3c605ad2-cadf-48cd-9d5b-2df042ce115f.pdf
Tekst van het document
Concept Begroting 2023
1
Colofon Auteur:
Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek Botter 14-15 Postbus 2341 8203 AH LELYSTAD T. 088-6333 000 E. info@ofgv.nl W. www.ofgv.nl
Opdracht:
Concept Begroting OFGV 2023
Versie: Datum:
concept DB voor zienswijze 10 maart 2022
2
Inhoudsopgave Voorwoord .................................................................................................................. 4 Inleiding ..................................................................................................................... 5 A. Beleidsbegroting 2023 .............................................................................................. 6 A.1. Programmaplan Milieu en Leefomgeving .................................................................. 6 A.1.1. Doelstellingen .......................................................................................... 6 A.1.2. Activiteiten .............................................................................................. 7 A.1.3. Baten en lasten programma Milieu en Leefomgeving ..................................... 8 A.2. Paragrafen ........................................................................................................... 9 A.2.1. Lokale heffingen ....................................................................................... 9 A.2.2. Weerstandsvermogen ............................................................................... 9 A.2.3. Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................... 15 A.2.4. Financiering ...........................................................................................
15 A.2.5. Bedrijfsvoering....................................................................................... 17 A.2.6. Verbonden partijen ................................................................................. 17 A.2.7. Grondbeleid ........................................................................................... 17 B. Financiële begroting 2023 ....................................................................................... 18 B.1. Overzicht van baten en lasten en de toelichting ...................................................... 18 B.1.1. Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 ........................................ 18 B.1.2. Toelichting op het overzicht van baten en lasten ........................................ 23 B.1.3. Algemene dekkingsmiddelen .................................................................... 25 B.1.4. Kosten van overhead .............................................................................. 26 B.1.5. Stelposten, vennootschapsbelasting en onvoorzien ..................................... 26 B.1.6. Incidentele baten en lasten ..................................................................... 26 B.2. Financiële positie en toelichting ............................................................................ 27 B.2.1. Uitgangspunten en ontwikkelingen ten opzichte van 2022 ...........................
27 B.2.2. Geprognosticeerde eindbalans ................................................................. 27 B.2.3. Jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen ........................... 27 B.2.4. Investeringen in vaste activa ................................................................... 27 B.2.5. Financiering ........................................................................................... 28 B.2.6. Reserves en voorzieningen ...................................................................... 28 B.2.7. EMU-saldo ............................................................................................. 28
3
Voorwoord Voor u ligt de OFGV-begroting 2023 opgesteld aan de hand van de kaders die het Algemeen Bestuur van de OFGV op 9 februari 2022 meegaf. De basis voor de begroting is de Kostenverdeelsystematiek 2021-2023 (KVS). Deze is daardoor grotendeels vergelijkbaar met de begrotingen 2021 en 2022. Het houvast van deze voorspelbare systematiek is, zeker voor 2023, goed om te hebben. Sinds de opstartjaren is er namelijk niet meer zoveel onzeker geweest als in dit begrotingsjaar. De Omgevingswet wordt per 1 januari 2023 ingevoerd. Een heel ander wettelijk kader, vanuit een andere filosofie aan de hand waarvan wij ons werk gaan doen: minder vergunningen, meer meldingen; kortere proceduretijd; informatieplicht; leges; adviezen op omgevingsplannen en -visies; zorgplichten; nieuwe jurisprudentie etc. Het effect van die veranderingen op (de omvang van) het OFGV-werk laat zich nu nog moeilijk voorspellen. Ook is er ten tijde van het opstellen van de begroting nog geen duidelijkheid over de financiering van de Bodemtaken die naar gemeenten overgaan, reden waarom dit met een principe afspraak en een PM-post is opgenomen. De effecten van de vele studies naar, bestuurlijk bijeenkomsten en kamerbrieven over het versterken van het VTH-stelsel, zullen in 2023 hun beslag krijgen.
Uiteraard gaat dit over verbeteringen in de uitvoering en slimmer en beter geïnformeerd (samen)werken; en ‘in the end’ ook over geld en dus over de begroting. Ook die effecten laten zich moeilijk voorspellen maar zullen ongetwijfeld merkbaar zijn voor de OFGV en zijn deelnemers. Dat geldt ook voor de lokaal bestuurlijke prioriteiten. Ten tijde van het opstellen van de begroting moeten de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 nog plaatsvinden. Dus komen er nieuwe colleges, nieuwe visies op de fysieke leefomgeving, nieuwe prioriteiten en wensen. In de uitvoeringsprogramma’s en in het VTH-beleidskader, dat ook in 2023 een nieuwe periode ingaat, zal daarmee rekening worden gehouden. Ook het aangekondigde plaats-onafhankelijk werken krijgt in 2023 definitief zijn beslag. In ieder geval verlaat de OFGV dan zijn kantoorlocatie waar vanuit de organisatie de eerste 10 jaar van zijn bestaan heeft gewerkt. Dat heeft geen invloed op de inhoud van het werk dat we voor de deelnemers verrichten maar wel op de manier waarop we dat doen. Met de herijking van de KVS voor 2024-2026, een grotendeels nieuwe samenstelling van het bestuur en veranderende bevoegdheden door omgevingswet zijn de meeste nu bekende wijzigingen wel in beeld. Daar komen ongetwijfeld nog vele ontwikkelingen bij in de komende tijd.
We verwachten dat de onzekerheden deels richting 2023 duidelijk worden maar de meeste echter pas in 2023 en daarna. Toch kijkt de OFGV uit naar 2023. Met de deelnemers is een flexibele, vooruitstrevende, innoverende en zich ontwikkelende organisatie neergezet. We zijn er van overtuigd dat we daarmee goed in staat zijn om te kunnen gaan met onzekerheden en wijzigingen die op ons af komen. Niet alles zal in één keer goed gaan. Wel zal het uiteindelijk goed komen en zullen uw taken op de best mogelijke manier, verantwoord worden uitgevoerd. O ja, en we bestaan 10 jaar op 1 januari 2023… Lelystad, 22 juni 2022 de Voorzitter
de Secretaris
4
Inleiding Voor u ligt de begroting 2023 van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). De begroting past binnen de kaders die het Algemeen Bestuur (AB) heeft vastgesteld. Deze kaders zijn beschreven in de Kadernota 2023. Leeswijzer Deze programmabegroting bevat de volgende onderdelen: Hoofdstuk A1: Het programmaplan Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vragen: wat willen we bereiken, hoe gaan we dat realiseren, welke kosten zijn daaraan verbonden en welke risico’s lopen we? De OFGV voert een beleidsarme begroting waarin vooral de jaaropdrachten van de partners uitgevoerd worden. Hoofdstuk A2: De paragrafen In de paragrafen wordt behandeld hoe het weerstandsvermogen is opgebouwd, welke financieringsrisico’s de OFGV loopt en wat de uitdagingen in de bedrijfsvoering zijn. De paragraaf risico’s en weerstandsvermogen bevat ook de wettelijk verplichte kengetallen over solvabiliteit en liquiditeit. Hoofdstuk B1: Baten en lasten Dit hoofdstuk bevat de begroting en meerjarenraming, inclusief een toelichting op de verschillende begrotingsposten. De wijzigingen ten opzichte van 2022 zijn per begrotingspost weergegeven. Hoofdstuk B2: Financiële positie In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan balansposities (activa en reserves) en aan terugkerende verplichtingen voor het personeel. Inclusief een geprognosticeerde eindbalans van de activa en passiva.
Proces De conceptversie van de programmabegroting 2023 is op 10 maart 2022 door het Dagelijks Bestuur (DB) vastgesteld. Vervolgens is deze, samen met de voorgestelde begrotingswijziging 2022, aangeboden aan de raden en Staten van de 14 deelnemende partijen. Zij kunnen tot 16 mei 2022 zienswijzen indienen. In het DB van 18 mei 2022 worden de binnengekomen zienswijzen en de mogelijke wijzigingen van de begroting besproken. De begroting 2023 wordt vervolgens, inclusief zienswijzen en een reactie van het DB, ter vaststelling voorgelegd aan het AB. In haar vergadering van 22 juni 2022 besluit het AB over de begroting 2023.
5
A. Beleidsbegroting 2023 A.1. Programmaplan Milieu en Leefomgeving A.1.1. Doelstellingen Vergunningverlening De OFGV heeft als doel het afhandelen van vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijnen. Daarnaast worden meldingen beoordeeld op juistheid en volledigheid binnen de met de partners afgesproken termijnen. De belangrijkste aandachtspunten hierbij zijn: 1. uitvoeren afspraken opdrachtgevers; 2. tijdige en geïntegreerde vergunningen; 3. voldoen aan inhoudelijke kwaliteit; 4. bestuurlijke sturing op strategie en afstemming op ruimtelijke mogelijkheden/ambities. Handhaving De OFGV zet zich in voor het behouden dan wel verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid). Dit wordt onder andere gedaan door het houden van toezicht op de naleving van wet- en regelgeving. Daar waar nodig wordt handhavend opgetreden. Het doel van de OFGV is dat alle controles uit de jaarprogramma’s van alle deelnemende partijen worden uitgevoerd. De afhandeling van klachten gebeurt binnen de met de deelnemers afgesproken termijn. De belangrijkste aandachtspunten hierbij zijn: 1. uitvoeren jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s deelnemers; 2. optimaal proces van toezicht en handhaving; 3. verbeteren professionaliteit medewerkers; 4. vergroten effectiviteit door risico- en informatie gestuurd handhaven; 5. effectieve piketdienst.
Beleids- en juridische expertise De OFGV verstrekt passend en kwalitatief goed advies aan de deelnemende partijen over het ontwikkelen, inrichten en beheren van een duurzame leefomgeving. Dit geldt voor de taakgebieden bodem, water, energie, asbest, stortplaatsen, geluid, lucht, externe veiligheid en zwemwater. De kennis van vakspecialisten op bovengenoemde taakgebieden en de aanwezige juridische kennis worden hiervoor ingezet. De belangrijkste aandachtspunten zijn: 1. verstrekken van specialistische adviezen aan interne en externe opdrachtgevers; 2. verstrekken van juridische adviezen aan interne en externe opdrachtgevers; 3. vertegenwoordigen van de OFGV en de partners in bezwaar- en beroepsprocedures.
6
A.1.2. Activiteiten De taken van de OFGV zijn vermeld in de Producten en Diensten Catalogus (PDC) en worden voor de 14 deelnemende partijen vertaald in uitvoeringsprogramma’s. De uitvoeringsprogramma’s 2023 worden in het 4de kwartaal van 2022 per deelnemer opgesteld en besproken. Eind 2022 wordt het definitieve programma verstuurd. De door de deelnemende partijen aan de OFGV overgedragen taken zijn dan, als de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden, grotendeels basistaken conform die Omgevingswet. Daarnaast zijn er deelnemers die plustaken hebben overgedragen. Dit zijn ‘extra’ taken die per deelnemende partij verschillen. Ook zijn er deelnemers die meerwerk beleggen bij de OFGV. Het uitvoeren van meerwerk gebeurt op basis van het uitbrengen van meerwerkaanbiedingen. Hieronder een overzicht van de activiteiten vertaalt naar de Omgevingswet. Over de definitieve uitwerking van de basistaken en plustaken wordt (landelijk) nog gesproken.
Basistakenpakket, o.a.: Vergunningen, meldingen en informatie: Afhandelen vergunningen voor milieubelastende activiteiten (Bal, bruidsschat of omgevingsplan) Afhandelen meldingen voor milieubelastende activiteiten (Bal, Bbl (asbest), bruidsschat of omgevingsplan) Afhandelen informatieplichten voor milieubelastende activiteiten (Bal, Bbl (asbest), bruidsschat of omgevingsplan) Afhandelen van vergunningen en meldingen voor ontgrondingen (Bal, omgevingsplan) Stellen maatwerkvoorschriften milieubelastende activiteiten (Bal) Treffen gelijkwaardige maatregelen milieubelastende activiteiten (Bal) Beoordelen van rapportages
Toezicht en handhaving: Toezicht milieu vergunningvoorschriften milieubelastende activiteiten Toezicht milieu algemene regels milieubelastende activiteiten (Bal, bruidsschat of omgevingsplan) Toezicht milieu omgevingsplan (o.a. geur, geluid, trilling, licht en omgevingsveiligheid) Toezicht op maatwerkvoorschriften milieubelastende activiteiten (Bal) Toezicht ontgrondingen (Bal, omgevingsplan) Sloopmelding en asbestinventarisatie (Bbl) Klachten milieu Ketentoezicht en –handhaving
Plustaken, o.a.: Vergunningen en meldingen: Professioneel vuurwerk Bodem Grondwaterbescherming Zwemwater (zwemmen in oppervlaktewater) •
Toezicht en handhaving: Nazorg stortplaatsen Bodem Grondwaterbescherming Zwemwater (zwemmen in oppervlaktewater) Natuur
7
•
Expertise: Advisering en informatievoorziening omgevingsvisie op het gebied van milieu (o.a. geluid, bodem, geur, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid) Advisering omgevingsplan op het gebied van milieu of leefomgeving Advisering omgevingsplan evenwichtige toedeling van functies aan locaties (goede ruimtelijke ordening) Advisering omgevingsplan op uitvoerbaar- en handhaafbaarheid Risicoregister omgevingsveiligheid, gevaarlijke stoffen, bijhouden van de risicokaart (na 2022 Risicoregister Externe Veiligheid (REV)) Beheren bodeminformatie Invulling geven aan handhavingsbeleid Verzorgen regionale opleidingen en cursussen via het Kenniscentrum Projecten, zoals handhavingsestafette
Algemeen: • Juridische dienstverlening (vergunningverlening, handhaving en ondersteuning) • Beleidsadvisering en –ondersteuning • Informatieverstrekking A.1.3. Baten en lasten programma Milieu en Leefomgeving De specificatie van de baten en lasten staat in hoofdstuk B van deze begroting. Het totaaloverzicht van de lasten en baten is als volgt: Overzicht baten en lasten 2023 Programma Milieu en Leefomgeving Algemene dekkingsmiddelen Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat
Totaal baten Totaal directe lasten Totaal overhead Totaal onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat
Baten 14.870.778 14.870.778 14.870.778
Lasten 9.970.669 4.843.282 56.827 14.870.778 14.870.778
Realisatie
Begroting na 2de BW
Kader excl. index
2022 14.630.858 9.819.471 4.755.400 55.988 -
2023 14.217.758 9.427.380 4.734.391 55.988 -
€ € € € € € €
2021 14.716.424 9.949.015 4.249.627 517.783 52.016 569.799
€ € € € € € €
Saldo 4.900.109 -4.843.282 -56.827 -
€ € € € € € €
Index
€ € € € € € €
2023 3.850 3.010 840 -
Begroting incl. index € € € € € € €
2023 14.870.778 9.970.669 4.843.282 56.827 -
Meerjarenraming
€ € € € € € €
2024 14.799.557 9.813.248 4.928.629 57.680 -
€ € € € € € €
2025 15.120.947 10.040.396 5.022.006 58.545 -
€ € € € € € €
8
2026 15.449.616 10.272.943 5.117.250 59.423 -
A.2. Paragrafen A.2.1. Lokale heffingen De OFGV is niet bevoegd om lokale belastingen op te leggen. Deze bevoegdheid ligt bij de gemeenten en provincies. De OFGV legt wel leges op voor grondwater- en ontgrondingenvergunningen binnen de provincie Flevoland. Het legestarief wordt bepaald door Provinciale Staten van Flevoland. A.2.2. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de risico's waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen enerzijds, en de capaciteit van middelen en mogelijkheden (weerstandscapaciteit) die de organisatie heeft om niet begrote kosten op te vangen anderzijds. Het beleid over het weerstandsvermogen is door het AB vastgesteld middels de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. Het beleid bevat het risicoprofiel van de OFGV, het doel en de hoogte van de Algemene Reserve en overig weerstandsvermogen en de methode voor het kwantificeren van risico’s. In 2019 is het beleid geactualiseerd. Risicobeleid Risicoprofiel Het risicoprofiel bestaat uit de hoeveelheid risico’s die een organisatie kan of wenst te accepteren. Bij de actualisatie de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement in november 2019 heeft het AB besloten om de variabele ratio (norm) tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit te hanteren met een bandbreedte van 0,8 – 1.2. Variabele ratio leidt tot minder schommelingen in de mutatie van de reserves.
De gekwantificeerde risico’s mogen samen niet hoger zijn dan de beschikbare middelen in de weerstandscapaciteit. Bij de daling van een feitelijk ratio onder 0.8, wordt tijdig gekeken naar mogelijkheden om weer richting de bandbreedte te komen. Weerstandsvermogen Tot de weerstandscapaciteit worden de volgende bestanddelen gerekend: Bestanddeel Algemene Reserve Bestemmingsreserves (voor zover niet bestemd) Onvoorzien Begrotingsruimte Stille reserves Kostenreductie (bezuinigingen)
Incidentele Weerstandscapaciteit X
Structurele weerstandscapaciteit
X X X X X
De Algemene Reserve is bedoeld als buffer om fluctuaties in de exploitatie en onverwachte tegenvallers in de toekomst op te kunnen vangen. Het rekeningresultaat wordt met de Algemene Reserve verrekend. Wanneer de maximale hoogte van 5% van het begrotingstotaal wordt overschreden, wordt in het voorstel tot resultaatbestemming een voorstel gedaan tot bestemming van dat meerdere. Bestemmingsreserves en voorzieningen worden gebruikt om substantiële risico’s respectievelijk voorziene uitgaven die verstorend werken op het begrotingsevenwicht te dekken. Een bestemmingsreserve of voorziening heeft een concreet doel. Het gaat om bestedingen voor niet-reguliere taken. Het instellen van een bestemmingsreserve of voorziening gaat gepaard met spelregels over het bestedingsdoel, de verwachte looptijd en een boven- en ondergrens van de hoogte van de reserve of voorziening. 9
De begrotingspost “onvoorzien” is bedoeld om onvoorziene uitgaven op het gebied van bedrijfsvoering te dekken. Samen met ruimte in de begroting zijn dit structurele (jaarlijks terugkomende) onderdelen van de weerstandscapaciteit. Soorten risico’s De OFGV onderscheidt operationele, tactische en strategische risico’s. Operationele risico’s zijn risico’s in de financiële bedrijfsvoering die binnen de AO/IC van beheersmaatregelen zijn voorzien. Tactische risico’s zijn risico’s in de operationele processen zoals imagoschade, informatiebeveiliging en aansprakelijkheid. Beheersmaatregelen hiervoor zijn onder andere het uitvoeren van integriteitsbeleid, informatiebeveiligingsbeleid en het afsluiten van verzekeringen. Kenmerkend aan strategische risico's is dat er sprake is van niet of nauwelijks beïnvloedbare (externe) risico's. Meestal is de kans dat het risico zich voordoet klein, terwijl de financiële gevolgen groot kunnen zijn. De OFGV verstaat onder strategische risico’s onder meer: a. Exploitatieverlies door: i. kostenstijging; ii. invoering digitale stelsel n.a.v. Omgevingswet; iii. omscholing n.a.v. Omgevingswet; iv. ontwikkelingen op arbeidsmarkt. b. Exploitatieverlies door opbrengstendaling; c. Schaalnadeel door: i. vermindering van taken; ii. taakverandering n.a.v. Omgevingswet. d. Productiviteitsverlies door ziekteverzuim; e. Productiviteitsverlies door inefficiëntie.
Risicokwantificatie De risico’s met een ingeschatte waarde van € 50.000 en hoger worden benoemd en opgenomen in een risicoregister. Kleinere risico’s vormen een onderdeel van reguliere bedrijfsvoering. Per risico worden de beheersmaatregelen geformuleerd en uitgevoerd. Het doel hiervan is de risico’s en de impact van deze risico’s (welk bedrag is er mee gemoeid) te verkleinen. De vermenigvuldiging van de wegingsfactoren voor kans en impact levert de kwantificatie van het risico op. Dit is het benodigd weerstandsvermogen voor het risico. De tabel op de volgende pagina bevat het totaaloverzicht van alle risico’s met hun wegingsfactoren voor kans en impact. De tabel bevat de optelsom van de benodigde weerstandscapaciteit. Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit 2023 Aanwezige weerstandscapaciteit Vrije weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien
Totaal vrije weerstandscapaciteit Niet vrije weerstandscapaciteit Bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling Bestemmingsreserve Weesp uittreding uit de GR OFGV
Totaal niet vrije weerstandscapaciteit
Saldo 2023 € 668.600 € 56.827
€ 725.427 € 300.000 € 326.961
€ 626.961
De vrij beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt in 2023 naar schatting € 725.427. De benodigde weerstandscapaciteit komt uit op € 785.000. De verhouding tussen het vrije beschikbare en benodigde weerstandsvermogen is 0,92 en valt binnen de afgesproken bandbreedte van 0,8 – 1,2 conform de geactualiseerde Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement van de OFGV. 10
Tabel risico’s en benodigd weerstandsvermogen In de begroting zijn de belangrijkste (financiële) risico’s voor de OFGV vermeld. In deze begroting is het model voor risicobeoordeling en kwantificering aanbevolen door het Ministerie van BZK gehanteerd. Zie geactualiseerde Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2019. In de actualisatie van de Nota zijn de nieuwe strategische risico’s onderkend en de bestaande risico’s geanalyseerd en in stand gebleven. Op de volgende pagina’s is de stand van zaken weergegeven. Omschrijving risico
Indexering Digitale stelsel n.a.v. Omgevingsw et Omscholing n.a.v. Omgevingsw et Ontw ikkelingen op arbeidsmarkt
Effect
Exploitatieverlies kosten
Opbrengsten Omvang takenpakket Taakverandering n.a.v. Omgevingsw et
Schaalnadeel
Productiviteitsverlies
Ziekteverzuim
Klasse Wegingsfactor Klasse Impact Impact Frequentie
Financieel
Kostenbesparing inkoop Vacatures niet invullen
Exploitatieverlies opbrengsten
Eisen aan de taakuitvoering
Beheersmaatregel
Incidentele financiering voor de voorbereiding op de stelsel Incidentele financiering voor de voorbereiding op de Omgevingsw et Structurele ophoging van de begroting voor de arbeidsmarkt Businessplan Kenniscentrum Inzicht uitvoering takenpakket W et- en regelgeving volgen Frictiekosten voor partner Flexibele schil Geactualiseerde GR Spelregels terugtrekken taken Bestuurlijke afspraken over bodemtaken Uniforme uitvoering in PDC Verzuimbeleid Flexibele schil
€ 214.205
Financieel
Benodigde weerstandscapaciteit
3
0,50
€ 87.500
€ 75.000
3
0,50
€ 37.500
€ 625.000
1
0,10
€ 62.500
€ 75.000
3
0,50
€ 37.500
4
€ 625.000
2
0,20
€ 125.000
3
€ 100.000
2
€ 275.860
4
€ 80.000
2
€ 340.222
€ 175.000
€ 0
4
€ 0
3
0,50
€ 0
€ 790.895
4
€ 625.000
3
0,50
€ 312.500
€ 225.951
3
€ 175.000
3
0,50
€ 87.500
€ 227.071
3
€ 175.000
2
0,20
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
Klasse/ Impact
Wegingsfactor Frequentie
€ 35.000
€
Wegingsfactor
1
< 50.000
€ 25.000
2
50.001 – 100.000
€ 75.000
3
100.001 – 250.000
€ 175.000
4
250.001 – 1.000.000
€ 625.000
5
> 1.000.000
€ 1.000.000
Klasse/ Kans Frequentie
785.000
Wegingsfactor
1 1 keer per 10 jaar of minder
0,10
2 1 keer per 5-10 jaar
0,20
3 1 keer per 2-5 jaar
0,50
4 1 keer per 1-2 jaar
0,75
5 1 keer per jaar of meer
1,00
11
Coronapandemie De OFGV is er tijdens de coronapandemie, met de voortdurend veranderende beperkende maatregelen, in geslaagd om de uitvoering van de taken te continueren. De OFGV verwacht daarom ook geen negatieve gevolgen van de pandemie op het jaar 2023. 1. Indexering In de Gemeenschappelijke Regeling heeft het AB afspraken gemaakt rondom de indexering van de OFGV begroting. Conform de Gemeenschappelijke Regeling wordt jaarlijks bij het vaststellen van de begroting voor 80% van de begroting een indexering toegepast, gebaseerd op de Loonvoet sector overheid en voor 20% van de begroting een indexering gebaseerd op de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel uit de “Septembercirculaire gemeentefonds” van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Desondanks blijft de OFGV, als gemeenschappelijke regeling, financieel afhankelijk van de deelnemende partijen en beperkt in het mogen aanhouden van reserves. Dat maakt de organisatie extra kwetsbaar als de werkelijke kostenstijging hoger uitvalt dan in de begroting voorzien en loopt de OFGV risico. Als gemiddelde afwijking wordt rekening gehouden met 1.5% per jaar en in 2023 komt dit uit op € 214.000. Begroting 2023 Jaarlijks bij de vaststelling van de begroting wordt de toekomstige kostenstijging geanalyseerd.
Ook in de loop van het begrotingsjaar wordt er regelmatig aandacht besteed en gemonitord of het toegekende indexpercentage toereikend is voor de werkelijke kostenstijging. Indien nodig wordt gerapporteerd aan het bestuur zodat eventuele maatregelen kunnen worden getroffen. Hierdoor wordt het risico beperkt. 2. Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) De aansluiting op het DSO vergt dat de organisatie volledig digitaal kwalitatief, hoogstaande informatie verzamelt en opmaakt. De digitale voorzieningen van de OFGV dienen flexibel genoeg te zijn om deze ontwikkelingen te kunnen integreren. Begroting 2023 De OFGV heeft de minimaal benodigde aansluiting op het DSO gerealiseerd (STAM en SWF). Landelijk zijn er echter nog veel onduidelijkheden, storingen en instabiliteit rondom het DSO en de uitwerking daarvan. Hierdoor is testen van en oefenen met de aansluiting op het DSO nog niet goed mogelijk. Het is daarmee ook nog onvoldoende duidelijk of de koppeling met het VTH-systeem voldoende werkt en blijft werken na eventuele landelijke ontwikkelingen in het DSO. Dit kan aanleiding zijn voor noodzakelijke aanpassingen in de huidige systemen van de OFGV. De kans op deze risico’s blijft daardoor hoog. De omvang van het risico is moeilijk te bepalen. De schatting voor dit risico is € 100.000. 3. Omscholing n.a.v.
Omgevingswet De Omgevingswet vraagt een andere aanpak van vergunningverlening, handhaving en toezicht. Er vindt een verschuiving plaats van vergunningverlening naar het meer aan de voorkant meedenken met initiatiefnemers en handhaving. Deze verandering in het vakgebied vereist een andere manier van denken en werken. Het vergt behalve hogere kwaliteitseisen aan het kennisniveau van medewerkers, andere competenties bij de medewerkers dan voorheen. De medewerkers dienen te worden om- en bijgeschoold. Het risico is dat het daarvoor beschikbare budget niet toereikend is. Begroting 2023 In aanloop op de invoering van de wet is de OFGV actief bezig met de omscholing van de medewerkers zowel inhoudelijk als op het gebied van persoonlijke competenties. De schatting van het risico is hoog ad € 275.900 (het bedrag is gebaseerd op gemiddeld € 5.000 per medewerker verminderd met het beschikbare reguliere opleidingsbudget). De kans op dit risico is laag omdat het bestuur er aan de voorkant maatregelen voor heeft getroffen. De begroting van de OFGV 2022 is opgehoogd met een tijdelijke financiering in het 12
kader van de voorbereidingen op de Omgevingswet. Naar aanleiding van recente informatie over het verdere uitstel van de invoering van de Omgevingswet wordt in dezelfde vergadering als het behandelen van deze ontwerpbegroting voor het jaar 2023 ook de financiële impact van dit uitstel op de OFGV behandeld. Het bestuur zal de noodzaak van de voortzetting van deze tijdelijke financiering in de begroting voor het jaar 2023 overwegen. 4. Ontwikkelingen op arbeidsmarkt Als gevolg van de aantrekkende economie is het voor de specialistische functies uiterst moeilijk personeel te werven. Ook het behouden van het huidige personeel bij de huidige arbeidsmarkt vraagt meer aandacht en inzet dan voorheen. De groeiende krapte op de arbeidsmarkt heeft als reëel gevolg: een mogelijke hogere inschaling voor de specialistische functies. Begroting 2023 De genoemde risico’s zijn hoog. Zowel op het vinden en behouden van personeel als op de ‘concurrentie strijd’ ingezet door hogere waardering in functies of arbeidsmarkttoelages. Dit wordt geschat op € 80.000. Geschat wordt dat er gemiddeld 10 medewerkers in een schaal hoger zullen worden geplaatst. 5. Opbrengsten De begroting van de OFGV bevat de post overige opbrengsten, die jaarlijks door de OFGV wordt ingevuld met het behalen van de overige inkomsten.
Deze opbrengsten worden gegenereerd door meer taken voor de deelnemers uit te voeren en door het organiseren van opleidingen voor andere overheden. Het risicobedrag is ter grootte van de post van de overige opbrengsten in 2023 € 340.200. Begroting 2023 De OFGV verwacht ook in 2023 voldoende extra inkomsten te genereren door meerwerkopdrachten voor de deelnemende partijen uit te voeren. Een deel van de opdrachten zijn meerjarig wat op de lange termijn zekerheid geeft in de overige inkomsten. Door het volgen van de verandering in de wet- en regelgeving blijft de OFGV anticiperen op de toekomst. In de omzet van het Kenniscentrum OFGV verwacht de OFGV een positieve ontwikkeling te kunnen behouden. 6. Omvang takenpakket Het AB heeft besloten dat de kosten van een taakwijziging als gevolg van een kleinere of grotere opdracht voor rekening van de veroorzakende deelnemer komen. Er werd van uitgegaan dat hierdoor geen weerstandsvermogen bij de OFGV nodig is. Inmiddels is gebleken dat de gemaakte afspraken in het AB dit risico niet afdekken. Met de nieuwe GR en de in het AB afgesproken financiële spelregels is beoogd dit alsnog afdoende te regelen. Begroting 2023 In de GR zijn de financiële spelregels afgesproken. Daarmee zijn eerdere risico’s komen te vervallen. 7. Taakverandering n.a.v. Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet gaat er veel veranderen op bodemgebied.
De gemeente is straks in plaats van de provincie het bevoegd gezag en verantwoordelijk voor de bodemtaken. Dit zijn complexe taken waar specialistische bodemkennis voor nodig is. De OFGV gaat er vanuit dat de gemeenten deze taken bij de OFGV laten liggen waardoor deze verandering alleen tot verschuiving in de financiering leidt. Vanuit het risicoperspectief: om het bestaande werk voort te kunnen zetten heeft de OFGV een nieuwe opdracht van de gemeenten nodig. Zolang er geen vaste afspraken zijn gemaakt loopt de OFGV een risico dat vergelijkbaar is aan de waarde van de bodemtaken in de OFGV begroting ad € 791.000. 13
Begroting 2023 De beslissing om deze taken te blijven beleggen bij de OFGV ligt afzonderlijk bij elke gemeente. De OFGV werkt mee aan de ‘warme overdracht’ van de taken vanuit de inhoud en heeft weinig invloed op de verdere invulling van de uitvoering van deze taken door de gemeenten. De kans op het risico is hoog. 8. Eisen aan de taakuitvoering De begroting is gebaseerd op een uniform VTH-procesgang. Afwijkende situaties per deelnemer (zoals het niet digitaal aanleveren van dossiers of het stellen van afwijkende eisen) zetten de efficiencydoelstellingen onder druk. De tegenvallende efficiency wordt geschat op 2% van de loonsom en komt uit op € 226.000. Begroting 2023 In de Producten- en Dienstencatalogus (PDC) worden standaard producten en diensten aangeboden die voor alle deelnemende partijen gelijk zijn. Afwijkende eisen zijn toegestaan, maar worden apart beprijsd. De invoering van de Omgevingswet is van invloed op de inhoud van producten. In de mogelijke hervorming van de producten neemt de kans op het risico toe. 9. Ziekteverzuim In de begroting is een budget opgenomen van 1% van de salarissom voor inhuur ter vervanging van langdurig zieken. In geval van een hoger ziekteverzuim is er sprake van productiviteitsverlies. Het risicobedrag is bepaald op 3% van de salarissom minus het beschikbare inhuurbudget en bedraagt € 227.100.
Begroting 2023 De OFGV blijft aandacht besteden aan verzuimpreventie door middel van gesprekken, trainingen, het verstrekken van informatie over gezondheid en vitaliteit en het focussen op wat de medewerker nog wél kan bij ziekte. Dit alles om het risico zo veel mogelijk te beperken en laag houden. Kengetallen De paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing bevat vijf financiële kengetallen. De berekenwijze van de kengetallen is vastgelegd in een ministeriële regeling. Mede op basis van deze kengetallen geeft deze paragraaf bestuurders inzicht in de financiële positie van de OFGV. De indicatoren zijn te grofmazig om een volwaardige uitspraak te kunnen doen over de financiële positie van een organisatie. Indicatoren OFGV Realisatie Begroting Begroting Kengetallen 2021 2022 2023 Netto schuld quote -6% -3,6% -3,0% Netto schuld quote gecorrigeerd voor alle leningen -6% -3,6% -3,0% Solvabiliteitsratio 23% 21% 20% Grondexploitatie nvt nvt nvt Structurele exploitatieruimte 1,7% 0% 0% Belastingcapaciteit nvt nvt nvt
Netto schuld quote en netto schuld quote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuld quote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de OFGV ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De tabel presenteert hiernaast ook de schuldquote gecorrigeerd voor de leningen die de OFGV heeft uitstaan (deze middelen vloeien immers op termijn terug). Op beide indicatoren scoort de OFGV goed. Dit omdat de OFGV geen leningen heeft en dus ook geen rente en aflossingen betaalt. 14
Solvabiliteit De solvabiliteit geeft de mate aan waarin de bezittingen (balanstotaal) zijn gefinancierd uit eigen middelen (eigen vermogen). Dit geeft inzicht in de mate waarin de OFGV in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De OFGV scoort op begrotingsbasis 21% op deze indicator. Volgens de VNG-norm is 50% een gezonde indicator, dat wil zeggen dat de helft van de balans uit eigen middelen bestaat. De OFGV scoort lager omdat de OFGV conform het door het AB vastgestelde risicobeleid beperkt is in het aanhouden van reserves. Dit heeft direct invloed op het percentage. Grondexploitatie Het financiële kengetal 'grondexploitatie' geeft aan hoe groot de investeringen in grondposities (boekwaarde) zijn ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze indicator is niet van toepassing omdat de OFGV geen grondposities heeft. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de partnerbijdragen. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten en kapitaallasten.
Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De indicator 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is. Dit laat zien in hoeverre de OFGV in staat is om structurele tegenvallers op te vangen. Volgens de VNG-norm is 0,6% een gezonde indicator, dat wil zeggen dat er structureel 'geld over' is op de begroting. De OFGV scoort nihil omdat de bijdragen van de deelnemende partijen en die uit overige opbrengsten gelijk zijn aan de structurele uitgaven. Belastingcapaciteit Het financiële kengetal 'belastingcapaciteit' geeft aan hoe belastingtarieven zich verhouden tot het landelijk gemiddelde. Deze indicator is niet van toepassing omdat de OFGV geen belastingen heft. A.2.3. Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat op grond van het BBV in ieder geval de volgende kapitaalgoederen: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Voor de OFGV is geen van deze onderdelen van toepassing. Het gebouw waarin de OFGV is gevestigd wordt gehuurd. Voor de activa van de OFGV en de steunpunten groene handhaving is een meerjarig onderhoudsplan opgesteld. A.2.4.
Financiering Gegeven de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is elke overheid of Gemeenschappelijke Regeling (GR) verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de rente-risiconorm, de verwachte toeen/of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. De randvoorwaarden waarbinnen de treasury zich kan en mag bewegen zijn geformuleerd in het treasurystatuut. Uiteraard valt dit binnen het wettelijke kader zoals gesteld door de Wet FIDO. Het treasurystatuut is aangepast naar het wettelijk verplichte schatkistbankieren:
15
overtollige middelen tot € 200.000 worden aangehouden in rekening-courant bij de BNG, het meerdere wordt aangehouden bij de schatkist. Rentevisie Tijdens het opstellen van deze conceptbegroting heeft de OFGV geen leningen lopen en worden geen leningen voorzien. Mochten die in 2023 toch nodig blijken voor bijvoorbeeld investeringen, dan wordt voorzichtigheidshalve een lange termijn rente van 2,0% gehanteerd. Risicobeheer Deze paragraaf geeft een inschatting van de risico’s die de OFGV gedurende de begroting kan lopen. Onder risico’s worden verstaan koers- en valutarisico’s en de risico’s ten aanzien van rente. Koers -en valutarisico Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De OFGV bezit geen derivaten, daardoor is er geen sprake van koersrisico. Valutarisicobeheer is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van wat er verwacht werd op het beslissingsmoment. De OFGV bezit geen vreemde valuta, daardoor is er geen sprake van valutarisico.
Renterisico’s Renterisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de rentelasten van het vreemd vermogen hoger en/of de renteopbrengsten van activa lager zijn dan geraamd. De Wet FIDO hanteert voor de beheersing van het renterisico de kasgeldlimiet en de rente risiconorm. De wet normeert via percentages het maximale risico dat een gemeenschappelijke regeling mag lopen op de vaste (de rente risiconorm) en de vlottende schuld (de kasgeldlimiet). Rente-risiconorm Aangezien de OFGV geen langlopende schulden heeft, is er geen sprake van een mogelijk risico. Uit de liquiditeitenplanning blijkt dat de OFGV het hele jaar een positief banksaldo heeft. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft tot doel de renterisico’s op kortlopende (opgenomen) geldleningen te beperken. Jaarlijks wordt door het ministerie aangegeven, welk bedrag een overheid mag financieren met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Het betreft een percentage van het totaal van de begroting. Deze limiet mag gedurende het begrotingsjaar in principe niet overschreden worden. Als deze kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld omgezet worden in een langlopende schuld. De toegestane kasgeldlimiet 2023 is als volgt: Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage 8,2% * het begrotingstotaal ad € 14.870.778 = € 1.219.404.
Dit betekent dat de omvang van de vlottende korte schuld min de vlottende middelen dit bedrag niet mag overschrijden. Aangezien de OFGV geen kortlopende schulden heeft, wordt de norm niet overschreden. Financieringssystematiek Deze begroting is opgesteld met de bijdrage van de deelnemers berekend op basis van de herijkte Kostenverdeelsystematiek (KVS). De KVS geldt voor de partnerbijdragen in de jaren 2021-2023. 16
A.2.5. Bedrijfsvoering
Voor 2023 is het de ambitie om het plaatsonafhankelijk werken (POW) project af te ronden. De OFGV medewerkers werken dan inmiddels plaatsonafhankelijk en hebben hun draai gevonden in het toepassen van de beste manier van werken bij de taken die zij uitvoeren. Zij ervaren autonomie in hun werk en manier van werken. In 2023 gaat de OFGV experimenteren met werkwijzen die horen bij tijdonafhankelijk werken.
In 2023 is de oplevering van het kantoorpand Botter 14-15 aan de verhuurder.
In 2023 wordt de Omgevingswet van kracht en werkt de OFGV met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dan moet blijken of het DSO voldoende stabiel is voor het uitwisselen van gegevens en het samenwerken met de partners. Mogelijk zal de OFGV moeten werken met technische en procesmatige “work arounds”.
De OFGV is de eerste overheidsorganisatie die volgens de EFQM-methode werkt. Dit is de opvolger van het INK-model en wordt als Europese kwaliteitsmanagementstandaard beschouwd. In 2022 vindt een eerste assessment van de OFGV plaats door EFQM gecertificeerde assessoren. Naar aanleiding van de visitatie wordt een verbeterplan opgesteld dat in 2023 kan worden uitgerold.
In 2023 vindt de herijking van de kostenverdeelsystematiek (KVS) plaats voor de volgende KVS-periode van 2024-2025-2026.
De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is verschoven naar het boekjaar 2022. Dat betekent dat vanaf 2023 de OFGV net als alle gemeenten en provincies een rechtmatigheidsverantwoording dient op te nemen in de jaarrekening (over het verslagjaar 2022). Hiermee legt het bestuur verantwoording af over de naleving van de financiële regels in de organisatie.
A.2.6. Verbonden partijen De Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Almere, Blaricum, Dronten, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Wijdemeren en Zeewolde, de provincie Flevoland en de provincie Noord-Holland. De OFGV heeft zelf geen verbonden partijen. A.2.7. Grondbeleid Het grondbeleid omvat het instrumentarium dat een gemeente of provincie ter beschikking heeft om de vastgestelde ruimtelijke en deels ook economische doelstellingen te realiseren. De OFGV is niet bevoegd om een (eigen) grondbeleid op te stellen.
17
B. Financiële begroting 2023 B.1. Overzicht van baten en lasten en de toelichting B.1.1. Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 a. Reguliere budget BATEN REGULIER BUDGET
Nummer Post 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS 1.1 Almere 1.2 Lelystad 1.3 Zeewolde 1.4 Flevoland 1.5 Urk 1.6 Dronten 1.7 Noordoostpolder 1.8 Noord Holland 1.9 Gooise Meren 1.10 Hilversum 1.11 Weesp 1.12 Huizen 1.13 Wijdemeren 1.14 Blaricum 1.15 Laren 1.16 PM-post bodemtaken* Subtotaal 2 ANDERE BIJDRAGEN 2.6 Overige opbrengsten Totaal baten regulier budget
Realisatie
Begroting incl. OW na 2de BW
Kader excl. index
Wijziging OW incidenteel
Kader excl. index en incl. wijzigingen
Index
Begroting incl. index
2021
2022
2023
2023
2023
2023
2023
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.636.772 1.341.694 649.642 3.719.040 353.657 1.238.351 1.383.820 582.972 929.812 607.646 331.670 241.998 549.109 125.516 115.027 -
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.743.908 1.468.417 652.139 3.731.495 365.757 1.243.150 1.389.338 583.131 933.633 610.290 71.264 242.988 551.360 131.846 122.390 -
€
13.806.727
€
€ €
744.027 14.550.754
€ €
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.691.590 1.424.364 632.575 3.339.085 354.784 1.205.855 1.347.658 71.751 905.623 591.981 71.264 235.698 534.819 127.890 118.718 774.350
€ € € € € € € € € € € € € € € €
46.737 39.353 17.477 92.255 9.802 33.316 37.234 1.982 25.021 16.356 6.512 14.776 3.533 3.280 -
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.738.326 1.463.717 650.052 3.431.339 364.586 1.239.171 1.384.892 73.733 930.645 608.337 71.264 242.210 549.595 131.424 121.999 774.350
€ € € € € € € € € € € € € € € €
37.152 31.283 13.893 73.335 7.792 26.484 29.598 1.576 19.890 13.001 1.523 5.177 11.746 2.809 2.607 16.549
13.841.105
€ 13.428.004
€
347.636
€
13.775.640
€
294.415
333.105 14.174.209
€ 333.105 € 13.761.109
€ €
347.636
€ €
333.105 14.108.745
€ €
7.119 301.534
€ € € € € € € € € € € € € € € €
Meerjarenraming
2024
1.775.478 1.495.000 663.945 3.504.674 372.378 1.265.655 1.414.490 75.309 950.534 621.338 72.787 247.387 561.341 134.233 124.606 790.899
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.762.147 1.483.775 658.960 3.478.361 369.582 1.256.152 1.403.870 74.743 943.398 616.673 74.240 245.530 557.126 133.225 123.670 806.684
€ 14.070.055 € € 340.224 € 14.410.279
€ € €
2025 € € € € € € € € € € € € € € € €
2026
1.801.167 1.516.630 673.551 3.555.382 377.766 1.283.967 1.434.956 76.399 964.287 630.328 75.884 250.966 569.463 136.175 126.409 824.546
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.841.074 1.550.233 688.474 3.634.155 386.136 1.312.415 1.466.749 78.091 985.652 644.294 77.565 256.527 582.080 139.192 129.209 842.815
13.988.136
€ 14.297.877
€
14.614.661
347.014 14.335.150
€ 354.698 € 14.652.575
€ €
362.557 14.977.218
18
LASTEN REGULIER BUDGET
Nummer Post 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele schil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten 1.2 Opleidingskosten 1.3 Algemene personeelskosten 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afschrijving ICT 3.2 Afschrijving Meubilair 3.3 Afschrijving Verbouwing 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet-pandgebonden) 4.3 Informatiemanagement 4.4 Wagenpark 4.5 Diverse kosten 4.6 Accountant 4.7 HRM 5 ONVOORZIEN 5.1 Onvoorzien Totaal lasten regulier budget
Realisatie
Begroting incl. OW na 2de BW
Kader excl. index voor wijziging
Wijziging OW incidenteel
Kader excl. index en incl. wijziging
Index
Begroting incl. index
2021
2022
2023
2023
2023
2023
2023
€ € € € € € €
10.041.273 98.718 1.420.662 82.462 11.643.113 354.373 282.143
€ € € € € € €
11.158.130 35.812 109.341 11.303.284 398.167 531.967
€ € € € € € €
10.745.030 35.812 109.341 10.890.184 398.167 531.967
€ € €
145.304 40.548 39.819
€ € €
120.931 33.593 45.684
€ € €
€ € € € € € €
308.615 69.143 795.950 79.845 146.998 26.981 48.123
€ € € € € € €
341.521 145.565 772.140 123.172 201.421 27.993 72.783
€ € € € € € €
€ €
13.980.955
€ €
55.988 14.174.209
347.636
€
347.636
2024
2025
2026
€ € € € € € €
11.092.666 35.812 109.341 11.237.820 398.167 531.967
€ € € € € € €
255.131 824 2.515 258.470 5.973 7.980
€ € € € € € €
11.347.798 36.636 111.856 11.496.290 404.140 539.947
€ € € € € € €
11.225.841 37.405 114.205 11.377.451 410.202 548.046
€ € € € € € €
11.495.261 38.303 116.946 11.650.510 416.355 556.267
€ € € € € € €
11.771.147 39.222 119.753 11.930.123 422.600 564.611
120.931 33.593 45.684
€ € €
120.931 33.593 45.684
€ € €
1.814 504 685
€ € €
122.745 34.097 46.369
€ € €
124.586 34.609 47.065
€ € €
126.455 35.128 47.771
€ € €
128.352 35.655 48.487
341.521 145.565 772.140 123.172 201.421 27.993 72.783
€ € € € € € €
341.521 145.565 772.140 123.172 201.421 27.993 72.783
€ € € € € € €
5.123 2.183 11.582 1.848 3.021 420 1.092
€ € € € € € €
346.644 147.749 783.722 125.020 204.442 28.413 73.874
€ € € € € € €
351.844 149.965 795.478 126.895 207.509 28.839 74.982
€ € € € € € €
357.121 152.214 807.410 128.799 210.621 29.271 76.107
€ € € € € € €
362.478 154.498 819.521 130.731 213.781 29.710 77.249
€ €
55.988 14.108.745
€ €
840 301.534
€ 56.827 € 14.410.279
€ €
57.680 14.335.150
€ 58.545 € 14.652.575
€ €
59.423 14.977.218
€ 55.988 € 13.761.109
€
Meerjarenraming
€
347.636
b. Directe productiekosten DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN Nummer Post 1 BATEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 1.4 Direc te produc tiekosten Flevoland 1.1 Direc te produc tiekosten Almere 1.9 Direc te produc tiekosten Gooise Meren 1.8 Direc te produc tiekosten Noord-Holland Totaal baten directe productiekosten 6 DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Direc te produc tiekosten Flevoland 6.2 Direc te produc tiekosten Almere 6.3 Direc te produc tiekosten Gooise Meren 6.4 Direc te produc tiekosten Noord-Holland Totaal lasten directe productiekosten
Realisatie
Begroting na 2de BW
Kader excl. index
Begroting incl. index
2021
2022
2023
2023
Meerjarenraming 2024
2025
2026
€ € € € €
145.033 1.309 146.342
€ € € € €
233.864 1.329 12.822 8.635 256.649
€ € € € €
233.864 1.329 12.822 8.635 256.649
€ € € € €
237.371 1.348 13.014 8.765 260.499
€ € € € €
240.932 1.369 13.210 8.896 264.406
€ € € € €
244.546 1.389 13.408 9.029 268.372
€ € € € €
248.214 1.410 13.609 9.165 272.398
€ € € € €
145.033 1.309 146.342
€ € € € €
233.864 1.329 12.822 8.635 256.649
€ € € € €
233.864 1.329 12.822 8.635 256.649
€ € € € €
237.371 1.348 13.014 8.765 260.499
€ € € € €
240.932 1.369 13.210 8.896 264.406
€ € € € €
244.546 1.389 13.408 9.029 268.372
€ € € € €
248.214 1.410 13.609 9.165 272.398
19
c.
Subsidies
SUBSIDIES Nummer Post 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN SUBSIDIES 7.2 Omgevingsveiligheid 7.5 Diverse subsidies Totaal lasten subsidies 2 ANDERE BIJDRAGEN - BATEN SUBSIDIES 2.2 Omgevingsveiligheid 2.7 Diverse subsidies Totaal baten subsidies
Realisatie
Begroting na 2de BW
Kader excl. index
Begroting incl. index
2021
2022
2023
2023
Meerjarenraming 2024
2025
2026
€ € €
19.329 19.329
€ € €
200.000 200.000
€ € €
200.000 200.000
€ € €
200.000 200.000
€ € €
200.000 200.000
€ € €
200.000 200.000
€ € €
200.000 200.000
€ € €
19.329 19.329
€ € €
200.000 200.000
€ € €
200.000 200.000
€ € €
200.000 200.000
€ € €
200.000 200.000
€ € €
200.000 200.000
€ € €
200.000 200.000
d. Reserves RESERVES Nummer Post 2 OVERIGE BIJDRAGEN - BATEN RESERVES 2.1 Diverse innovatieprojecten 2.3 Bestemmingsreserve Weesp uittreding uit de GR OFGV Totaal lasten reserves 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN RESERVES 7.8 Diverse innovatieprojecten 7.11 Bestemmingsreserve Weesp uittreding uit de GR OFGV Totaal baten reserves
Realisatie
Begroting na 2de BW
Kader excl. index
Index
Begroting incl. index
2021
2022
2023
2023
2023
€ € €
52.016 52.016
€ € €
469.489 469.489
€ € €
-
€ € €
52.016 52.016
€ € €
469.489 469.489
€ € €
-
€
-
€
-
€
-
Meerjarenraming 2024
2025
2026
€ € €
-
€ € €
-
€ € €
-
€ € €
-
€ € €
-
€ € €
-
€ € €
-
€ € €
-
20
Bij het opstellen van de begroting 2023 is onder meer uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
Deze begroting is opgesteld met de bijdragen van de deelnemers doorberekend op basis van de Kostenverdeelsystematiek (KVS), herijkt bij de vaststelling van de begroting 2021 voor de periode 2021-2022-2023 en verhoogd met de jaarlijkse indexatie.
Het begrotingstotaal in 2023 wordt geïndexeerd conform de vigerende Gemeenschappelijke Regeling. Salarissen en kosten van inhuur (ongeveer 80% van het begrotingstotaal) worden verhoogd met de Loonvoet sector overheid en de overige kosten (circa 20% van het begrotingstotaal) met de prijs overheidsconsumptie, netto materieel uit de “Septembercirculaire gemeentefonds” van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze prijsindexen in de septembercirculaire gemeentefonds bedragen 2,3% respectievelijk 1,5% voor 2023.
De basis voor de begroting 2023 is de begroting 2022 na 2e begrotingswijziging. Deze structurele begrotingswijziging 2022 gaat voor zienswijzen naar de raden en Staten en voor een besluit naar het AB samen met deze ontwerpbegroting en is onder voorbehoud alvast daarin verwerkt. Dat met als doel om een zo actueel mogelijk beeld te geven over het begrotingsjaar 2023. De wijzigingen gaan in per 1 januari 2022 en hebben betrekking op: a. de structurele verhoging van de bijdrage van Laren van € 6.680 in verband met de uitvoering van het toezicht op asbestsanering; b. de structurele verhoging van de bijdrage van Blaricum van € 5.652 in verband met de uitvoering van het toezicht op asbestsanering; c. de structurele verhoging van de bijdrage van Lelystad van € 117.887 in verband met de behandeling van asbestmeldingen; d. de structurele verhoging van de bijdrage van Urk van € 10.402 in verband met de behandeling van asbestmeldingen; e. de structurele verhoging van de bijdrage van Flevoland voor directe productiekosten van € 20.665 in verband met grondwatermeetnetbeheer; f. het terugdraaien van de verlaging van de bijdragen van Flevoland van € 140.232 en Noord-Holland van € 246.943 voor de bodemtaken vanwege het uitstel van de Omgevingswet naar 1 januari 2023; g.
het doteren van € 469.489 aan de “Bestemmingsreserve Weesp uittreding uit de GR” in verband met de overeenkomst uittredingskosten OFGV-Weesp-Amsterdam; h. het eenmalig verhogen van de bijdragen van de partners met € 121.287 in 2022 en € 347.636 in 2023 in verband met de projectkosten voor de invoering van de Omgevingswet.
Met ingang van 1 januari 2022 treedt de gemeente Weesp uit de Gemeenschappelijke Regeling van de OFGV. Het bedrag voor de instandhoudingskosten van de gemeente Weesp in de OFGV begroting bedraagt in 2022 en 2023 € 71.264. De instandhoudingskosten maken deel uit van de frictiekosten. Ze blijven op de begroting zichtbaar voor de huidige resterende KVS-periode van 2022 en 2023. Deze kosten worden gedekt uit de “Bestemmingsreserve Weesp uittreding uit de GR”. De onttrekking aan de reserve wordt als begrotingswijziging aangeboden bij de zienswijzeronde omtrent de bestemming van het rekeningresultaat 2021. Bij een nieuwe KVS-periode (2024-20252026) worden deze kosten integraal in het KVS-model herrekend.
De taken van de gemeenten op het gebied van de Omgevingsveiligheid zijn nu grotendeels belegd bij de OFGV. Tot het jaar 2021 zijn deze taken gesubsidieerd via de provincies. Met ingang van 1 januari 2021 vond een verschuiving in de financiering van Omgevingsveiligheid plaats: de gemeenten ontvangen zelf een bijdrage van het Rijk en 21
dienen een overweging te maken of ze deze taken zelf willen uitvoeren of dat ze de uitvoering van deze taken door de OFGV willen laten voortzetten. Nog niet alle gemeenten hebben hier een keuze in gemaakt. Zodra alle keuzes bekend zijn, worden de afspraken verwerkt in een begrotingswijziging.
Voor de verdeling van de kosten voor de decentralisatie van de bodemtaken als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met ingang van 1 januari 2023, heeft het AB voor een principeafspraak gemaakt. Conform deze afspraak worden de bijdragen die uit het provinciefonds voor deze taak worden gehaald in mindering gebracht op de bijdragen van de provincies. De bijdragen die worden toegevoegd aan het gemeentefonds vormen het bedrag dat door de OFGV in rekening wordt gebracht bij de gemeenten. Omdat ten tijde van deze afspraak nog niet duidelijk is welk bedrag met deze overheveling van budget is gemoeid en wat dat per deelnemer betekent, is in de begroting 2023 met een PM-post gewerkt. Deze PM-post heeft de omvang van de berekende kosten van deze taak binnen de OFGV op dit moment. Het over te hevelen bedrag van provinciefonds naar gemeentefonds kan kleiner, groter of gelijk zijn aan de berekende OFGV-kosten voor deze taak. Zodra de bedragen bekend zijn, worden deze verwerkt in een begrotingswijziging. Het AB gaat er daarbij vanuit dat het Rijk haar toezegging gestand doet dat op het over te hevelen budget niet wordt gekort.
22
B.1.2. Toelichting op het overzicht van baten en lasten Lasten reguliere begroting Personeelskosten Het begrotingsbedrag voor salarissen bedraagt in 2023 € 11.348.000. Dit bedrag wordt aangewend voor de salarissen van vast personeel, de kosten voor flexibele schil en inhuur bij ziekte. Ten opzichte van de oorspronkelijke meerjarenschijf uit de begroting 2022 is het bedrag met € 297.000 gestegen. Dat wordt veroorzaakt door : de uittreding van de gemeente Weesp; de structurele uitbreiding van het takenpakket door vier gemeenten; de incidentele ophoging van het salarisbudget voor de Omgevingswet; de indexering. Opleidingskosten Het budget voor opleidingskosten is nodig voor de noodzakelijke kwaliteitsverbetering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook het bijhouden van bestaande kennis in het kader van aanpassingen in wet- en regelgeving drukken op dit budget. De raming voor 2023 bedraagt € 404.000. Dit is ten opzichte van de oorspronkelijke meerjarenschijf uit de begroting 2022 verlaagd met € 5.000 in verband met de uittreding van de gemeente Weesp, de taakwijzigingen en indexering. Algemene personeelskosten Het budget voor algemene personeelskosten bedraagt € 540.000 en is verlaagd met € 4.000 in verband met de uittreding van de gemeente Weesp, de taakwijzigingen en indexering.
Het budget is bestemd voor de vergoedingen aan personeel zoals reiskosten, piket en overwerk en voor personeelsgerelateerde kosten zoals werkkleding, OR/GO en de personeelsvereniging. Afschrijvingen De raming van de afschrijvingen is als volgt: Activa
Geraamde Investering Termijn
Afschrijving
Verbouwing pand
€
463.694 10 jaar
€
46.369
Meubilair
€
340.974 10 jaar
€
34.097
ICT hardware (computers, laptops, tablets) €
210.735 3 jaar
€
70.245
ICT hardware (TV+TC+deurdisplay)
€
50.000 5 jaar
€
10.000
Telefoons
€
85.000 2 jaar
€
42.500
€
203.212
Totaal afschrijvingen
De afschrijvingen op het pand en meubilair lopen deels door in 2023 op basis van de investeringen uit 2013. Nieuwe afschrijvingen hangen mede af van de keuzes die in 2022 gemaakt worden omtrent het plaats-onafhankelijk werken. De afschrijvingskosten voor de handhavingsschepen van de provincie Flevoland zijn verwerkt in de directe productiekosten. Deze kosten worden niet door overige deelnemers betaald en zijn daarom niet opgenomen onder de reguliere kapitaallasten. Huur en services De pandgebonden huisvestingslasten zijn de huurlasten zoals overeengekomen met de verhuurder. Het huidige huurcontract wordt jaarlijks verhoogd met de CBS-index huurprijzen. Ook bevat deze post andere lasten verbonden aan de huisvesting zoals gas-water-licht, verzekering, belasting, schoonmaak en beveiliging. Het begrotingsbedrag bedraagt € 347.000. De werkelijke kosten in 2023 hangen af van de keuzes die in 2022 gemaakt worden omtrent het plaats-onafhankelijk werken. 23
Huisvesting (niet-pandgebonden) De dienstgebonden huisvestingslasten betreffen het budget van € 148.000 voor meubilair, inrichting, catering en dergelijke. De werkelijke kosten in 2023 hangen af van de keuzes die in 2022 gemaakt worden omtrent het plaats-onafhankelijk werken. Informatiemanagement De kosten voor informatiemanagement betreffen de kosten voor hardware, software, onderhoud en dergelijke. Het budget bedraagt € 784.000. De werkelijke kosten in 2023 hangen af van de keuzes die in 2022 gemaakt worden omtrent het plaats-onafhankelijk werken en van de werking van het DSO. Wagenpark Het budget voor het wagenpark van € 125.000 is bestemd voor de leasekosten van handhavingsvoertuigen. Diverse kosten Het budget voor diverse kosten bedraagt € 204.000 en is bestemd voor kosten zoals porti, kantoorartikelen, telefoonkosten, verzekeringen en dergelijke. Accountant Het budget is bestemd voor de accountantscontrole en bedraagt € 28.000. HRM Het budget van € 74.000 is bestemd voor diverse kosten op het gebied van HRM zoals arbo en integriteit. Onvoorzien Het bedrag voor onvoorzien bedraagt in 2023 € 57.000. Het budget onvoorzien maakt deel uit van het weerstandsvermogen en is bestemd voor risico’s in de bedrijfsvoering.
Baten reguliere begroting Bijdragen partners De bijdragen van de deelnemende partijen aan de begroting van 2022 zijn berekend op basis van de Kostenverdeelsystematiek (KVS), herijkt bij de vaststelling van de begroting 2021 voor de periode 2021-2022-2023 en verhoogd met: de structurele uitbreiding van het takenpakket; de structurele ophoging van het budget informatiemanagement; de incidentele ophoging van het salarisbudget voor de Omgevingswet; de indexering. De bijdragen van de provincies zijn verlaagd met (een inschatting van) de kosten voor de bodemtaken die bij inwerkingtreding van de Omgevingswet overgaan naar de gemeenten. De bijdragen van de gemeenten zijn nog niet bekend en zijn weergegeven als PM-post bodemtaken. Het stemrechtpercentage wordt conform artikel 7 lid 1 van de Gemeenschappelijke Regeling OFGV bepaald naar rato van de totale financiële bijdrage per deelnemer van het voorgaande kalenderjaar. De verdeling van de stemmen in 2023 wordt bepaald aan de hand van de jaarcijfers over 2022. Overige inkomsten De post overige inkomsten is het deel van de OFGV begroting dat niet gedekt wordt door de structurele partnerbijdragen, maar wordt gedekt met de overige inkomsten.
Dit bedrag van € 340.000 wordt gerealiseerd door het uitvoeren van extra opdrachten, de uren van eigen medewerkers te dekken middels subsidies en door het aanbieden van opleidingen aan andere 24
overheden. Directe productiekosten Directe productiekosten zijn budgetten van deelnemers die nodig zijn voor het uitvoeren van specifieke taken. Deze directe productiekosten worden niet procentueel verdeeld over alle deelnemers maar worden door de specifieke deelnemers overgedragen aan de Omgevingsdienst. De specificatie is als volgt: DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN PROVINCIE FLEVOLAND Groene handhaving kapitaallasten vaartuigen Groene handhaving vaartuigen Groene handhaving services Groene handhaving steunpunten Advertenties milieuwetten Extern advies vergunningverlening Extern advies handhaving Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden Beheer grondwatermeetnet Subtotaal Legesheffing vergunningen Vergoeding groene handhaving randmeren Totaal Provincie Flevoland