CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

477451a4-a107-4a5a-a42c-ec92e0d70366.pdf

Raadsvergadering 27 mei 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 6.a: AKKOORD Raadsvoorstel Bestemmingsplan Ketelhaven - Esdoornlaan29.875 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ecol o g i s c he qu i c k s c an

Esdoornlaan - Boslaan te Dronten I n het k ader van een func tiew ijziging

Titel

Ecolgische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

Betreft

Ecologische quickscan

Locatie

Esdoornlaan te Ketelhaven, Dronten Kad. bek. gemeente Dronten sectie C, nr. 0525 8253 AJ Dronten

Uitvoering

J.Mossink, Ruimte voor Advies BV Deventerstraat 179 8171 NS Vaassen

Contactpersoon

Dhr. J. Mossink, ecoloog mossink@ruimtevooradvies.nl - 06 83 222 610

Opdrachtgever

Van der Steeg Ontwikkelen & Bouwen, Genemuiden

Datum

22-01-2020

Status

Versie 2.0

I N H OU D 1

Inleiding 4

1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborg 2

Resultaten beschermde flora en fauna

7

2.1 Vaatplanten 2.2 Broedvogels 2.3 Vleermuizen 2.4 Grondgebonden zoogdieren 2.5 Overige soorten 3

Effecten en aanbevelingen 13

3.1 Vaatplanten 3.2 Broedvogels 3.3 Vleermuizen 3.4 Grondgebonden zoogdieren 3.5 Overige soorten 3.6 Algemeen 4

Gebiedsbescherming 16

4.1 Natuurnetwerk Nederland 4.2 Natura 2000 5

Conclusies 18

5.1 Overzicht van de bevindingen 5.2 Conclusies en aanbevelingen 6

Wettelijk kader 21

6.1 Inleiding 6.2 Gebiedsbescherming 6.3 Soorten bescherming 6.4 Rode lijsten [3]

1

I n l eiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde Ruimte voor Advies een ecologische quickscan uit op een locatie tussen de Esdoornlaan en Boslaan in het bij Dronten behorende Ketelhaven. De initiatiefnemer is voornemens om 5 kavels te creëren om de realisatie van eveneens 5 vrijstaande woningen mogelijk te maken. De ingreep is getoetst aan de Wet natuurbescherming. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige een inschatting maakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden houden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. Naast de soortbescherming is een beoordeling gemaakt van de gebiedsbescherming. In dat kader is een inschatting gemaakt van de mogelijke ecologische gevolgen van de voorgenomen ingreep ten aanzien van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland.

1.2 Beschrijving locatie en ingreep De locatie ligt aan de rand van buurtschap “Villapark Ketelhaven”, gelegen op korte afstand van het Ketelmeer in het noorden van de Flevopolder. Ten westen van Ketelhaven monden de Hoge en Lage Vaart uit in het Ketelmeer via de Ketelsluis. Langs de Vossemeerdijk ten oosten van Ketelhaven liggen natuurlijk ingerichte gebieden met rietvelden en verderop vochtige bossen. Voor de rest is de omgeving zeer open en intensief agrarisch van karakter met graslanden, bollenvelden en akkers. De dichtsbijzijnde kern is Dronten, gelegen op enkele kilometers afstand in zuidelijke richting. De onderzoekslocatie betreft een terrein met een oppervlakte van ca. 4500 m2 gelegen tussen de Esdoornlaan en Boslaan in Ketelhaven, gemeente Dronten (zie afb. 1.1 en 1.2). Het perceel is per auto te bereiken via een doodlopend deel van de Esdoornlaan en te voet via een klinkerpad in de noordwestelijke hoek ter hoogte van de Boslaan. Op het terrein staat een forse schuur die in het verleden als werkschuur voor agrarische bedrijvigheid in de omgeving dienst deed. De schuur verkeert in slechte staat door vandalisme en gebrek aan onderhoud: diverse deuren en ramen ontbreken, aan de binnenkant zijn veel vernielingen aangericht, een deel van het dak is overwoekerd met grassen en boompjes. Op het centrale deel van het terrein is een dikke laag slootmaaisel gestort.

Langs de westrand van het terrein ligt een met klinkers verhard pad dat toegang geeft tot de achtertuinen van woningen aan de Esdoornlaan. Langs de overige perceelranden staan houtsingels met enkele grote zomereiken, esdoorns en essen. Andere boomsoorten zijn onder andere els en berk. Het terrein heeft een grotendeels verruigd karakter met veel houtige opslag en in het oostelijk en zuidelijk deel klimop als bodembedekker. De gevels van de te slopen schuur bestaan grotendeels uit betonplaten. Aan de kopse kanten zijn de gevels vanaf goothoogte tot aan de nok bekleed met mogelijk asbesthoudende golfplaten. De ruimte achter de golfplaten is ongeïsoleerd. Het dak bestaat uit een schuin pannendak met daaronder dunne dakbeschotplaten, aan de binnenzijde gesteund door een houten balkconstructie.

[4]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

Aan de kopse kanten is een houten overstek aanwezig over de gehele breedte. De vloer bestaat uit klinkerbestrating. De binnenkant van het dak is deels bekleed met piepschuimplaten die inmiddels deels vernield zijn. Het pand ligt bezaaid met lege bierblikken, glasscherven en ander afval van zowel recente als minder recente oorsprong. De voornaamste ingrepen zijn: • Sloop van de werkschuur • Kappen van diverse bomen. Het streven is om een deel van de bestaande groenstructuur te behouden. Op dit moment is nog niet duidelijk in hoeverre en in welke vorm dit vorm krijgt. • Opschonen en bouwrijp maken kavels • Bouw van 5 vrijstaande woningen inclusief inrichting kavels • Mogelijk dempen van greppels of watergangen. Dit dient in overleg te gebeuren met het waterschap, niet duidelijk is of en zo ja welke watergangen gedempt, vergraven of verlegd worden. Alle ingrepen vallen onder de noemer “ruimtelijke ontwikkeling en inrichting”. 1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, websites etc.), een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 13 januari 2020 bezocht door J. Mossink, ecoloog van bureau Ruimte voor Advies. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna.

Daarbij is in het bijzonder gelet op (mogelijke) verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten, zoals huismus, vleermuizen en marters. Het locatiebezoek is onder halfbewolkte omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 9 0C en matige wind uit het zuiden. 1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. Ruimte voor Advies is kandidaat-lid van en hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB), soortinventarisatieprotocollen van het NGB en/of richtlijnen kennisdocumenten van BIJ12. Toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren is niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met de veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar.

[5]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

2 1 3

Afb. 1.1: Luchtfoto onderzoekslocatie (rood kader) tussen de Esdoornlaan en Boslaan. Bron ondergrond: GoogleMaps2019. 1 = te slopen schuur, 2 = boom met spechtengat, 3 = voor vleermuizen geschikte boom met gebarsten schors.

Afb. 1.2: Beoogde situatie met vijf kavels voor vrijstaande woningen. Bron: Building Design Architectuur.

[6]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

2

Re s u ltate n Bes chermde F LO R A EN FAUNA 2.1 Vaatplanten Op de locatie komen geen bijzondere of beschermde plantensoorten voor. Geschikt biotoop voor dergelijke soorten ontbreekt binnen het plangebied en directe omgeving. De locatie beschikt over zeer voedselrijke, relatief vochtige grond. Het middenterrein is bedekt met een dikke laag schoonsel, waarschijnlijk uit sloten uit de omgeving. Er werden uitsluitend planten aangetroffen als zeer algemene grassen, riet, klimop, grote brandnetel, gewone braam, zachte ooievaarsbek en haagwinde. De grotere bomen betreffen overwegend gewone es, gewone esdoorn en zomereik. Er is veel opslag van met name esdoorn. In de struiklaag staan verder vooral soorten als hazelaar en gewone vlier. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Ook zijn er vanuit de NDFF geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten in en rondom het plangebied. Aanwezigheid van beschermde vaatplanten is daarom uitgesloten. 2.2 Broedvogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen, maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt.

Ook andere onderdelen van de leefomgeving van belang voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd. Denk hierbij aan jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van huismussen struiken. Huismus Het leefgebied van de huismus moet voldoen aan een combinatie van een aantal elementen, die binnen een straal van enkele meters (dekking bij voedselbronnen) tot enkele honderden meters (nestplek en voedselbronnen) van elkaar moeten liggen. De habitat moet bestaan uit een combinatie van plekken voor nestgelegenheid, voedsel (voor volwassen en jongen), dekking zoals groenblijvende struiken en klimplanten, plekken voor stofbaden en drinkwater. De schuur heeft een pannendak met ruimte tussen pannen en dakbeschot dat deels toegankelijk is. Aan de oostzijde is de ruimte tussen goot en onderste pannen grotendeels dichtgegroeid met grassen en kruiden, maar de westzijde is over de gehele breedte toegankelijk. Ook de binnenzijde van het pand is bereikbaar via kapotte ramen en deuropeningen. Het pand is daarmee in potentie geschikt als nestlocatie van de huismus. Echter, tijdens het veldbezoek werden geen mussen gezien of gehoord op het terrein en naastgelegen woningen en tuinen. Het inspecteren van dakranden en andere potentiële nestlocaties leverde geen resultaat in de vorm van nest(rest)en op.

Een gebrek aan bewoning (=voedsel, warmte) en te weinig dekking in de vorm van dichte of altijdgroene struiken rond de bebouwing zijn mogelijk oorzaken van het ontbreken van huismussen. Gierzwaluw Gierzwaluwen broeden vrijwel uitsluitend in geschikte gebouwen in stedelijke omgeving. De onderzoekslocatie ligt in een meer landelijk gebied maar dit gegeven allen is onvoldoende om broedgevallen op voorhand uit te sluiten. De te slopen woning biedt echter geen potentieel

[7]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

geschikte locaties die kunnen dienen als nestplaats voor gierzwaluwen. Er zijn geen besloten ruimtes achter regenpijpen of andere gevelelementen aanwezig die als nestruimte kunnen dienen. Nader onderzoek naar de gierzwaluw is niet nodig. Uilen In het pand zijn geen sporen van kerkuil en steenuil aangetroffen. Braakballen zijn niet gevonden. Uilen verraden hun aanwezigheid daarnaast vaak door uitwerpselen onder roestplekken zoals balkconstructies en muren. Tijdens het veldbezoek ontbraken dergelijke uitwerpselen eveneens, net als veren. Er zijn geen uilenkasten die als broedplek kunnen dienen. Gezien de hoeveelheid opgaande begroeiing is het terrein weinig geschikt als jachtgebied voor kerk- en steenuil. Daarmee is uitgesloten dat de projectlocatie een wezenlijk onderdeel is van leefgebied van beide uilen. De ransuil is in de afgelopen 5 jaar in Ketelhaven waargenomen maar in de bomen zijn geen voor ransuilen geschikte nesten aanwezig. Ransuilen broeden vaak in oude kraaiennesten, liefst in sparren. Zowel naaldbomen als oude kraaiennesten of andere geschikte nesten ontbreken. Overige jaarrond beschermde nestplaatsen Er zijn geen potentiële nestplekken van overige soorten met jaarrond beschermde nest- en verblijfplaatsen zoals sperwer, buizerd, andere roofvogels, roek of grote gele kwikstaart aanwezig.

Nader onderzoek naar overige broedvogelsoorten met jaarrond beschermde nesten is niet aan de orde. Overige broedvogels Het terrein is zeer geschikt voor algemene broedvogels zoals merel, zanglijster, roodborst, winterkoning en houtduif. In een aantal bomen en struiken waren nesten of nestresten van vermoedelijk houtduif zichtbaar. Nabij de zuidelijke perceelgrens staat een deels afgestorven boom met spechtennest, vrijwel zeker van de grote bonte specht die tijdens het locatiebezoek op het terrein foerageerde. Tijdens het broedseizoen is de kans op broedgevallen zeer groot. Voor veel soorten valt het broedseizoen in de periode half maart - half augustus, maar eerdere of latere broedgevallen van met name duiven kunnen voorkomen. Van de te verwachten broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. 2.3 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop en renovatie zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen.

Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van gewone en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en rosse vleermuis bekend. Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten worden voornamelijk in gebouwen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Tijdens het locatiebezoek is de bebouwing uitgebreid geïnspecteerd op aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen zoals open stootvoegen en ruimtes onder dakpannen, achter gevelplaten en -betimmeringen etcetera. Het gebouw blijkt geschikt te zijn voor vleermuizen. De

[8]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

ruimte tussen pannen en dakbeschot is toegankelijk aan de kopse gevels. Soorten als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger kunnen het pand in potentie gebruiken als zomer-, kraam- en paarverblijf. Tijdens milde winters zijn kleine aantallen overwinterende vleermuizen niet uit te sluiten. Als massawinterverblijf is het gebouw ongeschikt door het te beperkte volume en geringe buffercapaciteit. Op het terrein staat een forse esdoorn waarvan de schors over een groot deel van de hoogte gespleten is (zie afbeelding 1.1, nummer 2 voor globale locatie-aanduiding). Hierdoor is een voor vleermuizen geschikte ruimte ontstaan tussen schors en stam die als zomer- en paarverblijfplaats gebruikt kan worden door soorten als ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. In het zuidelijk terreindeel staat een stam met spechtengat en rottingsgaten die mogelijk ook geschikt is voor vleermuizen (zie afbeelding 1.1, nummer 3 voor locatie). Tijdens de quickscan kon niet worden bepaald of de holtes van deze boom daadwerkelijk geschikt zijn, inspectie met een boomcamera zou dit duidelijk kunnen maken. Foerageergebied en vliegroutes Het terrein is met haar bomen en struiken afgewisseld door open plekken en randen geschikt als foerageergebied voor diverse vleermuissoorten die in de omgeving voorkomen zoals de gewone en ruige dwergvleermuis.

Het is aannemelijk dat vleermuizen er ook daadwerkelijk in kleine aantallen foerageren. Het relatieve belang van het onderzochte perceel is op voorhand klein. Van essentieel foerageergebied is geen sprake aangezien er veel foerageergebied in de directe omgeving voorhanden is in de vorm van andere tuinen, houtopstanden en watergangen. De bomenrij langs de oostgrens parallel aan de Boslaan is mogelijk onderdeel van een vleermuizenvliegroute. In en langs de wijk zijn diverse alternatieven aanwezig om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen in bebouwing en foerageergebieden in het buitengebied, zoals andere bomenrijen en de Hoge Vaart. De woning en tuin zijn geen onderdeel van een eventuele vliegroute. 2.4 Grondgebonden zoogdieren Onder “grondgebonden zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marters. Marterachtigen (bunzing, wezel, hermelijn, steenmarter, boommarter, das, otter) Voor das en otter is de locatie ongeschikt vanwege de ligging in bebouwde omgeving en ontbreken van voldoende geschikt leefgebied. Vanuit de NDFF en verspreidingsatlassen zijn geen waarnemingen van de nationaal beschermde steenmarter uit Ketelhaven. Van de soort zijn dan ook geen sporen aangetroffen in de vorm van latrines, prooiresten, krabsporen, eierschalen.

Ook buiten op het terrein werden geen sporen van steenmarters aangetroffen. Gezien bovenstaande bevat het plangebied met zekerheid geen essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van steenmarters. Wezel, bunzing en hermelijn zijn allemaal binnen een straal van 5 kilometer van de locatie waargenomen maar niet binnen de begrenzing van het projectgebied. Het is niet uitgesloten dat één of meer van de soorten kleine marterachtigen op het terrein voorkomen. Sporen werden echter niet aangetroffen en de kleine marterachtigen staan in de provincie Flevoland vooralsnog op de vrijstellingslijst. De boommarter is gebonden aan bossen of tenminste parkachtige landschappen. Een buurtbewoner geeft aan enkele jaren geleden een boommarter meer oostelijk in Ketelhaven gezien te hebben. Dit zou kunnen kloppen aangezien de boommarter bekend is uit houtopstanden in noordoostelijk Flevoland. In het plangebied zijn

[9]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

echter geen krabsporen, geschikte holen of andere sporen van boommarters aangetroffen en de mogelijkheden om te foerageren zijn beperkt. Overige grondgebonden zoogdieren Algemene kleine zoogdiersoorten zoals bruine rat, veldmuis, bosmuis, huismuis komen vrijwel zeker voor in de omgeving van het onderzoeksgebied. Voor de egel biedt het terrein zowel foerageermogelijkheden als potentiële slaapplaatsen tussen de ondergroei met klimop en onder stobben en boomstammen. Voor deze soorten geldt in de provincie Flevoland een vrijstelling bij ruimtelijke inrichting en ontwikkeling of voor een aantal soorten helemaal geen bescherming. Overige beschermde of bijzondere grondgebonden zoogdiersoorten zijn uit te sluiten wegens het ontbreken van potentieel leefgebied. 2.5 Overige soortgroepen (amfibieën, reptielen, vissen, ongewervelden) Binnen het plangebied is oppervlaktewater beperkt aanwezig in de vorm van een sloot langs de noordgrens van het perceel. De sloot heeft een breedte van ongeveer een meter aan de onderkant van de schuine taluds. De waterdiepte bedroeg maximaal enkele decimeters. Op de bodem ligt een dikke laag organisch materiaal bedekt met ijzerhoudende neerslag. Langs de oostelijke en zuidelijke perceelgrens lopen greppels die ten tijde van het veldbezoek, ondanks de relatief natte voorafgaande weken, droog stonden.

Indien watervoerend in het voorjaar zijn de sloten en greppels mogelijk geschikt als voortplantingswater voor enkele algemene amfibieën (bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander). Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. De beschermde rugstreeppad is niet bekend uit de omgeving van de onderzoekslocatie. Voor vissen zijn er nagenoeg geen mogelijkheden. Door de grote hoeveelheid organisch bodemmateriaal en geringe diepte zal snel zuurstofgebrek optreden. Onderwatervegetatie ontbreekt. In droge periode vallen vermoedelijk alle sloten en greppels droog. Voor beschermde vissoorten is het onderzoeksgebied in ieder geval ongeschikt. Weinig kritische kleine soorten zoals driedoornige en tiendoornige stekelbaars zijn niet geheel uit te sluiten aan de hand van de quickscan. De grote modderkruiper (nationaal beschermde soort artikel 3.10 Wnb) is waargenomen in de Hoge Vaart maar er is geen passeerbare connectie met de sloten en greppels op het onderzochte terrein, waarvan de watergangen bovendien niet voldoen als leefgebied. Het terrein voldoet niet aan de voorwaarden waaraan potentieel leefgebied van reptielen en beschermde ongewervelden (libellen, kevers, weekdieren) moet voldoen, waardoor aanwezigheid van dergelijke soorten is uitgesloten.

Vanuit de NDFF zijn ook geen waarnemingen bekend van beschermde ongewervelden, reptielen of amfibieën. Nader onderzoek naar beschermde amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden is niet nodig omdat uit de quickscan blijkt dat dergelijke soorten niet voorkomen op de locatie.

[10]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

[11]

Afb. 2.1: De te slopen voormalige werkschuur vanuit noordwestelijke hoek gezien.

Afb. 2.2: Dezelfde schuur, gezien vanuit zuidoostelijke hoek. Aan de oostkant zijn de goten volledig dichtgegroeid met grassen en boompjes.

Afb. 2.3: Centrale, kale deel terrein (links) en schuur (rechts) in zuidelijke richting gezien.

Afb. 2.4: Detail buitenzijde kopgevel. Vleermuizen hebben toegang tot de ruimte tussen pannen en dakbeschot en tot de ruimte achter boeidelen.

Afb. 2.5: Binnenkant schuur. Door vandalisme en gebrek aan onderhoud is het pand sterk vervallen. Duidelijk te zien zijn de grote hoeveelheden afval.

Afb. 2.6: Binnenzijde kopgevel met de enkellaags golfplaten afwerking.

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

[12]

Afb. 2.7: Noordoostelijke hoek projectgebied met rechts de sloot op de perceelgrens.

Afb. 2.8: Oostelijke terreingrens vanaf het zuidelijk deel van de Boslaan gezien.

Afb. 2.9: Zuidelijke perceelgrens. Hier loopt, nauwelijks zichtbaar, een zeer ondiepe greppel langs de perceelgrens.

Afb. 2.10: Grote delen van het terrein zijn sterk verruigd en daarmee geschikt voor diverse kleine zoogdieren, het opgaand groen voor zangvogels.

Afb. 2.11: boom met rottingsgaten en spechtengaten in zuidelijk deel perceel.

Afb. 2.12: boom is oostelijke bomenrij met gebarsten schors, waardoor een voor vleermuizen geschikte ruimte is ontstaan op diverse plekken langs de stam.

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

3

Effe cten e n a a n b e velingen 3.1 Vaatplanten Op de onderzoekslocatie zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Effecten op beschermde planten zijn uitgesloten, nader onderzoek is niet nodig. 3.2 Broedvogels De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot verstoring, aantasting of vernieling van jaarrond beschermde rust- of voortplantingsplaatsen van broedvogels. Het terrein heeft geen functie voor huismussen. Tijdens het veldbezoek werden geen huismussen gezien of gehoord. Aan de westkant is het pannendak weliswaar toegankelijk, maar bij inspectie werden geen nesten aangetroffen. Als foerageergebied is het terrein ongeschikt. Negatieve effecten op leefgebied van de huismus zijn daarom uitgesloten. Nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing zijn ten aanzien van de huismus niet aan de orde omdat er geen verbodsbepalingen worden overtreden. De nieuwbouw biedt mogelijk kansen voor huismussen in geval er nestruimtes worden aangeboden onder de dakconstructie of achter betimmeringen en er voldoende, geschikt opgaand groen wordt geplant. Aanwezigheid van gierzwaluwnesten is uitgesloten door het beboste karakter van de directe omgeving en het nagenoeg ontbreken van potentiële invliegopeningen. Het gebouw wordt evenmin gebruikt door steenuil en kerkuil.

Een effect op deze soorten is daarmee aan de hand van quickscan uitgesloten. Van buizerd, sperwer, boomvalk, havik, ransuil en roek zijn geen (mogelijke) nesten aangetroffen in de bomen. Ook zijn er geen nesten van kraaiachtigen die uitgebouwd kunnen worden. Voor overige broedvogels met jaarrond beschermde nesten is de locatie ongeschikt als broedlocatie of foerageergebied. Tijdens het broedseizoen zijn broedgevallen van algemene broedvogels, zoals zanglijster, merel, winterkoning, heggemus en roodborst mogelijk op het terrein. De werkzaamheden kunnen derhalve leiden tot het verstoring of vernieling van nesten van algemene broedvogels wanneer deze in het broedseizoen plaatsvinden. Broedgevallen kunnen zich zowel in de opgaande begroeiing als de bebouwing voordoen. Het is van belang om mogelijk verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten of preventieve maatregelen te nemen om vestiging van broedgevallen te voorkomen. Houdt tijdens het broedseizoen bij voorkeur een verstoringsvrije zone van enkele meters rond de begroeiing aan en/of snoei de begroeiing in de buurt van verstorende werkzaamheden sterk terug voorafgaand aan het broedseizoen om broedgevallen te voorkomen. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie.

Eerdere of latere broedgevallen zijn wel mogelijk, vooral van de houtduif. Bezette nesten zijn altijd beschermd, onafhankelijk van de soort en het moment van nestelen. Worden toch bezette nesten aangetroffen dan dienen werkzaamheden met een mogelijk negatief effect te worden uitgesteld totdat de ouders klaar zijn met broeden en de

[13]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

jongen zelfstandig het nest definitief hebben verlaten. 3.3 Vleermuizen Effectbeoordeling vaste rust- en verblijfplaatsen vleermuizen Het te slopen pand is geschikt als zomer-, kraam- en paarverblijfplaats van diverse vleermuissoorten die in de omgeving voorkomen (gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis). Tijdens milde winters kan het gebouw door kleine aantallen vleermuizen als winterverblijfplaats dienen. Sloop van het pand leidt mogelijk tot overtreding van artikel 3.5 lid 2 (opzettelijk verstoren) en lid 4 (beschadigen en vernielen van vaste rust- of voortplantingsplaatsen) van de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of vleermuizen gebruik maken van het pand en zo ja welke functie(s) het heeft. Als sloop leidt tot overtreding van verbodsbepalingen is een ontheffing van de provincie Flevoland nodig. Er zijn twee bomen aangetroffen die geschikt zijn als zomer- en paarverblijfplaats voor boombewonende soorten. Kap van deze bomen kan eveneens leiden tot overtreding van de hierboven genoemde verbodsbepalingen. Het behouden van deze bomen verdient de voorkeur, in dat geval is nader onderzoek naar de mogelijke verblijfplaatsen in bomen niet nodig.

Effectbeoordeling vaste vlieg- en migratieroute en essentieel foerageergebied Het terrein is met haar bomen en struiken afgewisseld door open plekken en randen geschikt als foerageergebied voor diverse vleermuissoorten die in de omgeving voorkomen zoals de gewone en ruige dwergvleermuis. Het is aannemelijk dat vleermuizen er ook daadwerkelijk foerageren. Mogelijke effecten hebben hooguit betrekking op een relatief klein deel van het beschikbare foerageergebied van vleermuizen in de omgeving waardoor van essentieel foerageergebied geen sprake is. De bomenrij langs de oostgrens van het terrein parallel aan de Esdoornlaan is mogelijk onderdeel van een vliegroute. Een alternatief is aanwezig in de vorm van de vaart. Deze loopt eveneens in noord-zuid richting en ligt binnen enkele tientallen meters afstand. Nader onderzoek naar essentiële foerageergebieden of vaste vliegroutes is derhalve niet nodig. Wel is vanuit de zorgplicht van belang om lichtverstoring van het mogelijke foerageergebied naar redelijkheid zoveel mogelijk te voorkomen. Dit kan door zowel tijdens de sloop- en realisatiefase als de gebruiksfase uitstraling van eventuele bouwlampen en buitenverlichting naar boven en dan met name richting opgaand groen te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter en plaats niet meer verlichting dan nodig.

De actieve periode van vleermuizen loopt globaal van april t/m november, waarbij ze tussen zonsondergang en zonsopkomst daadwerkelijk vliegen en gevoelig zijn voor verstoring. 3.4 Grondgebonden zoogdieren De egel komt hoogstwaarschijnlijk voor op de locatie. Vanwege een vermoedelijk landelijke afname in de laatste decennia staat de soort op de rode lijst, maar in de provincie Flevoland is de egel vrijgesteld van ontheffingsplicht. Vanuit de zorgplicht is het van belang om takkenstapels, bladhopen en andere mogelijke voortplantings- en winterrustplekken in de minst kwetsbare periode te verwijderen. De periode april - juni en de maand november zijn hiervoor het meest geschikt. Op de planlocatie worden verder uitsluitend kleine, algemene zoogdiersoorten verwacht. De werkzaamheden kunnen op beperkte schaal tot negatieve effecten op deze soorten leiden, bijvoorbeeld door de aantasting van holen en gangenstelsels van muizen en insecteneters. Omdat een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt moet alleen rekening gehouden worden [14]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

met de algemene zorgplicht die voor alle dieren en planten geldt. In dit geval zijn geen specifieke maatregelen vereist aangezien de ingrepen voornamelijk betrekking hebben op bebouwing die weinig kansen biedt voor dieren. Beschermde, niet-vrijgestelde zoogdiersoorten komen niet op de locatie voor. Soorten als bunzing, boommarter, wezel en hermelijn komen weliswaar in de omgeving voor maar geschikt leefgebied ontbreekt op de onderzochte locatie. Samengevat hebben de bestemmingsplanwijziging en voorgenomen ingreep geen effect op beschermde grondgebonden zoogdieren of hun leefgebied. Nader onderzoek naar beschermde zoogdiersoorten is derhalve niet aan de orde. 3.5 Overige soorten Het vóórkomen van beschermde soorten uit overige soortgroepen (amfibieën, reptielen, vissen, ongewervelden) is op voorhand uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt leefgebied of doordat de locatie buiten het bekende verspreidingsgebied valt. Negatieve effecten op beschermde soorten uit overige soortgroepen zijn derhalve op voorhand uit te sluiten. Begroeide terreindelen zijn wel geschikt als landhabitat en dan voornamelijk foerageergebied voor enkele algemene amfibieën. De sloot en greppels zijn, mits ze in het voorjaar voldoende water bevatten, geschikt als voortplantingsbiotoop.

Voor de te verwachten algemene amfibieënsoorten heeft de provincie Flevoland vrijstelling bij ruimtelijke inrichting en ontwikkeling verleend. De overige soorten die voor kunnen komen zijn niet beschermd. Zoals voor alle soorten, beschermd of niet, geldt ook hier de algemene zorgplicht. 3.6 Algemeen • Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. In dit specifieke geval zijn naar verwachting geen speciale maatregelen nodig; • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. • Extra: Ruimte voor Advies promoot natuur in stad & land. Zo is het bij nieuwbouw van woningen vaak met relatief weinig moeite mogelijk om huismussen, vleermuizen, zwaluwen en andere dieren een plek te geven. Bij voorkeur door ruimtes naar een spouw, onder dakpannen of achter betimmeringen toegankelijk te maken.

Andere mogelijkheden zijn het aanbrengen van nestkasten, toepassen van inheemse beplanting, terughoudend zijn met buitenverlichting en bestrating en juist royaal met groen.

[15]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

4

G ebied s be s cher m ing

4.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Dichtsbijzijnde onderdelen van het NNN liggen op ruim 50 meter in westelijke richting (Hoge Vaart en Lage Vaart) Er is geen landschappelijke binding met onderdelen van het NNN. Gezien de aard en schaal van de ingreep zijn externe effecten op ecologische doelstellingen en kernkwaliteiten van het NNN op voorhand uitgesloten. 4.2 Natura 2000 Natura 2000-gebied Ketelmeer & Vossemeer ligt op ongeveer 600 meter in noordelijke richting. Dit gebied is geheel aangewezen als Vogelrichtlijngebied en omvat geen stikstofgevoelige habitattypen. Dichtsbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen liggen op ruim 5 kilometer afstand in oostelijke richting tussen Kattendiep en Keteldiep, in het uiterste noordwestelijke deel van Natura 2000gebied Rijntakken - deelgebied Uiterwaarden IJssel. De projectlocatie ligt relatief centraal in Ketelhaven. Tussen de bebouwing en het Natura 2000gebied ligt bovendien nog de jachthaven. Het projectgebied heeft geen landschappelijke binding met het natuurgebied. Gezien de aard en schaal van het project en de ligging op ruim 600 meter van het dichtsbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten op aangewezen soorten van nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten.

De voorgenomen activiteiten leiden mogelijk tot een toename van stikstofemissie tijdens de sloopen realisatiefase door inzet van machines en aan- en afvoer van materialen. In de gebruiksfase is een beperkte toename van stikstofuitstoot ten opzichte van de bestaande feitelijke situatie door een toename van bestemmingsverkeer en uitstoot van de woningen. Stikstofgevoelige habitattypen liggen op ruim 5 kilometer ten oosten van het plangebied. Op het moment van schrijven is er zeer veel onduidelijkheid omtrent het stikfstofbeleid. Op 29 mei 2019 oordeelde de Raad van State dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet voldoet. Op dit moment (januari 2020) is in principe iedere toename van stikstof (> 0,00 mol/hectare/jaar) op gevoelige habitattypen vergunningplichtig, maar de vergunningverlening ligt nagenoeg stil totdat duidelijk is onder welke voorwaarden vergunningen mogelijk zijn. Het is onduidelijk wanneer en onder welke voorwaarden de vergunningverlening weer op gang zal komen. Wanneer het nieuwe beleid bekend is moet mogelijk een vergunning worden aangevraagd.

[16]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

Afb. 4.1: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het NNN (donkergroen). De NNN-onderdelen ten westen van de onderzoekslocatie zijn de Hoge en Lage Vaart. Het plangebied is geen onderdeel van NNN en heeft er geen landschappelijke binding mee. Bron ondergrond: nnn.flevoland.nl

Afb. 4.2: De ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. De minimumafstand tussen het plangebied en N2000-gebied bedraagt ongeveer 600 meter. Dichtsbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen liggen op ongeveer 5 kilometer afstand tussen Kattendiep en Keteldiep. Tijdens de aanlegfase en gebruiksfase is er mogelijk sprake van een geringe toename van stikstofdepositie op gevoelige habitattypen. Een Aerius-berekening is noodzakelijk om te bepalen of er sprake is van een toename en daarmee vergunningplicht. Bron: https://calculator.aerius.nl/calculator (bezocht: 15-01-2020), OSM & Kadaster.

[17]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

5

Conc lu s ie s en aanbeve l ingen 5.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Flora - beschermde soorten niet geen geen Vleermuizen - verblijfplaatsen mogelijk mogelijk zie bij 5.2 Vleermuizen - vliegroutes niet niet geen Vleermuizen - essentieel foerageergebied niet niet zie bij 5.2 Vleermuizen - lichtverstoring mogelijk mogelijk zie bij 5.2 Zoogdieren - gebouwbewonend niet geen geen Zoogdieren - grond-/boombewonend niet geen geen Zoogdieren - vrijgestelde soorten zeker negatief zorgplicht Vogels - jaarrond beschermde nesten niet niet geen Vogels - algemene broedvogels mogelijk mogelijk zie bij 5.2 Amfibiëen - vrijgestelde soorten mogelijk mogelijk zorgplicht Overige beschermde soorten niet geen geen Gebiedsbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Natura 2000 - doelsoorten/habitattypen niet geen geen Natura2000 - stikstof n.v.t mogelijk zie bij 5.2 Overige onderdelen NNN niet niet geen

5.2 Conclusies en aanbevelingen 5.2.1 Vleermuizen • Sloop van het pand leidt mogelijk tot overtreding van artikel 3.5 lid 2 (opzettelijk verstoren) en lid 4 (beschadigen en vernielen van vaste rust- of voortplantingsplaatsen) van de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of vleermuizen gebruik maken van het pand en zo ja welke functie(s) het heeft. Als sloop leidt tot overtreding van verbodsbepalingen is een ontheffing van de provincie Flevoland nodig. Voer het onderzoek uit conform de richtlijnen van het Vleermuisprotocol 2017. • Om de te verwachten soorten en functies te onderzoeken zijn minimaal 5 onderzoeksrondes in de periode 15 mei - 30 september noodzakelijk. Voor details zie vleermuisprotocol 2017. • Twee bomen zijn eveneens geschikt als zomer- en paarverblijfplaats voor vleermuizen. Indien de bomen behouden blijven is vervolgonderzoek naar deze mogelijke verblijfplaatsen niet nodig. Bij twijfel of wanneer reeds duidelijk is dat de bomen gekapt worden geldt hetzelfde als voor de werkschuur: nader onderzoek en indien nodig een ontheffing met bijbehorende mitigerende/compenserende maatregelen. Het onderzoek kan naar verwachting gecombineerd worden met het vleermuisonderzoek van de schuur. • De nieuwbouw biedt volop kansen voor vleermuizen door het realiseren van voorzieningen die kunnen dienen als verblijfplaats.

Zie hoofdstuk 3.3 voor meer informatie. • Vanuit de zorgplicht dient onnodige lichtverstoring van het mogelijke foerageergebied te voorkomen. Dit kan door tijdens de aanleg- en gebruiksfase uitstraling van eventuele

[18]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

bouwlampen, buitenverlichting en tuinverlichting naar boven en dan met name richting de randen van het terrein te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter en plaats niet meer verlichting dan nodig. 5.2.2 Vogels met jaarrondbeschermde nestplaatsen • In de bebouwing nestelen geen huismussen, gierzwaluwen of uilen. Nader onderzoek naar deze soorten is niet nodig. Voor de huismus biedt de nieuwbouw mogelijkheden indien de bebouwing toegankelijk wordt (bijvoorbeeld ruimte onder de onderste pannenrijen, nestpannen, inbouwkasten, ruimtes achter betimmeringen etcetera) en er voldoende beschutting en slaapgelegenheid komt in de vorm van geschikte struiken of hagen, zoals meidoorn. • De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen effect op overige vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen of leefgebied. Het uitvoeren van nader onderzoek, het treffen van mitigerende of compenserende maatregelen en/of het aanvragen van een ontheffing ten behoeve van roofvogels, roeken en andere soorten met jaarrond beschermde nesten is niet aan de orde. 5.2.3 Algemene broedvogels • Tijdens het broedseizoen kunnen nesten verstoord, beschadigd of vernield worden bij sloopwerkzaamheden en het verwijderen van beplanting.

Voer werkzaamheden die kunnen leiden tot het vernielen of verstoren van nesten buiten het broedseizoen uit of begin buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn niet uitgesloten, met name van duiven. Bezette nesten zijn altijd beschermd, ongeacht de soort of periode. Tijdens het broedseizoen kunnen mogelijk verstorende werkzaamheden uitsluitend worden uitgevoerd nadat een broedvogeldeskundige heeft vastgesteld dat er geen bezette nesten aanwezig zijn. • Bij start van mogelijk verstorende werkzaamheden tijdens het broedseizoen is een broedvogelcheck noodzakelijk, uitgevoerd door een erkend deskundige. Zonodig worden werkzaamheden uitgesteld of maatregelen getroffen om verstoring of vernieling van nesten te voorkomen, bijvoorbeeld het instellen van een zone rondom het nest totdat de jongen het nest verlaten hebben. t.a.v. overige beschermde soorten: • Nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet aan de orde. Houdt wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle dieren, beschermd of niet. t.a.v.

beschermde gebieden: • De ontwikkelingen voortvloeiend uit de voorgenomen ontwikkelingen leiden niet tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden (Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland), met uitzondering van stikstofgevoeligheid. Nadere toetsing naar effecten op aangewezen doelsoorten voor Natura 2000-gebieden en nadere toetsing aan het NNN zijn niet aan de orde. • Het voornemen leidt mogelijk tot een beperkte toename van stikstofuitstoot tijdens de sloopen bouwfase enerzijds en de gebruiksfase anderzijds. Op 29 mei 2019 oordeelde de Raad van [19]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

State dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet voldoet. Sindsdien is iedere toename van stikstof op gevoelige habitattypen vergunningplichtig, maar de vergunningverlening ligt momenteel nagenoeg stil totdat duidelijk is onder welke voorwaarden vergunningen mogelijk zijn. Een berekening in Aerius Calculator kan duidelijk maken of er sprake is van een toename van stikfstofuitstoot. In de gebruiksfase zal er sprake zijn van een vermindering in uitstoot ten opzichte van de bestaande situatie, waardoor een eventuele vergunning nagenoeg zeker verstrekt zal worden zodra de vergunningverlening weer op gang is gekomen. t.a.v. zorgplicht en calamiteiten • Vanuit de zorgplicht is het van belang om takkenstapels, bladhopen en andere mogelijke voortplantings- en winterrustplekken van egels in de minst kwetsbare periode te verwijderen. De periode april - juni en de maand november zijn hiervoor het meest geschikt; • Ten aanzien van álle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’. Met name geldt dit voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt.

Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden; • Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk tijdelijk stil en neem contact op een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

[20]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

6

Wettelijk kader 6.1 Inleiding In Nederland is de wetgeving omtrent de bescherming van natuurwaarden gesplitst in soortbescherming en gebiedsbescherming. De bescherming was voorheen geregeld in respectievelijk de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Voor houtopstanden gold de Boswet. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden die de bovenstaande wetten vervangt. Wat betreft gebiedsbescherming is er weinig veranderd. Op het gebied van soortenbescherming hebben zich diverse wijzigingen voorgedaan. Zo zijn veel planten en vissen onder de nieuwe wet niet meer beschermd, terwijl een aantal zeldzame dagvlinders en libellen juist zijn toegevoegd. Verder is het bevoegd gezag in de meeste gevallen GS van de provincie, waar dat eerder de RVO was. De provincies hebben meer zeggenschap over het beleid, wat zich vooral uit in het feit dat er verschillen zijn in de vrijstellingslijsten van soorten waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting of bestendig beheer en onderhoud vrijstelling geld. Meer informatie over de Wet natuurbescherming is onder andere terug te vinden op de websites van de Rijksoverheid en de verschillende provincies. 6.2 Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming was voorheen opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998 en heeft de bescherming en instandhouding van natuurgebieden in Nederland als doel.

Daartoe zijn gebieden aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn (VR-gebieden), Habitatrichtlijn (HR-gebieden) en het Verdrag van Ramsar (Wetlands). Beschermde Natuurmonumenten vervallen onder de Wet natuurbescherming omdat deze vrijwel geheel samenvallen met Natura 2000-gebieden. De VR- en HR-gebieden worden samengevat onder de noemer Natura 2000. Voor de Natura 2000-gebieden worden/zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor specifieke vogelsoorten of habitats. Deze kunnen van gebied tot gebied verschillen. De hierboven genoemde gebieden kunnen overlappen. Activiteiten die een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden. Dat geldt ook voor activiteiten buiten de gebieden die een negatief effect hebben binnen het gebied, zoals een toename van stikstofemissie en -depositie met mogelijke gevolgen voor stikstofgevoelige habitattypen. Voor activiteiten is een vergunning mogelijk. Een vergunning wordt pas afgegeven wanneer een zogenaamde ‘habitattoets’ is doorlopen. Hieruit moet blijken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast en de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie.

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) komt voort uit het herdefiniëren van de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS) door de provincies. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Binnen de zone ondernemen met natuur en water is ruimte voor ontwikkeling maar dient hierbij een aantoonbare bijdrage te worden geleverd aan de ontwikkelingsdoelen. In het NNN is sprake van een natuurbestemming. Binnen het NNN zijn ruimtelijke ontwikkelingen slechts mogelijk wanneer deze van groot algemeen of provinciaal belang zijn én er geen reële alternatieven zijn. Er geldt dan wel een compensatieverplichting om negatieve effecten teniet te doen. De begrenzing en doelstellingen van NNN worden door de provincie vastgesteld en is in verwerkt in de omgevingsvisie

[21]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

en -verordening.

6.3 Soortenbescherming Onder de Wet natuurbescherming zijn verschillende beschermingsregimes te onderscheiden: soorten van de Vogelrichtlijn (VR), soorten van de Habitatrichtlijn (HR) en overige beschermde soorten genoemd in bijlage A behorend bij artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Daarnaast hebben provincies de vrijheid om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid 6.4 Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringsfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort onder de Wet natuurbescherming nodig. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.

[22]

Ecologische quickscan Esdoornlaan - Boslaan te Dronten

22

januari

2020

Adviesgroep voor ruimte, water & natuur Postbus 1799, 3600 BT Maarssen

Vleermuisonderzoek Esdoornlaan - Boslaan te Dronten Projectgegevens Opdr. gvr.: Van der Steeg Ontwikkelen & Bouwen Betreft: Vleermuisonderzoek Project: 20BPA02 vleermuisonderzoek Dronten Locatie: Esdoornlaan - Boslaan, Dronten Opgest.: K. Wegerif Uitvoering: Ruimte voor Advies BV Contact: mossink@ruimtevooradvies.nl, 0683222610 Datum: 27-10-2020

1 Aanleiding en doel Onderhavige rapportage beschrijft de resultaten van vleermuisonderzoek uitgevoerd op de locatie Esdoornlaan - Boslaan te Dronten. De onderzoekslocatie betreft een terrein met een oppervlakte van ca. 4500 m2 gelegen tussen de Esdoornlaan en Boslaan, buurtschap Ketelhaven te Dronten. Op het terrein staat een forse schuur die in het verleden als werkschuur voor agrarische bedrijvigheid in de omgeving dienst deed. De schuur verkeert in slechte staat door vandalisme en gebrek aan onderhoud. Op het centrale deel van het terrein is een dikke laag slootmaaisel gestort. Langs de westrand van het terrein ligt een met klinkers verhard pad dat toegang geeft tot de achtertuinen van woningen aan de Esdoornlaan. Langs de overige perceelranden staan houtsingels met enkele grote zomereiken, esdoorns en essen. Andere boomsoorten zijn onder andere els en berk. Het terrein heeft een grotendeels verruigd karakter met veel houtige opslag en in het oostelijk en zuidelijk deel klimop als bodembedekker. De iniatiefnemer heeft het voornemen om op de locatie vijf vrijstaande woningen te realiseren. Om de woningen te ontwikkelen is het noodzakelijk om de bestaande werkschuur te slopen, bomen te kappen en mogelijk worden er greppels en/of watergangen gedempt.

Uit de quickscan bleek dat de het pand geschikt is als vaste rust- en verblijfplaats voor diverse soorten gebouwbewonende vleermuizen, zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Doordat het pand geschikt is als verblijfplaats kunnen de geplande werkzaamheden leiden tot aantasting of vernieling van beschermde soorten/verblijfplaatsen van vleermuizen. Daarnaast staat er op het terrein een esdoorn waarvan de schors over een groot deel van de hoogte is gespleten. Ook staat in het zijdelijke deel van het terrein een stam met specht- en rottingsgaten. De scheur en holtes in de bomen kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen. Deze kunnen dienen als zomer- en paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis, watervleermuis en gewone grootoorvleermuis. De kap van deze bomen kan leiden tot het verstoren en vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen.

Om vast te stellen of vleermuizen daadwerkelijk gebruik maken van het pand en de bomen als verblijfplaats is gericht onderzoek uitgevoerd naar vaste rust- en verblijfplaatsen conform de richtlijnen van het Vleermuisprotocol 2017 (opgesteld door o.a. Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging). Dat wil zeggen vijf gerichte, nachtelijke veldbezoeken in geschikte periodes (15 mei -15 juli en 15 augustus- 30 september) en bij gunstige weersomstandigheden om aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen te onderzoeken.

Hieronder volgt een beschrijving van de werkwijze, gevolgd door resultaten en advies.

[1]

27 oktober 2020

2 1

3

Afb. 1.1: Luchtfoto van de onderzoekslocatie aan de Wildforstlaan 2 te Epe (rood kader) . Bron: GoogleMaps Afb. 1.1: Luchtfoto onderzoekslocatie (rood kader) tussen de Esdoornlaan en Boslaan met de te slopen werkschuur (1, wit kader), de te kappen stam met holtes (2) en de te kappen esdoorn met scheur (3). Bron: Aerodata Surveys International, GoogleMaps2020

Ketelhaven

Afbeelding:

Epe

Dronten

Afb. 1.2: Globale ligging onderzoeksgebied (rode cirkel) ten opzichte van Dronten en Ketelhaven. Bron: Aerodata Surveys International, GoogleMaps2020

[2]

27 oktober 2020

2 Methode 2.1

Vleermuisonderzoek

Op de onderzoekslocatie zijn vijf gerichte vleermuisinventarisaties uitgevoerd (zie tabel 2.1). Voor het onderzoek zijn de richtlijnen van het meest recente Vleermuisprotocol (versie 2017) gevolgd. De inventarisaties zijn uitgevoerd door R. Harleman, natuur- en landschapsdeskundige en J. Mossink, ecoloog en tevens beide vleermuisdeskundigen van bureau Ruimte voor Advies. Voor het vleermuisonderzoek is gebruik gemaakt van een zogenaamde batdetector met opnamefunctie (Batlogger M, & Echometer Touch 2 Pro met opname functie), verrekijker en zichtwaarnemingen. Tabel 2.1 Overzicht inventarisatiemomenten vleermuizen Esdoorn - Boslaan te Ketelhaven

Datum

Periode-Temp-Weer

Doel inventarisatie

27 mei 2020 04 jun 2020 08 jul 2020 20 aug 2020 15 sep 2020

21.45-00.45, 17-14°C, helder, N 3 02.20-05.23, 12°C, bewolkt, NW 2 21.57-00.00, 12°C, bewolkt, Z 1 23.08-01.10, 17°C, bewolkt, ZW 2 22.55-01.02, 10°C, helder, NO 3

Vleermuis zomer-/kraamverblijf Vleermuis zomer-/kraamverblijf Vleermuis zomer-/kraamverblijf Vleermuis paarverblijfplaats Vleermuis paarverblijfplaats

3 Resultaten inventarisaties 3.1

Verblijfplaatsen vleermuizen

Tijdens het veldbezoek zijn de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger waargenomen binnen het plangebied waargenomen. Rosse vleermuis en watervleermuis werden in de omgeving gedetecteerd. Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen vastgesteld in de te slopen werkschuur of de bomen. Er zijn tijdens de veldbezoeken geen in- en uitvliegende vleermuizen waargenomen. Rondom de schuur en de bomen is geen baltsgedrag waargenomen van vleermuizen. De voorgenomen activiteit leiden derhalve niet tot aantasting van beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. De te slopen werkschuur is het enige gebouw op het perceel. In de omgeving van het plangebied staan wel vele woningen met pannendaken, toegankelijke spouwmuren en andere structuren die geschikt zijn al verblijfplaats voor vleermuizen. De binnenruimte van het pand is via een grote opening in de oostgevel toegankelijk voor vleermuizen. Aan de binnenkant zijn potentiële verblijfplaatsen aanwezig op plekken waar het dakbeschot beschadigd is. Aan de buitenkant zijn aan de kopse kanten openingen tussen de overhangende eindpannen en gevels aanwezig die vleermuizen toegang tot de ruimte tussen pannen en dakbeschot kunnen geven. Tijdens het onderzoek zijn de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis in of rond het plangebied waargenomen.

De gewone dwergvleermuis werd tijdens alle inventarisaties waargenomen. Tijdens de avondrondes werden de eerste exemplaren tussen 1030 minuten na zonsondergang gedetecteerd. Dit duidt op verblijfplaatsen in de nabije omgeving. Verblijfplaatsen in het gebouw werden echter niet vastgesteld. Ook tijdens de ochtendrondes werd tot relatief kort voor zonsopkomst boven het plangebied gefoerageerd maar deze dieren verdwenen in verschillende richtingen uit het plangebied. Er werden geen verblijfplaatsen in de schuur aangetroffen maar er werd wel regelmatig door maximaal één exemplaar tergelijk gefoerageerd in de schuur. Op 20 augustus werden op meerdere locaties baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen rondom de huizen aan de Boslaan ten oosten van het plangebied, ten zuiden van de Boslaan, ongeveer 100 meter ten noorden van het plangbied nabij de toegang tot het park en

[3]

27 oktober 2020

op enige afstand ten zuidwesten van het plangebied. De laatvlieger werd waargenomen tijdens de voorjaarsinventarisaties op 27 mei, 4 juni en 8 juli. De laatvlieger verscheen tijdens de avondbezoeken telkens ruim na zonsondergang (tussen 45-65 minuten na) en foerageerde vooral boven het noordelijke deel van het plangebied en de aangrenzende tuinen. De vliegrichtingen en tijdstippen waarop de soort werd waargenomen duiden op waarschijnlijke verblijfplaatsen in bebouwing ten zuidwesten van het plangebied. Dit is echter niet met zekerheid vast te stellen aan de hand van het onderzoek. Een verblijfplaats in de te slopen schuur is wél uitgesloten. Laatvliegers zijn bij het uitvliegen (en soms ervoor) namelijk duidelijk te horen waardoor dit zeker was opgemerkt tijdens het onderzoek. De ruige dwergvleermuis werd, op 8 juli na, tijdens alle inventarisaties waargenomen. De ruige dwergvleermuis werd voornamelijk foeragerend langs de bosrand langs de Boslaan waargenomen. De eerste waarnemingen van ruige dwergvleermuizen werden ruim na zonsondergang opgedaan. Tijdens de inventarisaties op 20 augustus en 15 september werden baltsende ruige dwergvleermuizen vastgesteld buiten het plangebied. De soort baltste vanaf de woning aan de Boslaan 123 en Boslaan 70. Rosse vleermuis is in Nederland een boombewonende soort. Verblijfplaatsen in de woning zijn dan ook uitgesloten.

De rosse vleermuis werd hoog boven het plangebied overvliegend en in de omgeving foeragerend waargenomen tijdens alle inventarisaties. Op 17 september werd de soort foeragerend waargenomen boven de watergang en het bosgebied ten westen van het plangebied. Aansluitend aan de inventarisatie op 8 juli werden enkele passerende watervleermuizen waargenomen boven de vaart ten westen van de Esdoornlaan. Binnen het plangebied werden geen watervleermuizen aangetroffen. Conclusie De te slopen bebouwing wordt niet gebruikt als vaste rust- en verblijfplaats. Ook de kapwerkzaamheden leiden niet tot verstoring/vernielen van beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen. 3.2

Essentieel foerageergebied en vaste vliegroutes vleermuizen

In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geen waarnemingen van vleermuizen bekend in, en rondom het plangebied. De dichtstbijzijnde waarnemingen zijn op 800 meter afstand ten oosten van het plangebied. Aan de oostezijde van de Ketelweg zijn de gewone dewergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen. Tijdens de veldbezoeken zijn vier soorten vleermuizen waargenomen, namelijk de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis, de laatvlieger en de rosse vleermuis. De meest waargenomen soort is de gewone dwergvleermuis. De soort werd verspreid over het plangebied foeragerend waargenomen. Ook werd de laatvlieger veel waargenomen rondom het plangebied, de soort wel ook verspreidend over en rondom het plangebied foeragerend en overvliegend waargenomen. De ruige dwergvleermuis werd diverse keren foeragerend waargenomen in zowel het zuidoostelijk als noordwestelijk deel van het onderzoeksgebied. De vleermuizen foerageerden het meest rondom de bomen langs de Boslaan. De rosse vleermuis werd gedetecteerd in westelijke richting, mogelijk foeragerend boven de watergang of houtopstand ten westen van de vaart. Binnen het plangebied werden geen rosse vleermuizen waargenomen. Als foerageergebied is het plangebied op voorhand niet van groot belang, zoals ook in de quickscan vermeld.

Het betreft een relatief beperkt oppervlak en in de directe omgeving van het plangebied zijn volop alternatieve voorhanden. Ketelhaven is rijk aan opgaande groenstructuren, bosranden en er zijn diverse watergangen in de omgeving. Een duidelijke vliegroute van vleermuizen werd niet vastgesteld. Er wordt weliswaar veel

[4]

27 oktober 2020

gefoerageerd in de omgeving door diverse soorten maar de vliegbewegingen zijn verspreid in zowel richting als tijd. Wel dient tijdens de werkzaamheden en bij de nieuwe inrichting rekening te worden gehouden met lichtverstoring. Lichtverstoring van foeragerende of overvliegende vleermuizen dient naar redelijkheid te worden voorkomen volgens de algemene zorgplicht, Wet natuurbescherming, Artikel 1.11. Dit geldt zowel voor de realisatiefase als de gebruiksfase en heeft met name betrekking op uitstraling van licht buiten de begrenzing van het plangebied. Lichtverstoring kan beperkt worden door bijvoorbeeld spaarzaam te zijn met verlichtingsbronnen, uitstraling richting de buitengrenzen van het plangebied te voorkomen, verlichtingshoogte te beperken tot maximaal 3 meter, amberkleurige verlichting toe te passen en/of te werken buiten de actieve periode van vleermuizen. Lichtverstoring van vleermuizen treedt alleen op in de schemering en nachtelijke uren in de actieve periode van vleermuizen (globaal april -november). Is het werken in de avond- en vroege morgenuren onvermijdelijk, dan zijn maatregelen met betrekking tot verlichting vereist. In de periode december -maart zijn vleermuizen normaal gesproken niet actief en zijn deze maatregelen niet nodig. Conclusie Het plangebied wordt gebruikt als niet-essentieel foerageergebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/987/documents/1541