0bfa4547-b18d-4975-8a3a-d478c2fd8149.pdf
Tekst van het document
• Bij riolering of andere voorzieningen in nieuwe gebieden of na grootschalige vernieuwingen is de bedoeling dat bui 10 kan worden verwerkt binnen de voorzieningen, dus zonder hinder. • In alle bebouwde gebieden is de bedoeling dat de stresstest met een bui van T=100+10% met de piek in het midden(63,4 mm) in 1 uur niet leidt tot ernstige wateroverlast.
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 15
Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 2.4
ARTIKEL 3.6
ARTIKEL 2.16
Waterwet: 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.
Omgevingswet: 1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer:
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Lid 1.a.2 - het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort.
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 15
ENKELE PUNTEN UIT DE WETTEKST ZIJN VAN BELANG OM DE TAAK VAN DE GEMEENTE AF TE BAKENEN: Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 2.4
A. Dragen zorg voor. Deze woorden maken duidelijk dat het hier om een zorgplicht gaat en niet om een resultaatsverplichting.
E. Zoveel mogelijk voorkomen of beperken. Deze woorden geven aan dat er grenzen zijn aan het effect van maatregelen.
B. In het openbaar gemeentelijk gebied. Deze formulering is essentieel. Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van een woning om deze bouwkundig in goede staat te laten verkeren wat betreft vochtdichtheid van verblijfsruimten. • De gemeente kan maatregelen treffen in het openbare gebied. Dit voorkomt schade aan de wegconstructie door verzakking en opvriezen en werkt in positieve zin door naar de omgeving. • Het hangt van de bodemgesteldheid af of drainage in de openbare ruimte voldoende doorwerkt naar het aanliggende perceel of niet. Zo niet, dan kan de gemeente de mogelijkheid aanbieden tot het lozen van grondwater vanuit particuliere drainage. • Bij het opstellen van plannen voor rioolvervanging is de gemeente alert op mogelijke verhoging van de grondwaterstand door het wegvallen van de drainerende werking van de oude lekke riolen en huisaansluitingen en legt zo nodig drainage aan.
F. Voor zover het doelmatig is. Dit is enerzijds een belangrijke afbakening van de zorgplicht en anderzijds een grote verantwoordelijkheid. Het is aan de gemeente om kosten en baten van maatregelen af te wegen en gemotiveerde keuzes te maken. Deze woorden weerspiegelen de kern van de gemeentelijke autonomie in dit dossier.
C. Structureel nadelige gevolgen. Het gaat niet om het bestrijden van incidenten, maar alleen om structureel nadelige gevolgen. Kortstondige overlast in natte perioden is geen reden tot ingrijpen.
G. Voor zover het niet tot de taak van waterschap of provincie of Rijk behoort. • Het peilbeheer door het waterschap heeft invloed op de grondwaterstanden. Het ligt aan de bodemgesteldheid hoever deze invloed reikt. • In stedelijk gebied speelt het oppervlaktewater dat in beheer is bij het waterschap vaak een belangrijke rol voor de grondwaterstanden. • In het buitengebied is het waterschap vaak het meest bepalend voor de grondwaterstanden, eventueel aangevuld met particuliere sloten en drainage. • Tijdens werkzaamheden wordt soms grondwater onttrokken. Het waterschap is bevoegd gezag voor de hiertoe benodigde watervergunning. Speciale aandacht verdienen bomen die kwetsbaar zijn voor grote veranderingen van grondwaterstand.
D. Voor de aan de grond gegeven bestemming. Dit betekent bijvoorbeeld dat een groenzone of een garagebox natter mag zijn dan een woning.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 15
DE GEMEENTE VOERT HET VOLGENDE BELEID BIJ MELDINGEN OVER VOCHT OF GRONDWATER: Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 2.4
1. Kelders en souterrains horen tot aan maaiveld waterdicht te zijn, zodat ze geen last hebben van hogere grondwaterstanden. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 2. Kruipruimten horen ondiep te zijn. Een redelijke maat is 100 cm vanaf vloerpeil, dus vanaf de bovenzijde van de vloer van de begane grond. Diepe kruipruimten waarin grondwater voorkomt, kunnen beter worden opgevuld. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 3. Woningen horen voorzieningen te hebben waardoor vocht vanuit de fundering niet optrekt in de muren. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 4. Vochtoverlast in de woning wordt soms veroorzaakt door onbewust bewonersgedrag, zoals te weinig ventileren, geen afzuigkap gebruiken of de was drogen in huis. Dit is een verantwoordelijkheid van de bewoner.
7. Structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming is aan de orde als: • De overlast vrijwel jaarlijks voorkomt, en • De overlast niet tijdelijk is, dus nog zeker 4 jaar zal aanhouden, en • De overlast niet van afnemende aard is, en • De overlast optreedt gedurende minstens 4 aaneengesloten weken, en • De overlast doorwerking heeft in de woonruimten, en • Bouwkundige ingrepen onmogelijk of onredelijk kostbaar zijn. 8. In het geval van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming ligt het in de rede dat de gemeente maatregelen in de openbare ruimte treft zoals bijvoorbeeld de aanleg van drainage en/of afvoer van aangeboden drainagewater mede mogelijk maakt.
5. Eigenaren of gebruikers van percelen kunnen zelf drainage aanleggen op eigen erf en de afvoer regelen in overleg met de gemeente, naar oppervlaktewater of op drainageleidingen van de gemeente of op de hemelwaterafvoer. 6. Bij bovengenoemde punten kan de gemeente voorlichtingsmateriaal verstrekken.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 15
LOCATIES VAN DE PEILBUIZEN Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 2.4
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 15
LOCATIES VAN DE PEILBUIZEN Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 2.4
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 16
OVERGEDRAGEN WATERGANGEN Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 2.5
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 16
OVERGEDRAGEN WATERGANGEN Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 2.4
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 16
OVERGEDRAGEN WATERGANGEN Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 2.4
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 16
STEDELIJK WATER FLEVOLAND Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 2.5
Bij het inrichten of beheer van stedelijk water gelden zo veel mogelijk onderstaande uitgangspunten: • De oevers hebben zover mogelijk een duurzame/natuurvriendelijke inrichting. • Overstorten vanuit gemengde riolen lozen, indien mogelijk, op groot ontvangend oppervlaktewater. • Er wordt gewerkt met robuuste peilvakken. • Watergangen moeten voldoende capaciteit hebben voor de afkoppelambitie van de gemeente. • Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de belevingswaarde van het water en het recreatief medegebruik wordt gefaciliteerd. • Bij woningen die direct grenzen aan een waterpartij streeft de gemeente Dronten naar verkoop van de oeverbeschoeiing (indien aanwezig) inclusief 2 meter van het water. • Houdt rekening met obstakelvrije zones en onderhoudspaden voor het beheer en onderhoud van watergangen. • Streef naar het voorkomen van veel bomen direct grenzend aan de watergangen, bladinval is funest voor de waterkwaliteit. • Raadpleeg bij inrichting van stedelijk water het handboek van de gemeente Dronten en het waterkader van het waterschap Zuiderzeeland.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 18
TABEL AREAAL Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.1
Areaal Type object Hoofdriolering DWA Hoofdriolering HWA Gemengde hoofdriolering Inspectieputten Kolken Rioolgemalen Persleidingen Drainage IT riolen Keerkleppen / schuiven Wadi’s Doorlatende verharding Bergbezinkleiding Externe overstorten Interne overstorten, stuwputten, ventielen, etc. Pompunits drukriolering (buitengebied) Drukriolering (buitengebied)
Voorwoord
Samenvatting
Context
In 2015 125 km 122 km 72 km 7.324 st 18.450 st 21 st 12,5 km 72,5 km 0 km 2 st 2 st 9,25 ha 1 st 12 st 36 st 4,3 km
In 2021 134 km 134 km 71 km 7.799 st 19.142 st 22 st 12,5 km 85 km 0,5 km 4 st 2 st 14,7 ha. 1 st 14 st 39 st 34 st 4,3 km.
Beleid gemeentelijke watertaken
Opmerkingen
Exclusief “gezamenlijk eigendom” leidingen ZZL Vanaf 2021/2022
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 18
Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.1
HUIS- EN BEDRIJFSAANSLUITINGEN
KOLKEN EN LIJNGOTEN
Woningen en overige panden zijn meestal op de riolering aangesloten met aansluitleidingen. Via deze aansluitleidingen zamelt de gemeente het afvalwater in om het daarna door de riolering te transporteren . De aansluiting vormt in feite het begin van het openbare rioolstelsel. Bij gescheiden stelsels is meestal sprake van twee aansluitingen, namelijk één voor afvalwater en één voor hemelwater.
Kolken en lijngoten vormen een essentieel element van de riolering. Op deze plekken kan straatwater in de riolering stromen. Ook dit zijn beginpunten van het openbare rioolstelsel.
Als het hemelwater niet direct is aangesloten met een aansluitleiding maar wel afstroomt naar de openbare ruimte, dan is er sprake van een indirecte aansluiting. Het eigendom van de aansluitleidingen is tot en met het ontstoppingsstuk op de erfgrens van de perceeleigenaar en vanaf dat punt tot aan het hoofdriool van de gemeente.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Mee-stromend straatvuil bezinkt grotendeels in de bak van de kolk of de lijngoot. Deze moeten regelmatig worden leeg gezogen. In gemeente Dronten gebeurt dat tweemaal per jaar en op minder vervuilingsgevoelige lokaties eenmaal per jaar. De gemeente besteedt het kolken zuigen en lijngoten reinigen uit aan marktpartijen die tevens zorg dragen voor afvoer en verwerking van het slib. Kolken en lijngoten moeten niet alleen onderhouden worden, soms moeten we ook reparaties uitvoeren. Tijdens het reinigen van de kolken worden eventuele gebreken aan de kolken en lijngoten geregistreerd. Deze gebreken worden jaarlijks verholpen. De aansluitleidingen van kolken en goten kunnen ook verstopt raken. Deze verstoppingen herstelt de gemeente deels zelf.
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 18
Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.1 Ga naar: Overzichtstekening IBA en persleidingen
VRIJ-VERVAL RIOLEN
GEMALEN EN PERSLEIDINGEN
Vrij-verval riolen vormen het meest omvangrijke, het meest kostbare en het meest bekende onderdeel van de gemeentelijke rioleringsvoorzieningen. Riolen raken in de loop der jaren vervuild en slibben dicht. Dit speelt in Nederland sterk door het geringe afschot van onze riolen en soms door zonken ten gevolge van verzakking bij slappe bodems. Riolen moeten daarom af en toe worden gereinigd. De gemeente besteedt het reinigen uit aan marktpartijen die tevens zorg dragen voor afvoer en verwerking van het slib.
Rioolgemalen vormen een essentieel onderdeel van de riolering. Het ingezamelde afvalwater loopt via de riolen, die onder afschot liggen, vanzelf naar het laagste punt. De rioolgemalen pompen vanuit de diepste punten van het rioolstelsel het water omhoog naar een volgend rioleringsgebied of naar de zuivering. Aan de drukzijde van het (eind)gemaal zit een persleiding, soms kilometers lang.
Riolering dient met enige regelmaat te worden geïnspecteerd om de toestand vast te stellen inclusief de mate van degradatie. De gemeente Dronten inspecteert per bemalingsgebied de vrij-verval riolering. Riolen verouderen in de loop der jaren. Het is vooraf nauwelijks te voorspellen hoelang een riool zal kunnen functioneren. Dit is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van de buis, de zorgvuldigheid van de aanleg, de toestand van de ondergrond (ongelijkmatige zetting / bodemdaling) en de aard van het geloosde afvalwater. Daarnaast is van grote invloed of er op het riool wordt geloosd vanuit een persleiding.
Onverhoopt uitvallen van rioolgemalen door een defect of stroomstoring kan ertoe leiden dat het rioolstelsel geheel gevuld raakt en na verloop van tijd ongezuiverd afvalwater loost in een gebouw, of op straat of op het oppervlaktewater. Dit vormt een risico voor de volksgezondheid en het milieu. Gemalen dienen daarom voortdurend in goede staat te verkeren. Gemeente Dronten onderhoudt de rioolgemalen met een eigen ploeg. Complexe werkzaamheden besteden wij uit aan gespecialiseerde marktpartijen. De gemalen zijn opgenomen in het beheersysteem van de gemeente. Verder zijn ze voorzien van telemetrie, zodat een deel van het beheer op afstand kan geschieden en 24 uur per dag. Naast zogenaamd dagelijks onderhoud hebben de gemalen periodiek groot onderhoud nodig, waarbij de pompen en elektrische aansturing worden gerenoveerd of vervangen. Enkele rioolgemalen hebben de status van hoofdrioolgemaal. Deze zijn in eigendom en beheer bij waterschap Zuiderzeeland. Ze voeren af naar de zuivering via een persleiding van waterschap Zuiderzeeland. Enkele persleidingen en gemalen zijn gezamelijk eigendom (zogenaamde ”samsam” leidingen), zie Overzichtstekening IBA en persleidingen, waarbij het waterschap de jaarlijkse exploitatie kosten, middels een staffel, aan ons verrekend.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 18
OVERZICHT TEKENING IBA GEBIED EN GEZAMELIJK EIGENDOM PERSLEIDINGEN Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.1 Ga naar: Gemalen persleidingen
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 18
Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.1 Afvalwaterbeleid buitengebied
RIOLERING BUITENGEBIED
DRAINAGE
De drukriolering in het buitengebied vormt een systeem op zichzelf. Langs de weg bij de woningen staan pompunits die het afvalwater onder druk over grote afstanden verpompen.
Drainage is bedoeld om de grondwaterstand te reguleren. In diepe polders is dit een essentiële voorziening. De gemeente zorgt voor het doorspuiten van drainage op gemeentelijk terrein om verstopping te voorkomen.
De gemeente laat de pompputten jaarlijks inspecteren en reinigen. Als een gemaal in storing valt, wordt dat door telemetrie zichtbaar en ter plekke door een rode lamp op het gemaal. Melding daarvan geschiedt meestal door de bewoners die anders hun afvalwater niet kwijt kunnen. Een storingsmelding leidt tot directe actie. De aannemer heeft reinigingsapparatuur en reserveonderdelen bij zich en is bekwaam om dit ter plekke te herstellen.
Op particuliere percelen is vaak ook drainage aanwezig. Dit water dient te worden aangesloten op de eventuele hemelwater afvoer op eigen perceel.
Drukriolering is alleen bedoeld voor het lozen van huishoudelijk afvalwater, niet voor mest, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Daar waar de persleidingen binnen de afstandcriteria liggen zijn de panden aangesloten op de drukriolering. Voor overige gebieden wordt volstaan met een IBA(zie Overzichtstekening IBA en persleidingen )of een septic tank
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 19
Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.2
SPELREGELS BIJ VERSTOPPING IN DE AANSLUITLEIDING
BEWUSTWORDING LOZINGEN
Functioneert uw rioolwaterafvoer niet goed? Onderneem dan als bewoner/eigenaar zelf actie om de leiding weer gangbaar te maken. De te ondernemen stappen zijn in onderstaand stappenschema beschreven. 1) De gebruiker* constateert een verstopping. 2) De gebruiker* lost het probleem zelf op of neemt contact op met een rioolontstoppingsbedrijf. 3) Het ontstoppingsbedrijf spuit op kosten van de gebruiker* de huisaansluiting door. 4) Bij herhaalde verstopping is het verstandig dat de gebruiker* het ontstoppingsbedrijf opdracht geeft voor het uitvoeren van een inspectie. 5) Blijkt dat de verstopping wordt veroorzaakt door: a problemen in het hoofdriool; b leidingbreuk of ernstige vervorming op openbaar terrein; c wortel-ingroei van gemeentelijke beplanting/bomen; d leiding met tegenschot groter dan de buisdiameter op openbaar terrein, dan worden over het algemeen de kosten voor de inspectie vergoed door de gemeente of rechtstreeks betaald door de gemeente. Verstoppingen die ontstaan door het onjuist gebruik van de leiding (ook op openbaarterrein) zijn altijd voor rekening van de gebruiker* (bijvoorbeeld doekjes, vet of wasgoed en dergelijke). 6) Het ontstoppingsbedrijf dient de gemeente te informeren over de oorzaak van de verstopping (indien punt a t/m d zich voordoen).
7) Mocht de verstopping veroorzaakt worden door de genoemde punten a t/m d dan geeft de gemeente opdracht om het probleem te verhelpen (de huisaansluiting te herstellen of het hoofdriool te ontstoppen).
Verstopte rioolgemalen door doekjes Een groot deel van de storingen bij rioolgemalen bestaat uit verstopping door restanten van doekjes. Het gaat om niet afbreekbare toiletdoekjes, damesverband en een enkele keer een verloren dweil. In tegenstelling tot toiletpapier lossen deze doekjes niet op in het afvalwater waardoor sommige pompen verstopt raken. Soms raken de pompen ook ernstig beschadigd, waardoor dure reparaties nodig zijn. Uit de storingsrapporten blijkt dat problemen met doekjes veelal op bekende plaatsen voorkomen. In het buitengebied is het direct terug te voeren tot de betreffende lozer op de unit van de drukriolering. In stedelijk gebied weet je haast nooit wie de lozer is geweest. Vet en olie niet in het riool Vet en olie horen niet thuis in het riool omdat het verstoppingen veroorzaakt. Op de website www.frituurvetrecyclehet.nl is informatie beschikbaar over de gevolgen van vetlozingen en over methoden van inzameling.
*gebruiker = bewoner en/of eigenaar
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 22
STRATEGIEËN VOOR RIOOLBEHEER Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.4
In de jaren ’80 van de vorige eeuw ontstond het besef dat verouderde riolen kunnen leiden tot gaten in het wegdek en tot disfunctioneren van de riolering. Er kwam meer aandacht voor beheer en onderhoud van de riolering. De rioolheffing (toen nog rioolrecht) moest omhoog om de benodigde middelen te vergaren om verouderde riolen te kunnen vervangen door nieuwe. Gemeenten hanteren in toenemende mate een bewuste strategie voor rioolvervanging, waarbij de afweging om een riool te vernieuwen plaatsvindt op basis van de afweging tussen de kans op falen, de gevolgen hiervan en de kosten die met dit falen zijn gemoeid. Onderstaande figuur illustreert mogelijke strategieën voor het vervangen van riolering.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
De meest eenvoudige strategie is niets doen. Wachten tot het misgaat en dan in actie komen. Een groot nadeel van deze strategie is dat je niet weet wat je kunt verwachten. Het sturen op leeftijd gaat uit van de generieke aanname dat een riool een x-aantal jaar meegaat en dan vernieuwd moet worden. Inmiddels onderkent men dat dit een wel erg kort door de bocht benadering is. Er is niet één levensduur. Dit blijkt ook uit de steeds frequenter uitgevoerde degradatieanalyses. Een andere strategie is die van kwaliteitgestuurde rioolvervanging. Hierbij wordt louter gekeken naar de kwaliteit van de individuele rioolleiding. We hanteren hiervoor wel de zogenaamde ingrijpmaatstaven, vaak in combinatie met een omvangmaatstaf. Als er ook gekeken wordt naar de gevolgen van falen (in termen van ontwrichting en kosten) dan beschouwen we dit als een risico-gestuurde strategie. In deze strategie is de absolute minimale kwaliteit van een rioolleiding bepaald en is deze gekoppeld aan de gevolgen van falen. De risicokosten strategie koppelt de kosten van het falen van een rioolleiding vermenigvuldigd met de faalkans van die leiding aan de vernieuwingskosten van die leiding. Als de kosten van falen keer de faalkans hoger worden dan de vernieuwingskosten, dan is het moment van daadwerkelijk vernieuwen aangebroken.
In deze benadering wordt gestuurd op de minimale kosten van de asset als moment voor vervangen.
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 24
Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.6
CALAMITEITEN DOOR FALENDE OBJECTEN IN DE RIOLERING
CALAMITEITEN DOOR EXTERNE FACTOREN
Het rioolstelsel kent veel objecten die om wat voor reden dan ook kunnen uitvallen. Denk bijvoorbeeld aan pompen in de drukriolering, gemalen in het vuilwaterriool, verstoppingen van leidingen, scheuren of zelf instorten van rioolbuizen en putten e.d. Bij een falen van aantal objecten kan het functioneren van het gehele systeem in het geding zijn. Het uitvallen van rioolgemalen door een defect of stroomstoring kan er bijvoorbeeld toe leiden dat het rioolstelsel geheel gevuld raakt en na enkele uren ongezuiverd afvalwater loost in een gebouw, of op straat of op het oppervlaktewater. Dit vormt een risico voor de volksgezondheid en het milieu.
Riolering kan een onverwachte rol spelen bij calamiteiten. Wereldwijd zijn afgelopen jaren onder meer de volgende zaken opgetreden: • ontploffingen in het riool na inloop van brandstof, • ontruiming van woningen na verspreiding van giftige stoffen, • stopzetting van drinkwaterwinning na lozing van bluswater.
In de planperiode van dit GRP wordt een plan opgesteld, waarin wordt uitgewerkt hoeveel ruimte in m3 er in een stelsel zit, hoelang het gemaal mag uitvallen, welke extra afsluitingen mogelijk zijn bij calamiteiten, hoe het water stroomt en welke gevolgen denkbaar zijn.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Het GRP is niet het juiste middel om dit uit te werken. Dit hoort thuis bij de algemene bestrijding van incidenten en calamiteiten, met een centrale rol voor de Brandweer. Elke gemeente beschikt daartoe over een model met stappen voor opschaling en organisatie. • Van belang is dat men bij het oefenen aandacht schenkt aan het verspreidingsgevaar via riolering. • Verder is essentieel dat de calamiteitenorganisatie
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 24
CHECKLIST BEHEER- EN BELEIDSUITGANGSPUNTEN Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.7
• Woninguitbreidingen en uitbreiding bedrijventerreinen binnen de bebouwde kom: • Verplicht gescheiden aanleveren van de (afval)waterstromen tot aan de erfgrens. • DWA afvoer met een maximum van 1 m3/dag middels rioolstelsel richting zuivering. • Hemelwater indien mogelijk infiltreren anders afvoeren bovengronds of middels riolering. • Vervuild hemelwater, in termen van het Waterkader van ZZL, afvoeren middels een stroomloze zuiverende voorziening, denk aan berminfiltratie. • Geen riolering aanleggen op particuliere terreinen. • Het is niet toegestaan om (deels gezuiverde) vuilwaterstromen te lozen op de bodem. • Het is niet toegestaan Pluvia systemen direct aan te sluiten op de riolering. • De kosten voor aanpassingen aan de riolering vanwege nieuwe en/ of bestaande vergrote lozingen van meer dan 1 m3/dag zijn voor de initiatiefnemer. • Benodigde pompunits en afvoerleiding (op eigen terrein en) zijn voor kosten van de aanvrager. • Alle panden, m.u.v. meerlaagse bewoning en appartement complexen, dienen voorzien te zijn van een eigen gescheiden rioolaansluiting. • Voorkomen, verhelpen en handhaven op foutaansluitingen. • Burgers en bedrijven zijn verantwoordelijk voor hemel- en grondwaterzorg op eigen terrein. • De kerngedachte is de trits: • Schoonhouden - scheiden – zuiveren; • Vasthouden - bergen – afvoeren.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
• Extreme buien treden vaker op, burgers dienen bewust gemaakt te worden van groene tuinen en mogelijke eigen initiatieven. • Geen uitlogende bouwmaterialen toepassen. • Percelen grenzen aan watergangen dienen het hemelwater na aanvraag te lozen op het oppervlaktewater. • Verhard oppervlak zoveel mogelijk bovengronds naar de plek van verwerking transporteren en infiltreren, tenzij onmogelijk. • Drainage mag indien mogelijk alleen aangesloten worden op de hemelwaterriolering (HWA). • Indien hemelwater niet bovengronds afgevoerd kan worden naar bufferzones in de openbare ruimte om te infiltreren dan de hemelwaterriolering dimensioneren op bui-10 van de leidraad riolering. • De openbare ruimte dient zodanig ingericht te worden dat een bui van T=100 + 10% in de omgeving gebufferd kan worden zonder dat er overlast op treedt. • Continue afstemming is benodigd tussen groen, grijs en water & riolering bij nieuwbouw en renovatie in het kader van klimaatadaptatie. • Bedrijven en bewoners attenderen en motiveren om een actieve bijdrage te leveren aan klimaat adaptieve maatregelen op eigen terrein. • Het beheer en onderhoud van de watergangen is in handen van het waterschap Zuiderzeeland, lozing erop dient in afstemming en na melding/ vergunning te geschieden. • Oevers van de watergangen zoveel mogelijk duurzaam inrichten.
• Creëren van robuuste peilvakken, met voldoende capaciteit, ook voor de afkoppelambitie in de toekomst. • Bij woningen grenzend aan het oppervlaktewater dient de oeverbeschoeiing inclusief 2 m water mee verkocht te worden aan de particulier.
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 24
SAMENWERKING - RELATIES VAN RIOLERINGSBEHEER MET AANPALENDE GEMEENTELIJKE VAKGEBIEDEN: Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.7 Beleid foutaansluitingen
• Wegbeheer • Riolering, kolken en aansluitleidingen liggen in en onder de weg. Werkzaamheden aan het één beïnvloeden het ander. Samenwerking en afstemming is daarom vereist. • Inrichting openbare ruimte • Hemelwaterafvoer wordt sterk beïnvloed door de inrichting van de openbare ruimte. Vooral bij extreme buien speelt het spel van hoog en laag een cruciale rol, het vormt het verschil tussen gereguleerde afvoer of overlast. Samenwerking en afstemming is daarom vereist. • Schoonhouden openbare ruimte • Straatvegen en kolken zuigen hebben met elkaar te maken. Een schonere straat leidt tot minder vuil in de kolken. Maar kolken zuigen is goedkoper dan straatvegen, dus de relatie is beperkt. • Beheer gemeentelijke waterlopen • Grotere vijvers en watergangen zijn in beheer bij de waterschappen. De gemeente beheert veel sloten in het buitengebied. Deze horen vooral bij de weg en bij het naastgelegen perceel. • Ontwikkelingsprojecten (woningbouw en herstructurering) • Deze projecten vormen een kans om de gemeentelijke watertaken ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater in één keer goed in te vullen. • Uitvoeringsprojecten • Tijdens het ontwerp en de uitvoering van rioleringswerken is het van Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
belang dat de kwaliteit wordt geborgd zodat de rioleringsbeheerder goede objecten krijgt overgedragen. • Omgevingsvergunningen • Wateraspecten vormen onderdeel van de vergunning. Deze moeten goed worden meegenomen. • Opsporen foutieve aansluitingen en handhavend optreden • Foutieve aansluitingen zijn een lastig punt binnen het rioleringsbeheer. Bij het opsporen en herstellen treedt je in het domein van de particulier. Dit moet goed worden afgestemd. • Klimaatadaptatie • Bij de omgang met regenwater en grondwater speelt de riolering (HWA en drainage) een belangrijke rol. Daarnaast is de inrichting van de publiek en private buitenruimte bepalend voor de effecten van hevige regenval, droogte en hitte. • Duurzaamheid en milieubeleid • Keuzes inzake beleid en beheer van riolering hebben effecten in termen van duurzaamheid en milieu. • Opstellen van een educatieprogramma voor de jeugd(integraal met het grondstoffenbeleidsplan). • Financiën en belasting • Rioleringsbeheer kost geld. Dit punt wordt verderop in dit GRP uitgewerkt.
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 25
SAMENWERKING TUSSEN DE GEMEENTE EN DE WATERBEHEERDER(S): Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.7
• Watertoets Dit is het proces van overleg met de waterbeheerder waardoor inzichten over het water al vroegtijdig worden meegenomen in het ruimtelijke ontwerp. • Locatiekeuze – ruimtelijke ordening Het gaat om de vraag of de plek geschikt is voor de gewenste ontwikkeling of dat het beter elders kan. Andersom kan ook, namelijk dat de waterbeheerder ruimte voor water zoekt en de gemeente nodig heeft. • Peilbeheer – ruimtelijke ordening Het waterschap is verantwoordelijk voor het peilbeheer. Het bedient daarmee de ruimtelijke functies zo goed mogelijk. Het beleid van beide overheden moet daarom op elkaar afgestemd zijn. • Systeemkeuze – ruimtelijke inrichting Het gaat bijvoorbeeld om de keuze voor een wadi omdat dit retentie geeft gecombineerd met zuivering van straatvuil en ontlasting van de AWZI. • Waterketen De waterketen is het geheel van drinkwater via riolering tot de zuivering AWZI, dus grofweg alles in een buis ten behoeve van onze kraan in huis en bedrijf. • AWZI en rioolstelsels Het waterschap is beheerder van de AWZI, inclusief de hoofdrioolgemalen met bijbehorende persleidingen. Het aansluitende rioolstelsel is in beheer bij één of meerdere gemeenten. Samenwerking en afstemming is daarom vereist. • Riooloverstorten De riooloverstort is een noodzakelijk kwaad bij riolering van het gemengde stelseltype.
• Dun water De AWZI is bedoeld voor afvalwater, niet voor grondwater en
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
oppervlaktewater dat onbewust door intreding in de riolering wordt afgevoerd. Samenwerking en afstemming is daarom vereist. • Afkoppelen Afkoppelen van hemelwater van de gemengde riolering leidt tot minder aanvoer naar de AWZI en dus tot enige besparing. Daarnaast zullen de riooloverstorten minder vaak werken. Het waterschap heeft dus belang bij afkoppelen, maar de kosten liggen bij de gemeente. Die zal moeten afwegen wanneer en op welke wijze afkoppelen doelmatig is. • Lozing op de riolering De gemeente is bevoegd gezag voor lozing op de riolering, terwijl dit mede effect heeft op de werking van de AWZI. Afstemming van beleid en handhaving is daarom nodig. Bij bedrijfsmatige lozingen gaat het ook om voorzuivering, het delen van informatie en handhaving. • Waterlopen Het waterschap voert het beheer over de waterlopen. Sloten in het buitengebied vallen onder gemeentelijk en/of particulier beheer. Onderwerpen van afstemming zijn onder meer peilbeheer, oeverbeheer, baggeren, afvoer van maaisel en eventuele toekomstige herinrichting. • Waterloket De gedachte van het waterloket is dat burgers en bedrijven niet heen en weer worden gestuurd tussen verschillende instanties, maar goed antwoord krijgen op al hun vragen over water. • Omgevingsvergunning De gemeente geeft omgevingsvergunningen af. Dit geldt ook voor projecten die het waterschap wil realiseren.
Samenwerking en afstemming is daarom vereist.
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 25
SAMENWERKINGSVERBAND SAF, KAF, OFGV – REGIONALE SAMENWERKING Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.7
De Flevolandse gemeenten en Waterschap Zuiderzeeland werken vanaf 2005 samen in de afvalwaterketen onder de naam Samenwerking Afvalwaterketen Flevoland (SAF). De samenwerking richt zich op kennisuitwisseling en beoogt de kwaliteit van de uitvoering van de gemeentelijke watertaken en de afwegingen die daarbij aan de orde zijn verder te verbeteren en de kwetsbaarheid te verminderen. Hierbij zijn een aantal sporen te onderscheiden: • gezamenlijke planvorming met aandacht voor o.a. assetmanagement, gezamenlijke uitgangspunten voor beleid en beheer. Het voorliggende basisdocument GRP is hier een concreet een voorbeeld van. • meten en monitoren , zoals o.a. kennisbijeenkomsten en de gezamenlijke verificatie en analyse van meetgegevens van gemalen. • innovatie, zoals o.a. routekaart voor de afvalwaterketen in 2030 en het SAFwaterlab.
Op het gebied van klimaatadaptatie werken de gemeenten in Flevoland samen in het verband Klimaat Adaptatie Flevoland (KAF). De belangrijkste raakvlakken tussen de gemeentelijke watertaken en klimaatadaptatie hebben betrekking op de DPRA-thema’s wateroverlast en droogte. Kennisuitwisseling kan natuurlijk ook plaatsvinden buiten de eigen regio, bijvoorbeeld met gemeenten die vergelijkbare vraagstukken kennen. Het kan dan gaan om gemeenten met o.a. eenzelfde type systeem, ouderdom van het systeem, bodemopbouw, bevolkingsomvang en stedelijke inrichting. Daarnaast kan samenwerking met onderzoeksinstituten en universiteiten een impuls geven aan de eigen kennisontwikkeling en dat van het vakgebied.
Naast het regionale samenwerkingsverband dat is gericht op de afvalwaterketen, heeft ook de samenwerking met de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek(OFGV) toegevoegde waarde. De omgevingsdienst is belast met vergunningverlening, toezicht en handhaving van milieutaken, waarbij ook aspecten van lozingen op de riolering aan de orde kunnen zijn.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 25
SAMENVATTING RESULTATEN BRANCHESTANDAARD GEMEENTELIJKE WATERTAKEN Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.7
Uit de rapportage van de branchestandaard die in 2019/2020 in de regio is verricht, komen de volgende aandachtspunten naar voren. Bij de gemeenten zijn de volgende kennisgebieden goed vertegenwoordigd in de organisatie: • Waterhuishouding; • Inbedding in organisatie en plannen; • Verwerken, valideren en vastleggen van gegevens; • Onderzoeksmethoden en technieken; • Technische kennis ontwerp.
er echter onvoldoende. Dat is een risico op de lange termijn. Voor de kleinere gemeenten geldt dat het lastig is om voor elk aspect van de gemeentelijke watertaken voldoende (specialistische) kennis te hebben en te houden. Voor de grotere gemeenten geldt de afstemming met andere teams en disciplines in de openbare ruimte als belangrijk aandachtspunt. Meer achtergronden en details van de resultaten van de branchestandaard gemeentelijke watertaken zijn te vinden in de rapportage: ‘Rioleringskennis in beweging, Onderzoek Branchestandaard Gemeentelijke Watertaken Samenwerking Afvalwaterketen Flevoland‘, SWECO, 2020.
Op het kennisgebied “Beleid, Wet en Regelgeving” zijn de organisaties relatief kwetsbaar in de zin dat de kennis maar bij een beperkt aantal mensen aanwezig is. Belangrijke kennisgebieden die minder goed scoren zijn: • Beoordelen onderzoeksresultaten • Technische kennis van maatregelen • Werkwijze andere vakgebieden Beschikbaarheid van personeel is een belangrijk aandachtspunt bij verschillende gemeenten. De beschikbaarheid hangt samen met ruimte in de formatie, maar ook met krapte op de arbeidsmarkt en de mogelijkheid om vacatures te vervullen. Als gevolg van de beschikbare capaciteit ligt de nadruk bij het beheer van de riolering op het in stand houden van het bestaande systeem. Tijd voor onderzoek en implementatie van nieuwe ontwikkelingen is
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 24
PERSONELE ASPECTEN VAN HET RIOLERINGSBEHEER EN DE WATERTAKEN Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 3.8
Rioleringsbeheer, inclusief de gemeentelijke watertaken, brengt een omvangrijk takenpakket met zich mee, dat de nodige personele inzet vereist. Met behulp van de Module D2000 uit de Leidraad Riolering is een inschatting te maken van de benodigde personele inzet. Het is gebaseerd op inwoneraantal, areaalgrootte en geplande investeringen. Het gaat uit van landelijke gemiddelden en houdt geen rekening met lokale bijzonderheden. Het is een hulpmiddel om de lokale personeelsformatie te bespreken. De taken zijn te verdelen in 3 hoofdgroepen: 1. Algemene taken bij het beheer van de riolering: a. GRP opstellen, jaarprogramma’s, overleg beheerders, afstemming andere vakgebieden, terugkoppeling, regelen middelen. b. Uitvoeren van inspecties, controles, metingen en berekeningen. c. Ingaan op klachten, verwerken van revisie en vergunningverlening. De personele inzet voor deze algemene taken is gerelateerd aan het inwoneraantal. 2. Onderhoud van de bestaande voorzieningen: a. Onderhoud van riolen, aansluitleidingen en kolken. b. Onderhoud van gemalen en de drukriolering buitengebied. c. Onderhoud van drainage en infiltratievoorzieningen. De personele inzet voor deze onderhoudstaken is gerelateerd aan de areaalgrootte. 3. Maatregelen voorbereiden: a. Aanleg van nieuwe voorzieningen. b. Reparaties aan bestaande voorzieningen. c. Renovatie of vervanging van bestaande voorzieningen. d.
Verbeteringsmaatregelen.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
De personele inzet voor deze maatregelen is gerelateerd aan de investeringslijst. Een gemeente kan kiezen om alle taken met eigen mensen te doen of om meer uit te besteden. Bij de “algemene taken” kan de gemeente zelf het GRP schrijven en hydraulische berekeningen uitvoeren of deze taken uitbesteden aan een adviesbureau. Bij “onderhoud” kan ze zelf kolken reinigen en een eigen gemalenploeg hebben of dit uitbesteden aan gespecialiseerde bedrijven. Bij “maatregelen voorbereiden” kan de gemeente zelf het ontwerp en bestek maken of dit uitbesteden aan een ontwerpbureau. Onderstaand worden twee uitersten gegeven. Bij “zelf doen” doet de gemeente alle taken met eigen mensen. Bij “regie” wordt zoveel mogelijk uitbesteed, maar de gemeente blijft verantwoordelijk en moet coördinerende en aansturende taken wel blijven doen. De volgende kolommen tonen de situatie in de gemeente aangevuld met eventuele opmerkingen. Gemeente Dronten heeft de formatie die lijkt op een regiegemeente. Hoofdgroep taken “zelf doen” “regie” Dronten Opmerkingen 1 . Algemene taken 3,1 fte 1,4 fte 1,0 fte Enige onderbezetting 2. Onderhoud 5,2 fte 0,6 fte 1,0 fte 3.
Maatregelen 1,4 fte 0,5 fte 0,9 fte Totaal fte’s 9,7 fte 2,5 fte 2,9 fte * Daar we niet alle werkzaamheden in regie uit kunnen voeren ontstaat er op meerdere taakgroepen een geringe onderbezetting waardoor het nodig is om 1 fte op de algemene taken beleid, beheer en onderhoud aan te trekken. Voor meer info: spreadsheet module D2000 Leidraad Riolering.
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 33
GEMENGDE ACTIVITEITEN EN ENKELE ACTIVITEITEN DIE NIET TOT DE RIOLERING BEHOREN Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 5.1
In het “model kostenonderbouwing rioolheffing van de VNG” wordt als toets de checkvraag geformuleerd: ”Worden de activiteiten verricht ter nakoming van de gemeentelijke watertaken voor afval- hemel- en grondwater?”. Dit is de wezenlijke vraag op grond waarvan iets kan worden toegerekend aan de rioolheffing of niet. Sommige activiteiten worden enkel uitgevoerd ten behoeve van de gemeentelijke watertaken en worden daaraan geheel toegerekend, bijvoorbeeld het inspecteren en reinigen van de riolering. Daarnaast zijn er gemengde activiteiten. Voor deze activiteiten geeft de begroting aan welk gedeelte van de kosten ten laste van de rioolheffing wordt gebracht. Tot slot zijn er activiteiten die niet bij de riolering horen. Deze zijn natuurlijk niet uitputtend op te sommen. Enkele worden wel aangetipt omdat er discussie over kan ontstaan. Onderstaand worden enkele gemengde activiteiten besproken: • Straatreiniging Straatreiniging dient in eerste plaats het beheer van de openbare ruimte. In tweede instantie treedt een besparing op bij het reinigen van de kolken. In gemeente Dronten wordt jaarlijks €25.000 van het straatvegen toegerekend aan de rioleringszorg. • Sloten en bermen in het buitengebied Sloten en bermen in het buitengebied horen niet of nauwelijks bij de gemeentelijke watertaken. Ze horen eerder bij wegbeheer of bij het waterschap.
• Sloten binnen de bebouwde kom Sloten binnen de bebouwde kom vormen een kans om hemelwater af te koppelen van de riolering en passen bij duurzaam stedelijk waterbeheer. Het is redelijk de kosten hiervan toe te rekenen aan de rioleringszorg.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
• Bermen binnen de bebouwde kom Bermbeheer binnen de bebouwde kom kan een belangrijke bijdrage aan afvoer van hemelwater op een duurzame wijze. Door verlaagde bermen stroom het niet in de riolering maar krijgt het de kans in bermen en groenstroken te infiltreren. • Onderhoud WADI’s Een WADI is in essentie een voorziening voor de hemelwaterzorgplicht van een gemeente. In de praktijk zien bewoners een WADI vaak als een groenvoorziening of een speelplek. Die functies heeft een WADI vaak ook. In de planperiode wordt onderzoek gedaan naar het functioneren van de wadi’s. • Groen-blauwe daken Groen-blauwe daken dienen verschillende doelen, zoals het versterken van de biodiversiteit, afvangen van fijn stof, isolatie van een gebouw en daarnaast in geval van bergingscapaciteit het vertraagd afvoeren van regenwater. • Waterdoorlatende verharding Waterdoorlatende verharding is primair een verharding t.b.v. van een bepaalde belasting van het maaiveld (bijvoorbeeld parkeerplaats, fietspad of wandelpad). Het feit dat de verharding doorlatend is, draagt bij aan het verwerken van regenwater en het aanvullen van het grondwater. Onderstaand worden enkele activiteiten besproken die niet tot de riolering behoren: • Onkruidbestrijding wordt niet uitgevoerd ten behoeve van de rioleringszorg. Enige vertraging van de afstroming op straat naar de riolering is zelfs gunstig.
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 33
GEMENGDE ACTIVITEITEN EN ENKELE ACTIVITEITEN DIE NIET TOT DE RIOLERING BEHOREN Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 5.1
• Bomen planten doe je niet ten behoeve van de gemeentelijke watertaken. In de winter kan een hoge grondwaterstand een probleem zijn die je aanpakt met maatregelen, zoals drainage. Een boom helpt niet of nauwelijks omdat de verdamping in de winter vrijwel stilligt. In de zomer verdampt een boom juist veel water en dat kan zelfs ongewenst zijn vanwege verzakkingsrisico van aangrenzende bebouwing. • Bestrijding van hitte hoort niet bij de gemeentelijke watertaken.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 35
ARTIKEL 2.28A GEMEENTEWET Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 5.4
1. Onder de naam rioolheffing kan een belasting worden geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. 2. Ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven. 3. Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan de omzetbelasting die als gevolg van de Wet op het BTW-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit dat fonds.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 35
KENMERKEN VAN DE VERORDENING RIOOLHEFFING 2022, GEMEENTE DRONTEN Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 5.4
• Het betreft een gecombineerde rioolheffing voor zowel afvalwater alsook hemelwater en grondwater. • De heffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en niet-woningen. • De heffingsmaatstaf is voor een woning: • Vast bedrag: € 139,22 • De heffingsmaatstaf is voor een niet-woning: • waterverbruik 0 – 500 m3: € 139,22 • waterverbruik 500 – 1.000 m3: € 278,44 • waterverbruik 1.000 – 2.500 m3: € 417,66 • waterverbruik 2.500 m3 en meer: € 696,10
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 36
UITGANGSPUNTEN BIJ DE BEREKENING VAN DE BENODIGDE RIOOLHEFFING Terug naar: Inhoudsopgave Paragraaf 5.5
Uitgangspunten bij de berekening van de benodigde rioolheffing. Het berekenen van de benodigde rioolheffing komt neer op het vinden van balans tussen inkomsten en uitgaven waarbij een dempende rol wordt gespeeld door de methode van vermogensbeheer. De berekening geschiedt met behulp van een speciaal daartoe opgesteld financieel rekenmodel. De benodigde hoogte van de rioolheffing is deels onvermijdelijk en deels afhankelijk van keuzes. Onderstaande keuzes zijn gehanteerd voor het GRP: • Rioolheffing 100% kostendekkend. • Boekwaarde oude investeringen per 1-1-2021: nihil. • Stand van de voorziening/reserve riolering per 1-1-2021 circa € 20.700.000. • Exploitatiekosten conform paragraaf 5.1. • Investeringen conform paragraaf 5.2. • Kwijtscheldingen komen ten laste van de heffing, schatting 0,9% per jaar. • Oninbaar wordt geschat op 0,5% per jaar, ten laste van de heffing. • Perceptiekosten worden geschat op € 50.000 per jaar, ten laste van de heffing. • Kosten voor het rioleringsbeheer vallen onder de BTW voor zover het uitgaven aan derden betreft. Deze kosten zijn te betrekken bij het BTW – compensatiefonds. De BTW component wordt voor €202.000 meegenomen bij de berekening van de hoogte van de rioolheffing. Het bedrag van de gecompenseerde BTW wordt niet aangewend voor het rioleringsbeheer, maar vloeit naar de algemene middelen van de gemeente.
Voorwoord
Samenvatting
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
• De inflatie wordt ingeschat op 2% per jaar omdat de Europese bank streeft naar deze waarde. • Overschotten en tekorten op de exploitatie worden jaarlijks verrekend met deze reserve/voorziening. Bij de voorbereiding van het volgende GRP wordt deze reserve/voorziening geëvalueerd. • Investeringen worden zo mogelijk direct afgeboekt vanuit de voorziening riolering. Als investeringen in de riolering toch moeten worden geactiveerd, dan op basis van lineaire afschrijving. • Vormgeving van de rioolheffing volgens paragraaf 5.4 met 18.850 eenheden.
Beheer van de riolering
Programmering
Kosten en rioolheffing
Bijlagen
Verwijzing van pagina 36
BEREKENINGSRESULTATEN RIOOLHEFFING GEMEENTE DRONTEN Terug naar: Inhoudsopgave
Onderstaande grafieken tonen de uitkomsten van het kostendekkings model dat is opgesteld voor de rioolheffing van gemeente Dronten. In 2022 is uitgegaan van een rioolheffing van € 139, van 2023 tot 2028 is uitgegaan van de rioolheffing van €150. Deze hoeft dan alleen jaarlijks te worden
geïndexeerd. Vanaf 2029 is een iets hogere heffing nodig (€170 op prijspeil 2021) om de investeringen ten behoeve van de vernieuwingsgolf mogelijk te maken.
Paragraaf 5.5 Saldo in voorziening vs. geactiveerd kapitaal € 25.000.000
Verdeling kosten € 4.000.000
Bedrag in euro's
€ 3.500.000 € 20.000.000
€ 3.000.000 € 2.500.000
€ 15.000.000
€ 2.500.000 € 2.000.000
€ 10.000.000
€ 1.500.000 € 1.000.000
€ 5.000.000
€ 500.000 €0 2022 2027 2032 2037 2042 2047 2052 2057 2062 2067 2072 2077
€0 2022 2027 2032 2037 2042 2047 2052 2057 2062 2067 2072 2077
Looptijd Geactiveerd kapitaal
Voorwoord
Samenvatting
Saldo in voorziening
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Looptijd Nieuwe investeringen
Beheer van de riolering
Exploitatie
Programmering
Oude kapitaalslasten
Kosten en rioolheffing
Bijlagen