65cfd485-3d4a-45e3-a389-3fae0781c303.pdf
Tekst van het document
20
Doelen: •
De Flevolandse clusters op het gebied van de voedselverwerkende industrie, logistiek, voertuigtechnologie, maakindustrie en bouw zijn verder gegroeid en onderscheiden zich op bovenregionaal niveau. De clusters versterken elkaar met vruchtbare samenwerkingen. Samen leiden ze tot een groei van productiviteit en werkgelegenheid, wat uitmondt in een duurzaam verdienvermogen op lange termijn.
•
In de ontwikkeling van de Flevolandse economie wordt ingezet op (inter)nationale transities op het gebied van klimaat & energie, circulaire economie en digitalisering & sleuteltechnologieën. Op deze wijze wordt niet enkel gewerkt aan het versterken van de economische groei voor Flevoland, maar wordt ook gewerkt aan een toekomstbestendige en circulaire economie en een bijdrage geleverd aan die onderwerpen waar een nationale urgentie bestaat.
Opgave: Versterken ruimtelijk-economische infrastructuur Een sterke regionale economie wordt gemaakt door ondernemers die kansen pakken en werknemers aan zich binden die zich daarvoor inzetten. Daarvoor moeten de ondersteunende ruimtelijk-economische structuren op orde te zijn. Hierbij gaat het onder meer om de fysieke infrastructuur, kennisinfrastructuur en duurzame energieinfrastructuur. Voor het versterken van de Flevolandse economie ligt er een opgave om deze ruimtelijkeconomische structuren te versterken, zodat bedrijven zich in de regio vestigen en ondernemers de mogelijkheden hebben om kansen te pakken. De fysieke infrastructuur is van belang zodat bedrijven goede en bereikbare werklocaties hebben waar zij zich kunnen vestigen en ruimte hebben om te ontwikkelen. Dit moeten plekken zijn waar bedrijven en hun werknemers in verbinding kunnen komen met andere bedrijven. Plekken waar uitwisseling van kennis, innovatie en expertise plaats kan vinden. Het zijn dus niet alleen bedrijventerreinen buiten de stad, maar ook creatieve hotspots en bruisende werkomgevingen binnen kernen. Flevoland kent al verschillende van dit soort werklocaties, maar er zijn nog stappen te zetten. De meeste bedrijventerreinen zijn monofunctioneel en bevinden zich buiten de stad. Levendige binnenstedelijke milieus zijn er minder.
De werklocaties zijn ook niet altijd goed bereikbaar, vooral niet met het OV. Verbetering hiervan zorgt ervoor dat werknemers gemakkelijker van hun huis naar hun werk kunnen reizen en dat het aantal potentiële werknemers voor bedrijven toeneemt. Bovendien is bereikbaarheid essentieel voor de groei van bedrijven in de voedsel- of logistiek clusters omdat een goede verbinding met omliggende regio’s het afzetgebied vergroot. Gezien de beoogde economische groei van de regio zijn er dus meer aantrekkelijke en bereikbare multifunctionele werklocaties nodig. In de keuzes hoe en waar deze omgevingen gecreëerd worden moet aandacht zijn voor bodem, water en natuur en een goede landschappelijke inpassing. Denk aan het natuur-inclusief realiseren van de bedrijventerreinen, met onder andere natuurdaken, om ze zowel aantrekkelijker als meer biodivers te maken. Of het flexibel, energiezuinig, circulair en modulair bouwen van werklocaties, wat maakt dat onderdelen na enkele jaren te vervangen of te verplaatsen zijn, naar gelang bodem en ondergrond hierom vragen. Een goede kennisinfrastructuur kenmerkt zich door een verscheidenheid aan instellingen en organisaties gericht op kennisontwikkeling, kennisverspreiding en kennistoepassing. Onderwijsinstellingen zijn hiervoor de basis.
In Flevoland is het basis- en praktijkonderwijs goed vertegenwoordigd, al staat de kwaliteit van het onderwijs onder druk. In mindere mate is er in Flevoland hoger en universitair onderwijs aanwezig – uitgezonderd op het gebied van agro & food. Hierdoor trekken jongeren die een HBO of universitaire opleiding willen volgen weg uit de regio met de kans dat ze niet meer terugkomen. Dat terwijl juist deze opgeleide jongeren nodig zijn om de verschillende clusters in Flevoland verder te laten groeien. Hier ligt een opgave in het versterken van de kennis infrastructuur in Flevoland, om de beroepsbevolking op te leiden voor nieuwe ontwikkelingen en technologieën. De kansen daarvoor zitten in het koppelen van technische opleidingen in het praktijk, middelbaar en hoger onderwijs met de innovatieve clusters in de regio, gericht op de banen van de toekomst. Te denken valt aan opleidingen die bijvoorbeeld aansluiten op de circulaire bouw, de energietransitie, het bouwen van windmolens in 21
de maakindustrie, de hoogtechnologische akkerbouw of data-technologieën. Daarvoor is niet één universiteit of hogeschool nodig, maar een verzameling aan specifieke opleidingsinstituten. Te denken valt aan hoofdvestigingen voor MBO en HBO en een dependance van een universiteit, aansluitend op de economische clusters in de regio. Ook is betere interactie tussen onderwijsinstellingen en economische clusters van belang. Ter versterking van de economie wordt in ieder geval ingezet op het verder uitbouwen van voor Flevoland belangrijke innovatieve clusters, zoals onder andere het MITC, het Maritieme Cluster op Urk, de WUR en de Boerderij van de Toekomst, de Flevocampus, en PRICE. Versterken van deze clusterclusterclusters helpt de clusters volledig tot wasdom te komen en stimuleert de groei van een samenhangend economisch ecosysteem. Met de inzet op verdere cluster- en campusvorming zet Flevoland tevens in op het versterken van triple helix samenwerking tussen lokale overheden, kennis- en onderwijs instellingen en bedrijfsleven. Op deze wijze ontstaat een goed geschoolde pool aan arbeidskrachten op alle opleidingsniveaus, die in de economische sectoren aan de slag kunnen gaan en zich binden aan de regio. Tevens heeft dit een aantrekkende werking op talent.
Vaardigheden die in de beroepsbevolking ontstaan, bieden daarnaast een voedingsbodem voor nieuwe en gevestigde bedrijven om zich te blijven binden aan Flevoland. Voor de economische ontwikkeling van Flevoland is een toereikende energie-infrastructuur een randvoorwaarde. Goede energievoorziening is van belang voor verschillende opgaven in Flevoland, waaronder doorontwikkeling van de verschillende economische clusters, verduurzaming van woningbouw en bedrijven, groei van elektrisch vervoer, opwek van duurzame energie en verdere ontwikkelingen op het gebied van waterstof en daarmee gepaard gaande elektrolyse. Op het gebied van energievoorziening ligt er een opgave voor Flevoland omdat het elektriciteitsnetwerk op verschillende plekken de maximale capaciteit al heeft bereikt. Toekomstige ontwikkelingen zullen alleen maar leiden tot meer energieverbruik. Om de elektriciteitsinfrastructuur tijdig in te richten in anticipatie op deze ontwikkelingen is duidelijkheid over ontwikkelingen nodig. Daar staat tegenover dat toekomstige ontwikkelingen nog een hoge mate van onzekerheid in zich hebben. Dat maakt het lastig om concrete maatregelen te nemen. Er ligt dus een opgave om de ontwikkeling van elektriciteits-infrastructuur gelijk op te laten gaan met de vraag naar meer netcapaciteit.
Waar wel duidelijkheid over bestaat is dat onderstations aan een update toe zijn en dat er een verzwaring van de 380 kV-hoogspanningsverbinding verbinding tussen Diemen en Ens nodig is, waarbij er bij de ruimtelijke inpassing rekening mee wordt gehouden dat dit niet belemmerend is voor andere functies.. De verzwaring van deze verbinding biedt bovendien kansen voor economische activiteit op de knooppunten langs dit tracé. Bedrijven kunnen op die knooppunten profiteren van de goede aansluiting op de elektriciteitsvoorziening. Naast investering in de elektriciteits-infrastructuur zet Flevoland ook in op ontwikkelingen omtrent waterstof.
Doelen: •
Flevoland kent een ruim aanbod aan multifunctionele werklocaties waar bedrijven zich kunnen vestigen en mensen elkaar kunnen vinden en ontmoeten om samen innovaties te ontwikkelen, kennis uit te wisselen en elkaars expertise te benutten. De bereikbaarheid van deze locaties is op orde en ze zijn passend in het Flevolandse landschap.
•
In algemene zin is er aandacht voor de kwaliteit van het onderwijs door het bevorderen van talent ontwikkeling en groei. Meer specifiek is de kennisinfrastructuur in Flevoland uitgebreid met technische opleidingen op alle niveaus, van lager praktijkgericht tot het hoger en universitair onderwijs, gekoppeld aan de kansrijke economische clusters.
•
De elektriciteitsinfrastructuur in Flevoland is aangepast om voldoende capaciteit te bieden voor toekomstige ontwikkelingen. Om met onzekerheden om te kunnen gaan, goede inpassing te bepalen en tevens tijdig te kunnen programmeren, trekken (lokale) overheden en (lokale) netbeheerders in een vroeg stadium van ontwikkelingen samen op.
22
Opgave: Verduurzaming landbouw De landbouwsector staat op nationaal niveau voor een grote opgave. De maatschappelijke druk om de milieuimpact te verminderen wordt steeds groter. De landbouw in Nederland draagt bij aan CO2-uitstoot, nutriëntenbelasting van grond- en oppervlaktewater, stikstof-uitstoot naar de lucht, emissies van giftige stoffen en uitputting van de bodem. Om dit te verminderen zet de Rijksoverheid in op een transitie naar meer duurzame landbouw. Die transitie is in Flevoland al in gang gezet. Zo is de Noordoostpolder voorloper in duurzame akkerbouw, heeft Dronten de meeste biologische boeren van Nederland en heeft de landbouw in heel Flevoland grote opbrengsten per hectare met relatief lage milieu-impact. De ambitie is deze verduurzaming door te zetten, en dan vooral gericht op de akkerbouw, tuinbouw, bosbouw en visserij. Niet alleen omdat de natuurlijke systemen onder invloed staan van de landbouw, maar ook andersom: de landbouw is afhankelijk van de vruchtbaarheid van de bodems, goede waterkwaliteit en een omgeving met veel biodiversiteit. De verduurzaming van de landbouw vraagt om verschillende maatregelen.
Met de diversificatie van teelten kan de uitputting van de bodem worden tegengegaan, met natuur- inclusieve landbouw kan de biodiversiteit worden hersteld, met kringlooplandbouw kan de nutriëntenkringloop kleiner gemaakt worden en met duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt de emissie van schadelijke stoffen naar het milieu verminderd. Aan de consumentenkant kan de consumptie van meer plantaardige eiwittenen lokale producten bijdragen aan verduurzaming van het gehele voedselsysteem. Samengevat is de opgave meer rekenschap te geven aan de impact van de landbouw op bodem, water en biodiversiteit evenals eetpatronen aan te passen om te zorgen dat er in de toekomst ook voldoende voedsel aanwezig is binnen de grenzen van het natuurlijk fundament. Om dit te realiseren zijn ook ruimtelijke aanpassingen nodig om het landgebruik beter aan te laten sluiten bij de mogelijkheden die bodem, water en biodiversiteit bieden. Het Rijk kan hier als bezitter van grote delen landbouwgrond een sturende rol in spelen. Rijk en regio kunnen ook gerichte maatregelen gebruiken om de voedselconsumptie te verduurzamen met onder andere kortere ketens van akker tot consument. Bij al deze maatregelen moet altijd oog zijn voor de verdienmodellen van agrariërs om in een duurzamer voedselsysteem voldoende inkomsten te behouden.
Om de landbouwtransitie te realiseren zal nog veel kennis ontwikkeld moeten worden en in de praktijk worden toegepast. Dit is een grote economische kans voor de landbouw in Flevoland. Met haar goede uitgangspositie in natuurlijke bodemkwaliteit en netwerken en het aanwezige (internationale) groene onderwijs kan de regio uitgroeien tot dé regio voor duurzame landbouw. De innovaties die gaandeweg ontwikkeld worden zijn internationaal te vermarkten en vergroten het verdienvermogen van de agrarische sector. Aanjagen van deze ontwikkeling vraagt om een goede verbinding tussen de praktijk en de wetenschap. De eerste lijntjes liggen daar nu voor in de regio, met bijvoorbeeld de WUR, Boerderij van de Toekomst en Aeres, maar uitbreiding is gewenst. In de ontwikkeling naar een duurzame landbouw verwachten we veel van de hoogtechnologische innovaties. Verdere robotisering van de akkerbouw maken bijvoorbeeld precisie- en pixellandbouw mogelijk met verbetering van bodemkwaliteit en vermindering van het gebruik van pesticiden tot gevolg. Een ander voorbeeld is het gebruik van big data om telers te helpen betere beslissingen te maken in hun bedrijfsvoering. Om dit soort kansen te pakken is een goede samenwerking nodig tussen de landbouw en de maakindustrie en digitale clusters.
De transitie van de landbouw is dus geen opgave voor de agrarische sector alleen, ook de eerder aangehaalde economische clusters dragen hieraan bij en kunnen ervan profiteren.
Doelen: •
Flevoland wordt in Nederland voorloper in de duurzame akkerbouw, tuinbouw en bosbouw en pakt zijn verantwoordelijkheid in de nationale opgave om de landbouw te verduurzamen. Er is daarvoor genoeg ruimte voor duurzame hoogproductieve akkerbouw en de regio wordt experimenteergebied voor
23
(hoogtechnologische) innovaties op het gebied van duurzaam boeren waarna deze (inter-)nationaal toegepast kunnen worden. •
De Flevolandse landbouw ontwikkelt zich met oog voor bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit. Dat betekent onder andere dat er rekening wordt gehouden welk type landbouw op welke plek mogelijk en wenselijk is, met oog voor de effecten op het verdienvermogen van agrariërs.
24
3.3 Robuust natuurlijk fundament Flevoland is een provincie met veel water, natuur en vruchtbare bodems. De grenzen van water, bodem en biodiversiteit worden echter op sommige plekken bereikt met achteruitgang van kwaliteit tot gevolg. Er liggen flinke opgaven voor het verbeteren van water- en bodemkwaliteit, tegen- of omgaan van bodemdaling, klimaatadaptatie en verbeteren van de biodiversiteit. We moeten daarom de komende jaren meer rekenschap geven aan het natuurlijk fundament en maatregelen nemen om het fundament robuuster te maken. De druk op de ruimte is groot. Ruimtelijke keuzes die tot nu toe vanuit een ontwikkeling logisch waren, verdienen soms vanuit het natuurlijk fundament een andere afweging. Deze keuzes zijn nú nodig om onhoudbare situaties voor te zijn en problemen niet af te wentelen op de toekomst.
Figuur 4. Toekomstbeeld voor Flevoland met een duurzaam natuurlijk fundament
25
Opgave: Bewaken, verstreken en inzetten van het natuurlijk fundament Op tal van terreinen in Nederland zien we dat het menselijk handelen de grenzen overschrijdt van wat onze natuurlijke ecosystemen aankunnen. Het is duidelijk dat er een grote opgave ligt om onze impact op ecosystemen te verkleinen. In het verleden zijn ontwikkelingen ingezet vanuit het idee dat het natuurlijk fundament deze mogelijk kan maken. Tegenwoordig blijkt dat het natuurlijk fundament veel mogelijkheden kent. Een robuust natuurlijk fundament ondersteunt op tal van manieren de gezonde leefomgeving voor inwoners, bedrijven en natuur. Echter ken kent het natuurlijk fundament ook beperkingen en harde randvoorwaarden om Flevoland tot een duurzame samenleving te ontwikkelen. Daarom is het duurzaam realiseren van alle voorgaande ruimtelijke ontwikkelingen afhankelijk van de mogelijkheden die het natuurlijke fundament biedt. Bodem, water, klimaat en biodiversiteit geven de mogelijkheden en grenzen voor de verdere groei en locatiekeuze van het aantal woningen en bijbehorende voorzieningen, economische clusters en de landbouw. Hierbij dient expliciet rekening te worden gehouden met reeds bekende opgaven zoals klimaatverandering, het stikstofdossier en de Kaderrichtlijn Water (KRW). In Flevoland lopen we nu al op verschillende plekken tegen de grenzen van het natuurlijk fundament aan.
De vruchtbaarheid van de bodem gaat in de gehele provincie achteruit door uitputting van de bodem. De bodem verdicht steeds verder waardoor de gezonde bodemstructuur verloren gaat. In delen van Flevoland zet bodemdaling zich voort met een voortgaande daling die in 2050 soms wel 60 cm bedraagt. De biodiversiteit komt steeds verder onder druk te staan door onder andere toenemende verstedelijking en monoculturen in de akkerbouw. De zeespiegelstijging leidt tot meer zoute kwel en risico’s op hoogwater. Klimaatverandering leidt in toenemende mate tot meer overlast en droogte situaties. Willen we de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen een plek geven in Flevoland, dan moeten we de grenzen van bodem, water en biodiversiteit bewaken en de kansen die de Flevolandse omgeving biedt beter benutten. Het natuurlijk fundament vraagt bij uitstek een lange termijn blik. Impact van processen zoals bodemdaling en klimaatverandering vragen om nu, met de focus op 2100, verantwoorde keuzes te maken. Het vraagt om keuzes die ons in staat stellen deze grote opgaven ook in de toekomst het hoofd te kunnen bieden. Keuzes over waar en hoe we welke ruimtelijke ontwikkelingen laten plaatsvinden.
Denk aan het ruimte houden voor natuurlijke ecosystemen bij het bouwen van nieuwe woonwijken en het bestemmen van landbouw, woningen, recreatie en bedrijvigheid in afstemming met de eigenschappen en het functioneren van het bodem-watersysteem. Ook vraagt het – meer dan voorheen – ruimte voor water, klimaatverandering en biodiversiteit. En het vraagt om innovatieve technieken om het natuurlijk fundament te ontlasten – in de stad en in de landbouw. Naast het op een goede manier inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, ligt er ook een opgave in het aanpassen van het huidige ruimtegebruik in de regio. De bovenstaande ontwikkelingen laten namelijk zien dat de grenzen van het duurzaam fundament op verschillende plekken in Flevoland al wordt overschreden. De economische waarde van deze gebieden gaat achteruit, en opbrengsten blijven achter. Dat vraagt in sommige gebieden om een nieuwe blik op het ruimtegebruik. Het ruimtegebruik moet dan aangepast worden aan de omstandigheden van biodiversiteit, bodem en water. Dit kan door op plekken te kiezen voor andere functies of door huidige functies anders in te vullen, wat een verschuiving in het huidige ontwerp van de polders kan brengen. Denk aan het aanpassen van pleinen, straten en gebouwen zodat er ruimte is voor waterberging, biodiversiteit en groen.
Of aan een andere inzet van nu onrendabele akkerbouwgebieden als gevolg van bodemdaling. Voor een robuuster natuurlijk fundament zijn ook maatregelen nodig om de biodiversiteit in Flevoland te verbeteren. Flevoland kent al grote natuurgebieden die hier aan bijdragen zoals het Horsterwold, het Markermeer-IJmeer, het Pampushout en Het Nationaal Park Nieuwland met zijn deelgebieden de Marker Wadden
26
en de Oostvaardersplassen. Ondanks dat deze gebieden nog relatief nieuw zijn, hebben zij hun meerwaarde voor recreatie, biodiversiteit en natuurlijke ecosystemen al bewezen. De natuurgebieden liggen echter nog vrij geïsoleerd. Door ze te verbinden kan de ecologische waarde worden vergroot omdat er dan een samenhangend ecosysteem ontstaat dat voortbouwt op de kwaliteit van de grote natuurgebieden. Dit vraagt om het verzachten van harde functiegrenzen waar stedelijk en landelijk gebied in elkaar overgaan en om een fijnmazige groenblauwe dooradering van het landelijk en stedelijk gebied met natuur-inclusieve landbouw en verstedelijking. Bij verweving van functies, zoals landbouw en natuur, dient er aandacht voor te zijn dat zowel de functies en gekozen natuurdoeltypen passen bij de omstandigheden van het natuurlijk fundament . Ook buitendijks zijn dit soort verbindingen nodig met bijvoorbeeld stapstenen die de vooroevers van de Marker Wadden verbinden met de natuur in de polders. Met dit soort ingrepen wordt niet alleen de ecologische kwaliteit vergroot, maar ook de aantrekkelijkheid van landschappen en steden.
Doelen: •
Het natuurlijk fundament is (mede)bepalend in de ruimtelijke keuzes en de ontwikkelingen leiden ten minste niet tot achteruitgang en waar mogelijk tot een verbetering van de leefomgeving. Bodemkwaliteit, waterhuishouding en biodiversiteit geven de kaders voor wat er ruimtelijk mogelijk is in verstedelijking en economische ontwikkeling. Waar deze grenzen nu worden overschreden zoeken we naar een andere functieverdeling om de achteruitgang van het fundament tegen te gaan.
•
Het natuurlijk fundament van Flevoland is robuust en toekomstbestendig. Dat betekent dat de biodiversiteit in landelijke en stedelijke gebieden toeneemt, de bodemkwaliteit verbetert, bodemdaling wordt geminimaliseerd en stad en land klimaatadaptief zijn. Met deze ontwikkelingen wordt Flevoland het ‘Groenblauwe Hart’ van Nederland; een aantrekkelijk gebied voor mensen, dieren en planten.
27