CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Rekenkameronderzoek energiearmoede (inclusief bestuurlijke reactie en nawoord) - RKC SED (2023-48)

Gemeenteraad 27 november 2023, gemeente DrechterlandBij agendapunt: RKC SED onderzoek energie-armoede (2023-48)16.557 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In hoeverre is er sprake van een effectieve samenwerking op het gebied van energiearmoede?

Bevinding ●

●

●

●

6.

In hoeverre hebben de gemeenten zicht op de energiearmoede onder inwoners en de effecten hiervan?

●

Ketenpartners lijken op afstand te staan. Er is vanuit dit onderzoek geen goed beeld van de samenwerking vast te stellen. De interne samenwerking tussen de teams (duurzaamheid en samenleving) verloopt steeds beter. Er vindt steeds meer en vooral steeds vroeger afstemming plaats bij de ontwikkeling van nieuw beleid en regelingen. De regionale samenwerking binnen West-Friesland biedt voordelen waar het gaat om het starten van (grootschalige) initiatieven en beleidsontwikkeling. Tegelijkertijd is de afstemming tijdsintensief en is de samenwerking op dit moment nog afhankelijk van personen. Verder geven de colleges aan dat het belangrijk is om te waken dat het lokale maatwerk niet ondersneeuwt. Om de energietransitie en de ondersteuning effectief te laten zijn (en vooral voelbaar voor de inwoner), is het ook nodig om kleine besparende voorzieningen aan te bieden. De samenwerking met de gebiedsteams verloopt op dit moment nog stroef. De medewerkers van de gebiedsteams zijn niet goed op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de gemeenten op het gebied van energiearmoede. Alle betrokkenen willen kortere lijntjes en betere samenwerking, maar er is op dit moment te weinig regie van bovenaf vanuit de gemeenten om dit structureel vorm te geven.

De inwoners die te maken krijgen met energiearmoede komen steeds beter in beeld, maar de gemeenten baseren zich op schattingen wat betreft de aantallen die men verwacht bij een aanvraag voor energietoeslag. De uitwisseling van data en persoonsgegevens tussen afdelingen wordt op dit moment bemoeilijkt door wet- en regelgeving (AVG). Het vragen van hulp bij de gemeente en het aanvragen van energietoeslag is voor veel doelgroepen (zoals niet digitaal vaardigen, ouderen en jongeren) lastig.

| 23 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

7.

Wat is de impact van de aanpak van de gemeenten volgens inwoners: is de aanpak effectief en/of worden ze ermee geholpen?

●

●

Uit het onderzoek komt naar voren dat veel inwoners een drempel ervaren bij zowel het vragen om hulp als het administratief aanvragen van hulp. Ten eerste omdat er een schaamtegrens overgestapt moet worden, maar ook omdat het niet eenvoudig is om bepaalde regelingen aan te vragen, of daar informatie over te vinden. Er is een grote groep inwoners waarvoor het digitaal (maar ook op papier) aanvragen een drempel opwerpt. Veel inwoners willen toch fysiek naar het gemeentehuis om daar geholpen te worden. Die mogelijkheid is er nu niet of beperkt. Over energiearmoede en de ondersteunende maatregelen wordt frequent en via verschillende kanalen gecommuniceerd. Desondanks worden niet alle doelgroepen hiermee bereikt; denk hierbij bijvoorbeeld aan statushouders, jongeren en ouderen die niet digitaal vaardig zijn. De informatievoorziening aan inwoners over wat zij zelf kunnen doen om te ‘verduurzamen’ is nog niet optimaal. Er is behoefte bij inwoners, maar ook bij ketenpartners aan meer maatwerk op informatiegebied door rekening te houden met doelgroepen. Inwoners hebben in de focusgroep een set concrete adviezen meegegeven op dit vlak.

5.1 Interne samenwerking Op basis van zowel de deskresearch als de interviews met medewerkers kan gesteld worden dat de teams duurzaamheid en samenleving elkaar steeds beter weten te vinden. De teams informeren elkaar en er vindt steeds eerder afstemming plaats (zie ook paragraaf 4.3). De ambtelijke teams geven aan dat ze op dit moment aanlopen tegen wet- en regelgeving op het gebied van privacy (AVG). Door de AVG is het delen van persoonsgegevens niet zomaar toegestaan. Het team samenleving heeft een lijst met inwoners die een aanvraag hebben gedaan voor de energietoeslag, maar mag deze niet delen met het team duurzaamheid. In een van de interviews werd hierop gezegd: ‘We lopen niet vast op de samenwerking, maar op de wet- en regelgeving.’ Dit is overigens een landelijk probleem. Voor het beleid maakt team duurzaamheid nu gebruik van gegevens van de nationale schuldhulproute15. De teams geven aan dat er binnen de organisatie veel ruimte is om van elkaar te leren en er is een gezonde cultuur van elkaar aanspreken. Er zijn ook korte lijnen tussen beleidsmakers en de uitvoering (consulenten bijzondere bijstand en minima).

15

Dit is een samenwerking van bedrijven, werkgevers en woningcorporaties. De NSR (Nederlandse Schuldhulproute) probeert mensen met geldzorgen in een eerder stadium te vinden, te bereiken en te leiden naar de juiste hulp. Daarbij wordt ingezet op een eenvoudiger systeem waarbij samenwerking tussen publieke en private instanties centraal staat.

| 24 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

In onderstaand kader geven we aan de hand van een voorbeeld uit de gemeente Alblasserdam aan hoe de samenwerking tussen teams uitgebreid en versterkt kan worden. Gemeente Alblasserdam: buurtaanpak De gemeente Alblasserdam heeft een actieplan energiearmoede 2022/2023 dat drie stappen omvat. Dit betreft een witgoedactie, voorlichting energiebesparing inclusief producten en (optioneel) geld voor gratis grote energiebesparende maatregelen. Ook wordt er integraal aan de buurtaanpak gewerkt. Energiearmoede wordt geschaard onder de opgave ‘buurtaanpak’. Het onderwerp energiearmoede raakt meerdere portefeuilles en is daarmee echt een integrale opgave. In het kader van de nieuwe opzet van het collegeprogramma wordt een opgaveteam opgericht onder de noemer buurtaanpak, waar energiearmoede deel van uitmaakt. Ook externe partners kunnen deel uitmaken van dit opgaveteam, waarmee het in feite een soort netwerkorganisatie wordt rond deze opgave. Ook geven we een voorbeeld van de gemeente Assen waarin samenwerking tussen het sociaal en fysiek domein is vormgegeven in een driestappenaanpak. Gemeente Assen: gebiedsgerichte samenwerking via buurtwerkers In Assen wordt gewerkt aan het bestrijden van energiearmoede door een persoonlijke aanpak via samenwerking tussen het beleid voor energietransitie en het sociaal domein.

De gemeente werkt samen met buurtwerkers om een concreet beeld te krijgen van de obstakels bij minder draagkrachtigen en overlegt met welzijnsorganisaties en woningcorporaties om alle woningen op korte termijn te verduurzamen zonder dat de huurkosten voor de inwoners stijgen. Assen heeft een driestappenaanpak ontwikkeld om minder draagkrachtige inwoners te helpen bij het verduurzamen van hun woningen. Stap 1 is het doornemen van het huishoudboekje (dus welke energiemaatschappij en wanneer stoken), stap 2 is het nemen van kleine maatregelen door een energiecoach en stap 3 is advies van een onafhankelijke energieadviseur. De financiering is echter nog een uitdaging, omdat de gemeente de inwoners met een smalle beurs graag een isolatieaanbod wil doen, maar nog niet weet hoe. Een optie is dat inwoners met een smalle beurs een sociaal krediet krijgen, maar dit kan nadelig zijn omdat de doelgroep vaak moeite heeft om de lening terug te betalen. Het streven is volgens de beleidsadviseur dat huishoudens met een smalle beurs een professional op bezoek krijgen die hun woning verduurzaamt en vervolgens de rekening naar de gemeente stuurt.

5.2 De samenwerking met de gebiedsteams Waar de lijnen tussen beleidsmakers en uitvoering (consulenten bijzondere bijstand en minima) kort zijn, is uit gesprekken met de gebiedsteams juist het tegenovergestelde naar voren gekomen. De SED-gemeenten kennen zogenaamde gebiedsteams die bestaan uit specialisten die dicht bij de inwoners eerstelijnszorg verlenen. Energiearmoede is op dit moment geen apart onderwerp binnen de gebiedsteams. Ze zijn ook niet goed op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de SED-organisatie. De gebiedsteams hebben veel te maken met multiprobleemgezinnen. Als ze merken dat de inwoners hulp nodig hebben op financieel vlak, schakelen ze altijd de schuldhulpverleners of de budgetcoaches in. Ze weten niet of het andersom ook zo gaat (of de schuldhulpverleners de gebiedsteams inschakelen als ze meer hulpvragen ontdekken bij inwoners).

| 25 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

De gebiedsteams zouden graag zien dat beleidsmedewerkers voor het maken van beleid ook bij de gebiedsteams informatie en ervaringen komen ophalen en met hen in gesprek gaan. Alle betrokkenen willen kortere lijntjes en betere samenwerking, maar er is te weinig regie van bovenaf (lees: vanuit de gemeente) om dit structureel vorm te geven. Uit gesprekken is wel naar voren gekomen dat er binnen de SED-organisatie een project is gestart om de aansluiting tussen consulenten en gebiedsteams te versterken en om de werkwijze tussen de gebiedsteams te harmoniseren.

5.3 Samenwerking met ketenpartners Zoals in hoofdstuk 4 al kort is aangekaart, werken de SED-gemeenten op het thema energiearmoede nauw samen met verschillende externe ketenpartners zoals woningbouwverenigingen, welzijnsorganisaties, vluchtelingenwerk, huurdersverenigingen, de Formulierenbrigade en de Voedselbank, en met energieleveranciers in bijvoorbeeld de vroegsignalering. In dit onderzoek zijn we ook met een aantal maatschappelijke partners (ketenpartners) in gesprek gegaan. Daarbij moet worden opgemerkt dat het erg lastig is gebleken om met de ketenpartners in gesprek te komen. Er zijn wel duidelijke overzichten van alle ketenpartners en voorliggende voorzieningen in de gemeenten, maar directe contactpersonen ontbreken. Vanuit de partijen die we wel gesproken hebben, komt een beeld naar voren dat het contact met de gemeente in de basis goed verloopt, al wordt er wel enige afstand ervaren in de uitvoering. Medewerkers van ketenpartners zijn niet altijd op de hoogte van wat de gemeente en andere ketenpartners doen op het gebied van (energie)armoede. Op dit vlak lijkt de informatievoorziening niet goed te verlopen. In het geval van de Voedselbank wordt dat - gezien hun onafhankelijke rol - niet direct als negatief opgevat.

We hebben te weinig ketenpartners gesproken om uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit van de samenwerking onderling (zoals doorverwijzing naar elkaar), maar vanuit de Voedselbank komt naar voren dat zij in ieder geval doorverwijzen naar de Kledingbank en de Formulierenbrigade. Bij het uitvoeren van de regeling heeft de SED-organisatie door de gevraagde snelheid in eerste instantie geen ketenpartners betrokken. Als het gaat om de energiebesparende kant, komt uit gesprekken naar voren dat bij de regionale aanpak uitvoeringsprogramma energiebesparing zowel woningcorporaties als bewindvoerders hebben meegedacht. Uit gesprekken met de colleges en een woningbouwcorporatie in Enkhuizen valt op te maken dat er inmiddels goede prestatieafspraken zijn (of worden gemaakt) met de verschillende woningbouwcorporaties, maar dat het tempo waarin wordt verduurzaamd nogal verschilt per corporatie.

5.4 Regionale samenwerking De gemeenten werken in de regio aan een regionale aanpak energiebesparing voor kwetsbare huishoudens. De samenwerking biedt voordelen waar het gaat om het starten van (grootschalige) initiatieven en beleidsontwikkeling. De samenwerking binnen de West-Friese gemeenten verloopt goed, maar de afstemming kost veel tijd, bemerken respondenten. De samenwerking is ook nog kwetsbaar omdat het vooralsnog vrijblijvend is en afhankelijk is van personen. Er wordt nu nagedacht over het formaliseren van de samenwerking om het beter te borgen. Vanuit alle drie de colleges is in de interviews aangegeven dat het goed is om bepaalde zaken regionaal op te pakken, maar dat verduurzaming voor een deel ook maatwerk is waarbij er ruimte moet blijven voor manoeuvreren. Er moet met andere woorden ruimte zijn om te leren en experimenteren, maar ook om lokaal maatwerk aan te bieden.

| 26 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Uit gesprekken kwam naar voren dat het goed is om grote opgaven, zoals energieopwek, in de regio op te lossen, maar de kleine energiebesparende maatregelen kunnen het beste lokaal worden uitgevoerd, dichtbij de inwoners. Om inwoners mee te nemen in de verduurzaming zijn kleine maatregelen in hun directe leefomgeving belangrijk. Draagvlak is cruciaal, dus de focus moet liggen op kleine dingen en stappen. Soms ligt de aandacht te veel op de grote opgaven in de regio, bemerkten verschillende collegeleden, waardoor de lokale projecten ondersneeuwen.

5.5 Zicht op doelgroep Voor de uitvoering van de energietoeslag van start ging, is er door de gemeenten een inschatting gemaakt van de doelgroep die deze mag aanvragen. Deze aantallen zijn in paragraaf 4.2.2 te vinden. Bij de gemeenten Drechterland en Stede Broec hebben meer inwoners de energietoeslag aangevraagd dan het aantal huishoudens op 120% van de bijstandsnorm in 2021. Het bereik is groot geweest als we alleen naar de aanvragen en gehonoreerde aanvragen kijken. De cijfers voor de aanvragen als persoonlijke financiële situatie van inwoners veranderen nog steeds; de energietoeslag loopt door tot 1 juli 2023. De monitoring van de aangevraagde energietoeslag is op orde en wordt regelmatig bijgewerkt. De informatie hierover wordt regelmatig aan het college toegezonden. Het is vooralsnog lastig om goed zicht te krijgen op de doelgroep die de ondersteuning echt nodig heeft, omdat er alleen een schatting gedaan kan worden van inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. De inkomenseffectrapportage kan daar wellicht bij helpen. Via verschillende kanalen is de energietoeslag kenbaar gemaakt en de organisatie heeft ook extra inwoners op de radar gekregen die in aanmerking komen voor het minimabeleid doordat zij de energietoeslag aanvragen. In paragraaf 4.2.2 is ingegaan op de communicatie richting inwoners.

Voor de Transitievisie Warmte en het regionale uitvoeringsprogramma energiebesparende maatregelen is de doelgroep ook in kaart gebracht (zie hoofdstuk 4.1). Er zijn in de Transitievisie Warmte op wijkniveau kaarten opgesteld die gebaseerd zijn op inkomen en gasgebruik. Deze informatie gebruikten de gemeenten om bewonersbrieven te sturen met een aanbod voor een energieadvies aan huis of een klushulp voor installatie van energiebesparende maatregelen.

5.6 Communicatie en informatievoorziening voor inwoners Om te kijken in hoeverre de inwoners effectief worden geholpen, hebben we naast gesprekken met betrokkenen (inclusief ketenpartners) ook gesproken met inwoners. Aan hen hebben we ten eerste de vraag voorgelegd wat energiearmoede voor hen betekent. Naast het niet meer kunnen betalen van de energierekening werd aangegeven dat energiearmoede voor een deel ook gaat over afhankelijkheid. Een huurder is waar het gaat om de besparingskant grotendeels afhankelijk van de verhuurder of de corporatie. Ook kwam in de focusgroep naar voren dat er als gevolg van de stijgende kosten voor energie er nu nieuwe (doel)groepen ontstaan die te maken krijgen met armoede. Dit gaat vooral om inwoners met een slecht geïsoleerde koopwoning, bijvoorbeeld in de historische binnenstad van Enkhuizen of een woonboerderij in het buitengebied, en die een dermate laag inkomen hebben dat zij geen energiebesparende maatregelen kunnen bekostigen. De gemeenschappelijke deler in dit alles is dat het vooral betekent dat iemand niet (meer) kan meedoen aan de verduurzamingsopgave die nu wordt gevraagd. Het belang van een wijkgerichte aanpak werd daarom onderstreept; waarbij aandacht is voor de context van de specifieke wijk in plaats van kern of op gemeentelijk niveau. Een wijkgerichte aanpak is ook de wijk in trekken en zichtbaar zijn, bemerkten inwoners.

| 27 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Er is inwoners ook gevraagd naar de huidige informatievoorziening en de wijze waarop de gemeente communiceert. De SED-organisatie communiceert regelmatig over de aanpak en de regelingen, via posters en brieven, maar er zijn zorgen bij inwoners en ketenpartners dat dit niet effectief is. In verschillende interviews en in de focusgroep is aangegeven dat bepaalde groepen, zoals jongeren, statushouders en huurders, minder in beeld zijn als het gaat om verduurzaming. De SED-organisatie geeft zelf aan dat de doelgroep statushouders wel goed in beeld is. Deze doelgroepen hebben aan de ene kant minder middelen om te verduurzamen, maar zijn ook lastiger te bereiken via de geijkte communicatiekanalen. Daarom is er door meerdere respondenten gepleit om tot een doelgroepgerichte aanpak te komen, ook in de communicatie. Ten aanzien van de communicatie en informatievoorziening zijn in de focusgroep ook een aantal hele concrete adviezen gegeven: ● Geef informatie voor alle inwoners/type woningen of maak duidelijk voor welke inwoners/type woningen het is bedoeld (wie of wat is de doelgroep). ● Let op het taalgebruik: gebruik toegankelijke taal die voor iedereen (ook laaggeletterden) begrijpbaar is; gebruik van iconen/symbooltjes werkt vooral voor jongeren. ● Doorverwijzen naar het internet is soms een drempel voor inwoners, houdt hier rekening mee tijdens informatieavonden/-bijeenkomsten.

● Schakel (vrijwilligers)organisaties in (vluchtelingenwerk, welzijnswerk, et cetera) voor communicatie met bepaalde doelgroepen die anders buiten de boot dreigen te vallen. Als het over energiebesparing en verduurzaming gaat, zijn er veel verschillende regelingen, zowel gemeentelijk als landelijk. Daarom is in de focusgroep geopperd om in de communicatie zoals nieuwsbrieven ook te wijzen op de landelijke regelingen. De stimuleringsmogelijkheden voor verduurzaming vanuit de overheid (dus vanuit het Rijk, maar ook vanuit de gemeenten) zijn vooral gericht op woningeigenaren. Voor huurders geldt dat zij veelal in een afhankelijkheidsrelatie zitten met de verhuurder of woningbouwvereniging. Voor huurders is de uitvoeringstermijn van de verduurzaming een struikelblok, want niet iedere woning kan direct worden verduurzaamd. Uit de focusgroep kwam naar voren dat sommige huurders nog jaren moeten wachten. Door de inwoners, maar ook nadrukkelijk door de uitvoering (consulenten) en de beleidsmakers is aangegeven dat er vooral behoefte is aan meer structurele oplossingen en maatregelen. Het zijn nu toch vooral tijdelijke maatregelen en het storten van een flink bedrag aan inwoners die in financiële problemen zitten, levert niet altijd het gewenste resultaat op. In de focusgroep is vervolgens gevraagd wanneer inwoners naar de gemeente zouden stappen voor hulp.

Uit het gesprek kwam duidelijk naar voren dat inwoners een drempel ervaren bij het vragen om hulp. Ten eerste omdat er een schaamtegrens overgestapt moet worden. Ten tweede omdat het niet eenvoudig is om bepaalde regelingen aan te vragen, of daar informatie over te vinden. Er is een grote groep inwoners waarvoor het digitaal (maar ook op papier) aanvragen een drempel opwerpt. Veel inwoners willen fysiek naar het gemeentehuis om daar geholpen te worden. Een extra drempel daarbij is dat inwoners nu eerst een afspraak moeten maken als ze langs willen komen. Wel zijn er plannen vanuit de gemeenten om per 1 september weer een inloopspreekuur op te starten. Ook de ketenpartners benadrukken dat het eenvoudiger moet worden om regelingen aan te vragen. In Drechterland is een Formulierenbrigade actief. In Stede Broec kan Ons Stede Broec en in Enkhuizen helpt Voor Elkaar in Enkhuizen met de aanvragen.16 16

De Formulierenbrigade hebben we helaas niet kunnen interviewen in dit onderzoek.

| 28 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

H6 | Evaluatie en verantwoording In dit hoofdstuk beschrijven we op welke wijze verantwoording wordt afgelegd door het college (via monitoring), dat wil zeggen, wat er wordt teruggekoppeld aan de raad en of deze zijn rol ook kan vervullen met de aangeleverde informatie. Ook gaan we in op de vraag hoe de gemeenteraad kan (bij)sturen en controleren. Welke instrumenten en overleggen zijn hiervoor en in hoeverre heeft de raad hier ook gebruik van gemaakt? In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord: Vraag 8.

Is de gemeenteraad voldoende geïnformeerd over de voortgang en kan de gemeenteraad tijdig bijsturen?

Bevinding ●

●

9.

In hoeverre heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende taak?

●

●

De SED-organisatie doet veel om energiearmoede te bestrijden, maar de informatie hierover landt nog niet op een centrale plek, het is versnipperd en de voortgang is lastig te monitoren voor de raden. Raadsleden geven aan dat de informatievoorziening (over de uitvoering) in de basis voldoet, gezien de actualiteit van het vraagstuk en de aanpak, maar dat er niet erg proactief wordt gedeeld; al worden er wel regelmatig nieuwsbrieven verzonden. Ook wordt inzicht in het bereik van de regelingen en de aanpak gemist, evenals inzicht in het bereik. Op dit moment is de organisatie wel bezig met een inkomenseffectrapportage. Er is beperkt gebruikgemaakt van de geijkte (bij)sturingsinstrumenten zoals moties, amendementen en raadsvragen. Uit de vragenlijst met raadsleden komt naar voren dat een deel van de raad content is met de huidige uitvoering en de informatievoorziening daarover en daarom niet hoeft (bij) te sturen. Daarnaast spelen de actualiteit van het vraagstuk en het gebrek aan een visie een rol, bemerken raadsleden. Er zijn met andere woorden weinig kaders en doelen vastgesteld, waarmee er ook nog niet veel valt te controleren door de raad. Bij het verder ontwikkelen van een aanpak of beleid, gaat kaderstelling wel belangrijk zijn. De raden zijn nog niet in positie om goed te kunnen (bij)sturen.

Omdat er nog geen kaders zijn, maar ook omdat de informatievoorziening nog niet op hun

| 29 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

behoefte aansluit. Om goed te kunnen kader stellen en controleren is meer kennis en expertise nodig van het thema, dat niet alleen complex is, maar ook aan veel verandering onderhevig is en in een bredere context van armoede en verduurzamen valt.

6.1 Informatievoorziening aan de gemeenteraden Deze paragraaf beschrijft welke informatie wordt gedeeld met de gemeenteraad en in hoeverre er een systematiek is om de gemeenteraden te informeren over ontwikkelingen op het gebied van energiearmoede. In de P&C-cyclus leggen de colleges verantwoording af over het gevoerde beleid. Deze agenda bepaalt in hoge mate de inhoud van de verschillende documenten die onderdeel uitmaken van de jaarlijkse begrotingscyclus: de programmabegroting, de kadernota, de najaarsrapportage en de jaarstukken. Voor het controleren of de aanpak zich verder ontwikkelt volgens de principes van de gestelde kaders, hebben de gemeenteraden de volgende stukken ontvangen, generiek via de P&C-cyclus per jaar: ● programmabegrotingen; ● jaarverslagen; ● kadernota’s; ● najaarsrapportages; ● accountantsverslagen. In de jaarrekening, de begroting, het jaarverslag en de voorjaarsnota en de najaarsnota staan nog geen duidelijke activiteiten en doelen ten aanzien van de bestrijding van energiearmoede. Hiermee is de voortgang ten aanzien van de aanpak niet direct te volgen vanuit de P&C-cyclus. Er is met andere woorden nog geen monitor of rapportage waarin alle resultaten samenkomen. Op basis van de verstrekte informatie is het moeilijk voor de raden om overzicht te krijgen. Hierbij speelt de actualiteit van het onderwerp (waarvoor nog geen visie is) een rol.

Er wordt immers niet alleen via verschillende regelingen (SPUK, energietoeslag), maar ook op het gebied van energiebesparing gewerkt aan het terugdringen van armoede die ontstaat als gevolg van stijgende energieprijzen. De SED-organisatie doet veel, maar de informatie hierover landt nog niet op een centrale plek, het is versnipperd en de voortgang is lastig te monitoren. Daarbij speelt ook mee dat het lastig is om de rijksregelingen in de verschillende nota’s op te nemen, omdat de bedragen die de gemeenten ontvangen in een korte periode al een aantal keer zijn aangepast (zoals ook beschreven in paragraaf 4.2). Naast de informatie vanuit de P&C-cyclus ontvangen de raden ook raadsbrieven over de voortgang en bepaalde ontwikkelingen, zoals blijkt uit onderstaand overzicht: ● Stede Broec: Raadsbrief Eenmalige Energietoeslag 12 april 2022. ● Enkhuizen: Raadsbrief Eenmalige Energietoeslag 25 april 2022. ● Drechterland: Raadsbrief Eenmalige Energietoeslag 12 april 2022. ● Stede Broec: Raadsbrief eenmalige energietoeslag 12 april 2022. ● Stede Broec: Subsidieregeling Corona Noodfonds, Herstel & Innovatie en Tegemoetkoming Energielasten Maatschappelijk Vastgoed (Regeling CHT) 4 april 2023. ● Enkhuizen: Subsidieregeling Corona Noodfonds, Herstel & Innovatie en Tegemoetkoming Energielasten Maatschappelijk Vastgoed (Regeling CHT) 7 maart 2023.

● Enkhuizen: Raadsbrief Motie Keesman - Van Gangelen - Van Galen - Mazereeuw, 24 januari 2022.

| 30 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

●

Drechterland: Subsidieregeling Corona Noodfonds, Herstel & Innovatie en Tegemoetkoming Energielasten Maatschappelijk Vastgoed (Regeling CHT) 7 maart 2023.

Naast raadsbrieven ontvangen de raden ook een aantal keer per jaar een nieuwsbrief duurzaamheid vanuit Samen en Duurzaam. Hierin staat wat er per gemeente voor initiatieven worden ontplooid en wat er is gedaan de afgelopen periode.17 In dit onderzoek hebben we via een schriftelijke vragenlijst ook aan raadsleden zelf gevraagd wat zij van de informatievoorziening vinden en hoe groot hun eigen betrokkenheid is. De bevindingen uit de vragenlijst en uit gesprekken met betrokkenen hebben we hieronder per gemeente samengevat. Belangrijkste bevinding is dat er wel wordt geïnformeerd vanuit de colleges, maar dat dit nog niet is afgestemd op de behoefte van de raad, omdat het gesprek hierover nog niet heeft plaatsgevonden. Tabel 6 Informatievoorziening aan gemeenteraden Gemeente

Bevindingen

Stede Broec

De informatievoorziening rondom energiearmoede kan beter, bemerken raadsleden in Stede Broec. Ze zouden graag meer op de hoogte gehouden worden van ontwikkelingen en de voortgang van bepaalde projecten zoals de pilot Buurtwarmte, maar ook welke wijken als eerste aan de beurt zijn vanuit de verduurzamingsopgave. Op dit vlak ontvangen zij ook vragen en signalen van inwoners die graag meer duidelijkheid willen over wat de plannen zijn van de gemeente. Ook wordt opgemerkt dat de raad uiteindelijk wel alle informatie ontvangt, maar dat het op dit moment versnipperd is. Ook zouden raadsleden graag meer willen weten over de concrete maatregelen die de gemeente treft om het vraagstuk aan te pakken.

Enkhuizen

In Enkhuizen komt een beeld naar voren dat informatievoorziening in de basis adequaat is, maar dat er proactiever gedeeld kan worden, zeker over de voortgang van bepaalde activiteiten en regelingen. Wel wordt aangegeven dat de signalen die de raad aangeeft over hun informatiebehoefte goed worden opgepakt. Dit geldt ook voor signalen die zij vanuit inwoners voor het voetlicht brengen bij het college. Verder is opgemerkt dat de raad graag meer informatie zou willen ontvangen vanuit de ketenpartners waar de gemeente mee samenwerkt in de aanpak van energiearmoede. Ten slotte wordt een overzicht van het effect van de regelingen gemist, evenals een nadere duiding van de uitvoeringskosten.

Drechterland

In Drechterland komt een wisselend beeld naar voren als het gaat om de informatievoorziening. Een aantal raadsleden geeft aan het als beperkt te ervaren, maar er zijn ook raadsleden die aangeven dat de informatievoorziening op dit moment adequaat is. Wat mee kan spelen is dat de gemeenteraden van Stede Broec en Enkhuizen middels een themabijeenkomst over het minimabeleid en de energietoeslag waren bijgepraat door de SED-organisatie maar de gemeenteraad van Drechterland op dat moment nog niet. Net als in Enkhuizen is de raad in Drechterland erg benieuwd naar het effect van de regelingen die worden ingezet om de energiearmoede te bestrijden, en ook hoe groot het bereik is.

17

https://samenenduurzaam.nl.

| 31 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

6.2 (Bij)sturen door de gemeenteraden De raadsleden zijn niet betrokken geweest bij het vaststellen van de aanpak. Bij de SPUK energiebesparende maatregelen en de energietoeslag, ligt het mandaat bij het college en wordt de raad alleen betrokken als daar expliciet om wordt gevraagd of het college dit voorneemt. Uit het onderzoek komt desondanks naar voren dat de betrokkenheid van de raden groot is. Raadsleden vinden het vooral belangrijk dat de regelingen en toeslagen snel worden ingezet, en dat inwoners duidelijkheid krijgen over de snelheid waarmee hun woning verduurzaamd kan worden, zodat op energiekosten kan worden bespaard. Op dit moment is de organisatie bezig met een inkomenseffectrapportage die inzichtelijk maakt welk effect regelingen hebben op de koopkracht per huishoudtype. Ook maakt deze rapportage inzichtelijk waar het nodig is om bij te sturen. Raadsleden hebben diverse instrumenten waarmee ze opdrachten kunnen geven (motie) of wijzigingen kunnen aanbrengen in het ontwerpbesluit (amendement). Uit de deskresearch komt naar voren dat er op het gebied van energiearmoede de afgelopen jaren een beperkt aantal moties en amendementen is ingediend. In tabel 7 zijn de aangenomen moties en amendementen weergegeven. Tabel 7 Inzet reguliere (bij)sturingsinstrumenten

Moties

Stede Broec

Enkhuizen

30 september 2021: Motie CDA Isolatiemanifest toepassen

8 november 2022: Motie onderzoek verruiming criteria energietoeslag 28 maart 2023: Motie energietoeslag

Drechterland 19 december 2022 Motie Minimabeleid ondersteuning huishoudens Drechterland

Amendementen

23 februari 2023: Amendement Beëindiging subsidie duurzame energie

Geen

22 mei 2023: Amendement ondersteuning huishoudens

Schriftelijke vragen

22 augustus 2022: Schriftelijke vragen SP armoedebeleid

12 juni 2022: commissievragen energietoeslag.

8 september 2022: ODS Technische vragen energiesubsidie studenten

11 november 2022: commissievragen SP

28 juli 2022: Schriftelijke vragen SPD met betrekking tot energiekosten en armoede

22 november 2022: SP, PVDA, GL Technische vragen verruiming eenmalige energietoeslag

Naast het indienen van moties en amendementen kan de raad ook schriftelijke vragen stellen, of zelf discussienotities opstellen en indienen. Hiervan hebben de raden de afgelopen jaren een aantal keer gebruikgemaakt (in Stede Broec drie keer, in Enkhuizen twee keer en in Drechterland één keer). De gestelde vragen gingen vooral in op de uitvoering, de uitkering van de energietoeslag en eventuele energiesubsidies voor bepaalde doelgroepen.

| 32 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Er is al met al beperkt gebruikgemaakt van de geijkte (bij)sturingsinstrumenten. Uit de enquête onder raadsleden komt naar voren dat een deel van de raad content is met de huidige uitvoering en de informatievoorziening daarover en daarom niet hoeft (bij) te sturen. Daarnaast speelt de actualiteit van het vraagstuk en het gebrek aan een visie een rol, bemerken respondenten. Er zijn met andere woorden weinig kaders en doelen vastgesteld, waarmee er ook nog niet veel valt te controleren door de raad. In verschillende gesprekken is aangegeven dat raadsleden, om goed te kunnen kader stellen en controleren in de toekomst, meer kennis en expertise nodig hebben - en daarover graag in gesprek gaan met de organisatie, ketenpartners en experts. Bijvoorbeeld tijdens raadsinformatiebijeenkomsten en expertsessies. Hierbij is er vooral behoefte om in te gaan op een meer integraal beleid en de daarbij behorende kaders en doelen.

| 33 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Bijlage 1 | Normenkader Onderzoeksvraag

Norm

Aanpak (beleid) en organisatie 1. Hebben de gemeenten beleid en/of een aanpak op energiearmoede?

● De gemeenten hebben een door het college of gemeenteraad vastgesteld beleid/aanpak op energiearmoede. ● De gemeenten hebben (naast de middelen van het Rijk) additionele middelen begroot voor de uitvoering van beleid/aanpak op energiearmoede. ● De gemeente heeft energiearmoede in kaart gebracht. ● De gemeente heeft scenario’s ontwikkeld om bij grote toename van het aantal klanten, het beleid, de organisatie en de uitvoering adequaat aan te passen in afstemming met uitvoerende organisaties en ketenpartners.

2. In hoeverre maken de gemeenten gebruik van landelijke en provinciale regelingen voor energiearmoede?

● De gemeenten maken gebruik van de beschikbare regelingen. ● Er is een overzicht van het gebruik van het aantal regelingen/voorzieningen per gemeente.

3. Welke instrumenten zet de gemeente in om energiearmoede te voorkomen (besparing) of de gevolgen van specifiek energiearmoede te beperken (inkomen, schuldhulpverlening, armoedebeleid)?

Hiervoor bestaat in beginsel geen norm, dit moet uit het onderzoek blijken.

4. Zijn de regelingen/voorzieningen met betrekking tot (energie)armoede goed op elkaar afgestemd en gecommuniceerd richting inwoners?

● Er is een duidelijk overzicht met de verschillende regelingen en voorzieningen die energiearmoede kunnen voorkomen. ● De doelgroep (die we spreken in het onderzoek) wordt voldoende geïnformeerd over de voorzieningen en regelingen ten aanzien van hoge energiekosten. ● De doelgroep (die we spreken in het onderzoek) maakt ook gebruik van de regelingen en voorzieningen van de gemeente.

| 34 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Uitvoering en effectiviteit aanpak 5.

In hoeverre is er sprake van een effectieve samenwerking op het gebied van energiearmoede?

● Er is een overzicht van partners met wie wordt samengewerkt op de uitvoering van energiearmoede (energiebesparing en armoedebeleid). ● Er zijn samenwerkingsafspraken tussen de gemeente en de partners over doelen, activiteiten/resultaten en rolneming. ● De gemeente deelt actief informatie, houdt bijeenkomsten en ontplooit initiatieven om maatschappelijke partners betrokken te houden. ● De gemeente is responsief en pikt signalen van maatschappelijke partners op en zet deze om in actie.

6. In hoeverre hebben de gemeenten zicht op de energiearmoede onder inwoners en de effecten hiervan?

● De gemeente heeft een overzicht van de huidige doelgroep en de potentiële doelgroep. ● De gemeente heeft op basis van het overzicht ook inzicht in de omvang en samenstelling van de doelgroep en hoe deze zich de afgelopen tijd heeft ontwikkeld. ● De gemeente monitort de effecten ook in de praktijk. ● Er vinden gesprekken plaats met ketenpartners over de effecten.

7. Wat is de impact van de aanpak van de gemeenten volgens inwoners: is het beleid volgens hen effectief (zijn ze goed geholpen) en in hoeverre is men tevreden?

● Er worden passende regelingen geboden en de tevredenheid hierover wordt gemonitord. ● Er zijn onderzoeken gehouden om de ervaring over de gemeentelijke aanpak te meten. ● Inwoners zijn tevreden over de geboden regelingen/voorzieningen en herkennen een duidelijke werkwijze/aanpak van de gemeente.

Evaluatie en verbetering 8. Is de gemeenteraad voldoende geïnformeerd over de voortgang en kan de gemeenteraad tijdig bijsturen?

● De gedeelde informatie is tijdig, toegankelijk en duidelijk voor de gemeenteraad. ● Het college rapporteert (via de P&C-cyclus) over de voortgang van de aanpak. ● De gemeenteraad wordt via raadsinformatiebrieven of bijeenkomsten regelmatig bijgepraat over de voortgang.

9. In hoeverre heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende taak?

● De gemeenteraad heeft (mogelijk indirect) opdracht en kaders gegeven voor de aanpak van de energiearmoede. ● De gemeenteraad heeft gebruikgemaakt van (bij)sturingsinstrumenten zoals moties, amendementen, raadsvragen, et cetera.

| 35 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

10. Wat kunnen de gemeenten nog meer doen om energiearmoede te voorkomen (Wat zijn voorbeelden van andere energiearmoedeaanpakken van andere gemeenten?)

Hiervoor bestaat in beginsel geen norm, dit moet uit het onderzoek blijken.

| 36 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Bijlage 2 | Lijst van bestudeerde documenten Beleidsnota’s ● Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland ‘Naar een gedragen warmtetransitie’ (2021) ● Minimabeleid Stede Broec (2021), Drechterland (2021), Enkhuizen heeft geen minimabeleid ● Kaderplan Schuldhulpverlening 2021-2024 Zes Westfriese gemeenten (2021-2024) Strategie-en visiedocumenten ● Coalitieakkoord Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland 2022-2026 ● Coalitieakkoord Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland 2018-2022 ● Regionaal uitvoeringsprogramma Energiebesparing kwetsbare huishoudens (oktober 2023) ● Programma Klimaat en Duurzaamheid Actie- en uitvoeringsplannen ● College uitvoeringsprogramma’s van de SED-gemeenten (2022-2026) ● Uitvoering landelijke RREW inclusief aanvraag en SISA-verantwoording (2021-2023, twee beschikkingen) ● Uitvoeringsprogramma Energieneutraal Westfriesland (2021) Jaarrekeningen en begrotingen ● Jaarrekening 2018-2022 ● Begrotingen 2018-2022 ● Kadernota Drechterland 2021-2025, Enkhuizen 2023-2026, Stede Broec 2021-2025 ● Najaarsnota Enkhuizen 2022, Stede Broec 2020, Drechterland 2021 Regelingen en beleidsregels ● Subsidieregeling Corona Noodfonds, Herstel & Innovatie en Tegemoetkoming Energielasten Maatschappelijk Vastgoed (2023) ● Beleidsregel eenmalige energietoeslag (april 2022) ● Wijziging beleidsregel eenmalige energietoeslag (juli 2022) Informatie voor inwoners ●

Folders minimaregelingen voor Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (2023) Voortgangsinformatie ● College memo’s (2021-2023) ● Overzichten aangevraagde en uitgekeerde energietoeslag (2023) Raadsstukken (2021-2023) ● Moties (zie paragraaf 6.2) ● Amendementen (zie paragraaf 6.2) ● Raadsvragen en antwoorden (zie paragraaf 6.2) ● Raadsinformatiebrieven (zie paragraaf 6.1) ● Raadsbrieven Duurzaamheid vanuit Servicepunt Duurzame Energie (2022-2023) ● Raadsvoorstellen ● Raadsbesluiten

| 37 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Bijlage 3 | Respondentenlijst Gesprekspartners Interne respondenten Vertegenwoordiging college Drechterland Vertegenwoordiging college Stede Broec Vertegenwoordiging college Enkhuizen Juridisch kwaliteitsmedewerker SED-organisatie Beleidsmedewerker minimabeleid SED-organisatie Consulent bijzondere bijstand SED-organisatie Programmamanager duurzaamheid SED-organisatie Beleidsmedewerker duurzaamheid SED-organisatie Medewerker Gebiedsteam Drechterland Medewerker Gebiedsteam Stede Broec Externe respondenten Stichting Leergeld West-Friesland Voedselbank West-Friesland Manager Welwonen (woningcorporatie Enkhuizen) Sociaal Werker Welwonen (woningcorporatie Enkhuizen) Vrijwilligerscoördinatoren Mee & De Wering (welzijnsorganisatie voor Drechterland en Enkhuizen) Participatieraad Enkhuizen

| 38 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Bijlage 4 | Definitieve bedragen Energietoeslag 2022 Stede Broec Aantal huishoudens in 2021 op 120% bijstandsniveau 815

Aantal binnengekomen aanvragen 1.110

Aantal toegekend

Aantal afgewezen

802

308

Totaal bedrag ontvangen Bedrag uitgegeven aan verstrekkingen Bedrag uitgegeven aan uitvoeringskosten Totaal aan daadwerkelijke kosten Verschil

€ 1.208.313,00 € 1.040.400,00 € 52.416,29 € 1.092.816,29 € 115.496,71

Enkhuizen Aantal huishoudens in 2021 op 120% bijstandsniveau 1.299

Aantal binnengekomen aanvragen 1.233

Aantal toegekend

Aantal afgewezen

947

286

Totaal bedrag ontvangen Bedrag uitgegeven aan verstrekkingen Bedrag uitgegeven aan uitvoeringskosten Totaal aan daadwerkelijke kosten Verschil

€ 1.364.337,00 € 1.220.239,00 € 71.014,94 € 1.291.253,94 € 73.083,06

Drechterland Aantal huishoudens in 2021 op 120% bijstandsniveau 750

Aantal binnengekomen aanvragen 904

Aantal toegekend

Aantal afgewezen

655

249

Totaal bedrag ontvangen Bedrag uitgegeven aan verstrekkingen Bedrag uitgegeven aan uitvoeringskosten Totaal aan daadwerkelijke kosten Verschil

€ 767.856,00 € 844.200,00 € 45.652,46 € 889.852,46 - € 121.996,46

Totaal bedrag ontvangen zijn de ontvangen middelen voor enkel de energietoeslag 2022, de ontvangen middelen voor de energietoeslag 2023 zitten hier niet bij in.

| 39 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Bijlage 5 | Bestuurlijke reacties

| 40 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 41 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 42 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 43 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 44 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 45 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 46 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 47 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 48 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 49 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 50 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 51 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 52 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 53 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 54 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 55 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 56 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 57 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 58 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 59 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 60 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 61 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 62 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 63 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 64 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 65 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 66 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 67 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 68 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

| 69 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Nawoord Aandachtspunten op het proces In de bestuurlijke reactie wordt stilgestaan bij rekenkameronderzoek in het algemeen. De RKC SED is verheugd dat de colleges aangeven de meerwaarde van de Rekenkameronderzoeken te zien. Tegelijkertijd constateren de colleges procesmatige aandachtspunten. Gevraagd wordt de ambtelijke inzet bij toekomstig onderzoek te beperken en na te denken of doelgroepen in het onderzoek voldoende bereikbaar en beschikbaar zijn voor het onderzoek. De RKC erkent dat dit onderzoek in het bijzonder – vanwege het domeinoverstijgende karakter en het ex durante karakter - een tijdsinvestering vergde van de betrokkenen, en neemt deze aandachtspunten mee bij volgend onderzoek. Desalniettemin moet worden gesteld dat bij rekenkameronderzoek er altijd sprake zal zijn van een tijdsinvestering van de ambtelijke organisatie. Hierbij zijn wij als RKC SED ook afhankelijk van de organisatiekracht van de gemeente. Zo is in dit onderzoek veel tijd verloren gegaan in afstemming, met onder meer verschillende ‘kick-offs’ van het onderzoek en veel reminders aan eerder gemaakt afspraken over te leveren gegevens, zoals documenten of contactgegevens van ketenpartners. Deze gegevens bleken vaak niet direct beschikbaar. Ook lukte het de gemeenten niet altijd goed om betrokkenen in de schil om de gemeenten te betrekken in het onderzoek.

Ook bij de wederhoorprocedure bleken de gestandaardiseerde termijnen niet haalbaar en is afgeweken van de standaardprocedures, waardoor in dit bestuurlijk wederhoor ook feitelijke nuanceringen zijn geland, die niet zijn geuit tijdens het technische wederhoor. Wij concluderen dat de nuanceringen geen effect hebben op de conclusies en aanbevelingen, maar het belang onderstrepen van het getrapt doorlopen van deze fasen om onduidelijkheden te voorkomen. De oproep om bij toekomstige onderzoeken goed af te wegen of doelgroepen bereikbaar en benaderbaar zijn nemen we ter harte. Tegelijkertijd constateert de RKC dat onderzoek rond moeilijk bereikbare doelgroepen vrijwel altijd wordt versterkt door hen een plek te geven in het onderzoek. Doordat zij minder goed bereikbaar zijn, worden zij doorgaans minder goed gehoord. De RKC ziet zelf een absolute meerwaarde in de verhalen van deze doelgroep. Dit type kwalitatief onderzoek heeft nadrukkelijk niet als belangrijkste doel een representatief beeld van de doelgroep op te leveren, maar om het verhaal en de ervaringen achter de cijfers in beeld te brengen. Wij nemen uw procesmatige aandachtspunten mee in onze toekomstige werkwijzen. Tegelijkertijd vragen we de gemeentelijke organisatie voldoende prioriteit te geven aan het ondersteunen van de uitvoering van het onderzoek, om zo wederzijds optimale meerwaarde te creëren.

De RKC SED is immers bij de uitvoering van onderzoek afhankelijk van de medewerking van de organisatie. Dat gaat niet enkel om tijdig aanleveren van stukken. Voor het organiseren van de gesprekken is de RKC afhankelijk van de bereidwilligheid van de gemeente en haar partners om hiertoe ingangen te leveren en de agenda vrij te maken. Voor het organiseren van gesprekken met de raad zijn we afhankelijk van medewerking van de griffie voor een passend moment. Zo zijn er tal van voorbeelden van afhankelijkheden in het onderzoeksproces, die uiteindelijk weerslag hebben op de actualiteit en kwaliteit van het onderzoek. Daar kan ons inziens nog winst worden behaald.

| 70 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Onderwerpkeuze Het college staat kort stil bij de onderwerpkeuze van dit onderzoek. Een van de redenen voor de selectie van dit onderwerp is de door de college aangegeven bijzondere (beoogde) samenwerking tussen twee terreinen die van nature niet veel met elkaar te maken hebben: duurzaamheidsbeleid en armoedebeleid. Beide thema’s kwamen nadrukkelijk naar voren in eerdere inventarisatie onder raadsleden en de RKC SED zag in de ontwikkelingen in de energiecrisis een unieke kans om beide thema’s op te pakken. Het feit dat er nog geen beleid wat op het gebied van energiearmoede was uiteraard bekend. Wij zijn echter niet van mening dat – zoals het college in haar reactie op conclusie 4 stelt ‘er beperkt een effectieve meting kan plaatsvinden, omdat er nog kort mee gewerkt is’. Dit zou het geval zijn bij een ‘ex-post onderzoek’, waar de praktijk wordt gespiegeld aan het vigerend beleid. Er is bewust gekozen voor een ‘ex-durante-onderzoek’, waarbij de nadruk meer ligt op de processen: Hoe is de samenwerking vormgegeven? Welke kansen worden gepakt en waar laat men nog kansen liggen? Wat is er te leren van andere gemeenten – die uiteraard met vergelijkbare uitdagingen werken? De RKC SED is zich bewust dat door deze innovatieve insteek het onderzoek én het rapport anders is dan gebruikelijk.

Wij zullen uiteraard intern de voor- en nadelen van dit type onderzoek op een rij zetten, en nemen hierbij ook de ontvangen signalen vanuit de organisatie mee. Inhoudelijke reactie We danken het college voor de uitgebreide inhoudelijke reactie, en zijn uiteraard blij met de conclusies en aanbevelingen die ter harte worden genomen. Onder meer de spreekuren in het kader van bijzondere bijstand waar inwoners zonder afspraak terecht kunnen zijn vanuit het perspectief van dit onderzoek een belangrijke bijdrage aan de laagdrempeligheid van de dienstverlening. Ook zien we dat het college blijft inzetten op structureel overleg met ketenpartners, waar ogenschijnlijk nog winst te behalen valt. Bij een aantal elementen uit de bestuurlijke reactie staan we graag kort stil om mogelijke misverstanden te voorkomen en de conclusie te verhelderen: -

Conclusie 2 beschrijft dat er met incidentele middelen aan een structureel vraagstuk wordt gewerkt. Dit landt later ook in aanbeveling 2. De RKC SED is zich bewust dat bij het wegvallen van Rijksgelden de gemeenten niet de middelen hebben om dit beleid voort te zetten en bij incidenten middelen niet direct voor langere termijn kunnen worden ingezet. De RKC wil echter verduidelijken dat sommige lange termijn duurzaamheidsdoelstellingen geen structurele budgetten nodig hebben. Het isoleren van huizen is bijvoorbeeld een incidentele uitgaven die bijdraagt aan de lange termijn doelstelling. Verder constateert de RKC dat de incidentele middelen nog (te) veel resulteren in losstaande regelingen, voorzieningen of maatregelen. Kansen om meer afstemming te zoeken met andere regelingen, voorzieningen of maatregelen zijn hierbij onvoldoende benut. In het verlengde hiervan staat de RKC graag stil bij een opmerking bij conclusie 7, waar wordt opgeworpen dat het onduidelijk is of dit thema een structureel vraagstuk zal worden. Dit erkent de RKC. Tegelijkertijd roept de RKC op tot waakzaamheid om te lang dit thema als ‘incidenteel’ te beschouwen en daarmee onvoldoende aandacht te besteden aan de inbedding van de regelingen, voorzieningen of maatregelen in breder beleid.

-

Conclusie 3 staat stil bij de stroeve samenwerking met de gebiedsteams. Het college benoemt dat deze conclusie stoelt op één interview. De RKC SED wijst echter ook op de communicatie die in het kader van deze (beoogde) interviews heeft plaatsgevonden,

| 71 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

waaruit bleek dat gebiedsteams onvoldoende aangehaakt zijn op ontwikkelingen binnen de SED-gemeenten op het gebied van energie-armoede. Het is onze indruk dat mede hierdoor de bereidheid voor deelname tot interviews ook laag lag. In het verlengde hiervan een rectificatie om verwarring te voorkomen: Er is niet met één, maar met twee medewerkers van twee gebiedsteams is gesproken, en zij spraken namens het gehele gebiedsteam. -

Conclusie 5 gaat over de informatievoorziening aan inwoners, waarbij de RKC constateert dat er geen heldere doelgroepen zijn gedefinieerd. Het verbaast ons dan ook dat de reactie stelt dat via consulenten, gebiedsteams en ketenpartners ‘naar de doelgroepen’ wordt gecommuniceerd. De RKC onderschrijft dat er sprake is van algemene communicatie. Uiteraard komt deze ook bij doelgroepen terecht. De kern van de aanbeveling zit echter in het vaststellen van doelgroepen om communicatie meer op maat te laten aansluiten. Dat sommige doelgroepen zich niet direct (willen) herkennen als doelgroep – zoals het college aangeeft in haar toelichting op aanbeveling 1 – is een uitdaging in communicatie, maar maakt de noodzaak communicatie op maat van dergelijke doelgroepen te maken enkel groter.

-

Conclusie 8 gaat over de signalen vanuit raadsleden dat zij zich niet volledig geëquipeerd voelen om hun rol als kadersteller en controleur in te vullen. Het college stelt dat de P&C cyclus als instrument voldoet en wil waken voor te veel rapportages en toelichtingen. Uiteraard moet worden voorkomen dat een overschot aan informatie wordt gedeeld, maar de RKC stelt dat de raad leidend is in haar informatiebehoefte. Deels ligt hier een rol voor de raadsleden zelf, om proactief om informatie te vragen die zij missen, zoals u ook aangeeft in uw reactie op aanbeveling 5. Bij integrale, complexe opgaven is het echter niet altijd makkelijk voor de raad om de precieze informatiebehoefte vast te stellen en ontstaat er ook een rol voor het college om bij de raad na te gaan hoe zij geïnformeerd wil worden.

Met vriendelijke groet, De Rekenkamercommissie

| 72 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91 ABNA 0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01

Colofon Oktober 2023 Classificatie

:

Vertrouwelijk

Namen adviseurs

:

Tom Plat Rosalie Bedijn

Kenmerk

:

PO031068-2178

| 73 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13426422/1