6700dad1-205f-488d-9348-16c224254420.pdf
Tekst van het document
opdrachtgever
RES Flevoland
project
RES 1.0
omvang
17.700 woorden
status
zesde versie
datum
31 maart 2021
Energie met beleid RES 1.0 Flevoland
Voorwoord Onze nieuwe woonwijken hebben geen gasnet. De energierekeningen zijn lager. Dankzij slimme mobiliteitsconcepten reizen we CO2-vrij. Economisch, maatschappelijk en fysiek staan we er beter voor dan ooit, terwijl ons landschap aantrekkelijk is gebleven om te wonen en te recreëren. Wie betrokken is geweest bij onze concept-RES komt deze tekst wellicht bekend voor. Daarin schetsten we een droombeeld voor 2050. En we weten het allemaal: tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. Gezien de maatschappelijke urgentie is het onze taak om vast te houden aan ons ideaal en de obstakels uit de weg te ruimen die de verwezenlijking van onze ambitie verhinderen. We kunnen niet wachten tot het moment dat het water ons aan de lippen staat. Deze RES 1.0 is een goede stap in de richting om ons doel te realiseren. En het goede nieuws is: het blijft niet bij die ene stap, want na de RES 1.0 komt er elke twee jaar een nieuwe RES. Gaan we het halen? Ons doel voor 2030? En nog verder weg kijkend: is onze energievoorziening in 2050 zo goed als vrij van broeikasgassen? Wie iets over de toekomst wil zeggen, doet er verstandig aan eerst naar het verleden te kijken. Dat stemt mij optimistisch.
Want al vóórdat het begrip RES bestond, werkten overheden, maatschappelijke organisaties en inwoners in Flevoland al eendrachtig aan de juiste kaders om windenergie mogelijk te maken. Hierdoor kwam een groot aantal projecten van de grond, waardoor we nu al voor een deel op een duurzame manier in onze energiebehoefte voorzien. Van die voortvarendheid plukken we nu de vruchten: de RES 1.0 is als het ware een canon van bestaand beleid: we voeren uit wat eerder bestuurlijk en democratisch is besloten door de provincie, de gemeenten en het waterschap. En dat leidt tot een prachtig bod voor Nederland: 5,81 TWh, als bijdrage aan de opgave om in Nederland 35 TWh aan duurzame energie op te wekken in 2030.
1
Maar dat is geen reden om achterover te leunen. Er moet nog veel werk verzet worden om in de praktijk te verzilveren wat we met elkaar hebben afgesproken. We gaan onze doelen alleen halen als inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers en masse achter de energietransitie staan. Daar is meer voor nodig dan het wat vrijblijvend klinkende begrip ‘betrokkenheid’; het vraagt om daadwerkelijke participatie. In het maken van plannen, het opzetten en uitvoeren van projecten, en de financiering ervan. Zorgen voor draagvlak behoort tot de belangrijkste randvoorwaarden om de energietransitie te laten slagen, samen de zorgvuldige landschappelijke inpassing van projecten en het gereedmaken van onze elektriciteitsnetten. Kortom, als we vast weten te houden aan onze dromen én moedig en realistisch de uitdagingen aangaan die we onderweg tegenkomen, gaan we onze doelen halen. Met onze RES 1.0 zetten we een mooie, eerste stap. En daar mogen we trots op zijn. Jop Fackeldey Lid van Gedeputeerde Staten voor de provincie Flevoland en voorzitter van de Stuurgroep RES Flevoland [kader] Leeswijzer De RES 1.0 van Flevoland is een actualisering van de concept-RES. Niets meer en niets minder. De RES beschrijft wat we al in uitvoering hebben (hoofdstuk 2) en wat we daarop aanvullend gaan doen (hoofdstuk 3).
Deze twee hoofdstukken vormen samen ons bod: het betreft de uitvoering van bestaand beleid. Hoofdstuk 4 beschrijft wat we daarbovenop gaan verkennen, vooral met het oog op de toekomst ná 2030. In hoofdstuk 5 leest u hoe we onze governance hebben georganiseerd: hoe steekt de organisatie in elkaar en hoe is de democratische besluitvorming geborgd? Wie onze concept-RES kent, zal dus veel bekend voorkomen. Onze bouwstenen (werkgroepen) zijn verder gegaan met het uitwerken van thema’s. Tal van zaken worden steeds concreter. Er zijn nieuwe onderzoeken beschikbaar gekomen. En we krijgen steeds meer zicht op de energietransitie in Flevoland. Beleidsmatig is er echter geen nieuws onder de zon.
2
Samenvatting van het Flevolandse bod RES 1.0 Waar doen we het voor? Het is twee voor twaalf: door menselijk toedoen warmt de aarde steeds sneller op. Als we niet snel ingrijpen, wordt onze planeet onbewoonbaar voor mensen en dieren. Die snelle opwarming wordt veroorzaakt door menselijk handelen: de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) door het verbranden van aardolie, aardgas en steenkool en door de uitstoot van methaan (CH4), onder andere als gevolg van onze grote veestapel. De gevolgen: stijgende temperaturen, een rijzende zeespiegel en een veel grilliger weerpatroon (meer stormen en orkanen). In het Akkoord van Parijs (2015) hebben landen afgesproken om maatregelen te nemen die moeten voorkomen dat de temperatuur eind van deze eeuw meer dan twee graden stijgt. In ons land kwam als uitvloeisel daarvan het Nederlandse Klimaatakkoord tot stand, dat zo’n honderd partijen in 2019 sloten. Nederland en Europa zijn dus op weg naar een CO2-arme energievoorziening in 2050. Met 2030 als belangrijke tussenstap. Dan moet de uitstoot van broeikasgassen met 49 procent zijn afgenomen ten opzichte van 1990. Het gaat hierbij om het reduceren van de uitstoot van alle broeikasgassen waarvan CO2 de grootste is1. Daarom besparen we op energie, schakelen we over op schone, hernieuwbare energie en duurzame warmte. Binnen dit kader werkt Flevoland aan haar regionale energiestrategie (RES).
Wat vooraf ging In het najaar van 2019 hebben de gemeenteraden, het algemeen bestuur van het waterschap en de staten van Flevoland kennis genomen van de Startnotitie RES of ermee ingestemd. Hierin is vastgelegd dat de RES 1.0 van Flevoland bestaat uit bestaand beleid voor wind en zon. Ook bevat de startnotitie afspraken over de samenwerking. Zo is het bestaande netwerk Flevolandse Energieagenda (FEA) opgenomen in de organisatie van de RES Flevoland. Hierdoor kunnen overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties de RES gezamenlijk vormgeven. En dat is ook gebeurd. Vanuit deze samenwerking kwam in de zomer van 2020 de concept-RES tot stand, en nu tot de RES 1.0. Organisatie In de samenwerkingsstructuur van de RES Flevoland nemen bouwsteengroepen een belangrijke plek in. Deze groepen verenigen veel relevante Flevolandse partijen. Zij buigen zich over de verdere ontwikkeling van duurzame opwek, het verduurzamen van warmte, energiebesparing en energieopslag. Daarnaast kent de RES Flevoland een Adviesraad. Hierin hebben bestuurders van uiteenlopende maatschappelijke
1 Voor de leesbaarheid van dit document spreken we voortaan over CO -reductie. Hiermee bedoelen we de reductie van 2
alle broeikasgassen.
3
organisaties zitting. Deze raad adviseert de portefeuillehouders van de gemeenten, provincie en het Waterschap (via het portefeuillehoudersoverleg, kortweg PFO) over de voorstellen van de bouwsteengroepen. In hoofdstuk 5.1, RES Flevoland: maatschappelijke en bestuurlijke samenwerking gaan we nader in op de governance van de RES Flevoland. Het bod van RES Flevoland De RES 1.0 van Flevoland is – net als de concept-RES – gebaseerd op het bestaande beleid: de RES 1.0 gaat over de uitvoering van beleid om hernieuwbare energie op te wekken waarover besluitvorming al heeft plaatsgevonden bij de provincie, de gemeenten en het waterschap. Veel projecten zijn binnen dit kader al uitgevoerd of volop in uitvoering. Alles bij elkaar gaan we ervan uit dat dit resulteert in een productie van 5,81 TWh in 2030. Dat is onze bijdrage aan de landelijke opgave om in 2030 35 TWh duurzame energie op te wekken. Waarom is het bod hoger dan in de concept-RES? In absolute zin is ons bod hoger dan in de concept-RES (4,76 TWh). Dat heeft twee oorzaken: het hanteren van een andere rekenmethodiek en het meetellen van zonprojecten die eerder buiten beschouwing bleven. Op beide geven we een korte toelichting. Andere rekenmethodiek Voor de concept-RES hebben we zelf een inschatting gemaakt van de elektriciteitsproductie met zon en wind.
Die productie wordt bepaald door het vermogen te vermenigvuldigen met het aantal productieuren: het aantal uren waarop er zon is dan wel wind. Het Planbureau voor de Leefomgeving signaleerde dat de biedingen van de verschillende regio’s niet goed vergelijkbaar zijn doordat regio’s zich op andere gegevens baseren bij het maken van hun berekening. Om uniformiteit te bereiken, publiceerde het PBL daarom een systematiek met de oproep aan de RES-regio’s om voortaan deze te gebruiken. Deze systematiek gaat uit van een hoger aantal vollasturen voor wind en zon. Kortom: we veronderstellen dat nieuwe windturbines en zonnepanelen meer elektriciteit opwekken dan we aanvankelijk dachten. De PBL-systematiek is sterk onderbouwd, maar onzekerheid is er altijd: pas als projecten zijn gerealiseerd, weten we wat de elektriciteitsproductie werkelijk is. Wellicht dat ons bod hierdoor in de toekomst opnieuw anders uitpakt. Andere scope voor zonprojecten In de concept-RES gingen we uit van 1.000 hectare zon op land buiten stedelijk gebied, op basis van de Structuurvisie Zon. In de RES 1.0 tellen we ook bestaande en vergunde zonneprojecten mee in stedelijk gebied (op dak en op land). Naast projecten die al zijn gerealiseerd, gaat het hier om de Solarcarport
4
Biddinghuizen en twee vergunde zonneparken in Lelystad. Bij de opstelling van de concept RES was dit onvoldoende in beeld. Duurzame opwek
Wind: 4,64 TWh Het Provinciale Omgevingsprogramma stelt de kaders voor het windbeleid in Flevoland. Voor het grootste deel is dit beleid gebiedsgericht uitgewerkt in het Regioplan Wind. Het Regioplan voor windenergie loopt tot 2030. In dit RES-bod 1.0 hebben we de mogelijkheden uit het Regioplan Wind rechtstreeks opgenomen, omdat hierin de toekomstige locaties voor windenergie concreet zijn uitgewerkt. Na uitvoering van het volledige Regioplan Wind is er in de RES-regio Flevoland naar schatting 1.750 MW opgesteld vermogen (de bestaande windparken die buiten het regioplan vallen meegerekend; zie ook Bijlage 2 voor een toelichting bij het Regioplan Wind). Deze 1.750 MW levert naar schatting 4,64 TWh aan hernieuwbare elektriciteit (zie ook Bijlage 3).
Zon: 1,17 TWh Flevoland kent met de provinciale Structuurvisie Zon een regeling op hoofdlijnen die 1.000 hectare aan zonneparken in het landelijk gebied mogelijk maakt. De Flevolandse gemeenten werken deze beleidsruimte uit in concrete beleidsvisies. Een aantal gemeenten heeft deze al gereed. Bij volledige benutting van de 1.000 hectare uit de Structuurvisie Zon realiseren we 1.000 MW opgesteld vermogen in het landelijk gebied. Deze 1.000 MW levert nu naar schatting 0,95 TWh aan hernieuwbare elektriciteit. De 1.000 hectare voor zonneparken is verdeeld in twee tranches van 500 hectare. Na evaluatie van de eerste 500 hectare besluiten Provinciale Staten over de condities waaronder de ontwikkelruimte voor de tweede 500 hectare kan worden opengesteld. De evaluatie (2021) richt zich vooral op de beschikbare netcapaciteit, het gebruik van landbouwgronden, op landschap en proces- en financiële participatie. In het RES-proces telt niet alleen de opwek door zonneparken binnen de begrenzing van de Structuurvisie Zon. Zon in het stedelijk gebied, zon in het landelijk gebied maar binnenplans vergund, zon op carports, op water en grootschalige installaties op daken maken eveneens deel uit van het bod. Alle projecten die bekend zijn komen bij elkaar uit op een totaal van 0,08 TWh.
Voor zon op dak is dit ook in beeld gebracht, dit levert 0,14 TWh op.2 Hiermee komt het onderdeel zon in het RES bod te liggen op 1,17 TWh.
2 Dit zijn bestaande zonneparken in het stedelijk gebied, of zonneparken in het landelijk gebied die binnenplans zijn
vergund of zijn vergund vóórdat de Structuurvisie Zon in werking trad.
5
Impact op het elektriciteitsnetwerk De grootschalige opwek van wind- en zonne-energie heeft grote impact op het elektriciteitsnetwerk. Op de korte termijn leidt de uitvoering van het Regioplan Wind niet tot capaciteitsproblemen. Hetzelfde geldt voor de eerste tranche van 500 hectare zon op land. Op de middellange termijn kunnen wel problemen ontstaan, als de plannen voor Windplan West in Lelystad zijn uitgevoerd en er nog eens 500 hectare zon op land bij komt. Het advies van de bouwsteen Infrastructuur is om het oplossen van deze knelpunten zoveel mogelijk te koppelen aan de uitvoering van de investeringsplannen van de netbeheerders, rekening houdend met planologische overwegingen en participatie door omwonenden. Daarnaast zijn we inmiddels ook begonnen met het inzichtelijk maken van de toekomstige ontwikkelingen in Flevoland en de ruimtelijke potentie hiervoor op de lange termijn. Op die manier voorkomen we dat zich in de toekomst opnieuw problemen met de netten voordoen. Energiebesparing Energie besparen is niet alleen goed voor het klimaat, het loont ook financieel, zowel voor woonconsumenten als bedrijven. Het is de eerste stap van de energietransitie. Door de krachten te bundelen in de RES, kunnen we daarin nog veel bereiken. Vanuit die invalshoek stimuleren we bij zowel bedrijven als particuliere eigenaren tot energiebesparing.
Bedrijven en instellingen Het energieverbruik van bedrijven en instellingen in Flevoland bedroeg in 2018 3,63 TWh ofwel 35 procent van het totale energieverbruik van Flevoland (zie ook hoofdstuk 1.5 Staat van Flevoland). Bedrijven en instellingen in Flevoland stoten bij elkaar bijna 1,1 miljoen ton CO2 per jaar uit als gevolg van energieverbruik. In de RES 1.0 zetten we bedrijven ertoe aan zich te houden aan de geldende wet- en regelgeving. Dat moet ertoe leiden dat zij de energiebesparingsmaatregelen nemen waartoe ze verplicht zijn: de maatregelen die zich in vijf jaar terugverdienen en die op de zogeheten EML staan (Erkende Maatregelenlijsten voor Energiebesparing). In latere RES’en richten we ons sterker op CO2-reductie. Van de 5.100 bedrijven in Flevoland hebben er 4.000 nog niet voldaan aan de meldingsplicht. Van deze bedrijven weten we dus niet of ze aan hun verplichting om te investeren in energiebesparing voldoen. Stimuleren, ondersteunen en als sluitstuk handhaving levert waarschijnlijk veel winst op. Woningen In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle woningen in 2050 CO2-neutraal zijn. Daarnaast moeten woningen van het aardgas af3. Alle 166.000 woningen in Flevoland bij elkaar gebruikten in 2019 2,25
3 Warmtegebruik bevat een aandeel aardgas, maar ook stadswarmte en houtkachels.
6
TWh aan energie. Het grootste deel hiervan, 1,78 TWh, was warmtegebruik (uit aardgas en stadswarmte). Het verduurzamen van de warmtevoorziening is een vraagstuk waarover gemeenten primair de regie hebben, via het opstellen van Transitievisie Warmte (TVW’s) (zie ook hoofdstuk 3.3.2). Maatregelen om te besparen op energie hangen deels samen met de keuzes die in deze TVW’s worden gemaakt. Dat betekent niet dat we nu moeten stilzitten. Particuliere eigenaren en verhuurders kunnen tal van maatregelen nu wel al nemen. Om hen daartoe te stimuleren, kennen we in Flevoland een aantal initiatieven, zoals energiecoaches, energieloketten, collectieve inkoopacties, wijkgerichte informatieavonden en publiekscampagnes Warmte Warmtetransitie in de gebouwde omgeving De regionale visie op de gebouwde omgeving beschrijft aandachtspunten en oplossingsrichtingen voor de gemeentelijke transitievisies warmte. Het is de kapstok waaraan gemeenten hun transitievisies kunnen ophangen.
In Flevoland is het uitgangspunt dat we hernieuwbare warmte lokaal benutten.
Transport van hernieuwbare warmte beperken we tot een minimum.
Er komt geen verdeling van warmte(bronnen) binnen de regio of tussen gemeenten.
Er komen aandachtspunten voor warmtenetten, onder andere over toegang, eigenaarschap, financiering en afname. Deze punten zijn in ontwikkeling en krijgen een plek in een latere RES.
Warmtebronnen De Flevolandse warmtekaart is in ontwikkeling en geeft (op termijn) inzicht in de vraag, het aanbod en het transport van warmte. De regio verwacht dat aquathermie en aardwarmte belangrijke onderdelen kunnen worden van de warmtetransitie. Biomassa vormt op dit moment al onderdeel van de energiemix. Gezien de actuele ontwikkelingen zijn we terughoudend met nieuwe inzet van biomassa; we volgen de landelijke ontwikkelingen. Randvoorwaarden We kunnen de RES alleen uitvoeren als Flevolanders kunnen meedenken en meepraten over het beleid, er tijdig en voldoende capaciteit is op het energienet, betaalbaarheid in het oog wordt gehouden (voorkomen van energiearmoede), er voldoende gekwalificeerd personeel is en nieuwe installaties veilig zijn in aanleg en gebruik. Bij het opstellen van nieuw ruimtelijk beleid en bij de uitwerking van projecten zijn de algemene regels van ruimtelijke ordening van toepassing. Hieronder valt een zorgvuldige inpassing, met aandacht voor zaken als natuur, milieu en ecologie.
7
Participatie We realiseren ons dat draagvlak en participatie voorwaarden zijn voor het succesvol uitvoeren van de energietransitie. In deze concept-RES is de basis gelegd voor een Flevolandse aanpak, die de komende periode verder wordt uitgewerkt. Omdat deze concept-RES en de RES 1.0 uitgaan van bestaand beleid, waarvoor al participatie is georganiseerd, ligt het accent nu op communicatie. Betaalbaarheid Woonlastenneutraliteit is voor ons een randvoorwaarde: we onderzoeken hoe we de betaalbaarheid van de energietransitie voor inwoners en bedrijven kunnen borgen. Dit doen we samen met de landelijke Participatiecoalitie. Ruimtelijke potentie Naast het bestaande beleid en het ontwikkelen van beleid op besparing en warmtetransitie, verkennen we ook welke potentie wij nog meer zien in onze regio. In deze fase van het Klimaatakkoord kijken we vooral naar nieuwe kansen voor grootschalige opwek via wind en zon. De regio voelt echter heel sterk dat een grotere bijdrage van Flevoland aan de Nederlandse opgave dan de ook voordeel voor de regio moet opleveren. Grondposities vertegenwoordigen immers een economische waarde en economisch potentieel. De uitkomsten van deze verkenning komen in een volgende RES aan bod . Opslag, waterstof en innovatie De energiehuishouding van Flevoland kent grote schommelingen.
Opslag van energie kan ingezet worden als flexibiliteitsmiddel en zo dienen als alternatief voor netverzwaring. Opslag kan in batterijen of in waterstof. We onderzoeken beide mogelijkheden. Met opslag in batterijen lopen inmiddels projecten. Daarnaast kan waterstof ook voor ander toepassingen worden ingezet, bijvoorbeeld als alternatieve brandstof in de logistieke sector of procesindustrie. Deze en andere innovatieve ontwikkelingen in en buiten Flevoland worden nauwlettend gevolgd.
8
Inhoud 1 Inleiding 1.1 Klimaatakkoord 1.2 Op weg naar een RES 1.3 Actuele landelijke ontwikkelingen 1.4 RES Flevoland 1.4.1 Vertrekpunt: bestaand beleid 1.4.2 Uitgangspunten RES Flevoland 1.4.3 Samenwerking, borging en governance RES 1.5 Staat van Flevoland 1.6 Een staalkaart van Flevolandse projecten 2 Wat doen we? 2.1 Windenergie 2.2 Zon-PV 2.3 Wat is er nodig? 2.3.1 Netinfrastructuur Flevoland 2.3.2 (Elektriciteits)opslag 2.3.3 Maatschappelijk draagvlak en participatie 3 Wat gaan we doen? 3.1 Energiebesparing 3.1.1 Bedrijven en instellingen 3.1.2 Woningen 3.2 Warmtetransitie 3.2.1 Regionale Structuur Warmte 3.2.2 Warmtekaart Flevoland 3.2.3 Biomassa 3.2.4 Aardwarmte 3.2.5 Bodemenergiesystemen 3.2.6 Aquathermie 3.3 Opwek zonne-energie 3.3.1 Zonneparken in stedelijk gebied 3.3.2. Kleinschalig zon-PV 3.3.3 Grootschalige zon-PV 3.4 Windenergie 3.5 Kernenergie 3.6 Wat is er nodig? 3.6.1 Human Capital en sectortafel regio Zwolle 3.6.2 Betaalbaarheid 4 Wat kunnen we nog meer doen? 4.1 Potentie 4.1.1 Onderzoek ruimtelijke potentie
9
4.2 Windenergie 4.3 Grootschalige Zon-PV 4.3.1 Zonneparken op water 4.4 Innovaties en ontwikkelingen 4.4.1 Opslag 4.4.2 Waterstof 5 Hoe gaan we het doen? 5.1 RES Flevoland: maatschappelijke en bestuurlijke samenwerking 5.2 Democratische borging 5.3 Organisatie RES Flevoland 5.4 Monitoring
10
1 Inleiding Het is twee voor twaalf: door menselijk toedoen warmt de aarde steeds sneller op. Als we niet snel ingrijpen, wordt onze planeet onbewoonbaar voor mensen en dieren. Die snelle opwarming wordt veroorzaakt door menselijk handelen: de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) door het verbranden van aardolie, aardgas en steenkool en van andere broeikasgassen zoals methaan (CH4) en lachgas, onder andere als gevolg van onze grote veestapel. De gevolgen: stijgende temperaturen, een rijzende zeespiegel en een veel grilliger weerpatroon (meet stormen en orkanen). In het Akkoord van Parijs (2015) hebben landen afgesproken om maatregelen te nemen die moeten voorkomen dat de temperatuur eind van deze eeuw meer dan twee graden stijgt. In ons land kwam als uitvloeisel daarvan het Nederlandse Klimaatakkoord tot stand, dat zo’n honderd partijen in 2019 sloten. Nederland en Europa zijn op weg naar een CO2-arme energievoorziening in 2050. Met 2030 als belangrijke tussenstap. Dan moet de uitstoot van broeikasgassen met 49 procent zijn afgenomen ten opzichte van 1990. Het gaat hierbij om het reduceren van de uitstoot van alle broeikasgassen waarvan CO2 de grootste is4. Daarom besparen we op energie, schakelen we over op schone, hernieuwbare energie en duurzame warmte.
Dit hoofdstuk schetst een beeld van deze opgave en de rol die Flevoland hierin via de regionale energiestrategie (RES) speelt. In de energietransitie heeft Flevoland een voorsprong op de rest van Nederland. Gemiddeld genomen zijn de huizen nieuwer en daarmee beter geïsoleerd. Er is weinig zware industrie die veel energie nodig heeft. En we waren er in Flevoland vroeg bij met het opwekken van duurzame energie. Denk aan de windturbines die zo kenmerkend zijn voor ons landschap. Dat alles neemt niet weg dat ook Flevoland flinke stappen moet zetten. Er zijn nog genoeg woningen die beter geïsoleerd kunnen worden. Productieprocessen kunnen vaak nog zuiniger. Soms hebben we in ons streven naar voortuitgang last van de wet van de remmende voorspong: doordat onze huizen de warmte al redelijk goed binnenhouden, zijn de comfortverbetering en de besparingen bij verduurzaming kleiner. Dat maakt de financiering lastiger: de ingrepen kosten net zoveel als bij woningen met een veel slechtere energieprestatie, de terugverdientijd is aanmerkelijk langer. De energietransitie gaat gepaard met veel veranderingen. Er komen zonneparken en efficiëntere windturbines die meer opwekken. Onze woningen gaan we verwarmen met restwarmte of misschien wel met groen gas of elektriciteit. Hoe dan ook: inwoners en bedrijven gaan de gevolgen ervaren van de verduurzaming van de energievoorziening.
Dat zal niet altijd eenvoudig zijn, maar is noodzakelijk.
4 Voor de leesbaarheid van dit document spreken we over CO -reductie. Hiermee bedoelen we de reductie van alle 2
broeikasgassen.
11
Bovendien komen er op verschillende terreinen nieuwe kansen. Flevolanders kunnen financieel participeren in duurzame energieprojecten en er ontstaat nieuwe werkgelegenheid. De ontwikkelingen stoppen niet en Flevolanders hebben al bewezen initiatieven op te pakken en zullen dit ook blijven doen. 1.1 Klimaatakkoord In Nederland zijn de afspraken van Parijs uit 2015 uitgangspunt voor het Klimaatakkoord. Ook Nederland streeft naar 49 procent uitstootreductie van broeikasgassen in 2030 en 95 procent in 2050 (beide met als referentiejaar 1990). Het overzicht laat per sector zien hoe de uitstoot wordt verminderd. Opbouw Klimaatakkoord
Klimaatakkoord Meer dan 100 partijen verlagen de-uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49 procent in 2030 ten opzichte van 1990.
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we toewerken naar CO2-reductie door verschillende ‘tafels’, zie de afbeelding. Voor de tafels Elektriciteit en Gebouwde omgeving is hieruit een opgave van 35 TWh gekomen. De energieregio’s moeten minimaal deze hoeveelheid elektriciteit opwekken in 2030. Naast de landelijke opgave via de RES’en wordt op zee een grote opgave van 49 TWh gepland door middel van grootschalige windprojecten. Dit levert een substantiële bijdrage aan het behalen van de Nederlandse CO2- reductiedoelstellingen De regionale energiestrategie laat zien hoe de regio vorm geeft aan de energietransitie op weg naar 2030 en daarna. De RES beschrijft hoe en wanneer de regio haar doelen realiseert. Daarnaast is de RES een instrument om de energietransitie ruimtelijk in te passen mét maatschappelijke betrokkenheid. Tot slot is de RES een vehikel voor de langjarige samenwerking tussen regionale partijen.
12
1.2 Op weg naar een RES Langs verschillende wegen werken we aan een duurzame energievoorziening. We besparen op energie, zo beperken we onze energievraag. En we schakelen over op duurzame energiebronnen. Dat laatste betekent dat we afscheid nemen van aardgas en onze elektriciteit hernieuwbaar opwekken. Dat houdt in dat we het warmtesysteem in de gebouwde omgeving verduurzamen. Daarover gaat deze warmtetransitie die verder uitgewerkt wordt door de gemeenten in opgenomen wordt in de RES 2.0. In het verlengde van het Klimaatakkoord maken regio’s in Nederland plannen en afspraken over de verduurzaming van de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving en de duurzame opwekking van elektriciteit. En hoe dat gebeurt (welke processen daarvoor nodig zijn). Deze keuze is gemaakt omdat regio’s sterk verschillen in de vraag naar energie en de mogelijkheden die er zijn om de energievoorziening te verduurzamen. De afspraken over deze regionale aanpak kwam tot stand in overleg tussen het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen, samen met bedrijven, maatschappelijke partijen en belangenorganisaties. Zij besloten dat de zogeheten sectortafels Gebouwde Omgeving en Elektriciteit worden uitgewerkt in een zogenaamde ‘regionale energiestrategie’ (RES). Niet alleen omdat zo regionaal maatwerk ontstaat, maar ook omdat de strategie dan echt van de regio wordt.
Iedereen die bij de verduurzamingsopgave is betrokken realiseert zich dat participatie en het verwerven van draagvlak essentieel zijn om de energietransitie te laten slagen. Flevoland is één van de dertig regio’s die een RES opstelt. De RES geeft inzicht in:
de mogelijkheden voor regionale opwek en besparing;
de vertaling van deze mogelijkheden in concrete plekken, projecten en planningen;
de afstemming over warmtebronnen;
de gevolgen van de strategie voor de energie-infrastructuur;
de projecten en plannen die al gerealiseerd zijn;
de samenwerking tussen overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties, en de participatie van de inwoners om dit alles te bereiken.
Elke RES geeft aan hoeveel duurzame opwek van elektriciteit de regio gaat realiseren, als bijdrage aan de landelijke opgave die gesteld is op minimaal 35 TWh in 2030. Deze bijdrage noemen we ‘het bod’. Vóór 1 oktober 2020 moesten alle regio’s hun concept-RES gereed hebben. De concept-RES van Flevoland verscheen 7 september 2020. Het Planbureau voor de Leefomgeving toetste de concept-RES’en aan de landelijke klimaatopgave. Bovendien werden ze ‘geschakeld’ met de nationale opgave.
13
De vaststelling van de definitieve RES 1.0 vindt plaats in 2021. Daarna start de uitvoering. Provincies en gemeenten leggen de ruimtelijke opgave vast in provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies en plannen. Waterschappen vertalen de RES-uitkomsten in hun beleid. Het streven is dat de RES 1.0 binnen een jaar na vaststelling is verankerd in vastgesteld omgevingsbeleid, maar uiterlijk in 2025. Flevoland heeft wat dat betreft een voorspong op andere RES’en: wij zijn uitgegaan van staand beleid, wat al verankerd is in omgevingsbeleid. Veel projecten zijn al in uitvoering. In de toekomst maakt het aanpassen van de RES (2.0 en verder) deel uit van de cyclus van het actualiseren van het omgevingsbeleid. Hierin kan dan besloten worden om ruimte te geven aan nieuwe, nu nog niet bekende initiatieven. [afbeelden: tijdpad Klimaatakkoord en RES;]
1.3 Actuele landelijke ontwikkelingen Bij het opstellen van de RES baseren we ons mede op actuele inzichten van gezaghebbende instanties die regelmatig publiceren over de energietransitie en het verduurzamingsvraagstuk. Denk aan de jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning van het Planbureau voor de Leefomgeving, de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat, informatie vanuit de Raad van State en de regering, instanties zoals het College van Rijksadviseurs en de Nederlandse Emissieautoriteit. 1.4 RES Flevoland In Flevoland zijn we al langere tijd bezig met verduurzaming. Dit is als positieve uitgangsituatie omschreven in de Startnotitie RES Flevoland. In de Concept-RES Flevoland is dit als bod opgenomen welke met deze RES 1.0 is geactualiseerd. Hierna geven we de hoofdpunten van de startnotitie RES kort weer. 1.4.1 Vertrekpunt: bestaand beleid Bij het ontwikkelen van de RES gaan we uit van staand beleid: alles wat we bestuurlijk al hebben afgesproken en nu in projecten vorm heeft gekregen. Daarnaast beschrijven we projecten die nog opgestart moeten worden binnen de huidige beleidsruimte, maar die regionale afstemming vergen en vragen om initiatieven van bedrijven en andere partijen (coöperaties, maatschappelijke organisaties). Tot slot hebben we als regio ambities en wensen die nog niet zijn vertaald in beleid.
Hiermee agenderen we onderwerpen die in volgende RES’en aandacht verdienen. Met de Flevolandse Energieagenda (FEA) kende de regio een netwerk waarin betrokken partijen elkaar weten te vinden en inspireren. Dit netwerk is opgenomen in de structuur waarin de RES Flevoland tot stand komt.
14
De RES Flevoland bouwt voort op wat er in Flevoland al is. En dat is heel veel. In 2019 wekten we volgens het CBS zo’n 2,57 TWh op uit wind op land en zon (>15 kWp). Dat is ruim 7 procent van de landelijke opgave van 35 TWh. Daarnaast stelde de provincie een Regioplan Wind en een Structuurvisie Zon vast. Met de uitvoering van de plannen voor wind en zon vóór 2030 realiseren we ruimschoots wat we in de concept-RES als doel hadden: een bijdrage van 13,5 procent aan de landelijke opgave (voor een toelichting bij gebruikte energie-eenheden, zie Bijlage 3). 1.4.2 Uitgangspunten RES Flevoland De startnotitie kent de volgende uitgangspunten voor de RES 1.0:
Het bod bestaat voor het energieproducerend deel primair uit bestaand (ruimtelijk) beleid.
De opgaven voor mobiliteit (Regionaal Mobiliteitsplan), industrie en agrarisch maken vooralsnog geen deel uit van de strategie. Het RES-bod wordt wel in samenhang met deze deelgebieden, die elders worden uitgewerkt, opgesteld5.
De regio committeert zich aan het ontwikkelen van een gezamenlijke ruimtelijke ambitie voor grootschalige opwek (wind en zon).
De ruimtelijke potentie voor de opwek van duurzame energie wordt onderzocht. Wat niet mogelijk wordt geacht, maken we expliciet in volgende RES’en.
Voor de regio is betaalbaarheid belangrijk. We kijken naar het optimale maatschappelijke rendement en nemen als uitgangspunt dat de woonlasten van de Flevolanders niet mogen stijgen door de verduurzaming van de warmte in de gebouwde omgeving.
Daarnaast gelden er uitgangspunten voor alle RES-regio’s:
Naast duurzame opwek is energiebesparing een belangrijk uitgangspunt.
Het streven is dat projecten die duurzame energie opwekken voor minstens de helft in eigendom komen van bewoners en ondernemers in het gebied, bijvoorbeeld via energiecoöperaties.
Het RES-traject kent een doorlooptijd tot 2030. Minimaal elke twee jaar vindt monitoring en actualisering plaats.
Het is belangrijk om als regio de bijdrage vorm te geven in samenhang met de eigen ambities.
De bevoegdheden en rol van de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het Waterschap blijven onveranderd. In de governance en besluitvorming van de RES Flevoland is dit geborgd.
5 Buiten het RES-bod zijn er initiatieven en projecten die in andere samenwerkingsverbanden worden voorbereid.
15
Gemeenten en de Provincie Flevoland kennen additioneel duurzaamheidsbeleid. Dit beleid is veelal gericht op energieneutraliteit6 en niet op CO2-neutraliteit. Niettemin vormt dit beleid belangrijke input voor de RES. Het waterschap kent daarentegen wel al beleid dat inzet op CO2-neutraliteit. Verder maakt de RES inzichtelijk wat de ambities en plannen zijn die er verder in de regio leven, maar die pas op langere termijn realistisch zijn. Ook ontwikkelt de RES bouwstenen waarmee inhoudelijke input geleverd wordt om te komen tot de RES. In een latere fase van het RES-proces kunnen we hiermee een bijdrage leveren aan de nationale opgave voor 2030 en 2050. In RES-verband voeren we wat dat aangaat de komende jaren een interessante discussie: Flevoland doet al heel veel. Maar wil de regio op termijn bijvoorbeeld een netto-leverancier worden voor Nederland? Om in elk geval inzicht te krijgen in wat op termijn in Flevoland nog meer mogelijk is, ontwikkelen we een catalogusmodel voor duurzame energieopwek. 1.4.3 Samenwerking, borging en governance RES Zoals eerder gezegd: voor de organisatie van de RES Flevoland bouwen we voort op het FEA-netwerk. De duurzaamheidsbestuurders van de provincie, de gemeenten en het waterschap leggen de RES aan hun eigen volksvertegenwoordigers voor. In de samenwerkingsstructuur van de RES Flevoland nemen bouwsteengroepen een belangrijke plek in.
Deze groepen verenigen veel relevante Flevolandse partijen (zie FEA.nl). Zij buigen zich over de verdere ontwikkeling van duurzame opwek, het verduurzamen van warmte, energiebesparing en energieopslag. Daarnaast kent de RES Flevoland een Adviesraad. Hierin hebben bestuurders van uiteenlopende maatschappelijke organisaties zitting. Deze raad adviseert de portefeuillehouders van de gemeenten, provincie en het Waterschap (via het portefeuillehoudersoverleg, PFO) over de voorstellen van de bouwsteengroepen. In hoofdstuk 5.1, RES Flevoland: maatschappelijke en bestuurlijke samenwerking, gaan we nader in op de governance van de RES Flevoland. De RES is een langjarig proces. Met de gekozen governance wil de RES Flevoland zorgen voor democratische en maatschappelijke borging. Het realiseren van een gedragen RES is immers alleen mogelijk als betrokkenen zich herkennen in de resultaten en een rol hebben in het proces. De RES verloopt daarbij in cycli. In elke nieuwe cyclus worden plannen verder uitgewerkt en bijgesteld; dit alles om stap voor stap te komen tot een CO2-arm Flevoland in 2050.
6 Energieneutraal betekent evenveel hernieuwbare energie opwekken als er finaal energie verbruikt wordt. Daarmee wordt
een bijdrage geleverd aan de reductie van CO2-uistoot. Maar een energieneutrale regio is nog niet per definitie CO2neutraal: met windturbines en zonnepanelen kan elektriciteit op het net gezet worden, die ‘compenseert’ het aardgasgebruik in bijvoorbeeld gebouwen. CO2-neutraliteit gaat naast het realiseren van meer hernieuwbare energie om het integraal reduceren van het fossiele energieverbruik.
16
1.5 Staat van Flevoland De grafieken tonen de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van energie in Flevoland [afbeelden: geactualiseerde grafieken zoals in concept-RES p. 19] [noot: de projectenkaart krijgt een centrale plaats in de uiteindelijke publicatie. In de tekst nemen we nog meer concrete voorbeelden van projecten op, waarbij we verwijzen naar de projectenkaart. Daarnaast is er het idee om de kaart ook interactief te maken (dat kan in een interactieve pdf of via een website). [intro bij de projectenkaart] 1.6 Een staalkaart van Flevolandse projecten Ook voor de RES kwamen in Flevoland al veel initiatieven op het gebied van duurzame energie tot stand. Zie onze staalkaart van voorbeelden; en palet aan voorbeelden7, rijp en groen. Voor een toelichting bladert u door naar Bijlage 1. [projectenkaart afbeelden; krijgt een prominente plek, het liefst in het hart van de publicatie
7 Over niet alle projecten heeft al besluitvorming plaatsgevonden; aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.
17
Werk in uitvoering
2 Wat doen we al? Flevoland heeft ambities. De uitvoering van het bestaande beleid houdt in dat we in 2030 5,81 TWh aan hernieuwbare energie produceren8. Dat is onze bijdrage aan de landelijke doelstelling (35 TWh in 2030). Wind is dan goed voor 4,64 TWh. Zonnevelden leiden tot nog eens circa 0,95 TWh. Grootschalige projecten voor zon op dak en zon op land in stedelijk gebied leveren volgens de huidige informatie 0,22 TWh in 2030. Voor de uitvoering van het beleid gelden echter wel enkele belangrijke randvoorwaarden. 2.1 Windenergie Ruim een kwart van de windenergie die Nederland op land opwekt, komt uit Flevoland. Flevoland is al lang vertrouwd met de draaiende wieken hoog in het landschap. Dit is te danken aan de ondernemersgeest van de (voornamelijk agrarische) ondernemers, en een gevolg van het open landschap aan het open water (met veel wind). Het huidige beleid (2016) voor windenergie is ontwikkeld toen zich een nieuwe generatie windturbines aandiende. Toen kwamen er kansen om meer energie met minder windturbines op te wekken, nieuwe windturbines beter in te passen in het landschap en de lasten en lusten beter te verdelen. Opschalen, saneren en participeren was dan ook het uitgangspunt. Dit gebeurt al sinds 2008. In meerdere gebieden leidde dit al tot de komst van tweedegeneratie-windparken (Alexia, Noordoostpolder en Sternweg).
In andere gebieden zijn de plannen nog in ontwikkeling of is met de daadwerkelijke uitvoering gestart. De kaders voor de projecten en de financiële participatie liggen vast in het bestaande beleid. Hierin zijn verplichtingen over gebiedsgebonden bijdrage en minimale financiële participatie opgenomen. Dit beleid is in generieke zin geformuleerd in het Provinciale Omgevingsprogramma en gebiedsgericht uitgewerkt in het Regioplan Wind. Het huidige beleid voor windenergie loopt tot 2030. In dit RES-bod 1.0 hebben we de mogelijkheden uit het Regioplan Wind rechtstreeks opgenomen, omdat hierin de toekomstige locaties voor windenergie concreet zijn uitgewerkt. Na uitvoering van het volledige Regioplan Wind (en met inbegrip van bestaande windparken die buiten het regioplan vallen) is er in de RES-regio Flevoland naar schatting 1.750 MW opgesteld vermogen (zie ook Bijlage 2 voor een toelichting bij het Regioplan Wind). Deze 1.750 MW levert naar schatting 4,64 TWh aan hernieuwbare elektriciteit (voor een toelichting bij gebruikte energie-eenheden, zie Bijlage 3).
8 Volgens de rekensystematiek van het PBL.
18
2.2 Zon-PV9 Flevoland kent met de provinciale Structuurvisie Zon een regeling op hoofdlijnen die 1.000 hectare aan zonneparken in het landelijk gebied mogelijk maakt. De Flevolandse gemeenten werken deze beleidsruimte van de provincie tot aan 2030 verder uit in concrete beleidsvisies. Een aantal gemeenten heeft deze beleidsvisies al gereed. Sommige bevatten zoekgebieden. Bij andere gemeenten zijn het beleid en de eventuele zoekgebieden nog niet bepaald. In de gemeentelijke beleidsvisies is aangegeven hoe inwoners en ondernemers in projecten kunnen participeren en financieel kunnen deelnemen. Want een gedegen participatieproces is belangrijk voor de acceptatie, de ruimtelijke inpassing en de realisatie van zonprojecten Bij volle benutting van de 1.000 hectare uit de Structuurvisie Zon, realiseren we daarmee naar schatting 1.000 MW opgesteld vermogen in het landelijk gebied. Deze 1.000 MW levert nu naar schatting 0,95 TWh aan hernieuwbare elektriciteit. De 1.000 hectare voor zonneparken is verdeeld in twee tranches van 500 hectare. Na evaluatie van de eerste 500 hectare besluiten Provinciale Staten over de condities waaronder de ontwikkelruimte voor de tweede 500 hectare kan worden opengesteld. De evaluatie richt zich vooral op de beschikbare netcapaciteit, het gebruik van landbouwgronden, en op landschap en participatie.
[bij voorkeur in een kader] Een mooi Flevolands voorbeeld van participatie in zonprojecten is ZeewoldeZon. Inwoners en mkb’ers van Zeewolde kunnen lid worden van deze coöperatie door energie af te nemen. Zij betalen dan geen energiebelasting. Een deel van dat voordeel storten ze jaarlijks als kapitaal in de coöperatie. Dat vraagt dus geen investering van de leden vooraf. Inwoners van Zeewolde kunnen ook een obligatielening verstrekken aan de coöperatie om zo financieel te participeren. Uiteraard delen de leden mee in de winsten van de coöperatie. Voor het uitvoeren van de Structuurvisie Zon en de eigen beleidsvisies vragen sommige gemeenten het Rijksvastgoedbedrijf om gronden in te zetten. Het Rijksvastgoedbedrijf onderzoekt in overleg met gemeenten en provincie waar en hoe dat kan. Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zijn daarnaast in 2018 gestart met het pilotprogramma ‘Hernieuwbare
9 Zon-PV is de gangbare term voor zonnepanelen die cellen bevatten waarmee zonlicht omgezet wordt in elektriciteit. Met
zon-PV bedoelen we zonneparken en zonnestroominstallaties op daken.
19
energie op rijksgrond’. Hierbij en ook bij andere projecten van het Rijk vragen we aandacht voor het betrekken van het lokale en regionale bedrijfsleven bij de investeringen die gedaan moeten worden. In het RES-proces telt niet alleen de opwek door zonneparken binnen de begrenzing van de Structuurvisie Zon. Zon in het stedelijk gebied, zon in het landelijk gebied maar binnenplans vergund, zon op carports, op water en grootschalige installaties op daken maken eveneens deel uit van het bod. Alle projecten die op dit moment bekend zijn komen samen uit op een totaal van 0,08 TWh. Voor Zon op dak is dit ook in beeld gebracht, dit levert 0,14 TWh op.10 Hiermee komt het onderdeel zon in het RES bod te liggen op; 0,95( zon op land) + 0,08( zon in stedelijk gebied) + 0,14 (grootschalig zon op dak) = 1,17 TWh. Kleinschalige zon op dak installaties (voornamelijk particuliere huishoudens, < 15 KWp), worden door het PBL gezien als autonome groei en vallen niet onder het RES-bod cijfer. Als regio hechten we veel belang aan het stimuleren van zon op dak. En dat gebeurt ook in de latere versies van de RES. Zie ook hoofdstuk 3.3 Wat gaan we doen: opwek. Voor zon op dak is een aantal factoren bekend die momenteel een beperking hebben voor ondernemers en inwoners.
Dit zijn: terughoudendheid bij verzekeringen, de onduidelijke kwaliteit van dakconstructies, en de afweging tussen teruglevercapaciteit en verdienvermogen. In hoofdstuk 2.3.1, Netinfrastructuur Flevoland, gaan we nader in op de vraagstukken die de opwek van duurzame energie oproepen voor het elektriciteitsnet. 2.3 Wat is er nodig? In Flevoland werken we er hard aan om te zorgen voor de randvoorwaarden die nodig zijn om het bestaande beleid te realiseren.
2.3.1 Netinfrastructuur Flevoland De energietransitie heeft grote impact op de energie-infrastructuur (gas en elektriciteit). De productie van hernieuwbare elektriciteit gebeurt in de regel decentraal en brengt pieken en dalen met zich mee. Daarnaast hebben de ontwikkelingen van de warmtetransitie en duurzame gassen impact op de gasinfrastructuur. De vraag naar elektriciteit neemt toe doordat de gebouwde omgeving deels gebruik gaat maken van elektrische oplossingen. Daarnaast is er voor andere doeleinden veel extra elektriciteit
10 Dit zijn bestaande zonneparken in het stedelijk gebied, of zonneparken in het landelijk gebied die binnenplans zijn
vergund of zijn vergund vóórdat de Structuurvisie Zon in werking trad.
20
nodig, denk aan de komst van elektrische vervoermiddelen en de toename van datacenters. Overigens vallen deze thema’s buiten de scope van deze RES. Tijdens het opstellen van de RES 1.0 waren de gemeenten nog volop bezig met het maken van de Transitievisies Warmte. De impact hiervan op de RES-opgave is nog niet meegenomen en wordt verwerkt in de volgende versie van de RES. Ingrediënten voor een toekomstbestendige elektriciteitsinfrastructuur zijn:
De juiste (technische) oplossingen – redundantie, cable pooling, uitbreidingsinvesteringen, slimme netoplossingen, aanpassing consumentengedrag
De inzet van nieuwe opslagtechnieken
Aanpassingen in wet- en regelgeving
Het maken van integrale afwegingen en besluiten ten aanzien van de energievraag en het energieaanbod
Vooruitzichten tot en met 2025 In de provincie Flevoland is veel productievermogen gekomen voor duurzame energie. Door die groei is op een aantal plekken, vooral in de Noordoostpolder, de maximale capaciteit van het regionale elektriciteitsnet bereikt. Op sommige plaatsen groeien vraag en aanbod zo snel, dat de elektriciteitsnetten de groei niet kunnen bijbenen. Nieuwe partijen die elektriciteit willen leveren aan het net krijgen daardoor mogelijk te maken met transportbeperkingen. Zo’n beperking houdt in dat de klant wel een aansluiting heeft, maar niet altijd de gewenste capaciteit kan benutten. Met verschillende maatregelen wordt de netcapaciteit vergroot voor met name teruglevering. In Dronten, Lelystad en Zeewolde vinden uitbreidingen plaats. Hiermee ontstaat in die gebieden vanaf 2023 extra capaciteit op het middenspanningsnet. Daarnaast maken in Zeewolde bestaande windturbines plaats voor grotere turbines met een rechtstreekse aansluiting op het landelijke hoogspanningsnet. Zo ontstaat de komende jaren mogelijk capaciteit op het middenspanningsnet. Ook in de Noordoostpolder en op Urk wordt gewerkt aan een capaciteitsuitbreiding van het elektriciteitsnet, voor zowel opwek als levering. De uitbreiding van de infrastructuur kost veel tijd. De voorbereidingen, de procedures en de beperkte hoeveelheid technici om het werk uit te voeren zijn hiervoor de belangrijkste redenen.
Daarom kijken we ook naar slimme oplossingen voor de korte termijn waarmee we het bestaande net slimmer benutten. Dat kan bijvoorbeeld door de reservecapaciteit (‘vluchtstrook’) van het elektriciteitsnet te gebruiken. Deze mogelijkheid wordt onderzocht. Wettelijk is het inmiddels mogelijk om een deel van deze reservecapaciteit in te zetten. In Zeewolde gebeurt dat al. Daarnaast hebben de netbeheerders aangegeven dat het combineren van zon en wind op dezelfde aansluiting kan leiden tot ruimte in capaciteit. Dit wordt cable pooling genoemd. Pieken van opwek van energie door zon en wind vallen vrijwel nooit samen. Daarmee ligt de combinatie van zon en wind op dezelfde aansluiting voor de hand.
21
Cable pooling is vanuit technisch en maatschappelijk opzicht (lagere kosten) wenselijk. De regio moet zich echter nog beraden op de gevolgen (onder meer voor het landschap en de concurrentieverhoudingen). Als het gaat om het optimaal benutten van het net zijn er al verschillende proeven geweest, bijvoorbeeld met een mobiele container met batterijfunctie bij onderstation Almere De Vaart. Hiermee kan in geval van congestie op het net tijdelijke capaciteit bijgeplaatst worden voor duurzame opwek, totdat het net is uitgebreid. Een andere slimme oplossing is de mogelijkheid om zonneweides of windparken op afstand uit te zetten of terug te regelen als overbelasting dreigt. Ook worden de mogelijkheden onderzocht om grootgebruikers te koppelen aan bestaande of toekomstige hernieuwbare opwek. Aandachtspunten netcapaciteit Regioplan Wind en Structuurvisie Zon Het Regioplan Wind, de Structuurvisie Zon en de vastgestelde gemeentelijke Beleidsvisies Zon zijn in de uitvoeringsfase. Deze beleidsstukken vormen de ‘harde’ zijde van het Flevolandse RES-bod. De netbeheerders zijn betrokken geweest bij de totstandkoming van deze beleidsstukken. Op de korte termijn zijn voor het Regioplan Wind geen capaciteitsproblemen voorzien. Er is nog wel onduidelijkheid over de plannen voor Windplan West bij Lelystad.
Voor de eerste tranche van 500 hectare zon-PV van de Structuurvisie Zon heeft de netbeheerder bekeken wat de impact is op de energie-infrastructuur. Voor de middellange termijn is extra aandacht nodig voor de aansluiting van Windplan West en de tweede tranche van 500 hectare uit de Structuurvisie Zon. Hierbij is het advies om deze zoveel mogelijk te koppelen aan de uitkomsten van de netimpactanalyse en de netbeheerderszienswijze die de netbeheerders hebben opgesteld. Het verhelpen van de knelpunten uit de netimpactanalyse zijn meegenomen in de investeringsplannen van de netbeheerders. Hierbij is het van belang om gezamenlijk ook te kijken naar andere belangrijke criteria, zoals de planologische mogelijkheden en het draagvlak bij omwonenden (procesparticipatie). Alleen met een integrale afweging komen we tot goede maatschappelijke keuzes. Aandachtspunten netcapaciteit en andere actuele ontwikkelingen Ook als er grote hoeveelheden elektriciteit worden opgewekt met zonnepanelen op daken (grootschalig en kleinschalig) kan netcapaciteit een belemmerende factor zijn. Het net is niet berekend op grootschalige decentrale opwek. Op basis van de resultaten van een onderzoek11 uitgevoerd door de regio zijn er verschillende scenario’s doorgerekend om de impact van zon op dak te bepalen.
11 Netimpactanalyse Flevoland 2020, netbeheerders 2020.
22
Inmiddels hebben we de mogelijkheden verkend van energieopslag in Flevoland, bedoeld om vraag en aanbod beter te kunnen balanceren. In de opmaat naar de RES 2.0 bekijken we wat de potentie hiervoor is. Zie verder 2.3.2 en ook paragraaf 4.4.1. Ook gaan we onderzoeken wat de potentie van de gesloten distributiesystemen is. Dit zijn lokale netwerken van private eigenaren. Deze worden gebruikt voor het aansluiten van wind- en zonopwek. Ook hier is van belang om de integrale afweging te maken tussen energie-infrastructuur, landschap en draagvlak. Datacenters en andere grote verbruikers kunnen, ondanks het toepassen van de best beschikbare technieken, de energiebehoefte van de provincie flink opstuwen. Daarom is het zaak de impact hiervan op de infrastructuur tijdig in te schatten. Op dit moment vindt een verkenning plaats voor het ontwikkelen van datacenters in de omgeving van Almere en Zeewolde. Deze verkenning staat omschreven in de Nationale Ruimtelijke Strategie (REOS) van het Rijk en wordt gepropageerd door de Metropoolregio Amsterdam. Met als belangrijkste argumenten: de goede infrastructuur (energie en internet), de nabijheid van warmtevraagclusters (Almere) waar de restwarmte12 naartoe kan, de relatief lage grondprijzen en de nabijheid van Amsterdam als dataknooppunt.
De regio moet zich nog uitspreken over de vraag of het wenselijk is om datacenters en andere grootgebruikers van elektriciteit in de provincie te huisvesten. Het effect op de energie-infrastructuur voor Flevoland moet hierin betrokken worden. Vooruitzichten lange termijn (na 2025) In de concept-RES staat dat de huidige situatie waarin de energie-infrastructuur verkeert onwenselijk is: er is te veel congestie. Deze situatie is nog niet verbeterd, maar er wordt hard gewerkt aan oplossingen. Daarnaast zijn we begonnen met het inzichtelijk maken van de toekomstige ontwikkelingen in Flevoland en de ruimtelijke potentie hiervoor op de lange termijn. Op die manier voorkomen we dat de huidige problemen zich opnieuw voordoen. Netbeheerders en overheden werken hiertoe aan een gezamenlijk uitvoeringsprogramma. De verzwaring en uitbreiding van infrastructuur is een meerjarig proces. Daarom is het zaak om inzichtelijk te krijgen welke ontwikkelingen waar en op welke termijn verwacht worden. Hierbij moet een balans gevonden worden tussen de landschappelijke inpassing, de locaties van vraag en aanbod, het draagvlak onder de Flevolanders en de potentie van het gebied (de technische en juridische haalbaarheid).
Energie-infrastructuur: participatie Participatie is van belang om de energietransitie vorm te geven. Ook voor aanpassing van de energieinfrastructuur is draagvlak noodzakelijk. Daarom betrekken we omwonenden bij de bouw van een nieuw
12De daadwerkelijke inzet van restwarmte bij datacenters is nog onderwerp van onderzoek
23
onderstation. De netinfrastructuur is een faciliterende infrastructuur. Daar waar opwek van zon en wind plaatsvindt, volgt de infrastructuur. Bij de opwek van zon en wind is sprake van participatie; aan de hand van de ‘participatietafel’ wordt bekeken wat de mogelijkheden voor omwonenden om te participeren. De keuzes die hieruit voortkomen worden meegenomen in de besluitvorming door de overheden en vervolgens door de netbeheerder opgevolgd. 2.3.2 (Elektriciteits)opslag De energiehuishouding van Flevoland kent grote schommelingen. Er wordt veel hernieuwbare elektriciteit geproduceerd, afhankelijk van de weersomstandigheden. De regio heeft naar verhouding weinig industrie en veel inwoners werken buiten de regio. Veel opgewekte elektriciteit wordt daardoor niet gelijktijdig in de eigen regio gebruikt, maar getransporteerd naar elders. Bij het aansluiten van nieuwe projecten kan dit tot knelpunten leiden, zoals hiervoor ook gemeld. Opslag kan dienen als alternatief voor netverzwaring. Hiervoor is op het WUR-terrein in Lelystad een tien megawatt elektrische batterij geïnstalleerd. De bouwsteen onderzoekt de verschillende mogelijkheden daarvan waarbij onder andere gekeken wordt naar de mogelijkheden van waterstofproductie. 2.3.3 Maatschappelijk draagvlak en participatie De energietransitie slaagt alleen bij voldoende maatschappelijk draagvlak.
Dat draagvlak kan er in principe zijn zonder dat burgers nauw betrokken zijn bij de veranderingen die eraan komen: het is niet bij elke maatschappelijke opgave nodig dat inwoners zich inhoudelijk verdiepen en betrokken worden bij het maken van beleid en de uitvoering daarvan. Bij de energietransitie lijken betrokkenheid en draagvlak echter vaak gelijk op te gaan. De ingrepen in het landschap – ook in de nabijheid van woningen – is zo groot dat zonder betrokkenheid de kans op voldoende draagvlak gering is. De regio heeft daarom bij nieuw beleid en projecten ruime aandacht voor het actief betrekken van inwoners. Niet voor niets is participatie dan ook vervlochten in het RES-proces. De RES 1.0 van Flevoland gaat over de uitvoering van bestaand beleid. Daar is dus al besluitvorming over geweest, met inbreng van maatschappelijke partijen, ondernemers en inwoners. Om die reden lag het accent op informeren. Het is aannemelijk dat in volgende RES’en nieuw beleid nodig is om onze doelstellingen te halen. Om ook dan te zorgen voor een zo groot mogelijk draagvlak, hebben we een visie ontwikkeld op participatie en uitgewerkt hoe we participatie vormgeven. Hiervan afgeleid hebben we een Flevolandse aanpak ontwikkeld waarin de participatielessen uit het verleden zijn verwerkt.
Ook hebben we een nulmeting gehouden om te achterhalen hoe inwoners nu denken over de energietransitie en hoe ze daarbij betrokken willen raken. Zie bijlage 4 Welke functies kan participatie vervullen?
24
Participatie kan zorgen voor:
Acceptatie – als we goed uitleggen over het hoe en waarom van de energietransitie.
Betere besluitvorming – als we de kennis, ervaring en denkkracht van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties benutten.
Maatschappelijk draagvlak voor keuzes – als we ons huiswerk onder de eerste twee bullets goed hebben gedaan.
Eigenaarschap – als bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners zich niet alleen betrokken voelen, maar ook de kans krijgen om mee te doen door financieel te participeren.
Vormen van participatie Om de functies van participatie zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen, maken we onderscheid tussen de volgende vormen van participatie:
Participatie van de volksvertegenwoordigers in het proces – volksvertegenwoordigers hebben een formele rol in de besluitvorming. Daarnaast worden ze door het kernteam van de RES zo goed mogelijk ‘meegenomen’ in het proces. Bijvoorbeeld door het organiseren van bijeenkomsten en via nieuwsbrieven.
Maatschappelijke participatie in het proces – in de RES-structuur is inbedding gevonden voor de de Flevolandse Energie Agenda (FEA): een open netwerk waarin bedrijven en maatschappelijke
25
organisaties participeren. leden hebben zitting in de zogeheten ‘bouwstenen’: werkgroepen die een inhoudelijk thema uitwerken waarover verderop in het proces besluitvorming plaatsvindt
(zie verder hoofdstuk 5).
Betrokkenheid van inwoners – om bewoners te betrekken geldt de participatieladder als uitgangspunt. Aan de hand van deze ladder hebben we inzichtelijk gemaakt welke vorm van participatie het meest effectief is.
Financiële participatie in projecten (participatiewaaier) – op dit gebied is in Flevoland nog veel meer mogelijk dan er nu al gebeurt. Dat neemt niet weg dat we wel al met vastgestelde kaders werken voor financiële participatie bij zon- en windprojecten, om te streven naar 50 procent lokaal eigenaarschap. Per onderdeel van deze RES (bijvoorbeeld opwek van zonne-energie, opwek van windenergie) staat hoe we participatie op projectniveau vormgeven.
Flevolandse invulling van de participatieladder De initiatiefnemer doorloopt samen met de omgeving een proces om te komen tot een Procesparticipatie in het project
wenselijke haalbare vormgeving van participatie. Hieruit volgen afspraken over het ontwerp van het energieproject, over de ruimtelijke inpassingen over financiële participatie en opbrengsten voor de omgeving.
(mede) Eigenaarschap
Financiële deelneming
Omgevingsfonds
Omwonenden profiteren mee als (mede) eigenaar van een wind- of zonneproject, via een vereniging of coöperatie
Omwonenden nemen risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld door aandelen, certificaten of obligaties.
Een deel van de opbrengsten van het energieproject komt ten goede aan maatschappelijke doelen in de buurt.
Omwonendenregeling Direct omwonenden ontvangen voordeel, bijvoorbeeld in de vorm van verduurzaming van hun woning of korting op groene stroom
[bijschrift] Op basis van de prik-je-projectenkaart (zie pagina …) hebben we – aan de hand van de participatieladder – een overzicht gemaakt. Hierop staat welke projecten er aankomen met participatie of gerealiseerd zijn en op welke wijze onze bewoners en ondernemers financieel kunnen participeren of hebben geparticipeerd. Participatiewaaier Flevolandse invulling van de participatieladder De initiatiefnemer doorloopt samen met de omgeving een proces om te komen tot een Procesparticipatie in het project
(mede) Eigenaarschap Windshare De Nieuwe Molenaars Windpark Zeewolde
wenselijke haalbare vormgeving van participatie. Hieruit volgen afspraken over het ontwerp van het energieproject, over de ruimtelijke inpassingen over financiële participatie en opbrengsten voor de omgeving. Financiële deelneming De Groene Reus Zonnepark Zuyderzon Almere Zonnepark Zuyderzon Almere
26
Omgevingsfonds
Omwonendenregeling
Regioplan Windenergie Flevoland Verankering gebiedsgebonden bijdrage
Windpark Blauw Sociale paalvergoeding
Almeerse Wind Windpark Almere Pampus Postcoderoos coöperatie Zeewolde
Verplichte uitwerking in anterieure overeenkomst
Westermeerwind BV
NOP Agrowind en RWE dorpenfonds
PAW project Nagele Windpark Noordoostpolder
[bijschrift bij de participatiewaaier] De participatiewaaier biedt een menukaart voor projectparticipatie, waaronder financiële participatie. Alle opties uit de waaier staan naast elkaar, er is dus geen sprake van prioritering. Elk project is maatwerk. Dat betekent ook dat het soms gewenst is om meerdere opties uit de waaier te verkennen. Stapeling van opties is echter niet de bedoeling. Hoe kan participatie nog beter? Via sessies met deskundigen en direct betrokkenen onderzocht de bouwsteen participatie hoe (financiële) participatie nog beter kan13. Dit zijn enkele conclusies:
Versterk het netwerk van energiecoöperaties – zij bieden participatiemogelijkheden voor bewoners en dit versterkt het draagvlak voor de energietransitie.
Laat windverenigingen profiteren van de kennis van energiecoöperaties. Zij kunnen aansluiten bij deze coöperaties. Energiecoöperaties weten inmiddels hoe je met draagvlak van bewoners de opwek van schone energie uit wind en zon kunt realiseren.
[kader] ‘Expeditie Flevoland’: communicatie over de RES Het doel van de Expeditie Flevoland is om de communicatie rondom alle thema’s op het gebied van duurzame energie te versterken. Want als je weet wat er speelt kun je meedoen of gebruik maken van de geleerde lessen. Dit gebeurt door bij de thema’s alle belangrijke partners aan het begin va de samenwerking met elkaar in contact te brengen en een gezamenlijke boodschap te laten ontwikkelen. Alles komt dan als het ware onder één paraplu. Vooralsnog bestaat het netwerk van de Expeditie uit het FEA- en RES-netwerk. Een belangrijk onderdeel van de Expeditie is het inzetten en bereiken van jongeren. Hiervoor werken we samen met de jongerenvertegenwoordigers van de RES en met het onderwijs in Flevoland. Het onderwijs wordt ook betrokken bij het verrichten van onderzoek naar onder andere doelgroepen, motivaties en effectiviteit van de communicatie-inzet.