CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

4fb0d971-18b6-4f53-8db0-478da7084147.pdf

Raadsvergadering 3 maart 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 6.b: AKKOORD Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)44.532 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost D1005

18 januari 2022

Ruimtelijke inrichting, Stedebouw, Mediation

Colofon Projectnaam

:

PRD ‘19

Subnaam

:

bestemmingsplan Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

Status

:

vastgesteld

Datum

:

18 januari 2022

Opdrachtgever :

Parkresidentie Dronten BV

Projectpartner

Bureau Maris BV - Zeewolde

:

DC28Advies Campbellhof 28 8251 TL Dronten tel : 0321 - 382654 mobiel : 0650 55 79 30

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

2

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

3

Inhoudsopgave 1.

INLEIDING ...................................................................................................................5 1.1. 1.2. 1.3.

2.

UITGANGSPUNTEN EN DOELSTELLING.................................................................7 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.

3.

AANLEIDING EN DOELSTELLING ............................................................................5 LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED ..................................................................5 OPBOUW VAN DE TOELICHTING .............................................................................6 REDEN TOT HET INITIATIEF ....................................................................................7 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN .............................................................................7 TOEKOMSTIGE RUIMTELIJKE ONTWIKKELING ..........................................................8 PRINCIPEVERZOEK ............................................................................................ 10 ALGEMEEN ....................................................................................................... 11 RIJKSBELEID..................................................................................................... 11 PROVINCIAAL BELEID ........................................................................................ 12 REGIONAAL BELEID ........................................................................................... 15 GEMEENTELIJKBELEID....................................................................................... 15

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................................... 19 4.1. ALGEMEEN ....................................................................................................... 19 4.2. BODEM ............................................................................................................. 19 4.3. GELUID ............................................................................................................. 20 4.4. LUCHTKWALITEIT .............................................................................................. 21 4.5. BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ........................................................................ 22 4.6. EXTERNE VEILIGHEID ......................................................................................... 23 4.7. NATUURBESCHERMING ...................................................................................... 24 4.8. WATERPARAGRAAF .......................................................................................... 26 4.9. CULTUURHISTORIE, LANDSCHAP EN ARCHEOLOGIE ............................................ 31 4.10. VERKEER EN PARKEREN ................................................................................... 33 4.11. RUIMTELIJKE INPASSING.................................................................................... 33 4.12.

M.E.R.-BEOORDELING ....................................................................................... 33

4.

JURIDISCHE PLANOPZET ...................................................................................... 35 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7.

5.

INLEIDING ......................................................................................................... 35 JURIDISCHE SYSTEMATIEK ................................................................................. 35 TOELICHTING OP DE REGELS .............................................................................. 35 HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS ................................................................... 36 HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS ................................................................ 36 HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS .................................................................... 37 HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS .................................................... 37

UITVOERBAARHEID ............................................................................................... 39 6.1. 6.2.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ..................................................................... 39 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ............................................................ 39

BIJLAGEN ........................................................................................................................ 41

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

4

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

1.

INLEIDING

1.1.

Aanleiding en Doelstelling

5

Ten zuiden van de woonkern Dronten bevindt zich sinds begin 90-er jaren een golfcomplex annex woonwijk onder de naam ‘Golfresidentie Dronten’. Direct grenzend aan de zuidzijde van deze bijzondere woonwijk ligt een gebied van ca. 50 ha waar zich een kleinschalige golfvoorziening (9-holes baan) bevindt. Daarbinnen, op een terreinoppervlak van ca. 10 ha, is sinds 2007 een tweede exclusief woongebied in ontwikkeling in het hogere marktsegment onder de naam “Parkresidentie Dronten”. De ontwikkeling van woningbouw op dit terrein is na de financiële crisis van 2008 stilgevallen en met het economisch herstel niet meer op gang gekomen. De praktijk wees aldus uit dat het project, met kavels tot 1600 m², kennelijk onvoldoende aansluit op de vraag vanuit de lokale woningmarkt. Dit bleek eind 2018 toen pas enkele woningen op kavels van ca. 850 m² in aanbouw waren. De initiatiefnemer heeft het gemeentebestuur verzocht medewerking te verlenen aan een herziening van het bestemmingsplan om tot een meer marktconforme stedenbouwkundige invulling te komen met behoud van het voorgenomen exclusieve karakter. Op 24 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders op het verzoek positief beslist en daarvan gemotiveerd mededeling gedaan aan de gemeenteraad.

Het onderhavige bestemmingsplan voor het oostelijke gedeelte van de Parkresidentie is het resultaat van een geactualiseerd stedenbouwkundig ontwerp en vormt de planologische basis op grond waarvan voor de beoogde bouwplannen te zijner tijd een omgevingsvergunning verleend kan worden.

1.2.

Ligging en begrenzing plangebied

Afbeelding 1

plangebied Dronten - Parkresidentie Oost

Aan de zuidzijde van Dronten ligt, tussen de Biddingringweg (N305) en de Ansjovisweg, ten zuiden van de Golfresidentie Dronten, het plangebied van het bestemmingsplan Dronten - Parkresidentie Oost. Het in blauw aangegeven (afbeelding 1) gebied beslaat een oppervlakte van ruim 4 ha. De planlocatie is inmiddels onderverdeeld in een aantal grondkavels, in handen van de ontwikkelaar Golfresidentie Dronten BV. De ontwikkelaar is voornemens de woonkavels uit te geven in particulier eigendom. De resterende ruimte wordt in mandeligheid ondergebracht in een vereniging van eigenaren. DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

1.3.

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

6

Opbouw van de toelichting Hoofdstuk 2 bevat de projectgegevens die als uitgangspunt dienen voor het verzoek om een herziening van de bestemming, variërend van de huidige situatie en bestemming tot een beschrijving van de gewenste ontwikkeling. In Hoofdstuk 3 staat een overzicht van de relevante ruimtelijke beleidskaders waaraan het initiatief getoetst is. Het onderzoek naar de ruimtelijk relevante omgevingsaspecten, zoals natuur en milieu, archeologie, ruimtelijke inpassing en verkeersaspecten, komt uitgebreid aan bod in Hoofdstuk 4. De beschrijving op welke wijze invulling is gegeven aan het juridisch deel van het plan wordt per artikel samengevat in hoofdstuk 5. Tot slot geeft Hoofdstuk 6 inzicht in de wijze waarop aan de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid invulling is gegeven.

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

2.

UITGANGSPUNTEN EN DOELSTELLING

2.1.

Reden tot het initiatief

7

Directe aanleiding voor het initiatief tot herverkaveling van een deel van de Parkresidentie vormt de langdurige praktijkervaring dat de huidige planopzet kennelijk deels onvoldoende aansluit bij de marktsituatie voor exclusieve woonkavels in de gemeente Dronten. Ook de inrichting en het in exploitatie nemen van het laagdrempelige golfterrein bracht in die situatie niet het verwachte effect. De mogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan biedt (§ 2.2.) vormt een beperking om de beoogde ontwikkeling ten uitvoer te brengen. Om in de gegeven situatie op verantwoorde wijze verandering te brengen is het uit 2006 daterende bestemmingsplan voor het oostelijk deel van het plangebied herzien. De ten opzichte van het vigerende plan belangrijkste noodzaken tot wijzigingen zijn:  de vraag naar woonkavels met een gemiddelde kaveloppervlakte van 1250 m² is zodanig afgenomen dat een sluitende exploitatie van het gebied op basis van de huidige regels niet langer bereikbaar is;  de Parkresidentie Dronten is bedoeld als een exclusieve woonlocatie met een totaal oppervlak van 10 ha.

Indien de ontwikkeling gericht blijft op eenzelfde aantal kavels, maar met een marktconforme kleinere oppervlakte (het nu toegelaten minimum is 800 m²) worden de onderhoudskosten voor het mandelige gebied zodanig hoog dat dit niet leidt tot verhoogde realisatiekansen;  een deel van de geïnteresseerde potentiële kopers heeft aangegeven te opteren voor kleinere kavels (ondergrens 600 m²);  de eerder geplande 9-holes golfbaan is inmiddels aangelegd en vormt als zodanig een landschappelijke karakteristiek waarop een eigentijds stedenbouwkundig planontwerp kan worden afgestemd. Gelet op de voorstaande inzichten blijft het mogelijk om op de gegeven locatie een woongebied te ontwikkelen dat voldoet aan het hoge ambitieniveau, mits de regels van het bestemmingsplan meer ruimte bieden qua minimum kavelgrootte (600 m²) en het maximum aantal te bouwen woningen in Parkresidentie Oost navenant wordt verhoogd. Dit leidt binnen het plangebied tot een maximum aantal van 72 woningen en in de gehele Parkresidentie tot een totaal van 130 woningen.

2.2.

Vigerend bestemmingsplan

Afbeelding 2 DC28Advies / Bureau Maris BV

bestemmingsplan Parkresidentie Dronten (9030) Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

8

Voor het plangebied is op 26 januari 2006 door de gemeenteraad van Dronten het bestemmingsplan “Parkresidentie Dronten” (9030) vastgesteld. Daarin zijn de betreffende gronden aangewezen met de bestemmingen Woondoeleinden (artikel 3) en Recreatieve doeleinden (artikel 4). Beide bestemmingen zijn zogenaamde globale eindbestemmingen. Dat betekent dat daarbinnen een hoge mate van flexibele invulling mogelijk is binnen de gestelde regels. De recreatiebestemming is bedoeld om voor het gehele golfcomplex tegemoet te komen aan voorzieningen ten behoeve van de golfsport (clubgebouw etc.). Hierin is inmiddels voorzien. Binnen de woonbestemming is, los van de gedetailleerde bouwvoorschriften per perceel, de beschrijving in hoofdlijnen bepalend voor de stedenbouwkundige invulling van het plangebied. Hierin is als bouwprogramma bepaald dat maximaal 80 vrijstaande woningen zijn toegestaan en dat ieder bouwperceel een oppervlakte heeft van tenminste 800 m². Dit betekent een gemiddelde van ca.1250 m² per kavel. Het plan biedt in zichzelf verder geen mogelijkheden om van deze kerngetallen af te wijken.

2.3.

Toekomstige ruimtelijke ontwikkeling De gebiedskarakteristiek en de daarmee verbonden vormgevingsaspecten van het stedenbouwkundig plan zijn weergegeven in het als separate bijlage bij de planregels gevoegde ‘Beeldkwaliteitsplan Dronten – Parkresidentie Oost. Deze paragraaf is een samenvatting van het beeldkwaliteitsplan. Gebiedskarakteristiek Parkresidentie Oost kenmerkt zich, in aansluiting op het westelijke deel van de Parkresidentie, als een gebied met een sterk besloten karakter, omsloten door boomsingels. Hierdoor heeft de bouwlocatie een eigen, introvert karakter. Die eigenheid van het gebied wordt versterkt door de aanwezigheid van de golfbaan met driving range op een glooiend deel van de gronden. Feitelijk is er sprake van een kleinschalig gebiedseigen landschap dat contrasteert met het grootschalige open agrarisch landschap van Flevoland. Dit is primair bepalend voor de stedenbouwkundige structuur van de nieuwe woonwijk. Binnen de woonlocatie betekent dit dat er ruime mogelijkheden bestaan om op basis van de landschappelijke kwaliteiten een eigen diversiteit aan woonsferen te creëren. In opdracht van de initiatiefnemer is een eigentijds stedenbouwkundig plan ontworpen voor de herverkaveling van het woongebied. Dit ontwerp is geënt op een optimaal gebruik van de gebiedskenmerken.

Dit zijn aanwezige beeldbepalende elementen als: hagen, houtwallen, boomgroepen (coulissenlandschap), maar ook de centrale waterpartij, het geaccidenteerde maaiveld en de visuele relatie met de golfbaan. Hierdoor manifesteert het plan zich als een exclusief residentieel woongebied. Woonresidentie De ‘Golfresidentie Dronten’ en ‘Parkresidentie Dronten’ zijn voorbeelden van ‘Gated Communities’ of ‘woonresorts’. Ondanks een gemeenschappelijke centraal gelegen gebiedsentree is hier overigens niet werkelijk sprake van een ‘afgesloten gebied’. Een zekere mate van ‘karakteristieke beslotenheid’ geldt echter wel voor deze woongemeenschappen. In deze woongebieden heerst orde en regelmaat en gelden bewuste spelregels. Bewoners die specifiek kiezen voor dit woonconcept zijn veelal op zoek naar gemeenschapsgevoel, wat overigens geheel los staat van de levensfase van de bewoners. Planbeschrijving In het beeldkwaliteitsplan wordt een drietal woonsferen onderscheiden gerelateerd aan de specifieke ligging van de deelgebieden binnen het plangebied. Alle woonkavels ontlenen voornamelijk hun identiteit aan een alleszins herkenbare groene setting met de beslotenheid van het residentieel wonen. Feitelijk vormt de landschappelijke kwaliteit de verbindende factor in de stedenbouwkundige hoofdstructuur.

Daarnaast is bij het ontwerp voor deze unieke woningbouwlocatie veel aandacht besteed aan de kwaliteit van het

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

9

leefmilieu. Het wonen aan de rand van een golfterrein betekent naar de opvatting van de ontwerpers dat de groene leefomgeving tot op het eigen perceel dient door te dringen. Dat kan soms door vanuit de woning vrij uitzicht op de golfbaan te bieden. In andere situaties blijkt dat uit opgaande beplanting voor of juist achter op de woonkavel wat een vrije situering van de woning in relatie tot groenbeleving garandeert. De beleving van de groene karakteristiek van het woongebied wordt bovendien benadrukt door de ontsluitingsstructuur die deels verdiept ligt ten opzichte van het aansluitende maaiveld en op meerdere plaatsen uitzicht biedt op de groene ruimte. Door het aanbod van een variatie aan woonmilieus wordt aan potentiële bewoners voldoende ruimte geboden voor individuele keuzes. Het beeldkwaliteitsplan vormt een indicatief instrument om richting te geven aan de gebiedsontwikkeling en de beoogde kwaliteit te bewaken op zowel perceelsniveau als voor de inrichting van het mandelig gebied. In het voor Dronten unieke planconcept worden de volgende woonsferen onderscheiden: A. Residentieel wonen Voor het gehele gebied geldt de algemene ruimtelijke kwaliteit als basis.

Meer dan in de oorspronkelijke opzet biedt de differentiatie in kavelgrootte als ook de ligging ten opzichte van diverse landschapselementen en de gebiedsontsluiting een ruime locatiegebonden schakering aan woonmilieus. In het kader van persoonlijke keuzes voor additionele maatregelen ten aanzien van duurzaam wonen geldt ook voor de situering van de woonkavels ten aanzien van de bezonning een ruim aanbod. B. Parkwonen aan de golfbaan Belangrijk element in de inrichting is de aanwezigheid van een golfbaan. In dit uitgestrekte en geaccidenteerde landschap is overdag in alle rust van het schaalniveau de dynamiek van de golfsport zichtbaar aanwezig. Dat gegeven levert bovendien een unieke woonsituatie op, die uitnodigt tot de situering van woningen langs de zoom van het gebied. In zowel de tuin- als de woningarchitectuur kan daarop nader worden ingespeeld. Aan de kant van de ontsluiting worden deze kavels afgeschermd door een houtwal, waarmee de privacy op kavelniveau gegarandeerd wordt.

C

A B

Afbeelding 3 DC28Advies / Bureau Maris BV

woonsferen Dronten - Parkresidentie Oost Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

10

C. Landschappelijk wonen Het centrale deel van het plan wordt gekenmerkt door een vrije positionering van verhoogd liggende kavels (woonterpen) in een min of meer natuurlijk aangelegd landschap. Door de transparantie van het wooncluster, de specifiek afgestemde inrichting van de groene woonomgeving en de vormgeving van het geheel krijgt dit deel een sterke ruimtelijke relatie met de golfbaan. Het vormt daarvan als het ware een uitloper waarmee het woongebied bovendien meer ruimtelijke overeenkomst vertoont met de aangrenzende Golfresidentie. Deze woonsfeer leent zich in het bijzonder voor doelgroepen die weinig waarde hechten aan een eigen tuin, maar wel graag in een landelijke omgeving willen wonen.

2.4.

Principeverzoek Dit bestemmingsplan is de juridisch-planologische verankering van het oostelijk gedeelte van het schetsplan Parkresidentie, waarvoor eerder een principeverzoek is ingediend. Omtrent het schetsplan is in de loop van 2019 zowel bestuurlijk als ambtelijk overleg gevoerd. Dit heeft er toe geleid dat het voornemen om de capaciteit van de Parkresidentie uit te breiden tot ten hoogste 130 luxe vrijstaande woningen is meegenomen in de raadsinformatiebrief “Plancapaciteit en ontwikkelstrategie woningbouw” van 10 juli 2019. Het behoud van de exclusieve uitstraling wordt daarbij als voorwaarde gesteld omdat dit marktsegment kansen biedt om nieuwe inwoners van buiten Dronten aan te trekken. Het ontwerpplan heeft in verband daarmee vervolgens een stedenbouwkundige en landschappelijke toets doorstaan. Dit heeft op 24 maart 2020 geresulteerd in het besluit van het college van burgemeester en wethouders om planologische medewerking te verlenen aan het voornemen om het ter plaatse vigerende bestemmingsplan uit 2006 conform het verzoek van de initiatiefnemer te wijzigen. De volgende overwegingen liggen aan dit besluit ten grondslag:  Het verzoek past bij de groeiambitie, de woningbouwopgave uit de woonvisie en de regionale ambitie.  Het verzoek past in de structuurvisie Dronten 2020.

 Het verzoek doet geen afbreuk aan het karakter van het plangebied en betreft geen wijziging van de landschappelijke beleving.  Het verzoek levert geen ongewenste concurrentie op met andere (gemeentelijke) plannen.  De in 2004 gestelde voorwaarde om slechts projectmatige bouw toe te staan is destijds ingegeven uit het voorkomen van concurrentie met gemeentelijke vrije kavels. Nu concurrentie met gemeentelijke kavels niet aan de orde is kan deze voorwaarde worden losgelaten. Na terinzagelegging van het voorontwerp in de eerste helft van 2021 is gebleken dat er inmiddels onvoldoende aanleiding bestaat om het westelijk deel van de Parkresidentie te herzien. Het westelijk deel van de Parkresidentie is grotendeels vergund en gedeeltelijk uitgevoerd. Voor de overige kavels in dat gedeelte geldt dat zij goed in de markt liggen. Daarom is in de ontwerpfase het plangebied verkleind en beperkt tot het oostelijk deel van Parkresidentie.

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

3.

BELEIDSKADERS

3.1.

Algemeen

11

Bij de regelgeving voor ruimtelijke ordening speelt het criterium “een goede ruimtelijke ordening” een belangrijke rol (artikel 3.1 lid 1 van de Wro). Om daaraan invulling te geven dienen ruimtelijke plannen getoetst te worden aan het rijks-, provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid. In dit hoofdstuk vindt deze afweging plaats.

3.2.

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijk kiest voor het nationale ruimtelijke beleid een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt (zie SVIR = Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte – 2012). Dit uit zich in een meer selectieve inzet van rijksbeleid op 14 nationale belangen waarvoor het Rijk zich verantwoordelijk voelt en in de planning tot 2040 resultaten wil boeken. Daarom brengt het Rijk ruimtelijke ordening dichter bij de burgers, en laat besluitvorming bij voorkeur over aan gemeenten en provincies onder het adagium ‘decentraal, tenzij…’. Op die manier komt de gebruiker centraal te staan in de besluitvorming die hem/haar direct raakt. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur.  Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat.  Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en dient ter borging van het nationale ruimtelijke beleid in de plannen van de decentrale overheden. Het beschrijft een aantal projecten en stelt per project regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. In dit geval is vooral van belang dat het Rijk verantwoordelijk is voor een goed systeem van ruimtelijke ordening, inclusief een zorgvuldige en transparante ruimtelijke en infrastructurele besluitvorming. Daarbij gaat het er vooral om dat het systeem zo ingericht is dat integrale planvorming en de besluitvorming op elk denkbaar schaalniveau mogelijk is en bestaande en toekomstige belangen goed kunnen worden afgewogen. Daarvan zijn ook gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde onderdeel. Voor zover van toepassing geldt dit onverkort voor dit bestemmingsplan en wordt hieraan specifiek aandacht besteed in deze toelichting. Provincies en gemeenten worden in deze opzet geacht beter in staat te zijn om maatwerk te leveren. Het Rijk beperkt haar invloed tot het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving. Instrument daarvoor is de toepassing van de “Ladder voor duurzame verstedelijking”. Deze is vanaf 1 oktober 2012 als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (art.3.1.6.

lid 2 Bro) en stelt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

12

De ladder voor duurzame verstedelijking draagt bij aan een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, ondersteunt gemeenten en provincies in de vraaggerichte programmering van hun grondgebied en helpt bij het maken van een zorgvuldige afweging van belangen bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Op basis van praktijkervaringen is de ladder gewijzigd (1 juli 2017). Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De laddertoets moet in dat verband alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is in de zin van een nieuw ruimtegebruik. Conclusie Omdat binnen het plan tussen de te realiseren woningen sprake is van een ruimtelijke en functionele samenhang dient het plan te worden gezien als één woningbouwlocatie. Met het plan wordt een gedeeltelijke herinrichting beoogd van een reeds bestaande woonlocatie met een groter aantal woningen binnen het zelfde en dus ‘bestaand stedelijk gebied’, dus een voorbeeld van ‘planoptimalisatie’. Er is in dit geval derhalve geen sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De laddertoets behoeft daarom ook niet te worden uitgevoerd. De beoogde ontwikkeling is daardoor niet in strijd met het ruimtelijk beleid op rijksniveau.

3.3.

Provinciaal beleid Omgevingsvisie De Omgevingsvisie FlevolandStraks, vastgesteld op 8 november 2017, geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van haar gebied over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities er zijn voor de toekomst. In 2030 en verder wil Flevoland als kroon op de Nederlandse poldertraditie tonen dat Nederland groot is in: ‘land maken uit water en hierin een samenleving tot bloei laten komen’. Nieuwe ontwikkelingen in Flevoland tonen de durf om te vernieuwen met evenwichtige aandacht voor fysieke, sociale en economische aspecten in de overtuiging dat op basis van eigentijdse inzichten betere oplossingen mogelijk zijn. Daarnaast wordt tevens de schoonheid van de oorspronkelijke opzet van de Flevopolders (Het Verhaal van Flevoland) gekoesterd. Flevoland wil de potenties van de eigen samenleving optimaal benutten (Krachtige Samenleving). Het volgende fragment uit ‘FlevolandStraks’ geeft kernachtig aan waar de basis ligt van de Flevolandse ambities en het te voeren beleid. Mensen maken Flevoland Flevoland is gemaakt voor ontwikkeling. De ontwikkelingsgerichtheid is onderdeel van onze identiteit. Hier grijpen we met lef de kansen van nieuwe ontwikkelingen. En de ontwikkelingen blijven doorgaan.

Denk aan opgaven zoals woningbouw, bedrijvigheid, herontwikkelingen, nieuwe voorzieningen, klimaatverandering, bodemdaling, waterveiligheid, transformatie in landbouw, duurzame energie. Alle opgaven - klein of groot - omarmen we op een wijze, waarbij we de kenmerkende elementen van de polder koesteren. Binnen deze kenmerken geven we ruimte aan ontwikkelingen. De overheden hebben de polders aangelegd en ingericht. Het is een plek waar inwoners, organisaties en ondernemers hun idealen kunnen realiseren. Hierdoor krijgen we meer verrassing, spontaniteit en variatie.

De beschreven ambities zijn vertaald in de volgende 7 strategische opgaven:  Ruimte voor Initiatief  Het Verhaal van Flevoland  Krachtige Samenleving  Regionale Kracht  Landbouw: Meerdere Smaken  Duurzame Energie  Circulaire Economie DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

13

De uitvoering geschiedt via een programmacyclus met een variabele looptijd van één tot vier jaar zoals de nieuwe Omgevingswet beoogt. Het eerste resultaat van deze nieuwe werkwijze is de Uitwerkingsagenda deel 1 met de titel “Samen maken we Flevoland”. Vanuit de beschreven opgave zijn de volgende koersdoelen in het kader van het onderhavige bestemmingsplan van belang: 

Ruimte voor initiatief Een versterking van de economische structuur leidt tot een versterking van de economische vestigingsplaats factoren en het aanbod van woonen vrijetijdsmilieus in het stedelijke netwerk van Flevoland. Daarom biedt de provincie ruimte en mogelijkheden voor initiatieven op het gebied van onder andere de economie, recreatie, natuur en woonmilieus.

Duurzame energie Flevoland is met de opwekking van duurzame energie een belangrijke voorloper met betrekking tot de energietransitie. De provincie is hard op weg om in 2050 geen fossiel gas meer in de Flevolandse huizen en bedrijven te gebruiken. Dit dient in 2021 zijn vertaling te krijgen in de gemeentelijke warmteplannen. Flevoland wil zijn rol als “goed voorbeeld” blijven vervullen. Ook het opstellen van een Regionale Energiestrategie (RES) is daarin van belang. De RES maakt inzichtelijk wat er al is, wat er kan en wat een regio gaat doen. Deze reikt verder dan de Flevolandse Energieagenda (2018). Uitgangspunt is het streven naar energieneutrale steden en dorpen in Flevoland.

Omgevingsprogramma Flevoland Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (onlangs uitgesteld tot 1 juli 2022) moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, één of meer programma's en een Omgevingsverordening. Vooruitlopend op artikel 3.4 van de Omgevingswet zijn het Omgevingsprogramma Flevoland en de Omgevingsverordening Flevoland vastgesteld op 27 februari 2019. De grondslagen daarvoor werden mede gevonden in meerdere op dat moment vigerende wetten (o.a. Waterwet, Wet milieubeheer, Wet geluidhinder, Wet natuurbescherming). Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. Er is voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. Het Omgevingsprogramma is in principe zelfbindend voor de provincie. Wel moet het waterschap bij vaststelling van een waterbeheerplan rekening houden met de door de provincie uitgewerkte kaderstelling in het regionale waterprogramma.

In het kader van het na te streven complementair bestuur wordt voor de doorwerking van andere thema’s uit het Omgevingsprogramma waar nodig gebruik gemaakt van gezamenlijke programma’s, bestuurlijke afspraken, convenanten, stimuleringsregelingen en uiteraard de Omgevingsverordening Flevoland. Het belangrijkste doel voor de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor). Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen.

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

14

Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor stedelijke voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Van de gemeenten wordt verwacht dat zij het provinciale bundelingsbeleid vertalen in lokaal beleid en in concrete (ruimtelijke) plannen. De gemeenten maken bij de uitwerking van het beoogde bundelingsbeleid een evenwichtige ontwikkeling van het stedelijk gebied mogelijk, waarbij tijdig voldoende ruimte voor wonen, bedrijven, voorzieningen en overige stedelijke functies wordt geboden. Daarbij wordt per kern optimaal gebruik gemaakt van het bestaande bebouwd gebied.

Afbeelding 4

kaartuitsnede Stedelijk Gebied (gemeente Dronten) Omgevingsprogramma Flevoland

Bij de ontwikkeling van het stedelijke gebied nemen de gemeenten zelf het initiatief. De bevolkingsontwikkeling is sturend voor de groeiscenario's voor Flevoland. Het in balans houden van uitbreiding en herstructurering vormt de basis voor een kwaliteitsslag voor het gehele bebouwde gebied. Een goede woonkwaliteit voor iedereen is het uitgangspunt. Naast de woning is daarbij ook de woonomgeving belangrijk. Het gaat om kwaliteiten als voorzieningen, groenstructuren, recreatiemogelijkheden, veiligheid en een schone omgeving. Doordat de nadruk vooral lag op ruime eengezinswoningen is de afgelopen decennia in Flevoland onvoldoende gedifferentieerd gebouwd. Dat Flevoland een opvangtaak vervult voor andere delen van Nederland werd anno 2020 nog benadrukt door een motie van de coalitiepartijen in de Tweede Kamer om de mogelijkheden te onderzoeken voor de bouw van 100.000 extra woningen. Deze woningen moeten met name komen in Almere (Pampus en Oosterwold), in Lelystad (Warande) en ‘rondom Dronten’. Er bestaat onder meer behoefte aan landelijk wonen nabij de stad. Invulling hiervan is in de eerste plaats een gemeentelijke aangelegenheid. Resumé In het kader van het in Flevoland nagestreefde complementair bestuur wordt de realisatie van woningbouwlocaties primair beschouwd als gemeentelijke verantwoordelijkheid.

Daarbij moet overigens wel worden voldaan aan de regels zoals deze op specifieke onderwerpen zijn gesteld in de provinciale omgevingsverordening.

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

15

Omgevingsverordening Flevoland De omgevingsverordening is een provinciaal instrument dat regels geeft over onderwerpen die van provinciaal belang zijn. De Omgevingsverordening Flevoland is vastgesteld op 27 februari 2019 en inwerking getreden per 15 maart 2019. Door Provinciale en Gedeputeerde Staten van Flevoland zijn sindsdien nog diverse wijzigingsverordeningen vastgesteld. De omgevingsverordening is een dynamisch instrument dat in de loop der tijd naar behoefte kan worden aangepast. Inmiddels zijn al enkele wijzigingsverordeningen in de Geconsolideerde Omgevingsverordening Flevoland verwerkt. Hierdoor is het document op elk moment een integraal en actueel overzicht van de geldende provinciale regels. In de geraadpleegde versie zijn de wijzigingen opgenomen met een inwerkingtredingsdatum tot en met 1 augustus 2019. In dit verband zijn de volgende onderwerpen bij de planbeoordeling betrokken:  Watersysteem  Natuurnetwerk Nederland  Natuurbescherming  Activiteiten op gesloten stortplaatsen  Bodemsanering In de hoofdstukken 4 en 5 van deze toelichting worden deze onderwerpen nader onderzocht en voor zover van toepassing getoetst aan de regels van de omgevingsverordening.

3.4.

Regionaal beleid Flevolandse Energieagenda (2018) In de Flevolandse Energie Agenda hebben participanten zich verbonden aan de landelijke ambitie om toe te werken naar een CO2-neutrale energievoorziening in 2050 en daarmee een volwaardige bijdrage te leveren aan de landelijke doelstellingen voor wat inmiddels bekend staat als de energietransitie. De participerende partijen willen daarvoor een goed afgestemde aanpak ontwikkelen, passend bij de eigen draagkracht en mogelijkheden, op de terreinen waar de regionale partijen het meeste effect kunnen sorteren: de gebouwde omgeving (nieuwbouw, bestaande bouw en bedrijven) en het bieden van ruimte voor duurzame energieopwekking. Onderkend wordt dat integraliteit in beleid en uitvoering meerwaarde biedt, zoals in wijk- en gebiedsplannen. Tegelijkertijd willen de betrokken partijen ook het goede voorbeeld geven door hun eigen organisatie energieneutraal te maken. Naast de provincie Flevoland en de 6 Flevolandse gemeenten hebben een groot aantal partijen, waaronder bijna alle Flevolandse woningcorporaties, de bijbehorende intentieverklaring ondertekend. Doel van deze Energieagenda is tot afstemming van prioriteiten en acties te komen om zo gezamenlijk in te zetten op een hoog ambitieniveau en samen een groot realisatievermogen te ontwikkelen. Een speciaal punt van aandacht is de verwachte bevolkingsgroei.

Ondanks regionale verschillen in groei en krimp, is op de schaal van Flevoland als geheel sprake van netto groei. Hierdoor zal reeds een autonome groei van de CO2 uitstoot moeten worden verwerkt van ca. 20%.

3.5.

Gemeentelijkbeleid Structuurvisie Volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is iedere gemeente verplicht om uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening haar ruimtelijk beleid vast te leggen in een structuurvisie. Deze bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van het gebied en de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. Een structuurvisie vormt de basis voor elk ruimtelijk plan. In dit geval is de Structuurvisie Dronten 2030 (vastgesteld 29 november 2012) leidend voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling.

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

16

Het document is vooral bedoeld als aanjager voor toekomstige ontwikkelingen met het streven om te enthousiasmeren, te verleiden, te inspireren en andere partijen aan te zetten tot initiatieven en investeringen. Basis voor de visie is de identiteit van de gemeente op grond van de jonge geschiedenis. Sinds de komst van de eerste polderpioniers heeft Dronten zich ontwikkeld van een overwegend agrarische gemeente naar een veelzijdige gemeente, die veel te bieden heeft op het gebied van recreatie, natuur, landschap, water, sport, bedrijvigheid en wonen. Het hebben en bieden van voldoende ruimte loopt als een rode draad door de ontwikkeling van de gemeente Dronten heen. Die rode draad is ook in de toekomst de basis voor ontwikkelingen. Het motto van de gemeente is dan ook: “Dronten geeft je de ruimte!” Op het gebied van klimaatbestendige ontwikkelingen is de gemeente Dronten een voorloper en al sinds 2007 CO2-neutraal. Dat is vooral een gevolg van de aanwezigheid van windturbines in het agrarische kerngebied. Het streven is om rond 2030 klimaatneutraal te zijn.

Afbeelding 5a

DC28Advies / Bureau Maris BV

Structuurvisie Dronten 2030 (kaart)

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Afbeelding 5b

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

17

Structuurvisie Dronten 2030 (legenda)

In de oorspronkelijke structuurplannen voor de kernen Dronten, Swifterbant en Biddinghuizen was de omlijsting van de woonwijken door groengebieden een belangrijk uitgangspunt. Door de groene randen zijn Dronten, Swifterbant en Biddinghuizen vrij introvert, wat resulteert in een intiem karakter dat sterk contrasteert met de grootschalige openheid van de landbouwgebieden waarin ze zijn gelegen. Het streven is om deze groene omlijsting te handhaven of te herstellen. Nieuwe ontwikkelingen kunnen daaraan bijdragen door bij nieuwe uitbreidingslocaties de aanleg van de groene omlijsting als uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling te kiezen. Dronten is de grootste kern en tevens het hoofdvoorzieningencentrum. In de periode tot 2030 groeit Dronten door als de stedelijke hoofdkern, met een regionale verzorgingsfunctie. Om de Drontense samenleving levendig te houden wordt een evenwichtige bevolkingsopbouw nagestreefd. Nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, zijn vooral een middel om dit doel te bereiken. Van belang daarbij is een gevarieerde woningvoorraad waar ruimte is voor diverse leeftijds-, huishoudens- en inkomensgroepen. De geografische ligging en het lokale voorzieningenniveau maken Dronten een aantrekkelijke vestigingsgemeente. DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

18

De structuurvisie signaleert dat ten gevolge van de economische crisis (2008 - 2013) de woningverkoop in heel het land - ook in de gemeente Dronten zwaar onder druk is komen te staan. De stagnatie op de woningmarkt deed zich over de hele linie voor, van duur tot goedkoop, zowel in de nieuwbouw als in de bestaande woningvoorraad. Duidelijk werd dat de vraaguitval in de bestaande voorraad er ook toe leidde dat opties binnen nieuwbouwprojecten niet konden worden omgezet in concrete verkopen. In de “Notitie bijstelling Woningbouwprogramma 2010 – 2020” (januari 2012), waarin alle vastgelegde en in voorbereiding zijnde woningbouwlocaties zijn geëvalueerd, bleek reeds dat de woningbouw op een aantal locaties, waaronder de Parkresidentie, naar verwachting later zal worden afgerond dan aanvankelijk gepland. Op basis van actuele prognoses wordt met de Structuurvisie Dronten 2030 een ontwikkelingsroute gekozen in 3 stappen die ervoor zorgen dat Dronten is voorbereid op mogelijke toekomstige woningbouwopgaven en -behoeftes. De eerste stap bestaat uit het afbouwen van woningen op locaties waarover al besluitvorming heeft plaatsgehad en waar de woningbouw soms al in uitvoering is, waaronder de Parkresidentie. De structuurvisie maakt een aantal ontwikkelingen mogelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet tevens bezien worden of de voorgestelde maatregelen uitvoerbaar zijn.

Voor de geplande ontwikkelingen op hoofdlijnen is geconstateerd dat deze naar verwachting kunnen worden uitgevoerd. Woonvisie Groeien met Kwaliteit Op 30 juni 2016 heeft de gemeenteraad van Dronten de Woonvisie “Groeien met Kwaliteit” 2016 - 2021 vastgesteld. In de woonvisie beschrijft de raad zijn ambities ten aanzien woonwensen en woningbehoeften. Rode draad daarbij is de menselijke maat en schaal. Om dat te bereiken wordt ruimte geboden voor eigen initiatief en het nemen van verantwoordelijkheid zo dicht mogelijk bij de mensen om het te kunnen verwezenlijken. Door te denken in kansen en door flexibel en creatief te zijn, wil Dronten ruimte geven om woonwensen mogelijk te maken. Daaronder wordt tevens verstaan het ruimte bieden voor bijzondere woonmilieus en (innovatieve) nieuwe woonvormen en het willen inspelen op specifieke wensen en trends. Deze visie wordt daarom vooral gezien als een dynamisch instrument om flexibel te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen en kansen die zich voordoen. Het is daarmee tevens een uitnodiging én uitdaging aan andere partijen om een bijdrage te leveren aan de uitvoering. In de woonvisie geeft Dronten aan op welke punten een beroep wordt gedaan op haar partners.

Samen met de creatieve conceptontwikkelaars, bewoners, beleggers en nieuwkomers die kansen zien om bijzondere woonmilieus of bijzondere woonwensen te realiseren, wil de gemeente de komende jaren verder vormgeven aan het woonbeleid. Conclusie De Parkresidentie is in de structuurvisie aangewezen als vastgelegde woonlocatie. Dit betekent dat de beoogde ontwikkeling past binnen het ruimtelijk beleid van de gemeente Dronten. In de structuurvisie is al rekening gehouden met een ten gevolge van de economische crisis uitgesteld ontwikkelingstempo. Daarbij wil de gemeente met haar woonvisie kansen bieden aan het voortzetten van een gedifferentieerd woningaanbod. Omdat de structuurvisie zich enkel uitspreekt over de aanwijzing van de locatie op zich en de woonvisie ruimte biedt voor bijzondere woonmilieus, kan gesteld worden dat het gemeentelijk ruimtelijk en woonbeleid zich niet verzetten tegen de intenties van het thans voorliggende bestemmingsplan.

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

4.

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

4.1.

Algemeen

19

Ingevolge artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) met een verwijzing naar artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht dient een bestemmingsplan de uitkomsten te vermelden van het verrichte onderzoek. In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ dient voorzienbare hinder door of vanwege milieubelastende activiteiten deel uit te maken van de beoordeling. Nagegaan is welke ruimtelijk relevante milieuaspecten eventueel invloed kunnen hebben op de (on)mogelijkheden en/of wenselijkheden voor inrichting en gebruik van de in dit geval gegeven woningbouwlocatie.

4.2.

Bodem Inleiding Een bestemmingsplan moet een motivering bevatten over de bodemkwaliteit in relatie tot de boogde bestemming (functie). Dit is geregeld in de Wet bodembescherming. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de gewenste bestemming. Het algemene uitgangspunt is dat deze als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico mag opleveren voor gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door het grondverzet (het stand-still-beginsel). Indien sprake is van een functiewijziging op een planlocatie zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Omdat in dit geval het plangebied al in het vorige bestemmingsplan is bestemd voor wonen, is hier geen sprake van functiewijziging. Omdat hier echter wel sprake is van de bijzondere omstandigheid dat het plangebied voorheen gedeeltelijk behoorde tot het grondgebied van een voormalige vuilstortplaats is het relevant daaraan toch enige aandacht aan te besteden. De te realiseren woningbouw is overigens uitsluitend gesitueerd op gronden waar in het verleden geen stortactiviteiten hebben plaatsgevonden, namelijk ten noorden en ten westen van de op het terrein aanwezige zandwinplas.

Bodemonderzoek In het kader van het bestemmingsplan Park Residentie Dronten (2006) heeft destijds een verkennend onderzoek plaatsgevonden naar de bodemkwaliteit (2004). Hierbij is rekening gehouden met de aanwezigheid van de voormalige vuilstort ten zuidoosten van de onderzoekslocatie. Een ter plaatse van één van de boringen aangetroffen hoeveelheid puin is door de initiatiefnemer in verband met de toekomstige gebruiksfunctie verwijderd. Overigens zijn geen bodemvreemde materialen en geuren waargenomen in, respectievelijk aan, het verkregen bodemmateriaal. Wel is langs de grens van de voormalige vuilstort en op het westelijke gedeelte van de onderzoekslocatie in het grondwater een lichte verontreiniging met metalen aangetroffen, mogelijk te relateren aan de aanwezigheid van de voormalige vuilstort of een verhoogde achtergrondconcentratie. Verder zijn in de grond en in het grondwater geen noemenswaardige verontreinigingen geconstateerd, zodat geen reden werd gevonden tot het uitvoeren van nader onderzoek en/of saneringsmaatregelen op de bouwlocatie. Slotconclusie van het onderzoek was dat de aangetroffen concentraties uit milieuhygiënisch standpunt geen risico's opleveren voor de (toekomstige) gebruikers of voor het milieu. Het terrein is daarmee destijds geschikt verklaard voor het voorgenomen gebruik als woongebied.

Voormalige stortlocatie De voormalige vuilstort van de gemeente Dronten ligt volledig buiten het in onderhavig bestemmingsplan betrokken plangebied. Op die locatie zullen geen woningen worden gebouwd. Het terrein heeft inmiddels een parkachtige invulling gekregen, in combinatie met golffaciliteiten, conform de bestemming van het vigerende bestemmingsplan "Woongebied Dronten".

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

20

Vanwege de relatie tot de woningbouwplannen is uit voorzorg in opdracht van de initiatiefnemer in 2004 alsnog een saneringsplan voor de voormalige stortplaats aan de Ansjovisweg opgesteld. De provincie Flevoland heeft als bevoegd gezag ingestemd met de conclusies van bedoeld rapport. In de daarop volgende jaren zijn de aangegeven saneringsmaatregelen uitgevoerd en is de monitoring van het grondwater gestart. Op grond daarvan zijn nadien nooit alarmerende signalen ontvangen. Bodemkwaliteitskaart De gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde voeren in samenwerking met de provincie Flevoland een gemeenschappelijk bodembeleid. Dit komt tot uitdrukking in de gezamenlijke Nota bodembeheer (2012) waardoor de regels in de gehele provincie hetzelfde zijn. In Flevoland vindt veel grondverzet plaats. Met een goed bodembeheerbeleid verloopt het grondverzet efficiënter en kunnen kosten worden bespaard. In het kader van het gezamenlijk grondstromenbeleid is één provinciebrede Bodemkwaliteitskaart opgesteld (2018). De bodemkwaliteitskaart (BKK) kan als bewijsmiddel gebruikt worden mits sprake is van onverdachte grond uit onverdachte gebieden. Daar naast geeft de Bodemfunctiekaart ter plaatse van de planlocatie de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ aan als de gevoeligste bodemfunctie binnen het betreffende gebied.

Met het oog daarop is besloten binnen het gehele gebied van de Parkresidentie te werken met een zogenaamde gesloten grondbalans. Conclusie De conclusie is dat op basis van de bodemkwaliteit geen belemmeringen aanwezig zijn voor de met dit plan beoogde woningbouwontwikkeling, mits de voorwaarden van de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ worden gerespecteerd.

4.3.

Geluid Inleiding Voor een nieuw bestemmingsplan is het belangrijk rekening te houden met eventuele geluidhinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt vooral zijn grondslag in de Wet geluidhinder in samenhang met de Wet ruimtelijke ordening (de zorg voor een goed woon- en leefklimaat). Het gaat in de Wet geluidhinder (Wgh) om de bescherming van geluidgevoelige objecten (waaronder woningen) tegen wegverkeerslawaai, industrielawaai, spoorweglawaai en omgevingslawaai. Akoestisch onderzoek Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van een tram- of metrospoor en evenmin binnen de zone van een geluidgezoneerd industrieterrein of een luchthaven. Wel valt het gebied binnen de geluidszone van de Ansjovisweg. In opdracht van Parkresidentie Dronten B.V. is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het gehele woongebied van de Parkresidentie (zie bijlage 1). Doel van het onderzoek is om de geluidimmissie ten gevolge van het wegverkeer op de weg ter plaatse van de geprojecteerde woningen inzichtelijk te maken. Binnen het plangebied geldt overigens een maximumsnelheid van 30 km per uur waardoor op de interne ontsluitingswegen zelf geen zonering van toepassing is. Het akoestisch rapport richt zich daarom enkel op de Ansjovisweg als enige gezoneerde weg met invloed binnen het plangebied.

De wettelijke voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai is 48 dB Lden. In geval het akoestisch onderzoek uitwijst dat de geluidbelasting op de gevel van woningen hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld tot een maximum van 53 dB Lden voor buitenstedelijke wegen, zoals de Ansjovisweg. Uit de akoestische berekeningen blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de Ansjovisweg de grens van 48 dB Lden niet overschrijdt (inclusief aftrek artikel 110g).

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

21

Conclusie Een deel van de geprojecteerde woningen bevinden zich binnen de onderzoekszone van de Ansjovisweg. Akoestisch onderzoek wijst uit dat de voorkeursgrenswaarde voor deze woningen niet wordt overschreden. Het aspect geluid vormt derhalve geen belemmering voor de met dit bestemmingsplan toegelaten ontwikkeling.

4.4.

Luchtkwaliteit Inleiding Via wet- en regelgeving draagt de overheid zorg voor een goede luchtkwaliteit om de burgers te beschermen tegen de risico’s van luchtverontreiniging. Met de 'Wet luchtkwaliteit' en bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen, wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De belangrijkste normen zijn sinds 2007 als grenswaarden opgenomen in de Wet milieubeheer (titel 5.2: luchtkwaliteitseisen). Uitgangspunt is dat een project niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Als er wel sprake is van overschrijding, dan mag een project de luchtkwaliteit niet 'in betekenende mate' verslechteren. In Nederland betreft overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen voornamelijk de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). De normen voor deze stoffen zijn dus wel relevant en kunnen een knelpunt vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Sinds 2015 zijn ook de Europese normen en blootstellingscriteria voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2.5) van kracht. Hiervoor zijn in 2016 in Nederland geen overschrijdingen geconstateerd.

Stof Toetsing van Grenswaarde Stikstofdioxide (NO2) Jaargemiddelde concentratie 40 μg/m³ Fijnstof (PM10) Jaargemiddelde concentratie 40 μg/m³ Fijnstof (PM2,5) Jaargemiddelde concentratie 25 μg/m³ vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof (Bijlage 2 Wet milieubeheer)

Niet-in-betekenende-mate Plannen die niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit hoeven niet afzonderlijk te worden getoetst aan de grenswaarden voor de buitenlucht (artikel 5.16, eerste lid, onder c, Wet milieubeheer). De regeling NIBM geldt onder andere voor woningbouwlocaties die bij één ontsluitingsweg niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten. In het ‘Besluit-niet-inbetekenende-mate-bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ zijn daar regels voor gesteld. Een project draagt niet in betekenende mate bij als de bijdrage van het project maximaal 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van zwevende deeltjes (PM10) of stikstofdioxide (NO2) is. In de praktijk vertaalt zich dit naar een jaargemiddelde bijdrage van maximaal 1,2 µg/m³. Gelet op het maximaal in het plangebied te realiseren aantal van 72 woningen is in dit geval de praktijksituatie als maatgevend aangehouden. Niet ieder plan wordt direct gerealiseerd, maar vaak pas na enkele jaren. Door verschillende ontwikkelingen wordt er een trendmatige verbetering van de luchtkwaliteit verwacht. De bijdrage van een plan dat later gerealiseerd wordt is daardoor lager dan als hetzelfde plan nu gerealiseerd zou worden. Om te beoordelen of het plan wel of niet NIBM bijdraagt, is dus het jaar van realisatie van belang. In verband daarmee is het jaar 2025 als peiljaar genomen.

Om te toetsen of de jaargemiddelde bijdrage de norm niet in betekenende mate overschrijdt, is gebruik gemaakt van de NIBM-tool (zie onderstaande tabel). Hieruit blijkt dat de jaargemiddelde bijdrage niet boven het maximum van 1,2 µg/m³ uitkomt.

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

22

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2025

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

591

Aandeel vrachtverkeer

6,8%

NO2 in μg/m3

0,47

3

0,11

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer

PM10 in μg/m Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig

Conclusie Aangetoond is dat uitvoering van de beoogde plannen ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan verslechtering van de lokale luchtkwaliteit. Met het voorgaande is in voldoende mate aangetoond dat in casu voldaan wordt aan het gestelde in artikel 5.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer.

4.5.

Bedrijven en Milieuzonering De scheiding van milieubelastende en milieugevoelige functies is noodzakelijk in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Zo wordt voorkomen dat bij nieuwe ontwikkelingen sprake kan zijn van hinder en/of gevaar bij woningen en andere gevoelige functies en wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De milieuhinder van bedrijven dient te worden beoordeeld op basis van hun invloed op mogelijke ontwikkelingen. Om te toetsen of de afstand tussen de milieubelastende functies en milieugevoelige functies acceptabel is, wordt aangesloten bij de richtafstanden zoals gegeven in de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten). Deze zijn afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. Het plangebied is aan te merken als een ‘rustige woonwijk’. De dichtstbijzijnde agrarische bedrijven zijn twee akkerbouwbedrijven aan de Ansjovisweg 14 en 16. Om enerzijds eventuele hinder binnen de aanvaardbare normen te houden en anderzijds de milieurechten van deze bedrijven duurzaam te kunnen waarborgen, dient voor woningen een afstand van 30 meter uit het bebouwingsvlak te worden aangehouden.

De bedrijven bevinden zich op een afstand van meer dan 160 meter van het plangebied. Daarmee ligt het woongebied ruimschoots buiten de eventuele invloedssfeer van de bedrijven (zie afbeelding 7). Conclusie: De in de omgeving van het plangebied gelegen agrarische bedrijven vormen geen belemmering voor uitvoering van de geplande woningbouw.

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

23

Afbeelding 7 Uitsnede bp Buitengebied Dronten (D4000) met contour conform Bedrijven en Milieuzonering (Ansjovisweg 14 - 16)

4.6.

Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de (spoor)weg en water en door buisleidingen. Het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (Bevi) heeft tot doel de risico’s die gerelateerd zijn aan externe veiligheid te beperken. Het Bevi legt grenswaarden vast die moeten worden toegepast bij het verlenen van vergunningen in relatie tot ruimtelijke ordening. Het besluit bevat normen voor de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving mag worden gebouwd. Daarnaast regelt het besluit dat overheden moeten motiveren welk risico zij in de omgeving van risicovolle inrichtingen accepteren (omgevingsvergunning). Om de betreffende risico’s voor ruimtelijke toetsing inzichtelijk en beheersbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Risicokaart. Deze is wettelijk verankerd in de Wet Veiligheidsregio’s. Voor de Risicokaart zijn, algemeen verbindende voorschriften opgenomen in een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur), waarin wordt beschreven welke kwetsbare objecten en risicovolle situaties op de risicokaart moeten worden getoond.

Om vast te stellen of de externe veiligheid de met het bestemmingsplan beoogde ontwikkeling toestaat, is de digitale risicokaart geraadpleegd. Op basis van de feitelijke situatie is geconstateerd dat het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt via de N307 en de Hanzelijn, beide gesitueerd aan de noordzijde van de kern Dronten. Een aan De Zuid te Dronten gevestigd tankstation bevindt zich op een afstand van ruim 1 km van het plangebied. Daarvoor geldt echter 35 meter als de grootste in acht te nemen afstand met betrekking tot veiligheid voor de omgeving.

DC28Advies / Bureau Maris BV

Parkresidentie Dronten BV

Dronten 18 januari 2022

bestemmingsplan

Dronten - Parkresidentie Oost (D1005)

24

Conclusie: In de omgeving van Parkresidentie Oost zijn geen situaties aanwezig waarbij de normen ter bescherming van individuen (plaatsgebonden risico) en groepen personen (groepsrisico) worden overschreden. Dit betekent dat de externe veiligheid geen belemmering vormt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling.

4.7.

Natuurbescherming Wet- en regelgeving Per 1 januari 2017 is de ‘Wet natuurbescherming’ (Wnb) van kracht. Doel van deze wet is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; 3. vereenvoudiging van regels. Voor elke ruimtelijke ingreep geldt dat het effect daarvan op beschermde planten- en diersoorten en op beschermde natuurgebieden moet worden bepaald. Dat betekent dat in verband met de uitvoerbaarheid inzicht gegeven moet worden omtrent de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden. In dat verband is het van belang te vermelden dat met het onderhavige plan weliswaar de woningdichtheid wordt verhoogd van ca 8 won/ha naar ca 12 won/ha, maar binnen dezelfde oppervlakte. In die zin heeft het voorliggende plan geen andere betekenis voor de natuur dan het bestemmingsplan van 2006. Teneinde de beoordeling te baseren op actuele gegevens is in januari 2021 een quickscan Flora & Fauna uitgevoerd (zie bijlage 2). De bevindingen daarvan zijn in het kort weergegeven in deze paragraaf onder ‘Flora & Fauna’. Wat recentelijk ook veranderde is dat de stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden, ten gevolge van de “PAS-uitspraak” van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) inzake strijd met de Habitatrichtlijn, om een specifiek onderzoek vraagt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/996/documents/1840