CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

ac8bfd40-47d7-47a8-b288-e157c61d037b.pdf

Raadsvergadering 22 september 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 8.d: AKKOORD Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Biddinghuizen – Alikruikweg Festivalcamping (D5002)20.998 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het verdient de voorkeur om bomen niet direct langs de oever te planten. Indien dit toch gebeurt, worden bomen ten behoeve van de waterkwaliteit aan de noord- en oostzijde van het water geplant. Dit maakt voldoende licht inval mogelijk. [ALS_nieuw water=ja||flauwe_oevers=ja||water dempen=ja]Grotere waterpartijen en plassen worden onderscheiden in diepe en ondiepe waterplassen. Ondiepe plassen variëren in diepte tot 4 meter. Diepe plassen zijn meer dan 4 meter diep. Bij beide typen is een goede verhouding tussen ondiepe en dieper delen noodzakelijk voor een goed chemisch en ecologisch functioneren. Grotere waterpartijen hebben een waterdiepte van minimaal 1,5 meter bij streefpeil (mede i.v.m. stabiliteit); plaatselijk zijn verdiepingen van de waterbodem tot een diepte van 2,5 meter gewenst. Afhankelijk van de grootte en de functie kan de voorkeur worden gegeven aan een geïsoleerde diepe (recreatie)plas of een (kleinere) met het watersysteem verbonden ondiepe plas (met meer ruimte voor vegetatie). Ondiepe plassen worden omzoomd door brede gordels van boven het water uitstekende planten, bevatten eilandjes en zijn 0 - 2,5 m diep. 15 tot 30 % van het areaal van grote waterpartijen en plassen is minimaal 1,5 m. diep. De rest (70 tot 85%) van het areaal is dus ondieper dan 1,5 m. Afhankelijk van de functie kan een uitzondering worden gemaakt.

Bijvoorbeeld bij een vaarfunctie, waarbij een diepte van meer dan 3 meter gewenst is, om overmatige waterplantengroei te voorkomen. In diepe plassen wordt 30% van het oeverareaal ingericht als rietzone met aansluitend een waterfase van 0,8 - 2,0 meter diep (afhankelijk van het doorzicht). De rest van de diepe plas mag max. 10 m. diep zijn.[/ALS_nieuw water=ja||flauwe_oevers=ja||water dempen=ja] 2.3.2 Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Randvoorwaarde(n) Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een een vergunning nodig. Lozingen op oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijv. zinken of koperen daken) zijn

vergunningplichtig. Lozingen op kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen worden verboden door het waterschap.[ALS_kunstwerken=ja][/ALS_kunstwerken=ja] 2.3.3 Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Uitgangspunt(en) Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar "zuiverend" gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen. Randvoorwaarde(n) Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een "zuiverend" gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. In bestaand gebied wordt ernaar gestreefd om schoon regenwater af te koppelen van het rioolstelsel.

Onder schoon hemelwater wordt verstaan: - Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit lager dan 1000 voertuigen per dag; - Hemelwater vanaf parkeerplaatsen met minder dan 50 plaatsen; - Hemelwater van daken/woningen waarbij geen voor het watersysteem; schadelijke uitloogbare stoffen zijn gebruikt; - Hemelwater van onverhard terrein; - Hemelwater van centrumgebieden (m.u.v. marktterreinen).

Het hemelwater stroomt onder vrij verval af, direct of indirect (eventueel via een lokale zuivering) richting open water. Het afstromend hemelwater wordt vanaf de erfgrens, en waar mogelijk, bovengronds aangeboden.Vuil hemelwater is afstromend hemelwater dat niet onder schoon is vermeld. Verharde oppervlakken die vervuild zijn of waar de kans op vervuiling groot is worden afgevoerd via een (in)filtratievoorziening, (in)filtratieberm en/of slibafscheider. Een bodempassage wordt gedimensioneerd volgens de Leidraad Riolering. De afvoer van minder schone verharde oppervlakken via het rioolstelsel vindt plaats op basis van expert-judgement. In het geval huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater niet wordt aangeboden via het bestaande rioolstelsel denken wij graag met u mee over de verwerking van dit afvalwater. U wordt verzocht contact op te nemen met Team Waterprocedures van het waterschap. Er wordt de volgende voorkeursvolgorde in het omgaan met afvalwater gehanteerd: 1. Lozingen / emissies worden voorkomen. 2. Afvalwater wordt vergaand hergebruikt. 3. Aansluiting afvalwaterstroom op riolering. 4. Afvoer per as (transport). 5. Opslag en gelijkmatige verspreiding ___________________________________________________________________________________ Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens.

U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld.

www.dewatertoets.nl

Bijlage 5 Onderzoek externe veiligheid

Adviesgroep AVIV BV Wethouder Beversstraat 185 7543 BK Enschede

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

Project Datum

204306 19 november 2020

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

Project

204306

Datum

19 november 2020

Auteur Review

M.H. Ottink S.J.M. van Veldhoven

Versie nr.

02

Opdrachtgever

Rho t.a.v. J. Posthumus Druifstreek 72C 8911 LH Leeuwarden

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 2.1 Risicobenadering ____________________________________________ 5 2.2 Besluit externe veiligheid buisleidingen ___________________________ 5 3 Uitgangspunten risicoberekening _________________________________ 9 3.1 Ligging plangebied __________________________________________ 9 3.2 Hogedruk aardgasleiding _____________________________________ 10 3.3 Bebouwing ________________________________________________ 11 3.4 Propaantanks______________________________________________ 11 4 Resultaten aardgasleidingen ____________________________________ 13 4.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 13 4.2 Groepsrisico_______________________________________________ 14 4.3 Belemmeringenstrook _______________________________________ 15 5 Conclusie ____________________________________________________ 17 5.1 Aardgasleiding _____________________________________________ 17 5.2 Propaantanks______________________________________________ 17 Referenties _____________________________________________________ 18 Bijlage 1. Modellering bebouwing __________________________________ 19 Bijlage 2. Aanwezigheidsaantallen kampeerders ______________________ 22 Bijlage 3. Carola-rapportage _______________________________________ 24

3

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

1 Inleiding Ten noorden van het evenemententerrein van Walibi te Biddinghuizen ligt, tussen de Alikruikweg en het evenemententerrein in, circa 45 hectare grasland. Op deze graslanden wordt voor o.a. Lowlands al sinds 2014 een camping ingericht. De functie overnachten en parkeren is op basis van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Dronten (D4000)' niet toegestaan. Tot op heden heeft de gemeente Dronten hier een viertal tijdelijke ontheffingen voor verleend. Hieraan is de voorwaarde verbonden dat het gebruik van deze gronden structureel vast dient te worden te gelegd door middel van een nieuw op stellen bestemmingsplan. De planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van enkele aardgastransportleidingen van Gasunie. Ten noorden van het plangebied zijn enkele propaantanks gesitueerd. Voor een goede ruimtelijke onderbouwing dienen de risico’s betreffende externe veiligheid in kaart te worden gebracht. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd.

4

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

2 Normstelling externe veiligheid 2.1

Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.

2.2

Besluit externe veiligheid buisleidingen Sinds 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van kracht [2]. Hieronder is kort de toetsing aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarde van het groepsrisico geschetst.

2.2.1

Plaatsgebonden risico In het kader van de risicobenadering moet de vraag worden beantwoord of er sprake is van een relatief hoog risico. Afhankelijk van de kenmerken van de buisleiding en de specifieke gevaren voor de omgeving, kan een zekere scheiding tussen buisleidingen en werk- en woongebieden gewenst zijn. Bij deze vraagstelling worden de risiconormen gehanteerd, die door de rijksoverheid zijn vastgesteld. Voor nieuwe buisleidingen is in het Bevb de eis opgenomen dat deze zodanig aangelegd moeten worden conform de best beschikbare technieken dat de PR 10-6 contour zo veel mogelijk binnen de belemmeringenstrook komt te liggen. Deze plicht rust op de exploitant van de leiding. Deze eis geldt ook als een bestaande leiding wordt vervangen. Zo wordt deze strenge norm voor het plaatsgebonden risico van toepassing op nieuwe situaties. Het ontstaan van nieuwe knelpunten wordt daarmee voorkomen en het ruimtebeslag van nieuwe buisleidingen wordt beperkt tot de belemmeringenstrook.

5

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is ook van toepassing op bestaande buisleidingen. Dit levert in bepaalde gevallen bij bestaande bebouwing 1 binnen de risicocontour van de buisleiding een knelpunt op. Daar waar kwetsbare objecten zoals woningen en scholen binnen de risicocontour PR 10-6 liggen, gaat een wettelijke saneringsplicht gelden. De leidingexploitant is hierop aanspreekbaar en neemt binnen een overgangstermijn zodanige saneringsmaatregelen dat er sprake is van een acceptabele situatie. Voor de initiatiefnemer van het ruimtelijk plan geldt dat er geen nieuwe kwetsbare bestemmingen gerealiseerd mogen worden binnen de 10-6 contour van het plaatsgebonden risico indien aanwezig, en dat deze contour een richtwaarde is voor beperkt kwetsbare bestemmingen. Binnen de belemmeringenstrook mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden gerealiseerd. De belemmeringenstrook en de buisleidingen moeten in het bestemmingsplan worden aangegeven. Het Bevb verwijst voor de (niet limitatieve) lijst van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).

2.2.2

Groepsrisico Bij het beoordelen van het GR wordt het (lokale) bevoegd gezag de mogelijkheid geboden om gemotiveerd van de oriëntatiewaarde voor het GR af te wijken. Er moet sprake zijn van een openbare en goed inzichtelijke belangenafweging, waarin moet zijn aangegeven waarom in het specifieke geval daarvan is afgeweken. De beslissing om van de oriëntatiewaarde af te wijken is vatbaar voor beroep. Het GR wordt voor het gehele relevante gebied berekend. Door middel van bron- of ruimtelijke maatregelen kan mogelijk dat risico worden gereduceerd. Daar waar het gaat om het stellen van randvoorwaarden in de ruimtelijke ordening wordt het afwegingsgebied echter gemaximaliseerd tot de grens waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen overlijdt (1%-letaliteitszone). Het GR geeft voor dit gebied aan welke bebouwingsdichtheid nog acceptabel is, gelet op de voorgestelde oriëntatiewaarde. In het aangegeven gebied is bebouwing dus wel toegestaan maar is de dichtheid van bebouwing soms gelimiteerd. Bij de toetsing moet worden bezien of de kans per kilometer buisleiding op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde geldt voor zowel bestaande als nieuwe situaties. De regeling over het groepsrisico in het Bevb vertoont duidelijk overeenkomst met de regelingen in het Bevi.

Het uitgangspunt is dat er een verplichting geldt om het groepsrisico mee te wegen en te verantwoorden bij de vaststelling van een bestemmingsplan, inpassingsplan of omgevingsvergunning (projectbesluit) dat betrekking heeft op het invloedsgebied van een geprojecteerde of bestaande buisleiding. De toetsing aan de 1 Onder

bestaande bebouwing wordt verstaan fysiek aanwezige bebouwing en geprojecteerde bebouwing die is toegestaan op basis van een vastgesteld bestemmingsplan of vrijstellingsbesluit

6

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

oriëntatiewaarde vindt op dezelfde manier plaats als hierboven geschetst. De verantwoording van het groepsrisico is op onderdelen iets anders geformuleerd en kent in bepaalde gevallen een vereenvoudiging. Verantwoording groepsrisico Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op grond waarvan de aanleg van een buisleiding, of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten, wordt tevens het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding verantwoord. In de toelichting van dit besluit wordt dan vermeld: a. de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken; b. het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar; c. indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding die dat risico mede veroorzaakt; d.

andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan; e. de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; f. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; g. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Voorafgaand aan de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid stelt het voor dat besluit bevoegde gezag het bestuur van de regionale brandweer in wiens regio het gebied ligt waarop dat besluit betrekking heeft, in de gelegenheid advies uit te brengen in verband met het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval alsmede hulpverlening en zelfredzaamheid.

Beperkte verantwoording Het Bevb introduceert een nieuwe onderverdeling van situaties waarin een ‘volledige’ verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording (art. 12, lid 3):

7

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

1. Indien het ruimtelijk besluit betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding (in geval van toxische stoffen tussen de 1% letaliteitszone en de afstand waarop het plaatsgebonden risico gelijk is aan 10-8). 2. a. als het groepsrisico onder 0.1 keer de oriëntatiewaarde blijft; b. als het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In een beperkte verantwoording van het groepsrisico hoeven slechts vier zaken aan de orde te komen, namelijk: a. b. c. d.

De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. De hoogte van het groepsrisico. De bestrijdbaarheid. De zelfredzaamheid.

Een nadere beschouwing van risicoreducerende maatregelen en ruimtelijke alternatieven met een lager groepsrisico is in dat geval niet nodig.

8

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

3 Uitgangspunten risicoberekening 3.1

Ligging plangebied

De camping ligt binnen het invloedsgebied van twee aardgasleidingen. Ten noorden van het plangebied zijn enkele propaantanks gesitueerd. Figuur 1 toont de aardgasleidingen en de propaantanks in de omgeving van het plangebied [6]. De gehanteerde uitgangspunten worden in dit hoofdstuk beschreven.

Figuur 1.

Plangebied en risicobronnen

9

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

3.2

Hogedruk aardgasleiding

3.2.1

Carola Het risico door hogedruk aardgasleidingen wordt berekend met Carola versie 1.0.0.52 parameterbestand 1.3. De berekening wordt uitgevoerd met de volgende gegevens:  Het interessegebied.  Leidingdatabestand van de leidingeigenaar, in dit geval de Nederlandse Gasunie.  Het aantal personen dat langs de leidingen blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval met de leidingen.

3.2.2

Interessegebied Het interessegebied is het gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling langs een buisleiding geprojecteerd is of waar een aanpassing van een bestaande of een nieuwe buisleiding gepland is [2]. Met behulp van het interessegebied selecteert de leidingeigenaar de relevante gegevens die benodigd zijn voor de berekening.

3.2.3

Leidingdatabestand Het leidingdatabestand bevat alle buisleidingdelen, met de bijbehorende leidingspecifieke parameters, die zich binnen een afstand van ten minste 1 km + 2 maal de maximale effectafstand van het interessegebied bevinden. Enkele kenmerken van de aardgasleidingen in de omgeving van het plangebied worden getoond in tabel 1. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van drie aardgasleidingen van Gasunie.

Beheerder

Leidingnr.

Gasunie Gasunie Tabel 1.

Diameter [inch]

Druk [bar]

Afstand 100% letaliteit [m]

Afstand 1% letaliteit [m]

A-570-12

4

66.2

30

60

A-570

12

66.2

80

170

Kenmerken hogedruk aardgasleidingen

De invloedsgebieden (afstand 1% letaliteit) en de 100%-letaliteitscontouren van deze aardgasleidingen worden weergegeven in figuur 2.

10

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

Figuur 2.

3.3

Aardgasleidingen en invloedsgebieden

Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de risicobronnen is opgevraagd via de BAG-Populatieservice [4]. De gehanteerde uitgangspunten en modellering van de omgeving worden in meer detail beschreven in bijlage 1.

3.4

Propaantanks Voor propaantanks gelden vaste veiligheidsafstanden zoals die zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 3.28 [8]. In tabel 2 zijn deze veiligheidsafstanden opgenomen. In figuur 3 zijn deze afstanden gevisualiseerd. Binnen de veiligheidsafstanden mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Het te realiseren kampeerterrein is conform het Bevi een kwetsbaar object [1].

11

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

Veiligheidsafstanden

Bevoorrading t/m 5x per jaar

Bevoorrading meer dan 5x per jaar

Opslagtank met propaan t/m 5 m3

10 meter

20 meter

Opslagtank met propaan groter dan 5 m3 t/m 13 m3

15 meter

25 meter

Tabel 2.

Veiligheidsafstanden propaantanks

De propaantanks die omsloten worden door het plangebied liggen op ca. 40 m. De inhoud van deze tanks bedraagt 5 m3 [9]. Wanneer de bevoorrading van deze tanks niet vaker is dan 5 keer jaar bedraagt de veiligheidsafstand 10 meter. Wanneer meer dan 5 keer per jaar bevoorrading plaatsvindt, bedraagt de veiligheidsafstand 20 meter. Het plangebied ligt in beide gevallen niet binnen deze veiligheidsafstanden.

Figuur 3.

Veiligheidsafstanden propaantanks

12

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

4 Resultaten aardgasleidingen 4.1

Plaatsgebonden risico Figuur 4 en figuur 5 tonen de plaatsgebonden risicocontouren (PR) van de leidingen in relatie tot het plangebied. Er is geen sprake van een PR 10-6 contour die over het plangebied ligt. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plan.

Figuur 4.

PR-contouren A-570

13

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

Figuur 5.

4.2

PR-contouren A-570-12

Groepsrisico Het groepsrisico is berekend voor de huidige en de toekomstige situatie. Tabel 3 toont het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Te zien is dat het groepsrisico van beide aardgasleidingen niet wijzigt door de voorgenomen ontwikkeling. Leiding

Factor t.o.v. OW Huidig

Toekomstig

A-570

0.247

0.247

A-570-12

0.0014

0.0014

Tabel 3.

Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)

Figuur 6 en figuur 7 tonen het groepsrisico van de aardgasleidingen in de huidige en de toekomstige situaties.

14

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

Figuur 6.

Groepsrisico W-570, huidig (links) en toekomstig (rechts)

Figuur 7.

Groepsrisico W-570-12, huidig (links) en toekomstig (rechts)

In bijlage 2 is het door Carola automatisch gegenereerde rapport voor de toekomstige situatie opgenomen met daarin de gedetailleerde uitkomsten van de berekeningen.

4.3

Belemmeringenstrook Voor leidingen met een druk van maximaal 40 bar geldt een belemmeringenstrook van tenminste 4 m aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding (Revb, artikel 5 [3]). Voor overige buisleidingen geldt een belemmeringenstrook van 5 m (Bevb, artikel 14 [2]). De belemmeringenstrook dient ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. Binnen deze strook mogen geen nieuwe bouwwerken opgericht worden. Aardgasleidingen A-570 en A-570-12 hebben beide een maximale druk van 66.2 bar en daarmee bedraagt de belemmeringenstrook 5 m. De afstand van aardgasleiding A-570-12 tot het plangebied bedraagt ca. 15 m. Voor aardgasleiding A-570 bedraagt dit ca. 40 m. Hiermee ligt het plangebied ruimschoots buiten de belemmeringenstroken. Dit is weergegeven in figuur 8.

15

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

Figuur 8.

Belemmeringenstroken

16

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

5 Conclusie 5.1

Aardgasleiding Plaatsgebonden risico De berekeningen hebben ter plaatse van het plangebied niet geleid tot een PR 10 -6-contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling. Groepsrisico Het groepsrisico van aardgasleiding A-570 is in zowel de huidige als toekomstige situatie lager dan de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door de voorgenomen ontwikkeling. Het groepsrisico van aardgasleiding A-570-12 is in zowel de huidige als toekomstige situatie lager dan 10% van de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door de voorgenomen ontwikkeling. Dit betekent voor beide buisleidingen dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen waaruit deze verantwoording dient te bestaan worden beschreven in paragraaf 2.3.

5.2

Propaantanks Het plangebied ligt buiten de veiligheidsafstanden van 10 en 20 m van de propaantanks.

17

Externe veiligheid / Camping te Biddinghuizen

Referenties 1.

Ministerie VROM

2004

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, nr. 250

2.

Ministerie VROM

2010

Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) Stb. 2010, 686.

3.

Ministerie I&M

2014

Regeling externe veiligheid Buisleidingen (Revb) Stb. 2014, 16955

4.

Impuls Omgevings Veiligheid

2019

BAG-Populatieservice. Versie 2020-07. http://populatieservice.demis.nl/

5.

Geonovum/ Kadaster

2019

Ruimtelijkeplannen.nl

6.

IOV

2020

www.ev-signaleringskaart.nl

7.

IOV

2018

Handleiding populatieservice, versie 1.0, juli 2018

8.

Ministerie I&M

2008

Activiteitenbesluit (Barim) Staatsblad 2007, nr. 415

9.

IPO, Ministeries BZK en I&M

2020

Risicokaart geraadpleegd d.d. 28 okt. 2020

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1003/documents/1958