8600396 Dronten BKP_boekwerk 130304_web.pdf
Tekst van het document
C
De auto ontsluiting van de bouwblokken gebeurt vanaf de Handelsweg en De Grutto, nadrukkelijk niet vanaf De Noord. Het parkeren zal grotendeels binnen het bouwblok worden opgelost. Per binnenhof wordt één inrit naar de binnenhof aangelegd. Deze opening naar de binnenhof krijgt een beperkte breedte, om het beeld van het gesloten bouwblok zo veel mogelijk intact te houden. Voor bezoekersparkeren kan onderzocht worden of dit langs de Handelsweg en De Grutto plaats kan vinden. Het parkeren ten behoeve van bezoekers van de kleinschalige voorzieningen aan De Noord kan worden opgelost in de stegen tussen de bouwblokken (met uitzondering van het plein op de kop van de binnenhaven). Of het parkeren voor deze bezoekers wordt binnen de bouwblokken opgelost, waarbij een smalle doorgang in de bebouwing tussen het parkeerterrein en de loper kan worden geïntroduceerd. Mogelijkheden voor alternatieve parkeerwijzen (anders dan maaiveld parkeren), zoals (half-) verdiept of gebouwd parkeren kunnen onderzocht worden. Uitgangspunten hierbij zijn dat de geparkeerde auto’s niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte en de begane grond van de bebouwing aansluit op het maaiveld.
1. Een bouwblok wordt opgebouwd uit verschillende ‘bouwstenen’ 2. De hoeken van de bouwblokken ten oosten van De Noord worden geaccentueerd 3. Aan de zijde van De Noord is de bebouwing wat hoger dan gemiddeld: 3 tot 4 bouwlagen
4. De andere zijden vormen de overgang op de dorpse woonwijken en zijn 2 tot 3 bouwlagen 5. In ieder geval langs de Loper wordt de begane grond extra hoog, om zo flexibiliteit in te bouwen en voorzieningen in de plint mogelijk te maken
56
g elswe Hand
De
ord
De Gr
No
utto
De
2
4
No
ord
1
2 3
1 2
3
5
De Noord en S tatio ns plein B eb o u wing 57
Massa De gesloten bouwblokken presenteren zich niet als grote gebouwen, maar worden juist opgebouwd uit kleinere bouwstenen die qua beeld duidelijk van elkaar verschillen. Deze bouwstenen bestaan op hun beurt weer uit een aantal kleinere eenheden, zoals een woning of een kleinschalige praktijk of kantoor met bovenwoning. De lengte van een bouwsteen varieert van 15 tot 36 meter.
R I T E R I A
De bouwhoogte sluit aan bij het kleinstedelijke karakter, door niet alleen een maximale bouwhoogte, maar ook een minimale bouwhoogte te eisen. De Noord en Het Gangboord zijn brede hoofdroutes, die stevig begeleid moeten worden door bebouwing van 3 tot 4 bouwlagen. De andere zijden van de bouwblokken vormen de overgang naar de woonwijken en zijn tussen de 2 en 3 bouwlagen. Als de bouwblokken ten oosten van De Noord verstaffeld komen te staan, zoals in de voorbeelduitwerking van de structuurvisie is voorgesteld, dan komt er extra nadruk op de zuidwestelijke hoek van ieder bouwblok. Deze hoek wordt dan in de massa benadrukt door deze 4 lagen hoog te maken. In verband met het gewenste kleinstedelijke beeld is het uitgangspunt voor de dakvorm een plat dak. Het gebruik van een kap is mogelijk, maar vormt de uitzondering binnen een bouwblok. Grote kappen passen niet in het gewenste beeld.
• Een bouwblok bestaat uit kleinere bouwstenen. Deze bouwstenen worden gevormd door het samenvatten van meerdere eenheden (woningen, kleinschalige praktijk of kantoor met bovenwoning, etc) in één samenhangend volume. De lengte varieert tussen de 15 en 36 meter; • Tussen naast elkaar gelegen bouwstenen is een duidelijk onderscheid in uiterlijk, door variatie in bouwhoogte, dakvorm, setbacks en/of een afwijkende dakopbouw; • Langs De Noord en Het Gangboord is de bouwhoogte 3 tot 4 lagen; • Aan de andere zijden is de bouwhoogte 2 tot 3 lagen; • Uitgangspunt voor de dakbeëindiging is een stedelijke beeindiging met een vlak dak, het gebruik van kappen vormt de uitzondering; • De begane grondlaag langs de Loper is extra hoog, ten minste 4 meter.
C
De variatie tussen de bouwstenen komen tot uiting in verschillen in gevelindeling, kleur en materiaalgebruik, maar zeker ook door variatie in massa. Dit kan worden bereikt door te variëren in bouwhoogte, dakvorm (plat, hellend, gebogen) of door bouwdelen terug te leggen (setback).
Om de bebouwing flexibel en duurzaam te kunnen gebruiken, is het gebruik van een extra hoge begane grondlaag een waardevolle toevoeging. Hierbij kan gedacht worden aan extra hoogte van de begane grondlaag, maar ook aan het toepassen van een dubbel hoge laag waar een insteekvloer in hangt, of het gebruik van een grote vide aan de straatzijde. Hoewel dit in het hele deelgebied een goede mogelijkheid is, vormt de extra hoge begane grondlaag een vereiste langs de Loper. Hier wordt namelijk een levendig beeld nagestreefd, met een mix van wonen, werken en voorzieningen.
58
1
2
2
1
1. De gevel oogt als een stevige schil die doorloopt tot aan het maaiveld 2. De gevel wordt per bouwsteen als geheel ontworpen, tussen de bouwstenen zit duidelijk verschil in uiterlijk 3. Eventuele reclame wordt ingetogen uitgevoerd en is ondergeschikt aan de bebouwing
4
De Noord en S tatio ns plein B eb o u wing 59
Gevels Om het karakter van het gesloten bouwblok te versterken wordt de gevel uitgevoerd als een stevige schil. Om dit karakter te versterken, wordt de gevel gedetailleerd met dieptewerking, bijvoorbeeld door gevelopeningen met een (diepe) negge uit te voeren. De bebouwing staat stevig ‘op de grond’ door het hoofdmateriaal van de gevel ook door te laten lopen tot aan het maaiveld. Er komen dus geen grote doorlopende glaspuien tot aan de grond. Om de gevels een kleinstedelijke uitstraling te geven is de gevelindeling niet sterk horizontaal.
T E R I A
Het kleinstedelijke karakter wordt versterkt door het toepas-
I
De dakrand wordt op een modern stedelijke manier uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld door het toepassen van een moderne kroonlijst, een teruggelegen daklijn of een ‘glad’ afgewerkte dakoverstek (geen landelijk vormgegeven overstek).
• De gevel ligt als stevige schil om de bebouwing heen. Hierbij wordt de gevel met diepte gedetailleerd en loopt het hoofdmateriaal van de gevel door tot aan het maaiveld. e gevelindeling is niet sterk horizontaal; • De gevel kan worden verbijzonderd door het gebruik van architectonische elementen. Langs de belangrijkste openbare ruimtes worden deze elementen alleen op de bovenverdiepingen toegepast; • Het gevelontwerp wordt per bouwsteen als geheel gemaakt; • De dakrand wordt op een modern stedelijke manier uitgevoerd; • Eventuele reclame wordt ingetogen uitgevoerd en is ondergeschikt aan de bebouwing, zie ook de algemene beschrijving. Luifels zijn niet toegestaan; • Het basismateriaal voor de gevels is baksteen. Dit wordt aangevuld met andere stedelijke materialen met een solide uitstraling; • Het toe te passen kleurenpalet bestaat hoofdzakelijk uit rood, rood-bruine en antraciet tinten, tussen De Noord en De Grutto wordt met een licht-donker contrast gewerkt; • De detaillering is zorgvuldig en op duurzaamheid gericht.
R
Voor het ontwerp van de gevel wordt niet naar de individuele eenheid (woning, kleinschalige kantoor, etc) gekeken, maar er wordt een gevelontwerp voor de gehele bouwsteen gemaakt. Zo kunnen gevelelementen als raamopeningen en loggia’s worden samengevat in grotere eenheden, wat een gevarieerd beeld oplevert.
Het toe te passen kleurenpalet bestaat hoofdzakelijk uit rood, rood-bruine en antraciet tinten. Accenten kunnen op beperkte schaal in lichte of heldere kleuren gelegd worden. Tussen De Noord en De Grutto wordt gebruikte gemaakt van licht-donker contrasten in de gevel. Zie ook pagina 35.
C
De gevel kan worden verbijzonderd door het gebruik van architectonische elementen. Hierbij kan gedacht worden aan een erker, een bloemenraam of balkons. Deze elementen steken beperkt uit (hooguit 1 meter). Met name de hoeken van de bouwblokken kunnen hiermee verbijzonderd worden. Aan de zijde van de belangrijkste openbare ruimtes, de Loper, Het Gangboord en het plein op de kop van de binnenhaven kunnen deze elementen alleen op de bovenverdiepingen worden toegepast.
sen van een materialenpalet met een solide uitstraling met baksteen als basismateriaal. Dit kan worden aangevuld met andere stedelijke materialen zoals natuursteen, (glad) beton, metaal, stuc en plaatmaterialen, mits hoogwaardig van uitstraling en kwaliteit. Om de link met de groene assen in het Hanzekwartier, en het groen van De Grutto te versterken, is het mogelijk op de kopse kanten van de bouwblokken begroeide geveldelen als architectonisch element toe te passen.
60
De
No o
rd
Hanz elijn
1
2
3
4
5
De Noord en S tatio ns plein B eb o u wing - Statio n s p l ei n 61
Het nieuwe station in Dronten wordt gemarkeerd door de bebouwing rondom het Stationsplein te verdichten. De bebouwing rondom het Stationsplein wordt gevormd door compact gesloten bouwblokken. De bebouwing wordt niet uit kleinere elementen opgebouwd, maar presenteert zich als grotere elementen. De bebouwing maakt een sterke begrenzing van het Stationsplein. Om looplijnen voor voetgangers niet te verlengen en doorzichten te behouden, worden sommige gebouwdelen opgetild zodat er onderdoor gelopen en gekeken kan worden, zie tekening. Deze onderdoorgangen zijn ten minste 6 meter hoog.
Het parkeren wordt binnen het bouwblok opgelost. Dit kan op het maaiveld of (half-) ondergronds. Indien er (half-) ondergronds wordt geparkeerd, dan ligt de hellingbaan binnen het bouwblok en sluiten de randen van de bebouwing langs de belangrijkste openbare ruimtes aan op het maaiveld (zijde Stationsplein, zijde De Morinel).
I T E R I A
De bebouwing voldoet aan de algemene regels van ‘De Noord en Stationsplein’, met als uitzondering/aanvulling: • De bebouwing presenteert zich als grote elementen; • Een aantal bouwdelen wordt opgetild; • De bouwhoogte is 5 lagen met een accent tot 8 lagen, met een afwijkende bovenste bouwlaag; • Naar het spoor toe komen koppen; • Entrees komen aan het stationsplein; • De gevel geeft een solide indruk, zonder monotoon te zijn; • Het parkeren wordt op zorgvuldige wijze binnen het bouwblok of onder de bebouwing opgelost.
R
1. De gebouwen aan het stationsplein zijn ten dele opgetild, om looplijnen kort te houden en zichtlijnen te behouden 2. In de plint van de gebouwen is ruimte voor voorzieningen 3. Naar het spoor toe worden koppen gemaakt 4. De bebouwing bestaat uit relatief grote, solide ogende gebouwen. Aan de zijde van de zuidwestelijke perronopgang komt een hoogteaccent. Voorbeeld van een uitzonderingen binnen een ritmische gevel 5. Optie: om de gebouwen rondom het plein een eenheid te laten worden, kan een arcade als verbindend element worden gekozen
De gevel geeft een solide indruk en kent een zekere mate van ritmiek. Een monotoon gevelbeeld dient echter te worden vermeden, bijvoorbeeld door uitzonderingen in de ritmiek aan te brengen door gevelelementen als ramen en loggia’s samen te vatten in grotere elementen. Om samenhang met het kleinstedelijke deelgebied te houden wordt gebruik gemaakt van hetzelfde kleur- en materiaalpalet. Het is mogelijk gebouwen aan te lichten. Dit kan aan de zijde van het stationsplein, en bij de gevels die naar het spoor gericht zijn
C
De bouwhoogte is 5 lagen, met een accent van 8 lagen ter hoogte van de zuidwestelijke perronopgang. De bovenste laag van de gebouwen wordt afwijkend uitgevoerd, bijvoorbeeld door een setback of door een afwijkende dakvorm. Door de variatie in bouwhoogte ontstaat er zicht op daken. Het is dus van belang dat de daken worden mee ontworpen (denk aan bundeling van installaties, realisatie van een groen dak, etc.). Dakopbouwen voor bijvoorbeeld installaties of liften worden in het gebouwvolume mee ontworpen. Naar het spoor toe komen koppen, die het ‘gezicht’ van het Hanzekwartier naar het spoor vormen. De bebouwing steekt hier iets over richting het spoor en de gevels krijgen een open uitstraling door gebruik van veel glas.
De bebouwing bestaat uit een mix van voorzieningen, kantoren, scholen en woningen, die zo een levendige en sociaal veilige stationsomgeving creëren. De hoofdentrees komen aan het Stationsplein. In verband met de grote maat van het bouwblok ten westen van het Stationsplein is het hier ook mogelijk extra entrees vanuit de binnenhof te maken
62
1
4
3
2
De Noord en S tatio ns plein B eb o u wing - acce nt b i n n en h aven 63
Ter hoogte van de bestaande binnenhaven is een accent in afwijkende architectuur gedacht. Dit accent markeert de plek waar de Loper versmald, maar biedt tevens een haltepunt in de Loper. Hier wordt een blik in het binnengebied van het Hanzekwartier geboden, een balkon met uitzicht over de binnenhaven richting het Park de Lage Vaart. Om dit bijzondere punt te markeren krijgt de bebouwing hier een afwijkend architectuur, wat zich uit in zowel vorm als kleur en materiaal. Het accent wordt vrij in een pleinachtige ruimte geplaatst en is rondom toegankelijk. De plint van het accent heeft een (semi-) openbaar karakter, met ruimte voor voorzieningen, kleinschalige horeca, balieruimte of een foyerruimte voor de bovenliggende functies. Op de bovenverdiepingen kunnen woningen komen, maar ook kantoren of een hotel
I T E R I A
• Het accent wijkt qua architectuur af van de rest van het deelgebied; • Het accent staat vrij in de ruimte; • De plint heeft een (semi-) openbaar karakter • Het accent krijgt een sculpturale vorm, de hoogte is 6 lagen; • Utilitaire zaken worden inpandig opgelost; • Het accent is alzijdig; • De gevelindeling is gevarieerd met veel dieptewerking; • Het accent heeft een lichte uitstraling door het gebruik van lichte, veelal materiaaleigen kleuren en lichte materialen zoals glas, metaal en hout • Het parkeren wordt ondergronds opgelost, de inrit wordt zorgvuldig ingepast.
R
1. Het accent krijgt een bijzondere hoofdvorm 2. Het accent wordt vrij in een pleinachtige ruimte geplaatst, dit kan ook een groen plein zijn 3. Het accent heeft een lichte uitstraling met lichte materialen 4. Het gebouw kijkt uit over de binnenhaven
Het parkeren vindt ondergronds plaats. De inrit voor de parkeergarage komt in het gebouw te liggen of, indien dit niet mogelijk is, wordt hij met zorg ingepast in de openbare ruimte. Het parkeren is toegankelijk vanaf de Handelsweg.
C
Het accent krijgt een sculpturale vorm, afwijkend van de omliggende gesloten bouwblokken, bijvoorbeeld een ovale grondvorm. De hoogte van het accent is 6 lagen. Dakopbouwen voor bijvoorbeeld installaties of liften worden in het volume mee ontworpen. Utilitaire elementen als bergingen, afvalopslag, trafo’s etc. worden inpandig opgelost.
Het accent is alzijdig, maar richt zich met name op het water en op De Noord, door aan deze zijden grote glasvlakken toe te passen. De gevel is dynamisch en levendig door een gevarieerde gevelindeling. Elementen in de gevel steken uit of liggen juist verdiept om de gevel diepte te geven. Deze elementen worden met zorg en licht vormgegeven. Een monotone herhaling van elementen dient te worden voorkomen. Het accent is niet alleen in zijn vorm afwijkend, maar ook in kleur en materialisatie. Het accent heeft een lichte uitstraling, met lichte, veelal materiaaleigen, kleuren en lichte materialen als glas, metaal en hout. Het is mogelijk het accent aan te lichten.
1. In de berm van de Noord kunnen bloembollen worden geplant 2. Op de pleinen langs de loper kunnen opvallende boomsoorten worden geplant 3. Voor de loper kunnen hoogwaardige materialen worden gebruikt 4. De Noord blijft grotendeels een laan met een asfaltrijbaan
64
Stationsplein
1
1
2
Binnenhaven
3
Dierenweide
2
4
Centrum
De Noord en S tatio ns plein O p en ba re ruimt e 65
Verhardingen Het verschil in verblijfskwaliteit wordt met de keuze van de verhardingen bevestigd. Zo worden de Loper en het Stationsplein uitgevoerd in hoogwaardige materialen. De doorgaande autoroute wordt in aansluiting op het noordelijke deel van De Noord uitgevoerd in asfalt en de voet- en fietspaden aan de oostzijde krijgen dezelfde uitstraling als de wegen van het Dorps wonen in het Hanzekwartier. Om de verblijfskwaliteit van de Loper en het Stationsplein te vergroten loopt de verharding door tot aan de gevels en wordt in de verharding van het Stationsplein een patroon aangebracht.
R I
Loper en Stationsplein • Loper en Stationsplein hoogwaardige materialen; • Kleurstelling is grijs met toevoeging van warme (oranje of rode) tinten; • Verharding van de Loper en Stationsplein loopt door tot de gevels; • De fietspaden, voetpaden en busbaan op het Stationsplein worden als gedeelde ruimte vormgegeven.
C T I A
Rijbanen van De Noord • Zwart asfalt vanaf het Stationsplein tot de brug over De Zate; • Elementen verharding vanaf De Zate tot het centrum. Kleurstelling is grijs met warme (oranje of rode) tinten.
R
Voet- en fietspaden oostzijde van De Noord • Kleurstelling is grijs; • Elementenverharding voor de voetpaden; • Asfalt verharding voor de fietspaden.
E
De Noord met het Stationsplein is een nieuwe uitnodigende route van het station naar het centrum. Om fietsers en voetgangers een prettige route aan te bieden worden de voet- en fietspaden van het autoverkeer gescheiden. De bermen tussen de langzaamverkeerroutes en de autoroute zijn ingevuld met bomen. De langzaamverkeerroute aan de westkant van De Noord wordt omgevormd tot Loper. De route wordt uitgevoerd in hoogwaardige materialen. Om de route voor voetgangers te veraangenamen en gevoelsmatig te verkorten, wordt langs de route een aantal bijzondere plekken aangebracht. Dit zijn het plein bij het accentgebouw aan de Binnenhaven en de brug over De Zate bij het appartementengebouw bij de Dierenweide. De langzaamverkeer route aan de oostzijde heeft een eenvoudiger opzet. De route bestaat uit een vrijliggend fietspad in het groen en trottoirs langs de gebouwen. Het Stationsplein wordt als kop van de Loper vormgegeven. Het plein dat van gevel tot gevel loopt wordt voor het bestemmingsverkeer ingericht als gedeelde ruimte. Om het verkeer te geleiden worden op een vanzelfsprekende wijze inrichtingselementen tussen de routes geplaatst. Blikvangers van het plein worden de speciaal voor Dronten ontwikkeld busabri’s. De Noord dient een inrichting te krijgen die over de gehele lengte, vanaf de Dronterringweg tot aan De Helling, een duidelijke samenhang vertoont.
Hierbij is het niet de bedoeling dat er één en hetzelfde profiel komt, maar dat de verschillende onderdelen (Dronterringweg - Stationsplein, Stationsplein, Stationsplein - De Zate, De Zate - De Helling) familie van elkaar zijn. Dit wordt bereikt door te kiezen voor terugkerende elementen, zoals verlichting, bestratingsmateriaal en kleur, plantwijze van bomen, etc.
66
4
1
6
2
4
3
5
5
De Noord en S tatio ns plein O p en ba re ruimt e
I R E T I R C
Beplantingen
Verlichting
Om het doorgaande karakter van De Noord te benadrukken heeft De Noord een laanbeplanting. Dit kunnen de bestaande essen zijn of nieuw te planten bomen. In de berm onder de bomen kunnen eventueel lage hagen of heesters worden aangebracht. Ter afwisseling van het beeld worden op het Stationsplein en rond het accentgebouw op de kop van de binnenhaven bomen geplant met een afwijkende groei- of bloeiwijze. De rotondes in De Noord krijgen een eenvoudige inrichting met gras en voorjaarsbloeiers.
De verlichting langs de Loper wordt afgestemd op het gebruik. Zo worden langs de fiets- en wandelpaden lagere armaturen toegepast dan langs de rijbaan. Vanwege het verblijfskarakter van het Stationsplein en het plein op de kop van de binnenhaven kunnen deze pleinen op een bijzondere wijze worden verlicht. Zo is het mogelijk om het Stationsplein hogere masten met schijnwerperspots toe te passen en op het plein op de kop van de binnenhaven de bomen aan te lichten met grondspots.
• In de bermen van De Noord wordt een laanbeplanting aangebracht, eventueel met lage heesters of hagen; • De rotondes hebben een eenvoudige groene inrichting met gras en voorjaarsbloeiers; • Op het Stationsplein worden een voor Dronten afwijkende boombeplanting aangebracht; • Rond het accentgebouw op de kop van de binnenhaven worden bomen met een bijzondere bloei- of groeiwijze aangebracht. Bij het planten van de bomen moet rekening worden gehouden met de parkeerkelder onder het accentgebouw.
Straatmeubilair Op het Stationsplein en langs de Loper wordt zo min mogelijk straatmeubilair toegepast. Straatmeubilair is zoveel mogelijk geïntegreerd in de inrichting van de openbare ruimte. Gedacht moet worden aan opstaande randen langs bomen, die ook als zitmeubel kunnen worden gebruikt. De kleurstelling van het meubilair sluit aan bij de kleur van de lichtmasten (antraciet). • Zo min mogelijke straatmeubilair; • Straatmeubilair is een onderdeel van het ruimtelijk ontwerp; • Kleurstelling meubilair is afgestemd op lichtmasten.
CRITERIA
1. Verlichting langs het fietspad en de loper 2. Bijzondere verlichting op het Stationsplein 3. Masten met uithouders langs De Noord 4. Boomrand als zitrand 5. Fontein op het stationsplein 6. Voorbeeld van een plein met grondspots aangelichte bomen
• De hoogte van de masten wordt afgestemd op het gebruik; • Op het Stationsplein en bij het plein aan de Binnenhaven kan bijzondere afwijkende verlichting worden toegepast; • De masten hebben een antraciete kleur.
CRITERIA
A
67
68
1
2
3
4
69
Bijzondere elementen – Brug en abri’s
CRITERIA
In de Loper bevinden zich twee bijzondere elementen. Dit zijn de abri’s op het Stationsplein en de autobrug over De Zate. Het ontwerp voor de abri’s is op dit moment in een vergevorderd stadium. Het ontwerp gaat uit van een witte gebogen vorm met per abri een verschillende kleur verlichtingselement. Het ontwerp voor de brug over De Zate staat nog open. Gedacht wordt om de vormgeving van de brug een samenspel met het station te laten vormen. Dus een combinatie van baksteen en beton. Om een royaal gebaar te kunnen maken wordt de bestaande brug in het ontwerp betrokken. • Abri volgens huidig ontwerp; • Brug over De Zate in relatie met station ontwerpen; • Baksteen en beton; • Bestaande brug er bij betrekken.
1
1. Profiel over het Stationsplein (ligging op plattegrond rechts) 2. Baksteen architectuur van het nieuwe station 3. De brug over de Zate kan omgevormd worden tot duiker brug bekleed met baksteen 4. Bijzondere busabris op het stationsplein
Bou leva rd
De ligging maakt dit deelgebied uniek binnen het Hanzekwartier en binnen Dronten. Over een grote lengte is ruimte voor bebouwing aan een boulevard met de aantrekkelijke passantenhaven pal op het zuiden. De bestaande industriële bebouwing wordt vervangen door nieuwbouw met een mix van wonen, kleinschalige voorzieningen en leisure. De bebouwing komt verder naar voren te staan, om zo de band met het water te versterken. Deze band wordt nog verder versterkt door de gebouwen een open karakter te geven, met grote gevelopeningen en buitenruimtes. De bebouwing aan de haven ligt in het verlengde van het deelgebied De Noord en Stationsplein en daar neemt het de bebouwingstypologie van het gesloten bouwblok van over. Op de kop van de Boulevard, in de knik van de Lage Vaart komt een accent. Dit zou de bestaande silo van Agrifirm kunnen zijn, die wordt omgevormd tot bijzonder hotel, restaurant of wooncomplex. Maar er zou ook een nieuw gebouw kunnen komen.
plein
accent bebouwing
ruimte voor kleinschalige voorzieningen
Boulevard
alzijdig bouwblok
auto ontsluiting
verbinding met achterliggende wijk
rechte rooilijn
72
4
1
2
3
Bo uleva rd Beb o u wing 73
Situatie De bebouwing wordt gegroepeerd in (vrijwel) gesloten bouwblokken. Een bouwblok kan op verschillende manieren worden ingevuld. Enkele denkbare opties: (1) 1 Alle randen van het bouwblok worden bebouwd, waardoor een binnenhof ontstaat. Deze binnenhof hoort bij de gebruikers van het gebouw en kan bijvoorbeeld worden ingericht als collectieve tuin, of krijgt een glazen overkapping waardoor een atrium ontstaat. Deze opzet is denkbaar als het blok als één geheel wordt gerealiseerd en er sprake is van één (hoofd) gebruiker, bijvoorbeeld een appartementencomplex met een vereniging van eigenaren. Het parkeren wordt (half-) ondergronds opgelost. (2) 2 Het bouwblok wordt individueel verkaveld en uitgegeven aan verschillende eindgebruikers. De kavels kunnen worden ingericht als een grondgebonden woning met tuin, of het hele kavel wordt bebouwd als een stadswoning met ruimte voor voorzieningen of kantoor aan huis op de begane grond. Parkeren kan binnen het bouwblok op maaiveld worden georganiseerd. 3 Het noordelijke deel van het bouwblok wordt individueel (3) verkaveld en wordt ingevuld met grondgebonden woningen. De zijde aan de haven wordt ingevuld met een appartementengebouw met ruimte voor voorzieningen in de plint. De parkeeroplossing kan een mix worden van parkeren op maaiveld voor de grondgebonden woningen en bezoekers, en (half-) ondergronds voor de appartementen.
De diepte van de bouwblokken ligt vast, doordat de grens aan de noord- en zuidzijde al is bepaald. De breedte van de bouwblokken is echter flexibel, met als uiterste grenzen de Slinger aan de oostzijde en het park langs de Lage Vaart aan de westzijde. Daartussen is de verdeling in bouwblokken vrij te kiezen, mits er ten minste 2 noord-zuid doorsteken komen.
Binnen een bouwblok staat de bebouwing aaneengesloten. In ieder geval een de noord- en zuidzijde en langs de Slinger en het Park de Lage Vaart komt aaneengesloten bebouwing die op de openbare ruimte is georiënteerd. Maar ook in de tussenstraatjes komt bebouwing die op de openbare ruimte is georiënteerd. Hier is het echter mogelijk openingen tussen de bebouwing aan te brengen ten behoeve van een parkeeroplossing binnen het bouwblok. De bebouwing wordt ‘om de hoek’ ontworpen. De bebouwing komt op één heldere rooilijn te staan, die voor alle bouwblokken gelijk is. Op de kop van de boulevard, aan de zijde van het Park de Lage Vaart, komt een bijzonder accent dat onderdeel uitmaakt van het laatste bouwblok in de rij. Het accent hoeft niet in de rooilijn van de overige bouwblokken te staan, maar mag ook terug liggen. De overgang van de bebouwing op de openbare ruimte is divers en sluit aan bij de openbare ruimte waar de bebouwing op overgaat. Aan de zuidzijde wordt de overgang op een stenige manier vormgegeven terwijl aan de noordzijde ook gekozen kan worden voor een groene overgang. Uitgangspunt is dat per zijde wordt gekozen voor een uniforme oplossing, waarbij de eerste bebouwing de trendsetter is. Aan de zuidzijde staat de bebouwing iets verhoogd ten opzichte van de Boulevard. Voor de bebouwing komt een zone van 3 meter breed, op dezelfde hoogte als het gebouw.
Deze zone ligt tussen de 0,9 en 1,3 meter hoger dan de openbare route van de Boulevard en vormt zo een buffer tussen de openbare boulevard en de privésfeer van de gebouwen. De verhoogde zone kan bijvoorbeeld worden gebruikt als terras voor woningen op de begane grond, of kan een voorruimte voor voorzieningen op de begane grond zijn. Afhankelijk van de functie (wonen of voorzieningen) is het misschien vereist een valbeveiliging aan te brengen. Indien dit nodig is, dan
74
1
2
3
2
2
4
1. De gebouwen krijgen aan de waterzijde een verhoogde band 2. Aan de noordzijde wordt de overgang tussen openbaar en privé in de architectuur versoepeld door delen terug te leggen, of.... 3. ...er wordt gekozen voor een voortuin als overgang tussen openbaar en privé 4. Langs de Boulevard wordt een aanlegsteiger geïntroduceerd
Bo uleva rd Beb o u wing 75
R I T E R I A
Het belangrijkste uitgangspunt voor het parkeren is dat dit uit het zicht, in het bouwblok opgelost wordt. Ook dient er rekening gehouden te worden met het zicht vanuit de functies (met name in het geval van appartementen) op de parkeeroplossing. Hier zijn meerdere opties denkbaar, mede afhankelijk van de gekozen functies en typologieën. Zo kan het parkeren op maaiveld in een binnenhof worden geregeld, (gedeeltelijk) ondergronds worden opgelost of op een andere (gebouwde) wijze worden opgelost. Het hiervoor genoemde hoogteverschil ten opzichte van de openbare boulevard kan gebruikt worden voor een halfverdiepte parkeergarage. Hierbij zijn geparkeerde auto’s of (ventilatie-) installaties niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte. De parkeeroplossing is bereikbaar vanaf de tussenstraatjes.
• De lengte van de bouwblokken is vrij te bepalen. Tussen de bouwblokken komen ten minste twee relatief smalle doorsteken; • De bebouwing wordt gegroepeerd in (vrijwel) gesloten bouwblokken. In ieder geval naar de zuid- en noordzijde, en naar de Lage Vaart, staat de bebouwing aaneengesloten; • De bouwblokken zijn alzijdig, met woonfuncties en entrees gericht op de openbare ruimte,; • Bebouwing staat op één heldere rooilijn, met uitzondering van het accent; • De overgang op de openbare ruimte gebeurt aan de zuidzijde door het gebruik van een verhoogde band. Aan de noordzijde kan worden gekozen voor een voortuin of een oplossing in de architectuur. Het accent op de kop bij de Lage Vaart staat direct aan de openbare ruimte; • Het parkeren wordt collectief en binnen het bouwblok opgelost; • Het parkeren wordt uit het zicht vanaf de openbare ruimte opgelost, ook met het zicht van de functies op de parkeeroplossing wordt rekening gehouden.
C
wordt dit uitgevoerd als een transparant hekwerk. Aan de noordzijde grenst de bebouwing direct aan de openbare ruimte of krijgt een smalle voortuin. Als het gebouw direct aan de openbare ruimte grenst, wordt de overgang in de architectuur versoepeld, bijvoorbeeld door de entree terug te leggen. Aan de zijde van de Lage Vaart staat het gebouw direct aan de openbare ruimte, deels aan het terras op de kop van de Boulevard en deels aan het groen van het Park de Lage Vaart. Aangezien de functies in de bouwblokken ook op de binnenkant van de bouwblokken uitkijken en eventueel aan de binnenzijde worden ontsloten, is het van belang dat de inrichting van de binnenhof hoogwaardig is en met de bebouwing wordt mee ontworpen. Aandacht dient uit te gaan naar bestrating, verlichting, groen, erfafscheidingen, speelgelegenheid en bergingen, en naar de samenhang tussen deze elementen. Ook de achterzijde van de bebouwing dient met zorg te worden ontworpen.
76
1
4
3
4
3
5
3
1. Op de kop van de Boulevard, in de knik van de Lage Vaart komt een bebouwingsaccent van maximaal 10 lagen. Dit accent wordt opgebouwd uit meerdere volumes van wisselende hoogte, breedte en diepte 2. Het hoogteaccent maakt onderdeel uit van het laatste bouwblok 3. Een bouwblok bestaat uit meerdere bouwstenen 4. De bovenste bouwlaag van de bebouwing aan de Boulevard wordt verbijzonderd 5. De bebouwing aan de noordzijde vormt de overgang op de dorpse woningbouw, met name door een beperktere bouwhoogte
2
Bo uleva rd Beb o u wing 77
Massa De bebouwing grenst met de zuid- en westzijde aan de grote ruimtes van de passantenhaven en de Lage Vaart. Aan de noordzijde grenst de bebouwing juist aan het dorpse wonen van het Hanzekwartier. De schaal van de bebouwing reageert op deze verschillen in situatie en kent een verschil in schaal aan de zuid- en westzijde en aan de noordzijde.
I T E R I A
zuidzijde: • De bebouwing heeft een bouwhoogte van 4 tot 5 bouwlagen, waarvan de bovenste bouwlaag wordt verbijzonderd; • De begane grondlaag is tenminste 4 meter hoog; • De bouwblokken zijn samengesteld uit bouwstenen van maximaal 36 meter breed. kop bij de Lage Vaart: • Het accent op de kop van de Boulevard bestaat uit 8 tot 10 lagen; • De massa wordt geleed door het gebouw samen te stellen uit meerdere volumes; • De begane grondlaag is tenminste 5 meter hoog; noordzijde: • De bebouwing heeft een bouwhoogte van 3 bouwlagen, waarvan de bovenste bouwlaag wordt verbijzonderd; • De bouwblokken zijn samengesteld uit bouwstenen van maximaal 36 meter breed.
R
Aan de westzijde, op de kop bij de Lage Vaart, komt een accentgebouw van tussen de 8 en 10 bouwlagen. Het accent verwijst naar de bestaande hoge silo bebouwing doordat het is samengesteld uit diverse volumes. Deze volumes hebben een wisselende hoogte, diepte en breedte en vormen tezamen het accentgebouw. Eventueel kan onderzocht worden of de bestaande silo’s kunnen worden hergebruikt en geschikt worden gemaakt voor het inpassen van een nieuwe functie,
De bebouwing aan de noordzijde vormt een overgang van de hogere bebouwing aan de Boulevard op de dorpse woningbouw. De bouwhoogte is 3 bouwlagen. De bovenste laag wordt verbijzonderd, door het toepassen van een setback of een kap. Ook aan deze zijde worden de bouwblokken samengesteld uit bouwstenen met een maximale lengte van 36 meter. De bouwstenen kunnen verschillen in kleuren materiaalgebruik of gevelindeling, maar verschillen in ieder geval in massa. Bijvoorbeeld door wisseling in goot- of nokhoogte of door wisseling in kapvorm. De functie van het gebouw kan wel over meerdere bouwstenen doorlopen.
C
De bebouwing aan de zuidzijde heeft een hoogte van 4 tot 5 bouwlagen. De bovenste bouwlaag wordt verbijzonderd. Dit kan worden gedaan door het gebruik van een setback of door het gebruik van een bijzondere kapvorm zoals een gebogen, hellend of gewelfd dak. Een bouwblok toont zich niet als één groot gebouw, maar als een samenstelling van meerdere gebouwen (bouwstenen) die tegen elkaar aan gezet zijn. De maximale lengte van een bouwsteen is 36 meter. De bouwstenen kunnen verschillen in kleur- en materiaalgebruik of gevelindeling, maar verschillen in ieder geval in massa. Bijvoorbeeld door wisseling in goot- of nokhoogte of door wisseling in kapvorm. De functie van het gebouw kan wel over meerdere bouwstenen doorlopen. Langs de Boulevard wordt een levendig beeld nagestreefd, met een mix van wonen, werken en voorzieningen. Om dit ruimtelijk mogelijk te maken wordt de begane grondlaag extra hoog, tenminste 4 meter.
passend in het Hanzekwartier. In verband met de bijzondere ligging aan de passantenhaven is horeca of leisure in de plint voorzien. Om dit ruimtelijk mogelijk te maken is de hoogte van de begane grond ten minste 5 meter.
78
1
1
4
2
1
1. De bebouwing heeft een open uitstraling door het gebruik van grote gevelopeningen en buitenruimtes 2. De bebouwing aan de waterzijde heeft een licht, maritiem kleurenpalet 3. In de gevel van het accent op de kop van de Boulevard komt een verwijzing naar het raster van de bestaande silobebouwing 4. De gevels aan de noordzijde sluiten aan op het dorpse wonen, onder meer door variatie in gevelindeling en door het gebruik van een rood tot bruin en antraciet kleurenpalet
4
3
Bo uleva rd Beb o u wing 79
Gevels De gevels krijgen een gevarieerde opzet. Variatie kan binnen de gevel van een bouwsteen worden aangebracht, maar tussen aangrenzende bouwstenen is in ieder geval sprake van variatie. De bebouwing staat gegroepeerd in (vrijwel) gesloten bouwblokken, waarbij het van belang is dat de gebouwen ‘om de hoek’ worden ontworpen. Blinde zijgevels moeten daarom voorkomen worden.
I T E R I A
Aan de noordzijde worden de gevels zo ontworpen dat ze bijdragen aan de dorpse schaal, door een gevarieerde indeling en een zekere mate van dieptewerking (zie ook deelgebied Dorps Wonen). Geen vlak gedetailleerde gevels maar gebruik van neggen, raamkaders die naar voren springen,
R
De gevels van het accent op de kop bij de Lage Vaart sluiten aan bij de gevels van de zuidzijde. (Een deel van) de gevel van het accent refereert op een subtiele wijze aan de bestaande silo bebouwing door het gebruik van een raster met wisselende breedtes. De bijzondere ligging van het accent kan worden versterkt door het gebouw ’s avonds aan te lichten.
algemeen • De gevelindeling is gevarieerd van opzet; • Tussen verschillende naast elkaar geplaatste gebouwen zit een duidelijk verschil in gevelindeling; • Gebouwen worden ‘om de hoek’ ontworpen; • De detaillering is zorgvuldig en op duurzaamheid gericht. zuidzijde: • Gevels hebben een open karakter door het gebruik van grote gevelopeningen en buitenruimtes; • Balkons steken maximaal 1,5 meter voor de gevel uit; • De bovenste bouwlaag heeft een lichte uitstraling; • De gevels bestaan uit materialen met een solide uitstraling in lichte, maritieme kleuren; • Eventuele reclame wordt ingetogen uitgevoerd en is ondergeschikt aan de bebouwing, zie ook de algemene beschrijving. kop bij de Lage Vaart • Gevels sluiten aan bij de zuidzijde; • In de gevel wordt gerefereerd aan de bestaande silobebouwing door het gebruik van een raster; noordzijde: • De gevels dragen bij aan de dorpse schaal, door een gevarieerde indeling en een zekere mate van dieptewerking; • Elementen als balkons steken niet verder dan 1 meter voor de gevel uit; • Het basismateriaal is baksteen, aangevuld met andere materialen met een solide uitstraling, in rood, rood-bruine en antraciet tinten. Accenten kunnen worden gelegd met lichtere materialen en kleuren.
C
Aan de zuidzijde van de bouwblokken hebben de gevels een open karakter om de relatie met het water te versterken. De gevels krijgen daarom grote gevelopeningen en buitenruimtes. In verband met de beperkte breedte van de Boulevard mogen balkons maximaal 1,5 meter uitsteken. De balkons worden op een lichte manier gedetailleerd. De gevel van de bovenste bouwlaag wordt extra licht en open vormgegeven. De bijzondere ligging aan de passantenhaven komt tot uiting in het gebruik van lichte, maritieme kleuren zoals wit, ecru, lichtbruin, lichtblauw, etc. De materialisatie heeft een solide uitstraling door het gebruik van materialen als stuc, natuursteen, glad beton en baksteen. Accenten worden gelegd door het gebruik van hout en metaal.
bloemenramen, franse balkons, etc. De gevels aan de noordzijde sluiten in kleur en materiaal aan op de bebouwing van het Dorpse wonen. Dit betekend een kleurpalet dat bestaat uit rode, rood-bruine en antraciet tinten. Voor de materialisatie is baksteen het uitgangspunt, aangevuld met materialen met een solide uitstraling als natuursteen, (glad) beton, keramische materialen en stucwerk.
1. De kade wordt in twee niveau’ aangelegd. 2. Hoge deel is bedoeld voor terassen, het lage deel heeft een openbaar karakter. 3. De kademuur heeft een robuust uiterlijk.
80
De kade wordt in twee niveaus aangelegd
1
3
Het hoogteverschil tussen beide niveaus wordt met trappen vormgegeven. Deze trappen liggen in het verlengde van de straten tussen de bouwblokken. Eventueel kan per bouwblok één extra trap naar het lage niveau worden aangelegd. 1
2
Bo uleva rd O p en ba re ruimt e 81
De Boulevard wordt dè locatie om langs het water te flaneren en te verblijven. Om daarbij niet gehinderd te worden, is de kade vrij van autoverkeer. De bebouwing aan de kade is dan ook alleen aan de noordzijde voor auto’s bereikbaar. Omdat het waterpeil van de haven ver onder het maaiveld ligt, wordt de kade in twee niveaus aangelegd. Hierdoor wordt er een nieuwe route geïntroduceerd, dichter bij het water. Ten opzichte van de bestaande situatie wordt de Boulevard versmald. Op deze wijze wordt voorkomen dat de bezoeker zich verloren voelt in een te grote ruimte. De indeling van de ruimte in twee niveaus biedt tevens ruimte voor verschillende vormen van gebruikt. Zo biedt het hoge niveau ruimte voor terrassen bij gebouwen en is het lage niveau bedoeld voor de voetgangers en fietsers. Het visuele contact tussen de terrassen, kade en water moet blijven bestaan. Het verschil tussen beide niveaus mag dan ook niet te groot worden. De kade wordt aangesloten op het achterliggende woongebied door in het verlengde van de straten trappen aan te leggen.
De kade worden in twee niveaus ontworpen. Het hoge private deel is 3 meter breed. Het lage openbare niveau is maximaal 9 m breed. Tussen beide niveaus bedraagt het hoogteverschil maximaal 1.3 meter. De trappen in het verlengde van de straten maken onderdeel uit van de openbare ruimte. Eventueel kan per bouwblok één extra trap naar het lage niveau worden aangelegd. Op de overgang naar het water worden geen hekken of relingen geplaatst.
I T E R I A
• Het hoge niveau heeft een meer privé karakter en is 3 meter breed; • Het lage niveau is openbaar en maximaal 9 m breed; • Het hoogteverschil tussen beide niveaus is minimaal 0,90 m en maximaal 1.30 m; • Het hoogteverschil tussen beide niveaus wordt met trappen vormgegeven. Deze trappen liggen in het verlengde van de straten tussen de bouwblokken. Eventueel kan per bouwblok één extra trap naar het lage niveau worden aangelegd; • In de trappen worden hellingbanen voor mindervaliden opgenomen • Langs het water worden geen hekken of relingen geplaatst.
R
1. De kade wordt in twee niveaus aangelegd 2. Het hoge gedeelte is privé. Het lage gedeelte is openbaar. 3. De kade muur heeft een robuust uiterlijk.
Hoogteverschillen
C
Om het gebruik van de Boulevard te intensiveren, wordt de passantenhaven bijvoorkeur aan de boulevardzijde verder uitgebreid. Bezoekers van de haven kunnen hier aanmeren en bij de het terras op de kop van de Boulevard met de Lage Vaart een maaltijd nuttigen of een drankje drinken.
De Boulevard wordt gezien als één van de drie bijzondere openbare ruimtes in het plan, waardoor het zich in kleur en materiaal mag onderscheiden ten opzichte van de andere delen. Bijvoorkeur heeft de inrichting een robuust karakter en is geïnspireerd op het industriële verleden van de plek.
1. De materialisatie en vormgeving van de openbare kade is geïnspireerd op het industriële verleden van de plek. De verharding past bij het robuuste karakter van de haven en bestaat uit een combinatie van havenkeien, stelconplaten, of gesintelde baksteen; 2. De kade krijgt een groen karakter. Dit kan door op het hoge niveau
bomen te planten of door het hoogteverschil tussen beide kade delen groen in te richten. 3. De openbare kade wordt aangelicht met hogere masten. 4. In de kademuur tussen het hoge en lage niveau kan verlichting worden opgenomen.
82
De kade krijgt een groen karakter. Dit kan door op het hoge niveau bomen te planten of door het hoogteverschil tussen beide kade delen groen in te richten.
1
1
2
De openbare kade wordt aangelicht met masten. Deze staan op het lage niveau aan de bebouwingszijde. In de kademuren van het hoge naar het lage niveau is het mogelijk verlichting op te nemen.
2
2
3
4
Bo uleva rd O p en ba re ruimt e 83
Beplantingen
De materialisatie en vormgeving van de openbare kade is geïnspireerd op het industriële verleden van de plek. Voor de verhardingen wordt gedacht aan een combinatie van havenkeien, stelconplaten, of gesintelde baksteen. Deze kunnen bijvoorbeeld als brede loopstrook in het midden van de kade worden aangebracht. Naast lichte grijstinten die goed bij de lichte kleuren van de bebouwing passen kunnen ook warme rode tinten aan de kade worden toegevoegd. De kademuur naar het water heeft een robuust uiterlijk. Gedacht wordt aan een bakstenen of basaltblokken kademuur. De kademuur wordt afgedekt met een brede dekzerk van minimaal 0,4 meter. Los van de kade is een houten vlonder of steiger denkbaar
De Boulevard krijgt een open karakter om het zicht op het water optimaal te benutten. Bomen kunnen op ruime afstand van elkaar worden geplant op de overgang van het lage deel naar het water. De plaatsing van de bomen zal afgestemd moeten worden op de stand van het water, de traptreden en de gebouwen. Naast het plaatsen van bomen op de waterrand, is het ook mogelijk om de overgang van het hoge en lage niveau groen vorm te geven. Dit kan door groene treden te maken of het hoogte verschil op een ander manier groen in te richten
T I R C
• De materialisatie en vormgeving van de openbare kade is geïnspireerd op het industriële verleden van de plek. De verharding past bij het robuuste karakter van de haven en bestaat uit een combinatie van havenkeien, stelconplaten, of gesintelde baksteen; • De materialisatie van de hoge kade is vrij; • De kering tussen het hoge en lage niveau is onderdeel van het gebouw en wordt met het gebouw mee ontworpen; • De kering tussen het lage niveau en het water is onderdeel van de openbare ruimte en krijgt een robuust uiterlijk met een brede dekzerk.
Verlichting De verlichting bevestigt het gebruik van de Boulevard. De openbare kade wordt aangelicht met hogere masten. Deze masten staan op het lage niveau aan de bebouwingszijde. Daarbij moet voorkomen worden dat licht in de bebouwing schijnt. In de kademuren van het hoge naar het lage niveau is het mogelijk verlichting op te nemen. • De openbare kade wordt aangelicht met hogere masten. Bij de keuze van het armatuur moet voorkomen worden dat licht de bebouwing in schijnt; • In de kademuur tussen het hoge en lage niveau kan verlichting worden opgenomen.
CRITERIA
E
R
I
A
De private hoge delen kunnen een verharding krijgen die past bij de wensen van de gebruikers. De uitstraling hiervan mag dan ook variëren. Ook de kademuren van de bouwblokken mogen in uiterlijk variëren. Belangrijk is wel dat binnen een bouwblok gekozen wordt voor één materiaal en niet elke woning zijn eigen materialisatie krijgt.
• De bestaande groep abelen blijft gehandhaafd; • de kade krijgt een groen karakter. Dit kan door op het hoge niveau bomen te planten of door het hoogteverschil tussen beide kade delen groen in te richten.
CRITERIA
Verhardingen en materialisatie van de kades
1. Het meubilair is een onderdeel van het ruimtelijk ontwerp. 2. Uitbreiding van de passantenhaven door aanlegsteiger. 3. De houten aanlegsteiger beweegt mee met de wisselende waterstanden.
84
1
Straatmeubilair wordt geïntegreerd in het ruimtelijk ontwerp.
1
1
3
Voor de openbare kade kan de passantenhaven worden uitgebreid.
2
3
Bo uleva rd O p en ba re ruimt e 85
Net als bij het Stationsplein en de Loper wordt zo min mogelijk straatmeubilair toegepast. Het straatmeubilair wordt zoveel mogelijk geïntegreerd in de inrichting van de openbare ruimte. Gedacht moet worden aan de trappen tussen beide niveaus die als zitmeubel kunnen worden gebruikt, of een lange bank die aan de kademuur wordt bevestigd. De kleurstelling van het meubilair sluit aan bij de kleur van de lichtmasten.
• Het meubilair is een onderdeel van het ruimtelijk ontwerp; • Kleurstelling van het meubilair is afgestemd op lichtmasten en de bebouwing.
CRITERIA
Straatmeubilair
Bijzondere elementen Aan de boulevardzijde mag de passanten haven uitgebreid worden met een drijvende houten vlonder. Deze vlonder kan parallel liggen aan de Boulevard, maar mag ook een vrije vorm hebben. Belangrijk is dat deze in hout wordt uitgevoerd en meebeweegt met de verschillende waterstanden zodat hij gebruikt kan worden om aan te meren.
In het profiel zijn de private zone bij de gebouwen, de openbare zone dichterbij het water en de uitbreiding van de passantenhaven weergegeven.
CRITERIA
• Uitbreiding van de passantenhaven door aanlegsteiger; • De houten aanlegsteiger beweegt mee met de wisselende waterstanden.
Park de Lage Vaar t
Langs de Lage Vaart komt een groene parkachtige strook te liggen. Deze parkachtige strook wordt als een groene long het Hanzekwartier ingetrokken rondom de bestaande binnenhaven. De parkstrook langs de Lage Vaart wordt ingericht als een wandelpark, met de mogelijkheid een rondje rond de Lage Vaart te wandelen. In deze groene ruimtes rond het water worden bijzondere gebouwen vrij in de ruimte geplaatst. De gebouwen wijken duidelijk af van de omringende bebouwing door het gebruik van lichte kleuren en materialen. Ook in vorm wijken de gebouwen af, door een lichte en sculpturale hoofdopzet. De gebouwen hebben een sterke relatie met het water door een duidelijke oriëntatie in vorm en gevelopeningen op het water. De relatie met het omliggende groen komt tot uiting door de keuze voor een lichte architectuur en een directe overgang van het gebouw op het groen van het park. De gebouwen kunnen in verschillende fases en door verschillende architecten worden ontworpen, maar zijn wel ‘familie’ van elkaar.
zich tlijn
et G
fH
van a
ang boo rd
88
1
3
2
4 5 6
Park de Lage Vaar t B eb o u wing 89
Situering Uitgangspunt is dat de gebouwen ‘te gast’ zijn in het park. Het groen van het park ligt helemaal rondom de gebouwen en loopt door tot aan de gevel van de gebouwen. Het gebruik van privé tuinen en erfafscheidingen rondom de gebouwen is dus niet gewenst. Langs de binnenhaven is het mogelijk de gebouwen te binden door ze te koppelen aan een gezamenlijke parkeervoorziening met dek. Dit dek heeft een open karakter zodat de achterliggende bebouwing ook profiteert van de aanwezigheid van het water.
I T E R I A
• De gebouwen krijgen geen privétuinen of erfafscheidingen. Langs de Lage Vaart loopt het parkgroen tot aan de gebouwen. Rondom de binnenhaven kunnen gebouwen worden gekoppeld aan een parkeerdek; • De gebouwen zijn alzijdig georiënteerd, met verblijfsruimtes en gevelopeningen gericht op de openbare ruimte; • De gebouwen worden vrij in de ruimte geplaatst; • De gebouwen in de parkstrook langs de Lage Vaart worden losjes geplaatst, langs de binnenhaven kunnen de gebouwen ook uitgelijnd worden; • De zichtlijn vanaf Het Gangboord wordt door een gebouw beëindigd; • Het parkeren wordt (half-) verdiept opgelost en tast het groene beeld niet aan, de entree komt dicht bij de ontsluitingsweg; • Gebouw en park worden in samenhang ontworpen.
R
1. De gebouwen zijn ‘te gast’ in het park, het groen loopt tot aan de gevel 2. De gebouwen oriënteren zich alzijdig 3. Op het einde van de zichtlijn vanaf Het Gangboord komt een gebouw dat deze zichtlijn beëindigd 4. De gebouwen langs de binnenhaven kunnen gekoppeld worden aan een gezamenlijke parkeervoorziening met dek 5. Het groen van het park kan over het parkeren heen wordengetrokken 6. Het parkeren kan als plint voor de bebouwing fungeren
De gebouwen worden in samenhang met het park ontworpen. Het inpassen van zaken als beplanting, kademuren en taluds, (openbare) wandelroutes, parkeeroplossingen en inritten worden als een totaalontwerp gemaakt. De kwaliteit en samenhang van het Park de Lage Vaart als geheel worden bewaakt door de gemeente.
C
De gebouwen worden aan alle zijden omringd door openbare ruimte en oriënteren zich daarom alzijdig, door verblijfsruimtes en gevelopeningen rondom te plaatsen. Gezien de bijzondere ligging aan het water zijn de gebouwen nadrukkelijk op het water gericht. Om het informele karakter van dit deelgebied te benadrukken, krijgen de gebouwen geen duidelijke rooilijn. Met name in het park langs de Lage Vaart worden de gebouwen losjes geplaatst, door verspringingen en verdraaiingen. Langs de binnenhaven zouden de gebouwen ook uitgelijnd kunnen komen. Op het einde van de zichtlijn vanaf Het Gangboord komt een gebouw dat deze zichtlijn beëindigd.
Het parkeren wordt (half-) verdiept opgelost en tast het groene beeld niet aan. Het parkeren hoeft niet geheel onder het gebouw opgelost te worden, maar kan er ook deels uitsteken. Om het groene beeld overeind te houden kan het maaiveld van het park tot een glooiend geheel gemaakt worden dat over het parkeren heen wordt getrokken. Dit biedt goede mogelijkheden om het parkeren niet geheel te verdiepen, maar toch groen in te passen. De entree komt aan de zijde van de ontsluitingsweg te liggen, om zo de hoeveelheid verharding tot het minimum te beperken.
90
2
1
2
1
1. Het gebouw krijgt een lichte uitstraling door de plint van de gebouwen terug te leggen ten opzichte van de bovenbouw 2. De oriëntatie op het water kan worden versterkt door de gebouwen als ‘kijkers’ vorm te geven 3. Begroeide geveldelen kunnen de ligging in het park versterken 4. Buitenruimtes liggen binnen het hoofdvolume
I T E R I A
4
R
3
• De gebouwen krijgen relatief grote gevelopeningen en buitenruimtes; • Buitenruimtes vallen binnen het hoofdvolume; • De gevelindeling is informeel, door variatie in plaatsing en grootte van gevelopeningen; • Gevelopeningen komen aan alle zijden, met nadruk op de waterzijde; • Het materiaalpalet bestaat hoofdzakelijk uit lichte en natuurlijk (ogende) materialen als glas, hout, metaal, stuc en plaatmaterialen van hoogwaardige kwaliteit en uitstraling. Ook groene geveldelen en in beperkte mate materialen met een solide uitstraling als beton en baksteen zijn mogelijk; • Het kleurpalet bestaat uit lichte tinten, zoals wit, ecru, lichtblauw en lichte grijstinten; • De detaillering is zorgvuldig en op duurzaamheid gericht.
C
Gevels
Park de Lage Vaar t B eb o u wing 91
Massa
Gevels
De gebouwen krijgen een lichte uitstraling die de relatie met het omringende groen en het water versterkt. Dit gebeurt door de plint van de gebouwen iets terug te leggen ten opzichte van de bovenbouw. Hierdoor lijkt het alsof het groen onder het gebouw doorloopt. Als het gebouw aan het water staat, kan het gebouw ook over het water uitkragen. In de teruggelegen plint kunnen woningen en de entree komen. Maar het is ook denkbaar dat de plint wordt gevormd door een halfverdiepte parkeergarage. De relatie met het water en de oriëntatie daarop kunnen in de massa worden versterkt door het gebouw vorm te geven als een plint met ‘kijkers’ erop.
De gebouwen profiteren optimaal van de unieke ligging in het groen en aan het water. Dit komt tot uiting door het gebruik van grote glasvlakken en buitenruimtes. Om de sculpturale hoofdvorm van de gebouwen vast te houden, vallen buitenruimtes binnen het hoofdvolume. Dit hoeft niet te betekenen dat de buitenruimtes inpandig als loggia’s worden uitgevoerd. De buitenruimtes kunnen bijvoorbeeld ook gegroepeerd worden en in grote kaders worden samengevat.
C R I T E R I A
De gebouwen wijken af van de woonbebouwing in de directe omgeving, door het gebruik van een sculpturale hoofdvorm. De gebouwen krijgen geen traditionele kap, maar krijgen een bijzondere dakvorm. Hierbij kan gedacht worden aan het toepassen van een setback, of het gebruik van gebogen, geknikt of lessenaars dak. Het dak kan ook overlopen in de gevel. De maximale bouwhoogte is vijf lagen, plus eventueel een halfverdiepte parkeergarage onder het gebouw. Een eventuele vijfde bouwlaag is ondergeschikt, bijvoorbeeld door het gebruik van een setback of door de laag in de bijzondere dakvorm onder te brengen. • Gebouwen krijgen een lichte uitstraling, onder meer door het gebouw over een plint uit te laten kragen; • Gebouwen krijgen een afwijkende, sculpturale hoofdvorm; • Er wordt gebruik gemaakt van een bijzondere, niet traditionele, kap; • De maximale bouwhoogte is vijf lagen, plus een eventuele (half-) verdiepte parkeerkelder. De eventuele vijfde laag is ondergeschikt.
De gevelindeling heeft een informele uitstraling door het gebruik van variatie in plaatsing en grootte van gevelopeningen. In verband met de alzijdige oriëntatie komen aan alle zijden gevelopeningen, hoewel de oriëntatie op het water wordt benadrukt door de gevel daar extra open te maken. Eventuele zonwering wordt met het gebouw mee ontworpen, zodanig dat het sculpturale beeld van de bebouwing overeind blijft. Het kleur- en materiaalgebruik is licht en sluit aan bij de natuurlijke ligging van de gebouwen. Voor de gevels worden lichte en natuurlijk (ogende) materialen gebruikt, zoals glas, hout, metaal, stuc, en plaatmaterialen van hoogwaardige kwaliteit en uitstraling. Het gebruik van begroeide geveldelen of daken sluit ook goed aan bij de groene ligging. In beperkte mate kan ook gebruik worden gemaakt van zwaardere materialen als beton en baksteen. Zo kan de plint van de bebouwing bijvoorbeeld uit schokbeton met een raster bestaan, om zo een link te leggen met de schokbetonnen schuren die vroeger in de polder werden gebouwd. De gebruikte kleuren sluiten aan bij het waterrijke karakter van dit deelgebied. De gebruikte tinten zijn licht, zoals wit, ecru, lichtblauw en lichte grijstinten.
1. Losse bomen en gazonheuvels 2. Pad langs het water 3. Halfverharding in een lichte tint 4. Korte bomenrijen 5. Bomen met een grijsblauwe tint
92
2
1
3
5
4 2
5
Park de Lage Vaar t O p en ba re ruimt e 93
• Half verharding of asfalt; • Licht grijs of licht geel; • Hout en grote industrieplaten.
CRITERIA
Incidenteel is naast voet- en fietspaden ook verharding nodig om de appartementen gebouwen in het groen te bereiken. Hoewel deze verhardingen deel uit maken van het park, zullen ze hetzelfde moeten ogen als de verhardingen van het Dorps wonen. De verharding bestaat dan ook uit elementenverharding in een grijze tint. • Elementen verharding; • Grijs.
CRITERIA
Het Park de Lage Vaart maakt deel uit van de groene oevers van de Lage Vaart. Het park verbindt het Hanzekwartier met de grootschaligheid van het polderlandschap en wordt bijvoorkeur geheel toegankelijk gemaakt voor voetgangers en fietsers Het Park de Lage Vaart is bedoeld voor langzaamverkeer. Auto’s worden uit de groene omgeving geweerd. Om dit te bereiken worden de gebieden zo opgezet dat de gebouwen die aan het park grenzen alleen aan de achterzijde voor autoverkeer bereikbaar zijn. Uit zondering hierop zijn de appartementen blokken in het park. De parkeervoorzieningen rond en onder de gebouwen zullen zo vormgegeven worden dat ze het park niet domineren. Het Park de Lage Vaart is dan ook niet alleen bedoeld voor inwoners uit het Hanzekwartier, maar ook voor de mensen uit de omringende wijken. In park De Lage Vaart wordt de ruimte van de polder voelbaar. Deels wordt dit bereikt door de aanwezige breedte en openheid van de Lage Vaart zelf. Deels door de inrichting van de openbare ruimte. Het beeld dat voor het Park de Lage Vaart wordt nagestreefd bestaat uit een open park met een grasmat. De beplanting in het park heeft een grootschalige opbouw. Dus lange lijnen, grote bomen en duidelijke heestervakken. Beschutting wordt geboden door op sommige plaatsen het maaiveld te bollen. Het ruime karakter nodigt uit tot balsporten, vliegeren en de hond uitlaten.
Beplantingen De beplantingen dragen bij aan de sfeer van het park. Het beeld dat voor het park wordt nagestreefd bestaat uit een basis van water minnende soorten met een grijsgroene of blauwgroene tint. Gedacht kan worden aan soorten als wilg, els en populier. Binnen deze basis kunnen kleuraccenten worden gelegd. De plaatsing van de beplanting zal zo moeten zijn dat ze samen met de bebouwing een rug naar het water vormen. Hierdoor wordt de blik op het water gericht. Het pad langs het water wordt spannend gehouden door af en toe langs het water een boom te plaatsen
Verhardingen • Basis van waterminnende soorten in een grijsgroene of blauwgrijze tint; • Beplanting vormt samen met bebouwing een rug naar het water; • Groepen, korte rijen en solitairen.
CRITERIA
De verhardingen in het park zijn in hoofdzaak bedoeld voor voetgangers. De parkverhardingen bestaan uit halfverharding in een licht grijze of licht gele tint of uit asfalt met een licht getinte toplaag. Op verblijfsplekken of bij het water zijn grote verhardingselementen, platen of hout denkbaar. Om de toegankelijkheid van het groen te vergroten hebben de verhardingen geen opstaande band.
1. Langs de Lagevaart wordt het pad direct langs het water aangelegd. De Oever is afwisselend aangelegd met lage struiken keien en grind. 2. Een pad halverwege het talud maakt het water beleefbaarder. 3. Ook een vissteiger maakt het water beleefbaarder. 4. Door de oevers te trappen kan er een bijzondere plek ontstaan.
94
1
2
3
4
Park de Lage Vaar t O p en ba re ruimt e 95
Oevers en Kaden
In het profiel is het wandelpad dicht bij het water aangelegd
Lage Vaart • Wandelpad dicht bij het water; • Textuurverschillen in de oever dragen bij aan een afwisselend beeld.
CRITERIA
De overgang van het park naar de het water vraagt om een zorgvuldige behandeling. Om het water te beleven wordt het wandelpad dicht bij het water aangelegd. De oever kan een afwisselend beeld krijgen door het aanbrengen van textuur verschillen in de verhardingsmaterialen en het aanbrengen van beplanting. Zo kan de oever bestaan uit keien met plukken beplanting en een asfalt of houten wandelpad. Ook langs de binnenhaven wordt het water beleefbaar gemaakt. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Uitgangspunt daarbij is dat de noord- en zuidoever van de ha-
ven op een verschillende wijze wordt ingericht. Gedacht kan worden aan een pad halverwege de oever aan de noordzijde en pier of vlonder elementen aan de zuidzijde. De oever van de kop van de binnenhaven kan getrapt worden aangelegd waardoor er in het hart van het gebied een ontmoetingplek ontstaat. Ook hier is het belangrijk dat de oever langs de gehele binnenhaven op dezelfde wijze wordt behandeld.
96
1
Boven: het profiel van de Kop van de Binnenhaven laat zien dat als de oever getrapt wordt aangeld en er een mogelijkheid ontstaat om boten aan te leggen er een ontmoetingsplek in het hart van het gebied kan ontstaan.
wandelpad
zitplek
getrapte oever
Rechterpagina: de oevers van het smalle deel van de Binnenhaven worden aantrekkelijker door in het talud een wandelpad aan te leggen of in het water een vissteiger te maken.