CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

A-7-250702-Raadsinformatiebrief-Uitvoeringsprogramma-s-Sociaal-Domein-821050-.pdf

Beeldvormende vergadering 21 mei 2026, gemeente DrontenBij agendapunt: 2: Agenderingsverzoek Suïcide preventie26.946 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

25

3.3.2 Onderbouwing van de aanpak Doel 2 vastgesteld door de raad: Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen Uitwerking doel: Het percentage huishoudens met problematische schulden blijft gelijk Probleem/aanleiding: Het percentage huishoudens met problematische schulden is de afgelopen jaren gestegen. Volgens het CBS had 7,9 procent van de huishoudens in Dronten op 1 januari 2024 geregistreerde problematische schulden (bron: CBS). Resultaat Indicator op resultaat Bron Het percentage huishoudens met problematische schulden is in 2028 maximaal 7,9%.

Percentage huishoudens met problematische schulden

CBS (Dashboard Schulden problematiek in beeld)

26

4 . Doel 3 Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie Dit doel is gekoppeld aan het maatschappelijke effect: Inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen. Aan dit maatschappelijk effect zijn nog twee andere doelen gekoppeld die ook onder de opgave Bestaanszekerheid vallen, en nog drie andere doelen die onder een de opgave Kansengelijkheid vallen, namelijk: ➢ Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen (opgave Bestaanszekerheid). ➢ Minder kinderen groeien op in armoede (opgave Bestaanszekerheid). ➢ Kansen voor kinderen en jongeren in opvang en onderwijs (opgave Kansengelijkheid). ➢ Kinderen en jongeren groeien zoveel mogelijk thuis op (opgave Kansengelijkheid). ➢ Geïndiceerde jeugdhulp is vooral beschikbaar voor kinderen met een complexe zorgbehoefte (opgave Kansengelijkheid). Doel 3: Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie Indicator

Nulmeting 2025

Arbeidsparticipatie: het aandeel van Arbeidsparticipatie = 67% (CBS 2022) de werkzame beroepsbevolking in de bevolking.

Streefwaarde 2028

Monitoring/ bron

Minimaal 70%

CBS

Aantal inwoners van 18 jaar of ouder 126 op een opleiding. 127 (gemeente 2022) Aantal inwoners in dagbesteding. % schoolverlaters met startkwalificatie.

12% van 18 t/m 30 jarige verlaat school zonder startkwalificatie

DUO/Gemeente (dagkoers 22-1-2025) Gemeente Maximaal 10%

27

KIS 2021

% inburgeringsplichtigen dat participeert naar vermogen

Op 1 januari 2024 participeerde 39% van de inburgeringsplichtigen die in 2023 in onze gemeente zijn ingeschreven naar vermogen.

In 2028 participeert 70% van de inburgeringsplichtigen binnen 1 jaar na inschrijving in de gemeente ‘naar vermogen’.

Gemeente

4.1 Meer inwoners van 18 jaar of ouder hebben een baan, volgen een opleiding of hebben een dagbesteding In de gemeente Dronten doet niet iedere inwoner van 18 jaar of ouder mee aan werk, opleiding of dagbesteding. Dit heeft gevolgen voor zowel de inwoners als de samenleving.

4.1.1 Probleemanalyse Hoewel de arbeidsparticipatie met 74,6%8 relatief hoog is en het aantal bijstandsuitkeringen lager ligt dan het landelijke gemiddelde (20 per 1.000 inwoners tegenover 34 landelijk)9, blijft er een aanzienlijke groep inwoners die niet meedoet. Deze beperkte participatie heeft negatieve gevolgen, zowel voor de betrokkenen zelf – zoals eenzaamheid, sociaal isolement en financiële problemen – als voor de samenleving, die te maken krijgt met een lagere maatschappelijke samenhang en toenemende druk op publieke voorzieningen. De oorzaken van deze beperkte participatie zijn divers en complex. Een deel van de inwoners ervaart belemmeringen zoals chronische gezondheidsproblemen, een laag opleidingsniveau, taalbarrières of het ontbreken van een ondersteunend sociaal netwerk, die hun deelname aan werk of maatschappelijke activiteiten beperken. Ook spelen armoede, discriminatie en beperkte (digitale) vaardigheden een grote rol. De arbeidsmarkt sluit niet altijd goed aan op de mogelijkheden van deze groepen, en flexibele contracten, deeltijdwerk en de krapte op de arbeidsmarkt maken het voor sommige inwoners extra lastig om duurzame werkplekken te vinden.

8 CBS 2023 9 CBS 2024

28

Bovendien is het ondersteuningsaanbod vanuit overheid en maatschappelijke organisaties versnipperd en soms moeilijk toegankelijk, wat de zoektocht naar passende hulp bemoeilijkt. Deze factoren versterken elkaar en maken deelname aan de maatschappij voor sommige inwoners extra lastig. Maatschappelijke omvang van het probleem Hoewel de arbeidsparticipatie in Dronten op het eerste gezicht positief lijkt, verhullen de cijfers dat er een groep inwoners is die niet profiteert van de gunstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Deze groep loopt het risico op (langdurige) uitsluiting, wat kan leiden tot grotere maatschappelijke kwetsbaarheid, meer zorgvragen, hogere uitkeringslasten en verlies van economisch potentieel. De gemeente heeft een wettelijke taak om inwoners te ondersteunen bij participatie. De Participatiewet verplicht gemeenten om inkomensondersteuning te bieden, arbeidsinschakeling te bevorderen en belemmeringen voor deelname aan de samenleving weg te nemen. Daarnaast schrijft de Wet SUWI samenwerking voor met partners zoals het UWV. Deze wettelijke kaders maken duidelijk dat gemeentelijke inzet geen keuze is, maar een publieke verantwoordelijkheid. Langdurige uitsluiting vergroot het risico op eenzaamheid, armoede en verhoogde druk op publieke voorzieningen.

Door passende ondersteuning te bieden, draagt de gemeente bij aan sterkere inwoners en een veerkrachtige samenleving. Re-integratie en maatschappelijke participatie Maatschappelijke deelname is niet voor iedereen vanzelfsprekend. De gemeente Dronten ondersteunt inwoners die te maken hebben met belemmeringen in hun deelname aan werk, opleiding of andere maatschappelijke activiteiten. We zetten ons in voor een inclusieve arbeidsmarkt en helpen inwoners een plek te vinden die bij hen past, of dit nu werk, een opleiding of dagbesteding is. Samen met werkgevers streven we ernaar duurzame werkplekken te creëren voor deze inwoners, zodat zij naar vermogen kunnen bijdragen aan de samenleving. Maatschappelijke participatie is echter breder dan alleen werk. Het draagt bij aan persoonlijke ontwikkeling, het opbouwen van sociale netwerken en het versterken van gemeenschappen. Deelname aan vrijwilligerswerk, buurtinitiatieven of verenigingsleven geeft inwoners de kans hun talenten te ontdekken, zelfvertrouwen op te bouwen en waardevolle sociale contacten te leggen. Landelijke en regionale ontwikkelingen Op landelijk niveau zijn er verschillende maatregelen getroffen om de participatie van inwoners te bevorderen. De Participatiewet in Balans richt zich op het vereenvoudigen van de huidige Participatiewet, zodat deze meer maatwerk en ruimte voor de menselijke maat biedt.

Dit wetsvoorstel introduceert versoepelingen voor bijstandsaanvragen en legt een grotere focus op maatschappelijke participatie, zodat de wet beter aansluit bij de behoeften van de inwoners.

29

Het wetsvoorstel Van school naar duurzaam werk is ontworpen om jongeren tot 27 jaar beter te begeleiden bij de overgang van school naar werk. Gemeenten krijgen hierin een preventieve rol om jongeren te ondersteunen bij het vinden van werk en het voorkomen van werkloosheid. Dit wetsvoorstel wordt per 1 januari 2026 ingevoerd. Daarnaast wordt het Regionale Werk Centrum (RWC) opgezet om de dienstverlening op de arbeidsmarkt te verbeteren. Deze centra zullen als integrale loketten fungeren voor werkzoekenden, werkenden en werkgevers. Het doel is vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen, zodat inwoners sneller passende ondersteuning kunnen vinden.

4.1.2. Onderbouwing van de aanpak Doel 3 vastgesteld door de raad: Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie Uitwerking doel: Het aantal inwoners dat meedoet door te werken of een andere vorm van maatschappelijke participatie stijgt Probleem/aanleiding: Te veel inwoners doen niet actief mee in de samenleving doordat ze niet werken, niet naar school gaan of op een andere manier meedoen aan de samenleving. En de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt én tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt is onvoldoende. Resultaat

Indicator op resultaat

Bron

Het aantal inwoners met een uitkering dat meedoet door te werken of een andere vorm van maatschappelijke participatie stijgt.

Het aantal inwoners dat in een re-integratie of participatie traject zit stijgt

Gemeente

Meer inwoners met een indicatie ‘banenafspraak’ of ‘beschut werk‘ hebben een betaalde werkplek.

Het aantal inwoners dat werkt met indicatie banenafspraak of indicatie beschut werk stijgt

Gemeente

30

Het aantal inwoners dat actief deelneemt aan werk of een andere vorm van maatschappelijke participatie neemt toe.

Het percentage inwoners dat betaald werk, vrijwilligerswerk, of een andere participatieve activiteit uitvoert.

Gemeente

31

4.2 Het aantal schoolverlaters dat met een startkwalificatie van school komt stijgt Landelijke ontwikkelingen Voortijdig schoolverlaten (VSV) blijft een aandachtspunt binnen het Nederlandse onderwijsbeleid. In het schooljaar 2022-2023 daalde het aantal nieuwe VSV'ers tot onder de 30.000, met een totaal van 29.702, waarvan 24.286 afkomstig uit het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Dit aantal ligt echter nog steeds boven de door de overheid gestelde doelstelling van maximaal 20.000 nieuwe VSV'ers per jaar. Om VSV verder terug te dringen, heeft het kabinet in december 2024 de wet 'Van school naar duurzaam werk' geïntroduceerd, gericht op betere ondersteuning van jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast lanceerde minister Dijkgraaf in oktober 2023 een actieplan om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan, met nadruk op het behalen van een startkwalificatie voor alle jongeren. Een startkwalificatie is het minimale onderwijsniveau dat in Nederland nodig wordt geacht om een goede kans te maken op de arbeidsmarkt. Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo, mbo-niveau 2 of hoger. Het geeft een jongere een beter perspectief op werk, minder kans op werkloosheid, een basis is voor een betere ontwikkeling, en het is bedoeld om schooluitval tegen te gaan. Het helpt jongeren een stevige basis te leggen voor hun toekomst.

Leerlingen van 16 tot 18 jaar vallen onder de kwalificatieplicht. Leerlingen van 18 tot 23 jaar krijgen hulp van het Doorstroompunt (voormalig RMC) om toch een startkwalificatie te halen. Het is de wettelijke taak van scholen, gemeenten, en Doorstroompunten om samen alle jongeren richting een startkwalificatie te begeleiden. Er zijn een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld als een jongere op het speciaal onderwijs heeft gezeten of een opleiding met uitstroom werk heeft gevolgd.

4.2.1 Probleemanalyse Voortijdig schoolverlaten (VSV) is een complex vraagstuk en verwijst naar jongeren die zonder het behalen van een startkwalificatie (minimaal een havo-, vwo-, of mbo-2-diploma) het onderwijs verlaten. Deze jongeren hebben een verhoogd risico op langdurige werkloosheid, armoede, en sociale uitsluiting, wat ook maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Diverse factoren dragen bij aan VSV zowel op individueel als omgevingsniveau. In het schooljaar 2022/2023 waren er 3562 VSV’ers in Dronten. Ten opzichte van de startpopulatie zijn er 83 VSV’ers bijgekomen en daarmee ligt het percentage op 2,39%. In het schooljaar 2021/2022 was het percentage voor Dronten 2,52%. Het Flevolandse gemiddelde ligt op 2,95% en het landelijke gemiddelde op 2,34%. De uitval in het middelbaar beroepsonderwijs is nog steeds het grootste (bron: DUO). Door actief in te zetten op het teruggeleiden van VSV jongeren naar school dan wel werk of andere dagbesteding, zetten zij positieve stappen richting een mooie toekomst.

32

4.2.1 Onderbouwing van de aanpak Doel 3 vastgesteld door de raad: Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie Uitwerking doel: Het aantal schoolverlaters dat met een startkwalificatie van school komt stijgt. Probleem/aanleiding: Te veel jongeren gaan zonder startkwalificatie van school. Resultaat

Indicator op resultaat

Bron

Meer jongeren vinden een voor hen passende plek in onderwijs (en als dat niet lukt naar werk of dagbesteding0029

Het percentage schoolverlaters zonder kwartkwalificatie daalt

KIS

33

4.3 Meer inburgeringsplichtigen participeren naar vermogen Inburgering De Wet inburgering 2021 heeft als doel om inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk actief mee te laten doen in de samenleving, bij voorkeur via werk. Een belangrijk onderdeel van dit doel is het realiseren van een sterke verbinding tussen inburgering en participatie. Of het nu gaat om werk, vrijwilligersactiviteiten of deelname aan lokale initiatieven, meedoen op een passend niveau is essentieel voor een goede integratie. Het draagt bij aan een gevoel van eigenwaarde, sociale verbinding en een stabiele dagelijkse routine. Landelijke ontwikkelingen Per 1 februari 2024 is de Wet gemeentelijke taak asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet) ingegaan. Het doel van deze wet is om genoeg opvangplekken te creëren en om asielzoekers eerlijker te verdelen over verschillende provincies en gemeenten. Elke twee jaar maakt het ministerie van Asiel en Migratie bekend hoeveel opvangplekken elke gemeente moet bieden. Voor de eerste ronde voldoen we ruim aan de taak. De Rijksoverheid bepaalt elke zes maanden hoeveel vergunninghouders gemeenten moeten huisvesten. Dit wordt de taakstelling huisvesting vergunninghouders genoemd. Hoeveel vergunninghouders een gemeente moet huisvesten, hangt af van het aantal inwoners. Grotere gemeenten moeten meer vergunninghouders huisvesten dan kleinere gemeenten.

Sinds 2023 is de taakstelling gestegen. Deze stijging zorgt voor uitdagingen bij gemeenten bij het vinden van woonruimte voor vergunninghouders, ook bij de gemeente Dronten. In de komende periode zetten wij ons in om de achterstand in te halen en de taakstelling te behalen.

4.3.1 Probleemanalyse

Uit de KIS monitor ‘gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding en inburgering statushouders en gezinsmigranten 2024’ blijkt dat het organiseren van de participatiecomponent in de praktijk een complexe uitdaging is. Binnen de Z-route is het verplicht om 800 uur te besteden aan participatiegerichte activiteiten, waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor het mogelijk maken hiervan. In de B1-route is deelname volgens de Wet inburgering 2021 niet verplicht, maar wordt het wel als wenselijk gezien. Landelijk gezien blijft vooral in de B1-route het aantal statushouders dat deelneemt aan deze participatieactiviteiten lager dan verwacht. Daarnaast zijn er praktische knelpunten. Door het gebrek aan randvoorwaarden, zoals kinderopvang, kunnen inburgeraars vaak niet direct starten met taallessen en participatieactiviteiten. Dit treft vooral vrouwelijke inburgeraars en belemmert hun integratieproces. Met ons beleid willen we de participatie binnen de inburgering versterken. Ons doel is een aanpak waarbij inburgeraars al vroeg in hun traject actief mee kunnen doen, zodat integratie en zelfredzaamheid optimaal worden bevorderd en iedereen een waardevolle bijdrage kan leveren aan de samenleving.

34

4.3.2. Onderbouwing van de aanpak Doel 3 vastgesteld door de raad: Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie Uitwerking doel: Het percentage inburgeringsplichtigen dat participeert naar vermogen stijgt Probleem/aanleiding: Inburgeringsplichtigen hebben een afstand tot de samenleving Resultaat

Indicator op resultaat

Bron

70% van de inburgeringsplichtigen participeert binnen 1 jaar na inschrijving in de gemeente ‘naar vermogen’.

Het aantal inburgeringsplichtigen dat participeert naar vermogen (denk o.a. aan vrijwilligerswerk, stageplek, werkervaringsplek of betaald werk). Het aantal inburgeringsplichtigen dat participeert naar vermogen hangt samen met hun positie op de participatieladder. Deze trede geeft aan in welke mate iemand op dat moment kan deelnemen aan de samenleving,

Gemeente

35

80% van alle Drontense inburgeringsplichtigen behaalt de inburgering binnen de gestelde termijn van drie jaar. 90% van de inburgeringsplichtigen heeft binnen de gestelde termijn van drie jaar het participatieverklaringstraject afgerond.

afhankelijk van hun mogelijkheden en omstandigheden. Het aantal inburgeringsplichtigen dat binnen de gestelde termijn van drie jaar de inburgering heeft behaald. Het aantal inburgeringsplichtigen dat binnen de gestelde termijn van drie jaar het participatieverklaringstraje ct heeft afgerond.

36

Gemeente

Gemeente

5 Doel 4 Minder kinderen groeien op in armoede Dit doel is gekoppeld aan het maatschappelijke effect: Inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen. Aan dit maatschappelijk effect zijn nog twee andere doelen gekoppeld die ook onder de opgave Bestaanszekerheid vallen en nog drie andere doelen die onder een de opgave Kansengelijkheid vallen, namelijk: ➢ Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen (opgave Bestaanszekerheid). ➢ Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie (opgave Bestaanszekerheid). ➢ Kansen voor kinderen en jongeren in opvang en onderwijs (opgave Kansengelijkheid). ➢ Kinderen en jongeren groeien zoveel mogelijk thuis op (opgave Kansengelijkheid). ➢ Geïndiceerde jeugdhulp is vooral beschikbaar voor kinderen met een complexe zorgbehoefte (opgave Kansengelijkheid. Doel 4 vastgesteld door de raad: Minder kinderen groeien op in armoede Indicator

Nulmeting 2025

Streefwaarde 2028

Monitoring/ bron

% kinderen in armoede

Landelijk 3,6% kinderen in armoede (2023)

Maximaal 2,3%

CBS (www.zichtopwijken.nl)

Aantal kinderen in een huishouden met een bijstandsuitkering

Aantal kinderen in een huishouden met een bijstandsuitkering (nulmeting in 2025)

37

5.1 Minder kinderen groeien op in armoede

Kinderen moeten kunnen opgroeien zonder financiële problemen en met dezelfde financiële kansen. Financiële problemen belemmeren het welzijn van kinderen.

5.1.1 Probleemanalyse In 2023 leefden in Nederland ruim 115 duizend minderjarige kinderen in een huishouden met een inkomen onder de armoedegrens. Dat is 3,6 procent van alle minderjarige kinderen. In 2018 ging het nog om 8,6 procent van de minderjarige kinderen die opgroeiden in armoede. Daarna daalde het percentage stap voor stap. Van de minderjarige kinderen die opgroeien in armoede leeft het grootste deel in een eenoudergezin. 8,3 procent van de minderjarige kinderen die met één ouder leeft, groeit in 2023 op in armoede. In 2018 ging het nog om 23 procent van de minderjarige kinderen in eenoudergezinnen die minsten een jaar in armoede leefde (CBS).

38

5.1.2. Onderbouwing van de aanpak Doel 4 vastgesteld door de raad: Minder kinderen groeien op in armoede Uitwerking doel: Percentage kinderen (0 tot 18 jaar) in armoede daalt of blijft gelijk Probleem/aanleiding: Volgens het CBS leefde 3,6 % van alle kinderen in 2023 in armoede. Resultaat

Indicator op resultaat

Bron

Percentage kinderen (0 tot 18 jaar) in armoede daalt of blijft maximaal 3,6%

Percentage kinderen in armoede (CBS)

CBS en gemeente

Aantal kinderen in een huishouden met een bijstandsuitkering (nulmeting in 2025) Aantal kinderen dat gebruik maakt van gemeentelijke regelingen, bijvoorbeeld toegankelijkheidsbijdrage (nulmeting in 2025) Aantal scholen met financiële educatie in lesprogramma (nulmeting in 2025)

39

Begrippenlijst Armoede

Bbz BKR CBS CCBR Centrumgemeente CJIB Extramuraal FAN GALA Gezinsmigrant

Huiselijk geweld

Inburgeringsplichtige IOAW IOAZ

Ieder huishouden in Nederland heeft uitgaven aan huisvesting, energie, verzekeringen, kleding en de dagelijkse boodschappen. Om mee te kunnen doen in de samenleving is er daarnaast geld nodig voor telefonie, internet en sociale activiteiten. Voor de meeste huishoudens zijn de maandelijkse uitgaven aan wonen, energie en zorgverzekering de grootste vaste lasten. Als er na het betalen van deze vaste lasten te weinig overblijft voor de andere basisbehoeften en ook het spaargeld tekortschiet, dan beschouwen we dit huishouden (en de mensen die erin leven) als arm (bron: CBS, Nibud en SCP, oktober 2024). Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 Bureau Kredietregistratie Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Curatele en Bewindregister Bij de centrumgemeente-constructie wordt één gemeente aangewezen die namens de deelnemers de bevoegdheden uitoefent. De uitoefening van bevoegdheden kan zowel door bestuursorganen als door ambtenaren uit de centrumgemeente gebeuren. Voor Flevoland is Almere de centrumgemeente. Centraal Justitieel Incassobureau Zorg die iemand ontvangt en niet in een instelling verblijft. Flevolandse Avond- en Nachtdiensten Gezond en Actief Leven Akkoord Iemand die naar Nederland verhuist om bij zijn of haar familie te wonen.

Dit kan bijvoorbeeld een echtgenoot, partner, of kind zijn die naar Nederland komt om samen te leven met een familielid dat hier al woont. Gezinsmigranten moeten vaak voldoen aan bepaalde regels, zoals een verblijfsvergunning aanvragen en soms ook de Nederlandse taal leren. Lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld of bedreiging daarmee door iemand uit de huiselijke kring; familielid, een huisgenoot, de echtgenoot of voormalig echtgenoot of een mantelzorger (Wmo 2015). Vormen van geweld in huiselijke kring: kindermishandeling, (ex-)partnergeweld, huwelijksdwang en eergerelateerd geweld, ouderenmishandeling en vrouwelijke genitale verminking. (Wmo 2015) Iemand (bijvoorbeeld een statushouder of gezinsmigrant) die verplicht is om mee te doen aan het inburgeringstraject in Nederland. Tijdens het inburgeringstraject leert hij/zij de Nederlandse taal en komt hij/zij meer te weten over de Nederlandse samenleving en regels. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

40

Hermelding bij Veilig Thuis

Hermelding, één of meer van de directbetrokkenen is al bekend bij Veilig Thuis in de voorgaande drie jaar

Intramuraal

Zorg die iemand ontvangt gedurende een onafgebroken verblijf (minimaal 4 etmalen per week) in een instelling. Verblijf in een zorginstelling wil zeggen dat iemand bij een zorgaanbieder woont. Hier is 24 uur per dag zorg en toezicht aanwezig. Integraal Zorg Akkoord Elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. (Jeugdwet) Vormen: Lichamelijke mishandeling Lichamelijke verwaarlozing Psychische mishandeling Psychische verwaarlozing Seksueel misbruik Getuige zijn van geweld in het gezin. Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Instelling (zorg) IZA Kindermishandeling

Laag inkomen

Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was.

41

Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio. (CBS) MDA++ MDF Nibud OGGZ Problematische schulden

MDA++ is een aanpak om ernstig en hardnekkig geweld en mishandeling binnen gezinnen of relaties te stoppen. Organisaties op het gebied van zorg, hulpverlening, politie en justitie werken in deze aanpak samen. De plustekens staan voor: specialistisch en intersectoraal Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting Openbare geestelijke gezondheidszorg (bemoeizorg) Tenminste één persoon in het huishouden voldoet aan tenminste één van de volgende criteria op het peilmoment: Deelname aan schuldsaneringstraject Denk aan traject WSNP of minnelijk traject en geregistreerd bij BKR. Achterstanden en wanbetaling Denk aan geregistreerde betalingsachterstanden bij het BKR of opgenomen in CCBR voor verkwisting en/of problematische schulden.

SCP Statushouder VNG Wlz Wmo WSNP ZLF

Langdurige achterstanden op specifieke betalingen Denk aan minimaal zes maanden achterstand op betaling zorgpremie of belastingschulden. Sociaal en Cultureel Planbureau Iemand die in Nederland asiel heeft aangevraagd en een verblijfsvergunning heeft gekregen. Dit betekent dat de overheid heeft bepaald dat deze persoon in Nederland mag blijven omdat hij of zij bescherming nodig heeft, bijvoorbeeld vanwege oorlog of vervolging in het eigen land. Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wet langdurige zorg Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen Zelfstandigenloket Flevoland

42

Uitvoeringsprogramma Gezond Samenleven Versterken

Inhoud Inleiding ...................................................................................................................................................................4 1.

Aandachtsgebieden Gezond Samenleven .......................................................................................................................5 1.1 Samenhang programma Gezond samenleven met programma’s Bestaanszekerheid en Kansengelijkheid ...................................................5

2.

Doel 1: Inwoners leven in een gezonde leefomgeving ..........................................................................................................6 2.1 Meer inwoners halen de beweegnorm ...........................................................................................................................7 2.1.1 Probleemanalyse .................................................................................................................................................7 2.1.2 Onderbouwing van de aanpak...................................................................................................................................8 2.2 Meer inwoners ervaren de eigen gezondheid als goed.........................................................................................................10 2.2.1 Onderbouwing van de aanpak .................................................................................................................................16 2.2.2 Verbinding leefomgeving en samenleving ....................................................................................................................18

3.

Doel 2 Inwoners zetten zich in voor elkaar en hun buurt .....................................................................................................22 3.1 Meer inwoners doen vrijwilligerswerk ..........................................................................................................................23 3.1.1 Probleemanalyse ...............................................................................................................................................23 3.1.2 Onderbouwing van de aanpak .................................................................................................................................24 3.2 Meer inwoners zijn actief om de buurt te verbeteren ..........................................................................................................25 3.2.1 Probleemanalye ................................................................................................................................................26 3.2.2 Onderbouwing van de aanpak .................................................................................................................................26

4. Doel 3 Inwoners hebben mensen om zich heen die zij kunnen steunen en/of waarop ze kunnen steunen (netwerken, informele en formele hulp, mantelzorg) .............................................................................................................................................................28 4.1 Minder inwoners zijn eenzaam ..................................................................................................................................28 4.1.1 Probleemanalyse ...............................................................................................................................................29 4.1.2 Onderbouwing van de aanpak .................................................................................................................................29 4.2 Meer inwoners die mantelzorger zijn kunnen hun mantelzorgtaken op een passende manier invullen zodat de levenskwaliteit in balans blijft ........31

2

4.2.1 Probleemanalyse ...............................................................................................................................................31 4.2.2 Onderbouwing van de aanpak .................................................................................................................................31 5. Doel 4 Inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk functioneren in een passende woonomgeving .............................................................33 5.1 Meer inwoners voelen zich goed geholpen of kunnen weer zelfstandig verder ..............................................................................34 5.1.2 Onderbouwing van de aanpak .................................................................................................................................35 5.3 De wachtlijsten voor doelgroepen met zorg verkleinen ........................................................................................................37 5.3.1 Probleemanalyse ...............................................................................................................................................38 5.3.2 Onderbouwing van de aanpak .................................................................................................................................38 6.

Doel 5 Inwoners krijgen laagdrempelig en tijdig vanuit Stevige lokale teams lichte vormen van ondersteuning aanvullend op eigen mogelijkheden en samenleving .............................................................................................................................................................39 6.1 Stijging van het aantal inwoners dat gebruik maakt van preventieve en lichte vormen van ondersteuning in relatie tot het % geïndiceerde voorzieningen .........................................................................................................................................................40 6.1.1 Probleemanalyse ...............................................................................................................................................41 6.1.2 Streefbeeld .....................................................................................................................................................41 6.1.3 Onderbouwing van de aanpak .................................................................................................................................42 6.2 Er is een netwerk van informele en formele ondersteuning in de wijk/kern beschikbaar ....................................................................44 6.2.1 Probleemanalyse

...............................................................................................................................................44 6.2.2 Onderbouwing van de aanpak .................................................................................................................................45 Begrippenlijst .........................................................................................................................................................48

3

Inleiding Gemeente Dronten wil gezond samenleven versterken door gemeenschappen te verbinden en sociale structuren te verbeteren. We gaan uit van alles wat er al in gemeenschappen aanwezig is aan gaven, vaardigheden en passies, culturele, historische, economische en fysieke bronnen en middelen. We voegen toe waar nodig vanuit het doel om gezondheid en het zelforganiserend vermogen van inwoners en gemeenschappen te versterken en het welbevinden te vergroten. We creëren voorwaarden voor inwoners om hun eigen oplossingen te kunnen vinden, zo besteden we aandacht aan de ondersteuning van mantelzorgers, vrijwilligers en buurtinitiatieven. We omarmen het principe van positieve gezondheid. Gezondheid is meer dan ‘niet ziek zijn’. Gezondheid gaat ook over veerkracht, mentaal welbevinden, over meedoen in de samenleving, over betekenisvol werk of andere activiteiten en over de omgeving waarin je leeft. Het gaat ook over het vermogen om je aan te passen, regie te voeren en je eigen leven als betekenisvol te ervaren. Mensen zijn er in beginsel zelf verantwoordelijk voor dat ze gezond eten, goed voor zichzelf zorgen, voldoende bewegen, sociale contacten onderhouden en naar school of werk gaan. Maar niet iedereen leeft in de omstandigheden om zelf gezonde keuzes te kunnen maken.

Voor inwoners met een vraag kan een plek voor informatie, advies en ontmoeting in de buurt net dat steuntje in de rug geven om tot een oplossing te komen. Liefst zo normaal mogelijk, in het eigen netwerk of de omgeving. Daarom gaan we bestaande voorzieningen versterken, nieuwe realiseren en werken we aan ‘normalisering’. Zodat inwoners het gewoon vinden om even binnen te lopen en laagdrempelig hun problemen kunnen bespreken. Hiermee zijn er natuurlijke vindplaatsen voor ondersteuning in de wijk en vergroten we het bereik van deze vindplaatsen. Daarnaast hebben deze voorzieningen een preventieve functie; door er op tijd bij te zijn voorkomen we dat een hulpvraag uitgroeit tot een zware ondersteuningsvraag.

4

1. Aandachtsgebieden Gezond Samenleven Het uitvoeringsprogramma Gezond Samenleven versterken omvat de volgende aandachtsgebieden: Gezondheid, een gezonde leefstijl, gezond ouder worden, wet publieke gezondheid, een gezonde leefomgeving, mantelzorg ondersteuning (respijtzorg), het tegengaan van eenzaamheid, maatschappelijke ondersteuning, (jongeren)welzijn, vrijwilligers, maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen, maatschappelijk vastgoed, preventie en de opgave voor de ontwikkeling van stevige lokale teams en het versterken van de sociale basis. We werken daarbij opgavegericht en in samenwerking met verschillende aandachtsgebieden uit de uitvoeringsprogramma’s Bestaanszekerheid en Kansengelijkheid.

1.1 Samenhang programma Gezond samenleven met programma’s Bestaanszekerheid en Kansengelijkheid Dit uitvoeringsprogramma bevat overlappen met de twee andere uitvoeringsprogramma’s. Dit betreft onder meer de volgende onderwerpen op activiteitniveau: met het uitvoeringsprogramma Bestaanszekerheid: ●

Publieke Gezondheid

●

Integraal Zorgakkoord (IZA)

●

Ontwikkeling van Stevige Lokale teams

●

Woonzorgvisie

●

Preventief aanbod jeugd

met het uitvoeringsprogramma Kansengelijkheid: ●

Ontwikkeling stevige lokale teams

●

Jongerenwelzijn

●

Mentale gezondheid

●

Gezonde schoolaanpak

●

Doorontwikkeling jongerenpanel

5

●

Opgroeien in een Kansrijke (OKO)

●

Voorzieningen-/accommodatiebeleid

Afhankelijk van waar het zwaartepunt van het betreffende onderwerp ligt, wordt het onderwerp binnen één van de uitvoeringsprogramma’s uitgebreider beschreven en zijn er verwijzingen over en weer.

2. Doel 1: Inwoners leven in een gezonde leefomgeving Dit doel is gekoppeld aan het volgende maatschappelijke effect: Inwoners ervaren hun gezondheid en veerkracht als voldoende om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan Aan dit maatschappelijk effect zijn nog twee andere doelen gekoppeld die onder een andere opgave vallen, namelijk: ⮚ Inwoners hebben dezelfde rechten en kansen om mee te doen (opgave Kansengelijkheid) ⮚ Inwoners hebben een veilige thuissituatie (opgave Bestaanszekerheid) Doel vastgesteld door de raad: Inwoners leven in een gezonde leefomgeving Indicator

Nulmeting 2025

Streefwaarde 2028

Monitoring/bron

% inwoners dat de beweegnorm haalt % inwoners dat de eigen gezondheid als goed ervaart

43,9 %

45,0 %

Jongeren:76% ( 2023) Jongvolwassenen : 65% ( 2024) Volwassenen: 75% ( 2022) Ouderen : (66 %) ( 2022)

Jongeren 77% Volwassenen 72% Jongvolwassenen: 66 % Ouderen: 67%

Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 Gezondheidsmonitor GGD.

6

2.1 Meer inwoners halen de beweegnorm Een belangrijke bijdrage aan het behalen van een gezonde leefstijl wordt geleverd door het beweeggedrag. Het plezier, de competitie en de sociale contacten vormen voor velen de motivatie om wekelijks actief bezig te zijn. Het ondersteunen van sportactiviteiten is traditioneel een taak van de gemeente, waarbij bewegen in de openbare buitenruimte steeds nadrukkelijker wordt gestimuleerd. De positieve effecten van sport en bewegen gelden voor iedereen. Regelmatige lichaamsbeweging verkleint het risico op chronische aandoeningen, vermindert de kans op blijvend letsel na een val en versterkt het gevoel van welzijn en voldoening. Daarnaast kan sport en bewegen worden ingezet ter bevordering van sociale inclusie en cohesie. Door projecten om inwoners kennis te laten maken met beweegactiviteiten, ondersteuning aan beweegaanbieders, interventies, waarbij door bewegen wordt bijgedragen aan gezondheidswinst en het realiseren van goede en voldoende sport- en beweegaccommodaties, wordt bijgedragen aan het vergroten van het aantal bewegende inwoners. Het Sportbeleidsplan 2018-2021 genaamd ‘Dronten in beweging’ is na afloop overgegaan in het Lokaal Sportakkoord. Dit is een samenwerkingsakkoord tussen de gemeente, sportaanbieders en andere partijen die bijdragen een goed beweegmilieu.

2.1.1 Probleemanalyse In 2023 voldeed 45% van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder aan de Beweegrichtlijnen. Hoewel dit getal de laatste jaren redelijk stabiel is, neemt hij over een langere periode gezien af. De beweegnorm voor kinderen van 4 tot 18 jaar is als volgt: - minstens één uur per dag matig of zwaar intensieve inspanning; - minstens drie keer per week spier- en botversterkende activiteiten. Volwassenen en senioren kennen een andere eis om aan de beweegrichtlijnen te voldoen: - minstens 150 minuten per week matig of zwaar intensieve inspanning, verspreid over meerdere dagen; - minstens twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten, voor senioren aangevuld met balansoefeningen. Het aantal volwassenen dat in Dronten aan de beweegnorm voldoet (43,9%) is lager dan het landelijke beeld (47,5%). De verklaring hiervoor is niet bekend. Mannen voldoen vaker aan de beweegrichtlijn dan vrouwen. Dit verschil is vooral toe te schrijven aan de lagere score van vrouwen op het onderdeel zwaar intensieve inspanning. Een andere indicator voor het beweeggedrag is het sportlidmaatschap. Er kan hierbij op twee manieren gemeten worden, te weten de feitelijke lidmaatschapscijfers of via vragenlijsten. Bij deze laatste categorie is één keer in de week sporten de ondergrens.

Het aantal volwassenen in Dronten dat lid is van een sportvereniging (25,9%) is hoger dan het landelijk gemiddelde (24%), bij zowel mannen als vrouwen. Vrouwen zijn zo’n 25% minder vaak lid van een sportvereniging dan mannen.

7

Uit landelijk onderzoek blijkt dat het niet halen van de beweegnorm door een combinatie van factoren komt, zoals omgevingsfactoren, maar ook gedragsfactoren. Studies tonen aan dat een gebrek aan toegankelijke en beweegvriendelijke infrastructuur, zoals veilige fiets- en wandelpaden, fysieke activiteit belemmert.1 Tegelijkertijd leidt een toenemende mate van zittend werk en technologiegebruik er toe dat Nederlanders minder bewegen. Sociale factoren, zoals tijdgebrek door werkdruk en een gebrek aan motivatie, blijken eveneens een belangrijke barrière voor regelmatige beweging. Samen zorgen deze factoren ervoor dat de beweegnorm door een groot deel van de bevolking niet wordt gehaald.2 Uit onderzoeken blijkt dat kinderen minder lenig zijn, minder kracht hebben en de balanceervaardigheden 'echt achteruit gaan' dan een generatie terug. Een belangrijke oorzaak is dat kinderen steeds minder naar buiten gaan. Dat komt ook doordat er steeds minder ruimte is om te bewegen. Landelijk gezien haalt circa 40% van de jeugd de beweegrichtlijnen niet, een op de tien kinderen speelt nooit buiten. Voor Dronten zijn geen actuele cijfers beschikbaar, maar wij doen de aanname dat deze in lijn zullen zijn met de landelijke cijfers. Deze achterstand blijft het hele leven bestaan; kinderen die nu meer bewegen gaan op latere leeftijd ook meer bewegen.

Dat draagt positief bij aan het voorkomen van chronische ziekten. Fysieke activiteit speelt niet alleen een cruciale rol in de lichamelijke gezondheid van kinderen, maar heeft ook een aanzienlijke impact op hun taalontwikkeling en in de sociale vaardigheden. Hoewel voor de bovenstaande uitdaging niet altijd concrete Drontense gegevens beschikbaar zijn, laten zowel de lokale als de landelijke cijfers zien dat er ruimte is voor verbetering. Niet zozeer omdat we laag scoren, of zelfs maar lager dan referentie gemeenten of regio’s, maar meer omdat we ernaar streven dat iedereen in beweging is. En dat deze doelstelling niet zo maar gerealiseerd is, is ons ook duidelijk. Dat ontslaat ons echter niet aan de verantwoordelijkheid en de ambitie om hier wel naartoe te willen groeien.

2.1.2 Onderbouwing van de aanpak Drontenaren in beweging In samenwerking met het ruimtelijke domein proberen wij in de fysieke buitenruimte bij te dragen aan een omgeving die bijdraagt tot beweging, door middel van bijvoorbeeld de aanleg van ondermeer goede fietspaden en wandelroutes. Vele sportaanbieders, scholen, welzijnsorganisaties en eerstelijns zorg (zoals fysiotherapeuten en huisartsen) zijn dagelijks bezig om beweging in te zetten om de positieve gezondheid van Drontenaren te verbeteren. Ondanks deze inzet, zien we ook dat het helaas niet lukt om iedereen te bereiken en te enthousiasmeren. Door middel van gericht aanbod richten wij ons op moeilijk bereikbare groepen. Zo wordt onder andere via valpreventie-projecten ingezet op het voorkomen van problemen door vallen door ouderen. Speciaal voor de jongeren zijn jongerenwerkers actief en een koppeling tussen de wijk, onderwijs en de sportvereniging wordt verzorgd door de buurtsportcoaches.

1 Sallis, J. F., et al. (2016). Physical activity and built environment relationships: A systematic review.

2 Rütten, A., & Pfeifer, K. (2016). National recommendations for physical activity: Determinants and barriers.

8

Voor de inwoners die vanwege budgettaire redenen niet mee kunnen doen met georganiseerd sportaanbod wordt de Pas van Dronten ingezet. Inwoners met een laag inkomen krijgen een tegoed op hun Pas van Dronten. Dit tegoed kunnen zij verzilveren bij een sportclub of culturele vereniging. Daarnaast zijn er diverse subsidiemogelijkheden om de inactieve Drontenaren in beweging te brengen. Innovatieve beweegprojecten kunnen een financiële bijdrage ontvangen vanuit het Lokaal Sportakkoord. Voor evenementen die gericht zijn op sport en bewegen is een aparte subsidieregeling beschikbaar. Daarnaast zijn er vanuit het Landelijke Sportakkoord soms scholingen of beleidsondersteuningstrajecten te verkrijgen, die het bijvoorbeeld sportaanbieders makkelijker maakt om vernieuwend sportaanbod te realiseren. Sportaccommodaties op orde Het motiveren van alle inwoners om in beweging te komen, kan niet zonder een goed accommodatiebeleid. De beschikbaarheid van een accommodatie en de kwaliteit ervan bepalen voor een grote mate het beweeggedrag. De intrinsiek gemotiveerde sporters zijn eerder geneigd om verder te reizen en genoegen te nemen met een kwalitatief mindere accommodatie. Maar juist de groep die twijfelt om te gaan bewegen valt hierdoor af. Het is hierbij goed om te beseffen dat voor de sportaccommodaties niet alleen gekeken moet worden naar bijvoorbeeld voetbalvelden en tennisbanen.

De meerderheid van de sporters is actief in de openbare buitenruimte. Ditzelfde gaat op voor de grootste groep die voldoet aan de beweegrichtlijnen. Door deze aantrekkelijk in te richten wordt de drempel om te gaan bewegen verlaagd. Het aanleggen en onderhouden van sportaccommodaties is geen wettelijke taak. Toch hechten wij er waarde aan deze rol wel op te pakken. We doen dit voor sporttakken die op basis van landelijke cijfers niet in staat zijn om dat zelf te doen. De accommodaties worden aangelegd om aan een bewezen behoefte te voldoen. Dit vindt vervolgens plaats op basis van de eisen en richtlijnen van de verschillende sportbonden. Het onderhoud is erop gericht dat de kwaliteit van de sportaccommodaties zo lang mogelijk aan deze eisen en richtlijnen blijft voldoen en uitnodigt om gebruik te maken van de sportfaciliteit. Indien de sportaanbieder twijfels heeft over de kwaliteit of capaciteit gaan wij met hen in gesprek om deze twijfels verder in kaart te brengen en te verkennen of en op welke wijze deze weggenomen kunnen worden. Er ligt wel een wettelijke taak om te zorgen voor binnensportaccommodaties ten behoeve van het bewegingsonderwijs van scholen. Vitale verenigingen Sportaanbieders, zowel stichtingen als verenigingen en commerciële aanbieders, vormen samen een onmisbaar netwerk van organisaties.

Ieder draagt vanuit haar eigen kwaliteiten en ambities bij aan de doelstellingen die wij als gemeente voor ons sport- en gezondheidsbeleid hebben opgesteld. De sportaanbieder is hierbij zelf verantwoordelijk voor de keuzes die zij in haar bedrijfsvoering maakt. Er wordt momenteel onderzocht of, conform de motie van de gemeenteraad, en op welke wijze invulling gegeven kan worden aan een verenigingsondersteuningscentrum (VOC). Dit VOC zou een pro-actieve rol moeten pakken als het gaat om het ondersteunen van verenigingen en moet voorkomen dat veel verenigingen ‘het wiel opnieuw uit moeten vinden’. Door kennis over bijvoorbeeld een veilige sportomgeving, gezonde sportkantines, vrijwilligersbeleid, goed bestuur en ledenbinding op een plek samen te brengen wordt het makkelijker voor de sportvereniging om kennis te vergaren en haar werk als sportaanbieder op een goede wijze te vervullen.

9

Doel vastgesteld door de raad: Inwoners leven in een gezonde leefomgeving Uitwerking doel: Meer inwoners halen de beweegnorm Probleem/aanleiding: De afgelopen decennia is men steeds minder gaan bewegen. Deze neerwaartse trend heeft een negatief effect op de grootste risicofactoren voor chronische ziekten en heeft een negatieve impact op het welbevinden. Resultaat Indicator Bron op resultaat Een stijging van het aantal inwoners dat een actieve leefstijl kent

Een stijging van het aantal volwassenen dat een actieve leefstijl kent door een lidmaatschap van een sportvereniging Een stijging van het aantal kinderen dat een actieve leefstijl kent door een lidmaatschap van een sportvereniging

Afspraken met maatschappelijke partners

% volwassenen dat aangesloten is bij een sportvereniging

Cijfers van sportverenigingen

% jeugd dat aangesloten is bij een sportvereniging of sportschool

Cijfers van sportverenigingen

10

2.2 Meer inwoners ervaren de eigen gezondheid als goed De ervaren gezondheid wordt bepaald door een breed scala aan factoren. In landelijke gezondheidsmonitors worden onder andere angst en depressie, stress, lengte en gewicht, roken, eenzaamheid, mantelzorg, suïcidegedachten en vrijwilligerswerk meegenomen als bepalende elementen. GGD Flevoland voert deze monitors op lokaal niveau uit als taak uit de wet Publieke Gezondheid. Uit het hoofdrapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024 van het RIVM komen vijf belangrijke landelijke gezondheidsopgaven naar voren: 1. Vergrijzing – De vergrijzing blijft de belangrijkste maatschappelijke ontwikkeling voor de volksgezondheid. 2. Gezondheidsverschillen – De grote verschillen in gezondheid tussen bevolkingsgroepen vormen een tweede urgente opgave. 3. Ongezonde leefstijl en mentale problemen – Jongeren vertonen een steeds ongezondere leefstijl en kampen vaker met mentale gezondheidsproblemen. 4. Toegankelijke en kwalitatieve zorg – De vraag naar zorg neemt toe, terwijl personeelstekorten blijven groeien. Hoe we goede zorg kunnen blijven leveren, is daarmee een grote uitdaging. 5. Gezonde leefomgeving – De inrichting van onze leefomgeving moet bijdragen aan gezondheid en beter bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Positieve Gezondheid als leidraad In de gemeente Dronten werken wij vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid. Dit betekent dat we gezondheid niet enkel zien als de afwezigheid van ziekte, maar breder kijken naar het totale welzijn van onze inwoners. De focus ligt op de veerkracht van mensen en hun vermogen om regie te voeren over hun eigen leven, ook wanneer zij geconfronteerd worden met chronische aandoeningen of andere gezondheidsproblemen. Wij werken het doel dat meer inwoners hun eigen gezondheid als goed ervaren verder uit langs drie belangrijke lijnen: • Het bevorderen van een gezonde leefstijl; • Het ondersteunen van gezond ouder worden; • Het creëren van een gezonde leefomgeving; Gezonde leefstijl Een gezonde leefstijl zien wij als een leefstijl waarbij mensen bewuste keuzes maken op het gebied van voeding, beweging, slaap, middelengebruik en mentaal welzijn, zodat deze bijdragen aan de gezondheid en het verminderen van risico's op ziekten. In de probleemanalyse wordt een beeld geschetst van de grootste opgaven en aspecten waar wij komende jaren actief op ingaan zetten. Gezondheidsverschillen probleemanalyse

11

Gezondheidsverschillen zijn verschillen tussen groepen mensen qua levensverwachting, aantal gezonde jaren en ervaren gezondheid. Er zijn veel factoren van invloed op deze gezondheidsverschillen. Een van die factoren is de sociaaleconomische status. Indicatoren voor de sociaaleconomische status zijn: opleiding, beroep en inkomen. Daar worden omgeving, welvaart en vermogen vaak aan toegevoegd. Uit de beschikbare data voor Dronten zien we bijvoorbeeld dat in Dronten West 76% van de inwoners dat de eigen gezondheid als goed ervaart, terwijl in Dronten Noord slecht 67% van de inwoners de eigen gezondheid als goed ervaart. Dit betekent dat er een verschil is van 9% in het percentage inwoners dat hun gezondheid als goed ervaart tussen deze twee wijken op een relatief kleine afstand. Wij vinden het onwenselijk dat deze verschillen bestaanen willen er op inzetten dat deze cijfers gelijk blijven en waar mogelijk de verschillen afnemen. Hieronder vind je jouw tekst herschreven in de stijl van een beleidsmatige paragraaf, passend bij het gedachtegoed van OKO en bij bredere gezondheidsprogramma’s gericht op preventie, monitoring en kansengelijkheid. De toon is verbindend, actiegericht en onderbouwd. Gezondheidservaring onder druk: investeren in behoud én gerichte verbetering De ervaren gezondheid van inwoners staat onder druk.

In de afgelopen jaren is het percentage mensen dat hun gezondheid als (zeer) goed ervaart gedaald. De meest opvallende terugval deed zich voor in de periode 2020–2022, tijdens de coronacrisis. Deze trend vraagt om gerichte inzet. Door nu te investeren in het behouden van de huidige cijfers en tegelijkertijd te werken aan een lichte verbetering, zetten we een belangrijke stap in het afvlakken van de negatieve lijn. Zelfs een stabilisatie in deze cijfers is, gezien de landelijke daling, een waardevolle ontwikkeling. Tegelijkertijd zien we dat jongvolwassenen extra aandacht verdienen. Cijfers laten zien dat juist deze groep in toenemende mate hun gezondheid als onvoldoende ervaart. Dit vraagt om gerichte interventies en ondersteuning, afgestemd op hun leefwereld en behoeften. Denk hierbij aan mentale weerbaarheid, sociale verbondenheid, een gezonde leefstijl en toekomstperspectief. Door in te zetten op maatwerk, preventie en collectieve benaderingen rondom deze groep, ontstaat er ruimte om hun gezondheidsperceptie én daadwerkelijke gezondheid te versterken. Deze inzet past binnen het bredere streven naar een gezonde, kansrijke omgeving voor álle inwoners.

Mentale gezondheid bevorderen probleemanalyse Uit de Gezondheidsmonitors van GGD Flevoland en gesprekken met maatschappelijke partners blijkt dat mentale gezondheidsproblemen onder inwoners toenemen. Partners maken zich zorgen over de gevolgen op de langere termijn. Jongeren ervaren minder levenstevredenheid dan in voorgaande jaren; in 2023 gaven zij hun leven gemiddeld een 7,4, lager dan in 2017. Belangrijke oorzaken zijn stress door school en problematisch gebruik van sociale media. Ook volwassenen ervaren meer mentale klachten, zoals langdurige werkstress, burn-out en depressie, vooral sinds de coronapandemie. Het mentale welzijn van zowel jongeren als volwassenen staat structureel onder druk. Zonder tijdige preventie en ondersteuning dreigt de druk op zorg en samenleving verder toe te nemen.

12

Suïcidepreventie probleemanalyse In 2023 overleden in Nederland 1.862 mensen door suïcide, wat neerkomt op een landelijke sterftecijfer van ongeveer 10 per 100.000 inwoners. In Flevoland heeft 5% van de jongeren in de afgelopen 12 maanden vaak serieus overwogen een einde aan hun leven te maken. Hoewel er geen specifieke cijfers voor Dronten beschikbaar zijn, wijzen deze regionale gegevens op een zorgwekkende situatie. De belangrijkste risicofactoren zijn onder andere psychische klachten, eenzaamheid, financiële onzekerheid en de nasleep van de coronapandemie. Daarnaast is er een gebrek aan laagdrempelige ondersteuning en blijft het onderwerp vaak onbespreekbaar. Zonder gerichte interventies bestaat het risico dat de mentale gezondheid verder verslechtert, met alle gevolgen van dien voor de betrokkenen en hun omgeving. Het is daarom van groot belang dat de gemeente Dronten samen met zorg- en welzijnspartners inzet op preventie, vroegtijdige signalering en het bespreekbaar maken van suïcide. Door deze aanpak kan de gemeente bijdragen aan het voorkomen van suïcides en het verbeteren van het mentale welzijn van haar inwoners.

Gezondheid bevorderen jongeren: De gezonde generatie in 2040 het bevorderen van een gezonde generatie een bredere doelstelling die we nastreven met verschillende maatregelen. Dit gaat verder dan alleen het rookvrije beleid en richt zich op het ondersteunen van jongeren in het maken van gezonde keuzes op het gebied van voeding, beweging, slaap en mentaal welzijn. De afspraken voor 2040 bevatten ambitieuze doelen om de gezondheid van toekomstige generaties te verbeteren en chronische ziektes te voorkomen door preventie en gedragsverandering te stimuleren. Probleemanalyse gewicht Overgewicht onder jongeren is een groeiend en hardnekkig probleem. In Dronten heeft 59% van de volwassenen matig tot ernstig overgewicht – het hoogste percentage in Flevoland. Ook onder jongeren nemen risicofactoren toe: ze bewegen te weinig, eten ongezond en het aantal jongeren met overgewicht stijgt. Landelijk kampt al 14,2% van de 4- tot 17-jarigen met overgewicht, waarvan 3,6% met obesitas. Het probleem is niet alleen fysiek, maar ook sociaal en psychisch. Jongeren met overgewicht hebben vaker last van pestgedrag, een lager zelfbeeld en mentale klachten. Bovendien is het risico sterk ongelijk verdeeld: jongeren uit gezinnen met financiële stress, lage sociaaleconomische status of ouders met overgewicht hebben twee tot drie keer zoveel kans om zelf overgewicht te ontwikkelen.

Zonder gerichte inzet op jonge leeftijd stapelen de gezondheidsachterstanden zich op, met langdurige gevolgen voor gezondheid, welzijn en gelijke kansen. Volgens het RIVM en de WHO is vroege preventie effectiever, duurzamer en goedkoper dan later ingrijpen.

13

Daarom kiest Dronten voor een gerichte, preventieve aanpak bij kinderen en jongeren: om structurele ongelijkheid te doorbreken en te investeren in een gezonde toekomst.

Alcoholgebruik onder jongeren in Dronten Alcoholgebruik onder jongeren blijft een belangrijk aandachtspunt. Uit de Gezondheidsmonitor Jeugd blijkt dat in Dronten 26% van de jongeren in de afgelopen vier weken alcohol heeft gedronken en 14% dronken of aangeschoten is geweest. Hoewel het gebruik van lachgas afneemt en cannabisgebruik stabiel blijft, valt op dat alcohol nog vaak sociaal geaccepteerd is, zowel onder jongeren als in hun omgeving. Veel drinken gebeurt ‘achter de voordeur’, bijvoorbeeld in schuren of caravans, vaak met instemming van ouders. Deze faciliterende rol maakt signalering en gedragsverandering complex. Evenementen zoals de Meerpaaldagen bieden kansen voor signalering én het gesprek met jongeren over alcoholgebruik. Naast jongeren zelf speelt ook de omgeving – ouders, school, vrienden – een belangrijke rol in normstelling. De gemeente richt zich op het voorkómen van problematisch gebruik, het verhogen van bewustzijn en het normaliseren van verantwoord alcoholgebruik. Alcoholpreventie is integraal onderdeel van de bredere aanpak gezonde leefstijl en vraagt om langdurige, samenhangende inzet. Samenhang met het preventie- en handhavingsplan De gemeente beschikt over een vastgesteld preventie- en handhavingsplan alcohol (PHP), zoals verplicht onder artikel 43a van de Alcoholwet.

Hierin zijn beleidsdoelstellingen opgenomen gericht op zowel proces als gedrag: • Procesdoelen: o Samenwerking tussen alle relevante organisaties in de aanpak van middelengebruik. o Aanscherping van de handhaving op verkoop en gebruik van alcohol onder jongeren. o Regionale afstemming van handhavingsnormen. • Gedragsdoelen: o Vermindering van binge drinken onder jongeren. o Stabilisering van overmatig alcoholgebruik onder volwassenen.

Het streven naar een rookvrije generatie is een belangrijke afspraak die is vastgelegd in het Nationaal Preventieakkoord, met als doel in 2040 een rookvrije generatie te realiseren. Dit houdt in dat jongeren vanaf 2040 niet meer beginnen met roken en dat de tabaksindustrie steeds minder invloed heeft op de samenleving. Door roken uit het straatbeeld te verwijderen en door middel van voorlichting, stoppen-met-rokenbegeleiding en rookvrije publieke ruimtes, werken we gezamenlijk naar een gezondere toekomst voor de volgende generaties.

14

Gezond ouder worden probleemanalyse De vergrijzing in Dronten is een feit en kent kenmerken van dubbele vergrijzing: zowel het totale aantal ouderen groeit als het aantal zeer ouderen neemt toe. De groep 65-plussers steeg van 6.466 in 2020 naar 6.745 in 2022, en in 2025 wordt een verdere toename tot 8.384 ouderen verwacht. Tegelijkertijd stijgt de kwetsbaarheid onder ouderen, vooral bij 80-plussers – zij zijn drie keer zo vaak kwetsbaar als 65- tot 79-jarigen. Ook de toename van dementie vraagt aandacht: in Flevoland wordt in 2024 gerekend op 11.000 mensen met een vorm van dementie. Een specifiek en urgent aandachtspunt is valpreventie. Elke vier minuten belandt in Nederland een oudere op de Spoedeisende Hulp na een val. Voor veel ouderen vormt dit het begin van een neerwaartse spiraal van letsel, verminderde mobiliteit, sociaal isolement en verlies van zelfstandigheid. In Dronten vallen naar schatting jaarlijks ruim 2.700 ouderen, waarvan ongeveer 2.180 een verhoogd valrisico hebben. Door de dubbele vergrijzing zullen deze aantallen de komende jaren toenemen, wat leidt tot hogere zorgkosten, meer beroep op Wmo en mantelzorg, en een afname van de ervaren gezondheid. De gemeente Dronten herkent deze ontwikkeling en beschouwt dit als een maatschappelijke opdracht.

Valpreventie is een wettelijke taak onder de Wet publieke gezondheid (artikel 2) en valt binnen het landelijke Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). De urgentie, schaal en preventieve mogelijkheden maken dat de gemeente hier stelling in neemt: wij vinden het onacceptabel dat zoveel ouderen letsel en verlies van zelfstandigheid oplopen door iets wat in veel gevallen te voorkomen is Gezonde leefomgeving probleemanalyse De fysieke leefomgeving ook een aanzienlijke invloed op de gezondheid van onze inwoners. Het RIVM heeft aangetoond dat er verschillende interventies nodig zijn om een gezonde leefomgeving te waarborgen. Een voorbeeld is de noodzaak van een hitteplan. Door de toenemende frequentie van hittegolven als gevolg van klimaatverandering, is het belangrijk om de risico's voor kwetsbare groepen te beperken en gezondheidsproblemen door overmatige hitte te voorkomen. Ook is er een zorgwekkende trend in de aantallen huidkanker, die de laatste decennia sterk zijn gestegen door verhoogde blootstelling aan UVstraling. Dit heeft aanzienlijke gezondheidsimplicaties, aangezien 75.000 mensen jaarlijks ziek worden door huidkanker, wat vraagt om gerichte preventieve maatregelen, zoals voorlichting en bescherming tegen UV-straling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1498/documents/21887