4fb0d971-18b6-4f53-8db0-478da7084147.pdf
Tekst van het document
Een dergelijke voortoets heeft eveneens plaatsgevonden (zie separate bijlage 3) en de conclusies daarvan komen elders in deze paragraaf aan de orde onder ‘Beschermde gebieden 2’. Flora & Fauna Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wnb. Voor de soortenbescherming is bovendien rechtstreeks verwezen naar het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. De verbodsbepalingen zijn in de Wnb afhankelijk gesteld van de soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten) en de voorgenomen handelingen. Bovendien is een algemeen geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren en planten. In gevolge de Wnb is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht zich op de hoogte te stellen van mogelijk voorkomende beschermde soorten binnen het plangebied. Vanuit die kennis dienen ruimtelijke plannen en projecten getoetst te worden aan de verbodsbepalingen uit de Wnb. De uitgevoerde quickscan geeft hiervoor het nodige inzicht, inclusief de eventueel vanuit de algemene zorgplicht te nemen mitigerende maatregelen. Quickscan De ecologische waarde van het plangebied is onderzocht door middel van een literatuuronderzoek en een veldinventarisatie.
Op deze manier is bepaald of in het plangebied binnen de Wet natuurbescherming beschermde soorten voorkomen en beoordeeld of de voorgenomen ingrepen effecten hebben op plaatselijke natuurgebieden of beschermde houtopstanden. Beschermde soorten Hoewel is gebleken dat de meeste beschermde soorten zijn uitgesloten binnen het plangebied is niet uit te sluiten dat algemene broedvogels tot broeden kunnen komen in het plangebied. De uitvoeringswerkzaamheden van het plan kunnen tijdens het broedseizoen algemene broedvogels en in gebruik zijnde nesten verstoren en/of vernietigen (overtreding van artikel 3.1
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
25
Wnb). Door het tijdig nemen van de juiste mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten worden voorkomen. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 6 van de quickscan. Voorts is aanvullend onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten niet noodzakelijk. Houtopstanden Bij de aanleg van de Parkresidentie (inclusief het golfcomplex) is in verband met de noodzakelijke kap van aanwezig bos een compensatieplan opgesteld. In het kader van de toenmalige Boswet is aan de compensatieplicht voldaan door enerzijds compenserende beplanting binnen de Golf Residentie Dronten te verrekenen en anderzijds door binnen de aanleg van de openbare golfbaan Dronten in herplant te voorzien. Het vernieuwde stedenbouwkundig plan voorziet bovendien in extra aanplant van bomen binnen het woongebied. Uit de quickscan is overigens gebleken dat aanwezige houtwallen voor een groot deel bestaan uit wilg en bovendien op de meeste locaties geen aaneengesloten rij vormen. Vast staat dat er geen houtopstanden geveld worden waar de regels van de Wnb op van toepassing zijn. Beschermde gebieden 1 (Natuurnetwerk Nederland - NNN) Sinds het in werking treden van de Wet natuurbescherming heet de EHS (Ecologische Hoofdstructuur) Natuur Netwerk Nederland (NNN). De verantwoordelijkheid voor de begrenzing van het NNN ligt bij het College van Gedeputeerde Staten.
De Flevolandse gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland zijn vastgelegd in de provinciale verordening voor de fysieke leefomgeving. Het plangebied maakt geen deel uit van de als zodanig aangewezen gebieden. De dichtstbij gelegen beschermde gebieden liggen op relatief grote afstanden: de Lage Vaart (ca. 2,5 km), de Hoge Vaart (ca. 3 km) en de kustzone langs het Drontermeer op ruim 8,5 km. Met het onderhavige bestemmingsplan ontstaat in planologische zin geen wijziging ten opzichte van de bestaande situatie. Geconstateerd wordt dat het plan geen significante schade toebrengt aan de waarden van genoemde gebieden. Beschermde gebieden 2 (Natura 2000-gebieden) In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen met per gebied elk zijn (instandhoudings)doelen voor soorten en vegetatietypen. In de nieuwe Wet natuurbescherming blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde als onder de Natuurbeschermingswet 1998. De bescherming van ‘Natuurmonumenten’ is komen te vervallen. Daarvoor in de plaats kunnen provincies in hun beleid maatregelen treffen. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn/haar handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.
Om te beoordelen of mogelijk sprake is van significante effecten op het Drontermeer ten gevolge van de aanpassingen die met het bestemmingsplan worden beoogd is een voortoets nodig. Indien uit de voortoets blijkt dat ‘mogelijk sprake is’ van een (significant) negatief effect op het betreffende Natura 2000-gebied moet een ‘passende beoordeling Wet natuurbescherming’ worden uitgevoerd. Volgens de gebiedsinformatie voor het Drontermeer is hier nog ontwikkelruimte aanwezig. Op een afstand van ruim 8,5 km zullen mogelijke effecten als versnippering, verdroging, verstoring etc. zich niet voordoen. Het enig denkbare effect dat op grotere afstand invloed kan hebben is de depositie van stikstofoxiden en ammoniak (hierna: stikstof). De Voortoets Natura 2000gebieden kan zich hier beperken tot het berekenen van de stikstofdepositie. Deze is in opdracht van de initiatiefnemer medio 2020 uitgevoerd waarbij een 3-tal ontwikkelingsfases onderzocht is op de te verwachten stikstofemissie (zie bijlage 3). Uit deze berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie op de daarvoor kwetsbare Habitats van het Drontermeer (Natura 2000-gebied) 0,00 mol per hectare per jaar bedraagt. De rapportage dateert van 3 augustus 2020 en ten gevolge van het uitkomen van een nieuwe versie van de AERIUScalculator (oktober 2020) heeft in december 2020 een herberekening DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
26
plaatsgevonden. Deze heeft geen wijziging opgeleverd in de uitkomst van de voornoemde voortoets. Conclusies: Uit de informatie in deze paragraaf en de onderliggende onderzoeken blijkt dat het bestemmingsplan geen negatieve invloed heeft op de flora en fauna in het plangebied. Evenmin levert het plan significante schade op voor het Natuur Netwerk Nederland. Evenmin doen zich situaties voor waarbij het plan significante gevolgen heeft op de dichtstbij gelegen Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling kan daardoor achterwege blijven. Vast staat dat blijkens de onderzoeksresultaten uit hoofde van natuurwetgeving niets aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.
4.8.
Waterparagraaf Inleiding Sinds 1 november 2003 is voor bestemmingsplannen de toepassing van de watertoets verankerd in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (Bro). De watertoets heeft betrekking op de grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten, zoals waterveiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Het Bro geeft ook expliciet aan dat de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving moet bevatten van de wijze waarop in het ontwerp rekening is gehouden met de waterhuishouding. Uit deze waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van het waterschap Zuiderzeeland in het planproces en de wijze waarop het wateradvies is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure ‘geen waterschapsbelang’, de ‘korte procedure’ en de ‘normale procedure’. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het betreffende ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Op basis van de digitale watertoets is gebleken dat in dit geval de normale procedure van toepassing is.
Deze is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. Dat betekent concreet dat actieve betrokkenheid van het waterschap Zuiderzeeland nodig geacht wordt. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's: Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water. Wet- en regelgeving en beleid De belangrijkste wet- en regelgeving en beleidsaspecten op het gebied van waterbeheer zijn hieronder weergegeven en waar nodig aangevuld met concrete gegevens. Kaderrichtlijn water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding, infiltratie en kwelgebieden). Door inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakteen grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater.
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
27
Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag, rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling werd noodzakelijk geacht. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. Waterwet De Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden en stelt integraal waterbeheer op basis van ‘watersysteembenadering' centraal. Deze wet legt de verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en de gemeenten vast. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Op grond van onder meer de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het beheer van overtollig regenwater.
Voor zover het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het gebiedseigen water wordt op plaatsen waarvoor de mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente als watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, is aangegeven wat wel en wat niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is vastgesteld op basis van de Waterwet en de Wet Ruimtelijke ordening (Wro). Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke ambities hierin zijn het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte.
Het NW geeft maatregelen aan die in de periode 2016 - 2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Met dit plan voldoet Nederland aan de Europese eisen beschreven in de KRW, de Richtlijn Overstroming risico’s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS). Het plan geldt formeel als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten. Waterbeheerplan Waterschap Zuiderzeeland Het Waterbeheerplan 2016-2021 (WPB3) bevat langetermijndoelen (zichtjaar 2050). Het zijn doelen voor de planperiode (2016-2021) en maatregelen die het waterschap (samen met gebiedspartners) uit gaat voeren. De doelen en maatregelen hebben betrekking op de kerntaken van het waterschap te weten: waterveiligheid, schoon water, voldoende water en het thema water en ruimte. Hierbij gaat het om reguliere werkzaamheden, zoals peilbeheer, onderhoud aan dijken en het zuiveren van afvalwater en verder om nieuwe ontwikkelingen. DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
28
A. Thema Veiligheid Het plangebied ligt niet buitendijks. Het plangebied ligt evenmin in een beschermingszone van een overige waterkering. Op basis van deze aspecten zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. B. Thema Voldoende Water Wateroverlast (Streefbeeld) Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het watersysteem dient ook bij extreme neerslag over voldoende bergingscapaciteit te beschikken om het wateraanbod aan te kunnen. Deels zal de neerslag in de bodem infiltreren. Alle oppervlakteverharding is van invloed op de hoeveelheid water die afgevoerd moet worden. De toename van verhard oppervlak door realisatie van ruimtelijke plannen is daarom van bijzondere betekenis. In Parkresidentie Oost betreft het verhard oppervlak met name de wegen, daken, en erfverhardingen, waarvan het hemelwater tot afstroming komt.
Gezien de lage woningdichtheid en de bescheiden maatvoering van de wegprofielen is hier sprake van een relatief beperkt percentage verharding. Dit bestemmingsplan maakt maximaal 72 woningen mogelijk. Doordat deelgebied C (afbeelding 3) op basis van de planregels op twee wijzen kan worden ingericht (naar woningtypologie), kunnen voor berekening van de oppervlakteverharding twee inrichtings-scenario’s worden onderscheiden. Onderstaande berekening is gebaseerd op kengetallen voor verharde oppervlakken, gedetailleerd naar: wegen, voetprint van de woningen, terrassen, inritten op privéterrein en overgangsgebieden tussen woonkavel en wegverharding. Berekening verhard oppervlak Parkresidentie Dronten Gebruik scenario 1 I a woning 130 - 200 = 165 b terras/tuin 50 + 25 = 75 c oprit/erf 50 d semiopenbaar 15 e wegen 5.644 : 72 = 78 Totaal/won 383 aantal (max) x 72 oppervlakte verhard 27.576
scenario 2 2a 2b 130 - 200 = 165 100 - 150 = 125 50 + 25 = 75 20 + 15 = 35 50 75 15 5 5.644 : 72 = 78 5.644 : 72 = 78 383 338 x 48 x 24 18.384 7.632
Verhard oppervlak Scenario 1 = 27.576 m² (bij 72 grote woningen) Verhard oppervlak Scenario 2 = 26.016 m² (bij combinatie 48 grote + 24 kleine woningen) Toelichting op tabel (in m²) Mede door een efficiënte ontsluitingsstructuur kent het nieuwe stedenbouwkundig ontwerp een minimum aan wegverharding. Zoals blijkt uit kolom I levert dit bij elkaar een totaal op van 27.576 m² aan verhard oppervlak (scenario 1). Het bestemmingsplan biedt in het westelijke deel mogelijkheden tot het realiseren van 24 woningen met een kleinere voetprint (scenario 2). De consequenties daarvan zijn weergegeven in kolom 2b. Naast deze woningen resteren nog 48 woningen in het overige deel van het plangebied. De daarbij behorende verharde oppervlakte is weergegeven in kolom 2a. Voor het hele plangebied komt de combinatie van scenario 2 op een verhard oppervlak van totaal 26.016 m².
Ontwerprichtlijnen compensatie toename verharding De toename van de berekende oppervlakteverharding is in dit geval hoger dan de drempelwaarde voor landelijk gebied (2.500 m²) waardoor compensatie noodzakelijk is. De oppervlakte te realiseren waterberging wordt gerelateerd aan de maximaal toelaatbare peilstijging in het peilvak en de netto oppervlakte nieuw te realiseren verharding. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap Zuiderzeeland vastgesteld. Vanaf DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
29
het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt als zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak in het plangebied sinds begin 2013. Bij de hantering van de bergingsnorm (onderdeel van de beleidsregel) gaat het om het benodigde oppervlak open water op de hoogte van het streefpeil. Het plangebied is gelegen in een peilgebied waarbij 4,0% van de netto toename aan verharding als open water moet worden gecompenseerd. Met deze beleidsregel streeft het waterschap naar het behoud van de bergingsruimte in het watersysteem. De hoeveelheid extra water die bij piekbelasting aangeboden wordt aan het watersysteem, wordt met behulp van een bergingsnorm berekend. De bergingsnorm, die het waterschap hanteert om afwenteling op het omringende watersysteem te voorkomen bedraagt 4% van de maximale toename in verhard oppervlak. In dit geval is dat 1.103 m² (4% van 27.576 m²). Aan de bergingsnorm van 4% kan als volgt worden voldaan: 1. Bij het landschappelijk wonen (woonsfeer C, zie afbeelding 3) infiltreert het dakwater ter plekke in de grond via grindkoffers. 2. De overige woningen wateren af op de zandwinplas.
In samenspraak met het waterschap zal in het kader van de vergunningsaanvraag de bergingscapaciteit van de aanwezige zandwinplas definitief bepaald worden. De mogelijkheid tot afwenteling bestaat gedeeltelijk uit het infiltreren in de onderliggende zandlaag, het bergen door de waterstand tijdelijk te verhogen en het vertraagd afvoeren naar de Palingtocht (overstort). Goed functionerend watersysteem (Streefbeeld) Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied wat realisatie van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk maakt. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Het streven is gericht op een robuust klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Nieuwe ontwikkelingen sluiten daarom aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. Overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan en de daarbij al gegeven aanwijzingen van het waterschap (watertoets) is anno 2021 het eerste deel van de Parkresidentie volop in ontwikkeling. Dat betekent dat op basis van de huidige afspraken het gebied grotendeels bouwrijp is gemaakt, inclusief een deel van de wegenstructuur.
Het maaiveld ter plaatse van de (toekomstige) woningen bevindt zich op een licht variabel niveau tussen NAP -3,5 m en -4,0 m. C. Thema Schoon Water Goed omgaan met afvalwater (Streefbeeld) Streefbeeld: Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater (huishoudelijk afvalwater, vervuild hemelwater en bedrijfsafvalwater) wordt voorkomen. Overeenkomstig eerder overleg met het waterschap Zuiderzeeland is het plangebied al voorzien van een gescheiden rioolstelsel. Dat betekent dat het vuilwaterriool (dwa), met tussenkomst van een pomp (aan de Noordwijkselaan, nabij de rotonde), is aangesloten op het gemeentelijke persriool dat het afvalwater afvoert naar de afvalwaterzuivering (AWZI) aan de Installatieweg te Dronten. Het neerslagwater wordt geloosd op open water. De meeste neerslag, voor zover dat niet in de bodem infiltreert, wordt via het hemelwaterriool (hwa) en de in het plangebied aangebrachte drainage, zonder verdere zuiverende voorzieningen, direct geloosd op het oppervlaktewater van de naastgelegen zandwinplas (afkoppeling). Deze plas loost via een overstortleiding, indien nodig, direct op de Palingtocht.
Hierdoor DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
30
kan zelfs bij extreme weersomstandigheden in het woongebied geen wateroverlast ontstaan. De zandwinplas valt binnen het bestemmingsplan ‘Woongebied Dronten’ (D1000) en is als zodanig aanwezen met de bestemming ”Water”. Daarmee is de waterbergende functie van de plas zowel kwantitatief als juridisch bestendigd. Het is aannemelijk dat de zandwinplas over voldoende bergingscapaciteit beschikt voor compensatie van de toename aan verhard oppervlak ingevolge het voorliggende bestemmingsplan. Met het vastleggen van de ontwikkeling (inclusief de overstort) in een watervergunning zal het waterschap de plas formeel als waterberging aanwijzen. Bij de inrichting van het watersysteem is het streven tevens gericht geweest op een ecologisch gezond watersysteem, waaronder goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden worden verstaan voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Het oorspronkelijke plan ging al uit van het standstill-beginsel (géén verdere achteruitgang in de chemische en ecologische waterkwaliteit), zeker voor het water van de voormalige zandwinplas. Om die doelstellingen te bereiken is 'schoon houden, scheiden, zuiveren' vanaf het begin als uitgangspunt gehanteerd. In principe kent dit besloten woongebied een extensief gebruik van de wegen door enkel bestemmingsverkeer.
Daarbij zijn en worden deze wegen aangelegd met groene bermen (infiltratie) en is het plangebied voorzien van een drainage. Daarom bestond er vanuit het waterschap geen bezwaar om de neerslag zonder lokale zuivering direct op het oppervlaktewater te lozen. Voor zover het hemelwater afkomstig is van daken blijft natuurlijk voorwaarde dat deze geen ‘uitlogende stoffen’ mogen bevatten. In de keuze van de bouwmaterialen wordt daarmee nadrukkelijk rekening gehouden. De directe afvoer van neerslag richting zandwinplas heeft een (licht) positief effect op de waterkwaliteit. De verbetering is echter niet zodanig dat de plas geschikt is als zwem- of recreatiewater. Het gebied rond de plas is daarom zodanig ingericht dat recreatie op of rond de plas niet wordt gestimuleerd. De randen van de plas zijn omgevormd tot ecologische oevers en voorzien van ruigtestroken, een en ander als vergund door het waterschap. Daardoor zijn er plas-dras bermen ontstaan zonder dat daarmee de kans op algengroei is toegenomen. Dit vergroot zowel de lokale beeldkwaliteit als de ecologische kwaliteit van de plas en draagt zo bij aan een natuurvriendelijk woonmilieu.
Watertoets Het werken aan een toekomstbestendige ruimtelijke inrichting vraagt om een continue inzet van het waterschap, waarbij steeds op strategisch, tactisch en operationeel niveau de verbinding wordt gelegd tussen ruimtelijke initiatieven / plannen en waterbelangen. De inbreng van de waterbelangen vraagt ook om een continue doorontwikkeling, zodat nieuwe thema’s, zoals klimaatadaptatie, worden meegenomen in de wateradviezen. De betekenis van water in de ruimtelijke planvorming komt met name tot uitdrukking in de watertoets. Op 2 november 2020 is de ‘digitale watertoets’ doorlopen. Daarvan was het resultaat dat de normale procedure moest worden gevolgd. Dat impliceert dat dit bestemmingsplan mogelijk consequenties kan hebben voor de waterhuishouding. Vervolgens is het voorontwerp bestemmingsplan aan het waterschap Zuiderzeeland aangeboden in het kader van het formele vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit heeft op 29 juli 2021 geresulteerd in een schriftelijk advies (zie bijlage 5). De aanwijzingen uit de digitale watertoets en het wateradvies zijn, voor zover van toepassing op het plangebied van Parkresidentie Oost, overgenomen en verwerkt in deze waterparagraaf.
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
4.9.
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
31
Cultuurhistorie, Landschap en Archeologie De ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied betreft woningbouw op een eerder als zodanig aangewezen locatie. De groene kaders langs het gebied geven het terrein een introvert karakter dat versterkt wordt door de combinatie met de functie golfsport en de gebiedseigen landschappelijke kwaliteiten. Van ‘invloed op het omringende landschap’ is daarom in casu geen sprake. Wat cultuurhistorie betreft, moet in de relatief jonge gemeente Dronten altijd onderscheid worden gemaakt in de perioden vóór en ná de inpoldering. Hoewel de ontwikkeling na de ingebruikname van Oostelijk Flevoland zeker interessante cultuurhistorische elementen bevat, is daarvan in dit geval voor zover bekend geen sprake. In algemene zin herbergt de bodem van Dronten waardevol erfgoed, van vóór de inpoldering. Op verschillende plaatsen zijn in de bodem wrakstukken van vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog gevonden en restanten van schepen die op de vroegere Zuiderzee hebben gevaren. Binnen het plangebied is daarvan geen sprake. Er zijn in de gemeente echter ook nederzettingsresten van prehistorische gemeenschappen bekend, waarvan de archeologische sporen van de neolithische Swifterbantcultuur (circa 5200 - 3800 v. Chr.) ten noordwesten van Swifterbant de meest bekende en waardevolle zijn.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient daarom altijd rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische sporen. De gemeente Dronten beschikt over een archeologische beleidskaart (zie afbeelding 6) die samen met de ‘voorbeeld planregels’ voor bestemmingsplannen deel uitmaakt van het beleid. Uitgangspunt is behoud in de bodem. Daarbij geldt dat alleen de belangrijke archeologische waarden bescherming dienen te krijgen, zonder andere ruimtelijke belangen uit het oog te verliezen. Het plangebied valt gedeeltelijk binnen de aanduiding “archeologisch waardevol gebied 4”. Dat betekent dat voor dit gebied een gematigde archeologische verwachting bestaat en daarom een vrijstelling geldt van onderzoek voor grondroerende activiteiten tot een maximale omvang van 1,7 ha. In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan Park Residentie Dronten (2006) is overigens veldonderzoek uitgevoerd om de archeologische betekenis van het gebied te achterhalen. Op basis van de Archeologische Monumenten-kaart (AMK) en de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) had de nooit eerder onderzochte locatie toen een lage archeologische verwachting. Uit een voorverkenning (d.d. 6 december 2004) blijkt dat er in het plangebied geen archeologische waarden zijn aangetroffen die duiden op aanwezigheid van (pre)historische menselijke activiteiten.
Toch werd alsnog geconstateerd dat de planlocatie een hoge archeologische verwachtingswaarde verdient vanwege de topografische ligging bij een dekzandopduiking (ten noordoosten van het plangebied), de aanwezigheid van een archeologisch monument ten noorden van de planlocatie en het (gedeeltelijk) nog intacte bodemprofiel. Vondsten nabij het bedoelde monument verwijzen naar bewoningssporen uit het laat-neolithicum (ca. 2850 - 2200 v.Chr. Veluwse Klokbekercultuur). Doordat de onderzoekslocatie vanaf de late prehistorie tot halverwege de 20e eeuw vrijwel voortdurend onder water heeft gestaan is de archeologische betekenis voor deze periode beperkt tot datgene wat de drukke scheepvaart hier heeft achtergelaten. De slotconclusie van het vooronderzoek heeft in 2005 alsnog geleid tot een inventariserend veldonderzoek d.m.v. aanvullende boringen (IVO-2). Met dit (boor)onderzoek is aangetoond dat de top van het pleistocene dekzand over de gehele locatie door erosie is verdwenen. Het zeven van de monsters leverde eveneens het beeld op dat er zich op dit terrein geen archeologische waarden bevinden.
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Afbeelding 6
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
32
Archeologische beleidskaart Dronten (met inzet)
Daarmee is aangetoond dat het terrein op het gebied van archeologie geen belemmeringen kent voor bebouwing. Mochten er tijdens de geplande werkzaamheden toch aanwijzingen worden aangetroffen die duiden op (pre)historische bewoningsactiviteiten dan geldt alsnog de wettelijke meldingsplicht bij het bevoegd gezag (i.c. de provincie Flevoland). Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de met dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling. Het voorbehoud, dat geldt voor een deel van het plangebied, van de ‘gematigde archeologische verwachting’ op grond van de gemeentelijke beleidskaart, wordt vertaald in een dubbelbestemming ter bescherming van het bodemarchief.
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
4.10.
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
33
Verkeer en Parkeren Ontsluiting De Parkresidentie wordt gezamenlijk met de aangrenzende Golfresidentie centraal ontsloten op de Ansjovisweg en van daaruit via het externe wegenstelsel. Binnen het plangebied worden de woonstraten integraal met de stedenbouwkundige en landschappelijke gebiedsinrichting vormgegeven. In het plangebied van Dronten - Parkresidentie Oost liggen alleen wegen met tweerichtingsverkeer en aan twee zijden een bermstrook. De overigens groene bermen worden plaatselijk semi-verhard uitgevoerd om daarmee het groene karakter van het gebied te benadrukken. Parkeren Vanwege de wijziging van de Woningwet (2014) respectievelijk het vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening (2018) dient bij nieuwe bestemmingsplannen de parkeerverplichting in de plannen te worden geregeld. Artikel 3.1.2, tweede lid, van het Bro biedt de mogelijkheid om een planregel op te nemen die ertoe leidt dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning (voor het bouwen) moet worden getoetst aan het gemeentelijk parkeerbeleid en de daarbij behorende parkeernormen. Een voorwaardelijke verplichting in een bestemmingsplan garandeert voor iedere willekeurige situatie voldoende parkeergelegenheid. De gemeente Dronten heeft daarin voorzien met de Nota Parkeernormen Dronten 2016 (d.d. 29 september 2016 / rapportnummer: 5491-R-E).
Als norm voor het parkeren geldt in dit geval dat bij elke woning ten minste 2 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd moeten worden. Algemeen geldt een parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per woonkavel. Conclusie Binnen de stedenbouwkundige opzet van de planherziening kan ruimschoots worden voldaan aan de eisen ten aanzien van parkeren voor zowel bewoners als bezoekers. Het parkeren voor bezoekers vindt plaats middels spreiding van parkeerplaatsen in de wegbermen en langsparkeren op de bredere wegen.
4.11.
Ruimtelijke Inpassing De bebouwing van het plangebied is reeds voorzien in het bestemmingsplan Park Residentie Dronten dat begin januari 2006 werd vastgesteld. In 2012 is de locatie in de ‘Structuurvisie Dronten 2030’ dan ook opgenomen met de aanduiding ‘woningbouw stap 1 - vastgelegde locatie’. Het herstel na de economische crisis heeft aangetoond dat ten aanzien van het exclusieve woonsegment het nodige is veranderd. Met dit nieuwe ontwerp wordt zo realistisch mogelijk tegemoet gekomen aan die verandering met behoud van de oorspronkelijke uitgangspunten. Positieve ontwikkelingen in de afgelopen periode zijn dat de centrumfunctie van Dronten sinds 2012 versterkt is door de verbeterde bereikbaarheid dankzij de Hanzelijn en de provinciale weg N307. Ook is de economische positie verbeterd mede door deelname in het samenwerkingsverband Regio Zwolle.
4.12.
M.e.r.-beoordeling In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat vastgesteld dient te worden of realiseren van de beoogde woningen in het plangebied belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben. Onderdeel D van de bijlage bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.beoordeling verplicht is. Voor elke activiteit die genoemd wordt in het Besluit m.e.r., maar die beneden de drempelwaarden van onderdeel D valt, moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Dat geldt dus ook voor dit initiatief. Voor deze activiteiten dient een vormvrije
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
34
m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Deze motivering dient qua inhoud aan te sluiten bij de m.e.r.-beoordeling. Voorliggend initiatief kan gezien worden als ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ uit Onderdeel D. De gewenste ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aandacht te worden besteed aan drie criteria die zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Dit zijn achtereenvolgens de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken: In de gewenste situatie worden maximaal 72 vrijstaande woningen gerealiseerd in een parkachtige omgeving. Locatie: Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de kern Dronten. De locatie maakt deel uit van een voormalige vuilstortlocatie. Op het aangrenzende deel van deze locatie is in een eerder stadium een golfbaan aangelegd. Het plangebied ligt niet in of in de nabijheid van Natura 2000-gebied of NNN gebied. Effecten: Met het initiatief treden geen overtredingen op in het kader van de flora en faunawetgeving.
Het voornemen leidt niet tot een onevenredige toename van verkeer, leidt niet tot luchtvervuiling, geluidsoverlast en bedrijven worden in milieutechnische zin niet extra belemmerd. Conclusie In deze onderbouwing zijn de diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Op basis is de conclusie dat belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten. Het plan is niet gelegen in kwetsbaar of waardevol gebied en het heeft geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving. Voor voorliggende ontwikkeling is het daarom niet noodzakelijk om een milieueffectrapportage op te stellen en een formele m.e.r.-procedure te doorlopen. Deze conclusie is bekrachtigd met een collegebesluit (zie bijlage 6).
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
5.
JURIDISCHE PLANOPZET
5.1.
Inleiding
35
In voorgaande hoofdstukken is een planologische verantwoording gegeven hoe essentiële factoren in het plan zijn beoordeeld. Hieruit is gebleken dat er geen doorslaggevende belemmeringen zijn die de uitvoering van het plan in de weg staan. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de juridische planopzet en de planregels. Uitgangspunt voor de regels is de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening (Wro). In artikel 2 van de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is bepaald dat de planwetgever – veelal de gemeenteraad – bestemmingsplannen moet vormgeven en inrichten overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (‘SVBP 2012’). De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de (digitale) verbeelding van het bestemmingsplan. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting is dat niet, ondanks dat juist de toelichting de bedoelingen van de planwetgever beoogt weer te geven. De SVBP heeft daarom geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan.
5.2.
Juridische systematiek Evenals het voorgaande plan is het bestemmingsplan Dronten Parkresidentie Oost (D1005) een ‘globaal eindplan’. Dit betekent dat het plan primair bedoeld is als de grondslag voor de ontwikkeling van het plangebied. Karakteristiek is een beperkt aantal bestemmingsregels en een eenvoudig kaartbeeld. De regels geven de kaders waarbinnen de gebiedsontwikkeling kan plaatsvinden. Ze zijn geënt op het nieuwe stedenbouwkundig planontwerp en de daaraan ten grondslag liggende uitgangspunten. De belangrijkste daarvan zijn de regels die tot de uiteindelijk gewenste verdichting bijdragen. Kenmerkend voor een globaal eindplan is dat de regels een hoge mate van flexibiliteit kennen. Zo geeft het plan ruimte aan fysieke aanpassingen indien die - na verloop van tijd - wenselijk zijn. De beoogde ruimtelijke kwaliteit is verwoord en verbeeld in het Beeldkwaliteitsplan Dronten Parkresidentie Oost, dat als separate bijlage bij de regels is opgenomen. Anders dan binnen de reguliere uitbreidingslocaties gaat het in dit geval om een ontwikkeling waarvan de uiteindelijke looptijd moeilijk voorspelbaar is, maar een langere periode gaat beslaan. Met het voorgaande bestemmingsplan (2006) is inmiddels duidelijk gebleken dat de woningmarkt ten gevolge van onvoorziene omstandigheden plotseling kan veranderen.
Dit plan komt daarom met een zekere mate van flexibiliteit tegemoet aan de verruiming van de bebouwingsmogelijkheden binnen vaste richtlijnen.
5.3.
Toelichting op de regels Indeling De bestemmingsregels zijn ingedeeld naar de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de begrippen of definities (artikel 1). Deze worden in alfabetische volgorde gegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels. Artikel 2 is vervolgens een bepaling over de wijze van meten. Hoofdstuk 2 bevat in alfabetische volgorde de bestemmingen. De artikelen hebben een min of meer vaste opbouw. Kernpunten van de bestemmingsregels zijn regels voor het bouwen en regels voor het gebruik. Deze bevatten naast begrenzingen van de mogelijkheden ook een aantal flexibiliteitsbepalingen. Hoofdstuk 3 bevat de regels die van algemeen belang zijn voor een juiste uitvoering van het plan. Hoofdstuk 4 bevat tenslotte de overgangsregels en de slotregel (titel).
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
36
Verbeelding Op de verbeelding (lees: plankaart) zijn overeenkomstig de in de SVBP 2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden en extra aanduidingen weergegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding is feitelijk een visualisering van de regels.
5.4.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Dit artikel geeft een verklarende omschrijving van de in het plan gebruikte begrippen. Door deze omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen juridisch begrensd en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan sterk vergroot. Via de definitie van het begrip ruimtelijke kwaliteit (1.40) is het Beeldkwaliteitsplan Dronten - Parkresidentie Oost gekoppeld met de planregels. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden toegepast.
5.5.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 4 Woongebied De naam woongebied en de wijze waarop dit in de verbeelding is aangegeven maakt duidelijk dat in dit geval nog niet vooraf in detail is bepaald waar de woningen en de wegen precies komen. Het gaat om een nog in te richten ontwikkelingsplan. In de bestemmingsomschrijving is daarom aangegeven welke functies en/of voorzieningen noodzakelijk zijn om het woongebied nader te kunnen inrichten. Naast de woningen betreft dat de verkeers- en verblijfsvoorzieningen, groen- en speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, en eventuele waterlopen en waterpartijen en mogelijke andere bouwwerken dan gebouwen, zoals kunstwerken en/of kunstobjecten. De karakteristieke uitgangspunten en doelstellingen van het plan komen met name tot uitdrukking in de bouw- en gebruiksregels. Bepaald is dat in het gebied ten hoogste 72 vrijstaande woningen gerealiseerd mogen worden en dat de bouwpercelen niet kleiner mogen zijn dan 600 m². Deze cijfers resulteren in combinatie met de totale oppervlakte in een relatief zeer lage woningdichtheid van ca 18 woningen per ha, wat past bij het beoogde exclusieve karakter van dit woongebied. De ontsluitingsstructuur is voor een belangrijk deel bepalend voor de uiteindelijke gebiedsindeling. Het plan staat het uitoefenen van aan-huis-verbonden beroepen toe op een wijze die zich verdraagt met de woonbestemming.
Daarnaast bieden enkele flexibiliteitsbepalingen in het plan mogelijkheden om - onder voorwaarden - op specifieke locaties enigszins af te wijken van de regels als daaraan behoefte blijkt te bestaan.
Onder “Aan-huis-verbonden beroepen” wordt verstaan 1. het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig en juridisch of daarmee vergelijkbaar te stellen gebied; 2. de beroepen op medisch, paramedisch of therapeutisch gebied. Onder de onder 1 genoemde beroepen, vallen de beroepen in de (zakelijke) dienstverlening (zoals de vrije beroepen: notaris, advocaat, architect), alsmede de beroepen die daarmee vergelijkbaar zijn (accountant, assurantie/verzekerings-bemiddeling, advies- en ontwerpbureaus). Bij de onder 2 genoemde beroepen moet gedacht worden aan een individuele praktijk voor huisarts, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, etc.
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
37
Artikel 5 Waarde – Archeologie 4 Het betreft hier een zogenoemde dubbelbestemming welke voortkomt uit het gemeentelijke archeologiebeleid. Dronten wil, naast verplichte bescherming van het bodemarchief, de archeologische waarden binnen het gemeentelijk grondgebied inzetten ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit, identiteit en cultuurbeleving. Het plangebied valt grotendeels binnen de categorie “archeologisch waardevol gebied 4”. Dat betekent dat, hoewel bij de eerdere veldonderzoeken geen archeologische waarden zijn aangetroffen die duiden op aanwezigheid van (pre)historische menselijke activiteiten, desondanks een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt. Omdat realisatie van een woongebied per definitie gepaard gaat met graven, dient het bestemmingsplan bescherming te bieden voor het geval er toch sprake kan zijn van bedreiging van het bodemarchief. Deze bescherming strekt zich over een groot deel van het plangebied en ook daarbuiten uit. Daarom wordt gebruik gemaakt van een dubbelbestemming die toegevoegde betekenis heeft voor de mede aan die gronden toegekende bestemming.
5.6.
Hoofdstuk 3 Algemene regels Teneinde eenheid te brengen in de regels van een bestemmingsplan zonder de autonome bevoegdheid van de planwetgever/gemeenteraad aan te tasten zijn een aantal algemene regels wettelijk voorgeschreven. Ze zijn verwoord in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en dienen letterlijk te worden opgenomen in elk bestemmingsplan. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel In dit artikel (in gevolge artikel 3.2.4 Bro) is een regel opgenomen die moet voorkomen dat een al verleende bouwvergunning meegenomen wordt bij de beoordeling van latere bouwplannen. Artikel 7 Algemene gebruiksregels Onderscheid wordt gemaakt in het gebruik van open gronden en dat van bouwwerken. Aangegeven is welk gebruik als ‘in strijd met de bestemming’, wordt aangemerkt. Hiermee wordt voorkomen dat hinder ontstaat voor de omgeving. In juridische zin betekent dit dat rechtszekerheid wordt geboden aan eigenaren en/of gebruikers van gronden en gebouwen dat gehandeld wordt naar de bedoelingen van de gegeven bestemmingen. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Net als flexibiliteitsregels die direct gekoppeld zijn aan een bestemming heeft een bestemmingsplan soms in concrete gevallen enige ruimte nodig om van de strikte regels te kunnen afwijken.
Dat terughoudendheid bij het toepassen van deze regels wenselijk is blijkt uit de binding van de afwijking aan een omgevingsvergunning, zodat altijd een (juridische) beoordeling aan het besluit ten grondslag ligt. Artikel 9 Overige regels Zoals in paragraaf 4.3 al beschreven is door wijziging van de Woningwet in 2018 voor gemeenten de plicht ontstaan om de parkeereis te regelen via het bestemmingplan. Hieraan is invulling gegeven door in artikel 9 te eisen dat te allen tijde in afdoende parkeergelegenheid wordt voorzien overeenkomstig de normering van de gemeentelijke parkeernota.
5.7.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken als ook met betrekking tot het gebruik van bouwwerken en onbebouwde gronden. Het gaat om zaken die feitelijk in strijd zijn met het nieuwe bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt maar voor die tijd legaal waren.
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
38
Om te voorkomen dat eigenaren hierdoor gedupeerd worden mogen op basis van het overgangsrecht reeds vergunde bouwwerken worden uitgevoerd, danwel bestaand gebruik worden voortgezet. Het overgangsrecht is voorzien van bepaalde voorwaarden. Deze regel geeft een belangrijk stuk rechtszekerheid aan eigenaren en gebruikers doordat een nieuw bestemmingsplan niet zonder meer bestaande rechten kan ontnemen. Om zeker te stellen dat hierbij de nodige zorgvuldigheid betracht wordt is de tekst voorgeschreven. Artikel 11 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam of titel dit plan kan worden aangehaald.
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
6.
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
39
UITVOERBAARHEID Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bestaat de plicht om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan. In dat verband worden met name onderscheiden de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1.
Economische uitvoerbaarheid De Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft in afdeling 6.4 bepalingen omtrent een verplichte grondexploitatie voor ruimtelijke plannen. De gemeenteraad kan echter op basis van artikel 6.12 Wro bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen als het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is. In de plaats daarvan is het voor de overheid mogelijk om afspraken over kostenverhaal af te dwingen binnen de limitatieve bepalingen van de kostensoortenlijst zoals opgenomen in het Bro (art. 6.2.3 t/m 6.2.6). Dit gebeurt in de vorm van een anterieure overeenkomst die vrijwillig wordt gesloten tussen de gemeente en particuliere initiatiefnemer(s). In dit geval is de initiatiefnemer zowel eigenaar van de betreffende gronden als de ontwikkelaar van het plan. Alle daartoe strekkende investeringen en kosten behoren derhalve volledig tot het ondernemersrisico. De kosten die de gemeente Dronten voor dit plan maakt welke niet vallen onder te ontvangen leges zullen worden gedekt middels de anterieure overeenkomst. Dit is ook van belang in verband met eventuele planschadeclaims op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
De belanghebbenden die menen nadeel te ondervinden van een herziening van het bestemmingsplan kunnen bij burgemeester en wethouders een verzoek indienen tot tegemoetkoming in de vermeende schade. De genoemde anterieure overeenkomst is voor de gemeente één van de manieren om kosten, zoals bedoeld in de kostensoortenlijst van de Bro op de initiatiefnemer(s) te verhalen. De financiële dekking is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid van het plan gewaarborgd.
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedure die een bestemmingsplan doorloopt, is in de Wet ruimtelijke ordening en in het Besluit ruimtelijke ordening vastgelegd. Overleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1 lid 1) bepaalt dat de gemeente in het kader van de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan overleg pleegt met alle betrokken overheden en andere instanties. Dit noemen we formeel het ‘vooroverleg’ waarbij in ieder geval de provincie en het waterschap in de gelegenheid worden gesteld kennis te nemen van het ruimtelijk plan en een reactie te geven op de inhoud. Deze worden in een ‘nota van inspraak en overleg’ opgenomen en van commentaar voorzien. Inspraak en vooroverleg kunnen aanleiding vormen om het bestemmingsplan aan te passen. Anderzijds biedt dit de mogelijkheid om nadere uitleg te geven op punten in het plan die kennelijk om verduidelijking vragen. Daarvan wordt melding gedaan in de Nota van inspraak en overleg. Het aldus aangepaste plan volgt daarna de wettelijke vaststellingsprocedure. Na vaststelling door de gemeenteraad wordt het bestemmingsplan nog 6 weken ter inzage gelegd om belanghebbenden gelegenheid te bieden eventueel beroep in te stellen bij de Raad van State.
Inspraak De gemeente Dronten kent een gemeentelijke inspraakverordening (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR4025/1) waarin is geregeld hoe op ruimtelijke plannen inspraak verleend wordt.
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
40
In aanvulling op deze inspraakverordening heeft de initiatiefnemer in dit geval al gedurende de planontwikkeling direct betrokkenen als ook geïnteresseerden geïnformeerd omtrent het vernieuwde plan door middel van onder andere: planpresentatie, nieuwsbrief, brochures en websites. In de loop van 2020 is op locatie in De Vier Seizoenen meerdere keren een informatiebijeenkomst georganiseerd waarbij de vereniging van eigenaren, bewoners en kopers uitgebreid kennis hebben kunnen nemen van de beoogde plannen. Conclusie Zoals beschreven in paragraaf 2.4 heeft het bestemmingsplan met een groter plangebied onder de titel Parkresidentie Dronten (D1005) ter inzage gelegen. Met dit plan is ook het vooroverleg gevoerd. Het Waterschap Zuiderzeeland heeft in het kader van het formele vooroverleg als enige partij gereageerd op het voorontwerp door het uitbrengen van een wateradvies. Deze reactie is verwerkt in de toelichting. De brief met het wateradvies is als bijlage 5 opgenomen bij deze toelichting. De in het kader van de inspraak geboden mogelijkheden hebben geen reacties opgeleverd. Tot slot is het plangebied verkleind en zijn nog enkele onderschikte tekstuele ambtelijke aanpassingen verwerkt. De reactienota is opgenomen in bijlage 7. De tervisielegging van het ontwerp heeft evenmin tot zienswijzen geleid.
Wel heeft het waterschap een positief advies uitgebracht en een verzoek ingediend tot het ambtelijk doorvoeren van enkele tekstuele wijzigingen. Deze wijzigingen zijn aangebracht in paragraaf 4.8 onderdeel B en C. Het voorgaande rechtvaardigt de conclusie dat het bestemmingsplan Dronten - Parkresidentie Oost uitvoerbaar kan worden geacht.
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
bestemmingsplan
41
Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)
BIJLAGEN
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Parkresidentie Dronten projectnummer 203384 - d.d. 22 juni 2020
Bijlage 2
Quickscan Flora en Fauna Parkresidentie Dronten d.d. 8 februari 2021
Bijlage 3
Voortoets Natura 2000-gebieden Parkresidentie Dronten - projectnummer 506-2001 - d.d. 3 augustus 2020 met 4 bijlagen: 1. brief Herberekening Parkresidentie Dronten d.d. 14 december 2020 2. Aeriusberekening Situatie 1 d.d. 14 december 2020 3. Aeriusberekening Situatie 2 d.d. 14 december 2020 4. Aeriusberekening Situatie 3 d.d. 14 december 2020
Bijlage 4
Watertoets Waterschap Zuiderzeeland (dossiercode 20201102-37-24664) d.d. 2 november 2020
Bijlage 5
Wateradvies Waterschap Zuiderzeeland d.d. 29 juli 2021
Bijlage 6
Collegebesluit MER-beoordeling
Bijlage 7
Geanonimiseerde reactienota BP Dronten – Parkresidentie
DC28Advies / Bureau Maris BV
Parkresidentie Dronten BV
Dronten 18 januari 2022
BK Bouw- & Milieuadvies B.V. Daltonstraat 30D Postbus 3064 3301 DB Dordrecht 088 321 25 10 info@bkbouwenmilieuadvies.nl www.bkbouwenmilieuadvies.nl
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Parkresidentie Dronten
Opdrachtgever:
Parkresidentie Dronten B.V. de heer ing. J.G. Hartog Postbus 2 2974 ZG Groot-Ammers
Projectnummer:
203384
Versienummer:
1
Plaats, datum:
Dordrecht, 22 juni 2020
Auteur:
W.S. de Ridder
Paraaf:
Controleur:
ing. D.C. Blokland
Paraaf:
BANK NL45ABNA0586840729 KVK 24459961 BTW NL820721141B01
BK bouw- & milieuadvies pagina 2 van 9
Inhoudsopgave
pagina
1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................ 3 1.1 Algemeen ............................................................................................................................................................................................... 3 1.2 Gegevens................................................................................................................................................................................................ 3 2 Uitgangspunten ............................................................................................................................................................................................. 4 2.1 Situatie .................................................................................................................................................................................................... 4 3 Normen en grenswaarden ........................................................................................................................................................................
5 3.1 Wegverkeer ........................................................................................................................................................................................... 5 3.1.1 Algemeen.......................................................................................................................................................................................... 5 3.1.2 Nieuwe situaties ............................................................................................................................................................................. 5 3.1.3 Rekenmethode ............................................................................................................................................................................... 5 3.1.4 Aftrek artikel 110g ........................................................................................................................................................................ 6 3.1.5 Stillere banden................................................................................................................................................................................
6 3.2 Normstelling ......................................................................................................................................................................................... 6 3.3 Verkeersgegevens .............................................................................................................................................................................. 7 3.4 Rekenmodel .......................................................................................................................................................................................... 7 4 Rekenresultaten ............................................................................................................................................................................................. 8 5 Conclusie .......................................................................................................................................................................................................... 9
Bijlagen 1 2 3
Invoergegevens rekenmodel Rekenresultaten wegverkeer Figuren
Parkresidentie Dronten Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai | 203384 | 22 juni 2020
BK bouw- & milieuadvies pagina 3 van 9
1
Inleiding
1.1
Algemeen
In opdracht van Parkresidentie Dronten B.V. heeft BK bouw- & milieuadvies een akoestisch onderzoek uitgevoerd in verband met de voorgenomen nieuwbouw van woningen voor het project Parkresidentie Dronten gelegen langs de Ansjovisweg te Dronten. Aanleiding en doel De aanleiding van het akoestisch onderzoek is de herziening van het huidige bestemmingsplan Park Residentie Dronten (9030) en in het verlengde daarvan een procedure in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Doel van het onderzoek is om de geluidimmissie ten gevolge van de (gezoneerde) wegen ter plaatse van de planlocatie inzichtelijk te maken. Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van een tram- of metroweg. Het plangebied is ook niet gelegen binnen de zone van een geluidgezoneerd industrieterrein of luchthaven. Het akoestisch onderzoek heeft daarom alleen betrekking op wegverkeer. Dit rapport is van toepassing op de situatie zoals beschreven in de volgende hoofdstukken. Wijzigingen in het plan, de omgeving en/of de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn alsmede het laten verstrijken van de in het rapport gestelde termijnen kan van invloed zijn op de beschreven resultaten en conclusie.
1.2
Gegevens
Ten behoeve van het voorliggende onderzoek is gebruikgemaakt van de volgende gegevens: 1. Kadaster-online voor de benodigde tekeningen; 2. Reken- en meetvoorschrift geluid 2012.
Parkresidentie Dronten Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai | 203384 | 22 juni 2020
BK bouw- & milieuadvies pagina 4 van 9
2
Uitgangspunten
2.1
Situatie
Als afbeelding 1 is het bouwplan van het project Parkresidentie Dronten weergegeven gelegen langs de Ansjovisweg te Dronten. afbeelding 1: bouwplan
Parkresidentie Dronten Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai | 203384 | 22 juni 2020
BK bouw- & milieuadvies pagina 5 van 9
3
Normen en grenswaarden
3.1
Wegverkeer
3.1.1
Algemeen
Het beperken van geluidhinder vanwege wegverkeer is geregeld in hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder en hoofdstuk 3 van het Besluit geluidhinder. Volgens de artikelen 74 en 75 heeft iedere weg van rechtswege een zone. Binnen deze, langs een weg gelegen, zone dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd naar de te verwachten geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen, vanwege het wegverkeer. De breedte van de zones is als volgt: tabel 1: zonebreedte Stedelijk
Buitenstedelijk Aantal rijstroken
1 of 2 3 of meer 1 of 2 3 of 4 5 of meer
Aantal meters aan weerszijde van de weg 200 350 250 400 600
Onder stedelijk gebied wordt verstaan het gebied binnen de bebouwde kom, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. Deze zones gelden niet voor: a. wegen, die zijn gelegen binnen een als een woonerf aangeduid gebied; b. wegen, waarvoor een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt. Binnen deze langs een weg gelegen zone dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd naar de te verwachten geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Deze geluidbelasting wordt berekend als een Lden, dit is de gemiddelde geluidbelasting over de dag-, avond- en nachtperiode. 3.1.2