op het gebied van brandveiligheid. Na een proefperiode is besloten deze taak tenminste te verlengen tot de zomer van 2021. Doel hiervan is om de complete veiligheidsketen op het gebied van brandveiligheid te versterken (relatie Risicobeheersing – Incidentbestrijding).

Wat heeft het gekost

2.3 Speerpunten regulier werk 3. Paragrafen

keuring en onderhoud. Er is een hele grote stap gezet door beide regio’s in het eenduidig opstellen van een meerjaren investeringsplan en een werkbegroting. Met betrekking tot aanschaf van materieel is gestart met het schrijven van een visie voor red- en hulpverleningsvoertuigen met als doel deze voor beide regio’s samen te kunnen aanbesteden. De verbeterpunten uit de kwaliteitsmeting van bureau Berenschot worden als één team opgepakt en geïmplementeerd.

Lasten en Baten Programma

Realisatie 2019

Begroting 2020

Realisatie 2020

Verschil 2020

Brandweer lasten

24.223.421

25.344.491

25.892.109

547.618

Brandweer baten

-24.400.925

-24.447.791

-26.088.242

-1.640.451

Resultaat voor bestemming

-177.504

896.700

-196.133

-1.092.833

Storting in de reserves

396.033

0

363.364

363.364

0

-896.700

-896.700

0

218.529

0

-729.469

-729.469

Onttrekking aan reserves

Hoofdstuk 4

Totaal resultaat na bestemming

Een toelichting van het verschil 2020 is opgenomen in paragraaf 4.5.

2.3.3. Gemeenschappelijke meldkamer

Bijlagen

Eind 2019 is het voorlopige besluit genomen om de gemeenschappelijke meldkamers Flevoland en Gooi en Vechtstreek in 2020 fysiek samen te voegen. Dit vanwege de forse vertraging van de Meldkamer MiddenNederland. In 2020 heeft de definitieve besluitvorming hierover plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in een fysieke samenvoeging van de meldkamers Flevoland en Gooi en Vechtstreek in Lelystad in september 2020. Dit tot de komst van de nieuwe Meldkamer Midden-Nederland, die voorzien is medio 2025.

30

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2020 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

2.3 Speerpunten regulier werk

4 Jaarrekening Bijlagen

Hoofdstuk 3

3. Paragrafen

De speerpunten 2020: wat hebben we gedaan Samenvoeging meldkamers Flevoland en Gooi en Vechtstreek Er is fors geïnvesteerd om de totstandkoming van de samengevoegde meldkamer in Lelystad te realiseren. Dit door te participeren in de projectorganisatie en in deelprojecten in relatie tot de totstandkoming van de samenvoeging van de meldkamers Flevoland en Gooi en Vechtstreek. Kwaliteitsslag door harmonisatie Voor het in stand houden en verbeteren van de kwaliteit van dienstverlening van de meldkamerfunctie zijn verregaande standaardisaties en harmonisaties van de werkprocessen doorgevoerd ter bevordering van kwaliteit en continuïteit. De uitkomsten van deze harmonisaties hebben geresulteerd in een nieuwe Meldingsen Alarmeringsregeling (MAR), die met de samenvoeging van de meldkamers in Lelystad op 15 september is ingevoerd. De landelijke systematiek van ‘Uitruk op Maat’ is hierin verder doorgevoerd. De uitruksterkte is hiermee nog beter afgestemd op het type incident, zodat alleen het benodigde aantal brandweermensen ter plaatse komt. Met de invoering van de nieuwe gezamenlijke MAR zijn ook een aantal landelijke regelingen doorgevoerd, waaronder het landelijke beoordelingsprotocol Openbaar Meldsysteem (OMS). Hiermee zijn de verificatietijden bij automatische brandalarmen verruimd, waardoor de melding beter kan worden ingeschat en deze zo nodig kan worden geherclassificeerd.

Verwacht wordt dat hierdoor het aantal onnodige alarmeringen door automatische brandalarmen afneemt. Ook heeft deze kwaliteitsslag bijgedragen aan de mogelijkheden voor een eventuele uitwijk naar een andere meldkamer (bij calamiteiten). De harmonisaties zijn in samenwerking met de VRU tot stand gekomen, in de opmaat naar de nieuwe gezamenlijke Meldkamer Midden-Nederland.

Hoofdstuk 4

CaCo op meldkamer geborgd De invulling van de 24/7 calamiteitencoördinator (CaCo) was binnen de meldkamer onvoldoende goed geborgd. Dit heeft de inspectie Justitie & Veiligheid in rapportages al enkele malen geconstateerd. Bestuurlijk is afgesproken dat borging van de functie van de CaCo gerealiseerd wordt binnen de nieuwe gemeenschappelijke Meldkamer Midden-Nederland. Conform dit besluit van het AB is de CaCo per 15 september 2020 in de samengevoegde meldkamers Naarden en Lelystad geborgd. Omdat het een multifunctie betreft is de aansturing van de CaCo’s belegd bij het veiligheidsbureau.

Bijlagen

Meldkamer Midden-Nederland Voor wat betreft de totstandkoming van de Meldkamer Midden-Nederland is geparticipeerd in diverse projectgroepen en daarbij zijn de belangen behartigd voor onze veiligheidsregio.

31

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2020 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

Wat heeft het gekost Lasten en Baten Programma

Realisatie 2019

Begroting 2020

Realisatie 2020

Verschil 2020

Meldkamer lasten

1.312.000

1.268.265

911.362

-356.903

Meldkamer baten

-1.231.001

-1.268.265

-1.268.265

0

80.999

0

-356.903

-356.903

Storting in de reserves

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

0

0

80.999

0

-356.903

-356.903

Resultaat voor bestemming

Totaal resultaat na bestemming

Een toelichting van het verschil 2020 is opgenomen in paragraaf 4.5.

2.3 Speerpunten regulier werk

4 Jaarrekening Bijlagen

Hoofdstuk 3

3. Paragrafen

2.3.4. GHOR

Hoofdstuk 4

De GHOR valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van VRF. De uitvoering van de GHOR-taken is belegd bij GGD Flevoland, onder verantwoordelijkheid van de directeur Publieke Gezondheid. Deze wordt in zijn taken met betrekking tot de GHOR ondersteund door het team GHOR. De GHOR werkt samen met haar partners aan de best mogelijke acute en publieke gezondheidszorg voor de inwoners van Flevoland en Gooi en Vechtstreek in crisissituaties. De GHOR stuurt de geneeskundige hulpverlening aan tijdens rampen en crises en coördineert de voorbereiding hierop. Daarnaast adviseert en informeert de GHOR het openbaar bestuur en de partners vanuit het perspectief van (risico’s voor de) volksgezondheid en een gezonde leefomgeving.

De speerpunten 2020: wat hebben we gedaan

Bijlagen

Inzet GHOR bij crisisorganisatie In het kader van de coronacrisis is vanaf eind februari binnen GGD Flevoland conform het Crisisplan Publieke Gezondheid een crisisteam operationeel geworden. In dit team zijn maatregelen uitgewerkt en gemonitord voor het handhaven van de continuïteit van de zorg en de uitvoering van GGD- en GHOR-taken gedurende deze crisis. De rol van de GHOR is hierbij tweeledig. Enerzijds heeft de GHOR de regierol in de opgeschaalde zorg richting de ketenpartners. Anderzijds heeft de GHOR binnen de GGD en richting de zorgpartners een ondersteunende, faciliterende rol gehad.

32

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2020 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

2.3 Speerpunten regulier werk

4 Jaarrekening Bijlagen

Hoofdstuk 3

3. Paragrafen

Zo is in maart direct het Regionaal Crisisteam Zorg (RCZ) door de Directeur Publieke Gezondheid bijeengeroepen om door het maken van afspraken de zorgcontinuïteit in de regio te kunnen waarborgen. Op basis hiervan zijn direct maatregelen genomen in de keten om de zorgcontinuïteit in de regio te kunnen blijven garanderen en samenwerking in de keten te bevorderen. Daarnaast is er gezorgd voor een optimale informatieuitwisseling, zowel binnen de witte kolom als met de multidisciplinaire partners en het openbaar bestuur. Er is informatie uitgewisseld over de stand van zaken omtrent de bestrijding van het virus en de samenwerking en knelpunten in de witte kolom. Wekelijks zijn leden van het Regionaal Beleidsteam (RBT) en Regionaal Operationeel Team (ROT) geïnformeerd, zijn gemeenteraden via raadsinformatiebrieven geïnformeerd en kon het publiek via de website van GGD Flevoland relevante informatie over COVID-19 terugvinden. Via de (virtuele) RCZ-overleggen en mailings is informatie uitgewisseld met de witte kolom. In het begin van de crisis heeft de GHOR gezorgd voor de coördinatie van de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voor de niet-acute partners in de witte kolom. Later is dit overgenomen door het Landelijk Consortium Hulpmiddelen.

Hoofdstuk 4

In het najaar is de GGD gestart met het voorbereiden van de grootschalige vaccinatiecampagne. De GHOR draagt zorg voor de afstemming met zorgpartners die ook een rol hebben bij de vaccinaties. Daarnaast is er via de GHOR een multidisciplinaire werkgroep (in veiligheidsregioverband) ingericht ter ondersteuning van de geneeskundige kolom bij de voorbereiding op en de uitvoering van de vaccinatiecampagne. Gemeenten, brandweer, politie en Defensie zijn hierin vertegenwoordigd.

Bijlagen

Impact COVID-19 op GHOR Deze grootschalige infectieziekte-uitbraak heeft geleid tot een acuut aanbod van extra werk ten behoeve van de crisisbeheersing. Om deze reden is direct het continuïteitsplan van de GGD Flevoland in werking getreden om voldoende capaciteit vrij te maken voor de bestrijding. Maar ook om de vitale processen van de GHOR te kunnen blijven waarborgen. Zo zijn prio 2- en prio 3-taken van de GHOR tijdelijk stopgezet en zijn een aantal jaardoelstellingen komen te vervallen.

Coronacentra Een van de maatregelen was het creëren van extra zorgcapaciteit voor opvang van met COVID besmette patiënten in een zogenoemd coronacentrum. De GHOR heeft o.l.v. de directeur Publieke Gezondheid een projectstructuur opgezet om samen met de zorgpartners in de regio drie Corona-centra te faciliteren. Deze drie centra zijn tijdens de eerste golf gebruikt om patiënten op te vangen die geen ziekenhuisindicatie (meer) hadden, maar niet thuis konden blijven. Tijdens de tweede golf in het najaar zijn er twee corona-centra operationeel geweest, één in Lelystad en één in Emmeloord.

33

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2020 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021 2.3 Speerpunten regulier werk

4 Jaarrekening Bijlagen

Hoofdstuk 3

3. Paragrafen

Advisering evenementen Door de genomen maatregelen door de overheid hebben veel evenementen dit jaar geen doorgang gevonden. De evenementen die wel doorgang konden vinden, hebben een specifieke advisering gehad vanuit de GHOR op basis van de Handreiking Publieke Gezondheid en Veiligheid bij Evenementen met een specifieke COVID-19 oplegger.

Wat heeft het gekost Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

Lasten en Baten Programma

Realisatie 2019

Begroting 2020

Realisatie 2020

Verschil 2020

GHOR lasten

1.694.000

1.914.183

1.806.632

-107.551

GHOR baten

-1.857.814

-1.914.183

-2.002.590

-88.407

Resultaat voor bestemming

-163.814

0

-195.958

-195.958

Storting in de reserves

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

0

0

-163.814

0

-195.958

-195.958

Totaal resultaat na bestemming

Een toelichting van het verschil 2020 is opgenomen in paragraaf 4.5.

2.3.5. Programma Bevolkingszorg

Hoofdstuk 4

Bevolkingszorg is een gezamenlijk programma van de veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek. Bevolkingszorg is een netwerkorganisatie met een kleine staf met ambassadeurs voor Bevolkingszorg in de gemeenten in de beide regio’s. De kracht van de organisatie ligt in het gezamenlijk uitvoering geven aan de taak van Bevolkingszorg zoals het Veiligheidsberaad deze in de rapportage ‘Bevolkingszorg 2.0’ heeft aangegeven. Het jaar 2020 stond met name in het teken van COVID-19.

De speerpunten 2020: wat hebben we gedaan Bijlagen

Inzet voor de crisisorganisatie Sinds het uitbreken van COVID-19 zijn zowel de directeur als de medewerkers van het kernteam Bevolkingszorg ingezet in de crisisorganisatie. In de bestuursrapportage 2020 is aangegeven dat wij de verwachting hadden in de tweede helft van 2020 meer ruimte te krijgen voor onze reguliere taken. Deze verwachting is niet uitgekomen. Na de zomervakantie liepen de besmettingen opnieuw op en heeft Bevolkingszorg opnieuw vrijwel al haar capaciteit ingezet om de crisisorganisatie te bemensen en te ondersteunen. Concreet zijn de medewerkers actief in het Regionaal

34

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2020 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

2.3 Speerpunten regulier werk

4 Jaarrekening Bijlagen

Hoofdstuk 3

3. Paragrafen

Actiecentrum Crisiscommunicatie, binnen de stafsectie Bevolkingszorg (ter ondersteuning van de algemeen commandant Bevolkingszorg) en binnen het Informatie en Advies Centrum (IAC). De medewerkers van gemeenten die normaal (gedeeltelijk) gedetacheerd zijn bij Bevolkingszorg om uitvoering te geven aan de taken van Bevolkingszorg zijn in 2020 nauwelijks tot niet toegekomen aan deze rol, aangezien ook zij vooral bezig geweest zijn met corona-gerelateerde activiteiten in de eigen gemeenten. De samenwerking met de gemeenten wat betreft de bestrijding van COVID-19 is heel positief verlopen en in gezamenlijkheid met hen kunnen wij terugkijken op een bijzonder jaar, waarin ook door Bevolkingszorg een mooie prestatie is neergezet. Opleidings- en trainingsprogramma Zoals eerder aangegeven is het opleidings- en trainingsprogramma (OTO) voor Bevolkingszorg in 2020 vrijwel stilgevallen. Wel is het steeds gelukt om voldoende medewerkers op piket en in vrije instroom te krijgen, zodat de crisisorganisatie Bevolkingszorg er ook voor de flitscrisissen was.

Wat heeft het gekost Lasten en Baten Programma

Realisatie 2019

Begroting 2020

Realisatie 2020

Verschil 2020

Bevolkingszorg lasten

545.833

556.697

405.680

-151.017

Bevolkingszorg baten

-537.744

-556.697

-574.743

-18.046

8.089

0

-169.063

-169.063

Storting in de reserves

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

0

0

8.089

0

-169.063

-169.063

Resultaat voor bestemming

Hoofdstuk 4

Totaal resultaat na bestemming

Een toelichting van het verschil 2020 is opgenomen in paragraaf 4.5.

Bijlagen

35

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.3 Financiering 3.4 Bedrijfsvoering 3.5 Financiële impact COVID-19 3.6 Verbonden Partijen 4 Jaarrekening

Hoofdstuk 4

Bijlagen

3. Paragrafen Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vindt u in hoofdstuk 3 de verantwoording van de paragrafen weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering en verbonden partijen. De paragrafen vormen een dwarsdoorsnede van de begroting en geven een verdieping op een aantal cruciale onderwerpen. 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding

Hoofdstuk 3

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleid aangaande het weerstandsvermogen, de weerstandscapaciteit, de risico’s en beheersmaatregelen van VRF.

Algemeen Het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) schrijft voor dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen jaarlijks de weerstandscapaciteit en de risico’s inventariseren en hierover beleid formuleren.

Gewenste weerstandscapaciteit Op grond van artikel 11 BBV wordt een uitspraak over het weerstandsvermogen onderbouwd door een vergelijking van de resterende (i.c. niet-gedekte) risico’s met de beschikbare weerstandscapaciteit. Deze uitspraak wordt uitgedrukt in termen van gewenste weerstandscapaciteit, gelet op de aard en omvang van de resterende risico’s. De gewenste weerstandscapaciteit is het bedrag waarover de organisatie zou moeten beschikken op grond van de resterende risico’s (risicoprofiel). Voor de financiële positie van de organisatie is het van belang in hoeverre daadwerkelijk weerstandscapaciteit beschikbaar is om het gewenste weerstandsvermogen te vormen.

Bijlagen

Beleid weerstandsvermogen Het beleid van VRF ten aanzien van het weerstandsvermogen is dat de niet-gedekte risico’s (met inachtneming van de beheersmaatregelen en de reeds opgenomen voorzieningen) worden gedekt door de algemene reserve. Dit beleid is vastgelegd in de “Nota Weerstandsvermogen Veiligheidsregio Flevoland 2009”.

36

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.3 Financiering 3.4 Bedrijfsvoering 3.5 Financiële impact COVID-19 3.6 Verbonden Partijen 4 Jaarrekening

Hoofdstuk 4

Bijlagen

Beschikbare weerstandscapaciteit 2020 In de inleiding is aangegeven wat onder weerstandscapaciteit wordt verstaan. Onderdeel van die capaciteit vormen de vrij aanwendbare reserves, die een bufferfunctie hebben voor onvoorziene risico’s. Voor de bepaling van de weerstandscapaciteit wordt hieronder een overzicht gegeven van de stand van de vrij aanwendbare reserves per 31-12-2020. Algemene reserve per 1-1-2020

€ 3.528.640

Onttrekkingen 2020

0

Vrij te besteden bestemmingsreserves

0

Bedrag voor onvoorzien

0

Stille reserves

0

Totaal beschikbaar vanaf 31-12-2020

Hoofdstuk 3

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

€ 3.528.640

Risicoprofiel Een risico wordt gedefinieerd als ‘de kans op het optreden van een gebeurtenis met een negatief financieel gevolg voor de veiligheidsregio. In de kolom ‘kans’ is geschat in hoeverre de omschreven gebeurtenis zich zal voordoen. Het risicoprofiel komt uit op € 2.588.200 (benodigd 2021-2024). Dit is tevens de minimaal gewenste omvang van het weerstandsvermogen (de tabel is in de bijlage opgenomen).

Ratio weerstandsvermogen

Bijlagen

De totale meerjarige weerstandscapaciteit is voldoende om de ratio van 1 te realiseren. De ratio weerstandsvermogen 2020 is 1,36. Deze score valt binnen de categorie 1,0 tot 1,4 en scoort daarmee “voldoende” volgens het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR). Voor het inhoudelijke overzicht van het risicoprofiel verwijzen wij u naar bijlage 6.

1,36

1,0 tot 1,4

Beschikbare weerstandscapaciteit

Benodigde weerstandscapaciteit

Ratio weerstandsvermogen

37

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.3 Financiering 3.4 Bedrijfsvoering 3.5 Financiële impact COVID-19 3.6 Verbonden Partijen

Hoofdstuk 3

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

4 Jaarrekening

Hoofdstuk 4

Bijlagen

Conclusie Voor de jaren 2021-2024 is de weerstandsratio voldoende. Het algemeen bestuur kan besluiten om een gedeelte over te hevelen naar de egalistiereserve ingroei gemeentelijke bijdragen.

Financiële kengetallen Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

Om inzicht in de financiële positie te verschaffen, nemen we een aantal relevante kengetallen op. Deze kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en bieden inzicht bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Financiele kengetallen

JR 2018

PGB 2019

JR 2019

PGB 2020

JR 2020

1A. Netto schuldquote

42%

63%

67%

48%

72%

1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

42%

63%

67%

48%

72%

2. Solvabiliteitsratio

57%

61%

61%

53%

52%

3. Structurele exploitatieruimte

0%

0%

0%

0%

2,87%

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van VRF ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Solvabiliteitsratio Dit geeft inzicht in de mate waarin VRF in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Deze wordt berekend door het totale eigen vermogen af te zetten tegen de totale passiva. Hoe hoger de ratio, des te hoger is de weerbaarheid van de organisatie.

Structurele exploitatieruimte, Grondexploitatie, Belastingcapaciteit Bijlagen

Dit zijn voorgeschreven kengetallen vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De norm structurele exploitatieruimte geeft de verhouding weer tussen de structurele baten en de structurele lasten. Op begrotingsbasis kent VRF geen structurele exploitatieruimte. De kengetallen inzake grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op VRF.

38

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.3 Financiering 3.4 Bedrijfsvoering 3.5 Financiële impact COVID-19 3.6 Verbonden Partijen

Hoofdstuk 3

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

4 Jaarrekening

Hoofdstuk 4

Bijlagen

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Op grond van artikel 12 BBV kent de veiligheidsregio de volgende kapitaalgoederen: gebouwen en materiaal/ materieel, ICT-middelen en inrichting kazernes. Kapitaalgoederen hebben een aanzienlijk effect op de begroting en het gewenste onderhoudsniveau moet beleidsmatig vastgesteld worden.

Groot onderhoud gebouwen Medio 2012 heeft de VRF de brandweerkazerne in Zeewolde in eigendom en in gebruik genomen. In 2019 is het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) voor deze kazerne geactualiseerd en is het bedrag dat voor het groot onderhoud nodig is hierop aangepast. In 2016 is in Zeewolde het boothuis in gebruik genomen. De overige gebouwen zijn om niet in gebruik door de veiligheidsregio, conform het besluit van het bestuur uit december 2013. In 2015 en 2016 zijn overeenkomsten tussen de gemeenten en VRF afgesloten met nadere afspraken over beheer en onderhoud van de brandweerkazernes.

Roerende kapitaalgoederen In 2020 is gestart met de actualisatie van het Meerjaren Investerings Plan (MIP), in samenwerking met de VRGV. In het MIP wordt gekeken naar de compleetheid, technische staat huidige voertuigen, reële vervangingstermijnen en vervangingsbedragen in relatie tot de visie en de technische staat. In de loop van 2021 is de verwachting dat alle gegevens kunnen worden doorgerekend om te kijken wat de financiële consequenties hiervan zijn. De vervangingen van de roerende zaken vinden conform het bestaande vervangingsschema en investeringsoverzicht uit de begroting plaats. Uiteraard wordt gekeken naar het meest economisch en technisch gunstigste moment om te vervangen.

3.3 Financiering Wettelijk kader

Bijlagen

De uitvoering van de financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de wettelijk kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), die op 1 januari 2001 is ingevoerd. In de wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt tot uitdrukking in een verplicht treasurystatuut en een financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening. Het treasurystatuut van VRF in 2011 vastgesteld door het AB. In 2021 wordt het treasurystatuut geactualiseerd.

39

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.3 Financiering 3.4 Bedrijfsvoering

Hoofdstuk 3

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

Ontwikkeling liquiditeitspositie In 2011 en 2012 heeft de VRF twee lineaire leningen afgesloten voor de overname en inrichting van de brandweerkazerne in Zeewolde. De ene lening heeft een looptijd van 20 jaar tegen 4,43% rente, jaarlijks wordt er € 37.500 afgelost. De andere lening heeft een looptijd van 18 jaar tegen 2,75% rente, jaarlijks wordt er € 65.789 afgelost. In 2019 is een nieuwe lening van € 6.500.000 afgesloten ten behoeve van het doen van investeringen en ter versterking van het werkkapitaal. De lening heeft een looptijd van 15 jaar tegen 0,855% rente, jaarlijks wordt er € 433.333 afgelost. Verder is het uitgangspunt om eventuele financieringstekorten, zover het binnen de kasgeldlimiet blijft, zoveel mogelijk te financieren met kort geld (lagere rente of zelfs geen rente).

Kasgeldlimiet Voor 2020 is het begrotingstotaal bijna € 29.4 mln., dus is de toegestane kasgeldlimiet € 2.4 mln. Berekening kasgeldlimiet in mln.

1e kw

2e kw

3e kw

4e kw

1. Toegestane kasgeldlimiet 8,20%

8,20%

8,20%

In bedrag

2,4

2,4

2,4

2,4

2. Omvang vlottende schuld

4,3

2,3

1,2

2,9

4 Jaarrekening

3. Vlottende middelen

9,7

6,5

7,7

8,1

Bijlagen

Toets kasgeldlimiet 4. Totaal netto vlottende schuld (2-3)

-5,4

-4,2

-6,5

-5,2

Toegestaan kasgeldlimiet

2,4

2,4

2,4

2,4

Ruimte (+) c.q overschrijding (-)

7,8

6,6

8,9

7,6

3.6 Verbonden Partijen

Hoofdstuk 4

8,20%

3.5 Financiële impact COVID-19

In procenten van de grondslag

Conclusie: Er is in 2020 voldaan aan de kasgeldlimiet.

Renterisiconorm en renterisico’s vaste schuld Bijlagen

De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd lening > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het Rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Voor de VRF komt het in 2020 neer op een bedrag van € 5.880.000.

40

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.3 Financiering 3.4 Bedrijfsvoering 3.5 Financiële impact COVID-19 3.6 Verbonden Partijen

2020

26.977

29.398

Renterisiconorm

20%

20%

Toets renterisiconorm

5.395

5.880

0

0

Betaalde aflossingen

903

537

Renterisico

903

537

4.492

5.343

Ruimte onder renterisiconorm Conclusie: Er is in 2020 voldaan aan de renterisiconorm.

Bij de vernieuwing van de BBV is het advies opgenomen om de rentekosten op één post in de begroting op te nemen. Om er voor te zorgen dat in de begroting en verantwoording de totale rentelasten en de daaraan gekoppelde financieringsbehoefte inzichtelijk zijn, wordt in artikel 13 voorgeschreven dat de paragraaf financiering voortaan ook in ieder geval inzicht geeft in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden worden toegerekend. Renteschema

4 Jaarrekening

Hoofdstuk 4

Bijlagen

2019

Begrotingstotaal

Rentetoerekening Hoofdstuk 3

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Berekening renterisiconorm (x € 1.000)

Renteherziening op leningen o/g

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering

JR 2019

PGB 2020

JR 2020

107

93

93

0

0

0

107

93

93

c1. Rente over eigen vermogen (toevoegd aan exploitatie)

0

0

0

c2. Rente over voorzieningen

0

0

0

0

0

107

93

93

0

0

0

b. Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente d. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

Bijlagen

e. Renteresultaat op het taakveld Treasury

Rentekosten VRF heeft in 2020 de rentekosten ad € 92.232 inzake de leningen verantwoord in het overzicht van baten en lasten 2020 en toegerekend aan de taakvelden.

41

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.3 Financiering 3.4 Bedrijfsvoering 3.5 Financiële impact COVID-19 3.6 Verbonden Partijen

3.4 Bedrijfsvoering Verduurzamen organisatie Het jaar 2020 is bestempeld als het jaar waarin we de missie en visie voor het maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) zouden opstellen en vaststellen. Vanwege COVID-19 is dit niet volgens plan verlopen. De eerste quick wins zijn uitgevoerd en er ligt een projectvoorstel klaar met de langere termijn doelen, maar uiteindelijk is besloten om dit onderwerp door te schuiven naar 2021. De belangrijkste reden hiervoor is dat het creëren van het interne draagvlak, door o.a. bespreking van het onderwerp met alle leidinggevenden, niet plaats heeft kunnen vinden in de hectiek van COVID-19. Dit draagvlak is van cruciaal belang voor een succesvolle start en implementatie van maatregelen. Begin 2021 is het de bedoeling om een projectgroep voor meerdere jaren in te stellen die het onderwerp vaste grond gaat geven in de organisatie.

Informatievoorziening De ontwikkelingen wat betreft informatievoorziening zijn al beschreven in hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 3

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

Beleidsindicatoren (BBV) In het vernieuwde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dat met ingang van begrotingsjaar 2018 van toepassing is op gemeenschappelijke regelingen is opgenomen dat in de jaarstukken een vooraf gedefinieerde set beleidsindicatoren dient te worden opgenomen. Het betreft onderstaande set.

4 Jaarrekening

Hoofdstuk 4

Bijlagen

Bijlagen

Resultaat JR 2019

Resultaat JR 2020

Fte per 1.000 inwoners (beroeps)

0,40

0,47

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners (beroeps)

0,43

0,45

0. Bestuur en ondersteuning

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

€ 22,46

€ 23,74

0. Bestuur en ondersteuning

Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

7,9%

5,9%

0. Bestuur en ondersteuning

Overhead

% van de totale lasten

19,1%

19,5%

Taakveld

Indicator

Eenheid

0. Bestuur en ondersteuning

Formatie

0. Bestuur en ondersteuning

42

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.3 Financiering 3.4 Bedrijfsvoering 3.5 Financiële impact COVID-19 3.6 Verbonden Partijen

Hoofdstuk 3

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

4 Jaarrekening

Hoofdstuk 4

Bijlagen

3.5 Financiële impact COVID-19 In het overleg van het veiligheidsbestuur op 25 maart 2020 is ingestemd met een budget van € 300.000 in 2020 voor de veiligheidsregio ten behoeve van extra inzet en kosten voor bestrijding van COVID-19. Deze extra kosten moesten worden opgevangen binnen de vastgestelde programmabegroting. Door de crisis rondom COVID-19 was namelijk de verwachting dat er vertraging zou kunnen optreden binnen de normale bedrijfsvoering en hierdoor mogelijk activiteiten en projecten zouden worden getemporiseerd of zelfs zouden vervallen. In juni 2020 heeft onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) de verwachte financiële gevolgen van de coronacrisis vanaf mei tot het eind van 2020 bij veiligheidsregio’s in kaart gebracht. AEF heeft in haar rapport van 30 juni 2020 duidelijke keuzes gemaakt omtrent de kostensoorten waaraan zou moeten worden voldaan. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft de gekozen definities van AEF overgenomen. De declaraties van de extra kosten, die konden worden ingediend bij VWS, zijn daar dan ook volledig op gebaseerd. In hoofdlijnen betekent het dat alleen de out of pocketkosten kunnen worden gedeclareerd en alleen dan wanneer het saldo van de meer- en minderkosten plus de meer- en minderopbrengsten hoger is dan de begrote kosten.

De veiligheidsdirectie heeft op 9 september 2020 ingestemd met het beschikbaar stellen van extra capaciteit en middelen gedurende een periode van minimaal een half jaar. Deze is nodig voor de fysieke inrichting van de organisatieondersteuning COVID-19. De kosten die hiermee gepaard gaan worden conform een vastgestelde verdeelsleutel verdeeld tussen VRF, VRGV, GGD Flevoland, GGD Gooi en Vechtstreek en Bevolkingszorg.

Bijlagen

In eerste instantie was de verwachting dat de veiligheidsregio’s vooral meerkosten zouden maken, omdat de eventuele minderkosten als gevolg van niet kunnen oefenen en opleiden later in het jaar zouden worden ingehaald. De VRF heeft hiervoor de eerste declaraties ingediend bij VWS. In het najaar van 2020 kwam de zogenaamde tweede golf COVID-19 over ons land en zijn de oefen- en opleidingsactiviteiten in mindere mate doorgegaan. Desondanks is bij het opstellen van de jaarrekening 2020 berekend, conform de regels van AEF/VWS, dat er in totaal € 261.000 specifieke meerkosten (zie tabel) in 2020 zijn geweest voor de veiligheidsregio (na aftrek van de minderkosten). Na verrekening van de reeds ontvangen bedragen van VWS zal begin 2021 nog € 187.000 worden gedeclareerd bij VWS. De gerealiseerde meerkosten COVID-19 maken onderdeel uit van de exploitatierekening 2020.

43

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.3 Financiering 3.4 Bedrijfsvoering 3.5 Financiële impact COVID-19 3.6 Verbonden Partijen

Hoofdstuk 3

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

Verantwoording kosten COVID-19 Kostensoort

Opgave Kosten

Coronahotels/centra

€ 87.864

Inkoop en distributie PBM

€ 59.537

Overige specifieke meerkosten Overige Meerkosten GHOR

€ 40.695

Crisisbeheersing & rampenbestrijding

€ 108.550

Bevolkingszorg

€ 19.294

Bedrijfsvoering

€ 15.211

Subtotaal

€ 183.749

Minder opbrengsten (verrekend met minder kosten) GHOR

€ -40.152

Risicobeheersing

€ -10.064 € -1.248

Bedrijfsvoering

€ -18.509

Bijlagen

Subtotaal

€ -69.972

Totale kosten 2020 COVID-19

€ 261.179

Hoofdstuk 4

Bevolkingszorg

4 Jaarrekening

Bijlagen

44

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.3 Financiering 3.4 Bedrijfsvoering 3.5 Financiële impact COVID-19 3.6 Verbonden Partijen

Hoofdstuk 3

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

4 Jaarrekening

Hoofdstuk 4

Bijlagen

3.6 Verbonden Partijen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke- of publiekrechtelijke organisatie waarin de VRF een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Er is sprake van een bestuurlijk belang in het geval van zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging, hetzij uit hoofde van stemrecht. Van een financieel belang is sprake als aan een verbonden partij een bedrag ter beschikking is gesteld dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. In 2020 had VRF één verbonden partij, te weten het Instituut Fysieke Veiligheid. Naam: Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) te Arnhem. De financiële bijdrage aan het IFV van de VRF over het jaar 2020 was € 315.093.

Instituut Fysieke Veiligheid Het IFV is de landelijke ondersteuningsorganisatie voor de veiligheidsregio’s (versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing). Via de Wet Veiligheidsregio zijn verschillende wettelijke taken overgeheveld naar het IFV. Het IFV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (zbo). De stichting wordt gefinancierd door de veiligheidsregio’s. Het aandeel van Veiligheidsregio Flevoland in de exploitatie bedraagt 4 procent. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het IFV.

Bijlagen

45

1. Verantwoording van prestaties in cijfers 2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen

4. Jaarrekening 2020

Hoofdstuk 2

2020 op hoofdlijnen

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

4 Jaarrekening

4.2 Balans 4.3 Toelichting balans 4.4 Overzicht baten en lasten 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten

4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 4.8 Gebeurtenissen na balansdatum

Hoofdstuk 4

4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

Hoofdstuk 3

4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

4.9 Vaststelling en resultaatbestemming

In dit hoofdstuk presenteren wij de jaarrekening die bestaat uit onder andere de balans met een toelichting, een overzicht van baten en lasten met toelichting en een bijlage met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen.

De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten daarvoor geeft. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.

Bijlagen

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.

46

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

4 Jaarrekening

4.2 Balans 4.3 Toelichting balans 4.4 Overzicht baten en lasten 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten

4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 4.8 Gebeurtenissen na balansdatum

Hoofdstuk 4

4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

Hoofdstuk 3

4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

4.9 Vaststelling en resultaatbestemming

Grondslagen Balans Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs (artikel 63 BBV). Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is, conform de vastgestelde nota activabeleid VRF. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Op de waarde van activa mogen reserves niet in mindering worden gebracht. Investeringssubsidies en andere bijdragen van derden mogen wel in mindering worden gebracht. Het gehanteerde afschrijvingspercentage is conform de afschrijvingstabel die opgenomen is in de vastgestelde nota activabeleid VRF. De gehanteerde rente bedraagt de geldende wettelijke rente.

Bijlagen

47

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen

4.3 Toelichting balans 4.4 Overzicht baten en lasten 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten

4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 4.8 Gebeurtenissen na balansdatum

• Kosten van onderzoek en ontwikkeling (max. termijn BBV) • Kosten van sluiten van geldleningen en disagio

5 Variabel

Materiële vaste activa Niet

Woonruimten en bedrijfsgebouwen • Nieuwbouw gebouwen (permanent)

40

• Renovatie en verbouw

20-25

• Technische installaties en inventaris

5-15

Vervoermiddelen • Voertuigen

5-20

Machines, apparaten installaties

Hoofdstuk 4

4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

Niet

Immateriële activa

Gronden en terreinen

Hoofdstuk 3

4.2 Balans

Termijn

Activa met een verkrijgingprijs < € 15.000,-

4 Jaarrekening 4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

Overzicht afschrijvingstermijnen in jaren

Algemeen

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

4.9 Vaststelling en resultaatbestemming

• Materiaal

3-8

• Persoonlijke bescherming

3-15

• Verbindingsmiddelen

3-10

Overige materiële vaste activa

Bijlagen

• ICT

3-10

• Oefenmiddelen

3-10

• Machines en overige materiële vaste activa

3-10

• Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Conform gebruiksduur actief

48

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

4 Jaarrekening

4.2 Balans 4.3 Toelichting balans 4.4 Overzicht baten en lasten 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten

4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 4.8 Gebeurtenissen na balansdatum

Hoofdstuk 4

4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van geschatte inningskansen. De indeling die wordt gehanteerd is: • Vorderingen op openbare lichamen (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, Rijk). • Verstrekte kasgeldleningen. • Rekening courantverhouding met niet-financiële instellingen. • Overige vorderingen. • Overige uitzettingen. Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Hoofdstuk 3

4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

Vlottende activa

4.9 Vaststelling en resultaatbestemming

Overlopende activa De overlopende activa wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorgeschreven indeling wordt gehanteerd te weten: • De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. • Overige nog te ontvangen bedragen. • Vooruitbetaalde bedragen.

Vaste Passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen betreft het saldo van de bezittingen en de schulden. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het nog te bestemmen resultaat (artikel 42, lid 1 BBV). De reserves worden onderscheiden in de algemene reserve en de bestemmingsreserves (artikel 43, lid 1 BBV). De aard en reden van elke reserve, alsmede de toevoegingen en onttrekkingen, worden toegelicht conform artikel 54 BBV.

Bijlagen

Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden op grond van artikel 44 BBV gevormd voor: • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is doch redelijkerwijs te schatten.

49

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

4 Jaarrekening

4.2 Balans 4.3 Toelichting balans 4.4 Overzicht baten en lasten 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten

4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 4.8 Gebeurtenissen na balansdatum

Hoofdstuk 4

4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

Hoofdstuk 3

4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

4.9 Vaststelling en resultaatbestemming

• Bestaande risico’s op balansdatum ter zake van verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is. • Kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt ,maar de oorsprong hebben in het begrotingsjaar of een eerder begrotingsjaar en de voorziening strekt tot kostenegalisatie. • Van derden verkregen middelen (niet zijnde EU, Rijk, provincie, gemeenschappelijke regelingen) die specifiek besteed moeten worden. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer De waardering van vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer geschiedt tegen nominale waarde verminderd met gedane aflossingen.

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar De waardering van netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar geschiedt tegen nominale waarde (artikel 63, lid 7 BBV). Overlopende Passiva De waardering van overlopende passiva geschiedt tegen nominale waarde (artikel 63, lid 7 BBV) De bepalingen voor overlopende passiva, zoals gesteld in artikel 49 en 52a van het BBV, worden toegepast. De voorgeschreven indeling wordt gehanteerd, te weten: • Van overheidslichamen ontvangen maar nog niet bestede bedragen (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, Rijk, EU) • Vooruit ontvangen bedragen • Nog te betalen bedragen • Vooruit gefactureerd

Schattingen Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat over verschillende zaken een oordeel wordt gevormd en dat schattingen worden gemaakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen -inclusief de bijbehorende veronderstellingen- opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.

Bijlagen

50

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 4 Jaarrekening

4.2 Balans 4.3 Toelichting balans 4.4 Overzicht baten en lasten 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten

4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 4.8 Gebeurtenissen na balansdatum

Immateriële vaste activa subtotaal

Stand per 31 december 2020

Stand per 31 december 2019

-

-

-

-

11.762.886

12.500.388

-

-

11.762.886

12.500.388

11.762.886

12.500.388

1.683.709

887.932

Materiële vaste activa a. Investeringen met een economisch nut b. Investeringen in de openbare ruimte (maatschappelijk nut) Totaal vaste activa Uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar a. Vorderingen op openbare lichamen b. Overige vorderingen

36.190

23.408

c. Schatkistbankieren

7.836.977

6.477.929

9.556.876

7.389.269

227.629

204.794

227.629

204.794

9.784.505

7.594.063

Overlopende activa

945.840

515.426

Totaal overlopende activa

945.840

515.426

22.493.231

20.609.877

subtotaal Liquide middelen subtotaal

Hoofdstuk 4

4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

ACTIVA

subtotaal

Hoofdstuk 3

4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

4.2 Balans

Vaste activa

Hoofdstuk 2

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Hoofdstuk 1

Jaarstukken 2020

4.9 Vaststelling en resultaatbestemming

Totaal vlottende activa

Totaal activa

Bijlagen

51

2020 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 4 Jaarrekening

4.2 Balans 4.3 Toelichting balans 4.4 Overzicht baten en lasten 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten

4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 4.8 Gebeurtenissen na balansdatum

3.528.640

2.218.969

b. Overige bestemmingsreserves

5.711.106

7.515.031

c. Resultaat na bestemming

1.579.154

39.082

10.818.901

9.773.082

23.771

15.229

23.771

15.229

7.202.851

7.739.474

7.202.851

7.739.474

18.045.522

17.527.785

5.027

94.462

-

-

Vaste passiva Eigen vermogen

subtotaal Voorzieningen subtotaal a. Onderhandse leningen subtotaal Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar a. Aan openbare lichamen b. Bank- en girosaldi c. Overige schulden

Hoofdstuk 4

4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/988/documents/1609