6700dad1-205f-488d-9348-16c224254420.pdf
Tekst van het document
53
participatie, energiearmoede en de voortgang van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Voor deze onderwerpen worden indicatoren ontwikkeld en wordt door de samenwerkingspartners informatie verzameld. Deze zullen landen in een volgende RES en worden toegevoegd aan het monitoringsraamwerk.
54
Bijlage 1 Prik je projectenkaart
Bijlage 2. Toelichting Regioplan Wind
Pagina
56
Bijlage 3 Toelichting eenheden energie
Pagina
57
Bijlage 4. Resultaten o-meting burgerpanels (Wordt later aangeleverd)
Pagina
58
Bijlage 5.
Pagina
59
Bijlage 6 – Eerste versie monitoringsraamwerk en nulmeting RES 1.0 Peilmoment gebruikte data januari 2021.
Onderdeel 1: Elektriciteit Indicator
Eenheid
Jaar
Waarde
Bron
Toelichting
2,42
Gemiddelde jaarlijkse ontwikkeling vanaf 2010 +11%
Bekende hernieuwbare elektriciteit - wind op land
TWh
2019
Klimaatmonitor
2019
0,22
+65%
Klimaatmonitor
TWh
2019
0,14
n.b.
CBS
%
2019
44%
n.b.
Klimaatmonitor
Windenergie heeft met ruim 91% verreweg het grootste aandeel in de totale elektriciteitsproductie, en de totale elektriciteitsproductie uit wind is sinds 2010 hard gegroeid (+157%). De laatste jaren zijn verscheidene nieuwe windparken geopend, zoals Windpark Alexia in Zeewolde (2013) en Windpark Noordoostpolder (2017). Het aandeel zonnestroom – zon op dak en zonneparken – neemt vooral de laatste jaren een hoge vlucht. Alleen al tussen 2018 en 2019 groeide de hernieuwbare elektriciteit uit zonnestroom met 39% naar 0,22 TWh. Dit cijfer geeft de hernieuwbare elektriciteitsproductie van zonne-installaties boven de 15 kWp weer. 0,14 TWh van de bovengenoemde 0,22 TWh komt dus voort uit installaties met een vermogen boven 15 kWp. Met de genoemde productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie en zon > 15 kWp, wordt in Flevoland in 2019 44% van het bod van 5,81 TWh geproduceerd.
Bekende hernieuwbare elektriciteit -zonnestroom
TWh
Bekende hernieuwbare elektriciteit - zonnestroom > 15 kWp Voortgang realisatie RES-bod elektriciteit (4,76 TWh)
Jaar
Waarde
Bron
Toelichting
Klimaatmonitor Klimaatmonitor Klimaatmonitor CBS
Woningen zijn in Flevoland goed voor zo’n 21% van het totale verbruik. Gemiddeld genomen is er in de periode sinds 2010-2018 sprake van een gestage daling van het totale energieverbruik door woningen. Dalend gasgebruik is hier een onderdeel van. Het totale elektriciteitsgebruik van Flevolandse woningen daalde in 2018, net als de jaren ervoor, gestaag. Gebruik van stadswarmte steeg licht sinds 2010. Het percentage woningen dat aangesloten is op stadsverwarming is in diezelfde relatief constant in Flevoland. Het dalende totale energieverbruik in de gebouwde omgeving valt samen met een flinke groei van de woningvoorraad in de afgelopen periode. Van 2010 tot 2020 zijn er 20.000 woningen bijgekomen in de provincie, een totale groei van zo’n 14%.
Onderdeel 2: Gebouwde omgeving Indicator Eenheid Gasgebruik woningen (temperatuur-gecorrigeerd)
TWh
2019
1,22
Gemiddelde jaarlijkse ontwikkeling vanaf 2010 -0,3%
Elektriciteitsgebruik woningen Stadswarmte woningen (temperatuur-gecorrigeerd) Woningvoorraad per 1/1
TWh
2019
0,48
-1,1%
TWh
2019
0,56
+0,1%
Aantal
2020
172.227
+1,3%
Pagina
60
Benadering warmtegebruik bedrijven en instellingen
TWh
2018
2,23
+1,5%
Klimaatmonitor
Elektriciteitsgebruik bedrijven en instellingen Bekende hernieuwbare warmte
TWh
2018
1,40
+0,2%
TWh
2018
0,32
+28,3%
Klimaatmonitor Klimaatmonitor
Onderdeel 3: Uitstoot van broeikasgassen naar lucht, volgens methodiek Klimaatakkoord (bronbenadering) Indicator Eenheid Jaar Bron Klimaattafel Bekende uitstoot van broeikasgassen per Klimaattafel in Flevoland
Mton CO2equivalenten volgens IPCC-AR5
2018
Emissieregistratie (bewerking RES Flevoland)
Ongeveer 35% van het totale energieverbruik in Flevoland komt voort uit energieverbruik van bedrijven en instellingen. Sinds 2014 neemt het energieverbruik toe. Dit werd vooral veroorzaakt door toenemend gebruik van gas. Het elektriciteitsgebruik door bedrijven en instellingen is sinds 2010 relatief stabiel: jaarlijks schommelt het gebruik licht. Hernieuwbare warmte omvat zo’n 10% van de totale hernieuwbare energieproductie in Flevoland. De belangrijkste bronnen van hernieuwbare warmte zijn bodemenergie (aardwarmte en WKOsystemen) en biomassa.
Waarde
Totaal Klimaattafels Elektriciteit
3,86
Trend sinds 1990 +34%
1,30
+9%
Gebouwde omgeving
0,42
+15%
Industrie
0,28
-47%
Landbouw en landgebruik
0,74
+6%
Pagina
61
Toelichting Betreft alle broeikasgassen die toegerekend worden aan Klimaattafels (97% van de Flevolandse uitstoot). In deze categorie worden emissies veroorzaakt door elektriciteitscentrales meegenomen. De uitstoot is toegenomen sinds 1990. De emissies van de voormalige Flevocentrale en de huidige Maximacentrale spelen hier de belangrijkste rol. De belangrijkste oorzaken van broeikasgasemissies in de gebouwde omgeving zijn energieverbruik (met name gas) van huishoudens en van bedrijven. Eerstgenoemde is redelijk stabiel en licht gedaald sinds 1990, laatstgenoemde is gestegen. Elektriciteitsgebruik door huishoudens en bedrijven levert lokaal geen emissies op. Dit wordt in de bronbenadering dus niet toegerekend aan de gebouwde omgeving. Industrie heeft een relatief klein aandeel in de totale uitstoot van Flevoland. De grote daling is grotendeels te verklaren door het sluiten van of het plaatsen van bovenafdichtingen bij stortplaatsen, waardoor methaanemissies sterk zijn gereduceerd sinds 1990. Doordat geen cijfers bekend zijn voor sommige emissies in 1990, is op basis van landelijke ontwikkelingen een bijschatting gedaan bij deze categorie. Energieverbruik in de landbouw (CO2) en methaanemissies door rundvee zijn de belangrijkste bronnen van broeikasgassen. Eerstgenoemde is sterk toegenomen sinds 1990.
Mobiliteit
1,12
+55%
Dit raamwerk wordt periodiek aangevuld en aangepast naar aanleiding van: Actualisering van gebruikte data; De oplevering van landelijke producten en afspraken voor monitoring van de RES-en; en Aanvullende informatieverzameling door de RES-regio zelf
Pagina
62
De uitstoot in verkeer en vervoer neemt sinds 1990 gestaag toe. Dit is bijna volledig te verklaren door toegenomen CO2-uitstoot door uitlaatgassen van wegverkeer.