5b3c64d5-b2f4-4153-adee-d83a727495e0.pdf
Tekst van het document
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratie-uitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn dan ook niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de meicirculaire 2022 over de periode 2022 tot en met 2027. De mutaties hebben betrekking op 2022 en verder en worden onder de tabel toegelicht. Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen. Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2022-2027 (bedragen in duizenden euro's)* 2022 2023 stand meicirculaire 2022 1)
IU Participatie: SW bedrijven (covid-19)
10.000
2)
Invoeringskosten Omgevingswet
150.938
3)
Wet kwaliteitsborging bouw
24.755
4)
Voorschoolse voorziening peuters (covid-19)
200
5)
Samenwerkingskader Scherpenzeel
78
6)
Uitstapprogramma prostituees
7)
Dichterbij dan je denkt
16.741
8)
Leerlingenvervoer Oekraine
9.200
9)
LHBTI beleid regenboogsteden
30
10)
Maatschappelijke begeleiding
34.988
11)
Verdere integratie op de arbeidsmarkt
27
12)
Gezond in de stad (tbv Kansrijke start)
622
13)
Informele scholing
43
14)
Online weerbaarheid
50
stand deze circulaire
2024
2025
2026
2027
5.725.331 4.248.230 4.191.357 4.118.315 4.040.204 3.981.502
10.068
10.076
10.076
10.000
3.000
3.000
3.000
3.000
3.000
5.973.003 4.261.298 4.204.433 4.131.391 4.053.204 3.984.502
*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
23
Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2022-2027 (in duizenden euro's)* Uitkeringsjaar -
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1.792.420 1.532.904 35.383 385.057 230.728
1.734.306 1.533.404 35.383 385.057 230.728
1.674.625 1.534.001 35.383 385.057 230.728
1.615.795 1.534.625 35.383 385.057 210.728
1.556.996 1.534.625 35.383 385.057 210.728
85.000
85.000
85.000
85.000
46.700
46.700
46.700
46.700
30.000
30.000
30.000
30.000
10.068 21.700
10.076 21.700
10.076 21.700
10.000 21.700
14.541 13.500 13.000 10.000
14.541 13.500 13.000 10.000
13.951 13.500 13.000 10.000
13.951 13.500 13.000 10.000
7.699 6.650 5.100
7.699 7.300 5.100
7.699
7.699
5.100
5.100
4.731
4.731
4.731
4.731
6.000 3.956 3.825
6.000 4.047 3.825
6.000 4.140
6.000 4.235
Windpark N33 Erfgoed Deal Mantelzorgbeleid LHBTI beleid regenboogsteden Experiment gesloten coffeshopketen Slavernijverleden Experiment centrale stemopneming Veilige Steden Handhaving quarantaine Duurzame polder Online weerbaarheid Informele scholing Samenwerkingskader Scherpenzeel Onderzoek Almere integratie
1.965.262 1.495.475 772.059 385.057 231.728 151.794 150.938 112.591 85.000 76.021 75.005 61.900 46.700 34.988 33.110 30.380 30.200 26.366 24.755 21.700 16.741 14.541 13.500 13.000 10.000 9.776 9.200 8.803 8.583 7.699 6.050 5.100 5.000 4.731 4.000 4.000 3.867 3.825 2.625 1.790 1.738 1.500 1.453 1.378 958 535 520 300 250 213 193 78 27
1.378 958
1.378 958
Totaal
5.973.003
4.261.298
4.204.433
4.131.391
4.053.204
IU Participatie IU Beschermd wonen IU Voogdij/18+ Maatschappelijke opvang Vrouwenopvang Inkomstenderving gemeenten 2020 (Covid-19) Invoeringskosten Omgevingswet Uitvoeringskosten klimaatakkoord Armoedebestrijding kinderen IU Inburgering Brede Impuls Combinatiefuncties/buurtsportcoaches Brede aanpak dak- en thuisloosheid Vergunningverlening, toezicht en handhaving Maatschappelijke begeleiding Crisisdienstverlening (Covid-19) Gemeenteraadsverkiezingen Voorschoolse voorziening peuters Gezond in de Stad Wet kwaliteitsborging bouw Jeugd Dichterbij dan je denkt Versterking arbeidsmarktregio's Beeldende kunst en vormgeving Extra capaciteit BOA's Versterking dienstverlening gemeenten: personen met verward gedrag IU Raadsledenvergoeding kleine gemeenten Leerlingenvervoer Oekraine Regionale Energie Strategieën (RES) Bodembescherming Veiligheidshuizen Aanpak laaggeletterdheid Jeugdhulp aan kinderen in een AZC Versterking dienstverlening gemeenten: systeemleren BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders Aanpak lerarentekort G4 Uitstapprogramma prostituees Knelpunten verdeelproblematiek Versterking omgevingsveiligheidsdiensten
Einde lening inburgerinsplichtig (ELIP)
*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
Vindplaats
september 2022, § 3.2-1 mei 2022, § 3.2-4 mei 2022, § 3.2-1 december 2021, § 3.2-2 mei 2022, § 3.2-10 mei 2022, § 3.2-6 september 2022, § 3.2-2 mei 2022, § 3.2-7 85.000 mei 2020, § 3.3.8 mei 2022, § 3.2-2 december 2019, § 3.2-2 mei 2022, § 3.2-8 46.700 mei 2017, § 4.2 september 2022, § 3.2-10 mei 2022, § 3.2-9 december 2021, § 3.2-4 30.000 september 2022, § 3.2-4 september 2022, § 3.2-12 september 2022, § 3.2-3 21.700 juni 2012, § 6.9 september 2022, § 3.2-7 13.951 mei 2021, § 3.2-18 13.500 september 2015, § 4.2-1 13.000 mei 2022, § 3.2-11 10.000 december 2021, § 3.2-6 0 mei 2022, § 3.2-5 september 2022, § 3.2-8 mei 2022, § 3.2-12 mei 2022, § 3.2-13 7.699 juni 2012, § 6.11 september 2019, § 3.2-7 5.100 december 2019, § 3.3.1 mei 2022, § 3.2-10 4.731 mei 2020, § 3.3.7 mei 2022, § 3.2-15 6.000 september 2022, § 3.2-6 4.332 mei 2022, § 3.2-28 september 2020, § 3.2-15 mei 2022, § 3.2-16 mei 2022, § 3.2-17 mei 2022, § 3.2-18 mei 2022, § 3.2-19 september 2022, § 3.2-9 mei 2022, § 3.2-20 mei 2021, §3.2-15 mei 2022, § 3.2-22 mei 2022, § 3.2-23 mei 2022, § 3.2-24 mei 2022, § 3.2-25 september 2022, § 3.2-14 september 2022, § 3.2-13 september 2022, § 3.2-5 september 2022, § 3.2-11
3.984.502
24
Toelichting IU Participatie: SW bedrijven (covid-19) Eerder heeft het kabinet de gemeenten, in 2020 en 2021, een bijdrage verstrekt voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven als gevolg van de coronapandemie. Het kabinet stelt voor ditzelfde doel aanvullend € 10 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 januari tot 1 april 2022. Het bedrag is toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie, via een verhoging van de Rijksbijdrage Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw). De aangepaste verdeling over de gemeenten voor de integratie-uitkering Participatie is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet. Invoeringskosten Omgevingswet In paragraaf 3.3.5 van de meicirculaire 2022 is reeds aangekondigd dat het Rijk in totaal € 150 miljoen bijdraagt aan de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten opnieuw in kaart worden gebracht. De verdeling van deze decentralisatieuitkering vindt plaats via de verdeelsleutel 60% inwonertal, 25% landoppervlak en 15% vast bedrag. Deze € 150 miljoen is in deze circulaire verwerkt. Bijlage 3.2-2 bevat het per gemeente te ontvangen bedrag. De middelen zijn beleids- en bestedingsvrij. Over de middelen voor de jaren 2023 tot en met 2025 volgt meer informatie in een latere circulaire.
Wet kwaliteitsborging bouw De wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) treedt naar verwachting vanaf 1 januari 2023 gefaseerd in werking. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere projecten. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Onder deze wet zullen kwaliteitsborgers zorgdragen voor het voldoen aan de bouwtechnische regels. Deze taken vervallen hiermee bij gemeenten die overigens wel het bevoegd gezag blijven houden. Tegelijkertijd wijzigen bepaalde wettelijke taken en krijgen gemeenten er extra wettelijke taken bij, zoals registratie en beoordeling van de Wkb-meldingen. Hieronder vallen onder andere bouwmeldingen, gereed meldingen en informatieverstrekking van de start en einde van bouwwerkzaamheden. Zoals aangekondigd in paragraaf 3.3.6 van de meicirculaire 2022 ontvangen gemeenten, voor de noodzakelijke voorbereidingen die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wkb in 2022 een bijdrage van € 25 miljoen in aanvulling op de 10 miljoen die eerder in 2021 is verstrekt. Daarnaast ontvangen de gemeenten na inwerkingtreding een jaarlijkse bijdrage (tot en met 2026) van € 10 miljoen voor het uitvoeren van de Wkb-taken. Zoals aangekondigd zijn de middelen in deze circulaire verwerkt.
Bijlage 3.2-3 bevat de te ontvangen bedragen per gemeente.
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
25
Voorschoolse voorziening peuters (covid-19) Gemeenten ontvangen van het Rijk middelen om een bepaalde groep ouders die kosten heeft gemaakt voor kinderopvang tijdens de derde sluiting van de opvang in verband met COVID-19 te vergoeden. De buitenschoolse opvang was gesloten van 21 december 2021 tot 10 januari 2022. Het betreft een vergoeding aan/voor ouders die in deze periode een eigen bijdrage hebben betaald voor een gemeentelijke regeling rondom kinderopvang (sociaal-medische indicatie (SMI)). Voor de periode van 21 december 2021 tot 10 januari 2022 wordt de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters in verband hiermee met € 0,2 miljoen opgehoogd. Voor de eerste en tweede sluiting van de kinderopvang i.v.m. COVID-19 is eerder ook al deze decentralisatieuitkering opgehoogd. De verdeling van het toegevoegde bedrag vindt plaats naar rato van het aandeel van iedere gemeente in de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters voor het jaar 2022. Bijlage 3.2-4 van deze circulaire bevat de verdeling van de aanvullende bedragen voor 2022 per gemeente. Samenwerkingskader Scherpenzeel Op 7 oktober 2021 besloot de minister van BZK het herindelingsadvies van de Provinciale Staten van Gelderland, voor de samenvoeging van de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel niet om te zetten in een wetsvoorstel. Het herindelingsproces werd hiermee beëindigd.
Gelijktijdig met dit besluit heeft de minister van BZK aangegeven dat de complexiteit van de maatschappelijke opgaven en de positie van de gemeente Scherpenzeel het desalniettemin noodzakelijk maken om ter versterking van de bestuurskracht intensiever samen te werken met gemeenten in deze regio. Om initiatieven om tot een samenwerkingsstrategie te komen te ondersteunen ontvangt de gemeente Scherpenzeel een bijdrage van € 77.558. Uitstapprogramma’s prostituees Het kabinet stelt sinds 1 januari 2021 geld beschikbaar voor een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s om mensen die de prostitutie willen verlaten te ondersteunen. Met de uitkering ontvangen de aangewezen gemeenten middelen voor het ontwikkelen en uitvoeren van regionale uitstapprogramma’s voor prostituees. Een uitstapprogramma is een programma waarbinnen begeleiding van prostituees plaatsvindt bij het vinden van werk of overige dagbesteding buiten de prostitutie. De programma’s hebben nadrukkelijk als doel om de stap naar ander werk dan prostitutie te vergemakkelijken en daarin ondersteuning te bieden. In de september circulaire 2020 (paragraaf 3.2-18) zijn er middelen toegevoegd voor de uitstapprogramma’s voor prostituees. In het Coalitieakkoord Rutte IV is aangekondigd dat vanaf 2023 sprake is van een uitbreiding en verbreding van de uitstapprogramma´s.
Hiervoor is vanaf 2023 structureel 3 miljoen extra beschikbaar gesteld. Daardoor is vanaf 2023 jaarlijks € 6 miljoen beschikbaar voor de programma’s. De verdeling van de aanvullende gelden staat opgenomen in bijlage 3.2-6 van deze circulaire. Deze
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
26
zal net als in 2022 plaatsvinden aan de hand van het inwoneraantal van de desbetreffende DUUPregio (decentralisatie-uitkering voor uitstapprogramma’s voor prostituees). Dichterbij dan je denkt Het actieplan ‘Dichterbij dan je denkt’ van het ministerie van SZW beoogt om op korte termijn de krappe arbeidsmarkt te benutten om mensen die nu langs de kant staan naar (parttime) werk of een leerwerkplek te begeleiden. Het ministerie van SZW wil ook arbeidsmarktregio’s in staat stellen om bij te dragen aan het actieplan. Doelstelling van de decentralisatie-uitkering is om de match tussen werkgevers en werkzoekenden uit het onbenut arbeidspotentieel te intensiveren. De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s, waarbij elke centrumgemeente een gelijk bedrag ontvangt. Het totale bedrag bedraagt € 17,5 miljoen in 2022, daarvan wordt € 16,7 miljoen uitgekeerd via het gemeentefonds en is € 0,8 miljoen afgedragen aan het BCF. De verdeling is opgenomen in bijlage 3.2-7 Leerlingenvervoer Oekraïne Uit de Oekraïne komen mensen naar Nederland, waaronder veel kinderen en jongeren onder de 18 jaar. We zien dat scholen en gemeenten enorme inspanningen leveren om deze leerlingen onderwijs te bieden, waaronder in sommige gevallen ook het vervoer naar school.
Gemeenten hebben de regie en verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer aan Oekraïense leerlingen. De decentralisatie-uitkering Leerlingenvervoer Oekraïense leerlingen is een tegemoetkoming aan gemeenten voor de kosten die zij voor dit hebben gemaakt. Het Kabinet heeft hiervoor een bedrag van € 9,2 miljoen beschikbaar gesteld. De decentralisatie-uitkering ziet toe op de periode vanaf 1 maart 2022 tot aan de zomervakantie op 16 juli 2022. De bedragen die worden toegekend aan een gemeente zijn gebaseerd op het aantal geregistreerde kinderen uit de Oekraïne, met peildatum 6 mei 2022. In de uitkering wordt onderscheid gemaakt tussen leerlingen in het Voortgezet Onderwijs (VO) en leerlingen in het Primair Onderwijs (PO). De verdeling van deze middelen is opgenomen in bijlage 3.2-8 van deze circulaire. LHBTI beleid regenboogsteden Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI (lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgenderpersonen en intersekse personen) verder te bevorderen. In totaal ontvangen 54 gemeenten een bijdragen voor de samenhangende aanpak van de Regenboogsteden voor lokaal LHBTI-beleid voor de periode 2019 tot en met 2022.
Als onderdeel van het Programma Regenboogsteden is er naar aanleiding van de motie Bergkamp een speciaal traject binnen Regenboogsteden dat zich richt op veiligheid in wijken voor LHBTI personen. Hier wordt gewerkt aan de veiligheid van alle bewoners in de context van de directe leefomgeving: de wijk, met expliciete aandacht voor LHBTI personen. Voor de gemeenten Lelystad, Rotterdam en Almere wordt de bijdrage Regenboogsteden hiervoor in 2022 met € 10.000 opgehoogd. Een overzicht met de totaalbedragen per gemeente voor 2022 is opgenomen in bijlage 3.2-9.
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
27
Maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen voor de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden in 2022 in totaal € 3,5 miljoen (14.763 personen * € 2.370). De middelen worden verstrekt op basis van: - Het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat, rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd 13 en het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij: 1. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, 2. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, of 3. een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is verleend met een aantekening inzake internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
- De personen die in de periode vanaf 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden en in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 31 januari 2022 staan ingeschreven in de basisregistratie personen in de gemeente waar zij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018, 2019 en 2020, de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen) en de meicirculaire 2021. - Asielmigranten en hun gezinsleden meegenomen waarvan de inburgeringsplicht is ingegaan vóór 1 oktober 2017 en die in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 31 januari 2022 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018, 2019 en 2020, de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen) en de meicirculaire 2021. In de bijlage 3.2-10 van deze circulaire zijn het betreffende aantal personen op peildatum 31 januari 2022 en de uit te keren middelen per gemeente opgenomen. Voor nadere informatie en vragen over de selectie van personen ten behoeve van de bijdrage voor maatschappelijke begeleiding wordt verwezen naar de website zakelijk van DUO.
14 Lokale aanpak verdere integratie op de arbeidsmarkt De gemeente Almere ontvangt een bijdrage van € 27.000 voor een onderzoek naar het verbeteren van de participatiegraad van buiten-Europese vrouwen in Nederland om hun achterstand op de arbeidsmarkt te verkleinen. Om de vrouwen beter te ondersteunen is de gemeente Almere in 2022 een pilot gestart waarin vrouwen met een buiten-Europese achtergrond een aangepast
13 14
als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 ‘Maatschappelijke begeleiding’, DUO.nl
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
28
participatietraject volgen, met als doel om deelnemers een (of meerdere) trede(s) te laten stijgen op de participatieladder. Middels de vrijwillige deling van onderzoeksresultaten kunnen voorstellen of lessen die de pilot kunnen verbeteren direct worden ingezet om ervoor te zorgen dat de pilot voor de deelnemers zo succesvol mogelijk ingezet kan worden. Gezond in de stad Programma kansrijke start In het kader van het actieprogramma Kansrijke Start van 12 september 2018 zijn eerder middelen via decentralisatie-uitkering Gezond in de stad aan het gemeentefonds toegevoegd voor gemeenten die zich eerder hebben aangemeld om een lokale coalitie te vormen rondom de eerste 1000 dagen van kinderen. In het Coalitieakkoord is aangegeven dat Kansrijke Start in alle gemeenten van Nederland wordt ingezet. Daartoe ontvangen ook de gemeenten die zich nog niet eerder hebben aangemeld in 2022 middelen om een lokale coalitie te vormen rondom de eerste 1000 dagen van kinderen. Bij deze septembercirculaire worden voor de betreffende gemeenten deze middelen aan de decentralisatie-uitkering Gezond in de stad toegevoegd. Het gaat hierbij om een aanvullend bedrag van € 0,6 miljoen. De aanvullende bedragen voor de betreffende gemeenten zijn opgenomen in bijlage 3.2-12 van deze circulaire.
Informele scholing De gemeente Eindhoven ontvangt een bijdrage voor een project dat zij ontwikkelt op het gebied van informele scholing. De gemeente in kwestie zet in op brede kennisontwikkeling over informele scholing in haar regio en versteviging van het lokale aanbod. In aanvulling op de reeds verstrekte middelen (zie paragraaf 3.2-27 van de meicirculaire gemeentefonds 2022) ontvangt de gemeente Eindhoven een bijdrage van € 43.000 vanuit deze decentralisatie-uitkering. Online weerbaarheid Er bestaan al langere tijd zorgen in de samenleving over gedragingen die op gespannen voet staan met onze democratische rechtsorde. Het betreft gedragingen die weliswaar vaak binnen de grenzen van de wet vallen, maar die op termijn zouden kunnen leiden tot een ondermijning van onze democratische rechtsorde. Steeds vaker wordt dit gedrag vertoond en gevoed in een online omgeving. Het ministerie van SZW stelt in 2022 eenmalig geld ter beschikking via een decentralisatie uitkering, om gemeenten die zich inzetten voor online weerbaarheid financieel te ondersteunen. In aanvulling op de reeds verstrekte middelen (zie paragraaf 3.2-26 van de meicirculaire gemeentefonds 2022) ontvangt de gemeente Utrecht een bijdrage van € 50.000 vanuit deze decentralisatie-uitkering.
3.3
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen
Deze paragraaf licht de wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen toe die niet gepaard gaan met een wijziging in het macrobudget van de betreffende uitkering. Daarnaast bevat de paragraaf overige mededelingen die betrekking hebben op de decentralisatie- en integratie-
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
29
uitkeringen. 3.3.1
Verlengde Pleegzorg AMV’s
Het ministerie van BZK, het ministerie van JenV en de VNG hebben gezamenlijk wegingscriteria opgesteld voor de verdeling van de incidentele middelen ten behoeve van de verlengde opvang en begeleiding van alleenstaande minderjarige vluchtelingen. Hiervoor is een totaalbedrag van € 10 miljoen beschikbaar (zie paragraaf 3.2-5 van de decembercirculaire 2021). De middelen worden verdeeld over de gemeenten naar rato van het aantal alleenstaande minderjarige vluchtelingen, die in 2022 achttien jaar (zijn) (ge)worden zowel in de Opvanggezinnen als in de Kleinschalige Opvang, per gemeente. Bijlage 3.3.1 bevat de verdeling van de decentralisatie-uitkering over de gemeenten. 3.3.2
Vrouwenopvang
Op verzoek van de VNG, na consultering van de betrokken wethouders van de centrumgemeenten vrouwenopvang, wordt in 2022 nog een bedrag van € 477.000 uitgenomen uit de decentralisatieuitkering Vrouwenopvang. Budgettaire verwerking vindt plaats in de Tweede suppletoire begroting 2022 van het gemeentefonds. Deze uitname zal daarom verwerkt worden in de decembercirculaire. Het betreft een voortzetting van de uitname in 2021 van € 273.175, aangevuld met een bedrag van €203.301. Het genoemde bedrag wordt overgeboekt naar de begroting van het ministerie van VWS. Het bedrag wordt gebruikt voor het ophogen van de specifieke uitkering Specialistische functies aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in 2022 voor een drietal onderdelen: •
Hulp aan slachtoffers eergerelateerd geweld seksuele uitbuiting
•
Het Landelijk Centrum Seksueel Geweld
•
Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating
Wat betreft de verdeling zijn voor het jaar 2021, 2022 en 2023 en verder ten opzichte van de meicirculaire 2022 de aantallen eenheden van de maatstaven van het objectieve verdeelmodel geactualiseerd. De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet. 3.3.3
Faciliteitenbesluit opvangcentra
Gemeenten waarin een opvangcentrum is gevestigd ontvangen jaarlijks een uitkering op grond van het Faciliteitenbesluit opvangcentra van het ministerie van JenV. Bij de berekening van de uitkering wordt het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de BRP ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. De uitkering dient ter compensatie van gelden voor personen die nog niet staan ingeschreven in de BRP en die dus niet mee tellen in de aantallen bezette plaatsen waarvoor middelen worden verstrekt via de algemene uitkering. De gemeenten die het betreft hebben via het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) reeds een aankondiging ontvangen van de te ontvangen uitkering in 2022. Budgettaire verwerking vindt plaats in de Tweede suppletoire begroting 2022 van het gemeentefonds. Deze uitname zal verwerkt
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
30
worden in de decembercirculaire. 3.3.4
Beschermd wonen
In paragraaf 3.2.5 van de meicirculaire 2022 is reeds aangekondigd dat de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen (BW), eerder voorzien voor 1 januari 2023, is uitgesteld. Meer informatie over de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen volgt in de meicirculaire 2023. De gemeente Bergen op Zoom ontvangt in 2023 net als in de periode 2018 tot en met 2022 een aanvullende bijdrage van € 4,24 miljoen (zie voor meer informatie paragraaf 3.3.2 van de decembercirculaire 2018 en paragraaf 3.2.2 van de meicirculaire 2021). De verdeling over de gemeenten voor de integratie-uitkering Beschermd wonen is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet. 3.3.5
Voorne aan Zee
De gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne fuseren per 1 januari 2023. Voor de nieuwe gemeente Voorne aan Zee is een vergelijking gemaakt op basis van uitkeringsjaar 2022 tussen het huidige en het nieuwe verdeelmodel (zie ook meicirculaire 2022 paragraaf 2.5.2). Het ingroeipad voor de nieuw te vormen gemeente Voorne aan Zee bedraagt per inwoner - € 7,50 in 2023, - € 22,50 in 2024 en - € 24,63 in 2025. De gemeente Voorne aan Zee ontvangt in het eerste jaar een suppletie-uitkering van in totaal € 1.244.209 en in 2024 van in totaal € 154.444. 3.3.6 Maatschappelijke opvang De omvang van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wijzigt niet. De verdeling van deze decentralisatie-uitkering over 2021 is ten opzichte van de meicirculaire 2022 gewijzigd als gevolg van de aanpassing van de basisgegevens voor de aantallen minderheden. Zie paragraaf 2.4. Met ingang van 2022 is de verdeling van maatschappelijke opvang ten opzichte van de meicirculaire 2022 veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstafaantallen. De verdeling over de gemeenten is opgenomen in bijlage 3.3.6. De achterliggende berekeningswijze treft u aan in de gemeentefondsrubriek op internet.
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
31
4
Overige mededelingen
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat diverse mededelingen over de gemeentefinanciën. Paragraaf 4.2 bevat mededelingen over het gemeentefonds die zowel betrekking hebben op de algemene uitkering als op de integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Vervolgd wordt met mededelingen op het terrein van de gemeentefinanciën.
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen
Gemeentefondstotalen Tabel 4.2.1 bevat een overzicht van de gemeentefondstotalen 2022-2027. In de tabel zijn de bedragen uit de hoofdstukken 2 en 3 bij elkaar gebracht. Tabel 4.2.1 Gemeentefondstotalen 2022-2027 (in duizenden euro's) 2022
2023
2024
2025
2026
2027
Algemene uitkering DU/IU
33.521.294 5.973.003
34.792.762 4.261.298
35.819.299 4.204.433
37.735.614 4.131.391
36.921.954 4.053.204
36.998.156 3.984.502
Totaal
39.494.297
39.054.060
40.023.732
41.867.005
40.975.158
40.982.658
Bevoorschotting De bedragen 2022 uit de tabel zullen worden verwerkt in de bevoorschotting vanaf 4 oktober 2022. Op 4 oktober zullen ook eventuele verrekeningen plaatsvinden als er voor 2022 te veel of juist te weinig voorschot is verstrekt. Verrekeningen over het uitkeringsjaar 2021 worden ook in oktober uitgevoerd. De voorschotbetalingen op de algemene uitkering over 2023 zullen in beginsel gebaseerd worden op de uitkeringsfactor en de bedragen per eenheid die in deze circulaire zijn vermeld. Daarnaast worden de meeste basisgegevens overgenomen van het jaar 2022. Gemeenten worden over de voorschotbetalingen geïnformeerd via de maandelijkse specificatieoverzichten. Voor de volledigheid: aan de berekening van de voorschotten kunnen geen rechten worden ontleend voor de definitieve vaststelling van de uitkeringen. Nominale ontwikkelingen De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden met loon- en prijsontwikkelingen. Daarmee is de algemene uitkering in de meerjarenraming uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. De decentralisatie-uitkeringen kennen geen correctie voor loon- en prijsontwikkelingen en betreffen nominale bedragen.
De integratie-uitkeringen worden wel ieder jaar opnieuw geïndexeerd volgens de voor dat jaar van toepassing zijnde loon- en prijsontwikkeling (constante prijzen). Het is van belang dat gemeenten in hun ramingen rekening houden met de loon- en
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
32
prijsontwikkelingen. Om gemeenten, die niet beschikken over eigen loon- en prijsindexen, te faciliteren bij het omgaan met loon- en prijsontwikkelingen is tabel 4.2.2 opgenomen. De tabel bevat een aantal loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt voor de overheidssector. De cijfers zijn ontleend aan de meest recente publicaties van het CPB. Voor nadere informatie verwijzen wij naar de regelmatig bijgestelde prognoses op de website van het CPB (CPB), met name de rubriek Macro Economische Verkenning (MEV 2023).
Tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB* MEV 2023 en CEP 2022*** mutaties per jaar in %
2022
2023
2024
2025
2026
2027**
Prijs bruto binnenlands product (pbbp)
3,4
4,9
2,5
2,5
2,2
2,2
Prijs nationale bestedingen (pnb)
3,8
4,9
2,5
2,5
2,1
2,1
Nationale consumentenprijsindex (cpi)
5,2
2,6
2,4
2,5
2,0
2,0
Loonvoet sector overheid Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
4,3
3,3
4,2
4,1
3,9
3,9
4,8
2,8
3,9
3,8
3,6
3,6
4,1
5,9
2,4
2,4
1,9
1,9
* toelichting/ verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bij-kerngegevenstabel ** 2023 is op basis van de MEV 2023, 2022 en 2024 - 2026 is op basis van de CEP 2022 *** cijfers 2026 zijn doorgetrokken naar 2027
4.3
Klimaat en Energie
Medeoverheden krijgen naar aanleiding van het Klimaatakkoord en het Coalitieakkoord veel nieuwe taken op het terrein van de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft advies uitgebracht genaamd “Van Parijs naar Praktijk” uitgebracht met daarin de geschatte uitvoeringsmiddelen die medeoverheden nodig hebben voor de periode 2022-2030 voor de uitvoering van het Klimaatakkoord 15. In de meicirculaire is reeds bekend gemaakt dat vanaf 2023 tot en met 2030 gemeenten en provincies, aanvullend op de reeds eerder toegekende middelen, extra uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid krijgen zodat zij hun uitvoeringskracht kunnen voorzetten en intensiveren. Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten is van de toekomstige uitvoeringsmiddelen in de meicirculaire reeds € 74,331 miljoen naar 2022 verschoven. Dat brengt de totale decentralisatie-uitkering voor 2022 op € 112,591 miljoen (exclusief een reservering van het BCF van € 1,740). De verdeling is in de meicirculaire gecommuniceerd (zie paragraaf 3.2-7). Over de resterende middelen die in het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere de VNG, het IPO en het Rijk.
In 2024 wordt er een herijking uitgevoerd
15
‘Van Pariis naar Praktijk’, Raadopenbaarbestuur.nl
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
33
ten aanzien van de benodigde en beschikbare uitvoeringsmiddelen.
4.4
Individuele referentiewaarden EMU-saldo gemeenten 2023
In het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen van 23 maart jl. is afgesproken de regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake het EMU-saldo die liep tot en met 2022, met één jaar te verlengen tot en met 2023. Dat betekent dezelfde EMU-norm van -0,4 procent van het bruto binnenlands product (BBP) bij eenzelfde onderverdeling naar overheidslaag. Momenteel ligt deze aangepaste regeling middels een zogenaamde voorhangprocedure in de Tweede Kamer om deze voorgenomen verlenging goed te keuren. 16 Onder voorbehoud van de goedkeuring zal deze regeling in werking treden met ingang van 1 januari 2023. In het najaar van 2022 wordt een eerste overleg over de EMU-saldonorm voor de drie jaren na 2023 ingepland. In de tot en met 2023 te verlengen regeling wordt het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo bepaald alsmede de uitsplitsing daarvan per bestuurslaag. 17 Om provincies en gemeenten tijdig een beeld te geven wat dit voor hen betekent, publiceert het ministerie van BZK in lijn met de Wet Hof individuele EMU-referentiewaarden. De referentiewaarden voor gemeenten zijn in bijlage 4.4 opgenomen 18 en tot stand gekomen door het totaalbedrag uit de tabel hieronder op basis van de begrotingstotalen over de gemeenten te verdelen.
Tabel 4.4.1: macronorm per bestuurslaag Gemeenten Verdeling macronorm 2023 (in % BBP) Verdeling macronorm 2023 (x € 1000) Geraamde BBP 2023 (x € 1000)= 993.830.000
Provincies
0,27
0,08
2.683.341
795.064
Waterschappen 0,05
Totaal 0,40
496.915 3.975.320
Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. De Wet Hof bepaalt dat de individuele referentiewaarde voor het EMU-saldo van de individuele overheden naast het eigen aandeel ook het aandeel in openbare lichamen betreft. Het aandeel in openbare lichamen is het deel van het EMUsaldo van de gemeenschappelijke regelingen dat aan de betreffende deelnemende individuele decentrale overheid wordt toegerekend. Een deel van het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen maakt dus onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende decentrale overheden.
4.5
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl
De gegevens in de online database met informatie over de financiën van decentrale overheden (www.findo.nl) worden op regelmatige basis geactualiseerd. Wat betreft de informatie
‘Concept regeling EMU-norm 2023 decentrale overheden’, Overheid.nl ‘Regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 31 januari 2019, houdende de vaststelling van de gelijkwaardige inspanning van de decentrale overheden inzake het EMU-saldo’, Overheid.nl 18 Deze berekening is gebaseerd op een voorlopige voorspelling van het BBP 2023 uit de Macro Economische Verkenning (MEV) en op de begrotingstotalen 2022 van gemeenten en provincies. 16 17
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
34
over de uitkeringen uit het gemeentefonds bevat de database de stand meicirculaire 2022. De gegevens uit deze circulaire zullen zo spoedig mogelijk worden verwerkt, zodat u de meest actuele stand kunt raadplegen. De Iv3-data, zoals die door gemeenten en provincies zijn aangeleverd bij het CBS, en informatie over de financiële kengetallen zijn bijgewerkt tot en met de jaarrekeningen van 2021 en de begroting van 2022. De originele begrotingen en jaarstukken van gemeenten en provincies tot en met 2019 (jaarrekeningen) en 2021 (begrotingen) zijn aan de website toegevoegd. In het najaar worden de originele jaarrekeningen over 2020 toegevoegd. Door deze informatie en openbare documenten op één plaats beschikbaar te stellen, wil het ministerie van BZK bijdragen aan de transparantie en openbaarheid van de financiën van decentrale overheden.
4.6
Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen
In artikel 13, lid 5, van de Financiële-verhoudingswet wordt bepaald dat jaarlijks, in overleg met de ministers die het aangaat, wordt bezien of een decentralisatie- en/of integratie-uitkering kan worden overgeheveld naar de algemene uitkering. In de meicirculaire 2022 zijn diverse (onderdelen van) integratie-uitkeringen overgeheveld nar de algemene uitkering. Deze overheveling hing samen met de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering per 1 januari 2023. Er resteren nog enkele integratie-uitkeringen. Binnen de IU Voogdij 18+ resteren nog de onderdelen voor ‘PC Gesloten jeugdzorg’ en ‘Academische component Kinder- en Jeugdpsychiatrie’ en de reservering voor de compensatieregeling. In overleg met het ministerie van VWS zal gekeken worden hoe hiermee in de toekomst wordt omgegaan. De invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen (BW), eerder voorzien voor 1 januari 2023, is uitgesteld (zie paragraaf 3.3.4 van deze circulaire). Van de IU participatie blijven de onderdelen WSW en Nieuw begeleiding beschut werk vooralsnog bestaan. In overleg met het ministerie van SZW zal gekeken worden hoe hiermee in de toekomst wordt omgegaan. Voor de decentralisatie-uitkeringen is in tabel 3.2.2 te zien dat de meeste niet structureel zijn.
Omzetting naar integratie-uitkering of algemene uitkering is voor die uitkeringen dan ook niet aan de orde. Voor de overige (structurele) decentralisatie-uitkeringen geldt dat deze niet aan alle gemeenten worden uitgekeerd en/of nu nog niet kunnen worden verdeeld via de maatstaven van de algemene uitkering. Van de nog niet eerder in een begroting opgenomen decentralisatie-uitkeringen wordt bij ontwerpbegroting 2024 bezien of ze kunnen worden omgezet naar een integratie-uitkering of algemene uitkering.
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
35
Bijlagen
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
36
Bijlage 1.4 Onderzoeksagenda herijking verdeling gemeentefonds
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
37
Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 Tabel 1 Verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en uitkeringsfactor
b.p.e. 2022 stand mei 2022
wijzigingen volgens deze circulaire
deze circulaire
onroerendezaakbelasting waarde woningen eigenaren onroerendezaakbelasting waarde niet-woningen gebruikers onroerendezaakbelasting waarde niet-woningen eigenaren
-0,083763% -0,131452% -0,163111%
-
-0,083763% -0,131452% -0,163111%
inwoners kernen met 500 of meer adressen ozb-waarde van de niet-woningen gedeeld door 1.000.000
162,12 60274,83 380,05 874,26 100,95 26,49 201,79 132,44 33,62 30,96 852,17 2157,79 1957,15 87,11 327,61 325,13 1034,10 70,10 90,82 46,12 31,35 230,78 370,50 2312,25 220,56 249,86 41,11
0,41 95,75 0,25 11,24 4,54 -
162,53 60274,83 380,05 874,26 100,95 26,49 201,79 132,44 33,62 30,96 947,92 2157,79 1957,15 87,11 327,86 325,13 1034,10 81,34 90,82 46,12 35,89 230,78 370,50 2312,25 220,56 249,86 41,11
inwoners jongeren jonger dan 18 jaar inwoners ouderen 65 jaar en ouder inwoners ouderen 75 t/m 84 jaar wadden, t/m 2500 inwoners wadden, van 2501 t/m 7500 inwoners wadden, vanaf 7501 inwoners huishoudens met laag inkomen lage inkomens met drempel bijstandsontvangers loonkostensubsidie uitkeringsontvangers minderheden minderheden met drempel eenouderhuishoudens eenpersoonshuishoudens huishoudens klantenpotentieel lokaal klantenpotentieel regionaal leerlingen (V)SO leerlingen VO achterstandsleerlingen met drempel extra groei leerlingen VO extra groei jongeren land (voortzetting op de volgende bladzijde)
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
b.p.e. 2022
38
Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Tabel 1 Verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en uitkeringsfactor land *bodemfactor gemeente binnenwater buitenwater oppervlakte bebouwing oppervlakte bebouwing woonkernen oppervlakte bebouwing buitengebied oppervlakte bebouwing woonkernen * bodemfactor woonkernen oppervlakte bebouwing buitengebied*bodemfactor buitengebied woonruimten woonruimten * bodemfactor woonkernen opp. historische kernen, <40 ha opp. historische kernen, 40-64 ha opp. historische kernen, >64 ha historische waterwegen bewoonde oorden bewoonde oorden met historische kernen investeringsbudget stedelijke vernieuwing (a) investeringsbudget stedelijke vernieuwing (b) omgevingsadressendichtheid (oad) omgevingsadressendichtheid met drempel oeverlengte * bodemfactor gemeente (oeverlengte+2*veen/kleiveengebied)*bf.gemeente*dh.factor meerkernigheid meerkernigheid * bodemfactor buitengebied bedrijven vast bedrag voor iedere gemeente vast bedrag voor Amsterdam vast bedrag voor Rotterdam vast bedrag voor Den Haag vast bedrag voor Utrecht vast bedrag Waddengemeenten
b.p.e. 2022 stand mei 2022 , 26,89 38,04 22,97 588,37 2.284,96 1.921,87 3.089,49 1.525,03 57,21 50,79 3.200,28 6.928,07 15.081,92 15,58 31,48 85,74 6.087.306,96 3.736.019,31 61,56 23,72 11,72 5,82 9.113,30 14.878,30 75,76 297.526,27 104.966.340,63 64.491.778,38 51.477.625,01 30.708.535,84 150.164,11
wijzigingen volgens deze circulaire
b.p.e. 2022 deze circulaire
1,69 -
26,89 38,04 22,97 588,37 2.284,96 1.921,87 3.089,49 1.525,03 57,21 50,79 3.200,28 6.928,07 15.081,92 15,58 31,48 85,74 6.087.306,96 3.736.019,31 63,25 23,72 11,72 5,82 9.113,30 14.878,30 75,76 297.526,27 104.966.340,63 64.491.778,38 51.477.625,01 30.708.535,84 150.164,11
1 Voor Baarle-Nassau twee maal het vaste bedrag. (voortzetting op de volgende bladzijde)
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
39
Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Tabel 1 Verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en uitkeringsfactor
b.p.e. 2022 stand mei 2022
jeugdigen in gezinnen met armoederisico basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 0.3 basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 1.2 gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (particuliere hh) gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (hh met kinderen) ouders met langdurig psychisch medicijngebruik eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen eenouderhuishoudens die bijstand ontvangen uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers wajongeren medicijngebruik met drempel re-integratie klassiek inwoners jonger dan 65 jaar inwoners ouderen 65 t/m 74 jaar inwoners ouderen 85 jaar en ouder eenpersoonshuishoudens 65 t/m 74 jaar eenpersoonshuishoudens 75 t/m 84 jaar eenpersoonshuishoudens 85 jaar en ouder huishoudens met laag inkomen 65 t/m 74 jaar huishoudens met laag inkomen 75 t/m 84 jaar huishoudens met laag inkomen 85 jaar en ouder gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 65 t/m 74 jaar gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 75 t/m 84 jaar gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 85 jaar en ouder bedden uitkeringsfactor
321,07 -2.135,98 -3.351,98 -163,66 -640,34 4.724,49 1.671,97 861,94 2.282,88 1.351,42 866,30 378,69 367.155,38 4,25 0,19 0,19 16,50 65,89 115,38 129,39 517,19 903,82 118,18 472,79 827,35 0,86 1,813
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
wijzigingen volgens deze circulaire 0,010
b.p.e. 2022 deze circulaire 321,07 -2.135,98 -3.351,98 -163,66 -640,34 4.724,49 1.671,97 861,94 2.282,88 1.351,42 866,30 378,69 367.155,38 4,25 0,19 0,19 16,50 65,89 115,38 129,39 517,19 903,82 118,18 472,79 827,35 0,86 1,823
40
Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg)
Tabel 2 Mutaties verdeeltabel 2023 (bedragen in euro's in basis) ten opzichte van stand 2022 voorjaarsnota maatstaven totaal
bijstandsontvangers
-14,72
Sociale Participati basisvoore zieningen
-
-14,72
Wmo
Jeugd
-
-
Bestuur algemene en mutaties ondersteu ning
Overige ontwikkelin ontwikkeling g UB
-
doelgroepenregister gemeentel
-2,98
-
-2,98
-
-
-
éénpersoonshuishoudens
-0,75
-
-
-0,75
-
-
huishoudens met een laag inko
-6,10
-
-1,01
-2,37
-2,72
-
inwoners
1,51
1,84
-
-
-
-0,33
inwoners 75+ met drempel
-6,01
-
-
-6,01
-
-
jongeren
-0,32
-
-
-
-0,32
-
kernen
-107,04
-
-
-107,04
-
-
laag opleidingsniveau met drem
-1,20
-
-
-1,20
-
-
loonkostensubsidie
-14,72
-
-14,72
-
-
-
migratieachtergrond
0,46
0,46
-
-
-
-
regionale centrumfunctie
-0,28
-
-
-0,23
-0,05
-
omgevingsadressendichtheid
0,03
-
-
-
0,03
-
uitkeringsfactor
0,022
0,013
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
0,008
0,001
41
Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Tabel 3 Verdeeltabel 2023 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en
b.p.e. 2023
wijzigingen
b.p.e. 2023
uitkeringsfactor
stand
volgens
stand
mei 2022
deze circulaire
september 2022
bedrijven bewoonde oorden 1930 historische woningen in bewoonde oorden 1930 bijstandsontvangers doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep éénpersoonshuishoudens extra groei jongeren extra groei leerlingen voortgezet onderwijs grote woonkernen huishoudens met een laag inkomen met drempel inwoners inwoners 75+ met drempel inwoners waddengemeenten (<2500 inwoners) inwoners waddengemeenten (>7500 inwoners) inwoners waddengemeenten (2500 tot 7500 inwoners) jongeren kernen laag opleidingsniveau met drempel
134,78 42,27 79,48
-
134,78 42,27 79,48
5.051,46 1.021,82 167,29 766,20 628,55 75.166,66 3.785,66 374,61 1.335,40 269,09 47,34 209,89 566,71 114.688,34 265,57
-14,72 -2,98 -0,75 -6,10 1,51 -6,01 -0,32 -107,04 -1,20
5.036,74 1.018,84 166,54 766,20 628,55 75.166,66 3.779,56 376,12 1.329,39 269,09 47,34 209,89 566,39 114.581,30 264,37
leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs leerlingen voortgezet onderwijs loonkostensubsidie migratieachtergrond landelijke centrumfunctie lokale centrumfunctie regionale centrumfunctie
528,66 384,90 5.051,46 385,98 45,41 10,86 155,64
-14,72 0,46 -0,28
528,66 384,90 5.036,74 386,44 45,41 10,86 155,36
oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente omgevingsadressendichtheid onderwijsachterstand ∗ oppervlak bebouwing buitengebied oppervlak bebouwing buitengebied bodemfactor buitengebied
13,42 31,40 86,16 150,84 7.894,15 2.935,95
0,03 -
13,42 31,40 86,19 150,84 7.894,15 2.935,95
(voortzetting op de volgende bladzijde)
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
42
Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Tabel 3 Verdeeltabel 2023 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en uitkeringsfactor ∗ oppervlak bebouwing woonkern oppervlak bebouwing woonkern bodemfactor woonkern oppervlak binnenwater oppervlak buitenwater oppervlak historische kern < 40 ha oppervlak historische kern > 65 ha oppervlak historische kern 40 tot 65 ha oppervlak land * bodemfactor gemeente oppervlak land ozb niet-woningen eigenaren ozb niet-woningen gebruikers ozb woningen eigenaren vast bedrag vast bedrag Amsterdam verkiezingen Den Haag vast bedrag Rotterdam ∗ woonruimten woonruimten bodemfactor woonkern uitkeringsfactor
b.p.e. 2023 stand mei 2022
wijzigingen volgens deze circulaire
b.p.e. 2023 stand september 2022
6.753,77 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00
-
6.753,77 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00
-0,2796% -0,2127% -0,0857%
-
-0,2796% -0,2127% -0,0857%
977.596,56 74.175.269,15 707.103,84 27.064.336,61 11,81 52,99
-
977.596,56 74.175.269,15 707.103,84 27.064.336,61 11,81 52,99
1,285
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
0,022
1,307
43
Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg)
Tabel 4 Mutaties verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis) totaal
maatstaven
algemene
cluster
cluster
mutaties
Inkomen en participatie
cluster
ontwik-
overige
Samenkracht en
Bestuur en
keling UB
ontwikkelingen
burgerparticipatie
alg. ondersteuning
-0,006
0,000
inwoners
0,41
-
0,46
-0,05
lage inkomens met drempel
95,75
95,75
-
-
eenpersoonshuishoudens
11,24
11,24
-
-
minderheden
0,25
-
0,25
-
klantenpotentieel regionaal
4,54
4,54
-
-
omgevingsadressendichtheid (oad)
1,69
1,69
-
-
uitkeringsfactor
0,010
0,010
0,016
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
44
Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Bedragen per eenheid stand septembercirculaire 2022 uitkeringsjaar 2022 totaal
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
Eigen
Inkomen en
Samenkracht en
Jeugd
Maatsch.
Educatie
Volks-
Cultuur en
Infrastruc. en
Riolering
OOV
Bestuur en alg.
Overig
middelen
participatie
burgerparticipatie
gezondheid
ontsp.
gebiedsontw.
en reiniging
onroerendezaakbelasting waarde woningen eigenar
-0,083763%
-0,083763%
onroerendezaakbelasting waarde niet-woningen geb
-0,131452%
-0,131452%
onroerendezaakbelasting waarde niet-woningen eig
-0,163111%
-0,163111%
inwoners
ondersteuning
ondersteuning
162,53
-
7,67
3,99
-
34,02
1,04
0,79
51,81
16,32
-5,47
60.274,83
-
-
-
-
4.756,43
-
-
-
-
-
55.518,40
-
-
ozb-waarde van de niet-woningen gedeeld door 1.00
380,05
-
-
-
-
-
-
-
-
42,31
-
337,74
-
-
inwoners jongeren jonger dan 18 jaar
874,26
-
-
19,49
660,52
0,22
182,60
11,43
-
-
-
-
-
-
inwoners ouderen 65 jaar en ouder
100,95
-
-
1,95
-
98,56
-
0,44
-
-
-
-
-
-
kernen met 500 of meer adressen
0,39
51,97
-
inwoners ouderen 75 t/m 84 jaar
26,49
-
-
0,34
-
26,07
-
0,08
-
-
-
-
-
-
huishoudens met laag inkomen
30,96
-
-
2,91
9,58
1,58
-
0,65
-
16,24
-
-
-
-
lage inkomens met drempel
947,92
-
437,39
33,35
55,74
358,62
41,71
7,41
-
-
-
13,70
-
-
bijstandsontvangers
2.157,79
-
1.957,26
59,83
-
127,57
-
13,13
-
-
-
-
-
-
loonkostensubsidie
1.957,15
-
1.957,15
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
uitkeringsontvangers
87,11
-
-
8,44
-1,58
78,37
-
1,88
-
-
-
-
-
-
eenpersoonshuishoudens
81,34
-
51,34
-
-
30,00
-
-
-
-
-
-
-
-
minderheden
327,86
-
-
39,46
72,29
58,80
48,35
8,71
-
21,47
-
57,82
20,96
-
minderheden met drempel
325,13
-
-
-
-
-
217,61
-
-
-
-
65,25
42,27
-
1.034,10
-
-
48,14
887,65
87,60
-
10,71
-
-
-
-
-
-
huishoudens
90,82
-
-
2,01
-
17,55
-
0,45
70,81
-
-
-
-
-
klantenpotentieel lokaal
46,12
-
-
0,61
-
8,69
-
0,13
34,00
2,02
-
0,67
-
-
klantenpotentieel regionaal
35,89
-
20,75
1,47
0,54
5,21
0,07
0,31
8,80
-0,63
-
2,00
-2,63
-
leerlingen (V)SO
230,78
-
-
-
-
-
230,78
-
-
-
-
-
-
-
leerlingen VO
370,50
-
-
0,03
-
0,09
370,37
0,01
-
-
-
-
-
-
2.312,25
-
-
-
-
-
2.312,25
-
-
-
-
-
-
-
extra groei jongeren
249,86
-
-
-
-
-
249,86
-
-
-
-
-
-
-
extra groei leerlingen VO
220,56
-
-
-
-
-
220,56
-
-
-
-
-
-
-
land
41,11
-
-
0,35
-
1,13
8,59
0,08
-
28,12
-2,97
4,79
1,02
-
land *bodemfactor gemeente
26,89
-
-
-
-
-
-
-
-
25,58
1,31
-
-
-
binnenwater
38,04
-
-
0,34
-
1,08
8,56
0,08
-
27,98
-
-
-
-
buitenwater
22,97
-
-
-
-
-
-
-
-
15,28
-
7,69
-
-
2.284,96
-
-
-
-
-
-
-
-
2.284,96
-
-
-
-
eenouderhuishoudens
achterstandsleerlingen met drempel
oppervlakte bebouwing woonkernen
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
45
Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Bedragen per eenheid stand septembercirculaire 2022 uitkeringsjaar 2022 totaal
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
Eigen
Inkomen en
Samenkracht en
Jeugd
Maatsch.
Educatie
Volks-
Cultuur en
Infrastruc. en
Riolering
OOV
Bestuur en alg.
Overig
middelen
participatie
burgerparticipatie
gezondheid
ontsp.
gebiedsontw.
en reiniging
ondersteuning
ondersteuning
oppervlakte bebouwing buitengebied
1.921,87
-
-
-
-
-
-
-
-
1.921,87
-
-
-
-
oppervlakte bebouwing woonkernen * bodemfactor
3.089,49
-
-
-
-
-
-
-
-
3.089,49
-
-
-
-
oppervlakte bebouwing buitengebied*bodemfactor b
1.525,03
-
-
-
-
-
-
-
-
1.525,03
-
-
-
-
oppervlakte bebouwing
588,37
-
-
-
-
-
-
-
-
460,21
-
128,16
-
-
woonruimten
57,21
-26,74
-
-
-
-
-
-
-
55,81
-63,79
58,66
33,27
-
woonruimten * bodemfactor woonkernen
50,79
-
-
-
-
-
-
-
-
32,15
18,64
-
-
-
opp. historische kernen, <40 ha
3.200,28
-
-
-
-
-
-
-
331,45
2.868,83
-
-
-
-
opp. historische kernen, 40-64 ha
6.928,07
-
-
-
-
-
-
-
331,25
6.596,82
-
-
-
-
opp. historische kernen, >64 ha
15.081,92
-
-
-
-
-
-
-
331,57
14.750,35
-
-
-
-
historische waterwegen
15,58
-
-
-
-
-
-
-
-
15,58
-
-
-
-
bewoonde oorden
31,48
-
-
-
-
-
-
-
-
13,95
-
-
17,53
-
bewoonde oorden met historische kernen
85,74
-
-
-
-
-
-
-
85,74
-
-
-
-
-
investeringsbudget stedelijke vernieuwing (a)
6.087.306,96
-
-
-
-
-
-
-
-
6.087.306,96
-
-
-
-
investeringsbudget stedelijke vernieuwing (b)
3.736.019,31
-
-
-
-
-
-
-
-
3.736.019,31
-
-
-
-
omgevingsadressendichtheid (oad)
63,25
-
7,72
2,58
0,54
-2,85
2,86
0,56
-
39,05
3,02
13,24
-3,47
-
omgevingsadressendichtheid met drempel
23,72
-
-
-
-
-
-
-
-
19,08
-
4,64
-
-
oeverlengte * bodemfactor gemeente
11,72
-
-
-
-
-
-
-
-
7,25
4,47
-
-
-
(oeverlengte+2*veen/kleiveengebied)*bf.gemeente*d
5,82
-
-
-
-
-
-
-
-
3,60
2,22
-
-
-
meerkernigheid
9.113,30
-
-
352,07
-
1.114,72
4.422,19
80,88
-
-
-
3.143,44
-
-
meerkernigheid * bodemfactor buitengebied
14.878,30
-
-
-
-
-
-
-
-
14.878,30
-
-
-
-
75,76
-
-
-
-
-
-
-
-
63,52
-
5,70
6,54
-
-
85,87
4.480,81
9.083,83
-
598,41
-
26.323,27
-
-
bedrijven vast bedrag voor iedere gemeente
297.526,27
34.965,00
221.989,08
-
vast bedrag voor Utrecht
30.708.535,84
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
30.708.535,84
vast bedrag voor Den Haag
51.477.625,01
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
51.477.625,01
vast bedrag voor Rotterdam
64.491.778,38
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
64.491.778,38
vast bedrag voor Amsterdam
104.966.340,63
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
104.966.340,63
150.164,11
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
150.164,11
wadden, t/m 2500 inwoners
vast bedrag Waddengemeenten
201,79
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
201,79
wadden, van 2501 t/m 7500 inwoners
132,44
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
132,44
wadden, vanaf 7501 inwoners
33,62
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
33,62
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
46
Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Bedragen per eenheid stand septembercirculaire 2022 uitkeringsjaar 2022 totaal
jeugdigen in gezinnen met armoederisico
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
Eigen
Inkomen en
Samenkracht en
Jeugd
Maatsch.
Educatie
Volks-
Cultuur en
Infrastruc. en
Riolering
OOV
Bestuur en alg.
Overig
middelen
participatie
burgerparticipatie
gezondheid
ontsp.
gebiedsontw.
en reiniging
ondersteuning
ondersteuning
321,07
-
-
-
321,07
-
-
-
-
-
-
-
-
-
basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 0.3
-2.135,98
-
-
-
-2.135,98
-
-
-
-
-
-
-
-
-
basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 1.2
-3.351,98
-
-
-
-3.351,98
-
-
-
-
-
-
-
-
-
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (particuliere
-163,66
-
-
-
-163,66
-
-
-
-
-
-
-
-
-
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (hh met kin
-640,34
-
-
-
-640,34
-
-
-
-
-
-
-
-
-
ouders met langdurig psychisch medicijngebruik
4.724,49
-
-
-
4.724,49
-
-
-
-
-
-
-
-
-
eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen
1.671,97
-
-
-
1.671,97
-
-
-
-
-
-
-
-
-
bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen
861,94
-
-
-
861,94
-
-
-
-
-
-
-
-
-
eenouderhuishoudens die bijstand ontvangen
2.282,88
-
-
-
2.282,88
-
-
-
-
-
-
-
-
-
uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers
1.351,42
-
-
-
1.154,91
196,51
-
-
-
-
-
-
-
-
wajongeren
866,30
-
-
-
-
866,30
-
-
-
-
-
-
-
-
medicijngebruik met drempel
378,69
-
-
-
-
378,69
-
-
-
-
-
-
-
-
367.155,38
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
inwoners jonger dan 65 jaar
4,25
-
-
-
-
4,25
-
-
-
-
-
-
-
-
inwoners ouderen 65 t/m 74 jaar
0,19
-
-
-
-
0,19
-
-
-
-
-
-
-
-
inwoners ouderen 85 jaar en ouder
0,19
-
-
-
-
0,19
-
-
-
-
-
-
-
-
eenpersoonshuishoudens 65 t/m 74 jaar
16,50
-
-
-
-
16,50
-
-
-
-
-
-
-
-
eenpersoonshuishoudens 75 t/m 84 jaar
65,89
-
-
-
-
65,89
-
-
-
-
-
-
-
-
eenpersoonshuishoudens 85 jaar en ouder
115,38
-
-
-
-
115,38
-
-
-
-
-
-
-
-
huishoudens met laag inkomen 65 t/m 74 jaar
129,39
-
-
-
-
129,39
-
-
-
-
-
-
-
-
huishoudens met laag inkomen 75 t/m 84 jaar
517,19
-
-
-
-
517,19
-
-
-
-
-
-
-
-
huishoudens met laag inkomen 85 jaar en ouder
903,82
-
-
-
-
903,82
-
-
-
-
-
-
-
-
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 65 t/m 74 ja
118,18
-
-
-
-
118,18
-
-
-
-
-
-
-
-
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 75 t/m 84 ja
472,79
-
-
-
-
472,79
-
-
-
-
-
-
-
-
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 85 jaar en o
827,35
-
-
-
-
827,35
-
-
-
-
-
-
-
-
0,86
-
-
-
-
0,86
-
-
-
-
-
-
-
-
re-integratie klassiek
bedden
367.155,38
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
47
Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2022 uitkeringsjaar 2023 totaal
Sociale basisvoorzieningen
Participatie
Wmo
Bestuur en Jeugd ondersteunin g
Orde en veiligheid
Onderwijs
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu
Overig
Overige Eigen Middelen
OZB
bedrijven
134,78
-
-
-
-
-
84,44
-
-
50,34
-
-
-
bewoonde oorden 1930
42,27
-
-
-
-
-
-
-
-
42,27
-
-
-
79,48
-
bijstandsontvangers
historische woningen in bewoonde oorden 1930
5.036,74
-
5.036,74
doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep
1.018,84
-
1.018,84
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
166,54
-
-
166,54
-
-
-
-
-
-
-
-
-
éénpersoonshuishoudens
-
-
-
-
-
-
79,48
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
extra groei jongeren
766,20
-
-
-
-
-
-
766,20
-
-
-
-
-
extra groei leerlingen voortgezet onderwijs
628,55
-
-
-
-
-
-
628,55
-
-
-
-
-
grote woonkernen
75.166,66
-
-
-
huishoudens met een laag inkomen met drempel
3.779,56
-
346,09
524,59
376,12
130,81
-
-
1.329,39
-
-
1.329,39
inwoners inwoners 75+ met drempel
-
-
75.166,66
-
-
-
-
-
-
-
128,93
176,88
-
-
-
-
-
-
205,51
11,53
-
146,16
-
-
-117,89
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2.603,07
inwoners waddengemeenten (<2500 inwoners)
269,09
-
-
-
-
-
-
-
-
-
269,09
-
-
inwoners waddengemeenten (>7500 inwoners)
47,34
-
-
-
-
-
-
-
-
-
47,34
-
-
inwoners waddengemeenten (2500 tot 7500 inwoners)
209,89
-
-
-
-
-
-
-
-
-
209,89
-
-
jongeren
566,39
-
-
-
306,04
-
-
260,35
-
-
-
-
-
kernen
114.581,30
laag opleidingsniveau met drempel
264,37
5.577,41
-
23.670,54
-
-
-
-
-
-
-
264,37
-
-
-
-
-
85.333,35 -
-
-
-
-
-
-
leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs
528,66
-
-
-
-
-
-
528,66
-
-
-
-
-
leerlingen voortgezet onderwijs
384,90
-
-
-
-
-
-
384,90
-
-
-
-
-
loonkostensubsidie
5.036,74
-
5.036,74
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
migratieachtergrond
386,44
151,85
-
-
-
-
150,18
84,41
-
-
-
-
-
landelijke centrumfunctie
45,41
-
-
-
-
-
-
-
45,41
-
-
-
-
lokale centrumfunctie
10,86
-
-
-
-
-
5,39
-
5,47
-
-
-
-
regionale centrumfunctie
155,36
29,07
-
49,99
45,70
-
-
-
30,60
-
-
-
-
oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfacto
13,42
-
-
-
-
-
-
-
-
13,42
-
-
-
oeverlengte*bodemfactor gemeente
31,40
-
-
-
-
-
-
-
-
31,40
-
-
-
omgevingsadressendichtheid
86,19
17,53
-
-
-26,25
3,65
18,26
-
-
73,00
-
-
-
onderwijsachterstand oppervlak bebouwing buitengebied oppervlak bebouwing buitengebied
bodemfactor buite
150,84
-
-
-
-
-
-
150,84
-
-
-
-
-
7.894,15
-
-
-
-
-
-
-
-
7.894,15
-
-
-
2.935,95
-
-
-
-
-
-
-
-
2.935,95
-
-
-
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
48
Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2022 uitkeringsjaar 2023 totaal oppervlak bebouwing woonkern oppervlak bebouwing woonkern
bodemfactor woonke
oppervlak binnenwater oppervlak buitenwater oppervlak historische kern < 40 ha
Sociale basisvoorzieningen
Participatie
Wmo
Bestuur en Jeugd ondersteunin g
Orde en veiligheid
Onderwijs
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu
Overige Eigen Middelen
Overig
OZB
6.753,77
-
-
-
-
-
-
-
-
6.753,77
-
-
10.743,51
-
-
-
-
-
-
-
-
10.743,51
-
-
-
126,10
-
-
-
-
-
-
-
-
126,10
-
-
-
39,89
-
-
-
-
-
-
-
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
-
39,89
-
-
-
15.125,98
-
-
-
oppervlak historische kern > 65 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak historische kern 40 tot 65 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak land * bodemfactor gemeente
25,72
-
-
-
-
-
-
-
-
25,72
-
-
-
oppervlak land
39,00
-
-
-
-
-
-
25,26
-
13,74
-
-
-
ozb niet-woningen eigenaren
-0,2796%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,2796%
ozb niet-woningen gebruikers
-0,2127%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,2127%
ozb woningen eigenaren
-0,0857%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,0857%
-
49.821,63
977.596,56
-
-
-
-
vast bedrag Amsterdam
vast bedrag
74.175.269,15
-
-
-
-
verkiezingen Den Haag
707.103,84
-
-
-
-
vast bedrag Rotterdam ∗
27.064.336,61
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
11,81
-
-
-
-
82,83
56,12
-
-
-65,05
-
-
-62,09
52,99
-
-
-
-
-
-
-
-
52,99
-
-
-
woonruimten woonruimten
bodemfactor woonkern
527.833,90 707.103,84
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
399.941,03
74.175.269,15 27.064.336,61
49
-
-
-
-
Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2022–2027
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
50
Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2022-2027 (vervolg)
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
51
Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
52
Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
53
Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
54
Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
55
Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
56
Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
57
Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
58
Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)
Septembercirculaire gemeentefonds 2022
59
Bijlage 2.4.2 Aanvullende informatie uitkeringsfactor Het begrip uitkeringsfactor Op diverse plaatsen in deze circulaire wordt de term uitkeringsfactor genoemd, de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor. De berekening van de uitkeringsfactor is gebaseerd op twee grootheden. De eerste is globaal genomen de som van de algemene uitkering en de ozbmaatstaf. De tweede is de zogenaamde uitkeringsbasis. Dat bedrag wordt verkregen door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid (de uitkomst hiervan heet de - landelijke – uitkeringsbasis; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente: het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). Beide grootheden worden op elkaar gedeeld om uit te komen op de uitkeringsfactor. Afronding op drie decimalen is gebruikelijk. Bij definitieve vaststelling van de uitkeringsfactor wordt afgerond op vier decimalen. De uitkeringsfactor aan veranderingen onderhevig. Die ontstaan – meer bijzondere oorzaken als veranderingen in het verdeelstelsel buiten beschouwing latend - door twee oorzaken: 1. Mutaties in de algemene uitkering Sommige mutaties in de algemene uitkering worden over de gemeenten verdeeld naar rato van de gemeentelijke uitkeringsbasis. Dit gebeurt door de uitkeringsfactor te verhogen (bij een toevoeging) of te verlagen (bij een uitname).