CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

13c0dc15-6842-4af5-abf0-17868764ada0.pdf

Raadsvergadering 7 juni 2023, gemeente DrontenBij agendapunt: 6.b: AKKOORD Raadsvoorstel jaarlijkse P&C-documenten 2022-2024 van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek10.553 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2024

1

Colofon Auteur:

Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek Botter 14-15 Postbus 2341 8203 AH LELYSTAD T. 088-6333 000 E. info@ofgv.nl W. www.ofgv.nl

Opdracht:

Ontwerpbegroting OFGV 2024

Versie: Datum:

Zienswijze raden en Staten 10 maart 2023 2

Inhoudsopgave Voorwoord .................................................................................................................................. 4 Inleiding ..................................................................................................................................... 5 A. Beleidsbegroting 2024 .............................................................................................................. 6 A.1. Programmaplan Milieu en Leefomgeving .................................................................................. 6 A.1.1. Doelstellingen ......................................................................................................... 6 A.1.2. Activiteiten ............................................................................................................. 7 A.1.3. Baten en lasten programma Milieu en Leefomgeving ................................................... 8 A.2. Paragrafen ........................................................................................................................... 9 A.2.1. Lokale heffingen...................................................................................................... 9 A.2.2. Weerstandsvermogen .............................................................................................. 9 A.2.3.

Onderhoud kapitaalgoederen .................................................................................. 15 A.2.4. Financiering .......................................................................................................... 15 A.2.5. Bedrijfsvoering ..................................................................................................... 16 A.2.6. Verbonden partijen ................................................................................................ 17 A.2.7. Grondbeleid .......................................................................................................... 17 A.2.8 Rechtmatigheid ...................................................................................................... 17 A.2.9 Openbaarheid Woo ................................................................................................. 18 B. Financiële begroting 2024 ....................................................................................................... 19 B.1. Overzicht van baten en lasten en de toelichting ...................................................................... 19 B.1.1. Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 ....................................................... 19 B.1.2. Toelichting op het overzicht van baten en lasten ....................................................... 23 B.1.3.

Algemene dekkingsmiddelen .................................................................................. 25 B.1.4. Kosten van overhead ............................................................................................. 26 B.1.5. Stelposten, vennootschapsbelasting en onvoorzien ................................................... 26 B.1.6. Incidentele baten en lasten .................................................................................... 26 B.2. Financiële positie en toelichting ............................................................................................ 27 B.2.1. Uitgangspunten en ontwikkelingen ten opzichte van 2023 ......................................... 27 B.2.2. Geprognosticeerde eindbalans ................................................................................ 27 B.2.3. Jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen ......................................... 27 B.2.4. Investeringen in vaste activa .................................................................................. 27 B.2.5. Financiering .......................................................................................................... 28 B.2.6. Reserves en voorzieningen ..................................................................................... 28 B.2.7.

EMU-saldo ............................................................................................................ 28

3

Voorwoord Voor u ligt de OFGV-begroting 2024 opgesteld aan de hand van de kaders die het Algemeen Bestuur van de OFGV op 8 februari 2023 meegaf. Wijzigingen ten opzichte van de kadernota 2024 zijn de takeninbreng door de gemeente Noordoostpolder, de implementatiekosten van de Omgevingswet en de gevolgen van het principe-akkoord cao SGO. Deze zijn verwerkt in de 1e en 2e begrotingswijziging 2023 en werken door in deze ontwerpbegroting. De laatste wijziging ten opzichte van de kadernota 2024 is de berekening van de Kostenverdeelsystematiek 2024-2026 (KVS). Het totaal van de partnerbijdragen is met de KVS herverdeeld op basis van de afgenomen producten in de jaren 2021-2023. Daarmee wijzigen de afzonderlijke partnerbijdragen. De totale begroting wijzigt hier niet door. Omdat de KVS terugkijkt naar voorgaande jaren, biedt deze systematiek een houvast voor de komende jaren waarin veel zal veranderen. De Omgevingswet wordt per 1 januari 2024 ingevoerd. Een ander wettelijk kader vanuit een andere filosofie aan de hand waarvan wij ons werk gaan doen: veranderende bevoegdheden, minder vergunningen, meer meldingen, kortere proceduretijden, leges, adviezen op omgevingsplannen en -visies, zorgplichten, nieuwe jurisprudentie et cetera. Het effect van die veranderingen op (de omvang van) het OFGV-werk laat zich nu nog moeilijk voorspellen.

Ook is er ten tijde van het opstellen van deze begroting nog geen duidelijkheid over de financiering van de bodemtaken die naar gemeenten overgaan en de financiering van omgevingsveiligheidstaken. In 2024 zullen de eerste uitkomsten bekend zijn van het Interbestuurlijk Programma ter versterking van het VTH-stelsel. Onderzoeken naar onder andere de robuustheid en financiering van omgevingsdiensten, informatiemanagement en mandaten hebben ongetwijfeld effect op de OFGV en zijn deelnemers. De OFGV is nauw betrokken bij de diverse pijlers van dit programma en houdt het bestuur op de hoogte van ontwikkelingen en uitkomsten. Het nieuwe VTH-beleidskader is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet vastgesteld. Deelnemers geven hun visies op de fysieke leefomgeving en geven nieuwe prioriteiten en wensen aan. In de uitvoeringsprogramma’s voor 2024 zal daarmee rekening worden gehouden. Eén van de wensen van de deelnemers en een advies uit de visitaties die eind 2022 zijn uitgevoerd, is het steviger vormgeven van beleidsontwikkeling en beleidsadvisering. De OFGV beschikt al over veel kennis op het gebied van onder andere bodem, geluid en omgevingsveiligheid. Ook op nieuwe onderwerpen zoals stikstof en circulaire economie verdiept de OFGV zijn kennis zodat de deelnemers hierover geadviseerd kunnen worden.

Hiermee ontwikkelt de OFGV zich in 2024 en verder tot gezaghebbend adviseur op het gebied van de fysieke leefomgeving. De OFGV kijkt met vertrouwen uit naar 2024. Met de deelnemers is een flexibele, vooruitstrevende, innoverende en zich ontwikkelende organisatie neergezet. We zijn er van overtuigd dat we daarmee goed in staat zijn om te kunnen omgaan met onzekerheden en wijzigingen die op ons af komen. Niet alles zal in één keer goed gaan. Wel zal het uiteindelijk goed komen en zullen uw taken op de best mogelijke manier, verantwoord worden uitgevoerd. Lelystad, 28 juni 2023 de Voorzitter

de Secretaris 4

Inleiding Voor u ligt de begroting 2024 van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). De begroting wijkt af van de kaders die het Algemeen Bestuur (AB) heeft vastgesteld door een doorwerking van de 1e en 2e begrotingswijziging 2023 en de berekening van de KVS 2024-2026. Leeswijzer Deze programmabegroting bevat de volgende onderdelen: Hoofdstuk A1: Het programmaplan Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vragen: wat willen we bereiken, hoe gaan we dat realiseren, welke kosten zijn daaraan verbonden en welke risico’s lopen we? De OFGV voert een beleidsarme begroting waarin vooral de jaaropdrachten van de deelnemers uitgevoerd worden. Hoofdstuk A2: De paragrafen In de paragrafen wordt behandeld hoe het weerstandsvermogen is opgebouwd, welke financieringsrisico’s de OFGV loopt en wat de uitdagingen in de bedrijfsvoering zijn. De paragraaf risico’s en weerstandsvermogen bevat ook de wettelijk verplichte kengetallen over solvabiliteit en liquiditeit. Hoofdstuk B1: Baten en lasten Dit hoofdstuk bevat de begroting en meerjarenraming, inclusief een toelichting op de verschillende begrotingsposten. De wijzigingen ten opzichte van 2022 zijn per begrotingspost weergegeven. Hoofdstuk B2: Financiële positie In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan balansposities (activa en reserves) en aan terugkerende verplichtingen voor het personeel.

Inclusief een geprognosticeerde eindbalans van de activa en passiva. Proces De conceptversie van de programmabegroting 2024 is op 9 maart 2023 door het Dagelijks Bestuur (DB) vastgesteld. Vervolgens is deze, samen met de voorgestelde begrotingswijzigingen 2023, aangeboden aan de raden en Staten van de 14 deelnemende partijen. Zij kunnen tot 29 mei 2023 zienswijzen indienen. In het DB van 31 mei 2023 worden de binnengekomen zienswijzen en de mogelijke wijzigingen van de begroting besproken. De begroting 2024 wordt vervolgens, inclusief zienswijzen en een reactie van het DB, ter vaststelling voorgelegd aan het AB. In haar vergadering van 28 juni 2023 besluit het AB over de begroting 2024.

5

A. Beleidsbegroting 2024 A.1. Programmaplan Milieu en Leefomgeving A.1.1. Doelstellingen Vergunningverlening De OFGV heeft als doel het afhandelen van vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijnen. Daarnaast worden meldingen beoordeeld op juistheid en volledigheid binnen de met de deelnemers afgesproken termijnen. De belangrijkste aandachtspunten hierbij zijn: 1. uitvoeren afspraken opdrachtgevers; 2. tijdige en geïntegreerde vergunningen; 3. voldoen aan inhoudelijke kwaliteit; 4. bestuurlijke sturing op strategie en afstemming op ruimtelijke mogelijkheden/ambities. Handhaving De OFGV zet zich in voor het behouden dan wel verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid). Dit wordt onder andere gedaan door het houden van toezicht op de naleving van wet- en regelgeving. Daar waar nodig wordt handhavend opgetreden. Het doel van de OFGV is dat alle controles uit de jaarprogramma’s van alle deelnemende partijen zo effectief en efficiënt mogelijk worden uitgevoerd. Waar mogelijk voert de OFGV administratieve controles of themacontroles uit in plaats van volledige initiële controles. De afhandeling van klachten gebeurt binnen de met de deelnemers afgesproken termijn. De belangrijkste aandachtspunten hierbij zijn: 1. uitvoeren jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s deelnemers; 2. optimaal proces van toezicht en handhaving; 3.

verbeteren professionaliteit medewerkers; 4. vergroten effectiviteit door risico- en informatie gestuurd handhaven; 5. effectieve piketdienst. Beleids- en juridische expertise De OFGV verstrekt passend en kwalitatief goed advies aan de deelnemende partijen over het ontwikkelen, inrichten en beheren van een duurzame leefomgeving. Dit geldt voor de taakgebieden bodem, water, energiebesparing, asbest, stortplaatsen, geluid, lucht, omgevingsveiligheid, zwemwater en circulaire economie. De kennis van vakspecialisten op bovengenoemde taakgebieden en de aanwezige juridische kennis worden hiervoor ingezet. De belangrijkste aandachtspunten zijn: 1. verstrekken van specialistische adviezen aan interne en externe opdrachtgevers; 2. verstrekken van juridische adviezen aan interne en externe opdrachtgevers; 3. vertegenwoordigen van de OFGV en de deelnemers in bezwaar- en beroepsprocedures.

6

A.1.2. Activiteiten De taken van de OFGV zijn vermeld in de Producten en Diensten Catalogus (PDC) en worden voor de 14 deelnemende partijen vertaald in uitvoeringsprogramma’s. De uitvoeringsprogramma’s 2024 worden in het 4e kwartaal van 2023 per deelnemer opgesteld en besproken. Eind 2023 wordt het definitieve programma verstuurd. De door de deelnemende partijen aan de OFGV overgedragen taken zijn dan, als de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden, grotendeels basistaken conform die Omgevingswet. Daarnaast zijn er deelnemers die plustaken hebben overgedragen. Dit zijn ‘extra’ taken die per deelnemende partij verschillen. Ook zijn er deelnemers die meerwerk beleggen bij de OFGV. Het uitvoeren van meerwerk gebeurt op basis van het uitbrengen van meerwerkaanbiedingen. Hieronder een overzicht van de activiteiten vertaalt naar de Omgevingswet. Over de definitieve uitwerking van de basistaken en plustaken wordt (landelijk) nog gesproken.

Basistakenpakket, o.a.: • Vergunningen, meldingen en informatie: ➢ Afhandelen vergunningen voor milieubelastende activiteiten (Bal, bruidsschat of omgevingsplan) ➢ Afhandelen meldingen voor milieubelastende activiteiten (Bal, Bbl (asbest), bruidsschat of omgevingsplan) ➢ Afhandelen informatieplichten voor milieubelastende activiteiten (Bal, Bbl (asbest), bruidsschat of omgevingsplan) ➢ Afhandelen van vergunningen en meldingen voor ontgrondingen (Bal, omgevingsplan) ➢ Stellen maatwerkvoorschriften milieubelastende activiteiten (Bal) ➢ Treffen gelijkwaardige maatregelen milieubelastende activiteiten (Bal) ➢ Beoordelen van rapportages •

Toezicht en handhaving: ➢ Toezicht milieu vergunningvoorschriften milieubelastende activiteiten ➢ Toezicht milieu algemene regels milieubelastende activiteiten (Bal, bruidsschat of omgevingsplan) ➢ Toezicht milieu omgevingsplan (o.a. geur, geluid, trilling, licht en omgevingsveiligheid) ➢ Toezicht op maatwerkvoorschriften milieubelastende activiteiten (Bal) ➢ Toezicht ontgrondingen (Bal, omgevingsplan) ➢ Sloopmelding en asbestinventarisatie (Bbl) ➢ Klachten milieu ➢ Ketentoezicht en –handhaving

Plustaken, o.a.: • Vergunningen en meldingen: ➢ Professioneel vuurwerk ➢ Bodem ➢ Grondwaterbescherming ➢ Zwemwater (zwemmen in oppervlaktewater) •

Toezicht en handhaving: ➢ Nazorg stortplaatsen ➢ Bodem ➢ Grondwaterbescherming ➢ Zwemwater (zwemmen in oppervlaktewater) ➢ Natuur

7

• ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

Expertise: Advisering en informatievoorziening omgevingsvisie op het gebied van milieu (o.a. geluid, bodem, geur, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid) Advisering omgevingsplan op het gebied van milieu of leefomgeving Advisering omgevingsplan evenwichtige toedeling van functies aan locaties (goede ruimtelijke ordening) Advisering omgevingsplan op uitvoerbaar- en handhaafbaarheid Advisering over gevaarlijke stoffen en het Risicoregister Externe Veiligheid Beheren bodeminformatie Invulling geven aan handhavingsbeleid Verzorgen regionale opleidingen en cursussen via de ODNL Academie Projecten, zoals handhavingsestafette

Algemeen: • Juridische dienstverlening (vergunningverlening, handhaving en ondersteuning) • Beleidsadvisering en –ondersteuning • Informatieverstrekking A.1.3. Baten en lasten programma Milieu en Leefomgeving De specificatie van de baten en lasten staat in hoofdstuk B van deze begroting. Het totaaloverzicht van de lasten en baten inclusief de 1e en 2e begrotingswijziging 2023 is als volgt: Overzicht baten en lasten 2024 Programma Milieu en Leefomgeving Algemene dekkingsmiddelen Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat

Totaal baten Totaal directe lasten Totaal overhead Totaal onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat

Baten Lasten Saldo € 16.873.231 € 11.992.365 € 4.880.867 € € 16.873.231 € 594.374 € 17.467.605

Inclusief 1e en 2e BW

Kader excl. index en incl. wijzigingen

2023 € 16.565.815 € 12.011.227 € 5.198.704 € 56.827 € -700.943 € 700.943 € -

2024 € 16.265.485 € 11.009.954 € 5.198.704 € 56.827 € € € -

5.417.049

€

-5.417.049

€ 58.191 € 17.467.605 € € 17.467.605

€ € € €

-58.191 -594.374 594.374 -0

Index

€ € € € € € €

2024 607.747 388.038 218.346 1.364 -

Subtotaal

Wijziging KVS

2024 € 16.873.232 € 11.397.992 € 5.417.049 € 58.191 € € € -

2024 € € € € € € €

-

Begroting incl. index

€ € € € € € €

2024 16.873.231 11.992.365 5.417.049 58.191 -594.374 594.374 -

Meerjarenraming

€ € € € € € €

2025 17.451.382 11.804.570 5.587.224 59.588 -

€ € € € € € €

2026 18.049.327 12.246.034 5.742.573 60.720 -

€ € € € € € €

2027 18.546.619 12.581.955 5.902.791 61.874 -

8

A.2. Paragrafen A.2.1. Lokale heffingen De OFGV is niet bevoegd om lokale belastingen op te leggen. Deze bevoegdheid ligt bij de gemeenten en provincies. De OFGV legt wel leges op voor grondwater- en ontgrondingenvergunningen binnen de provincie Flevoland. Het legestarief wordt bepaald door Provinciale Staten van Flevoland. A.2.2. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de risico's waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen enerzijds, en de capaciteit van middelen en mogelijkheden (weerstandscapaciteit) die de organisatie heeft om niet begrote kosten op te vangen anderzijds. Het beleid over het weerstandsvermogen is door het AB vastgesteld middels de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. Het beleid bevat het risicoprofiel van de OFGV, het doel en de hoogte van de Algemene Reserve en overig weerstandsvermogen en de methode voor het kwantificeren van risico’s. Risicobeleid Risicoprofiel Het risicoprofiel bestaat uit de hoeveelheid risico’s die een organisatie kan of wenst te accepteren. In de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement is vastgelegd dat de OFGV een variabele ratio (norm) tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit hanteert met een bandbreedte van 0,8 tot 1,2. Het hanteren van een variabele ratio leidt tot minder schommelingen in de mutaties van de reserves.

De gekwantificeerde risico’s mogen samen niet hoger zijn dan de beschikbare middelen in de weerstandscapaciteit. Bij de daling van een feitelijk ratio onder 0,8 wordt tijdig gekeken naar mogelijkheden om weer richting de bandbreedte te komen. Weerstandsvermogen Tot de weerstandscapaciteit worden de volgende bestanddelen gerekend: Bestanddeel Algemene Reserve Bestemmingsreserves (voor zover niet bestemd) Onvoorzien Begrotingsruimte Stille reserves Kostenreductie (bezuinigingen)

Incidentele Weerstandscapaciteit X

Structurele weerstandscapaciteit

X X X X X

De Algemene Reserve is bedoeld als buffer om fluctuaties in de exploitatie en onverwachte tegenvallers in de toekomst op te kunnen vangen. Het rekeningresultaat wordt met de Algemene Reserve verrekend. Wanneer de maximale hoogte van 5% van het begrotingstotaal wordt overschreden, wordt in het voorstel tot resultaatbestemming een voorstel gedaan tot bestemming van dat meerdere. Bestemmingsreserves en voorzieningen worden gebruikt om substantiële risico’s respectievelijk voorziene uitgaven die verstorend werken op het begrotingsevenwicht te dekken. Een bestemmingsreserve of voorziening heeft een concreet doel. Het gaat om bestedingen voor niet-reguliere taken. Het instellen van een bestemmingsreserve of voorziening gaat gepaard met spelregels over het bestedingsdoel, de verwachte looptijd en een boven- en ondergrens van de hoogte van de reserve of voorziening. 9

De begrotingspost “onvoorzien” is bedoeld om onvoorziene uitgaven op het gebied van bedrijfsvoering te dekken. Samen met ruimte in de begroting zijn dit structurele (jaarlijks terugkomende) onderdelen van de weerstandscapaciteit. Soorten risico’s De OFGV onderscheidt operationele, tactische en strategische risico’s. Operationele risico’s zijn risico’s in de financiële bedrijfsvoering die binnen de AO/IC van beheersmaatregelen zijn voorzien. Tactische risico’s zijn risico’s in de operationele processen zoals imagoschade, informatiebeveiliging en aansprakelijkheid. Beheersmaatregelen hiervoor zijn onder andere het uitvoeren van integriteitsbeleid, informatiebeveiligingsbeleid en het afsluiten van verzekeringen. Kenmerkend aan strategische risico's is dat er sprake is van niet of nauwelijks beïnvloedbare (externe) risico's. Meestal is de kans dat het risico zich voordoet klein, terwijl de financiële gevolgen groot kunnen zijn. De OFGV verstaat onder strategische risico’s onder meer: a. Exploitatieverlies door: i. kostenstijging; ii. invoering digitale stelsel n.a.v. Omgevingswet; iii. omscholing n.a.v. Omgevingswet; iv. ontwikkelingen op arbeidsmarkt. b. Exploitatieverlies door opbrengstendaling; c. Schaalnadeel door: i. vermindering van taken; ii. taakverandering n.a.v. Omgevingswet. d. Productiviteitsverlies door ziekteverzuim; e. Productiviteitsverlies door inefficiëntie.

Risicokwantificatie De risico’s met een ingeschatte waarde van € 50.000 en hoger zijn benoemd en opgenomen in een risicoregister. Kleinere risico’s vormen een onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering. Per risico worden de beheersmaatregelen geformuleerd en uitgevoerd. Het doel hiervan is de risico’s en de impact van deze risico’s (welk bedrag is er mee gemoeid) te verkleinen. De vermenigvuldiging van de wegingsfactoren voor kans en impact levert de kwantificatie van het risico op. Dit is het benodigd weerstandsvermogen voor het risico. De tabel op de volgende pagina bevat het totaaloverzicht van alle risico’s met hun wegingsfactoren voor kans en impact. De tabel bevat de optelsom van de benodigde weerstandscapaciteit. Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit 2024 Aanwezige weerstandscapaciteit Vrije weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien

Totaal vrije weerstandscapaciteit Niet vrije weerstandscapaciteit Bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling Bestemmingsreserve Weesp uittreding uit de GR OFGV

Totaal niet vrije weerstandscapaciteit

Saldo 2024 € 801.995 € 58.191

€ 860.186 € 483.046 €0

€ 483.046

De vrij beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt in 2024 € 860.186. Hierbij is rekening gehouden met het aanvullen van de Algemene Reserve tot het maximum van 5% vanuit de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2022. De benodigde weerstandscapaciteit komt uit op € 832.500. De verhouding tussen de vrije en benodigde weerstandscapaciteit is 1,03 en valt binnen de afgesproken bandbreedte van 0,8 – 1,2 conform de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement van de OFGV. 10

Tabel risico’s en benodigd weerstandsvermogen In de begroting zijn de belangrijkste (financiële) risico’s voor de OFGV vermeld. In deze begroting is het model voor risicobeoordeling en kwantificering aanbevolen door het Ministerie van BZK gehanteerd conform de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. Bij het opstellen van elk planning & control document worden de risico’s beoordeeld. Op de volgende pagina’s is de stand van zaken weergegeven. Omschrijving risico 1

Indexering

2

Digitaal Stelsel Omgevingswet

3 4

Effect

Beheersmaatregel

Exploitatieverlies kosten

Omscholing n.a.v. Omgevingswet Ontwikkelingen op arbeidsmarkt

5

6

Omvang takenpakket Schaalnadeel

7

Taakverandering n.a.v. Omgevingswet

8

Eisen aan de taakuitvoering

9

Ziekteverzuim

Kostenbesparing inkoop Vacatures niet invullen Incidentele financiering voor de voorbereiding op de Omgevingswet

Uniforme uitvoering in PDC Verzuimbeleid Flexibele schil

Productiviteitsverlies

Klasse Impact 3

€ 625.000

3

0,50

€ 312.500

€ 100.000

2

€ 75.000

3

0,50

€ 37.500

€0

2

€0

1

0,10

€0

€ 90.000

2

€ 75.000

3

0,50

€ 37.500

€ 372.396

4

€ 625.000

1

0,10

€ 62.500

€0

4

€0

3

0,10

€0

€ 620.140

4

€ 625.000

3

0,50

€ 312.500

€ 258.355

3

€ 175.000

2

0,20

€ 35.000

€ 257.775

3

€ 175.000

2

0,20

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

Klasse/ Impact

Financieel

Wegingsfactor

1

< 50.000

€ 25.000

2

50.001 – 100.000

€ 75.000

3

100.001 – 250.000

€ 175.000

4

250.001 – 1.000.000

€ 625.000

5

> 1.000.000

€ 1.000.000

Benodigde Wegingsfactor Klasse Wegingsfactor weerstandsImpact Frequentie Frequentie capaciteit

€ 330.200

Incidentele financiering voor de voorbereiding op de Omgevingswet Structurele ophoging van de begroting voor de arbeidsmarkt Businessplan ODNL Academie Inzicht uitvoering takenpakket Wet- en regelgeving volgen Frictiekosten voor partner Flexibele schil Geactualiseerde GR Spelregels terugtrekken taken Bestuurlijke afspraken over bodemtaken en omgevingsveiligheid

Exploitatieverlies opbrengsten

Opbrengsten

Financieel

€ 35.000

€

Klasse/ Kans Frequentie

832.500

Wegingsfactor

1 1 keer per 10 jaar of minder

0,10

2 1 keer per 5-10 jaar

0,20

3 1 keer per 2-5 jaar

0,50

4 1 keer per 1-2 jaar

0,75

5 1 keer per jaar of meer

1,00

11

1. Indexering In de Gemeenschappelijke Regeling heeft het AB afspraken gemaakt rondom de indexering van de OFGV begroting. Conform de Gemeenschappelijke Regeling wordt jaarlijks bij het vaststellen van de begroting voor 80% van de begroting een indexering toegepast gebaseerd op de Loonvoet sector overheid en voor 20% van de begroting een indexering gebaseerd op de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel uit de “Septembercirculaire gemeentefonds” van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Desondanks blijft de OFGV, als gemeenschappelijke regeling, financieel afhankelijk van de deelnemende partijen en beperkt in het mogen aanhouden van reserves. Dat maakt de organisatie extra kwetsbaar als de werkelijke kostenstijging hoger uitvalt dan in de begroting voorzien en loopt de OFGV risico. Begroting 2024 De kans dat de indexering van de budgetten in 2023 en 2024 voldoende is om de kosten te dekken wordt steeds kleiner. Het salarisbudget is in 2023 met 2,3% geïndexeerd terwijl het principeakkoord van de cao-onderhandelingen uitgaat van een salarisverhoging van gemiddeld 9,1%. Deze structurele salarisstijging kan niet uit de incidentele weerstandscapaciteit worden gedekt. De OFGV vraagt daarom in de 2e begrotingswijziging 2023 een hoger salarisbudget aan de deelnemers. Die is onder voorbehoud van zienswijzen en behandeling in het AB verwerkt in deze begroting.

De materiële budgetten zijn in 2023 met 1,5% geïndexeerd terwijl diverse leveranciers hun tarieven met ongeveer 10% hebben verhoogd. De OFGV heeft het risico van een te lage indexering voor 2024 berekend als 2% van de lasten. De kans is niet gewijzigd vanwege de vraag om een hoger salarisbudget aan de deelnemers. 2. Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) De aansluiting op het DSO vergt dat de organisatie volledig digitaal kwalitatief, hoogstaande informatie verzamelt en opmaakt. De digitale voorzieningen van de OFGV dienen flexibel genoeg te zijn om deze ontwikkelingen te kunnen integreren. Begroting 2024 De OFGV heeft de minimaal benodigde aansluiting op het DSO gerealiseerd (STAM en SWF). Landelijk zijn er echter nog veel onduidelijkheden, storingen en instabiliteit rondom het DSO en de uitwerking daarvan. Hierdoor is testen van en oefenen met de aansluiting op het DSO nog niet goed mogelijk. Het is daarmee ook nog onvoldoende duidelijk of de koppeling met het VTH-systeem voldoende werkt en blijft werken na eventuele landelijke ontwikkelingen in het DSO. Dit kan aanleiding zijn voor noodzakelijke aanpassingen in de huidige systemen van de OFGV. De kans op deze risico’s blijft daardoor hoog. De omvang van het risico is moeilijk te bepalen. De schatting voor dit risico is € 100.000 en de kans op het risico is gemiddeld. 3. Omscholing n.a.v.

Omgevingswet De Omgevingswet vraagt een andere aanpak van vergunningverlening, handhaving en toezicht. Er vindt een verschuiving plaats van vergunningverlening naar het meer aan de voorkant meedenken met initiatiefnemers en handhaving. Deze verandering in het vakgebied vereist een andere manier van denken en werken. Het vergt behalve hogere kwaliteitseisen aan het kennisniveau van medewerkers, andere competenties bij de medewerkers dan voorheen. De medewerkers dienen te worden om- en bijgeschoold. Het risico is dat het daarvoor beschikbare budget niet toereikend is. Begroting 2024 In aanloop naar de invoering van de wet heeft de OFGV alle medewerkers zowel inhoudelijk als op het gebied van competenties geschoold. De verwachting is dat eind 2023 een opfriscursus voldoende is om de kennis weer omhoog te brengen. Deze cursus maakt onderdeel uit van de implementatiekosten voor de Omgevingswet en wordt vanuit de reserve 12

Innovatie en Ontwikkeling gefinancierd. Daarom is het risico voor 2024 op nul gesteld. 4. Ontwikkelingen op arbeidsmarkt Als gevolg van de aantrekkende economie is het voor de specialistische functies uiterst moeilijk personeel te werven. Ook het behouden van het huidige personeel bij de huidige arbeidsmarkt vraagt meer aandacht en inzet dan voorheen. De groeiende krapte op de arbeidsmarkt heeft als reëel gevolg dat voor specialistische functies een hogere inschaling nodig is. Begroting 2024 De genoemde risico’s zijn hoog. Zowel op het vinden en behouden van personeel als op de ‘concurrentie strijd’ ingezet door hogere waardering in functies of arbeidsmarkttoelages. Het risico is geraamd op het plaatsen van 10 functies in een hogere schaal, waarmee het risico is geschat op € 90.000. 5. Opbrengsten De begroting van de OFGV bevat de post overige opbrengsten, die jaarlijks door de OFGV wordt ingevuld met het behalen van de overige inkomsten. Deze opbrengsten worden gegenereerd door meer taken voor de deelnemers uit te voeren en door het organiseren van opleidingen voor andere overheden. Het risico is dat de OFGV deze extra opbrengsten niet kan behalen. Begroting 2024 Het begrote bedrag voor de overige opbrengsten bedraagt in 2024 € 373.396.

De OFGV verwacht ook in 2024 voldoende extra inkomsten te genereren door meerwerkopdrachten voor de deelnemende partijen uit te voeren en opleidingen te organiseren. Daarom is de kans op het risico laag. 6. Omvang takenpakket De kosten van een taakwijziging als gevolg van een kleinere of grotere opdracht komen conform de Gemeenschappelijke Regeling voor rekening van de veroorzakende deelnemer. Daarom is het risico nihil. 7. Taakverandering n.a.v. Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet gaat er veel veranderen op bodemgebied. De gemeente is straks in plaats van de provincie het bevoegd gezag en verantwoordelijk voor de bodemtaken. Dit zijn complexe taken waar specialistische bodemkennis voor nodig is. De OFGV gaat er vanuit dat de gemeenten deze taken door de OFGV laten uitvoeren waardoor deze verandering alleen tot verschuiving in de financiering leidt. Zolang hierover nog geen afspraken zijn gemaakt, loopt de OFGV een risico dat vergelijkbaar is met de waarde van de provinciale bodemtaken. Begroting 2024 De waarde van de provinciale bodemtaken in de KVS 2024 is € 620.140. Een deel van de bodemtaken zal de OFGV voor de provincies blijven uitvoeren. De beslissing om deze taken te blijven beleggen bij de OFGV ligt afzonderlijk bij elke gemeente.

De OFGV werkt mee aan de ‘warme overdracht’ van de taken vanuit de inhoud en heeft weinig invloed op de verdere invulling van de uitvoering van deze taken door de gemeenten. De kans op het risico is hoog. 8. Eisen aan de taakuitvoering De begroting is gebaseerd op een uniform VTH-procesgang. Afwijkende situaties per deelnemer (zoals het niet digitaal aanleveren van dossiers of het stellen van afwijkende eisen) zetten de efficiencydoelstellingen onder druk. Begroting 2024 13

De tegenvallende efficiency wordt geschat op 2% van de loonsom en komt uit op € 258.355. In de Producten- en Dienstencatalogus (PDC) zijn standaard producten en diensten aangeboden die voor alle deelnemende partijen gelijk zijn. Afwijkende eisen zijn toegestaan, maar worden apart geprijsd. De invoering van de Omgevingswet is van invloed op de inhoud van producten. In de mogelijke hervorming van de producten neemt de kans op het risico toe. 9. Ziekteverzuim In de begroting is een budget opgenomen van 1% van de salarissom voor inhuur ter vervanging van langdurig zieken. In geval van een hoger ziekteverzuim is er sprake van productiviteitsverlies. Begroting 2024 Het risicobedrag is bepaald op 3% van de salarissom minus het beschikbare inhuurbudget en bedraagt € 257.775. De OFGV blijft aandacht besteden aan verzuimpreventie door middel van gesprekken, trainingen, het verstrekken van informatie over gezondheid en vitaliteit en het focussen op wat de medewerker nog wél kan bij ziekte. Dit alles om het risico zo veel mogelijk te beperken en laag houden. Kengetallen De paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing bevat vijf financiële kengetallen. De berekenwijze van de kengetallen is vastgelegd in een ministeriële regeling. Mede op basis van deze kengetallen geeft deze paragraaf bestuurders inzicht in de financiële positie van de OFGV.

De indicatoren zijn te grofmazig om een volwaardige uitspraak te kunnen doen over de financiële positie van een organisatie.

Kengetallen Netto schuld quote Netto schuld quote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Indicatoren OFGV Realisatie Begroting Begroting 2022 2023 2024 -10% 1,0% 4,5% -10% 1,0% 4,5% 32% 27% 21% nvt nvt nvt 5,7% 0% 0% nvt nvt nvt

Netto schuld quote en netto schuld quote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuld quote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de OFGV ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De tabel presenteert hiernaast ook de schuldquote gecorrigeerd voor de leningen die de OFGV heeft uitstaan (deze middelen vloeien immers op termijn terug). Op beide indicatoren scoort de OFGV goed. Dit omdat de OFGV geen leningen heeft en dus ook geen rente en aflossingen betaalt. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft de mate aan waarin de bezittingen (balanstotaal) zijn gefinancierd uit eigen middelen (eigen vermogen). Dit geeft inzicht in de mate waarin de OFGV in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De OFGV scoort op begrotingsbasis 21% op deze indicator. Volgens de VNG-norm is 50% een gezonde indicator, dat wil zeggen dat de helft van de balans uit eigen middelen bestaat. De OFGV scoort lager omdat de OFGV conform het door het AB vastgestelde risicobeleid beperkt is in het aanhouden van reserves. Dit heeft direct invloed op het percentage. Grondexploitatie Het financiële kengetal 'grondexploitatie' geeft aan hoe groot de investeringen in 14

grondposities (boekwaarde) zijn ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze indicator is niet van toepassing omdat de OFGV geen grondposities heeft. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de partnerbijdragen. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten en kapitaallasten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De indicator 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is. Dit laat zien in hoeverre de OFGV in staat is om structurele tegenvallers op te vangen. Volgens de VNG-norm is 0,6% een gezonde indicator, dat wil zeggen dat er structureel 'geld over' is op de begroting. De OFGV scoort nihil omdat de bijdragen van de deelnemende partijen en die uit overige opbrengsten gelijk zijn aan de structurele uitgaven. Belastingcapaciteit Het financiële kengetal 'belastingcapaciteit' geeft aan hoe belastingtarieven zich verhouden tot het landelijk gemiddelde.

Deze indicator is niet van toepassing omdat de OFGV geen belastingen heft. A.2.3. Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat op grond van het BBV in ieder geval de volgende kapitaalgoederen: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Voor de OFGV is geen van deze onderdelen van toepassing. Het gebouw waarin de OFGV is gevestigd wordt gehuurd. Voor de activa van de OFGV en de steunpunten groene handhaving is een meerjarig onderhoudsplan opgesteld. A.2.4. Financiering Gegeven de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is elke overheid of Gemeenschappelijke Regeling (GR) verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de rente-risiconorm, de verwachte toeen/of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. De randvoorwaarden waarbinnen de treasury zich kan en mag bewegen zijn geformuleerd in het treasurystatuut. Uiteraard valt dit binnen het wettelijke kader zoals gesteld door de Wet FIDO. Het treasurystatuut is aangepast naar het wettelijk verplichte schatkistbankieren: overtollige middelen tot € 200.000 worden aangehouden in rekening-courant bij de BNG, het meerdere wordt aangehouden bij de schatkist.

Rentevisie Tijdens het opstellen van deze conceptbegroting heeft de OFGV geen leningen lopen en worden geen leningen voorzien. Mochten die in 2024 toch nodig blijken voor bijvoorbeeld investeringen, dan wordt voorzichtigheidshalve een lange termijn rente van 2,0% gehanteerd. Risicobeheer Deze paragraaf geeft een inschatting van de risico’s die de OFGV gedurende de begroting kan lopen. Onder risico’s worden verstaan koers- en valutarisico’s en de risico’s ten aanzien van rente. 15

Koers -en valutarisico Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De OFGV bezit geen derivaten, daardoor is er geen sprake van koersrisico. Valutarisicobeheer is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van wat er verwacht werd op het beslissingsmoment. De OFGV bezit geen vreemde valuta, daardoor is er geen sprake van valutarisico. Renterisico’s Renterisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de rentelasten van het vreemd vermogen hoger en/of de renteopbrengsten van activa lager zijn dan geraamd. De Wet FIDO hanteert voor de beheersing van het renterisico de kasgeldlimiet en de rente risiconorm. De wet normeert via percentages het maximale risico dat een gemeenschappelijke regeling mag lopen op de vaste (de rente risiconorm) en de vlottende schuld (de kasgeldlimiet). Rente-risiconorm Aangezien de OFGV geen langlopende schulden heeft, is er geen sprake van een mogelijk risico. Uit de liquiditeitenplanning blijkt dat de OFGV het hele jaar een positief banksaldo heeft.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft tot doel de renterisico’s op kortlopende (opgenomen) geldleningen te beperken. Jaarlijks wordt door het ministerie aangegeven, welk bedrag een overheid mag financieren met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Het betreft een percentage van het totaal van de begroting. Deze limiet mag gedurende het begrotingsjaar in principe niet overschreden worden. Als deze kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld omgezet worden in een langlopende schuld. De toegestane kasgeldlimiet 2024 is als volgt: Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage 8,2% * het begrotingstotaal ad € 16.873.231 = € 1.383.605. Dit betekent dat de omvang van de vlottende korte schuld min de vlottende middelen dit bedrag niet mag overschrijden. Aangezien de OFGV geen kortlopende schulden heeft, wordt de norm niet overschreden. Financieringssystematiek Deze begroting is opgesteld met de bijdrage van de deelnemers berekend op basis van de herijkte Kostenverdeelsystematiek (KVS). De KVS geldt voor de partnerbijdragen in de jaren 2024-2026. A.2.5. Bedrijfsvoering •

In 2024 heeft de OFGV de huur van het pand teruggebracht naar twee verdiepingen. Hier zijn werkplekken en vergaderkamers ingericht en is ruimte om te ontmoeten en te verbinden. Elke medewerker heeft thuis een ergonomische werkplek kunnen inrichten. In 2024 zoekt de OFGV verder naar de balans tussen plaats- en tijdonafhankelijk werken versus ontmoeten en verbinden.

•

In 2024 wordt de Omgevingswet van kracht en werkt de OFGV met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dan moet blijken of het DSO voldoende stabiel is voor het uitwisselen van gegevens en het samenwerken met de deelnemers. Mogelijk zal de OFGV 16

moeten werken met technische en procesmatige “work arounds”. •

Voor de werving en selectie van medewerkers zoekt de OFGV naar nieuwe collega’s die beschikken over de competenties en vaardigheden die passen bij de Omgevingswet. Daarnaast worden de aanwezige collega’s getraind in die competenties en vaardigheden.

•

De OFGV is de eerste overheidsorganisatie die volgens de EFQM-methode werkt. Dit is de opvolger van het INK-model en wordt als Europese kwaliteitsmanagementstandaard beschouwd. In 2023 is gestart met het verbeterplan naar aanleiding van twee visitaties. Deze verbeteringen worden in 2024 nog verder ingebed in de organisatie.

•

In 2024 start de OFGV met de aanbestedingen van de ICT kantoorautomatisering en de VTH applicaties. Ook wordt het telefonieabonnement opnieuw aanbesteed.

•

In 2024 zullen de eerste uitkomsten bekend zijn van het Interbestuurlijk Programma ter versterking van het VTH-stelsel. Onderzoeken naar onder andere de robuustheid en financiering van omgevingsdiensten, informatiemanagement en mandaten hebben ongetwijfeld effect op de OFGV en zijn deelnemers. De OFGV is nauw betrokken bij de diverse pijlers van dit programma en houdt het bestuur op de hoogte van ontwikkelingen en uitkomsten.

•

De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is verschoven naar het verslagjaar 2023. Dat betekent dat vanaf 2024 de OFGV net als alle gemeenten en provincies een rechtmatigheidsverantwoording dient op te nemen in de jaarrekening (over het verslagjaar 2023). Hiermee legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af over de naleving van de financiële regels in de organisatie.

•

Vanaf het verslagjaar 2023 is de accountant verplicht om in de controleverklaring te rapporteren over fraude. De OFGV legt met ingang van 2023 jaarlijks een frauderisicoanalyse aan het Algemeen Bestuur voor.

A.2.6. Verbonden partijen De Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Almere, Blaricum, Dronten, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Wijdemeren en Zeewolde, de provincie Flevoland en de provincie Noord-Holland. De OFGV heeft zelf geen verbonden partijen. A.2.7. Grondbeleid Het grondbeleid omvat het instrumentarium dat een gemeente of provincie ter beschikking heeft om de vastgestelde ruimtelijke en deels ook economische doelstellingen te realiseren. De OFGV is niet bevoegd om een (eigen) grondbeleid op te stellen. A.2.8 Rechtmatigheid De OFGV heeft zijn bedrijfsvoeringsprocessen op het gebied van financiën, inkoop en HRM beschreven in een Administratieve Organisatie. In de processen zijn beheersmaatregelen opgenomen om mogelijke risico’s te ondervangen. Elk jaar worden deze processen geëvalueerd en wordt de Administratieve Organisatie geüpdatet. Op advies van de accountant worden de Administratieve Organisatie en het Interne Controle Plan omgevormd naar de zogenaamde 6-w methode: wat is de processtap, wie voert die uit, waarom wordt dat gedaan, waarmee wordt de stap uitgevoerd, wanneer wordt de stap uitgevoerd en waartoe leidt dat? Door deze 6-w methode toe te passen kan de OFGV de processen nog 17

duidelijker beschrijven en de interne controles nog beter vastleggen. Dit ondersteunt de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur. Jaarlijks legt de OFGV een frauderisicoanalyse aan het Algemeen Bestuur voor. A.2.9 Openbaarheid Woo Met ingang van de begroting 2024 dient de OFGV net als alle gemeenten en provincies beleidsvoornemens op te nemen inzake de uitvoering van de Wet open overheid (Woo). Onder de Omgevingswet heeft de OFGV geen mandaat om zelfstandig Woo-verzoeken te beantwoorden. De OFGV verzamelt wel alle documentatie en levert deze aan bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag draagt zorg voor de passieve openbaarmaking van de documentatie. De OFGV draagt in 2024 zorg voor de actieve openbaarmaking van handhavingsbeschikkingen. De prognose voor 2024 (gebaseerd op het gemiddelde van de jaren 2021-2022-2023) is het behandelen van tien Woo-verzoeken. De Woo-verzoeken worden voornamelijk ingediend door omwonenden die klachten hebben over specifieke bedrijven. Zij vragen dan alle informatie op over het bedrijf, zoals de vigerende vergunningen, verslagen van uitgevoerde controles, handhavingszaken, klachten en overige correspondentie.

18

B. Financiële begroting 2024 B.1. Overzicht van baten en lasten en de toelichting B.1.1. Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 a. Regulier budget

BATEN REGULIER BUDGET

Nummer Post 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS 1.1 Almere 1.2 Lelystad 1.3 Zeewolde 1.4 Flevoland 1.5 Urk 1.6 Dronten 1.7 Noordoostpolder 1.8 Noord Holland 1.9 Gooise Meren 1.10 Hilversum 1.11 Weesp 1.12 Huizen 1.13 Wijdemeren 1.14 Blaricum 1.15 Laren 1.16 PM-post bodemtaken* Subtotaal 2 ANDERE BIJDRAGEN 2.6 Overige opbrengsten Totaal baten regulier budget

Inclusief 1e en 2e BW

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Index

Subtotaal

Wijziging KVS

Begroting incl. index

2023

2024

2024

2024

2024

2024

€ € € € € € € € € € € € € € € €

1.834.203 1.533.354 716.973 4.423.709 381.932 1.298.125 1.650.750 608.918 974.920 637.279 76.717 263.648 575.742 137.676 127.803 -

€ € € € € € € € € € € € € € € €

1.834.203 1.533.354 716.973 4.423.709 381.932 1.298.125 1.650.750 608.918 974.920 637.279 76.717 263.648 575.742 137.676 127.803 -

€ € € € € € € € € € € € € € € €

70.604 59.023 27.598 170.281 14.702 49.969 63.542 23.439 37.527 24.531 2.953 10.149 22.162 5.300 4.919 -

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.904.806 1.592.377 744.572 4.593.990 396.633 1.348.094 1.714.292 632.357 1.012.448 661.809 79.670 273.796 597.904 142.976 132.722

€ € € € € € € € € € € € € € €

€ 15.241.750

€ 15.241.750

€

586.698

€ 15.828.448

€

-

€ 358.593 € 15.600.343

€ 358.593 € 15.600.343

€ €

13.803 600.502

€ 372.397 € 16.200.844

€ €

-

62.531 -112.841 -2.998 226.591 -14.576 -132.647 408 -60.965 -5.942 56.930 -79.670 24.595 11.037 3.992 23.555

€ € € € € € € € € € € € € € € €

Meerjarenraming

2025

2026

2027

1.967.337 1.479.536 741.574 4.820.582 382.057 1.215.447 1.714.700 571.392 1.006.506 718.740 298.391 608.941 146.968 156.277 -

€ € € € € € € € € € € € € € € €

2.041.572 1.535.365 769.556 5.002.481 396.474 1.261.310 1.779.402 592.953 1.044.485 745.860 309.651 631.919 152.514 162.174 -

€ 15.828.448 € € 372.396 € 16.200.844

€

16.425.717

€ 17.004.040

€ 17.603.734

€ €

386.448 16.812.165

€ 400.054 € 17.404.094

€ 414.163 € 18.017.898

€ € € € € € € € € € € € € € € €

2.113.453 1.589.422 796.651 5.178.611 410.433 1.305.719 1.842.052 613.830 1.081.260 772.121 320.553 654.168 157.883 167.884 -

€ € € € € € € € € € € € € € € €

2.187.990 1.645.478 824.747 5.361.249 424.908 1.351.769 1.907.017 635.479 1.119.393 799.352 331.858 677.239 163.452 173.804 -

19

LASTEN REGULIER BUDGET

Nummer Post 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele schil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten 1.2 Opleidingskosten 1.3 Algemene personeelskosten 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afschrijving ICT 3.2 Afschrijving Meubilair 3.3 Afschrijving Verbouwing 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet-pandgebonden) 4.3 Informatiemanagement 4.4 Wagenpark 4.5 Diverse kosten 4.6 Accountant 4.7 HRM 5 ONVOORZIEN 5.1 Onvoorzien Totaal lasten regulier budget

Inclusief 1e en 2e BW

Kader excl. index en incl. wijziging

Index

Subtotaal

Wijziging KVS

Begroting incl. index

2023

2024

2024

2024

2024

2024

Meerjarenraming

2025

2026

2027

€ € € € € € €

12.397.082 39.127 124.528 12.560.737 427.795 575.677

€ € € € € € €

12.397.082 39.127 124.528 12.560.737 427.795 575.677

€ € € € € € €

520.677 1.643 5.230 527.551 10.267 13.816

€ € € € € € €

12.917.759 40.771 129.758 13.088.288 438.062 589.493

€ € € € € € €

-

€ € € € € € €

12.917.759 40.771 129.758 13.088.288 438.062 589.493

€ € € € € € €

13.447.388 42.442 135.078 13.624.908 448.575 603.641

€ € € € € € €

13.971.836 44.097 140.346 14.156.279 457.098 615.110

€ € € € € € €

14.516.737 45.817 145.820 14.708.374 465.783 626.797

€ € €

122.745 34.097 46.369

€ € €

122.745 34.097 46.369

€ € €

2.946 818 1.113

€ € €

125.691 34.916 47.481

€ € €

-

€ € €

125.691 34.916 47.481

€ € €

128.708 35.754 48.621

€ € €

131.153 36.433 49.545

€ € €

133.645 37.125 50.486

€ € € € € € €

346.644 147.749 849.954 125.020 204.442 28.413 73.874

€ € € € € € €

346.644 147.749 849.954 125.020 204.442 28.413 73.874

€ € € € € € €

8.319 3.546 20.399 3.000 4.907 682 1.773

€ € € € € € €

354.963 151.295 870.353 128.020 209.349 29.094 75.647

€ € € € € € €

-

€ € € € € € €

354.963 151.295 870.353 128.020 209.349 29.094 75.647

€ € € € € € €

363.483 154.926 891.241 131.093 214.373 29.793 77.463

€ € € € € € €

370.389 157.869 908.175 133.584 218.446 30.359 78.935

€ € € € € € €

377.426 160.869 925.430 136.122 222.597 30.936 80.434

€ 56.827 € 15.600.343

€ 56.827 € 15.600.343

€ €

1.364 600.502

€ 58.191 € 16.200.844

€ €

-

€ 58.191 € 16.200.844

€ €

59.588 16.812.165

Inclusief 1e en 2e BW

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Index

Subtotaal

Wijziging KVS

Begroting incl. index

2023

2024

2024

2024

2024

2024

€ 60.720 € 17.404.094

€ 61.874 € 18.017.898

b. Directe productiekosten DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN Nummer Post 1 BATEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 1.4 Directe productiekosten Flevoland 1.1 Directe productiekosten Almere 1.9 Directe productiekosten Gooise Meren 1.8 Directe productiekosten Noord-Holland Totaal baten directe productiekosten 6 DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Directe productiekosten Flevoland 6.2 Directe productiekosten Almere 6.3 Directe productiekosten Gooise Meren 6.4 Directe productiekosten Noord-Holland Totaal lasten directe productiekosten

Meerjarenraming

2025

2026

2027

€ € € € €

278.784 1.348 13.014 8.765 301.912

€ € € € €

278.784 1.348 13.014 8.765 301.912

€ € € € €

6.691 32 312 210 7.246

€ € € € €

285.475 1.381 13.327 8.975 309.158

€ € € € €

-

€ € € € €

285.475 1.381 13.327 8.975 309.158

€ € € € €

292.327 1.414 13.647 9.190 316.577

€ € € € €

297.881 1.441 13.906 9.365 322.592

€ € € € €

303.541 1.468 14.170 9.543 328.722

€ € € € €

278.784 1.348 13.014 8.765 301.912

€ € € € €

278.784 1.348 13.014 8.765 301.912

€ € € € €

6.691 32 312 210 7.246

€ € € € €

285.475 1.381 13.327 8.975 309.158

€ € € € €

-

€ € € € €

285.475 1.381 13.327 8.975 309.158

€ € € € €

292.327 1.414 13.647 9.190 316.577

€ € € € €

297.881 1.441 13.906 9.365 322.592

€ € € € €

303.541 1.468 14.170 9.543 328.722

20

c.

Subsidies

SUBSIDIES Nummer Post 2 OVERIGE BIJDRAGEN - BATEN SUBSIDIES 2.7 Diverse subsidies Totaal baten subsidies 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN SUBSIDIES 7.5 Diverse subsidies Totaal lasten subsidies

Inclusief 1e BW

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Index

Subtotaal

Wijziging KVS

Begroting incl. index

2023

2024

2024

2024

2024

2024

Meerjarenraming

2025

2026

2027

€ €

663.560 663.560

€ €

363.230 363.230

€ €

-

€ €

363.230 363.230

€ €

-

€ €

363.230 363.230

€ €

200.000 200.000

€ €

200.000 200.000

€ €

200.000 200.000

€ €

663.560 663.560

€ €

363.230 363.230

€ €

-

€ €

363.230 363.230

€ €

-

€ €

363.230 363.230

€ €

200.000 200.000

€ €

200.000 200.000

€ €

200.000 200.000

d. Reserves RESERVES Nummer Post 2 OVERIGE BIJDRAGEN - BATEN RESERVES 2.1 Onttrekking bestemmingsreserve I&O 2.3 Onttrekking bestemmingsreserve Weesp Totaal baten reserves 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN RESERVES 7.7 Invoeringskosten Omgevingswet 7.8 Diverse innovatieprojecten 7.9 Frictiekosten uittreding Weesp Totaal lasten reserves

Inclusief 1e BW

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Index

Subtotaal

Wijziging KVS

Begroting incl. index

2023

2024

2024

2024

2024

2024

Meerjarenraming

2025

2026

2027

€ € €

463.875 237.068 700.943

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

594.374 594.374

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € € €

193.875 270.000 237.068 700.943

€ € € €

-

€ € € €

-

€ € € €

-

€ € € €

-

€ € € €

211.374 383.000 594.374

€ € € €

-

€ € € €

-

€ € € €

-

21

Bij het opstellen van de begroting 2024 is onder meer uitgegaan van de volgende uitgangspunten: •

Deze begroting is opgesteld met de bijdragen van de deelnemers doorberekend op basis van de Kostenverdeelsystematiek (KVS), herijkt bij de vaststelling van de begroting 2024 voor de periode 2024-2025-2026 en verhoogd met de jaarlijkse indexatie.

•

Het begrotingstotaal in 2024 wordt geïndexeerd conform de vigerende Gemeenschappelijke Regeling. Salarissen en kosten van inhuur (ongeveer 80% van het begrotingstotaal) worden verhoogd met de Loonvoet sector overheid en de overige kosten (circa 20% van het begrotingstotaal) met de prijs overheidsconsumptie, netto materieel uit de “Septembercirculaire gemeentefonds” van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze prijsindexen in de septembercirculaire gemeentefonds bedragen 4,2% respectievelijk 2,4% voor 2024.

•

De basis voor de begroting 2024 is de begroting 2023 na 1e en 2e begrotingswijziging. De 1e begrotingswijziging 2023 is voor zienswijzen aan de raden en Staten voorgelegd en gaat voor een besluit naar het AB samen met deze ontwerpbegroting. De begrotingswijziging is alvast verwerkt in deze begroting met als doel om een zo actueel mogelijk beeld te geven over het begrotingsjaar 2024. De wijzigingen gaan in per 1 januari 2023 en hebben betrekking op: a. De structurele verhoging van de partnerbijdrage van Flevoland met € 268.051 en de structurele verhoging van het directe productiekosten budget van Flevoland met € 41.413 in verband met de uitvoering van toezicht buitengebied; b. De structurele verhoging van de partnerbijdrage van Almere met € 12.500 in verband met de juridische afhandeling van bezwaar- en beroepszaken; c. De structurele verhoging van de partnerbijdrage van Huizen met € 9.406 in verband met de afhandeling van Blbi-meldingen; d. De structurele verhoging van de partnerbijdrage van Zeewolde met € 34.150 in verband met de afhandeling van asbestmeldingen; e. De structurele verhoging van de partnerbijdrage van Flevoland met € 232.122 in verband met het toezicht op Wnb stikstof; f. De structurele verhoging van de partnerbijdrage van Noordoostpolder met € 189.720 in verband met de afhandeling van asbestmeldingen; g.

Het onttrekken van de projectkosten Omgevingswet van € 193.875 in 2023 en € 211.374 in 2024; h. De verhoging van het budget personeelskosten met € 799.747 als gevolg van het principeakkoord cao gemeenten en cao SGO.

•

Met ingang van 1 januari 2022 is de gemeente Weesp uit de Gemeenschappelijke Regeling van de OFGV getreden. Het bedrag voor de instandhoudingskosten van de gemeente Weesp in de OFGV begroting bedroeg in 2024 € 79.670. Bij de nieuwe KVSperiode (2024-2025-2026) zijn deze kosten integraal in het KVS-model herrekend.

•

De taken van de gemeenten op het gebied van de Omgevingsveiligheid zijn nu grotendeels belegd bij de OFGV. De gemeenten ontvangen hiervoor een bijdrage van het Rijk en dienen een overweging te maken of ze deze taken zelf willen uitvoeren of dat ze de uitvoering van deze taken door de OFGV willen laten voortzetten. Nog niet alle gemeenten hebben hier een keuze in gemaakt. Zodra alle keuzes bekend zijn, worden de afspraken verwerkt in een begrotingswijziging.

•

De bodemtaken worden met ingang van de Omgevingswet deels gedecentraliseerd van provincies naar gemeenten. De gemeenten ontvangen hiervoor géén bijdrage van het Rijk. Omdat ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet duidelijk is welk 22

bedrag per deelnemer met deze bodemtaken is gemoeid, zal de OFGV deze in een begrotingswijziging opnemen zodra de bedragen bekend zijn. B.1.2. Toelichting op het overzicht van baten en lasten Lasten reguliere begroting Personeelskosten Het begrotingsbedrag voor personeelskosten bedraagt in 2024 € 12.918.000. Dit bedrag wordt aangewend voor de salarissen van vast personeel, de kosten voor flexibele schil en inhuur bij ziekte. Ten opzichte van de oorspronkelijke meerjarenschijf 2024 uit de begroting 2023 is het bedrag met € 1.695.000 gestegen. Dat wordt veroorzaakt door de structurele taakuitbreiding en de indexering. Opleidingskosten Het budget voor opleidingskosten is nodig voor de noodzakelijke kwaliteitsverbetering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook het bijhouden van bestaande kennis in het kader van aanpassingen in wet- en regelgeving drukken op dit budget. De raming voor 2024 bedraagt € 438.000. Dit is ten opzichte van de oorspronkelijke meerjarenschijf uit de begroting 2023 verhoogd met € 28.000 in verband met de structurele taakuitbreiding en de indexering. Algemene personeelskosten Het budget voor algemene personeelskosten bedraagt € 589.000 en is ten opzichte van de oorspronkelijke meerjarenschijf uit de begroting 2023 verhoogd met € 41.000 in verband met de structurele taakuitbreiding en de indexering.

Het budget is bestemd voor de vergoedingen aan personeel zoals reiskosten, piket en overwerk en voor personeelsgerelateerde kosten zoals werkkleding, OR/GO en de personeelsvereniging. Afschrijvingen De raming van de afschrijvingen is als volgt: Activa Verbouwing pand Meubilair ICT hardware (computers, laptops, tablets) ICT hardware (vergaderkamers) Telefoons Totaal afschrijvingen

Termijn 10 jaar 10 jaar 3 jaar 5 jaar 2 jaar

Afschrijving € 47.481 € 34.916 € 73.191 € 10.000 € 42.500 € 208.088

Nieuwe afschrijvingen voor de verbouwing van het pand en voor het meubilair hangen mede af van de keuzes die in 2023 gemaakt worden omtrent het plaats-onafhankelijk werken. De afschrijvingskosten voor de handhavingsschepen van de provincie Flevoland zijn verwerkt in de directe productiekosten. Deze kosten worden niet door overige deelnemers betaald en zijn daarom niet opgenomen onder de reguliere kapitaallasten. Huur en services De pandgebonden huisvestingslasten zijn de huurlasten zoals overeengekomen met de verhuurder. Het huidige huurcontract wordt jaarlijks verhoogd met de CBS-index huurprijzen. Ook bevat deze post andere lasten verbonden aan de huisvesting zoals gas-water-licht, verzekering, belasting, schoonmaak en beveiliging. Het begrotingsbedrag bedraagt € 355.000. Dit bedrag wordt middels een begrotingswijziging in 2023 verlaagd omdat de OFGV van vier naar twee verdiepingen huur gaat als gevolg van het plaats-onafhankelijk werken. 23

Huisvesting (niet-pandgebonden) De dienstgebonden huisvestingslasten betreffen het budget van € 151.000 voor onderhoud, inrichting, catering en dergelijke. Dit bedrag wordt middels een begrotingswijziging in 2023 verlaagd omdat de OFGV van vier naar twee verdiepingen huur gaat als gevolg van het plaats-onafhankelijk werken. Informatiemanagement De kosten voor informatiemanagement betreffen de kosten voor hardware, software, onderhoud en dergelijke. Het budget bedraagt € 870.000 en is ten opzichte van de oorspronkelijke meerjarenschijf uit de begroting 2023 verhoogd met € 75.000 als gevolg van de structurele taakuitbreiding en de indexering. De werkelijke kosten in 2024 hangen af van de werking van het DSO. Wagenpark Het budget voor het wagenpark van € 128.000 is bestemd voor de leasekosten van handhavingsvoertuigen. Diverse kosten Het budget voor diverse kosten bedraagt € 209.000 en is bestemd voor kosten zoals porti, kantoorartikelen, telefoonkosten, verzekeringen en dergelijke. Accountant Het budget is bestemd voor de accountantscontrole en bedraagt € 29.000. HRM Het budget van € 76.000 is bestemd voor diverse kosten op het gebied van HRM zoals arbo en integriteit. Onvoorzien Het bedrag voor onvoorzien bedraagt in 2024 € 58.000. Het budget onvoorzien maakt deel uit van het weerstandsvermogen en is bestemd voor risico’s in de bedrijfsvoering.

Baten reguliere begroting Bijdragen deelnemers De bijdragen van de deelnemende partijen aan de begroting van 2024 zijn berekend op basis van de Kostenverdeelsystematiek (KVS), herijkt bij de vaststelling van de begroting 2024 voor de periode 2024-2025-2026 en verhoogd met de structurele uitbreiding van het takenpakket en de indexering. Het stemrechtpercentage wordt conform artikel 7 lid 1 van de Gemeenschappelijke Regeling OFGV bepaald naar rato van de totale financiële bijdrage per deelnemer van het voorgaande kalenderjaar. De verdeling van de stemmen in 2024 wordt bepaald aan de hand van de jaarcijfers over 2023. Overige inkomsten De post overige inkomsten is het deel van de OFGV begroting dat niet gedekt wordt door de structurele partnerbijdragen, maar wordt gedekt met de overige inkomsten. Dit bedrag van € 372.000 wordt gerealiseerd door het uitvoeren van extra opdrachten en door het aanbieden van opleidingen aan andere overheden. Directe productiekosten Directe productiekosten zijn budgetten van deelnemers die nodig zijn voor het uitvoeren van specifieke taken. Deze directe productiekosten worden niet procentueel verdeeld over alle 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1011/documents/2143