Voorjaarsnota 2026 en Kadernota 2027 tm 2030 definitief
Tekst van het document
Voorjaarsnota 2026 en Kadernota 2027 t/m 2030
Inhoudsopgave
Inleiding ........................................................................................................................................................2 Beslispunten .................................................................................................................................................6 Uitgangspunten begroting 2027 ....................................................................................................................7 Beleidsontwikkelingen ..................................................................................................................................9 Programma 1 Bestuur en dienstverlening .................................................................................................9 Programma 2 Ruimte ..............................................................................................................................11 Programma 3 Samenleving ....................................................................................................................16 Maatschappelijke effecten en de SROI ...................................................................................................23 Voorjaarsnota 2026 ....................................................................................................................................24 Programma 1 Bestuur en dienstverlening
...............................................................................................26 Programma 2 Ruimte ..............................................................................................................................27 Programma 3 Samenleving .....................................................................................................................32 Kadernota 2027-2030 .................................................................................................................................38 Programma 1 Bestuur en dienstverlening ...............................................................................................40 Programma 2 Ruimte ..............................................................................................................................42 Programma 3 Samenleving .....................................................................................................................46 Investeringen ..............................................................................................................................................49 Reserves en voorzieningen ........................................................................................................................52 Subsidieplafond
..........................................................................................................................................53
1
Inleiding Met deze Voorjaarsnota 2026 en Kadernota 2027-2030 geven wij inzicht in de financiële situatie van onze gemeente voor de komende jaren. Deze nota verschijnt in een periode van bestuurlijke overgang. Na de gemeenteraadsverkiezingen wordt gewerkt aan een nieuwe coalitie en een nieuw college-uitvoeringsprogramma. Daarom houden wij deze kadernota bewust beleidsarm. We laten ruimte voor nieuwe beleidskeuzes. Het is aan het nieuwe bestuur om eigen invulling en richting te geven aan de toekomst van onze gemeente. Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk om een helder en realistisch beeld te geven van onze financiële positie. De komende jaren staan de gemeentelijke financiën onder druk. De meerjarige ontwikkeling laat een oplopend tekort zien. Structureel evenwicht is daarmee niet vanzelfsprekend en vraagt om scherpe keuzes op termijn. Met name binnen het sociaal domein blijven de uitdagingen groot. De kosten voor jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning stijgen door een groeiende vraag naar hulp en door hogere prijzen, terwijl de compensatie vanuit het rijk niet in verhouding meegroeit. Ook ontwikkelingen zoals inflatie, personeelstekorten en steeds complexere hulpvragen hebben invloed op onze uitgaven. Daarnaast bestaat er nog onzekerheid over toekomstige bijdragen van het Rijk.
Er wordt gesproken over extra maatregelen voor gemeenten, maar op dit moment is nog niet duidelijk wat dit precies betekent. Daarom kiezen wij ervoor om voorzichtig, realistisch en verantwoord te begroten. Ondanks deze uitdagingen blijven wij werken aan een gezonde financiële basis. Wij sturen actief op onze financiële positie en maken bewuste keuzes om onze gemeente ook op de lange termijn financieel sterk te houden. Daarbij versterken wij waar mogelijk onze reserves en treffen wij voorzieningen voor toekomstige onderhoudsopgaven en risico’s. Tegelijkertijd zetten wij, waar nodig, een deel van de algemene reserve in om de begroting (tijdelijk) sluitend te houden. Daarmee creëren wij rust en stabiliteit, terwijl we blijven werken aan structurele oplossingen voor de toekomst. In lijn met het advies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten kiezen wij er op dit moment voor om niet vooruit te lopen op ingrijpende bezuinigingen. Eerst willen wij meer duidelijkheid over landelijke ontwikkelingen en de financiële gevolgen daarvan voor gemeenten. De onzekerheid over toekomstige inkomsten en uitgaven vraagt ook om flexibiliteit. Daarom zijn ontwikkelingen voor de jaren na 2027 nog niet volledig verwerkt. Zo kunnen wij nieuwe inzichten en landelijke besluiten zorgvuldig meenemen in toekomstige begrotingen.
Deze aanpak helpt ons om wendbaar te blijven en verantwoord om te gaan met veranderingen. Met deze voorjaarsnota en kadernota bieden wij een transparant en realistisch financieel perspectief. Tegelijkertijd geven wij het nieuwe bestuur de ruimte om eigen keuzes te maken en prioriteiten te stellen binnen de financiële kaders die nu zichtbaar zijn. Zo bouwen wij verder aan een financieel gezonde gemeente die voorbereid is op de uitdagingen van de toekomst.
2
Financieel beeld Voorjaarsnota 2026 en Kadernota 2027-2030 Mutaties ten laste van het begrotingsresultaat tot en met april 2026
Begrotingsresultaat primitieve begroting 2026 - Herstelwerkzaamheden DTS (raad 29-09-2025) - Doorontwikkeling regionale samenwerking (raad 16-02-2026)
Begrotingsresultaat
2026 271
2027 25
2028 -1.500
2029 -1.383
2030 -1.252
-4 -8
-4 0
-4 0
-4 0
-4 0
260 22 -1.504 -1.387 -1.256 voordelig voordelig nadelig nadelig nadelig
* onder voorbehoud van vaststelling door de Raad
Er zijn voor de Voorjaarsnota 2026 en de Kadernota 2027-2030 diverse mutaties aangeleverd. Na doorrekening hiervan ziet het begrotingsresultaat er als volgt uit. Zie onderstaande tabel. Als gevolg van de mutaties die zijn aangeleverd bij deze Voorjaarsnota en de Kadernota is er voor de jaren 2026 tot en met 2030 sprake van een nadelig resultaat. Begrotingsresultaat na verwerking mutaties Kadernota 2026-2030 2026
2027
2028
2029
2030
260
22
-1.504
-1.387
-1.256
- Mutaties voorjaarsnota 2026 - Mutaties kadernota 2027 e.v.
-1.852 0
-177 -1.168
94 -1.023
-741 -1.302
-589 -2.160
Begrotingsresultaat
-1.593 -1.323 -2.433 -3.429 -4.005 nadelig nadelig nadelig nadelig nadelig
Begrotingsresultaat bijgestelde begroting 2026
3
Structureel en reëel evenwicht Structureel evenwicht Er moet sprake zijn van structureel financieel evenwicht. Dit geldt per jaarschijf. Hiervan is sprake als de structurele lasten ten minste gedekt worden door structurele baten. Een begroting in structureel evenwicht is een van de uitgangspunten om onder repressief toezicht te vallen. Repressief toezicht betekent dat een gemeente zonder voorafgaande goedkeuring van de provincie de begroting en begrotingswijzigingen kan uitvoeren. Reëel evenwicht Een reëel evenwicht houdt in dat de ramingen volledig, realistisch en haalbaar zijn.
2026
2027
2028
2029
2030
Saldo baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
-3.492 1.900 -1.593 438
-1.653 330 -1.323 684
-3.330 896 -2.433 0
-2.711 -718 -3.429 0
-4.505 500 -4.005 0
Structureel begrotingssaldo
-1.155 nadelig
-639 nadelig
-2.433 nadelig
3.429 nadelig
-4.005 nadelig
4
Ontwikkeling algemene reserve Conform uw wens presenteren wij bij elk planning- en controldocument de stand van zaken van de Algemene reserve voor het lopende jaar en de meerjarige ontwikkeling hiervan. Alle genomen besluiten tot en met april 2026 zijn verwerkt. 2026 stand 1-1-2026 * storting onttrekking stand 31-12-2026 vrij besteedbaar
13.808
Stortingen Saldo Jaarrekening 2025 na resultaatbestemming
2.834
Onttrekkingen Eerste jaar afschrijving MFA Westwoud Vaarroute netwerk Saldo Overhevelingsbesluit 2026
-116 -17 -497
Begrotingsresultaat 2026: Primitieve begroting 2026 Herstelwerkzaamheden DTS Doorontwikkelen regionale samenwerking Saldo voorjaarsnota 2026
271 -4 -8 -1.852
Totaal
13.808
3.106
-2.495
14.420
* Betreft de stand per 31 december 2025 conform de Jaarstukken 2025
De meerjarige ontwikkeling ziet er als volgt uit. Daarbij is rekening gehouden met de resultaten van deze Voorjaarsnota en Kadernota.
Jaar 2026 2027 2028 2029 2030
stand 1-1 13.808 14.420 13.075 13.363 11.321
storting 3.106 0 1.218 0 0
Onttrekking * -2.495 -1.345 -930 -2.042 -2.749
4.324
-9.654
stand 31-12 14.420 13.075 13.363 11.321 8.572
* In de onttrekking en storting is meerjarig rekening gehouden met de begrotingssaldi over de periode 2026-2030 na vaststelling van de Kadernota 2026-2030
5
Beslispunten Wij stellen u voor: 1. In te stemmen met de uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2027; 2. In te stemmen met de voorgestelde mutaties die leiden tot aanpassing van de begroting 2026 en de voorgestelde mutaties te verwerken in de meerjarenraming 2027-2030; 3. In te stemmen met de gevraagde investeringsbudgetten; 4. In te stemmen met de mutaties voor de reserves en voorzieningen; 5. De punten 2 tot en met 4 via een begrotingswijziging te verwerken in de begroting 2026. 6. In te stemmen met het hernoemen van de bestemmingsreserve Hoogkarspel Zuid naar De Hooge Hout en de functie te veranderen naar een egalisatiereserve.
6
Uitgangspunten begroting 2027 De basis voor de begroting 2027 zijn de begrote budgetten zoals opgenomen in de meerjarenraming van de begroting 2026 en de mutaties vanuit de voorjaarsnota 2026 en kadernota 2027-2030. In de kadernota 2027-2030 wordt gerekend met de indexatie vanuit de meicirculaire 2026 en de kadernota’s van de gemeenschappelijke regelingen. Bij het opstellen van de begroting 2027 wordt de indexatie aangepast naar de septembercirculaire 2026 en worden de begrotingscijfers van de gemeenschappelijke regelingen verwerkt. Algemene prijsinflatie
Index septembercirculaire 2026
Inflatie voor Jeugd en WMO
Index septembercirculaire 2026
Inflatie voor loonontwikkelingen
Index septembercirculaire 2026
Rente op nieuwe investeringen
3,75%
Belastingen (waaronder OZB)
Index septembercirculaire 2026
Leges en vergunningen
Index septembercirculaire 2026 (kostendekkende tarieven)
Begrafenisrechten
Index septembercirculaire 2026 (kostendekkende tarieven)
Rioolheffing
PSWR incl. index septembercirculaire 2026 (kostendekkende tarieven)
Afvalstoffenheffing
HVC opgave (kostendekkende tarieven)
Budgetsubsidies
4,74%
Waarderings- en overige subsidies
10%
Algemene uitkering
Septembercirculaire 2026
Gemeenschappelijke regelingen
Begroting 2027 GR
7
Toelichting uitgangspunten Algemeen • Voor prijsgevoelige budgetten wordt rekening gehouden met een inflatiepercentage gebaseerd op de indexatie zoals die in de septembercirculaire 2026 is opgenomen. • Voor de budgetten van Jeugd en WMO wordt aangesloten bij de indexatie genoemd in de septembercirculaire. Meerjarig wordt hetzelfde percentage gebruikt. • De salarissen worden geïndexeerd vanuit de septembercirculaire. Rente • De rente op nieuwe investeringen wordt vastgesteld op 3,75%. Dit percentage is gebaseerd op het rentepercentage van een lening bij de BNG met een looptijd van 25 jaar. Mocht het rentepercentage ten tijde van het opstellen van de begroting 2027 afwijken, dan zal dat percentage als uitgangspunt worden genomen. Lokale heffingen • Voor de onroerendezaakbelastingen wordt uitgegaan van een opbrengststijging conform de indexatie die in de septembercirculaire is opgenomen. Dit is exclusief de areaaluitbreiding. • Voor de tarieven van leges en vergunningen wordt rekening gehouden met een indexatie zoals die in de septembercirculaire 2026 is opgenomen. • Voor de tarieven van de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt kostendekkende tarieven. Zodra de nieuwe kosten bekend zijn, die de HVC in 2027 bij de gemeenten in rekening gaat brengen, wordt aan de gemeenteraad een voorstel gedaan met betrekking tot de tarieven voor 2027.
• Voor de tarieven van de rioolheffing wordt aangesloten bij het Programma Stedelijk Water en Riolering inclusief de indexatie uit de septembercirculaire 2026. Subsidies • Voor budgetsubsidies wordt de indexatie toegepast die ook wordt gehanteerd voor gemeenschappelijke regelingen voor 2027. Hierbij wordt aangesloten bij de Financiële Uitgangspunten gemeenschappelijke regeling Noord-Holland Noord van de Regietafel GR’en NH-N. Uitgangspunt Regietafel voor 2027 is loonindexatie 8,4% (met een structurele inhaalindexatie van 2,7%), prijsindexatie 5,7% (met een inhaalindexatie van 3,2%). De inhaalindexatie wordt niet toegepast voor de subsidies. Daarbij wordt een gewogen gemiddelde gehanteerd waarbij de prijsindexatie voor 30% meeweegt en de loonindexatie voor 70%. Voor 2027 wordt dan een indexatie toegepast van 4,74% (8,4%-2.7% x 0,7) + (5,7%-3.2% x 0,3). Vanaf 2028 wordt ook structureel gerekend met 4,74%. • Voor de waarderingssubsidies komt éénmalig in 2027 een verhoging van 10%. Vervolgens worden de waarderingssubsidies om de 4 jaar geëvalueerd voor een indexering. Overige • De algemene uitkering voor 2027 wordt gebaseerd op de septembercirculaire 2026. In de algemene uitkering worden loon- en prijsontwikkelingen verwerkt op basis van de landelijke cijfers.
In de meerjarenraming van de algemene uitkering voor de jaren 2027 t/m 2030 wordt uitgegaan van het systeem van lopende prijzen. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met de compensatie voor loon- en prijsstijgingen in de jaren 2027 t/m 2030. • Voor de bijdrage aan de gemeenschappelijke regelingen (inclusief SED-organisatie) wordt aangesloten bij de bijdrage uit de begrotingen 2027 van de gemeenschappelijke regelingen.
8
Beleidsontwikkelingen Programma 1 Bestuur en dienstverlening Dienstverlening Dienstverlening in onze samenleving blijft in ontwikkeling: inwoners en ondernemers vragen steeds snellere en slimmere dienstverlening van ons. Er is sprake van een toenemende digitalisering en van landelijke standaarden (o.a. Common Ground, Wet digitale overheid, Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer). We hebben te maken met stijgende verwachtingen van inwoners en ondernemers rondom snelheid, transparantie en maatwerk en met complexere hulpvragen door maatschappelijke ontwikkelingen. Bovendien ligt er meer nadruk op inclusieve en begrijpelijke dienstverlening mede door de groei van online kanalen. Dit alles vraagt een actualisatie van de huidige visie op dienstverlening “Contact op Maat”.
Burgerzaken Het team Burgerzaken maakt een sterke transformatie door waarbij de eenvoudige zaken online gaan en het baliecontact complexer wordt. Inwoners hebben vaker complexe vragen die brede kennis en kunde vergen van de medewerkers. Daarnaast heeft Burgerzaken een steeds belangrijker rol in veiligheid en ondermijning gekregen. Zij bewaken via de Basisregistratie Personen (BRP) en de Burgerlijke Stand de 'papieren identiteit' van de mens. Juiste registratie in de BRP is cruciaal. Via de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) kan het team patronen signaleren die duiden op malafide praktijken (arbeidsuitbuiting, mensenhandel of fraude met sociale zekerheid). Complexere taken vragen meer capaciteit én meer expertise. Bovendien maakt de combinatie van een krappe arbeidsmarkt en een exponentiële toename in complexiteit het vinden van gekwalificeerd personeel een enorme opgave. Daarbovenop komt de uitstroom die de komende drie jaar ontstaat als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Deze ontwikkelingen tezamen vragen dat we vooruit moeten kijken naar de vraagstukken van de toekomst. In 2026 inventariseren we wat nodig is om toekomstbestendig te blijven. In 2027 willen we daar verder uitvoering aan geven.
Wat we nu al weten is dat opleiding en ontwikkeling en inzetten op interne doorstroom van KCC-medewerkers naar team Burgerzaken van groot belang zullen zijn voor een kwalitatief goede bezetting in de toekomst.
Regionale samenwerking Op gebied van regionale samenwerking wordt er in 2027 uitvoering gegeven aan het Pact van Westfriesland 2025-2035, aan de hand van het in 2026 vastgestelde uitvoeringsprogramma. Naast de projecten die al onder het vorige Pact gedraaid werden, zal er ook ingezet worden op nieuwe projecten, bijvoorbeeld rondom agri & food, aansluitend op het nieuwe speerpunt in het herijkte Pact van Westfriesland ten opzichte van het vorige. Daarnaast zal de in 2026 nieuw aangestelde regiogriffier werk maken van de doorontwikkeling van de regionale raadsledenbijeenkomsten en daarmee een sterkere positionering van gemeenteraden binnen het Pact van Westfriesland faciliteren. Ook worden de definitieve documenten Ontwikkelperspectief NoordHolland Noord en de Ruimtelijke Agenda Westfriesland begin 2027 opgeleverd. Hierin zijn de regionale ruimtelijke opgaven inzichtelijk gemaakt en zullen een leidraad vormen over hoe we op Westfries niveau en Noord-Holland Noord niveau de ruimte met elkaar goed inrichten en benutten.
9
Archief Strategische ontwikkelingen Het archief zoals we deze kennen in de papieren wereld verandert in Informatiebeheer waarbij het gehele proces van ontstaan van een document of dossier wordt ondersteund totdat het wordt vernietigd of overgebracht naar een e-depot. Informatiebeheer van de gemeente werkt in twee werelden: 1. Het papieren archief dat langzaam steeds minder wordt maar wel moet worden bewerkt en overgebracht. 2. De digitale wereld waar de informatiestroom steeds groter wordt en de informatie verspreid staat. Deze werelden vragen beiden aandacht maar ook ieder hun eigen kennis en competenties. Het vakgebied staat ook niet stil zoals te zien is bij de ontwikkelingen rond Informatie. Dit vraagt om beleidskeuzes binnen Informatie en Informatiebeheer om de groeiende stroom aan informatie te kunnen beheren zonder informatieverlies. Wetgeving Per 1 januari 2027 treedt de nieuwe Archiefwet met Archiefbesluit en Archiefregeling in werking. Belangrijk binnen de nieuwe wet is: 1. Om passende maatregelen te nemen om de informatie duurzaam digitaal toegankelijk te maken. 2. Dat de overbrengingstermijn van blijvend te bewaren archief verschuift van twintig naar tien jaar. In de Wet Open Overheid (WOO) is een goede informatiehuishouding een randvoorwaarde om aan de WOOverzoeken en informatievragen te voldoen.
De behandeling van deze WOO-verzoeken geeft inzicht in waar de informatiehuishouding niet op orde is en helpt om de passende maatregelen van de archiefwet te bepalen. Maatschappelijke trends Transparantie in de uitvoering van processen wordt steeds belangrijker door de WOO en de ontwikkelingen rond digitale dienstverlening. Daar moet Informatiebeheer in ondersteunen door het mogelijk te maken gedurende een proces documenten en processtappen vast te leggen in systemen. Inwoners en ondernemers kunnen dus steeds meer zelf informatie opzoeken omdat de gemeente dit actief openbaar maakt.
10
Programma 2 Ruimte Veiligheid Zorg & veiligheid Het taakveld zorg & veiligheid wordt ingezet wanneer een regulier zorgtraject leidt tot onveiligheden voor een cliënt, de (directe) omgeving van een cliënt of de gemeenschap. Landelijke trends laten zien dat problematiek met jeugd uitbreidt, problematiek met personen met onbegrepen gedrag stijgt, radicalisering steeds vaker voorkomt en woonoverlast neemt merkbaar toe. Dit komt naar voren in rapporten zoals: 1. ‘Groeiende vraag en langere trajecten’; stand van jeugdzorg; 2. ‘Stijging overlast personen met verward gedrag houdt aan; jaarcijfers politie; 3. ‘NCTV: toenemende online radicalisering van jongeren’. Deze landelijke trends hebben direct invloed op de inzet van zorg & veiligheid. Dit vraagt constant een afweging in capaciteit om de aanpak van onveiligheid als gevolg van (sociale) problematiek óf te voorkomen, óf te beperken óf te beëindigen. Door in te zetten op (ad hoc) casuïstiek is weinig/ geen capaciteit beschikbaar om preventieve acties/ campagnes op te zetten. Dit vraagt in de komende tijd om een verdere uitwerking. Bestuurlijk Interventie Team (BIT) Westfriesland Het BIT West Friesland voert geplande en ongeplande controles uit op onder andere ondermijnende activiteiten. Deze controles vinden intergemeentelijk plaats in Westfriesland. Tot en met 2026 wordt het BIT gesubsidieerde door Provincie Noord Holland.
Indien het BIT gecontinueerd wordt, vraagt dat een extra financiële inspanning van de deelnemende gemeenten. Eind 2026 wordt het BIT geëvalueerd en volgt hier, indien nodig, een voorstel voor.
Wegen De wegen zijn onderzocht op de restlevensduur van de funderingen. Op basis van deze onderzoeken worden vervolgonderzoeken uitgezet om de vervangingsinvesteringen in kaart te brengen voor de lange termijn (5-10 jaar). Iedere twee jaar worden de wegen geïnspecteerd en op basis van deze inspectie wordt klein en grootonderhoud ingepland om het gewenste kwaliteitsniveau te handhaven (laatste inspectie is 2025). De ontwikkelingen en de impact van de netcongestie (energie verzwaring) en de glasvezelaanleg hebben veel invloed op de meerjarenplanning en uitvoering van het wegonderhoud. Door meer integraal en wijkgericht te werken, zal Liander eerder bereid zijn mee te gaan met onze planning. Het toepassen van klimaatadaptatie en het machinaal straten van wegen brengt veel nieuwe innovaties en werkmethodes met zich mee die invloed hebben op de kostprijs. De huidige geopolitieke ontwikkelingen kunnen op termijn ook invloed hebben op de algehele kostprijs van het wegonderhoud.
Kunstwerken Ruimtelijke ontwikkelingen, zoals nieuwe woningbouw en herinrichtingen van de openbare ruimte, hebben invloed op de civiele kunstwerken. Het intensievere gebruik van civiele kunstwerken door veranderingen in mobiliteit, met name door elektrische voertuigen, vraagt aandacht. Daarnaast blijven de ruimtelijke kwaliteit en de kwaliteit van de leefomgeving van belang. Om mee te gaan met deze ontwikkelingen, vragen de monitoring van de kunstwerken (jaarlijkse inspecties), preventieve maatregelen (klein en groot onderhoud) en de waarborging van beheerprocessen (documentatie) om prioriteit.
Waterwegen en baggeren De ontwikkeling van het Groen Blauwe beleid en de omgevingsvisie heeft ook invloed op ons water. Door de wens om te zorgen voor het behoud van groen, biodiversiteit, en klimaatadaptatie, willen we de komende jaren meer toe naar duurzame ontwikkelingen in het waterbeheer. Om te zorgen dat ons water voldoet aan de Kaderrichtlijn Water, wordt het de komende jaren belangrijker om te investeren in natuurlijke oevers, drijvend groen, ruimte voor regenwater en verbindingen tussen natuurgebieden (hier speelt het water en de oever een belangrijke rol in). Zo wordt het bijvoorbeeld ook belangrijker om waterwegen verbonden te houden voor inheemse diersoorten door duikers en bruggen natuurinclusief in te richten. 11
Riolering In de loop van 2026 wordt er een nieuw Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) voorbereid. Dit wordt gedaan voor de periode 2028 - 2032. Vaststelling zal naar verwachting begin 2027 kunnen plaatsvinden.
Straatmeubilair De kosten voor het onderhoud en vervangen van straatmeubilair (banken, afvalbakken, hekken etc.) worden nu voldaan uit budget voor speelvoorzieningen. Door een toename in het aantal nodige vervangingen, gaat dat ten koste van het vervangen en onderhouden van de speelvoorzieningen. Om dit te voorkomen en voor transparantie te zorgen, wordt er apart budget gevraagd voor het straatmeubilairbeheer.
Economie Eind 2025 is de nieuwe recreatievisie ‘Gezond en aantrekkelijk Westfriesland’ vastgesteld. Het vaststellen van de visie is een belangrijke stap. De uitvoering is echter nog een grotere opgave. Voor die uitvoering is het van belang dat helder is welke rollen en verantwoordelijkheden de verschillende partijen hebben. Daarom wordt gewerkt aan een afwegingskader door het Recreatieschap dat richting geeft aan prioritering, rollen, financiering en de verwachtingen richting de deelnemende gemeenten. Dit afwegingskader vormt de basis voor het uitwerken van het uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma zijn alle projecten en projectideeën opgenomen die voortkomen uit de recreatievisie. Op basis van het uitvoeringsprogramma wordt vervolgens een investeringsplan opgesteld. In dit investeringsplan worden de projecten geselecteerd waarvoor een concrete planning, financiering en verantwoordelijkheden wordt vastgelegd. Het vaststellen van het investeringsplan – en eventuele mutaties daarin – vindt plaats via de reguliere Planning en Control cyclus.
Duurzaamheid De CDOKE-middelen worden via het gemeentefonds door middel van een decentrale uitkering jaarlijks aan de gemeenten verstrekt. Voor de jaren 2027 t/m 2030 zijn deze middelen in de rijksbegroting opgenomen. Voor de jaren erna wordt door de Raad voor het openbaar Bestuur (ROB) onderzocht hoeveel middelen nodig zijn om het klimaat en duurzaamheidsprogramma uit te voeren. In 2027 tot 2030 wordt capaciteit ingehuurd voor het klimaatprogramma. Voor de Westfriese regionale samenwerking worden ook CDOKEmiddelen ingezet.
Warmtetransitie De Transitievisie Warmte van 2021 is aan vervanging toe en hiervoor wordt een Warmteprogramma opgesteld. Het Warmteprogramma is een verplicht beleidsprogramma waarin de gemeente vastlegt hoe en wanneer buurten en wijken overstappen van aardgas naar een duurzame warmtevoorziening. Het Warmteprogramma wordt opgenomen in het Omgevingsplan. Het kent een doorkijk van 10 jaar en wordt elke 5 jaar geactualiseerd.
Energiebesparing Drechterland werkt verder aan de verduurzaming van koopwoningen via de lokale aanpak van het Nationaal Isolatieprogramma. De aanpak richt zich op het verduurzamen van slecht geïsoleerde koopwoningen onder de NHG (Nationale Hypotheekgarantie) grens. De isolatiedoelstelling van de eerste tranche zijn behaald en in 2026 werkt de gemeente aan de doelstellingen van de tweede tranche. Vanaf 2027 voert de gemeente de derde tranche van het isolatieprogramma uit. Het programma wordt in zijn geheel gedekt vanuit de SpUK Lokale aanpak isolatie en is daarmee budgettair neutraal.
Energie-infrastructuur De groei van digitalisering, verduurzaming en elektrisch vervoer vraagt om een toekomstbestendige energieinfrastructuur, waarbij netcongestie kan worden opgelost door het aanleggen van kabels en leidingen en het bouwen van transformatorstations en onderstations. De gemeente pakt hierin de regie door ruimte te reserveren, vergunningen te versnellen en de programmering en afstemming met TenneT en Liander stevig te organiseren, waaronder de realisatie van het nieuwe onderstation Zuiderkogge in Hem. Daarnaast sturen 12
we op slimmer netgebruik via flexibiliteit, opslag en energiehubs, ondersteund door duidelijke prioritering en tijdige datadeling. Dit combineren we met energieplanologie door vroegtijdig en integraal af te wegen zodat projecten tijdig kunnen aansluiten zonder gebiedsontwikkeling te belemmeren. In de periode 2027–2030 willen wij deze koers verder verankeren in een integraal energiesysteemkader dat richting geeft aan keuzes op project- en gebiedsniveau en de basis vormt voor een robuust en toekomstbestendig energiesysteem.
SMP isolatieaanpak Het soortenmanagementplan (SMP) beschermt beschermde gebouwgebonden diersoorten zoals huismussen, vleermuizen en gierzwaluwen. Toekomstige verbouwingen, renovatie en isolatiewerkzaamheden zullen onder de SMP vergunning vallen. Nadat de gemeente het soortenmanagementplan heeft opgeleverd, moet er daarom volgens het soortenmanagementplan gewerkt worden. Verbouwingen, renovaties en isolatiewerkzaamheden zullen voor initiatiefnemers eenvoudiger worden, omdat niet voor iedere ingreep een apart ecologisch onderzoek nodig is. Bovengenoemde ingrepen zullen vallen onder het SMP. Dit houdt wel een structureel capaciteitsvraagstuk in voor de gemeenten. Aanvragen zullen aan het SMP getoetst moeten worden en voor het werken met een SMP is ook een registratiesysteem voor natuurvergunningen nodig.
Bedrijvenaanpak Verduurzamingsaanpak Bedrijven In 2025 zijn we gestart met een gerichte verduurzamingsaanpak voor bedrijven in Drechterland, met aandacht voor kostenbesparing, netcongestie en een toekomstbestendige lokale economie. Dit heeft al geleid tot concrete resultaten. Op bedrijventerreinen zijn 15 energiescans uitgevoerd en daarbuiten nog eens 22, met een gezamenlijke bespaarpotentie van circa 914 ton CO2. Daarnaast zijn 7 grootverbruikers ondersteund met een uitgebreide energiescan in het kader van hun energiebesparingsplicht. Met het ontzorgingsprogramma MKB zijn nu ook 3 ondernemers actief geholpen met hun energievraagstuk. Ook hebben we ondernemers samengebracht via bijeenkomsten over warmte en netcongestie, en nemen bedrijven uit Drechterland deel aan het onderzoek naar collectieve oplossingen op het onderstation Enkhuizen. De komende jaren bouwen we hierop voort. We blijven bedrijven ondersteunen met energiescans, advies en begeleiding bij het uitvoeren van maatregelen, zowel op bedrijventerreinen als daarbuiten. Daarnaast organiseren we kennissessies over thema’s waar bedrijven tegenaan lopen en stimuleren we samenwerking om netcapaciteit slimmer te benutten en lokaal opgewekte energie beter in te zetten.
Toezicht en handhaving voor Energiebesparingsplicht In 2026 zal er een besluit genomen moeten worden over de inzet op de energiebesparingsplicht voor bedrijven. De afgelopen jaren hebben we ingezet op versneld toezicht en handhaving, waardoor een groot deel van de besparingsplichtige bedrijven is gecontroleerd. De keuze ligt voor om deze aanpak voort te zetten of na afronding af te schalen. Tegelijk verwachten we landelijke ontwikkelingen, zoals een nieuwe energiemaatregelenlijst en mogelijk nieuwe voorwaarden. Dit kan betekenen dat bedrijven opnieuw maatregelen moeten nemen en dat extra inzet vanuit de gemeente nodig is voor toezicht, handhaving en stimulering. De impact en kosten zijn voor nu nog niet duidelijk.
Klimaatadaptatie In 2027 starten we met het uitvoeren van de uitvoeringsaanpak voor klimaatadaptatie. Deze wordt opgesteld op basis van de stresstest die in 2026 in regionaal verband wordt uitgevoerd. De stresstest brengt per gemeente in beeld in welke mate de gemeente kwetsbaar is voor wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. De stresstest combineert informatie over mogelijke effecten van extreme weerssituaties in de toekomst met gegevens over hoe gevoelig objecten en functies zijn voor deze effecten. Op basis daarvan wordt in beeld gebracht waar en wanneer welke knelpunten kunnen ontstaan. Dit gebeurt zowel voor de bebouwde omgeving als voor het landelijk gebied. De stresstest resulteert in overzicht van de risico’s, een adaptatiestrategie en een uitvoeringsaanpak voor de komende jaren. Landelijk geldt de afspraak dat gemeenten iedere zes jaar een dergelijke stresstest uitvoeren. 13
Afval Het budget voor de afvalinzameling en –verwerking wordt geïndexeerd op basis van de gebruikelijke indexaties. Daarnaast wordt verkend wat de mogelijkheden zijn om de kosten voor het afvalbeleid terug te dringen en de verwachte hogere CO2-belasting op restafval op te vangen. Ook wordt in het kader van de nieuwe vergoedingsstructuur voor PBD (plastic, blik en drankkartonnen) gestuurd op verdere verbetering van de kwaliteit deze stroom en wordt samen met HVC gewerkt aan het verbeteren van het afvalbeleid door doorlopend het gesprek aan te gaan, en beleid te ontwikkelen, vanuit het perspectief van kosten, milieu en dienstverlening.
Erfgoed en monumenten Op dit moment wordt gewerkt aan de nota Erfgoedbeleid Drechterland 2026. In de nota wordt beschreven wat in de gemeente Drechterland als erfgoed wordt gezien. Ook wordt genoemd welke actiepunten worden gerealiseerd. In het uitvoeringsprogramma zal de realisatie van deze actiepunten worden beschreven, gekoppeld aan tijd, budget en ambtelijke capaciteit. Daarnaast wordt op dit moment binnen gemeente Drechterland gewerkt aan het stolpen- en stolpenervenbeleid, de aanwijzing van nieuwe beschermde gemeentelijke monumenten, de uitvoering van de subsidieregeling instandhouding beschermde gemeentelijke monumenten en het toezicht en handhaving op de instandhouding van monumenten. De komende tijd vindt de ontwikkeling van verschillende producten plaats voor het inbedden van gebouwd erfgoed, landschap en archeologie in het omgevingsplan.
Begraafplaatsen In het huidige personeelsbestand is er één uitvoerend begraafplaatsbeheerder beschikbaar, die alle werkzaamheden op zich neemt voor het hele SED-gebied. In de praktijk zorgt deze bezetting voor een kwetsbaarheid, welke wordt ondervangen met een extra medewerker.
Ruimtelijke ontwikkeling Beleid huisvesting arbeidsmigranten Het beleid 'Huisvestingbeleid arbeidsmigranten' uit 2021 gaan we naar aanleiding van een evaluatie op enkele punten aanscherpen. Dit aangescherpte beleid wordt in de tweede helft van 2026 aan de raad voorgelegd.
Woningbouwontwikkelingen Woningbouwontwikkeling Met de vaststelling van het Woonprogramma Drechterland 2026-2030 hebben we onze lokale woningbouwkoers voor de komende jaren scherp neergezet. Om invulling te geven aan onze woningbouwopgave (mede voortkomend uit de regionale Woondeal 2.0 Regio Noord-Holland Noord), zetten we ons onverminderd in om de lopende en nieuwe woningbouwprojecten in onze gemeente proactief te faciliteren. Conform het Afwegingskader Wonen Westfriesland en ons nieuwe Woonprogramma streven we bij nieuwbouwplannen naar een stevig aandeel betaalbaarheid: minimaal 65% betaalbare woningen, waarvan 30% sociale huur. Deze hoge ambitie vergt een professionaliseringsslag van de ambtelijke organisatie, waardoor deze zowel kwalitatief als kwantitatief beter in staat is om deze woningbouwplannen projectmatig te faciliteren. Daarbij verhalen wij de faciliteringskosten van de organisatie zoveel mogelijk op de projectontwikkelaar. Volkshuisvesting De landelijke overheid stuurt sterker op de woningbouwopgave middels de wet Versterking regie volkshuisvesting. Per 1 juli 2027 moet er, op Westfries niveau, een regionaal Volkshuisvestingsprogramma van kracht zijn. Dit betekent dat we als gemeente onze lokale ambities scherper moeten afstemmen met de regio en de Provincie Noord-Holland.
Actualisatie Woondeals Het proces voor de actualisatie van de Woondeals richting 2036 is gestart. Het Rijk en de Provincie NoordHolland bepalen de kaders, waarna dit op gemeentelijk niveau wordt uitgewerkt. 14
Leegstand In 2026 starten we een onderzoek naar de omvang en aard van de leegstand binnen de bestaande woningvoorraad. Dit onderzoek biedt inzicht in mogelijke kansen om leegstand terug te dringen en woningen beter te benutten. De resultaten van het onderzoek worden in 2026 aan de gemeenteraad gepresenteerd.
15
Programma 3 Samenleving Onderwijshuisvesting Wetsvoorstel Doelmatige Aanpak Onderwijshuisvesting Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is in voorbereiding de onderwijswetten met betrekking tot onderwijshuisvesting te wijzigen. Als het wetsvoorstel doorgang vindt, worden gemeenten verplicht om een integraal huisvestingsplan (IHP) vast te stellen voor vier jaar met een doorkijk van nog 12 jaar. Daarnaast worden gemeenten verplicht de investeringen die in het IHP zijn opgenomen voor de eerstvolgende vier jaar op te nemen in de meerjarenbegroting. Tenslotte wordt het begrip renovatie toegevoegd aan de voorzieningen in de huisvesting waar de gemeente voor verantwoordelijk is. Voor de gemeentelijke bekostiging van onderwijshuisvesting heeft de voorgestelde wetswijziging gevolgen. In de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Drechterland is renovatie nog geen voorziening. In het wetsvoorstel Doelmatige Aanpak Onderwijshuisvesting wordt renovatie wel een voorziening. Deze beleidsontwikkeling is al eens eerder opgenomen in de kadernota/voorjaarsnota. Tot dusver was onduidelijk wanneer deze wet behandeld zou worden. Inmiddels is de wet op 15 april jongstleden in de Tweede Kamer aangenomen. Waarschijnlijk gaat de wetswijziging in 2027 in.
Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) We zetten de volgende stap in de ontwikkeling van ons beleid voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) door een nieuwe subsidieregeling VVE op te stellen. Waar de financiering nu nog plaatsvindt via facturen achteraf, wordt in 2027 een subsidieregeling ingevoerd die beter aansluit bij de rol van de gemeente en de gewenste beleidsmatige sturing. Deze overgang biedt verschillende voordelen. Met subsidie kan de gemeente vooraf duidelijke voorwaarden stellen en daarmee gerichter sturen op kwaliteit en bereik. Ook biedt dit kinderopvangaanbieders meer financiële zekerheid, waardoor zij hun aanbod en personele inzet stabieler kunnen organiseren. Daarnaast sluit de gekozen systematiek aan bij de werkwijze in de regio Westfriesland, waar veel van onze aanbieders ook actief zijn. De invoering van deze nieuwe systematiek kan op dit moment volledig worden gedekt vanuit de specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid.
Onderwijs Inclusief onderwijs Het Rijk streeft ernaar dat in 2035 de meeste scholen de overgang naar inclusief onderwijs hebben gemaakt. Dit betekent dat kinderen en jongeren met en zonder extra ondersteuningsbehoeften zoveel mogelijk samen naar een nabijgelegen school gaan, met passende ondersteuning binnen de school en dicht bij het kind. Dit vraagt om inzet van multidisciplinaire teams en nauwe samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en zorg. De beweging naar inclusief onderwijs is ingezet met de Werkagenda Route naar inclusief onderwijs 2035 en verder uitgewerkt in een landelijk beleidskader. De komende jaren wordt dit stapsgewijs verder uitgewerkt en wordt wet- en regelgeving aangepast om inclusief onderwijs beter uitvoerbaar te maken. Integraal werken op IKEC de Zevensprong De regionale pilot ‘Integraal Werken’ op IKEC de Zevensprong in Hoorn, gestart in september 2023, wordt eind 2026 geëvalueerd. In deze pilot is jeugdhulp binnen het onderwijs toegankelijk gemaakt voor alle leerlingen door middel van groepsgerichte financiering, in plaats van bekostiging per individueel kind. Deze werkwijze beoogt een doelmatiger inzet van ondersteuning, een snellere toegang tot passende hulp en een versterkte samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp.
Op basis van de uitkomsten van de evaluatie wordt bezien op welke wijze en onder welke voorwaarden een eventueel vervolg kan worden gegeven aan deze werkwijze.
16
Preventieve mentale ondersteuning in het voortgezet onderwijs De pilot Preventieve mentale ondersteuning in het voortgezet onderwijs, gestart in het schooljaar 2024–2025 op alle Westfriese middelbare scholen, wordt momenteel geëvalueerd. Binnen deze pilot werken scholen en gemeenten samen aan een samenhangend en preventief ondersteuningsaanbod gericht op het versterken van de mentale gezondheid van leerlingen en het voorkomen van zwaardere problematiek. De evaluatie richt zich op de effectiviteit, uitvoerbaarheid en samenwerking binnen deze aanpak. De eerste inzichten wijzen op meerwaarde van een structureel en integraal aanbod. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie wordt bezien of, en zo ja op welke wijze, deze aanpak na afloop van de pilotperiode een vervolg kan krijgen (vanaf 2027). Laaggeletterdheid In 2026 wordt regionaal gewerkt aan de realisatie van het nieuwe beleidsplan ‘Westfriese aanpak Laaggeletterdheid’. Deze gaat in per 1 januari 2027. Binnen het nieuwe beleid zal de gemeente een duidelijkere regierol krijgen. Daarnaast ontvangt de regio de komende jaren subsidie vanuit Regio Deal Noord-Holland Noord voor het plan ‘Iedereen doet mee! Samen sterk in aanpak basisvaardigheden’. Met dit plan werken de komende vier jaar verschillende organisaties en gemeenten samen om inwoners met lage basisvaardigheden beter te bereiken en te ondersteunen.
Sportbevordering In 2026 lopen zowel het Hoofdlijnen Sportakkoord II als de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC) af. Het aflopen van deze landelijke regelingen brengt onzekerheid met zich mee over de continuïteit van projecten. Vooruitlopend op nieuwe landelijke kaders wordt in 2026 ingezet op het in kaart brengen van welke projecten lokaal kunnen worden voortgezet, afgebouwd of heringericht. Hierbij staat het borgen van een sterke sportieve en sociale basis centraal. De financiële gevolgen worden op dit moment nog niet benoemd. Deze worden, conform de planning, pas uitgewerkt en toegelicht in de begroting, wanneer er duidelijkheid is over landelijke kaders.
Talentstimulering In 2026 onderzoekt de gemeente Drechterland hoe talentstimulering op het gebied van sport, kunst en cultuur verder kan worden versterkt. Daarbij wordt aandacht besteed aan inclusieve kansen, zodat alle jongeren, ongeacht achtergrond of mogelijkheden, kunnen meedoen en doorgroeien. Ook wordt bekeken welke lokale evenementen kunnen bijdragen aan het zichtbaar maken en stimuleren van talent.
Cultuur Kunst en Cultuur voor basisonderwijs en onderbouw voortgezet onderwijs Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is bezig met vernieuwde kerndoelen voor kunst en cultuur. De verwachting is dat deze per 1 augustus 2027 in de wet komen te staan. Daarna is er een overgangsperiode van vier jaar waarin scholen de tijd krijgen om de nieuwe kerndoelen toe te passen. In deze periode mogen scholen zelf per leergebied kiezen of zij de oude of nieuwe kerndoelen toepassen. Er staan drie domeinen centraal bij de conceptkerndoelen voor kunst en cultuur waarbij de nadruk ligt op het maken, waarnemen en meemaken van kunst en cultuur. Leerlingen komen in contact met verschillende vormen van kunst en cultuur en maken eigen werk. Ze praten en denken over kunst en leren over de context ervan. Ze leren niet alleen gevoelens en ervaringen uitdrukken met kunst, maar ook te reageren op wat er in de maatschappij gebeurt. Verder wordt het artistiek creatief en onderzoekend vermogen van de leerlingen gestimuleerd. Deze vaardigheden zijn ook in andere leergebieden essentieel. Er zijn drie disciplines verplicht voor het onderwijs: muziek en beeldende vorming en een keuze uit theater, dans of fotografie/film.
Het is de intentie om gemeentelijk cultuurbeleid te ontwikkelen vanuit een bredere visie op de rol van kunst en cultuur in de gemeente in samenhang met de maatschappelijke opgaven van het Sociaal Domein. Cultuureducatie en muziekonderwijs vormen daarin belangrijke onderdelen, naast thema's als participatie, sociale basis, talentontwikkeling, samenwerking en maatschappelijke ontwikkeling. De subsidieregeling voor cultuureducatie en muziekonderwijs wordt hierop aangepast.
17
Zorgplicht Bibliotheek Er komt een zorgplicht voor gemeenten om te zorgen voor een volwaardige bibliotheek. Het kabinet wil dat iedereen toegang heeft tot informatie, kennis en ontmoeting via een bibliotheek in de eigen gemeente. Om dat te borgen wordt de Bibliotheekwet aangepast. De zorgplicht gaat gelden voor alle gemeenten. De introductie van een zorgplicht voor bibliotheken is het sluitstuk van een ontwikkeling die al langer bezig is. Uit een eerdere evaluatie van de Bibliotheekwet bleek dat het aantal bibliotheken afnam. Veel wijken en dorpen hadden geen vestiging meer, of alleen een afhaalpunt voor boeken. Bibliotheken hebben een brede maatschappelijke functie die verder gaat dan het uitlenen van boeken. Ze bieden toegang tot digitale informatie, cursussen en allerlei activiteiten. Bovendien zijn het plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Daarmee dragen bibliotheken bij aan een leven lang leren en aan de sociale samenhang binnen gemeenten. Ter voorbereiding op de zorgplicht maken de zes Westfriese gemeenten een meerjarenplan regionaal bibliotheekbeleid. Mediawet Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is een wijziging van de Mediawet 2008 aan het voorbereiden met als doel de lokale publieke media-laag te versterken. De streefdatum voor inwerkingtreding van de gewijzigde Mediawet is 1 januari 2028.
De twee belangrijkste wijzigingen voor gemeenten zijn de overgang van lokale omroepen naar streekomroepen, en het feit dat de bekostiging van de nieuwe streekomroepen niet meer via de gemeente zal lopen.
Sociale basis De sociale basis in Drechterland staat voor belangrijke veranderingen. Het aflopen van de Brede SPUK GALA en de onzekerheid over toekomstige rijksmiddelen vanuit zorg- en welzijnsakkoorden maken de structurele financiering van preventie en gezondheid minder voorspelbaar. Dit vraagt om scherpe keuzes binnen de beschikbare middelen. De manier waarop inwoners deelnemen aan het verenigingsleven – waaronder sport-, kunst- en cultuurverenigingen – verandert. Betrokkenheid blijft belangrijk, maar is vaker flexibel en activiteitgericht. Zowel jeugd als senioren nemen op andere manieren deel, en verenigingen hebben ondersteuning nodig om hierop in te spelen en toegankelijk te blijven voor alle leeftijdsgroepen. Ook onder senioren spelen thema’s als eenzaamheid, vitaliteit en toegankelijk sport- en cultuuraanbod een steeds grotere rol. Sport, cultuur en andere ontmoetingsactiviteiten dragen bij aan gezondheid, sociale samenhang en het versterken van veerkracht.
Wonen met ondersteuning Westfriese Woonzorgpact (WFWZP) Het Westfriese Woonzorgpact (WFWZP) is een regionaal samenwerkingsverband van gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties en VGZ. Het is gericht op het versterken van wonen, welzijn en zorg voor ouderen in West-Friesland. De samenwerking speelt in op de dubbele vergrijzing, toenemende zorgcomplexiteit en de afnemende beschikbaarheid van zorgpersoneel. Het doel is om de komende tien jaar de zorg in Westfriesland bereikbaar en uitvoerbaar te houden. Binnen het WFWZP worden gezamenlijke regionale programmalijnen ontwikkeld, waaronder het versterken van sociale netwerken (Zorgzame Buurten), het vergroten van gemeenschapskracht, het verbeteren van (in)formele ondersteuning (ZorgSamer), en de regionale woonopgave voor ouderen. Samen Thuis is een programmalijn die wonen, welzijn en zorg in en om bestaande seniorencomplexen verbindt. Zo wordt een ondersteunende woonomgeving gecreëerd, zodat kwetsbare ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. De rol van de gemeente bestaat uit het leveren van ambtelijke inzet, bestuurlijke deelname en het lokaal toepassen van regionale afspraken. De gemeente betaalt contributie voor de netwerkondersteuning en zorgt, waar nodig per project, voor lokale middelen of cofinanciering.
18
Hervormingsagenda Jeugd Wetsvoorstel Reikwijdte Jeugd Gemeenten worden verplicht een laagdrempelig lokaal team te organiseren en te zorgen voor een sterke sociaalpedagogische basis. Dit wordt geregeld in het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet, dat onderdeel uitmaakt van de Hervormingsagenda Jeugd. Het wetsvoorstel wordt momenteel door het Rijk ontwikkeld. Het voorstel verduidelijkt welke jeugdhulp gemeenten wettelijk moeten bieden en versterkt hun sturingsmogelijkheden. Indien het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet wordt aangenomen, dient de gemeente hier uitvoering aan te geven. Hoewel het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet nog in ontwikkeling is, wordt hier reeds op geanticipeerd. De gemeente zet in op versterking van het lokale team en de ondersteuning daarvan, alsmede op het ontwikkelen van onderlinge samenwerking. Daarnaast wordt gewerkt aan versterking van de sociaalpedagogische basis en aan het bevorderen van het inzetten van lichte en collectieve vormen van ondersteuning. Convenant Stevige Lokale Teams Gemeenten, het Rijk en uitvoeringspartners in de jeugdzorg hebben in maart 2026 afspraken gemaakt om lokale teams in het sociaal domein te versterken. Het convenant Stevige Lokale Teams is gericht op het versterken en doorontwikkelen van lokale (wijk)teams tot een robuuste en deskundige toegang tot ondersteuning en zorg.
Hierbij ligt de nadruk op het vroegtijdig, integraal en domeinoverstijgend oppakken van hulpvragen, met als doel zwaardere en meer specialistische inzet te voorkomen. Dit vraagt in de komende periode om verdere professionalisering van werkwijzen, deskundigheidsbevordering en intensivering van de samenwerking met ketenpartners. Uiterlijk eind 2028 dienen gemeenten te beschikken over lokale teams die hieraan voldoen. Samenwerking met huisartsen Huisartsen vormen een belangrijk toegangskanaal tot de jeugdhulp. In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken dat gemeenten zich inzetten voor het versterken van de samenwerking tussen huisartsen en lokale teams. De inzet is gericht op het terugdringen van verwijzingen naar de tweede lijn door vroegtijdige ondersteuning vanuit lokale teams en het versterken van preventieve interventies. Door verbeterde afstemming en samenwerking wordt beoogd inwoners tijdig, passend en zo licht mogelijk te ondersteunen, met een verschuiving naar het voorliggend veld en het lokale team. Wet Verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg De Eerste Kamer heeft in oktober 2025 ingestemd met de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, die per 1 januari 2026 in werking is getreden. Deze wet vormt een belangrijke stap in de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd.
Het doel van de wet is te waarborgen dat kwetsbare jeugdigen die (hoog)specialistische hulp nodig hebben, tijdig en passend ondersteuning ontvangen. Voor gemeenten heeft deze wet de volgende consequenties: • Verplichte regionale samenwerking binnen vastgestelde jeugdregio’s, die kan leiden tot de vorming van een (lichte) gemeenschappelijke regeling; • Verplichte regionale inkoop van aangewezen (hoog)specialistische jeugdhulp; • Het opstellen van een gezamenlijke regiovisie op specialistische jeugdzorg; • Het vastleggen van duidelijke governanceafspraken binnen de regio (besluitvorming, taken en verantwoordelijkheden). Binnen de regio Westfriesland wordt momenteel onderzocht welke verplichtingen uit deze wet voortvloeien en hoe hier regionaal invulling aan kan worden gegeven.
19
Noordje in Westfriesland In 2023 heeft de regio zich gecommitteerd aan het regionale plan ‘Noordje in Westfriesland’. Deze ambitie sluit aan bij de landelijke en regionale afbouw van residentiële zorg en is noodzakelijk om passende zorg voor kwetsbare jeugdigen te blijven bieden in een veilige omgeving, met optimale ontwikkelingskansen. Onder dit plan vallen vier pilots: 1. Kleinschalige woonvoorzieningen Realisatie van drie kleinschalige woonvoorzieningen voor jeugdigen die niet thuis, in een pleeggezin of gezinshuis kunnen wonen. Doel is het bieden van stabiele, onvoorwaardelijke opgroeiplekken in een kleinschalige setting. 2. Versterken kwaliteit pleegzorg en gezinshuizen Ontwikkeling van twee instrumenten ter kwaliteitsverbetering: (H)echt Samen: behandelprogramma voor kind, ouders en pleegouders om overplaatsingen te voorkomen. Samen voor Opvoedperspectief (SvO): vernieuwde werkwijze voor terug-naar-huis-onderzoek, gericht op veilige terugkeer naar huis. 3. Verklarende analyse Bij uithuisplaatsing en/of schooluitval wordt een verklarende analyse opgesteld om de onderliggende oorzaken en in standhoudende factoren van problematiek inzichtelijk te maken en passende hulp te bepalen. 4.
Integraal gezinsteam Pilot gericht op het voorkomen van uithuisplaatsingen en schooluitval door integrale samenwerking rondom gezinnen, met als beoogd effect kwaliteitsverbetering en kostenbeheersing De pilots pleegzorg, verklarende analyse en Integraal gezinsteam eindigen dit jaar en zullen worden geëvalueerd. Op basis van de uitkomsten van deze evaluatie zal bij succes vervolg worden gegeven aan de implementatie. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming 2026–2031 Het Landelijk Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is een hervorming van de keten rond jeugdbescherming, huiselijk geweld en kindermishandeling. Doel is een eenvoudiger en gezinsgerichte zorgen veiligheidsketen, met het gezin centraal en een regierol voor het lokale team, dat samenwerkt met ketenpartners. Na stagnatie in 2024 en 2025 is het handelingskader 'Werken aan Veiligheid' doorontwikkeld. Dit kader richt zich op vier pijlers: kennis van geweldspatronen, focus op veiligheid, een lerende grondhouding en balans in rechten. Het Toekomstscenario en het handelingskader zijn langjarige ontwikkeltrajecten. De lokale opgaven worden opgepakt in samenhang met de Hervormingsagenda, met nadruk op versterking van lokale teams, met name op preventie en onveiligheid.
Uitvoeringsplan visie Sociaal domein In december 2025 is de Visie sociaal domein vastgesteld. De visie geeft richting aan het maken van keuzes en beschrijft de strategische prioriteiten voor de komende tijd. Om de visie uit te voeren maken we een uitvoeringsplan. In dit plan staat welke doelen we willen bereiken en welke acties we daarvoor ondernemen. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 wordt voor dit jaar een uitvoeringsplan opgesteld dat aansluit bij het beleid dat al is ingezet door het college. Hiermee borgen we continuïteit en houden we voortgang in lopende trajecten. Voor het uitvoeringsplan van 2027 starten we in het derde kwartaal van 2026 met een participatietraject. Inwoners, maatschappelijke partners zoals de lokale teams en de nieuwe raden worden hierbij betrokken. Met dit traject zorgen we ervoor dat de uitvoering van de visie een gezamenlijk gedragen uitwerking krijgt en goed aansluit bij de behoeften en opgaven in onze gemeente.
Team inzet Team Inzet heeft de afgelopen jaren aangetoond dat vroegtijdige, integrale en nabij georganiseerde ondersteuning leidt tot effectieve hulpverlening en het voorkomen van opschaling naar specialistische voorzieningen. Het team vervult hiermee een centrale rol in de samenwerking binnen het sociaal domein. Om preventie en ambulante ondersteuning structureel te borgen, en aan te sluiten bij de landelijke ontwikkelopgave richting Lokaal Stevige Teams, is verdere doorontwikkeling noodzakelijk. 20
Voor 2026 richten we ons op het realiseren van een toekomstbestendige brede toegang. Dit omvat onder andere een laagdrempelige inloopfunctie en een digitaal spreekuur, waarmee de vindbaarheid en toegankelijkheid voor inwoners wordt vergroot. Daarnaast versterken we de samenwerking met ketenpartners, zoals huisartsen en onderwijsinstellingen, en beperken we overlap in ondersteuning. De Gezinswijzer Drechterland wordt verder benut als verbindend instrument. Om te kunnen voldoen aan de toenemende inzet op preventie en de uitvoering van ambulante trajecten, waaronder ook casuïstiek rondom (on)veiligheid, is versterking van het team noodzakelijk. Het uitbreiden van lokale expertise sluit aan bij landelijke opgaven en draagt bij aan een afname van verwijzingen naar - vaak duurdere - specialistische zorg. In 2026 wordt de toegangsfunctie verder uitgewerkt in het visieleertraject, gericht op het realiseren van brede lokale teams en het versterken van samenhang in de dienstverlening. Team Inzet participeert hierin actief
Minimabeleid Oekraïne Per 4 maart 2027 zullen Oekraïners onder de Participatiewet gaan vallen. Momenteel hebben zij een aparte verblijfstatus waardoor zij niet gelijk worden gesteld aan een Nederlander en daardoor geen aanspraak kunnen maken op voorzieningen vanuit de Participatiewet. Voorzieningen vanuit de Participatiewet zijn de algemene en bijzondere bijstand (uitkering voor levensonderhoud) en de bijzondere bijstand. Gezien de oorlog blijft voortduren heeft de regering besloten per 4 maart 2027 de Oekraïners een andere tijdelijke verblijfstatus te geven voor drie jaar. Dit gaat gevolgen hebben voor WerkSaam. Er zullen meer uitkeringen worden verstrekt en meer inwoners zullen begeleiding van WerkSaam ontvangen. Ook kunnen er meer mensen aanspraak maken op de bijzondere bijstand en minimaregelingen. De financiële gevolgen zijn nog niet duidelijk. Ook is nog niet bekend of gemeenten hiervoor gecompenseerd gaan worden. Zorgverzekering Het eigen risico voor de zorgverzekering wordt naar verwachting verhoogd per 1 januari 2027. Dit kan gevolgen hebben voor de financiële situatie van onze inwoners en leiden tot zorgmijding. Deze ontwikkeling is onder de aandacht.
Statushouders • • • •
Drechterland heeft een structurele achterstand in de wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders (58 personen per 1 januari 2026). Reguliere sociale huur biedt onvoldoende capaciteit; alternatieven zijn noodzakelijk. De ontwikkeling van de nieuwe COA-locatie biedt een strategische koppelkans om kostenefficiënt tijdelijke woonruimte voor statushouders te realiseren. Mocht een project haalbaar blijken, wordt in de loop van 2026 verdere besluitvorming gevraagd van het college om de realisatie van een tijdelijke locatie in gang te zetten.
Volksgezondheid Lokale gezondheidsnota De komende periode wordt gewerkt aan de lokale gezondheidsnota voor de periode 2027-2031. De gemeente wil voortbouwen op het bestaande gezondheidsbeleid en dit actualiseren in lijn met de landelijke ontwikkelingen. Eind 2025 is de landelijke nota gezondheidsbeleid 2025 – 2028 “samen werken aan gezondheid” vastgesteld. In deze nota worden de belangrijkste uitdagingen en prioriteiten op het gebied van volksgezondheid en preventie geschetst. Ontwikkelingen zoals vergrijzing, ongelijke kansen rondom gezondheid en veranderingen in leefstijl laten zien dat gezondheid blijvende aandacht vraagt en dat er een integrale aanpak noodzakelijk is.
21
De gemeente werkt al meerdere jaren actief aan de ontwikkeling en uitvoering van gezondheidsbeleid voor haar inwoners. Dit gebeurt op de bekende landelijke thema’s, aangevuld met lokale accenten en programma’s, zoals een actieve en gezonde leefstijl, middelengebruik, een gezonde leefomgeving en het AED-beleid. Met de nieuwe gezondheidsnota wil de gemeente deze bestaande inzet verder versterken en samenbrengen in één samenhangend beleidskader. Zorg- en welzijnsakkoorden De incidentele middelen voortvloeiend uit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorgakkoord (IZA) lopen af in 2026. Aanvullend op de bestaande IZA- (en deels GALA-) afspraken zijn er afspraken gemaakt binnen het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA). Tevens is extra aandacht voor ouderen urgent vanwege de demografische ontwikkelingen. Er komen meer ouderen terwijl het aantal zorgverleners niet evenredig toeneemt. Het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) heeft in de periode 2025-2028 een focus op het terugdringen van het arbeidsmarkttekort en toegankelijk laten blijven van de ouderenzorg. Onzekerheid over toekomstige rijksmiddelen vanuit zorg- en welzijnsakkoorden maken de structurele financiering van preventie en gezondheid minder voorspelbaar.
De gemeenten in Noord-Holland Noord werken samen met zorgaanbieders, zorgverzekeraars, welzijnspartners en inwoners binnen Noord-Holland Noord Gezond (NHNG) aan een zorgsysteem dat ook in de toekomst goed blijft functioneren. Het uitgangspunt is dat zorg en ondersteuning voor inwoners toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit blijven. Deze samenwerking is nodig omdat de vraag naar zorg toeneemt, terwijl het aantal beschikbare zorgmedewerkers onder druk staat. Richting 2032 wordt in de regio een tekort verwacht van circa 7.300 FTE. Binnen NHNG is daarom een gezamenlijke beweging ingezet waarbij niet alleen wordt gekeken naar het behandelen van ziekte, maar juist naar het versterken van gezondheid, welzijn en veerkracht. Dit gebeurt door zorg, welzijn en het sociaal domein beter met elkaar te verbinden. Het IZA sluit aan op deze samenwerking en biedt de kaders voor de regionale aanpak, die is uitgewerkt in het Transformatieplan NHNG 2025-2027. Met dit plan wordt beoogd om ook op de lange termijn passende zorg en ondersteuning voor alle inwoners te kunnen waarborgen. Bezuinigingen GGD Hollands Noorden De bezuinigingen zullen effect hebben op het beschikbare aanbod richting de inwoners, zoals het afschaffen van het laagdrempelig opvoedspreekuur. Er wordt de aankomende tijd gemonitord welke impact deze bezuinigingen teweegbrengen.