858d5367-f024-4c6d-b2d7-5c381aa4be52.pdf
Tekst van het document
Preventie- en Handhavingsplan Middelengebruik Gemeente Dronten 2022 - 2025
1
Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1 Het beleidskader................................................................................................................................... 4 1.1. Landelijk kader ............................................................................................................................. 4 1.2. Lokaal kader.................................................................................................................................. 5 2 Huidige situatie..................................................................................................................................... 6 2.1. Landelijk........................................................................................................................................ 6 2.2. Regionaal en lokaal....................................................................................................................... 6 3 Ambities en doelstellingen ................................................................................................................... 7 3.1. Doelstellingen aanpak middelengebruik ...................................................................................... 8 3.2.
Voortzetten huidige aanpak ......................................................................................................... 8 3.3. De aanpak ..................................................................................................................................... 9 3.4. De cijfers ..................................................................................................................................... 10 4 Handhaving door de gemeente .......................................................................................................... 11 4.1. Instrumentarium ........................................................................................................................ 12 4.2. Risico-gestuurd toezicht ............................................................................................................. 12 4.3. Controles .................................................................................................................................... 13 5 Partners in de handhaving.................................................................................................................. 14 5.1. Politie .......................................................................................................................................... 14 5.2.
Bureau Halt ................................................................................................................................. 14 5.3. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) .................................................................. 14 6 Organisatie en uitvoering ................................................................................................................... 15 7 Evaluatie ............................................................................................................................................. 15 Activiteiten op proces en gedrag ...................................................................................................... 16 Toezicht en handhaving .................................................................................................................... 17 Bijlage 2 ................................................................................................................................................. 18 Handhavingsstrategie ........................................................................................................................ 18 Uitgangspunten .............................................................................................................................
19 Mogelijkheid tot afwijking van beleid ........................................................................................... 19 Handhavingsinstrumenten ............................................................................................................ 19 Sanctiestrategie ................................................................................................................................. 20 Sanctie-instrumenten .................................................................................................................... 21 Keuzemodel Handhaving ............................................................................................................... 22 Sanctietabel Alcoholwet ................................................................................................................ 25
2
Inleiding De Alcoholwet verplicht de gemeenteraad in artikel 43a om elke vier jaar een preventie- en handhavingsplan vast te stellen. Dit plan moet de hoofdzaken van het beleid over de preventie van alcoholgebruik, met name onder jongeren, en de handhaving van de wet bevatten. Met de vaststelling van dit plan voldoet de raad aan deze verplichting. Het plan verbindt het beleidsdomein van de publieke gezondheid (preventie) aan die van de openbare orde en veiligheid (handhaving). Het plan omvat echter meer: naast alcohol leggen we in dit plan ook de verbinding naar andere middelen. Roken, drugs, het gebruik van lachgas; al deze middelen zijn net als alcohol schadelijk voor de gezondheid. We spreken daarom van een preventie- en handhavingsplan middelengebruik (hierna: PHP). We richten ons daarbij voornamelijk op alcohol omdat het gebruik van dit middel het meest voorkomend en meest sociaal geaccepteerd is, ook in de gemeente Dronten. In dit preventie- en handhavingsplan ligt - volgens de wens van de wetgever - de nadruk op het voorkomen en beperken van middelengebruik onder jongeren. Dit betekent echter niet dat er geen aandacht is voor middelengebruik onder volwassenen. In de gemeente Dronten is er voor alle leeftijdsgroepen preventiebeleid opgesteld in het kader van een gezonde leefstijl.
3
1 Het beleidskader Verschillende wetten en beleidsnota’s bepalen het kader waarbinnen dit PHP is opgesteld. Het PHP biedt een kader voor de preventie en handhaving op middelengebruik in Dronten. Het vormt een onderdeel van het grotere geheel van het gezondheidsbeleid waarin het Rijk en de gemeenten gezamenlijk een inspanning leveren. Dit preventieplan richt zich zoals hierboven aangegeven met name op jongeren. De gedachte daarachter is eenvoudig: hoe later jongeren middelen gaan gebruiken, hoe groter de kans dat ze er (ook op latere leeftijd) verstandig mee om zullen gaan.
1.1. Landelijk kader Alcoholwet Vanaf 2013 ligt de regie over preventie en handhaving op het gebied van alcohol bij de gemeente. De Alcoholwet verplicht tot het opstellen van een PHP. Per 1 juli 2021 zijn er in de Alcoholwet een aantal veranderingen doorgevoerd. De belangrijkste zijn: aanscherping van verkoop van alcohol op afstand (leeftijdscontrole), beperking van de mogelijkheid tot het stunten met prijzen en de doorverkoop (wederverstrekking) aan minderjarigen is strafbaar geworden. Denk bij dat laatste aan jongvolwassenen die op bestelling alcohol kopen en vervolgens doorverkopen aan minderjarigen. Opiumwet In de Opiumwet zijn drugs en de strafbaarstelling ervan beschreven. In de wet wordt een onderscheid gemaakt tussen harddrugs (lijst 1) en softdrugs (lijst 2). De wet verbiedt voor de middelen op lijst 1 de productie, het in bezit hebben en de verkoop. Voor middelen die op lijst 2 staan gelden andere regels. Zo wordt de verkoop van softdrugs gedoogd en ook het bezit van een hoeveelheid voor eigen gebruik. Vanuit de Opiumwet bestaat er geen wettelijke verplichting tot het opstellen van lokaal preventieen handhavingsbeleid gericht op drugsgebruik, zoals dat bij de Alcoholwet wel het geval is.
In de Opiumwet is het gebruik van drugs niet strafbaar gesteld, maar veel gemeenten (ook Dronten) hebben het gebruik van drugs in de openbare ruimte strafbaar gesteld via de Algemene Plaatselijke Verordening om daarmee overlast te kunnen tegengaan. Het verbod op lachgas voor recreatief gebruik komt naar verwachting vóór de zomer van 2022 op lijst 2 van de Opiumwet. Nieuwe designerdrugs (Nieuwe Psychoactieve Stoffen ofwel NPS) die lijken op middelen die al op de lijst met harddrugs staan (lijst 1) zouden dan op een eigen nieuwe lijst terechtkomen: lijst 1a. Nationaal Preventieakkoord In 2018 heeft de rijksoverheid met 70 partijen het Nationaal Preventieakkoord afgesloten. Dit akkoord beschrijft de lange termijn ambities voor het terugdringen van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Het akkoord richt zich op een gezonder Nederland in 2040. Alle partijen dragen bij aan het behalen van de ambities. Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020-2024 ‘Gezondheid breed op de agenda’ De nota beschrijft de landelijke prioriteiten op het terrein van publieke gezondheid en geeft richting aan het lokale gezondheidsbeleid van gemeenten.
4
1.2. Lokaal kader Coalitieakkoord In het coalitieakkoord ‘Naar nieuwe verbindingen’1 heeft het college vastgelegd dat zij zal investeren in een gezond en vitaal leef- en woonklimaat. Daarbij heeft het college bijzondere aandacht voor thema’s als roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik; de thema’s uit het Nationaal Preventieakkoord. Goede gezondheid, maatschappelijke participatie2, wonen in een gezonde buurt die de inwoners blij maakt; allerlei factoren kunnen eraan bijdragen dat inwoners zich bevinden in een gezond en vitaal klimaat. Als deze factoren goed zijn afgestemd op de behoefte van de inwoners, dan draagt dat ertoe bij dat zij langer en beter voor zichzelf kunnen blijven zorgen. Het college heeft in het coalitieakkoord deze brede visie op een gezond en vitaal leef- en woonklimaat neergelegd. Strategie voor het brede sociaal domein/ themaplannen sociaal domein Deze visie is verder uitgewerkt in de strategie voor het brede sociaal domein3. Op basis van deze strategie zijn er vijf themaplannen uitgewerkt: leefbaarheid en veiligheid, opgroeien en opvoeden, zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden, gezonde leefstijl, participatie. De plannen zijn gericht op de periode 2019 tot en met 2022. Het PHP raakt aan al deze thema’s maar is niet bedoeld om de doelen en ambities uit voornoemde plannen opnieuw te formuleren.
Het PHP staat niet los van de themaplannen en is vooral bedoeld om in samenhang met de themaplannen en de daaronder liggende strategie, gelezen te worden. Twee van de vijf themaplannen worden hieronder nader toegelicht. Themaplan Gezonde leefstijl 2019-2022/ Programma Gezonde Leefstijl In dit themaplan is als doelstelling opgenomen dat in 2021 meer inwoners een gezonde leefstijl hebben. De Meerpaal Welzijn en de GGD Flevoland hebben de doelstelling uitgewerkt in een integraal plan van aanpak: het programma Gezonde Leefstijl. Themaplan leefbaarheid en veiligheid 2019-2022/ Maatschappelijke agenda 2019-2022 In dit themaplan is als doelstelling opgenomen: een inclusieve samenleving waarin inwoners zich veilig voelen en prettig wonen. In de maatschappelijke agenda is dit doel vertaald naar vijf resultaten, waaronder minder multi-probleemgezinnen en minder huiselijk geweld en kindermishandeling. Bij deze thema’s is regelmatig ook sprake van verslavingsproblematiek. Toezicht- en Handhavingsbeleid 2019-2021 Het overkoepelende doel van toezicht en handhaving betreft het (met het oog op duurzame ontwikkeling) samen bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Een van de belangrijkste manieren om dit te realiseren is het verbeteren van het naleefgedrag.
Goed naleefgedrag draagt bij aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving. De intensiteit van het toezicht wordt bepaald door een prioritering aan de hand van risico’s. Het beleid beschrijft diverse handhavingsinterventies.
1
Naar nieuwe verbindingen, Coalitieakkoord gemeente Dronten 2018-2022 Het jongerenwerk besteedt hier aandacht aan door inzet van jonge vrijwilligers in het jongerencentrum en het organiseren van activiteiten door jongeren voor jongeren. 3 Samen bouwen aan samen leven – Strategie voor het brede sociaal domein 2019-2022 2
5
APV In de APV van de gemeente Dronten zijn diverse artikelen opgenomen met betrekking tot middelen en het gebruik ervan. Zo zijn er bepalingen over schenktijden en het schenken van sterke drank in horeca bij para-commerciële instellingen4, verboden drankgebruik/glasoverlast en drugsoverlast.
2 Huidige situatie 2.1. Landelijk5 Het RIVM evalueert elk jaar de voortgang van deze afspraken uit het Nationaal Preventieakkoord en of de gestelde doelen zijn gehaald. Voor 2020 zijn 39 doelen gesteld. Daarvan zijn er dertien gehaald, en twee net niet. Bijna de helft (18) van de doelen is nog niet gehaald. Een deel van de partijen geeft aan dat de uitbraak van het coronavirus eraan heeft bijgedragen dat niet alle doelen voor 2020 zijn gehaald. Activiteiten konden niet doorgaan of zijn uitgesteld. Eén van de ambities is dat in 2040 geen enkele jongere meer rookt. Sinds 2011 is het percentage 1216-jarigen dat in de afgelopen maand rookte meer dan gehalveerd. Net als in 2017, gaf in 2019 8% van de onderzochte jongeren aan dat ze de afgelopen maand rookten. De daling zette zich tussen 2017 en 2019 niet verder door. Een andere ambitie is dat in 2040 maximaal 25% van de scholieren ooit alcohol heeft gedronken, maximaal 15% de afgelopen maand heeft gedronken en maximaal 7% de afgelopen maand heeft gebinged6. In 2019 lagen deze cijfers op respectievelijk 47%, 26% en 19%.
2.2. Regionaal en lokaal7 De meeste recente regionale en lokale cijfers over het gebruik van genotmiddelen door jongeren dateren uit 2019. Deze cijfers wijken enigszins af van de cijfers die worden genoemd in de voortgangsrapportage 2020 van het Nationaal preventieakkoord. Dit komt omdat er deels andere bronnen zijn gebruikt. Er is dit jaar een nieuwe Gezondheidsmonitor Jeugd afgenomen en de resultaten worden dit jaar nog verwacht. De Gezondheidsmonitor Jeugd betreft een onderzoek onder scholieren uit de tweede en vierde klas van het middelbaar onderwijs. In de regio Flevoland heeft 13% van deze groep ooit een paar trekjes genomen of een hele sigaret of meer gerookt. In Dronten ligt dat percentage op 18%. Het percentage dat ooit een e-sigaret heeft gebruikt ligt in Flevoland op 21% en in Dronten op 20%. In de regio Flevoland heeft 46,8% van de jongeren ooit een paar slokjes of een heel glas of meer gedronken. In Dronten lag het percentage in 2019 op 51%. Van deze groep jongeren heeft 12% de afgelopen maand binge gedronken (vijf of meer drankjes bij één gelegenheid drinken), in Dronten ligt dat percentage op 14%.
4
Paracommerciële instellingen zijn niet-commerciële ‘rechtspersonen’ zoals stichtingen of verenigingen die zich in de eerste plaats richten op het stimuleren van activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. Horeca-activiteiten behoren dus niet tot de corebusiness 5 Bron: Voortgangsrapportage Nationaal Preventieakkoord 2020 (RIVM, 2021) 6 Ook wel binge drinken: het drinken van vijf glazen alcohol of meer tijdens één enkele gelegenheid 7 Bron: gezondheidsmonitor Jeugd 2019 van GGD en RIVM
6
Het niet eenvoudig om zicht te krijgen op locaties waar jongeren drinken, dat heeft deels te maken met de uitgestrektheid van de gemeente (drinken op een anonieme plek in het bos), maar vooral met het feit dat er vaak achter de voordeur gedronken wordt. Het begrip achter de voordeur kan in dit verband redelijk ruim geïnterpreteerd worden, denk ook aan een bedrijfskantine, een oude caravan achter op het erf of andere privéruimtes. Vaak vindt ‘drinken achter de voordeur’ plaats met goedkeuring/instemming van ouders. Zij vervullen in zekere zin een faciliterende rol voor het soms excessieve alcoholgebruik door jongeren. Lokale evenementen, zoals de Meerpaaldagen, zijn voor het gemeentelijk toezicht, de politie en het jongerenwerk bij uitstek momenten om zicht te krijgen op jeugdige inwoners en hun drankgebruik. Enerzijds doordat er gesignaleerd kan worden of en hoeveel jongeren aan het drinken zijn, maar ook, en veel belangrijker, zijn dit de momenten om met jongeren in contact te komen en met hen het gesprek aan te gaan over bijv. alcoholgebruik. De COVID-19 pandemie heeft ertoe geleid dat er de afgelopen twee zomers geen noemenswaardige evenementen zijn geweest. Het plan van aanpak gezonde leefstijl 2018-2021 geeft inzicht in de situatie in de gemeente Dronten als het gaat om o.a. middelengebruik.
De conclusie is dat voor het thema middelengebruik de doelgroep 12 tot 19 jaar en vanaf 19 jaar (jongvolwassen) het meest relevant is om interventies op in te zetten (dit komt overeen met de doelgroep uit de alcoholwet waarop in het PHP de focus moet liggen). Bij de doelgroep van 12 tot 19 jaar ligt het accent op de bewustwording van de gevolgen van middelengebruik en handhaving van wettelijke maatregelen. Vanaf 19 jaar ligt het accent op preventie, bewustwording en verminderen van gebruik. Met name alcohol springt eruit omdat gebruik van dit middel door jongeren vanuit het verleden min of meer sociaal geaccepteerd is. De nadruk in preventie ligt daarmee op het gebruik van alcohol en daarnaast is roken expliciet opgenomen. Hoewel er veel minder wordt gerookt dan vroeger valt er op dit thema nog steeds veel te halen. Het doel blijft om gezamenlijk naar een rookvrije generatie toe te werken. Daar waar het gaat om andere genotmiddelen (met name gebruik van drugs) geldt dat dit zeker ook in Dronten voorkomt, in de preventie wordt daarom ook zeker aandacht besteed aan de bewustwording bij jongeren over de mogelijke gevolgen van drugsgebruik.
3 Ambities en doelstellingen Het college streeft naar een gezond en vitaal leef- en woonklimaat. Zoals eerder aangegeven is deze ambitie uitgewerkt in een brede visie voor het sociaal domein waarna vijf themaplannen zijn opgesteld. Het themaplan gezonde leefstijl is uitgewerkt in het programma gezonde leefstijl waarin de aanpak van alcoholgebruik als speerpunt is opgenomen. De gemeente streeft ernaar dat haar jonge inwoners gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien. Alcohol hoort daar niet bij, in elk geval niet tot het 18e jaar. Voor (jong)volwassenen adviseert de Gezondheidsraad (Gezondheidsraad, 2015) zowel mannen als vrouwen om geen alcohol te drinken of in ieder geval niet meer dan één standaardglas alcohol per dag8. Een sociale en fysieke omgeving die uitnodigt en stimuleert tot het gewenste gedrag is ondersteunend aan deze ambitie. Daarom zet de gemeente in op een adequate naleving van de Alcoholwet, het versterken van de sociale omgeving rondom jongeren en het faciliteren van een fysieke omgeving die gezond gedrag stimuleert. 8
Een standaardglas is: 250 ml bier, 100 ml wijn of 35 ml jenever (Gezondheidsraad, 2015).
7
Veel schade in lichaam door alcohol en drugs Veelvuldig gebruik van alcohol en drugs kan met name op jonge leeftijd leer-, gedrags- en geheugenproblemen veroorzaken. Daarnaast vergroot het de kans op psychische problemen, zoals angsten en psychoses. Op latere leeftijd is de kans op hart- en vaatziekten, kanker en andere gezondheidsklachten groter. Gebruik kan snel leiden tot afhankelijkheid. Effectieve alcohol- en drugspreventie Alcohol- en drugsgebruikers worden sterk beïnvloed door hun omgeving. Het is daarom belangrijk dat preventieve maatregelen zich richten op de omgeving van de (potentiële) gebruiker. Een regionale aanpak in alcohol- en drugspreventie voorkomt het ‘waterbedeffect’, het halen van genotmiddelen in een gemeente waar minder streng gecontroleerd wordt.
3.1. Doelstellingen aanpak middelengebruik In het programma gezonde leefstijl zijn twee typen doelstellingen opgenomen; doelstellingen op procesniveau en doelstellingen op gedragsniveau. In dit plan continueren en actualiseren we deze doelstellingen. Doelstellingen op proces 1. Alle organisaties die werkzaam zijn binnen het thema middelengebruik werken gezamenlijk aan een aanpak om de doelstellingen op gedrag te behalen. 2. De handhaving van de verkoop van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar in detailhandel, cafés en overige ontmoetingsplaatsen en van het gebruik van alcohol op openbare plekken wordt aangescherpt. 3. Er wordt regionale samenwerking gezocht om gemeente overstijgend dezelfde handhavingsnormen te hanteren. Doelstellingen op gedrag 1. In schooljaar 2023-2024 is het percentage binge drinken onder de jeugd gedaald ten opzichte van schooljaar 2020-2021. 2. In 2024 is het percentage overmatig alcoholgebruik onder volwassenen gestabiliseerd ten opzichte van 2020.
3.2. Voortzetten huidige aanpak Om resultaten te behalen en te behouden op het gebied van middelengebruik als onderdeel van de gezonde leefstijl ambitie is het belangrijk dat de aanpak van middelengebruik over de gehele breedte van het sociaal domein ziet. Het algeheel welbevinden van onze inwoners (mede afhankelijk van factoren als sociale participatie, de woonsituatie enz.) in combinatie met omgevingsfactoren is van grote invloed op middelengebruik en eventuele verslaving. Naast deze ‘breedte’ in de aanpak is het bovendien noodzakelijk dat de aanpak in het kader van gezonde leefstijl (en daarmee ook het middelengebruik) een vast onderdeel vormt van het langjarig gemeentelijk beleid. Het veranderen van gedrag vraagt om blijvende aandacht. Het themaplan gezonde leefstijl loopt in 2022 af en in aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal er een Omgevingsvisie worden opgesteld. Daarin zal ook het gezondheidsbeleid en de preventie op middelengebruik een plek krijgen. Voorop blijft staan dat de doelstelling in algemene zin is dat middelengebruik zo laat mogelijk en zo verantwoord mogelijk moet plaatsvinden. Daarbij 8
zijn allerlei omgevingsfactoren van belang, niet alleen het specifieke preventie- of handhavingsbeleid. Als er een probleem opduikt in de gemeente Dronten op het gebied van middelengebruik (met name bij jongeren) dan zal daarop worden gereageerd met een adequate aanpak, ongeacht of het middel is genoemd in de doelstellingen van het preventiebeleid, of niet. Alcohol De doelstellingen uit het programma gezonde leefstijl ten aanzien van binge drinken onder de jeugd en overmatig alcoholgebruik onder volwassenen gelden ook voor de komende jaren. De gemeente wil overmatige alcoholconsumptie verder terugdringen. Verantwoord alcoholgebruik is daarbij de norm. Roken Voor wat betreft het terugdringen van het aantal rokers sluit de gemeente aan bij de landelijke campagnes. Ook in Dronten streven we naar een rookvrije generatie. Overige middelen (drugs, lachgas, beeldschermgebruik) Het drinken van alcohol en roken zijn de meest voorkomende vormen van het gebruik van genotmiddelen, maar er worden ook andere middelen gebruikt in Dronten. Denk aan drugs en een middel als lachgas. Er zijn geen specifieke doelstellingen opgenomen ten aanzien van deze middelen, maar dat betekent niet dat hieraan geen aandacht wordt geschonken in het kader van preventie.
Zeker als het gaat om de doelgroep jeugd en jongvolwassenen is het belangrijk om op tijd en gericht preventie in te zetten op middelen die nieuw en interessant zijn, maar vaak ook risico’s met zich meebrengen. Dit belang wordt onderkend door de partners van de werkgroep middelengebruik. Om die reden kunnen scholen elk jaar kiezen welke preventielessen zij willen afnemen; het aanbod sluit daarmee aan op de behoefte. Daarnaast hebben jongerenwerk, boa’s en politie een signalerende rol op diverse ontwikkelingen waaronder het middelengebruik onder jongeren. Daar waar dat aan de orde is zullen er op basis van signalen gerichte preventieactiviteiten worden ingezet. Hoewel strikt genomen wellicht geen genotmiddel zien we landelijk de ontwikkeling dat veel jongeren en in mindere mate ook oudere inwoners verslaafd raken aan beeldschermgebruik en hulp nodig hebben om van deze verslaving te genezen. De gemeente en ander partners uit de werkgroep middelengebruik volgen deze ontwikkeling en denken na over preventie-activiteiten op dit vlak.
3.3. De aanpak Het college is verantwoordelijk voor het behalen van de doelstellingen en de vertaling naar concrete activiteiten om die doelen te bereiken. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de preventieactiviteiten op procesniveau en gedragsniveau (bijlage). Het behalen van resultaten hangt af van inspanningen op lokaal niveau maar is evenzeer van allerlei andere factoren afhankelijk; factoren waarop de gemeente niet altijd direct invloed heeft. Denk daarbij aan veranderingen in de leefsituatie van inwoners die een negatieve invloed op hun leefstijl kunnen hebben zoals werkloosheid, schulden maar ook modetrends zoals het gebruik van nieuwe, hippe, middelen. Een preventieve aanpak vraagt aan de ene kant om een duidelijke, vaste koers met een lange adem maar daarnaast ook om flexibiliteit om op nieuwe ontwikkelingen te kunnen inspelen.
9
Werkgroep Middelengebruik Twee keer per jaar vindt er een integraal ambtelijk overleg plaats over de aanpak van middelengebruik. Deze werkgroep bestaat uit de medewerkers van de GGD, Tactus verslavingszorg, de gemeente (zowel vanuit gezondheidsbeleid als vanuit toezicht en handhaving) en De Meerpaal Welzijn. Binnen dit overleg monitoren voornoemde partners de voortgang op de doelstellingen en worden er afspraken gemaakt over de inzet van preventieve en handhavingsacties voor de komende periode.
3.4. De cijfers Er wordt met enige regelmaat onderzoek gedaan naar de algehele gezondheid en het welzijn van inwoners van de gemeente Dronten. ‘Jij en je Gezondheid’ Jaarlijks wordt door de afdeling jeugdgezondheidszorg van de GGD het onderzoek ‘Jij en je Gezondheid’ uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is het screenen van leerlingen op individueel niveau en indien nodig jongeren hulp of ondersteuning bieden op basis van de resultaten. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in klas 1 en 3 van het vmbo en klas 2 en 4 van havo/vwo. Vanwege de COVID-19 pandemie zijn er veel minder vragenlijsten afgenomen, waardoor het niet mogelijk was om cijfers te presenteren over het schooljaar 2019-2020. Gezondheidsmonitor Jeugd De Gezondheidsmonitor Jeugd geeft inzicht in de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van middelbare scholieren. Het onderzoek vindt normaal gesproken elke vier jaar plaats en wordt uitgevoerd door de GGD in samenwerking met de GGD GHOR Nederland en het RIVM. De GGD geeft hiermee uitvoering aan de wettelijke taak van de gemeente om de gezondheidstoestand van de jeugd te monitoren. Met de resultaten van het onderzoek wordt beleid ontwikkeld om de gezondheid en leefstijl van leerlingen te bevorderen. De laatste Gezondheidsmonitor Jeugd dateert van 2019.
In verband met de COVID-19 pandemie en het effect daarvan op de gezondheid van jongeren wordt er in het najaar van 2021 een extra onderzoek gedaan waaraan Copernicus, Het Perron en het Ichtus college deelnemen. De resultaten van dit onderzoek worden in de eerste helft van 2022 verwacht. Om goed te kunnen vergelijken worden de cijfers van de Gezondheidsmonitor Jeugd als basis genomen om te bepalen of de doelstellingen worden behaald. Dit betekent dat er nog niet kan worden vastgesteld of de doelstelling ‘In schooljaar 2019-2020 is het percentage binge drinken onder de jeugd gedaald ten opzichte van 2016-2017’; is behaald. Bij de nulmeting in 2016 bedroeg het percentage 22% en bij de meting in 2019 was dit percentage gedaald naar 14%9. Dit betekent dat 14% van de jongeren die alcohol drinkt in het afgelopen jaar bij één gelegenheid vijf glazen alcohol of meer heeft gedronken. Of de daling zich heeft doorgezet wordt medio 2022 duidelijk en ook zal duidelijk worden of en zo ja, welke invloed de COVID-19 pandemie heeft gehad op het middelengebruik onder jongeren.
9
Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd 2018-2019
10
Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen De gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen betreft een vragenlijst onderzoek van de GGD in samenwerking met het RIVM en het CBS. Het onderzoek geeft inzicht in de gezondheid en leefstijl van inwoners van 18 jaar en ouder en vindt iedere 4 jaar plaats. De meest actuele gezondheidsmonitor is die van 2020. De doelstelling: ‘In 2020 is het percentage overmatig alcoholgebruik onder volwassenen gestabiliseerd ten opzichte van 2016’, is behaald. Bij de nulmeting in 2016 dronk 15% van de volwassenen die alcohol drinkt overmatig en bij de meting in 2020 was dit percentage gedaald naar 6%10. Dit betekent dat 6 procent van de drinkers in de gemeente Dronten meer dan 14 glazen per week (vrouwen) of meer dan 21 glazen per week (mannen) drinkt.
4 Handhaving door de gemeente Handhaving flankeert de preventieve aanpak en vormt een stok achter de deur. De vraag naar inzet van toezicht en handhaving is (altijd) groter dan het aanbod. Dit geldt voor de inzet van politiecapaciteit maar ook als het gaat om de inzet van het gemeentelijk toezichts- en handhavingscapaciteit. Er moeten keuzes gemaakt worden. De beschikbare capaciteit wordt risicogestuurd en programmatisch ingezet11. De objectief gezien, grootste veiligheids- en gezondheidsrisico’s krijgen daarmee aandacht die zij verdienen. Dit uitgangspunt bij de prioritering is een concretisering van onderstaande, algemene uitgangspunten in het toezichts- en handhavingsbeleid12. •
• • •
•
De gemeente werkt met ‘Risico Gestuurd Toezicht’ (hierna: RGT) waarbij het accent van het beleid komt te liggen op het beheersbaar houden en terugdringen van de bestaande grote omgevingsrisico’s en het voorkomen van nieuwe grotere omgevingsrisico’s. RGT wordt ingezet vanuit de visie ‘meer toezicht waar nodig, minder waar mogelijk’ en het principe ‘High trust - high penalty’. Het doel is de aandacht van toezicht vooral te leggen op die locaties waar een verhoogd risico aanwezig is, zowel op aspecten als veiligheid als op nietnaleving van de wet- en regelgeving. De indeling, soort toezicht en frequentie van het RGT gaan opgenomen worden in het uitvoeringsprogramma. Hierdoor is het mogelijk ze jaarlijks op basis van evaluatie aan te passen. Prioritering van toezichts- en handhavingstaken is niet bedoeld om een bepaalde volgorde in de handhaving aan te geven. Prioritering bepaalt wél de intensiteit van het toezicht. De rode draad is dat de inschatting van de risico’s voor de leefomgeving doorslaggevend is voor de prioriteiten die we stellen bij het stimuleren en/of afdwingen van naleving van wet- en regelgeving. Omdat er beperkt capaciteit beschikbaar is, geven we prioriteit aan die gevallen waarin de risico’s van niet-naleving het grootst zijn. Er wordt onderscheid gemaakt het niveau van uitvoering. Toezicht kan niet 100% zijn.
Dan zou de gemeente bij iedere activiteit continue als toezichthouder aanwezig moeten zijn en alle aspecten moeten controleren. Dit is praktisch niet uitvoerbaar.
10
Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 Bron: uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht & handhaving 2021 d.d. 25 mei 2021 12 Toezicht en handhavingsbeleid 2019-2021 d.d. 19 december 2019 11
11
4.1. Instrumentarium De gemeentelijke instrumenten op het gebied van handhaving van de Alcoholwet zijn beperkt. Een specifiek daarvoor opgeleide boa mag vooral controleren of een vergunning voor een horeca- of slijtersbedrijf in orde is. Verder mag hij controleren of het bedrijf op de juiste manier is ingericht of er de juiste mensen staan te verkopen en of om legitimatie gevraagd wordt bij twijfel over de leeftijd. Als het om jongeren gaat, mag hij bekeuren wanneer er alcohol verkocht wordt aan een jongere onder de 18 jaar of wanneer een jongere op straat alcoholhoudende drank bij zich heeft. Gezien de beperkte bevoegdheden richt de handhavingsinzet van de gemeente richt met name op bedrijven en instellingen die alcohol verstrekken. Als het gaat om de overige genotmiddelen dan geldt dat de gemeentelijke boa’s niet bevoegd zijn om op te treden op basis van de Opiumwet (politie) of de Tabaks- en Rookwarenwet (NVWA). Wel kunnen zij bij overlast als gevolg van middelengebruik optreden op grond van de APV.
4.2. Risico-gestuurd toezicht Het gemeentelijke toezicht en handhaving richt zich op de leeftijdscontrole bij instellingen/bedrijven waar het risico (‘kans maal effect’) het grootst is dat het verbod op verstrekking van alcohol aan minderjarigen niet wordt nageleefd. Bovenstaand uitgangspunt in combinatie met de doelstellingen/ambities uit het gezondheidsbeleid (voorkomen verkoop alcohol aan minderjarigen en afname binge drinken) kunnen worden vertaald naar de volgende risico’s: • Slechte naleving leeftijdsgrens; • Doorschenken bij dronkenschap; • Weinig toezicht door de drankverstrekker en/of afwezigheid leidinggevende Deze risico's zijn vertaald naar de volgende geobjectiveerde criteria. Jongeren
Het risico dat jongeren hier alcohol kunnen drinken.
Drinken
Bezoekers komen vooral om te drinken. Dus niet om te eten of wat anders te doen.
Professionaliteit
Het risico dat de medewerkers achter de bar geen professionele, getrainde horecamedewerkers zijn maar vrijwilligers.
Zicht
Het risico op het doorgeven van alcohol door meerderjarigen aan minderjarigen doordat er weinig zicht is op de bezoekers. Bijvoorbeeld omdat het terras buiten beeld is, het een privéfeest betreft of de bezoekers dicht op elkaar staan.
Acties
Prijsacties op alcohol of alcohol per kan of per meter.
Dronkenschap
Het risico dat bezoekers dronken worden omdat ze lang kunnen blijven hangen en doorgaan met drinken.
Vervolgens zijn deze criteria in onderstaande risicomatrix opgenomen. Hieruit volgt een prioriteitsstelling voor de handhaving. 12
Risicomatrix PHP
Jongeren
Drinken
Professionaliteit
Zicht
Acties
Dronkenschap
Prioriteit
+++
Totaal aantal + 17
Paracommercie Jongeren/ SCC Hotspots Paracommercie/ Sportkantine Tijdelijke ontheffing bij evenementen (art. 35 Alcoholwet) Horeca bij spel/sport Cafés Fastfood/bezorg /afhaal Supermarkt/ Detailhandel Hotel/restaurant Slijterijen Bioscoop Lunchrooms Restaurants Anders
+++
+++
+++
++
+++
+++ +++
+++ +++
+++ ++
+++ ++
0 ++
+++ +++
15 15
1 1
+++
+++
+
++
+
+++
13
1
+++
++
++
++
+
++
12
2
+++ ++
+++ +
+ +
+ ++
+ +
+++ +
12 8
2 3
++
+
+
+
+
+
7
3
+ + ++ + + +
+ +++ + 0 0 0
+ 0 + 0 0 0
+ + + 0 0 0
+ + 0 0 0 0
++ + + 0 0 0
7 7 6 1 1 1
3 3 3 4 4 4
Legenda +++
Risico heel hoog
++
Risico hoog
+
Risico aanwezig
0
Laag tot geen risico
4.3. Controles In het Uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht & handhaving 2021 is voor 2021 100 uur begroot voor toezicht en handhaving op alcoholverstrekking en aanwezigheid van een leidinggevende. Er is daarbij een onderscheid gemaakt tussen reguliere controles (toezicht op alcoholverstrekking aan minderjarigen en aanwezigheid van een leidinggevende) en bijzondere controles (toezicht op alcoholverstrekking bij evenementen). In dit kader worden er per jaar 20 horecabedrijven (inclusief paracommercie) en 5 evenementen gecontroleerd. In verband met de COVID-19 pandemie zijn horecabedrijven veelal gesloten geweest en zijn er nauwelijks evenementen
13
1
georganiseerd. Deze controle-aantallen zijn in de afgelopen 2 kalenderjaren daarom niet gehaald. De controles worden weer opgepakt.
5 Partners in de handhaving Niet alleen de gemeente heeft een rol als het gaat om de handhaving op de verkoop van genotmiddelen. Hieronder volgt een korte beschrijving van de rol, taken en bevoegdheden van politie, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en Bureau Halt.
5.1. Politie De politie levert een bijdrage in het terugdringen van alcohol- en drugsmisbruik in openbare gelegenheden en het publieke domein. Daarbij ligt de nadruk op het voorkomen van onveiligheid, geweld, vernielingen en verkeersongevallen. In de Alcoholwet die op 1 juli 2021 de Drank- en Horecawet heeft vervangen is het in de openbare ruimte doorgeven van alcohol aan minderjarigen strafbaar gesteld. Niet alleen de minderjarige, maar ook de zogenaamde wederverstrekker (doorverkoper/doorgever) is strafbaar gesteld. De bevoegdheid om hierop te handhaven is voorbehouden aan de politie. De gemeente heeft een signalerende functie maar is niet bevoegd om op te treden. De politie vervult daarnaast een signalerende en adviserende rol ten behoeve van het preventiebeleid op genotmiddelen. De politie kan (samen met andere partners) hotspots in kaart brengen en jongeren naar hun ID vragen. In die gevallen waarbij jongeren (strafbare) feiten mede onder invloed van alcohol of andere middelen hebben gepleegd, treedt de politie repressief op en waar mogelijk verwijst zij minderjarigen door naar Halt.
5.2. Bureau Halt Door direct en op een grondige manier in te grijpen, voorkomt Halt dat gedrag van kwaad tot erger gaat. De Halt-straf heeft tot doel grensoverschrijdend gedrag zo vroeg mogelijk te stoppen. En het goed te maken met de slachtoffers en de maatschappij. Jongeren tussen de 12 en de 18 jaar die een strafbaar feit hebben gepleegd kunnen in aanmerking komen voor een verwijzing naar Halt voor een Halt-straf of Halt- afdoening. De Halt-straf geeft jongeren de kans hun fout recht te zetten. Bijvoorbeeld door excuses aan te bieden aan de slachtoffers en eventuele schade te vergoeden. Er gelden voorwaarden voor een verwijzing naar Halt. Het moet gaan om een licht strafbaar feit zoals vernieling of openbare dronkenschap en de jongeren moet het eens zijn met de verwijzing naar Halt. De Halt-straf is geen echte straf, het is een vrijwillig alternatief om een echte straf of maatregel te voorkomen. Dit betekent niet dat de Halt-straf vrijblijvend is. Als de jongere niet meewerkt aan zijn Halt-straf, komt hij alsnog in contact met Justitie. Een goed afgeronde Halt-straf betekent dat de jongeren geen strafblad krijgt.
5.3. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) In de nieuwe Alcoholwet zijn prijsacties met meer dan 25% korting niet meer toegestaan en zijn er regels opgenomen voor de verkoop op afstand. De bevoegdheid tot handhaving van dit verbod is door de wetgever neergelegd bij de NVWA waarbij de gemeente een signalerende functie heeft. De NVWA ontwikkelt op dit moment een beleidsregel over hoe zij deze toezichttaak zal gaan vervullen (beleidsregel ‘interventiebeleid’). Er komt een meldsysteem voor signalen bij de NVWA. De NVWA is verder belast met de controle op de naleving van de Tabaks- en Rookwarenwet. De NVWA voert controles uit bij allerlei bedrijven, van supermarkt tot ziekenhuis en van dorpskroeg tot 14
stadhuis. Als een overtreding van het rookverbod wordt geconstateerd, kan de NVWA een boete uitschrijven tot maximaal € 45.000.
6 Organisatie en uitvoering Om uitvoering te geven aan de preventieactiviteiten hebben de GGD en De Meerpaal Welzijn in opdracht van de gemeente samen met de samenwerkingspartners een uitvoeringsplan gemaakt. In dit uitvoeringsplan zijn de voornemens geconcretiseerd en voorzien van meetbare doelstellingen en een planning. Om de voortgang van de uitvoering te monitoren en voor het bijstellen van de uitvoeringsplannen, is de volgende structuur opgezet: Organisatiestructuur Preventie- en handhavingsplan
Werkgroep
Stakeholder overleg
Leden
Taken
Vergaderfrequentie
Beleidsambtenaren OOV, volksgezondheid, jeugd, Coördinator T&H, GGD, Politie, Tactus, De Meerpaal Welzijn
Uitvoeringsplan maken en de voortgang monitoren.
Halfjaarlijks en wordt indien noodzakelijk opgevoerd
Leden kernteam aangevuld met horecaondernemers, onderwijs, wijkteams en andere bij de uitvoering betrokken partijen.
Bijdrage aan opstellen en evalueren van uitvoeringsplan
Bespreken trends en ontwikkelingen.
N.v.t. Er is doorlopend contact tussen deze partijen gedurende hun werkzaamheden. Indien nodig (bijv. evaluatie) wordt er een overleg gepland
7 Evaluatie Kritisch evalueren is een belangrijk onderdeel van dit Preventie- en handhavingsplan. Om de kwaliteit van de aanpak hoog te houden en waar nodig tijdig bij te stellen, gebruikt de gemeente de volgende evaluatiecyclus: • Elk jaar wordt door de leden van de werkgroep het uitvoeringsplan geëvalueerd en wordt op basis van deze inzichten een uitvoeringsplan voor het daaropvolgende jaar opgesteld. Waar nodig wordt de risicomatrix voor de handhaving herijkt. • Elke vier jaar vindt een uitgebreide evaluatie plaats op basis van beschikbaar onderzoek en input van samenwerkingspartners. Hierbij worden de realisatie van activiteiten, effecten van beleid en achterliggende verklaringen op een rij gezet. Op basis hiervan kan vastgesteld worden in hoeverre het beleid de gewenste uitkomsten heeft opgeleverd en op welke punten het beleid bijgesteld dient te worden. 15
Bijlage 1
Activiteiten op proces en gedrag Werkgroep Middelengebruik Twee keer per jaar vindt er een integraal overleg plaats. Deze werkgroep bestaat uit de GGD, Tactus verslavingszorg, de gemeente en De Meerpaal (waaronder ook het jongerenwerk). Binnen dit overleg monitoren partners de voortgang op de doelstellingen en worden er afspraken gemaakt over de inzet van preventieve en handhavingsacties voor de komende periode. Jongerenwerk Het jongerenwerk werkt vanuit de leefwereld van jongeren en kan invloed hebben op het gedrag en/of de bewustwording van jongeren. Jongerenwerkers gaan actief het gesprek aan met jongeren over allerlei onderwerpen waaronder middelengebruik. Het betreft hier niet zozeer een geplande activiteit, maar de basishouding van een jongerenwerker. Jongerenwerk is gericht op het verminderen van risicogedrag. Deskundigheidsbevordering Tactus geeft aan verschillende professionals (jongerenwerk, sociaal werk en Buurtsportcoaches) trainingen om hun deskundigheid op het thema alcohol en verslaving te bevorderen. Tactus heeft ook trainingen gepland met zorgmedewerkers van Stichting Coloriet. Zij zijn werkzaam op het gebied van wonen en zorg voor senioren. Het signaleren en bespreekbaar maken van verslaving en middelengebruik is de eerste stap naar de aanpak ervan. Gastlessen Tactus geeft gastlessen over alcoholgebruik op scholen voor het voortgezet onderwijs.
Daarnaast wordt een menukaart ontwikkeld voor scholen met daarop diverse lessen waaruit ze kunnen kiezen. Hiermee kan worden aangesloten bij de wensen en behoeften van de school. Bezoek jongerenwerk en politie aan groep 8 basisonderwijs Jongerenwerk en de jeugdagent komen jaarlijks op bezoek bij alle groepen 8 van de basisscholen in Dronten. Het doel is kennismaken zodat op het voortgezet onderwijs de leerlingen bekend zijn met het jongerenwerk en de jeugdagent. Tijdens dit bezoek is er ook aandacht voor middelengebruik. Hiervoor maken jongerenwerk en politie gebruik van de interventie ‘Niet afw8ten maar VOorbereiden’ Helder Uit Een laagdrempelige, informatieve avond voor ouders over opvoeden en alcohol. Deze avond wordt door De Meerpaal en Tactus georganiseerd en uitgevoerd in samenwerking met jongeren en het jongerenwerk. Tijdens deze avond krijgen ouders bijvoorbeeld handvatten aangereikt hoe om te gaan met het schenken en nuttigen van alcohol bij hun kinderen en hoe ouders regels met hun pubers kunnen afspreken. De Helder Uit avond vindt al meerdere jaren plaats. Nix 18 De gemeente Dronten neemt deel aan deze landelijke, meerjarige campagne die de norm 'niet roken en niet drinken tot het 18e jaar' ondersteunt. 16
Alcoholbord sportkantines Inmiddels hebben de vier voetbalverenigingen die de gemeente rijk is het zogenaamde Alcoholbord opgehangen. Op dit bord staan afspraken die met de sportverenigingen zijn gemaakt rondom het gebruik van alcohol in de kantine. In vervolg hierop worden ook andere verenigingen met een eigen kantine benaderd om dit voorbeeld te volgen. Ik-Pas campagne Ieder jaar doet Dronten mee met de landelijke Ik-Pas campagne in de maand januari. Tijdens de IkPas campagne worden inwoners uitgedaagd om een maand lang geen alcohol te drinken. De werkgroep Middelengebruik verzorgt een actieve lokale promotie rond de landelijke campagne. Moti-55 Op de jaarlijkse Dag van de Ouderen waren Tactus en De Meerpaal aanwezig om de interventie Moti55 onder de aandacht te brengen. Moti-55 is een individueel gesprekkentraject voor personen vanaf 55 jaar die kritisch willen kijken naar hun eigen alcoholgebruik of daarmee willen minderen. Gezonde Evenementen De GGD en De Meerpaal Welzijn zijn samen met de gemeente aan het oriënteren op het thema ‘Gezonde Evenementen’ waarbij bijvoorbeeld meer aandacht is voor (aantrekkelijke) alcoholvrije alternatieven, meer waterpunten en minder punten voor alcoholverkoop.
Toezicht en handhaving Controle leeftijdsgrens/ wederverstrekking Tijdens evenementen wordt regelmatig gecontroleerd op de naleving van de leeftijdsgrens voor de verkoop van alcohol. Door de COVID-19 pandemie zijn er in de afgelopen periode nauwelijks evenementen geweest. Dit betekent dat er veel minder dan voorheen is gecontroleerd. Dit geldt evenzeer voor de controle op de horeca. Deze controles zullen nu de horeca weer open is, weer worden opgepakt aan de hand van de risico-matrix, daarbij zal ook de wederverstrekking een belangrijk aandachtspunt zijn. Het afgelopen jaar zijn wel alle horecavergunningen gecontroleerd en geactualiseerd en is er veel inzet gepleegd op de handhaving van de coronamaatregelen in de horecasector. Regionale samenwerking De gemeenten Dronten, Noordoostpolder en Urk en de politie willen een zogenaamd handhavingsarrangement afsluiten. Het draait daarbij met name om de afbakening van de taken die bij de politie thuishoren en de taken die voor rekening van de gemeentelijke boa’s komen. In het arrangement worden de onderlinge afspraken neergelegd. Ook horecataken zoals controles op de leeftijdsgrenzen worden hierin meegenomen.
17
Bijlage 2 Handhavingsstrategie Handhaving is elke (re)actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving geldende recht te bevorderen en te bewerkstelligen, zo nodig door het opleggen van sancties. Het gaat mede om het beïnvloeden van het gedrag van burgers en bedrijven tot wie deze regels zich richten en heeft als doel normconform gedrag te bewerkstelligen13. De handhavingsstrategie is gebaseerd op de handhavingsstrategie zoals deze sinds 2014 is vastgelegd en wordt uitgevoerd voor de handhaving op de Drank- en Horecawet. De strategie is aangepast naar de terminologie en instrumenten uit de recente Alcoholwet en het is de bedoeling dat deze strategie een plek krijgt in het Toezicht- en Handhavingsbeleid VTH op het moment dat dit beleid in 2023 na evaluatie en herijking opnieuw wordt opgesteld. De bevoegdheid tot handhaving is neergelegd in artikel 125 van de Gemeentewet en hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 5:21 en artikel 5:32). In enkele gevallen is de bevoegdheid tot handhaving geregeld in een bijzondere wet of verordening. Dit is het geval voor de Alcoholwet en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De Alcoholwet (artikel 44a) biedt de burgemeester de bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen.
Artikel 32 geeft de burgemeester daarnaast nog de mogelijk een Alcoholwetvergunning te schorsen voor maximaal 12 weken. Er bestaat een beginselplicht tot handhaving. Wanneer de regels van de Alcoholwet, de APV of voorschriften uit vergunningen niet worden nageleefd, moet de gemeente handhavend optreden door te waarschuwen en eventueel door sancties op te leggen. Deze handhavingsstrategie sluit aan bij het gemeenschappelijk kader Flevoland 201314. Bij dit gemeenschappelijk kader is een regionaal stappenplan met 4 stroomschema’s gevoegd voor de volgende 4 situaties: acuut optreden, keuzemodel handhaving, afwegingsmodel bestuursrechtelijke sanctie en het strafrechtelijk keuzemodel. Het keuzemodel acuut optreden omvat ook de gevallen waarin legalisatie aan de orde is. Keuzemodel handhaving omvat de keuzes om al dan niet te komen tot een bestuursrechtelijke sanctie en eventueel een aanvullende strafrechtelijke sanctie. Het afwegingsmodel bestuursrechtelijke sanctie beschrijft de afwegingen voor één van de bestuurlijke sanctiemiddelen en in het strafrechtelijk keuzemodel wordt aangegeven hoe de keuze tussen een bestuurlijke strafbeschikking en proces-verbaal wordt gemaakt.
13
VNG - Handhaving door en voor gemeenten, een juridische handleiding voor de gemeentelijke praktijk 2019
14
Deze beleidsnota bevat de afstemming tussen bestuursrecht en strafrecht in de provincie Flevoland tussen de bestuursrechtelijk en strafrechtelijk betrokken overhedenhttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb2014-39565
18
Uitgangspunten Bij het constateren van overtredingen van wet- en regelgeving wordt als algemeen uitgangspunt gesteld, dat altijd tegen overtredingen wordt opgetreden. Voorwaarde daarbij is dat daarvoor een wettelijke bevoegdheid bestaat en dat er wordt gehandhaafd in lijn met de doelstellingen van de wet- en regelgeving. In het geval van de Alcoholwet betreft dat met name het terugdringen van alcoholgebruik onder jongeren. De gemeente is in sommige gevallen aangewezen op een handhavingspartner. Zo heeft de politie een belangrijke rol als het gaat om verstoringen van de openbare orde en veiligheid en is de NVWA als enige bevoegd als het gaat om bijv. de handhaving van de leeftijdsgrens bij verkoop op afstand. Naast voornoemd algemeen uitgangspunt gelden de volgende (meer) specifieke uitgangspunten: 1. De handhavingsstrategie vormt het uitgangspunt voor de handhaving. Deze strategie loopt als een rode draad door het hele beleid heen. Dit beleid is bedoeld om overtredingen op te heffen en herhaling te voorkomen. Het is ook bedoeld om risicovolle situaties op te heffen. 2. Bij het beoordelen van een overtreding en het bepalen van de juiste sanctie wordt rekening gehouden met: a. De mogelijke gevolgen van die overtreding; b. De omstandigheden waaronder die overtreding is begaan; c. De houding en het gedrag van de overtreder; d. De voorgeschiedenis. 3.
Als het een toezichthouder een overtreding constateert, past hij de sanctietabel toe. Als de toezichthouder/het bevoegd gezag van het stappenplan af wil wijken, wordt die afwijking uitdrukkelijk gemotiveerd. Afwijken kan in bijzondere omstandigheden gewenst zijn. Het doel is het komen tot verbetering van de naleving van de regels. Soms is het dan beter om gemotiveerd af te wijken van de lijn. Dit kan betekenen dat er wordt gekozen voor bijvoorbeeld een extra tussenstap of een andere sanctie. Dit dient te worden gemotiveerd aan de hand van de omstandigheden van het geval en een belangenafweging.
Mogelijkheid tot afwijking van beleid Zoals hierboven aangegeven, kan er in specifieke situaties worden afgeweken van de in dit beleid vastgelegde sancties en termijnen. Hierbij is artikel 4:84 Awb van belang. Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. De motivering om af te wijken van de beleidsregel wordt in het besluit opgenomen. Enerzijds doet dit recht aan de transparantie van de handhaving en anderzijds wordt daarmee een motiveringsgebrek voorkomen in bezwaar- en beroepzaken.
Handhavingsinstrumenten De Awb en de Alcoholwet geven aan welke sancties het bevoegde gezag kan inzetten tegen het voorkomen of voortduren van overtredingen van de Alcoholwet. De gemeente heeft op basis van de Alcoholwet instrumenten gekregen om een samenhangend beleid te voeren voor het oplossen van problemen rondom het gebruik van alcohol door jongeren. De gemeente heeft naast handhavingsinstrumenten op grond van de Awb, ook instrumenten op grond van de Alcoholwet zoals het schorsen van een vergunning en het opleggen van een bestuurlijke boete. Doel van de inzet van deze bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten is het opheffen van de geconstateerde overtredingen en het voorkomen van nieuwe overtredingen. 19
De bestaande handhavingsinstrumenten zijn: - Mondelinge of schriftelijke waarschuwing; - Last onder bestuursdwang (art. 125 Gemeentewet en afd. 5.3 Awb); - Last onder dwangsom (afd. 5.4 Awb); - Sluiting van de horecagelegenheid (op grond van APV en/of Alcoholwet en/of art. 174 Gemw); - Intrekken van de vergunning (art. 31 Alcoholwet en/of APV); - Toegang ontzeggen/verwijderen van bezoekers (art. 36 Alcoholwet); - Schorsen van de vergunning (art. 32 Alcoholwet); - Bestuurlijke boete (art. 44a Alcoholwet); Daarnaast kan op basis van een aantal artikelen in de Alcoholwet alleen strafrechtelijk worden opgetreden door middel van het opmaken van een proces-verbaal. Voor deze overtredingen kunnen de Boa’s een ‘tikverbaal’ toepassen en samenwerken met de politie. Waar mogelijk15 wordt bestuursrecht en strafrecht gecombineerd toegepast voor een zo groot mogelijke efficiëntie. Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarbij sprake is van dronken personeel in een café: er wordt in een dergelijk geval direct een proces-verbaal opgemaakt en ook een voornemen uitgebracht voor een last onder dwangsom welke is te innen per geconstateerde overtreding. Let op: er moet altijd naar de wettelijke mogelijkheid van samenloop van sancties gekeken te worden [o.a. Algemene wet bestuursrecht en Alcoholwet), Het toepassen van maatregelen ter handhaving van de openbare orde valt onder de Gemeentewet.
Sanctiestrategie Er bestaan 3 categorieën overtredingen. Elke categorie kent een eigen stappenplan. Categorie 1 Hierbij wordt direct een sanctie opgelegd. Bij categorie 1 overtredingen gaat het om ernstige spoedeisende zaken die direct beëindigd moeten worden. Er is sprake van acuut gevaar voor de volksgezondheid en/of de veiligheid is in het geding. Er is snelheid vereist om tot onmiddellijke beëindiging van de overtreding te komen. Er is geen ruimte voor een begunstigingstermijn of een zienswijzetermijn. Te denken valt aan: personen onder invloed (drank of drugs) aan het werk, geen leidinggevende aanwezig, personeel onder de 16 jaar staat te schenken en/of er is sprake van verstoring van de openbare orde in relatie tot het schenken van alcohol. In dat geval kan het nodig zijn direct op te treden. De verwachting is dat het zelden noodzakelijk om direct in te grijpen. Categorie 2 In deze categorie gaat het om weliswaar ernstige, maar geen acuut gevaar zettende situaties. Om die reden wordt in deze categorie eerst een voornemen tot het opleggen van een sanctie kenbaar gemaakt. Vervolgens wordt in een 2e stap (bij herhaalde overtreding) de daadwerkelijke sanctie opgelegd. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen en/of de mogelijkheid geboden om de overtreding zelf ongedaan te maken binnen een redelijke termijn. Stappen: 1.
Voornemen opleggen sanctie (termijn zienswijze); 2. Sanctiebeschikking (opleggen last onder dwangsom, bestuursdwang, etc.); 3. In geval de overtreding niet ongedaan is gemaakt/voortduurt: uitvoeren sanctie (verbeuren en innen dwangsom, toepassen bestuursdwang).
15
20
Categorie 3 Deze categorie betreft de lichte, overige overtredingen. Denk hierbij aan het niet ter plaatse kunnen tonen van de vergunning of het niet aanwezig hebben van een leeftijdsgrenzenaanduiding. In dat geval volgt eerst een waarschuwing, vervolgens (indien nodig) een voornemen tot het opleggen van een sanctie, waarna in derde instantie de sanctie daadwerkelijk wordt opgelegd. De verantwoordelijkheid voor het beëindigen van minder belangrijke overtredingen wordt in beginsel bij de overtreder gelaten. Het kost (te) veel personele capaciteit en tijd om iedere overtreding van gemeentewege teniet te (laten) doen. Meestal volstaat een mondelinge of schriftelijke waarschuwing waarbij wordt aangegeven dat er sprake is van een overtreding en dat van de overtreder wordt verwacht dat deze de overtreding beëindigd (met een termijnstelling). Stappen: 1. Mondelinge/schriftelijke waarschuwing; 2. Voornemen opleggen sanctie (termijn zienswijze); 3. Sanctiebeschikking (opleggen last onder dwangsom, bestuursdwang etc.); 4. In geval overtreding niet ongedaan gemaakt: uitvoeren sanctie (verbeuren en innen dwangsom, toepassen bestuursdwang).
Sanctie-instrumenten 1. Waarschuwing Bij constatering van een overtreding van de Alcoholwet wordt daarvan een mededeling gedaan in de vorm van een mondelinge of schriftelijke waarschuwing. Vooral bij lichte overtredingen gaat de voorkeur uit naar het geven van informatie en advies en een mondelinge waarschuwing. Hiermee wordt de bekendheid van de regels van de Alcoholwet vergroot, waardoor naar verwachting de naleving ook wordt verbeterd. Een mondelinge waarschuwing wordt altijd vastgelegd voor dossiervorming. 2. Intrekken vergunning/ schorsen vergunning In de Alcoholwet staan facultatieve en imperatieve intrekkingsgronden. Als er sprake is van een facultatieve intrekkingsgrond (artt. 31 lid 2 en 31 lid 3 Alcoholwet) dan kan de burgemeester overgaan tot intrekking. Als er sprake is van een imperatieve intrekkingsgrond (artt. 30 en 30a lid 1 en 31 lid 1 Alcoholwet) dan moet de burgemeester overgaan tot intrekking van de vergunning. Voorafgaand dient een schriftelijke waarschuwing/vooraankondiging te worden gedaan. Wanneer de burgemeester overgaat tot intrekking van de vergunning kan daarnaast geen bestuurlijke boete worden opgelegd (art. 44a Alcoholwet). Het intrekken van een vergunning betreft een ultimum remedium. Dit middel wordt pas ingezet als andere mogelijke middelen geen effect hebben of als daartoe een wettelijke verplichting bestaat (imperatieve bepaling).
Er is sprake van weigerachtigheid om aan de voorwaarden van de vergunning te willen doen of er blijkt dat er niet aan de (nieuwe) voorwaarden van de vergunning kán worden voldaan (niet willen en niet kunnen voldoen). De burgemeester kan in de gevallen als bedoeld in artikel 44 ook overgaan tot een schorsing van de vergunning tot maximaal 12 weken (three strikes out – principe bij naleving leeftijdsgrens). 3. Last onder bestuursdwang/dwangsom Deze sancties vinden hun grondslag in de Awb. 4. (Tijdelijke) Sluiting van een horecagelegenheid Sluiting van een horecagelegenheid is een vorm van bestuursdwang. Met dit instrument kan een illegale situatie daadwerkelijk worden beëindigd. Sluiting van de horecagelegenheid gebeurt op grond van de APV, de Alcoholwet en artikel 174 van de Gemeentewet. 21
5. Toegang ontzeggen/verwijderen van bezoekers De burgemeester heeft de bevoegdheid om personen de toegang tot ruimtes waar in strijd met de wet alcohol wordt verstrekt, te ontzeggen. Hiermee kan worden opgetreden tegen illegale activiteiten in de horeca. 6. Proces verbaal Een aantal overtredingen van de Alcoholwet wordt strafrechtelijk afgedaan (artt. 45 en 45a Alcoholwet). De afhandeling van het proces-verbaal van de boa wordt gedaan door het Openbaar Ministerie. 7. Bestuurlijke boete Art. 44a Alcoholwet bepaalt in welke gevallen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd door de burgemeester. De bestuurlijke boete confronteert de overtreder direct met de gevolgen van de overtreding en heeft daarmee veel effect. In de artikelen 5:40 t/m 5:54 van de Awb zijn de regels rondom het opleggen van een bestuurlijke boete neergelegd.
Keuzemodel Handhaving Op de volgende pagina is het stroomschema (Keuzemodel Handhaving16) opgenomen dat dient als stappenplan voor de aanpak van overtredingen van de Alcoholwet (en APV) welke vallen onder categorie 2 en 3. Dit stroomschema ziet niet op acute casuïstiek die vraagt om direct optreden (categorie 1).
16
Stroomschema Model als bedoeld in: Gemeenschappelijk kader Flevoland 2013, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-39565 Het kader bevat de afstemming tussen bestuursrecht en strafrecht in de provincie Flevoland tussen de bestuursrechtelijk en strafrechtelijk betrokken overheden
22
KEUZEMODEL HANDHAVING JA Legalisatie/gedogen mogelijk? NEE Legalisatieprocedure of
Kennelijk incident
Gedoogbeschikking
en JA
niet doelbewust begaan en
Waarschuwing
overigens goed nalevende overtreder
Aanschrijving met hersteltermijn
en
Binnen hersteltermijn ongedaan gemaakt?
NEE gering van omvang? NEE
Afweging bestuursrechtelijke sanctie JA Vermoeden calculeren of malafide instelling of Constatering herhaalde overtreding of Kans op navolging of cumulatie ongewenste effecten of Oneerlijke concurrentie of