CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

20230927 Bestemmingsplan Biddinghuizen - Spijkweg 51_ontwerp_1_Optimized (477979).pdf

Raadsvergadering 25 april 2024, gemeente DrontenBij agendapunt: 10: AKKOORD Raadsvoorstel Vaststelling ontwerpbestemmingsplan Spijkweg 51, Biddinghuizen24.874 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ontheffing en Vrijstellingsregeling Wanneer beschermde soorten, zoals bedoeld onder Artikel 3.1, 3.5 en 3.10, voorkomen in een gebied dienen er maatregelen getroffen te worden om behoud van de lokale populatie, bescherming van individuen en de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaatsen te garanderen. Hiervoor dienen mitigerende en mogelijk compenserende maatregelen getroffen te worden. Om zeker te zijn of de maatregelen voldoende zijn, dienen ze vooraf beoordeeld te worden door het bevoegd gezag. Met dit besluit kan aangetoond worden dat de initiatiefnemer zich houdt aan de bepalingen in de Wet Natuurbescherming. Het besluit heeft de initiatiefnemer bijvoorbeeld nodig als iemand bezwaar maakt tegen het project of vraagt om handhaving van de Wet Natuurbescherming. Indien vaste verblijfplaatsen worden beschadigd of weggehaald of behoud van de lokale populatie dan wel bescherming van de aanwezige individuen niet voldoende kan worden gegarandeerd, dienen compenserende maatregelen te worden uitgevoerd én dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. In de meeste gevallen zal dit de betreffende provincie zijn. Voor deze soorten geldt echter dat alleen ontheffing wordt verleend op grond van een wettelijk belang genoemd in de betreffende Artikelen.

Elke provincie heeft een soortenlijst gepubliceerd waarin soorten, zoals bedoeld in Artikel 3.10, in die betreffende provincie zijn vrijgesteld voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud.

Ecochore Natuurtechniek

24

Addendum: Aanvullend ecologisch onderzoek Productiebedrijf Bremerberg Vogels Verblijfplaatsen van broedvogels zijn door de Wet Natuurbescherming beschermd. Tijdens werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen van vogels. De Wet Natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval is. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van artikel 3.1. Voor deze soorten is geen ontheffing nodig voor werkzaamheden buiten het broedseizoen. Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken, zijn jaarrond beschermd. Slechts een beperkt aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. Deze groep is opgedeeld in enkele categorieën waarop de verbodsbepalingen van artikel 3.1 lid 2 jaarrond van kracht zijn: 1. 2. 3.

4.

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Het betreft de vogelsoorten:

Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

(Falco subbuteo) (Buteo buteo) (Apus apus) (Motacilla cinerea) (Accipiter gentilis) (Passer domesticus) (Tyto alba) (Bubo bubo) (Ciconia ciconia) (Asio otus) (Corvus frugilegus) (Falco peregrinus) (Accipiter nisus) (Athene noctua) (Pernis apivorus) (Milvus migrans).

Er zijn ook vogelnesten die worden aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet strikt beschermd. 5.

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Wanneer een jaarrond beschermd nest wordt aangetroffen, dan dient altijd een omgevingscheck uitgevoerd te worden. Een deskundige dient te onderzoeken of er voor de soort in de omgeving voldoende plekken en materiaal aanwezig zijn om zelf een vervangende locatie te vinden en een vervangend nest te maken. Indien dit niet mogelijk is, dient een vervangende nestlocatie aangeboden te worden. Wanneer dit ook niet mogelijk blijkt, dient een ontheffing aangevraagd te worden. Ontheffing kan alleen verkregen worden op grond van een wettelijk belang uit de Vogelrichtlijn. Wettelijke belangen zijn: bescherming van flora en fauna; veiligheid van het luchtverkeer; volksgezondheid of openbare veiligheid. Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.

Zo is het onder de Wet Natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Voorwaarde is wel dat gewerkt dient te worden volgens een door de minister vastgestelde gedragscode. Hierbij is het van belang dat de gedragscode op de juiste wijze is geïmplementeerd in de organisatie of in het totaalplan van de werkzaamheden. Voor meer informatie over de toepassing van de Wet Natuurbescherming: zie de brochure van het ministerie van Economische Zaken: “Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen” – 3 december 2016.

Ecochore Natuurtechniek

25

Bijlage 3 Schetsontwerp inpassingsplan

Bestemmingsplan Biddinghuizen - Spijkw eg 51 Pagina 59 van 157

Schetsontwerp landschappelijke inpassing t.b.v. nieuwbouw Vitens Bremerberg -Juni 2023

Het schetsontwerp landschappelijke inpassing is een eerste uitwerking van het landschappelijke deel van het door Vitens ingediende bouwplan. Het uitgangspunt is de landschappelijke kwaliteit van het Spijk-Bremerbergbos wordt versterkt. Het nieuwe volume is relatief hoog, een robuuste landschappelijke inpassing zorgt er voor dat landschap en bouwwerken weer in balans met elkaar komen. Het gebouw wordt omringd door een complex stelsel aan leidingen, inspectie- en winputten. Het aanplanten van bos is door de aanwezigheid van leidingen, onderhoudspaden en winputten niet overal mogelijk. Het uitgangspunt voor het inpassingsplan is de groene en natuurlijke inrichting van het terrein te versterken, en door middel van nieuwe aanplant het terrein robuuster en gevarieerder in te richten waar dat mogelijk is zonder risico’s voor de bedrijfsvoering. Het schetsontwerp is een vertrekpunt waar in de volgende ontwerpfases verder aan zal worden gewerkt

Versterken van de randen van het Spijk-Bremerbergerbos

Het uitgangspunt is de randen van het bestaande bos te verlengen. Door winputten, onderhoudspaden en ondergrondse leidingen is dat niet overal mogelijk. Het idee is een brede strook van struiken en boomgroepen aan te planten aan de ‘achterzijde’ van de kavel, waardoor er een robuust groen ‘decor’ ontstaat achter de nieuwbouw, het besloten boskarakter wordt versterkt en de samenhang met het bestaande bosgebied wordt vergroot. Qua soorten wordt aangesloten bij de door de provincie genoemde doelen uit het rivier- en beekbegeleidend bos, uit het natuurbeheerplan.

Benutten van aanwezige waarden en nieuwe kansen

De afgelopen jaren is door kwalitatief hoogwaardig natuurbeheer vanuit Vitens op het perceel een kruidenrijke vegetatie tot ontwikkeling gekomen. Vanuit oogpunt van biodiversiteit wil Vitens deze natuurwaarden graag behouden en waar mogelijk verder uitbouwen met een variatie aan verschillende natuurtypen. Zo worden twee bestaande gebouwen met kelder uiteindelijk gesloopt en onderzocht wordt welke kansen dat biedt voor het versterken van natuur- en landschapswaarden. Een van de ideeën is ter plekke van de twee te slopen gebouwen natuurlijke laagtes aan te leggen, waar hemelwater van de gebouwen in kan worden gebufferd en kan infiltreren. Deze laagtes bieden, samen met het kruidenrijk grasland, de bomen en ‘bosjes’ waardevolle biotopen voor een zo groot mogelijk aantal planten en dieren. Door bestaande boomgroepen aan de straatzijde aan te vullen met robuuste inheemse mantelbeplanting transformeert het nu parkachtige terrein naar een meer natuurlijke en robuuste invulling waardoor meer vogels en kleine zoogdieren hun plek zullen vinden binnen het terrein.

plankaart met luchtfoto

legenda

Sortimentslijst:

Boomvormers, bosgroepen: Zoete kers, wintereik, winterlinde, haagbeuk, zwarte els, berk.

groen groepen boomvormers met ondergroei, als onderdeel bosrand Spijk-Bremerbergerbos

Struikvormers, mantelvegetatie: meidoorn, sleedoorn, hazelaar, lijsterbes, vuilboom, wilde appel, wilde roos als hondsroos, heggenroos, boswilg en inheemse vogelkers.

inheemse heester/mantelbeplanting als onderdeel bosrand Spijk-Bremerbergerbos bestaande boomgroepen aanvullen met inheemse mantelvegetatie te onderzoeken, poel of wadi met natuurvriendelijke oevers

zicht vanaf de N306

kruidenrijke beplanting overig gebouw nieuw

onderhoudspaden

gebouw bestaand

kabels en leidingen

infrastructuur

winput berm, onderhoudspad (gras)

hek bestaand

zicht vanaf de N306

open water vanwege diepte geen waterplanten

open water met onderwaterplanten waterplanten (waterkwaliteit)

Principeprofiel poel (of wadi)

rietzone

moeraszone vochtminnende planten, opslag

natuurvriendelijke oever vochtminnende planten

leefgebied voor rietvogels, bijen

leefgebied voor vlinders, struweelvogels, kleine ongewervelden

leefgebied voor vlinders, bijen, struweelvogels, kleine ongewervelden

pad en berm bijenmengsel (kruidenrijk, extensief beheerd)

Bijlage 4 Quickscan stikstofdepositie

Bestemmingsplan Biddinghuizen - Spijkw eg 51 Pagina 61 van 157

Vitens Bremerberg Onderzoek stikstofdepositie

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer

Handelsregister 30129769 Bremerberg - Voorlopig Ontwerp 51007360-003

Klant Versie

Vitens N.V. 02

Datum Auteur Document referentie

01-02-2023 Sergej Jansen NL23-648800269-42023

Gecontroleerd door

Willem Fenten

Vrijgegeven door

Rob Cornelis

2/14

Inhoudsopgave

1

Inleiding ......................................................................................................................... 4

2

Toetsingskader .............................................................................................................. 5

3

Uitgangspunten ............................................................................................................. 7 3.1 Onderzochte situatie ........................................................................................... 7 3.2 Bouwfase............................................................................................................. 7 3.3 Gebruiksfase ....................................................................................................... 9

4

Resultaten ................................................................................................................... 12

5

Conclusie ..................................................................................................................... 13

Bijlage 1 AERIUS Calculator rekenresultaat gebruiksfase .................................................... 14 Bijlage 2 AERIUS Calculator rekenresultaat gebruiksfase + bouwfase ................................ 15

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360-003 Datum 01-02-2023

Versie 02

Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/51007360_aerius.docx

3/14

1

Inleiding

Voor Vitens N.V. zijn in dit onderzoek de effecten onderzocht van de modernisering van de huidige productielocatie voor drinkwater ‘Bremerberg’ op de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden. De locatie is gelegen aan de Spijkweg 51 in Biddinghuizen (zie Figuur 1-1). Met betrekking tot de planontwikkeling is een onderzoek uitgevoerd in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur. Het doel is om te bepalen of er mogelijke belemmeringen zijn vanuit deze wet- en regelgeving. Als onderdeel hiervan dienen de effecten van het project op de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Daarbij dient te worden nagegaan of ten gevolge van het plan een toename van de stikstofdepositie optreedt in stikstofgevoelige habitattypen en/of stikstofgevoelige leefgebieden. In dit rapport zijn de uitgangspunten en resultaten vastgelegd van de berekeningen van de stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling.

Figuur 1-1 Locatie van het plangebied (rood gemarkeerd) en de omliggende Natura 2000-gebieden (groen gemarkeerd) met de daarin gelegen stikstofgevoelige habitats (paars gemarkeerd). Ondergrond: OpenTopo achtergrondkaart, PDOK

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360-003 Datum 01-02-2023

Versie 02

Document referentie NL23-648800269-42023

4/14

2

Toetsingskader

Inleiding Met de Wet natuurbescherming worden soorten en habitattypen van Natura 2000-gebieden waarvoor instandhoudingsdoelen zijn geformuleerd, beschermd. Het uiteindelijke doel is het bereiken van een landelijk gunstige staat van instandhouding voor alle door de richtlijnen beschermde soorten en habitats. Hieruit volgt dat een project of plan niet mag leiden tot negatieve effecten voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. In veel Natura 2000-gebieden is door een overbelasting van stikstof een probleem met de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Nieuwe ontwikkelingen die een toename van de stikstofdepositie tot gevolg hebben, kunnen hierdoor significant negatieve effecten hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen.

Rekenmodel Effecten van een plan of een project op de stikstofdepositie kunnen ontstaan tijdens de realisatie- en/of de gebruiksfase. Met het rekenmodel AERIUS Calculator kan deze stikstofdepositie op de relevante stikstofgevoelige habitattypen en stikstofgevoelige leefgebieden van soorten binnen Natura 2000gebieden worden berekend. Het gebruik van dit rekeninstrument is in de Regeling natuurbescherming voorgeschreven. Het rekeninstrument wordt beheerd onder verantwoordelijkheid van de minister van Natuur en Stikstof.

Beoordelingslocaties Voor elk Natura 2000-gebied zijn habitattypen en/of soorten aangewezen. Elk habitattype of het leefgebied van deze soorten is in meer of minder mate gevoelig voor de gevolgen van stikstofdepositie. De kritische depositiewaarde (KDW) geeft voor elk habitattype en elk leefgebied van soorten aan bij welke mate van stikstofdepositie (mol N/ha/jaar) er een risico is dat de kwaliteit verslechtert ten gevolge van de verzuring en/of vermesting die de stikstofdepositie veroorzaakt. Voor de beoordeling van de stikstofdepositie wordt gekeken naar de locaties binnen Natura 2000-gebieden waar er een overbelasting met stikstof is. Dat wil zeggen dat de heersende achtergronddepositie groter is dan de KDW van de aanwezige habitattypen en/of leefgebieden. Uit voorzorg worden ook locaties beoordeeld waar de achtergronddepositie tot 70 mol N/ha/jaar onder de KDW ligt (een naderende overschrijding KDW).

Beoordeling stikstofdepositie projecten Indien uit de berekeningen met AERIUS blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar) op overbelaste habitats, dan kunnen significante effecten ten gevolge van stikstofdepositie op voorhand worden uitgesloten. Voor het onderdeel stikstofdepositie is er dan geen vergunningsplicht op grond van de Wet natuurbescherming.

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360-003 Datum 01-02-2023

Versie 02

Document referentie NL23-648800269-42023

5/14

Indien uit de berekening blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar) op overbelaste habitats, maar wordt voldaan aan één van onderstaande voorwaarden, dan is er ook geen vergunningsplicht op grond van de Wet natuurbescherming: •

verslechtering van stikstofgevoelige habitattypen of habitats van soorten kan, ondanks een toename van de depositie, volledig uitgesloten worden in een ecologische beoordeling (voortoets);

•

na intern salderen is de toename van de stikstofdepositie niet groter dan 0,00 mol N/ha/jaar.

Indien uit de berekening blijkt dat er sprake is van een toename aan stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar) en niet aan één van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, is er sprake van een vergunningsplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Een vergunning kan worden verleend als uit een passende beoordeling eventueel inclusief extern salderen1 en eventueel het succesvol doorlopen van de ADC-toets2 blijkt dat er geen risico’s zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden.

Beoordeling stikstofdepositie bestemmingsplannen Een (wijziging van een) bestemmingsplan kan alleen worden vastgesteld als het plan geen significant effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden in Natura 2000gebieden, ten opzichte van de huidige feitelijk gerealiseerde en planologisch legale situatie. Indien uit de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar) of in een ecologische beoordeling (voortoets of passende beoordeling), ondanks een toename van de stikstofdepositie, significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden van soorten volledig uitgesloten kan worden, kan het bestemmingsplan of de wijziging van het bestemmingsplan worden vastgesteld.

1

Hieronder valt ook het gebruik van het stikstofregistratiesysteem. Voorlopig is het stikstofregistratiesysteem alleen beschikbaar voor woningbouwprojecten, een beperkt aantal infrastructurele projecten en de legalisering van PAS-melders. 2 Dit is een onderzoek waaruit naar voren komt dat er geen Alternatieven zijn voor het project, er Dwingende reden van groot openbaar belang zijn en waarbij Compensatie voor Natura 2000gebieden plaatsvindt.

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360-003 Datum 01-02-2023

Versie 02

Document referentie NL23-648800269-42023

6/14

3

Uitgangspunten

3.1

Onderzochte situatie

In dit onderzoek zijn voor Vitens N.V. de effecten onderzocht van de modernisering van de huidige productielocatie voor drinkwater ‘Bremerberg’ op de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden. Effecten ten gevolge van de planontwikkeling op de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kunnen ontstaan in de realisatiefase (bouwfase) of de gebruiksfase. In dit onderzoek zijn beide fasen onderzocht.

3.2

Bouwfase

Tijdens de bouwfase zijn er emissies van de transportbewegingen van en naar de bouwplaats (personeel en materialen), emissie ten gevolge van het stationair draaien van de motor van vrachtwagens tijdens het laden en lossen en emissies door de inzet van mobiele werktuigen. In dit onderzoek is gekeken wat de maximale inzet van mobiele werktuigen kan zijn gedurende bouwfase en waarbij op elke locatie in de natuurgebieden de effecten, afgerond op 2 decimalen, nergens hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jaar. Hierbij zijn het transport en de emissies tijdens laden en lossen als een vaste waarde gehanteerd. In bovenstaande analyse is er tevens vanuit gegaan dat tijdens de bouw de beoogde gebruiksactiviteiten ook plaatsvinden.

Transportbewegingen wegverkeer Voor de transportbewegingen zijn de aannamen in Tabel 3-1 opgenomen. De transportbewegingen zijn gemodelleerd vanaf het plangebied tot aan de rotonde met de Bremerbergweg waarna het opgaat in het heersende verkeersbeeld. Voor de vervoersbewegingen is het snelheidsprofiel ‘Binnen bebouwde kom’ gehanteerd. De emissies bij transportbewegingen worden automatisch bepaald door het rekenmodel op basis van emissiefactoren (g/km) per type voertuigen en per snelheidsprofiel, het aantal vervoersbewegingen per voertuigtype en de lengte van de afgelegde weg per vervoersbeweging. De totale emissies bedragen 3,7 kg NOx/jaar en 0,1 kg NH3/jaar. Tabel 3-1 Uitgangspunten transportbewegingen bouwfase Werkdagen (werkdag/ jaar)

200

Auto/busje (#/ werkdag)

10

Auto/busje (beweging/ jaar (heen + terug)) Vrachtwagen (#/ werkdag)

4.000 5

Vrachtwagen (beweging/ jaar (heen + terug))

2.000

Laden/lossen vrachtwagens De emissies van het stationair draaien van de motor van vrachtwagens tijdens het laden en lossen, zijn berekend op basis van de methode uit de ‘Rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer’ van BIJ123. Met deze methode wordt de emissie bepaald op basis van het aantal uur stationair draaien van de motor en een set emissiefactoren. Voor de emissiefactoren is uitgegaan van de door het RIVM gepubliceerd emissiefactoren4. 3 4

BIJ12 (2022) Rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer. Versie januari 2022. Emissiefactoren | RIVM (maart 2022)

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360-003 Datum 01-02-2023

Versie 02

Document referentie NL23-648800269-42023

7/14

Hierbij is uitgegaan van de emissiefactoren voor het jaar 2023. In Tabel 3-2 zijn de emissies tijdens het stationair draaien opgenomen. Tabel 3-2 Uitgangspunten stationair draaien vrachtverkeer bouwfase Vrachtwagen (#/ jaar)

1.000

Tijd stationair (min/ vracht)

5

Tijd stationair (uur/ jaar)

83,3

Emissie NOX (g/uur)

79,0392

Emissie NH3 (g/uur)

0,9072

Emissie NOX (kg/jaar)

6,6

Emissie NH3 (kg/jaar)

0,1

De emissies zijn in het rekenmodel ingevoerd als een vlakbron met een uitstoothoogte van 2,5 m, een spreiding van 1,25 m, een warmte-inhoud van 0 MW en met een etmaalvariatie van het standaardprofiel voor industrie.

Mobiele werktuigen Voor de mobiele werktuigen is berekend wat, inclusief de emissies van het transport en het stationair draaien, de maximale emissie van de mobiele werktuigen kan zijn waarbij op elke locatie in de natuurgebieden de effecten van de bouwfase, afgerond op 2 decimalen, nergens hoger zijn 0,00 mol N/ha/jaar. Deze maximale emissie is vervolgens vertaald naar een totaal aantal draaiuren per jaar. Voor het omreken van de emissies naar draaiuren, is gebruik gemaakt van de AUB-methode van TNO5. De berekeningen van de NOX en NH3 emissies zijn hierbij gebaseerd op (A) AdBlue verbruik (liter), (U) totale aantal draaiuren en (B) brandstofverbruik (liter). Hierbij worden onderstaande formules gehanteerd: NOx (kg) = Qb * liter brandstof + Qu * draaiuren + Qa * liter AdBlue. NH3 (kg) = Pb * liter brandstof + Pu * draaiuren. De coëfficiënten (Qb, Qu, Qa, Pb en Pu) zijn afhankelijk van de stageklasse en de vermogensklasse. Voor het toepassen van deze methode, is voor de mobiele werktuigen uitgegaan van de gemiddelde kenmerken in Tabel 3-3. Tabel 3-3 Uitgangspunten mobiele werktuigen bouwfase Categorie

5

Stage IV/V, 75-560 kW

Dieselverbruik (l/uur)

20

AdBlue-verbruik (l/uur) (7% van dieselverbruik)

1,4

Qb

0,033

Qu

0,005

Qa

-0,46

Pb

0,00024

Pu

0

TNO (2021) AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOxen NH3-uitstoot van mobiele werktuigen. 10-12-2021. TNO-2021-R12305

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360-003 Datum 01-02-2023

Versie 02

Document referentie NL23-648800269-42023

8/14

De emissies van de mobiele werktuigen zijn in het rekenmodel opgenomen als een vlakbron met een uitstoothoogte van 4 m, een spreiding van 2 m, een warmteinhoud van 0 MW met een etmaalvariatie van het standaardprofiel voor industrie.

3.3

Gebruiksfase

In deze paragraaf zijn de bronnen beschreven die na de modernisering van de productielocatie emissies van stikstofoxiden en/of ammoniak kunnen hebben.

Transportbewegingen wegverkeer In Tabel 3-4 zijn de aantallen transportbewegingen in de gebruiksfase opgenomen. De transportbewegingen zijn gemodelleerd vanaf het plangebied tot aan de rotonde met de Bremerbergweg waarna het opgaat in het heersende verkeersbeeld. Voor de vervoersbewegingen is het snelheidsprofiel ‘Binnen bebouwde kom’ gehanteerd. De emissies bij transportbewegingen worden automatisch bepaald door het rekenmodel op basis van emissiefactoren (g/km) per type voertuigen en per snelheidsprofiel, het aantal vervoersbewegingen per voertuigtype en de lengte van de afgelegde weg per vervoersbeweging. Tabel 3-4 Verkeersgeneratie gebruiksfase

Leveranciers

Zwaar vrachtverkeer

Beheer & Onderhoud

licht verkeer

Aantal/

Aantal/

Aantal/

Bewegingen/

week

maand

jaar

jaar

1

12

24

52

104

1

Laden/lossen vrachtwagens De emissies van het stationair draaien van de motor van vrachtwagens tijdens het laden en lossen, zijn berekend op basis van de methode uit de ‘Rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer’ van BIJ126. Met deze methode wordt de emissie bepaald op basis van het aantal uur stationair draaien van de motor en een set emissiefactoren. Voor de emissiefactoren is uitgegaan van de door het RIVM gepubliceerd emissiefactoren7. Hierbij is uitgegaan van de emissiefactoren voor het jaar 2023. In Tabel 3-5 zijn de emissies tijdens het stationair draaien opgenomen. Tabel 3-5 Uitgangspunten stationair draaien vrachtverkeer gebruiksfase

6 7

Vrachtwagen (#/ jaar)

12

Tijd stationair (min/ vracht)

15

Tijd stationair (uur/ jaar)

3

Emissie NOX (g/uur)

79,0392

Emissie NH3 (g/uur)

0,9072

Emissie NOX (kg/jaar)

0,2

Emissie NH3 (kg/jaar)

0,0

BIJ12 (2022) Rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer. Versie januari 2022. Emissiefactoren | RIVM (maart 2022)

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360-003 Datum 01-02-2023

Versie 02

Document referentie NL23-648800269-42023

9/14

De emissies zijn in het rekenmodel ingevoerd als een vlakbron met een uitstoothoogte van 2,5 m, een spreiding van 1,25 m, een warmte-inhoud van 0 MW en met een etmaalvariatie van het standaardprofiel voor industrie.

Mobiele werktuigen Voor het berekenen van de emissies van de mobiele werktuigen is gebruik gemaakt van de AUB-methode van TNO8. De berekeningen van de NOX en NH3 emissies zijn hierbij gebaseerd op (A) AdBlue verbruik (liter), (U) totale aantal draaiuren en (B) brandstofverbruik (liter). Hierbij worden onderstaande formules gehanteerd: NOx (kg) = Qb * liter brandstof + Qu * draaiuren + Qa * liter AdBlue. NH3 (kg) = Pb * liter brandstof + Pu * draaiuren. De coëfficiënten (Qb, Qu, Qa, Pb en Pu) zijn afhankelijk van de stageklasse en de vermogensklasse. In Tabel 3-6 zijn de emissies van de mobiele werktuigen berekend. Tabel 3-6 Uitgangspunten mobiele werktuigen gebruiksfase Categorie

Stage IV/V, 75-560 kW

Draaiuren (uur/jaar)

40

Dieselverbruik (l/uur)

20

AdBlue-verbruik (l/uur) (7% van dieselverbruik)

1,4

Qb

0,033

Qu

0,005

Qa

-0,46

Pb

0,00024

Pu

0

Emissie NOx (kg/jaar)

0,8

Emissie NH3 (kg/jaar)

0,2

De emissies van de mobiele werktuigen zijn in het rekenmodel opgenomen als een vlakbron met een uitstoothoogte van 4 m, een spreiding van 2 m, een warmteinhoud van 0 MW met een etmaalvariatie van het standaardprofiel voor industrie.

Stookinstallaties Behalve de bedieningsruimte (ca 15 m2), waar mensen verblijven worden de gebouwen niet verwarmd. De emissies van de stookinstallaties voor de verwarming van de bedieningsruimte zijn bepaald op basis van het gemiddeld gasverbruik per vloeroppervlak, de stookwaarde van het aardgas en een emissiefactor NOx. Hierbij is een gasintensiteit van 15 m3 gas/ m2 gehanteerd9. Dit geeft een geschat gasverbruik van 225 m3/jaar. Op basis van de stookwaarde van aardgas van 31,65 MJ/m3 is het totale energieverbruik dan 7 GJ/jaar. Als uitgangspunt is verder aangenomen dat alle installaties voldoen aan de emissie-eisen voor ketelinstallaties uit Artikel 3.10b Activiteitenbesluit. Dit betreft 70 mg NOx/Nm3 wat overeenkomt met ongeveer 20 g NOx/GJ. Hiermee zijn de totale emissies ongeveer 0,1 kg NOx/jaar. 8

TNO (2021) AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOxen NH3-uitstoot van mobiele werktuigen. 10-12-2021. TNO-2021-R12305 9 ECN (2016) Ontwikkeling energiekentallen utiliteitsgebouwen

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360-003 Datum 01-02-2023

Versie 02

Document referentie NL23-648800269-42023

10/14

De totale emissies zijn in het rekenmodel ingevoerd als puntbron. Hierbij is voor de uitstoothoogte een hoogte van 9 m aangehouden, met een warmte-inhoud van 0 MW en de temporele variatie voor ruimteverwarming.

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360-003 Datum 01-02-2023

Versie 02

Document referentie NL23-648800269-42023

11/14

4

Resultaten

In dit hoofdstuk zijn de rekenresultaten opgenomen van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator 2022. De resultaatbestanden van AERIUS Calculator zijn opgenomen in bijlage 1 en 2, en zijn los meegeleverd met dit rapport. Voor de berekeningen is het rekenjaar 2023 gehanteerd. De hier gepresenteerde resultaten betreffen de maximale toename van de stikstofdepositie op locaties waar er sprake is van een (naderende) overschrijding van de KDW.

Gebruiksfase De maximale toename van de depositie ten gevolge van de beoogde situatie na de modernisatie, op stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden met een (naderende) overschrijding van de KDW bedraagt 0,00 mol N/ha/jaar.

Bouwfase Voor de mobiele werktuigen is op basis van de beschreven uitgangspunten berekend wat de maximale emissie kan zijn, inclusief transport en stationair draaien vrachtverkeer, waarbij op elke locatie in de natuurgebieden de effecten van de bouwfase, afgerond op 2 decimalen, nergens hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Daarbij is er tevens vanuit gegaan dat tijdens de bouw de beoogde gebruiksactiviteiten ook plaatsvinden. Voor de bouwfase mag de maximale emissie van de mobiele werktuigen dan ongeveer 58,8 kg NOx/jaar en 13,4 kg NH3/jaar bedragen. In Tabel 4 1 is de totale maximale inzet per jaar samengevat. Tabel 4-1 Maximale inzet materieel in de bouwfase Transport Stationair draaien Auto/busje 4.000 beweging/jaar 5 minuten/ vracht Vrachtwagen 2.000 bewegingen

Mobiele werktuigen Dieselmaterieel Stage IV/V 56.000 l diesel/jaar, 7% AdBlue

Op basis van de AUB-methode is dit met de gemiddelde kenmerken van een werktuig (zie hoofdstuk 3) omgerekend naar een inzet van 2.800 uur/jaar voor alle mobiele werktuigen die worden ingezet. Dit betekent dat er ongeveer 7 uur per dag en 200 dagen per jaar er maximaal 2 werktuigen continue aan het werk kunnen zijn. Mocht de bouwfase langer dan een jaar duren, kan in de opvolgende jaren dezelfde omvang van materieelinzet worden gedaan. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de emissiebronnen in de bouwfase communicerende vaten zijn. Meer transport betekent meer emissie van transport en meer emissies van stationair draaien en daarmee minder draaiuren mogelijk voor mobiele werktuigen mogelijk en vice versa. Om de inzet van materieel te vergroten, zijn een aantal maatregelen mogelijk. Voor het vrachtverkeer is nu uitgegaan van het gemiddelde Nederlandse wagenpark. Door uit te gaan van bijvoorbeeld Euro 6, dalen de emissies van het vrachtverkeer en is er meer ruimte voor draaiuren mobiele werktuigen. Het elektrisch laden/lossen van vrachtwagens zorgt ook voor minder emissies tijdens stationair draaien en zou meer ruimte geven voor draaiuren mobiele werktuigen. Voor de mobiele werktuigen is uitgegaan van de minst vervuilende norm. Hierin is dus geen winst te behalen.

De enige optie om voor mobiele werktuigen meer draaiuren te verkrijgen, is door een deel van de werkzaamheden met elektrisch materieel, of materieel op waterstof, uit te laten voeren.

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360-003 Datum 01-02-2023

Versie 02

Document referentie NL23-648800269-42023

12/14

5

Conclusie

In dit onderzoek zijn voor Vitens N.V. de effecten onderzocht van de modernisering van de huidige productielocatie voor drinkwater “Bremerberg” op de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden. Op basis van de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er na volledige ingebruikname er geen toenamen plaatsvinden van groter dan 0,00 mol N/ha/jaar. Voor de bouwfase zijn er ook geen toenamen van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol N/ha/jaar als aan de randvoorwaarden wordt voldaan zoals beschreven in Tabel 4-1. Hiermee kunnen significante effecten ten gevolge van de planontwikkeling worden uitgesloten.

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360-003 Datum 01-02-2023

Versie 02

Document referentie NL23-648800269-42023

13/14

Bijlage 1 AERIUS Calculator rekenresultaat gebruiksfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Beoogde Situatie - Beoogd

Resultaten

Beoogde Situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RnUGWBysQpBH (30 januari 2023)

Vitens N.V. Spijkweg 51, 8256 RJ Biddinghuizen Vitens Bremerberg -RnUGWBysQpBH 30 januari 2023, 08:09 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

0,2 kg/j

1,1 kg/j

2/7

Projectberekening

Beoogde Situatie (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 2 Anders... | Anders... | Laden/Lossen 3 Anders... | Anders... | Mobiele werktuigen 4 Anders... | Anders... | Stookinstallaties  Verkeersnetwerk

RnUGWBysQpBH (30 januari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,2 kg/j 1,5 g/j

0,2 kg/j 0,8 kg/j 0,1 kg/j 47,6 g/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RnUGWBysQpBH (30 januari 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogde Situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RnUGWBysQpBH (30 januari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Beoogde Situatie, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Transport X:177933,48 Y:492382,71 416,15 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Anders... | Anders...

Naam Laden/Lossen Uittreedhoogte Locatie X:178043,82 Warmteinhoud Y:492356,96 Spreiding Oppervlakte 2,72 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 3

Anders... | Anders...

Naam Mobiele werktuigen Uittreedhoogte Locatie X:178043,82 Warmteinhoud Y:492356,96 Spreiding Oppervlakte 2,72 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 4

Anders... | Anders...

Naam Stookinstallaties Uittreedhoogte Locatie X:178034,5 Warmteinhoud Y:492369,43 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Verwarming van Ruimten

Links Rechts NOₓ 47,6 g/j Type scherm - NO₂ 13,1 g/j Hoogte - NH₃ 1,5 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

In file

104 p/jaar 0 p/jaar 24 p/jaar 0 p/jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

2,5 m 0,000 MW 1m

NOₓ

0,2 kg/j

4,0 m 0,000 MW 2m

NOₓ NH₃

0,8 kg/j 0,2 kg/j

9,0 m 4,500 MW

NOₓ

0,1 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

RnUGWBysQpBH (30 januari 2023)

6/7

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RnUGWBysQpBH (30 januari 2023)

7/7

Bijlage 2 AERIUS Calculator rekenresultaat gebruiksfase + bouwfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Beoogde Situatie - Beoogd

Resultaten

Beoogde Situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RkNJyzn32XiF (30 januari 2023)

Vitens N.V. Spijkweg 51, 8256 RJ Biddinghuizen Vitens Bremerberg -RkNJyzn32XiF 30 januari 2023, 09:28 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

13,8 kg/j

70,1 kg/j

2/7

Projectberekening

Beoogde Situatie (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 2 Anders... | Anders... | Laden/Lossen 3 Anders... | Anders... | Mobiele werktuigen 4 Anders... | Anders... | Stookinstallaties 6 Anders... | Anders... | Laden/Lossen 7 Anders... | Anders... | Mobiele werktuigen  Verkeersnetwerk

RkNJyzn32XiF (30 januari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,2 kg/j 0,1 kg/j 13,4 kg/j 91,1 g/j

0,2 kg/j 0,8 kg/j 0,1 kg/j 6,6 kg/j 58,8 kg/j 3,6 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RkNJyzn32XiF (30 januari 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogde Situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RkNJyzn32XiF (30 januari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Beoogde Situatie, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Transport X:177933,48 Y:492382,71 416,15 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Anders... | Anders...

Naam Laden/Lossen Uittreedhoogte Locatie X:178043,82 Warmteinhoud Y:492356,96 Spreiding Oppervlakte 2,72 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 3

Anders... | Anders...

Naam Mobiele werktuigen Uittreedhoogte Locatie X:178043,82 Warmteinhoud Y:492356,96 Spreiding Oppervlakte 2,72 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 4

Anders... | Anders...

Naam Stookinstallaties Uittreedhoogte Locatie X:178034,5 Warmteinhoud Y:492369,43 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Verwarming van Ruimten

RkNJyzn32XiF (30 januari 2023)

Links Rechts NOₓ 47,6 g/j Type scherm - NO₂ 13,1 g/j Hoogte - NH₃ 1,5 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

In file

104 p/jaar 0 p/jaar 24 p/jaar 0 p/jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

2,5 m 0,000 MW 1m

NOₓ

0,2 kg/j

4,0 m 0,000 MW 2m

NOₓ NH₃

0,8 kg/j 0,2 kg/j

9,0 m 4,500 MW

NOₓ

0,1 kg/j

6/7

Projectberekening

5

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Transport X:177933,48 Y:492382,71 416,15 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Anders... | Anders...

Naam Laden/Lossen Uittreedhoogte Locatie X:178043,82 Warmteinhoud Y:492356,96 Spreiding Oppervlakte 2,72 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 7

Anders... | Anders...

Naam Mobiele werktuigen Uittreedhoogte Locatie X:178043,82 Warmteinhoud Y:492356,96 Spreiding Oppervlakte 2,72 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie

Links Rechts NOₓ 3,5 kg/j Type scherm - NO₂ 1,0 kg/j Hoogte - NH₃ 89,6 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

In file

4000 p/jaar 0 p/jaar 2000 p/jaar 0 p/jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

2,5 m 0,000 MW 1m

NOₓ NH₃

6,6 kg/j 0,1 kg/j

4,0 m 0,000 MW 2m

NOₓ NH₃

58,8 kg/j 13,4 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RkNJyzn32XiF (30 januari 2023)

7/7

Bijlage 5 Watertoets

Bestemmingsplan Biddinghuizen - Spijkw eg 51 Pagina 91 van 157

Vitens Bremerberg Watertoets

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur

Handelsregister 30129769 Vitens Nieuwbouw Zuivering Bremerberg 51007360 Vitens N.V. Henk van den Berg

Datum Versie Vrijgegeven door

02-06-2023 C2 Tjeerd Dijkstra

Document referentie

watertoets - vitens bremerberg c1.docx

2/20

Inhoudsopgave

1.

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 4 1.2 Plangebied .......................................................................................................... 4 1.3 Watertoetsproces ................................................................................................ 5 1.4 Opbouw rapport .................................................................................................. 5

2. 3.

Planontwerp ................................................................................................................... 6 Relevant waterbeleid ..................................................................................................... 7 3.1 De waterparagraaf .............................................................................................. 7 3.2 KRW .................................................................................................................... 7 3.3 Waterbeleid voor de 21e eeuw ........................................................................... 7 3.4 Waterwet ............................................................................................................. 8 3.5 Nationaal Waterplan ............................................................................................ 8 3.6 Waterbeheerplan Waterschap Zuiderzeeland .................................................... 8

4.

Ruimtelijke consequenties ............................................................................................. 9 4.1 Waterkering ......................................................................................................... 9 4.2 Watergangen ..................................................................................................... 13 4.3 Hemelwaterberging ........................................................................................... 14 4.4 Waterkwaliteit .................................................................................................... 15

5.

Conclusie ..................................................................................................................... 16

Bijlage 1 – Planontwerp ......................................................................................................... 17 Bijlage 2 – Resultaat Digitale Watertoets .............................................................................. 18 Bijlage 3 – Beschermingszones en dwarsprofiel waterkering ............................................... 19

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360 Datum 02-06-2023

Versie C2

Document referentie c:\users\nlhebe\documents\projecten\vitens_bremerberg\notitie\watertoets - vitens bremerberg c1.docx

3/20

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De drinkwaterwinningslocatie Bremerberg, van Vitens, wordt vernieuwd en uitgebreid. Voor deze aanpassingen is er een bestemmings-planwijziging nodig. De watertoets 1 vormt onderdeel van het bestemmingsplan. Sweco heeft opdracht gekregen om voor plan Vitens-Bremerberg de watertoets uit te voeren.

1.2 Plangebied

Figuur 1.1

1

Ligging plangebied

De watertoets omvat het proces van informeren, afstemmen en adviseren om te komen tot een inhoudelijke beoordeling van de waterhuishoudkundige gevolgen van het bestemmingsplan. Dit proces resulteert in de waterparagraaf ten behoeve van (een wijziging van) het bestemmingsplan.

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360 Datum 02-06-2023

Versie C2

Document referentie c:\users\nlhebe\documents\projecten\vitens_bremerberg\notitie\watertoets - vitens bremerberg c1.docx

4/20

Het plangebied ligt in de Flevopolder, ten zuiden van Biddinghuizen. Aan de noordzijde ligt de Spijkweg, en aan de zuidzijde de Bremerbergdijk. In de huidige situaties is het plangebied al een Vitens-locatie.

1.3 Watertoetsproces De watertoets is een proces waarbinnen afstemming plaatsvindt tussen het stedenbouwkundig plan en de ruimte voor water. Deze watertoets wordt ter review voorgelegd aan gemeente Dronten en Waterschap Zuiderzeeland. Dit rapport vormt de basis voor de watertoets en het opstellen van de waterparagraaf voor in het bestemmingsplan.

1.4 Opbouw rapport In hoofdstuk 2 is het planontwerp. Hoofdstuk 3 beschrijft het relevante waterbeleid. De ruimtelijke consequenties, knelpunten en oplossingsrichtingen worden in hoofdstuk 4 beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft tenslotte de samenvatting en vervolg-werkzaamheden.

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360 Datum 02-06-2023

Versie C1

Document referentie c:\users\nlhebe\documents\projecten\vitens_bremerberg\notitie\watertoets - vitens bremerberg c1.docx

5/20

2. Planontwerp In figuur 2.1 is het planontwerp weergeven. Globaal gezien worden er een aantal gebouwen gesloopt, en komen er nieuwe gebouwen op een andere locatie voor terug.

Figuur 2.1

Planontwerp (bijlage 1)

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360 Datum 02-06-2023

Versie C1

Document referentie c:\users\nlhebe\documents\projecten\vitens_bremerberg\notitie\watertoets - vitens bremerberg c1.docx

6/20

3. Relevant waterbeleid 3.1 De waterparagraaf Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding.

In dit geval is de normale procedure van toepassing en is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig.

3.2 KRW De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater.

3.3 Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360 Datum 02-06-2023

Versie C2

Document referentie c:\users\nlhebe\documents\projecten\vitens_bremerberg\notitie\watertoets - vitens bremerberg c1.docx

7/20

WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren.

3.4 Waterwet De Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Op grond van o.m. de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het ‘gebiedseigen water’ wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving.

Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). De waterschapsverordening vervangt de Keur bij inwerkingtreding van de Omgevingswet.

3.5 Nationaal Water Programma Het Nationaal Water Programma bestaat uit het landelijke en regionale waterbeleid, vastgesteld op basis van de Waterwet en de Wet Ruimtelijke Ordening. In het plan zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en -beheer beschreven voor de periode 2022-2027. Het programma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Het programma geeft invulling aan de Europese richtlijnen waaronder de KRW, Richtlijn overstromingsrisico’s, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie en de EU-richtlijn Marine Spatial Planning. Het programma geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten.

3.6 Watervisie en het Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De Watervisie verbindt waterthema’s en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgt dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater.

Sweco | Vitens Bremerberg Projectnummer 51007360 Datum 02-06-2023

Versie C2

Document referentie c:\users\nlhebe\documents\projecten\vitens_bremerberg\notitie\watertoets - vitens bremerberg c1.docx

8/20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/39/documents/213