A-10 240627 Raadsinformatiebrief beantwoording TV CDA VVD LD TV CDA VVD LD over cijfers en trends arbeidsmi.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Zaaknummer: 620713 Documentnummer: 621797
Datum: 24 juni 2024 Portefeuille(s): arbeidsmigrantenhuisvesting Portefeuillehouder(s): Peter van Bergen Contactpersoon: Ernyo Kovacsek Tel.nr.: 06- 12 23 78 12
Emailadres: e.kovacsek@dronten.nl
Onderwerp Beantwoording vragen aanpassing beleid arbeidsmigrantenhuisvesting Context ☐ Afdoening motie [naam / raadsvergadering d.d.] ☐ Afdoening toezegging [commissievergadering/raadsvergadering d.d.] ☒ Beantwoording raadsvragen ☐ Actuele bestuurlijke aangelegenheid ☐ Anders, [te weten…] Korte samenvatting Op 14 maart 2024 hebben de fracties van CDA, VVD en LD vragen gesteld over het raadsvoorstel voor de aanpassing van het beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten, in het bijzonder over de getalsmatige onderbouwing voor zowel arbeidsmigranten als studenten. Deze raadsinformatiebrief bevat - voor zover nu al mogelijk - de beantwoording van deze vragen. Vragen en antwoorden Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten 1. Zijn er recente cijfers over de vraag (en trendontwikkeling) naar tijdelijke arbeidsmigranten voor de gemeente Dronten, zo ja kunnen deze worden gedeeld met de raad? Er zijn nog geen recentere cijfers, er loopt wel een nieuw onderzoek, dat na voltooiing gedeeld zal worden met de raad. 2. Kunnen de uitkomsten van recentere onderzoeken uit Flevoland of van Flevolandse gemeenten, zoals die van Decisio en Companen uit 2020, worden gedeeld met de raad ? Worden de gedateerde gegevens (soms 5 jaar oud) geactualiseerd en kunnen deze worden gedeeld met de raad? Het genoemde onderzoek van Decisio is openbaar en is als bijlage bijgevoegd bij deze raadsinformatiebrief.
(Per abuis vermeldt het voorblad “concept”, het is de definitieve versie.) Op dit moment wordt het onderzoek herzien in opdracht van de provincie Flevoland. Zodra de nieuwe onderzoeksresultaten bekend zijn zullen wij dit doorsturen naar de raad. Gelet op de voortdurende groei van de economie en het aantal arbeidsplaatsen is het niet aannemelijk dat de vraag naar huisvesting lager is dan in het beleid is Bijlage(n):
De Rede 1 8251 ER Dronten
Postbus 100 8250 AC Dronten
Telefoon 14 0321
www.dronten.nl
geraamd. 3. Sinds januari 2022 zijn gemeenten begonnen met het registreren van tijdelijke arbeidsmigranten in het BRP. Wat zijn de ervaringen met registratie van tijdelijke arbeidsmigranten in BRP in Dronten en is dit een goede graadmeter? Sinds de invoering van de Wet Basisregistratie personen (Brp) in 1994 worden mensen ingeschreven in die registratie als zij van plan zijn minimaal vier maanden in een half jaar in Nederland te verblijven (en zij hier legaal mogen zijn). Naar aanleiding van het Manifest over de woon- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten uit 2021 wordt er extra aandacht besteed aan de juiste inschrijving van arbeidsmigranten. Dit neemt niet weg dat een behoorlijk deel van de arbeidsmigranten korter blijft dan vier maanden en dus niet ingeschreven hoort te worden. Anderen weten in het begin niet hoe lang ze zullen blijven en blijken pas later langer dan vier maanden aaneengesloten in Nederland te zijn. De kans dat men zich dan alsnog adequaat inschrijft is beperkt. Personen kunnen ook niet met het kenmerk “arbeidsmigrant” ingeschreven worden, waardoor het niet goed mogelijk is om een zoekslag te maken naar arbeidsmigranten. Gelet op het voorgaande is de Brp weinig geschikt als graadmeter voor de aanwezigheid van arbeidsmigranten in Dronten. In 2012 is de Brp aangevuld met het Register niet ingezetenen (Rni).
In dit register kunnen mensen worden opgenomen die wel een relatie hebben met Nederland (bijvoorbeeld werk en belastingplicht), maar hier niet wonen. Het Register niet ingezetenen wordt bijgehouden in een aantal centrumgemeenten (bijvoorbeeld Zwolle, niet in Dronten). De woonplaats in het buitenland is een verplicht gegeven in de Rni, de tijdelijke verblijfplaats in Nederland niet. (deze mag wel worden opgegeven.) Vanuit de Rni is geen goede relatie te leggen met verblijf in Dronten. Dit maakt dat ook de Rni geen goede graadmeter is. De relatieve ongeschiktheid van Brp en Rni voor de monitoring van arbeidsmigranten is een landelijk probleem. Zoals afgesproken in het manifest van juni 2021 verplicht de gemeente Dronten het gebruik van een nachtregister voor de grootschalige en seizoensgebonden huisvesting van arbeidsmigranten. 4. Kunnen de ervaringen en inrichting van het arbeidsmigrantenbeleid in de Noordoostpolder worden gebruikt bij het beleid in onze gemeente? Waar zitten de verschillen in uitdaging? In hoofdlijnen zijn er veel overeenkomsten tussen het beleid van de gemeente Noordoostpolder en Dronten. In beide gevallen zijn de uitgangspunten kwalitatief goede verblijfsruimte, remming en spreiding van de vestiging in woonwijken en zeker bij de groter locaties- ruime spreiding en een zekere mate van afstand tot woongebieden.
Voor beide gemeenten is de uitdaging vergelijkbaar. Het is lastig om geschikte locaties te vinden en het is moeilijk om draagvlak bij omwonenden en nabijgelegen bedrijven te verkrijgen.
Huisvesting studenten 1. Hoe groot is het huidige tekort aan huisvestingsplekken voor studenten? Welke groei van studentenhuisvesting is voorzien? Hoeveel studenten haken jaarlijks in Dronten af omdat zij geen plek kunnen krijgen? Hoeveel overlastmeldingen zijn er de afgelopen drie jaar over studenten ontvangen? We zijn bezig hiervan een actueel beeld te verkrijgen. De beantwoording van deze vraag zal naar verwachting in de tweede helft van juli plaatsvinden. 2. De beleidsvisie gaat uit van uitbreiding huisvesting studenten op de campus. Wat is de status van de planontwikkeling van studentenwoningen door Aeres op de campus aan de Drieslag ? Wat zijn de concrete plannen van OFW voor studentenhuisvesting? Zijn hierover gesprekken met het OFW? Zijn er private initiatieven? We zijn bezig hiervan een actueel beeld te verkrijgen. De beantwoording van deze vraag zal naar verwachting in de tweede helft van juli plaatsvinden. 3. Zijn de huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten eventueel geschikt (te maken) voor huisvesting studenten? In principe is dit mogelijk. Door het verschillende leefritme van studenten en arbeidsmigranten is het overigens minder wenselijk beide groepen te mengen. 4. Gemeente Dronten is bezig met de ontwikkeling van flexwoningen voor spoedzoekers en statushouders (bijv aan de Gangboord).
Zijn de flexwoningen ook geschikt voor studenten? In principe is ook dit mogelijk. Het heeft echter de voorkeur om de flexwoningen te reserveren voor de al in Dronten woonachtige doelgroepen, omdat ook bij deze doelgroepen een grote behoefte is aan huisvesting: Het betreft doorgaans inwoners die door persoonlijke omstandigheden met spoed tijdelijke woonruimte nodig hebben. Vervolg De beantwoording van vragen 1 en 2 over studentenhuisvesting vindt naar verwachting in de tweede helft van juli plaats. Het raadsvoorstel over de aanpassing van het beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt voor de zomer aan uw raad aangeleverd voor agendering na het zomerreces. Bijlagen 1. Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland, februari 2020, Provincie Flevoland/Decisio. Documentnummer 621795; 2. Technische vragen CDA, VVD en LD (doc. nr: 621769).
J.D. Pruim Secretaris
drs. J.P. Gebben Burgemeester
Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland Provincie Flevoland
27 februari 2020 Concept
DATUM
27 februari 2020
TITEL
Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
ONDERTITEL
OPDRACHTGEVER
Provincie Flevoland
AUTEUR(S)
Companen Bram Klouwen Koen Klouwen
PROJECTNUMMER
Decisio Gerwin van der Meulen Suzanne Steegman 3100.104
STATUS
Concept
Inhoud Samenvatting: vier centrale opgaven
4
1
Inleiding 1.1 Aanleiding en vraagstelling 1.2 Definities 1.3 Aanpak 1.4 Leeswijzer
6 6 7 8 8
2
Aantal en ontwikkeling arbeidsmigranten 2.1 Aantal arbeidsmigranten en woon/werklocatie 2.2 Prognose aantal arbeidsmigranten tot 2030
9 9 14
3
Huisvestingsopgave nu en naar 2030 3.1 De actuele huisvestingssituatie 3.2 Short-, mid- en long-stay faciliteiten 3.3 Conclusie
16 16 17 20
4
Oplossingsrichtingen 4.1 Urgentie en actie 4.2 Gezamenlijke opgave 4.3 Beleidsopgaven
22 22 22 23
Bijlage: kerncijfers per gemeente
26
Bijlage: toelichting methodiek
31
Bijlage: achtergrond prognose
32
3
Samenvatting: vier centrale opgaven De provincie Flevoland heeft samen met de gemeenten een onderzoek laten uitvoeren naar de huisvesting van arbeidsmigranten: hoeveel arbeidsmigranten wonen in Flevoland, wat zijn verwachte ontwikkelingen, levert dit knelpunten rond huisvesting op en (en, zo ja) wat zijn mogelijke oplossingen? Uit het onderzoek dat door Economisch onderzoeksbureau Decisio en Companen advies voor woningmarkt en leefomgeving is uitgevoerd, komen de volgende hoofdconclusies naar voren: 1.
Er is nu al een tekort aan huisvesting voor arbeidsmigranten in Flevoland. Dit tekort lost zich op in de marges van de woningmarkt: in bedrijfsgebouwen, op erven en in (recreatie)woningen. Er is hierop weinig zicht, met risico’s rond veiligheid en gezondheid. Huisvesting in woonwijken (verkamerd verhuren van woningen) leidt mogelijk tot verdringing op de toch al gespannen woningmarkt. Om misstanden te voorkomen is het belangrijk om deze plekken te kennen en zo nodig aan te passen of te vervangen door plekken die voldoen aan gangbare normen voor passende huisvesting (SNF-norm). In de tussentijd is behoud van bestaande huisvestingsplekken nodig in afwachting van kwalitatief voldoende nieuwe huisvestingsmogelijkheden. In Flevoland wonen op dit moment circa 16.200 arbeidsmigranten. Hiervan hebben circa 2.100 zich definitief gevestigd in Nederland. Inventarisatie onder gemeenten en huisvesters van arbeidsmigranten levert een huisvestingsaanbod op van ruim 4.700 plekken (bedden) voor short- en midstay (kort of middellang verblijf). Van 9.400 arbeidsmigranten is de woonplek niet in beeld. De inzet zou gericht moeten zijn op het in beeld brengen van deze 9.400 plekken, het zo nodig normaliseren van deze locaties en / of het bieden van een kwalitatief voldoende alternatief hiervoor.
2.
De inzet van arbeidsmigranten neemt de komende jaren toe. De bedrijvigheid in Flevoland groeit. De ontwikkeling van de beroepsbevolking houdt hiermee gelijke tred. Hoewel de omvang van de groei niet exact te bepalen is, gaat het naar verwachting om een groei met minimaal 2.300 tot 6.300 arbeidsmigranten. Dit leidt zowel tot een vraag naar extra short- en midstayhuisvestingsvoorzieningen, als tot een vraag naar reguliere woningen door mensen die zich permanent in de provincie vestigen. Op basis van het doortrekken van de trendmatige groei van de werkgelegenheid in Flevoland (trend 2010-2018) zijn tot 2030 minimaal 2.300 arbeidsmigranten extra nodig om arbeidsplaatsen in te kunnen vullen. De afgelopen jaren lag deze groei echter hoger. Ook toekomstige ontwikkelingen als de opening van Lelystad Airport en Industriehaven Flevokust wijzen richting een hogere groei. Dit vertaalt zich als volgt naar de huisvestingsopgave tot 2030:
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
4
Aantal arbeidsmigranten +2.300 tot +6.300 Short stay:
Mid stay:
Long stay:
+1.150 tot +3.150
+800 tot +2.100
+350 tot +950 (Sociale) huur: +230 tot +625 Koop: +120 tot 325
3.
Huisvesting van arbeidsmigranten vergt een gezamenlijke aanpak van gemeenten en de provincie. Als gemeenten sterk verschillend beleid voeren, of onvoldoende huisvestingsmogelijkheden bieden, verschuift de opgave naar andere gemeenten. Dit geldt ook voor verschillende aanpakken tussen provincies. Werkgevers, uitzendorganisaties en huisvesters vragen ook van de gemeenten en de provincie een onderling afgestemde aanpak. De provincie heeft hierin een coördinerende en (planologisch-ruimtelijk) faciliterende verantwoordelijkheid. Tweederde deel van de arbeidsmigranten dat in Flevoland woont werkt binnen de provincie: vaak in de gemeente waar ze wonen. Tussen de gemeenten is logischerwijs sprake van woon-werkpendel. Soms ontstaat die door gebrek aan mogelijkheden om huisvesting te realiseren, zoals op Urk waar met name Noordoostpolder voorziet in de huisvestingsopgave. Er is daarnaast een pendel van arbeidsmigranten die in Flevoland werken en elders wonen, en ongeveer evenveel migranten dit in Flevoland wonen en elders werken. De woon-werkpendel is redelijk in balans. In Almere en Lelystad wonen relatief meer arbeidsmigranten die buiten de provincie werken (40% tot 50% van de arbeidsmigranten). De hoge druk op de woningmarkt in de Metropool Regio Amsterdam is hiervan de verklaring.
4.
Zet in op een stapsgewijze aanpak van huisvesting arbeidsmigranten met de volgende elementen: a. Samenwerking tussen provincie, gemeenten en ondernemers intensiveren door het opzetten van een samenwerkingstafel waarin de opgave wordt besproken, en oplossingen worden afgestemd. b. Afstemmen van kwalitatieve kaders waarbinnen huisvesting van arbeidsmigranten geregeld kan worden, met aandacht voor de SNF-norm als minimum, voorzieningen in de omgeving, wel / niet huisvesten in woonwijken (met aandacht voor verschil tussen stedelijk gebied en meer dorpse kernen), registratie van arbeidsmigranten en huisvesting. c. Het realiseren van nieuw kwalitatief voldoende huisvesting in gemeenten, waarbij zowel wordt ingespeeld op de opgave om huisvesting ‘onder de radar’ in beeld te krijgen en te verbeteren (9.400 plaatsen), als op de groei van de huisvestingsopgave (minimaal 2.300 plaatsen tot 2030). Ook al is de groei nog niet exact te ramen, er komt hoogstwaarschijnlijk verdere groei. Toevoegingen zijn hoe dan ook nodig. Adaptief plannen is nodig: nu beginnen en goed monitoren of aanbod kwantitatief en kwalitatief aansluit bij de behoefte. Bij bedrijfsvestiging of grote uitbreiding zou dit vast onderwerp van gesprek moeten zijn tussen bedrijf en overheid.
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
5
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en vraagstelling
De economie groeit en de vraag naar werknemers is groot. Ook in Flevoland. Bedrijven zetten steeds vaker arbeidsmigranten in om aan de groeiende arbeidsvraag te voldoen. Deze arbeidsmigranten verblijven voor korte of langere termijn in Flevoland; liefst op niet al te grote afstand van de werklocaties. Geschikte tijdelijke of meer structurele huisvesting voor deze groeiende groep arbeidsmigranten is niet altijd voorhanden. In een woningmarkt die onder druk staat, leidt dit soms tot verdringing en worden (tijdelijke) oplossingen gezocht door het wonen op vakantieparken, verkamering van reguliere woningen of het wonen in of bij bedrijfsgebouwen. Dit terwijl het vanuit kwantitatief en kwalitatief perspectief eerder wenselijk is om de huisvesting van arbeidsmigranten op de korte en langere termijn goed (structureel)) te regelen zodat in Flevoland nu en in de toekomst een gezond(e) woonsituatie en economische vestigingsklimaat bestaat. Tegen deze achtergrond heeft de provincie Flevoland Companen en Decisio gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de huisvesting van arbeidsmigranten: om hoeveel arbeidsmigranten gaat het, hoe ontwikkelt het aantal arbeidsmigranten zich, levert dit knelpunten op het gebied van huisvesting op en (en, zo ja) wat zijn mogelijke oplossingen? Daarbij staan de volgende drie punten centraal: 1.
Inzicht krijgen in het aantal arbeidsmigranten nu en in de toekomst a. Hoeveel arbeidsmigranten werken en wonen in Flevoland? b. Wat is de prognose tot 2030 voor het aantal arbeidsmigranten in Flevoland? 2. Inzicht krijgen in de huisvestingsbehoefte (kwantitatief en kwalitatief) van arbeidsmigranten in Flevoland. a. Welke huisvestingsvraag ligt er per groep arbeidsmigranten (short-, mid- en longstay/en naar sector)? b. Wat is per gemeente de huidige omvang van de vraag aan woon- en verblijfsmogelijkheden voor arbeidsmigranten? En sluit dit aan op het huidige aanbod? 3. Inzicht krijgen in de mogelijkheden voor huisvesting en knelpunten hierbij. a. Welke kansen zijn er voor huisvesting van arbeidsmigranten in Flevoland? b. Zijn er knelpunten ten aanzien van mogelijkheden voor huisvesting van arbeidsmigranten?
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
6
1.2
Definities
In dit rapport worden diverse begrippen gebruikt. Voor de duidelijkheid geven we hier een overzicht van hetgeen we daarmee bedoelen: •
Internationale werknemer: is een economisch-actieve persoon met alleen een buitenlandse nationaliteit (oftewel deze persoon heeft niet de Nederlandse nationaliteit) en die in loondienst is bij een in Nederland gevestigde organisatie. Voor deze persoon wordt loonheffing afgedragen aan de Belastingdienst.
•
Kenniswerker: is een internationale werknemer die gerekend wordt tot de groep kenniswerkers waarbij een minimale looneis gesteld is voor twee leeftijdsgroepen. In de bijlage bij dit rapport is dit nader toegelicht.
•
Arbeidsmigrant: is een internationale werknemer die minder verdient dan de gestelde minimale looneis voor de kenniswerker. In de bijlage bij dit rapport is dit nader toegelicht.
•
Werkgemeente: dat is de gemeente in Nederland waar de werkgever van de arbeidsmigrant gevestigd is.
•
Woongemeente: dat is de gemeente in Nederland waar de arbeidsmigrant volgens het BRP geregistreerd is.
•
Registratie: Hierbij gaat het om registratie in de Basisregistratie Personen (BRP). Niet iedere EUwerknemer die in Nederland werkt, is ingeschreven bij de BRP. Wel heeft elke migrant een fiscaal nummer, waardoor het aantal werknemers goed in beeld is.
•
Registratiegraad: het aandeel werkende arbeidsmigranten dat wel ingeschreven is in het BRP, en waar we dus de woongemeente van weten; afgezet tegen het aantal werkenden.
•
Woonplek: Een woonplek is waar één arbeidsmigrant verblijft. Zo kunnen er binnen een woning of andere wooneenheid dus meerdere woonplekken zijn.
•
Short-stay1: verblijf tot maximaal een jaar. Voor mensen die hier maar kort verblijven en/of net zijn binnen gekomen is een logiesvorm vaak een aantrekkelijke vorm van huisvesting (bron: Expertisecentrum Flexwonen).
•
Mid-stay: verblijf tussen één en drie jaar. De behoefte is gericht op tenminste een eigen kamer, kookgelegenheid en eigen sanitaire voorzieningen. Maar klein en sommige dingen kunnen best nog gedeeld worden (bron: Expertisecentrum Flexwonen).
•
Long-stay: verblijf langer dan drie jaar of permanente vestiging. Zij zoeken en vinden hun weg op de woningmarkt en kopen of huren een gewoon huis (bron: Expertisecentrum Flexwonen).
1 Met dit onderscheid naar short-stay, mid-stay en long-stay kijken we naar de feitelijke verblijfsduur en niet naar de ‘bestemming’.
Het onderscheid short-stay en mid-stay is in de praktijk een glijdende schaal. Iemand komt eerst voor korte duur en blijft vervolgens langer. Het moment waarop de migrant de keuze maakt om wel of niet hier te blijven is geen uniforme termijn. De persoonlijke omstandigheden (bijvoorbeeld wel of geen gezin in het land van herkomst) verschillen van migrant tot migrant, en bepalen in belangrijke mate die keuze. Met het onderscheid tussen short- en mid-stay maken we duidelijk dat er een glijdende schaal is, waardoor de exacte grens voor de totale huisvestingsopgave minder relevant is. Short-stay wordt wel gekoppeld aan de bestemming ‘logies’. Daaraan kan de gemeente in het bestemmingsplan een maximum verblijfsduur koppelen. We zien dat deze termijn steeds minder aansluit bij de praktijk, en daardoor voor bedrijven problemen oplevert: zeker nu het werk van migranten steeds minder gekoppeld is aan seizoensarbeid en een meer structureel karakter heeft.
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
7
De kwantitatieve basis van dit onderzoek zijn de gegevens per persoon zoals die via CBS Microdata beschikbaar zijn; CBS Microdata wordt gevoed door gegevens van onder meer de Belastingdienst. Dit onderzoek geeft geen inzicht in de omvang van illegale arbeid of bewoning.
1.3
Aanpak
Het onderzoek is uitgevoerd door Companen en Decisio op basis van gegevens afkomstig van CBS Microdata.
Cijfers arbeidsmigranten op basis van CBS Microdata Het CBS geeft geaccrediteerde organisaties toegang tot de databestanden op basis waarvan het CBS haar statistieken opstelt (de zogenaamde ‘CBS Microdata’). Decisio heeft toegang tot CBS Microdata en gebruikt dit om de ‘Monitor internationale werknemers’ op te stellen op basis van diverse uitgangspunten, waaronder: •
De werknemer werkt in Nederland
•
De werknemer heeft de buitenlandse nationaliteit (oftewel: geen Nederlandse nationaliteit)
•
De werknemer verdient een inkomen uit ‘actieve arbeid’. Oftewel, internationale werknemers zijn niet in de monitor opgenomen wanneer zij bijvoorbeeld een uitkering ontvangen, of werkloos zijn.
Binnen deze monitor zoomen we onder meer specifiek in op de arbeidsmigranten. Voor de monitor koppelt Decisio binnen CBS Microdata arbeidscontract-informatie van arbeidsmigranten in Nederland aan diverse persoonsgegevens. Op gemeenteniveau en (deels) op postcodeniveau geeft de monitor vervolgens onder meer inzicht in het aantal arbeidsmigranten dat in een regio woont en/of werkt, in welke sector zij werkzaam zijn en wat zij verdienen, hoe lang zij in Nederland economisch actief zijn, waar ze vandaan komen en wat hun leeftijd is. In de bijlage bij dit rapport is meer toelichting gegeven over de gehanteerde methodiek.
Verder heeft er in het kader van dit onderzoek een woondialoog plaatsgevonden, waarbij de provincie, gemeenten, huisvesters, grote werkgevers, uitzendbureaus en woningcorporaties aanwezig waren. In navolging op deze dialoog hebben we een extra uitvraag gedaan aan bedrijven om inzicht te krijgen in woonlocaties en registratiegraad van arbeidsmigranten.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van dit rapport gaan we verder in op het aantal arbeidsmigranten in de provincie Flevoland. Tevens schetsen we hier hoe het aantal arbeidsmigranten zich sinds 2010 ontwikkeld heeft en wat we, tot 2030, verwachten voor verdere ontwikkeling. In hoofdstuk 3 beschrijven we wat de ontwikkeling van het aantal arbeidsmigranten betekent voor de huisvestingsvraag in Flevoland. In hoofdstuk 4 reiken we een aantal oplossingsrichtingen aan. In de bijlage vindt u cijfers per gemeente uitgewerkt.
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
8
2 Aantal en ontwikkeling arbeidsmigranten In dit hoofdstuk beschrijven we de populatie arbeidsmigranten die in de provincie Flevoland woont en / of werkt. Daarnaast geven we een doorkijk naar 2030 over de verwachte ontwikkeling van de omvang van de groep arbeidsmigranten in Flevoland. In de bijlage bij dit rapport zijn nog diverse achtergrondkenmerken van de populatie arbeidsmigranten in de provincie Flevoland opgenomen.
2.1
Aantal arbeidsmigranten en woon/werklocatie
Aantal arbeidsmigranten dat in Flevoland werkt, groeit jaarlijks met 15 procent In 20182 werkten in de provincie Flevoland circa 15.900 arbeidsmigranten. Sinds 2010 is het aantal werkzame arbeidsmigranten in Flevoland verdrievoudigd: van 5.100 in 2010 naar 15.900 in 2018. De groei in de provincie Flevoland sinds 2010 bedraagt gemiddeld 15 procent per jaar. Belangrijk hierbij te vermelden is dat het om arbeidsplaatsen gaat. Een deel van de arbeidsmigranten volgt elkaar namelijk op: sommige werken een half jaar, waarna een andere arbeidsmigrant diegene opvolgt. Daarom is het zeer waarschijnlijk dat er niet 15.900 arbeidsmigranten tegelijkertijd in Flevoland werkten. Hoe veel arbeidsmigranten er op het piekmoment werkten, hebben we niet in beeld. Een globale inschatting op basis van het aantal kortdurend verblijvende arbeidsmigranten duidt op een aantal van 13.000 tot 14.000 structurele arbeidsplaatsen voor arbeidsmigranten in Flevoland. Figuur 2.1: Provincie Flevoland. Ontwikkeling aantal werkzame arbeidsmigranten, 2010-2018
20.000
15.900
15.000 8.700
10.000 5.100
6.400
5.400
5.900
2012
2013
10.100
10.800
11.500
2015
2016
2017
5.000 2010
2011
2014
2018
Bron: Decisio (2020), op basis van CBS Microdata
De groei van het aantal werkzame arbeidsmigranten was in 2018 zeer groot. Hoewel cijfers over 2019 nog ontbreken geven huisvesters, uitzenders en werkgevers aan dat zij ervaren dat de groei in 2019 doorzette.
Vestiging van uitzendbureau en werklocatie In de CBS Microdata is de werklocatie van werknemers (zoals arbeidsmigranten) geregistreerd als het adres van de werkgever. Voor arbeidsmigranten, die vaak via een uitzendbureau werken, komt het voor dat het vestigingsadres van het uitzendbureau geregistreerd is als het werkadres. Het is echter aannemelijk dat het werkadres van arbeidsmigranten elders is gelegen aangezien zij door het uitzendbureau tijdelijk bij een of meerdere werkgevers worden uitgezonden. Echter, dit daadwerkelijke werkadres is op basis van CBS Microdata niet bekend. Dit kan een vertekend beeld (onderschatting of overschatting) opleveren van het aantal arbeidsmigranten per werkgemeente/regio.
2 De meest recent beschikbare data over internationale arbeidsmigranten komt uit 2018. Data voor 2019 komt pas in
het najaar van 2020 beschikbaar. Illegale arbeid zien we uiteraard niet terug in de cijfers.
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
9
Toename werkende arbeidsmigranten De gemeente Noordoostpolder kende vooral tussen 2013 en 2014 een forse toename (van 660 naar 1.870) van in deze gemeente werkende arbeidsmigranten. Deze toename is voor een groot deel toe te dichten aan de vestiging van Level One Uitzendbureau in 2013. Dit uitzendbureau zendt arbeidskrachten uit de EU uit naar met name bedrijven in de groente verwerkende en visverwerkende industrie. In de gemeente Urk komt de toename zeer waarschijnlijk door de grote groei in werkgelegenheid in de visverwerking: vis van over de hele wereld wordt op Urk verwerkt. Data over hoe de groei tussen 2018 en 2019 eruit zag is vanuit het CBS nog niet beschikbaar.
Bijna 10.400 geregistreerde arbeidsmigranten wonend in Flevoland Op basis van CBS Microdata blijkt voor 2018 dat zo’n 10.400 arbeidsmigranten (geregistreerd) woonachtig zijn in de provincie Flevoland. Almere is, net als bij werklocaties, de belangrijkste woongemeente: 45 procent van de in Flevoland woonachtige arbeidsmigranten woont hier. Na Almere is er een min of meer evenredige spreiding van het aantal geregistreerde arbeidsmigranten over de overige Flevolandse gemeenten. In Lelystad, de Noordoostpolder en Zeewolde staan tussen de 1.400 en 1.900 arbeidsmigranten geregistreerd; in Dronten gaat het om 800 arbeidsmigranten. Alleen op Urk is het aantal geregistreerde woonachtigen laag: hier wonen slechts 100 arbeidsmigranten. Dat is opvallend, omdat er circa 1.200 arbeidsmigranten werkzaam zijn op Urk. Figuur 2.2: Provincie Flevoland. Aantal woonachtige arbeidsmigranten in de provincie Flevoland, 2010-2018
12.000 10.000 8.000 6.000
5.100
5.200
5.300
2010
2011
2012
6.100
7.000
7.900
8.600
9.500
10.400
4.000 2.000 2013
2014
2015
2016
2017
2018
Bron: Decisio (2020), op basis van CBS Microdata Tabel 2.1: Provincie Flevoland. Aantal arbeidsmigranten naar woonlocatie in 2010 en 2018
Werklocatie Almere Dronten Lelystad Noordoostpolder Urk* Zeewolde Provincie Flevoland
Aantal 2010 2.900 500 1.100 500 < 100 100 5.100
Aantal 2018 4.700 800 1.900 1.400 > 100 1.400 10.400
Verschil absoluut 1.800 300 800 900 0 - 100 1.300 5.200
Jaarlijkse groei 6% 7% 7% 14% 12% 34% 9%
* gaat om relatief kleine aantallen, die in de afronding niet zichtbaar zijn. Bron: Decisio (2020), op basis van CBS Microdata
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
10
Woonadres arbeidsmigrant niet altijd bekend: registratiegraad Het komt voor dat het woonadres van een arbeidsmigrant niet bekend is via CBS Microdata. Dat kan meerdere redenen hebben. Bijvoorbeeld doordat de arbeidsmigrant, bij seizoensgebonden arbeid, minder dan 4 maanden in Nederland verblijft en zich niet bij de gemeente inschrijft (dit is ook geen wettelijke plicht). Of, het kan voorkomen dat de arbeidsmigrant zich niet wenst in te schrijven vanwege de (onterechte) angst voor het verliezen van rechten in het land van herkomst. Het aantal geregistreerde arbeidsmigranten via de CBS Microdata is dus waarschijnlijk een onderschatting van het aantal arbeidsmigranten dat daadwerkelijk in Flevoland woont. In hoofdstuk 3 van dit rapport is dit verder toegelicht en is onderbouwd welke aannames we hanteren om tot een goede inschatting te komen van het aantal woonachtige arbeidsmigranten in Flevoland.
Belangrijkste woonlocaties De grootste woongemeente binnen de provincie Flevoland is Almere. Binnen Almere zijn vooral het Homeruskwartier, de Film- en Stedenwijk en de Molen-, Seizoenen- en Eilandenbuurt in Almere Buiten wijken waar arbeidsmigranten wonen. Deze arbeidsmigranten wonen dus met name verdeeld over bestaande woonwijken. Eenzelfde patroon is waar te nemen in Lelystad. De wijken Boswijk en Waterwijk zijn hier de wijken waar geregistreerde arbeidsmigranten wonen (relatief goedkope wijken, vlakbij de A6 en bedrijventerreinen). In de gemeenten Zeewolde en Dronten zien we daarentegen een sterke concentratie buiten de bebouwde kom. In Zeewolde wonen circa 1.200 arbeidsmigranten op een locatie aan de Bosruiterweg. In Dronten wonen er zo’n 300 arbeidsmigranten aan de Visvijverweg. Ook op een aantal vakantieparken worden naar alle waarschijnlijkheid arbeidsmigranten gehuisvest. In Noordoostpolder is er een concentratie van huisvestingsvoorzieningen bij de locaties in Marknesse en Luttelgeest. Tabel 2.2: Provincie Flevoland. Aandeel geregistreerde arbeidsmigranten ten opzichte van het aantal inwoners, per woongemeente, 2018
Woongemeente Almere Dronten Lelystad Noordoostpolder Urk Zeewolde Provincie Flevoland
Aantal geregistreerd
Aantal inwoners
4.700 800 1.900 1.400 100 1.400 10.400
207.900 40.800 77.900 46.800 20.800 22.300 416.500
Aandeel geregistreerde arbeidsmigranten 2,3% 2,0% 2,5% 2,9% 0,6% 6,4% 2,5%
Bron: Decisio (2020), op basis van CBS Microdata. Inwoners: CBS Statline. PS: cijfers aantal geregistreerde arbeidsmigranten zijn per eind 2018; daarom zijn voor cijfers aantal inwoners de inwonersaantallen per 1 januari 2019 gebruikt (en afgerond).
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
11
Figuur 2.3: Provincie Flevoland. Aantal wonende arbeidsmigranten per gemeente, 2018
Bron: Decisio (2020), op basis van CBS Microdata
Wij hebben een inventarisatie van woonlocaties uitgevoerd onder gemeenten en huisvesters. We hebben van de gemeenten en veel huisvesters per gemeente informatie gekregen over het aanbod van woonplekken (woonplekken zijn ‘bedden’: vaak zijn er meerdere plekken per woning / locatie). • Uit deze inventarisatie blijkt dat het merendeel van de woonplekken voor arbeidsmigranten zich in een grootschalige voorziening van meer dan 50 plekken bevindt. Dit gaat om circa 3.300 plekken. • Naast huisvesting in grootschalige locaties zijn er woonplekken op boerenerven of in kleinschalige voorzieningen bij een bedrijf zelf. In totaal gaat het om circa 500 plekken, met name in Noordoostpolder. • Ook het aantal bekende plekken in reguliere woningen in woonwijken is groot (circa 800 plekken zijn bekend). Uit de inventarisatie blijkt dat in de gemeenten Noordoostpolder, Zeewolde, Dronten en Urk een goed beeld is van de woonlocaties. De cijfers die uit onze inventarisatie komen nagenoeg overeen met het aantal geregistreerde wonenden. Vooral in Almere en Lelystad zijn er grote verschillen tussen de registratie en het aantal bekende huisvestingslocaties. Er zijn veel minder plekken bekend dan er arbeidsmigranten in de BRP zijn geregistreerd. Omdat grote locaties vaak wel bekend zijn, is het aannemelijk dat in Almere en Lelystad in reguliere woningen veel arbeidsmigranten zijn gehuisvest.
Volgens de BRP-registratie wonen er immers veel arbeidsmigranten in woonwijken.
Bijna twee derde werkzaam in Flevoland We zien, op basis van de gegevens over 2018 en de inventarisatie onder huisvesters, dat gemiddeld tenminste 64% van de arbeidsmigranten die in Flevoland wonen ook daadwerkelijk in de provincie werkt. De meesten werken ook nog eens binnen de eigen woongemeente. De pendel van arbeidsmigranten van de (woon)provincie Flevoland naar buiten de provincie bedraagt zo’n 36 procent. Het gaat om rond 3.700 personen. Het gaat hier vaak om pendel vanuit Almere en Lelystad richting andere delen van de Randstad. Andersom werken er 3.400 arbeidsmigranten in Flevoland, waarvan we weten dat ze buiten de provincie wonen.
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
12
Tabel 2.3: Provincie Flevoland. Aandeel arbeidsmigranten dat in Flevoland woont en werkt, naar gemeente, 2018
Woongemeente Almere Dronten Lelystad Noordoostpolder Urk Zeewolde Provincie Flevoland
Aantal geregistreerd 4.700 800 1.900 1.400 100 1.400 10.400
Werkt in Flevoland 48% 86% 62% 85% 100% 83% 64%
Werkt buiten Flevoland 52% 14% 38% 15% 0% 17% 36%
Bron: Decisio (2020), op basis van CBS Microdata en Companen (2020), op basis van inventarisatie onder huisvesters. De CBS Microdata vormen de basis voor deze tabel. Waar mogelijk, hebben we deze gegevens verrijkt met gegevens over de woon- en werklocatie die huisvesters hebben aangeleverd.
De pendelbalans van arbeidsmigranten van en naar Flevoland is ongeveer in evenwicht: er werken ongeveer evenveel arbeidsmigranten in Flevoland die elders wonen als andersom.
Relatie woon- en werkgemeente: vooral lokale/regionale schaal Op basis van gegevens voor 2018 blijkt dat (na de eigen woongemeente als belangrijkste werkgemeente) arbeidsmigranten veelal in de directe buurgemeenten of grotere, nabijgelegen gemeenten werken. Zo zijn circa 300 arbeidsmigranten die op Urk werken, geregistreerd woonachtig in de Noordoostpolder. Ook werkt een deel van de in Flevoland wonende arbeidsmigranten buiten Flevoland. 7% van de in Flevoland wonende arbeidsmigranten woont bijvoorbeeld in Amsterdam. In onderstaande figuur zijn belangrijke pendelstromen vanuit Flevoland weergegeven. Figuur 2.4: Provincie Flevoland. Grootste pendelstromen van in Flevoland wonende arbeidsmigranten, 2018
Bron: Decisio (2020), op basis van Microdata. In deze kaart is gecorrigeerd voor de werklocatie van de belangrijkste uitzendbureaus. Dat betekent dat van werklocaties als Diemen (Randstad) en Nijkerk (Covebo) slechts een klein deel is meegerekend in de belangrijkste woon-werkstromen.
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
13
We zien in de woon-werkrelaties ook het effect van de druk op de woningmarkt in de Randstad: werkgevers die huisvesting zoeken voor hun werknemers in Amsterdam en Utrecht vinden geen betaalbare woonplekken, waardoor ze uitwijken naar goedkopere alternatieven. Dan ligt Flevoland (met name Almere) voor de hand door de goede bereikbaarheid vanuit de Noordvleugel van de Randstad. We zien ook dat veel arbeidsmigranten vanuit Almere in Haarlemmermeer werkzaam zijn. Dit zijn waarschijnlijk arbeidsmigranten die op en rondom Schiphol werken. Ook vanuit Lelystad zien we deze relatie met Amsterdam. Voor de andere gemeenten zien we vooral pendel richting buurgemeenten. Nijkerk, Huizen, Harderwijk en Súdwest-Fryslân zijn hier voorbeelden van.
2.2
Prognose aantal arbeidsmigranten tot 2030
Hoe ontwikkelt zich het aantal arbeidsmigranten in de provincie Flevoland tot 2030? Om voor deze vraag een goede inschatting te maken is een aantal scenario’s opgesteld om de verwachte ontwikkeling van het aantal arbeidsmigranten in te schatten.
Relatie banengroei en aantal internationale werknemers/arbeidsmigranten Op basis van economische regressieanalyses toonde Decisio eerder aan dat er een significant, positief verband bestaat tussen het aantal banen en het aantal internationale werknemers (kenniswerkers én arbeidsmigranten) in Nederland. Hierbij is gecontroleerd voor bevolkingsgroei, bbp, buitenlandse zeggenschap in bedrijven en internationale handel en diensten op COROP-niveau. Het geconstateerde verband lijkt ook logisch als we ervan uit gaan dat internationale werknemers hoofdzakelijk alleen voor arbeid naar Nederland komen. Op basis van het verband tussen de banengroei en het aantal internationale werknemers zien we dat als het aantal banen met 1 procent groeit dat dan het aantal internationale arbeidsmigranten toeneemt met 3,7 procent. Wat betekent dit voor Flevoland? De regionale banengroei in de provincie Flevoland tussen 2010 en 2018 was gemiddeld jaarlijks 0,3 procent (gebaseerd op cijfers over banen van werknemers; CBS Statline. Uit de Actualisatie Vraagraming MRA van april 2019 (Bureau Buiten) blijkt echter dat de potentiële werkgelegenheidsgroei mogelijk onderschat wordt door de banenontwikkeling tussen 2008 en 2017 te analyseren. Een hogere banengroei is voorstelbaar door onder andere opening van Lelystad Airport en industriehaven Flevokust als vliegwiel voor de regionale economie.
Tegelijkertijd zit er een bepaalde onzekerheid in deze ontwikkelingen en het feit dat we ons in jaren van economische hoogconjunctuur bevinden. Om deze reden voegen we twee prognosecijfers toe waarin we door middel van een bandbreedte rekening houden met deze regio-specifieke ontwikkelingen. Dit is gebaseerd op het groeicijfer uit de gevoeligheidsanalyse van de Actualisatie Vraagraming MRA.
Tegen deze achtergrond is voor de prognose van het aantal arbeidsmigranten tot 2030 in de provincie Flevoland uitgegaan van de volgende economische scenario’s: • •
•
Basis economisch groeiscenario. Dit scenario is gebaseerd op de relatie tussen de banengroei en het aantal arbeidsmigranten voor de periode 2010 tot en met 2018 (0,3 procent). Laag economisch groeiscenario. Dit scenario is hetzelfde als het basis economisch groeiscenario, maar waarbij in het licht van de onzekerheid van regionale en economische ontwikkelingen een lagere banengroei is opgenomen (-0,2 procent). Hoog economisch groeiscenario. Dit scenario is hetzelfde als het basis economisch groeiscenario, maar waarbij de regionale ontwikkelingen en daardoor verwachte hogere banengroei zijn opgenomen (0,8 procent).
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
14
Tabel 2.4: Provincie Flevoland. Scenario's prognose aantal (werkende) arbeidsmigranten in Flevoland in 2030
Scenario Laag Basis Hoog
Aantal, 2018 15.900 15.900 15.900
Jaarlijkse groei - 0,2% + 0,3% + 0,8%
Aantal, 2030 14.100 18.200 22.200
Verschil - 1.600 + 2.300 + 6.300
Bron: Decisio (2020), op basis van CBS Microdata
Uit de drie prognosescenario’s komt voor de provincie Flevoland een potentiële omvang naar voren van 14.100 tot 22.200 arbeidsmigranten in 2030. De aard van de groeiende werkgelegenheid bepaalt mede welk scenario het meest waarschijnlijk is. Als er bijvoorbeeld veel distributiewerk bijkomt door de mogelijke uitbreiding van Lelystad Airport betekent dit waarschijnlijk een grotere behoefte aan arbeidsmigranten dan als het aantal banen in de financiële dienstverlening groeit. Figuur 2.5: Provincie Flevoland. Prognose aantal werkende arbeidsmigranten in Flevoland, 2018-2030 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0 2010
2015
2020
2025
Laag economisch groeiscenario
Basis economisch groeiscenario
Hoog economisch groeiscenario
Trend verleden
2030
Bron: Decisio (2020), op basis van CBS Microdata
Hoewel het economische hoge en lage groeiscenario beiden mogelijk zijn, is het basisscenario het meest realistische. Hierin zijn namelijk de economisch sterke en minder sterke jaren doorgetrokken naar de toekomst toe. Om de huisvestingsopgave overzichtelijk te houden, gebruiken we in dit rapport het basis economisch groeiscenario als leidraad voor de huisvestingsopgave.
Aandachtspunten bij de prognoses Aandachtspunt bij prognoses over arbeidsmigranten is dat deze groep, gezien de ontwikkeling tussen 2010 en 2017, zich waarschijnlijk ook voor de komende jaren in een onstabiele lijn zal ontwikkelen. Bovendien zullen verschillende, meer kwalitatieve landelijke en regionale effecten invloed uitoefenen op de potentiële omvang van de groep arbeidsmigranten. We verwachten dat deze echter vooral afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van het aantal banen. Daarnaast is de uiteindelijke ontwikkeling van deze doelgroep in belangrijke mate afhankelijk van het beleid dat gevoerd wordt, en de keuze om deze groep wel of niet te accommoderen.
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
15
3 Huisvestingsopgave nu en naar 2030 Met de voorgaande analyses geven we een beeld van de binnen CBS-registraties bekende arbeidsmigranten, naar werk- en woonlocatie. Zoals eerder aangegeven schrijft een deel van de arbeidsmigranten zich niet in bij de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP). Dan gaat het vooral om mensen die kortdurend in Nederland werken en verblijven. Een ander deel van de inschrijvingen betreft een vestigingsadres van de werkgever of uitzender. Daarnaast zijn er mensen die zich niet uitschrijven. De inschatting van de huisvestingsopgave die samenhangt met arbeidsmigratie vraagt dan ook een nadere duiding. Deze duiding hebben we opgehaald in gesprek met gemeenten, corporaties, huisvesters, werkgevers en uitzendorganisaties en een schriftelijke inventarisatie onder deze partijen.
3.1 De actuele huisvestingssituatie Omvang huisvesting arbeidsmigranten in Flevoland anno 2019 Er zijn verschillende redenen waarom mensen niet staan ingeschreven. De belangrijkste reden is dat inschrijving bij een verblijfsduur van minder dan vier maanden niet wettelijk verplicht is. Dit geldt vooral bij seizoensgebonden arbeid, bijvoorbeeld in de landbouw rond het oogstseizoen of in de logistiek / distributie rond de feestdagen. Dit betekent waarschijnlijk dat de werkelijke omvang van de groep arbeidsmigranten die in de provincie Flevoland woont groter is dan in de BRP is vastgelegd. De schattingen omtrent de registratiegraad lopen uiteen.
Wetenschappelijk onderzoek naar registratiegraad De laatste jaren zijn diverse onderzoeken uitgevoerd naar de registratiegraad onder arbeidsmigranten. Onderzoek van de Universiteit Utrecht (2013) en de Erasmus Universiteit (2014) wijst uit dat binnen de totale populatie arbeidsmigranten in Nederland circa 50 procent zich registreert. De Erasmus Universiteit en het voormalige Nicis Institute (2012) schatten de registratiegraad onder arbeidsmigranten in eerder onderzoek op circa 66 procent. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2013) gaat in een kamerbrief over EUarbeidsmigratie uit van lagere inschattingen en stelt dat: ‘ongeveer 62 procent van de bij het UWV geregistreerde werknemers niet staat ingeschreven’. Het onderzoek van het Risbo (Onderzoeksinstituut Erasmus Universiteit Rotterdam, 2009) komt uit op een registratiegraad van circa 45 procent. De rekenmethode in dit laatste onderzoek is goed gedocumenteerd en betrouwbaar. Het aandeel niet-geregistreerden is daarbij afgeleid uit loongegevens van de Belastingdienst over personen met een nationaliteit uit Midden- en Oost-Europa die wel loonbelasting afdragen, maar niet in de BRP zijn geregistreerd. In het vervolg zullen we op basis deze stelregel een inschatting maken voor Flevoland.
Inschatting huidig aantal in Flevoland wonende arbeidsmigranten We hebben voor een specifieker beeld de rekenmethode van het Risbo toegepast op Flevoland. Dat betekent dat we het aantal geregistreerde arbeidsmigranten woonachtig in Flevoland hebben aangevuld met het aantal werkende arbeidsmigranten waarvan we niet zeker weten waar ze wonen. In Flevoland zijn (in 2018) 15.900 werkende arbeidsmigranten. Van de in de BRP geregistreerde arbeidsmigranten die in Flevoland wonen, werken er circa 6.700 binnen de provincie (dat is 64 procent van 10.400; afgeleid uit tabel 2.2). Vervolgens weten we dat 3.400 arbeidsmigranten wel in Flevoland werken, maar dat zij buiten
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
16
de provincie staan geregistreerd als wonende. Dit zou, volgens de benadering van het Risbo, betekenen dat er 5.800 niet-geregistreerde arbeidsmigranten in Flevoland wonen en werken. Daarmee komen we uit op 16.200 geregistreerde en niet-geregistreerde arbeidsmigranten die in de provincie wonen. Dit zou een registratiegraad van bijna 65 procent betekenen.
Verwachte ontwikkeling aantal arbeidsmigranten in Flevoland De komende jaren groeit het aantal arbeidsmigranten door verminderende (Nederlandse) beroepsbevolking en blijvende groei van werkgelegenheid. Dit leidt in het basis economische groeiscenario tot een toename van 2.300 arbeidsmigranten tot 2030; bij meer economische groei en / of een grotere bedrijfsvestiging kan dit oplopen tot een toename van 6.300 arbeidsmigranten.
3.2
Short-, mid- en long-stay faciliteiten
Niet alle arbeidsmigratie heeft een tijdelijk karakter. Naast kort verblijf (soms zelfs beperkt tot enkele weken), kennen we middellang en lang of permanent verblijf. In Flevoland blijft rond 40 tot 45 procent minder dan een jaar in Nederland, en rond 20 procent blijft langer dan drie jaar. De laatste groep vestigt zich doorgaans permanent in Nederland.
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
17
In de praktijk is er weinig onderscheid naar huisvestingsvraag tussen short-stay (binnen een jaar) en midstay (tot drie jaar). Voor lang- of permanent verblijvende arbeidsmigranten is de huisvestingsvraag te kenmerken als een reguliere woningvraag: zowel in de huur- als koopsector. Overigens betreft het onderscheid tussen short-, mid- en long-stay een glijdende schaal. Mensen weten vaak vooraf niet of hun verblijf in Nederland leidt tot tijdelijke of permanente vestiging. Daardoor lopen ook huisvestingsvragen in elkaar over. De scheidslijnen zijn daarom niet heel scherp te trekken. Wij hebben een analyse gemaakt van de verwachte verblijfsperiode in de provincie Flevoland. Van de geregistreerde arbeidsmigranten weten we dat 50 procent langer dan een jaar in de provincie woont. Circa 15 procent woont er langer dan drie jaar. Tabel 3.1. Verdeling van verblijfsduur van arbeidsmigranten naar short-, mid- en longstay Short-stay Mid-stay 50% 35%
Long-stay 15%
Bron: Companen (2020), op basis van CBS Microdata
Short- en mid-stay De huisvestingsopgave voor short- en mid-stay verschilt vanuit de behoefte heel beperkt. Mensen die voor een bepaalde periode in Nederland werken wensen een goede woning. Gesprekspartners gaven aan dat de SNF-norm hierbij een minimum-vereiste moet zijn (zie kader). Liefst zou het naar gebruiksoppervlak en aantal mensen per woonruimte comfortabeler moeten. Waar in de eerste jaren van de komst van arbeidsmigranten prijs een onderscheidend criterium was, is dat nu steeds minder het geval. Arbeidsmigranten hebben de keuze. Bij het afwegen van vestigingsland (bijvoorbeeld Nederland versus Duitsland) is de kwaliteit van huisvesting een van de onderscheidende criteria. Voor een langer verblijf zoeken mensen een bepaald comfort, zeker ook omdat de arbeidsvoorwaarden in eigen land steeds beter worden en concurrerender met de Nederlandse arbeidsvoorwaarden. We denken hierbij aan de volgende woonconcepten: •
Groepsgewijs waar arbeidsmigranten samen wonen in een gebouw, liefst alleen of maximaal met 2 personen op een kamer. Dit kunnen permanente oplossingen zijn, maar ook tijdelijke woonvormen. Wifi is een absolute must, maar ook de beschikbaarheid van een ontmoetingsplek. Locaties nabij (winkel- en sport)voorzieningen zijn niet alleen vanuit de wens van arbeidsmigranten gewild, maar ook vanuit de gewenste integratie in de samenleving. Vaak gaat het om transformatie van leegstaande kantoren of zorgvastgoed, of bijvoorbeeld een bedrijfspand in Almere.
•
Een park met chalets (vaak in het buitengebied) waar arbeidsmigranten bij elkaar wonen. Vaak voorzien deze woningen in tijdelijk verblijf. Dit kan in een bestaande setting van bijvoorbeeld een vakantiepark of door een nieuw park, zoals in de Noordoostpolder, Zeewolde en bij Swifterbant zijn gerealiseerd. Eigen voorzieningen op het park, zoals winkels, sportfaciliteiten en Wifi zijn hierbij belangrijke voorwaarden.
•
Verhuur van wooneenheden in bestaande woningen kan verspreid in de wijk plaats vinden. Gemeenten gaan hier verschillend mee om. Groepsgewijze verhuur is in sommige gemeente toegestaan, in andere niet. Door schaarste aan huisvestingsmogelijkheden zien we dat woningen worden opgekocht en vervolgens (verkamerd) worden verhuurd. Door lage rendementen op spaargeld groeit deze vorm van beleggen in vastgoed. Gevolg is dat woningen aan de voorraad worden onttrokken en de schaarste voor regulier woningzoekenden toeneemt: dit betekent verdringing. Dit kan in buurten leiden tot overbewoning: te veel mensen in een huis, te veel auto’s
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
18
(of busjes) in straten, zeker omdat dit doorgaans geconcentreerd in enkele wijken binnen steden plaats vindt. Veel gemeenten vangen de keerzijden van deze ontwikkeling op door een verbod op groepsbewoning, nadere beleidsregels in bestemmingsplannen of anderszins: bijvoorbeeld voor het maximaal aantal bewoners per woning of het maximaal aantal woningen binnen een bepaalde straal die op deze wijze ingezet kan worden. Naast deze drie woonvormen zijn er ook werkgevers die voor eigen werknemers huisvesting organiseren (bijvoorbeeld op het erf van de eigen boerderij, of aanpalend aan een bedrijfsgebouw. Bij pieken van seizoensarbeid (short-stay) is dat in de huidige situatie (van gebrek aan locaties) is dit momenteel een logische haalbare oplossing. Dit is echter een ‘lapmiddel’ voor de huidige situatie waarin er stevige tekorten zijn. Als permanente oplossing en voor structurelere huisvesting het hele jaar door is deze vorm van huisvesting niet gewenst: want slecht beheersbaar en de verbinding werkgever-werknemer kan leiden tot te grote afhankelijkheden en daarmee tot mogelijke uitbuiting van de werknemer3.
SNF-norm: De Stichting Normering Flexwonen (SNF) heeft een norm ontwikkeld voor de minimale kwaliteit waaraan huisvesting voor arbeidsmigranten moet voldoen. Deze norm is continu in ontwikkeling. De norm geeft kaders voor de huisvestingskwaliteit, voorzieningen en beheer. We beschrijven enkele elementen uit de norm van september 2019: •
Bewoners hebben minimaal 10m2 gebruiksoppervlak wonen (GBO) per persoon. Bewoners van een reguliere woning en wooneenheden hebben minimaal 12m2 gebruiksoppervlak wonen (GBO). Dit geldt ook voor woonunits wanneer er sprake is van een bestemming “wonen”. Dit is inclusief 3,5 m2 slaapvertrek per persoon.
•
Alle voorzieningen (sanitair, keuken, slaapvertrek en woonkamer of ontspanningsruimte) dienen onder één dak en inpandig bereikbaar te zijn.
•
Er is minimaal 1 toilet per 8 personen
•
Er is minimaal 1 douche per 8 personen
•
Koelkast(en), 30 liter koel-/vriesruimte per persoon
Long-stay De opgave voor long-stay concentreert zich in de reguliere woningmarkt. In de prognoses van CBS en Primos is deze instroom nog (te) beperkt meegenomen. Zeker omdat de krapte van de arbeidsmarkt steeds meer inzet van arbeidsmigranten vraagt. Nu al hebben 2.000 arbeidsmigranten zich structureel gevestigd in Flevoland. Zij hebben hun weg gevonden in de woningmarkt. Traditioneel gingen zij vaak naar een huurwoning. In gesprekken met partijen op de woningmarkt zien we dat steeds meer arbeidsmigranten die zich structureel vestigen, kiezen voor een koopwoning; zeker in de meer ontspannen of goedkope delen van de woningmarkt. Ook een deel van de nieuwe arbeidsmigranten blijft structureel. Dat geldt voor naar schatting 15 procent van de arbeidsmigranten die naar Flevoland komen. Van de 2.300 arbeidsmigranten tot 2030 zullen er zo’n 350 structureel blijven: het merendeel in een sociale huurwoning; de rest in een koopwoning. Dit baseren we op het inkomen dat arbeidsmigranten hebben en de woningprijzen in Flevoland. In Flevoland (met name in Almere, Lelystad en Zeewolde) zien we dat de woningprijzen stijgen. Daarom verwachten
3 Zie bijvoorbeeld het rapporten ‘Staat van eerlijk werk: Loon naar werken?’ (2017) en ‘Staat van eerlijk werk: Risico’s
aan de onderkant van de arbeidsmarkt’ (2019) van de Inspectie SZW
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
19
we dat de nadruk van de vraag van arbeidsmigranten naar reguliere woningen zich voornamelijk op (sociale) huur richt. Op afstand van de Randstad, richting de Noordoospolder, is de huizenmarkt minder gespannen. Hier zal de vraag zich naar verwachting vaker op koop oriënteren.
3.3
Conclusie
Algemene ervaringen in de huisvestingsopgave Er is een met name een kwantitatief tekort aan woonplekken in Flevoland. Werkgevers geven aan dat dit met name komt door een gebrek aan locaties om (grootschalige) huisvesting te realiseren. Hierdoor zien we zeker in Almere en Lelystad huisvesting ontstaan in woonwijken, waarop verder geen zicht is. Ook vloeit de vraag naar huisvesting vanuit bijvoorbeeld Urk (waar door gebrek aan buitengebied weinig ruimte is om huisvesting te realiseren) naar buurgemeente Noordoospolder, waardoor een waterbedeffect optreedt. Zeker met het oog op de toekomst is het belangrijk om nieuwe huisvesting voor arbeidsmigranten te faciliteren. Bij de huisvestingsopgave is er voor de short- en mid-stayvoorzieningen aandacht nodig voor de volgende kwaliteitsaspecten: •
Minimaal SNF-norm, liefst beter waar het gaat om gebruiksoppervlak en delen van ruimtes. Geleidelijk opheffen van huisvesting die onder deze norm zit, ten behoeve van de concurrentiepositie op de internationale arbeidsmarkt, humane overwegingen en een levelplayingfield tussen huisvesters.
•
Bij huisvestingsoplossingen is er aandacht nodig voor de mogelijkheid van ontmoeting en vertier. Waar de een pleit voor deze functies op de verblijfslocaties, zien anderen meerwaarde bij gebruik van lokaal aanwezige voorzieningen: in de eerste plaats uit oogpunt van integratie, in de tweede plaats vanwege behoud van economisch draagvlak onder bestaande voorzieningen.
•
Tijdelijke huisvesting in woonwijken moet beperkt blijven. Verhuur aan arbeidsmigranten (shorten mid-stay) leidt tot verdringing op de reguliere woningmarkt. Daarnaast kan dit leiden tot parkeeroverlast, overbewoning van panden en een veranderd leefpatroon in straten waar veel arbeidsmigranten wonen.
•
Gemeenten kunnen pas aan de genoemde kwaliteitsaspecten werken als er voldoende alternatieven voor handen zijn. Dit vraagt dan ook een belangrijke kwaliteitsaanpak van de bestaande huisvestingsvoorzieningen.
Op basis van de cijfers komen we tot de volgende huisvestingsopgave voor Flevoland:
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
20
16.200 arbeidsmigranten: 10.400 geregistreerd 5.800 niet-geregistreerd Ontwikkeling tot 2030: +2.300
Short stay: 8.200
Mid stay: 5.900
Long stay: 2.100
Ontwikkeling tot 2030: +1.150
Ontwikkeling tot 2030: +800
Ontwikkeling tot 2030: +350
(Sociale) huur: 1.400 Ontwikkeling tot 2030: +230
Koop: 700 Ontwikkeling tot 2030: +120
In Flevoland wonen circa 16.200 arbeidsmigranten. De grootste onzekerheid over het aantal arbeidsmigranten is er bij de short-stay. Hier zijn namelijk de meeste niet-geregistreerden. Rond 2.100 arbeidsmigranten hebben zich structureel gevestigd. Zij doen geen beroep meer op specifieke huisvestingsvoorzieningen. De overige 14.000 arbeidsmigranten wonen in een short- of midstayvoorziening. Hiervan zijn 4.700 huisvestingsplekken goed in beeld. De overige kleine 9.400 plekken liggen verspreid over locaties, waarbij het belangrijk is om hier een beter beeld van te krijgen. De verwachting is dat voor deze 9.400 plekken geleidelijk een volwaardig huisvestingsalternatief geboden moet worden. Als de provincie en gemeenten dit binnen 10 jaar op orde wil hebben, zou dit een opgave van circa 950 nieuwe of verbeterde plekken per jaar betekenen. Daarnaast ligt er een groeiopgave voor de komende tien jaar van minimaal 2.300 woonplekken (basisscenario). Deze groei betreft 1.950 huisvestingsplekken voor short- en mid-stay en circa 350 arbeidsmigranten die permanent in Nederland gaan wonen. Door de druk op de woningmarkt in de Randstad is het niet onwaarschijnlijk dat in een open woningmarkt er nog een extra vraag bijkomt van buiten de provincie werkende arbeidsmigranten.
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
21
4 Oplossingsrichtingen Hoe kan de opgave die de komende jaren op Flevoland afkomt aangepakt worden? Er ligt een behoorlijke kwantitatieve en kwalitatieve huisvestingsopgave. Daarnaast groeit het aantal arbeidsmigranten tot 2030. De exacte groei is sterk afhankelijk van de groei van de economie. Ongeacht het scenario is de huisvestingsopgave fors. Wachten met aanpakken verkleint de opgave niet, maar verplaatst deze naar de toekomst in een kortere periode. Daarom is het van belang nu aan de slag te gaan. Het grootste knelpunt daarbij is het huidige gebrek aan ruimte om huisvesting te realiseren. Er liggen mogelijkheden om dit knelpunt, en andere, op te lossen. Maar er zijn wel belangrijke stappen die gezet moeten worden om deze kansen te benutten. Deze stappen zetten we in dit hoofdstuk op een rij.
4.1 Urgentie en actie De opgave in Flevoland is met name een kwantitatieve opgave. Doordat er op dit moment geen locaties zijn om (grootschalige) huisvesting te realiseren, is er veel huisvesting in bestaande woonwijken in Almere en Lelystad. Om voldoende plekken voor huisvesting van arbeidsmigranten te garanderen – nu en in de toekomst, is het van belang om locaties aan te wijzen om grootschalige huisvesting (met meer dan 200 ‘bedden’) te realiseren. Gemeenten en bedrijven zijn doorgaans namelijk blij met de komst van nieuwe bedrijven, maar er wordt niet van tevoren nagedacht over de consequenties voor de huisvestingsvraag van arbeidsmigranten. Zeker bij bedrijvigheid in de distributie en logistiek, de visverwerking en agrarische sector gaat de vestiging en uitbreiding van bedrijven gepaard met meer arbeidsmigranten. Komt er geen huisvesting bij, dan stroomt de vraag naar de plek waar de huisvesting nu wel goed geregeld is (zoals in de Noordoostpolder, Dronten en Zeewolde). Daarmee komt het draagvlak voor huisvesting aldaar onder druk te staan. Een ander gevolg is dat arbeidsmigranten naar de kwalitatieve marges van de woningmarkt worden gedrukt, waar zij bovendien concurreren met groepen die nu ook moeilijk aan een woning kunnen komen.
4.2 Gezamenlijke opgave De huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is een opgave die over gemeentegrenzen, en provinciegrens, heen gaat. Met zes gemeenten heeft Flevoland een compacte samenstelling. Daarom stellen wij voor om een provinciale samenwerkingstafel op te zetten waarin de gemeenten, provincie, huisvesters en uitzenders samenwerken aan de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten. De gemeenten nemen hierin een voortrekkersrol, omdat zij primair verantwoordelijk zijn voor het grondgebruik binnen hun grenzen. De provincie kan aanjager zijn van deze samenwerking, te meer omdat het voor een belangrijk deel ook een ruimtelijke opgave is die vanuit de provinciale omgevingsvisie en woonagenda ondersteund moet kunnen worden. Dit vraagt coördinatie van de samenwerking, en een positieve grondhouding van de provincie bij het faciliteren van ruimtelijke ontwikkelingen voor huisvesting arbeidsmigranten (vanuit verschillende betrokken geledingen binnen de provincie). Daarnaast is afstemming met aanpakken in andere provincies noodzakelijk, vanwege provinciegrensoverschrijdende effecten van arbeidsmigratie.
3100.104 | Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Flevoland
22
Een ander aspect van de samenwerkingstafel is dat hier aan vertrouwen tussen ondernemers en de overheden kan worden gebouwd: nu overheerst vaak wantrouwen. Huisvesters geven liever niet prijs waar zij woningen zonder vergunning aan arbeidsmigranten verhuren, uit angst voor handhaving. Tegelijkertijd roept het gebrek aan inzicht over woonplekken wantrouwen op vanuit gemeenten.
4.3 Beleidsopgaven De huisvestingsopgave voor de komende jaren valt uiteen in de volgende facetten: 1.
Afstemming van beleid en aanpakken tussen gemeenten, zodat de lusten en lasten gelijk verdeeld worden.
2.
Betere registratie van arbeidsmigranten, om scherper zicht te krijgen op de opgave en eventuele misstanden in huisvesting sneller in beeld zijn. Door arbeidsmigranten goed te registreren krijgen gemeenten meer grip op de behoefte aan woonplekken (monitoring). Door met huisvesters in kaart te brengen waar arbeidsmigranten wonen (en gezamenlijk op zoek te gaan naar nieuwe plekken) hebben gemeenten betere controlemogelijkheden wat betreft de kwaliteit van huisvesting.
3.
Kwalitatieve verbetering en structurele oplossingen van bestaande huisvestingsvoorzieningen, waarbij gelet op de noodzaak om in te spelen op de kwantitatieve behoefte het realiseren van nieuwe goede voorzieningen prioriteit verdient boven het opheffen van kwalitatief ondermaatse huisvestingsmogelijkheden.