CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

4239fce9-2516-4bda-87ac-c5062ac3f9ea.pdf

Raadsvergadering 25 november 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 4: Afdoening van ingekomen stukken aan de raad31.217 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

14. Toezicht en handhaving gastoude ropvang Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang in het kader van het intensiveren van toezicht en handhaving van de gastouderopvang stelt het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 6,4 miljoen extra ter beschikking via de algemene uitkering.

15. Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen Met ingang van 1 januari 2022 worden naast meisjes ook jongens in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen het Humaan Papillomavirus (HPV-virus). Daarnaast wordt de vaccinatieleeftijd verlaagd naar 10 jaar. Ten behoeve van deze taakuitbreiding wordt de algemene uitkering vanaf 2022 structureel opgehoogd met € 2,778 miljoen. De middelen zijn toegevoegd aan de eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma.

16. Europese richtlijn energieprestatie gebouwen De algemene uitkering wordt in 2021 met € 1,797 miljoen verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling is op 10 maart 2020 geïmplementeerd en heeft als doel om de ener gie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor het

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

14

documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Informatie over de jaren 2022 en verder volgt in een volgende circulaire. Meer informatie over EPBD III is beschikbaar via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.11

17. Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Gemeenten maken gebruik van de centrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen (BRP). Ten opzichte van de begroting en van de voorlopige staffelindeling is er in 2021 meer gebruik gemaakt van deze voorziening. Gemeenten dragen € 1,965 miljoen bij i n de meerkosten. Daarnaast is er een naheffing voor gemeenten van € 1,299 miljoen voor het gemeentelijk gebruik van de BRP over 2020. De bedragen zijn zoals afgesproken met de VNG in 2021 ten laste gebracht van de algemene uitkering.

18. Logisch ontwerp GBA Op korte termijn treedt het Logisch Ontwerp GBA 3.14 in werking ten behoeve van enkele wijzigingen in de Basisregistratie Personen. In verband met aanpassingen in de systemen en de bijbehorende kosten ontvangen gemeenten voor 2021 in totaal € 0,48 3 miljoen via de algemene uitkering.

19. Beheer persoonskaartenarchief De gemeente Den Haag ontvangt een jaarlijkse bijdrage voor het beheer van het persoonskaartenarchief van geëmigreerden (van voor de invoering van de GBA/BRP) (zie paragraaf 2.2-16 van de meicirculaire 2018). In 2019 is het archief gedigitaliseerd en op basis van de ervaringen in het eerste jaar heeft Den Haag de jaarlijkse kosten die gemaakt worden voor het uitvoeren van de taak opnieuw berekend. De bijdrage wordt op basis daarvan opgehoogd met € 0,050 miljoen per jaar. Daarmee komt het totaalbedrag uit op € 0,070 miljoen per jaar. In de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.2-12) is de ophoging voor 2020 verwerkt. In deze circulaire vindt de verwerking via de algemene uitkering voor 2021 en verder plaats.

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.

11

Ene rgy Performance of Building Directive | RVO.nl | Rijksdienst

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

15

Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering NummerMutatie

Verdeelwijze

1) 2) 3)

uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor

Accres Plafond BTW-compensatiefonds

Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) taakmutaties

4) 5) 6a)

cluster Jeugd Jeugdzorg Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten

maatstaven subcluster jeugdhulp maatstaven subcluster jeugdhulp maatstaven subcluster jeugdhulp

6b) 7)

cluster Maatschappelijke ondersteuning Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz

maatstaven subcluster Wmo2015 maatstaven subcluster Wmo2015

8) 9a) 9b) 10a) 10b) 11) 12)

cluster Inkomen & participatie Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) Aanvullend pakket re-integratie Impuls re-integratie Gemeentelijk schuldenbeleid Bijzondere Bijstand Uitvoering en implementatie Breed offensief Landelijke structuur interventieteams

maatstaven subcluster minimabeleid maatstaven subcluster re-integratie klassiek maatstaven subcluster re-integratie klassiek maatstaven subcluster minimabeleid maatstaven subcluster minimabeleid maatstaven subcluster overig maatstaven subcluster overig

13a)

cluster Cultuur en ontspanning Lokale cultuur

maatstaven subclusters kunst, oudheid en ontspanning

13b) 14)

cluster Samenkracht en burgerparticipatie Buurt- en dorpshuizen Toezicht en handhaving gastouderopvang

maatstaven subcluster overig maatstaven subcluster overig

15)

cluster Volksgezondheid Rijksvaccinatiepgrogramma HPV mannen

maatstaf jongeren

16)

cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Europese richtlijn energieprestatie gebouwen

maatstaf bedrijfsvestigingen

17) 18)

cluster Bestuur en algemene ondersteuning Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Logisch ontwerp GBA

maatstaf inwoners maatstaf inwoners

19)

cluster Overig Beheer persoonskaartenarchief

vast bedrag gemeente Den Haag

2.4

Veranderingen in het verdeelstelsel

Er hebben zich geen veranderingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering ten opzichte van de meicirculaire 2021 voorgedaan.

2.5

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

16

Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2021 12.

De achterliggende berekening van de maatstaf re-integratie klassiek, de maatstaf medicijngebruik en de maatstaven over het gemiddeld gestandaardiseerd inkomen is niet te herleiden uit de betaalspecificaties gemeentefonds die de gemeenten maandelijks ontvangen. Bij deze circulaire vindt de actualisatie van de maatstaven re -integratie klassiek en medicijngebruik plaats. De achterliggende berekening van de maatstaven (uitkeringsjaar 2021) is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op het internet13. In de berekening zijn ook de herindelingen verwerkt die per 1 januari 2021 hebben plaatsgevonden. In de meicirculaire 2021 (paragraaf 2.6) zijn gemeenten geïnformeerd over de achterliggende berekening van de maatstaven over het gemiddeld gestandaardiseerd inkomen.

Begin augustus 2021 zijn actuele gegevens van het C BS ontvangen over twee onderdelen van de maatstaf woonruimten, te weten het aantal uitwonende studenten en het aantal personen in zorginstellingen (onderdeel van het aantal personen in institutionele huish oudens). Deze zijn opgenomen in bijlage 2.5.1 en zullen voor uitkeringsjaar 2020 en 2021 worden toegepast. Het aantal uitwonende studenten blijft voor 2021 een voorlopig cijfer, het aantal personen in zorginstellingen is definitief en wijzigt niet meer.

Bedragen per eenheid De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor is een aantal bedragen per eenheid voor 2021-2026 ten opzichte van de meicirculaire 2021 gewijzigd. Bijlagen 2.1.1, 2.1.2 en 2.1.3 bevatten het overzicht van de bedragen per eenheid 2021 en 2022. In deze tabellen wordt de stand van de meicirculaire 2021 vergeleken met de stand septembercirculaire 2021.

Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berek end door de som van de algemene uitkering, de ozb-maatstaf en de overige uitkeringsonderdelen (circa € 32 miljard) te delen door de uitkeringsbasis (circa € 18 miljard). De – landelijke - uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor bedraagt nu ongeveer 1,6 à 1,9. Zie voor meer toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.6.1 van de meicirculaire 2021.

De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang:

https://www.rijk sove rheid.nl/documenten/rapporten/2013/05/24/toelichting-op-de-berekening-van-deuitk e ringen-uit-het-gemeentefonds 13 https://www.rijk soverheid.nl/onderwe rpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesge m eentefonds 12

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

17

-

de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties;

-

de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen. Bijlage 2.5.2 bevat informatie over de raming van de maatstaven met een groot aandeel in de uitkeringsbasis.

De uitkeringsfactor van 2019 blijft ongewijzigd op 1,538. Ten opzichte van de meicirculaire 2021 daalt de uitkeringsfactor van 2020 van 1,623 naar 1,622. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door de actualisatie van de gegevens over het aantal huishoudens naar (oudere) leeftijdsgroep. De ontwikkeling van de uitkeringsfactor voor 2022 en verder is hieronder onder de verticale toelichting nader toegelicht.

De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2021-2026 is vermeld in tabel 2.5.1.

Tabel 2.5.1 Uitkeringsfactor 2021-2026

Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (x € 1000)

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1,690 18.622

1,754 18.824

1,762 17.989

1,782 18.122

1,820 18.226

1,864 18.349

De uitkeringsfactoren in tabel 2.5.1 zijn in lopende prijzen.14 Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het C PB onderscheidt. Op basis van de Macro Economische Verkenning 2022 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, al s service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het C PB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen.

Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikke ling van de uitkeringsfactoren volgen hieronder twee tabellen. Daarin is de ontwikkeling opgenomen ten opzichte van de meicirculaire 2021 (verticale toelichting) en van het ene naar het andere uitkeringsjaar (horizontale toelichting).

Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand meicirculaire 2021, de verticale toelichting.

De algemene uitkering is via het accre s afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijk suitgaven (accre sre levante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden m et loon- en prijsontwik kelingen. Daarmee is de alge mene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwe l in lopende prijzen. 14

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

18

Tabel 2.5.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2021-2026 ten opzichte van de meicirculaire 2021 2021 2022 2023 2024 2025

2026

stand meicirculaire 2021

1,676

1,704

1,721

1,741

1,774

1,815

mutaties deze circularie algemene mutaties uitkeringsbasis/OZB overig

0,012 0,002 0,000

0,047 0,003 0,000

0,036 0,005 0,000

0,037 0,004 0,000

0,042 0,004 0,000

0,047 0,003 -0,001

uitkeringsfactor stand deze circulaire

1,690

1,754

1,762

1,782

1,820

1,864

De uitkeringsfactoren vallen voor de jaren 2021 – 2026 hoger uit. Deze stijgingen worden voornamelijk veroorzaakt door de algemene mutaties die in deze circulaire zijn verwerkt (de nieuwe accresstanden in 2022-2026, de ruimte onder het plafond BC F in 2021 en het incidenteel schrappen van de oploop van de opschalingskorting in het jaar 2022). Verder stijgen de uitkeringsfactoren ook door aanpassingen in de ramingen van de volumina van de verdeelmaatstaven.

Vooral de ontwikkelingen in het aantal bijstandsontvangers en in de omvang van de OZBmaatstaven hebben een sterke invloed op de uitkeringsfactoren. De nieuwe raming van de OZB maatstaven leidt tot een stijging van de uitkeringsfactor van 1 punt. Op basis van de Marco Economische Verkenning 2022 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers (en uitkeringsontvangers) in deze circulaire geactualiseerd. De nieuwe raming leidt voor alle bijstandsgerelateerde maatstaven tot lagere aantallen, wat zorgt voor een stijging van de uitkeringsfactor van 2 punten in 2021 oplopend tot 6 punten in 2024 en 3 punten in 2026.

Hieronder staat een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand meicirculaire 2021 en stand van deze circulaire.

Bijstandsontvangers

stand meicirculaire 2021 stand deze circulaire

2021

2022

2023

2024

2025

2026

396.312 392.814

401.997 388.547

414.687 392.395

421.054 397.474

422.451 405.840

423.363 413.029

Horizontale ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de uitkeringsfactoren voor de jaren 2021 tot en met 2026 (de horizontale toelichting). In tabel 2.5.3 is te zien dat de accressen (onderdeel van de algemene mutaties) de belangrijkste factor zijn in de ontwikkeling en van de uitkeringsfactoren van jaar op jaar.

Bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis spelen de gewijzigde ramingen v an de OZB-maatstaven, de stijging over de jaren in het aantal bijstandsontvangers en de demografische ontwikkelingen (met name inwoners) de belangrijkste rol.

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

19

In de mutatie van jaar op jaar is tevens de verdeelreserve opgenomen. De verdeelreserve wordt aangehouden voor onvoorziene omstandigheden. Tot slot zijn er nog overige ontwikkelingen in de uitkeringsfactor, hier vallen onder andere de overige uitkeringsonderdelen onder (zoals de herindelingsmaatstaf ), en afrondingsverschillen.

Tabel 2.5.3 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2021-2026 van jaar op jaar

uitkeringsfactor, jaar t verschil ten opzichte van jaar t-1

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1,690

1,754

1,762

1,782

1,820

1,864

0,064

0,008

0,020

0,038

0,044

w aarvan:

- algemene mutaties - verdeelreserve - ontw ikkeling uitkeringsbasis (inclusief OZB) - overige ontw ikkelingen

0,066

0,019

0,032

0,048

0,056

-0,001

-0,001

-0,001

-0,001

-0,001

-0,003

-0,010

-0,012

-0,009

-0,011

0,002

0,000

0,001

0,000

0,000

Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: -

Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.

-

Eveneens een beperkt aantal gemeenten ontvangt een suppletie -uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. In aanvulling op de in de meicirculaire 2021 (paragraaf 2.4.1) toegekende bedragen ontvangt de gemeente Rotterdam een suppletie-uitkering van € 2.814.105.

-

Alle gemeenten hebben daarnaast te maken met de suppletie -uitkering Overheveling IUSD (integratie-uitkering Sociaal domein). Bij de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.4.1) zijn de definitieve bedragen van de suppletie-uitkering voor 2019 en 2020 bekend gemaakt. De suppletie-uitkering voor 2021 is in deze circulaire nagecalculeerd en daarmee eveneens definitief geworden. De definitieve bedragen voor 2021 zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. In de decembercirculaire 2020 is de suppletie-uitkering doorgetrokken naar 2022, in verband met de uitgestelde invoering van de nieuwe verdeling gemeentefonds. Als raming voor 2022 kunnen gemeenten zich baseren op de definitieve stand van de suppletie-uitkering overheveling IUSD 2021.

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

20

3

Decentralisatie- en integratie- uitkeringen

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie - en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten.

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie - en integratie-uitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn dan ook niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie - en integratie-uitkeringen.

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de meicirculaire 2021 over de periode 2021 tot en met 2026. De mutaties hebben betrekking op 2021 en verder en worden onder de tabel toegelicht.

Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie - en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen.

Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2021-2026 (bedragen in duizenden euro's)* 2021 2022 2023 2024 stand meicirculaire 2021 1a) 1b) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8)

IU Beschermd wonen: nacalculatie uitname Wmo IU Beschermd wonen: correctie LPO Gezond in de Stad IU Participatie: no risk polis banenafspraak/beschut werk Regionale Energie Strategieën (RES) Handhaving quarantaine Faciliteitenbesluit opvangcentra Centrale stemopneming Vrouwenopvang stand deze circulaire

2025

2026

5.673.099

5.211.319

5.093.763

5.044.216

4.980.662 4.931.602

-50.000

-149.000 4.017 19.440 -5.313

-149.000 -2.488

-149.000 -2.874

-149.000 -2.229

-149.000 -2272

-8.335

-11.324

-14.601

-17.141

5.080.463

4.933.940

4.881.018

-5.459 3.098 3.000 758 650 -105 5.625.041

4.814.832 4.763.189

*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

21

Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2021-2026 (in duizenden euro's)* Uitkeringsjaar -

2021

2022

2023

2024

2025

2026

IU Participatie IU Beschermd wonen IU Voogdij/18+ Maatschappelijke opvang Vrouwenopvang Cultuurmiddelen Brede aanpak dak- en thuisloosheid Armoedebestrijding kinderen Brede Impuls Combinatiefuncties/buurtsportcoaches Crisisdienstverlening (COVID-19) Vergunningverlening, toezicht en handhaving Voorschoolse voorziening peuters Regionale knelpunten Gezond in de Stad IU Inburgering Extra kosten verkiezingen ivm Covid-19 Jeugd Maatschappelijke begeleiding Bodembescherming Landelijke vreemdelingenvoorzieningen Versterking arbeidsmarktregio's Beeldende kunst en vormgeving Bevolkingsdaling IU Raadsledenvergoeding kleine gemeenten Faciliteitenbesluit opvangcentra Veiligheidshuizen Herorientatie zelfstandigen Aanpak laaggeletterdheid Jeugdhulp aan kinderen in een AZC BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders Koplopergemeenten cliëntondersteuning Aanpak lerarentekort G4 Uitstapprogramma prostituees Versterking omgevingsveiligheidsdiensten Knelpunten verdeelproblematiek Geweld hoort nergens thuis Regionale Energie Strategieën (RES) Jeugd aan zet Handhaving quarantaine Kerkenvisies Erfgoed Deal LHBTI-emancipatiebeleid Versterking lokale werkgelegenheid Groningen Bibliotheekmiddelen Slavernijverleden Centrale stemopneming Regiodeal ZaanIJ Veilige Steden Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren Pilots Roma en Sinti Aanpak discriminatie en bevorderen samenleven Programmabureau

sociaal domein

1.937.603 1.480.899 731.492 395.057 215.455 149.700 123.000 85.000 75.005 48.460 46.700 35.100 25.100 24.042 23.513 22.035 21.700 20.830 16.765 16.400 13.756 13.500 11.245 10.066 8.084 7.699 6.387 5.500 5.100 4.731 4.628 4.000 4.000 3.825 3.780 3.600 3.098 3.090 3.000 2.800 2.610 1.343 1.130 1.000 958 650 400 391 256 239 219 100

1.888.667 1.425.741 745.391 385.057 210.728

1.837.242 1.426.377 745.391 385.057 210.728

1.785.146 1.426.877 745.391 385.057 210.728

1.733.245 1.427.474 745.391 385.057 210.728

1.681.960 1.428.098 745.391 385.057 210.728

85.000 75.005

85.000

85.000

85.000

85.000

46.700 30.000

46.700 30.000

46.700 30.000

46.700 30.000

46.700 30.000

21.144 70.650

71.719

69.652

67.350

66.273

21.700

21.700

21.700

21.700

21.700

14.541 13.500

14.541 13.500

14.541 13.500

13.951 13.500

13.951 13.500

10.066

10.066

10.066

10.066

10.066

7.699

7.699

7.699

7.699

7.699

6.050 5.100 4.731

6.650 5.100 4.731

7.300 5.100 4.731

5.100 4.731

5.100 4.731

3.000 3.825 3.867

3.000 3.825 3.956

3.000 3.825 4.047

3.000

3.000

4.140

4.235

958

958

958

Totaal

5.625.041

5.080.463

4.933.940

4.881.018

4.814.832

4.763.189

1.343

Vindplaats

september 2021, § 3.2-3 september 2021, § 3.2-1 mei 2021, §3.2-6 juni 2020, § 3.1-2 september 2021, § 3.2-7 december 2020, § 3.2-1 december 2020, § 3.2-3 mei 2020, § 3.3.8 december 2019, § 3.2-2 december 2020, § 3.2-2 mei 2017, § 4.2 juni 2020, § 3.1-4 december 2020, § 3.2-5 september 2021, § 3.2-2 mei 2021, §3.2-3 december 2020, § 3.2-4 juni 2012, § 6.9 mei 2021, §3.2-4 mei 2021, §3.2-5 mei 2019, § 3.2-7 mei 2021, § 3.2-18 september 2015, § 4.2-1 september 2020, § 3.2-17 mei 2021, §3.2-17 september 2021, § 3.2-5 juni 2012, § 6.11 mei 2021, §3.2-10 september 2019, § 3.2-7 december 2019, § 3.3.1 mei 2020, § 3.3.7 mei 2021, § 3.2-11 mei 2020, § 3.2-12 september 2020, § 3.2-18 september 2020, § 3.2-15 mei 2021, § 3.2-20 mei 2019, § 3.2-12 september 2021, § 3.2-4 mei 2021, § 3.2-12 september 2021, § 3.2-4 mei 2020, § 3.3.4 mei 2021, § 3.2-14 mei 2021, § 3.2-22 mei 2020, § 3.2-15 september 2019, § 3.2-17 mei 2021, §3.2-15 september 2021, § 3.2-6 mei 2021, § 3.2-16 mei 2021, § 3.2-21 september 2019, § 3.2-15 mei 2020, § 3.2-20 mei 2021, § 3.2-19 mei 2020, § 3.2-21

*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft. Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

22

Toelichting 1. Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen verandert als gevolg van de volgende mutaties: -

De ophoging van de structurele uitname vanaf 2022 met € 149 miljoen vanwege de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een psychische stoornis per 1 januari 2021 (zie mutatie 1a in tabel 3.2.1, jaren 2022 en verder). Het ministerie van VWS, het ministerie van BZK en de VNG hebben afspraken gemaakt over de wijze van nacalculatie van het naar de Wlz over te hevelen budget en de verdeling over de centrumgemeenten. In de meicirculaire 2020 (paragraaf 3.2-2) is hiervoor reeds € 495 miljoen structureel overgeheveld van de integratie -uitkering Beschermd wonen naar de Wlz. Omdat er meer cliënten dan oorspronkelijk geraamd zijn overgegaan van Wmo beschermd wonen naar de Wlz vindt er in deze circulaire een aanvullende uitname plaats van € 149 miljoen. De nog te verrekenen bedragen per centrumgemeente ten opzichte van de meicirculaire 2020 zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. Het totaalbedrag van de structurele uitname vanaf 2022 komt daarmee uit op € 644 miljoen.

-

De ophoging van de uitname in 2021 met € 50 miljoen, eveneens als gevolg van de Wlznacalculatie (zie mutatie 1a in tabel 3.2.1, jaar 2021). De ophoging van de uitname in 2021 is € 99 miljoen lager dan die vanaf 2022 omdat in 2021 de zorg langer plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van gemeenten. Dit wordt veroorzaakt door de tijdelijk langere doorlooptijd van het indicatieproces in 2021. Het totaalbedrag van de uitname voor 2021 komt daarmee uit op € 545 miljoen. Voor de achterliggende berekening per centrumgemeente van de totale uitname in 2021 en verder, zie: Nacalculatie financiële effecten openstelling Wlz toegelicht | VNG .

-

Een correctie op de in de meicirculaire 2021 toegekende loon- en prijsbijstelling 2021 (mutatie 1b in tabel 3.2.1). De correctie heeft gevolgen voor het uitkeringsjaar 2022 en verder en is over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van het aandeel in het historische macrobudget stand meicirculaire 2021;

De bedragen per gemeente voor de integratie -uitkering voor het jaar 2021 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.

In de meicirculaire 2022 zal de volumegroei tranche 2022 voor de Wmo beschermd wonen zoals toegekend in de meicirculaire 2021 (paragraaf 3.2-2) met € 1,2 miljoen worden opgehoogd. Dit bedrag wordt met de Voorjaarsnota 2022 structureel overgeheveld naar het gemeentefonds. De stijging vloeit voort uit de nieuwe middellange termijn-raming (MLT-raming) van het C PB en kon om die reden niet worden verwerkt in de meicirculaire 2021.

Besluitvorming over de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen – voorzien vanaf 2023 – is aan het nieuwe kabinet. Op de website van de rijksoverheid is een actueel rekenbestand geplaatst dat inzicht biedt in de uitkomsten van het nieuwe verdeelmodel en de overgangsregeling (ingroeipad) per gemeente na verwerking van de hierboven genoemde

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

23

nacalculatie van de Wlz-uitname.15 De nacalculatie heeft geen gevolgen voor het aandeel per gemeente in het nieuwe verdeelmodel, maar is wel v an invloed op het tempo waarin gemeenten hiernaar toegroeien (de overgangsregeling).

2. Gezond in de Stad Het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS) wordt voortgezet in het jaar 2022. Voor genoemd jaar is een bedrag van € 19,440 miljoen beschikbaar gesteld. Bij de verdeling van de middelen wordt de tot nu gehanteerde systematiek voortgezet. Op basis van de statusscore van het Sociaal en C ultureel Planbureau (SC P) is een selectie van wijken met de laagste statusscore ten opzichte van andere wijken in Nederland gemaakt. De middelen zijn verdeeld over de gemeenten op basis van het aantal inwoners in deze wijken, met een minimum van € 20.000 per gemeente. Het programma geeft de geselecteerde gemeenten extra ruimte om de gezondheid van mensen i n een lage sociaaleconomische positie structureel en duurzaam te verbeteren. Een lokale en integrale aanpak is daarbij van belang.

De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie -uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-2 van deze circulaire.

3. Participatie: no risk polis banenafspraak/beschut werk No risk polis banenafspraak/beschut werk Het UWV voert structureel de no-riskpolis uit voor de gehele gemeentelijke doelgroep banenafspraak en nieuw beschut werk. Om dit te financieren zijn middelen ve rschoven van het gemeentefonds naar het UWV. Met de VNG is bestuurlijk afgesproken de uitgaven aan de no riskpolis elke vijf jaar te herijken op basis van de realisaties in de voorafgaande periode. Er is daarbij een rekenregel afgesproken voor de wijze waa rop meevallers of tegenvallers verrekend zouden worden. Dit jaar bleken de uitgaven van het UWV aan de no -riskpolis hoger te zijn geweest dan aanvankelijk geraamd. Dit heeft conform de overeengekomen rekenregel een extra overheveling tot gevolg van de middelen voor begeleiding (middelen voor re -integratie nieuwe doelgroep in het gemeentefonds, integratie -uitkering Participatie) naar het UWV. Het betreft een extra uitname van € 5,459 miljoen in 2021, oplopend tot € 17,141 miljoen in 2026. De volgende herijking vindt plaats in 2026. Dan zal opnieuw bekeken worden hoe de uitgaven zich hebben ontwikkeld.

De verdeling over de gemeenten voor de integratie-uitkering is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.

Extra middelen SW-bedrijven Het kabinet heeft besloten om € 35 miljoen beschikbaar te stellen voor de periode 1 januari tot 1 juli 2021. Aangezien Sociale Werkvoorziening (SW)-bedrijven geen aanspraak kunnen maken op

15

C irculaires gemeentefonds | Financiën gemeenten en provincies | Rijksoverheid.nl

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

24

Noodmaatregel Ondersteuning Werkgelegenheid (NOW), is in 2020 besloten tot een tegemoetkoming aan gemeenten voor de loonkosten van SW -personeel. Ook in 2021 is er naar verwachting nog sprake van omzetverlies bij SW-bedrijven als gevolg van de coronamaatregelen. Het bedrag zal bij de decembercirculaire 2021 worden toegevoegd aan het budget 2021 van de integratie-uitkering Participatie.16

Daarnaast is een bedrag van € 10 miljoen gereserveerd voor een eventuele aanvullende tegemoetkoming voor de periode 1 juli tot 1 oktober 2021. Het kabinet houdt een vinger aan de pols om te kijken of de financiële situatie naar aanleiding van de coronamaatregelen aanleiding geeft om ook (een deel van) het bedrag voor het derde kwartaal beschikbaar te stellen .

4. Regionale Energie Strategieën Voor de Regionale Energie Strategieën (RES) is in 2021 eenmalig € 3,098 miljoen aanvullend ter beschikking gesteld aan gemeenten. Een belangrijke mijlpaal in het Klimaatakkoord op weg naar 2030 is het opstellen en beleidsmatig verankeren van de RES. Voor de ondersteuning van dit proces van de RES in de regio zijn destijds door het Rijk middelen beschikbaar gesteld tot 1 juli 2021. De besluitvorming over de besteding van de aanvullende € 3,098 miljoen vindt in de regio plaats. Dit bedrag zal via de eerder gehanteerde verdeelsystematiek uitgekeerd worden.

De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie -uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-4 van deze circulaire.

5. Handhaving quarantaine Gemeenten ontvangen voor het handhaven van de quarantaineplicht in 2021 € 3 miljoen .17 De quarantaineplicht wordt centraal via de 25 veiligheidsregio’s via handhavingsteams gehandhaafd. De uitvoering is in samenwerking tussen Rijk, VNG en gemeenten voorbereid en er wordt voorzien in een handreiking, modelbesluiten en een mandaatregeling .

De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie -uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-5 van deze circulaire.

6. Faciliteitenbesluit opvangcentra Gemeenten waarin een opvangcentrum is gevestigd ontvangen jaarlijks een uitkering op grond van het Faciliteitenbesluit opvangcentra van het ministerie van JenV. Bij de berekening van de uitkering wordt het aantal door asielzoekers permanent te bezetten cap aciteitsplaatsen verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. De uitkering dient ter compensatie van gelden voor personen die nog niet staan ingeschreven in de BRP en die dus niet mee tellen in de aantallen bezette

16 17

Kam erbrief+steun-+en+herstelpakket+vanaf+het+4e+kwartaal+2021.pdf brie f-vws-aan-burgemeesters-over-quarantaineplicht.pdf (vng.nl)

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

25

plaatsen waarvoor middelen worden verstrekt via de algemene uitkering. Totaal is in deze circulaire voor 2021 een bedrag van € 0,758 miljoen toegevoegd, te weten € 144.775 voor de gemeente Grave, € 186.622 voor de gemeente Leudal en € 426.669 voor de gemeente Westerwolde.

7. Centrale stemopneming Bij de Tweede Kamerverkiezing in 2021 deden 36 gemeenten mee aan een experiment met een centrale opzet van de stemopneming (centraal tellen van de stembiljetten). Deze gemeenten krijgen voor hun deelname een vergoeding van in totaal € 0,65 miljoen. De verdeling vindt plaats middels een decentralisatie-uitkering naar rato van het aantal inwoners van de desbetreffende gemeenten.

De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-7 van deze circulaire.

8. Vrouwenopvang Voor uitkeringsjaar 2021 geldt dat een bedrag van € 0,105 miljoen is uitgenomen in verband met de landelijke coördinatiefunctie C entrum Seksueel Geweld (C SG). Voor de jaren 2022 en verder blijft de omvang van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang ongewijzigd.

Wat betreft de verdeling zijn voor het jaar 2020 en 2021 ten opzichte van de meicirculaire 2021 de aantallen eenheden van de maatstaven van het objectieve verdeelmodel geactualiseerd. De geactualiseerde aantallen voor 2021 zijn ook bij de berekeningen voor latere jaren gebruikt.

De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie -uitkering Vrouwenopvang is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet.

3.3

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen

Deze paragraaf licht de wijzigingen in de decentralisatie -en integratie-uitkeringen toe die niet gepaard gaan met een wijziging in het macrobudget van de b etreffende uitkering. Daarnaast bevat de paragraaf overige mededelingen die betrekking hebben op de decentralisatie -en integratieuitkeringen.

3.3.1 Maatschappelijke opvang De omvang van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wijzigt niet. De verdeling voor 2021 en verder is ten opzichte van de meicirculaire 2021 gewijzigd door het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven.

Een overzicht van de bedragen per gemeente voor 2021 en verder is opgenomen in bijlage 3.3.1.

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

26

De achterliggende berekeningswijze treft u aan in de gemeentefondsrubriek op internet.

3.3.2 Aanpak laaggeletterdheid In de septembercirculaire 2019 (paragraaf 3.2-7) zijn voor de periode 2020 – 2024 middelen beschikbaar gesteld voor de meerjarige aanpak v an laaggeletterdheid. In deze circulaire zijn actuele maatstafgegevens voor de verdeling van 2022 beschikbaar gekomen en verwerkt. De nieuwe (definitieve) verdeling 2022, evenals een raming voor de jaren 2023 en 2024, is opgenomen in bijlage 3.3.2 van deze circulaire.

3.3.3 Uitstapprogramma’s voor prostituees In de septembercirculaire 2020 (paragraaf 3.2-18) zijn middelen toegevoegd voor het uitstapprogramma voor prostituees. Informatie over de exacte verdeling voor 2022 en de cijfermatige verwerking volgt in de meicirculaire 2022. Deze zal net als in 2021 plaatsvinden aan de hand van het inwoneraantal van de desbetreffende DUUP-regio (decentralisatie-uitkering voor uitstapprogramma’s voor prostituees).

3.3.4 Landelijke vreemdelingenvoorzieningen In de meicirculaire 2019 (zie paragraaf 3.2-7) zijn voor de periode 2019-2021 middelen beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV). Door middel van deze voorzieningen worden vreemdelingen zonder recht op verblijf of rijksopvang begeleid naar een bestendige oplossing voor hun situatie, waarb ij hen onderdak wordt geboden. Het ministerie van JenV en de VNG hebben afgesproken de pilots te ver lengen tot 1 juli 2022.18 Dit betekent dat ook voor 2022 middelen beschikbaar zullen worden gesteld. Het Rijk stelt hiervoor een bijdrage vanuit de begroting JenV beschikbaar. Meer informatie volgt naar verwachting in de decembercirculaire 2021.

Be le idsreactie Tussenevaluatie Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen | Twe ede Kamer der State n-Generaal (zie blz. 5). 18

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

27

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

28

4

Overige mededelingen

4.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat diverse mededelingen over de gemeentefinanciën. Paragraaf 4.2 bevat mededelingen over het gemeentefonds die zowel betrekking hebben op de algemene uitkering als op de integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Vervolgd wordt met mededelingen op het terrein van de gemeentefinanciën.

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen

Gemeentefondstotalen Tabel 4.2.1 bevat een overzicht van de gemeentefondstotalen 2021-2026. In de tabel zijn de bedragen uit de hoofdstukken 2 en 3 bij elkaar gebracht.

Tabel 4.2.1 Gemeentefondstotalen 2021-2026 (in duizenden euro's) 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Algemene uitkering DU/IU

29.018.727 5.625.041

30.515.140 5.080.463

29.176.531 4.933.940

29.749.730 4.881.018

30.618.263 4.814.832

31.641.017 4.763.189

Totaal

34.643.768

35.595.603

34.110.471

34.630.748

35.433.095

36.404.206

Bevoorschotting De bedragen 2021 uit de tabel zullen worden verwerkt in de bevoorschotting vanaf 5 oktober 2021. Tot dat tijdstip is de bevoorschotting gebaseerd op de meicirculaire 2021. Op 5 oktober zullen ook eventuele verrekeningen plaatsvinden als er vo or 2021 te veel of juist te weinig voorschot is verstrekt. Verrekeningen over het uitkeringsjaar 2020 worden ook in oktober uitgevoerd.

De voorschotbetalingen op de algemene uitkering over 2022 zullen in beginsel gebaseerd worden op de uitkeringsfactor en de bedragen per eenheid die in deze circulaire zijn vermeld. Daarnaast worden de meeste basisgegevens overgenomen van het jaar 2021. Gemeenten worden over de voorschotbetalingen geïnformeerd via de maandelijkse specificatieoverzichten.

Voor de volledigheid: aan de berekening van de voorschotten kunnen geen rechten worden ontleend voor de definitieve vaststelling van de uitkeringen.

Nominale ontwikkelingen De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden met loon - en prijsontwikkelingen. Daarmee is de algemene uitkering in de meerjarenraming uitgedr ukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. De decentralisatie -uitkeringen kennen geen correctie voor loon- en prijsontwikkelingen en betreffen nominale bedragen. De integratie -uitkeringen worden wel ieder jaar opnieuw geïndexeerd volgens de voor dat jaar van toepassing zijnde loon- en prijsontwikkeling (constante prijzen).

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

29

Het is van belang dat gemeenten in hun ramingen rekening houden met de loon - en prijsontwikkelingen. Om gemeenten, die niet beschikken over eigen loon- en prijsindexen, te faciliteren bij het omgaan met loon- en prijsontwikkelingen is tabel 4.2.2 opgenomen. De tabel bevat een aantal loon- en prijsindicatoren die het C PB onderscheidt voor de overheidssector. De cijfers zijn ontleend aan de meest recente publicaties van het C PB. Voor nadere informatie verwijzen wij naar de regelmatig bijgestelde prognoses op de website van het C PB ( C PB), met name de rubriek Macro Economische Verkenning (MEV 2022). Tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB* MEV 2022 en CEP 2021** mutaties per jaar in % 2021 2022 2023 2024 2025 2026*** Prijs bruto binnenlands product (pbbp) 2,3 1,8 1,9 1,6 1,6 1,6 Prijs nationale bestedingen (pnb) 2,6 1,9 1,5 1,4 1,5 1,5 Nationale consumentenprijsindex (cpi) 1,9 1,8 1,7 1,7 1,7 1,7 Loonvoet sector overheid 0,7 2,5 2,3 2,1 2,4 2,4 Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers 0,5 3,1 2,0 1,8 2,1 2,1 Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 2,1 1,9 1,5 1,5 1,5 1,5 *toelichting/ verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bij-kerngegevenstabel ** 2021 en 2022 zijn op basis van de MEV 2022, 2023 - 2025 is op basis van de CEP 2021 *** cijfers 2025 zijn doorgetrokken naar 2026

4.3

Richtlijn ramen extra middelen jeugdzorg in begroting en meerjarenraming

Naar aanleiding van de afspraken over de incidentele middelen jeugdzorg voor 2021 en 2022 en de afspraken rond de Hervormingsagenda zijn Rijk, VNG en IPO 15 juli jongstleden tot afspraken gekomen over de meerjarenraming voor de jeugdzorg in de gemeentelijk e begrotingen. Partijen hebben afgesproken dat alle gemeenten in de jaarschijven 2023 tot en met 2025 een maximum van 75% van de bedragen van de meerjarenraming onder de Hervormingsagenda van de C ommissie van Wijzen als stelpost mogen opnemen in de begroting. Vanuit behoedzaamheid en in het licht van de afspraken rond de Hervormingsagenda dat gemeenten ook zelf kostenbesparende maatregelen kunnen nemen, is besloten tot een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen.

Met deze afspraak vervalt de eerdere richtlijn voo r het ramen van extra middelen voor de jeugdzorg (zie paragraaf 4.7 meicirculaire 2021). Het gaat hier om afspraken die gehanteerd kunnen worden voor het toezicht op de meerjarenraming in de gemeentebegroting voor 2022. De afspraken van 2 juni jongstleden tussen Rijk en VNG over de Hervormingsagenda blijven onverminderd van kracht. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden.

Een nadere uitwerking van de afspraken is te vinden op https://www.rijksoverheid.nl/documenten/circulaires/2021/07/15/gezamenlijke -afsprakenmeerjarenraming-gemeenten.

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

30

4.4

Evaluatie normeringssystematiek

In de decembercirculaire 2020 (zie paragraaf 4.4) bent u geïnformeerd over de evaluatie van de normeringssystematiek. Daarna bent u in de meicirculaire 2021 (zie paragraaf 4.4) geïnformeerd dat conform de afspraak gemaakt in het bestuurlijk overleg 19 de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) om advies is gevraagd over de toekomst van het accres. De ROB is daarin gevraagd om middels een briefadvies zijn zienswijze te geven op de afweging tussen actualiteit enerzijds en stabiliteit anderzijds binnen de normeringssystematiek en in het bijzonder op de verschillende beleidsopties uit het evaluatierapport normeringssystematiek. O p 2 juni 2021 heeft de ROB zijn advies gepubliceerd.

In het advies trekt de ROB de discussie over de normering in een breder perspectief. Hij geeft daarbij aan dat de vormgeving van de normeringssystematiek onderdeel is van het bredere vraagstuk van een passende inrichting van de bestuurlijke en financiële verhoudingen. Voor de beantwoording volgt de Raad daarom de lijnen van zijn recente advies Rust-Reinheid-Regelmaat.

Uitgaande van de huidige wet- en regelgeving en stelselafspraken, doet de ROB als hoofdaanbeveling een brede koppeling op basis van het meerjarig rijksuitgavenkader inclusief de geraamde investeringsuitgaven van het Nationaal Groeifonds zoals die bij het opstellen van het Regeerakkoord gelden. Dit betekent in feite een volumeafspraak voor de duur van een kabinetsperiode. Hierbij is het wel van belang om afspraken te maken over de spelregels voor onvoorziene gevallen, en die afspraken tweezijdig te borgen. De redenen voor deze keuze zijn gelegen in stabiliteit (en dus niet actualiteit), evenredigheid, eenvoud en transparantie.

Uiteindelijk is het aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres om te gaan.

4.5

Klimaat en energie

Medeoverheden krijgen naar aanleiding van het Klimaatakkoord veel nieuwe taken op het terrein van de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. De ROB heeft advies uitgebracht over de hoogte van de uitvoeringskosten van deze nieuwe taken voor medeoverheden vanaf 2022.

Het kabinet heeft, in afwachting van besluitvorming van het nieuwe kabinet over het advies van de ROB, besloten om in de begroting 2022 in totaal € 72,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de klimaatakkoordtaken van gemeenten, ondersteuning van medeoverheden en RES. Dit om te voorkomen dat de uitvoering van het Klimaatakkoord stil komt te vallen. Een deel van dit bedrag zal via de gemeenten lopen. Besluitvorming over de uitkeringsvorm en de verdeelsystematiek vindt later dit jaar plaats. Het is aan een nieuw kabinet om een besluit nemen over de totale uitvoeringskosten voor de periode 2022 tot en met 2024.

19

Kam erstukken 2020/21, 35420, nr. 43

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

31

4.6

Individuele referentiewaarden EMU-saldo gemeenten 2022

In de regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake het EMU-saldo is het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo voor de jaren 2019 tot en met 2022 bepaald alsmede de uitsplitsing daarvan per bestuurslaag .20 Om provincies en gemeenten tijdig een beeld te geven wat dit voor hen betekent, pu bliceert het ministerie van BZK in lijn met de Wet Hof individuele EMU-referentiewaarden. De referentiewaarden voor gemeenten zijn in bijlage 4.6 opgenomen21 en tot stand gekomen door het totaalbedrag uit de tabel hieronder op basis van de begrotingstotalen over de gemeenten te verdelen. Tabel 4.6.1: macronorm per bestuurslaag Ge m eenten

Provincies

Ve rde ling macronorm 2022 (in % BBP)

0,27

0,08

Ve rde ling macronorm 2022 (x € 1000)

2.415.941

715.834

W aterschappen

Totaal

0,05

0,40

447.397 3.579.172

Ge raamde BBP 2022 (x € 1000 )= 894.793.000

Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. De Wet Hof bepaalt dat de individuele referentiewaarde voor het EMU-saldo van de individuele overheden naast het eigen aandeel ook het aandeel in openbare lichamen betreft. Het aandeel in openbare lichamen is het deel van het EMU saldo van de gemeenschappelijke regelingen dat aan de betreffende deelnemende individ uele decentrale overheid wordt toegerekend. Een deel van het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen maakt dus onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende decentrale overheden.

4.7

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl

De gegevens in de online database met informatie over de financiën van decentrale overheden (www.findo.nl) worden op regelmatige basis geactualiseerd. Wat betreft de informatie over de uitkeringen uit het gemeentefonds bevat de database de stan d meicirculaire 2021. De gegevens uit deze circulaire zullen zo spoedig mogelijk worden verwerkt, zodat u de meest actuele stand kunt raadplegen.

De Iv3-data, zoals die door gemeenten en provincies zijn aangeleverd bij het C BS, en informatie over de financiële kengetallen zijn bijgewerkt tot en met de jaarrekeningen van 2020 en de begroting van 2021. De originele begrotingen en jaarstukken van gemeenten en provincies tot en met 2019 (jaarrekeningen) en 2021 (begrotingen) zijn aan de website toegevoegd. In het najaar worden de originele jaarrekeningen over 2020 toegevoegd. Door deze informatie en openbare documenten op één plaats beschikbaar te stellen, wil het ministerie van BZK bijdragen aan de transparantie en openbaarheid van de financiën van decentrale overheden.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2019-7004.html De ze berekening is gebaseerd op een voorlopige voorspelling van het BBP 2022 uit de Macro Economische Ve rk enning (MEV) e n op de begrotingstotalen 2021 van gemeenten en provincies. 20 21

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

32

4.8

Jaarlijkse weging decentralisatie - en integratie-uitkeringen

In artikel 13, lid 5, van de Financiële-verhoudingswet wordt bepaald dat jaarlijks, in overleg met de ministers die het aangaat, wordt bezien of een decentralisatie - en/of integratie-uitkering kan worden overgeheveld naar de algemene uitkering.

In paragraaf 1.4 van de meicirculaire 2018 is toegelicht dat een aantal onderdelen van de integratie-uitkering Sociaal domein per 2019 nog niet konden worden overgeheveld. C oncreet betreft dit de volgende integratie-uitkeringen: Beschermd wonen, Voogdij/18+ en Participatie. Het voornemen is dat tegelijkertijd met de voorgenomen invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023 de integratie-uitkering Voogdij/18+ en twee onderdelen van de integratie-uitkering Participatie (voorheen Wajong en regulier werk van begeleid werken) overgaan naar de algemene uitkering. Voor de overige onderdelen van de integratie-uitkeringen Participatie, te weten de onderdelen Wsw en beschut werk (onderdeel van begeleid werken) is weinig perspectief op overheveling naar de algemene uitkering gelet op de wijze van verdelen die hier wordt gehanteerd. Deze onderdelen zullen op het moment dat de Participatie -onderdelen voorheen Wajong en regulier werk overgaan naar de algemene uitkering, worden omgezet in een decentralisatie-uitkering.

De integratie-uitkeringen Inburgering en de integratie-uitkering Verhoging raadsledenvergoeding kleine gemeenten zullen onder het voorbehoud van de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds (zie paragraaf 1.4 van deze circulaire) eveneens naar verwachting vanaf 2023 worden overgeheveld naar de algemene uitkering.

Bij de integratie-uitkering Beschermd wonen is vanaf 2023 geleidelijk sprake van een objectief verdeelmodel. Gezien de belangrijke financiële wijzigingen in de komende periode is in het bestuurlijk overleg Rijk-VNG van 7 december 2020 afgesproken het budget voor beschermd wonen ten minste nog tot het moment van evaluatie in 2025 apart zichtbaar te houden, opdat de wijzigingen transparant zijn. Daarom zal de reeds bestaande integratie -uitkering in het gemeentefonds tot in ieder geval 2025 als instrument gehanteerd worden. Op deze manier is voor iedereen duidelijk welk budget per regio voor beschermd wonen beschikbaar is. Aan de hand van de uitkomst van de evaluatie bepalen Rijk en VNG wat nodig is voor de jaren 2026 en verder. Over de eventuele doordecentralisatie van de maatschappelijke opvang naar alle gemeenten zal op basis van genoemde evaluatie een beslissing worden genomen. Voor de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang zal te zijner tijd worden bezien of overheveling naar de algemene uitkering mogelijk is.

Voor de decentralisatie-uitkeringen is in tabel 3.2.2 te zien dat de meeste niet structureel zijn. Omzetting naar integratie-uitkering of algemene uitkering is voor die uitkeringen dan ook niet aan de orde. Voor de overige (structurele) decentralisatie -uitkeringen geldt dat deze niet aan alle ge meenten worden uitgekeerd en/of nu nog niet kunnen worden verdeeld via de maatstaven van de algemene uitkering. Van de nog niet eerder in een begroting opgenomen decentralisatie -uitkeringen wordt bij

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

33

ontwerpbegroting 2023 bezien of ze kunnen worden omgezet naar een integratie-uitkering of algemene uitkering.

4.9

Herverdeling wegenbeheer

Het groeipercentage voor de bijdragen van gemeenten aan het beheer van gemeentelijke wegen door waterschappen bedraagt voor de jaren 2021 en 2022 respectievelijk 3,2% en 0,8%. Sinds 1993 dient een aantal gemeenten op grond van de artikelen 22 en 24 van de Wet herverdeling wegenbeheer (WHW) een uitkering te verstrekken aan een waterschap voor het beheer van wegen. De hoogte van de uitkering is vastgelegd in het Besluit bijdrage vergoeding wegenzorg (Stb.1994, 427). Jaarlijks wordt zij bijgesteld op basis van gegevens van het C entraal Planbureau. Voor het jaar 2021 wordt het groeipercentage definitief vastgesteld op 2%.22 Dit is het saldo van de raming voor 2021 (naar huidig inzicht 3,2%) en de nacalculatie over 2020 (-1,2%). Voor het jaar 2022 wordt het groeipercentage voorlopig vastgesteld op 0,8%. Dit komt overeen met de huidige raming van de prijsstijging van de overhe idsconsumptie in het jaar 2021.

22

Nie t afge rond: 2,02%

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

34

Bijlagen

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

35

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2021 en 2022 Tabel 1 Verdeeltabel 2021 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en uitkeringsfactor

b.p.e. 2021 stand mei 2021

OZB (w oningen eigenaar) OZB (niet w oningen gebruiker) OZB (niet w oningen eigenaar)

-0,089424% -0,128105% -0,158957%

0,000000% 0,000000% 0,000000%

-0,089424% -0,128105% -0,158957%

161,48 60329,89 380,05 776,73 107,33 26,45 201,79 132,44 33,62 30,83 715,84 2152,96 1954,21 86,77 326,12 325,13 898,71 54,26 90,74 46,18 24,77 230,78 370,50 2312,25 220,56 249,86 41,10

0,54 -27,46 0,00 6,41 -0,10 0,00 0,00 0,00 0,00 0,04 36,25 19,86 18,98 0,12 0,57 0,00 9,19 4,18 0,50 0,62 1,96 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,01

162,02 60302,43 380,05 783,14 107,23 26,45 201,79 132,44 33,62 30,87 752,09 2172,82 1973,19 86,89 326,69 325,13 907,90 58,44 91,24 46,80 26,73 230,78 370,50 2312,25 220,56 249,86 41,11

inw oners kernen met minstens 500 adressen OZB w aarde niet w oningen (in mln) jongeren < 18 jaar ouderen > 64 jaar ouderen 75 t/m 84 jaar w adden, t/m 2500 inw oners w adden, van 2501 t/m 7500 inw oners w adden, vanaf 7501 inw oners huishoudens met laag inkomen huishoudens met laag inkomen (drempel) bijstandsontvangers loonkostensubsidie uitkeringsontvangers minderheden minderheden (drempel) eenouderhuishoudens eenpersoonshuishoudens huishoudens klantenpotentieel lokaal klantenpotentieel regionaal leerlingen (V)SO leerlingen VO achterstandsleerlingen (drempel) extra groei leerlingen VO extra groei jongeren land (voortzetting op de volgende bladzijde)

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

w ijzigingen b.p.e. 2021 volgens stand deze circulaire september 2021

36

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2021 en 2022 (vervolg) Tabel 1 Verdeeltabel 2021 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en uitkeringsfactor

b.p.e. 2021 stand mei 2021

land * bodemfactor gemeente binnenw ater buitenw ater oppervlakte bebouw ing oppervlakte bebouw ing w oonkernen oppervlaktebebouw ing buitengebied opp. bebouw ing kern * bodemfactor kern opp. beb. buitengebied * bf. buitengebied w oonruimten w oonruimten * bodemfactor kern opp. historische kernen, <40 ha opp. historische kernen, 40-64 ha opp. historische kernen, >64 ha lengte historisch w ater bew oonde oorden 1930 hist.w oningen in bew oonde oorden ISV (a) ISV (b) omgevingsadressendichtheid (OAD) omgevingsadressendichtheid (drempel) oeverlengte * bodemfactor gemeente oeverlengte * dichtheid * bf. gemeente kernen kernen * bodemfactor buitengebied bedrijfsvestigingen vast bedrag voor iedere gemeente vast bedrag voor Amsterdam vast bedrag voor Rotterdam vast bedrag voor Den Haag vast bedrag voor Utrecht vast bedrag Waddengemeenten 1 Voor Baarle-Nassau tw ee maal het vaste bedrag. (voortzetting op de volgende bladzijde)

26,89 38,03 22,97 588,37 2.284,96 1.921,87 3.089,49 1.525,03 58,18 50,79 3.200,28 6.928,07 15.081,92 15,58 31,39 85,74 6.087.306,96 3.736.019,31 58,92 23,72 11,72 5,82 9.098,92 14.878,30 75,28 250.088,62 104.966.340,63 64.491.778,38 51.369.893,65 30.708.535,84 150.164,11

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

w ijzigingen b.p.e. 2021 volgens stand deze circulaire september 2021 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 6,97 6,96 6,97 0,00 0,00 1,80 0,00 0,00 0,77 0,00 0,00 0,00 5,00 0,00 0,51 1,22 0,00 0,00 29.589,54 0,00 0,00

26,89 38,03 22,97 588,37 2.284,96 1.921,87 3.089,49 1.525,03 58,18 50,79 3.207,25 6.935,03 15.088,89 15,58 31,39 87,54 6.087.306,96 3.736.019,31 59,69 23,72 11,72 5,82 9.103,92 14.878,30 75,79 250.089,84 104.966.340,63 64.491.778,38 51.399.483,19 30.708.535,84 150.164,11

37

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2021 en 2022 (vervolg) Tabel 1 Verdeeltabel 2021 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en

b.p.e. 2021

uitkeringsfactor

stand mei 2021

jeugdigen in gezinnen met armoederisico basisonderw ijsleerlingen met leerlingengew icht 0,3 basisonderw ijsleerlingen met leerlingengew icht 1,2 gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (huishoudens) gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (huishoudens met kinderen) ouders met langdurig psychisch medicijngebruik eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen bijstandsontvangers eenouderhuishoudens uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers Wajong medicijngebruik met drempel re-integratie klassiek inw oners < 65 jaar ouderen 65 t/m 74 jaar ouderen 85 jaar en ouder eenpersoonshuishoudens 65 t/m 74 jaar eenpersoonshuishoudens 75 t/m 84 jaar eenpersoonshuishoudens 85 jaar en ouder huishoudens met laag inkomen 65 t/m 74 jaar huishoudens met laag inkomen 75 t/m 84 jaar huishoudens met laag inkomen 85 jaar en ouder gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 65 t/m 74 jaar gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 75 t/m 84 jaar gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 85 jaar en ouder bedden uitkeringsfactor

w ijzigingen

b.p.e. 2021

volgens

stand

deze circulaire september 2021

268,60 -1.786,78 -2.804,09 -136,92 -535,72 3.952,63 1.398,76 721,09 1.909,93 1.164,12 876,32 380,59 417.700,17 4,21 0,19 0,19 16,36 65,34 114,42 128,32 512,88 896,30 117,20 468,85 820,47 0,85

3,33 -22,18 -34,80 -1,70 -6,65 49,06 17,36 8,95 23,71 11,10 -5,00 -1,47 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

271,93 -1.808,96 -2.838,89 -138,62 -542,37 4.001,69 1.416,12 730,04 1.933,64 1.175,22 871,32 379,12 417.700,17 4,21 0,19 0,19 16,36 65,34 114,42 128,32 512,88 896,30 117,20 468,85 820,47 0,85

1,676

0,014

1,690

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

38

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2021 en 2022 (vervolg) Tabel 2 Mutaties verdeeltabel 2021 (bedragen in euro's in basis) maatstaven

totaal

algemene

cluster

cluster

cluster

cluster

mutaties

Inkomen en

Samenkracht en

Jeugd

Maatsch.

participatie burgerparticipatie inw oners

ondersteuning

cluster

cluster

cluster

ontw ik-

overige

Cultuur en Infrastruc. en

cluster

Bestuur en

Overig

keling UB

ontw ikkelingen

ontsp. gebiedsontw . alg. ondersteuning

0,54

0,07

0,05

-

-0,03

0,54

-

-0,09

-

-27,46

-

-

-

-27,46

-

-

-

-

jongeren < 18 jaar

6,41

-

0,28

6,13

-

-

-

-

-

ouderen > 64 jaar

-0,10

-

0,02

-

-0,12

-

-

-

-

huishoudens met laag inkomen

0,04

-

0,04

-

-

-

-

-

-

huishoudens met laag inkomen (drempel)

36,25

37,10

0,48

-

-1,33

-

-

-

-

bijstandsontvangers

19,86

18,98

0,88

-

-

-

-

-

-

loonkostensubsidie

18,98

18,98

-

-

-

-

-

-

-

uitkeringsontvangers

0,12

-

0,12

-

-

-

-

-

-

eenpersoonshuishoudens

4,18

4,35

-

-

-0,17

-

-

-

-

minderheden

0,57

-

0,57

-

-

-

-

-

-

eenouderhuishoudens

9,19

-

0,70

8,49

-

-

-

-

-

huishoudens

0,50

-

0,03

-

-

0,47

-

-

-

klantenpotentieel lokaal

0,62

-

0,01

-

-0,04

0,65

-

-

-

klantenpotentieel regionaal

1,96

1,76

0,02

-

-

0,18

-

-

-

land

0,01

-

0,01

-

-

-

-

-

-

opp. historische kernen, <40 ha

6,97

-

-

-

-

6,97

-

-

-

opp. historische kernen, 40-64 ha

6,96

-

-

-

-

6,96

-

-

-

opp. historische kernen, >64 ha

6,97

-

-

-

-

6,97

-

-

-

hist.w oningen in bew oonde oorden

1,80

-

-

-

-

1,80

-

-

-

omgevingsadressendichtheid (OAD)

0,77

0,66

0,04

-

0,07

-

-

-

-

kernen

5,00

-

5,00

-

-

-

-

-

-

bedrijfsvestigingen

0,51

-

-

-

-

-

0,51

-

-

vast bedrag voor iedere gemeente

1,22

-

1,22

-

-

-

-

-

29.589,54

-

-

-

-

-

-

-

kernen met minstens 500 adressen

vast bedrag voor Den Haag

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

39

29.589,54

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2021 en 2022 (vervolg) Tabel 2 Mutaties verdeeltabel 2021 (bedragen in euro's in basis) maatstaven

totaal

algemene

cluster

cluster

cluster

cluster

mutaties

Inkomen en

Samenkracht en

Jeugd

Maatsch.

participatie burgerparticipatie jeugdigen in gezinnen met armoederisico

ondersteuning

cluster

cluster

cluster

ontw ik-

overige

Cultuur en Infrastruc. en

cluster

Bestuur en

Overig

keling UB

ontw ikkelingen

0,002

0,000

ontsp. gebiedsontw . alg. ondersteuning

3,33

-

-

3,33

-

-

-

-

-

basisonderw ijsleerlingen met leerlingengew icht 0,3

-22,18

-

-

-22,18

-

-

-

-

-

basisonderw ijsleerlingen met leerlingengew icht 1,2

-34,80

-

-

-34,80

-

-

-

-

-

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (huishoudens)

-1,70

-

-

-1,70

-

-

-

-

-

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (huishoudens met kinderen)

-6,65

-

-

-6,65

-

-

-

-

-

ouders met langdurig psychisch medicijngebruik

49,06

-

-

49,06

-

-

-

-

-

eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen

17,36

-

-

17,36

-

-

-

-

-

bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen

8,95

-

-

8,95

-

-

-

-

-

bijstandsontvangers eenouderhuishoudens

23,71

-

-

23,71

-

-

-

-

-

uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers

11,10

-

-

11,99

-0,89

-

-

-

-

Wajong

-5,00

-

-

-

-5,00

-

-

-

-

medicijngebruik met drempel

-1,47

-

-

-

-1,47

-

-

-

-

uitkeringsfactor

0,014

0,012

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

40

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkerings factoren 2021 en 2022 (vervolg)

Tabel 3 Verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en uitkeringsfactor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/992/documents/14776