CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

8454d522-466e-4672-90d7-2f4536a64f36.pdf

Beeldvormende vergadering 29 september 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 2: Huisvesting arbeidsmigranten16.286 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als de gemeente wil dat er minder woningen in de bestaande woonwijken gebruikt worden, dan is het volgens verhuurders nodig dat er elders ruimte voor huisvesting wordt gemaakt.

3.4.6 Politie De wijkagent kan vanuit haar functie reageren op acute meldingen van woonoverlast, soms op een niet juridische manier, maar als het nodig is kan ook handhavend worden opgetreden. Wat betreft handhaving heeft de politie een strafrechtelijke rol. De wijkagent heeft daarnaast intensief contact met bewoners. De wijkagent worden door buurtbewoners op straat aangesproken, wordt gebeld en er is een WhatsApp groep waarin bewoners hun klachten indienen omtrent overlast. De reden dat in de praktijk de politie vaak wordt benaderd, is deels van praktische aard: woonoverlast doet zich vooral voor in de avond en in het weekend en de politie is de instantie die dan nog bereikbaar is. De indruk is wel dat een deel van de Drontenaren inmiddels ‘te moe’ is om contact op te nemen met de politie. Er is ’s avonds immers maar één politieauto op ca. 20.000 inwoners die in de regio patrouilleert. De rol van de wijkagent bij de huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten in Dronten is er dus ook vooral een van in gesprek gaan en blijven met omwonenden en met andere partijen om zo de leefbaarheid op peil te houden. De indruk is dat het huidige beleid werkt als het gaat om het verdelen van nieuwe groepen studenten en/of arbeidsmigranten over de wijken. De bestaande problemen, met name in Dronten Noord, worden er alleen niet mee opgelost.

De problemen die er spelen rondom overlast van meervoudige huishoudens worden door de gemeente steeds beter opgepakt,

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

21

onder andere met het optuigen van buurtbemiddeling. Communicatie blijft een aandachtspunt, zowel tussen de gemeentelijke afdelingen als naar buiten toe.

3.4.7 Omwonenden Bewoners ervaren, signaleren en melden de overlast. Er is een grote groep omwonenden die primair overlast ervaart van de huisvesting van studenten en arbeidsmigranten in hun eigen woonomgeving. Dit uit zich met name in geluidsoverlast, afwijkend woongedrag, verpauperde indruk van de woning en de tuin en parkeerproblemen. Een deel van deze groep ziet voor zichzelf een rol om in gesprek te gaan met de studenten en tijdelijke arbeidsmigranten en zo de overlast te beperken. Bewoners geven aan dit vaak als een uiterst vermoeiend traject te ervaren, dat weinig oplevert. Daarbij speelt ook een rol dat er ieder jaar een nieuwe lichting studenten komt, met wie men weer vanaf het begin moet beginnen. Veel omwonenden kijken vooral naar de gemeente als het gaat om het oplossen van de overlast. Het wordt de gemeente door een deel van de Drontenaren zeer kwalijk genomen dat een vormfout is gemaakt in de bestemmingsplannen. De gemeente is in haar communicatie ook niet duidelijk geweest over de gevolgen hiervan voor bijvoorbeeld reeds bestaande studentenhuisvesting. Een deel van de Drontenaren voelt zich door de gemeente weggezet en niet serieus genomen.

3.4.8 Raadsfracties Uit de gesprekken met de raadfracties blijkt dat het beleid rondom de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten en studenten breed gedragen wordt. Het voorkomen van concentraties van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten is voor alle raadsfracties van groot belang. Tegelijk erkent men ook dat de studenten en arbeidsmigranten voor de economie en het imago van Dronten van groot belang zijn. Men wil dus ook niet te beperkend zijn. Een aantal raadsfracties noemt bij tijdelijke arbeidsmigranten het ideaal van integratie in de Drontense samenleving. Gedoeld wordt dan met name op de korte duur van het verblijf in Nederland en op het al dan niet beheersen van de Nederlandse taal. Op grond van dat ideaal is een deel van de fracties uitgesproken voorstander van huisvesting van een deel van de tijdelijke arbeidsmigranten in de bestaande wijken, mits grote concentraties voorkomen worden. Waar het gaat om studenten, wordt dat ideaal van integratie door geen van de fracties genoemd.

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

22

Conclusies In de voorgaande twee hoofdstukken is uiteengezet hoe het beleid voor de huisvesting van studenten en arbeidsmigranten in elkaar steekt (hoofdstuk 2) en hoe het in de praktijk uitwerkt (hoofdstuk 3). Op grond van die twee hoofdstukken komen we in dit hoofdstuk tot de conclusies van het onderzoek.

Er is veel vraag naar huisvesting voor arbeidsmigranten en studenten Uit alle bronnen blijkt dat de vraag naar huisvesting voor studenten en tijdelijke arbeidsmigranten groot is. Dat blijkt uit cijfers van de Aeres Hogeschool en van werkgevers voor tijdelijke arbeidsmigranten; men suggereert in dit verband dat de aantrekkelijkheid van de Hogeschool voor studenten te lijden heeft onder het tekort aan studentenhuisvesting. Het blijkt ook uit illegale woonsituaties op campings en in onvergunde woonhuizen binnen Dronten, en uit diverse interviews. Veel betrokkenen geven aan dat de behoefte in de komende tijd vermoedelijk alleen maar verder zal toenemen. Een deel van de problemen rondom huisvesting voor tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten kan worden opgelost door het aanbod in evenwicht te brengen met de vraag.

Veel huisvesting vindt plaats in reguliere woningen in de woonwijken In een deel van de behoefte aan huisvesting voor studenten en arbeidsmigranten wordt voorzien in de bestaande woonwijken. Het gaat om een groot aantal panden dat al voor de inwerkingtreding van het beleid in gebruik was voor huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten. Deze panden liggen voor een groot deel in Dronten-Noord, onder andere vanwege het feit dat de woningen daar relatief goedkoop zijn. Het aantal vergunde huisvestingssituaties in de bestaande wijken neemt gestaag toe. Vanwege het in het beleid vastgelegde criterium dat twee woningen voor studenten en/of arbeidsmigranten ten minste 100 meter uit elkaar moeten liggen, verspreidt die huisvesting zich langzamerhand steeds verder naar andere delen van Dronten. Naast de huisvesting in de woonwijken zijn er huisvestingsvormen die specifiek voor de twee groepen bestemd zijn, zoals de locatie voor arbeidsmigranten nabij Swifterbant of de campus van de Aeres Hogeschool. De capaciteit van deze locaties is echter onvoldoende om in de totale behoefte te voorzien.

Er wordt veel overlast ervaren, met name in Dronten Noord Uit de gesprekken blijkt dat bewoners in veel gevallen overlast ervaren van de huisvesting in reguliere woningen in de wijk. Vooral in Dronten-Noord geven bewoners en andere betrokkenen aan dat studenten veel overlast geven. Verschillende vormen van overlast worden genoemd: allereerst geluidsoverlast, maar ook achterstallig onderhoud, parkeeroverlast, vervuiling van tuinen en overlast, omdat “het er gewoon niet uitziet”. In de ogen van bewoners staat de wijk al onder druk door de komst van het Hanzekwartier, het NS-station en de school Het Perron. Dit leidt tot (angstgevoelens voor) aantasting van het woongenot. Lang niet alle ervaren overlast is ‘onrechtmatige overlast’ in juridische zin. Dat maakt het moeilijk, zo niet onmogelijk om de ervaren overlast via regelgeving te verbieden, of erop te handhaven. Waar het gaat om slecht onderhoud van tuinen of een voor de buren storende inrichting van de woning, geldt dat dit bij wet niet verboden is. Wel is zogeheten ‘nachtelijk burengerucht’ strafbaar op grond van artikel 431 Wetboek van Strafrecht.

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

23

Wat betreft de parkeerproblematiek geldt dat er een groot verschil is tussen de feitelijke studentenpopulatie in Dronten en de parkeernorm voor studentenhuisvesting die gehanteerd wordt. In lijn met landelijke kengetallen rekent men ook in Dronten met 0,3 parkeerplaats per student. Vanuit de praktijk geeft men aan dat de studenten in Dronten relatief veel vaker een auto hebben: bij een woning met zes studenten horen vaak vijf of zes auto´s, in plaats van de 1,8 die volgens het beleid gerekend wordt. Dat betekent dat de parkeerdruk op de wijken in de praktijk veel groter is dan waar in het beleid vanuit wordt gegaan. In verschillende gesprekken is genoemd dat de tijdelijkheid van de huisvesting uiteindelijk negatief van invloed is op de buurt. Studenten en arbeidsmigranten binden zich niet aan een buurt en laten daarom na te investeren in contacten en in de fysieke leefomgeving. Deze constatering stemt overeen met wat uit andere onderzoeken bekend is over het effect van tijdelijke huisvesting. 16 Zo wijzen Van Teeffelen en Zweers (2010) in hun studie 17 ook op het aspect van sociale samenhang, binding met de wijk en het snelle rouleren van bewoners. De beperkte binding aan de omgeving hangt tevens samen met de samenlevingsvorm waarin studenten en tijdelijke arbeidsmigranten zich bevinden.

Het betreft voornamelijk alleenstaanden; mensen die relatief weinig in gezinsverband wonen. Als gevolg hiervan zouden ze meer overlast veroorzaken. Hoewel een deel van de ervaren overlast daadwerkelijk aan studenten en tijdelijke arbeidsmigranten is toe te rekenen, zijn deze groepen niet verantwoordelijk voor alle problemen die in de wijk spelen. Betrokkenen geven aan dat er ook in meer algemene zin sprake is van leefbaarheidsproblemen in Dronten-Noord, die ook samenhangen met de woningvoorraad en met de leeftijd van de wijk.

Er wordt meer overlast ervaren van studenten dan van arbeidsmigranten Van zowel studenten als tijdelijke arbeidsmigranten wordt gezegd dat ze overlast veroorzaken in de wijken, vooral in Dronten-Noord. Er wordt echter meer overlast aangegeven van studenten dan van tijdelijke arbeidsmigranten. Men noemt de groep studenten vaker, men is explicieter over het soort overlast dat ze veroorzaken en men geeft daar ook een verklaring voor: het leefritme van arbeidsmigranten komt beter overeen met het leefritme van de bewoners van reguliere woningen dan dat van de studenten. Er is daarnaast een verschil in perspectief op de toekomst van beide groepen. Als het gaat om studenten, dan is men het er vrijwel unaniem over eens dat hun plaats in de Drontense samenleving tijdelijk is. Het overgrote deel van de studenten vertrekt zodra de opleiding is afgerond en zal daarom nooit binding met Dronten krijgen. Voor arbeidsmigranten – ook tijdelijke – zijn de beelden van betrokkenen gevarieerder. Een deel stelt zich op hetzelfde standpunt als ten opzichte van de studenten: ook tijdelijke arbeidsmigranten zullen nooit binding met Dronten krijgen. Een ander deel ziet dat de tijdelijkheid soms ook over gaat in permanente vestiging en laat vanuit die waarneming motieven als gastvrijheid en integratie voor deze groep zwaarder meewegen. Deze betrokkenen zijn van mening dat kleinschalige

16

Deze redenering is één van de motieven achter het bevorderen van het eigenwoningbezit: kopers zullen meer geneigd zijn om te investeren in hun buurt dan huurders en worden dus verondersteld een positief effect op hun leefomgeving te hebben.

17

Teeffelen, P.B.M. van & J. Zweers (2010). MOE-landers in de wijk Ervaringen en meningen van MOE-landers en wijkbewoners in drie Nederlandse gemeenten. Research voor Beleid.

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

24

huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten in de woonwijken vanwege die motieven juist wenselijker is dan grootschalige huisvesting buiten de wijken.

Legaliseren van bestaande gevallen ondermijnt het vertrouwen in de gemeente Op het moment dat het beleid werd vastgesteld – in respectievelijk 2012 en 2014 – waren er al meerdere panden in gebruik voor de huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten. Daarnaast zijn er panden bijgekomen in de periode dat het verbod vanwege het ontbreken van een valide juridische onderbouwing van het beleid niet gehandhaafd kon worden. Veel van deze panden voldoen niet aan de criteria uit het beleid; desondanks is voor deze panden een vergunning afgegeven, waarmee de bestaande situatie gelegaliseerd is. Hoewel het de vraag is of de gemeente in deze situatie iets anders had kunnen doen, heeft het legaliseren van deze situaties met een vergunning bij omwonenden weinig goed gedaan aan het vertrouwen in de gemeente.

De juridische speelruimte voor de gemeente is beperkt Zoals beschreven in paragraaf 2.1 zijn er niet veel juridische mogelijkheden om de problematiek zoals die zich in Dronten voordoet, tegen te gaan. Het vaststellen van een Huisvestingsverordening op grond van de Huisvestingswet is vermoedelijk een voor Dronten onbegaanbare weg, omdat daartoe moet worden aangetoond dat er schaarste op de woningmarkt bestaat. Ook desgevraagd heeft geen van de betrokkenen aangegeven dat dat een motief is om huisvesting van studenten en/of tijdelijke arbeidsmigranten te beperken. Het reguleren van de huisvesting van deze groepen via het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning is dus de enige begaanbare weg. Wat dat betreft gebruikt Dronten het juridisch instrumentarium dat voorhanden is. Datzelfde geldt voor wat betreft de rechtstreekse bestrijding van overlast. Er is regelgeving tegen overlast, maar het probleem is dat veel van de ervaren overlast daar niet onder valt. Veel van de ervaren overlast is te herleiden tot een botsing van verschillende leefritmes en leefstijlen; hoewel het zo is dat mensen daar feitelijk veel overlast van kunnen ervaren, is het wettelijk gezien onmogelijk om dit tegen te gaan en is het daarbij de vraag of je als gemeente op dit vlak moet willen reguleren.

De Handreiking aanpak woonoverlast en verloedering 18 van de VROM-inspectie geeft hoe dan ook aan dat juridische instrumenten nooit de eerste voorkeur hebben, en altijd gepaard moeten gaan met niet-juridische instrumenten zoals mediation of buurtbemiddeling (p. 23-25). Wel is het zo dat de gemeente met de Wet aanpak woonoverlast die op 1 juli 2017 19 in werking is getreden, meer wettelijke speelruimte heeft gekregen om structurele woonoverlast aan te pakken. Hiermee is de Gemeentewet gewijzigd door toevoeging van artikel 151d Gemeentewet 20. Door deze wet hebben burgemeesters de mogelijkheid gekregen om specifieke gedragsaanwijzingen te geven aan overlastgevers, in zowel huur- als koopwoningen. Op grond van de aanwijzing moet de overlastgever bepaalde handelingen doen of juist nalaten op straffe van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. Gedacht

18

VROM-Inspectie, Ministerie van I&M. Aanpak woonoverlast en verloedering. Geactualiseerde en uitgebreide versie, mei 2011.

19

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-77.html

20

http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

25

moet worden aan de verplichting de muziek zachter of uit te zetten of het opleggen van een bezoekersverbod. Tegelijkertijd zijn er bij de uitvoering van deze wet ook kanttekeningen te maken. 21 Zo beschikt de burgemeester pas over de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing te geven als dit in een gemeentelijke verordening mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast geldt de bevoegdheid tot het opleggen van een gedragsaanwijzing als ‘ultimum remedium’. Pas wanneer minder ingrijpende middelen, zoals een waarschuwing, een goed gesprek, buurtbemiddeling of mediation, niet hebben gewerkt, kan de aanwijzing worden opgelegd. Om deze reden is in artikel 151d lid 2 bepaald dat de burgemeester slechts uitoefent “indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan”.

Aanbod huisvesting groeit vooral in de goedkoopste wijken Omdat de vraag naar huisvesting groter is dan het reguliere aanbod, ontstaan op allerlei plaatsen spontane woonvormen van studenten en/of arbeidsmigranten, al dan niet binnen de kaders van het beleid. Als het in zo´n situatie al niet onmogelijk is om met beleidsinstrumenten de huisvesting te reguleren, dan vraagt het in elk geval een zeer grote inzet. De belangen zijn simpelweg te groot: het belang van huisvesting van de studenten en arbeidsmigranten (met hun werkgevers) zelf, maar ook de belangen van verhuurders voor wie het financieel gezien zeer aantrekkelijk is om nieuwe huisvesting te realiseren. Daar komt bij dat in de praktijk de huisvesting van deze groepen vaak in de minst aantrekkelijke wijken plaatsvindt. Naar hun aard zijn studenten en tijdelijke arbeidsmigranten twee groepen die weinig te kiezen hebben op de woningmarkt: zo lang het maar betaalbaar is, stelt men verder weinig eisen aan de woonruimte. Voor verhuurders is het daarom aantrekkelijker om huisvesting te realiseren in de goedkoopste en dus minst aantrekkelijke delen van de voorraad: voor de toekomstige huurders van het pand maakt het weinig uit, maar de kosten zijn lager. Op deze manier kan de druk op de markt voor woonruimte voor studenten en arbeidsmigranten leiden tot een neerwaartse spiraal in buurten.

Deel van de oplossing is altijd ook zorgen dat er elders meer (grootschalige) huisvestingsmogelijkheden komen Waar de behoefte aan huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten precies neerslaat, kan met beleid enigszins gereguleerd worden. Zo lang echter de vraag fors groter is dan het aanbod, zullen er steeds opnieuw aanbieders zijn die uit eigen beweging op die vraag inspelen. Wanneer de gemeente er niet voor zorgt dat er voldoende huisvesting gerealiseerd wordt op die plaatsen waar dat wel wenselijk is, kan het beleid niet meer doen dan beperkt bij te sturen op de plaatsen waar de huisvesting wel en niet toegestaan is.

De gemeentelijke capaciteit voor handhaving is onvoldoende Veel betrokkenen geven aan dat voor het serieus handhaven van het beleid voor huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten meer capaciteit nodig zou zijn dan waarover de gemeente Dronten beschikt. Dat geldt de handhaving van het paraplubestemmingsplan,

21

Zie o.a. de opinie van twee juristen op http://njb.nl/blog/initiatiefwetvoorstel-wet-aanpak-woonoverlast.13560.lynkx, die ook de vraag stellen of de verantwoordelijkheid van de gemeente met deze wet niet te groot gemaakt wordt.

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

26

maar het geldt ook handhaving op het gebied van concreet gemelde overlast. De gemeente heeft momenteel niet de capaciteit om te controleren of men in bekende gevallen aan de vereisten voor de vergunning blijft voldoen, laat staan dat er capaciteit is om na te gaan in hoeverre er sprake is van illegale bewoning door studenten en/of tijdelijke arbeidsmigranten. De beperkte capaciteit geldt ook de politie. Vooral ´s nachts is er weinig politie beschikbaar voor handhaving op, bijvoorbeeld, nachtelijke geluidsoverlast. Ook zijn er voor de politie andere prioriteiten dan handhaving van overlast alleen.

Regels alleen gaan het probleem niet oplossen Het is in het algemeen een gegeven dat het beleid rondom wonen slechts in beperkte mate is uitgerust met juridische en financiële instrumenten. Die constatering hebben we in paragraaf 4.6 uitgewerkt voor het specifieke geval van de huisvesting van studenten en/of tijdelijke arbeidsmigranten. Beleid rondom wonen moet het voor de uitvoering veelal hebben van zogeheten ´netwerksturing´: de vorm van sturing waarbij één partij in een netwerk van gelijkwaardige partijen probeert de anderen te beïnvloeden, zonder dat er een formele hierarchie bestaat. 22 Instrumenten van netwerksturing zijn dan ook nooit dwingend; sturing vindt plaats door het maken van afspraken, door communicatie van de eigen visie, door informatievoorziening, door met andere betrokkenen in gesprek te zijn. Waar het gaat om de huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten in Dronten, betekent dat dat een oplossingsrichting nooit uit alleen regelgeving kan bestaan. Regelgeving geeft weinig extra mogelijkheden ten opzichte van wat er nu gebeurt; extra mogelijkheden zijn er vooral wanneer ook andere typen beleidsinstrumenten nadrukkelijk in beeld zijn. Een voorbeeld is het wijkgericht werken, dat in de afgelopen tijd gestart is in DrontenNoord.

De gemeente heeft een regierol, maar heeft niet als enige partij een rol Uit het vorige punt volgt dat er ook andere partijen dan de gemeente alleen aan zet zijn: verhuurders, werkgevers, studentenorganisaties, de Aeres Hogeschool, omwonenden, enzovoorts. De gemeente heeft een centrale rol daarin, zeker waar het gaat om het al dan niet toestaan van gedeelde bewoning 23 in bepaalde gebieden, maar kan haar rol veel breder invullen dan alleen vanuit die planologische bevoegdheid. Het beeld uit het onderzoek is dat er voor de gemeente mogelijkheden zijn om die centrale rol als regisseur veel steviger in te vullen. Te denken valt aan het gezamenlijk maken van afspraken met verhuurders, de hogeschool, studentenorganisaties en de gemeente: wat vinden we een wenselijke situatie voor de huisvesting van studenten, wat doen we om de leefbaarheid in de buurten te handhaven, wat doen we in situaties waarin men zich niet aan de afspraken houdt?

22

Zie Jan van der Schaar, Syllabus wonen en woonbeleid.

23

Strikt genomen kan de gemeente niet regelen waar huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten is toegestaan, maar regelt het beleid waar bewoning door meer dan één huishouden is toegestaan.

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

27

Regie is ook binnen de gemeente nodig tussen afdelingen; het beleid is versnipperd In het onderzoek is gebleken dat er verschillende gemeentelijke afdelingen elk vanuit een eigen rol zijn betrokken bij het beleid voor huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten. Elk van die afdelingen heeft daarbij een eigen belang, waardoor er ook binnen de gemeente sprake is van belangentegenstellingen: de ene afdeling kijkt vanuit het belang van de Hogeschool en van werkgevers, een andere afdeling heeft vooral de belangen van omwonenden op het oog. Het resultaat is dat het beleid binnen de gemeente een tamelijk versnipperde indruk maakt; er is wel eenheid in de opgestelde beleidsnotities, maar er is binnen de gemeente niet één centraal coördinatiepunt voor alle vraagstukken rond de huisvesting van studenten en/of tijdelijke arbeidsmigranten.

Een heldere beleidslijn kan uiteindelijk alleen bij de raad zelf vandaan komen Veel van de hiervoor genoemde punten slaan uiteindelijk terug op de gemeenteraad. De raad heeft in 2012 en 2014 het beleid vastgesteld en dat begin 2017 bekrachtigd door het vaststellen van het paraplubestemmingsplan bijzondere woonvormen. De indruk uit het onderzoek is echter dat de opstelling van de raad, en daarmee het totaal van de gemeentelijke aanpak van de huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten, een zekere mate van halfslachtigheid vertoont. Men heeft als raad ingestemd met het geldende beleid, dat primair beleid is om ruimte te maken voor de huisvestingsbehoefte van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten. In de gesprekken heeft de breedte van de raad daarbij aangegeven dat men overtuigd is van het belang van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten voor de gemeente Dronten: men is blij met de hogeschool, met de studenten en met de tijdelijke arbeidsmigranten. Tegelijk ziet men dat studenten bij omwonenden vaak in eerste instantie de ervaring van overlast oproepen, en gaat men daarin ver mee met de bewoners. Toch heeft de raad niet aangegeven waar de studenten dan wel zouden moeten wonen, of hoe wenselijk is als de groei van het aantal studenten in de woonwijken doorzet.

Kort gezegd: men wil in de raad graag meer studenten, maar wil niet hardop benoemen wat de huisvesting van die studenten zou betekenen voor Dronten. Deze dubbele houding van de raad speelt niet alleen naar buiten toe een rol, maar ook intern bij de gemeente. Er is geen langetermijnvisie waar de gemeente zich aan gecommitteerd heeft. Het beleid is nu om de vraag die zich vanuit de markt voordoet, enigszins te reguleren. Het huidige beleid is echter aan de ene kant positief over die vraag – graag meer studenten naar Dronten! – en tegelijk remmend als men kijkt vanuit het perspectief van de omwonenden. Dat is een ondoorzichtige en onmogelijke beleidslijn, die in de praktijk dan ook veel onvrede wekt bij betrokkenen. Ook de rol van regisseur in het wijdere netwerk van betrokken partijen kan alleen goed ingevuld worden, wanneer de gemeente zelf goed weet wat zij wil met studenten en tijdelijke arbeidsmigranten en daarover communiceert. Alleen vanuit een duidelijke eigen visie kan de gemeente in gesprek gaan met andere partijen over een gezamenlijke oplossing voor de vragen rond de huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten.

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

28

Aanbevelingen Het is aan de gemeenteraad om te beslissen over de toekomst van het beleid voor huisvesting van studenten en arbeidsmigranten in Dronten. Dat is het perspectief waarin we tot de volgende aanbevelingen komen: het zijn suggesties voor de raad, die wat ons betreft in het licht van het onderzoek de moeite van het overwegen waard zijn.

Formuleer als raad een transparante en consistente beleidslijn Het mag een open deur lijken, maar voortbordurend op het laatste punt uit het voorgaande hoofdstuk is het allereerst zaak dat de raad zelf duidelijkheid geeft over waar hij staat met betrekking tot het beleid voor huisvesting van studenten en arbeidsmigranten. In de huidige situatie is de raad ambivalent: men is terughoudend om daadwerkelijk de consequenties te aanvaarden van het belang dat men hecht aan de Hogeschool en aan de arbeidsmigranten in Dronten. Dat heeft de neiging om onjuiste verwachtingen te wekken bij burgers: natuurlijk wil men geen overlast, maar het is onduidelijk dat een groot deel van de raad de komst van studenten en arbeidsmigranten tegelijkertijd ook toejuicht. Iedere oplossing voor het huisvestingsprobleem begint met te aanvaarden dat het niet mogelijk is om wel de lusten van studenten en arbeidsmigranten te willen, maar niet de lasten. Welke beleidslijn men kiest, is een politieke keuze. Het is echter van belang dat bij de keuzes die gemaakt worden, men ook bereid is om de consequenties daarvan te aanvaarden. Op grond daarvan kan de gemeente vervolgens meer inzetten op de regierol in heel het speelveld van betrokken partijen (zie paragraaf 4.11).

Wijs locaties aan voor grootschalige huisvesting studenten en arbeidsmigranten Het is duidelijk dat de druk op huisvesting voor studenten en arbeidsmigranten groot is, en dat die druk nu veelal een uitweg vindt naar de bestaande woonwijken. Feit is dat die vraag naar huisvesting er is, en dat die als de gemeente de regie niet neemt door aan te wijzen waar het wel de bedoeling is dat deze groepen wonen, dat de vraag dan een eigen weg vindt richting huisvestingsmogelijkheden. Opnieuw: de keuze is aan de politiek, en er zijn ook argumenten tegen grootschalige huisvesting. Door zelf locaties aan te wijzen, kan de druk op de bestaande wijken echter fors verminderd worden.

Wees kritischer op nieuwe aanvragen, o.a. wat betreft de parkeernorm Op zichzelf is het beleid om niet binnen 100 meter een tweede woning met huisvesting van studenten en arbeidsmigranten toe te staan, zinvol. Het voorkomt concentraties van woningen die door deze groepen worden bewoond, en daarmee ook een groot deel van de overlastproblematiek (op de bestaande concentraties na). Tegelijk is overlast van studenten en/of arbeidsmigranten niet de enige factor die van invloed is op de leefbaarheid van buurten. Het kan daarom zinvol zijn om in specifieke delen van Dronten, op grond van meer algemene leefbaarheidsproblematiek, per definitie geen vergunning te verlenen. Zo´n buurtspecifiek beleid zou analoog aan het bestaande beleid voor studentenhuisvesting in het centrum geformuleerd kunnen worden: van de algemene regel met het 100 meter criterium wordt in bepaalde wijken afgeweken. Een ander met leefbaarheid samenhangend onderwerp betreft de parkeerproblematiek. De toegepaste parkeernorm in Dronten voor een woning is minimaal 1,8 parkeerplaats per woning. In de praktijk blijkt echter dat studenten en arbeidsmigranten in Dronten relatief veel

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

29

vaker een auto hebben: bij een woning met zes studenten horen vaak vijf of zes auto´s, in plaats van de 1,8 die volgens het beleid gerekend wordt. Dat betekent dat de parkeerdruk op de wijken in de praktijk veel groter is dan waar in het beleid vanuit wordt gegaan. Het verdient aanbeveling om de parkeernormen kritisch tegen het licht te houden en deze, indien nodig, te actualiseren.

Zet bij bestaande overlastproblematiek sterk in vanuit het wijkgericht werken Door bewoners van vooral Dronten-Noord wordt nu al veel overlast ervaren. Om die overlast te bestrijden door de bestaande vergunningen voor woningen voor studenten en arbeidsmigranten daar in te trekken, is kostbaar en juridisch complex. Voor de bestrijding van woonoverlast in deze buurten ligt het voor de hand om te beginnen met een sterkere inzet vanuit het wijkgericht werken. De Handreiking woonoverlast van de VROM-inspectie geeft aanknopingspunten voor het verder uitbouwen van wijkbeheer of wijkgericht werken.

Maak gebruik van de juridische en handhavingsinstrumenten die er wel zijn Hoewel de juridische instrumenten voor beperking van overlast en het eventueel intrekken van vergunningen beperkt zijn, zijn ze er wel. Wat ons betreft de laatste aanbeveling zijn om die mogelijkheden meer te gaan gebruiken. Dat betekent: overlastmeldingen en overtredingen registreren, optreden tegen daadwerkelijke (en niet alleen gevoelde) overlast en bij meerdere overtredingen van de vergunningsvoorwaarden de vergunning conform het beleid intrekken. Let wel: dat is nadrukkelijk geformuleerd als sluitstuk van het beleid. Alleen strikter handhaven en strengere regels stellen, is naar onze mening geen oplossing. Daarvoor is de vraag naar huisvesting te groot en ook te sterk gelegitimeerd vanuit het eigen gemeentelijk beleid. Dat dreigt – als het niet ingebed is in een integraal beleid voor huisvesting van studenten en arbeidsmigranten – ook in conflict te komen met bepaalde grondrechten, zoals gelijke behandeling en vrijheid van vestiging. Los van de vraag of dat juridisch haalbaar zou zijn, denken wij dat je die weg als gemeente niet moet willen gaan. Als er strikter gehandhaafd wordt, dan dient zich ten minste één complexiteit aan: er zijn ook andere vormen van bewoning door meer dan één huishoudens dan de huisvesting van studenten en arbeidsmigranten.

Het huidige Afwijkingenbeleid bevat beleidsregels voor met name die twee groepen. Andere vormen, waarbij ook sprake is van meerdere huishoudens in één woning, zijn in het Afwijkingenbeleid niet geborgd. Voor deze gevallen heeft het college dan ook geen grondslag om gebruik te maken van hun afwijkingsbevoegdheid. Dit geldt bijvoorbeeld voor inwoning bij een hospita, of iemand die zijn of haar moeder in huis neemt. In het perspectief van rechtsgelijkheid, en van een diverser worden van huishoudensvormen, zou het Afwijkingenbeleid dan nog eens tegen het licht moeten worden gehouden, om te bezien of er geen groepen onopzettelijk geweerd worden uit de bestaande wijken.

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

30

Bijlage: gespreksverslag bewonersbijeenkomst 18 juli In de afgelopen tijd is er veel te doen geweest rondom de huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten in Dronten. De gemeente laat daarom een onderzoek uitvoeren, om na te gaan in hoeverre met het in 2012 en 2014 vastgestelde beleid de gewenste doelen worden bereikt, om te kijken op welke punten het beleid eventueel aangepast zou moeten worden. Als onderdeel daarvan is op dinsdagavond 18 juli een bewonersavond georganiseerd voor alle geïnteresseerden. Hierbij waren ongeveer 35-40 belangstellenden aanwezig; voornamelijk bewoners uit Dronten-Noord, enkele bewoners vanuit andere buurten en een tweetal verhuurders. Tijdens deze avond zijn onderzoekers van bureau RIGO met de aanwezigen in gesprek gegaan om te horen wat er onder de bevolking leeft als het gaat om de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten. In dit memo staan de ervaringen van de aanwezigen verwoord, zoals deze op de bewonersavond naar voren zijn gekomen. Achtergrond Voor veel bewoners van Dronten-Noord is dit een van de vele bewonersavonden die wordt georganiseerd door de gemeente, gericht op de huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten. Het vertrouwen van de aanwezige inwoners in de gemeente Dronten is inmiddels gedaald tot een dieptepunt: “het is code rood”.

Een groot irritatiepunt onder de bewoners is dat er veel gepraat wordt, maar dat de gemeente “niks” met al deze gesprekken doet. Het probleem is inmiddels zo divers en complex geworden, dat de kern steeds lastiger aan te pakken is. Hierdoor gaat Dronten in zijn geheel achteruit. De bewoners willen graag dat de gemeente met concrete acties komt om de problemen die spelen rondom de huisvesting van beide doelgroepen aan te pakken. Inwoners voelen zich niet gehoord. Overlast  Verschillende vormen van overlast worden ervaren, maar vooral geluidsoverlast is een groot probleem. Men geeft aan dat het tolerantieniveau en begrip op dit vlak inmiddels enorm laag zijn; het minste of geringste geluid is te veel.  Geluidsoverlast beperkt zich niet tot alleen in de woning. Studenten geven regelmatig feestjes, barbecueën luidruchtig buiten, maar maken ook herrie ’s nachts als zij (in groepjes) naar de kroeg fietsen. Aangegeven wordt dat het lastig is om specifiek voor één woonadres een klacht in te dienen, omdat er (in Dronten-Noord) zoveel studentenwoningen dicht bij elkaar liggen, dat men niet exact weet welk huis de overlast veroorzaakt.  Tijdelijke arbeidsmigranten daarentegen, veroorzaken geluidsoverlast, omdat zij in hun woning geen privacy kennen en daardoor hun telefoongesprekken (luidruchtig) buiten de woning, op straat voeren.

Het gebrek aan privacy in hun eigen woning zorgt er bovendien voor dat bewoners sneller conflicten met elkaar krijgen (en daardoor weer overlast veroorzaken).  Daarnaast is er van beide groepen veel afval op straat te vinden (joints, condooms, bierflesjes) en worden de woning en tuin niet onderhouden, waardoor de omgeving verloedert. Aanwezigen geven aan dat dit te maken heeft met het feit dat beide groepen maar tijdelijk in Dronten verblijven. Studenten en arbeidsmigranten binden zich niet aan een buurt en laten daarom na te investeren in contacten en in de fysieke leefomgeving. Bij migranten speelt ook taalbarrière een rol, waardoor zij niet integreren.

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

31

 Een ander probleem dat vooral speelt in Dronten-Noord is achterstand en verloedering, samenhangend met de vergrijzing van de wijk. Een deel van de woningen heeft een gedateerde uitstraling en is daarom niet veel waard. Deze woningen zijn voor potentiele huisjesmelkers ideale woningen om op te kopen, omdat studenten veelal weinig eisen aan de kwaliteit van de woning stellen, gezien hun tijdelijkheid.  Wat verder een groot probleem is, is de parkeerdruk. Ongeveer elke student in Dronten heeft een (grote) auto, terwijl het beleid er uitgaat van 0,3 auto per inwoner.  Gezien de economische recessie die inmiddels achter de rug is, hebben veel inwoners hun huizenprijzen flink zien dalen. Huizen ‘staan onder water’, men kan de restschuld niet betalen en het is lastig om überhaupt een koper voor de woning te vinden. Indien een woning naast of nabij een pand voor studenten- of arbeidsmigrantenhuisvesting staat, is deze al helemaal onverkoopbaar; men is ‘gegijzeld in de eigen woning’. Gemeentelijk beleid en vergunningverlening  Het gevoel heerst dat de gemeente continu een stap achterloopt. Genoemd wordt dat de gemeente een reactief beleid voert en enkel aan “symptoombestrijding” doet. Zo is er in 2008 aan de rand van Dronten Noord een grootschalig complex gerealiseerd voor studenten onder het mom van “ontlasting van de wijk”.

Echter, de gemeente houdt geen gelijke tred met de groei van de hogeschool, waardoor studenten als nog in reguliere woningen in de wijken terecht komen.  In de beleidsregels van de gemeente staat dat omgevingsvergunningen tijdelijk (voor een periode van tien jaar) verleend worden. Als er een woning verkocht wordt, blijft de vergunning echter geldig. Dit levert irritaties op.  Het gemeentelijk beleid rondom de huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten ziet er van een afstand prima uit. Het gevoel echter, is dat er toch vergunningen worden afgegeven, ondanks dat niet voldaan wordt aan de beleidsregels. Hierin is de gemeente volgens bewoners niet transparant. Een goed voorbeeld hiervan is het zgn. “Polenhotel” aan de Morinel. In eerste instantie was dit pand gelegen op een bedrijventerrein, maar na een aanpassing in het bestemmingsplan werd dit geschaard onder overgangsgebied, waardoor er gewoond mocht worden. Onduidelijk is wat de gemeente verstaat onder een overgangsgebied. De gemeente geeft bovendien aan dat er een (evaluatie)onderzoek is geweest voorafgaand aan de verlening van de vergunning voor dit pand, maar omwonenden zijn hierbij niet betrokken.  Voor de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten dient te worden voldaan aan de landelijk vastgestelde normen van het huisvestingskeurmerk dat wordt uitgegeven door de Stichting Normering Flexwonen (SNF).

De panden in Dronten worden echter maar steekproefsgewijs op dit keurmerk gecontroleerd en verder wordt niks naar buiten gebracht over de uitkomsten van deze controles. Bovendien heeft de gemeente weinig in handen om te kunnen optreden, mocht de huisvesting in strijd zijn met het keurmerk.  Ook de overgangsregeling zorgt voor veel frustratie onder de aanwezige inwoners van Dronten. Op het moment dat het beleid werd vastgesteld – in respectievelijk 2012 en 2014 – waren er al meerdere panden in gebruik voor de huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten. Daarnaast zijn er panden bijgekomen in de periode dat het verbod vanwege het ontbreken van een valide juridische onderbouwing van het beleid niet gehandhaafd kon worden. Veel van deze panden voldoen niet aan de criteria uit het beleid; desondanks is voor deze panden een vergunning afgegeven, waarmee de bestaande situatie gelegaliseerd is. Dit heeft bij omwonenden weinig goed gedaan aan het vertrouwen in de gemeente.

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

32

Problemen rondom de uitvoering van beleid  Met het afschaffen van de basisbeurs is de woonsituatie niet meer van invloed op de studiefinanciering die studenten ontvangen. Het maakt het dus niet uit of men geregistreerd staat op het ouderlijk woonadres of op het adres van de studentenkamer in Dronten. Dit maakt het voor de gemeente lastig te controleren of sprake is van een illegale inschrijving of overbewoning. Ook hebben studenten regelmatig logees over de vloer die dan, bij wijze van spreken, met hun matras onder de arm naar binnen lopen.  Het is duidelijk dat er een tekort aan huisvestingsmogelijkheden voor studenten in Dronten is. Op de campus kunnen studenten maar één jaar verblijven. Daarna moeten zij op zoek naar een andere reguliere woning in Dronten. Daarnaast wordt een deel van de campuswoningen bewoond door tijdelijke arbeidsmigranten. Dit zorgt voor veel onbegrip. Omdat de vraag naar huisvesting groter is dan het reguliere aanbod, ontstaan op allerlei plaatsen spontane woonvormen van studenten en/of arbeidsmigranten, al dan niet binnen de kaders van het beleid.  Inwoners geven aan dat er in Dronten ook tijdelijke arbeidsmigranten worden gehuisvest die werken in Lelystad of in gemeente Noordoostpolder. Dit is opvallend, aangezien dit strijdig is met het gemeentelijk beleid.

Als reden wordt genoemd dat het bedrijf in Dronten ingeschreven staat, maar haar werkzaamheden elders in de regio uitvoert.  Hoewel de meeste huisvesting en overlast van studenten plaatsvindt in Dronten-Noord, geven ook andere inwoners aan overlast te ervaren. Zo geeft een bewoner in DrontenZuid aan dat daar steeds meer studentenwoningen komen, omdat de verhuurders nergens anders terecht kunnen. Vanwege het 100m criterium heeft de gemeente zich in zekere zin vast gezet, waardoor het probleem zich nu steeds meer door Dronten verspreid. Handhaving  Volgens de bewoners moet voornamelijk de gemeente zich meer inspannen op het gebied van handhaving. De indruk is dat dit niet of te weinig gebeurt door gebrek aan tijd, geld en mankracht. Ook woningeigenaren zouden meer moeten worden aangesproken worden op hun verantwoordelijkheden.  Aanwezige bewoners geven aan ’s nachts regelmatig verhuurders of politie te bellen om de overlast bij hen kenbaar te maken. Het gevoel is echter, dat veel huiseigenaren niets doen met de klachten die worden gemaakt. Omdat er door de verhuurder vaak geen duidelijke en strikte regelgeving is opgesteld, werken zij overlast juist in de hand, zo wordt gezegd. Daarnaast krijgt de gemeente via haar meldpunt ook klachten binnen van omwonenden. Ook bij de gemeente worden klachten ingediend.

De indruk is dat de klachten die bij de gemeente binnenkomen, niet altijd aan de verantwoordelijke verhuurders worden doorgeven. Dit komt mede doordat de interne communicatie tussen de verschillende afdelingen niet altijd goed is. Men weet niet goed wie waarvoor verantwoordelijk is/mee bezig is.  Daarnaast wordt handhaving van de regelgeving gezien als problematisch. Wanneer een overlastmelding wordt gedaan, wordt deze niet of niet goed geregistreerd. Ze kunnen later vaak niet teruggevonden worden. Als de vergunning dan na 10 jaar verlopen is, wordt deze zonder problemen verlengd, omdat er bij de gemeente geen ‘problemen’ bekend zijn. Ook bezwaren bij nieuwe vergunningen worden niet serieus genomen, omdat de eerder gedane meldingen niet terug te vinden zijn.

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

33

 Gemeente zet in op eigen kracht en verantwoordelijkheid van inwoners. Dit betekent ook dat zij geacht worden eerst zelf de overlastgevers aan te spreken voordat een vervolgstap plaatsvindt. De meeste aanwezigen geven aan dit ook daadwerkelijk toe doen. Echter, men moet sterk in de schoenen staan om de confrontatie aan te durven gaan met zes mannelijke studenten. Bovendien is de gemeente niet op de hoogte van de overlastklachten als studenten rechtstreeks door omwonenden aangesproken worden. Hierdoor wordt de overlast niet geregistreerd met alle gevolgen van dien. Overige leefbaarheidsproblematieken  Dronten-Noord heeft niet alleen te maken met problemen rondom huisvesting van studenten en tijdelijke arbeidsmigranten, maar ook met andere algemene leefbaarheidsproblematieken. Door alle onrust in de wijk hebben criminelen volgens bewoners vrij spel en is de indruk dat de wijk langzaam in een ‘ghetto’ verandert. Daarnaast worden ook steeds meer andere bijzondere doelgroepen in de buurt gehuisvest, zoals mensen met een GGZachtergrond. Er is ook tijdelijk een AZC geweest in de Morinel.  De indruk is dat de gemeente projecten in de wijk realiseert zonder bewoners op voorhand te betrekken: “de gemeente realiseert vanuit haar ivoren toren en gaat dan pas nadenken over het oplossen van problemen en het luisteren naar bewoners”.

Bewoners kunnen bezwaar maken en honderden zienswijzen indienen, maar deze worden allemaal opzij geschoven.  Er is sinds enige tijd wel sprake van de inzet van een wijkcoach en buurtbemiddeling in Dronten-Noord om de problematieken die er in de wijk spelen in kaart te brengen met als doel er ook daadwerkelijk iets mee te doen.. De wijk wordt opgeknapt door het vernieuwen van stoeptegels en het uitbreiden van parkeerplaatsen. Dit helpt om de wijk een mooier aanzicht te geven, maar hiermee wordt het werkelijke probleem van de (studenten)overlast niet opgelost. Perspectief verhuurders  Ook de op de bijeenkomst aanwezige verhuurders geven aan dat zij bij de gemeente niet de steun vinden die zij zoeken om het probleem op te lossen. De indruk is dat door het opstellen van beleid en het afgeven van vergunningen, het ‘probleem’ meer in de picture is gekomen, wat juist de beleving van de problemen heeft verergerd. Verhuurders geven aan dat directe buren hun 06-nummer hebben waarop zij te bereiken zijn als hun huurders problemen veroorzaken. Verhuurders geven aan (veelal) studenten daar direct op aan te spreken. Verder zijn in het huurcontract regels opgenomen waar studenten zich aan moeten houden. Eens per jaar vindt een grootschalige schoonmaak plaats.

 De verhuurder wil graag bijdragen aan het oplossen van “het studentenprobleem”, maar hier moet vanuit de gemeente wel wat tegen overstaan. Meermaals is bij de gemeente aangegeven dat men bereid is een aantal studentenwoningen op te geven in ruil voor bouwgrond elders om. een grootschalig complex te realiseren. Bij de gemeente worden zij echter niet gehoord, of men ontvangt een onrealistisch voorstel. Samenvattend De kernboodschap is dat de gemeente veel strikter moet handhaven. Een aantal voorstellen per partij die verder voorbij zijn gekomen:

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

34

Gemeente  De gemeente moet terug naar de door hen zelf opgestelde regels en zich hier ook aan houden. Transparantie is belangrijk. Maatwerk leidt er toe dat bewoners zich niet serieus genomen voelen en er continu ‘iets’ gebeurt waardoor vergunningen toch verleend worden. De onduidelijkheid rondom het instellen van een overgangsgebied en het legaliseren van bestaande gevallen met de overgangsrechtelijke regeling valt hier ook onder.  Hoewel men het liefst zou willen dat de 100 meter regel met terugwerkende kracht wordt toegepast, is er over het algemeen het besef dat niet zo maar de vergunning kan worden ingetrokken.. Er moet met strikte regels dus gezorgd worden dat het overlastgedrag van de huurders zoveel als mogelijk binnen de perken blijft. Hierin moet ook de verhuurder een grotere verantwoordelijkheid krijgen.  Er moet een duidelijk meldpunt komen voor klachten en deze moeten ook geregistreerd worden.  Er moet een zgn. veiligheidsambtenaar aan de stuurgroep van de gemeente worden toegevoegd. Er zijn regelmatig grote studentenfeesten. Als hier een vergunning voor wordt aangevraagd moet deze ook langs de veiligheidsambtenaar gaan, die dan weet dat er een groot feest komt en er op stuurt dat er dan ook (extra) politie aanwezig is.  De gemeente moet vooraf bewoners betrekken bij hun plannen en duidelijk aangeven waar ieders belangen liggen.

Verhuurder  Verhuurders / woningeigenaren moeten meer verantwoordelijkheid krijgen in het terugdringen van overlast, zodat zij hierop door de gemeente ook aangesproken kunnen worden. Dit gaat samen met het opstellen van duidelijke, strikte regels in het huurcontract. Genoemd wordt een “3 strikes and you’re out” regel.  Verhuurders/ woningeigenaren moeten zichtbaarder zijn in de buurt. Nu weten omwonenden niet altijd bij wie klachten kunnen worden gemeld. Andere relevante partijen  De Aeres Hogeschool is verantwoordelijk voor huisvesting van hun eigen studenten; zijnemen immers steeds meer studenten aan dan gehuisvest kunnen worden. De huisvesting zou dan bij voorkeur op een campus bij de school moeten worden gerealiseerd.  Iets vergelijkbaars geldt voor de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten. Het bedrijf dat de arbeidsmigranten (een bemiddelingsbureau al dan niet werkgever) naar Nederland haalt voor werk, moet ook voor huisvesting van hun werknemers zorgen.

Rapport Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten en studenten in Dronten

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/285/documents/2837