CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

ac8bfd40-47d7-47a8-b288-e157c61d037b.pdf

Raadsvergadering 22 september 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 8.d: AKKOORD Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Biddinghuizen – Alikruikweg Festivalcamping (D5002)20.998 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.2

Toelichting op de regels

De wijze van bestemmen is afgestemd op het bestemmingsplan Buitengebied Dronten (D4000). In het plangebied komen de volgende bestemmingen voor: 5.2.1

Bestemmingen

Agrarisch Het gehele plangebied blijft bestemd als agrarisch. Binnen de bestemming wordt aanvullend de gewenste functie in het plangebied mogelijk gemaakt. Binnen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - evenemententerrein' is het mogelijk om de gronden te gebruiken ten behoeve van het parkeren en kamperen van bezoekers afkomstig van het desbetreffende evenement op het evenemententerrein aan de Spijkweg 30. Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 en 4 De archeologische waarden en verwachtingen die binnen de gemeentegrenzen voorkomen zijn mogelijk geïnventariseerd en op een archeologische waarden en verwachtingenkaart gevisualiseerd . Zie ook paragraaf 4.4. Op basis van deze kaart is aan het plangebied de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 en 4 toegekend. 5.2.2 Algemene aanduidingsregel Middels de algemene aanduidingsregels 'vrijwaringszone - radar' wordt radarverstoring van de nabijgelegen radar Nieuw Milligen voorkomen. Binnen de aanduiding zijn namelijk geen bouwwerken toegestaan die 10% vermindering van het radarbereik tot gevolg hebben.

27/70

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een project. Wat dat betreft, wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Het bestemmingsplan doorloopt de wettelijk vastgelegde procedure. 6.1.1

Overleg

De organisatie van Lowlands treed jaarlijks in contact met de vertegenwoordigers van de bewoners en bedrijven aan de Alikruikweg. Hierin worden onder andere de verkeersafwikkeling, agrarische gebruik van de Alikruikweg en de wijze van communicatie besproken. Deze worden meegenomen in het jaarlijkse afstemmingsoverleg van de werkgroep Mobiliteit, waar de organisatie, politie, wegbeheerders en een verkeersspecialist van de gemeente Dronten in vertegenwoordigd zijn. In het kader van de inspraak en vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode van terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld op het plan te reageren. Tevens is het plan opgestuurd naar de overlegpartners. De provincie en het waterschap hebben hierop gereageerd. De reacties hebben tot een aanpassing in de waterparagraaf geleid. Verder is een aanvulling gedaan in de natuurtoets en heeft een actualisatie van de aeriusberekeningen plaatsgevonden. 6.1.2 Zienswijzen Net als het voorontwerp wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). 6.1.3 Vervolg Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld.

Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). 6.2.1 Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een ontwikkeling van de gemeente. De initiatiefnemers hebben aangetoond dat het plan financieel haalbaar is.

28/70

6.2.2 Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is geen sprake van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het opstellen van een exploitatieplan is niet nodig. Wel wordt met de gemeente een planschaderisico afgesloten.

29/70

30/70

Bijlagen bij de toelichting

31/70

32/70

Bijlage 1 Natuurtoets

Natuurtoets Bestemmingsplanwijziging parkeer- en camperterrein Lowlands, Defqon en De Opwekking 16 november 2021

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

Verantwoording Titel

Natuurtoets Bestemmingsplanwijziging parkeer- en camperterrein Lowlands, Defqon en De Opwekking

Opdrachtgever

MOJO

Projectleider

Tim Vaessen

Auteur(s)

Martin van Oosterhout en Vincent Sanders

Tweede lezer

Adrie van Hooff

Uitvoering meet- en inspectiewerk

15 juli 2019, Martin van Oosterhout

Projectnummer

1274358

Aantal pagina’s

17

Datum

16 november 2021

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1

Doel .................................................................................................................................... 4

1.2

Wetgeving .......................................................................................................................... 4

1.3

Te beschouwen onderdelen Wnb ...................................................................................... 4

1.4

Werkwijze ........................................................................................................................... 5

1.5

Kwaliteit .............................................................................................................................. 5

1.6

Uitgangspunten .................................................................................................................. 5

2

Situatie en beoogde ontwikkeling .............................................................................................. 5

3

Gebiedsbescherming................................................................................................................. 7 3.1

Bescherming ...................................................................................................................... 7

3.2

Toetsing ............................................................................................................................. 7

3.2.1 3.3 4

Ecologische verbindingen ........................................................................................... 8

Conclusie ........................................................................................................................... 8

Soortenbescherming ................................................................................................................. 9 4.1

Beschermingsregime en bepalingen .................................................................................. 9

4.2

Vrijstellingen ....................................................................................................................... 9

4.3

Zorgplicht ........................................................................................................................... 9

4.4

Literatuuronderzoek ......................................................................................................... 10

4.5

Effecten ............................................................................................................................ 11

4.5.1

Grondgebonden zoogdieren ..................................................................................... 11

4.5.2

Vleermuizen .............................................................................................................. 12

4.5.3

Broedvogels .............................................................................................................. 13

4.5.4

Amfibieën .................................................................................................................. 14

4.5.5

Reptielen ................................................................................................................... 14

5

Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 14

6

Literatuur ................................................................................................................................. 15

3/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat achtergrondinformatie over het doel van de toetsing, de relevante natuurwetgeving, de wijze van kwaliteitsborging en de te hanteren uitgangspunten voor toetsing.

1.1

Doel

In opdracht van MOJO heeft TAUW onderzoek gedaan naar de consequenties van de Wet natuurbescherming voor de bestemmingsplanwijziging voor het terrein en de ontsluitingsroute van de campercamping voor de festivals Lowlands, Defqon en De Opwekking. De ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend. In de rapportage volgt het antwoord op de volgende vragen: • Welke onderdelen van de Wet natuurbescherming (hierna te noemen Wnb) zijn van belang? • • •

1.2

In hoeverre is de beoogde ontwikkeling (mogelijk) strijdig met de Wnb? Zijn maatregelen en/of een ontheffing / vergunning nodig? Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering?

Wetgeving

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna te noemen “Wnb”) in werking. De Wnb is het nieuwe wettelijke stelsel voor natuurbescherming en vervangt drie tot dan bestaande wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Het beschermingsregime gaat uit van het “nee, tenzij-principe“. Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Flevoland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling.

1.3

Te beschouwen onderdelen Wnb

Het is noodzakelijk om de ontwikkeling te toetsen aan soortenbescherming (vanwege de mogelijke aanwezigheid van flora en fauna). Een toetsing aan houtopstanden is niet nodig, omdat er geen bomen gekapt worden voor het voornemen. Een toetsing aan het Natuurnetwerk Nederland is wel nodig omdat de ontsluitingsroute onderdeel uitmaakt van de ecologische verbindingszone (EVZ) Bremerberg – Het Spijk. Gezien de afstand tot het meest nabije Natura 2000-gebied Veluwerandmeren van ruim 2 kilometer, zijn negatieve effecten door licht en geluid op Natura 2000-gebieden uit te sluiten.

4/17

Kenmerk

1.4

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

Werkwijze

De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden is bepaald aan de hand van de volgende gegevens: • Regionale en landelijke verspreidingsatlassen en -data (zie ook H6) • • •

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Natuurkaart van TAUW (www.tauw.nl/ecoviewer) Een oriënterend veldbezoek op 15 juli 2019

•

Eerder uitgevoerde natuurtoetsen in en in de omgeving van het plangebied

Het doel van de literatuurstudie is om na te gaan welke beschermde soorten en gebieden in of in de omgeving van het plangebied kunnen voorkomen. De ecoloog controleert tijdens het oriënterende veldbezoek of de locatie voldoet aan eisen die soorten aan hun leefomgeving stellen. Ook kijkt de ecoloog naar aanwijzingen van de aanwezigheid (zichtwaarnemingen en sporen van terreingebruik, zoals holen, uitwerpselen, haren, prooi- of voedselresten).

1.5

Kwaliteit

Bij ecologische veldwerkzaamheden biedt TAUW garantie op de volledigheid van beschermde gebieden. Voor soortenbescherming is een volledige garantie over de aanwezigheid niet te geven. Door inzet van deskundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. Mede in dit kader is TAUW aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, een samenwerkingsverband van adviesbureaus die ecologisch advies geven en ecologisch onderzoek verrichten.

1.6

Uitgangspunten

De volgende uitgangspunten zijn van toepassing op de beoogde ontwikkeling: • •

Het kappen van bomen of struiken maakt geen onderdeel uit van de beoogde ontwikkeling Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande verharding in de EVZ

2 Situatie en beoogde ontwikkeling Dit hoofdstuk bevat achtergrondinformatie over de huidige situatie, het voorgenomen plan en de uit te voeren werkzaamheden. Figuur 2.1 toont de ligging van het plangebied. Het gaat om grasland ten hoogte van de Alikruikweg 23. Het kampeerterrein ligt tussen de Alikruikweg en de Bremerbergtocht. Het grasland is in gebruik als agrarisch land en bevat watergangen met steile oevers welke droogvallen bij perioden van weinig regen. Aan de noordwestzijde grenst het gebied aan de woningen aan de Alikruikweg 21 en 23. De tuinen van deze woningen worden gescheiden door bomenrijen. Aan de zuidoost zijde loopt de brede watergang Bremerbergtocht. De oevers van deze watergang beschikken over rietvegetaties.

5/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

In 2017 en 2019 zijn natuurtoetsen uitgevoerd om de effecten van het tijdelijke parkeer- en kampeerterrein te toetsen (TAUW, 2017; TAUW, 2019). Tijdens de 2019 editie van het festival Lowlands zal het terrein voor het eerst volledig in gebruik worden genomen. Het terrein wordt jaarlijks gebruikt voor de festivals Lowlands, Defqon en De Opwekking. De ontsluiting van het parkeer- en kampeerterrein zal plaats vinden over drie dammen (zie figuur 2.1). De meest westelijke dam is een bestaande dam en zal gebruikt worden door bezoekers die van de camping naar het festivalterrein ten zuidoosten van het plangebied gaan. De dam is ook in gebruik tijdens de op- en afbouwfasen. De andere twee dammen zijn nog niet gerealiseerd. Deze zullen alleen toegankelijk zijn voor backstage vervoer en verkeer. De dammen worden alleen gebruikt tijdens de festivals. De dammen sluiten aan op de bestaande weg die door de EVZ Bremerberg – Het Spijk loopt. Voor de aanleg van deze weg is in 2013 een toetsing aan het Ecologisch Hoofdstructuur uitgevoerd (TAUW, 2013).

Figuur 2.1 De ligging van het plangebied en de beoogde ontwikkeling

6/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

Figuur 2.2 Impressie van het plangebied

3 Gebiedsbescherming 3.1

Bescherming

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden waarmee de biodiversiteit behouden en versterkt wordt. Planten en dieren kunnen zich van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Soorten raken hierdoor niet geïsoleerd en hebben minder kans op uitsterven. Het NNN is planologisch beschermd via het Wro en is opgenomen in de provinciale omgevingsverordening (Provincie Flevoland, 2019a) en bestemmingsplannen van de gemeente Dronten (Greve & Miedema, 2011).

3.2

Toetsing

Voor de aanleg van de halfverharde ontsluitingsweg in de EVZ is in 2013 ecologisch onderzoek uitgevoerd door TAUW (TAUW, 2013). Uit deze toetsing volgde dat het aanleggen van de twee paden van 8 meter breed binnen de Ecologische Verbindingszone doorgang kan vinden zonder effect op de Wezenlijke Kenmerken en Waarden van het NNN. Mitigerende maatregelen bleken niet nodig en er was geen sprake van compensatieplicht. Onderliggend rapport toetst de effecten van ingebruikname van een deel van het pad tijdens de festivals en de op- en afbouwfase. Verder wordt getoetst op de aansluiting van de twee te realiseren dammen met het bestaande pad. Het betreft een toetsing aan de Wezenlijke Kenmerken en Waarden van de NNN-gebieden en de EVZ zoals beschreven in de Wijziging Omgevingsverordening Wezenlijke kenmerken en waarden NNN (Provincie Flevoland, 2019b).

7/17

Kenmerk

3.2.1

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

Ecologische verbindingen

De ecologische verbinding maakt onderdeel uit van het WKW-gebied Het Spijk-Bremerberg. Voor dit gebied zijn de volgende Wezenlijke Kenmerken en Waarden geformuleerd: • Structuurrijk bos op zandgrond en zavel bodems met kwelinvloed • •

Leefgebied voor bossoorten Plassen als rustgebied voor watervogels vanuit omliggende randmeren

Als lokale Wezenlijke Kenmerken en Waarden zijn geformuleerd: • Broedgebied voor zeearend • Aanwezigheid van kwelbeek (Strandgaperbeek) met bijbehorende natuurwaarden • •

Botanisch grasland Ellerslenk met een gradiënt van nat naar droog schraalland op klein oppervlakte Bosreservaat Meerdijk

Door de aanleg van de twee dammen over de Bremerbergtocht wordt geen afbreuk gedaan aan bovengenoemde Wezenlijke Kenmerken en Waarden. De dammen liggen namelijk buiten het NNN-gebied. Voor de aansluiting met de bestaande paden binnen het NNN gebied worden geen struiken of bomen gekapt. Ter plekke van de aansluiting zijn geen vegetaties die van waarde zijn voor structuurrijke bossen of leefgebieden van bossoorten. De ontwikkeling leidt ook niet tot verandering in abiotische omstandigheden (bijvoorbeeld waterhuishouding of voedselrijkdom) die doorwerken in de kwaliteit van het bos of leefgebied van soorten. Binnen de invloedsfeer van de ontwikkeling liggen geen plassen die van belang zijn als rustgebied van watervogels. Het plangebied heeft ook geen functie voor de zeearend. De strandgaperbeek, Ellerslenk en het bosreservaat Meerdijk liggen buiten de invloedsfeer van de ontwikkeling. Effecten op deze gebieden zijn uitgesloten. Gelet op het voorgaande zijn de effecten beperkt tot een mogelijke tijdelijke verstoring door het gebruik van de dammen en paden door mensen. Alleen tijdens de festivals zijn de paden intensief in gebruik door bezoekers. Aangezien het festivalterrein pal aan de verbindingszone grenst, is er in deze periode al een sterke invloed van licht, geluid en menselijke aanwezigheid.

Gelet hierop en op de relatief smalle verbindingszone, is het gebied in deze periode al minder geschikt als verbindingszone. Het gebruik van de paden in deze periode zal daardoor weinig dieren verstoren. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de mogelijke verstoring van beschermde soorten. Hieruit blijkt dat geen negatief effect optreedt. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van een verstoring of dat de mogelijke verstoring niet leidt tot een permanent effect noch op individuen noch op een populatie van een soort. Een effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied is daarom uitgesloten.

3.3

Conclusie

De aanleg en aanwezigheid van de ontsluiting heeft geen negatief effect op de functie van de verbindingszone. Alleen tijdens en rond de festivals is sprake van een vermindering van de functionaliteit van de verbindingszone. Echter, tijdens de festivals is de verbindingszone van weinig tot geen belang voor soorten vanwege de reeds aanwezige aanwezigheid van verstoring door licht en geluid. Daardoor heeft de ingebruikname van de extra ontsluiting netto geen effect op de Wezenlijke Kenmerken en Waarden van de verbindingszone.

8/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

4 Soortenbescherming In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de vraag of beschermde plant- en diersoorten door de beoogde activiteiten kunnen worden geschaad. Indien schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing noodzakelijk is.

4.1

Beschermingsregime en bepalingen

In de Wnb zijn bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. De Wnb kent drie beschermingsregimes: • Vogels: het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn beschermd via de vogelrichtlijn (VR) • •

Dieren en planten: het gaat hier om alle inheemse dieren en planten. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn (HR) en de verdragen van Bern en Bonn Nationale soorten: het gaat hier om de soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd

Per beschermingsregime geldt een aantal verbodsbepalingen. Hier is ook een beschrijving opgenomen onder welke voorwaarden een bevoegd gezag ontheffing of vrijstelling kan verlenen. Tabel 4.1 is een samenvatting van de verbodspalingen. Ze voorzien in een bescherming van verblijfplaatsen, evenals de bescherming tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie Flevoland kan een ontheffing verlenen van de verboden als genoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10.

4.2

Vrijstellingen

In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren beschermd onder de categorie “Nationale soorten”, zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Provincie Flevoland heeft bevoegdheid om bij verordening deze soorten “vrij te stellen” van de ontheffingsplicht Provincie Flevoland, 2019a. Dit betekent dat geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Echter, voor festivals geldt deze vrijstelling niet en daarom moeten ook betreffende vrijgestelde soorten meegenomen worden in de toetsing.

4.3

Zorgplicht

De zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten achterwege worden gelaten. Als zich mogelijk negatieve effecten voordoen, dan treft de initiatiefnemer noodzakelijke maatregelen om die gevolgen te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken/ongedaan te maken. Het betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. De zorgplicht is daarnaast van toepassing op beschermde gebieden.

9/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

Tabel 4.1 Verbodsbepalingen soortenbescherming onder de Wnb

Verbodsbepaling

A

B

C

D

E

Vogels VR

Dieren HR/

Planten HR/

Dieren

Planten

Bonn/Bern

Bonn/Bern

(‘nationaal’)

(‘nationaal’)

Dieren of planten: Doden of vangen

3.1.1

3.5.1

Storen/verstoren

3.1.4

3.5.2

3.10.1.a

(tenzij 3.1.5) Plukken, verzamelen, afsnijden,

3.5.5

3.10.1.c

ontwortelen of vernielen Onder zich hebben of vervoeren

3.2.6

3.6.2

3.6.2

Plaatsen: Vernielen, beschadigen of

3.1.2

wegnemen nesten Beschadigen of vernielen

3.5.4

voortplantingsplaatsen (vp)

3.10.1.b (vaste vp)

Beschadigen of vernielen

3.1.2

3.5.4

rustplaatsen (rp)

3.10.1.b (vaste rp)

Eieren: Vernielen (of –VR: beschadigen)

3.1.2

3.5.3

Rapen

3.1.3

3.5.3

Onder zich hebben

3.1.3

Toelichting: •

Codes verwijzen naar wetsartikelen Wet natuurbescherming

•

Oranje

verbodsbepaling geldt alleen wanneer sprake is van opzet

•

Rood

verbodsbepaling geldt in alle gevallen, ook wanneer geen sprake is van opzet

4.4

Literatuuronderzoek

In de omgeving van het plangebied zijn verspreidingsgegevens bekend van de volgende soortgroepen (zie ook tabel 4.2): grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, vogels met jaarrond beschermde nesten, amfibieën, reptielen en libellen. Het plangebied is ongeschikt voor de volgende soort(groep)en flora, vissen, vlinders en libellen. Deze soortgroepen worden om die reden niet verder behandeld in deze rapportage. Tabel 4.2 Soorten in de omgeving van het plangebied Soortgroep

Aanwezige soorten in omgeving

Grondgebonden zoogdieren

Bever, eekhoorn boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, das, otter, ree, vos, kleine zoogdieren (allen art. 3.10)

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, meervleermuis, tweekleurige vleermuis, franjestaart, baardvleermuis (allen art. 3.5)

Vogels jaarrond beschermd

Huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, ransuil, buizerd, sperwer, boomvalk, havik, roek, slechtvalk (allen art. 3.1)

10/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

Soortgroep

Aanwezige soorten in omgeving

Amfibieën

Rugstreeppad (art. 3.5) bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander (allen art. 3.10)

Reptielen

Ringslang (art. 3.10)

4.5

Effecten

4.5.1

Grondgebonden zoogdieren

Voor de ingebruikname van het parkeerterrein zijn negatieve effecten op grondgebonden zoogdieren uitgesloten. Het terrein bestaat uit grasland dat alleen geschikt leefgebied is voor soorten als ree, vos en kleine zoogdieren. Er zijn in, of in de nabijheid van het plangebied geen burchten van dassen aangetroffen. Er worden door de activiteit alleen tijdelijke, verstorende effecten verwacht. In de omgeving van het plangebied is ruimschoots voldoende vergelijkbaar leefgebied aanwezig. Alle soorten zijn beschermd onder artikel 3.10 van de Wnb waarvoor geen verbod op verstoring geldt. Het betreft een weiland met een maaibeheer. Het weiland wordt gebruikt nadat het is gemaaid. Er zijn dan geen geschikte verblijfplaatsen voor soorten aanwezig. In en rond de Bremerbergtocht zijn geen sporen van bevers aangetroffen. Met het aanleggen van de dammen blijft de watergang toegankelijk voor eventueel aanwezige bevers in de omgeving. Aantasting van verblijfplaatsen of leefgebied van bevers is daarom uitgesloten. In de Bremerbergtocht zijn de afgelopen jaren meerdere sporen van otters aangetroffen. Otters hebben een groot leefgebied en zijn aan water gebonden. Een leefgebied dat bestaat uit een lijnvormige oever bedraagt tot wel 40 kilometer en het leefgebied in een moerasgebied tot tientallen vierkante kilometers.

Gelet hierop is de Bremerbergtocht in het plangebied slechts een marginaal gedeelte van het leefgebied van de otter. Op een drietal locaties in de Bremerbergtocht is een dam en/of oversteek beoogd. Aantasting van essentieel foerageergebied is uitgesloten, doordat de ingreep slecht op enkele meters van de Bremerbergtocht een effect heeft. De verbindingszone blijft intact, de otter kan over de dam of onder de oversteek passeren. Een risico op verkeersslachtoffers is uitgesloten, omdat het verkeer stapvoets zal rijden bij het betreden van het terrein. Om negatieve effecten op verblijfplaatsen uit te sluiten is voor de start van de werkzaamheden een controle op oeverholen nodig. Wanneer een oeverhol wordt aangetroffen waar de otter in kan verblijven is nader onderzoek nodig of de otter hier daadwerkelijk in verblijft. Een andere makkelijkere oplossing is om de dam of oversteek een aantal meter te verplaatsen naar een locatie zonder oeverholen. Het wijzigen van het bestemmingsplan van agrarische functie naar parkeer- en kampeerterrein heeft geen negatieve effecten op de otter, omdat het agrarisch gebeid geen functie heeft voor de otter. Onder voorbehoud van de controle op oeverholen en het nemen van eventuele maatregelen na de controle zijn negatieve effecten op de otter uitgesloten.

11/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) maken gebruik van kleinschalige landschapselementen zoals ruigtezoomvegetaties en bosschages. Het overgrote deel van het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen door intensief in beheer zijnde agrarische landerijen. In het leefgebied van kleine marterachtigen dient voldoende dekking aanwezig te zijn. In de ruime omgeving van het plangebied zijn meerdere bosschages aanwezig. Op die locaties zijn mogelijk verblijfplaatsen van kleine marterachtigen aanwezig. De Bremerbergertocht en ruigere terreindelen ten zuiden van deze watergang kunnen gebruikt worden als verbindingszone tussen verschillende leefgebieden. De beoogde ontwikkeling doorkruist deze verbindingszones, echter is de ingreep klein van aard en kunnen kleine marterachtigen deze verbindingszones nog steeds blijven gebruiken. Hierdoor zijn negatieve effecten op kleine marterachtigen uitgesloten. Voor de ingebruikname van de ontsluitingsroute zijn negatieve effecten op grondgebonden zoogdieren uitgesloten. Er worden voor deze activiteit geen bomen of struiken gekapt. Alleen tijdens de festivals zullen de paden dag en nacht in gebruik zijn. Tijdens de festivaldagen is het terrein daardoor ongeschikt leefgebied voor grondgebonden zoogdieren.

In de huidige situatie is het gebied tijdens deze perioden evenmin geschikt als leefgebied door de invloed van licht en geluid van de festivals. Tijdens de op- en afbouwfase wordt het gebied alleen overdag betreden waardoor effecten op de doorgaans nacht actieve dieren uitgesloten zijn. Gelet op het voorgaande vindt geen aantasting plaats van leefgebieden of verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren. 4.5.2 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld. Er zijn drie typen leefgebied van vleermuizen te onderscheiden: verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. Verblijfplaatsen bevinden zich, afhankelijk van de soort, in woningen, andere bouwwerken of in bomen. Foerageergebieden zijn groen- of waterstructuren zoals struweel, bomenrijen en watergangen. Vliegroutes worden gevormd door lijnvormige elementen zoals bomenrijen, randen van bebouwing en watergangen. Verblijfplaatsen Het weiland en de watergang zijn niet geschikt als verblijfplaatsen van vleermuizen. De bomen in de ecologische verbindingszone en langs de tuinen van de Alikruikweg 21 en 23 beschikken mogelijk wel over geschikte holten of spleten voor boombewonende vleermuizen. De bomen worden niet gekapt voor de aanleg van de twee dammen waardoor er geen verblijfplaatsen geschaad worden.

Door de bomen niet aan te lichten tijdens de op- en afbouwfase en de festivaldagen, zijn effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen uit te sluiten. Foerageergebieden en vliegroutes De Bremberbergtocht en de bomenrij in de ecologische verbindingszone dienen mogelijk als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Door tijdens de op- en afbouwfase en de festivaldagen deze structuren niet aan te lichten, worden effecten op vliegroutes en foerageergebieden voorkomen.

12/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

Met de aanleg van de twee dammen in de watergang, verliest deze slecht een zeer beperkt oppervlak. Dit heeft geen effect op de functionaliteit van de watergang als foerageergebied. Ook is de onderbreking van de rechtlijnige structuur van de watergang slechts beperkt. Daarnaast worden er geen bomen gekapt. Daardoor zijn effecten op foerageergebieden en vliegroutes door de aanleg van de dammen uitgesloten. 4.5.3

Broedvogels

Vogels met jaarrond beschermde nesten De nesten van deze soorten zijn het hele jaar beschermd, evenals de functionele leefomgeving rondom het nest. Het weiland van het beoogde parkeer- en kampeerterrein is niet geschikt voor jaarrond beschermde nesten. In de bomen in de ecologische zone en de bomen rond de percelen van Alikruikweg 21 en 23 zijn tijdens het oriënterend veldbezoek geen nesten aangetroffen die van jaarrond beschermde vogelsoorten kunnen zijn. Met de aanleg van de twee dammen worden bovendien geen bomen gekapt. Op het terrein van Alikruikweg 23 zijn huismus en boerenzwaluw waargenomen. Door de ingebruikname van het parkeer- en kampeerterrein worden geen negatieve effecten op eventuele broedgevallen van deze soorten verwacht. Er vindt geen fysieke aantasting van de nestlocaties plaats als gevolg van het voornemen. Daarnaast wordt er door de festivalorganisatie geen versterkte muziek op de kampeerplaats afgespeeld en worden de percelen niet betreden. Negatieve effecten op jaarrond beschermde nesten zijn daarom uitgesloten. Tijdens het broedseizoen beschermde vogels De nesten van alle vogelsoorten zijn beschermd als ze als broedlocatie in gebruik zijn. Bij het oriënterend veldbezoek is geschikt broedbiotoop voor vogels aangetroffen. Het weiland is voor verschillende grondbroeders een goed biotoop.

Tevens kunnen vogels nestelen in de bomen bij de percelen van Alikruik 21 en 23 en in de ecologische zone. De rietvegetatie langs de oever en de watergang zelf aan de zuidoost grens van het plangebied biedt geschikt broedbiotoop voor meerdere vogelsoorten. Broedgevallen in en nabij het plangebied zijn niet uit te sluiten. Daarom dient een broedvogelcontrole plaats te vinden voordat de opbouw van het terrein begint. Wanneer een broedgeval geconstateerd wordt, dient een ecoloog een verstoringsvrije afstand aan te geven waarbinnen geen ingrepen plaats mogen vinden. Voor de aanleg van de twee dammen moet in de rietvegetatie langs de oever van de ecologische zone gewerkt worden. Tijdens het oriënterend veldbezoek zijn hier zingende vogels van kleine karekiet gehoord. Het is aannemelijk dat deze soort hier broedt. Vanwege het verscholen broedbiotoop van deze soort, is het exact vaststellen van een broedlocatie lastig. Het verstoren van een broedgeval door het uitvoeren van de werkzaamheden tijdens het broedseizoen is daarom niet uitgesloten. Vogels kunnen gedurende het gehele jaar tot broeden komen. Het is daarom zaak om hier voorafgaand aan het werk rekening mee te houden. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart tot en met juli (dit wordt wel gezien als het reguliere broedseizoen).

13/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

Een (periodieke) controle op nesten van broedvogels is voorafgaand aan de werkzaamheden noodzakelijk om overtreding van de wet te voorkomen. Indien een broedgeval aanwezig is, dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden, waarbinnen gedurende de periode van broeden niet wordt gewerkt. De breedte van deze zone dient door een ter zake kundige te worden bepaald. 4.5.4

Amfibieën

De ondiepe, droogvallende sloten op het beoogde parkeer- en kampeerterrein bieden mogelijk geschikt habitat voor bruine kikker en gewone pad. Deze sloten blijven onaangetast. De ontsluiting door de ecologische zone vindt plaats op reeds verharde paden, die ongeschikt zijn voor amfibieën. Op deze locatie zijn negatieve effecten op verblijfplaatsen van amfibieën daarom uitgesloten. De Bremerbergtocht biedt mogelijk geschikt habitat voor bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Na de aanlegfase kan het water door de buizen van de dammen stromen. Door de aanleg van de dammen verliest de oever aan oppervlak waardoor een klein deel aan het aquatisch leefgebied verloren gaat. Er blijft echter ruim voldoende leefgebied beschikbaar om wezenlijke effecten op het voortplantingswater en leefgebied van amfibieën uit te sluiten. De afname in open water is verwaarloosbaar. Effecten op amfibieën zijn uitgesloten. Om aan de zorgplicht te voldoen moet wel buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander gewerkt worden. Dit houdt in dat de aanleg van de dammen niet in de periode mei tot en met augustus uitgevoerd dient te worden. 4.5.5 Reptielen De oever van de Bremerbergtocht is mogelijk geschikt habitat van ringslang.

In de omgeving van het plangebied zijn geen broeihopen gevonden die kunnen wijzen op voortplantingsleefgebied van ringslang. Voortplantingsplaatsen of overwinteringsplaatsen van de ringslang blijven onaangetast. Door de aanleg van de dammen is er een kleine afname in oppervlak open water. De ringslang leeft zowel in het water, oeverzones of op land. De kleine afname in open water heeft daarom geen effect op deze soort.

5 Conclusies en aanbevelingen In opdracht van MOJO heeft TAUW onderzoek gedaan naar de consequenties van de Wet Natuurbescherming voor de aanleg van twee dammen in de Bremerbergtocht en de ingebruikname van een parkeer- en kampeerterrein inclusief de ontsluitingsroute. De ontwikkeling en activiteiten kunnen alleen doorgaan als deze niet in strijd zijn met de bepalingen als opgenomen in de Wnb, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen worden verleend. Welke onderdelen van de Wet natuurbescherming (hierna te noemen Wnb) zijn van belang? De onderdelen soortbescherming is van belang. Daarnaast moet worden getoetst aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

14/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

In hoeverre is de beoogde ontwikkeling (mogelijk) strijdig met de Wnb? Een overtreding van de Wnb is te voorkomen door onderstaande maatregelen te volgen. Zijn maatregelen en/of een ontheffing nodig? Er worden geen bomen of struiken gekapt. Tevens dienen de watergangen en bomen in en rond het plangebied niet aangelicht te worden. De sloten op het parkeer- en kampeerterrein moeten ongemoeid blijven. Voorafgaand aan de opbouwfase moet een broedvogelcontrole plaats vinden om verstoring van broedgevallen te voorkomen. Het is aan te raden de werkzaamheden voor de aanleg van de twee dammen buiten het broedseizoen en buiten de kwetsbare periode van aanwezige amfibieën uit te voeren. Tijdens de controle wordt ook bekeken of er potentieel geschikte oeverholen van otter aanwezig zijn. Bij het aantreffen van een oeverhol wat mogelijk in gebruik is door otter is nader onderzoek naar otter nodig of dient de dam/oversteek verplaatst te worden naar een locatie zonder potentiële verblijfplaatsen van otter. Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering? De ontwikkeling kan doorgaan zoals gepland, mits de voorgestelde maatregelen worden uitgevoerd. Tabel 5.1 Conclusies toetsing soortenbescherming Aanwezige soortgroepen

Effect

Vervolgstappen

Grondgebonden zoogdieren

Geen overtreding artikel

Controle op oeverholen van otter

3.10 Vleermuizen

Geen overtreding artikel 3.5

Vogels

Geen overtreding artikel 3.1

De watergangen en bomen in en rond het plangebied niet aanlichten. Een broedvogelcontrole uitvoeren voorafgaand aan de opbouwwerkzaamheden.

De werkzaamheden voor de aanleg van de twee dammen buiten het broedseizoen uitvoeren. Vogels jaarrond beschermd

Geen overtreding artikel 3.1

N.v.t.

of 3.5 Amfibieën en reptielen

Geen overtreding artikel 3.5

Werken buiten kwetsbare periode

of 3.10

(mei – augustus)

6 Literatuur Provincie Flevoland, 2016. Verordening Wet natuurbescherming PRB, publicatienr. 5854. Provincie Flevoland, 2019a. Omgevingsverordening Provincie Flevoland, besluitnr. 2338994. Provincie Flevoland, 2019b. http://nnn.flevoland.nl, geraadpleegd op 17 juli 2019.

15/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

Provincie Flevoland, 2010. Spelregels EHS, EHS-kaart en EHS-doelbenadering. Een handreiking bij ruimtelijke ontwikkelingen. Versie 12-07-2010. Nr 1012819. Greve, M.S.E., H. Miedema, 2011. Wezenlijke kenmerken en waarden EHS Gemeente Dronten, A&W rapport 1359. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff & de Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland. Verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dijkstra, K.B., Kalkman, V.J., Ketelaar, R., van der Wiede, M.J.T., 2002. De Nederlandse libellen (odonata). Nederlandse fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Broekhuizen S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Herder J.E., A. van Diepenbeek & R.C.M. Creemers, 2013. Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën 2013. Rapport 2013-010. Stichting RAVON, Nijmegen.

BIJ12, 2017. Kennisdocumenten beschermde soorten. van Dijk A.J. & Boele A. 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Vleermuisprotocol 2017. TAUW, 2013. Uitbreiding LowLandsterrein toetsing EHS. Tauw-rapportage met kenmerk R001121839AIH-V01. TAUW, 2017. Natuurparagraaf voor vergunningsaanvraag uitbreiding campercamping Lowlands. Tauw-notitie met kenmerk N002-1247756WSA-V01. TAUW, 2019. Quickscan natuur voor uitbreiding parkeer- en kampeerterrein Lowlands. Tauwnotitie met kenmerk N002-1269487MFO-V01-nda-NL.

16/17

Kenmerk

R001-1274358MFO-V02-rlk-NL

Geraadpleegde internetwebsites: www.floron.nl www.libellennet.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vlindernet.nl www.zoogdiervereniging.nl

17/17

Bijlage 2 Stikstofonderzoek

MEMO Van

:

T. van der Plaats/M.A. Bulthuis

Project

:

Biddinghuizen - Spijkweg (evenemententerrein)

Opdrachtgever :

MOJO Concerts BV

Datum

:

8 februari 2022

Betreft

:

Stikstofberekening Biddinghuizen - Spijkweg (evenemententerrein)

Inleiding Initiatiefnemer is voornemens om agrarische percelen in te zetten ten behoeve van parkeren en overnachten van evenementenbezoekers. De percelen zijn gelegen ten noorden van een evenemententerrein aan de Spijkweg te Biddinghuizen. Het gaat in totaal om 7.000 personenauto’s en campers die van de gronden gebruik zullen maken. Voorheen werd circa 15 ha ten zuiden van de Spijkweg gebruikt voor deze functie. Sinds enige tijd is het echter is niet meer mogelijk om deze gronden te gebruiken. Daarom gaan nu de gronden ten noorden van het evenemententerrein daarvoor gebruikt worden. Figuur 1 toont de locatie van agrarische percelen die als parkeeren kampeerterrein gebruikt gaan worden. De percelen liggen aan de Alikruikweg 21-23 te Biddinghuizen.

Figuur 1 Locatie agrarische percelen

Stikstofberekening Biddinghuizen - Spijkweg (evenemententerrein)

blz. 1

Het in gebruik nemen van de agrarische percelen als parkeer- en kampeerterrein leidt tot een verkeerstoename. Deze toename zou kunnen zorgen voor een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. De locatie ligt op circa 3 km afstand van het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren en op circa 8 km afstand van het Natura 2000-gebied Veluwe (zie figuur 2). De Veluwe is stikstofgevoelig. De Veluwerandmeren niet. Met het rekenprogramma AERIUS Calculator (versie januari 2022) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De projectberekening is als bijlage toegevoegd bij deze memo.

Figuur 2 Projectlocatie ten opzichte van Natura 2000-gebied

Uitgangspunten gebruiksfase Beoogde situatie Voor het aantal verkeersbewegingen tijdens de gebruiksfase wordt uitgegaan van een worst-case scenario. Hierbij wordt er van uit gegaan dat het parkeer- en campingterrein tijdens de drie evenementen volledig wordt bezet is. Tijdens Lowlands word uitgegaan van totaal 19.450 verkeersbewegingen, waarvan 4.500 door campers. Voor een worst-case benadering worden deze campers allemaal als ‘middelzware’ verkeersbeweging ingevoerd in AERIUS. Ook is rekening gehouden met 500 zware vrachtwagenbewegingen ten behoeve van transporten van afvalwater en leveringen/productionele transporten. Tabel 1 toont een overzicht van het aantal verkeersbewegingen per jaar waarmee in deze stikstofberekening rekening wordt gehouden. Tabel 1 Worst-case verkeerstoename in mvt/jaar tijdens de gebruiksfase

Evenement 1 Evenement 2 Evenement 3 Totaal (jaar)

Licht 14.950 4.000 4.000 22.950

Middel 4.500

Zwaar 500

4.500

500

Stikstofberekening Biddinghuizen - Spijkweg (evenemententerrein)

blz. 2

De verkeerstoename van totaal 27.950 verkeersbewegingen per jaar op een gemiddelde weekdag is ingevoerd in AERIUS. Ten behoeve van een worst-case benadering is ingetekend dat het verkeer in de volgende twee richtingen afwikkelt: Een route vanaf het plangebied over de gehele lengte van de Alikruikweg die vervolgens overgaat in de Bremerbergweg (N708) of de Oldebroekerweg (N709) (zuidelijke richting). Het wegverkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld ter plaatse van de Hardedijk (N306) en de Elburgerweg (N309). Het rij- en stopgedrag en snelheid niet meer te onderscheiden van het overige wegverkeer. Een route vanaf het plangebied over de gehele lengte van de Alikruikweg die vervolgens overgaat in de Bremerbergweg (N708) of de Oldebroekerweg (N709) (noordelijke richting). Het wegverkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld ter plaatse van de rotonde Bremerbergweg-Dreef en de rotonde Oldebroekserweg – Baan. Het verkeer wordt meegenomen totdat het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Op de desbetreffende N-wegen (N306, N309) en rotonde Bremerbergweg-Dreef en de rotonde Oldebroekserweg – Baan is de dagelijkse verkeersintensiteit dermate hoog dat de verkeerstoename ten behoeve van het evenemententerrein zich op de genoemde punten qua snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer.

Het wegverkeer is niet evenredig verdeeld over beide routes. Het is aannemelijk dat 70% van wegverkeer de route in zuidelijke richting volgt en de 30% van het wegverkeer de route in noordelijke richting. Resultaat berekening gebruiksfase Berekening in AERIUS laat voor de gebruiksfase een rekenresultaat zien van 0,00 mol/ha/j. Derhalve leidt de gebruiksfase niet tot een depositie op Natura 2000-gebieden. Conclusie Uit de stikstofberekening (gebruiksfase) blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr op Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

Stikstofberekening Biddinghuizen - Spijkweg (evenemententerrein)

blz. 3

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Rho adviseurs voor leefruimte Alikruikweg 21-23, 8256 RK Biddinghuizen Biddinghuizen - Spijkweg (evenemententerrein) Gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RqGWzuSZF9J8 08 februari 2022, 15:57 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2021

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Emissie NH3 < 0,1 ton/j

Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

RqGWzuSZF9J8 (08 februari 2022)

Emissie NOx 0,2 ton/j Gebied

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2021 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

RqGWzuSZF9J8 (08 februari 2022)

Emissie NH3 < 0,1 ton/j

Emissie NOx 0,2 ton/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

2 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RqGWzuSZF9J8 (08 februari 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

RqGWzuSZF9J8 (08 februari 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

5/6

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.2_20220128_2eee9c6138 Database versie 2021_2eee9c6138 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RqGWzuSZF9J8 (08 februari 2022)

6/6

Bijlage 3 Vervoersverdeling Alikruikweg

Vervoersverdeling aan- en afvoer via Alikruikweg Type voertuig Pre-pitched Totaal 2000*

Caravans/Vouwwagen 750*

Campers Medewerkers 2250* 2000

Gemiddeld p/u

* maximaal aantal bij elkaar opgeteld is nooit meer dan 4.500 voertuigen Woensdag

00:00 - 09:00 09:00 - 12:00 12:00 - 15:00 15:00 - 18:00 18:00 - 21:00 21:00 - 00:00

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

100 250 250 250 700 450

Donderdag

00:00 - 06:00 06:00 - 09:00 09:00 - 12:00 12:00 - 15:00 15:00 - 18:00 18:00 - 21:00 21:00 - 00:00

0 100 150 150 350 400 500

15 95 130 140 90 90 10

50 285 395 415 265 265 25

0 50 50 50 50 0 0

1650

570

1700

200

0 0 150 100 100 0 0

0 0 55 80 30 10 5

5 5 170 240 90 25 15

250 250 250 250 250 250 250

350

180

550

1750

0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0

250 250 250 250 250 250 250

33 83 83 83 233 150

2000

Vrijdag

Zaterdag

00:00 - 06:00 06:00 - 09:00 09:00 - 12:00 12:00 - 15:00 15:00 - 18:00 18:00 - 21:00 21:00 - 00:00 00:00 - 06:00 06:00 - 09:00 09:00 - 12:00 12:00 - 15:00 15:00 - 18:00 18:00 - 21:00 21:00 - 00:00

22 177 242 252 252 252 178 85 85 208 223 157 95 90 83 83 83 83 83 83 83

1750 Zondag

Maandag

00:00 - 06:00 06:00 - 09:00 09:00 - 12:00 12:00 - 15:00 15:00 - 18:00 18:00 - 21:00 21:00 - 00:00 00:00 - 06:00 06:00 - 09:00 09:00 - 12:00 12:00 - 15:00 15:00 - 18:00 18:00 - 21:00 21:00 - 00:00

0 0 0 0 0 65 180

0 0 0 0 25 65 125

0 0 0 0 40 125 335

250 250 250 250 250 250 250

245

215

500

1750

65 245 735 655 55 0 0

65 135 215 90 30 0 0

100 355 555 625 115 0 0

250 0 0 0 750 1000 0

1755

535

1750

2000

83 83 83 83 105 168 297 160 245 502 457 317 333 0

Bijlage 4 Watertoets

datum 5-11-2019 dossiercode 20191105-37-21719

Geachte heer/mevrouw Jan - Jacob Posthumus, U heeft de digitale watertoets doorlopen op de website www.dewatertoets.nl. De samenvatting in de email bevat de gegeven antwoorden op de vragen. Op basis van deze toets volgt u de normale procedure. Uitgangspuntennotitie Hierbij ontvangt u alvast de uitgangspuntennotitie voor de normale procedure van de watertoets. Deze notitie is automatisch gegenereerd op basis van de door u gegeven antwoorden en het ingetekende plangebied. Deze uitgangspuntennotitie bevat de voor uw plan relevante waterhuishoudkundige streefbeelden, strategieën en randvoorwaarden van Waterschap Zuiderzeeland die u kunt gebruiken bij het ruimtelijk laten meewegen van het waterbelang en bij het opstellen van de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van uw plan. Vooroverleg wateradvies Met de digitale watertoets heeft u Waterschap Zuiderzeeland op de hoogte gebracht van het ruimtelijk plan, hiermee doet u nog geen aanvraag voor een wateradvies. Dit betekent dat u, aanvullend op de digitale watertoets, in het kader van het ambtelijk vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de Ruimtelijke ordening een aanvraag voor een wateradvies moet indienen bij Waterschap Zuiderzeeland. Ook is het mogelijk om telefonisch contact op te nemen om informatie in te winnen of een afspraak te maken.

Team Waterprocedures Waterschap Zuiderzeeland Lindelaan 20 Postbus 229 8200 AE Lelystad (0320) 274 911 watertoets@zuiderzeeland.nl _________________________________________________________________________ Uitgangspuntennotitie normale procedure 1. Inleiding Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijn de waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding.

Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig. Deze uitgangspuntennotitie dient als goede basis voor het overleg. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's 'Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water'. Van streefbeeld naar randvoorwaarde vindt u het uitgangspunt, dat het vertrekpunt vormt bij de verwezenlijking van het streefbeeld. U krijgt op deze manier een goed overzicht van de randvoorwaarden en kan eveneens herleiden waarop deze gebaseerd zijn.

2. Inhoudelijke opmerkingen ten behoeve van de waterparagraaf

2.1. Thema veiligheid 2.1.1. Veiligheid - primaire waterkeringen op orde Streefbeeld Het buitenwater is een reële bedreiging voor de veiligheid in Flevoland. Waterkeringen beschermen Flevoland tegen deze bedreiging. Het waterschap wil de veiligheid ook in de toekomst blijven waarborgen. Door te werken aan veilige, robuuste en duurzame waterkeringen anticipeert het waterschap op sociale ruimtelijke, economische en klimatologische ontwikkelingen.

2.1.2 Veiligheid Regionale waterkeringen op orde Regionale keringen kunnen zowel binnen als buitendijks liggen. De binnendijkse Knardijk, een zogeheten compartimenteringsdijk, scheidt Zuidelijk en Oostelijk Flevoland, om de gevolgen van een overstroming te beperken. Buitendijkse regionale keringen beschermen buitendijkse gebieden tegen hoog water. Het plangebied ligt niet buitendijks. Het plangebied ligt niet in een keurzone van de waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. 2.2. Thema Voldoende Water 2.2.1 Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebeid, is in 2015 op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.

Uitgangspunt wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Met de planontwikkeling wordt er netto geen verhard oppervlak in landelijk gebied toegevoegd. Ontwerprichtlijnen compensatie toename verharding De oppervlakte te realiseren waterberging is gerelateerd aan de maximaal toelaatbare peilstijging in het peilvak en de netto oppervlakte nieuw te realiseren verharding. Uw plangebied is gelegen in een peilgebied waarbij 4,0% van waarbij 5,0% van waarbij 5,5% van * Indien in de tekst sprake is van meerdere opgegeven percentages voor compensatie van de toename van verharding dan betekent dit dat uw plangebied zich over meerdere peilgebieden uitstrekt. Het percentage kan namelijk per peilgebied verschillen.

2.2.2 Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem

[/ALS_kunstwerken=ja]

Indien een watergang smaller is dan 24 meter, dan zal in principe rijdend onderhoud mogelijk moeten worden gemaakt. Een watergang dient te zijn voorzien van een goed bereikbare obstakelvrije werkstrook van minimaal 5 meter breed: - één zijde van een watergang met breedte tot en met 8 meter, gemeten van insteek tot insteek; - aan weerszijden van een watergang met een breedte vanaf 9 meter, gemeten van insteek tot insteek. Bij een talud van minimaal 1:6 of flauwer is geen aparte onderhoudsstrook nodig. Afwijken van dit onderhoudsvriendelijke profiel is mogelijk en soms noodzakelijk als gevolg van de bodemgrondslag en bodembedekking. Dit is maatwerk. Bij maatwerk wordt uitgegaan van onderhoudsmaterieel van gemiddelde grootte. Maatwerk wordt beoordeeld op: Het ontwerp van de watergang inclusief talud: ● Begroeiing in de watergang; ● Breedte watergang van insteek tot insteek; ● Bodemgrondslag; ● Hellingsgraad; ● Obstakels voor onderhoudsmaterieel gemarkeerd met een houtpaal.

Het ontwerp van het onderhoudspad c.q. obstakelvrije werkstrook: ● Begroeiing rondom het onderhoudspad; ● Breedte onderhoudspad; ● Obstakels voor onderhoudsmaterieel, gemarkeerd met een houtpaal.

Voor watergangen breder dan 24 meter, gemeten van insteek tot insteek, is varend onderhoud een mogelijkheid. De watergang dient in het geval gekozen wordt voor varend onderhoud te voldoen aan de volgende ontwerprichtlijnen: ● Bodembreedte van minimaal 1 meter; ● Diepte van minimaal 1,2 meter; ● Waterbreedte van minimaal 7 meter; ● Helling onderwatertalud is maximaal 1:3; ● Doorvaarhoogte van minimaal 1,5 meter vanaf het streefpeil; ● Te water plaats.

Afwijken van dit onderhoudsvriendelijke profiel is mogelijk en soms noodzakelijk als gevolg van de bodemgrondslag en bodembedekking. Dit is maatwerk. Bij maatwerk wordt uitgegaan van onderhoudsmaterieel van gemiddelde grootte. Maatwerk wordt beoordeeld op: Het ontwerp van de watergang inclusief talud: ● Bodembreedte; ● Breedte watergang van insteek tot insteek; ● Diepte; ● Doorvaarhoogte; ● Hellingsgraad onderwatertalud; ● Obstakels voor onderhoudsmaterieel, gemarkeerd met een houtpaal.

Het ontwerp te waterlaat plaats: ● Bereikbaarheid en verkeersveiligheid; ● Bodemgrondslag; ● Constructie (standaardtekening op te vragen bij het waterschap); ● Inzamelpunt en afvoer van maaisel; ● Taludhelling.

Houdt de beschoeiing zoveel mogelijk uniform. De verankering dient minimaal dezelfde levensduur te hebben als de beschoeiing zelf. 2.2.3 Anticiperen op watertekort

Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Ten behoeve van de planontwikkeling is geen bronnering van grondwater nodig. Er wordt in het plan geen gebruikt gemaakt van bodemenergie, ofwel warmte koude opslag. Bij deze planontwikkeling zal geen grondwater worden onttrokken ten behoeve van beregening, veedrenking of bedrijfsmatige toepassingen. 2.3. Thema Schoon Water 2.3.1 Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Negatieve chemische beïnvloeding van de ecologische (water)kwaliteit of het ecologische functioneren van wateren, door ruimtelijk ontwikkelingen wordt voorkomen, omdat compensatie zeer beperkt mogelijk is. Compensatie voor verslechtering van ecologische omstandigheden en/of van waterkwaliteit is maatwerk en vindt altijd plaats in overleg met het waterschap.

Bij compensatie van delen van KRW-waterlichamen moeten binnen hetzelfde waterlichaam die trajecten gekozen worden die qua abiotiek en biotiek vergelijkbaar zijn met de oorspronkelijke kenmerken van het te compenseren KRW-water. Voor niet-KRW-wateren kan compensatie, in sommige gevallen buiten hetzelfde watersysteem uitgevoerd worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1003/documents/1958