CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

65cfd485-3d4a-45e3-a389-3fae0781c303.pdf

Beeldvormende vergadering 8 december 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 2.b: Strategische agenda Flevoland11.757 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

a.

Over de brug komen

Strategische Agenda Flevoland 1.0 Herziene versie

28 juni 2022

Toelichting op status herziene versie Strategische Agenda Flevoland 1.0 Op 18 februari jl. is de Strategische Agenda Flevoland (SAF) 1.0 uitgekomen. Deze 1.0-versie is op regionaal niveau besproken in colleges en een aantal portefeuillehoudersoverleggen en op rijksniveau met een aantal DG’s. In een Bestuurlijk Overleg Rijk-Regio is door Rijk en regio de lijn en richting van dit document ondersteund en zijn verbeterpunten meegegeven voor de verdere uitwerking. In de versie die voor u ligt, de SAF 1.0 herziene versie, zijn een deel van deze verbeterpunten verwerkt. Hieronder lichten wij toe wat we in deze herziene versie wel en niet hebben verwerkt. De volgende elementen zijn wel verwerkt in deze herziene versie: •

De opmerkingen van colleges/portefeuillehouders/DG’s verwerkt waar betrokken partijen geen discussie (meer) over hebben

•

Tekstverbeteringen doorgevoerd die op inhoud niets veranderen. De opmerkingen waar nog wél discussie over is, hebben we als openstaand lijstje onderstaand bijgevoegd, en dus nog niet verwerkt. Deze zullen meegenomen worden in de 2.0-versie die we in oktober klaar willen hebben. Zo blijft de 1.0-versie herkenbaar, met een aantal kleine verbeteringen doorgevoerd

De volgende elementen zijn niet verwerkt in deze herziene versie: •

De opmerkingen van colleges/portefeuillehouders/DG’s waar betrokken partijen nog wél (in meer of mindere mate) discussie over hebben. Dit zijn op hoofdlijnen de volgende punten: o

Investering in samenleving en voorzieningen als randvoorwaarde voor uitbereiding woningbestand

o

Goede bereikbaarheid als randvoorwaarde voor uitbereiding woningbestand

o

Balans tussen arbeidsplaatsen en woningen leidend laten zijn voor bouwtempo

o

Investering in ruimtelijk-economische infrastructuur en clustervorming ten behoeve van inhaalslag jonge economie

o

Natuurlijk fundament als sturend aspect voor andere ruimtelijke ontwikkelingen

o

Hoe integraliteit tussen opgaven versterken (o.a. verweven natuurlijk fundament in andere opgaven)?

o

Hoe om te gaan met Lelystad Airport?

o

Welke infrastructurele / OV-verbindingen opgenomen opnemen?

o

Hoe recreatie en toerisme een plek geven?

o

Hoe verhouding kleine / grote gemeenten (teveel focus op MRA?) in balans brengen?

o

Hoe spreken over de vijf genoemde clusters (voedselverwerkende industrie, logistiek, voertuigtechnologie, maakindustrie en bouw): als clusters of als sectoren?

•

De output van de drie ambtelijke werksessies die in mei hebben plaatsgevonden met regionale partners.

De punten die niet zijn verwerkt, worden wél meegenomen in de uitwerking van de 2.0-versie, die wij in oktober 2022 gereed willen hebben voor bespreking, toets en vaststelling door colleges en volksvertegenwoordigers.

1

Samenvatting De provincie Flevoland, het Rijk, de zes Flevolandse gemeenten en het Waterschap Zuiderzeeland slaan de handen ineen om langjarig samen te werken aan de ruimtelijke ontwikkeling Flevoland. De Strategische Agenda Flevoland is daar een eerste bouwsteen voor. In de agenda beschrijven Rijk en regio waar zij de komende jaren naar toe willen werken en welke afspraken zij maken om dat te realiseren. De fysieke leefomgeving staat daarbij centraal, maar wordt duidelijk verweven met een maatschappelijk perspectief omdat de ruimtelijke maatregelen samen moeten bijdragen aan brede welvaart voor alle bewoners in de regio. Een mooie, duurzame en sociale leefomgeving waar bewoners prettig kunnen wonen, werken, leren en recreëren is daar een cruciaal onderdeel van. Rijk en regio werken in de Strategische Agenda samen langs drie ontwikkelpijlers aan de ruimtelijke ontwikkeling van de regio: vitale steden en dorpen, toekomstbestendige regionale economie en robuust natuurlijk fundament. De drie pijlers zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De overheden werken daar gelijktijdig aan en hebben oog voor de samenhang tussen de opgaven.

Vitale steden en dorpen Flevoland is een relatief jonge provincie die de afgelopen decennia hard is gegroeid qua inwoners en naar verwachting de komende tijd blijft groeien. De regio draagt via verschillende trajecten bij aan de nationale woningbouwopgave en is bereid dat te blijven doen, maar wel onder de juiste voorwaarden. Er moet in Flevoland namelijk meer gebeuren dan het stapelen van stenen; Rijk en regio willen bouwen aan een samenleving met inclusieve woonomgevingen waar voor iedereen een thuis is. Door diverse woonomgevingen te creëren wordt Flevoland een aantrekkelijke regio voor alle groepen in de samenleving, wat de vitaliteit van de regio ten goede komt. Voor die vitaliteit is ook aandacht nodig voor randvoorwaarden zoals bereikbaarheid, onderwijs, voorzieningen, aantrekkelijkheid van het landschap, banen en verdienvermogen. Tevens wordt bij de ontwikkeling van nieuwe woningen rekening gehouden met klimaatadaptatie en behoud van biodiversiteit, water- en bodemkwaliteit. Ook bij de vernieuwing van de huidige leefomgevingen dienen deze randvoorwaarden meegenomen te worden. Zo ligt er in bestaande wijken een flinke opgave om onder andere meer levendige, diverse, inclusieve en duurzame woonomgevingen te creëren. Dit alles realiseren is niet mogelijk met enkel ruimtelijke ingrepen.

Het gaat om de ‘zachte’ kant van de steden en dorpen, zoals de sociale structuren en stedelijke cultuur. Voorzieningen, werkgelegenheid en passend onderwijs moeten zich langzaamaan verankeren in het Flevolandse, zodat de steden zich ontwikkelen tot vitale omgevingen.

Toekomstbestendige regionale economie Een vitale samenleving heeft een goede economie nodig die in banen en verdienvermogen voorziet. Op dit moment is Flevoland hiervoor sterk afhankelijk van omliggende regio’s. Rijk en regio streven er daarom naar om de verhouding tussen inwoners en banen in de regio in balans te brengen, met economische groei gericht op duurzaamheid. De basis daarvoor ligt er al in Flevoland. De regio beschikt over verschillende sterke economische clusters in de voedselverwerkende industrie, logistiek, voertuigtechnologie, maakindustrie en bouw. Voor de groei van deze clusters ligt de meeste potentie in drie (internationale) ontwikkelingen: klimaat & energie, circulaire economie en digitalisering & sleuteltechnologieën. Hierop inspelen biedt niet alleen economische kansen, maar maakt de Flevolandse economie klaar voor de toekomst en zorgt voor duurzame economische activiteiten die bijdragen aan de nationale duurzaamheidsopgaven. Eenzelfde ambitie voor verduurzaming hebben Rijk en regio voor de landbouw in Flevoland. Het streven is een uitstootvrije, natuur-inclusieve en circulaire landbouw te realiseren waar zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, de vruchtbare bodem wordt beschermd en waar boeren een goede boterham mee kunnen verdienen.

Flevoland heeft daarbij alles in huis om in deze ontwikkeling een voorloper te worden waar de oplossingen worden bedacht en in de praktijk gebracht. 2

Om de economische kansen in de clusters en de landbouw te pakken, is een sterke ruimtelijk-economische infrastructuur nodig. Rijk en regio gaan daartoe werken aan een verbetering en verbreding van de onderwijs- en kennisinstellingen in de regio. Zo kan de beroepsbevolking opgeleid worden om te werken in de regionale economische clusters in Flevoland zelf. Dit maakt een vruchtbare bodem voor bedrijven om zich in Flevoland te vestigen of binnen Flevoland gevestigd te blijven.

Robuust natuurlijk fundament De water- en bodemsystemen vormen samen met de biodiversiteit het natuurlijk fundament waarop de bovenstaande toekomstige samenleving en economie berust. Dit natuurlijk fundament staat in Flevoland - en de rest van Nederland - onder druk met onder andere bodemuitputting en biodiversiteitsverlies tot gevolg. Rijk en regio kiezen er daarom voor om in de ruimtelijke ontwikkelingen expliciet rekening te houden met de grenzen van het natuurlijk fundament en hierop te anticiperen voor de lange(re) termijn. Waar we op welke manier wonen, werken, reizen en recreëren laten we leiden door water, bodem en biodiversiteit. Dat betekent dat niet alles overal mogelijk is. Het geeft ook mooie nieuwe kansen zoals natuur-inclusief verstedelijken met ecologische structuren die tot diep in de steden reiken. Rijk en regio gaan met deze blik ook kijken naar bestaand ruimtegebruik. In sommige gevallen zal dat betekenen dat het ruimtegebruik moet worden aangepast om meer ‘ruimte’ te geven aan biodiversiteit, bodem of water. Dit maakt niet alleen het natuurlijk fundament robuuster, maar maakt landschappen, dorpen en steden ook aantrekkelijker en leefbaarder.

3

Inhoud 1.

Inleiding

5

1.1

Rijk en regio slaan de handen ineen

5

1.2

Groei en innovatie

5

1.3

Samenwerking in de Strategische Agenda

6

1.4

Een verbonden regio

6

1.5

Leeswijzer

7

2.

Perspectief Flevoland

8

3.

Drie ontwikkelpijlers

12

3.1

Vitale steden en dorpen

13

Opgave: Goed wonen in een gezonde leefomgeving

14

Opgave: Voorzieningen voor een dynamische samenleving

16

Toekomstbestendige regionale economie

19

Opgave: Doorontwikkeling economie

20

Opgave: Versterken ruimtelijk-economische infrastructuur

21

Opgave: Verduurzaming landbouw

23

Robuust natuurlijk fundament

25

Opgave: Bewaken en verstreken van de grenzen van het natuurlijk fundament

26

3.2

3.3

4

1. Inleiding 1.1 Rijk en regio slaan de handen ineen Nederland staat door de nationale woonopgave voor een grote uitdaging. De woningvoorraad moet in korte tijd vergroot worden om aan de huidige schaarste tegemoet te komen. Flevoland is, als onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam en schakelpunt met regio’s Zwolle, Noord-Nederland en Utrecht, een interessant gebied daarvoor. Dit komt onder andere in de verstedelijkingsstrategie voor de Metropool Regio Amsterdam duidelijk naar voren. Flevoland is bereid om onder de juiste randvoorwaarden nieuwe woningen een plek te geven om bij te dragen aan de nationale woonopgave. In het manifest ‘Wij zijn Flevoland!’ doen bestuurders in Flevoland daarvoor een aanbod aan de Rijksoverheid. Een aanbod om als één overheid oplossingen te zoeken en te bouwen aan een gezamenlijk perspectief voor de toekomst van Flevoland. Flevoland en het Rijk hebben elkaar namelijk nodig. De verwachte relatieve groei van de Flevolandse bevolking en de daarmee gepaard gaande ontwikkelingsdynamiek van ongeveer 420.000 inwoners naar mogelijk 650.000 inwoners de komende decennia, is groot. Om deze groei op een gezonde manier te laten verlopen zal meer moeten gebeuren dan alleen woningen bouwen.

Er is aandacht nodig voor de randvoorwaarden zoals bereikbaarheid, onderwijs, voorzieningen, behoud van biodiversiteit, water- en bodemkwaliteit, klimaatadaptatie, aantrekkelijkheid van het landschap, banen en verdienvermogen. Al deze investeringen moeten gericht zijn op het bouwen van een duurzame en vitale samenleving. Een samenleving waar de brede welvaart op een goed peil is en zich kan meten met andere regio’s in Nederland. Het bouwen van woningen moet daarom hand in hand gaan met investeringen in kwaliteit en leefbaarheid. Dat kan alleen als Rijk, provincie, gemeenten en waterschap zich hier samen voor inzetten. De noodzaak voor samenwerking tussen Rijk en regio is breder dan alleen de woningbouwopgave. Ook zonder de woonopgave heeft Flevoland een veelomvattende agenda. Een agenda waar vitaliteit en dynamiek van steden en dorpen, bereikbaarheid, economie en arbeidsmarkt grote thema’s zijn, en waar de energietransitie, transitie naar een circulaire economie, verduurzaming van de landbouw, klimaatadaptatie en biodiversiteit ook aandacht, middelen en ruimte vergen. Al deze opgaven zijn van zowel regionaal als nationaal belang. Nieuwe locaties voor opwekking van hernieuwbare energie, circulaire bouwmaterialen, duurzame landbouw en robuuste natuurlijke ecosystemen dragen immers ook bij aan de nationale opgaven op deze thema’s.

En een sterke, innovatieve Flevolandse economie draagt bij aan het verdienvermogen van heel Nederland. Wegens de breedte en het belang van de opgaven in Flevoland wensen Rijk en regio langjarig samen te werken aan de doorontwikkeling van Flevoland. Samen gaan Rijk en regio aan de slag met de veelomvattende agenda in Flevoland, waarmee tegelijkertijd wordt bijgedragen aan opgaven op nationaal niveau. De Rijksoverheid ziet hierin een belangrijke rol om als partner met de regio samen te werken aan de gezonde groei van Flevoland. Onder andere met de omvangrijke grondpositie van het Rijk. Het goed inzetten van deze gronden voor het publieke belang vergt een goede samenwerking met de regio.

1.2 Groei en innovatie Als er één regio is die kan omgaan met de samenhangende opgaven dan is het Flevoland. De regio kenmerkt zich door een geschiedenis waarin een van de grootste waterstaatkundige en ruimtelijke opgaven in nauwelijks 100 jaar tijd tot stand is gebracht. Sindsdien zijn er in het ruimtelijk domein vele innovatieve concepten toegepast in Flevoland, zoals het vernieuwende verkavelingsplan voor de Noordoostpolder en het ‘Nieuwe Bouwen’ in Nagele en de vele bouwexpo’s in Almere. Ook nu is versnellen, innoveren en verduurzamen dagelijkse praktijk. Voorbeelden zijn de snelheid waarmee de omslag naar de opwekking van groene energie is gemaakt, de 5

koploperpositie die Flevoland heeft in grootschalige biologische akkerbouw en de inzet op het gebruik van data en nieuwe technologie zoals smart farming, smart fishing, smart mobility en smart shipping. Andere krachtige uitingen zijn de ontwikkeling van het Nationaal Park Nieuw Land, de proefboerderijen van de WUR, de proeftuin aardgasvrije wijken in Nagele, het experimenteel en vernieuwend bouwen in Almere Oosterwold, het Mobiliteit en Infrastructuur Test Centrum (MITC) als testlocatie op gebied van mobiliteit van de toekomst, het praktijk en innovatiecentrum circulaire economie (PRICE) en een Flevo Campus. Deze voorbeelden laten zien dat Flevoland vaak het praktijklab is waar innovaties worden uitgetest en doorontwikkeld tot uitvoerbare concepten. Dit maakt Flevoland bij uitstek een regio die als proeftuin voor actuele transities kan dienen. De regio waar oplossingen voor de grote nationale opgaven kunnen worden versneld en opgeschaald. Van oudsher is de ontwikkelkracht in Flevoland groot. De doenersmentaliteit en het ondernemerschap van de Flevolanders maakt dat nieuwe ontwikkelingen worden uitgeprobeerd en waar mogelijk verder worden gebracht.

1.3 Samenwerking in de Strategische Agenda Flevoland kenmerkt zich historisch gezien door ruimte voor groei en ontwikkeling. Dit biedt - onder de juiste voorwaarden - mogelijkheden voor de groei van de regio ten behoeve van de woonopgave en ruimtelijke ontwikkelingen ten behoeve van andere grote Rijksopgaven. Echter, de ruimte in Flevoland is niet meer zo ‘onbeperkt’ als bij de start van de inpoldering. Steeds meer opgaven leggen een claim op de beschikbare ruimte en hebben impact op het bijzondere landschap. Bovendien moet rekening worden gehouden met de natuurlijke ecosystemen in Flevoland, waardoor niet alles overal mogelijk is. Voor een goede ruimtelijke inpassing van de verschillende ruimteclaims zijn slimme keuzes nodig waarbij wordt ingezet op efficiënt en meervoudig ruimtegebruik voor de (middel)lange termijn. Een logisch en samenhangend ruimtelijk perspectief om richting te geven aan de te nemen keuzes is daarbij cruciaal. De Strategische Agenda Flevoland is daar een belangrijke bouwsteen voor. De agenda geeft een gezamenlijk perspectief van Rijk en regio op het ruimtegebruik in Flevoland. Het benadrukt de opgaven die er in Flevoland spelen en hoe Rijk en regio die samen willen aanpakken. De scope van de Strategische Agenda Flevoland is dan ook primair ruimtelijk van aard.

Dat betekent dat ruimtelijke opgaven, zoals wonen, economie, bereikbaarheid, recreatie, natuur en landbouw centraal staan. Maar alleen het ruimtelijk perspectief zou een lege huls zijn als deze geen rekening houdt met het maatschappelijk perspectief. Het maatschappelijk perspectief wordt daarom in de agenda verweven om voor de samenleving - inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties - een waardevolle inrichting van Flevoland te bereiken. Samenwerken aan het gezamenlijke perspectief van Rijk en regio is alleen mogelijk met overtuigende afspraken tussen alle bestuurslagen. Tussen de provincie, het waterschap en de zes gemeenten aan de kant van Flevoland en de verschillende ministeries aan Rijkszijde. In de Strategische Agenda Flevoland worden deze partijen samen ‘Rijk en regio’ genoemd. De Strategische Agenda is de basis voor een langjarige samenwerking tussen deze partijen. In de agenda worden beoogde resultaten en afspraken beschreven om samen het perspectief voor Flevoland te verwezenlijken. Die afspraken ondersteunen en versterken elkaar en hebben verschillende tijdshorizonten met verschillende maten van concreetheid. De Strategische Agenda zal cyclisch vernieuwd worden waarbij telkens nieuwe resultaten en afspraken worden bepaald.

1.4 Een verbonden regio Flevoland bestaat uit een drietal polders en is daarmee een entiteit op zich zelf. In 2020 hebben provincie, waterschap en de zes gemeenten in Flevoland besloten de regionale samenwerking te intensiveren, om gezamenlijk de landelijke vraagstukken van vandaag en morgen aan te pakken. In het manifest ‘Wij zijn Flevoland!’ heeft de regio uiteengezet hoe Flevoland een bijdrage kan leveren aan de grote landelijke vraagstukken van dit moment. 6

Naast deze sterke onderlinge verbondenheid, maken de gemeenten en de provincie - vanwege de verscheidenheid aan ruimtelijke oriëntaties - deel uit van verschillende regionale netwerken. Ze zijn (deels) onderdeel van de MRA, de regio Zwolle, de regio Ermelo-Harderwijk-Zeewolde, het Deltaplan Noordelijk Nederland, de IJsselmeeragenda, en andere interbestuurlijke trajecten. Daarnaast is Flevoland krachtig verbonden met Zuid-West Fryslân, de Cleantech regio en Foodvalley. In deze regio’s werken Rijk en regio via verschillende programma’s, projecten, akkoorden en agenda’s al samen aan de ruimtelijke ontwikkeling van Flevoland. De Strategische Agenda zal geen verandering brengen in de huidige manier van samenwerken. Lopende trajecten en samenwerkingen blijven hun doorgang vinden. De Strategische Agenda Flevoland heeft daarin wel een belangrijke functie in het versterken, aanvullen en verbinden van de bestaande interbestuurlijke trajecten. Met het gezamenlijk perspectief is de agenda de basis voor de regio-specifieke samenwerking aan regionale en nationale opgaven.

1.5 Leeswijzer De Strategische Agenda Flevoland is opgebouwd in vier onderdelen: •

In hoofdstuk 2 wordt het perspectief op de regio geschetst. Dit is een toekomstbeeld waar Rijk en regio samen met de agenda naar streven.

•

In hoofdstuk 3 wordt het perspectief uitgewerkt in drie ontwikkelpijlers waarlangs Rijk en regio gaan samenwerken. Per ontwikkelpijler worden opgaven beschreven en doelen gesteld.

7

2. Perspectief Flevoland Het perspectief samengevat Flevoland is een regio waar het goed vertoeven is. Steden en dorpen zijn levendige omgevingen, met een divers aanbod aan woningen, een ruim aanbod aan voorzieningen en volop mogelijkheden voor ontmoeting, samenkomen en omkijken voor elkaar. De bereikbaarheid sluit aan op de groei die de regio heeft doorgemaakt, zowel binnen de regio als vanuit de regio naar omliggende gebieden. In Flevoland zijn de randvoorwaarden voor een florerende economie – op het gebied van kennis-, fysieke- en energie-infrastructuur – op orde en zijn in economische clusters volop duurzame activiteiten ontplooid. Dit alles trekt talent, bedrijvigheid en werkgelegenheid naar de regio, wat zich tevens bindt aan de regio. Bij deze verschillende ontwikkelingen is het natuurlijk fundament van bodem, water, klimaat en biodiversiteit (mede)bepalend.

Er zijn weinig gebieden in Nederland die zo snel veranderen als Flevoland. Waar 80 jaar geleden alleen water was, zijn nu steden, dorpen, akkers en natuurgebieden verrezen. Het heeft geleid tot een regio met een eigen karakter en kenmerkende steden, dorpen en landschappen. De ontwikkeling staat niet stil. De geschetste urgentie voor samenwerking laat zien dat Flevoland zich de komende decennia blijft ontwikkelen. Voor die ontwikkeling schetsen we - Rijk, provincie, gemeenten en waterschap - hier het gezamenlijke perspectief.

Figuur 1. Perspectief voor Flevoland schematisch weergegeven

We bouwen aan een samenleving Flevoland is volwassen geworden. Het Nieuwe Land is zo nieuw niet meer. De gemeenschappen, gebouwd vanuit een sterke pioniersmentaliteit, zijn uitgegroeid tot samenlevingen met mensen die gebonden zijn aan de regio, dorp of stad. Voor die mensen werken we actief aan bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond leven. Daarbij hebben en houden we oog voor onze kwetsbare inwoners. We streven in heel Flevoland naar een veerkrachtige

8

leefomgeving bestaande uit bruisende vitale kernen, dorpen en steden waarin mensen fijn met elkaar kunnen samenleven. Een leefomgeving die toekomstbestendig is. In de toekomst zien we de Flevolandse steden zich verder ontwikkelen tot hoogstedelijke omgevingen die een volwaardige plek innemen in het Stedelijk Netwerk Nederland1. Om die steden heen zien we dorpen en middelgrote kernen liggend in een groen en open landschap en goed verbonden met de omliggende steden. Het zijn hechte, inclusieve gemeenschappen waar men prettig woont. Er zijn voldoende scholen, winkels, ontmoetingsplekken en andere voorzieningen voor een levendig dorpsleven. Middelgrote kernen zoals Dronten, Zeewolde, Urk en Emmeloord huisvesten daarnaast regionale voorzieningen op het gebied van zorg, sociale voorzieningen en cultuur. Ook de grote steden hebben voldoende voorzieningen die passen bij een divers aanbod aan woonomgevingen. Culturele voorzieningen, recreatiemogelijkheden, parken en pleinen zorgen voor een stedelijke cultuur met sociale cohesie. In de steden zorgt een levendige stadseconomie voor bruisende centra gedurende dag en nacht. Een groot deel van de Flevolanders heeft ook een baan in die stadeconomie. Andere bewoners werken juist elders in de regio bij een van de vele innovatieve bedrijven die zich in de regio hebben gevestigd.

Binnen deze ambitie om verder te bouwen aan de samenleving is er ruimte voor groei van de steden en dorpen om bij te dragen aan het nationale woningtekort. Maar Flevoland groeit niet om te groeien. Het uitbreiden van de woonvoorraad gaat hand in hand met de zorg voor kwaliteit, duurzaamheid, vitaliteit en leefbaarheid. We creëren diverse en inclusieve woonomgevingen voor een diverse bevolkingssamenstelling waar voor iedereen een thuis is. Woonwijken zijn toonbeelden van energie-neutrale, klimaatadaptieve, waterzuinige en circulaire woonomgevingen waar de kenmerkende Nieuwe Natuur nooit ver weg is. Daarvoor omarmen we innovaties in bouw en ontwerp. We bouwen nieuwe woonwijken op strategische plekken in de regio, rekening houdend met onder andere bodemdaling, natuur, water en landschappelijke inpassing. Tegelijkertijd streven we ernaar woningen te bouwen dichtbij bestaande voorzieningen en werkgelegenheid, zodat bewoners niet lang hoeven te reizen. Waar dat niet mogelijk is, nemen we maatregelen om extra voorzieningen of banen te realiseren. Aanvullend werken we aan goede bereikbaarheid met een infrastructuur die past bij de toekomstige groei van de regio en gebruiken we nieuwe mobiliteitsconcepten om die infrastructuur zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Zo bouwen we gestaag aan een groeiende én vitale samenleving in Flevoland.

Naast wonen is en blijft Flevoland een prachtige regio om te recreëren voor Flevolanders en bezoekers uit de rest van Nederland en daarbuiten. Het unieke verhaal van ’s werelds grootste inpoldering, de grote uitgestrekte natuurgebieden waar je in kunt verdwalen, het IJsselmeergebied met de randmeren om de polders, het unieke ontworpen landschap met zijn open karakter en Landart en bijzondere cultuurgebieden als Schokland, Nagele en Urk vormen samen de aantrekkelijkheid en identiteit van de regio. Deze onderscheidende kenmerken van Flevoland versterken we met ontwikkelingen zoals de Markerwadden en nieuwe natuurprojecten door de gehele regio. Bovendien houden we bij alle ruimtelijke ontwikkelingen rekening met de karakteristieke verschijningsvorm van Flevoland. We gaan zuinig om met de openheid van de omgeving. Onder andere door woningbouw en bedrijfsterreinen binnen of in aansluiting op de bestaande kernen te realiseren zodat het landschap in Flevoland grootschalig blijft. We blijven daarbij ontwerpkracht inzetten om ontwikkelingen in samenhang op te pakken en kwaliteit toe te voegen. Zo kunnen we blijven genieten van het unieke landschap.

We investeren in een toekomstbestendige economie In de vitale samenleving die wij nastreven is voldoende werk en verdienvermogen voor bewoners. De hoeveelheid inwoners en de hoeveelheid banen is in balans. Daarvoor is een stuwende economie nodig die bijdraagt aan brede welvaart. We gaan daarom als Rijk en regio, voortbouwend op afspraken als bijvoorbeeld een Regio Deal

Het Stedelijk Netwerk Nederland wordt in de NOVI benoemd als het kloppend hart van land en economie bestaande uit de Randstad, Amersfoort, Zwolle, Arnhem-Nijmegen, Brabantse stedenrij, met uitlopers naar Twente, Groningen en (Zuid-)Limburg. 1

9

Noordelijk Flevoland, samen met het Flevolandse bedrijfsleven en onderwijsinstellingen extra aandacht besteden aan het versterken van de economische positie van Flevoland. Er is daarin een belangrijke rol weggelegd voor de verschillende innovatieve clusters die Flevoland rijk is op het gebied van de voedselverwerkende industrie, logistiek, voertuigtechnologie, maakindustrie en bouw. Door deze clusters verder te ontwikkelen en met elkaar te verbinden, worden zij het ‘motorblok’ van de Flevolandse economie waarin elk cluster als een cilinder bijdraagt aan brede welvaart. Dit is ook van grote waarde voor Nederlandse economie als geheel. De clusters liggen midden in Nederland en zijn aan alle zijden verbonden met het Stedelijk Netwerk Nederland. Innovaties en kennis opgedaan in Flevoland worden makkelijk verspreid door heel Nederland. Andersom sluit Flevoland gemakkelijk aan bij aanpalende clusters in de rest van het land. Samen gaan de clusters een onderscheidend economisch profiel vormen voor Flevoland. Centraal daarin staat dat we streven naar een duurzame economie die bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven in Nederland. Een fossiel-vrije economie met zo min mogelijk milieu-impact en met bedrijven die duurzame oplossingen voor de toekomst bedenken, uitwerken en toepassen.

Daarvoor richten wij ons op drie mondiale transities: klimaat en & energie, circulaire economie en digitalisering en & sleuteltechnologieën. Hier nú op inspelen is essentieel om toekomstbestendige economische clusters te realiseren die bijdragen aan de nationale opgaven op deze thema’s. Denk aan clusters met bedrijven die circulaire bouwmaterialen produceren om te gebruiken voor het bouwen van woningen. Of bedrijven die de energietransitie mogelijk maken met innovatieve warmtesystemen, nieuwe systemen voor het opvangen van zonne-energie en slimme opslagsystemen. De potentie wordt groter als de clusters elkaar ook versterken. Zo zien we bedrijven die meeliften op de mogelijke ontwikkeling van Lelystad Airport en de aanwezigheid van het MITC voor het innoveren en testen van duurzame technologieën in vliegtuigen en wegtransport, hun innovaties meteen toepassen in de logistieke sector. Daarnaast zien we Flevoland uitgroeien tot de duurzame voedselschuur van Nederland, met een voedselverwerkende industrie die via korte ketens verbonden is met de nabijgelegen vruchtbare akkers. Op deze akkers vindt kringlooplandbouw plaats, is er ruimte voor het stimuleren van biodiversiteit en is het behoud van een vitale en vruchtbare bodem essentieel.

Door economische ontwikkeling op al deze terreinen draagt Flevoland bij aan (inter)nationale opgaven én plukken inwoners ook zelf de vruchten van de zo kenmerkende innovatie- en doenersmentaliteit in Flevoland. Aan de basis van het verwezenlijken van deze economische ambitie staat goed onderwijs waar Flevolanders kennis en expertise kunnen op doen om te werken in de bovenstaande clusters en de landbouw. Flevoland wordt daarom een hotspot voor technisch en duurzaam talent. We behouden jonge talenten in de regio en trekken nieuwe talenten aan met gespecialiseerde onderwijsinstellingen op MBO, HBO en universitair niveau en innovatieve bedrijven waar studenten hun kennis direct in de praktijk kunnen brengen. De goede aansluiting tussen onderwijs en bedrijven – gericht op banen van de toekomst – maakt Flevoland bovendien een aantrekkelijke regio voor innovatieve bedrijven, waarvoor de beschikbaarheid van technische beroepsbevolking een vestigingsplaatsfactor is. Samen dragen de nieuwe bedrijvigheid en jonge studenten bij aan de grote maatschappelijke opgaven waar we voor staan en zorgt het voor meer levendigheid in de gehele regio.

We pakken de koploperspositie in de duurzame landbouw De landbouw in het landelijk gebied is een belangrijke structurerende speler die het landschap heeft vormgegeven en dat zal blijven doen. De sector staat landelijk voor een enorme uitdaging om verder te verduurzamen. Passend bij de landelijke transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitbronnen. In Flevoland pakken we gezamenlijk die handschoen op. We streven naar een uitstootvrije, natuur-inclusieve en circulaire landbouw waar zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, de vruchtbare bodem wordt beschermd en waar boeren een goede boterham mee kunnen verdienen. Een vergaande ambitie die niets minder is dan een revolutie, maar breed wordt gedragen door agrariërs, consumenten, Rijk en regio. Flevoland heeft daarbij alles in huis om voortrekker te worden waar de oplossingen worden bedacht en in de praktijk gebracht zodat ze in de rest van Nederland gebruikt kunnen worden. Op dit moment worden daar de eerste stappen voor gezet door de vele

10

innovatieve en ondernemende boeren in de provincie. We gaan deze initiatieven de komende jaren maximaal stimuleren om de voortrekkersrol te verstevigen. Daarvoor richten we ons op duurzame akkerbouw, tuinbouw, bosbouw en visserij. We behouden vruchtbare gebieden op een duurzame manier en benutten ze optimaal voor hoge productie . Voor minder rendabele plekken kijken we of die anders gebruikt kunnen worden om het natuurlijk fundament te versterken. Ook in de verstedelijkte gebieden kijken we naar de mogelijkheden voor landbouw. Stadslandbouw in en met bewoners van steden en dorpen verrijkt het woonlandschap en biedt mogelijkheden tot nieuwe vormen van landbouw. Verbinding tussen de landbouw met de verschillende economische clusters biedt ook nieuwe kansen. De relatie met de voedselverwerkende industrie is evident. Daarin streven we er naar met korte ketens zoveel mogelijk lokaal eten op lokale borden te laten belanden. Daarnaast kan de landbouw voor het bouwcluster bio-based grondstoffen aanleveren die gebruikt worden in de circulaire woningen. Bij deze ontwikkelingen zoeken we de samenwerking met kennisinstituten en andere regio’s. Zo wordt Flevoland de kwartiermaker voor de duurzame landbouw.

We bewaken en versterken het natuurlijk fundament De water- en bodemsystemen vormen samen met de biodiversiteit het fundament waarop de toekomstige samenleving en economie berust. Het biedt de basis voor een Flevoland waar het prettig wonen, werken, leren en recreëren is. Dit fundament geeft ook de grenzen voor de mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. We lopen immers in sommige gebieden nu al aan tegen de grenzen van het natuurlijke fundament en ondervinden daarvan consequenties als bodemuitputting en achteruitgaande biodiversiteit. Factoren als klimaatverandering vergroten de druk op het natuurlijk fundament en maken het rekening hier mee houden des te urgenter. We beseffen ons daarom terdege dat niet alles overal en tegelijk kan plaatsvinden in Flevoland. In de ruimtelijke keuzes houden we daarom expliciet rekening met de grenzen van het natuurlijk fundament en anticiperen we op ontwikkelingen op de lange(re) termijn. Waar we op welke manier wonen, werken, reizen en recreëren laten we meer leiden door water, bodem en biodiversiteit. In het aantrekken van economische activiteiten kiezen we bijvoorbeeld voor bedrijven met weinig milieu-impact. En voor woningbouw in bodemdalingsgebieden richten we ons bijvoorbeeld op woningtypologieën die geen hinder ondervinden van een verzakkende bodem.

Buitendijks maken we net zo goed dit soort keuzes om visserij, natuur, wonen en recreatie plaats te laten vinden op de plekken waar dat mogelijk is. Hiermee maken we het natuurlijk fundament toekomstbestendig. We gaan verder dan alleen rekening houden met het natuurlijk fundament; we gaan met de ruimtelijke ontwikkelingen het natuurlijk fundament ook versterken. We creëren klimaat adaptieve omgevingen waarin we de risico’s van klimaatverandering het hoofd kunnen bieden. Omgevingen waar de bodemkwaliteit gezond is en die weerbaarder is voor wateroverlast en extreme droogte omdat de bodem die neerslag kan vasthouden om tijden van droogte te overbruggen. Daarnaast versterken we de ecologische structuren in het landelijk gebied door een fijnmazige dooradering met natuur die de grote natuurgebieden verbindt. We geven in de hele regio meer ruimte aan planten en diersoorten om in aantallen en diversiteit te groeien. Natuur en stad worden nog sterker met elkaar verweven. We kiezen voor natuur-inclusief verstedelijken met ecologische structuren die tot diep in de steden reiken. Dit maakt steden en dorpen tot een aantrekkelijke omgeving om te wonen en het vergroot de biodiversiteit in verstedelijkt gebied.

11

3. Drie ontwikkelpijlers Het geschetste perspectief voor Flevoland is de basis voor de ontwikkeling van Flevoland die Rijk en regio voor zich zien. Om die ontwikkeling te concretiseren worden in dit hoofdstuk opgaven en doelen beschreven waaraan Rijk en regio de komende jaren gaan werken. Deze vallen onder drie ontwikkelpijlers: vitale steden en dorpen, een sterke regionale economie en een duurzaam natuurlijk fundament. Voor elke pijler worden de belangrijkste opgaven2 beschreven met daaronder de doelen waar Rijk en regio gezamenlijk aan gaan werken. Samenhang tussen opgaven De opgaven in de drie ontwikkelpijlers staan niet op zichzelf. Verschillende ontwikkelingen hangen met elkaar samen en houden onderling verband. Hoewel de opgaven in deze agenda los van elkaar worden beschreven, dienen ze niet sectoraal te worden opgepakt. Zo is voor goed wonen ook werkgelegenheid in de buurt nodig. Vragen wonen en werken beide om goede bereikbaarheid. En is het van belang om integraal af te wegen of een bepaald gebied vanuit bodem en water bezien het meest geschikt is voor wonen, landbouw of een andere functie. Deze samenhang wordt in de opgaven zelf benadrukt, maar het verdient extra aandacht. De onderlinge afhankelijkheid tussen ontwikkelingen en opgaven brengt namelijk complexe afwegingen met zich mee.

Het is van belang om opgaven in verband met elkaar te bezien en ze slim te combineren, om zo tot een optimaal en toekomstbestendige ruimtegebruik te komen.

Deze opgave sluiten aan bij de drie hoofdlijnen uit de Verstedelijkingsstrategie MRA: 1. Meerkernige ontwikkeling met menselijke maat. 2. Systemen voor de toekomst. 3. Groen blauw netwerk in en om de stad. 2

12

3.1 Vitale steden en dorpen Flevoland is een relatief jonge provincie, die de afgelopen decennia hard is gegroeid en dat naar verwachting de komende tijd zal blijven doen. Over een aantal jaar is Flevoland uitgegroeid tot een regio waar het goed vertoeven is. Steden en dorpen zijn levendige en vitale omgevingen, waar een ruim aanbod aan cultureleonderwijs, zorg-, sport- en sociale voorzieningen aanwezig is. In de steden en dorpen bestaat een divers aanbod aan woningen en woont een diverse groep aan bewoners – met verschillende culturele achtergronden, verschillende opleidingsniveaus, verschillende economische posities en verschillende gezinssamenstellingen. Er is geïnvesteerd in mogelijkheden voor ontmoeting, samen komen en omkijken naar elkaar, wat de leefbaarheid, sociale samenhang en cohesie in de steden en dorpen heeft versterkt. Naast voorzieningen zijn ook de bereikbaarheid en het verdienvermogen voor bewoners meegegroeid en toereikend.

Figuur 2. Toekomstbeeld van Flevoland met vitale steden en dorpen

13

Opgave: Goed wonen in een gezonde leefomgeving De behoefte aan goede en betaalbare woningen is in Nederland - en zeker in de Randstad - groot. Van sociale huurwoningen tot in de koopsector heerst er schaarste, waardoor het voor grote groepen Nederlanders steeds lastiger is om een passende en betaalbare3 woning te vinden op een locatie waar het prettig wonen is. Naar verwachting zal de schaarste de komende jaren alleen maar verder toenemen. Ook in Flevoland wordt een toenemende vraag verwacht door de autonome groei van het aantal inwoners in de regio en extra vraag naar woningen vanuit de omliggende Metropoolregio Amsterdam en regio Zwolle. Flevoland kan bijdragen aan de nationale woonopgave door de woningbouw in de regio te versnellen. Uit de ‘Routekaart programma 100.000+ woningen’ volgt dat er in Flevoland tot 2050 90.000-115.0004 woningen gerealiseerd kunnen worden. In de steden Almere en Lelystad kan het leeuwendeel van deze nieuwe woningen gebouwd worden, maar ook middelgrote kernen zoals Dronten, Emmeloord en Urk kunnen (extra) groeien. De woningen kunnen worden gerealiseerd rond OV-knooppunten, binnen de dorpskernen en stadsharten, op nieuwe uitleglocaties en langs de kust. Bij de locatiekeuze, wijkinrichting en manier van bouwen van nieuwe woningen wordt rekening gehouden met kansen en belemmeringen die vanuit bodem en water bestaan.

De uitbreiding van het woningbestand staat niet op zichzelf. In Flevoland is de samenlevingsopbouw tot op heden achtergebleven bij het aantal woningen. Deze dient op peil gebracht te worden en mee te groeien met een groeiend aantal woningen. Bij het bouwen van een samenleving en gezonde leefomgeving gaat het enerzijds om kwaliteit van de leefomgeving, type woningen en bereikbaarheid. Daarnaast zijn ook voorzieningen en sociale aspecten van belang. Naast het uitbreiden van het woningbestand ligt er in Flevoland een opgave om de kwaliteit van de woonomgeving van Flevolanders te verbeteren. Flevoland kenmerkt zich door buurten en wijken die vanaf halverwege de vorige eeuw gelijktijdig en in hoog tempo zijn gebouwd. Voorzieningen zijn in deze buurten en wijken veelal achtergebleven, waardoor het ontbreekt aan sociale cohesie. Deze huizen en omgevingen zijn nu, wederom snel achter elkaar, toe aan vernieuwing, verduurzaming en doorontwikkeling. Naast het renoveren en diversifiëren van de woningvoorraad dient ook het voorzieningenniveau op peil gebracht te worden, om ervoor te zorgen dat wordt gekomen tot de gewenste samenlevingsopbouw. De opgave is om de verouderde en monotone woningvoorraad te renoveren en diversifiëren en verouderd of ongebruikt bedrijfsvastgoed te transformeren.

Daarnaast dient de omgeving een kwaliteitsimpuls te krijgen door de kwaliteit van publieke ruimtes te verhogen en meer ruimte te maken voor natuur en groen. De architectuur en stedenbouw uit de naoorlogse periode zijn hierin kwaliteiten die we willen behouden. Uitgangspunt bij de uitbreiding en vernieuwing van het woningbestand is om deze op een duurzame en klimaatbestendige wijze te laten plaatsvinden, met oog voor circulariteit, energietransitie en klimaatadaptatie. De woningen worden circulair ge-/verbouwd, met duurzame materialen en gasloos en energie-efficiënt gemaakt. Ook worden woningen zo gebouwd dat ze berekend zijn op toenemende hittestress en bij verdergaande bodemdaling en extreme buien geen problemen ondervinden. De opgave is om dit te realiseren en tegelijkertijd de ingrepen betaalbaar te houden voor bewoners. De schaalgrootte van de nieuwbouw en de vernieuwingsopgave biedt een kans om innovatieve concepten in de praktijk te brengen. Vanuit de Flevolandse ondernemersgeest kan Flevoland bijvoorbeeld optreden als proeftuin op het gebied van klimaatadaptieve en circulaire woningbouw, onder meer middels demontabele bouwelementen, verplaatsbare en drijvende woningen, hout- en biobased bouwmaterialen en het combineren van groen bij woningbouw.

Of er kan onderzocht worden welke vernieuwingen in De kans op een betaalbare woning in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is de afgelopen twee jaar verder afgenomen. Een steeds groter deel van de woningvoorraad in de regio bestaat uit dure huur- en koopwoningen. Dat geldt niet alleen voor Amsterdam, maar ook voor de voorheen meer betaalbare delen van de regio. Steeds minder mensen met een laag of middeninkomen kunnen daardoor in de MRA geen huis vinden. Zie: https://www.metropoolregioamsterdam.nl/wimra-2021/ 4 Bij de hier genoemde getallen is zonder Deltaplan/Lelylijn ambitie gerekend. Inclusief Deltaplan/Lelylijn ambitie zou de bovengrens kunnen oplopen tot 130.000 woningen. 3

14

waterverbruik mogelijk zijn. Specifiek voor de vernieuwingsopgave kan Flevoland inzetten op innovatieve concepten op het vlak van preventieve (wijk)vernieuwing. Naast duurzame, klimaatadaptieve en circulaire woningen is het streven om een thuis voor iedereen te creëren: oud, jong, alleenstaand, gehuwd, van praktisch tot universitair geschoold, voor mensen met verschillende culturele achtergronden, arbeidsmigranten, aandachtsgroepen5 enzovoorts. Tevens dienen er meer diverse woonomgevingen met een variëteit aan woonvormen gecreëerd te worden. Een diversiteit aan bewoners en woonvormen draagt bij aan de vitaliteit van steden en dorpen en aan de sociale interactie tussen diverse groepen in de samenleving. Zeker bestaande buurten en wijken kennen veelal een eenzijdige opzet en eenzelfde sociaal economisch profiel met een sterke vertegenwoordiging van de middenklasse. Op dit moment bestaat het gros van de woningvoorraad in Flevoland uit eengezinswoningen. Het percentage meergezinswoningen en woningen voor eenpersoonshuishoudens is minder dan het Nederlandse gemiddelde. Wooncarrière maken in Flevoland is daardoor moeilijk waardoor voornamelijk jongeren en empty nesters wegtrekken uit Flevoland. Het huidige woningaanbod dient dan ook aangepast te worden.

Er is behoefte aan een mix van woningen in het sociale, midden en hoger segment, gerelateerd aan het aanwezige aanbod en draagkracht binnen een dorp of stad. Bij een variëteit aan woonvormen moet volop ruimte zijn voor wooninitiatieven van inwoners, nieuwe woonvormen voor senioren en nieuwe combinaties van wonen en zorg. Vooral hoogstedelijke woonomgevingen worden in de regio gemist. Hierin voorzien vraagt om ruimtelijke ingrepen, zoals verdichting van bestaande woonwijken rondom locaties die goed bereikbaarheid zijn met het OV, ontwikkeling van de stadscentra met multifunctionele woon-werkmilieus en hoogwaardige culturele-, recreatie- en onderwijsvoorzieningen. Naast verdichten in stedelijke woonmilieus dient wonen in ruim opgezette woonmilieus met veel groen een kwaliteit van Flevoland te blijven. Een ander belangrijk onderdeel van een gezonde groei van de regio is, dat de goede bereikbaarheid geborgd is en blijft. Flevoland is aan alle kanten verbonden met de rest van Nederland. Kijkend naar de toekomst zijn er bereikbaarheidsopgaven tussen Flevoland en die omliggende regio’s, met name richting Amsterdam, Utrecht, Zwolle en Noord-Nederland. Door de groei van het aantal inwoners in Flevoland zal bijvoorbeeld de bestaande infrastructuur richting Amsterdam naar verwachting vanaf 2030 niet meer toereikend zijn om te reizen zonder kwaliteitsverlies zoals files en volle treinen.

Om dat op te vangen is het Rijk-regio bereikbaarheidsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) een MIRT-onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanleg van een IJmeerverbinding, met vervolg- en verdiepingsonderzoeken. Ook richting het noorden van Nederland ligt er een opgave. Lokaal kan in de Noordoostpolder een goede OV-verbinding bijdragen aan de vitaliteit van Emmeloord en de omliggende kleine kernen. Regionaal en nationaal kan dit Flevoland maken tot de verbinder tussen Noorden West-Nederland. Zeker als de OV-verbindingen aansluiten op de bestaande as tussen Schiphol en Lelystad. Aansluitend op het coalitieakkoord is dan ook de ambitie met medefinanciering vanuit de regio en uit Europese fondsen de Lelylijn aan te leggen. Betere bereikbaarheid is slechts ten dele te realiseren met de aanleg van meer of betere infrastructuur. Grote winst zit in het efficiënter gebruiken van de bestaande infrastructuur door het sturen van de mobiliteitsvraag en uitrollen van nieuwe mobiliteitsvormen. Voor het sturen van de mobiliteitsvraag is nabijheid het sleutelwoord. Met slimme ruimtelijke keuzes kunnen we ervoor zorgen dat Flevolanders zo kort mogelijk hoeven te reizen voor hun werk, sport of andere activiteiten. Voor de woningbouw betekent dat bouwen dicht bij voorzieningen, werklocaties en OV-knooppunten.

Dat zorgt niet alleen voor het maken van minder kilometers, maar ook dat men eerder geneigd is te lopen of de fiets te pakken. Hier zijn nog flinke stappen te zetten. Meer dan de helft van de

Ter Haar (2021). Een thuis voor iedereen. https://www.woningmarktbeleid.nl/onderwerpen/een-thuis-vooriedereen/documenten/rapporten/2021/07/08/adviesrapport-interbestuurlijke-werkgroep-versterking-beleid-huisvestingaandachtsgroepen 5

15

Flevolandse bevolking woont nu in een gebied met relatief slechte OV-bereikbaarheid.6 En veel Flevolanders reizen voor hun werk naar een andere regio waardoor er veel mobiliteitsbewegingen naar buiten de regio plaatsvinden. Meer banen binnen Flevoland kan daarom de druk op de capaciteit van de infrastructuur verlichten en de bereikbaarheid ten goede komen. De tweede ontwikkelpijler gaat hier verder op in. Ook innovatieve mobiliteitsconcepten kunnen helpen bij een betere bereikbaarheid. Denk aan deelmobiliteit of Mobility as a Service toepassingen, waarbij in één app een reisoverzicht en betaalfunctie wordt verstrekt voor verschillende modaliteiten - (deel)auto's, openbaar vervoer, (deel)fietsen en taxi's 7. Of aan het realiseren van mobiliteitshubs met deelvervoer aan de rand van (nieuwe) woonwijken, waarbij er minder verkeer en auto’s een plek krijgen in de wijk, wat ruimte biedt voor andere opgaven zoals meer ruimte voor groen of voor voorzieningen. Het ontwikkelen van dit soort innovatieve oplossingen kan gerealiseerd worden in samenwerking met het MITC in Marknesse.

Doelen: •

Flevoland draagt bij aan de nationale woningbouwopgave door extra, betaalbare woningen te bouwen. Met de bouw wordt een kwaliteitsimpuls gegeven aan de bestaande leefomgeving. Er wordt een divers aanbod aan woningen en woonomgevingen gerealiseerd, om Flevoland aantrekkelijk te houden en te maken voor verschillende type bewoners in verschillende levensfasen.

•

Bij de locatiekeuze voor nieuwe woningen wordt rekening gehouden met bodem, water en biodiversiteit en nieuwe en bestaande wijken – inclusief publieke ruimte – zijn duurzaam, waterzuinig, klimaat adaptief en circulair.

•

Flevoland blijft nu en in de toekomst goed bereikbaar. Er wordt rekening gehouden met een toenemende vervoersbehoefte ten gevolge van de groeiende inwonersaantallen. Daarvoor zijn alle modaliteiten van belang, maar wordt prioriteit gegeven aan de verbeteringen van het openbaar vervoer en het gebruik van de fiets. Tegelijkertijd wordt de vervoersbehoefte verminderd door ervoor te zorgen dat Flevolanders niet ver hoeven te reizen tussen wonen, werken, leren en recreëren.

Opgave: Voorzieningen voor een dynamische samenleving De steden en dorpen in Flevoland zijn in hoog tempo door de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders en vervolgens door de gemeenten gepland en gebouwd. In deze snelle ontwikkeling van de steden en dorpen (de zogenoemde ‘new towns’) zijn voorzieningen zoals recreatiemogelijkheden, culturele hotspots en onderwijs achtergebleven bij de groei van het aantal inwoners. Dat komt mede doordat de beschikbaarheid van voorzieningen in gemaakte groeiafspraken onvoldoende is geborgd. Ook de balans tussen inwoners en werkgelegenheid is scheef geraakt, waardoor Flevoland gemiddeld de langste woon-werkafstanden kent.8 Hierdoor ontbreekt het in de Flevolandse steden en dorpen aan voldoende mogelijkheden voor mensen om elkaar te ontmoeten en zichzelf te ontplooien. Dit soort plekken zijn essentieel voor de sociale cohesie, welzijn en opbouw van een samenleving in het algemeen. Er ligt dus een opgave voor de Flevolandse steden en dorpen om deze sociale aspecten van de leefomgeving te versterken. Dit is geen opgave die op te lossen is met enkel ruimtelijke, fysieke ingrepen. Het gaat om de ‘zachte’ kant van de steden en dorpen, zoals de sociale structuren en stedelijke cultuur.

Het is van belang dat er ruimte voor ontmoeting, leren en ontwikkeling is, dat het prettig wonen, werken en recreëren is en dat er maatschappelijke voorzieningen aanwezig en bereikbaar zijn. Hieraan werken kost tijd. Voorzieningen,

PosadMaxwan heeft in zijn Strategische verkenning Flevoland (2021) onderzocht dat 63% van de Flevolanders in een buurt woont met een Public Transport Accessibility Level (PTAL) van minder dan 3 op een schaal van 1 tot 6. 7 https://www.metropoolregioamsterdam.nl/gezamenlijke-inzet-mra-flevoland-almere-en-rijk-voor-slimme-en-duurzamemobiliteit/ 8 Op het punt van werkgelegenheid wordt verder ingegaan in de ontwikkelpijler ‘Een sterke regionale economie’. 6

16

werkgelegenheid en passend onderwijs moeten zich langzaamaan verankeren in het Flevolandse, zodat de steden zich ontwikkelen tot vitale omgevingen. Flevoland beschikt over relatief veel grote, bovenregionale voorzieningen zoals pretparken, een fashion outlet en evenemententerreinen, maar regionale voorzieningen gericht op de bewoners van Flevoland zijn niet overal in de regio in voldoende mate aanwezig. Dit geldt in bijzondere mate voor de buurten en wijken die vanaf halverwege de vorige eeuw gelijktijdig en in hoog tempo zijn gebouwd. Het voorzieningenaanbod is ook weinig divers met een sterke nadruk op voorzieningen voor klassieke gezinnen. Zo is aanbod aan basisscholen, bibliotheken en openbare zwembaden bijvoorbeeld goed, maar in het aanbod aan musea, bioscopen, concertzalen, beroeps- en hoger onderwijs en buurthuizen is er nog een wereld te winnen. De aanwezige voorzieningen zijn daarbij niet altijd goed bereikbaar met verschillende modaliteiten, waardoor er een eenzijdige vervoersstroom ontstaat. De genoemde basis-, culturele, sport-, zorg-, sociale en onderwijsvoorzieningen zijn van essentieel belang voor het bouwen aan een vitale samenleving. Ze vergroten de kwaliteit van leven voor Flevolanders, dragen bij aan de sociale cohesie en trekken andere mensen naar de regio.

Een dergelijke veranderende dynamiek is gewenst om te komen tot de gewenste doorontwikkeling van en samenlevingsopbouw in de steden en dorpen in Flevoland. Naast het versterken van het voorzieningenniveau zijn ook groen en natuur dicht bij de woonomgeving speerpunten. Wonen dicht bij of in de nieuwe natuur is een van de unieke eigenschappen van Flevoland. Het draagt bij aan de gezondheid, aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de woonomgeving. Specifiek voor Almere en Lelystad is de behoefte om een meer stedelijke dynamiek te ontwikkelen die past bij de omvang van de steden. Beide zijn jonge steden, die nog volop in ontwikkeling zijn. Er is een gemeenschappelijke urgentie om een samenhangende koers voor de fysieke, sociale en economische ontwikkeling in beide steden te realiseren. In die ontwikkeling liggen kansen om te komen tot bruisende steden met een levendige stadseconomie die ook de aantrekkingskracht van de steden voor de omgeving versterkt. Levendige stadscentra bieden mogelijkheden voor inwoners om elkaar te ontmoeten, wat van belang is voor de leefbaarheid. De steden hebben daarvoor ook ruimtelijk gezien een stedelijk karakter nodig. De groei van de steden met extra woningen helpt daarbij, maar het vraagt ook om meer dichtheid in de centra, aantrekkelijke pleinen en parken en functiemenging tussen wonen, werken, leren en recreëren.

Op dit vlak doet zich de komende jaren een kans voor vanuit de veroudering van het huidige woningbestand. In de vernieuwingsopgave die dit met zich meebrengt kan een kwaliteitsslag worden gemaakt. Met stedenbouwkundige ingrepen kan het stedelijke karakter worden versterkt en kan de stad nog beter verwerven worden met het landschap. Een voorbeeld hiervan is het verbinden van het centrum van Lelystad met de kust. Dergelijke ruimtelijk ingrepen kunnen van grote invloed zijn op de beleving van de stad als bewoner en bezoeker. Voor middelgrote kernen zoals Emmeloord ligt er vooral een vernieuwingsopgave. Wijken en buurten zijn gelijktijdig en in hoog tempo gebouwd, met bijbehorende goede infrastructuur en basisvoorzieningen. Voor een deel van deze wijken en buurten is er sprake van verlies van voorzieningen, achterstallig onderhoud en een woonomgeving die niet meer aansluit op de wensen en behoeften van de bewoners. Om daar verandering in aan te brengen is aandacht nodig voor variëteit in voorzieningen en de kwaliteit van de ruimtelijke en sociale omgeving. Dit is een belangrijke voorwaarde voor een verdere groei van het aantal inwoners in de middelgrote kernen. Voor gebieden die nu nog niet onder druk staan kan - in alle gemeenten in Flevoland - gebruik worden gemaakt een systematiek van preventief werken in en aan wijken.

Deze preventieve wijkaanpak omvat een aanpak die gericht is op het voorkomen van problemen en voorkomen van het sleets worden van wijken die daarmee meegroeien met de behoeftes van de inwoners.

Doelen: •

De steden en dorpen in Flevoland zijn ontwikkeld tot levendige en vitale omgevingen waar het prettig en gezond wonen, werken, leren en recreëren is. Een ruim aanbod aan cultuur-, sport-, recreatie- en natuurvoorzieningen in de nabijheid van of verweven met woonwijken draagt hieraan bij. Dit draagt bij aan 17

de positieve gezondheid van inwoners van Flevoland. Daarnaast wordt er in de verstedelijking door ruimtelijke ingrepen aandacht gegeven aan de zachte kant van de stad zoals sociale interactie, cohesie en inclusiviteit.

•

Het stedelijke karakter van de Flevolandse steden is versterkt met een robuuste stadseconomie en hebben hiermee een sterkere positie in het Stedelijk Netwerk Nederland. De steden bestaan uit diverse en dynamische omgevingen, met vele mogelijkheden tot sociale interactie. De omliggende kernen profiteren mee van deze ontwikkeling door onderscheidende en kwalitatief goede voorzieningen op regionaal niveau.

18

3.2 Toekomstbestendige regionale economie Onderdeel van een vitale samenleving is een toekomstbestendige economie waar men geld kan verdienen en zichzelf kan ontplooien en ontwikkelen. En waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en actief deel kunnen nemen aan de samenleving. Dit vraagt zowel om in te zetten op een sterk economisch profiel ondersteund met een florerend ecosysteem aan bedrijven, agrariërs en onderwijsinstellingen als om het faciliteren van de juiste randvoorwaarden op het gebied van infrastructuur, energie, kennis en onderwijs. Wanneer de randvoorwaarden op orde zijn, trekt dit nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid aan. In het economisch profiel dat Flevoland nastreeft, staat duurzaamheid voor Rijk en regio centraal. Daarvoor kan aangesloten worden op de bestaande economische bedrijvigheid die Flevoland nu rijk is, maar er zullen ook nieuwe wegen ingeslagen moeten worden richting een duurzame, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie. Onderdeel daarvan is de verdere verduurzaming van de landbouw - in Flevoland vooral bestaande uit akkerbouw. Flevoland kan in die transitie vooroplopen en (inter)nationaal als kwartiermaker optreden voor de gehele landbouwsector.

Figuur 3. Toekomstbeeld van Flevoland met een sterke regionale economie

19

Opgave: Doorontwikkeling economie Het aantal banen in Flevoland is laag ten opzichte van het aantal mensen dat er woont. Voor werkgelegenheid is de Flevolandse beroepsbevolking op dit moment gericht op en afhankelijk van omliggende regio’s. De ambitie is om de verhouding tussen arbeidsplaatsen en woningen in Flevoland beter in balans te brengen om meer bruisende steden te creëren, de reistijd naar werk voor Flevolandse inwoners te verkorten en in het algemeen het levensgeluk van inwoners te vergroten. Banen en verdienvermogen zijn immers een belangrijk onderdeel van een vitale samenleving. Om banen en verdienvermogen in de regio te creëren, is bedrijvigheid nodig. Bedrijvigheid in steden, dorpen, havens, het landelijk gebied en op industriegebieden. Dat begint met investeren in sectoren die de ontwikkeling van de eigen samenleving versterken, zoals onderwijs, zorg, cultuur, recreatie en veiligheid. Deze sectoren vormen de basis voor vitale steden en dorpen en bieden vele banen voor de bewoners van de regio. Aanvullend is de ambitie gericht om economische activiteiten aan te trekken. Daarvoor is een sterke economische positie nodig met een duidelijk bovenregionaal onderscheidend economisch profiel. Flevoland kenmerkt zich op dit moment door verschillende clusters op uiteenlopende terreinen.

Vijf clusters die er uit springen zijn de voedselverwerkende industrie, logistiek, voertuigtechnologie, maakindustrie en bouw. Deze clusters hebben een plek in de regio en zijn verbonden met het DNA van Flevoland, dat wordt gekenmerkt door innovatiekracht en ondernemerschap. Het zijn sectoren met een dynamisch MKB-weefsel, maar die nog veelal klein zijn en onafhankelijk van elkaar opereren. Dat wil zeker niet zeggen dat deze clusters onbelangrijk zijn voor de Flevolandse economie. Elk cluster bestaat uit sterke en innovatieve bedrijven waar met gedrevenheid wordt gewerkt aan de toekomst van Nederland. Een voorbeeld is de voertuigtechnologie in het Martitieme Cluster op Urk en het MITC op Marknesse. Voor het ontwikkelen van de Flevolandse economie is de opgave de bestaande clusters uit te bouwen zodat ze op bovenregionaal niveau onderscheidend zijn. Het potentieel hiervoor wordt in elk van de vijf genoemde clusters gezien. In de logistieke sector liggen bijvoorbeeld grote kansen om te komen tot bovenregionale ontwikkeling met een forse economische spin-off, te denken aan de Flevokust Haven. Mogelijkheden voor verdere doorontwikkeling van de clusters in de Flevolandse economie zit voornamelijk in de koppeling van de clusters aan drie (inter)nationale transities: klimaat & energie, circulaire economie en digitalisering & sleuteltechnologieën.

Door inzet op deze ontwikkelingen werkt Flevoland aan een duurzame economie . Zo kunnen circulaire bouwmaterialen bijvoorbeeld worden gebruikt in de maakindustrie rondom Emmeloord voor de bouw van duurzame, modulaire woningen. De logistieke sector kan in de gehele circulaire economie een belangrijke rol pakken in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van materiaalstromen. Dit alles in lijn met de ambitie van het Rijksbrede programma Circulaire Economie. De voedselverwerkende industrie kan samenwerken met logistieke bedrijven om kortere voedselketens te realiseren, voedselverspilling te voorkomen, te komen tot hoogwaardige verwerking van reststromen en kringlooplandbouw dichterbij te brengen . De benodigde smartmobility oplossingen daarvoor kunnen ontwikkeld worden in het MITC. Deze kunnen bovendien ook toegepast worden in het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB). Flevolandse oplossingen hebben zo een bovenregionale impact. Kortom, inspelen op deze ontwikkelingen biedt kansen voor economische groei, maakt de Flevolandse economie klaar voor de toekomst en zorgt voor duurzame economische activiteiten die bijdragen aan de nationale opgaven. De nadruk op duurzame economie in Flevoland stelt ook eisen aan de economische activiteiten die de regio aan zich wil binden in bredere zin.

Het vraagt om bedrijvigheid die zoveel mogelijk rekening houdt met milieu-impact, watergebruik, CO2-uitstoot en afval, en die op een goede manier past in het Flevolandse landschap. En om bedrijvigheid die het natuurlijk fundament robuuster en het landschap aantrekkelijker maakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/286/documents/2845