Wmo beleids- en uitvoeringsplan Drechterland (2023-22)
Tekst van het document
Wmo beleids- en uitvoeringsplan 2023 en verder
Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................. 3 Beleidsplan Wmo 2023 en verder .......................................................................................... 4 1. Inleiding ............................................................................................................................. 5 2. Wat is de Wet maatschappelijke ondersteuning? .............................................................. 6 3. Visie sociaal domein ‘Thuis in Drechterland’ ...................................................................... 8 3.1 De transformatie .......................................................................................................... 8 3.2 Veranderende rolverdeling tussen inwoners en overheid ............................................. 8 3.3 Vitale samenleving ....................................................................................................... 9 3.4 Inclusieve samenleving ................................................................................................ 9 3.5 Normaliseren is de nieuwe norm .................................................................................. 9 3.6 Professionele ondersteuning vanuit de gemeente als het nodig is ..............................10 4.
Maatschappelijke ontwikkelingen en trends ......................................................................11 4.1 Landelijke ontwikkelingen ...........................................................................................11 4.2 Lokale ontwikkelingen .................................................................................................16 5. Centrale inhoudelijke thema’s Wmo-beleidskader ............................................................20 5.1 Inclusie (inclusieagenda) ................................................................................................21 5.2 Team Inzet .....................................................................................................................23 5.3 Een sterke basis .............................................................................................................25 5.4 Cliëntondersteuning........................................................................................................27 5.5 Mantelzorgondersteuning ...............................................................................................29 5.6 Vrijwillige inzet ................................................................................................................31 5.7 Wonen en zorg ...............................................................................................................33
5.8 Positieve gezondheid .....................................................................................................35 5.9 Wmo en Jeugdhulp.........................................................................................................37 5.10 Aanvullende ondersteuning voor wie dat nodig heeft ....................................................38 5.11 Een vangnet voor zeer kwetsbare inwoners .................................................................40 5.12 Samenwerking met zorgverzekeraars...........................................................................42 5.13 Een veilig thuis .............................................................................................................43 6. Evaluatie ..........................................................................................................................45 7.
Financiële beheersbaarheid van de Wmo-uitgaven ..........................................................46 7.1 Investeren in preventie ................................................................................................47 7.2 Rekening houden met stijgende kosten ......................................................................47 7.3 Anders werken ............................................................................................................47 Uitvoeringsplan 2023-2025 ...................................................................................................48 Initiatieven ............................................................................................................................54
2
Voorwoord Voor u ligt het Wmo beleids- en uitvoeringsplan 2023 en verder van gemeente Drechterland. Een lokale visie op de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). In dit plan staat wat we doen voor inwoners om ze deel te laten nemen aan de samenleving en ze zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. In dit document staan de uitgangspunten van de gemeente over de Wmo voor de komende jaren. Het document bestaat uit drie onderdelen: het beleidsplan, het uitvoeringsplan en een overzicht van initiatieven waar we mee aan de slag kunnen. Gezien de ontwikkelingen binnen het sociaal domein en daarmee ook de Wmo is het van belang een lokaal eigentijds Wmo beleidsplan op te stellen. Het Wmo beleidsplan is een belangrijk document dat voor de komende jaren de uitgangspunten van de gemeente met betrekking tot de Wmo zal bepalen. Beleidsplan In het beleidsplan staat wat de Wmo inhoudt, welke uitgangspunten we hanteren en wat maatschappelijke ontwikkelingen en trends zijn. Er is voor gekozen om geen einddatum vast te stellen voor dit beleidsplan, omdat vooraf lastig te bepalen is hoe lang dit plan actueel blijft. Zo lang het beleidsplan een goed kader biedt voor de uitvoering van de Wmo is een nieuw plan niet nodig. Wanneer ontwikkelingen vragen om aanpassingen van dit kader, wordt een nieuw beleidsplan voorgelegd aan de gemeenteraad.
Uitvoeringsplan Het beleidsplan fungeert als kapstok voor de uitvoering. In het uitvoeringsplan staat welke activiteiten we uitvoeren om de doelen uit het beleidsplan te behalen. In het uitvoeringsplan staan zaken die we al doen en voortzetten en ook nieuwe initiatieven. Een aantal focuspunten in het uitvoeringsplan zijn: - Het opstellen van een lokale inclusie agenda - Het versterken van de gemeentelijke toegang naar Wmo zorg - De versterking van de werkwijze van Team Inzet met preventieve activiteiten - Een sterke basis door de inzet van Welzijn op Recept en aandacht voor welzijn en (positieve) gezondheid - Het bereiken en ondersteunen van mantelzorgers - Het ontwikkelen van een woonzorgvisie en aan de slag met woonzorgconcepten - De regionale inkoop van Wmo en Jeugdzorg - De veiligheid onder volwassenen met de aanpak van mishandeling Over circa 1,5 jaar zal een nieuw uitvoeringsplan Wmo vastgesteld worden door het college. Initiatieven Naast het uitvoeringsplan leggen we ook een aantal keuzes voor. Het gaat om initiatieven die aanvullend op het uitvoeringsplan uitgevoerd kunnen worden. Dit Wmo beleidsplan hebben we niet alleen opgesteld en ook bij de uitwerking van het beleid hebben we de gemeenschap nodig. Dit beleidsplan geeft richting aan wat we samen met onze inwoners willen bereiken.
Het beleidsplan is opgesteld in afstemming met de Adviesraad Samenleving en met input van maatschappelijke organisaties die actief zijn in onze gemeente. De meest belangrijke punten zijn uitgewerkt in dit beleidsplan. Ook zijn er punten die uitvoering betreffen, deze komen terug bij het vaststellen van een nieuwe verordening of beleidsregels Wmo. We betrekken inwoners bij de verdere uitwerking van plannen, zoals bij het inclusiebeleid en het in kaart brengen van de behoefte onder mantelzorgers. 3
Beleidsplan Wmo 2023 en verder Onze Wmo missie: we bieden ondersteuning door versterking van de zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, beschermd wonen en opvang. We bevorderen de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking en dragen daarbij bij aan het realiseren van een inclusieve samenleving. Als inwoners professionele ondersteuning nodig hebben om mee te doen, biedt de gemeente dit vangnet.
4
1. Inleiding We stellen iedereen in staat om deel te nemen aan de samenleving en om zo lang mogelijk thuis blijven wonen. We hebben als gemeente een belangrijke verantwoordelijkheid om dit te realiseren en de ambitie om dit zo goed mogelijk te vervullen. Er is de afgelopen jaren veel veranderd binnen het sociaal domein. De kosten van de Wmo stijgen en middelen van het Rijk voor de uitvoering van de Wmo stijgen onvoldoende mee. Ook is er nieuwe jurisprudentie ontstaan die van invloed is op de sturingsmogelijkheden van de gemeente. In het Wmo beleidsplan wordt beschreven hoe inwoners kansen krijgen in het ontwikkelen en bevorderen van zelfredzaamheid en daarmee op deelname aan de samenleving. We richten ons op preventie, ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers en inclusie. Met het beleidsplan wordt richting bepaald en worden keuzes gemaakt. We voldoen daarmee ook aan onze wettelijke verplichting conform Artikel 2.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning dient ‘de gemeenteraad periodiek een plan vast te stellen met betrekking tot het door het gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning’. De invulling van een aantal van deze keuzes zijn wettelijke verplichtingen, andere invullingen zijn voortgekomen uit bijvoorbeeld eerdere college uitvoeringsprogramma’s.
De gemaakte keuzes hebben we in dit beleidsplan op een rijtje gezet, maar deze keuzes zijn niet limitatief. Het beleidsplan is zo geschreven dat erop kan worden voortgeborduurd op basis van nieuwe ontwikkelingen, trends, financiële informatie en het nieuwe college uitvoeringsprogramma. Dit wordt uitgewerkt in het Wmo uitvoeringsplan dat eens per 1,5 jaar wordt opgesteld. In het uitvoeringsplan staat wat wij nu en in de nabije toekomst doen. Daarnaast is er een keuzemenu met initiatieven die kunnen worden ingezet om de doelen uit het beleidsplan te behalen. In plaats van dat wij de keus voor bepaalde initiatieven al hebben vastgelegd in het uitvoeringsplan, is het aan het college en de raad (indien er budget nodig is), om de keuze te maken welke initiatieven we op welke termijn gaan uitvoeren.
5
2. Wat is de Wet maatschappelijke ondersteuning? De Wmo gaat uit van de eigen kracht en het netwerk van mensen. Mensen die door een beperking of psychische problematiek onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, kunnen een beroep doen op door de gemeente georganiseerde ondersteuning. Ondersteuning moet zo veel mogelijk via algemene voorzieningen en zo dicht mogelijk bij huis worden geboden. De Wmo legt de nadruk op preventie en op het voorkomen van problemen. Als individuele ondersteuning nodig is om mee te doen aan het sociale leven, wordt deze geboden in het kader van de Wmo. Als langdurige intensieve zorg en blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg en/of permanent toezicht nodig is, valt dit niet onder de Wmo maar onder de Wet langdurige zorg (Wlz)1. De Wmo is gericht op het meedoen aan het sociale leven. De Wmo kent drie hoofddoelen: 1. Bevorderen van sociale samenhang, mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente. Evenals het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; 2. Ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronisch psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen omgeving; 3. Bieden van maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen en verslavingszorg.
1
https://wetten.overheid.nl/BWBR0035917/2022-01-01
6
In de overwegingen van de wettekst van de Wmo is opgenomen dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen en dat van burgers mag worden verwacht dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan2. Van inwoners wordt verwacht dat zij hun eigen verantwoordelijkheid dragen voor het deelnemen aan het maatschappelijke leven en daarnaast mag van inwoners verwacht worden dat zij ondersteuning bieden aan kwetsbare mensen in hun omgeving. Aanspraak maken op een Wmo-maatwerkvoorziening is daarmee niet meteen een vanzelfsprekendheid. Dit beleidsplan bevat het kader voor alle voorzieningen binnen de Wmo, zoals sociale basisinfrastructuur en algemene voorzieningen, welzijn, maatwerkvoorzieningen en vangnetvoorzieningen voor de meest kwetsbare inwoners. Het beleidsplan biedt inzicht in de samenhang van de diverse voorzieningen. Zoals benoemd, het doel van al deze voorzieningen is dat álle inwoners kunnen meedoen in de samenleving, ook wanneer zij een beperking hebben die meedoen bemoeilijkt. Dat wordt ook wel een inclusieve samenleving genoemd. Om dat te bewerkstelligen is het belangrijk om passende ondersteuning te bieden waar nodig. Dit geldt ook voor de Participatiewet en de Jeugdhulp. Passende ondersteuning is voor iedereen anders. Deze ondersteuningsvormen liggen dichtbij de Wmo en dienen ook in samenhang te worden gezien.
2
‘Dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven, en dat van burgers mag worden verwacht dat zij elkaar naar vermogen daarin bijstaan; dat het tevens wenselijk is nieuwe regels te stellen om de rechten en plichten van de burger meer met elkaar in evenwicht te brengen; dat burgers die zelf dan wel samen met personen in hun naaste omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie.’ https://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/2022-07-01
7
3. Visie sociaal domein ‘Thuis in Drechterland’ De gemeenteraad heeft in 2020 de Meerjarenvisie 2020-2024 ‘Thuis in Drechterland’ vastgesteld. In deze visie staat onder andere dat in ieder onderliggende beleidskader aandacht besteed moet worden aan: - Preventie; - De faciliterende rol van de gemeente; - Dat de gemeente haar taken en ambities meer integraal en in samenhang zal uitvoeren. Dit beleidskader Wmo is een uitwerking van de uitgangspunten van de visie op het sociaal domein gemeente Drechterland.
3.1 De transformatie Daar waar de eerste jaren van de decentralisaties gericht waren op de inrichting van een samenhangende, effectieve en efficiënte bedrijfsvoering (transitie), staat nu de transformatie centraal. Met de transformatie richten we ons op de inhoudelijke vernieuwing: een andere manier van werken en een andere manier van omgaan met inwoners. De samenleving verandert door een aantal maatschappelijke ontwikkelingen: vergaande individualisering, vergrijzing, ontgroening, toenemende migratie, meer kwetsbare inwoners in wijken en dorpen, digitalisering, krapte op de arbeidsmarkt en andere opvattingen over de inzet van ondersteuning (van zorgen voor naar meedoen) spelen daarbij een rol. Ook staat de leefbaarheid en sociale cohesie in bepaalde wijken en dorpen onder druk. Daarnaast is er ook een financiële urgentie. De stijging van het aantal cliënten dat gebruikt maakt van de Wmo en de hoge (stijgende) zorg- en ondersteuningskosten in het Sociaal domein zijn op termijn niet houdbaar. Als we ervoor willen zorgen dat ondersteuning in de toekomst voor inwoners beschikbaar blijft, dan is verandering en vernieuwing noodzakelijk.
Aantal unieke cliënten Wmo Drechterland 1100 1000
969
973
978
976
984
992
1003
1000
2018
2019
2020
2021
2022
999
996
1000
1007
900 800 700
Bron: kwartaalrapportages sociaal domein (eigen gegevens)
3.2 Veranderende rolverdeling tussen inwoners en overheid We moeten kijken naar de rolverdeling tussen inwoners, maatschappelijke instellingen en de overheid. Inwoners krijgen een grotere eigen rol en verantwoordelijkheid. Gemeenten dragen daaraan bij door het stimuleren van de eigen kracht, de zelfredzaamheid, de participatie en de vitaliteit van inwoners. Dit doen we door te investeren in preventie, passende 8
ondersteuning nabij de woon/leefomgeving van onze inwoners, ondersteuning volgens het principe ‘zo licht als mogelijk, zo zwaar als noodzakelijk’ en voldoende ruimte voor innovaties. Vroegsignalering vinden we belangrijk: hoe eerder we (risico’s op) kwetsbaarheid signaleren des te groter de kans dat we tijdig kunnen ondersteunen. De verandering van het Sociaal domein is een verandering die nog jaren zal duren. Het vraagt van alle betrokkenen in de samenleving eenzelfde grondhouding om een nieuwe algemene opvatting te realiseren. Een opvatting waarbij het vanzelfsprekend is om voor elkaar te zorgen, meer zelf in zorg te voorzien, vooruit te kijken en alleen op een gemeente terug te vallen als er een vangnet nodig is. Hiervoor is sinds de invoering van de Wmo (2015) een belangrijke basis gelegd. In de Wmo (2015) is het uitgangspunt dat zelfredzaamheid en meedoen de verantwoordelijkheid zijn van inwoners zelf. Gemeenten zijn gehouden om beleid te maken ter ondersteuning van mensen die niet volledig zelf kunnen voorzien in hun zelfredzaamheid en participatie, of behoefte hebben aan beschermd wonen of opvang.
3.3 Vitale samenleving Het Sociaal domein ondergaat een grote verandering: van een verzorgingsstaat (de overheid zorgt voor haar inwoners) naar een participatiemaatschappij, gericht op zelf- en samenredzaamheid. We streven naar een situatie waarin de samenleving als geheel én mensen individueel keuzes maken die bijdragen aan gezondheid, zingeving en meedoen, ieder op zijn eigen individuele niveau. Hiervoor is een gemeenschap die een stevig sociaal fundament biedt cruciaal. Dit betekent dat inwoners naar elkaar om kijken. Vrijwilligers en mantelzorgers spelen hierin een belangrijke rol.
3.4 Inclusieve samenleving Een inclusieve samenleving houdt in dat iedereen kan meedoen aan de samenleving, ongeacht zaken als afkomst, overtuigingen, geaardheid en beperkingen. Voor de Wmo ligt de focus in deze voornamelijk bij passende ondersteuning voor mensen met een beperking.3 Betekenisvolle participatie in de samenleving is belangrijk. Als mensen zich kunnen inzetten voor hun directe leefomgeving, buurtgenoten of maatschappelijke doelen, draagt dat bij aan zelfontplooiing en het gevoel van eigenwaarde. Ook ontmoet men op deze wijze andere mensen, hetgeen eenzaamheid tegengaat. Goede contacten in de buurt dragen bij aan de kwaliteit van bestaan, maar ook aan het gevoel van veiligheid. Voor kwetsbare inwoners voorkomt sociale samenhang eenzaamheid en sociaal isolement. Voldoende hulp, niet alleen van professionals maar juist ook van het sociale netwerk, betekent dat mensen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Het is belangrijk om een sterke basisinfrastructuur te bieden met toegankelijke algemene voorzieningen.
3.5 Normaliseren is de nieuwe norm Het begrip ‘normaliseren’ verwijst naar de vraag wat normaal is. Dat jeugdigen, ouders en volwassenen in het leven moeilijke perioden doormaken is normaal. Ieder mens heeft dat. Het is normaal dat het leven gepaard gaat met vallen en opstaan. Normaliseren is ook dat inwoners éérst zelf verantwoordelijk zijn voor het beantwoorden van hun eigen ondersteuningsvraag. Eerst kijken wat inwoners zelf kunnen. Als dat niet lukt, is de gemeente een vangnet. Met normaliseren zetten wij ook in op de beweging ‘dat hulp vragen aan je directe omgeving normaal en vanzelfsprekend is’. 3
https://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/2021-07-01
9
3.6 Professionele ondersteuning vanuit de gemeente als het nodig is Het is realiteit dat niet iedereen op elk moment in staat is zelfredzaam te zijn, gebruik te maken van zijn eigen mogelijkheden en om hulp te vragen als dat nodig is. Dit betekent dat we actief kwetsbare inwoners benaderen en ondersteunen. Bij ondersteuningsvragen is het perspectief en het talent van de inwoner, en ook van maatschappelijke organisaties, het uitgangspunt. In de Wmo (2015) is de term ‘maatwerkvoorziening’4 geïntroduceerd. De maatwerkvoorziening is aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen, en vormt samen met de inzet van eigen kracht of, indien van toepassing, gebruikelijke hulp of mantelzorg een samenhangend ondersteuningsaanbod, ofwel maatwerk. De ondersteuning is zo licht en zo kort als mogelijk gericht op een realistisch ontwikkel- en participatieniveau van een cliënt.
4
Artikel 1.1.1 Wmo: maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: 1°.ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, 2°.ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen
10
4. Maatschappelijke ontwikkelingen en trends 4.1 Landelijke ontwikkelingen a. Meer ouderen met een langere levensverwachting De levensverwachting van mensen in Nederland neemt toe, deze is tussen 1950 en 2019 gestegen met 6 jaar. In 2020 en 2021 is de levensverwachting door de coronapandemie iets gedaald, maar volgens de huidige prognose zal in 2028 de levensverwachting toenemen met 1.6 jaar ten opzichte van 2020 en 2021. De levensverwachting is in 2021 79,7 jaar voor mannen en 83,0 jaar voor vrouwen.
CBS, 2022
b. Toenemende vergrijzing De bevolking van Nederland is geleidelijk aan het vergrijzen. Vergrijzing houdt in dat het aandeel ouderen in de totale bevolking toeneemt. Er komen meer ouderen en de ouderen worden ook nog eens ouder. In de twintigste eeuw is het aantal 65-plussers in Nederland meer dan vertienvoudigd. Er zijn in Nederland bijna 3,4 miljoen ouderen (2020). Daarnaast is sprake van 'dubbele vergrijzing'. Dit houdt in dat van de groep 65-plussers het deel 80plussers toeneemt. Op 1 januari 2020 waren er in Nederland bijna 824.000 mensen van 80 jaar en ouder, wat neerkomt op 4,7% van de bevolking. Van de 65-plussers was bijna een kwart ouder dan 80 jaar. Ook in Drechterland is er sprake van vergrijzing.5 Vergrijzing heeft veel invloed op de uitvoering van de Wmo. Zo wordt er een groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid van mensen en hun omgeving. Tegelijkertijd zien we dat het aantal kwetsbare mensen waarvoor de gemeente verantwoordelijk is toeneemt. c. Meer oudere vrouwen dan oudere mannen Op 1 januari 2020 waren van de 65-plusser 1,6 miljoen man (46%) en 1,8 miljoen vrouw (54%). Onder de 80-plussers was zelfs 63% vrouw. De oudere bevolking is dus ongelijkmatig samengesteld naar geslacht: hoe hoger de leeftijd, hoe kleiner het aandeel mannen in de bevolking.
Dit hangt direct samen met verschillen in sterftekansen naar geslacht: op alle leeftijden hebben mannen een hogere sterftekans dan vrouwen. In de toekomst zullen deze scheve geslachtsverhoudingen vanaf 70-jarige leeftijd wel minder scheef worden, omdat het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen kleiner zal worden (Garssen, 2011).
5
https://zzww.nl/wp-content/uploads/2021/11/zzww-manifestpreview.pdf
11
d. Toename van het aantal ouderen met dementie Het aantal mensen met dementie is door de vergrijzing verzesvoudigd ten opzichte van 1950 tot op dit moment 290.000 mensen in Nederland. De verwachting is dat het aantal oploopt tot 620.000 in 2050.6 Een dementievriendelijke gemeenschap is belangrijker dan ooit. Een dementievriendelijke gemeenschap zet zich actief in om mensen met dementie en hun mantelzorgers zo lang mogelijk mee te laten doen in de samenleving. e. De vraag naar zorg en gezondheid neemt toe en het aanbod verandert De VNG heeft een klein onderzoek uitgevoerd naar de effecten van dubbele vergrijzing en toenemende zorgvraag. Door de vergrijzende bevolking neemt de zorgvraag (zoals hulpmiddelen, huishoudelijke verzorging, collectief aanvullend vervoer en begeleiding aan huis) bij gemeenten toe. De gemeenten staan de komende jaren voor een forse uitdaging.7 Ouderen leven langer zelfstandig en wonen minder vaak in een verpleeg- of verzorgingstehuis. Daarnaast is er als gevolg van arbeidsmarktontwikkelingen minder personeel om de stijgende zorgvraag op te vangen. Voor een deel kan de extra zorg- en ondersteuningsvraag worden opgevangen met nieuwe technieken. Zo kan gewerkt worden met begeleiding via beeldbellen wat reistijd verkort wat ten goede komt aan de professionele inzet van begeleiding.
Er kan gewerkt worden met domotica waarbij een mantelzorger of de wijkzorg een melding krijgt wanneer iemand ’s nachts gaat dwalen of wanneer afwijkend gedrag aanwezig is. 24-uurs toezicht is dan minder noodzakelijk. Met een GPS-tracker kunnen bewegingen in de gaten gehouden worden en virtuele grenzen bewaakt worden. Mensen zijn snel terug te vinden of er kan ingegrepen worden wanneer ze te ver van huis af dwalen. Deze ontwikkelingen vragen om andere zorgprocessen en vaardigheden, zowel van het personeel als van de cliënten. Mensen zullen door de vergrijzing langer zelfstandig thuis moeten blijven wonen. f. De oudere bestaat niet Steeds meer maken we de stap naar een samenleving waarin we de waarde inzien van ouder worden. Waarin we inzien dat senioren veerkrachtig zijn en een schat aan ervaring hebben, en dat zij een belangrijke bijdrage leveren aan onze samenleving, bijvoorbeeld door het verlenen van mantelzorg en vrijwilligerswerk. g. De zorgen ten aanzien van de mentale gezondheid van jongeren nemen toe Er is veel aandacht voor de toenemende druk op het dagelijks leven van jongeren en jongvolwassenen. Diverse maatschappelijke ontwikkelingen spelen hier een rol zoals de ervaren prestatiedruk en de rol van sociale media.8 h.
De omvang van leefstijl-gerelateerde aandoeningen neemt toe Ongezond gedrag zoals roken en te weinig beweging is verantwoordelijk voor 20% van de ziektelast (RIVM: Volksgezondheid Toekomst Verkenningen, 2018). Daarnaast neemt het overgewicht toe. We zien ook positieve ontwikkelingen. Over het algemeen leven we langer in goede gezondheid, maar zijn er tegelijk ook groter wordende verschillen tussen mensen met verschillende achtergronden en opleidingsniveaus. 9 i. Meer kwetsbare inwoners Kwetsbare groepen worden vaak nog kwetsbaarder dan zij al zijn. Daarnaast zijn er ’nieuwe kwetsbare groepen’ ontstaan. De onderwerpen die daarbij kunnen spelen zijn eenzaamheid, welbevinden, huiselijk geweld, psychische druk en gezondheid.10
6
https://www.alzheimer-nederland.nl/factsheet-cijfers-en-feiten-over-dementie
7
https://vng.nl/sites/default/files/2019-12/de-gevolgen-van-vergrijzing_20191126.pdf
8
https://www.vtv2018.nl/druk-op-jongeren
9
https://www.kenniscentrumsportenbewegen.nl/kennisbank/publicaties/?de-sociale-staat-van-nederland-2017&kb_id=23089
10
https://www.vtv2018.nl/kwetsbare-groepen
12
j. Het abonnementstarief Het vaste tarief voor de eigen bijdragen aan Wmo-voorzieningen is ingegaan op 1 januari 2020. De invoering van dit abonnementstarief heeft geleid tot een aanzuigende werking op Wmo-ondersteuning, vooral bij huishoudelijke hulp. Er is wetswijziging in voorbereiding waarbij de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp meer afgestemd zal worden op het inkomen van de cliënt/inwoner. Deze wetswijziging zal per 1 januari 2025 ingaan. Ook is in het Integraal Zorgakkoord afgesproken dat gemeenten per 2025 €110 miljoen per jaar extra krijgen voor Wmo-voorzieningen zoals aanpassingen in huis, een traplift of dagbesteding. 11 k. Stijging tarieven Wmo Verschillende ontwikkelingen hebben de tarieven binnen de Wmo de afgelopen jaren doen stijgen. In de eerste plaats is dat de toepassing van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Reële Kostprijs. Deze AmvB regelt hoe een reële kostprijs moet worden vastgesteld. In de tweede plaats de CAO-stijgingen die als gevolg van de AMvB toegepast moeten worden. En in de derde plaats de jaarlijkse indexering van tarieven. Ook voor het collectief vervoer (Regiotaxi) alsmede de hulpmiddelen (bijv. scootmobielen en rolstoelen) wordt een aanzienlijke verhoging verwacht de komende tijd. Dit heeft te maken met personeelstekort, stijgende brandstofprijzen en stagnerende leveringen uit het buitenland. l.
Extramuralisering en doordecentralisatie Beschermd Wonen Per 1 januari 2024 wordt gestart met de doordecentralisatie van Beschermd Wonen. Dit houdt in dat de verantwoordelijkheid voor Beschermd Wonen meer komt te liggen bij individuele gemeentes. Ondanks nieuwe regionale samenwerkingsafspraken rondom Bescherm Wonen betekent het ook dat Drechterland zich lokaal moet inzetten voor inwoners die in aanmerking komen voor Beschermd Wonen. m. Toename van beroep op vrijwilligers en mantelzorgers Het beroep op vrijwilligers en mantelzorgers neemt toe, terwijl mensen over het algemeen minder tijd hebben voor vrijwilligerswerk omdat ze langer doorwerken en de AOW-leeftijd opschuift.12 Ook verandert de wijze waarop inwoners invulling (willen) geven aan vrijwilligerswerk.13 n. De Omgevingswet In de komende tijd treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet bundelt (bijna) alle wetten en regels voor ruimte, infrastructuur, wonen, erfgoed, milieu, natuur en water. De fysieke leefomgeving beschermt de gezondheid (zoals schone lucht) en kan de gezondheid bevorderen, door de buitenruimte zo in te richten dat het uitnodigt tot ontmoeten, ontspannen en bewegen. Op grond van de wet is de gemeente verplicht om in 2024 een Omgevingsvisie te hebben. Een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit staan centraal in de Omgevingsvisie. o.
Regeerakkoord 2021 – 202514 In het nieuwe Regeerakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst Coalitieakkoord 2021 – 2025’ wordt ook aandacht besteed aan onderdelen van de Wmo: - Langer thuis wonen wordt door het Rijk nog meer gestimuleerd. Ouderen moeten gezond ouder kunnen worden in hun eigen en/of passende omgeving. Dat betekent onder andere inzetten op meer seniorenwoningen, levensloopbestendige woningen, 11
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/11/04/invoering-eerlijkere-eigen-bijdrage-huishoudelijke-hulp
12
https://www.rivm.nl/nieuws/groeiende-vraag-naar-mantelzorg-komt-steeds-vaker-neer-op-mantelzorger-met-werk
13
Vrijwilligerspunt
14
https://www.kabinetsformatie2021.nl/documenten/publicaties/2021/12/15/coalitieakkoord-omzien-naar-elkaar-vooruitkijken-naar-detoekomst
13
-
-
mantelzorg, digitale zorg, domotica en valpreventie. Hierbij is expliciete aandacht voor innovatieve woonvormen. Van gemeenten wordt verwacht om mogelijk kwetsbare ouderen vroeg in beeld te hebben en langer thuis wonen mede te faciliteren. Passende zorg en ondersteuning wordt de norm en moet voor iedereen dichtbij beschikbaar zijn. Verder wordt er gekeken naar bewezen (kosten)effectiviteit in de Wet langdurige zorg (Wlz), Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015. Er wordt gepleit voor het in combinatie inzetten van passende zorg en een praktijk ondersteuner bij de huisarts (POH). Hierdoor kan de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) zich meer richten op complexe problematiek en wordt de instroom beperkt. Met betrekking tot het abonnementstarief wordt geconstateerd dat door een stijgend gebruik van de huishoudelijke hulp de beschikbaarheid van voorzieningen onder druk is komen te staan. Het nieuwe kabinet gaat werken aan een eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens. Hierdoor blijven hulp en ondersteuning beschikbaar. Een wetswijziging per 2025 is hiervoor afgekondigd.
p. Eenzaamheid Er is steeds meer aandacht voor eenzaamheid als probleem en de heftige gevolgen die eenzaamheid kan hebben. Iedereen kan te maken krijgen met eenzaamheid. Het gevoel van ‘erbij horen’ en ‘ertoe doen’ is voor ieder mens een basisbehoefte. Eenzaamheidsgevoelens kunnen leiden tot gezondheidsrisico’s, minder meedoen in de samenleving en een gevoel dat welzijn of geluk tekortschiet. De mate van eenzaamheid is in hoge mate bepalend voor iemands kwaliteit van bestaan.15
15
https://www.eenzaam.nl/over-eenzaamheid/gevolgen-van-eenzaamheid
14
q. Integraal Zorgakkoord (IZA), Gezond & Actief Leven Akkoord (GALA) & Brede SPUK
In het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond & Actief Leven Akkoord (GALA) maken gemeenten en verschillende zorgpartijen afspraken over te bereiken gezondheidsdoelen voor de komende jaren. Beide akkoorden hangen nauw met elkaar samen. Beide akkoorden passen in een beweging van ‘zorg naar gezondheid’ die door veel gemeenten al is ingezet. Het Integraal Zorgakkoord bevat afspraken tussen 13 partijen over het toegankelijk en beheersbaar houden van de zorg. In het GALA maken het rijk, gemeenten en verzekeraars afspraken over preventie, versterking van de sociale basis en sport & bewegen. In het IZA zijn afspraken gemaakt over de versterking van de samenwerking tussen het gemeentelijk sociaal domein en de 1e lijnszorg (wijk/buurtzorg, huisartsen en lichte vormen van GGZ). Daarnaast zijn afspraken gemaakt om domein overstijgend werken – tussen verzekerde zorg, langdurige zorg, maatschappelijke zorg en ondersteuning en jeugdzorg – makkelijker te maken en de financiering van domein overstijgende samenwerking mogelijk te maken. De samenwerking tussen gemeenten en zorgpartijen moet meer lokaal maatwerk mogelijk maken. Verder is in het IZA afgesproken dat het preventief gezondheidsbeleid zal worden versterkt om daarmee de gezondheid van de samenleving te bevorderen en de druk op de curatieve zorg waar mogelijk te verlagen.
In het GALA maken het rijk, gemeenten en verzekeraars afspraken over hoe preventief gezondheidsbeleid kan worden versterkt en duurzaam kan worden geborgd. Om de doelen van het GALA te kunnen bereiken staan de volgende thema’s centraal: 1. Het terugdringen van gezondheidsachterstanden; 2. Het bevorderen van de inrichting van een gezonde sociale en fysieke leefomgeving; 3. Het versterken van de sociale basis in wijken en buurten; 4. Het bevorderen van een gezonde leefstijl; 5. Het versterken van de mentale gezondheid van de inwoners;
15
6. Het ondersteunen van de inwoners bij het vitaal ouder worden. 16 Voor de financiering van de activiteiten die voortkomen uit het IZA en het GALA, is er per 2023 een brede specifieke uitkering (Brede SPUK). Een aantal uitkeringen van het rijk voor gezondheid, sport en bewegen, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis worden gebundeld in deze SPUK. Door deze SPUK kan er een aanvraag worden ingediend over meerdere thema’s, wat uiteindelijk moet leiden tot het verbeteren van de gezondheid in brede zin, actieve deelname aan cultuur en het sport- en beweeggedrag van alle inwoners in Nederland. Deze regeling richt zich op de volgende thema’s en programma’s: Sport en bewegen 1. Brede Regeling Combinatiefunctionarissen (BRC) 2. Lokale uitvoering sportakkoorden Gezondheid 3. Terugdringen gezondheidsachterstanden (voorheen Gezond In De Stad) 4. Kansrijke Start 5. Aanpak Overgewicht 6. Aanpak Valpreventie 7. Lokale en regionale aanpak preventie (o.a. coördinerende werkzaamheden) 8. Mentale Gezondheid 9. Leefomgeving 10. Alcoholpreventie Sociale basis 11. Versterken sociale basis 12. Mantelzorg en informele zorg 13. Eén tegen eenzaamheid 14. Welzijn op Recept Er wordt periodiek een plan van aanpak ingediend bij het rijk waarin wordt beschreven wat de gemeente met de brede SPUK zal gaan doen.17
4.2 Lokale ontwikkelingen Een aantal lokale maatschappelijke ontwikkelingen en trends zijn van belang bij beleidsontwikkeling voor de maatschappelijke ondersteuning in Drechterland. a. Demografische gegevens Drechterland Drechterland heeft 19.983 inwoners (CBS, 2022)18, waarvan 8.384 huishoudens. Van de 19.983 inwoners zijn 5.691 inwoners in de leeftijd van 45-65 jaar (28,5%), en 4.448 inwoners ouder dan 65 jaar (22,3%). Daarvan is 9,4% in de leeftijd van 75 jaar en ouder. (bron: https://gezondnhn.nl/dashboard/dashboard/bevolking)
16
06-integraal-zorgakkoord-en-gezond-en-actief-leven-akkoord.pdf (vng.nl)
17 Budget beschikbaar in aanloop naar brede SPUK | VNG
18
https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-bevolking/regionaal/inwoners
16
b. Toenemende vergrijzing Een belangrijke doelgroep die gebruik maakt van de Wmo zijn de oudere inwoners van Drechterland. Belangrijk is om daarbij te realiseren dat veel van de ouderen die in Drechterland wonen de gemeente hebben gevormd naar hoe het nu is. En zij zijn vaak nog lange tijd actief: als vrijwilliger, als betrokken buurman/vrouw, mantelzorger, maatje of grootouder. De bijdrage die ouderen aan onze gemeente leveren, is van onschatbare waarde en biedt een rijkdom aan kennis, ervaring. We zien de vergrijzing daarom ook als kans. Met veel van de oudere inwoners van Drechterland gaat het goed. Veel oudere inwoners leiden een goed leven, ontmoeten anderen en zijn maatschappelijk actief. De groeiende groep ouderen kan zich in de derde levensfase in onze gemeente verder ontplooien. Hun kennis, ervaringen en inzet zijn belangrijk. De groep ‘nieuwe ouderen’ is meer divers dan voorheen. Ouderen blijven langer actief en gezond.
https://gezondnhn.nl/dashboard/dashboard/bevolking (CBS, 2022)
17
Prognose toename aantal 80-plussers in procenten in de Westfriese gemeenten 2017-2040
Bron: platform 31, via ZZWW, 18 november 2022.
c. Stijging vraag Wmo ondersteuning Landelijk is de afgelopen jaren een stijging van vraag naar ondersteuning zichtbaar, dat geldt ook voor Drechterland. Uit het Wmo-voorspelmodel blijkt dat het percentage inwoners dat gebruik maakt van de Wmo in 2026 naar verwachting met 17% zal zijn gestegen ten opzichte van 2021. Wmo gebruikers Verschil met 2021 Aandeel binnen gemeente 65-plussers Inwoners binnen gemeente
2021 1.275 0% 6% 4.317 19.838
2022 1.330 4% 7% 4.467 19.983
2023 1.366 7% 7% 4.535 19.900
2024 1.414 11% 7% 4.645 20.000
2025 1.456 14% 7% 4.732 20.000
2026 1.497 17% 7% 4.818 20.000
Bron: Wmo voorspelmodel, https://wmovoorspelmodel.vng.nl/
d. Toename van het aantal kwetsbare inwoners Met de komst van de Wmo in 2015 wordt in toenemende mate een beroep gedaan op de zelfredzaamheid van mensen en hulp van hun omgeving. Tegelijkertijd zien we ook dat het aantal kwetsbare mensen waarvoor de gemeente binnen de Wmo verantwoordelijk is toeneemt.19 e. Stijging vraag Wmo Begeleiding Door extramuralisering is de afgelopen jaren een toename te zien van ambulante Wmo Begeleiding thuis. Daar waar psychisch kwetsbare inwoners voorheen een beroep konden doen op ondersteuning/begeleiding intramuraal, zien we een toename van psychisch kwetsbare inwoners die thuis wonen met ambulante Wmo Begeleiding. Deze mensen krijgen een maatwerkvoorziening bestaande uit een arrangement. Dit arrangement behelst de noodzakelijke hulp bij het zelfstandig wonen en maatschappelijke participatie en bestaat uit een mix van huishoudelijke hulp, ambulante begeleiding en/of dagbesteding. f. Toename van aantal complexe ondersteuningsvragen Naast een toename van het aantal inwoners dat een beroep doet op Wmo-voorzieningen zien we ook een toename van het aantal inwoners met complexe(re) ondersteuningsvragen.
19
https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2021/05/31/voorzieningen-in-3d
18
Daarbij gaat het niet om de complexiteit van de ondersteuningsvragen maar ook gestapelde zorg of inwoners met meerdere indicaties. g. Passende zorg en ondersteuning – behoefte aan passende woonruimte De maatschappelijke ontwikkelingen vragen niet alleen om het regelen van voldoende en passende zorg en ondersteuning, maar ook van voldoende geschikte woningen. In de regio Westfriesland is een grote behoefte aan kleinschalige betaalbare woonruimte. De woonruimte is dan bedoeld voor de ouderen die wellicht kleiner willen gaan wonen, maar ook voor jongeren, mensen die uit een woonvoorziening als Beschermd Wonen uitstromen en jongeren die in een jongerenvoorziening gehuisvest zijn en vanwege het bereiken van de volwassen leeftijd aangewezen zijn op een eigen woning. Een ander deel van de beschikbare woningvoorraad is bestemd voor de doelgroep inburgeraars. h. Kansen We kunnen deze trends en maatschappelijke ontwikkelingen niet tegengaan, maar er wel zo goed als mogelijk op inspelen. De ontwikkelingen bieden namelijk ook kansen. De nieuwe generatie ouderen is bijvoorbeeld in het algemeen hoger opgeleid, welvarender, mobieler en actiever dan de eerdere generatie ouderen. Zij willen gezond en vitaal oud worden, het liefst zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving.
19
5. Centrale inhoudelijke thema’s Wmo-beleidskader Om onze ambitie van een inclusieve samenleving vorm te geven, benoemen we een aantal centrale thema’s die de basis vormen van onze voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning. Deze uitgangspunten en thema’s zijn niet nieuw en ook terug te vinden in de Meerjarenvisie 2020-2024 ‘Thuis in Drechterland’ en ‘Pact 7.1 Westfriesland’. Ook zijn deze terug te vinden in verschillende (deel)beleidsnota’s en notities. De belangrijkste centrale thema’s zijn: 1. Inclusie 2. De gemeente en Team Inzet 3. Een sterke basis 4. Clientondersteuning 5. Mantelzorgondersteuning 6. Vrijwillige inzet 7. Wonen en zorg 8. Positieve gezondheid 9. Jeugd en Wmo 10. Aanvullende ondersteuning voor wie dat nodig heeft 11. Een vangnet voor kwetsbare inwoners 12. Samenwerking met zorgverzekeraars 13. Een veilig thuis Per thema benoemen we: - Wat willen we bereiken? - Wat doen we hier al voor? - Waar zetten we nog meer op in?
20
5.1 Inclusie (inclusieagenda) In de Wet maatschappelijke ondersteuning is opgenomen dat de gemeente in haar beleidskader opneemt hoe zij uitvoering geeft aan het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Inclusie gaat hand in hand met het VN Verdrag Handicap.20 Iedereen telt mee in de gemeente Drechterland. We streven naar een toegankelijke en inclusieve gemeente. Het doel is dat iedereen zoveel mogelijk naar wens en vermogen mee kan doen en zonder beperkingen kan bewegen, ontwikkelen en genieten. Hierbij houden we er rekening mee dat iedereen gelijkwaardig is. Dat betekent niet dat iedereen gelijk is. Wij waarderen de verschillen tussen mensen. Ook gaan we er van uit dat mensen keuzes hebben. Als we zeggen ‘iedereen doet mee’ betekent dit, dat iedereen meedoet voor zover hij dat kan en wil. Juist omdat we rekening houden met de verschillen tussen mensen. Onze ambitie is om een toegankelijke en inclusieve gemeente te worden waar iedereen kan meedoen en waar niemand gediscrimineerd of uitgesloten wordt. Hierbij houden we niet alleen rekening met de groep mensen met een beperking, maar ook andere groepen die om verschillende redenen worden uitgesloten van volwaardige deelname aan de samenleving, denk aan minimuminkomen, schulden, leeftijd, etnische herkomst, seksuele oriëntatie of genderidentiteit.
We willen een inclusieve gemeente zijn, voor mensen met en zonder handicap, beperking of kwetsbaarheid. Meedoen op school, de arbeidsmarkt, bij clubs en verenigingen, of in de buurt. Ook zien we graag dat iedereen een gewaardeerde rol vervult en een bijdrage levert op basis van zijn of haar eigen interesses en talenten. Inwoners voelen zich geaccepteerd en horen erbij. Iedereen heeft dezelfde rechten en heeft de regie over zijn of haar eigen leven. Verschillen worden gezien als mogelijkheden in plaats van als problemen waar een oplossing voor moet worden gezocht. Iedereen is immers anders. Alles begint bij bewustwording en dat doen we samen; gemeente en inwoners. Weten dat iedereen recht heeft om mee te doen. Drechterland wil verbeteringen in de toegankelijkheid van gemeentelijke panden en publieke voorzieningen faseren. a. Wat willen we bereiken? Het realiseren van verbeteringen voor mensen die uitgesloten worden door zichtbare of niet zichtbare beperkingen. b. Wat doen we hier al voor? De werkgroep Toegankelijkheid van de Adviesraad Samenleving Drechterland speelt een rol bij het signaleren van beperkingen in de toegankelijkheid van openbare gebouwen en de openbare ruimte. Er is een richtlijn fysieke toegankelijkheid openbare ruimte en een richtlijn fysieke toegankelijkheid gebouwen.
De werkgroep wordt samen met andere stakeholders voorafgaand aan projecten in de openbare ruimte betrokken bij de inspraak. Ook heeft Ongehinderd in de zomer van 2022 de 38 gebouwen getoetst op toegankelijkheid, waaronder het gemeentehuis, de bibliotheek, de kinderboerderij, de kerk en de molen. Op de website en in de app van ‘Ongehinderd’ wordt voor gebruikers duidelijk wat ze kunnen verwachten aan toegankelijkheid in de gebouwen. c. Waar zetten we nog meer op in? We gaan samen, gemeente, inwoners en andere belanghebbenden in 2023 een eigen lokale inclusie agenda ontwikkelen, waarmee we de basis leggen van inclusief beleid in onze gemeente. Nederland heeft in juli 2016 het VN-Verdrag rechten voor mensen met een handicap geratificeerd. Het VN-Verdrag heeft als doel de positie van mensen met een handicap (beperking) te verbeteren. Het VN-Verdrag wordt gewaarborgd door de lokale inclusie agenda. De Rijksoverheid heeft elke gemeente opgelegd om een lokale inclusie agenda op te stellen. 20
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/rechten-van-mensen-met-een-handicap/positie-mensen-met-een-beperking-verbeterenvn-verdrag-handicap
21
Het motto van de lokale inclusie agenda is: ‘niets over ons, zonder ons’. Dat houdt in dat de lokale inclusie agenda wordt opgesteld met burgers en/of werkgroepen. Het woord ‘inclusie’ is een containerbegrip. In de breedste zin van het woord gaat het erom dat niemand wordt gediscrimineerd of wordt uitgesloten in de samenleving. Hierin herkennen we twee groepen: niet-zichtbare beperking en zichtbare beperking. Wanneer we spreken van niet-zichtbare beperking, dan gaat het over inwoners met een minimuminkomen, schulden, seksuele oriëntatie of bijvoorbeeld een verstandelijke beperking, psychische beperking of een aan autisme verwante stoornis. Wanneer we spreken van zichtbare beperking, dan spreken we over mensen een fysieke beperking. Hierbij kan gedacht worden aan de toegankelijkheid van bijvoorbeeld openbare gebouwen. De lokale inclusie agenda beschrijft specifiek op welke punten de gemeente aandacht besteedt als het gaat om (niet)zichtbare beperking. Op die manier waarborgt de gemeente een inclusieve samenleving. Verder is het doel dat bewoners, gemeente en partners bewust worden van de pijnpunten die er op dit moment zijn als het gaat om een ‘inclusieve samenleving’. De doelstellingen voor de lokale inclusie agenda zijn: -
De positie van inwoners met zichtbare en niet zichtbare beperking verbeteren; Zorgen voor bewustwording en verantwoordelijkheid dragen voor een ‘inclusieve samenleving’.
De speerpunten die zijn voortgekomen uit het onderzoek van Ongehinderd en gesprekken met de werkgroep Toegankelijkheid, onderdeel van de adviesraad Sociaal Domein, zijn als volgt: - Bereikbaarheid: de ruimtelijke omgeving en het openbaar vervoer moet zo ingericht zijn dat iedereen zo zelfstandig mogelijk overal kan komen; - Bruikbaarheid: gebouwen, diensten en voorzieningen moeten door iedereen zo zelfstandig mogelijk gebruikt kunnen worden; - Begrijpelijk: informatie moet voor iedereen beschikbaar en te begrijpen zijn. Dit zijn de speerpunten waar we waarschijnlijk op gaan focussen, maar deze toetsen we nog bij inwoners die belemmeringen ervaren in het meedoen in de samenleving. Ook het verdere traject van het opstellen van de lokale inclusie agenda doen we samen met belanghebbenden via burgerparticipatie. Het doel van burgerparticipatie is tot een coproductie te komen in de vorm van de lokale inclusie agenda. In een gezamenlijk gesprek komen het bestuur en burgers tot een gezamenlijke probleemagenda, waarna gezamenlijk naar oplossingen wordt gezocht. Bij burgerparticipatie is het onmogelijk te streven naar een volledige representatie van de bewoners. Wij streven naar een zo goed mogelijke afspiegeling van de gemeente. Zodat de opvattingen van belangrijke groepen in de samenleving bij de besluitvorming worden betrokken.
Een coproductie met burgers kan in verschillende vormen en intensiviteit, maar de voorkeur gaat uit naar het werkatelier. In een werkatelier komen bewoners samen met ambtenaren, deskundigen en specifiek belanghebbenden bijeen. In de werkbijeenkomsten gaan zij gezamenlijk beleidsplannen op een specifiek terrein bedenken en uitwerken (Leyenaar, 2009).21
21
https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/78585/78585.pdf
22
5.2 Team Inzet a. Wat willen we bereiken? Een goed functionerende toegang ook als middel om een verschuiving van specialistische hulp naar laagdrempelige ondersteuning en preventie te realiseren en daarbij inwoners met een hulpvraag zo snel mogelijk, dicht bij huis en ‘op maat’ de ondersteuning bieden die zij nodig hebben. b. Wat doen we hier al voor? Iedere inwoner van Drechterland met een hulp- of ondersteuningsvraag kan zich melden bij onze gemeente. Hier vindt een korte uitvraag plaats van de hulpvraag, waarna de inwoner doorverwezen wordt naar een algemene voorziening of er komt een gesprek met een professional (consulent) om de hulpvraag uitgebreid in kaart te brengen, waarna mogelijk een beschikking wordt afgegeven voor specialistische (jeugd)ondersteuning. Enkelvoudige aanvragen en aanvragen waarvan duidelijk is dat specialistische inzet nodig is, worden door de consulenten afgehandeld. Bij meervoudige of complexe problematiek wordt ook afgestemd bij Team Inzet of kan doorverwezen worden naar Team Inzet. Als Team Inzet ambulante hulpverlening kan bieden, dan hoeft er door de gemeente geen (maatwerk)voorziening te worden ingezet.
In de verordeningen voor zowel de Jeugdwet als de Wmo is aangegeven dat Team Inzet als algemene voorziening de eerste aangewezen hulpvorm is, voordat een aanvraag voor individuele specialistische hulp toegekend wordt op grond van de Jeugdwet of Wmo. Bij een eventuele aanvraag of melding zal altijd eerst gekeken worden of de hulpvraag middels hulp van Team Inzet kan worden opgelost. Team Inzet is als het ware gepositioneerd tussen de eerstelijns en de tweedelijns zorg, de zogenaamde anderhalve-lijn. Inwoners hebben niet rechtstreeks toegang tot de hulp. Een aanmelding bij het team kan via de betrokken hulpverlener of professional, zoals een maatschappelijk werker, het onderwijs, de jeugdverpleegkundige, welzijnsorganisaties, huisartsen, etc. Het team richt zich bij een stapeling van hulpvragen van cliënten op onder andere de volgende leefgebieden: maatschappelijke zelfredzaamheid, financieel functioneren, dagbesteding/werk, vrije tijd, onderwijs, sociaal/relationeel functioneren, lichamelijk functioneren en psychisch/pedagogisch functioneren. Er is veel kennis op het gebied van veiligheidsvraagstukken en multiprobleem-gezinnen. In de situatie dat Team Inzet geen hulpverlening kan bieden, vindt er zo nodig en als mogelijk een toeleiding plaats naar een (maatwerk)voorziening vanuit de Wmo.
Vanuit de preventiegedachte is er in 2021 samenwerking gezocht met verschillende organisaties. Er is gewerkt aan een uitbreiding van een lokale aanpak door expertise in het lokale veld toe te voegen. Deze is aanvullend op de deskundigheid van Team Inzet. Voorbeelden hiervan zijn onder andere: -
Buurtgezinnen; zij werken met vrijwilligers rondom overbelaste gezinnen. Gezinnen die het zwaar hebben (vraaggezinnen) worden door een lokale coördinator gekoppeld aan een stabiel gezin in de buurt (steungezin). Op laagdrempelige, gelijkwaardige en alledaagse wijze krijgen kinderen wat extra aandacht en worden ouders ontlast.
-
Home-start; dit is een erkend opvoedingsondersteuningsprogramma (NJI april 2019), waarbij vrijwilligers uit de omgeving van het gezin betrokken worden om te helpen bij de opvoeding van kinderen.
-
Mediation; zij bieden ouders die in een scheiding liggen ondersteuning door hen zorgvuldig op praktisch, juridisch en financieel gebied te adviseren. Daarnaast is er 23
aandacht voor en ondersteuning bij een individuele of gezins- (psychische, sociale, emotionele) hulpvraag, welke door Team Inzet opgepakt wordt. c. Waar zetten we nog meer op in? Gemeentelijke toegang naar zorg Het is onze ambitie om vanuit deze toegang ook de aansluiting naar andere voorzieningen uit het sociaal domein als schuldhulpverlening, werk en inkomen en bijzondere bijstand te stroomlijnen. We richten ons op preventie, signalering, vraagverheldering en kortdurende en lichte ondersteuning. Ondersteuning op maat, dicht bij de inwoners en in de buurt, versterken van eigen kracht en de inzet van het sociale netwerk vormen de basis. Als meer of langduriger ondersteuning nodig is zorgen zij dat deze wordt ingezet. Dat kan zijn in de vorm van collectieve oplossingen, individuele ondersteuning of specialistische hulp. Er wordt intensief samengewerkt met professionals en vrijwilligers. We kijken hierbij ook naar de wijze waarop de toegang is ingericht. Doorontwikkeling Team Inzet Team Inzet wordt doorontwikkeld; de hulpverlening in de eerste lijn wordt versterkt. Wanneer Team Inzet kortdurende hulp kan inzetten is een doorverwijzing naar een maatwerkvoorziening of individuele voorziening niet noodzakelijk. Deze doorontwikkeling hangt samen met de ontwikkeling van de lokale toegang van de gemeente.
Ook willen we een sterkere verbinding tussen het sociale domein en de gezondheidzorg, door het inzetten op een betere samenwerking met huisartsen.
24
5.3 Een sterke basis De basis wordt gevormd door de inwoners, mantelzorgers en vrijwilligers. Daarnaast zijn er allerlei algemene voorzieningen, zoals welzijnswerk, mantelzorgondersteuning, ontmoetingsactiviteiten, algemeen maatschappelijk werk en vrijwilligers. Het gaat om laagdrempelige activiteiten die de sociale samenhang bevorderen, eenzaamheid tegengaan en ertoe bijdragen dat mensen zich zoveel mogelijk zelf kunnen redden en mee kunnen doen. Daarnaast zijn de locaties waarin activiteiten plaatsvinden van belang als het gaat om algemene voorzieningen, bijvoorbeeld de dorpshuizen. Hier zal naar verwachting steeds meer gebruik van worden gemaakt door de groeiende groep ouderen in de gemeente. a. Wat willen we bereiken? Versterken van de sociaal-culturele basis infrastructuur om de zelfredzaamheid van inwoners te versterken. Hierdoor hoeft relatief minder vaak gebruik te worden gemaakt van maatwerkvoorzieningen. b. Wat doen we hier al voor? Onze welzijnsorganisatie MEE & de Wering organiseert samen met andere (zorg) organisaties activiteiten om de participatie van (kwetsbare) doelgroepen te verhogen. Het welzijnswerk zetten we in om snel en proactief in te kunnen spelen op de veranderingen in de samenleving: meer focus op kwetsbare doelgroepen, meer verbinden in de buurt, meer inspelen op ontwikkelingen om mensen in staat te stellen langer zelfstandig thuis te wonen.
We faciliteren maatschappelijke voorzieningen (verenigingen, wijken, bibliotheken, dorpshuizen, zwembaden, e.d.) en initiatieven, die ontmoeting stimuleren, aansluiten bij de behoefte en vraag van inwoners en die bovendien laagdrempelig en goed (fysiek) toegankelijk zijn. De gemeente Drechterland zet reeds in op preventie. Er wordt ingezet op het (vroeg) signaleren van diverse problematiek (eenzaamheid, huiselijk geweld, armoede, etc.) door middel van een outreachende medewerker die proactief de wijk in gaat. Outreachend werken houdt in dat er wordt gewerkt buiten de eigen organisatie en binnen de leefwereld van maatschappelijk kwetsbare mensen. Het gaat om een actieve manier van contact leggen met mensen die daar niet altijd zelf om vragen. Het gaat veelal om aspecten die te maken hebben met kwaliteit van leven, het versterken van de zelfredzaamheid en het versterken van de eigen regie. De opgehaalde signalen worden teruggekoppeld en weggezet in het netwerk van voorzieningen en andere disciplines binnen zorg en welzijn. De medewerker werkt samen met andere (zorg)professionals. De gemeente Drechterland heeft in 2019 het predicaat ‘dementievriendelijke gemeente’ behaald.
We blijven hierop inzetten door het vergroten van de kennis over (herkennen van en omgaan met) dementie binnen de gemeenschap, zodat mensen met dementie in onze samenleving prettig én veilig kunnen leven, met als doel hen zo lang mogelijk mee te laten doen in de maatschappij. Ook worden er door WonenPlus preventieve huisbezoeken aangeboden bij inwoners vanaf tachtig jaar. De preventieve huisbezoeker is ervaren en heeft een speciale opleiding gevolgd, waardoor deze de inwoners op een duidelijke en onafhankelijke manier kan informeren over zaken die voor de inwoner van belang zijn. Daarnaast zetten we in op het eerder signaleren en bestrijden van eenzaamheid. Hiervoor is een steunpunt eenzaamheid opgericht, waar signalen worden opgevangen en worden uitgezet in het netwerk van partners. Samenwerkingen tussen verschillende netwerkpartners is hierin erg belangrijk.
25
c. Waar zetten we nog meer op in? De aansluiting tussen het sociaal domein en het medisch domein wordt steeds belangrijker. We willen gaan inzetten op Welzijn op Recept (WoR). In een gemiddelde huisartsenpraktijk worden ongeveer 20% van de consulten besteed aan patiënten met psychosociale klachten waarvoor geen medische oorzaak kan worden gevonden. Deze groep patiënten heeft meer baat bij het verbeteren van het welbevinden en versterken van de veerkracht dan bij medicatie of medische zorg. Welzijn op Recept is een alternatief voor mensen met psychosociale klachten. In plaats van het ‘traditionele pilletje’ voor te schrijven, verwijst de huisarts deze patiënten door naar welzijnswerk. Welzijn op Recept is in hoge mate ook een vorm van integrale zorg. Integrale zorg is een andere manier van organiseren waarbij de patiënt/inwoner en zijn hele leven centraal staat. Voor Welzijn op Recept betekent dit dat zorg en welzijn nauw met elkaar samenwerken om samen de juiste zorg te kunnen leveren.
26
5.4 Cliëntondersteuning De onafhankelijke cliëntondersteuning is geregeld in de Wmo 2015. Artikel 1.1.1. van de Wmo 2015 definieert cliëntondersteuning als: "Onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen." Daarmee is in één wet de cliëntondersteuning voor het gehele sociale domein (dus ook voor de Jeugdwet en de Participatiewet) én andere levensgebieden zoals schuldhulpverlening, onderwijs, gezondheidszorg, wonen, werk en inkomen bepaald. De Wmo regelt de cliëntondersteuning bij de toeleiding tot de poort van Wlz (CIZ, zorgkantoor). Vanaf het moment dat een Wlz-indicatie is afgegeven, wordt de cliëntondersteuning vanuit de Wlz geregeld. a. Wat willen we bereiken? Inwoners met een hulpvraag kunnen zich laten bijstaan door de onafhankelijke cliëntondersteuning. Deze vorm van ondersteuning is goed toegankelijk en inwoners weten waar ze de onafhankelijke cliëntondersteuning kunnen vinden. De ondersteuner helpt inwoners met het uitvragen van de behoefte aan hulp en ondersteuning en verwijst de inwoners dan door naar de juiste vorm van hulp.
Eventueel wordt geholpen met de eerste contacten met de juiste hulpverlening. Als de onafhankelijke cliëntondersteuning goed bereikt kan worden door inwoners, zal dat de druk verminderen op de ambtelijke capaciteit. Mogelijk worden inwoners via “netwerkgesprekken” geholpen en kunnen zij weer op eigen kracht verder zonder beroep op professionele ondersteuning. Anderzijds worden zij direct verwezen naar de goede professionele ondersteuning. b. Wat doen we hier al voor Er zijn verschillende aanbieders in Drechterland die zich richten op specifieke doelgroepen zodat elke cliënt een ondersteuner kan vinden die bij hem past. Voor deze vorm van ondersteuning is geen indicatie nodig. Een ondersteuningstraject is in principe maximaal acht uur. Mocht het zo zijn dat door complexiteit meer uren nodig zijn voor een casus, dan kan toestemming gegeven worden voor uitbreiding van uren om zo de hulpvraag goed in kaart te brengen. Als cliënten een melding doen bij de gemeente voor de Wmo wordt in de ontvangstbevestiging gewezen op de kosteloze inzet van de cliëntondersteuners. Cliënten en hun mantelzorgers kunnen zich dan laten bijstaan in het traject rondom de melding, onderzoek/keukentafelgesprek en het doen van een aanvraag op grond van de Wmo. Ook kan de cliëntondersteuning helpen bij het oriënteren op en het indienen van een bezwaarschrift. c.