8600396 Dronten BKP_boekwerk 130304_web.pdf
Tekst van het document
Beeldkwaliteitplan Hanzekwartier Dronten M a ar t 2 0 1 3
2
Co l o fo n
Gemeente Dronten De Rede 1 8251 ER Dronten T 0321 388 911 E gemeente@dronten.nl BDP.khandekar Secretaris Runsinkbrink 1 2731 AG Benthuizen T 079 3426728 E info@bdpkhandekar.com
3
Beeldkwaliteitplan Hanzekwartier Dronten M a ar t 2 0 1 3
4
0m
Luchtfoto van het Hanzekwartier, met binnen het witte kader het plangebied
80m
400m
Inh oud 5
Inleiding 6 achtergrond 6 doel en functie 6 opzet van het beeldkwaliteitplan 7 leeswijzer 7 beoordeling van de plannen 11 uitzonderingen Deel I
Basisopzet en beeldvorming 15 concept en structuur Hanzekwartier 19 stedenbouwkundige voorbeelduitwerking
Deel II Beeldkwaliteit algemeen 23 algemene beeldkwaliteit 29 basiskenmerken bebouwing 37 basiskenmerken openbare ruimte 47 gebiedsindeling Deel III Beeldkwaliteit deelgebieden 51 De Noord en Stationsplein 71 Boulevard 87 Park de Lage Vaart 101 Dorps wonen 117 Hanzedorpen 129 Campus 145 Dierenweide Bijlagen 155 projectie bestaand situatie op structuurvisie 156 begrippenlijst 158 gebiedsindeling met gehanteerde namen
In l e id i ng 6
Achtergrond Vanaf december 2012 rijden de eerste treinen over de Hanzelijn. Dit grote spoorproject verbindt Amsterdam via de Flevopolder met Zwolle. De Hanzelijn heeft ook een station in Dronten, waardoor Dronten aangesloten is op het landelijke spoornet. Het nieuwe station bevindt zich op circa 900 meter van het centrum. Tussen het centrum en het spoor ligt een gebied dat grotendeels bestaat uit een verouderd bedrijventerrein. De komst van het station biedt kansen dit verouderde bedrijventerrein te transformeren in een nieuw aantrekkelijk woon- en werkgebied met een hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit. Om deze ontwikkelingen te begeleiden heeft de Gemeente Dronten het initiatief genomen tot het opstellen van de Structuurvisie Hanzekwartier. De Structuurvisie is in april 2012 vastgesteld door de gemeenteraad van Dronten en biedt het ruimtelijke kader waarbinnen de transformatie van bedrijventerrein naar woon-werkgebied plaats kan vinden. Daar waar de Structuurvisie de ruimtelijke kwaliteit en uitgangspunten van het Hanzekwartier op hoofdlijnen beschrijft, worden deze punten in dit beeldkwaliteitplan verder uitgewerkt. Er wordt nader ingegaan op de beoogde sfeer en karakter voor zowel de bebouwing als de inrichting van de openbare ruimte.
Doel en functie Voor het Hanzekwartier wordt een kwalitatief hoogstaand beeld nagestreefd, in zowel bebouwing als openbare ruimte. Om deze kwaliteit te waarborgen is dit beeldkwaliteitplan
opgesteld. Het doel van het beeldkwaliteitplan is inzicht te geven in de gewenste verschijningsvorm van de gebouwde en de onbebouwde omgeving van het Hanzekwartier. Het plan geeft op verschillende niveaus in woord en beeld de uitgangspunten voor de (architectonische) uitwerking aan. Daarnaast stelt het beeldkwaliteitplan kaders en biedt het inspiratie aan ontwerpers en initiatiefnemers. Naast inspiratiebron vervult het beeldkwaliteitplan ook een rol als toetsingskader voor het kwaliteitsteam. Het beeldkwaliteitplan vervangt dan ook de welstandsnota voor het gebied Hanzekwartier.
Opzet van het beeldkwaliteitplan De ontwikkeling van het Hanzekwartier zal een langdurig proces zijn, dat over vele jaren verspreidt plaats zal vinden. In de loop der tijd valt te verwachten dat sommige ruimtelijke eigenschappen, zoals bijvoorbeeld een heersende architectuurstijl, wijzigen. Om een kader te scheppen dat deze wijzigingen aan kan, is in dit beeldkwaliteitplan een zekere mate van speelruimte en flexibiliteit opgenomen. Hierbij wordt de nadruk niet gelegd op het opstellen van velerlei regels, maar wordt gewerkt met uitgangspunten en beoogde sfeer. Dit beeldkwaliteitplan is zo opgezet dat de visie op de beeldkwaliteit duidelijk naar voren komt, maar er voldoende ruimte overblijft voor creativiteit en flexibiliteit bij initiatiefnemers en ontwerpers. Uitgangspunt is een hoge ambitie, met hoogwaardige architectuur en inrichting van de openbare ruimte.
7
Leeswijzer Het document bestaat uit drie delen. Het eerste deel geeft het vertrekpunt aan en bestaat uit een korte beschrijving van de Structuurvisie die als basis voor dit beeldkwaliteitplan heeft gediend. In het tweede deel wordt een beschrijving gegeven van de algemene beeldkwaliteit. Hier wordt de algemene sfeer voor het Hanzekwartier weergegeven en wordt ingegaan op een aantal algemeen geldende thema’s, zoals: duurzaamheid, reclame en luifels, trendsetter en -volger, parkeren, afvalinzameling en nutsvoorzieningen. Een aantal algemene thema’s, zoals kleur- en materiaalgebruik, boomstructuren, oevers en kades, etc, zijn geïllustreerd aan de hand van structuurkaarten. Op deze kaarten is de samenhang tussen verschillende gebieden in het Hanzekwartier duidelijk zichtbaar. Het tweede deel sluit af met de verdeling van het Hanzekwartier in een zevental deelgebieden. In het derde deel wordt de beeldkwaliteit per deelgebied nader uitgewerkt. Per deelgebied wordt ingegaan op zowel de bebouwing als de openbare ruimte. De beschrijving gebeurt aan de hand van een aantal thema’s. Voor de bebouwing zijn dat: situering, massa en gevels. Voor de openbare ruimte zijn dat (indien van toepassing): verharding, beplanting, oevers en kaden, verlichting, straatmeubilair en bijzondere elementen.
Per thema wordt beschreven wat de uitgangspunten zijn en wordt aangegeven op welke wijze dit vorm zou kunnen krijgen. De minimale criteria die vereist zijn om het beoogde beeld te bereiken worden in de gekleurde tekstvakken aangegeven. Dit houdt echter niet in dat niet ook aan de uitgangspunten getoetst kan worden. Het beeldkwaliteitplan bestaat uit tekst die wordt geïllustreerd met referentiebeelden en schema’s. Bij deze
afbeeldingen staan bijschriften die aangeven wat met het betreffende beeld wordt bedoeld. De bijschriften staan in tekstvakken met een gekleurde rand. In het geval van tegenspraak tussen tekst en beeld, is de tekst leidend.
Beoordeling van de plannen De begeleiding en beoordeling van plannen wordt hoofdzakelijk gedaan door het kwaliteitsteam. Het kwaliteitsteam zorgt voor een consistente begeleiding van bouwprojecten in het Hanzekwartier. Voordelen van werken met een kwaliteitsteam zijn dat ontwerpen voor gebouwen onderling op elkaar afgestemd worden, dat het ontwerp voor de openbare ruimte en de bebouwing op elkaar afgestemd worden en dat het proces soepel verloopt doordat het advies van zowel stedenbouw, landschapsarchitectuur en architectuur in één keer plaats vindt. Nadat het kwaliteitsteam goedkeuring heeft verleent aan de plannen zal de welstandscommissie nog een formele toets doen. Samenstelling van het kwaliteitsteam De kern van het kwaliteitsteam wordt gevormd door de projectleider van het Hanzekwartier, een stedenbouwkundige, een landschapsarchitect en een afgevaardigde uit welstand. De projectleider heeft brede kennis van de zaken die in het Hanzekwartier spelen, op zowel ruimtelijk vlak als ook op andere terreinen zoals financiën en planning. De projectleider zorgt ook voor de terugkoppeling naar de gemeentelijke projectgroep. De stedenbouwkundige en landschapsarchitect beoordelen de ingediende plannen aan de hand van het beeldkwaliteitplan en vanuit hun respectievelijke expertise. Ook de afgevaardigde uit welstand beoordeeld de plannen
8
aan de hand van het beeldkwaliteitplan en dan met name op gebouw en detailniveau. De afgevaardigde uit welstand koppelt terug met de welstandscommissie, waardoor een positief advies van het kwaliteitsteam vrijwel altijd ook een positief advies van de welstandscommissie betekend. Afhankelijk van de omvang en/of complexiteit van een ingediend plan, kan het kwaliteitsteam worden aangevuld met andere relevante expertises, zoals een beleidsmedewerker verkeer, groen of bestemmingsplannen. Procedure Wanneer een initiatief voor het eerst bij de gemeente binnenkomt, wordt het plan door de projectleider van het Hanzekwartier beoordeeld op complexiteit en de impact van het plan op de openbare ruimte. Afhankelijk van het oordeel wordt bepaald op welk moment het kwaliteitsteam betrokken dient te worden. Eventueel kan de projectleider van het Hanzekwartier ruggespraak hebben met het kwaliteitsteam. Er kunnen globaal twee niveau’s van complexiteit worden onderscheiden: • eenvoudige bouwplannen met een relatief kleine invloed op de beleving vanuit de openbare ruimte, zoals vrije sector woningen en niet-seriematige rijwoningen • complexe bouwplannen met een relatief grote invloed op de beleving vanuit de openbare ruimte en/of een hoge mate van complexiteit.
Eenvoudige bouwplannen Een plan komt ten minste twee maal langs bij het kwaliteitsteam: in de voorlopig ontwerpfase en bij de definitieve bouwaanvraag. Bij het voorlopig ontwerp wordt vooral gelet op de hoofdlijnen van het plan, zoals massa en situering en op de samenhang van de bebouwing onderling en met de
openbare ruimte. Er wordt ook al kort op de uitwerking en materialisatie van gevels gelet en waar nodig bijgestuurd. Bij de definitieve bouwaanvraag wordt naar het totaal van massa, situering en gevels en de relatie met de openbare ruimte gelet. Na goedkeuring door het kwaliteitsteam worden de plannen doorgestuurd naar de welstandscommissie. Deze voert een formele toets uit die, door de aanwezigheid van een afgevaardigd lid uit welstand in het kwaliteitsteam, in de meeste gevallen het oordeel van het kwaliteitsteam volgt. Een presentatie van de plannen aan de welstandscommissie is dan ook niet nodig. In een beperkt aantal gevallen kan de commissie afwijken van het advies van het kwaliteitsteam en een toelichting van de planindiener en/of wijzigingen in het plan verlangen. Het is uiteindelijk de welstandscommissie die een formeel advies aan het college van burgemeester en wethouders geeft. Complexe bouwplannen Als het om een omvangrijk en/of complex plan gaat, wordt het kwaliteitsteam eerder ingeschakeld. Het is wenselijk nog voor de start van het ontwerp een afspraak te maken met de stedenbouwkundige van het kwaliteitsteam, waarbij de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan worden toegelicht. Vervolgens kan de ontwerper aan de slag met het maken van een schetsplan.
Dit schetsplan wordt vervolgens besproken met het kwaliteitsteam, waarbij gelet wordt op de hoofdlijnen en samenhang van de bebouwing onderling en met de openbare ruimte. Vervolgens wordt het plan verder uitgewerkt in een voorlopig en definitief ontwerp en gebeurt de begeleiding door het kwaliteitsteam zoals hiervoor in de alinea ‘eenvoudige plannen’ vermeld.
SOORT BOUWINITIATIEF
ACTIVITEIT
DEELNEMERS
complex
bekeken wordt welke mate van complexiteit een bouwinitiatief heeft en welk traject wordt gekozen
Projectleider Hanzekwartier (+ evt. kwaliteitsteam)
complex
toelichting op de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan
Stedenbouwkundige van het kwaliteitsteam
complex
maken van een schetsontwerp
Initiatiefnemer met zijn/haar ontwerper (-s)
complex
schetsontwerp wordt gepresenteerd, kwaliteitsteam maakt opmerkingen
Kwaliteitsteam + Initiatiefnemer met zijn/haar ontwerper (-s)
eenvoudig
complex
schetsontwerp wordt uitgewerkt tot VO (eventuele opmerkingen kwaliteitsteam worden verwerkt)
Initiatiefnemer met zijn/haar ontwerper (-s)
eenvoudig
complex
VO wordt gepresenteerd, kwaliteitsteam maakt opmerkingen
Kwaliteitsteam + Initiatiefnemer met zijn/haar ontwerper (-s)
eenvoudig
complex
VO wordt uitgewerkt tot DO (eventuele opmerkingen kwaliteitsteam worden verwerkt)
Initiatiefnemer met zijn/haar ontwerper (-s)
eenvoudig
complex
DO wordt gepresenteerd, indien kwaliteitsteam akkoord is, gaat het plan naar de welstand
Kwaliteitsteam + Initiatiefnemer met zijn/haar ontwerper (-s)
eenvoudig
complex
DO wordt getoetst door welstand, indien de welstand akkoord is, kan de bouwaanvraag bij de gemeente ingediend worden
Welstandscommissie
eenvoudig
complex
bouwaanvraag, deze wordt behandeld door Gemeentelijk apparaat toetsing aan wet- en regelgeving
Gemeente
eenvoudig
eenvoudig
Schema van de procedure. Het kwaliteitsteam wordt betrokken bij de omkaderde stappen.
9
10
Bestaande bebouwing in het Hanzekwartier
11
Uitzonderingen Afwijken van de richtlijnen van het beeldkwaliteitplan is onder bijzondere omstandigheden geoorloofd. Als bijzondere omstandigheid wordt in ieder geval aangemerkt de situatie waarin een ingediend plan, naar het oordeel van het kwaliteitsteam, vanwege zijn uitzonderlijke schoonheid en kwaliteit op overtuigende wijze een positieve bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit van het Hanzekwartier. Daarbij dient het ingediende plan in ieder geval tegemoet te komen aan de uitgangspunten en de geest van het beeldkwaliteitplan. Verbouwingen aan de bestaande (anno 2012) situatie Het is mogelijk aanpassingen aan de nu (anno 2012) bestaande panden uit te voeren om zo de bestaande functie uit kunnen blijven voeren. Hierbij mag het transformatieproces van het Hanzekwartier niet worden geschaad. Er worden twee soorten bouwinitiatieven voor aanpassingen aan bestaande bouw onderscheiden: 1. aanpassingen aan kleinschalige bedrijfspanden, waarbij de functie en het pand blijvend passen binnen de uitgangspunten van de vastgestelde structuurvisie voor het Hanzekwartier 2. aanpassingen aan grootschalige bedrijfspanden, waarbij de functie en het pand niet blijvend passen binnen de uitgangspunten van de vastgestelde structuurvisie voor het Hanzekwartier
In de onder 1 omschreven situatie is het wenselijk dat de sfeer en het karakter van de plannen passen binnen het uiteindelijke beeld van het Hanzekwartier. Daarom wordt een dergelijk bouwplan getoetst aan het Beeldkwaliteitplan Hanzekwartier. Aangezien de herontwikkeling van het Hanzekwartier niet actief door de gemeente wordt uitgevoerd, kan de onder 2 genoemde situatie zich voordoen. Hoewel niet wenselijk, blijft de mogelijkheid van aanpassingen aan bestaande grootschalige panden nog bestaan. In dit geval is het niet reëel om de bebouwing aan te laten sluiten op het uiteindelijke beeld dat voor het Hanzekwartier voor ogen staat. Uitgangspunt is daarom dat de bebouwing een eenheid vormt met de reeds bestaande bedrijfspanden en er wordt daarom getoetst aan de gemeentelijke Welstandsnota.
De el I
Basi sop zet en beeldvo rming
14
1
2
3
4
5
6
7
St ru c t uur v i si e Hanzekwar tier Co n c ept 15
Het concept voor het Hanzekwartier gaat uit van een zevental dragers. Deze zeven dragers vormen samen het concept welke aan de ruimtelijke bassistructuur ten grondslag liggen. 11. De komst van de Hanzelijn verandert de context van het
Hanzekwartier. Door de ligging van het station aan één zijde van De Noord en het centrum aan de andere zijde, komt het gebied ineens op een centrale plek tussen deze twee knooppunten te liggen. 22. De Noord wordt omgevormd tot een brede loper, een aan-
trekkelijke route voor fietsers, voetgangers en gemotoriseerd verkeerd, die het centrum met het station verbindt. Op de kop van de loper komt het stationsplein te liggen. De loper wordt helder begrensd door nieuwe bebouwing die met de voorkanten op de loper gericht is. Deze nieuwe bebouwing omvat, naast woningen, ook kleinschalige voorzieningen en kantoren in de plint. 33. De bestaande groenstructuren in en om het plangebied
blijven behouden en worden versterkt. De groene vinger tussen het spoortalud en De Morinel, wordt doorgetrokken langs de Energieweg. De kade langs de Lage Vaart wordt net als de westoever van de Lage Vaart als een groene parkstrook ingericht en krijgt een openbaar karakter met een wandelroute langs het water. De kade ten noorden van de passantenhaven wordt als boulevard ingericht en koppelt zo de parkstrook langs de Lage Vaart met Het Gangboord en de Dierenweide. Op het einde van de boulevard, in de knik van de Lage Vaart, komt een landmark te staan. Dit landmark kan de silo van Agrifirm zijn (met daarin een bijzondere functie) of een nieuw bebouwingsaccent.
44. Een nieuwe noord-zuidroute koppelt de overheersende
oost-west lijnen in het plangebied. Het hart van het plangebied wordt zo verbonden met de westelijke uitbreidingsgebieden van Dronten (via de brug over de Lage Vaart) en met het centrum. Deze slinger loopt als langzaam verkeerroute door de Dierenweide naar het centrum. Op deze manier krijgt de Dierenweide een sterke relatie met de omliggende gebieden. 55. De ligging van het plangebied aan het water van de Lage
Vaart wordt versterkt door het water het plangebied in te trekken. Hierdoor kan een groter deel van de bebouwing direct aan het water worden gesitueerd. Door in de diverse watergangen te kiezen voor verschillende bebouwingstypes en sferen ontstaat variatie in het aanbod. 66. De groene strook langs het spoor wordt op een bijzondere
manier bebouwd, waarbij het groene karakter van dit gebied zoveel mogelijk behouden blijft. Dit gebeurt door de bebouwing als losse volumes tussen de bestaande bomen te plaatsen. Ten oosten van De Noord komt een scholenzone. Dit gebied wordt als een groene campus ingericht, waarbij het autoverkeer tot de randen van het gebied wordt beperkt zodat de scholieren zich op een autovrije campus kunnen bewegen. 77. Het plangebied wordt met De Noord verbonden door
enkele langzaamverkeer verbindingen. Hierdoor ligt het plangebied niet meer achter De Noord, maar worden beide gekoppeld. De bijzondere kwaliteiten van het Hanzekwartier worden zo zichtbaar vanaf De Noord
16
1
Ruimtelijke basisstructuur
2
Basisstructuur autoverkeer
3
Basisstructuur functies
4
Basisstructuur bouwhoogtes
St ru c t uur v i si e Hanzekwar tier B a s is s truc tuur 17
1
2
In de ruimtelijke basisstructuur wordt de begrenzing van de ruimtes van de Structuurvisie vastgelegd. Zo wordt er aangegeven waar de bebouwing op één rooilijn staat zodat de ruimte sterk wordt begrensd, waar de bebouwing juist vrij in de ruimte staat, waar accentbebouwing komt, etc. De exacte ligging en vorm van de ruimtes worden niet definitief vastgelegd, deze kunnen in de verdere uitwerking nog worden verschoven of vormgegeven. Het plan kent een aantal ruimtes die helder afgebakend zijn en die op de schaal van Dronten als geheel een belangrijke rol vervullen. Deze gebieden zijn het Stationsplein, De Noord, Het Gangboord en de Boulevard langs de haven. In de strook langs het spoor en langs het water is juist sprake van een meer open structuur. In de overige gebieden is sprake van bouwblokken met een informele uitstraling. Door het midden van het gebied wordt een nieuwe verbinding geïntroduceerd: de Slinger. De bestaande hoofdwegen structuur blijft intact. Zo wordt het gebied omgeven en doorsneden door de Energieweg, De Noord, het Gangboord en De Morinel. In de toekomst kunnen twee wijzigingen optreden. In de plannen wordt voorgesteld de slinger in de Energieweg te verleggen, om zo een groter aaneengesloten gebied voor woningbouw te creëren. Daarnaast is het mogelijk de hoofd verkeersfunctie van De Morinel over te hevelen naar de nieuwe weg langs het spoor.
Om de doorstroomfunctie van De Noord te behouden, komen er tussen de beide rotondes geen aantakkingen aan de westzijde en ten hoogste twee aan de oostzijde (afhankelijk van de gekozen functionele invulling van de aangrenzende bebouwing). Een aantal routes binnen het Hanzekwartier behouden ook hun ligging. Het gaat hierbij om delen van de Handelsweg, de Nijverheidsweg en de Bedrijfsweg. Dit biedt voordelen aan de mogelijkheden voor fasering van het plan. Hoewel de ligging van de wegen behouden blijft, zal het karakter wel
veranderen. Van utilitaire bedrijfswegen zullen deze wegen veranderen in straten met voornamelijk een woonkarakter. Het middengebied van het plan wordt op twee punten ontsloten, één aan de noordzijde op de Energieweg en één aan de zuidzijde op Het Gangboord. De Slinger krijgt geen doorgaand karakter om zo sluipverkeer tegen te gaan. 3
In de Structuurvisie is het niet de bedoeling voor iedere plek vast te leggen welke functies er moeten komen. Het plan biedt de flexibiliteit om, gedurende het proces, te bepalen welke functies wenselijk zijn op welke plek. Op een aantal plekken worden de gewenste functies nu al wel omschreven, bijvoorbeeld omdat op sommige plekken een levendige sfeer in de openbare ruimte gewenst is. Langs het Stationsplein, de Loper en de Boulevard komt een levendige mix van wonen, kleinschalige voorzieningen en kantoren. Op de kop van de Boulevard is ruimte voor een bijzondere leisure functie, zoals een restaurant of een hotel. Langs de bijzondere openbare gebieden binnen in het Hanzekwartier, de Lage Vaart, de waterinhammen, de Slinger, wordt gewoond. Tot slot komt in het groene gebied langs het spoor een scholenzone.
4
Over het algemeen heeft de bebouwing een hoogte van 3 bouwlagen. Met name langs de hoofdroutes en de grotere openbare ruimtes zijn beperkt grotere hoogtes gewenst. Hier gelden dan ook minimale hoogtes. Rondom het stationsplein komt bebouwing van circa 5 lagen, met een accent tot 8 lagen. Langs De Noord en Het Gangboord komt bebouwing van 3 tot 4 lagen. Rondom de grotere waterruimtes, de passantenhaven, de Lage Vaart en de bestaande binnenhaven komt bebouwing van circa 5 lagen. Het gebied tussen De Morinel en het spoor wordt ingevuld met bebouwing van 3 tot 4 lagen in het zuiden en 4 tot 5 lagen in het noorden.
18
Voorbeelduitwerking uit de Structuurvisie Hanzekwartier
St ru c t uur v i si e Hanzekwar tier Voorbeelduitwerking 19
De overzichtstekening laat een mogelijke uitwerking van het Hanzekwartier zien. In deze voorbeelduitwerking zijn de uitgangspunten van de Visie verwerkt. Dit is echter niet de enige manier waarop de Visie kan worden uitgewerkt. Er zijn meerdere uitwerkingen mogelijk, mits de uitgangspunten, zoals deze zijn verbeeld in de abstracte basisstructuurkaarten worden aangehouden. In de voorbeeldverkaveling springen een aantal dingen in het oog. Het eerste wat opvalt, is dat de bedrijvigheid in het plangebied plaats heeft gemaakt voor een gemengd milieu van wonen, werken, onderwijs en recreëren. De omgeving rond het station is vormgegeven met een stationsplein, busstation en P+R voorzieningen. Vanaf het stationsplein is de scholenzone bereikbaar. De Noord is in de voorbeeldverkaveling veranderd van een invalsweg naar een levendige promenade waar fietsers, voetgangers en gemotoriseerd verkeer op een prettige en veilige wijze van en naar het station kunnen bewegen. Om een bijzondere woonkwaliteit aan het gebied toe te voegen is het water verder uitgebreid. Nieuwe waterrijke gebieden zijn toegevoegd en de oevers van de Lage Vaart en de Passantenhaven zijn openbaar toegankelijk, door het maken van een park en een boulevard aan het water. Een slingerroute die het gebied doorkruist, maakt deze gebieden extra ervaarbaar.
Het programma dat in de voorbeeldverkaveling is opgenomen is een combinatie van wat ruimtelijk wenselijk is, wat past bij de huidige markt van Dronten en wat financieel in de tijd realistisch is. In het Hanzekwartier kunnen ruim 1300 woningen, ongeveer 7000 m2 leisure en kleinschalige commerciële ruimtes, 6000 m2 kantoren, 26500 m2 schoolprogramma en bijbehorend parkeerprogramma worden gerealiseerd.
De el I I
Beeldkwaliteit algemeen
22
1
2
3
Algemene beeldkwaliteit 23
Algemene sfeer en karakter Het Hanzekwartier wordt een nieuwe, levendige woonwijk binnen de kern van Dronten. De ambitie voor het gebied is hoog. Het Hanzekwartier wordt een wijk bestaande uit kleinstedelijke randbebouwing met daarbinnen een gebied met een dorpse sfeer. Er wordt gestreeft naar een hoogwaardige architectuur en inrichting van de openbare ruimte. Dit komt tot uiting in ontwerpen met een duidelijk vakmanschap, in het gebruik van hoogwaardige materialen en in het zorgvuldig detailleren van de ontwerpen. De bebouwing en inrichting kenmerken zich door variatie binnen een vooraf bepaalde bandbreedte. Het gebied krijgt een rijkgeschakeerde sfeer, waarbij de samenhang binnen de wijk en met de omgeving niet uit het oog wordt verloren. De unieke ligging van het Hanzekwartier binnen Dronten wordt benut en het Hanzekwartier krijgt daarmee een onderscheidend karakter. Het onderscheidende karakter krijgt als volgt vorm. Allereerst is er de ligging tussen het nieuwe station en het centrum. Dit biedt de mogelijk om De Noord niet enkel als verkeersader te beschouwen, maar om De Noord opnieuw te benaderen als een Loper tussen het station en het centrum. Deze Loper krijgt een hoogwaardige inrichting en wordt een aantrekkelijke route van het station naar het centrum, met de Ludgerustoren als markant eindpunt.
De bebouwing reageert op deze nieuwe situatie door een hogere dichtheid, met name rond het Stationsplein, en een menging van diverse functies. Langs de Loper en aan het Stationsplein komt een menging van woningen, praktijk aan huis, kleinschalige voorzieningen en schoolvoorzieningen.
Daarnaast is er de ligging aan het water, die zo veel mogelijk wordt benut. Aan de zijde van de passantenhaven wordt een Boulevard aangelegd. Deze Boulevard krijgt een hoogwaardige inrichting met verblijfskwaliteit. De Boulevard wordt geflankeerd door bebouwing met een maritieme uitstraling. De woningen profiteren optimaal van de ligging van het water aan de zuidzijde. Langs de Lage Vaart komt een openbaar wandelpark te liggen. In deze parkstrook komen enkele appartementengebouwen vrij in het groen te staan. Het water van de Lage Vaart wordt, naast de bestaande binnenhaven, op een drietal extra plekken het plangebied ingetrokken. Deze nieuwe waterwerelden hebben een kleinschalig karakter en er komen bijzondere woningen aan het water te staan. De groene strook langs het spoor wordt benut als basis voor een campusachtig gebied waar ruimte is voor relatief grote gebouwen, waaronder de scholen. Deze gebouwen komen vrij in het groen te staan. Het binnengebied van het Hanzekwartier wordt ingevuld met woningbouw. De uitgangspunten voor dit gebied zijn een dorpse schaal en uitstraling, variatie in bebouwing en een groene inrichting van de openbare ruimte. Dit gebied sluit in sfeer en uitstraling aan bij de bestaande kwaliteiten van de Drontense woonwijken.
1. Impressie van De Noord 2. Impressie van de Boulevard 3. Impressie van het Park de Lage Vaart met één van de nieuwe waterinhammen
24
Duurzaamheid
2
De duurzaamheid van het Hanzekwartier wordt op diverse schaal niveau’s bepaald. Duurzaamheid dient een uitgangspunt te zijn op de schaal van het gebouw en de inrichting van de openbare ruimte, maar ook op de schaal van de wijk en op de schaal van het dorp als geheel.
1
3
1
Het Hanzekwartier moet een duurzame wijk worden. Dat betekent dat in alle stadia van het planproces kansen en mogelijkheden benut worden om een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een lage milieubelasting tot stand te brengen. De ruimtelijke kwaliteit en de lage milieubelasting moeten ook in de tijd gehandhaafd blijven, zodat ook toekomstige generaties daar in delen.
4
Dorpniveau De keuze om een bestaand, verouderd bedrijventerrein te gaan herontwikkelen tot een nieuwe woonwijk en geen nieuwe uitleggebieden te maken, is op zich al een duurzame keuze. Hierdoor wordt bestaand ‘rood’ gebied ingewisseld voor een nieuwe ‘rode’ invulling. Het bijzondere aan het Hanzekwartier is daarnaast de ligging. In de directe nabijheid bevinden zich tal van voorzieningen, zoals het winkelcentrum en een gezondheidscentrum. Daarnaast is het gebied zeer goed ontsloten, zowel per auto als per openbaar
1. De woningen profiteren van de noord-zuid verkaveling 2. De gebouwen kunnen worden verduurzaamd door het gebruik van pv-cellen 3. Maar ook in de openbare ruimte kunnen pv-cellen worden gebruikt 4. Hemelwater kan zichtbaar worden gemaakt en aanleiding geven tot spelen 5. Voorbeeld van een wadi in een woongebied 5
25
vervoer, met het trein- en busstation in het plangebied. Er hoeft dus geen extra infrastructuur aangelegd te worden. Wijkniveau Ook in de Structuurvisie Hanzekwartier is rekening gehouden met duurzaamheid. Zo is het plan flexibel van opzet en is vanaf het begin gewerkt met de wens het plan gefaseerd uit te kunnen voeren. Hierdoor kunnen bestaande gebruikers nog een tijd blijven zitten, terwijl er al een begin wordt gemaakt met de transformatie van het gebied. Het sterk aanwezige groen en water heeft een positieve invloed op de woon- en leefkwaliteit in de wijk. De inrichting van het openbare gebied is hoogwaardig. Hierdoor zal de wijk ook over langere tijd een gewilde plek blijven om te wonen en werken. De verkeerskundige structuur is helder van opzet, waardoor het aantal verkeersbewegingen beperkt wordt. De aanwezigheid van voorzieningen in de nabijheid, gecombineerd met veel aandacht voor langzaam verkeerroutes, nodigt mensen uit eerder de fiets te pakken of te gaan wandelen. De ruimtelijke structuur gaat uit van een overwegend noord-zuid gerichte verkaveling. Door deze goede zonoriëntatie kan optimaal worden geprofiteerd van zonne energie, zowel actief door het gebruik van zonneboilers of pv-cellen, als passief door het benutten van invallend zonlicht en zonnewarmte.
De grote open ruimtes in het plan, met name de watergebieden, zorgen voor een open structuur die opwarming van het gebied tegengaat en zo het microklimaat veraangenaamd.
Gebouw en openbare ruimte niveau In de toekomstige uitwerking en realisatie van de plannen dient aandacht te worden besteed aan duurzaamheid, zowel in de inrichting van de openbare ruimte als in de uitwerking van de bebouwing. In de openbare ruimte spelen groen, water en energie een rol. Door veel groen aan te planten wordt niet alleen CO2 opgenomen, maar verbeterd ook het microklimaat in de wijk doordat het groen luchtzuiverend werkt. Voor het water geldt dat het hemelwater gescheiden wordt van het afvalwater. Hierbij moet het hemelwater in het plangebied zelf worden geborgen. Vervolgens wordt het geleidelijk afgevoerd naar de Lage Vaart. Om het bewustzijn bij mensen te vergroten wordt de afvoer van het hemelwater bij voorkeur zichtbaar gemaakt, door bovengrondse goten en het gebruik van wadi’s. Ook energie speelt een rol in de openbare ruimte. Hierbij kan gedacht worden aan LED-verlichting en/of het opwekken van zonne energie voor de verlichting. De verlichting wordt in de vorm van directe verlichting toegepast. Maar ook kan gedacht worden aan het integreren van oplaadpunten voor elektrische auto’s in de openbare ruimte. Voor de bebouwing zijn tal van (technische) maatregelingen die bijdragen aan een duurzaam gebruik, zoals: lage temperatuur verwarming, zonneboilers, pv-cellen, warmteterugwinning, extra hoge isolatie-eisen, etc.
Ook het gebruik van duurzame materialen levert een belangrijke bijdrage.
26
Reclame en luifels Langs de Loper en de Boulevard zullen de kleinschalige bedrijfjes of voorzieningen mogelijk reclame willen voeren. Dit is logisch gevolg van de economische activiteiten en is ook mogelijk. Uitgangspunt is hierbij dat de reclame uitingen ingetogen worden uitgevoerd en ondergeschikt zijn aan het gebouw. Reclame wordt alleen op de begane grond aangebracht en wordt bij voorkeur evenwijdig aan de gevel toegepast. Per pand mogen maximaal 2 reclameuitingen worden aangebracht, met een maximale grootte van 1,5 m2 per stuk. Een eventueel haaks geplaatste reclameuiting steekt maximaal 1 meter uit. Reclame uitingen mogen het gebruik van de openbare ruimte niet belemmeren. Reclame objecten bewegen niet en stralen zelf geen licht uit (geen lichtbakken of neonreclame), maar mogen eventueel wel aangelicht worden. Hierbij moet lichthinder voor bovenwoningen worden voorkomen. Op woningen wordt geen reclame gevoerd. Daar waar kleinschalige bedrijven zijn gevestigd, bijvoorbeeld aan huis gebonden beroepen, is alleen een bescheiden reclame acceptabel. Te denken valt aan een groter dan normaal uitgevoerd naambord (maximaal één per pand, evenwijdig aan de gevel en maximaal 0,5 m2 groot). Bij voorkeur worden er geen luifels toegepast. Indien het gebruik van een luifel wel wenselijk is, dan wordt de luifel niet doorlopend uitgevoerd.
De luifel wordt per gevelopening aangebracht en maakt zo onderdeel uit van het ritme van de gevelindeling.
1
2
3
Trendsetter en trendvolger Voor relatief kleine uitbreidingen, zoals dakkapellen, dakopbouwen, erkers en bergingen wordt aan de architecten gevraagd om een trendsetter te ontwerpen. De eerst volgende bouwaanvraag voor een uitbreiding binnen hetzelfde project of bouwblok wordt trendvolger. Het ontwerp van de trendsetter is leidend voor de volgers. Op deze wijze ontstaat samenhang in het straatbeeld.
1. Eventuele reclame langs de Loper en de Boulevard is ingetogen en ondergeschikt aan het gebouw 2. Indien een luifel wordt toegepast, dan is deze niet doorlopend en wordt hij licht vorm gegeven 3. Per gebouwtype wordt een trendsetter ontworpen voor eventuele kleinschalige uitbreidingen als een dakkapel, erker of een berging 4. De entree voor ondergronds parkeren wordt zorgvuldig ingepast in het gebouw en er wordt rekening gehouden met opstelruimte 5. Het dak van het parkeren kan van toegevoegde waarde zijn voor de aanliggende functies 6. Afvalinzameling voor grondgebonden woningen gebeurt bij voorkeur ondergronds 7. Indien er toch gebruik wordt gemaakt van losse containers, dan wordt hier in de kavelinrichting rekening mee gehouden
27
(half-) Ondergronds parkeren In het Hanzekwartier komt een mix van verschillende functies en typologieën in diverse dichtheden. Deze functies hebben ieder hun eigen parkeerbehoefte. In de meeste gevallen wordt de parkeerbehoefte op maaiveld opgelost: op eigen terrein, in de straat, in pakeerkoffers of binnen een bouwblok. Een deel van de parkeerbehoefte wordt echter (half-) ondergronds opgelost. Dit gebeurt op plaatsen waar in een hoge dichtheid wordt gebouwd, of waar de bebouwing in het groen staat. Bij halfondergrondse parkeervoorzieningen is het uitgangspunt dat deze grotendeels aan het oog worden onttrokken. In de stedelijke situaties betekend dit dat de begane grond van de gebouwen aan de zijde van de belangrijke openbare ruimtes op het maaiveld aansluit. In de groene situaties betekend dit dat de parkeervoorziening in het groen weggewerkt wordt, bijvoorbeeld door het maaiveld te plooien. Bij het ontwerp voor de in/uitrit wordt rekening gehouden met de verkeersveiligheid, met name van voetgangers. Bij het einde van de hellingbaan wordt rekening gehouden met opstelruimte voordat een voetpad wordt gekruist.
4
5
4
6
7
Afvalafhandeling, trafo’s, kabelkasten, etc. Een belangrijk aspect in de uiteindelijke uitstraling van een wijk is de omgang met utilitaire zaken als afvalafhandeling, trafo’s, kabelkasten, etc. Uitgangspunt is dat deze zaken uit het zicht van de openbare ruimte worden opgelost. Bij gestapelde woningbouw, kantoren, voorzieningen en scholen worden utilitaire zaken inpandig of ondergronds opgelost. In het geval van grondgebonden woningen gaat de voorkeur uit naar een centraal ophaalsysteem met ondergrondse containers. De ondergrondse containers worden geplaatst bij de parkeerkoffers tussen de gebouwen en bij de ingangen van de parkeerhoven. Indien het realiseren van een systeem met ondergrondse containers niet haalbaar is, wordt er gewerkt met losse containers. Deze containers worden aan de achterzijde van de woning, buiten het zicht van de openbare ruimte, gestald. In de kavelinrichting (erfafscheiding, berging) wordt rekening gehouden met een plek voor de containers. De verzamelplekken voor het ophalen van het afval komen ook in dit geval te liggen bij de parkeerkoffers en ingangen van de parkeerhoven. Op deze manier blijft de afstand van de achtertuin van de woning tot de ophaalplek kort. Waar mogelijk worden kabelkasten in de gehele wijk geïntegreerd in de bebouwing of in de erfafscheidingen.
28
Basiskaart bebouwing - dichtheid
Bas i skenm er ken bebo uwing D ic ht he id 29
De structuurvisie van het Hanzekwartier kent een structuur van meerdere ruimtelijke elementen. Met name langs de randen liggen grote ruimtes: de Passantenhaven, de Lage Vaart, het spoor, De Noord en Het Gangboord. Daarnaast vallen de groene strook langs het spoor en de bestaande binnenhaven op als grote ruimtelijke elementen. Tussen deze grote ruimtes ligt een groot gebied met een kleinschaliger ruimtelijke opzet. De plaatsing van de bebouwing sluit aan op deze verschillen in ruimtelijke structuren. De bebouwing rondom het stationsplein wordt in een voor Dronten hoge dichtheid bebouwd. De gebouwen vormen compacte gesloten bouwblokken, die afhankelijk van de gekozen functie over het gehele grondoppervlak bebouwd kunnen worden. De openbare ruimte wordt sterk omkaderd door de bebouwing. Langs de hoofdroutes De Noord en Het Gangboord, en bij de grote ruimte van de passantenhaven, wordt de bebouwing gegroepeerd in de vorm van gesloten bouwblokken. De gebouwen staan per bouwblok direct tegen elkaar aan en er komen spaarzame openingen in de bouwblokken ten behoeve van parkeerinritten. De belangrijkste openbare ruimtes worden formeel begeleid. Het middengebied van het Hanzekwartier wordt ingevuld met open bouwblokken. Dit zijn bouwvelden waar meer kleinschalige bebouwing (vrijstaande, twee-onder-één-kap en rijwoningen, kleinschalige voorziengen of bedrijvigheid) wordt gerealiseerd.
Het beeld is informeel en open. Langs de grote waterruimtes, de Lage Vaart en de bestaande binnenhaven, en bij de Dierenweide, komen vrije elementen. Dit zijn kleinschalige (appartementen-) gebouwen die vrij in de ruimte worden geplaatst.
In het groene gebied langs het spoor, ten oosten van De Noord, komen ook vrije elementen, maar van een groter formaat. Hier zijn onder andere de scholen voorzien. De bebouwing staat vrij in de groene ruimte.
30
Basiskaart bebouwing - materialen
Bas i skenm er ken bebo uwing Vers c hijningsvorm 31
De openbare ruimte waar een gebouw aan staat heeft in sommige gevallen invloed op de wijze waarop het gebouw zich presenteert. Op deze manier ontstaat een wisselwerking tussen gebouw en openbare ruimte. De bebouwing rondom het Stationsplein heeft een statige en solide uitstraling. De bebouwing is hoger dan gemiddeld en de bovenste bouwlaag wordt verbijzonderd, bijvoorbeeld door deze terug te leggen. De gevel vormt een stevige stedelijke wand. Naar het spoor toe komen accenten. Langs De Noord en Het Gangboord komt solide, kleinstedelijke bebouwing. De bouwblokken worden samengesteld uit kleinere bouwstenen die op hun beurt weer uit meerdere eenheden (zoals woningen) bestaan. De bouwstenen worden als eenheden ontworpen en krijgen overwegend een plat dak. Ook langs de Boulevard komt solide bebouwing gegroepeerd in bouwblokken. Hier wordt de bovenste bouwlaag verbijzonderd. Om de relatie met het water te versterken wordt de gevel gelaagd uitgevoerd, met delen die naar voren en/of terug springen. In het binnengebied komen een aantal nieuwe waterinhammen waaraan gewoond wordt. De woningen krijgen een kleinschalig havenkarakter. Het hoofdvolume is slank en krijgt een sobere kapvorm. De vrije elementen die aan het water komen te staan krijgen een bijzondere, sculpturale hoofdvorm. De gebouwen krijgen een lichte uitstraling in zowel vorm als materialisatie.
Langs het spoor, ten oosten van De Noord, komen een aantal nieuwe schoolgebouwen. Deze gebouwen zijn relatief groot. Om de schaal passend te maken in de omgeving wordt de massa van de gebouwen geleed. Dit gebeurt onder andere door variatie in daklijn, door het gebruik van wisselende hoogtes, kaprichtingen of dakopbouwen.
32
Basiskaart bebouwing - materialen
Bas i skenm er ken bebo uwing M at eriale n 33
De basis van het Hanzekwartier wordt gelegd door het gebruik van baksteen als hoofdmateriaal. Dit bepaalt de algehele uitstraling van het gebied. Enkele gebieden krijgen een afwijkende materialisatie, om zo de bijzondere ligging van de gebouwen te versterken. In het grootste deel van het Hanzekwartier wordt baksteen als hoofdmateriaal gebruikt. Dit kan worden aangevuld met andere stedelijke materialen met een solide uitstraling, zoals stucwerk, (glad) beton, natuursteen, keramische materialen en plaatmaterialen (mits van hoogwaardige kwaliteit en uitstraling). Deze solide, stedelijke materialen worden ook toegepast langs de passantenhaven, zodat de buitenschil van het gebied als geheel een solide uitstraling krijgt. Langs de passantenhaven ligt de nadruk echter niet op baksteen, maar kan ook alleen gekozen worden voor de andere materialen met een solide uitstraling, zoals stucwerk, (glad) beton, natuursteen, keramische materialen en plaatmaterialen (mits van hoogwaardige kwaliteit en uitstraling). De vrije elementen die langs de grote waterpartijen en in de groene strook langs het spoor staan krijgen een lichte uitstraling. De gekozen materialen hebben een lichte, natuurlijke uitstraling, zoals glas, metaal, hout (of sterk daarop lijkend), licht gekleurd stucwerk of licht ogende plaatmaterialen (mits van hoogwaardige kwaliteit en uitstraling).
In beperkte mate, bijvoorbeeld als plintmateriaal, is het mogelijk meer materialen met een solide uitstraling als natuursteen of (glad) beton toe te passen. De gebieden rondom de nieuwe waterinhammen worden verbijzonderd door hier juist meer de nadruk te leggen op hout (of sterk daarop lijkend) als gevelmateriaal. Dit kan worden aangevuld met materialen als baksteen, leisteen, stuc, keramische pannen, zink en riet.
De gebruikte materialen zijn hoogwaardig en van een (visueel) duurzame kwaliteit. Het toepassen van hoogwaardige materialen houdt ook in dat de bebouwing op een zorgvuldige wijze wordt gedetailleerd.
34
Basiskaart bebouwing - kleuren
Bas i skenm er ken bebo uwing Kleu ren 35
De basis van de wijk wordt gelegd met een Hollands stedelijk kleurenpalet. Enkele gebieden krijgen een afwijkende kleur, in aansluiting op hun bijzondere ligging of om de bebouwing aan te laten sluiten op de bestaande omringende bebouwing. Het grootste deel van de wijk, hoofdzakelijk ten westen van De Noord, wordt bepaalt door kleuren die veel voorkomen in Hollandse steden. Het palet bestaat uit rood, rood-bruine, bruine en antraciet tinten, in een brede bandbreedte. Dit zijn de basiskleuren, voor accenten kunnen ook lichte en materiaaleigen kleuren gebruikt worden.
In het beeldkwaliteitplan worden nadrukkelijk geen specifieke RAL kleuren geëist, maar moeten kleuren binnen een bepaalde bandbreedte liggen. Om onafhankelijk van printer- en beeldscherminstellingen te zijn (hier kunnen grote verschillen in voorkomen) zijn ter referentie de RAL nummers aangegeven.
2001
3009
8007
6014
3004
7043
3013
7008
3011
7003
8003
3003
De bebouwing die aan de grote waterpartijen als de passantenhaven, de Lage Vaart en de bestaande binnenhaven komt te staan, bestaat uit lichte, maritieme kleuren. Het palet bestaat uit een scala aan kleuren variërend van wit, ecru, licht grijs, licht blauw tot andere lichte kleurtinten.
9001
4006 (20%)
1015
7035
5015 (20%)
1000
9002
1001
7001
2001 (20%)
1013
9016
De gebouwen die in het groene gebied ten oosten van De Noord komen te staan, krijgen kleuren die goed passen in de groene omgeving. Kleuren zijn materiaaleigen, of variërend van bruin, zilver, grijs tot wit. In beperkte mate kunnen afwijkende accentkleuren worden toegepast.
8007
5015 (20%)
7003
8000
9002
8003
9016
8001
9001
7043
1001
7035
6034
1018
1007
6019
9016
1021 (50%)
2002
9003
5012
3022
1034
5024
3009
1000
6014
1034
9001
8007
De bebouwing die rondom de nieuwe waterinhammen komt te staan wijkt sterk af van de omringende bebouwing, waardoor deze gebieden als verborgen pareltjes in de woonwijk worden geaccentueerd. Er wordt gebruik gemaakt van een zeer divers kleurenpalet, zoals wit, rood, blauw, groen, geel en oranje. Per buurtje kan worden bepaald of de kleuren in een pasteltint worden toegepast, of als primaire kleur. De bouwblokken tussen De Noord en De Grutto sluiten aan bij de kleurstelling van de achterliggende wijk. Dit betekend dat in de gevels gebruik wordt gemaakt van een licht-donker contrast, zonder daarbij harde kleuren te gebruiken.
36
Basiskaart openbare ruimte - kleur- en materiaalgebruik
Bas i skenm er ken o penbare ruimte Kleur- en materiaalgebruik 37
Voorgesteld om een beperkt kleur- en materialenpalet toe te passen in het Hanzekwartier. Er wordt gewerkt met verschillende grijstinten. Onderscheidt tussen de formele stedelijke gebieden en de groene parkachtige gebieden wordt gemaakt door de voetpaden van de stedelijke gebieden uit te voeren in een elementen verharding en de voetpaden van de groene gebieden te voorzien van halfverharding of asfalt voorzien van een strooilaag. De rijbanen zullen afhankelijk van de verkeerscategorie uitgevoerd worden in asfalt (50 km/uur) of in klinkerverharding (30 km/uur). Bijzondere plekken zoals het Stationsplein, de Loper en de Boulevard kunnen worden uitgelicht door hier kleuraccenten in aan te brengen. Daarnaast wordt voorgesteld om de overgangen naar het water met hout of een sterk daarop lijkend materiaal te verbijzonderen.
Formele stedelijke gebieden Groene parkachtige gebieden
38
Basiskaart openbare ruimte - wegcategorisering
Bas i skenm er ken o penbare ruimte Wegcategoriën 39
Binnen het Hanzekwartier zijn een aantal verschillende wegtypes te onderscheiden. Op hoofdlijnen zijn er twee type wegen: gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. De gebiedsontsluitingswegen hebben een doorgaand karakter, waarbij een vlotte doorstroming van het verkeer van belang is. Het aantal aantakkingen wordt beperkt en er wordt niet aan de straat geparkeerd. De gebruikers worden van elkaar gescheiden. De erftoegangswegen hebben een ontsluitend karakter en er vindt een menging van gebruikers plaats. Binnen de erftoegangswegen wordt onderscheid gemaakt in routes die binnen de wijk als doorgaande of hoofdroute kunnen worden aangemerkt (type 1) en routes die een beperkte hoeveelheid kavels ontsluiten (type 2). De doorgaande of hoofdroutes hebben een minimale breedte van 5,5 meter. Binnen het plan krijgt de Slinger een afwijkend, groen profiel. De erftoegangswegen met een lagere verkeersbelasting kennen een minimale breedte van 4 meter. Hierbij is het van belang dat er voldoende passeermogelijkheden worden aangebracht.
gebiedsontsluitingsweg (min. 6,5 meter) erftoegangsweg type 1 (min. 5,5 meter) erftoegangsweg type 1 - doorgaande route (min. 5,5 meter) erftoegangsweg type 1 - de Slinger (min. 5,5 meter) erftoegangsweg type 2 (min. 4,0 meter)
Voor de uitwerking van de openbare ruimte worden hieronder enkele basismaten opgegeven. Dit is de maatvoering die de gemeente Dronten anno 2012 hanteert: • rijbaan gebiedsontsluitingsweg 6,5 meter • rijbaan erftoegangsweg type 1 5,5 meter • rijbaan erftoegangsweg type 2 (indien voldoende passeermogelijkheden) 4,0 meter • langs parkeervak 6 x 2 meter • haaks parkeervak 2,5 x 5 meter • vrijliggend fietspad één richting 2,5 meter • vrijliggend fietspad twee richtingen 3,5 meter • voetpad 2,1 meter Bovenstaande maten zijn exclusief toe te passen opsluitbanden. Uiteraard zal er voor de opsluitbanden dus ruimte in het profiel gereserveerd moeten worden.
40
Basiskaart openbare ruimte - boomstructuren
Bas i skenm er ken o penbare ruimte B o omstruc t ure n 41
In aansluiting op de andere wijken in Dronten worden de wegen met een doorgaand karakter zoals De Noord en de Slinger voorzien van laanbeplanting. Ook de verbindingen tussen De Noord en de waterrijke binnengebieden worden met lanen begeleid. Om het karakter van de Campus te versterken worden tussen de bebouwing zoveel mogelijk bomen geplant, die samen een gedeeltelijk gesloten bladerdek vormen. De bomen in het park langs de Lage Vaart daarentegen staan verder uit elkaar geplant en vormen groepjes of rijen in een open groene omgeving.
42
Basiskaart openbare ruimte - oevers en kaden
Bas i skenm er ken o penbare ruimte O evers e n kad e n 43
In het Hanzekwartier speelt water een belangrijke rol. Om het water te ervaren is het belangrijk dat de afstand tot het water wordt verkleind, zeker als het water niet al te breed is. Alle oevers, met uitzondering van de oevers van de Lage Vaart, worden met verschillende niveaus vormgegeven. Dit kan door een wandelroute op waterniveau of halverwege de oever te maken of het maaiveld naar het water af te laten trappen (bij de Boulevard of bij de kop van de Binnenhaven). De oevers in het Hanzekwartier krijgen een overwegend groen karakter en bestaan uit een talud met een (onderwater) beschoeiing. Uitzonderingen hierop zijn de oevers van de Lage Vaart en de oevers van de Boulevard, De oevers van de Lage Vaart houden vanwege het doorgaande en grootschalige karakter hun harde oevers. Wel zal er eenheid in het karakter moeten worden gebracht. De oevers van de Boulevard krijgen, vanwege het gewenste stedelijke karakter van het gebied, een vormgeving met groen en kademuren, die een verwijzing vormt naar het industriële verleden van de plek.
Zachte oevers: talud met een beschoeiing Harde oevers
44
1
1
1
2
4
5
6
4
6
3
3
Bas i skenm er ken o penbare ruimte Verlic hting e n st raat m eu b i l a i r 45
Verlichting en straatmeubilair dragen in grote mate bij aan de uitstraling van het openbaar gebied. Afstemming van het straatmeubilair en verlichting binnen het Hanzekwartier versterkt de eenheid van de openbare ruimte. Voor de verlichting van de wegen wordt dan ook voorgesteld om, afhankelijk van het type weg, één basisarmatuur vast te stellen. De kleur wordt afgestemd op de kleur van de armaturen van het stationsplein: RAL 7016. Op het stationsplein wordt gebruik gemaakt van hoge masten met een trosverlichting (Indal Ocean). Dit type mast en verlichting zou terug kunnen komen op andere bijzondere plekken, zoals op het plein op de kop van de binnenhaven. Langs de doorgaande wegen wordt gebruik gemaakt van dezelfde armaturen geplaatst op uithouders. In de woonstraten wordt gebruik gemaakt van een lage mast met een paaltoparmatuur in dezelfde kleur. Deze basisverlichting kan, wanneer hier behoefte aan is, aangevuld worden met bijzondere verlichtingselementen. Gedacht kan worden aan grondspots, het uitlichten van gebouwen of het aanlichten van bomen. Omdat deze verlichting zeer afhankelijk is van het ontwerp van de plek worden deze als aanvulling op de basisverlichting gezien. De gekozen armaturen moeten een directe verlichting geven.
1. Per type weg wordt gekozen voor één basisarmatuur in de RAL kleur 7016 2. Op het stationsplein is gekozen voor de Constructo afvalbak (Grijsen) in de kleur RAL 7016 3. Deze basisverlichting kan, als daar behoefte aan is, aangevuld worden met bijzondere verlichtingselementen 4. Zo min mogelijk straatmeubilair, straatmeubilair wordt bij voorkeur
Eenzelfde strategie wordt voor het straatmeubilair gevolgd. Om eenheid binnen het meubilair te bewaren wordt voor zowel de groene gebieden als de stedelijke gebieden een basisset van straatmeubilair samengesteld. Aan deze basissetten kunnen extra elementen worden toegevoegd als deze vanuit de vormgeving wenselijk zijn. Uitzondering op het basismeubilair en basisverlichting vormen de Boulevard, het Stationsplein en de Loper. Door hun bijzondere betekenis voor Dronten, kunnen de verlichtingsarmaturen en het straatmeubilair hier afwijken van de standaard. Om de hoeveelheid straatmeubilair te beperken wordt het straatmeubilair bij voorkeur geïntegreerd met inrichtingselementen. Bij voorbeeld een boomspiegel die tegelijk een zitbank is, of luie zittrappen bij het water.
geïntegreerd met inrichtingselementen 5. Voor betonnen elementen wordt gekozen voor terrazzo beton in de tint Arduin (Giverbo) 6. Er komt een verschil in meubilair tussen groene en stedelijke gebieden. De basisset kan worden aangevuld met specials
46
Gebiedsindeling
Ge b i edsi nd el i n g 47
Binnen het Hanzekwartier zijn een zevental samenhangende deelgebieden te onderscheiden. De volgende deelgebieden zijn aanwezig in het Hanzekwartier: De Noord en Stationsplein: Dit gebied omvat De Noord en Het Gangboord, met de aanliggende bebouwing. Dit deel is relatief dicht bebouwd en de openbare ruimte wordt hoogwaardig ingericht. Boulevard: In het verlengde van het kleinstedelijke deelgebied, aan de passantenhaven komt een gebied met een maritieme invulling en relatief dichte bebouwing. Park de Lage Vaart: De gebieden langs de grote waterpartijen, de Lage Vaart en de bestaande binnenhaven, worden groen en parkachtig ingericht. In de parkachtige ruimte komen gebouwen vrij in de ruimte staan. Dorps wonen: Het binnengebied van het Hanzekwartier wordt hoofdzakelijk ingevuld met woonbebouwing passend in de schaal en sfeer van Dronten. De openbare ruimte krijgt een groene, dorpse inrichting. Hanzedorp: Verscholen in het dorpse woongebied komen een drietal bijzondere, kleinschalige woonclusters, gekoppeld aan nieuw te creëren waterinhammen. Campus: Het gebied tussen De Morinel en De Arend krijgt een campusuitstraling, met relatief grote gebouwen in een open en groene plaatsing. Dierenweide: De bestaande Dierenweide krijgt een open karakter en legt een link met zowel het Hanzekwartier ten noorden van de weide als het Heuvelenpark ten zuiden van de weide.
Binnen de deelgebieden worden nog een drietal accenten gelegd. Dit gebeurt bij de gebouwen die: langs het park de Lage Vaart staan; langs de bestaande binnenhaven staan; die langs de Slinger staan. Ook op de inrichting van de Slinger zelf wordt nader ingegaan. Per deelgebied wordt in het volgende hoofdstuk de beeldkwaliteit van de bebouwing en de openbare ruimte beschreven.
De el I I I
Beeldkwaliteit deelgebieden
De N oord e n Stations p le
ei n
De Noord en Het Gangboord vormen binnen het Hanzekwartier de belangrijkste routes, die ook op de schaal van Dronten als geheel een belangrijke rol vervullen. Dit wordt nog verder versterkt door de introductie van het NS-station langs De Noord, en door de Loper die het station met het centrum verbindt. De ligging van dit deelgebied, met de doorsnijding van De Noord en Het Gangboord, vraagt om een solide, stedelijke bebouwing. Met stedelijk wordt bedoeld een kleinstedelijk beeld van gesloten bouwblokken. Een kleinstedelijk bouwblok presenteert zich niet als één gebouw, maar is juist een samenvoeging van kleinere bouwstenen. Deze bouwstenen zijn tegen elkaar aan geplaatst en worden op hun beurt weer opgebouwd uit kleinere eenheden (woningen, kleinschalige kantoren, etc) die samen een samenhangend volume vormen. De bouwblokken reageren op de ruimte waar ze aan staan. Zo kan het zijn dat één kant een formele uitstraling heeft als begeleiding van de Loper, terwijl de andere zijde een informele uitstraling krijgt in aansluiting op de woonwijk waar het aan grenst. In het stedelijk gebied zijn ook enkele stedenbouwkundige accenten aangebracht. Deze accenten markeren telkens een bijzondere plek.
Zo verdicht de bebouwing zich bij het station om het Stationsplein te begeleiden, komt er een accent op de kop van de bestaande binnenhaven om een blik vanaf de Loper het Hanzekwartier in te kunnen werpen en wordt de Dierenweide gemarkeerd door een accent op de hoek van De Noord met De Zate. Maar de accenten worden ook ingezet om het profiel van De Noord, en de Loper in het bijzonder, langzaam te versmallen richting het centrum.
pleinen
station
de Loper looplijnen
weg Energie
verbinding met achterliggende wijk
accent bebouwing gezicht naar het spoor
schole
n
alzijdig bouwblok wisselende rooilijn rechte rooilijn ruimte voor kleinschalige voorzieningen auto ontsluiting
De Noord
52
binnen
haven
Het Gangboord
De Noord Noo rd en en S Station tatio nss plein B eb o u wing 53
Situering De bebouwing wordt samengevat in gesloten bouwblokken die de openbare ruimte sterk begeleiden. Voor de bouwblokken ten westen van De Noord geldt dat de breedte van de bouwblokken wordt bepaalt door de ligging van de Handelsweg en de Loper. De breedte van de bouwblokken aan de oostzijde van De Noord is flexibeler, mits er voldoende ruimte overblijft voor een groene inpassing. De lengte van de bouwblokken is echter vrij te bepalen. Van belang is wel dat er voldoende openingen vanaf De Noord naar de achterliggende woonwijk komt. Er komen in ieder geval openingen tussen de bouwblokken ter hoogte van de nieuwe waterinhammen in het Hanzekwartier. De bouwblokken oriënteren zich alzijdig, door aan alle zijden gevelopeningen, verblijfsruimtes en entrees te plaatsen. Door woonruimtes aan de openbare ruimte te leggen (al dan niet op de verdieping), wordt de sociale veiligheid op straat bevorderd. Voor de alzijdige oriëntatie is het ook van belang dat de bebouwing ‘om de hoek’ wordt ontworpen. Op de hoeken moeten blinde zijgevels en tuinmuren van zijtuinen worden vermeden. De gebouwen lopen door, de hoek om. De Noord, Het Gangboord en het plein op de kop van de binnenhaven worden op een formele wijze begeleid, door de bebouwing hier niet alleen aaneengesloten te plaatsen, maar door deze per bouwblok ook op één duidelijke rooilijn te plaatsen.
De bebouwing in de tussenstraatjes en aan de zijde van de woonwijken kent een meer informele plaatsing met wisselende rooilijnen. Eventueel is het aan deze zijden ook mogelijk smalle ruimtes (maximaal 2 meter) tussen de gebouwen open te laten, bijvoorbeeld ten behoeve van een achterpad.
De bouwblokken ten oosten van De Noord kunnen verstaffeld (zoals in de voorbeelduitwerking van de structuurvisie Hanzekwartier) of evenwijdig aan De Noord komen te staan. De gebouwenen staan onderling op een wisselende rooilijn. De overgang van de bebouwing op de openbare ruimte is divers en draagt bij aan het formele of informele karakter, afhankelijk van de openbare ruimte waar de bebouwing aan grenst. Een directe, stenige overgang in de formele delen, met name langs de Loper en Het Gangboord. En een indirecte, vaak groene overgang, in de informele delen die grenzen aan het groen of aan een woonwijk. De bebouwing aan de Loper en het plein op de kop van de binnenhaven staat direct aan de openbare ruimte, de stoep loopt door tot aan de gevel. De overgang van de bebouwing op de openbare ruimte kan in de architectuur worden versoepeld, bijvoorbeeld door de entree wat terug te leggen. De entrees komen aan de zijde van de openbare ruimte. De bebouwing aan de Handelsweg en in de straatje tussen de Handelsweg en De Noord krijgt een voortuin als overgang op de openbare ruimte. De entrees komen aan de zijde van de openbare ruimte. De bebouwing ten oosten van De Noord wordt ontsloten vanaf een voetpad dat rondom de bouwblokken komt te lopen. Dit voetpad ligt op maximaal 1 meter van de gevel en de gebouwen en krijgen een kleine geveltuin of een verharde privé stoepzone.
Wat verkeer en parkeren betreft, gelden voor De Noord en Het Gangboord twee belangrijke uitgangspunten. Ten eerste het tot een minimum beperken van het aantal aansluitingen. En ten tweede het zorgen voor een aantrekkelijk beeld van deze hoofdroutes door geparkeerde auto’s uit het zicht te houden.
54
g elswe Hand
De
ord
No
1
3
2
4
2
5
5
5
De Noord en S tatio ns plein B eb o u wing 55
I T E R I A
• De bebouwing wordt gegroepeerd in gesloten bouwblokken; • De lengte van de bouwblokken is vrij te bepalen. Op een aantal punten liggen echter dwarsverbindingen vast • Bouwblokken zijn alzijdig, met gevelopeningen, verblijfsruimtes en entrees gericht op de openbare ruimte; • Er wordt ‘om de hoek’ ontworpen; • De loper, Het Gangboord en het plein op de kop van de binnenhaven worden op een formele manier begeleid, door de bebouwing op één heldere rooilijn en direct aan de verharde openbare ruimte te plaatsen • De bebouwing aan de Handelsweg en in de straatjes tussen de Handelsweg en De Noord staat op een wisselende rooilijn en hier vormt een smalle tuin de overgang van openbaar naar privé; • De bebouwing ten oosten van De Noord staat op een wisselende rooilijn en krijgt smalle voortuintjes; • Het parkeren wordt binnen het bouwblok of onder de bebouwing opgelost. Per bouwblok komt er één inrit vanaf de Handelsweg of De Grutto, de inrit heeft een beperkte breedte; • De inrichting van de binnenhoven wordt met zorg ontworpen en aangelegd.
R
1. Gebouwen worden ‘de hoek om’ ontworpen 2. In de plint langs de Loper kunnen voorzieningen komen, de bebouwing grenst direct aan de Loper 3. Langs de Handelsweg en tussen de Handelsweg en de Loper krijgen de gebouwen een voortuin 4. De gebouwen ten oosten van De Noord worden ontsloten door een voetpad 5. Het parkeren gebeurt grotendeels binnen en/of onder het bouwblok en wordt zorgvuldig mee ontworpen
Omdat de bebouwing (mede) vanaf de binnenhoven wordt ontsloten, is het van belang dat de inrichting van de binnenhoven met zorg wordt ontworpen en uitgevoerd. Aandacht dient uit te gaan naar bestrating, verlichting, groen, erfafscheidingen, speelgelegenheid en bergingen, en naar de samenhang tussen deze elementen. Ook de achterzijde van de bebouwing dient met zorg te worden ontworpen.