CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

44a4f779-573b-489f-b66b-52136cac6ca2.pdf

Raadsvergadering 30 november 2023, gemeente DrontenBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Hanzekwartier Spoorzone (2042)20.709 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Dronten - Hanzekwartier Spoorzone (2042) Dronten

DATUM IMRO IDN

NL.IMRO.0303.2042-VA01

PROJECT PROJECTLEIDER

Bestemmingsplan T. de Jong

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Dronten 20201933

AUTEUR STATUS

M. van Putten vastgesteld

Inhoudsopgave Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Begrenzing plangebied

7

1.3

Planologische regeling

8

1.4

Leeswijzer

10

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Beschrijving gebiedsontwikkeling

13

2.3

Nieuwe situatie

16

Hoofdstuk 3

Beleidskader

17

3.1

Rijksbeleid

17

3.2

Provinciaal beleid

18

3.3

Gemeentelijk beleid

22

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

25

4.1

Ecologie

25

4.2

Archeologie

26

4.3

Water

26

4.4

Cultuurhistorie

31

4.5

Milieuzonering

31

4.6

Bodem

33

4.7

Geluid

34

4.8

Luchtkwaliteit

35

4.9

Externe veiligheid

36

4.10

Kabels en leidingen

37

4.11

Trillingen

37

4.12

Verkeer en parkeren

39

4.13

Vormvrije mer-beoordeling

40

Juridische regeling

42

5.1

Algemeen

42

5.2

Toelichting op de regels

42

Hoofdstuk 5

3/748

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

43

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43

6.2

Economische uitvoerbaarheid

43

Bijlagen toelichting

45

Bijlage 1

Structuurvisie Hanzekwartier Dronten

47

Bijlage 2

Stikstofonderzoek

149

Bijlage 3

Archeologisch onderzoek

167

Bijlage 4

Waterhuishoudingsplan Het Hanzekwartier

189

Bijlage 5

Watertoets

253

Bijlage 6

Geuronderzoek RWZI Dronten

261

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek AWZI Dronten

387

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek rail- en wegverkeerslawaai

437

Bijlage 9

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

495

Bijlage 10

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek

513

Bijlage 11

Verslag inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan

705

Regels Hoofdstuk 1

711 Inleidende regels

712

Artikel 1

Begrippen

712

Artikel 2

Wijze van meten

718

Bestemmingsregels

719

Artikel 3

Verkeer - Fietsenstalling

719

Artikel 4

Woongebied

720

Hoofdstuk 3

Algemene regels

723

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

723

Artikel 6

Algemene bouwregels

724

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

725

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

726

Artikel 9

Overige regels

727

Overgangs- en slotregels

728

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

4/748

Artikel 10

Overgangsrecht

728

Artikel 11

Slotregel

729

Bijlagen regels

731

Bijlage 1

Bedrijvenlijst

733

Bijlage 2

Staat van Horeca-activiteiten 1

745

Verbeelding

5/748

747

Toelichting

6/748

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Dronten (hierna initiatiefnemer) is actief aan het werk om het Hanzekwartier gefaseerd te herontwikkelen van een bedrijventerrein tot een dynamisch woongebied. Hiervoor is in 2015 een bestemmingsplan vastgesteld waarmee de gewenste ontwikkeling planologisch mogelijk werd gemaakt. De eerste deelgebieden zijn inmiddels tot ontwikkeling gekomen. De Spoorzone is één van de deelgebieden in het Hanzekwartier waar de gemeente de komende jaren woningbouw mogelijk wil maken. Het stedenbouwkundige plan voor het Hanzekwartier voorzag in 2015 voor de Spoorzone de ontwikkeling van vrijstaande, twee-aan-een of gestapelde woningen. Woningbouw is dus al mogelijk. Deze woningtypen komen echter niet goed overeen met de actuele woningbehoefte binnen de gemeente Dronten, waarbij vooral aandacht is voor betaalbare huuren koopwoningen. Het voornemen is om in het plangebied Spoorzone meer verschillende woningtypen mogelijk te maken, waaronder rijwoningen. De gewenste ontwikkeling bestaat ter plaatse uit maximaal 120 woningen. Daarnaast wordt de voorgenomen ontwikkeling aangegrepen om een uitbreiding van de fietsenstalling bij het station mogelijk te maken. De voorgenomen herontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.

Het voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden. Het eerste (grote) deelgebied is gelegen tussen de Ottodreef, de spoorlijn Lelystad - Zwolle en de Lage Vaart. Het tweede (kleine) deelgebied is gelegen direct naast het station tussen de spoorlijn, De Noord, en de Energieweg. De ligging van het plangebied in Dronten en de directe omgeving is indicatief weergeven in afbeelding 1.1. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de planverbeelding.

7/748

Ligging van het plangebied in de kern Dronten en ten opzichte van de Afbeelding 1.1 directe omgeving (bron: www.pdok.nl)

1.3

Planologische regeling

1.3.1 Beschrijving bestemmingen Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Hanzekwartier (2040)', dat op 25 juni 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad van Dronten. De gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemmingen 'Gemengd - 1' voor het oostelijke gedeelte van het plangebied en 'Gemengd - 2' en 'Groen' voor het westelijke gedeelte van het plangebied. Binnen de bestemming 'Gemengd - 2' is een bouwvlak opgenomen waar woningbouw mogelijk is. Binnen de bestemming 'Gemengd - 1' is in het plangebied geen bouwvlak opgenomen waar gebouwen en/of overkappingen mogelijk zijn is en is de 'specifieke bouwaanduiding fietsenstalling' opgenomen. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het huidige bestemmingsplan met daarop in rode omlijning het plangebied.

8/748

Uitsnede huidige bestemming 'Hanzekwartier (2040)' met daarop in Afbeelding 1.2 het rood het plangebied weergeven (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor groen-, speel- en parkeervoorzieningen. Waarbij op of in deze gronden geen gebouwen mogen worden gebouwd. Gemengd - 1 De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, detailhandel, polikliniek, dienstverlening en bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2, kantoren, horeca tot en met categorie 2 van de van de in Bijlage 2 opgenomen Staat van Horeca-activiteiten 1, een hotel en ondergronds parkeren. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor een onderdoorgang, ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' en een fietsenstalling, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - fietsenstalling'. Binnen de bestemming mogen gebouwen en overkappingen uitsluitend in een bouwvlak worden gebouwd. Gemengd - 2 De voor 'Gemengd -2' aangewezen gronden zijn bestemd voor gebouwen ten behoeve van woondoeleinden, al

9/748

dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep en bijbehorende bouwwerken bij woningen. Binnen de bestemming mogen als hoofdgebouw uitsluitend woningen worden gebouwd die binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend vrijstaand, twee-aaneen of gestapeld worden gebouwd. 1.3.2 Strijdigheid Op grond van het geldende bestemmingsplan is woningbouw al mogelijk gemaakt. Het is alleen niet toegestaan om de gewenste variatie aan woontypen, zoals rijwoningen, binnen de bestemming 'Gemengd - 2' te realiseren en/of in de bestemming 'Groen' woningen te bouwen. Fietsenstallingen zijn buiten de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - fietsenstalling' niet mogelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een adequaat juridisch-planologisch kader voor de voorgenomen ontwikkeling en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Tenslotte wordt in hoofdstuk 5 de juridische regeling van het bestemmingsplan uitgelegd.

10/748

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

2.1.1 Hanzelijn In 2001 is het besluit genomen tot de aanleg van de Hanzelijn. De Hanzelijn verbindt Lelystad via Dronten en Kampen met Zwolle. De treinverbinding is eind 2012 in gebruik genomen. Al tijdens het ontwerp van Dronten in de jaren '60 is rekening gehouden met de aanleg van de spoorlijn. Ten noorden van het centrum, dwars over het bedrijventerrein, werd een zone van ongeveer 180 meter gereserveerd voor de spoorlijn. Deze zone was ook gereserveerd voor een snelweg. In deze zone is de spoorlijn aangelegd met het station op het kruispunt met De Noord. Door de komst van de Hanzelijn wordt Dronten niet alleen beter aangesloten op het OV-netwerk, ook de structuur van Dronten krijgt hierdoor een gewijzigd karakter. Door de komst van het station ligt de harde grens van het centrumgebied niet langer bij het Gangboord maar ontstaat een overgangsgebied tussen het nieuwe station en het centrum.

11/748

Luchtfoto omgeving met daarop in een rode omlijning indicatief het Afbeelding 2.1 plangebied weergegeven (Bron: pdok) 2.1.2 Ruimtelijke structuur De ruimtelijke structuur van Dronten is ingekaderd door infrastructuur (N307, N305 en N309) en de Lage Vaart als doorgaande watergang. De noordelijke rand van Dronten kenmerkt zich voornamelijk door industrie en bedrijventerreinen. De woongebieden liggen meer zuidelijk. Ten westen van de Lage Vaart liggen de woongebieden De Gilden en De Munten. Het plangebied omvat een gedeelte van het Noordelijke deel van het voormalige bedrijventerrein. Dit deel ligt dichtbij de spoorlijn en het station Dronten. Het terrein ligt momenteel braak en de houtopstanden zijn gekapt.

12/748

2.1.3 Ontsluiting In Dronten ligt een doorgaande weg tussen de oost- en de westzijde van de Lage Vaart in de vorm van de Ottodreef/Energieweg aan de noordzijde van de gebiedsontwikkeling. Haaks hierop ligt in noord-zuidrichting de doorgaande verbinding De Noord/De Oeverloper/Gangboord. De Noord vormt hiermee een belangrijke doorgaande verbinding ten oosten van het plangebied. Deze doorgaande wegen behouden een maximum snelheid van 50 km/uur. Het plangebied wordt momenteel vanuit het zuiden ontsloten door de Ottodreef/Energieweg die door het plangebied loopt en aansluit op de weg De Noord. De weg De Noord is ten behoeve van de ontwikkeling verlegd om de nieuwe situatie mogelijk te maken. 2.1.4 Groen en water De kernkwaliteiten van Dronten worden omschreven als rust, ruimte en groen. Dit groen heeft zijn vorm gekregen in de jaren '60 van de vorige eeuw waarbij groen met maat en allure het uitgangspunt was. Door de jaren heen heeft er een verdichting in Dronten plaatsgevonden ten koste van het groen. Ondanks deze verdichting is de huidige groene identiteit vooral te danken aan de oorspronkelijke ruim opgezette structuren. De rust en ruimte die wordt ervaren in het groen komt tot stand door de maat en schaal, materialisering en eenvoud van de inrichting van deze groenstructuur. In het plangebied zelf zijn momenteel houtopstanden en een tijdelijk grondopslag aanwezig.

Naast het groen dat zich voornamelijk aan/nabij de zuidrand van het plangebied bevindt wordt het plangebied gekenmerkt door de ligging aan het water van de Lage Vaart.

2.2

Beschrijving gebiedsontwikkeling

De beoogde gebiedsontwikkeling is gebaseerd op de structuurvisie Hanzekwartier Dronten (zie bijlage 1). De ontwikkeling van de structuurvisie Hanzekwartier Dronten kent een lange voorgeschiedenis. De aanleiding van het herstructureringstraject is het besluit van het Rijk in 2001 tot de aanleg van een spoorverbinding tussen Lelystad en Zwolle met een station in Dronten. De treinverbinding is eind 2012 in gebruik genomen. Vanuit de structuurvisie Hanzekwartier Dronten is een voorbeeldverkaveling op basis van de uitgangspunten uitgewerkt. De voorbeeldverkaveling (zie afbeelding 2.2) laat een mogelijke uitwerking van het Hanzekwartier zien. In deze voorbeeldverkaveling zijn de uitgangspunten van de visie verwerkt. Dit is echter niet de enige manier waarop de visie kan worden uitgewerkt. Er zijn diverse uitwerkingen mogelijk, mits de uitgangspunten, zoals deze zijn verbeeld in de abstracte basisstructuurkaarten worden aangehouden.

13/748

Afbeelding 2.2 Voorbeeldverkaveling Hanzekwartier met daarin met een rood kader indicatief het huidig plangebied weergegeven (bron: structuurvisie Hanzekwartier Dronten) Voor de beschrijving van de totale gebiedsontwikkeling voor het Hanzekwartier op basis van deze voorbeelduitwerking wordt hier kortheidshalve verwezen naar het vastgestelde bestemmingsplan 'Hanzekwartier (2040)'. Het plangebied is momenteel onbebouwd en door het plangebied loopt de weg de Ottodreef (voorheen Spoordreef). In het plangebied waren daarnaast houtopstanden aanwezig welke ter voorbereiding op de ontwikkeling zijn gekapt. Momenteel is het een tijdelijk gronddepot. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de spoorlijn van Lelystad naar Zwolle. Aan de oostkant bevindt zich het Koning Willem Alexanderplein bij het station van Dronten. Aan de zuidzijde bevindt zich een industrieterrein dat in de nabije toekomst ook getransformeerd wordt naar een woongebied. De westzijde wordt begrensd door de Lage Vaart. De huidige situatie van het plangebied is weergegeven in afbeelding 2.3.

14/748

Afbeelding 2.3 Aanzichten op de huidige situatie in het plangebied vanaf de Energieweg en Spoordreef (bron: Google Streetview) In het voorgenomen plan zijn de basisstructuren uit de structuurvisie Hanzekwartier als uitgangspunt genomen. Op basis van voortschrijdend inzicht en veranderende marktomstandigheden is de verkaveling in het concept-bouwplan en de verkeersstructuur aangepast ten opzichte van de voorbeeldverkaveling uit de structuurvisie. In paragraaf 2.3 wordt nader ingegaan op de gewenste toekomstige situatie.

15/748

2.3

Nieuwe situatie

Met de voorgenomen ontwikkeling ontstaat de mogelijkheden om verschillende woningtypen, waaronder rijwoningen, binnen het plangebied toe te laten en het gebied waar woningbouw mogelijk is te vergroten. In het verleden lag er nog een geurcirkel van de rioolwaterzuivering over het gebied. Na een aantal maatregelen is die cirkel kleiner geworden waardoor er ook woningbouw in noordelijke richting mogelijk is. Het maximaal aantal woningen in het plangebied zal in de nieuwe situatie 120 woningen bedragen. Binnen het plangebied komt een mix van koop- en huurwoningen, omgeven door een groene structuur. Hierbij zal worden aangesloten op de geldende parkeernormen. Daarnaast is de wens om de fietsenstalling bij het station te vergroten en tweemaal zo groot te maken. De ontwikkeling van het woningbouwplan is nog gaande. In afbeelding 2.4. is een eerste indruk van de mogelijke stedenbouwkundige opzet hiervoor weergegeven, als uitwerking van de structuurvisie Hanzekwartier. In de vormgeving van het voorliggend bestemmingsplan wordt voldoende ruimte gelaten om ontwikkeling flexibel in opzet en gefaseerd in tijd mogelijk te maken.

Afbeelding 2.4: mogelijke stedenbouwkundige opzet Spoorzone

16/748

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Sinds juni 2021 is Dronten als deel van de regio Zwolle aangewezen als NOVI-gebied. De aanwijzing hiervan heeft tot doel om de regio te ontwikkelen tot een klimaatrobuuste en economisch vitale regio met een blijvend aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven.

Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Momenteel wordt voor Noord-Nederland gewerkt aan een omgevingsagenda. Als voorloper is er gewerkt aan een Contour Omgevingsagenda waarin acht omgevingsopgaven zijn benoemd: 1. Druk op de ruimte in het landelijk gebied vraagt om gezamenlijke keuzes; 2. Benutten van de brede effecten van de energietransitie; 3. Economisch perspectief ten aanzien van kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw; 4. Toekomstgerichte bereikbaarheid van Noord-Nederland; 5. Versterken Stedelijk Netwerk Noord-Nederland; 6. Toekomstkracht voor gebieden met bevolkingsdaling en sociaaleconomische achterstand; 7. Water als verbindende schakel in klimaatadaptieve maatregelen;

17/748

8. Waarborgen van de omgevingskwaliteit. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Gemeente Dronten heeft hierin een speciale status gekregen als onderdeel van het NOVI-gebied regio Zwolle. Het bevorderen van de woningbouw in deze regio is hierin een belangrijk doel. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Het artikel is op 12 mei 2017 gewijzigd. Deze wijziging is op 1 juli 2017 in werking getreden. Voor dit project wordt getoetst aan deze nieuwe regeling, die inhoudt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat.

Indien het project die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er ook gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied. Binnen de huidige planologische mogelijkheden van het plangebied is het in theorie al mogelijk om binnen het bestaande bouwvlak de woningen te realiseren. Deze herstructurering vindt plaats in bestaand stedelijk gebied en sluit aan op het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het aantal woningen wat in het plangebied gerealiseerd wordt is 120 woningen. In het woningbouwprogramma van Dronten is dit aantal woningen geborgd. De ontwikkeling betreft dan ook een inbreidingslocatie waardoor per saldo geen sprake is van nieuwe ruimtebeslag. Er wordt dus voldaan aan de wetgeving betreffende de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie FlevolandStraks De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: a. Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), b. Krachtige Samenleving (sociaaleconomische omgeving), c. Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven:

18/748

Duurzame Energie Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken. 3.2.2 Omgevingsprogramma Provincie Flevoland en Omgevingsverordening Provincie Flevoland Algemeen Na verwachting treed in 2022 de Omgevingswet in werking. Op dat moment moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, een of meer programma's en een Omgevingsverordening. Het op 27 februari 2019 door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland vastgestelde Omgevingsprogramma Flevoland vindt haar grondslag dan ook in de Omgevingswet. Daarnaast is de grondslag te vinden in diverse vigerende wetten, zoals de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen.

Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak. In voorliggend geval is met name hoofdstuk 1 'Ruimte' van het Omgevingsprogramma van belang. Ruimte (Omgevingsprogramma) Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor). De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio's onvoldoende ruimte is.

De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling. Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid. Stedelijk gebied Het plangebied, gele cirkel, maakt binnen het thema 'Ruimte' onderdeel uit van het 'stedelijk gebied' zoals

19/748

hieronder te zien is in afbeelding 3.1.

Ligging projectgebied binnen de kaart 'Ruimte' (Bron: Afbeelding 3.1 Omgevingsprogramma provincie Flevoland) Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten.

Het provinciale bundelingsbeleid is gebaseerd op enkele principes waarvan onderstaande in voorliggend geval het meest van belang zijn: De specifieke ruimtelijke kwaliteiten van steden en dorpen worden benut door de kwaliteit van deze kenmerken te behouden en te versterken; Stedelijke uitbreiding moet aansluiten bij bestaande ruimtelijke structuren, zodat de vitaliteit van de kernen wordt ondersteund; Nieuwe solitaire clusters van bebouwing buiten de op de kaart Stedelijk gebied aangegeven stedelijke gebieden worden in principe uitgesloten; Infrastructuur wordt zo gebundeld dat versnippering van ruimtelijke eenheden wordt voorkomen en er geen omvangrijke barrières in stedelijke en ecologisch waardevolle gebieden ontstaan; De omvang van nieuwe ruimte voor wonen, werken en voorzieningen moet in verhouding staan tot de grootte van de kern en de positie ervan in de stedelijke en groen-blauwe hoofdstructuur; Permanente bewoning van recreatiewoningen in het buitengebied wordt uitgesloten. Van de gemeenten wordt verwacht dat zij het provinciale bundelingsbeleid vertalen in lokaal beleid en in

20/748

concrete (ruimtelijke) plannen. Plannen voor uitbreiding worden uitgewerkt in samenhang met herstructurering van het bestaande bebouwd gebied. Verstedelijking (wonen) De bevolkingsontwikkeling is sturend voor de groeiscenario's voor Flevoland. Het in balans houden van uitbreiding en herstructurering vormt de basis voor een kwaliteitsslag voor het gehele bebouwde gebied. Een goede woonkwaliteit voor iedereen is het uitgangspunt. Naast de woning is daarbij ook de woonomgeving belangrijk. Het gaat om kwaliteiten als voorzieningen, groenstructuren, recreatiemogelijkheden, veiligheid en een schone omgeving. In de afgelopen decennia is in Flevoland onvoldoende gedifferentieerd gebouwd. De nadruk lag op ruime eengezinswoningen. Hoewel Flevoland een opvangtaak voor andere delen van Nederland behoudt, komt de woningbehoefte van de huidige inwoners steeds nadrukkelijker op de voorgrond te staan. Hierbij moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van ouderen, alleenstaanden en starters, omdat de bestaande woningvoorraad daar onvoldoende aan tegemoet komt. Daarnaast is er behoefte aan landelijk wonen nabij de stad. Naast de bouw van nieuwe woningen wordt kwaliteitsbehoud van de bestaande woningvoorraad steeds belangrijker. Een deel van het bebouwde gebied is toe aan herstructurering.

Vooral in oudere wijken moeten de bestaande woningvoorraad en de zorginfrastructuur worden aangepast. De combinatie van uitbreidingsopgave en herstructureringsopgave biedt de mogelijkheid om in te spelen op de veranderende, meer gedifferentieerde behoefte aan woningen en andere functies. Via verdergaande verweving op wijk- en buurtniveau ontstaan goede mogelijkheden voor combinaties van wonen en werken. Kernpunten zijn: huisvesting voor kleinere huishoudens; voldoen aan de behoefte aan goedkopere betaalbare (huur-)woningen voor starters, statushouders en andere groepen met een krappe beurs; terugdringing van tekorten aan woonzorgvormen voor mensen met een beperking, ouderen en andere zorgbehoevenden. Voor deze woonzorgvormen is de nabijheid van verschillende voorzieningen gewenst; differentiatie van woonmilieus; menging van wonen, voorzieningen en werken. Onder het huidige bestemmingsplan is de bouw van woningen binnen het plangebied al mogelijk. Het maximum aantal woningen is daarin niet planologisch geborgd. Het plan Spoorzone is een concretisering van de huidige bouwmogelijkheden en een invulling van de structuurvisie Hanzekwartier. Binnen het plan wordt de realisatie van maximaal 120 woningen mogelijk gemaakt, waarbij verschillende doelgroepen kunnen worden bediend en zowel koop- als huurwoningen worden gerealiseerd op een binnenstedelijke locatie.

Het aantal woningen en de wijze van inrichting van het projectgebied worden vanuit ruimtelijke en stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar geacht. Ook de locatie in de buurt van het centrum van Dronten maakt dat de woningen meer geschikt zijn voor ouderen en mensen met een zorgbehoefte. Hiermee wordt aangesloten op de lokale/regionale kwalitatieve en kwantitatieve marktvraag naar een gedifferentieerd woningaanbod. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie FlevolandStraks, het Omgevingsprogramma Provincie Flevoland en de Omgevingsverordening Provincie Flevoland.

21/748

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Dronten 2030 Op 29 november 2012 heeft de gemeenteraad van Dronten de Structuurvisie Dronten 2030 vastgesteld. De structuurvisie schetst het ruimtelijk en economisch perspectief tot aan 2030 en beschrijft de toekomst van de gemeente op het gebied van wonen, recreatie, de agrarische sector, natuur, infrastructuur, economie en het voorzieningenniveau van de kernen. Dronten is de stedelijke hoofdkern van de gemeente. Het is de grootste kern in de gemeente en ook het hoofdvoorzieningencentrum. Naar Dronten komen mensen uit de andere kernen en zelfs van buiten de gemeente voor niet-dagelijkse voorzieningen, voor voortgezet en (agrarisch) hoger onderwijs en voor bovenlokale zorgfuncties. In de structuurvisie is het plangebied aangewezen als bedrijventerrein wat in voorbereiding is om omgezet te worden naar wonen. In de bestaande kern van Dronten liggen kansen om een bijzonder en aantrekkelijk woonmilieu te ontwikkelen: langs het water. De gemeente gaat een gebiedsvisie opstellen voor de zone van de Lage Vaart in Dronten. Daarbij gaat de gemeente niet alleen onderzoeken waar (kleinschalige) woningbouw kan worden gerealiseerd (al dan niet gecombineerd met een zorgfunctie), maar ook hoe de relatie tussen het vernieuwde centrum en het water van de vaart kan worden versterkt.

Met dit bestemmingsplan wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt die aansluit op de structuurvisie en passend is binnen de beleidsuitgangspunten van de structuurvisie Dronten 2030. 3.3.2 Structuurvisie Hanzekwartier Dronten De Structuurvisie Hanzekwartier Dronten is vastgesteld op 26 april 2012. De structuurvisie Hanzekwartier, opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting, is niet opgezet als een stedenbouwkundig eindbeeld en moet daarom niet gelezen worden als een afgerond plan. De tijdsspanne waarover de herontwikkeling plaatsvindt, maakt dat alleen al onmogelijk. Hoe het Hanzekwartier er uiteindelijk precies uit komt te zien hangt af van de invulling en uitwerking in de komende decennia. De structuurvisie Hanzekwartier kan wel gezien worden als een strategie voor het herontwikkelen van dit gebied: een strategie die sturing en flexibiliteit combineert. Met het formuleren van de ambities legt de gemeente als initiërende overheidspartij nu vast welke kwaliteiten zij nastreeft. De structurering van het gebied vormt de onderlegger. Bij de herontwikkeling bouwt iedere fase hierop voort. De structuurvisie vormt als het ware de 'kapstok' waarop de herontwikkelingen worden opgehangen (zie paragraaf 2.3). De kapstok zorgt dat het geheel niet onsamenhangend wordt en dat ruimtelijke deelontwikkelingen meer zijn dan de som der delen.

Sturing vindt verder plaats doordat de gemeente een aantal belangrijke onderdelen zelf ter hand neemt. Daarmee laat de gemeente zien dat zij de herontwikkeling op gang wil brengen. Ook laat de gemeente met deze “eigen” uitvoeringen de kwaliteitsambitie zien die zij nastreeft. Met deze stappen wil de gemeente de markt stimuleren mee te doen en herontwikkelingen te starten.

22/748

3.3.3 Woonvisie Groeien met kwaliteit 2016-2021 In de woonvisie heeft de gemeente Dronten haar prioriteiten voor de periode 2016-2021 vastgelegd. Inzicht in de verwachte ontwikkeling van de bevolking en het aantal huishoudens is nodig om beleid te kunnen ontwikkelen. Daarom is voor Dronten een woningmarktonderzoek uitgevoerd. In het woningmarktonderzoek zijn drie groeiscenario´s doorgerekend. Het scenario autonome groei laat zien hoe de vraag naar woningen toeneemt bij een neutraal migratiesaldo; er wordt dan in feite alleen gebouwd voor de natuurlijke aanwas. Het trendscenario gaat uit van de autonome bevolkingsontwikkeling en het gemiddelde positieve migratiesaldo van de afgelopen tien jaar. De bevolkingsgroei bedraagt in dit scenario de komende vijftien jaar ruim 2.200 personen. In het trendscenario bedraagt de extra woningvraag ruim 2.000 woningen tot 2030. In het trendscenario-plus is de huishoudensgroei groter door extra instroom van vestigers van buiten de gemeente. Het migratieoverschot bedraagt in dit scenario 240 personen per jaar. De bevolking groeit dan met ruim 5.800 personen in de komende vijftien jaar. Hiervoor zijn ruim 3.400 woningen extra nodig.

Dat in het trendscenario-plus relatief minder woningen nodig zijn om de groei te accommoderen (3.400 op 5.800 nieuwe inwoners tegen 2.000 op 2.200 nieuwe inwoners in het trendscenario) heeft ermee te maken dat de geprognosticeerde instroom vooral gezinnen betreft. De gemiddelde woningbezetting van deze huishoudens is groter dan gemiddeld. In de volgende tabel is de bevolkings- en huishoudensprognose voor Dronten in zijn geheel weergegeven. Hieruit blijkt dat er een toenemende vraag naar woningen is. Het gemeentelijk beleid heeft zich in de afgelopen periode gericht op een bevolkings- en huishoudensgroei die het best wordt benaderd door het trendscenario-plus.

Relatie met onderliggend plan Uit woningmarktonderzoek blijkt dat de woningbouwbehoefte in de gemeente Dronten de komende jaren toeneemt. Het voorliggende plan geeft hier met een mix aan woningtypen invulling aan. In het voorjaar van 2023 zal de gemeenteraad van Dronten een besluit nemen over de gewenste woningbouwgroei van Dronten. Voldoende bouwen, bij voorkeur binnen de kern en met voldoende variatie in woningtypen en betaalbaarheid zal daarin de basis vormen. Het voorliggend plan sluit hierop aan.

23/748

3.3.4 Welstandsnota 2013 De gemeente Dronten heeft welstandsbeleid geformuleerd in de Welstandsnota 2013 (geactualiseerd vastgesteld 27 juni 2013). Daarmee wil zij aan burgers duidelijkheid geven over de koers die de gemeente vaart met haar welstandstoezicht. Het belangrijkste onderdeel van de Welstandnota 2013 bestaat uit de welstandscriteria. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in criteria 'op maat' en sneltoetscriteria. In de vernieuwde welstandsnota zijn er geen eensluidende welstandscriteria opgesteld voor de hele gemeente Dronten. De criteria zijn afgestemd op de karakteristieken van een gebied. Het uiteindelijk ontwerp van de woningen zal moeten voldoen aan de criteria die voor het gebied gelden. Speciaal voor het Hanzekwartier Dronten, waar dit plan deel van uitmaakt, is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In het beeldkwaliteitsplan is het plangebied 'deelgebied Hanzedorpen bebouwing' genoemd. De voorgenomen woningbouw ontwikkeling zal hieraan getoetst worden.

24/748

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Ecologie

Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 zijn beide aspecten geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied bevindt zich op een afstand van 5,8 kilometer van het natura2000 gebied 'Ketelmeer & Vossemeer' en op circa 9,5 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied 'Veluwerandmeren'. Stikstofdepositie op natuurgebieden Voor dit project is een stikstofberekening uitgevoerd die opgenomen is in bijlage 2.

Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied ligt niet in het NNN. Gronden die tot de natte ecologische hoofdstructuur behoort en daarmee onderdeel van de NNN ligt wel direct naast het plangebied. Echter gezien het feit dat de ontwikkeling niet plaats vindt in het NNN en de aard en omvang van het voornemen wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN.

Soortenbescherming Ten aanzien van de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort.

25/748

In de huidige situatie is ter plaatse van het plangebied sprake van voornamelijk braakliggend terrein. Zo is het plangebied ingericht als grasland en gronddepot. Overigens wordt benadrukt dat rekening wordt gehouden met de in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming opgenomen zorgplichtbepaling.

4.2

Archeologie

Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. De gemeente Dronten heeft een eigen archeologisch beleidsadvieskaart opgesteld. Op de kaart is per gebied aangegeven bij welke ingrepen archeologisch onderzoek nodig is. Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Dronten ligt het plangebied in een archeologisch waardevol gebied 4. Voor het plangebied is in 2011 door de Steekproef een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen archeologische indicatoren aanwezig zijn.

In verband met het ontbreken van dekzandkoppen met podzolvormen, het ontbreken van overige archeologisch kansrijke locaties en het ontbreken van archeologische indicatoren in de boringen, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding tot het adviseren van beschermende en/of beperkende maatregelen of archeologisch vervolgonderzoek. Het onderzoek is bijgevoegd in bijlage 3. Gelet op de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat geen nader onderzoek noodzakelijk is.

4.3

Water

Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het project op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Wet- en regelgeving en beleid De belangrijkste wet- en regelgeving en beleid op het gebied van water is opgesomd. KRW De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratieen kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht

26/748

worden gebracht met de aanvulling van het grondwater. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren Waterwet De Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Op grond van o.m.

de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het gebiedseigen water wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). Nationaal Waterplan Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022-2027. Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast.

Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. Het programma geeft invulling aan de Europese richtlijnen waaronder KRW, Richtlijn overstromingsrisico’s, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie en de EU-richtlijn Marine Spatial

27/748

Planning. Het programma geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten. Watervisie en waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De Watervisie verbindt waterthema’s en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgt dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater. Voortraject In het voorgaande bestemmingsplan 'Hanzekwartier (2040)' is de normale watertoetsprocedure doorlopen (vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening). In januari 2016 is voor het hele Hanzekwartier in samenspraak met het Waterschap Zuiderzeeland een Waterhuishoudingsplan' (WHHP) opgesteld dat inzicht geeft in het waterhuishoudkundig en riooltechnisch functioneren voor de toekomst (zie bijlage 4).

De uitgangspunten die genoemd worden in dit plan ten aanzien van de verschillende wateraspecten zijn leidend voor de verdere ontwikkeling. Conclusies watertoets Thema Veiligheid Het plangebied ligt niet buitendijks. Daarnaast ligt het niet in een beschermingszone van een andere waterkering. Voor het thema veiligheid zijn voor het plangebied geen uitgangspunten van toepassing. Thema Voldoende Water Dit thema bestaat uit de onderdelen wateroverlast, goed functionerend watersysteem en anticiperen op watertekort. Wateroverlast Streefbeeld: een watersysteem dat voor het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen en voor zowel stedelijk gebied als landelijk gebied op orde is. Bij het verharden van de grond door bebouwing of bestrating wordt hemelwater sneller afgevoerd. Een groot bouwplan dient hierop te anticiperen door voldoende compensatie in het plangebied aan te brengen om piekafvoeren te verwerken. Afwentelen op omliggende gebieden dient daarbij te worden vermeden. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie.

De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013.” Het plangebied ligt in stedelijk gebied en beslaat meer dan 750 m2 verharding. Het percentage minimaal te

28/748

realiseren waterberging is voor dit plangebied 5% van de netto toename aan verharding in de vorm van open water. In het plangebied is voldoende ruimte om aan deze norm te voldoen. Het plan moet nog verder worden uitgewerkt en de locatie waar de berging gaat plaatsvinden is nog niet bepaald. Met behulp van een maatwerkberekening zal bij de realisatie van dit bestemmingsplan door de gemeente Dronten worden aangetoond dat er voldoende compensatie wordt geboden voor maatgevende gebeurtenissen en waar de compensatie wordt aangelegd. Goed functionerend watersysteem Streefbeeld: Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water.

In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. Met het oog op de uiteindelijke overname van het beheer en onderhoud van nieuw (stedelijk) water is het nodig dat het waterschap betrokken wordt bij de uitwerking van een plangebied naar een definitieve ontwerp van het watersysteem. Het waterschap wordt in de uitwerking van dit bestemmingsplan en de civieltechnische samenhang betrokken door de gemeente Dronten. Dit bestemmingsplan is nu nog op hoofdlijnen uitgewerkt. Anticiperen op watertekort Streefbeeld: Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Aanwezige functies binnen het beheergebied worden gefaciliteerd door goed en voldoende water. Afhankelijkheid van externe wateraanvoer is niet wenselijk. Een nieuw watersysteem zal zoveel mogelijk zelfvoorzienend moeten zijn.

Het plangebied is niet afhankelijk van de aanvoer van water en kan zelfvoorzienend worden ingericht. Dit wordt bij de uitwerking van het plan in afstemming met het Waterschap verder vorm gegeven. Thema Schoon Water Dit thema bestaat uit de onderdelen structuurdiversiteit, oppervlaktewaterkwaliteit en omgaan met afvalwater.

29/748

Goede structuurdiversiteit Streefbeeld: goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor aquatische flora en fauna in het beheergebied. Om hieraan invulling te geven stelt het Waterschap randvoorwaarden bij nieuwe ontwikkelingen: - afstromend hemelwater van wegen vanaf 1.000 vervoersbewegingen wordt door het waterschap beschouwd als vervuild. - Indien bovenstaande van toepassing is, is het opnemen van lozingsroute en wijze van voorzuiveren van afstromend hemelwater van de wegen in de planvorming nodig. - Opnemen in planvorming hoeveel parkeerplaatsen er worden gerealiseerd. Hierbij rekening houdend met het beleid van het waterschap dat afstromend hemelwater vanaf 50 parkeerplaatsen beschouwt wordt als vervuild. - Opnemen van lozingsroute en wijze van voorzuiveren van afstromend hemelwater van de parkeerplaatsen in planvorming. Bij de inrichting en dimensionering van een watersysteem wordt rekening gehouden met een ecologisch gezond watersysteem en met de te verwachten waterkwaliteit. Deze doelstellingen worden verder ingevuld bij de uitwerking van het plan en wordt nader invulling gegeven aan de randvoorwaarden van het Waterschap. De locatie en inrichting van de parkeerplaatsen en de wegen is op dit moment nog niet vastgelegd. Het waterschap wordt betrokken bij de verdere planvorming.

Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld: grond- en oppervlaktewater dat leef-, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden biedt voor aquatische flora en fauna. De chemische toestand van wateren vormt geen belemmeringen. Het watersysteem gaat uit van het principe schoon houden, scheiden en zuiveren. Verontreiniging wordt voorkomen of aan de bron aangepakt. Zonder vergunning mogen geen vervuilende of schadelijke stoffen op het oppervlaktewater worden geloosd. Ook kunnen voorwaarden worden gesteld aan lozingen vanaf bouwwerken met schadelijke materialen. Bij de uitvoering van het plan wordt niet voorzien in het gebruik van uitlogende of oxiderende materialen. Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld: het zoveel mogelijk voorkomen van vervuiling van water door menselijk handelen. Voor nieuwe ontwikkelen geldt dat hemelwater ter plaatse wordt geloosd en is een zuiverend gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. Voor het hele Hanzekwartier, waaronder de Spoorzone, is een WHHP opgesteld waarin een gescheiden rioolstelsel wordt voorzien en hemelwater niet meer wordt aangeboden aan de zuiveringsinstallatie. Hieraan kan voldaan worden in de verdere uitwerking. Conclusie watertoets

30/748

De voorliggende ontwikkeling is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Waterschap Zuiderzeeland. Vanwege de specifieke aard van het plan is een nauwere betrokkenheid van het Waterschap noodzakelijk (zie Watertoets bijlage 5). Ook bij het opstellen van het WHHP is het Waterschap nauw betrokken geweest. De aandachtspunten die daar benoemt werden zijn in het stedenbouwkundig ontwerp meegenomen. Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg aan het Waterschap voorgelegd en ook het ontwerpbestemmingsplan wordt voorgelegd. Bij de civieltechnische uitwerking van het plan zullen de aandachtspunten en randvoorwaarden worden verwerkt. Gelet op het vorenstaande en de ruimte binnen het plangebied om water een volwaardige plaats te geven levert het aspect water geen belemmeringen op voor de ontwikkeling.

4.4

Cultuurhistorie

De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Flevoland blijkt dat in het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig zijn. Het aspect cultuurhistorie geeft geen belemmeringen voor de gewenste ontwikkeling.

4.5

Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de bedrijfsvoering en milieu-ruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en (nieuwe) milieugevoelige functies in voldoende mate mee te nemen, wordt in deze rapportage gebruikgemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Voor de richtafstanden wordt onderscheidt gemaakt tussen rustige woongebieden/rustige buitengebieden en gemengde gebieden. In het plangebied kan vanwege de ligging nabij hoofdinfrastructuur en niet-woonfuncties in de omgeving de classificering 'gemengd gebied' worden toegekend waardoor conform de VNG-methodiek één stap terug kan worden gedaan voor het aanhouden van de richtafstanden die horen bij de genoemde categorieën. Voor dit bestemmingsplan geldt dat er geen woningbouwmogelijkheden worden geboden dichter naar de omliggende bedrijven toe.

Voor de milieuzonering geldt dat er in het geldende bestemmingsplan al mogelijkheden zijn voor woningbouw en in dit voorliggend bestemmingsplan niet dichter naar de omliggende bedrijvigheid dan wel binnen de milieuzoneringsafstanden woningen mogelijk worden gemaakt. Een goed woon- en leefklimaat is hiermee al mogelijk.

31/748

Geur Bijzondere aandacht heeft wel de nabijgelegen afvalwaterzuivering (AWZI). Voor de geurbelasting van de AWZI gelden specifieke regels. In de Nederlandse Emissie Richtlijn (NeR) is de 'Bijzondere regeling' G3 (BR G3) voor AWZI's opgenomen. Hierin zijn de volgende immissieconcentraties opgenomen als norm: ter plaatse van aaneengesloten woonbebouwing: 1 ge/m³ als 98-percentiel; ter plaatse van verspreid liggende woonbebouwing: 2 ge/m³ als 98-percentiel. Het waterschap Zuiderzeeland heeft het beheer over de AWZI aan de Installatieweg 4 (De Waterrotonde). Voor deze AWZI geldt een hindercontour van 300 meter voor geur en 200 meter voor geluid. Wat betreft het geluidsaspect zijn er geen knelpunten. Het maximale geluidsniveau van de AWZI op de meest nabij gelegen geluidgevoelige objecten ligt onder de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Dit blijkt uit het Akoestisch onderzoek AWZI Dronten van augustus 2014 (zie bijlage 7). Een nieuwe woonwijk is een geurgevoelig object. Naar de geurcontouren van de AWZI is daarom voor het bestemmingsplan voor het Hanzekwartier uit 2015 al onderzoek gedaan (zie bijlage 6). Dit onderzoek is nog actueel, omdat er sindsdien geen aanpassingen zijn gedaan aan de installaties van de AWZI. Uit het onderzoek blijkt dat bij de meest nabij gelegen woningen op het bedrijventerrein in de huidige situatie de geuremissie lager is dan 1,0 ge/m3 als 98-percentiel.

Nieuwe woningen mogen gerealiseerd worden wanneer de geuremissie maximaal 1 ge/m³ als 98-percentiel bedraagt. Deze 98-percentiel houdt in dat in maximaal 2% van de tijd een concentratie kan worden overgeschreden. Buiten het bedrijventerrein wordt ruim voldaan aan de norm van 0,5 ge/m3 als 98-percentiel. De AWZI voldoet daarmee aan de normen van het Activiteitenbesluit. Andersom is met deze berekening ook aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen buiten het bedrijventerrein kan worden gegarandeerd. De woningbouw die met het voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt valt buiten de geurcontour van de AWZI.

32/748

Figuur 4.1: geurcontour AWZI (bron: geuronderzoek rwzi augustus september 2014, Witteveen+BOS).

Conclusie Het geluid en de geur van de rioolwaterzuiveringsinstallatie vormen geen belemmering voor de ontwikkeling van woningen in de Spoorzone van het Hanzekwartier. Ten aanzien van de milieuzonering voor de omliggende bedrijven gelden er ook geen belemmeringen.

4.6

Bodem

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan en het nemen van een beslissing omtrent een omgevingsvergunningaanvraag dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In het voorgaande bestemmingsplan "Hanzekwartier (2040)" is voor het hele Hanzekwartier, waaronder het gebied "Spoorzone", een bodemonderzoek uitgevoerd. Door middel van een vooronderzoek aangevuld met een

33/748

verkennend bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de locatie vastgelegd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld, dat het grootste gedeelte van de locatie nagenoeg vrij is van verontreinigingen, met uitzondering van licht verhoogde gehalten (groter dan achtergrondwaarde) en licht verhoogde concentraties (groter dan de streefwaarde). De verhoogde gehalten/concentraties van barium en kobalt zijn waarschijnlijk van nature aanwezig. Deze metalen komen als complexgebonden metalen voor in de bodem en zijn niet te relateren aan (voormalige) bedrijfsmatige activiteiten op het terrein. Na vaststelling van het bestemmingsplan Hanzekwartier 2040 zijn er in beperkte mate ontwikkelingen geweest binnen het plangebied Spoorzone. Er zijn bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied beëindigd en de beplanting ter plaatse is gerooid. Een deel van het plangebied is momenteel in gebruik als gronddepot. Bij de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan is geen sprake van een transformatie naar een bodemgevoeliger gebruik, maar wordt variatie in het woningtype mogelijk gemaakt. Om voor de voorgenomen ontwikkeling de huidige stand van de bodem goed in beeld te hebben is in opdracht van de gemeente Dronten een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd in maart 2023. Deze is toegevoegd als bijlage 10.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1017/documents/2333