477451a4-a107-4a5a-a42c-ec92e0d70366.pdf
Tekst van het document
Van een vaste vliegroute is in en rondom het plangebied geen sprake. De ingreep zal geen effect hebben op het foerageergebied van vleermuizen onder de voorwaarde dat lichtverstoring voorkomen wordt. Tijdens en na de werkzaamheden blijft het plangebied geschikt als foerageergebied als men spaarzaam is met verlichting. Lichtverstoring kan optreden door het werken in de nachtelijke uren en een permanente toename van licht. Lichtverstoring dient te worden voorkomen vanuit de algemene zorgplicht, Wet natuurbescherming, Artikel 1.11. Lichtverstoring kan beperkt worden door bijvoorbeeld spaarzaam te zijn met verlichtingsbronnen, uitstraling richting de begrenzing van het plangebied te voorkomen, verlichtingshoogte te beperken tot maximaal 3 meter, amberkleurige verlichting toe te passen en/of te werken buiten de actieve periode van vleermuizen.
[5]
27 oktober 2020
Legenda Verblijf-, foerageer-, passeerlocatie en vliegroute Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger
Afb. 3.1: Aanwezigheid van beschermde soorten in 2020. De weergegeven losse waarnemingen zijn een selectie uit alle waarnemingen en bedoeld ter indicatie. Bron ondergrond: Aerodata Surveys International, GoogleMaps2020
Watervleermuis Rosse vleermuis Anders.... Losse waarneming
[6]
27 oktober 2020
4
Conclusie en advies
4.1 Conclusie en advies vleermuizen 4.1.1
Verblijfplaatsen vleermuizen
•
In de te slopen schuur en te kappen bomen bevinden zich geen verblijfplaatsen van vleermuizen. De schuur wordt niet gebruikt als vaste rust- en verblijfplaats. Sloop van de bebouwing en het kappen van de bomen leidt niet tot verstoring of vernieling van vaste, jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen. De functionaliteit van overige belangrijke onderdelen van leefgebied zoals jachtbiotoop en verbindingsfuncties wordt eveneens niet aangetast. Er is geen ontheffing Wet natuurbescherming nodig voor vleermuizen;
•
Nieuwbouw van de woningen biedt kansen voor vleermuizen. Naar verwachting is het mogelijk om op relatief eenvoudige en goedkope wijze ruimte te creëren voor vleermuizen. Het realiseren van verblijfplaatsen kan bijvoorbeeld door ruimtes achter gevelbetimmering of boeidelen toegankelijk te maken, inmetselkasten toe te passen, open stootvoegen in spouwmuren etcetera. Op die manier kan de ingreep een positief effect hebben op (deels) gebouwbewonende vleermuissoorten die in de omgeving voorkomen (gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis). Omdat tijdens het aanvullend vleermuisonderzoek geen verblijfplaatsen zijn aangetroffen betreft dit slechts een vrijblijvende aanbeveling en geen verplichting.
4.1.2
Foerageergebieden en vliegroutes
•
De werkzaamheden en ontwikkelingen leiden niet tot het verstoren van een essentieel foerageergebied of vliegroutes van vleermuizen. Door de bomenkap neemt de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied af maar er zijn voldoende alternatieven in de directe omgeving beschikbaar. Er loopt geen duidelijke vliegroute over of langs het perceel.
•
Zowel tijdens de realisatiefase als toekomstige gebruiksfase kan verstoring van foeragerende en passerende vleermuizen optreden. De kans op verstoring van het foerageergebied treedt alleen op in de schemering en nachtelijke uren in de actieve periode (globaal april t/m oktober). Is het werken tussen zonsondergang en zonsopkomst in de actieve periode van vleermuizen onvermijdelijk, dan zijn vanuit de zorgplicht maatregelen met betrekking tot verlichting vereist. Dit kan door tijdens de aanleg- en gebruiksfase uitstraling van eventuele bouwlampen, buitenverlichting en tuinverlichting naar boven en dan met name richting de randen van het terrein te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter en plaats niet meer verlichting dan nodig. In de periode december -maart zijn vleermuizen niet actief en zijn deze maatregelen niet nodig;
4.2 Overige soorten •
[7]
Houdt rekening met algemene broedvogels, met name kauw en spreeuw. Het starten van werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden om verstoring of vernieling van bezette nesten van algemene broedvogels te voorkomen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd. Bezette nesten zijn echter altijd beschermd ongeacht de periode;
27 oktober 2020
•
Uiteraard geldt bij de uitvoering de algemene zorgplicht en overige aanbevelingen die volgen uit de quickscan. Aan de zorgplicht kan invulling worden gegeven door de sloopwerkzaamheden, bomenkap en grondwerkzaamheden met beleid uit te voeren. Geef dieren de kans om te vluchten door voor zover mogelijk in één richting en beheerst tempo te werken.
- Einde rapportage -
[8]
27 oktober 2020
Adviesgroep voor ruimte, water & natuur Postbus 1799, 3600 BT Maarssen
Notitie stikstofberekening Esdoornlaan Ketelhaven Projectgegevens Betreft : Stikstofberekening t.b.v. Wet natuurbescherming N.a.v. : Ecologische quickscan Esdoornlaan-Boslaan Dronten (Ruimte voor Advies januari 2020) Project : Realisatie 5 woningen Esdoornlaan te Ketelhaven (gemeente Dronten) Opdrachtgever: Contactpersoon: Opgesteld door: Datum : Versie :
Van der Steeg Ontwikkelen & Bouwen Dhr. B. van der Steeg J. Mossink, ecoloog, 06 83222610, mossink@ruimtevooradvies.nl Ruimte voor Advies te Vaassen/Maarssen. www.ruimtevooradvies.nl 26-02-2020 v 1.0
1. Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde Ruimte voor Advies een ecologische quickscan uit op een locatie tussen de Esdoornlaan en Boslaan in het bij Dronten behorende Ketelhaven. De initiatiefnemer is voornemens om 5 kavels te creëren om de realisatie van eveneens 5 vrijstaande woningen mogelijk te maken. De ingreep is getoetst aan de Wet natuurbescherming. Uit de quickscan bleek onder andere dat een stikstofberekening nodig is om te bepalen of er sprake is van effecten op Natura 2000-gebieden. De initiatiefnemer heeft Ruimte voor Advies gevraagd een stikstofberekening uit te voeren om te bepalen of er sprake is van een toename in stikstofdepositie
Afbeelding 1: Globale ligging projectlocatie (rood kader). Bron ondergrond: PDOK.
[1]
Notitie stikstofberekening Esdoornlaan Ketelhaven
26 februari 2020
op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden. Het gaat om mogelijke effecten tijdens de aanlegfase (door diverse mobiele werktuigen die tijdens de werkzaamheden op locatie ingezet worden, evenals verkeersbewegingen voor aan- en afvoer van materialen en werkverkeer van personeel) en gebruiksfase. De woningen worden gasvrij aangelegd, waardoor in de gebruiksfase uitsluitend sprake is van een toename in uitstoot door verkeersbewegingen. Door een uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer bruikbaar als toetsingskader om stikstofeffecten te bepalen. Er is momenteel geen sprake meer van een zogenaamde grenswaarde waaronder geen vergunningplicht geldt. Iedere toename > 0,00 mol/ha/j is daardoor vergunningplichtig. Met behulp van de online rekentool AERIUS (versie september 2019) is bepaald of er sprake is van een toename groter of kleiner dan 0,00 mol/ha/j wat stikstofoxiden (NOx) betreft. 2. Beschrijving locatie en voorgenomen ontwikkelingen De onderzoekslocatie betreft een terrein met een oppervlakte van ca. 4500 m2 gelegen tussen de Esdoornlaan en Boslaan in Ketelhaven, gemeente Dronten (zie afbeelding 1). Het perceel is per auto te bereiken via een doodlopend deel van de Esdoornlaan en te voet via een klinkerpad in de noordwestelijke hoek ter hoogte van de Boslaan.
De locatie ligt aan de rand van buurtschap “Villapark Ketelhaven”, gelegen op korte afstand van het Ketelmeer in het noorden van de Flevopolder. Ten westen van Ketelhaven monden de Hoge en Lage Vaart uit in het Ketelmeer via de Ketelsluis. Langs de Vossemeerdijk ten oosten van Ketelhaven liggen natuurlijk ingerichte
Afbeelding 2: De ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. De minimumafstand tussen het plangebied en N2000-gebied bedraagt ongeveer 600 meter. Dichtsbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen liggen op ongeveer 5 kilometer afstand tussen Kattendiep en Keteldiep. Bron: https://calculator.aerius.nl/calculator (bezocht: 15-01-2020), OSM & Kadaster.
[2]
Notitie stikstofberekening Esdoornlaan Ketelhaven
26 februari 2020
gebieden met rietvelden en verderop vochtige bossen. Voor de rest is de omgeving zeer open en intensief agrarisch van karakter met graslanden, bollenvelden en akkers. De dichtsbijzijnde kern is Dronten, gelegen op enkele kilometers afstand in zuidelijke richting. De voornaamste ingrepen zijn: • Sloop van de werkschuur • Kappen van diverse bomen. Het streven is om een deel van de bestaande groenstructuur te behouden. Op dit moment is nog niet duidelijk in hoeverre en in welke vorm dit vorm krijgt. • Opschonen en bouwrijp maken kavels • Bouw van 5 vrijstaande woningen inclusief inrichting kavels • Mogelijk dempen van greppels of watergangen. Dit dient in overleg te gebeuren met het waterschap, niet duidelijk is of en zo ja welke watergangen gedempt, vergraven of verlegd worden. Natura 2000-gebied Ketelmeer & Vossemeer ligt op ongeveer 600 meter in noordelijke richting (zie afbeelding 2). Dit gebied is geheel aangewezen als Vogelrichtlijngebied en omvat geen stikstofgevoelige habitattypen. Dichtsbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen liggen op ruim 5 kilometer afstand in oostelijke richting tussen Kattendiep en Keteldiep, in het uiterste noordwestelijke deel van Natura 2000-gebied Rijntakken - deelgebied Uiterwaarden IJssel. 3. Berekeningen en resultaten 3.1 Aanlegfase 3.1.1 Mobiele werktuigen aanlegfase Op het terrein worden diverse machines ingezet tijdens de aanlegfase.
De werkzaamheden en in te zetten machines zijn terug te vinden in tabel 1. De gegevens zijn ingevoerd volgens de ‘draaiuren-methode’. De gehanteerde emissiefactoren zijn afgeleid uit tabel 3 van het TNO-rapport (Hulskotte & Verbeek 2009), zie voetnoot.
Tabel 1: Omschrijving mobiele werktuigen die ingezet worden tijdens de aanlegfase.
* Hulskotte, J. Verbeek, R., Emissiemodel Mobiele Machines gebaseerd op machineverkopen in combinatie met brandstof Afzet (TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML), TNO Bouw en Ondergrond, november 2009.
[3]
Notitie stikstofberekening Esdoornlaan Ketelhaven
26 februari 2020
Afbeelding 3: Rekenresultaten mobiele werktuigen. Bron: AERIUS Calculator (versie september 2019).
3.1.2 Verkeer aanlegfase Alle verkeersbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbron in de categorie “buiten de bebouwde kom”. De standaardwaarden voor emissiefactoren en -hoogte zijn gehanteerd. Het verkeer is vanaf een centraal punt binnen het projectgebied via de Esdoornlaan en Colijnlaan tot aan de kruising met de Dronterringweg (N307) ingetekend. Vanaf de Dronterringweg gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. • 400 voertuigbewegingen van licht verkeer (1 aannemersbus, 200 werkdagen). • 160 voertuigbewegingen van zwaar vrachtverkeer (vrachtwagens voor laden/lossen installatiematerialen, afvoer materialen etcetera). 3.2 Gebruiksfase De te realiseren woningen zijn gasloos. Conform het document “Handreiking woningbouw en AERIUS” (Rijksoverheid, januari 2020) hoeft voor gasloze woningen geen waarde te worden ingevoerd in AERIUS Calculator, de uitstoot is 0. Voor emissie uit verkeer tijdens de gebruiksfase wordt uitgegaan van een kengetal van 0,27 kg NOx/woning/jaar. De uitgevoerde berekening komt veel
[4]
Notitie stikstofberekening Esdoornlaan Ketelhaven
26 februari 2020
hoger uit, mede doordat bij het aantal verkeersbewegingen opzettelijk een hoge waarde is ingevoerd. Het verkeer is, net als in de aanlegfase, vanaf een centraal punt binnen het projectgebied via de Esdoornlaan en Colijnlaan tot aan de kruising met de Dronterringweg (N307) ingetekend. Vanaf de Dronterringweg gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld.
Afbeelding 3: Rekenresultaten verkeersbewegingen voor zowel de aanleg- als gebruiksfase. Bron: AERIUS Calculator (versie september 2019).
4. Conclusie De AERIUS-berekening vertoont met de ingevoerde waarden geen toename > 0,00 mol/ha/jaar in depositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden Ketelmeer & Vossemeer, Rijntakken (deelgebied Uiterwaarden IJssel) en verderweg gelegen Natura 2000-gebieden. Effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden als gevolg van toegenomen stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en gebruiksfase zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof zijn geen vervolgstappen nodig. Deze conclusie is uitsluitend geldig met de ingevoerde waarden. Veranderingen met betrekking tot het type mobiele werktuigen, aantal draaiuren en
[5]
Notitie stikstofberekening Esdoornlaan Ketelhaven
26 februari 2020
veranderingen in verkeersbewegingen leiden mogelijk wel tot een toename > 0,00 mol/ha/jaar. In dat geval is een nieuwe berekening nodig. De berekening is als bijlage bij voorliggende notitie gevoegd. Mogelijke varianten zijn niet inbegrepen bij deze notitie. Houdt wel rekening met de overige relevante aspecten voortvloeiend uit de Wet natuurbescherming, zoals eventuele onderzoeken, ontheffingen en de algemene zorgplicht (zie ook “Ecologische quickscan Esdoornlaan Dronten, Ruimte voor Advies 2020).
[6]
Notitie stikstofberekening Esdoornlaan Ketelhaven
26 februari 2020
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RS9ay1Bbyjrq (20 februari 2020) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
B. van der Steeg
Esdoornlaan, 8253 AJ Ketelhaven
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Realisatie 5 woningen Esdoornlaan te Ketelhaven
RS9ay1Bbyjrq
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
20 februari 2020, 15:12
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
57,94 kg/j
NH3
1,33 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Realisatie 5 vrijstaande woningen op perceel kad. bek. gemeente Dronten sectie C, nr. 0525
Situatie 1
RS9ay1Bbyjrq (20 februari 2020) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Sloop- en bouwrijpfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
-
17,32 kg/j
Bouwfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
-
17,27 kg/j
Verkeer aanlegfase Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
3,52 kg/j
Verkeer gebruiksfase Wegverkeer | Buitenwegen
1,22 kg/j
19,83 kg/j
RS9ay1Bbyjrq (20 februari 2020) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW
Doosan DX140LC-3
Brandstof verbruik (l/j)
Naam Locatie (X,Y) NOx
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
AFW
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx
17,32 kg/j
Bouwfase 180153, 509818 17,27 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
Doosan DX140LC-3
4,0
4,0
0,0 NOx
16,24 kg/j
AFW
Junttan PMx22 heistelling
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Bobcat Type 41140 verreiker
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
Situatie 1
Brandstof verbruik (l/j)
Sloop- en bouwrijpfase 180153, 509818 17,32 kg/j
RS9ay1Bbyjrq (20 februari 2020) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
400,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Zwaar vrachtverkeer
160,0 / jaar NOx NH3
2,87 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Verkeer aanlegfase 179834, 508256 3,52 kg/j < 1 kg/j
Verkeer gebruiksfase 179840, 508264 19,83 kg/j 1,22 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
25,0 / etmaal NOx NH3
14,87 kg/j 1,10 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
1,0 / etmaal NOx NH3
4,95 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RS9ay1Bbyjrq (20 februari 2020) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200211_3b24c29c22 Database versie 2019A_20200212_3b24c29c22 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
RS9ay1Bbyjrq (20 februari 2020) pagina 6/6
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
Onderwerp:
Projectnummer: Opdrachtgever: Datum:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten 17-M7940 ARX Architecten 26 januari 2017
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
onderwerp
datum
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten 26 januari 2017
projectnummer
17-M7940
in opdracht van
ARX Architecten Rozenstraat 16 7255 XT Hengelo
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2008, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002) Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
januari 2017
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
INHOUD
1 INLEIDING ...................................................................................................................................... 4 1.1 Algemeen ............................................................................................................................. 4 1.2 Aanleiding van het verkennend milieukundig bodemonderzoek .......................................... 4 1.3 Doel van het onderzoek ....................................................................................................... 4 1.4 Referentiekader van het onderzoek ..................................................................................... 4 1.5 Opbouw van het rapport....................................................................................................... 5 2 VOORONDERZOEK ...................................................................................................................... 6 2.1 Basisinformatie .................................................................................................................... 6 2.2 Keuze type vooronderzoek .................................................................................................. 8 2.3 Standaard vooronderzoek ....................................................................................................
8 2.4 Hypothese .......................................................................................................................... 12 3 VELDONDERZOEK...................................................................................................................... 13 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ...................................................................................... 13 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ..................................................................................... 14 4 CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................... 16 4.1 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................. 16 4.2 Toetsingscriteria grond en grondwater .............................................................................. 17 4.3 Analyseresultaten en interpretatie...................................................................................... 18 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond ........................................................................................ 18 4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater .............................................................................. 24 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .........................................................................................
26 Aanbevelingen .............................................................................................................................. 29 Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen ................................................................ 30 LITERATUURLIJST........................................................................................................................... 31 COLOFON ......................................................................................................................................... 32 BIJLAGEN 1. Topografisch overzicht incl. oude topografische overzichten 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Boorbeschrijvingen 4. Analysecertificaten SGS BV 5. Onafhankelijkheidsverklaring
januari 2017
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van ARX Architecten is in januari 2017 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten (gemeente Dronten). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2008. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van VROM. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het verkennend milieukundig bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de wens inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van de bodem in verband met een eigendomsoverdracht van de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Dit onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de bodem op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740 (literatuur 1). januari 2017
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
januari 2017
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Het vooronderzoek richt zich tevens op informatie betreffende de bodemgesteldheid en geohydrologie van de onderzoekslocatie. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de leidraad bij het uitvoeren van verkennend, oriënterend en nader bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5725 (literatuur 9). Afhankelijk van de aanleiding van het onderzoek en/of de initiële verdenking van een locatie wordt de diepgang van het vooronderzoek bepaald. De norm NEN 5725 onderscheidt hiermee drie verschillende typen vooronderzoek te weten: 1) een beperkt vooronderzoek, 2) een standaard vooronderzoek of 3) een uitgebreid vooronderzoek. Om te kunnen bepalen welk type vooronderzoek van toepassing is moet van de locatie eerst de basisinformatie worden verzameld, vervolgens wordt de aanleiding van het onderzoek vastgesteld en ten slotte wordt de mate van verdachtheid van de locatie bepaald.
2.1
Basisinformatie
In tabel 2.1 is een overzicht van de basisinformatie weergegeven. tabel 2.1 overzicht basisinformatie adres plaats gemeente topografisch overzicht coördinaten kadastrale aanduiding oppervlakte onderzoekslocatie toekomstig bodemgebruik huidig bodemgebruik voormalig bodemgebruik ophogingen/dempingen/stortingen opvullingen en verhardingen toepassing van asbesthoudende bouw-, bodem- of verhardingsmaterialen
voorgaand bodemonderzoek op de onderzoekslocatie
januari 2017
Esdoornlaan achter nr. 2, perceel sectie C nr. 525 Dronten Dronten Zie bijlage 1 X = 180,136 Y=509,808 gemeente Dronten sectie C nrs. 525 2 ca. 4.975 m mogelijk woningen leegstaand en niet in gebruik landbouwschuur/museum voor scheepsarcheologie niet bekend
een deel van de gevel van de schuur bestaat uit asbestverdachte platen, de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande bebouwing niet uit te sluiten (niet onderzocht) ► verkennend bodemonderzoek (vm. Vossemeerdijk 2A) d.d. 30-09-1998, ref. BDG Professionals, 980001/99 conclusies: ● zintuiglijk is in de grond een zwakke oliegeur waargenomen, in de bovengrond zijn plaatselijk puinsporen waargenomen ● de bovengrond bevat verhoogde gehalten zink, minerale olie en PAK t.o.v. de streefwaarde ● de bovengrond bevat geen verhoogde gehalten ● het grondwater bevat verhoogde gehalten vluchtige aromaten, chroom en zink t.o.v. de streefwaarde ● op 03 februari 2004 is het bodemonderzoek in het kader van een nieuwbouwplan door de gemeente Dronten beoordeeld en geschikt bevonden 6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
voorgaand bodemonderzoek in de omgeving
► Esdoornlaan 1, verkennend bodemonderzoek d.d. 30-06-2008, ref. Sigma Bouw & Milieu, 08-M4282 conclusies: ● de bovengrond bevat een verhoogd gehalte zink t.o.v. de streefwaarde ● de bovengrond bevat een verhoogde gehalte nikkel en EOX t.o.v. de streefwaarde ● het grondwater bevat een verhoogde gehalte xylenen t.o.v. de streefwaarde ► Hoge Vaart nabij Ketelsluis, diverse bodemonderzoeken tussen 1992 en 2000 conclusies: ● er moet op de locatie een nader onderzoek worden uitgevoerd om de omvang en ernst van de vastgestelde verontreiniging te bepalen
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Esdoornlaan perceel C nr. 525 (achter nr. 2) ten noordoosten van de kern van Dronten (gemeente Dronten). De topografische ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De onderzoekslocatie betreft het perceel C nr. 525 gelegen aan de Esdoornlaan te Dronten (zie bijlage 2). Op de locatie bevindt zich een bestaande schuur. Het onbebouwde deel van de locatie is deels voorzien van bestrating en deels onverhard. Het onverharde deel van de locatie betreft een met ruige vegetatie begroeid terrein. Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte terreindeel zoals weergegeven in bijlage 2. 2 De onderzoekslocatie, het onderzochte terreindeel, heeft een oppervlakte van ca. 4.975 m (zie bijlage 2). In de directe omgeving van de locatie bevinden zich woningen en een bungalowpark (Ketelhaven) binnen de bebouwde kom. Aan de noordzijde grenst de locatie aan woningen gelegen aan de Boslaan (nrs. 117-121). Aan de oostzijde grenst de locatie aan woningen gelegen aan de Boslaan (nrs. 72-74). Aan de zuidzijde grenst de locatie aan woningen gelegen aan de Boslaan (nrs. 103 en 113). Aan de westzijde grenst de locatie enkele woningen gelegen aan de Esdoornlaan (nrs. 1en 2).
januari 2017
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
2.2
Keuze type vooronderzoek
Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een geplande eigendomsoverdracht van de onderzoekslocatie. Op basis van het stroomschema (figuur 1 blz.14) uit de NEN 5725 wordt in dit geval een standaard vooronderzoek volgens hoofdstuk 6 uit de NEN 5725 uitgevoerd.
2.3
Standaard vooronderzoek
De hieronder vermelde historische gegevens zijn ontleend aan gegevens die door de opdrachtgever zijn verstrekt alsmede gegevens uit het milieuarchief van de gemeente Dronten (verkregen via dhr. A. Tempelman), de bodematlas van de provincie Flevoland (met historisch bodembestand), het bodemloket.nl, topografische kaarten, Topotijdreis.nl, oude luchtfoto’s en het handelsbestand van de Kamer van Koophandel. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter.
voormalige bodemgebruik bodemgebruik in het verleden tot heden: (bron: opdrachtgever/gemeente/topografische kaarten) De onderzoekslocatie betreft het perceel C nr. 525 gelegen aan de Esdoornlaan te Dronten (zie bijlage 2). Op de locatie bevindt zich een bestaande schuur. Het onbebouwde deel van de locatie is deels voorzien van bestrating en deels onverhard. Het onverharde deel van de locatie betreft een met ruige vegetatie begroeid terrein. Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte terreindeel zoals weergegeven in bijlage 2. 2 De onderzoekslocatie, het onderzochte terreindeel, heeft een oppervlakte van ca. 4.975 m (zie bijlage 2). Op de locatie Esdoornlaan perceel C nr. 525 te Dronten zich geruime tijd een schuur. De bestaande schuur dateert van 1966 (bron: Kadaster). Op basis van oude topografische kaarten tot 1973 is op de onderzoekslocatie nog geen bebouwing te herkennen. Op basis van oude topografische kaarten vanaf 1973 is de bestaande schuur te herkennen. Op basis van oude luchtfoto’s vanaf medio jaren ’60 van de vorige eeuw is de bestaande schuur te herkennen. Ten behoeve van de onderzoekslocatie is, voor zover bekend, in het verleden een bouwvergunning verleend voor de schuur. Ten behoeve van de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, in het verleden geen milieuvergunningen of Hinderwetvergunningen verleend.
De onderzoekslocatie wordt in het handelsbestand van de Kamer van Koophandel niet vermeld. onder- of bovengrondse brandstoftanks: (bron: opdrachtgever/eigenaar/gemeente/provincie) Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Ten noorden van de woning aan de Esdoornlaan 2 (vm. Vossemeerdijk 2) is sprake (geweest) van een ondergrondse brandstoftank.
januari 2017
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
aanwezigheid van asbest (bron: opdrachtgever/gemeente) Aan een deel van de gevel van de schuur bevinden zich mogelijk asbesthoudende platen. De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht). De onderzoekslocatie wordt niet vermeld op de asbestverdenkingenkaart van de provincie Flevoland. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbesthoudend materiaal (afval/puin) ed. in de grond is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. voormalige en huidige potentieel belastende agrarische en bedrijfsactiviteiten (bron: opdrachtgever/ eigenaar/ gemeente/ provincie) Op de locatie Vanaf ca. 1998 is de locatie, voor zover bekend, niet meer in gebruik. De locatie wordt momenteel als jeugdhonk gebruikt. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten op de onderzoekslocatie. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich woningen en een bungalowpark binnen de bebouwde kom.
Ten noorden van de woning aan de Esdoornlaan 2 (vm. Vossemeerdijk 2) is sprake (geweest) van een ondergrondse brandstoftank. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie. verrichte handelingen met grond, verhardingsmateriaal en/of afval: (bron: opdrachtgever/gemeente) Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/sloten t.p.v. de onderzoekslocatie. Op basis van een oude luchtfoto uit de jaren ’80 van de vorige eeuw is langs de oostgevel van de schuur een pad te herkennend. Vooraf is onbekend is waaruit de verharding van dit pad bestond. Er is geen andere informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de locatie. ondergrondse infrastructuur in het heden verleden: geen informatie
(bron: opdrachtgever)
archeologische waarden: (bron:gemeente/provincie) De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “lage verwachting”.
januari 2017
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
niet gesprongen explosieven: (bron:gemeente/provincie) In Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen van niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.
huidige bodemgebruik huidige bodemgebruik van de locatie: (bron:opdrachtgever/terreininspectie) In de huidige situatie is de locatie leegstaand en niet in gebruik. De schuur wordt gebruikt als jeugdhonk. aanwezigheid van asbest: (bron:opdrachtgever/terreininspectie) Aan een deel van de gevel van de schuur bevinden zich mogelijk asbesthoudende platen. De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht). De onderzoekslocatie wordt niet vermeld op de asbestverdenkingenkaart van de provincie Flevoland. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbesthoudend materiaal (afval/puin) ed. in de grond is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. huidige verdachte/bedrijfsmatige/bodembelastende activiteiten: (bron:opdrachtgever/gemeente) Op de onderzoekslocatie vinden thans geen bodembedreigende activiteiten plaats. verhardingslagen: (bron:opdrachtgever/terreininspectie) Een deel van het terrein is verhard met betonklinkers.
toekomstige bodemgebruik geplande herinrichting/ bouwplannen: mogelijk woningbouw
(bron:opdrachtgever)
geplande bedrijfsactiviteiten: niet bekend
(bron:opdrachtgever)
geplande potentieel bodemverontreinigende activiteiten: niet bekend
(bron:opdrachtgever)
januari 2017
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
geologie, bodemsamenstelling en geohydrologie: De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 4 m-NAP. In tabel 2.2 is de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 2.2 geohydrologische opbouw diepte beschrijving formatie m-mv 0-3 middel fijne zanden Boxtel 3-12 matig fijne zanden en leemlage Drente 12-35 zeer fijne zanden Peelo 35-44 matige fijne zanden en grove zanden Urk De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 2.3 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 2.3 financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens gemeente Dronten, sectie C nr. 525 opdrachtgever/ Wolborgh Projectontwikkeling BV (eigendom) belanghebbende Van der Steeg Holding BV (aantekening recht) rechtspersonen
januari 2017
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
2.4
Hypothese
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat zich op de locatie Esdoornlaan perceel sectie nr. 525, voormalige adres Vossemeerdijk 2A, te Dronten zich vanaf 1966 een schuur bevindt. Voor zover bekend was de schuur in eerste instantie in gebruik als landbouwschuur. In een latere fase, tot ca. 1998, is de locatie in gebruik geweest door een scheepsarcheologisch museum. Voor zover bekend stonden op de locatie scheepswrakken in opslag. Er is geen verdere informatie bekend omtrent deze activiteiten. 2
Het uitgevoerde bodemonderzoek heeft betrekking op een terreindeel van max. 5.000 m . Gezien het gebruik van de onderzoekslocatie in het verleden, is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch "verdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. het onderzochte terreindeel uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740, paragraaf 5.6 strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL) (literatuur 1). In dit onderzoek is de schuur als een aparte deellocatie beschouwd en onderzocht. Voor de ondergrond is de strategie voor een onverdachte locatie (ONV) aangehouden. In tabel 2.4 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 2.4
gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie grond grondwater schuur PAK/ minerale olie geen 2 (425 m ) zware metalen overige PAK/ minerale olie onderzochte deel zware metalen van de locatie 2 (ca. 4.575 m )
geen
onderzoeksstrategie VED-HE
VED-HE
Bij de toetsing van de hypothese wordt een enkele overschrijding van de achtergrondwaarde geïnterpreteerd als “onverdachte locatie”. Dit geldt vooral voor parameters welke van nature verhoogd aanwezig zijn en de achtergrondwaarde overschrijden. Het opgeboorde monstermateriaal is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal (indicatieve waarneming). Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707 of NEN-5897 en doet daardoor geen uitspraak over evt. verontreiniging met asbesthoudend materiaal in de bodem of in puin. Op aangeven van de opdrachtgever is een onderzoek asbest in grond en/of in puinverharding volgens NEN-5707 resp. NEN-5897 buiten beschouwing gelaten. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
januari 2017
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven.
3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. plaatsen van boringen en peilbuizen Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 11 januari 2017. Het bemonsteren van het grondwater is conform NEN-5740 een week na plaatsing van de peilbuis op 18 januari 2017 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A. van Wuykhuyse en dhr. M. van Wuykhuyse erkende en geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (http//www.senternovem.nl/bodemplus/erkenningen). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatie inspectie is geconstateerd dat zich ten oosten van de schuur hier en daar kleine gronddepots bevinden. De kwaliteit van de grond in de depots is in het kader van dit onderzoek niet onderzocht. Verder bevinden zich op de locatie hier en daar depots met groenafval en snoeiafval.
Voor het overige zijn geen bijzonderheden aangetroffen, hierbij wordt nadrukkelijk opgemerkt dat de locatie grotendeels is begroeid met ruige vegetatie en hoog gras, het maaiveld is veelal niet zichtbaar. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. Alle boringen zijn uitgevoerd met behulp van een edelmanboor en geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. schuur T.p.v. de schuur zijn zes boringen geplaatst tot ca. 0.5 m-mv. Twee boringen zijn doorgezet tot 2.0 mmv. Eén boring is doorgezet tot in het freatisch grondwater en ten behoeve van de bemonstering van het grondwater afgewerkt met een peilbuis, filtertraject van ca. 2.8-3.8 m-mv. overige onderzochte deel van de locatie Ter plaatse van het overige onderzochte deel van de locatie zijn twintig boringen geplaatst tot ca. 0.5 mmv. Vier boringen zijn doorgezet tot 2.0 m-mv. Eén boring is doorgezet tot in het freatisch grondwater en ten behoeve van de bemonstering van het grondwater afgewerkt met een peilbuis, filtertraject van ca. 2.0-3.0 m-mv. De geplaatste peilbuizen zijn opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind.
Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. De peilfilters bevinden zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven de peilfilters bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuizen zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
januari 2017
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.
3.2
Resultaten van het veldonderzoek
Bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 3.1 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 3.1 lokale bodemopbouw bodemlaag hoofdbestanddeel m-mv 0.0-1.4 zand/klei 1.4-3.6 veen 3.6-3.8 zand
Toevoeging
Kleur
zwak kleiig/ sterk zandige klei zwak siltig zwak siltig
bruin/grijs/geel donkerbruin geel/beige
Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in tabel 3.2 weergegeven. tabel 3.2 peilbuis
veldwaarnemingen grondwater filtertraject grondwaterstand voorpompen pH m-mv m-mv liter
1 7
2.8-3.8 2.0-3.0
1.67 1.48
5 5
6.89 6.93
EGV geleidingsvermogen µS/cm 1409 1832
troebelheid (NTU) 12.7 19.1
In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen
januari 2017
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. In onderstaande tabel 3.3 is een overzicht opgenomen van afwijkende waarnemingen in het opgeboorde materiaal. tabel 3.3 boring 16 18 19
zintuiglijke waarnemingen diepte zintuiglijke waarnemingen m-mv 0.0-0.35 0.0-0.5 0.0-0.25
matig puinhoudend, baksteenresten, grind zwak puinhoudend zwak puinhoudend
grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen.
asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld. Hierbij is op basis van zintuiglijke waarnemingen op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Hierbij wordt nadrukkelijk opgemerkt dat de locatie grotendeels is begroeid met ruige vegetatie en hoog gras, het maaiveld is veelal niet zichtbaar. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal (indicatieve waarneming). Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal zijn t.p.v. de boringen 16, 18 en 20 puinresten waargenomen. In dit opgeboorde puinhoudende materiaal is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). In de overige boringen is in het opgeboorde monstermateriaal geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 7 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707 / NEN-5897 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
januari 2017
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS BV (certificaat L086). Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erken door het ministerie van VROM. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn negen grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen is per peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 4.1 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 4.1 Analyse-schema Monstercode
grond 1 (MM1) 2 (MM2) 3 (MM3) 4 (MM4) 5 (MM5) 6 (MM6) 7 (MM7) 8 (MM8) 9 (MM9) grondwater 1 (peilbuis) 2 (peilbuis)
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
1+3+5 2+4+6 1+2 8+9+11+13+14+23 7+15+17+25 16+18+19 10+20+21+26 7+8+9+10 7+8+9+10
0.0-0.4 m-mv 0.0-0.5 m-mv 0.5-1.6 m-mv 0.0-0.5 m-mv 0.0-0.5 m-mv 0.0-0.5 m-mv 0.0-0.5 m-mv 0.5-1.4 m-mv 1.5-2.0 m-mv
puin -
NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000
1 7
2.8-3.8 m-mv 2.0-3.0 m-mv
-
NEN-grondwater (**) NEN-grondwater
(*)
(**)
(1)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes: * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan januari 2017
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
4.2
Toetsingscriteria grond en grondwater
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (Staatscourant 22335, 22 november 2012) (literatuur 5) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (Staatscourant 16675, 01 juli 2013) (literatuur 6) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 3 3 25 m grond of 100 m grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering.
De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
januari 2017
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Esdoornlaan perceel sectie C nr. 525 te Dronten
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van SGS BV opgenomen. 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 4.2 t/m 4.4 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 4.2: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb in het kader van WBB (BoToVa toetsing T.12 versie 3.0.0 is uitgevoerd op 25 januari 2017 om 20:11) Monster ID Klant Ref. Bodemtraject (m-mv) Bodemtype Zintuiglijke w aarnemingen BoToVa Monster Conclusie