CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

2024 Ruimtelijke onderbouwing (23-09) KUBBEWEG.pdf

Raadsvergadering 27 februari 2025, gemeente DrontenBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Ontwerpverklaring van geen bedenking Kubbeweg 17 Biddinghuizen13.453 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 23 van 38

Gezien de afname van het aantal verkeersbewegingen en het feit, dat het bij de omliggende woning handelt om een bedrijfswoning van een agrarisch bedrijf, is een akoestisch onderzoek in het kader van de te verlenen Omgevingsvergunning Strijdig gebruik niet noodzakelijk. Verder kunnen ook andere bronnen geluid produceren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan ventilatoren op de bedrijfsgebouwen. Echter, als het bedrijf voldoet aan de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit, vormt ook dat geen belemmering. Ook in het kader van het Activiteitenbesluit is een akoestisch onderzoek niet verplicht. Er ligt weliswaar een woning op minder dan 50 meter van de grens van de inrichting, maar het gemiddeld aantal verkeersbewegingen in de avond- en nachtperiode bedraagt gemiddeld niet meer dan 4 verkeersbewegingen per dag. Daardoor is een akoestisch onderzoek niet verplicht. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de de verlening van de Omgevingsvergunning Strijdig gebruik. Het geluid vanuit de inrichting (het bedrijf) moet voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit.

4.5

Luchtkwaliteit en geur

Luchtkwaliteit In het kader van de Wet luchtkwaliteit is het van belang om bij een ruimtelijke plan te kijken welke invloed het plan heeft op de luchtkwaliteit. Overeenkomstig de Grootschalig Concentratie- en Depositiekaarten Nederland van RIVM worden de grenswaarden fijn stof en stikstofdioxide in het gebied in en rond Dronten nu en in de toekomst ruimschoots onderschreden. Dit project heeft betrekking een “kavelvergroting”. Aangezien het voorgenomen initiatief leidt tot een reductie van het aantal verkeersbewegingen, draagt het initiatief zeker niet in betekenende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het plan aan de Wet Luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. Omdat de verandering niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging en de grenswaarden fijn stof en stikstofdioxide niet worden overschreden, is verder onderzoek niet meer nodig. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de verlening van de Omgevingsvergunning Strijdig gebruik Geur Eerst moet worden beschouwd of er sprake is van de realisatie van nieuwe geurgevoelig object en/of geurhinder. Daarbij wordt er onderscheidt gemaakt in een geurgevoelig object in de zin van de Wet geurhinder en veehouderijen en geurhinder in de zin van de Wm (Activiteitenbesluit). Wet geurhinder en veehouderijen.

De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader wat betreft geurhinder uit dierenverblijven van veehouderijen. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (=gebouw, bestemd voor en lijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt). De bedrijfswoning op de bedrijfskavel moet dus worden beschouwd als een geurgevoelig object. De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriele regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object (i.c. de bedrijfswoning), dient ten minste 50 meter te bedragen indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom ligt (artikel 4, lid 1 onder b.). Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 24 van 38

Bij het tegenover liggend agrarisch bedrijf handelt het alleen om een akkerbouwbedrijf, geen veehouderij. Bestaande veehouderijen liggen op veel grotere afstanden. Daarmee wordt ruimschoots aan het afstandscriterium van 50 meter afstand tot de dichtstbijzijnde veehouderij voldaan. Verder heeft de Wet geurhinder en veehouderij betrekking op het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor het oprichten of veranderen van een veehouderij. Dat is hier niet aan de orde. Gemeenten mogen binnen bepaalde grenzen van de normen van de Wet geurhinder en veehouderij afwijken. Het hanteren van afwijkende normen moet worden onderbouwd met een ruimtelijke visie. In deze ruimtelijke visie moet een relatie worden gelegd met de bestaande en toekomstige geurbelasting. Afwijken van de normen is echter in dit geval niet nodig. Het aspect geur in het kader van de Wet geurhinder en veehouderijen vormt daarmee geen belemmering voor de verlening van de Omgevingsvergunning Strijdig gebruik Activiteitenbesluit De definitie voor gevoelige gebouwen in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit is: “woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting”.

In deze definitie van gevoelige gebouwen is aangegeven dat gebouwen die bij de inrichting horen (dienst- of bedrijfswoningen), geen gevoelig object zijn. Dienst- of bedrijfswoningen die niet tot de inrichting behoren zijn gewoon woningen van derden waarvoor de geurvoorschriften wel gelden. De bedrijfswoning op het eigen bestemmingsvlak is dus geen gevoelig object. De nabijgelegen bedrijfswoning is dat wel. Aangezien er ten gevolgen van de bedrijfsactiviteiten geen geurhinder wordt verwacht, vormt het aspect geur ook in het kader van het Activiteitenbesluit geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan. Overige aspecten met betrekking tot geur Er vinden binnen de inrichting geen geurbelaste activiteiten plaatst, zoals bijvoorbeeld mestopslag. Omdat ook aan de richtafstanden van de VNG Handreiking Bedrijven en milieuzonering voor het aspect geur wordt voldaan (30 meter), is er geen noodzaak voor een nader onderzoek. In het kader van “de Wet geurhinder en veehouderijen” en het Activiteitenbesluit vormt het aspect geur ook in de nieuwe situatie geen belemmering voor de verlening van de Omgevingsvergunning Strijdig gebruik

Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 25 van 38

4.6

Ecologie (Wet Natuurbescherming en EHS)

Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet Natuurbescherming die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Er wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming In opdracht van de provincie Flevoland zijn de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS in de gemeente Dronten in kaart gebracht. Dat heeft geresulteerd in de rapportage “Wezenlijke kenmerken en waarden EHS gemeente Dronten” (Altenburg & Wymenga, 2011, rapport nr. 1359). Zie figuur 6 op de volgende pagina.

Figuur 6.

Ecologische Hoofdstructuur gemeente Dronten (rode stip = ligging plangebied) (Bron: Wezenlijke kenmerken en waarden EHS gemeente Dronten, 2011)

Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 26 van 38

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd natuurgebied. In de nabijheid van het plangebied bevindt zich één gebied dat onderdeel uitmaakt van het NatuurNetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur of EHS) in de gemeente Dronten (zie figuur 6). Het gaat om het volgende gebieden in de vorm van waardevolle ecologische verbindingszones (EVZ): EVZ De Hoge Vaart

❑

De kans op een verstoring van deze ecologische verbindingszone wordt uitgesloten geacht en daarom niet nader beschouwd. Dit is gebaseerd op: ▪

de afstand van het plangebied tot de EVZ: − EVZ De Hoge Vaart ligt op ca. 800 meter ten zuidoosten van het plangebied.

▪

het feit dat de bedrijfsactiviteiten niet wijzigen.

▪

het feit dat tussen het plangebied en de EZV: − nog meerdere andere (agrarische) bedrijven zijn gevestigd ; − ook nog de Biddingringweg (N305, een provinciale weg) ligt.

De Natura 2000-gebieden Ketelmeer en Veluwemeer en de prioritaire en waardevolle gebieden van de ecologische hoofdstructuur (EHS) in de gemeente Dronten liggen allemaal op nog grotere afstand dan de bovengenoemde EVZ (zie figuur 6). Gezien de afstand van het plangebied tot deze natuurgebieden en het kleinschalig karakter van deze verandering is er ook geen invloed op deze beschermde natuurgebieden te verwachten. Door een afname van het aantal transportbewegingen van zwaar vrachtverkeer is bovendien een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden volledig uitgesloten. Het aspect Gebiedsbescherming vormt daarmee dus geen belemmering voor de verlening van deze Omgevingsvergunning Strijdig gebruik. Soortenbescherming Voor deze “kavelvergroting” zal de erfsingel gekapt / gerooid worden. Verder worden er een watergang verlegd (dempen van een bestaande en het aanleggen van een nieuwe watergang). De locatie is op 1 september 2023 bezocht door een terzake kundig ecoloog van adviesbureau DuurtPMC. De bevindingen zijn als volgt: ❑ Gezien de aard en omvang van de ingreep, is de verwachting dat er geen beschermde natuurwaarden worden verstoord. Dit is gebaseerd op de volgende constateringen / overwegingen: ▪

De huidige erfsingel en watergang zijn minder dan 10 jaar geleden aangelegd.

▪

Tijdens het veldbezoek zijn er conform de verwachting ter plaatse geen beschermde of bedreigde natuurwaarden (planten en dieren) aangetroffen. Er zijn geen waarnemingen gedaan of aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van permanente verblijfplaatsen voor jaarrond verblijvende vogels (zoals uilen en spechten) of vleermuizen.

▪

In de erfsingel zijn wel veel vogels aanwezig (o.a. door de aanwezigheid van vruchtdragende bomen en struiken). Ongetwijfeld zullen er daarom in het voorjaar en de zomer wel vogels in de erfsingel of op de bodem van het grasland broeden.

▪

Er worden weliswaar boom- en struikstructuren gekapt / gerooid (i..c. de erfsingel). Echter, tijdens de bouw- en aanlegactiviteiten zullen er geen broedende vogels worden verstoord. Dit wordt gezekerd door die werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, dan wel middels een beknopte inventarisatie zeker te stellen, dat er geen broedende vogels aanwezig zijn en/of worden verstoord.

Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 27 van 38

▪

Er worden geen permanente watergangen aangetast. De bestaande sloot staat vaak gedurende de zomer droog, waardoor deze veel minder geschikt is als verblijf- en/of broedplaatsen van beschermde planten en dieren. Zo zijn er in de sloot tijdens het veldbezoek ook geen vissen, kikkers en/of amfibieën aangetroffen.

Het is niet noodzakelijk om nader ecologisch onderzoek naar het plangebied uit te voeren. Het project wordt op dit punt uitvoerbaar geacht.

4.7

Externe veiligheid

Via de Omgevingsvergunning Strijdig gebruik worden geen nieuwe of andere zaken mogelijk gemaakt, die relevant zijn in het kader van de externe veiligheid. Op het punt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het verlenen van de Omgevingsvergunning Strijdig gebruik.

4.8

Bedrijvigheid / Milieuzonering

Het voorliggend project betreft de “kavelvergroting” van de bedrijfskavel bij een bestaand bedrijf. Het bedrijf wordt omgeven door agrarische bedrijven (met bedrijfswoningen). De nieuwe activiteiten vinden plaats binnen het licht gewijzigde bestemmingsvlak. De meest nabij gelegen bebouwing die geen onderdeel uitmaakt van het bedrijf betreft de bedrijfswoning aan de overzijde van de Kubbeweg en ligt de ca. 37 m afstand van de grens van het bestemmingsvlak. Door de “kavelvergroting” veranderen de functie en de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf niet. Ook de rijroute verandert niet. De wijziging heeft daarom ook geen invloed op de aanwezige bebouwing en de (agrarische) functies in de omgeving. Omgekeerd belemmeren die functies buiten de bedrijfskavel, gezien de afstand, het nieuwe gebruik als “bedrijfskavel” ook niet. Er is verder geen sprake van het niet voldoen aan milieuzoneringen ten gevolge van dit project. Op het punt van bedrijvigheid en milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het verlenen van de Omgevingsvergunning Strijdig gebruik.

4.9

Verkeer en parkeren

Door de “kavelvergroting” zal door de nieuwbouw van een bedrijfsloods binnen het bestaande bouwvlak, de hoeveelheid vrachtverkeer van en naar de inrichting afnemen (zie paragraaf 4.4). Het parkeren en manoeuvreren van (vracht)verkeer zal geheel op de eigen bedrijfskavel (inclusief de “kavelvergroting”), geschieden. Zie ook afbeelding 4 van deze Ruimtelijke onderbouwing. Het project wordt op het punt van verkeer en parkeren uitvoerbaar geacht.

Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 28 van 38

4.10 Nuts- en buisleidingen, luchtvaartverkeerszone en vrijwaringszone radar. Binnen het plangebied en in de directe omgeving daarvan, lopen geen kabels of leidingen van derden die van belang zijn voor het voorliggende plan. Wel is er sprake van een luchtvaartverkeerszone en een vrijwaringszone radar. De maximale bouwhoogte in relatie tot de luchtvaartverkeerszone en de vrijwaringszone radar bedraagt 80 resp. 78 meter. Met een maximale bouwhoogte van 15,00 meter voor bedrijfsgebouwen, levert dit geen enkele belemmering op. Op het punt van kabels en leidingen, etc. zijn er geen belemmeringen voor het verlenen van de Omgevingsvergunning Strijdig gebruik.

4.11 De ladder voor duurzame verstedelijking De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder voor duurzame verstedelijking is gewijzigd per 1 juli 2017. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Bij besluitvorming rond ruimtelijke projecten moet standaard en gemotiveerd de Ladder worden toegepast, wanneer (een) nieuwe ontwikkeling(en) om ruimtelijke inpassing vragen. Het betreft hier echter een “kavelvergroting” voor een bestaand agrarisch hulp- en nevenbedrijf dat in het agrarisch gebied thuishoort. Gezien de schaal van het project, geen uitbreiding van de bouwmogelijkheden voor gebouwen (anders dan inbreiding) en het (passende) agrarisch karakter van deze verandering, is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Omdat het plan geen stedelijke ontwikkeling betreft, is daarom toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Conclusie Het onderhavige initiatief betreft geen stedelijke ontwikkeling waarmee toetsing aan de ladder duurzame verstedelijking niet van toepassing is.

Het Bro vormt geen belemmering voor de vaststelling van het plan.

4.12 Watertoets – waterparagraaf normale procedure Algemeen Het watertoetsproces dat sinds november 2003 wettelijk verplicht is door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening, komt onder de Omgevingswet terug als ‘Weging van het waterbelang’. De weging van het waterbelang is een proces dat ervoor zorgt dat bij alle ruimtelijke plannen de waterhuishouding voldoende toekomstbestendig is ingericht en alle waterbelangen gewogen worden. In de waterparagraaf van het ruimtelijk plan staat hoe er binnen het plan omgegaan wordt met de waterhuishouding. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. In deze afweging worden de gevolgen van het plan voor het beheer van het watersysteem aangegeven en de benodigde maatregelen bepaald voor een toekomstbestendige waterhuishouding, waarin onder andere aspecten als waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit geborgd zijn. Op basis van inhoudelijke beoordeling van de ontwikkeling de normale procedure van toepassing is.

Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 29 van 38

4.12.1 Wet- en regelgeving en beleid De belangrijkste wet- en regelgeving en beleid op het gebied van water is hier opgenomen. KRW De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt.

In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren. Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de implementatie van de Omgevingswet verandert de wet- en regelgeving voor ruimtelijke projecten. De wet vervangt vele wetten en gaat uit van een integrale benadering van alle aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals ruimtelijke ordening, milieukwaliteit, natuur, bodem én water. Voor de Omgevingswet stellen provincies en gemeenten omgevingsvisies en omgevingsplannen op. Alle ambities en keuzes over het beheer, beschermen en benutten van de leefomgeving staan hierin. Belangrijk onderdeel van het ruimtelijk proces is de participatie van alle belanghebbenden. Omgevingsvisies en omgevingsplannen komen in de plaats van de bestaande structuurvisies en bestemmingsplannen. Uiterlijk in 2032 dienen alle bestaande plannen vervangen te zijn. Water is een essentieel onderdeel van onze leefomgeving. Belangrijke opgaven zijn het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Zeker in samenhang met het beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit. De Omgevingswet beschrijft wat onder het beheer van een watersysteem valt. Het beheer is gericht op: ▪ ▪ ▪

het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met; het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van die watersystemen en; de vervulling van de aan die watersystemen toegekende maatschappelijke functies’.

Het waterschap neemt regels over waterstaatswerken op in de waterschapsverordening. Hierin is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren, de zogenaamde waterstaatswerken, en staan regels over het beheer en onderhoud. Vanaf januari 2024 heeft deze de Keur en de Algemene regels bij de Keur vervangen. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De Waterwet is nagenoeg geheel opgegaan in de Omgevingswet. De bepalingen rondom het huidige deltaprogramma en de financiële bepalingen over de verontreinigingsheffing en de provinciale grondwaterheffing gaan later over naar de Omgevingswet. Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 30 van 38

Programma’s Water en Ruimte In een programma leggen het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten maatregelen vast om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken. Het onderwerp ‘ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot water’ is daarbij een belangrijk onderdeel. Centraal hierin staat het werken aan schoon, veilig en voldoende water, dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de natuur, de landbouw en de scheepvaart. Programma’s zijn, in tegenstelling tot omgevingsvisies, meer gericht op uitvoering op korte termijn. En waar in de omgevingsvisie vooral een integrale benadering van belang is, richten programma’s zich vaak op slechts één of een paar onderdelen van de fysieke leefomgeving. De vastgestelde maatregelen in programma’s zijn- een uitwerking van het globale beleid dat in omgevingsvisies over water en ruimte is opgenomen. Er zijn een aantal verplichte programma’s waarin maatregelen over ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot water kunnen staan: ▪ ▪ ▪

Nationaal waterprogramma (Rijk) – gericht op het beheer van rijkswateren Regionaal waterprogramma (provincie) – gericht op regionale oppervlaktewaterlichamen, grondwaterlichamen en waterwinlocaties Waterbeheerprogramma (waterschap) – gericht op de watersystemen in beheer bij het waterschap

Watervisie en Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De Watervisie verbindt waterthema’s en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgt dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater." 4.12.2 Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet buitendijks of in een beschermingszone van primaire, regionale of overige waterkering. Het thema waterveiligheid is niet van toepassing. 4.12.3 Thema Voldoende water

4.12.3.1 Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 31 van 38

Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit (BKK), het Besluit activiteiten Leefomgeving (Bal) en de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland. Het betreft het verleggen van een sloot ter compensatie voor waterberging wegens een toename van het verhard oppervlak. De huidige sloot is om diezelfde reden aangelegd. Uitvoering zal dezelfde wijze geschieden als bij de thans te dempen sloot.

4.12.3.2 Advies nieuw open water – Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Uitgangspunt: Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. Randvoorwaarde(n) nieuw oppervlaktewater: Oppervlaktewater met een doelstelling voor goede chemische en/of biologische waterkwaliteit (vaak helder) wordt niet nadelig beïnvloed door water met een lagere waterkwaliteitsdoelstelling (vaak troebel). Negatieve chemische beïnvloeding van de ecologische (water)kwaliteit of het ecologische functioneren van wateren, door ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorkomen, omdat compensatie zeer beperkt mogelijk is. Oevers: In het landelijk gebied worden oevers bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Hierbij wordt rekening gehouden met het Programma natuurvriendelijke en duurzame oevers 2012-2021. De basisinrichting van duurzame oevers, het accoladeprofiel, bestaat uit een plasberm van 2 meter breed en circa 40 cm diep, en een oever met een helling van 1:2.

Natuurvriendelijke oevers hebben een talud van 1:5 of flauwer; afhankelijk van de beschikbare ruimte en functie kan lokaal een steiler talud worden toegepast. Het verdient de voorkeur om bomen niet direct langs de oever te planten om bladinval en schaduwwerking te voorkomen. Als dit toch gebeurt, worden bomen ten behoeve van de waterkwaliteit aan de noord- en oostzijde van het water geplant. Dit maakt voldoende licht inval mogelijk. Bij realisatie van nieuw (stedelijk) water wordt de functie en het gewenste kwaliteitsniveau aan het watersysteem toegekend. Deze zijn bepalend voor de inrichting. Ophoping van drijfvuil wordt voorkomen. Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 32 van 38

De oeverzone langs de nieuwe bergingssloot wordt niet specifiek natuurvriendelijk ingericht, maar draagt wel bij aan een goede structuurdiversiteit. 4.12.3.3 Wateroverlast Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunten wateroverlast: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie.

De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Randvoorwaarde(n) wateroverlast Het plangebied ligt in landelijk gebied. Het verhard oppervlak is als gevolg van de ontwikkelingen (huidig en in het verleden) sinds 2013 netto met ca. 8.900 m2 toegenomen. Deze toename is groter of gelijk aan 2.500 m2. Hiervoor is compensatie noodzakelijk. Het te verharden bedrijfsterrein zal worden voorzien van een vloeistofkerende verharding. De waterbassin zelfs met een vloeistofdichte verharding. Hemelwater dat op het terrein valt, vloeit af naar de rand van de verharding en trekt daar de bodem in. Niet verontreinigd hemelwater van de daken wordt opgevangen in het bassin voor hemelwater en vervolgens hergebruikt voor de bedrijfsprocessen. Een overloop van het hemelwaterbassin stroomt naar de nieuwe sloot die wordt aangelegd ten behoeve van de compensatie voor de waterberging. Compensatie norm 4,5% Ontwerprichtlijnen compensatie toename verharding De oppervlakte te realiseren waterberging is gerelateerd aan de maximaal toelaatbare peilstijging in het peilvak en de netto oppervlakte nieuw te realiseren verharding. Het plangebied is gelegen in een peilgebied waarbij 4,5% van de netto toename aan verharding als open water moet worden gecompenseerd. Dit komt neer op circa 234 m2.

Daarnaast is er ook nog sprake van een compensatie voor de toename van de historische verharding, het dempen van een sloot en overcompensatie bij de aanleg van de historische verharding. Bij de hantering van de bergingsnorm (onderdeel van beleidsregel compensatie toename verharding en versnelde afvoer) gaat het om het benodigde oppervlak open water op de hoogte van het streefpeil.

Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 33 van 38

Oplossingen voor eventuele waterhuishoudkundige problemen worden bij voorkeur in het eigen projectgebied gevonden. Als dit niet mogelijk is, wordt dichtbij het projectgebied compensatie gezocht. Dit moet binnen hetzelfde peilgebied zijn of eventueel benedenstrooms. De compensatie wordt niet later gerealiseerd dan de uitvoering van de rest van het plan. De reeds aanwezige ruimte voor berging mag niet afnemen. De compensatie wordt gerealiseerd door de bestaande sloot aan de linkerzijde van het perceel (vanaf de weg gezien), te dempen en te vervangen door een nieuwe, bredere sloot aan de nieuwe rand van het perceel (zie ook Figuur 3 (pag. 9) en Figuur 4 (pag. 10). De compensatie-opgave (waterberging) is daarmee als volgt: Toename huidige verharding Toename verharding historisch Te dempen sloot, ca. 4 x 220 m x 100% = Overcompensatie bij de historische verharding

5.200 m2 x 4,5 % = 3.700 m2 x 4,5 % =

234 m2 166 m2 880 m2 -/- 280 m2

Totaal

1.000 m2

De nieuwe sloot krijgt de volgende afmetingen (8 meter breed x 220 meter lang) =

1.760 m2

Zelfs een sloot van 5 meter breed zou al voldoende compensatie bewerkstelligen (i.c. 1.100 m2). Maar omdat de 4,5 % compensatie een absoluut minimum is, juicht het waterschap het voornemen om een 8 meter brede sloot als compensatie te realiseren, toe. 4.12.4 Thema Schoon water 4.12.4.1 Advies kwelwaterkwaliteit Slechte kwaliteit kwelwater Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem, net zoals dat bij de aanleg van de huidige bergingssloot is geschiedt. 4.12.4.1 Advies Goed omgaan met afvalwater (SA) Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Uitgangspunten Afvalwater: Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale awzi wordt afgevoerd. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar 'zuiverend' gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur.

Afstromend hemelwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen.

Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 34 van 38

Randvoorwaarden Afvalwater: Veel randvoorwaarden zijn niet van toepassing, omdat een openbaar rioolstelsel ter plaatse ontbreekt. Conform ontwerprichtlijn SA2.1 is er bij het hemelwater sprake van schoon afvalwater, want het betreft: ▪ ▪ ▪ ▪

hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit < 1000 vervoersbewegingen per etmaal; hemelwater vanaf parkeerplaatsen met < 50 plaatsen hemelwater van daken/woningen waarbij geen voor het watersysteem schadelijke uitloogbare stoffen zijn gebruikt; hemelwater van onverhard terrein.

Het schone hemelwater van een deel van de daken (i.c. de linker schuur) wordt in het nieuwe hemelwaterbassin opgevangen en vervolgens in het kader van het bedrijfsproces herbruikt. Dit ter vermindering van het drinkwatergebruik. Het hemelwater van de bestaande verhardingen wordt via een slibvang naar de sloot geleid. Dit geschiedt in de nieuwe situatie ook op het aangegeven nieuwe lozingspunt (maar onafhankelijk van het overloopwater van de septic tanks) Het schone hemelwater van de nieuwe verhardingen wordt aan de rand van de verhardingen in de bodem geïnfiltreerd. Het (schone) hemelwater van de parkeerplaats wordt gedeeltelijk de bodem in geïnfiltreerd en gedeeltelijk op het oppervlaktewater (sloot) geloosd. In figuur 10 is het (ongewijzigde) lozingspunt weergegeven. Bij de bouw van de bouwwerken (bassins) worden geen uitloogbare stoffen gebruikt. De afvoer van het huishoudelijk afvalwater veranderd niet. Ook in de nieuwe situatie wordt het huishoudelijk afvalwater (van de woning en het kantoor) in 3 septic tanks geloosd, waarbij de overloop van 2 van die tanks via het nieuwe lozingspunt in de linkersloot wordt geloosd. De overloop van de 3e septic tank wordt in de sloot bij de parkeerplaatsen geloosd (in figuur 10 zijn deze beide lozingspunten weergegeven). Er komt ook bedrijfsafvalwater vrij, namelijk bij het spoelen van de kratten.

Dat afvalwater wordt opgevangen en in het spoelwater-bassin opgeslagen en vervolgens hergebruikt. Het is in principe een watervragend proces, omdat het hout van de kratten water opneemt en er ook veel water verdampt. Het spoelwater wordt daarom zo nodig aangevuld met schoon hemelwater. Mocht onverhoopt het spoelwater niet meer geschikt zijn voor hergebruik, dan wel te veel in volume worden, dan zal het per as naar een zuiveringsinrichting worden afgevoerd.

Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 35 van 38

5. PROCEDURES De vergunningverlening in het kader van de Omgevingsvergunning voor de activiteit Strijdig gebruik zal geschieden op basis van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, Wabo (buitenplanse afwijking). Daarbij wordt de uitgebreide procedure gehanteerd.

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Het initiatief economisch uitvoerbaar. Het plan is een particulier initiatief. Met de uitvoering van het plan heeft de gemeente geen financiële bemoeienis. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor wordt een planschade-overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Hiermee is de economische haalbaarheid voldoende gewaarborgd en uitvoerbaar geacht. 5.1.1 Kostenverhaal Wanneer een Omgevingsvergunning Strijdig gebruik een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan mogelijk maakt en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient op basis van artikel 6.12 van de Wro (tegelijkertijd met de vaststelling van het besluit) een exploitatieplan te worden vastgesteld. Onder een aangewezen bouwplan wordt krachtens artikel 6.2.1 van het Bro verstaan: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte.

Via de Omgevingsvergunning Strijdig gebruik worden geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Er is echter wel sprake van de bouw van andere hoofdgebouwen (i..c. het weegbrug-gebouw). Er is daarmee wel sprake van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Bro. In beginsel is daarom wel verplicht om een exploitatieplan vast te stellen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Voor het kostenverhaal wordt een anterieure exploitatieovereenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten. Hierin is onder andere planschade afwenteling geregeld. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en wordt van het vaststellen van een exploitatieplan afgezien.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De ontwerp-vergunning zal in het kader van de inspraak op grond van gemeentelijke Inspraakverordening gedurende (zes weken ter inzage komen te liggen. Een ieder wordt hierbij in de gelegenheid gesteld een inspraakreactie op de ontwerp-vergunning in te dienen. Verder wordt het plan voorgelegd aan de betrokken diensten als bedoeld in het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De eventuele opmerkingen van de provincie Flevoland en het Waterschap Zuiderzeeland zullen worden verwerkt in het definitieve besluit. De reacties van de provincie en het waterschap worden ook opgenomen in de considerans van het besluit. Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 36 van 38

Het definitieve besluit zal ook 6 weken ter inzage worden gelegd met de mogelijkheid tot het indienen van bezwaar. Als er één of meerdere bezwaarschriften worden ingediend, zal de gemeente een Beslissing op Bezwaar (BoB) nemen. Tegen die Beslissing op Bezwaar is vervolgens beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State mogelijk.

Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 37 van 38

Bijlage 1

Beplantingsschema voor de nieuwe erfsingel

Omgevingsvergunning Strijdig gebruik De Kubbe, Kubbeweg 17, Biddinghuizen

Ruimtelijke onderbouwing

Pagina 38 van 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1139/documents/19088