17a722d4-1e4d-4e2c-a555-5053986656fa.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan
Chw bestemmingsplan Dronten Herontwikkeling Flevomanege (D1007) Dronten
DATUM IMRO IDN
22-12-2022 NL.IMRO.0303.D1007-VA01
PROJECT PROJECTLEIDER
Chw Bestemmingsplan Dronten - Herontwikkeling Flevomanege T. de Jong
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Trebbe Wonen B.V. 20211413
AUTEUR STATUS
J. Posthumus vastgesteld
Inhoudsopgave
Toelichting
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Begrenzing plangebied
7
1.3
Planologische regeling
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
10
2.1
Huidige situatie
10
2.2
Beschrijving gebiedsontwikkeling
12
2.3
Beeldkwaliteit
15
2.4
Verkeer & parkeren
15
2.5
Duurzaamheid
16
Hoofdstuk 3
Beleidskader
26
3.1
Rijksbeleid
26
3.2
Provinciaal beleid
27
3.3
Gemeentelijk beleid
31
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
34
4.1
Ecologie
34
4.2
Archeologie
36
4.3
Water
37
4.4
Cultuurhistorie
41
4.5
Milieuzonering
41
4.6
Bodem
42
4.7
Geluid
43
4.8
Luchtkwaliteit
44
4.9
Externe veiligheid
45
4.10
Kabels en leidingen
46
4.11
Vormvrije mer-beoordeling
46
Juridische regeling
48
5.1
Algemeen
48
5.2
Toelichting op de regels
48
Hoofdstuk 5
3/583
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
49
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
49
6.2
Economische uitvoerbaarheid
50
Bijlagen toelichting
51
Bijlage 1
Uitgangspunten gemeente
53
Bijlage 2
Parkeerbalans
61
Bijlage 3
Stikstofonderzoek
63
Bijlage 4 Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000
69
Bijlage 5
Nader onderzoek vleermuizen & huismus
103
Bijlage 6
Archeologisch onderzoek
115
Bijlage 7
Verkennend archeologisch booronderzoek
139
Bijlage 8
Verkennend bodemonderzoek
165
Bijlage 9
Watertoets
313
Bijlage 10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
335
Bijlage 11
Aanvullend geluidsonderzoek
399
Bijlage 12
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
405
Bijlage 13
Participatiedossier (oktober 2022)
439
Bijlage 14
Reactienota
521
Bijlage 15
Zienswijzennota
543
Vaststellingsbesluit
559
Regels
561
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
562
Artikel 1
Begrippen
562
Artikel 2
Wijze van meten
566
Bestemmingsregels
567
Artikel 3
Groen
567
Artikel 4
Verkeer - Verblijf
568
Hoofdstuk 2
4/583
Artikel 5
Wonen
569
Artikel 6
Wonen - Woongebouw
572
Algemene regels
574
Artikel 7
Anti-dubbeltelbepaling
574
Artikel 8
Algemene bouwregels
575
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
576
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
577
Artikel 11
Overige regels
578
Overgangs- en slotregels
579
Artikel 12
Overgangsrecht
579
Artikel 13
Slotregel
580
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Verbeelding
5/583
582
Toelichting
6/583
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan De Zuid 30 te Dronten (zuid) is een manege aanwezig. Het voornemen is om deze locatie te herontwikkelen tot een woongebied. Het plan omvat de bouw van maximaal 141 woningen met een diversiteit aan woningtypen gericht op een diverse doelgroepen. De ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingplan Woongebieden Dronten (D1000). Ter plaatse geldt de bestemming 'Sport - Manege' waarbinnen woningbouw niet is toegestaan. De gemeente Dronten wil meewerken aan de ontwikkeling door middel van het opstellen van een nieuw bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Begrenzing plangebied
De begrenzing is afgestemd op het stedenbouwkundig plan van de ontwikkeling. De ligging en begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in de kern Dronten en ten opzichte van de directe omgeving (bron: www.pdok.nl)
7/583
1.3
Planologische regeling
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Woongebieden Dronten (D1000)', dat op 31 januari 2019 is vastgesteld door de gemeenteraad van Dronten. De gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemmingen 'Sport - Manege', 'Groen' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het huidige bestemmingsplan opgenomen. Binnen de bestemming 'Sport - Manege' is een manege inclusief een bedrijfswoning toegestaan. De bebouwing dient binnen het aangegeven bouwvlak gebouwd te worden en voor de locatie van de bedrijfswoning is de aanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen. Binnen de bestemming 'Groen' is geen bebouwing toegestaan. De bestemming is bedoeld voor openbare en structuurbepalende groenvoorzieningen. Tot slotte is het zuidelijk deel voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Hier is archeologisch onderzoek nodig bij ingrepen groter dan 1,7 hectare. Paragraaf 4.2 gaat hier nader op in. Op grond van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om woningen binnen de bestemming 'Sport - Manege' te realiseren. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een adequaat juridisch-planologisch kader voor de voorgenomen ontwikkeling en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.
8/583
Afbeelding 1.2 Uitsnede huidige bestemming 'Woongebieden Dronten (D1000)' met daarop in het rood het plangebied weergeven (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt de juridische regeling van het bestemmingsplan uitgelegd. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
9/583
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
2.1.1 Plangebied In de huidige situatie zijn de gronden in gebruik ten behoeve van een sportmanege. Op de gronden staat een aantal gebouwen, een paardenbak een weidegronden ten behoeve van paarden. Deze functies komen in de toekomstige situatie te vervallen.
10/583
Afbeelding 2.1 Luchtfoto omgeving met daarop in een rode omlijning indicatief het plangebied weergegeven (Bron: pdok) 2.1.2 Ruimtelijke structuur De ruimtelijke structuur van Dronten is ingekaderd door infrastructuur (N307, N305 en N309) en de Lage Vaart als doorgaande watergang. Met de ontwikkeling van De Munten is een eerste stap gemaakt over het water. De noordelijke rand van Dronten kenmerkt zich voornamelijk door industrie en bedrijventerreinen. De woongebieden liggen meer zuidelijk en zijn geschakeerd aan De West, De Landmaten - De Zuid, De Rede – De Oost en de Fazantendreef. Deze wegen vormen hiermee vrijwel een doorgaande ringweg. Onderling zijn de woongebieden van elkaar gescheiden door ruim opgezette groengebieden waarin diverse (recreatieve) functies zijn opgenomen. De woongebieden onderscheiden zich van elkaar door de stedenbouwkundige opzet die geënt is op de stedenbouwkundige denkwijze van de tijdsgeest waarin de wijken zijn ontwikkeld. De manegelocatie is gelegen in de hoek van de wijk Dronten Zuid en specifiek de buurt Manege. Dit is een woonwijk grotendeels gebouwd in de jaren '90 van de vorige eeuw. De wijk kenmerkt zich door voornamelijk vrijstaande en twee-onder-één-kap woningen. De randen van het plangebied worden aan de oost- en zuidzijde gevormd door De Zuid.
Deze weg kenmerkt zich door een rijbaan voorzien van een boombeplanting en een vrijliggend fietspad. Aan de noord- en westzijde vormt een parkzone de begrenzing van het gebied. Deze strook maakt deel uit van een grotere parkstrook rondom de wijk en is alleen toegankelijk voor langzaam verkeer. De westelijk gelegen strook heeft een breedte van circa 16 meter en vormt de scheiding met de achterliggende bebouwing aan de Concourslaan. De noordelijk gelegen parkstrook heeft een breedte van circa 33 meter en vormt de scheiding met de achterliggende bebouwing aan De Ruiter. Aan de zuidzijde is, aan de overzijde van De Zuid, een toegankelijk bosperceel aanwezig. Een directe, goede verbinding tussen de parkzone en dit bosperceel is niet aanwezig.
11/583
2.1.3 Ontsluiting De Zuid vormt de ontsluitingsweg. Deze gaat, voorbij het plangebied, over in De Landmaten. Door de breedte van het totale profiel en de vrijliggende fietspaden vormen de wegen echter een barrière tussen de onderlinge woonbuurten. De woonbebouwing keert zich grotendeels af van deze wegen waardoor voornamelijk achtertuinen aan deze wegen grenzen. Alleen aan de Majoraan is de formele kant van de bebouwing gericht op De Zuid. Voor het gehele verloop van de weg geldt dat de woningen niet direct zijn ontsloten vanaf De Zuid. Ter plekke van de Majoraan is een ventweg aanwezig die eveneens de functie van fietspad op zich neemt. De afzonderlijke buurten kennen een eenduidige wegenstructuur waarbij de aansluitingen op De Zuid en De Landmaten vaak beperkt zijn tot twee. Deze entrees zijn per buurt onderling met elkaar verbonden en vormen de secundaire wegen in het netwerk. De overige woonstraten vormen de sluitende tertiaire wegenstructuur. 2.1.4 Groen en water De kernkwaliteiten van Dronten worden omschreven als rust, ruimte en groen. Dit groen heeft zijn vorm gekregen in de jaren '60 van de vorige eeuw waarbij groen met maat en allure het uitgangspunt was. Door de jaren heen heeft er een verdichting in Dronten plaatsgevonden ten koste van het groen.
Ondanks deze verdichting is de huidige groene identiteit vooral te danken aan de oorspronkelijke ruim opgezette structuren. De rust en ruimte die wordt ervaren in het groen komt tot stand door de maat en schaal, materialisering en eenvoud van de inrichting van deze groenstructuur. Ter plekke van de manegelocatie wordt de groene identiteit voornamelijk bepaald door de randen; de aanwezigheid van de parkzone, het profiel van De Zuid en het zicht op het bosperceel aan de overzijde van de locatie. Niet alleen de hoofdgroenstructuur tussen de onderlinge buurten geeft Dronten haar groene identiteit, maar kenmerkend voor Dronten zijn ook de kleinere, buurtgebonden, inliggende groengebieden. In het plangebied en directe omgeving komt geen water voor. Wel is er een mogelijkheid om bij teveel aan water, dit af te voeren, conform eisen en afvoerbegrenzing van het waterschap, naar de sloot ten zuidoosten van het plangebied. Deze sloot dient opgewaardeerd, opgeschoond en verbreed te worden om afvoer in extreme situaties naar de watergang aan de Dronterweg mogelijk te maken. Voor de ontwikkeling wordt een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Het afvoeren van water gaat hier ook op in.
2.2
Beschrijving gebiedsontwikkeling
Het voornemen is om het gebied te ontwikkelen tot een woongebied. De gemeente heeft voor de locatie een aantal uitgangspunten opgesteld waar met de toekomstige invulling van het plangebied rekening gehouden moet worden. Op basis hiervan is, gezamenlijk met de gemeente en de directe omgeving, een stedenbouwkundig ontwerp opgesteld. Hierbij is rekening gehouden met de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. In afbeelding 2.2 is een uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp opgenomen. Het ontwerp gaat uit van 141 (koop) woningen bestaande uit vrijstaande woningen, rijenwoningen, twee-onder-een kapwoningen en appartementen. Het plan gaat uit van een gedifferentieerd woonprogramma. De woningen worden aangeboden in een breed segment van de woningmarkt. De woningen zijn geschikt voor een brede diversiteit aan huishoudenstypen, zoals starters, gezinnen en ouderen. Het gaat om een gedifferentieerd aanbod van koopwoningen. Een overzicht van het woningaanbod is weergeven in figuur 2.3.
12/583
Afbeelding 2.2 Stedenbouwkundig ontwerp
13/583
Afbeelding 2.3: Overzicht woningaanbod Hoofdstructuur Het kader voor de planuitwerking wordt gevormd door de verschillende onderdelen van de ruimtelijke hoofdstructuur. Bepalend hiervoor zijn de hoofdgroenstructuur rondom het plangebied en de woonoriëntatie op De Zuid. Hoofdgroenstructuur De groene identiteit van de manegelocatie wordt voornamelijk gevormd door de groene randen die rondom het plangebied aanwezig zijn. Deze worden gevormd door de parkzone ten noorden en westen van de locatie als wel het groengebied aan de zuidzijde van De Zuid. Deze gebieden kunnen als drager dienen voor de groene uitstraling van de buurt. Het is dan ook belangrijk dat deze groenstructuur op diverse plaatsen vanuit het toekomstige woongebied wordt ervaren, zichtbaar is en eveneens bereikbaar / toegankelijk is. De voorgestelde hoofdgroenstructuur vormt een belangrijke drager bij de planuitwerking. Snippergroen dient vanuit onderhoud en het vervagen van de hoofdstructuur vermeden te worden. Woonoriëntatie De huidige bebouwing aan De Zuid en De Landmaten kenmerkt zich voornamelijk door informele achterkanten. De buurten hebben zich in feite van De Zuid afgekeerd. Hierdoor ontbreekt eveneens een 'gezicht' van deze buurten. Alleen ter plekke van de Majoraan, aan de oostzijde van de manegelocatie, heeft de huidige bebouwing een directe woonoriëntatie op De Zuid.
De toekomstige woningbouw ter plekke van de manegelocatie dient op dit gegeven te anticiperen. Door de bebouwing duidelijk een oriëntatie te geven aan De Zuid presenteert de nieuwe buurt zich hier aan Dronten. Door deze oriëntatie zal samen met de bebouwing aan de Majoraan eveneens een 'entree' ontstaan die de bezoeker verder zal leiden naar het centrum van Dronten.
14/583
2.3
Beeldkwaliteit
Van belang is dat nieuwe functies en bebouwing op een goede manier worden ingepast in de omgeving van het gebied. Voor de inpassing wordt aangesloten bij de bestaande stedenbouwkundige structuur. Voor de ontwikkeling wordt een beeldkwaliteitsplan gemaakt. Voor de locatie worden daarbij specifieke beeldkwaliteitseisen opgesteld. Ook deze worden opgenomen in het beeldkwaliteitsplan. De welstandscriteria die in dit document staan beschreven worden onderdeel van de bestaande welstandsnota en worden tegelijkertijd met dit bestemmingsplan vastgesteld. Bij het beoordelen de bouwaanvraag wordt dit document als leidraad gehanteerd voor de beoordeling van de welstandsaspecten.
2.4
Verkeer & parkeren
Algemeen Het gemeentelijk beleid gaat uit van een nauwe samenhang tussen het ruimtelijke beleid en het verkeers- en vervoersbeleid. Dit is gedaan tegen de achtergrond van het verbeteren van de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad. Het verkeers- en vervoersbeleid is vooral gericht op stimulering van het gebruik van het openbaar vervoer en langzaam verkeer. Dit impliceert een efficiënter gebruik van de bestaande verkeersruimte door een duidelijke verkeersstructuur, het vergroten van de doorstromingscapaciteit op het stedelijke hoofdwegennet en bundeling van verkeersstromen, zodat in de tussenliggende gebieden een aangenaam en veiliger woon- en leefklimaat kan ontstaan. Ontsluiting De hoofdontsluiting van de wijk vindt plaats aan twee kanten. Eén daarvan is een directe ontsluiting op de Zuid aan de oostkant van het plangebied en de andere ontsluiting sluit via de Concourslaan indirect aan op De Zuid. Het plangebied is hiermee zeer goed te bereiken. Parkeren Het parkeren vindt plaats in het plangebied zelf. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de Nota parkeernorm 2016. Voor de ontwikkeling is een parkeerbalans gemaakt. Deze is als bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Geconcludeerd wordt dat aan de Nota parkeernorm 2016 voldaan wordt. Een uitsnede hiervan is weergeven in figuur 2.3.
Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling De verkeersgeneratie is berekend op basis van de gemiddelde kentallen die afkomstig zijn van het CROW (Publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren). In de berekening van de verkeersgeneratie is rekening gehouden met een worst-case berekening. De categorie 'Koop, appartementen, duur' levert de meeste verkeersgeneratie aan. De locatie ligt in 'rest bebouwde kom' in een 'sterk stedelijke' gemeente. Op basis van de genoemde kenmerken geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 6,8 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) per woning. De totale verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling van 141 woningen bedraagt zodanig 958,8 mvt/etmaal. De toename van de verkeersbewegingen van de beoogde ontwikkeling bedraagt 959 mvt/etmaal (worst-case berekening). De verkeersafwikkeling wordt beoordeeld in het drukste uur van de dag, waarin doorgaans
15/583
maximaal 10% van de etmaalwaarde wordt afgewikkeld. Op het drukste uur zullen de ontsluitende wegen een verkeerstoename van circa 96 mvt ondervinden. Deze verkeerstoename zal merkbaar zijn in de drukkere uren maar naar verwachting geen negatieve gevolgen hebben op de omliggende ontsluitingswegen en niet leiden tot een verminderde doorstroming op de wegvakken en de relevante kruispunten. Voorgenoemde is gebaseerd op basis van een worst-case scenario, zijnde een toename van circa 960 voertuigen per etmaal. Dit betekent concreet circa 96 motorvoertuigen per uur op de drukste momenten van de dag. Dit worst-case-scenario doet geen recht aan de realistische situatie, omdat het woongebied aan twee zijden wordt ontsloten en er geen sprake is van een doorgaande verbinding. Gebruik van slechts één van de twee ontsluitingen zal alleen nodig zijn bij eventuele calamiteiten of werkzaamheden. Iets minder dan de helft van de woningen (66) wordt feitelijk ontsloten vanaf de T-splitsing met de Concourslaan en het overige komt uit op De Zuid. In dat geval is er op de drukste momenten sprake van respectievelijk circa 45 en 51 motorvoertuigen per uur. Op de doorgaande weg De Zuid sprake is van ruim 3.000 motorvoertuigen per etmaal.
Een extra aansluiting op deze weg waar op de drukste momenten een afwikkeling van maximaal 51 motorvoertuigen per uur moet plaatsvinden vormt geen probleem voor de verkeersafwikkeling. De Concourslaan is een 30 km/u weg en deze is ook als zodanig ingericht. Uit de meest recente tellingen (augustus-september 2021) blijkt dat er sprake is van gemiddeld 2.133 motorvoertuigen per etmaal. Een aansluiting hierop voor maximaal 449 motorvoertuigen per etmaal (zie bijlage 10 toelichting) doet geen afbreuk aan de veiligheid. Omdat het hier gaat om een toegang die nagenoeg direct aantakt op de hoofdontsluiting De Zuid wordt dit verkeer ook direct afgewikkeld en zal overwegend geen gebruik maken van de Concourslaan. Bij de aanleg van de aansluitingen zal worden voldaan aan de eisen ten aanzien van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Conclusie Door de ontwikkeling op het plangebied neemt de verkeersintensiteit op nabijgelegen de ontsluitingswegen toe, er zullen echter naar verwachting geen problemen ontstaan op het gebied van de verkeersafwikkeling. De toekomstige parkeerbehoefte wordt opgevangen in het plangebied en de omgeving. Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg.
2.5
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een belangrijk speerpunt in het beleid van de gemeente Dronten en een centrale ambitie bij de herontwikkeling van de Flevomanege. Het brede begrip duurzaamheid is daarbij beschouwd als een spectrum van denkrichtingen en mogelijkheden om vorm te geven aan een prettige en gezonde leefomgeving, die met een zo klein mogelijke milieubelasting, tot in de verre toekomst een meerwaarde vormt voor Dronten.
16/583
Afbeelding 2.4 Duurzame herontwikkeling van de Flevomanege als toegevoegde waarde voor Dronten In deze paragraaf is beschreven hoe in het plan concreet invulling is gegeven aan de verschillende aspecten van duurzaamheid. Waar relevant is gerefereerd aan het betreffende gemeentelijk beleid. Achtereenvolgens komen aan de orde: circulariteit, energie, klimaatadaptatie, sociale samenhang, gezond gedrag, biodiversiteit, natuurinclusief bouwen en tot slot het streven naar een robuust systeem, onderhouden door duurzame ketenpartners. Circulariteit De herontwikkeling binnen de bebouwde kom van Dronten draagt bij aan circulair gebruik van de ruimte. De nieuwe bewoners vergroten het draagvlak van bestaande voorzieningen, zoals het nabijgelegen winkelcentrum Dronten-Zuid. Veel technische voorzieningen, zoals infrastructuur en kabels en leidingen zijn al aanwezig, waardoor de ontwikkeling minder gebruik van grondstoffen vraagt dan een uitbreiding buiten het dorp. De huidige groenstructuur is uitgangspunt voor de ontwikkeling. Een zorgvuldige inventarisatie heeft geleid tot een overzicht welke bestaande elementen ingepast kunnen worden in de nieuwe ontwikkeling. Daarmee vormen het omringende groen, zoals de zone aan de zijde van de Concourslaan, de bomenlaan langs De Zuid en de bestaande wilg midden in het plangebied een zichtbare uiting van circulariteit.
Er zullen enkele bomen die levensvatbaar zijn voor verplaatsing, verplaatst worden binnen de locatie. De in de huidige situatie aanwezige bestaande gebouwen en materialen zijn geanalyseerd op de mogelijkheid voor hergebruik. Zo worden de paardenboxen in de middelste hal overgebracht naar de nieuwe manege. De aanwezige schokbetonschuur kan in de huidige vorm niet hergebruikt worden, maar sommige bouwdelen zijn wel opnieuw inzetbaar in het plangebied. Het gaat hierbij met name om de gevelelementen van schokbeton. Het streven is erop gericht deze in de nieuwe schuurwoningen opnieuw te gebruiken. Wat betreft de bestrating
17/583
wordt onderzocht of de betonnen vloerplaten en betonklinkers een nieuwe toekomst krijgen in het erf en de nieuw aan te leggen straten en parkeerplaatsen. Deels wordt dit materiaal ook hergebruikt voor de nieuwe manege.
Afbeelding 2.5 De schokbeton gevelelementen, stelconplaten en betonklinkers zijn herbruikbaar in het nieuwe plan De overige bouwdelen en materialen worden door een gecertificeerd sloopbedrijf, conform een gedetailleerd sloopplan, zorgvuldig gedemonteerd en gescheiden afgevoerd voor hergebruik elders. Snoeiafval wordt verzameld voor gebruik in de biomassacentrale (Groenbeleidsplan Gemeente Dronten). Tot slot wordt er gestreefd naar een gesloten grondbalans; eventuele vrijkomende gronden en fundatiemateriaal van de huidige verharding, mits het aan de wettelijk hergebruik eisen voldoet, worden in het plan hergebruikt. Energie In het Klimaatbeleidsplan (2017) is het beleid van de gemeente Dronten op het gebied van duurzame energie beschreven. Dit beleid heeft tot doel klimaatneutraal te worden. Duurzaam bouwen en energiezuinige nieuwbouw worden hierin als intentie benoemd. Daarnaast zijn drie elementen opgenomen die van belang zijn voor een transitie naar een klimaatneutraal Dronten: duurzaam gedrag, duurzame technologie en duurzame organisatie. Het gedrag van consumenten in relatie tot de woonomgeving is daarbij een belangrijke factor. Laadpalen De parkeerhoven behoren tot het uitgeefbaar terrein. De inpassing van eventuele toekomstige laadpalen is hier goed mogelijk. Dit gebeurt te zijner tijd op particulier initiatief. Deze laadpalen worden aangesloten op het private stroomnet.
In overleg met de gemeente zal gekeken worden naar een reservering in de openbare ruimte
18/583
voor laadplaatsen. Duurzame woningen De woningen zullen voldoen aan de TO-juli eis en de eis van BENG. Dit is de regeling waar alle woningen qua energieverbruik sinds 1 januari 2021 aan moeten voldoen. Het toe te passen systeem van verwarmen en/of koelen wordt nog nader bepaald. In de behoefte aan elektriciteit wordt gedeeltelijk voorzien met het plaatsen van zonnepanelen op de daken van de woningen. Oplossingen voor duurzame energie worden geïntegreerd in de architectuur van de woningen, zoals zonnepanelen op de schuine daken.
Afbeelding 2.6 Zonnepanelen en warmtepompen integreren in de woningarchitectuur Klimaatadaptatie De ambitie, die ook nadrukkelijk beschreven is in het stedenbouwkundig plan, is om een klimaatbestendige woonomgeving te realiseren. Een duurzaam watersysteem vormt hiervoor de basis. Regenwater wordt zo lang mogelijk vastgehouden, op onder andere groene daken en in de openbare ruimte. Ook is er tussen de bouwblokken een fijnmazige structuur van wadi's ontworpen, die het water van de verharding opvangen en afvoeren. De verharding is waar mogelijk waterdoorlatend. Het afvoeren vindt alleen plaats bij hevige regenval; het uitgangspunt is, dat het water zoveel mogelijk ter plaatse wordt vastgehouden om te kunnen wegzakken in de bodem. De plas-draszones die in de lager gelegen delen van het plangebied ontstaan, zorgen voor verkoeling in de zomer en stimuleren de biodiversiteit voor flora en fauna. Door de auto's niet aan de ontsluiting, maar binnen de hoven en bouwblokken te parkeren, is minder verharding nodig. De hoven worden voorzien van boombeplanting die hittestress voorkomen en voor een aangenaam klimaat zorgen. Er worden groene, beplante erfscheidingen gerealiseerd. Zo ontstaat de mogelijkheid tussen de bouwblokken een samenhangende groenstructuur te realiseren, die bijdraagt aan een klimaat adaptieve buitenruimte.
19/583
Afbeelding 2.7 Parkeren vindt bij voorkeur plaats in de verkoelende schaduw van bomen Binnen de hoven vindt het parkeren plaats, zoveel mogelijk onder bomen, zodat de omsloten ruimtes 's zomers minder opwarmen en de auto's in de schaduw staan. De parkeerplaatsen zelf worden voorzien van open verharding, zodat water hier ter plaatse kan wegzakken of vertraagd naar de wadi's wordt afgevoerd. Ook in de architectuur van de bebouwing is rekening gehouden met een optimaal verblijfsklimaat, bijvoorbeeld met dakoverstekken, die voor schaduw op de zuidgevel zorgen. Waar mogelijk worden woningen en bijgebouwen uitgevoerd met groene daken, die ook water opvangen. Dit zorgt voor een warmte-isolerende of verkoelende werking in de zomer. De klimaatbestendigheid van het stedenbouwkundig plan wordt aangetoond met een stresstest. Sociale samenhang De betekenis van de locatie hangt nauw samen met de historie als manege, die met het groeien van de woonwijken geleidelijk aan binnen de bebouwde kom van Dronten kwam te liggen. De manege was een kenmerkende locatie als oorspronkelijk erf in het ritme van de polder, compleet met karakteristieke schokbetonschuur. Het was daarbij ook een sociaal ontmoetingspunt voor recreatief gebruik van sportieve aard. Deze kenmerken zijn opnieuw geïnterpreteerd in het stedenbouwkundig plan voor de herontwikkeling.
De herkenbaarheid van het erf met de in ere herstelde omringende singelbeplanting, het herkenbaar terugbrengen van habitus (korrelgrootte, vormentaal) van de oorspronkelijke schuur en het stimuleren van ontmoeting staan centraal in het plan. Met verder de invulling van het erf als moestuin en/of boomgaard / pluktuin wordt hier praktische uitvoering aan gegeven. Het erf wordt in z'n geheel ondergebracht in een VVE waardoor sociale samenhang in de buurt wordt gestimuleerd. Tevens wordt het realiseren van een geconditioneerde gemeenschappelijk gebruiksruimte op het erf onderzocht. De hoofdstructuur van het plan herbergt naast het erf een langgerekte groene zone met bloemrijke weide, die zich als groen hart van noord naar zuid uitstrekt in het gebied. Deze gevarieerd ingerichte parkachtige ruimte biedt gelegenheid tot wandelen en spelen voor alle leeftijden en doelgroepen. Ook bewoners van de omringende buurten zijn van harte welkom om hier gebruik van te maken.
20/583
Afbeelding 2.8 De centrale gevarieerd ingerichte groene ruimte nodigt uit tot ontmoeting en spelen Het vele groen in de woonbuurt, kan leiden tot vragen over de sociale veiligheid. Hiermee wordt bij ontwerp van de woningen en de inrichting van de buitenruimte en het beplantingsplan zorgvuldig rekening gehouden. Langs doorgaande routes worden alleen lage heesters en bomen geplant. Deze routes worden voorzien van adequate verlichting en woningen aan de openbare ruimte krijgen ook ramen in de kopgevels, zodat er van binnenuit contact is met de buitenruimte. Tot slot is er bij de detailinrichting van de buiten ruimte, zoals looproutes, en het ontwerp van de woningen speciale aandacht voor mindervaliden. Zo wordt bij de parkeerplaatsen de halfopen bestrating zo gerealiseerd dat mensen die slecht ter been zijn hiervan geen hinder ondervinden. Op deze manier transformeert de Flevomanege locatie tot een inclusieve buurt, waar iedereen zich thuis kan voelen. Ook is het voornemen om de parkeerhoven als gemeenschappelijke /mandelige ruimten uit te geven met daar tegenover juist autoluwe openbare ruimten. Gezondheid Het toepassen van zoveel mogelijk groen rondom, aan en op de woningen heeft op verschillende manieren positieve invloed op de gezondheid van de bewoners en bezoekers van het gebied. Het groen zuivert de lucht en verlaagt de hittestress in de zomer.
Daarnaast draagt een groene omgeving bij aan het welbevinden van mensen. De gevarieerd ingerichte buitenruimte is aantrekkelijk, met bloeiende planten in het hele jaar en nodigt mensen van alle leeftijden uit om buiten te fietsen, te wandelen, te spelen en te verblijven. Wandelen en fietsen dragen bij aan een gezond leefpatroon. Met een uitgekiende padenstructuur voor voetgangers en fietsers, wordt het plangebied verknoopt met de omgeving. Zo ontstaat een fijnmazig en duurzaam veilig netwerk, dat verplaatsingen voor langzaam verkeer stimuleert. Op het erf wordt ruimte geboden aan een collectieve moestuin, waar in overleg met de nieuwe bewoners stadslandbouw georganiseerd kan worden. Dit soort initiatieven verbindt de bewoners met elkaar, de natuur en hun voedsel en stimuleert beweging en een gezond voedingspatroon. Zo verlaagt de woonomgeving het stressniveau en levert deze een bijdrage aan een gezondere leefstijl.
21/583
Afbeelding 2.9 In de buitenruimte kunnen collectieve moestuinen een gezonde leefstijl stimuleren Biodiversiteit in de buitenruimte Onderstaande tekst over biodiversiteit in de buitenruimte is gebaseerd op die in het beeldkwaliteitsplan Locatie Flevomanege Dronten: Biodiversiteit is de graad van verscheidenheid aan levensvormen binnen een gegeven ecosysteem. Het omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen, maar ook de variatie aan ecosystemen waar ze deel van uitmaken en de interacties die daartussen plaatsvinden. De bebouwde omgeving is een plaats vol mogelijkheden om de biodiversiteit te bevorderen, zo ook bij de herontwikkeling van de Flevomanege. Het streven is gericht op een optimale inrichting voor dieren, planten en mensen. Een belangrijk aspect van biodiversiteit is een biotoop. Hoe meer verschillende biotopen er aangelegd kunnen worden, hoe meer diversiteit en variatie er in beplanting en levensvormen er te vinden zijn. Om de biodiversiteit te bevorderen wordt er gekeken naar de verschillende biotoop groepen die te categoriseren zijn in: Gras en kruidenbegroeiing; Bomen en struiken; Water; Steen (zie onder de volgende paragraaf: natuurinclusief bouwen); Stadslandbouw (zie vorige paragraaf); Combinaties en gradiënten (bijvoorbeeld gras/water, bos/gras).
Hierbij is het belangrijk dat er een balans wordt gevonden tussen de biotopen en de toegepaste hoeveelheden, hoe meer verschillende soorten biotopen er zijn, hoe grotere groep aan levende organismes een natuurlijke habitat hebben. Daarnaast zijn er nog andere factoren die de biodiversiteit bevorderen, denk aan het toepassen van zoveel mogelijk inheemse soorten, waarbij onderling ook genoeg variatie is met beplanting. Bijvoorbeeld valt hier te denken aan het toepassen van bloeibogen (https://www.bestuivers.nl/bloeibogen) waardoor er het jaarrond voldoende voedsel voor bijen te vinden is. Voor dieren kunnen eenvoudige voorzieningen de mogelijkheden om zich te vestigen al verbeteren, met het plaatsen van vogelhuisjes, vleermuizenkasten of
22/583
insectenhotels. Door de variatie in beplanting, kan de bloeiperiode verspreid worden over het gehele jaar. Dit is niet alleen bevorderlijk voor de biodiversiteit, maar heeft ook positieve effecten op de gezondheid van de mens.
Afbeelding 2.10 Jaarrond bloeiende planten bieden een aantrekkelijke omgeving voor mens en dier De groenvoorzieningen in de openbare buitenruimte worden aangevuld in omvang en soortenrijkdom met erfafscheidingen in beplanting, groene gevels en daken. Bij dat laatste wordt gezocht naar oplossingen waarbij groene daken en zonnepanelen gecombineerd worden, zodat een win-win situatie ontstaat. In de erfafscheidingen kunnen ook insectenhotels geïntegreerd worden. Ook worden bewoners waar mogelijk geïnspireerd om hun tuin tot een groene oase te maken. Dit draagt ook bij aan een goede waterhuishouding en verminderde hittestress in de zomer. Op de kopgevels van de woningen bij de Concourslaan worden de gevels voorzien van een constructie waarlangs klimplanten kunnen groeien, zodat zij de groene bufferzone hier versterken. Niet alleen de aanleg van verschillende biotopen/beplanting is belangrijk, het onderhoud ervan speelt ook een grote rol in het behoud van biodiversiteit. Hierbij zijn er verschillende methodes die ieder hun eigen effecten hebben. Een voorbeeld van een methode is sinus maaibeheer, dit is insectvriendelijke maaibeheer, waarbij er in wisselende patronen gemaaid wordt. Hierdoor ontstaat er een maximum aan variatie en blijven er bloeiende planten staan.
Om al een aanzet te geven om meer biodiversiteit in het plangebied te krijgen, kan de bestaande aansluiting onder De Zuid, omdat er in een nieuwe duiker voor de water overstort is voorzien, worden gebruikt als ecotunnel. De zoogdieren kunnen zich dan veilig en makkelijk verplaatsen tussen het bos en het plangebied. Bij de uitwerking van alle groene (openbare) delen van het plan zal aandacht gegeven worden aan het optimaliseren van de biotopen die zich hier kunnen voordoen. Natuurinclusief bouwen In het beeldkwaliteitsplan Locatie Flevomanege Dronten is de volgende tekst opgenomen over natuurinclusief bouwen:
23/583
Groen in de buurt levert veel meer op dan alleen maar een mooi plaatje. Door natuurinclusief te ontwerpen en te bouwen is het mogelijk ook voor dieren een gezonde en aantrekkelijke buurt te creëren. Groen zorgt voor verkoeling in de zomerhitte, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-stadsbewoners, zoals huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergvleermuis. Juist dankzij deze bevolkingsgroepen komt de leefomgeving pas écht tot leven.
Afbeelding 2.11 Kunstnesten voor de huiszwaluw Wonen op de Flevomanege locatie biedt, in tegenstelling tot de nu aanwezige weide met een beperkt ecologische voetprint, vele kansen om natuurinclusief te bouwen. Daarom wordt als richtlijn voor het stedenbouwkundig plan meegegeven om groene zones op te nemen die linten vormen van het buitengebied tot diep in de buurt. De nieuwe woningen, de omliggende tuinen en het openbaar groen bieden vele mogelijkheden voor vogels, insecten en vleermuizen om te nestelen en voedsel te vinden. Het benutten van deze kansen zorgt voor een grotere soortenrijkdom in de buurt. Door kleine openingen te maken in gevels en onder dakoverstekken of met behulp van nestkasten kunnen nestgelegenheden worden gemaakt voor vogels en vleermuizen. Verschillende daktypes van de hoofdgebouwen en alle daken van de bijgebouwen binnen het plan bieden de mogelijkheid om groene daken te realiseren. Ook hagen, struiken klimplanten en andere beplantingen kunnen een prima verblijfplaats bieden aan vele soorten. En alles wat bloeit of vruchten draagt biedt voedsel aan deze soorten rijkdom. Ook de waterbergingen kunnen bijdragen aan de biodiversiteit. Het voorstel is om met een ecoloog nog te kijken welke doelsoort en dus biotoop hier het meest haalbaar is en daar de exacte voorstellen en maatregelen op af te stemmen.
Robuust systeem en duurzame keten In het groenbeleidsplan van de gemeente Dronten (2017) staan diverse ambities op het gebied van duurzaamheid. De basis hiervoor is enerzijds het streven naar klimaatneutraliteit en anderzijds het realiseren van robuuste, beheerbewust ontworpen groenstructuren. Zo krijgen nieuw aan te planten bomen voldoende groeimogelijkheden, zowel onder als boven de grond, waardoor zij tot volwassen bomen uit kunnen groeien. De sortimentskeuze wordt afgestemd op de bestaande omstandigheden. Zo wordt een systeem gevormd, dat op de lange duur kostenbewust functioneert met een zo laag mogelijke milieubelasting.
24/583
Het onderhoud vindt plaats met ketenpartners die op hun beurt een duurzame bedrijfsvoering hebben, met zo min mogelijk gebruik van chemicaliën, bijvoorbeeld bij de onkruidbestrijding. Hun materieel is zoveel mogelijk geëlektrificeerd, en de toegepaste planten zijn duurzaam ingekocht.
Afbeelding 2.12 Behalve de beeldbepalende wilg, krijgen ook nieuwe bomen de kans om tot volle wasdom te komen
25/583
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Sinds juni 2021 is Dronten als deel van de regio Zwolle aangewezen als NOVI-gebied. De aanwijzing hiervan heeft tot doel om de regio te ontwikkelen tot een klimaatrobuuste en economisch vitale regio met een blijvend aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven.
Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Realiseren opgaven In de NOVI zijn twee instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Momenteel wordt voor Noord-Nederland gewerkt aan een omgevingsagenda. Als voorloper is er gewerkt aan een Contour Omgevingsagenda waarin acht omgevingsopgaven zijn benoemd: 1. Druk op de ruimte in het landelijk gebied vraagt om gezamenlijke keuzes; 2. Benutten van de brede effecten van de energietransitie; 3. Economisch perspectief ten aanzien van kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw; 4. Toekomstgerichte bereikbaarheid van Noord-Nederland; 5. Versterken Stedelijk Netwerk Noord-Nederland; 6. Toekomstkracht voor gebieden met bevolkingsdaling en sociaaleconomische achterstand;
26/583
7. Water als verbindende schakel in klimaatadaptieve maatregelen; 8. Waarborgen van de omgevingskwaliteit. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten, zoals een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Gemeente Dronten heeft hierin een speciale status gekregen als onderdeel van het NOVI-gebied regio Zwolle. Het bevorderen van de woningbouw in deze regio (waar dit bestemmingsplan in voorziet) is hierin een belangrijk doel. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Deze regeling houdt in dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat.
Indien het project die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er ook gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied en sluit aan op het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het aantal woningen dat in het plangebied gerealiseerd wordt, is 141 woningen. In het woningbouwprogramma van gemeente Dronten is dit aantal woningen geregeld. De ontwikkeling betreft dan ook een inbreidingslocatie waardoor per saldo geen sprake is van nieuwe ruimtebeslag. Er wordt dus voldaan aan de wetgeving betreffende de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor een nadere beschrijving van de behoefte wordt verwezen naar paragraaf 3.3.2.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie FlevolandStraks De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: a. Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), b. Krachtige Samenleving (sociaaleconomische omgeving), c. Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: Duurzame Energie
27/583
Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken. De rode draad van deze thema’s is dat Flevoland streeft naar een duurzame leefomgeving, waarbij ruimte is voor ontwikkelingen die bijdragen aan de ruimtelijke en sociaaleconomische kwaliteit van de provincie. Onderliggend plan draagt op basis van een goede ruimtelijke inpassing bij aan de ruimtelijke en functionele kwaliteit van de omgeving en is daarmee in lijn met de Omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsprogramma Provincie Flevoland en Omgevingsverordening Provincie Flevoland Algemeen Na verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet in werking. Op dat moment moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, een of meer programma's en een Omgevingsverordening. Het op 27 februari 2019 door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland vastgestelde Omgevingsprogramma Flevoland vindt haar grondslag dan ook in de Omgevingswet. Daarnaast is de grondslag te vinden in diverse vigerende wetten, zoals de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven.
In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak. In voorliggend geval is met name hoofdstuk 1 'Ruimte' van het Omgevingsprogramma van belang. Ruimte (Omgevingsprogramma) Het belangrijkste doel van de provincie is het bieden van een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en moet dit passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden.
Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor). De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende
28/583
regio's onvoldoende ruimte is. De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling. Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid. Stedelijk gebied Het plangebied maakt binnen het thema 'Ruimte' deel uit van het 'stedelijk gebied' zoals hieronder te zien is in afbeelding 3.1.
Afbeelding 3.1 Ligging projectgebied binnen de kaart 'Ruimte' (Bron: Omgevingsprogramma provincie Flevoland) Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten. Het provinciale bundelingsbeleid is gebaseerd op enkele principes waarvan onderstaande in voorliggend geval het meest van belang zijn: De specifieke ruimtelijke kwaliteiten van steden en dorpen worden benut door de kwaliteit van deze kenmerken te behouden en te versterken; Stedelijke uitbreiding moet aansluiten bij bestaande ruimtelijke structuren, zodat de vitaliteit van de kernen wordt ondersteund; Nieuwe solitaire clusters van bebouwing buiten de op de kaart Stedelijk gebied aangegeven stedelijke
29/583
gebieden worden in principe uitgesloten; Infrastructuur wordt zo gebundeld dat versnippering van ruimtelijke eenheden wordt voorkomen en er geen omvangrijke barrières in stedelijke en ecologisch waardevolle gebieden ontstaan; De omvang van nieuwe ruimte voor wonen, werken en voorzieningen moet in verhouding staan tot de grootte van de kern en de positie ervan in de stedelijke en groen-blauwe hoofdstructuur; Van de gemeenten wordt verwacht dat zij het provinciale bundelingsbeleid vertalen in lokaal beleid en in concrete (ruimtelijke) plannen. Plannen voor uitbreiding worden uitgewerkt in samenhang met herstructurering van het bestaande bebouwd gebied. Verstedelijking (wonen) De bevolkingsontwikkeling is sturend voor de groeiscenario's voor Flevoland. Het in balans houden van uitbreiding en herstructurering vormt de basis voor een kwaliteitsslag voor het gehele bebouwde gebied. Een goede woonkwaliteit voor iedereen is het uitgangspunt. Naast de woning is daarbij ook de woonomgeving belangrijk. Het gaat om kwaliteiten als voorzieningen, groenstructuren, recreatiemogelijkheden, veiligheid en een schone omgeving. In de afgelopen decennia is in Flevoland onvoldoende gedifferentieerd gebouwd. De nadruk lag op ruime eengezinswoningen.
Hoewel Flevoland een opvangtaak voor andere delen van Nederland behoudt, komt de woningbehoefte van de huidige inwoners steeds nadrukkelijker op de voorgrond te staan. Hierbij moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van ouderen, alleenstaanden en starters, omdat de bestaande woningvoorraad daar onvoldoende aan tegemoet komt. Daarnaast is er behoefte aan landelijk wonen nabij de stad. Naast de bouw van nieuwe woningen wordt kwaliteitsbehoud van de bestaande woningvoorraad steeds belangrijker. Een deel van het bebouwde gebied is toe aan herstructurering. Vooral in oudere wijken moeten de bestaande woningvoorraad en de zorginfrastructuur worden aangepast. De combinatie van uitbreidingsopgave en herstructureringsopgave biedt de mogelijkheid om in te spelen op de veranderende, meer gedifferentieerde behoefte aan woningen en andere functies. Via verdergaande verweving op wijk- en buurtniveau ontstaan goede mogelijkheden voor combinaties van wonen en werken. Kernpunten zijn: huisvesting voor kleinere huishoudens; voldoen aan de behoefte aan goedkopere betaalbare (huur-)woningen voor starters, statushouders en andere groepen met een krappe beurs; terugdringing van tekorten aan woonzorgvormen voor mensen met een beperking, ouderen en andere zorgbehoevenden.
Voor deze woonzorgvormen is de nabijheid van verschillende voorzieningen gewenst; differentiatie van woonmilieus; menging van wonen, voorzieningen en werken. De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal 141 woningen. De woningen betreffen koopwoningen en worden gerealiseerd op een binnenstedelijke locatie. Het aantal woningen en de wijze van inrichting van het plangebied worden vanuit ruimtelijke en stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar geacht. Ook de locatie in de buurt van het centrum van Dronten Zuid maakt dat de woningen geschikt zijn voor ouderen en mensen met een zorgbehoefde. Hiermee wordt aangesloten op de lokale/regionale kwalitatieve en kwantitatieve marktvraag naar een gedifferentieerd woningaanbod.
30/583
Conclusie Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie FlevolandStraks, het Omgevingsprogramma Provincie Flevoland en de Omgevingsverordening Provincie Flevoland.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Structuurvisie Dronten 2030 Op 29 november 2012 heeft de gemeenteraad van Dronten de Structuurvisie Dronten 2030 vastgesteld. De structuurvisie schetst het ruimtelijk en economisch perspectief tot aan 2030 en beschrijft de toekomst van de gemeente op het gebied van wonen, recreatie, de agrarische sector, natuur, infrastructuur, economie en het voorzieningenniveau van de kernen. Dronten is de stedelijke hoofdkern van de gemeente. Het is de grootste kern in de gemeente en ook het hoofdvoorzieningencentrum. Naar Dronten komen mensen uit de andere kernen en zelfs van buiten de gemeente voor niet-dagelijkse voorzieningen, voor voortgezet en (agrarisch) hoger onderwijs en voor bovenlokale zorgfuncties. De woningbouw in de gemeente zal in drie stappen plaatshebben. Deze drie stappen vormen geen eindbeeld, maar een zorgvuldige strategie, voortkomend uit de behoefte om de landschappelijke kwaliteiten van het buitengebied én van de kernen zoveel mogelijk te behouden en te versterken. In de structuurvisie is het plangebied aangewezen als 'Stap 2: Stapsgewijze ontwikkeling van de locaties die momenteel in voorbereiding zijn'. Deze woningbouw wordt in gang gezet op het moment dat uit een woningbehoefteonderzoek blijkt dat er voldoende vraag is naar de op de locaties te ontwikkelen typen woningen.
Met dit bestemmingsplan wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt die aansluit op de structuurvisie en passend is binnen de beleidsuitgangspunten van de structuurvisie Dronten 2030. 3.3.2 Woonvisie Groeien met kwaliteit 2016-2021 In de woonvisie heeft de gemeente Dronten haar prioriteiten voor de periode 2016-2021 vastgelegd. Inzicht in de verwachte ontwikkeling van de bevolking en het aantal huishoudens is nodig om beleid te kunnen ontwikkelen. Daarom is voor Dronten een woningmarktonderzoek uitgevoerd. In het woningmarktonderzoek zijn drie groeiscenario´s doorgerekend. Het scenario autonome groei laat zien hoe de vraag naar woningen toeneemt bij een neutraal migratiesaldo; er wordt dan in feite alleen gebouwd voor de natuurlijke aanwas. Het trendscenario gaat uit van de autonome bevolkingsontwikkeling en het gemiddelde positieve migratiesaldo van de afgelopen tien jaar. De bevolkingsgroei bedraagt in dit scenario de komende vijftien jaar ruim 2.200 personen. In het trendscenario bedraagt de extra woningvraag ruim 2.000 woningen tot 2030. In het trendscenario-plus is de huishoudensgroei groter door extra instroom van vestigers van buiten de gemeente. Het migratieoverschot bedraagt in dit scenario 240 personen per jaar. De bevolking groeit dan met ruim 5.800 personen in de komende vijftien jaar. Hiervoor zijn ruim 3.400 woningen extra nodig.
Dat in het trendscenario-plus relatief minder woningen nodig zijn om de groei te accommoderen (3.400 op 5.800 nieuwe inwoners tegen 2.000 op 2.200 nieuwe inwoners in het trendscenario) heeft ermee te maken dat de
31/583
geprognosticeerde instroom vooral gezinnen betreft. De gemiddelde woningbezetting van deze huishoudens is groter dan gemiddeld. In de volgende tabel is de bevolkings- en huishoudensprognose voor Dronten in zijn geheel weergegeven. Hieruit blijkt dat er een toenemende vraag naar woningen is. Het gemeentelijk beleid heeft zich in de afgelopen periode gericht op een bevolkings- en huishoudensgroei die het best wordt benaderd door het trendscenario-plus.
Relatie met onderliggend plan Uit woningmarktonderzoek blijkt dat de woningbouwbehoefte in de gemeente Dronten de komende jaren toeneemt. Ook recente marktontwikkelingen laten een sterk toegenomen vraag zien. Het voorliggende plan geeft hier invulling aan. 3.3.3 Welstandsnota 2013 De gemeente Dronten heeft welstandsbeleid geformuleerd in de Welstandsnota 2013 (geactualiseerd vastgesteld 27 juni 2013). Daarmee wil zij aan burgers duidelijkheid geven over de koers die de gemeente vaart met haar welstandstoezicht. Het belangrijkste onderdeel van de Welstandnota 2013 bestaat uit de welstandscriteria. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in criteria 'op maat' en sneltoetscriteria. In de vernieuwde welstandsnota zijn er geen eensluidende welstandscriteria opgesteld voor de hele gemeente Dronten. De criteria zijn afgestemd op de karakteristiek van een gebied. In de Welstandsnota ligt het plangebied in het gebied 'Dronten tweede schil'. Voor de ontwikkelingen in het plangebied wordt een apart beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit plan gaat als toetsingskader dienen bij de toekomstige bouwplannen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. De bijbehorende welstandscriteria worden apart vastgesteld. 3.3.4 Klimaatbeleidsplan gemeente Dronten De gemeente Dronten heeft als doelstelling het bereiken van klimaatneutraliteit.
Dit houdt in dat de uitstoot van broeikasgassen (voornamelijk CO2) volledig wordt gereduceerd en gecompenseerd. Momenteel is er nog 122 MW aan windenergie nodig om dit doel te bereiken. Met de realisatie van windplanblauw wordt de benodigde 122 MW ruimschoots behaald (161 MW). Ook zal er in de komende jaren aanzienlijk meer (hernieuwbare) energie nodig zijn voor de verwarming van huizen en andere gebouwen (het gebruik van aardgas zal worden uitgefaseerd) en voor de sector mobiliteit. De totale vraag naar elektriciteit zal dus toenemen. Hiermee is rekening gehouden in de berekening omtrent klimaatneutraliteit. Om de klimaatvisie vorm te geven en doelstellingen te behalen worden drie elementen uitgelicht: duurzaam gedrag, duurzame technologie en duurzame organisatie. Duurzaam gedrag is gericht op bewustwording onder inwoners van hun gedrag met betrekking tot duurzame energie en de consequenties hiervan, waarop zij hun gedrag gaan aanpassen. Duurzame technologie is gericht op het inrichten van de transitie naar duurzaamheid. Onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn: regionale en decentrale hernieuwbare energievoorziening,
32/583
energiecoöperatie, uitfasering van aardgas en duurzame mobiliteit, waaronder ook autodelen. Duurzame organisatie gaat over de samenwerking tussen alle relevante partijen. Samenwerking tussen overheid, onderwijs en organisaties is erg belangrijk, maar uiteindelijk zijn het de burgers die de grootste slag zullen slaan, zij zijn aan zet. Met het planvoornemen worden gasloze woningen gerealiseerd en worden diverse duurzaamheidsmaatregelen toegepast. Hiermee sluit het plan aan op het klimaatbeleidsplan van de gemeente Dronten. De duurzaamheidsdoelstellingen voor het project zijn verder in paragraaf 2.5 beschreven. 3.3.5 Gemeentelijk rioleringsplan GRP 2022-2028 Het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) geeft inhoudelijke, financiële en programmatische sturing aan het rioleringsbeheer. Dit is uit oogpunt van volksgezondheid, bewoonbaarheid en milieubescherming één van de kerntaken van elke gemeente. Naast de zorgplicht voor het afvalwater, hemelwater en grondwater is er ook aandacht voor klimaatadaptatie. In het gemeentelijk rioleringsplan staan de beleidsuitgangspunten, voorschriften en richtlijnen beschreven die in het gemeentelijk domein dienen te worden gehanteerd voor klimaatadaptatie en het afval-, hemel-, grond- en oppervlaktewater.
33/583
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Ecologie
Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Beide aspecten zijn geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied bevindt zich op een afstand van 8,1 kilometer van het natura2000 gebied 'Ketelmeer & Vossemeer' en op circa 8,8 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied 'Veluwerandmeren'. Stikstofdepositie op natuurgebieden Voor dit project wordt een stikstofberekening uitgevoerd die opgenomen is in bijlage 3.
Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied ligt niet in het NNN. Gezien het feit dat de ontwikkeling niet plaats vindt in het NNN en de aard en omvang van het voornemen wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN. Soortenbescherming Ten aanzien van de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort.
Voor een inzicht in de mogelijk aanwezige soorten binnen het plangebied is een ecologische
34/583
effectenbeoordeling uitgevoerd. Hierin is op basis van een veldbezoek en ecologisch inzicht beoordeeld welke beschermde soorten en habitats binnen de invloedsfeer van de ontwikkeling aanwezig (kunnen) zijn. De bijbehorende rapportage is opgenomen in bijlage 4. De inrichting van het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats, nestelen er vogels in het plangebied en bezetten vleermuizen er vaste rust-of voortplantingsplaats. Om de functie van de te slopen bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen, dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in bebouwing. Indien vleermuizen een verblijfplaats bezetten in de te slopen bebouwing, dient een ontheffing aangevraagd te worden. Vleermuizen mogen niet verstoord of gedood worden en de verblijfplaats mag niet verstoord, beschadigd of vernield worden zonder ontheffing.