CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

4239fce9-2516-4bda-87ac-c5062ac3f9ea.pdf

Raadsvergadering 25 november 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 4: Afdoening van ingekomen stukken aan de raad31.217 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAADSINFORMATIEBRIEF Zaaknummer: 67301 Documentnummer: 67365 Datum: 6 oktober 2021 Portefeuille(s): Financiën Portefeuillehouder(s): A. van Amerongen Contactpersoon: R. Meijkamp Tel.nr.: 06 – 8687 9923 Emailadres: r.meijkamp@dronten.nl Onderwerp: Uitkomsten Septembercirculaire 2021 Context ☐ Afdoening motie [naam / raadsvergadering d.d.] ☐ Afdoening toezegging [commissievergadering/raadsvergadering d.d.] ☐ Beantwoording raadsvragen ☐ Actuele bestuurlijke aangelegenheid ☒ Anders, [te weten informerend] Geachte leden van de raad, In deze brief informeren wij u over de uitkomsten van de septembercirculaire 2021. De septembercirculaire 2021 geeft zoals gebruikelijk een actueel beeld van de gemeentefondsuitkeringen voor 2021 en verder, gebaseerd op de miljoenennota 2022 van het Rijk. Gemeenten ervaren onverminderd de financiële gevolgen van de coronacrisis. Deze circulaire bevat opnieuw informatie over de compensatie van de financiële gevolgen van de coronacrisis. Komende december ontvangt u een raadsvoorstel over de inzet van de ontvangen middelen inzake Covid-19. Samenvattend zijn dit de belangrijkste onderwerpen: - De financiële vertaling van het restant van het 5e compensatiepakket Covid-19. - Voorschot afrekening BTW-compensatiefonds 2021.

- Vervallen van de opschalingskorting voor het jaar 2022 - Het ter beschikking stellen van de tegemoetkoming van het tekort 2022 in de jeugdzorg conform het advies van de Commissie van Wijzen. - Nieuwe accres ramingen voor 2022 en verder en ramingen in de ontwikkelingen op uitkeringsbasis. De belangrijkste conclusie in deze circulaire is dat vooral de nieuwe accres ramingen voor 2022 en verder en de ontwikkelingen op uitkeringsbasis zorgen voor een positief effect op het structureel begrotingssaldo oplopend tot € 1.932.000 in 2025. In deze septembercirculaire 2021 is, conform de uitkomsten van het advies van de Commissie van Wijzen, voor 2022, € 3.120.000 voor de tekorten in de jeugdzorg beschikbaar gesteld. In de programmabegroting 2022 van de gemeente Dronten zijn de Bijlage(n):

De Rede 1 8251 ER Dronten

Postbus 100 8250 AC Dronten

Telefoon 14 0321

www.dronten.nl

verwachte bedragen vanaf 2022 reeds verwerkt. In de tabellen wordt daarom voor 2022 een bedrag van - € 3.188.000 gecorrigeerd op het saldo om dubbeltelling te voorkomen. Geactualiseerde meerjarenbegroting De effecten en verwerking van de septembercirculaire 2021 leiden tot onderstaande geactualiseerde meerjarenbegroting: (in € x 1.000)

Begrotingssaldo programmabegroting 2022 (t.b.v. Raad 4-11-2021) waarvan incidenteel Structureel begrotingssaldo programmabegroting 2022 Mutaties septembercirculaire 2021 Correctie meicirculaire 2021 (opnemen mutaties 2020) Correctie arbitrage jeugdzorg (reeds in saldo prog.begroting 2022) Mutaties septembercirculaire 2021 na correcties waarvan incidenteel Effect op structureel begrotingssaldo Begrotingssaldo na septembercirculaire 2021 waarvan incidenteel Structureel begrotingssaldo na septembercirculaire 2021

2021

2022

2023

2024

2025

-107 354

-2.303 -3.328

-974 -1.298

862 -26

359 100

-461 830 -313

1.024 5.284

324 1.778

888 1.867

259 1.932

517 157 360 410 511

-3.188 2.096 461 1.635 -207 -2.867

1.778 0 1.778 804 -1.298

1.867 0 1.867 2.729 -26

1.932 0 1.932 2.291 100

-101

2.659

2.102

2.755

2.191

In het vervolg van deze brief zal een analyse worden gemaakt van de verschillen tussen de meicirculaire 2021 en de septembercirculaire 2021 en wat de effecten hiervan zijn op de meerjarenbegroting. 1. Analyse van de verschillen tussen de circulaires mei 2021 en september 2021 In de onderstaande tabel is het verloop tussen de mei- en septembercirculaire 2021 weergegeven. Beginstand (meicirculaire 2021) (in € x 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

67.706

65.621

64.777

64.875

65.483

1.282 591

1.421

1.452

1.655

-118

-118

-159

Ontwikkelingen uitkeringsfactor: Accresontwikkeling in september 2021, ujr 2022 t/m 2026 Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) Nominale ontwikkeling in de septembercirculaire 2021 Voorschot BCF-plafond 2021 Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor Totaal ontwikkeling uitkeringsfactor

472 -24 448

29 1.902

-8 1.295

-110 1.224

-24 1.472

Ontwikkelingen uitkeringsbasis Taakmutaties Mutaties WOZ-waarden IU/DU/SU Corona steunpakket 3 D's in het sociaal domein

643 114 -208 -44 418 -5

586 3.047 -214 51 126 -5

507 -7 -94 -44

547 -5 25 -44

693 -5 -342 -44

-8

-11

-14

1.366 69.072

5.493 71.114

1.649 66.426

1.736 66.611

1.760 67.243

Totaal verschil Eindstand (septembercirculaire 2021)

Ontwikkelingen uitkeringsfactor Nominale ontwikkeling septembercirculaire De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd. Zoals gemeld in de meicirculaire 2020 zijn de accressen voor de jaren 2020 en 2021 in overleg met de VNG en het IPO bevroren. De accrestranches voor die jaren wijzigen om die reden niet. In deze circulaire is de nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de huidige normeringssystematiek. In alle jaren zijn de hogere accressen volgens de circulaire het gevolg van hogere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. De uiteindelijke ontwikkeling van het accres in 2022 en verder is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt: zowel in budgettaire zin als in de wijze waarop een nieuw kabinet de normeringssystematiek vormgeeft. BCF-plafond Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij het BTW Compensatie Fonds (BCF).

Om te voorkomen dat er een open eind regeling ontstaat heeft de rijksoverheid een plafond aangebracht in de declaraties van € 3,25 miljard in 2021. Blijven de gezamenlijke gemeenten onder het plafond dan wordt het verschil aan het gemeentefonds toegevoegd, wordt het plafond overschreden dan wordt het verschil uit het gemeentefonds genomen. Naar inschatting van het ministerie van Financiën bij deze septembercirculaire 2021 gaan gemeenten in 2021 € 215,9 miljoen minder declareren dan het plafond. Deze inschatting wordt in deze circulaire als voorschot verstrekt. De uiteindelijke afrekening 2021 vindt plaats in de meicirculaire 2022. Het voorschot 2021 bedraagt voor Dronten € 472.000. Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) In de septembercirculaire 2021 is bekend gemaakt dat ook de oploop van de opschalingskorting in 2022 incidenteel geschrapt wordt. Dit betekent voor Dronten in 2022 een positieve incidentele ontwikkeling van € 591.000. Vanaf 2023 is de opschalingskorting niet geschrapt en stemt dan ook overeen met de raming die de gemeenten in hun begroting hebben opgenomen. Het is aan een nieuw kabinet om te besluiten over de opschalingskorting voor 2023 en verder. Ontwikkeling uitkeringsbasis De uitkeringsfactoren vallen voor de jaren 2021 – 2026 hoger uit.

Deze stijgingen worden voornamelijk veroorzaakt door de algemene mutaties die in deze circulaire zijn verwerkt (de nieuwe accresstanden in 2022-2026, de ruimte onder het plafond BCF in 2021 en het incidenteel schrappen van de oploop van de opschalingskorting in het jaar 2022). Verder stijgen de uitkeringsfactoren ook door aanpassingen in de ramingen van de volumina van de verdeelmaatstaven. Voor 2021 tot en met 2025 leidt dit tot een hogere raming. Taakmutaties Met een taakmutatie wordt bedoeld een compensatie (positief of negatief) voor het uitvoeren van een nieuwe taak of het uitvoeren van een bestaande taak door andere overheidslagen. Een deel van deze compensaties en onttrekkingen verlopen budgettair neutraal door de aanpassing van de bijbehorende budgetten. In onderstaande tabel zijn de taakmutaties weergegeven die in de septembercirculaire 2021 zijn opgenomen:

Taakmutaties (septembercirculaire 2021)

2021

2022

2023

2024

2025

-36 26 4

-32

-29

-27

-27

4 12 7

4 12 7

4 12 7

4 12 7

-6

-4

-4

(in € x 1.000)

Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz Uitvoering en implementatie Breed offensief Europese richtlijn energieprestatie gebouwen Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Logisch ontwerp GBA Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg Landelijke structuur interventieteams Toezicht en handhaving gastouderschap Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten Jeugdhulp Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten Wmo 2015 Jeugdzorg (arbitrage) Totaal verschil

-8 1 127

-17 -46 3.120 114

3.048

Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz (ten laste van het begrotingssaldo verwerkt) Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz-instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 middelen overgeheveld naar de Wlz. Recent heeft de aanbesteding Wmo hulpmiddelen DUN-gemeenten plaatsgevonden. De financiële vertaling hiervan heeft plaatsgevonden in de voortgangsrapportage 2021. Uitvoering en implementatie Breed offensief (budgettair neutraal verwerkt) Het wetsontwerp Breed offensief beoogt processen te stroomlijnen en te harmoniseren om op die manier meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen. Dit wetsontwerp is vanwege de demissionaire status van het kabinet controversieel verklaard. Een deel van de activiteiten is echter niet afhankelijk van een wetswijziging en kan toch worden uitgevoerd. Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg (budgettair neutraal verwerkt) In de meicirculaire 2021 bent u geïnformeerd over de € 613 miljoen die het kabinet voor het jaar 2021 beschikbaar heeft gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg.

Onderdeel hiervan is € 255 miljoen voor het aanpakken van de wachttijden specialistische jeugdzorg. In totaal € 55 miljoen van de € 255 miljoen is in de meicirculaire 2021 nog niet verwerkt in de verdeling van het algemene uitkering omdat het Rijk en de VNG een deel hiervan wilden inzetten voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG. Inmiddels hebben de VNG en het Rijk deze kosten begroot op € 3,175 miljoen waardoor bij deze circulaire het resterende deel (€ 51,825 miljoen) kan worden toegevoegd aan de algemene uitkering. Voor Dronten betekent dit een bedrag van € 127.000.

Landelijke structuur interventieteams (budgettair neutraal verwerkt) In de Landelijke Structuur Interventieteams (LSI) werken gemeenten samen met andere overheidsorganisaties ter voorkoming en terugdringing van belasting- en premiefraude, toeslagenfraude, uitkeringsfraude, overtredingen van arbeidswetgeving en daarmee samenhangende misstanden zoals door de LSI aangeduid. Toezicht en handhaving gastouderschap (budgettair neutraal verwerkt) Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang in het kader van het intensiveren van toezicht en handhaving van de gastouderopvang stelt het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks extra gelden ter beschikking via de algemene uitkering. Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen (budgettair neutraal verwerkt) Met ingang van 1 januari 2022 worden naast meisjes ook jongens in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen het Humaan Papillomavirus (HPV-virus). Daarnaast wordt de vaccinatieleeftijd verlaagd naar 10 jaar. Ten behoeve van deze taakuitbreiding wordt de algemene uitkering vanaf 2022 structureel opgehoogd. De middelen zijn toegevoegd aan de eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma.

Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten Jeugdhulp en Wmo 2015 (ten laste van het begrotingssaldo verwerkt) Ten aanzien van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de PGB-trekkingsrechten is voor 2022 overeengekomen om op basis van de conceptbegroting 2022 een bedrag uit de algemene uitkering te nemen. Jeugdzorg (arbitrage) In deze septembercirculaire 2021 is, conform de uitkomsten van het advies van de Commissie van Wijzen, voor 2022, € 3.120.000 voor de tekorten in de jeugdzorg beschikbaar gesteld. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën, vanaf 2023, en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. Inmiddels hebben de toezichthouders ermee ingestemd dat gemeenten, vanaf 2023, 75% van de genoemde bedragen in de tabel van de commissie mogen opnemen in hun begroting. In de programmabegroting 2022 van de gemeente Dronten zijn alle bedragen vanaf 2022 reeds conform deze richtlijn verwerkt. In de tabellen wordt daarom voor 2022 een bedrag van - € 3.188.000 gecorrigeerd op het saldo om dubbeltelling te voorkomen. Mutaties WOZ-waarden (ten laste van het begrotingssaldo verwerkt) De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf ozb is doorgevoerd.

De uitkomst van de verdeelmaatstaf ozb wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren nietwoningen en gebruikers niet-woningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb. De correctie is op nationaal niveau. IU/DU/SU Jeugdhulp kinderen in een AZC (DU, budgettair neutraal verwerkt) De uitkering is structureel met € 35.000 verlaagd.

Gezond in de stad (DU, budgettair neutraal verwerkt) Het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS) wordt voortgezet in het jaar 2022. Voor genoemd jaar is een bedrag van € 19,440 miljoen beschikbaar gesteld. Bij de verdeling van de middelen wordt de tot nu gehanteerde systematiek voortgezet. Voor Dronten betekent dit een bedrag van € 95.000 in 2022. Corona steunpakket (budgettair neutraal verwerkt) In deze septembercirculaire 2021 wordt het vijfde compensatiepakket ter beschikking gesteld. Het betreft € 418.000 voor het jaar 2021 en € 126.000 voor het jaar 2022. Komende december ontvangt u een raadsvoorstel over de inzet van de ontvangen middelen inzake Covid-19. Wij hebben dit budgettair neutraal verwerkt. 3D’s in het sociaal domein Participatie (ten laste van het begrotingssaldo verwerkt) Dit betreft het onderdeel Participatie (IU) re-integratie en wordt ten laste van het begrotingssaldo gebracht aangezien deze reeds in de themaplannen zijn vertaald. Correctie meicirculaire 2021 Bij de verwerking van de meicirculaire 2021 zijn mutaties met betrekking tot de jaarschijf 2020 uit de decembercirculaire 2020 en maartbrief 2021 over het hoofd gezien. Het betreft € 169.000 aan covid-19 middelen en € 144.000 voor het faciliteitenbesluit opvangcentra. Deze mutaties zijn ten laste van het jaarsaldo 2021 alsnog verwerkt.

2. Effect van de septembercirculaire 2021 voor de begroting In onderstaande tabel is een samenvatting gegeven van hoe de mutaties in de septembercirculaire 2021 zijn verwerkt. (in € x 1.000)

Totale effect septembercirculaire 2021 Correctie meicirculaire 2021 (opnemen mutaties 2020) Correctie arbitrage jeugdzorg (reeds in saldo prog.begroting 2022) Totale effect septembercirculaire 2021 na correcties waarvan budgettair neutraal Effect op begrotingssaldo waarvan incidenteel Effect op structureel begrotingssaldo

2021 1.366 -313

2022 5.493

2023 1.649

2024 1.736

2025 1.760

-3.188

0

0

0

2.305 -209 2.096 461 1.635

1.649 129 1.778 0 1.778

1.736 131 1.867 0 1.867

1.760 172 1.932 0 1.932

1.053 -536 517 157 360

Bijlage(n) bij deze raadsinformatiebrief: 1. Septembercirculaire 2021 versie 27-9-2021 De Secretaris,

De Burgemeester,

Gemeentefonds

Septembercirculaire 2021

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGBRW/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 27 september 2021 Kenmerk 2021-0000478671

Onderwerp Doelstelling

septembercirculaire gemeentefonds 2021 bekendmaking van beleid en het geven van informatie

Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

meicirculaire 2021 (2021-0000287810); aanvullende brief maart 2021 (2021-0000171770); decembercirculaire 2020 (2020-0000733001); septembercirculaire 2020 (2020-0000534509); aanvullende brief juni 2020 (2020-0000366640); meicirculaire 2020 (2020-0000304330) 27 september 2021 1 juli 2022

Septembercirculaire gemeentefonds 2021

Voorwoord Via de meicirculaire 2021 zijn gemeenten over de financiële kaders voor hun begrotingen geïnformeerd. De septembercirculaire 2021 geeft zoals gebruikelijk een geactualiseerd beeld, gebaseerd op de Miljoenennota 2022 van het Rijk.

In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook.

De politiek-bestuurlijke zaken zijn in hoofdstuk 1 uitgelicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten.

Ik wens u veel wijsheid toe bij de uitvoering van uw taken.

Mede namens de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

drs. K.H. Ollongren

Septembercirculaire gemeentefonds 2021

Septembercirculaire gemeentefonds 2021

Inhoudsopgave

1

2

Hoofdpunten .........................................................................................................1 1.1

Inleiding.......................................................................................................1

1.2

Algemene uitkering .......................................................................................1

1.3

C ompensatiepakket coronacrisis medeoverheden..............................................2

1.4

Herijking verdeling gemeentefonds .................................................................3

1.5

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.........................................................5

Algemene uitkering ...............................................................................................7 2.1

Inleiding.......................................................................................................7

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering........................................7

1.

Accres..........................................................................................................8

2.

Plafond BTW-compensatiefonds .................................................................... 10

3.

Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) ................................................. 11

4.

Jeugdzorg................................................................................................... 11

5.

Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden ........................ 12

6.

a en b) Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten ...................................... 12

7.

Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz ....................................................... 12

8.

Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) ..................................... 12

9. a en b) Extra middelen voor re-integratie dienstverlening aan bijstandsgerechtigden.......................................................................................... 13 10.

a en b) Extra middelen voor gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand 13

11. Uitvoering en implementatie Breed offensief ..................................................... 13

3

12.

Landelijke structuur interventieteams ............................................................ 14

13.

a en b) Lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen............................................. 14

14.

Toezicht en handhaving gastouderopvang ...................................................... 14

15.

Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen ........................................................ 14

16.

Europese richtlijn energieprestatie gebouwen ................................................. 14

17.

Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen ................................... 15

18.

Logisch ontwerp GBA ................................................................................... 15

19.

Beheer persoonskaartenarchief ..................................................................... 15

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering .......................................................... 15

2.4

Veranderingen in het verdeelstelsel ............................................................... 16

2.5

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen.......... 16

Decentralisatie- en integratie- uitkeringen.............................................................. 21 3.1

Inleiding..................................................................................................... 21

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen........................ 21

1.

Beschermd wonen ....................................................................................... 23

2.

Gezond in de Stad....................................................................................... 24

3.

Participatie: no risk polis banenafspraak/beschut werk .................................... 24

4.

Regionale Energie Strategieën ...................................................................... 25

Septembercirculaire gemeentefonds 2021

5.

Handhaving quarantaine .............................................................................. 25

6.

Faciliteitenbesluit opvangcentra .................................................................... 25

7.

C entrale stemopneming ............................................................................... 26

8.

Vrouwenopvang .......................................................................................... 26

3.3 Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen ........................................................................................................ 26 3.3.1 Maatschappelijke opvang ............................................................................. 26 3.3.2 Aanpak laaggeletterdheid ............................................................................ 27 3.3.3 Uits tapprogramma’s voor prostituees ............................................................ 27 3.3.4 Landelijke vreemdelingenvoorzieningen......................................................... 27 4

Overige mededelingen ......................................................................................... 29 4.1

Inleiding..................................................................................................... 29

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen................ 29

4.3

Richtlijn ramen extra middelen jeugdzorg in begroting en meerjarenraming ...... 30

4.4

Evaluatie normeringssystematiek .................................................................. 31

4.5

Klimaat en energie ...................................................................................... 31

4.6

Individuele referentiewaarden EMU-saldo gemeenten 2022.............................. 32

4.7

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ..................................................... 32

4.8

Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................. 33

4.9

Herverdeling wegenbeheer ........................................................................... 34

Bijlagen ................................................................................................................... 35 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2021 en 2022 ...................... 36 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2021, gegroepeerd naar cluster ............................ 46 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid 2022, gegroepeerd naar cluster ............................ 49 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2021 – 2026........................................... 52 Bijlage 2.5.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten ........................ 53 Bijlage 2.5.2 Volumina maatstaven 2021 – 2026 ....................................................... 61 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad ........................................... 63 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Regionale Energie Strategieën .......................... 65 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Handhaving quarantaine .................................. 66 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering C entrale stemopneming ................................... 67 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang.................................. 68 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Aanpak laaggeletterdheid .................................

69 Bijlage 4.6 Individuele referentiewaarden EMU-saldo gemeenten 2022......................... 70

Septembercirculaire gemeentefonds 2021

1

Hoofdpunten

1.1

Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire.

Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota . De mededelingen zijn steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring.

De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefo nds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.

1.2

Algemene uitkering

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af ) hebben wijzigingen in de ARU direct invloe d op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. Zoals gemeld in de meicirculaire 2020 is het accres voor 2021 – net als voor het jaar 2020 - in overleg met de VNG en het IPO bevroren. De accrestranche 2021 wijzigt om die reden niet. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de huidige normeringssystematiek. Voor alle jaren vanaf 2022 is sprake van een opwaartse bijstelling van het accres. Met name in 2022 is sprake van een forse stijging. Een toelichting op de accresontwikkelingen is opgenomen in paragraaf 2.2 -1. De uiteindelijke ontwikkeling van het accres in 2022 en verder is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt.

Verder informeert deze circulaire over de ruimte onder het plafond van het BTW -compensatiefonds. De ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds en het bijbehorende plafond leiden sinds 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering. De ruimte onder het plafond is voor het jaar 2021 ten opzichte van de raming van de septembercirculaire 2020 licht gestegen. Voor 2021 bedraagt de ruimte onder het plafond voor gemeenten € 215,959 miljoen, wat bij deze circulaire aan de algemene uitkering van het gemeentefonds is toegevoegd. Naar analogie van het accres is het plafond van het BC F voor het jaar 2021 – net als in 2020 - bevroren. Het plafond is in deze circulaire voor 2021 alleen aangepast voor taakmutaties. Ook voor de jaren 2022 tot en met 2026 is sprake van ruimte onder het plafond. Wel is er een afname van de ruimte onder het plafond ten opzichte van de vorige raming bij de septembercirculaire 2020. De daling van de ruimte onder het

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

1

plafond wordt veroorzaakt doordat gemeenten en provincies meer zijn gaan declareren bij het BTW-compensatiefonds. Daardoor gaan de uitgaven van het fonds omhoog en de ruimte onder het plafond omlaag. De meerjarenraming van het plafond van het BC F is nog niet meegenomen in de tabellen van de algemene uitkering. Het is de werkwijze van de circulaire om jaarlijks bij de septembercirculaire enkel het huidige jaar op te nemen in de ramin g van de algemene uitkering.

Daarnaast bevat de circulaire informatie over de definitieve verdeling van de € 1,314 miljard die het kabinet voor 2022 extra beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Vanuit de € 1,314 miljard is, na overleg met VNG, besloten € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Deze € 9 miljoen wordt door VWS beschikbaar gesteld aan de VNG. Het overige deel van de € 1,314 miljard is toegevoegd aan de algemene uitkering.

Tot slot is in deze circulaire verwerkt dat de oploop van de opschalingskorting ook voor het jaar 2022 is geschrapt.

1.3

Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden

Op het gebied van de coronacompensatie is te melden dat de definitieve verdeling bekend is van de € 60 miljoen voor lokale cultuur en de buurt- en dorpshuizen en de aanvullende € 195 miljoen voor de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Daarnaast is de beschikbaarheidsvergoeding voor het ov verlengd tot en met september 2022. 1 Het kabinet heeft verder besloten om € 35 miljoen beschikbaar te stellen voor de periode 1 januari tot 1 juli 2021 voor de SW-bedrijven. Het bedrag zal bij de decembercirculaire 2021 worden toegevoegd aan het budget 2021 van de integratie-uitkering Participatie. Daarnaast is een bedrag van € 10 miljoen gereserveerd voor een eventuele aanvullende tegemoetkoming voor de periode 1 juli tot 1 oktober 2021. Het kabinet houdt een vinger aan de pols om te kijken of de financiële situatie naar aanleiding van de coronamaatregelen aanleiding geeft om ook (een deel van) het bedrag voor het derde kwartaal beschikbaar te stellen. 2

Voor de volledigheid worden de overige lopende afspraken hieronder ook gemeld.

Op dit moment wordt gewerkt aan het vaststellen van de inkomstenderving per gemeente over 2020. Het streven is dat voor zoveel mogelijk gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is. In het steun- en herstelpakket voor het derde kwartaal van 20213 is bekend gemaakt dat het kabinet de voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen gereserveerde € 60 miljoen overhevelt naar het gemeentefonds ter compensatie van de extra uitgaven. De voorlopige verdeling was al als bijlage bij de meicirculaire 2021 gedeeld. Deze circulaire bevat de definitieve verdeling.

ve rle nging-beschikbaarheidsvergoeding-ov.pdf Kam erbrief+steun-+en+herstelpakket+vanaf+het+4e+kwartaal+2021.pdf 3 Kam erbrief steun- en herstelpakket 3e k wartaal 2021 | Kamerstuk | R ijk soverheid.nl 1 2

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

2

Tevens is in dit steun- en herstelpakket medegedeeld dat het beschikbare budget van de TONK verdubbeld is van € 130 miljoen naar € 260 miljoen om gemeenten meer ruimte te geven in de uitvoering van de TONK. De eerste tranche van € 65 miljoen is al bij de aanvullende brief maart 2021 over gemeenten verdeeld. De overige € 195 miljoen wordt op dezelfde wijze verdeeld, zie paragraaf 2.2-8 van deze circulaire.

Verder heeft het kabinet besloten om ook de inkomstenderving over het gehele kalenderjaar 2021 te compenseren. Daarnaast heeft het kabinet voor het derde kwartaal 2021 € 51,5 miljoen voor de regionale en lokale cultuur gereserveerd, waarvan € 36,5 miljoen voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur en € 15 miljoen ter compensatie voor de inkomstenderving van medeoverheden door onder andere het kwijtschelden van huren. Het kabinet houdt een vinger aan de pols om te kijken of de financiële situatie naar aanleiding van de coronamaatregelen aanleiding geeft om ook (een deel van) het bedrag voor het derde kwartaal beschikbaar te stellen. Op sommige terreinen zijn eerder al specifieke afspraken voor heel 2021 gemaakt.4 Zo is voor geheel 2021 volledige compensatie afgesproken voor de meerkosten van jeugd en Wmo en voor de extra kosten van GGD-en en veiligheidsregio’s op basis van declaratie van de daadwerkelijke uitgaven. Voor de extra kosten voortkomend uit de Tijdelijke Wet C OVID-19, onder andere op het gebied van Toezicht en Handhaving, is besloten dat de kosten in 2021 worden vergoed. Voor het ov 5 is afgesproken de beschikbaarheidsvergoeding te verlengen tot en met september 2022.

Met het vorig jaar gepresenteerde aanvullend sociaal pakket is voor heel 2021 en gedeeltelijk ook voor 2022 extra geïnvesteerd in infrastructuur en middelen om mensen naar (nieuw) werk te begeleiden, om- en bijscholing te faciliteren en armoede - en schulden te bestrijden, zie paragraaf 2.2-9 en 2.2-10 van deze circulaire voor de verdeling van deze middelen.

Gezien de economie naar verwachting weer opengaat in de tweede helft van dit jaar zijn voor andere dossiers in beginsel geen nieuwe middelen gereserveerd. Mochten toch weer coronamaatregelen getroffen moeten worden die tot extra kosten voor medeoverheden leiden in het derde kwartaal voor de reeds in kaart gebrachte dossiers dan zal tijdig met de medeoverheden overlegd worden met betrekking tot de reële compensatie .

1.4

Herijking verdeling gemeentefonds

Op 9 juli jl. hebben de fondsbeheerders een aangepast voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds voor advies naar de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en ter consultatie aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gestuurd. De aanleiding om het verdeelvoorstel op onderdelen nader tegen het licht te houden was onder meer gelegen in vragen van de Tweede Kamer, ROB en gemeenten over het oorspronkelijke voorstel.6 De adviesaanvraag en de

Kam e rstuk 35 420, nr.314 Kam erstuk 35 420, nr.134 6 Kam erstuk 35570 B, nr. 16: Detail 2021D12374 | Twe ede Kamer der Staten -Generaal en Adviesaanvraag ve rde elvoorstel herijkt gemeentefonds | Twe ede Kamer der Staten -Generaal 4 5

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

3

(achterliggende berekening van de) voorlopige uitkomsten van het aangepaste verdeelvoorstel zijn gepubliceerd op de website van de rijksoverheid.7

In de brief aan de ROB van 9 juli jl. is de actualisatie van de verdeling naar een recenter peiljaar (2019) aangekondigd. Het verdeelvoorstel van 9 juli was gebaseerd op peiljaar 2017. Deze actualisatie is afgerond op 12 augustus jl. en eveneens aangeboden aan de ROB en de VNG, met het verzoek deze informatie mee te nemen in de advisering en consultering.8 De ontwikkeling van de netto-lasten geeft geen aanleiding om het verdeelvoorstel voor de verdeling van de middelen in het gemeentefonds te herzien. Van 2017 op 2019 stijgen de netto lasten van gemeenten over de hele linie, maar relatief sterker op de clusters Individuele voorzieningen Jeugd en Individuele voorzieningen Wmo. Dit patroon wordt gevolgd door de verdeling.

Het is van belang te benadrukken dat er sprake is van voorlopige effecten. Na definitieve besluitvorming over de invoering van het verdeelv oorstel zal met de dan bekende gegevens nog een actualisatie plaatsvinden naar 1 januari 2023, het beoogde moment van invoering van de nieuwe verdeling. Deze laatste actualisatieslag zal inzicht geven in de definitieve herverdeeleffecten voor gemeenten.

Zoals in de brief van 9 juli jl. reeds gemeld, gelden voor de invoering van het verdeelvoorstel de volgende randvoorwaarden: 

De nieuwe verdeling wordt stap voor stap ingevoerd, zodat gemeenten voldoende tijd hebben om zich aan de nieuwe financiële situatie aan te passen. Gezien de ontwikkelingen in de gemeentelijke financiën, kiezen de fondsbeheerders ervoor de herverdeeleffecten te maximeren op € 60 per inwoner over een periode van vier jaar, oftewel € 15 per inwoner per jaar. Dit geldt zowel voor gemeenten met een negatief herverdeeleffect als voor gemeenten met een positief herverdeeleffect.

De ontwikkeling van de kosten van gemeenten en de invloed daarvan op de verdeling wordt nauwgezet in de gaten gehouden. Als opvallende effecten optreden, voeren de fondsbeheerders onderzoek uit naar verdere verbetering van het model. Vier jaar na invoering (per 1 januari 2027) zal bekeken worden of bijstelling van de verdeling nodig is.

De adviesaanvraag aan de ROB en VNG omvat ook een voorstel voor een nieuw object ief verdeelmodel voor beschermd wonen, met bijbehorend ingroeipad. De taak en de bijbehorende middelen gaan, conform de afspraken die Rijk en VNG hebben gemaakt, over van centrumgemeenten naar alle gemeenten. Er is sprake van een geleidelijke invoering; de doordecentralisering beperkt zich tot nieuwe cliënten en er is sprake van een ingroeipad van 10 jaar.

Tot slot, gezien het feit dat de grootste effecten van de actualisatie van het verdeelvoorstel onder

7 8

Kam erbrief over antwoorden op tussenbericht R OB herijk ing gemeentefonds | Kamerstuk | R ijksoverheid.nl Docum enten actualisatie ve rdeelvoorstel gemeentefonds naar 2019 | Rapport | R ijk soverheid.nl

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

4

meer op Jeugd zitten, zal te zijner tijd in samenha ng worden bezien hoe om te gaan met de middelen voor Jeugd in het gemeentefonds.

1.5

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Belangrijke wijzigingen die in deze circulaire zijn verwerkt betreffen:

-

Er is sprake van een aanvullende uitname uit de integratie-uitkering Beschermd wonen omdat er meer cliënten dan oorspronkelijk geraamd zijn over gegaan van Wmo beschermd wonen naar de Wet langdurige zorg. De aanvullende uitname bedraagt € 50 miljoen in 2021 en vanaf 2022 structureel € 149 miljoen. Eerder is voor 2021 en verder reeds een bedrag van € 495 miljoen uitgenomen, zie paragraaf 3.2-2 van de meicirculaire 2020;

-

De voortzetting van het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad: € 19,4 miljoen in 2022 via de gelijknamige decentralisatie-uitkering;

-

De verlaging van de integratie-uitkering Participatie vanaf 2021 conform de bestuurlijk overeengekomen rekenregel. Het UWV voert de no -riskpolis uit voor de gehele gemeentelijke doelgroep banenafspraak en nieuw beschut werk . Dit jaar bleken de uitgaven van het UWV aan de no-riskpolis hoger te zijn geweest dan aanvankelijk geraamd. Dit wordt gefinancierd via een verlaging van de integratie -uitkering Participatie: het betreft een extra uitname van € 5,459 miljoen in 2021, oplopend tot € 17,141 miljoen in 2026.

Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2021 en verder ook een aantal andere wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen.

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

5

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

6

2

Algemene uitkering

2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor ). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 zijn de mededelingen over de wijziginge n in het verdeelstelsel opgenomen.

Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.3, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren . Paragraaf 2.5 gaat in op de berekening van de algemene uitkering met die gegevens en licht de gehanteerde termen toe.

De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkeri ng over de periode 2021 tot en met 2026 ten opzichte van de meicirculaire 2021. Het betreft achtereenvolgens: 1.

Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten , zonder veranderingen in het takenpakket.

2.

Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering.

Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2021 en verder en worden onder de

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

7

tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.

Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de meicirculaire 2021 (in duizenden euro's) 2021 stand meicirculaire 2021

2022

2023

2024

2025

2026

28.496.874 28.282.613 28.526.142 29.082.173 29.860.138 30.780.114

algemene mutaties 1) 2) 3)

Accres Plafond BTW-compensatiefonds Lagere apparaatskosten (opschalingskorting)

583.263

650.661

666.829

757.397

860.175

-12.000

-11.000

-11.000

-11.000

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

6.400

6.400

6.400

6.400

6.400

2.778

2.778

2.778

2.778

2.778

50

50

50

50

50

215.959 270.000

taakmutaties

4) 5) 6a)

cluster Jeugd Jeugdzorg Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten

6b) 7)

cluster Maatschappelijke ondersteuning Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz

8) 9a) 9b) 10a) 10b) 11) 12)

cluster Inkomen & participatie Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) Aanvullend pakket re-integratie Impuls re-integratie Gemeentelijk schuldenbeleid Bijzondere bijstand Uitvoering en implementatie Breed offensief Landelijke structuur interventieteams

13a)

cluster Cultuur en ontspanning Lokale cultuur

13b) 14)

cluster Samenkracht en burgerparticipatie Buurt- en dorpshuizen Toezicht en handhaving gastouderopvang

15)

cluster Volksgezondheid Rijksvaccinatiepgrogramma HPV mannen

16)

cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Europese richtlijn energieprestatie gebouwen

1.797

17) 18)

cluster Bestuur en algemene ondersteuning Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Logisch ontwerp GBA

-3.264 483

19)

cluster Overig Beheer persoonskaartenarchief stand deze circulaire

1.305.000 51.825 -7.163

-15.500

-19.979 -13.500

195.000 14.740 43.438 30.000 15.000 15.503

50.000 10.000

50

29.018.727 30.515.140 29.176.531 29.749.730 30.618.263 31.641.017

Toelichting 1.

Accres

Na het uitbreken van de coronacrisis is in overleg met de VNG en het IPO besloten om het accres voor de jaren 2020 en 2021 vast te zetten op de standen uit de meicirculaire 2020. De accrestranches voor die jaren zijn om die reden niet gewijzigd en bedragen respectievelijk € 1.240 miljoen en € 1.030 miljoen.

Voor de jaren vanaf 2022 wordt het accres conform afspraken geactualiseerd op basis van de bestaande normeringssystematiek. Deze accrestranches zijn dus gebaseerd op de actuele groei van

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

8

de accresrelevante uitgaven en grondslag in de betreffende jaren. Meer informatie over de berekeningswijze van het accres is te vinden in de jaarlijkse Miljoenennota -bijlage over de normeringssystematiek. Uitgaven aan nood- en steunmaatregelen als gevolg van corona lopen niet mee in de accresberekening. Het reguliere uitgavenplafond waar het kabinet op stuurt geldt niet voor de uitgaven uit de noodpakketten. Deze uitgaven leiden daarom ook niet tot een effect op het accres. Om de gevolgen van de coronamaatregelen op te vangen hebben gemeenten en provincies extra middelen ontvangen. Tabel 2.2.3 en 2.2.4 laat de actuele raming van de accressen zien voor de jaren 2022-2026, zowel in duizenden euro’s als in procenten. Tabel 2.2.3 A ctuele raming accressen gemeentefonds 2022-2026 (in duizenden euro’s)

Stand m eicirculaire 2021 Mutatie jaarlijkse tranches

2022

2023

2024

2025

2026

909.796

673.924

694.840

919.735

923.999

16.168

90.568

102.778

583.263

67.398

Stand septembercirculaire 2021

1.493.059

741.322

711.008 1.010.303 1.026.777

C um ulatief accres vanaf 2022

1.493.059 2.234.381

2945.389 3.955.692 4.982.469

Tabel 2.2.4 A ctuele raming accressen gemeentefonds 2022-2026 (in procenten) Stand m eicirculaire 2021

2022 3,09%

2023 2,30%

2024 2,36%

2025 3,06%

2026 3,00%

Mutatie jaarlijkse tranches

1,95%

0,05%

0,00%

0,23%

0,25%

Stand septembercirculaire 2021

5,04%

2,36%

2,36%

3,29%

3,26%

Het geraamde accres 2022 wordt ten opzichte van de meicirculaire 2021 met € 583,263 miljoen opwaarts bijgesteld en komt daarmee voorlopig uit op 5,04%. Ook de accrestranches in de jaren na 2022 worden opwaarts bijgesteld. Dit komt zowel door een hogere geraamde loon- en prijsontwikkeling in de Macro Economische Verkenning (MEV-raming) van het C entraal Planbureau als door een positieve volumeontwikkeling. Het kabinet heeft daarnaast vanaf 2022 aanvullende middelen uitgetrokken voor een aantal beleidsterreinen, waaronder voor klimaatmaatmaatregelen. Daarnaast zijn de kosten voor het compenseren van de gedupeerden van de kinderopvangtoeslag opwaarts bijgesteld. Ook andere uitgaven zoals die in de zorg en de EU -afdrachten zijn opwaarts bijgesteld. Voor al deze uitgaven geldt dat dit ramingen betreft. Op het moment dat de daadwerkelijke uitgaven lager blijken te zijn, zal dit ook leiden tot een lager accres.

Tabel 2.2.5 maakt de mutaties van de accrestranches per jaar inzichtelijk. De totaalregel in de tabel correspondeert met de accresregel in tabel 2.2.1. Tabel 2.2.5 Mutaties accres tranches gemeentefonds 2022-2026 ten opzichte van de meicirculaire 2021 (jaartranches, x € 1 duizend) 2022 2023 2024 2025 2026 Tranche 2022

583.263

Tranche 2023

583.263

583.263

583.263

583.263

67.398

67.398

67.398

67.398

16.168

16.168

16.168

90.568

90.568

757.397

860.175

Tranche 2024 Tranche 2025 Tranche 2026 Totaal gewijzigde tranches

102.778 583.263

650.661

666.829

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

9

2.

Plafond BTW-compensatiefonds

Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BC F) is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BC F. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. De toevoeging of uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de gerealiseerde aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BC F.

In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de jaren 2021 tot en met 2026 opgenomen. De ruimte onder het plafond is voor 2021 geraamd op € 243,168 miljoen, iets hoger dan geraamd bij de septembercirculaire 2020. Het aandeel van de gemeenten daarin bedraagt € 215,959 miljoen, wat bij deze circulaire is toegevoegd aan de algemene uitkering. Naar analogie van het accres is het plafond van het BC F voor het jaar 2021 – net als in 2020 - bevroren. Het plafond is in deze circulaire voor 2021 alleen aangepast voor taakmutaties.

De ontwikkeling van de uitgaven wordt vlak doorgetrokken. Hierbij is rekening gehouden met de jaarlijkse toevoegingen (taakmutaties) aan het BC F. Bij deze aanname blijft voor alle jaren sprake van ruimte onder het BC F-plafond. Wel is vanaf 2022 sprake van een daling van de ruimte onder het plafond ten opzichte van de raming bij de septembercirculaire 2020. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat gemeenten en provincies meer zijn gaan declareren bij het BC F. Daardoor gaan de uitgaven van het fonds omhoog en gaat de ruimte onder het plafond omlaag.

De meerjarenraming is nog niet meegenomen in de tabellen van de algemene uitkering. Het is de werkwijze van de circulaire om jaarlijks bij de septembercirculaire enkel het huidige jaar op te nemen in de raming van de algemene uitkering (zie paragraaf 2.2.2 van de meicirculaire 2018). Over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BC F door gemeenten kan worden opgenomen als verwachte bate staat in de meicirculaire 2021 (paragraaf 4.8) een advies opgenomen. Voor de begroting 2022 is het advies de raming te baseren op de realisatie 2020 zoals in de meicirculaire 2021 is opgenomen.

Onderstaande tabel bevat een cijfermatig overzicht van het plafond BC F.

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

10

Tabel plaf ond BCF (bedragen x € 1.000) Raming 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Plaf ond

3.905.197

4.001.909

4.093.885

4.193.766

4.331.829

4.472.638

W.v. grondslag

3 .8 12.354

3 .9 53.710

4 .0 62.880

4 .1 76.655

4 .3 07.762

4 .3 07.762

9 2 .843

2 .6 68

381

384

329

72

-

4 5 .531

3 0 .624

1 6 .727

2 3 .738

1 6 4.804

Uitgaven

3.662.029

3.663.678

3.661.856

3.661.856

3.661.856

3.661.856

W.v. gemeenten

3 .2 52.267

3 .2 53.916

3 .2 52.094

3 .2 52.094

3 .2 52.094

3 .2 52.094

Ruimte onder plaf ond

243.168

338.231

432.029

531.910

669.973

810.782

W.v. gemeenten

2 1 5.959

3 0 0.402

3 8 3.685

4 7 2.389

5 9 5.003

7 2 0.055

W.v. overhevelingen i.v.m taakmutaties W.v. ac c res

3.

Lagere apparaatskosten (opschalingskorting)

Het kabinet heeft besloten de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten in het jaar 2022 incidenteel te schrappen. Dit leidt tot een verhoging van de algemene uitkering van het gemeentefonds van € 270 miljoen in 2022.

4.

Jeugdzorg

Per brief van 29 juni jl. zijn gemeenten geïnformeerd dat het kabinet voor 2022 incidenteel € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor dat jaar. Hierin is ook meegenomen dat gemeenten uitvoering geven aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen op de jeugdzorguitgaven opleveren. Vanuit de € 1,314 miljard is, na overleg met de VNG, besloten € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Deze € 9 miljoen wordt door VWS beschikbaar gesteld aan de VNG. Het overige deel is toegevoegd aan de algemene uitkering. Vanwege de kosten voor de uitvoering van de hervormingsagenda valt de toekenning aan de algemene uitkering per gemeente in deze circulaire iets lager uit dan het gepresenteerde indicatiebedrag uit de brief van 29 juni jl.9

Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdstelsel en de structurele financiën. Het oordeel van de C ommissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng. Het Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (o nder andere cliënten, aanbieders en professionals), committeren zich aan het opstellen van een hervormingsagenda, die bestaat uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Deze hervormingsagenda omvat zowel afspraken over maatregelen die passen binnen het huidige stelsel, als het starten met de voorbereiding van aanpassing in nationale wet- en regelgeving. Het is aan een nieuw kabinet om over de hervormingsagenda te besluiten. 9

Brie f+Verdeelwijze+incidentele+middelen+je ugdzorg+2022 (6).pdf

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

11

5.

Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden

In paragraaf 2.2-7 van de meicirculaire 2021 bent u geïnformeerd over de € 613 miljoen die het kabinet voor het jaar 2021 beschikbaar heeft gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Hiervan is een bedrag van € 255 miljoen beschikbaar gesteld met als oogmerk dat gemeenten hierdoor in staat worden gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. In totaal € 55 miljoen van de € 255 miljoen is in de meicirculaire 2021 nog niet verwerkt in de verdeling van het algemene uitkering omdat het Rijk en de VNG een klein d eel hiervan wilden inzetten voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten specialistische jeugdzorg. Inmiddels hebben de VNG en het Rijk deze kosten begroot op € 3,175 miljoen waardoor bij deze circulaire het resterende deel (€ 51,825 miljoen) kan worden toegevoegd aan de algemene uitkering.

6.

a en b) Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten

Ten aanzien van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de PGB trekkingsrechten is voor 2022 overeengekomen om op basis van de conceptbegroting 2022 een bedrag van € 27,142 miljoen uit de algemene uitkering te nemen, waarvan € 19,979 miljoen uit het subcluster Wmo 2015 en € 7,163 miljoen uit het subcluster Jeugdhulp.

7.

Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz

Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz -instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 (paragraaf 2.2-5) middelen overgeheveld naar de Wlz. Daarbij zijn het ministerie van VWS en de VNG overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. In de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.2-4) is de nacalculatie over 2020 ad € 16,9 miljoen verwerkt. In deze circulaire is de nacalculatie structureel vanaf 2021 verwerkt. C onform bestuurlijke afspraak is de nacalculatie gebaseerd op realisatiegegevens van 2020, zoals die worden aangeleverd bij de Nederlandse Zorgautoriteit.

8.

Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK)

De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke (woon)kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. Maar ook burgers die al in 2020 ingestro omd zijn in een uitkering (WW, Bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

12

uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, komen in aanmerking voor de TONK. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming vo or noodzakelijke kosten. Voor deze tijdelijke ondersteuning wordt het bestaande instrument van de bijzondere bijstand gebruikt. Voor de eerste drie kwartalen van 2021 is een bedrag van € 260 miljoen beschikbaar gesteld voor de TONK. De eerste tranche van € 65 miljoen is reeds toegevoegd aan de algemene uitkering (zie paragraaf 2.2-1 van de aanvullende brief maart 202110). Deze tweede en laatste tranche voor de periode tot en met 30 september bedraagt € 195 miljoen, en wordt eveneens beschikbaar gesteld via de algemene uitkering. Voor de verdeling over de gemeenten wordt - net als in de aanvullend brief maart 2021 - de eerder afgesproken verdeelsleutel gehanteerd.

9.

a en b) Extra middelen voor re-integratie dienstverlening aan bijstandsgerechtigden

Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen beschikbaar voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden (€ 14,740 miljoen in 2022). Gemeenten ontvangen deze extra middelen zodat zij de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt. Daarnaast ontvangen gemeenten in 2022 een tijdelijke impuls voor reintegratie (€ 43,438 miljoen) die gemeenten in staat stelt om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. Voor 2020 en 2021 zijn reeds middelen toegekend in de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.2-1).

10. a en b) Extra middelen voor gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 30 miljoen in 2022) en de bijzondere bijstand (€ 15 miljoen in 2022) beschikbaar. Gericht op het bieden van snelle hulp en ondersteuning aan mensen die vanwege de crisis te maken krijgen met (dreigende) schulden- en armoedeproblematiek. Voor 2020 en 2021 zijn reeds middelen toegekend in de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.2 -2).

11. Uitvoering en implementatie Breed offensief Het wetsontwerp Breed offensief beoogt processen te stroomlijnen en te harmoniseren om op die manier meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen. Dit wetsontwerp is vanwege de demissionaire status van het kabinet controversieel verklaard. Een deel van de activiteiten is echter niet afhankelijk van een wetswijziging en kan toch worden uitgevoerd. Voor de implementatie van de voorstellen uit Breed offensief heeft het ministerie van SZW in totaal € 53 miljoen aan incidentele middelen beschikba ar gesteld voor 2020 en 2021. De verdeling van deze middelen vindt plaats via bestuurlijke afspraken met de VNG. Op basis van die bestuurlijke afspraken ontvangen gemeenten in 2021 € 15,503 miljoen via de algemene uitkering voor de implementatie van de onderdelen van Breed offensief die géén wetswijziging vereisen en sowieso

10

https://www.twe e de kamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2021Z05028&did=2021D11097

Septemberci rculai re gemeentefonds 2021

13

zullen worden doorgezet. De maatregelen richten zich veelal op het gemakkelijker maken voor werkgevers om mensen met een beperking in dienst te nemen. Het gaat onder andere om het stroomlijnen van de administratieve werkprocessen rondom loonkostensubsidie, het uniformeren van de loonwaardebepaling en werkgeversdienstverlening.

12. Landelijke structuur interventieteams In de Landelijke Structuur Interventieteams (LSI) werken gemeenten samen met andere overheidsorganisaties ter voorkoming en terugdringing van belasting - en premiefraude, toeslagenfraude, uitkeringsfraude, overtredingen van arbeidswetgeving en daarmee samenhangende misstanden zoals door de LSI aangeduid. Voor de ondersteuning v an gemeenten bij de uitvoering van projecten binnen de LSI zal het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 2,5 miljoen beschikbaar stellen via de algemene uitkering.

13. a en b) Lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen Voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen heeft het kabinet € 60 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan € 50 miljoen voor cultuur en € 10 miljoen voor buurt- en dorpshuizen, ter compensatie van de extra uitgaven als gevolg van de coronacrisis. Een indicatie van het te ontvangen bedrag is reeds bij de meicirculaire 2021 (zie paragraaf 1.3) bekend gemaakt. Inmiddels is ook de definitieve verdeling bekend en opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/992/documents/14776