CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Rekenkameronderzoek energiearmoede (inclusief bestuurlijke reactie en nawoord) - RKC SED (2023-48)

Gemeenteraad 27 november 2023, gemeente DrechterlandBij agendapunt: RKC SED onderzoek energie-armoede (2023-48)16.557 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rekenkameronderzoek naar Energiearmoede SED-gemeenten Rekenkamercommissie SED

Eindrapport | oktober 2023

Partners in verbetering

1

Rekenkameronderzoek naar Energiearmoede SED-gemeenten Eindrapport Rekenkamercommissie SED

Inhoudsopgave Leeswijzer DEEL I H1 | Inleiding 1.1 Een urgent en structureel vraagstuk 1.2 Rol van de gemeenten 1.3 Doelstelling onderzoek H2 | Conclusies en aanbevelingen 2.1 Conclusies 2.2 Aanbevelingen DEEL II H3 | Onderzoeksverantwoording 3.1 Hoofdvraag en deelvragen 3.2 Focus van het onderzoek 3.3 Onderzoeksmethoden H4 | Aanpak (beleid) en organisatie 4.1 Beleid en aanpak energiearmoede 4.2 Gebruik landelijke regelingen 4.2.1 RREW 4.2.2 Energietoeslag 4.2.3 Het uitkeren van de energietoeslag vergt veel capaciteit en middelen 4.2.4 De SPUK energiebesparende maatregelen en het Nationaal Isolatieprogramma 4.3 Worsteling met de landelijke regelingen H5 | Uitvoering en effectiviteit van de aanpak 5.1 Interne samenwerking 5.2 De samenwerking met de gebiedsteams 5.3 Samenwerking met ketenpartners 5.4 Regionale samenwerking 5.5 Zicht op doelgroep 5.6 Communicatie en informatievoorziening voor inwoners H6 | Evaluatie en verantwoording 6.1 Informatievoorziening aan de gemeenteraden 6.2 (Bij)sturen door de gemeenteraden Bijlage 1 | Normenkader Bijlage 2 | Lijst van bestudeerde documenten Bijlage 3 | Respondentenlijst Bijlage 4 | Definitieve bedragen Energietoeslag 2022 Bijlage 5 | Bestuurlijke reacties Nawoord Colofon

1 2 3 3 4 4 5 5 7 9 10 10 11 12 14 15 16 16 17 18 20 21 23 24 25 26 26 27 27 29 30 32 34 37 38 39 40 70 73

Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

Leeswijzer Voor u ligt het rapport van het rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten. Hierin doen we verslag van de onderzoeksactiviteiten die plaatsvonden in de periode maart tot en met juni 2023. Dit rapport geeft een overzicht van de bevindingen van het onderzoeksteam, zoals verzameld aan de hand van de onderzoeksvragen van de Rekenkamercommissie. Dit rapport bestaat uit twee delen. Deel I is een zelfstandig leesbare rapportage van het onderzoek. In dit deel zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. In dit deel leest u: ● het doel van het onderzoek; ● het belang van het onderwerp voor de gemeenten; ● de conclusies uit het onderzoek; ● de aanbevelingen voor verbetering van de aanpak energiearmoede. Voor degenen die geïnteresseerd zijn in een gedetailleerde uitwerking van de onderzoeksvragen, is in Deel II (nota van bevindingen) het integrale onderzoek met daarin de volledige beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen opgenomen. Tevens zijn door het rapport heen verschillende best practices vanuit andere gemeenten opgenomen.

| 1 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

DEEL I

ESSENTIE VAN HET ONDERZOEK

| 2 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

H1 | Inleiding 1.1 Een urgent en structureel vraagstuk Energiearmoede is een urgent en structureel vraagstuk. De armoede van huishoudens die al in energiearmoede leefden, neemt toe. Het Nibud gaf in september 2022 aan dat het voor de lage inkomensgroepen steeds moeilijker, dan wel onmogelijk is geworden om de maandelijkse energielasten te kunnen betalen. Naast de toename in de al bestaande armoede, neemt het aantal huishoudens dat leeft in energiearmoede toe. Daarnaast is het voor sommige huishoudens lastig om mee te kunnen doen aan de energietransitie. In toenemende mate gaat het ook om huishoudens met middeninkomens en met geïsoleerde woningen. Naar schatting 20% van de huishoudens in Nederland heeft moeite om de energierekening te betalen door de alsmaar oplopende energieprijzen. Daardoor lopen steeds meer inwoners het risico om schulden te maken, terwijl bekend is dat al één op de vijf huishoudens in Nederland risicovolle schulden heeft.1 Energiearmoede staat niet op zichzelf. Het is onderdeel van het vraagstuk bestaanszekerheid. Op het moment dat iemand afhankelijk is van een uitkering of minimaregelingen omdat diegene op het minimuminkomen of net daarboven zit, dan trekt elke kostenstijging een enorme wissel op zijn of haar financiële positie.

Dus op het moment dat de kosten voor energie stijgen, stapelen de financiële problemen zich op, zeker voor inwoners met slecht geïsoleerde woningen. De Rekenkamercommissie SED heeft gezien bovenstaande urgentie besloten een onderzoek te doen naar energiearmoede in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Dit onderzoek focust op de aanpak van energiearmoede onder inwoners. Voor deze focus is gekozen om de volgende redenenen: 1. Energiearmoede is een zeer urgent en structureel (duurzaamheids)vraagstuk. 2. Gemeenten hebben een belangrijke rol in energiearmoede: in het inkomens-/armoedebeleid en in energiebesparing. 3. Energiearmoede is een lastig vraagstuk: huishoudens die het meest kwetsbaar zijn, zijn voor gemeenten vaak moeilijk te bereiken en het is lastig om te komen tot een aanpak die bij deze huishoudens tot structurele oplossingen leidt. Bovenstaande focus maken we omdat het afgelopen jaar de energiearmoede in korte tijd zeer sterk steeg. Gemeenten kregen hierdoor in korte tijd de rol om een energietoeslag beschikbaar te stellen en om versneld tot maatregelen te komen voor energiebesparing bij kwetsbare inwoners. Daarbij komt dat onbekend is of rijksmaatregelen zoals de energietoeslag en het energieplafond worden gecontinueerd en hoe dit gebeurt, terwijl inwoners in de toekomst niet minder kwetsbaar zullen zijn voor stijgende energielasten.

Dit betekent dat snel leren van de eerste aanpak op energiearmoede de gemeente inzicht kan geven om te komen tot een meer structurele aanpak. Dit onderzoek heeft daarmee het karakter van een ex durante onderzoek: een onderzoek dat plaatsvindt tijdens de uitvoering van beleid, programma of een aanpak om ervan te leren zodat bijsturing en verbetering mogelijk zijn.

1

https://www.divosa.nl/armoede-en-schulden-nederland

| 3 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

1.2 Rol van de gemeenten De rol van een gemeente in energiearmoede komt voort uit haar rol in zowel het sociaal domein als het fysiek domein. De gemeente is verantwoordelijk voor het armoedebeleid en voor schuldhulpverlening aan inwoners. Betaalbaarheid van energielasten is daar een belangrijk onderdeel van (sociaal domein). Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor het woonbeleid en heeft zij een belangrijke rol in het energie- en klimaatbeleid met een regisserende rol in de warmtetransitie. Energiebesparing bij inwoners is daar vaak een belangrijk onderdeel van (fysiek domein). De afgelopen jaren zijn er voor gemeenten meerdere regelingen beschikbaar gekomen, zodat gemeenten ook de financiële middelen hebben om een rol te spelen bij energiearmoede. Gemeenten kunnen gebruikmaken van een algemene uitkering om huishoudens die het hardst getroffen worden door de stijgende energieprijzen te helpen: de energietoeslag. Ook zijn er twee rijksregelingen die inwoners helpen om thuis energie te besparen: een specifieke uitkering (SPUK) energiebesparende maatregelen2 en het Nationaal Isolatieprogramma. De SPUK-middelen zijn verdeeld op basis van het aantal huishoudens met energiearmoede per gemeente en gebaseerd op onderzoek van TNO. Gemeenten bepalen grotendeels zelf hoe ze de SPUK-middelen besteden.

Naast de SPUK-middelen, zijn er vanaf 2022 ook middelen beschikbaar gekomen voor gemeenten voor de lokale aanpak in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma. Met de regelingen kunnen gemeenten huishoudens met energiearmoede direct ondersteunen en een opstap maken naar een structurele aanpak van isolatie. Het is voor gemeenten echter niet eenvoudig om juist die huishoudens die het meest kwetsbaar zijn voor stijgende energieprijzen te helpen met energiebesparing en te bereiken met inkomenssteun. Ook al zijn er regelingen beschikbaar voor deze huishoudens.

1.3 Doelstelling onderzoek Met dit onderzoek wil de Rekenkamercommissie in kaart brengen in hoeverre de SED-gemeenten het vraagstuk energiearmoede in beeld hebben, wat de impact is voor inwoners (welke aantallen) en wat er mogelijk is om inwoners in de toekomst te ondersteunen op dit punt. Er zijn in het onderzoek ook verbeterpunten aangedragen en best practices uit andere gemeenten in Nederland (deze zijn in verschillende kaders door het rapport opgenomen). Met dit onderzoek is geen uitgebreide beleidsreconstructie beoogd, maar een verkenning van het vraagstuk in de SED-gemeenten met daarbij een aantal concrete aanbevelingen voor de doorontwikkeling van de aanpak. De Rekenkamercommissie heeft de volgende hoofdvraag geformuleerd voor dit onderzoek: Wat doen de SED-gemeenten aan vermindering van energiearmoede, wat is hiervan de impact en wat zijn mogelijkheden voor verbetering? De Rekenkamercommissie heeft de hoofdvraag verder uitgewerkt in een aantal deelvragen die zijn opgesomd in de onderzoeksverantwoording (hoofdstuk 3).

2

https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/spuk-lokale-aanpak-isolatie

| 4 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

H2 | Conclusies en aanbevelingen In deel II van dit rapport zijn alle bevindingen uitvoerig beschreven. In paragraaf 2.1 gaan we in op de belangrijkste conclusies.

2.1 Conclusies 1. Er is beleid en deels een aanpak, maar veel is nog in beleidsvoorbereiding. De SED-gemeenten zijn gestart met het vormgeven van energiearmoedebeleid vanuit de Transitievisie Warmte (TVW). De aanpak voor de energietoeslag is in uitvoering. Veel is in beleidsvoorbereiding, net als bij alle andere gemeenten in Nederland, zoals het uitvoeringsprogramma energiebesparing kwetsbare huishoudens en het programma Klimaat en Duurzaamheid. Er wordt ook gewerkt aan een meerjarige isolatieaanpak (voor koopwoningen) en prestatieafspraken. Door deze beleidsvoorbereiding is het niet overal duidelijk wat concrete acties in de uitvoering zijn, bijvoorbeeld hoe de SPUK energiebesparende maatregelen uiteindelijk besteed worden. De omvang van de doelgroep die te maken krijgt met energiearmoede is aardig in beeld, maar de gemeenten baseren zich nog wel op schattingen. Het is op dit moment lastig voor gemeenten om specifieke doelgroepen goed in beeld te krijgen. Dit komt mede doordat de uitwisseling van data en persoonsgegevens tussen afdelingen voor een deel wordt tegengehouden door wet- en regelgeving. De SED-organisatie is daarom druk bezig met een inkomenseffectrapportage die meer inzicht moet geven in de potentiële doelgroepen. 2. Er moet veelal met incidentele middelen aan een structureel vraagstuk gewerkt worden.

Het is voor gemeenten lastig dat zij voor een structureel vraagstuk dat gebaat is bij een integrale aanpak steeds incidentele middelen krijgen. Dit zien we ook terug bij de SED-gemeenten. De integraliteit is nog niet overal geborgd in de aanpak. De energietoeslag heeft een incidenteel karakter waar weinig ruimte was voor maatwerk in de regeling en de gemeenten moesten snel tot uitvoering overgaan. Er was weinig tijd voor afstemming met andere regelingen en voorzieningen in het armoedebeleid, waardoor er minder kruisbestuiving plaatsvond in de organisatie. De ambtelijke organisatie heeft dit als aandachtspunt aangegeven in de gesprekken. Ook de SPUK-regeling voor energiebesparende maatregelen heeft een incidenteel karakter. Bij de SPUK energiebesparende maatregelen hebben de gemeenten iets meer tijd genomen om de regeling af te stemmen. De aanpak is regionaal opgepakt en wordt lokaal uitgevoerd. De grote winst is dat team samenleving en team duurzaamheid nu gezamenlijk naar de problematiek kijken. Naast de inzet van deze rijksmiddelen is de organisatie net als veel andere gemeenten bezig met het opzetten van verschillende andere regelingen en activiteiten die direct of indirect energiearmoede bestrijden. 3. De samenwerking intern (tussen de teams) verloopt steeds beter, maar met de gebiedsteams verloopt de samenwerking stroef.

Energiearmoede is een vraagstuk dat vraagt om een integrale en daarmee domeinoverschrijdende aanpak. Team samenleving en team duurzaamheid trekken in toenemende mate samen op om dit handen en voeten te geven. De afdelingen informeren elkaar en er vindt steeds eerder en beter afstemming plaats. Ook zijn er korte lijnen met de consulenten schuldhulpverlening. De SED-gemeenten kennen zogenaamde gebiedsteams die bestaan uit specialisten die dicht bij de inwoners eerstelijnszorg verlenen. De samenwerking tussen de gebiedsteams en de SED-organisatie verloopt op dit moment stroef.

| 5 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

De medewerkers van de gebiedsteams zijn slecht op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de SED-gemeenten op het gebied van energiearmoede. Alle betrokkenen willen kortere lijntjes en betere samenwerking, maar er is op dit moment te weinig regie vanuit de gemeenten om dit structureel vorm te geven. Er loopt op dit moment wel een traject om de samenwerking te verbeteren. 4. Het is onduidelijk in hoeverre sprake is van een effectieve samenwerking met ketenpartners. De ketenpartners lijken op afstand te staan. Er is geen goed beeld van de samenwerking vast te stellen vanuit het onderzoek. Wel hebben we kunnen vaststellen dat de regionale samenwerking binnen West-Fries-verband goed verloopt. Er is gekozen om gezamenlijk het regionale uitvoeringsprogramma Energiebesparing Kwetsbare Huishoudens op te stellen. De samenwerking biedt (schaal)voordelen voor de SED-gemeenten, maar alle drie de colleges hebben aangegeven dat er wel ruimte moet blijven voor lokaal maatwerk; kleine maatregelen dichtbij de burger. 5. De informatievoorziening aan inwoners is nog niet optimaal. De gemeenten communiceren frequent en via verschillende kanalen over energiearmoede. Desondanks worden niet alle doelgroepen bereikt. De gemeenten hebben nog geen heldere doelgroepen gedefinieerd, althans deze zijn wij niet tegengekomen in dit onderzoek. 6. Het vragen om hulp, maar ook het aanvragen van hulp is lastig.

Uit het onderzoek komt naar voren dat veel inwoners een drempel ervaren bij zowel het vragen om hulp als het aanvragen van hulp. Ten eerste omdat er een schaamtegrens overgestapt moet worden om bij de gemeente aan te kloppen voor hulp. Ten tweede komt uit diverse gesprekken met maatschappelijke partners en de focusgroep naar voren dat het niet eenvoudig is om bepaalde regelingen aan te vragen, of daar informatie over te vinden. Er is een grote groep inwoners waarvoor het digitaal (maar ook op papier) aanvragen een drempel opwerpt. Veel inwoners willen fysiek naar het gemeentehuis om daar geholpen te worden. Die mogelijkheid is er nu - met name in Enkhuizen - niet of beperkt. 7. De SED-organisatie doet momenteel veel aan de bestrijding van energiearmoede, maar de informatie over de voortgang landt nog niet op een centrale plek, waardoor de voortgang voor raadsleden lastig te monitoren is. Raadsleden geven aan dat de informatievoorziening (over de uitvoering) in de basis voldoet, gezien de actualiteit van het vraagstuk en de aanpak die snel uitgerold moest worden. Tegelijkertijd geven verschillende raadsleden aan dat er actiever gedeeld kan worden. Vooral inzicht in het effect en het bereik van de regelingen wordt gemist. Op dit moment is de organisatie bezig met een inkomenseffectrapportage.

Deze moet inzichtelijk maken welk effect het gemeentelijk minimabeleid heeft op de koopkracht per huishoudtype en waar het nodig is om bij te sturen op het minimabeleid. 8. De raden stellen kaders en controleren, maar voelen zich nog niet helemaal geëquipeerd in die rol. Energiearmoede is een lastige en complexe opgave die meerdere beleidsterreinen raakt, waardoor het voor raadsleden soms moeilijk is te doorgronden. Uit verschillende reacties van raadsleden van de drie gemeenten komt naar voren dat ze graag hun rol als kadersteller en controleur willen pakken, maar dat ze zich nog niet altijd volledig geëquipeerd voelen in die rol; dit geldt zowel voor Stede Broec als Drechterland en Enkhuizen. Om goed te kunnen kader stellen en controleren is meer kennis en expertise nodig van het thema, dat niet alleen complex is, maar ook aan veel verandering onderhevig is. Daarnaast is het belangrijk dat de raadsleden aangeven welke informatie ze nodig hebben om deze kaderstellende en controlerende rol te pakken. In lijn met de vorige conclusie (7) zouden de raden ook graag meedenken over het inrichten van de informatievoorziening voor de toekomst.

| 6 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

2.2 Aanbevelingen Op basis van bovenstaande conclusies en bevindingen komen we tot de volgende aanbevelingen: 1. College: Zet in op betere informatievoorziening richting inwoners, met aandacht voor doelgroepen. Uit de interviews is naar voren gekomen dat bepaalde doelgroepen (denk aan statushouders, jongeren en ouderen, maar ook specifieke doelgroepen zoals bewoners van monumentale panden) niet of in beperkte mate worden bereikt. Er ligt een grote kans voor de gemeenten om in haar communicatie en ook in haar regelingen (zie conclusie 5) specifieker in te zetten op bepaalde doelgroepen. ● Een manier waarop dit bewerkstelligd kan worden is door de communicatie meer te laten aansluiten op de belevingswereld van bepaalde doelgroepen. Maak in de communicatieuitingen ook direct duidelijk voor welke woningen/inwoners de regelingen wel en voor welke ze niet gelden. De informatie is er wel, maar inwoners moeten er zelf naar op zoek. ● Onze aanbeveling is daarom om ook de website kritisch door te lichten op vindbaarheid van informatie en begrijpelijke taal, en deze actueel te houden. ● Onze aanbeveling is om in elk gemeentehuis een fysieke locatie te hebben waar inwoners terechtkunnen met vragen. ● Het is ook raadzaam om aan te sluiten bij bestaande netwerken en de informatie letterlijk te brengen. Deze aanbeveling haakt in op aanbeveling 2.

De best practice uit de gemeente Tilburg (hoofdstuk 4) is een voorbeeld hoe dit aangepakt kan worden. Vanuit het onderzoek is gebleken dat er behoefte is aan meer maatwerk op informatiegebied, bijvoorbeeld via een wijkgerichte benadering, maar ook door rekening te houden met nieuwe doelgroepen die nu ontstaan als gevolg van de stijgende energieprijzen. Inwoners hebben in de focusgroep hiervoor een set concrete adviezen meegegeven die hier nader op ingaan (zie paragraaf 5.3). 2. College en raad: Denk na over regelingen vanuit doelgroepenbeleid. Uit het onderzoek is gebleken dat veel regelingen niet doelgroepgericht zijn. De gemeente kan meer in gesprek gaan met andere doelgroepen zoals huurders of eigenaren van woningen waar afwijkend beleid op van toepassing is, zoals woningen die erfgoed zijn in de binnenstad van Enkhuizen. Ook hier geldt: sluit aan bij bestaande netwerken en/of partners vanuit bijvoorbeeld het sociaal domein om ingangen te vinden die nu niet of nauwelijks worden gebruikt en gebruik kennis van deze netwerken en partners om beter aan te sluiten op de doelgroepen. Waar is behoefte aan, waar zou deze groep bij gebaat zijn? Juist bij de nieuwe doelgroepen zullen maatwerkoplossingen gevonden moeten worden. 3. College en raad: Zorg dat de incidentele middelen gebruikt worden voor lange termijn opgaven.

Er moet veelal met incidentele middelen aan lange termijn opgaven worden gewerkt, zoals de energietransitie. Dit is lastig. We bevelen de gemeenten aan om spoedig gezamenlijk lange termijn doelen voor energievraagstukken in relatie tot bestaanszekerheid en een strategie hoe die doelen te halen te formuleren en om hier de samenwerking binnen de gemeente en met partners buiten de gemeente voor in te richten. Zo kan de gemeente bij het beschikbaar komen van incidentele middelen steeds afwegen hoe deze het beste gebruikt kunnen worden in de strategie om deze langetermijndoelen te behalen en met welke partners. Dit voorkomt ook het ‘hollen en stilstaan’ en ‘pleisters plakken’ dat vooral gevoeld werd bij de energietoeslag.

| 7 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Onze aanbeveling is om voor deze doelen, strategie en de uitvoering daarvan (regelingen, voorzieningen en communicatie), nog nauwer samen te werken op bestaanszekerheid en energievraagstukken. We zien kansen voor integrale samenwerking tussen het team duurzaamheid en sociaal domein in het armoedebeleid, de wijkuitvoeringsplannen en het uitvoeringsplan voor de energiebesparende maatregelen (SPUK en NIP). De best practices van de gemeente Assen en Alblasserdam (hoofdstuk 5) geven inspiratie hoe deze samenwerking vormgegeven kan worden. 4. College: zorg dat de gemeente de regisseursrol oppakt in de samenwerking met ketenpartners Hoewel de SED-organisatie duidelijke overzichten heeft van alle ketenpartners en voorliggende voorzieningen in de gemeenten, hebben we tijdens het onderzoek moeten vaststellen dat directe contactpersonen ontbreken. Vanuit de partijen die we wel gesproken hebben, komt een beeld naar voren dat het contact met de gemeenten in de basis goed verloopt, al wordt er wel enige afstand ervaren in de uitvoering. Medewerkers van ketenpartners zijn niet altijd op de hoogte van wat de gemeenten en andere ketenpartners doen op het gebied van (energie)armoede. Op dit vlak lijkt de informatievoorziening niet goed te verlopen. De gemeenten treden nog niet genoeg op als regisseur van het veld. Soortgelijke signalen hebben we ontvangen vanuit de gebiedsteams.

Wij bevelen daarom aan om vaker netwerkbijeenkomsten te beleggen met de ketenpartners. Er is een grote behoefte bij de ketenpartners (en de gebiedsteams) aan meer informatie-uitwisseling en verbinding op het thema (niet alleen verbinding met de gemeenten, maar ook tussen ketenpartners). Op dat vlak moet de gemeente echt een rol gaan pakken wil zij als regisseur van het veld worden. 5. College en raad: Zorg dat de informatievoorziening aansluit op de behoefte van de raad. De gemeenteraden zijn over het algemeen tevreden over de huidige informatievoorziening over de energiearmoedebestrijding. De gemeenteraden kunnen echter beter in positie worden gebracht door bijvoorbeeld in de vorm van raadsinformatiebijeenkomsten; dit kan lokaal, maar ook in SED-verband. Als het gaat om bijeenkomsten is vooral behoefte geuit aan laagdrempelige informatieuitwisseling, dus los van de politieke oordeelsvorming, maar eerder sessies met experts, zodat de raad ook op een bepaald kennisniveau kan komen. Wanneer de omvang van de opgave groeit, moet de informatievoorziening over die opgave ook meegroeien. Om tot goede informatievoorziening te komen is het voor het college tegelijk belangrijk dat de gemeenteraad aangeeft op welke punten de gemeenteraad sturing wil geven.

| 8 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

DEEL II

NOTA VAN BEVINDINGEN

| 9 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

H3 | Onderzoeksverantwoording Deel II van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen in Deel I zijn gebaseerd. Deel II kent de volgende hoofdstukindeling: ● Hoofdstuk 3: Onderzoeksverantwoording ● Hoofdstuk 4: Context energiearmoede ● Hoofdstuk 5: Aanpak en organisatie ● Hoofdstuk 6: Effectiviteit van de aanpak ● Hoofdstuk 7: Verbetering van de aanpak In de bijlagen vindt u het normenkader, de documentenlijst en de lijst met geïnterviewde personen.

3.1 Hoofdvraag en deelvragen Voor dit onderzoek hebben we de volgende hoofdvraag geformuleerd: Wat doen de SED-gemeenten aan vermindering van energiearmoede, wat is hiervan de impact en wat zijn mogelijkheden voor verbetering? De hoofdvraag is verder geoperationaliseerd in een tiental deelvragen.3 Aanpak (beleid) en organisatie 1. Hebben de gemeenten beleid en/of een aanpak op energiearmoede? 2. In hoeverre maken de gemeenten gebruik van landelijke en provinciale regelingen voor energiearmoede? 3. Welke instrumenten zetten de gemeenten in om energiearmoede te voorkomen (besparing) of de gevolgen van specifiek energiearmoede te beperken (inkomen, schuldhulpverlening, armoedebeleid)?4 4. Zijn de regelingen/voorzieningen met betrekking tot (energie)armoede goed op elkaar afgestemd, ook qua communicatie naar inwoners? Uitvoering en effectiviteit van de aanpak 5. In hoeverre is er sprake van een effectieve samenwerking op het gebied van energiearmoede? 6. In hoeverre hebben de gemeenten zicht op de energiearmoede onder inwoners en de effecten hiervan? 7. Wat is de impact van de aanpak van de gemeenten volgens inwoners: is de aanpak effectief en/of worden ze ermee geholpen? Evaluatie en verbetering van de aanpak 8. Is de gemeenteraad voldoende geïnformeerd over de voortgang en kan de gemeenteraad tijdig bijsturen? 9.

In hoeverre heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende taak? 10. Wat kunnen de gemeenten nog meer doen om energiearmoede te voorkomen (Wat zijn voorbeelden van andere energiearmoede-aanpakken van andere gemeenten?)

Deelvraag 10 beantwoorden we middels de best practices (zie kaders door het rapport heen) en de aanbevelingen. 4 De gemeente kan inkomensondersteunende maatregelen inzetten zoals de energietoeslag waarvan de hoogte uiteindelijk door het Rijk is vastgesteld. 3

| 10 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

3.2 Focus van het onderzoek Energiearmoede is een complex en multidimensionaal probleem waarvoor nog geen algemeen geaccepteerde definitie bestaat. Het is geen duidelijk omkaderde definitie en deze verschilt per gemeente. Op pagina 11 en 12 staat de definitie die de SED-gemeenten hieraan geven. In verschillende onderzoeken gaat het over zaken zoals het aandeel van het inkomen dat inwoners kwijt zijn aan energielasten, over de kwaliteit van de woning en over de mogelijkheid van inwoners om te investeren in maatregelen die de energielasten verlagen.5 Energiearmoede is onderdeel van het bredere vraagstuk bestaanszekerheid. Inwoners met een kleiner inkomen, die leven onder, op of net boven het bestaansminimum, zijn extra kwetsbaar voor veranderende energiekosten. Dit zijn vaak ook de inwoners die afhankelijk zijn van een verhuurder om te investeren in maatregelen om energiekosten te besparen en/of voor wie het veel lastiger of onmogelijk is om eigen geld te investeren in energiebesparende maatregelen in de woning. Inwoners die in verband met hun gezondheid kwetsbaar zijn voor lagere woningtemperaturen of luchtvochtigheid zijn ook kwetsbaar voor veranderingen in de energiekosten.

Energiearmoede is tegelijkertijd een breder vraagstuk: ook bij inwoners met een inkomen boven de armoedegrens, van wie een groot deel van het inkomen opgaat aan energielasten en/of voor wie de mogelijkheden om te investeren in energiebesparende maatregelen niet haalbaar zijn, is sprake van energiearmoede. Naast de energiekosten van de woning gaat energiearmoede ook over de energiekosten voor vervoer. Indien deze stijgen en vervoerskosten hierdoor een steeds groter deel van het inkomen beslaan, kan dit zelfs de toegang tot werk en inkomen belemmeren. Energiearmoede hangt ook samen met de vele veranderingen in de energietransitie. Met de energietransitie verandert de organisatie van energie en onder welke voorwaarden (waaronder financieel) inwoners toegang hebben tot energie. De energietransitie kan bijdragen aan een grotere bestaanszekerheid, maar tegelijkertijd kan de energietransitie ook het tegenovergestelde bewerkstelligen. Zo kunnen zonnepanelen en een zonneboiler gerealiseerd door een verhuurder een inwoner minder afhankelijk maken van de schommelingen in de energiekosten en de energiekosten verlagen, maar wanneer dit gepaard gaat met een hoge huurstijging of ingewikkelde voorwaarden helpt dit de inwoner niet vooruit.

Focus op energiearmoede door hoge energielasten voor wonen In dit onderzoek focussen we op energiearmoede door hoge energielasten voor wonen in verhouding tot het inkomen. Energiearmoede in relatie tot mobiliteit is geen onderdeel van dit onderzoek. Ook is het bredere armoede- of bestaanszekerheidsvraagstuk geen onderdeel van dit onderzoek. Deze focus maken we omdat het afgelopen jaar de energiearmoede in korte tijd zeer sterk steeg door de stijgende energieprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne en mogelijk ook als gevolg van de versnelling in de energietransitie. Gemeenten kregen hierdoor in korte tijd de rol om een energietoeslag beschikbaar te stellen en om versneld tot maatregelen te komen voor energiebesparing bij kwetsbare inwoners. Daarbij komt dat onbekend is of rijksmaatregelen zoals de energietoeslag en het energieplafond worden gecontinueerd en hoe dit gebeurt. Dit betekent dat de eerste, snel opgezette aanpak inzicht kan geven om te komen tot een meer structurele aanpak. 5

Zie onder andere: https://geldpraat.nibud.nl/seizoen-2/energiearmoede/; https://www.movisie.nl/artikel/tijd-structurele-aanpak-energiearmoede; https://www.tno.nl/nl/duurzaam/systeemtransitie/sociale-innovatie/energiearmoede-voorkomen/

| 11 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Ex durante onderzoek is gericht op snel leren en snel verbeteren Anders dan vaak gebruikelijk bij rekenkameronderzoeken, is dit onderzoek daarom geen ex post onderzoek waarin het beleid en de aanpak die daaruit volgen door ons worden geëvalueerd op doelmatigheid en effectiviteit. Dat zou geen recht doen aan de fase waarin het vraagstuk zich bevindt. Dit onderzoek heeft het karakter van een ex durante onderzoek: een onderzoek dat plaatsvindt tijdens de uitvoering van beleid, programma of een aanpak om ervan te leren zodat bijsturing en verbetering mogelijk zijn.

3.3 Onderzoeksmethoden Het onderzoek is een kwalitatief onderzoek. Dit betekent dat we methoden gebruiken die betrouwbaar verschillende perspectieven inzichtelijk maken en lessen mogelijk maken, maar waarmee we geen uitspraken kunnen doen die representatief zijn voor alle belanghebbenden en inwoners. De volgende methoden zijn ingezet voor het onderzoek.

Deskresearch Om inzicht te krijgen in de aanpak van energiearmoede is een deskresearch uitgevoerd. Hierbij hebben we onder andere bestudeerd: beleidsdocumenten, verantwoordingsdocumenten, visies, samenwerkingsafspraken, moties en schriftelijke raadsvragen. Omdat energiearmoede zowel het beleid van het sociaal domein/bestaanszekerheid als het beleid van het fysiek domein (kwaliteit woningen en beleid/aanpakken energiebesparing) beslaat, hebben we van beide domeinen documenten opgevraagd en bestudeerd. Bijlage 2 bevat een lijst met bestudeerde documenten. De deskresearch is gebaseerd op aangedragen documenten door de ambtelijke organisatie op basis van een door ons aangedragen lijst en vragen.

Interviews met sleutelfiguren Voor verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden. Er zijn gesprekken gevoerd met medewerkers van de ambtelijke organisatie, wethouders, consulenten en met medewerkers van gebiedsteams. Daarnaast hebben we gesproken met verschillende organisaties en partners die betrokken zijn bij, of te maken hebben met de gevolgen van energiearmoede zoals de Voedselbank, woningbouwcorporaties en welzijnswerk. Tijdens het onderzoek bleek het lastig om de juiste partijen en personen te vinden en te betrekken voor de interviews. We hebben onze uiterste best gedaan om de juiste sleutelfiguren te vinden en te betrekken. Waar het na meerdere inspanningen niet gelukt is om de juiste personen te interviewen (zie bijvoorbeeld paragraaf 5.1), geven we dit aan in dit verslag. Het gevolg is dat er minder perspectieven op tafel zijn gekomen en dat het lastiger is om een betrouwbaar beeld te schetsen en betrouwbare lessen te trekken. De lijst van geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 3.

Gesprek met de gemeenteraden We hebben een afvaardiging van fracties in de gemeenteraden uitgenodigd voor een gesprek over energiearmoede en het perspectief van de gemeenteraad hierop. Het aantal aanmeldingen voor de groepsgesprekken was echter zeer laag. Hierop is besloten de gesprekken niet door te laten gaan en ze te vervangen door een korte online enquête. Deze bestond uit zes open vragen. De enquête is ingevuld door drie raadsleden van Stede Broec, drie raadsleden van Enkhuizen en drie raadsleden van Drechterland.

| 12 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Dit betekent dat er enige voorzichtigheid is geboden ten aanzien van de bevindingen over de rol van de gemeenteraden. Wel is de rol van de raad bij de andere gesprekken, zoals bij de colleges, aan bod gekomen. We baseren ons in het onderzoek dus ook op andere gesprekken om een beeld te krijgen van de rol van de raad.

Focusgroepen met inwoners Om het inwonersperspectief op de energiearmoede, op de huidige aanpak van energiearmoede en op oplossingsrichtingen te onderzoeken, hebben we een focusgroep van inwoners met ervaring met energiearmoede (of interesse in het onderwerp) georganiseerd. Met een focusgroep wordt aan de hand van vragen de dialoog tussen inwoners gevoerd. De interactie tussen deelnemers leidt tot diepere inzichten. We hebben een oproep gedaan voor deelname via de burgerpanels van de gemeenten en via de gesproken maatschappelijke partners (ketenpartners vanaf hier). We hebben vervolgens aan de hand van een aantal kenmerken een selectie van inwoners gemaakt om zo te komen tot verschillende ervaringsdeskundigen en perspectieven in de focusgroep. De kenmerken voor selectie waren: ● type woning (koop, huur, sociale huur); ● woonplaats; ● bouwjaar woning; ● wel of niet energietoeslag aangevraagd. Vervolgens hebben we naar aanleiding van deze selectie twaalf inwoners uitgenodigd voor de focusgroep (wanneer er iemand zich afmeldde, hebben we een nieuwe inwoner aangeschreven). Uiteindelijk hebben we met vijf inwoners twee uur over energiearmoede gepraat. Met dit aantal deelnemers zijn uiteraard niet alle perspectieven geborgd. Dit betekent dat we minder verdieping hebben gerealiseerd, toch hadden we verschillende ervaringsperspectieven aan tafel die nuttig waren voor dit onderzoek.

| 13 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

H4 | Aanpak (beleid) en organisatie Dit hoofdstuk beschrijft in hoeverre er beleid dan wel een aanpak is ten aanzien van het bestrijden van energiearmoede en hoe dit vervolgens is georganiseerd in de gemeenten. In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord: Vraag

Bevinding

1.

Hebben de gemeenten beleid en/of een aanpak op energiearmoede?

●

De gemeenten hebben beleid op energiearmoede. Er is gestart met het vormgeven van energiearmoedebeleid vanuit de Transitievisie Warmte (TVW). Daarin staan een duidelijke definitie en indicatoren van energiearmoede. Dit legt een goede basis voor een brede energiearmoede strategie. Verder is veel nog in beleidsvoorbereiding, dus het is niet overal duidelijk wat concrete acties in de uitvoering zijn. De energietoeslag is snel tot uitvoering overgegaan.

2.

In hoeverre maken de gemeenten gebruik van landelijke en provinciale regelingen voor energiearmoede?

●

De gemeenten maken gebruik van bijna alle landelijke en provinciale regelingen voor energiearmoede. Deze middelen zijn veelal incidenteel. Er moet met deze incidentele middelen aan een structureel vraagstuk gewerkt worden. Dat brengt moeilijkheden met zich mee, wat overigens voor alle gemeenten geldt.

3.

Welke instrumenten zetten de gemeenten in om energiearmoede te voorkomen (besparing) of de gevolgen van specifiek energiearmoede te beperken (inkomen, schuldhulpverlening, armoedebeleid)?

●

Naast de inzet van de geldstromen van het Rijk is de SED-organisatie bezig met het opzetten van verschillende andere regelingen en activiteiten die direct of indirect energiearmoede bestrijden, zoals een isolatieaanpak, inkomenseffectrapportage en prestatieafspraken met woningcorporaties.

4.

Zijn de regelingen/voorzieningen met betrekking tot (energie)armoede goed op elkaar afgestemd, ook qua communicatie naar inwoners?

●

De integraliteit is nog niet overal geborgd in het beleid en de aanpak. Het is niet duidelijk hoe de verschillende beleidsstukken en geldstromen zich tot elkaar verhouden. Energiearmoede is een vraagstuk dat vraagt om een domeinoverschrijdende aanpak. Team samenleving en team duurzaamheid trekken in toenemende mate samen op om dit handen en voeten te geven. De afdelingen informeren elkaar en er vindt steeds eerder en beter afstemming plaats. De gemeenten hebben verschillende communicatiemiddelen, zoals een geldkrant en social media, ingezet om de doelgroep te informeren en te bereiken.

●

●

| 14 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

4.1 Beleid en aanpak energiearmoede We hebben documenten vanuit zowel het sociaal domein als het fysiek domein bestudeerd om na te gaan in hoeverre er beleid en/of een aanpak is binnen de SED-gemeenten ten aanzien van energiearmoede. Er is geen duurzaamheidsvisie of duurzaamheidsbeleid bij de SED-organisatie gevonden tijdens het onderzoek. Er is wel een programma Klimaat en Duurzaamheid in voorbereiding. Dit is gepresenteerd in de raad, maar nog niet vastgesteld door het college. Energiearmoede wordt niet benoemd in het regionale uitvoeringsprogramma Energieneutraal West-Friesland (2021). Dat is te verklaren gezien het feit dat het programma in 2021 gemaakt is en het vraagstuk toen nog niet als urgent ervaren werd. Er wordt in regionaal verband wel gewerkt aan het vraagstuk energiearmoede (zie paragraaf 4.2.4). De gebouwde omgeving en energiebesparing hebben in dit programma een duidelijke plek. De Transitievisie Warmte (TVW, 2021) is in SED-verband gemaakt. Hierin zijn de gevolgen van energiearmoede duidelijk benoemd. De betaalbaarheid voor iedereen en het mee kunnen doen aan de energietransitie zijn twee van de uitgangspunten. Hiervoor is een aantal indicatoren opgenomen. Energiearmoede ontstaat volgens de TVW wanneer de energierekening meer dan 10% van het maandelijkse inkomen inneemt.

Er is ook een kaart (als voorbeeld) opgenomen in het stuk waarin de wijken zichtbaar zijn waar energiearmoede valt te verwachten. De doelgroep is in beeld op wijkniveau. Deze gegevens zijn gebruikt om extra bewonersbrieven te sturen voor energieadviezen aan huis en een klushulp voor installatie van energiebesparende maatregelen. Het is niet duidelijk of deze indicatoren zijn meegenomen in het regionale uitvoeringsprogramma energiebesparing kwetsbare huishoudens of een basis vormen voor de uitvoering van andere plannen rondom de energietransitie. Wel is duidelijk dat het geld uit het Nationaal Isolatieprogramma deels gebruikt kan worden voor het regionale uitvoeringsprogramma energiebesparing (zie paragraaf 4.2.4). De gemeenten zijn ook bezig met een meerjarige isolatieaanpak voor koopwoningen met slechte labels (labels D, E, F, G). Ook worden er prestatieafspraken gemaakt met de woningcorporaties over de verduurzaming van het bezit met deze labels; zeker gezien de woningcorporaties in 2028 de woningen met labels E, F en G niet meer mogen verhuren. De gemeenten Drechterland en Stede Broec hebben minimanota’s, de gemeente Enkhuizen heeft dit niet. In zowel de nota van Stede Broec als die van Drechterland komt energie(armoede) niet voor als begrip.

Hoewel beide nota's recent zijn (2021), missen ze door allerlei (met name externe) ontwikkelingen (de oorlog in Oekraïne, inflatie, stijging energieprijzen) het vraagstuk energiearmoede. De gemeenten werken op dit moment aan een inkomenseffectrapportage. Die maakt inzichtelijk welk effect het gemeentelijk minimabeleid heeft op de koopkracht per huishoudtype. Ook maakt deze inzichtelijk waar het nodig is om bij te sturen op het minimabeleid en vormt een onderbouwing voor wijzigingen in het minimabeleid. De SED-organisatie heeft daarnaast verschillende andere regelingen en activiteiten die direct of indirect energiearmoede bestrijden. Zo worden via bewustwordingscampagnes energiefixers en energiecoaches ingezet en bespaartips gegeven. Ook hebben de gemeenten een gezamenlijke website www.samenenduurzaam.nl opgezet waar inwoners terechtkunnen en werkt men samen met het duurzaam bouwloket.

| 15 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Ook kunnen inwoners via www.gezondverzekerd.nl een gratis advies aanvragen over hun energiecontract en overstappen waarbij de overstapboete wordt vergoed. Een andere regeling is de subsidieregeling Corona Noodfonds waar er een tegemoetkoming in energielasten aangevraagd kan worden voor maatschappelijk vastgoed. Dit helpt bijvoorbeeld sportverenigingen met het betalen van hun energielasten. In de planning-en-controldocumenten (P&C-documenten) (begrotingen, jaarrekeningen en vooren najaarsrapportages) wordt armoede alleen als onderwerp benoemd in de meest recente begroting van de gemeente Drechterland. Energiebesparing en de Transitievisie Warmte komen regelmatig aan de orde in de P&C-documenten. Er zijn vanuit het Rijk geldstromen naar de gemeente gekomen, maar deze zijn niet benoemd en navolgbaar in de P&C documenten.6 Samenvattend is er gestart met het vormgeven van energiearmoedebeleid vanuit de Transitievisie Warmte. Daarin staan een duidelijke definitie en indicatoren. Er wordt ook gewerkt aan een meerjarige isolatieaanpak (voor koopwoningen) en prestatieafspraken. Als monitoringsinstrument komt er een inkomenseffectrapportage. Echter, veel is nog in beleidsvoorbereiding dus het is niet overal duidelijk wat concrete acties in de uitvoering (zullen) zijn.

4.2 Gebruik landelijke regelingen De SED-gemeenten hebben de afgelopen jaren gebruikgemaakt van de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW) en deze gebruikt voor energiebesparende maatregelen. Daarnaast hebben de gemeenten de afgelopen twee jaar via drie geldstromen middelen gekregen van het Rijk voor de aanpak van energiearmoede: 1. de energietoeslag 2. de specifieke uitkering (SPUK) energiebesparende maatregelen 3. Nationaal Isolatieprogramma (NIP) De energietoeslag en de SPUK energiebesparende maatregelen zijn tijdelijke geldstromen vanuit het Rijk. Het NIP heeft een structureel karakter. De middelen zijn veelal bedoeld voor directe inkomenssteun aan inwoners en voor maatregelen bij inwoners. Een beperkt deel is voor de organisatie hiervan. Voor de gemeenten die deze geldstromen vanuit het Rijk ontvingen, hadden zij geen aparte middelen gereserveerd voor de aanpak van energiearmoede of energiebesparing. In de volgende paragrafen gaan we nader in op deze geldstromen.

4.2.1 RREW De gemeenten hebben een aanvraag gedaan voor de Regeling Reductie Energieverbruik Woningen-regeling (RREW) voor € 100.000 per gemeente. Deze regeling is toegekend en mocht uitgegeven worden van 1 januari 2021 tot 31 december 2022. Door in te zetten op eenvoudige energiebesparende maatregelen bereikten gemeenten een doelgroep die nog niet werd bediend binnen de energietransitie. Bij de aanvraag van deze regeling heeft de ambtelijke organisatie binnen SED-verband samengewerkt en afstemming gezocht met gemeenten uit de regio West-Friesland.

6

Jaarrekening en begroting Enkhuizen, begroting en kadernota Drechterland. Voor dit onderzoek hebben we alleen de jaarrekening van 2021 en de begroting van 2022 ontvangen. We kunnen dus niet vaststellen in hoeverre verantwoording over energietoeslag is opgenomen in de P&C-stukken.

| 16 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

In samenwerking met het duurzaam bouwloket, de sociale werkplaats Werksaam West-Friesland en de woningcorporaties Welwonen, Woonschakel en het Grootslag hebben de gemeenten een uitkering gevraagd voor: ● Activiteit 1, eenvoudige energiebesparende maatregelen: het aanbieden van eenvoudige energiebesparende maatregelen die de eigenaar-bewoner in de woning of de huurder in het gehuurde kan aanbrengen of laten aanbrengen. Via waardebonnen van € 70 konden inwoners energiebesparende maatregelen aanschaffen. ● Activiteit 2, installaties inregelen: het energiezuinig inregelen of laten inregelen van verwarmings- of ventilatiesystemen in woningen. ● Activiteit 3, specifiek advies: het geven of laten geven van een op de specifieke woning gericht advies over energiebesparing aan een huurder of eigenaar-bewoner. De gemeenten hebben de volgende uitkeringen ontvangen en besteed (zie tabel 1). Tabel 1 Besteding RREW Enkhuizen

Stede Broec

Drechterland

Gekregen

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

Totaal besteed

€ 93.924

€ 91.959

€ 78.870

1.144 (waarvan 684 huurwoningen)

1.175 (waarvan 852 huurwoningen)

968 (waarvan 580 huurwoningen)

Aantal huishoudens bereikt met maatregelen (aanvraag is gedaan voor 1.000 huishoudens)

Na 31 december 2022 is het onduidelijk of dezelfde maatregelen aangeboden zijn en onder welke voorwaarden.

4.2.2 Energietoeslag De energietoeslag betreft een tijdelijke geldstroom en maatregel, waardoor er geen beleid is bij de SED-gemeenten. Tot 1 juli 2023 kan de energietoeslag ter hoogte van € 1.300 worden aangevraagd door inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm (eerste tranche). In 2023 kan er nogmaals eenzelfde bedrag worden verstrekt (tweede tranche). De gemeente heeft de verwachte verstrekkingen gebaseerd op cijfers van het CBS over het jaar 2020 en later de cijfers van 2021 ontvangen en aangehouden. Dit zijn de laatst beschikbare inkomensdata. Het is niet in te schatten of de doelgroep uit 2021 overeenkomt met de doelgroep uit 2023, maar het geeft wel een richtlijn voor de organisatie om mee te werken. De gemeentelijke organisatie is door de urgentie snel tot uitvoering en uitkering gekomen. Op 13 maart 2023 was de stand van zaken als volgt: Tabel 2 Uitkering energietoeslag - aantallen Stede Broec

Enkhuizen

Drechterland

Aantal huishoudens op 120% bijstandsniveau

815

1.299

750

Toegekend

802

947

655

Afgewezen

308

286

2

| 17 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

De energietoeslag wordt volgens een redelijk simpele (rijks)beleidsregel toegekend: 120% van de bijstandsnorm. Afwijzingen zijn er omdat inwoners een te hoog inkomen hebben of omdat er dubbele aanvragen worden gedaan, omdat de eerste tranche in 2023 doorloopt. Er vindt geen toetsing op vermogen plaats. Hierdoor kunnen de energietoeslagen relatief snel toegewezen worden. Deze urgentie en snelheid sluiten aan bij de bedoeling van de rijksregeling. De uitkering van energietoeslagen was een nieuwe taak voor de SED-gemeenten en kreeg een hoge prioriteit door de urgentie van het vraagstuk. Dit is uitgevoerd binnen de bestaande capaciteit en twee medewerkers zijn vier uur per week meer gaan werken, wat tot nu toe niet tot problemen heeft geleid, behalve hogere uitvoeringskosten, maar in de toekomst wel in de knel kan komen met het reguliere werk. In gesprekken is aangegeven dat er nu een nieuwe fase aanbreekt waarin energiearmoede in samenhang met niet alleen het armoedebeleid, maar ook het verduurzamingsvraagstuk bekeken moet worden. De problemen van het betalen van de energierekening en het mee kunnen doen aan de energietransitie lijken volgens het team samenleving namelijk structureel te worden. Ambtelijk wordt overwogen voor te stellen om de beleidsregel voor energietoeslag aan te passen om deze meer in lijn te brengen met het minimabeleid van de gemeenten.

Concreet betekent dit het toevoegen van een vermogenstoets en het toepassen van draagkracht.

4.2.3 Het uitkeren van de energietoeslag vergt veel capaciteit en middelen De gemeenten ontvangen de energietoeslag van het Rijk. Voor de verdeelsystematiek wordt sinds 2023 gebruikgemaakt van de CBS-statistiek ‘Huishoudens met langdurig laag inkomen onder 120% sociaal minimum’. Er wordt gewerkt met een driejaarsgemiddelde (2019-2021). In 2022 heeft een groot deel van de Nederlandse gemeenten te weinig budget voor de uitvoering ontvangen. VNG en Divosa doen hier onderzoek naar en zijn nu met het Rijk tot overeenstemming gekomen over de verdeling in 2023.7 Bij de gemeenten Enkhuizen en Drechterland zijn de kosten door de eerdere verdeelsystematiek hoger dan de door het Rijk uitgekeerde bedragen. In tabel 3 staan de ontvangen middelen en de uitgaven van de eerste tranche.

7

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuwsbrieven/gemeentenieuws-van-szw/2023/gemeentenieuws-van-szw-202 3-3

| 18 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Tabel 3 Energietoeslag eerste tranche8 Stede Broec

Enkhuizen

Drechterland

Totaal bedrag ontvangen

€ 1.208.313,00

€ 1.364.337,00

€

767.856,00

Bedrag uitgegeven aan verstrekkingen9

€ 1.008.800,00

€ 1.202.500,00

€

834.600,00

Bedrag uitgegeven aan uitvoeringskosten10

€

€

67.485,70

€

43.383,66

Totaal aan daadwerkelijke kosten

€ 1.058.610,87

€ 1.269.985,70

€

877.983,66

Verschil

€

149.702,13

€

94.351,30

- € 110.127,66

Nog te verwachte kosten verstrekkingen11

€

50.700,00

€

486.200,00

€

140.400,00

Nog te verwachten kosten uitvoering12

€

16.240,00

€

16.974,30

€

14.791,34

Totale nog te verwachten kosten

€

66.940,00

€ 503.174,30

€

155.191,34

Totale kosten op 1 juli 202313

€ 1.125.550,87

€ 1.773.160,00

€ 1.033.175,00

Verschil op 1 juli 202314

€

- € 408.823,00

- € 265.319,00

49.810,87

82.762,13

Ambtelijk wordt deze tabel als volgt toegelicht: ‘Het bovenstaande verschil op 1 juli 2023 is gebaseerd op het feit dat alle huishoudens die in 2021 een inkomen hadden tot 120% van de bijstandsnorm de toeslag ook daadwerkelijk zullen ontvangen. Met de kennis van nu verwachten we niet dat voor Enkhuizen en Drechterland de volle 100% wordt behaald. Het te verwachten verschil zal daardoor lager uitvallen voor Enkhuizen en Drechterland. Het verschil is pas met zekerheid vast te stellen op 1 juli 2023.’ De minister heeft in december 2022 kenbaar gemaakt dat gemeenten, ondanks dat zij uitdrukkelijk niet vooruit mogen lopen op de energietoeslag tranche 2 (nogmaals € 1.300), € 500 mogen verstrekken bovenop de € 1.300 van de energietoeslag 1. De gemeenten hebben ervoor gekozen om dit niet te doen en na het wetsvoorstel invulling te geven aan de energietoeslag 2. In deze tranche proberen de gemeenten de energietoeslag voor een grotere doelgroep beschikbaar te stellen. Onderstaande bedragen hebben betrekking op de eerste € 500 van de energietoeslag. Dit is exclusief de uitvoeringskosten. Het is nog niet bekend hoeveel middelen de gemeente krijgt voor de tweede tranche.

8

Vanuit het ambtelijk hoor hebben we op 24 juli 2023 de meest actuele cijfers ontvangen op dit punt, zie bijlage 4. Deze zijn hier niet verwerkt omdat we geen nieuwe cijfers hebben ontvangen op de ontvangen middelen en verwachte uitgaven, evenals de SPUK-middelen. We kunnen daarmee geen compleet samenhangend beeld geven. 9 De uitgegeven bedragen dateren van 13 maart 2023. 10 De kosten voor de uitvoering dateren van 31 december 2022. De kosten komen eerst ten laste van de SED-begroting en worden later verrekend met de middelen onder de post energietoeslag. 11 Ervan uitgaande dat alle inwoners die in 2021 een inkomen hadden tot 120% bijstandsnorm de toeslag zullen ontvangen. 12 Geraamde kosten in collegevoorstellen minus de al gemaakte kosten. 13 Daadwerkelijke kosten plus de nog te verwachten kosten. 14 Verschil tussen totaal ontvangen bedrag en de totale kosten op 1 juli 2023.

| 19 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

Tabel 4 Ontvangen middelen en verwachte uitgaven Stede Broec

Enkhuizen

Drechterland

Ontvangen middelen

€ 454.000,00

€ 507.000,00

€ 289.000,00

Verwachte uitgaven

€ 407.500,00

€ 649.500,00

€ 375.000,00

Verschil

€ 46.500,00

- € 142.500,00

- € 86.000,00

Ambtelijk wordt bekeken hoe de energietoeslag in de tweede tranche voor een grotere groep beschikbaar gesteld kan worden. De onvoorspelbaarheid van de te ontvangen middelen van het Rijk maakt het vooruitlopen en voorbereiden op deze regeling uitdagend.

4.2.4 De SPUK energiebesparende maatregelen en het Nationaal Isolatieprogramma De specifieke uitkering (SPUK) energiebesparende maatregelen heeft een ander karakter dan de energietoeslag. De middelen worden uitgekeerd door het Rijk aan gemeenten om huishoudens die kampen met energiearmoede te ondersteunen met energiebesparende maatregelen. Gemeenten bepalen grotendeels zelf hoe ze de middelen besteden, waardoor het voor een gemeente mogelijk is om aan te sluiten bij een al bestaande aanpak, zoals voortgekomen uit de Regeling Reductie Energiegebruik (RRE) en Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW). De SED-gemeenten hebben tweemaal (januari 2022 en juli 2022) geld ontvangen van het Rijk voor SPUK energiebesparende maatregelen. Ook hebben ze geld ontvangen voor het Nationaal Isolatieprogramma (NIP). Dit is voor de drie gemeenten als volgt: Tabel 5 SPUK-middelen Stede Broec

Enkhuizen

Drechterland

Januari 2022 SPUK

€ 181.836

€ 166.710

€ 116.194

Juli 2022 SPUK

€ 181.836

€ 166.710

€ 116.194

Nationaal Isolatieprogramma

€ 64.272

€ 73.437

€ 62.992

Totaal

€ 427.944

€ 406.857

€ 295.380

Er zit minder urgentie op deze uitkering van het Rijk. Gemeenten hebben tot 31 december 2025 de tijd om de middelen uit te geven. Hierdoor is er meer ruimte ontstaan om een gerichte aanpak te maken. In West-Fries-verband is ervoor gekozen om de handen ineen te slaan en samen een programma op te stellen: het regionale uitvoeringsprogramma Energiebesparing kwetsbare huishoudens. De doelstelling, doelgroep en hoe deze doelgroep het beste bereikt kan worden, worden beschreven in dit programma, net als welke maatregelen de regio West-Friesland het best kan uitvoeren. In de regio worden vier maatregelen voorgesteld: 1. Energiewerkers (klussers en coaches) 2. Witgoedregeling 3. Inkoop spouwmuurisolatie voor woningeigenaren 4. Waterzijdig inregelen

| 20 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

De gemeenten bepalen zelf hoe ze invulling geven aan dit regionale uitvoeringsplan en welke maatregelen het best bij de gemeente passen. De SED-gemeenten hebben nog geen keuze gemaakt hoe ze hieraan invulling gaan geven. De colleges moeten op het moment van schrijven (juni 2023) nog een besluit nemen over het regionaal uitvoeringsprogramma. Pas na besluitvorming kan men tot uitvoering overgaan. De voorbereidingen voor de keuze en de uitvoering zijn al gestart. Er zijn ook energiecoaches actief in de gemeenten die waarschijnlijk uit een afgelopen RREW-traject (zie hoofdstuk 4.2.1) nog actief zijn gebleven. Een complicerende factor in de uitvoering was de verdubbeling van het geld in juni 2022 waardoor er opnieuw naar de uitvoeringsplannen gekeken moest worden. De gemeente maakte eerder plannen voor het geld dat er was en moest hierdoor opnieuw naar de uitvoeringsplannen kijken. Op dit moment wordt er nagedacht over het verhogen van de inkomensgrens zodat al het geld uit de SPUK energiebesparende maatregelen sneller en beter benut wordt. Daarnaast is de doelgroep energiearmoede lastig te bereiken en is men op zoek naar het robuuster maken van de aanpak.

4.3 Worsteling met de landelijke regelingen De SED-gemeenten benutten bijna elke landelijke regeling op het gebied van energiearmoede. Hierbij is er niet altijd ruimte voor maatwerk of de tijd om een link te maken met structureel gemeentelijk beleid. Bij de eenmalige energietoeslag hebben de gemeenten de regeling snel en kordaat opgepakt. De focus lag hierbij op het snel handelen en het pragmatisch aanpakken van het geld dat de gemeenten kregen van het Rijk. Hoewel er ambtelijk een inschatting is gemaakt van de groep inwoners die recht heeft op de energietoeslag, komen de SED-gemeenten door de verdeling en de inschatting van het Rijk geld tekort. Uit interviews komt naar voren dat de organisatie daarom benieuwd is naar een onderzoek van de VNG en Divosa over de verdeling en de tekorten van deze gelden. Bij de gemeenten Enkhuizen en Drechterland zijn de kosten hoger dan de door het Rijk uitgekeerde bedragen. In de gemeente Stede Broec vallen de kosten binnen de door het Rijk uitgekeerde bedragen. Bij de energietoeslag wordt weinig ruimte voor maatwerk ervaren: er wordt alleen op inkomen getoetst en niet op vermogen of daadwerkelijke energielasten. In regelingen zoals de SPUK energiebesparende maatregelen en het NIP is er meer ruimte voor maatwerk.

Al deze landelijke regelingen bestaan uit incidentele middelen, terwijl de energietransitie en energiearmoede structurele vraagstukken zijn. De gemeenten hebben een goede start gemaakt met een structurele aanpak op het verminderen van de energielasten in het omgevingsbeleid in de Transitievisie Warmte, met de isolatieaanpak voor labels D, E, F, G en de prestatieafspraken met woningcorporaties. Er is een duidelijk tempoverschil te merken in de aanpak van energiearmoede tussen het team samenleving en team duurzaamheid. Dit komt door de aard van de rijksregelingen: de energietoeslag moest snel worden uitgekeerd door team samenleving en team duurzaamheid heeft meer tijd en beleidsruimte voor de energiebesparende maatregelen. Team samenleving en team duurzaamheid keken voorheen vooral afzonderlijk naar de problematiek, maar er zijn de laatste tijd gezamenlijke sessies geweest. De teams informeren elkaar, maar er wordt nog niet samen opgetrokken om beleid te maken (in paragraaf 5.1 gaan we hier nader op in). Daarnaast kwam in de interviews met de ketenpartners naar voren dat niet iedere ketenpartner even goed geïnformeerd is over de regelingen en voorzieningen rondom energiearmoede. Ketenpartners geven aan dat ze het jammer vinden dat ze achteraf geïnformeerd zijn en dat ze nog steeds moeite hebben om informatie te vinden.

Als ketenpartners beter betrokken worden, kunnen inwoners ook beter bereikt worden.

| 21 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

In onderstaand kader geven we een voorbeeld van de gemeente Tilburg hoe de ketenpartners geïnformeerd worden over regelingen en voorzieningen rondom energiearmoede. Gemeente Tilburg: Toolbox voor professionals voor hulp bij geldzorgen en energie besparen Sinds het najaar van 2021 zijn de energieprijzen enorm gestegen. In combinatie met de inflatie en hoge brandstofprijzen zorgt dit ervoor dat de geldzorgen groeien bij veel Tilburgers. De gemeente wil deze inwoners graag helpen, maar dat kunnen ze niet alleen. Daar hebben zij hun partners in de stad bij nodig, die vaak rechtstreeks contact hebben met inwoners. Veel partners hebben zelf al aangegeven dat zij willen meehelpen en meedenken in de strijd tegen energiearmoede. De Toolbox is een pakket voor professionals met communicatie- en hulpmiddelen om inwoners goed te (kunnen) helpen bij geldzorgen en energie besparen. Deze toolbox kan professionals ondersteunen bij: het begeleiden van inwoners naar het juiste ‘loket’ of naar de juiste ondersteuning op het ● gebied van energiebesparing en geldzorgen; het delen van energiebesparende tips en andere relevante informatie; ● het organiseren en uitnodigen van inwoners voor een inwonersbijeenkomst over deze ● onderwerpen.

De toolbox is hier te vinden: https://www.duurzamertilburg.nl/toolbox-hulp-bij-geldzorgen-en-energie-besparen/ De verschillende colleges, de ambtelijke organisatie en de ketenpartners benoemen dat het bereiken van de doelgroep die echt last heeft van energiearmoede erg lastig is. Uit de interviews blijkt daarnaast ook dat de uitkering van de energietoeslag enkele inwoners in beeld heeft gebracht voor het minimabeleid die anders niet in beeld waren. De gemeente heeft verschillende communicatiemiddelen en kanalen ingezet om de doelgroep te informeren en te bereiken: de gemeentelijke website, sociale media, een geldkrant en de folder van het minimabeleid. Ook geeft de Voedselbank een overzicht mee van de minimaregelingen die beschikbaar zijn in de gemeenten. In het volgende hoofdstuk gaan we uitgebreid in op het bereik van de energietoeslag.

| 22 | Eindrapport Rekenkameronderzoek naar energiearmoede in de SED-gemeenten

H5 | Uitvoering en effectiviteit van de aanpak Dit hoofdstuk beschrijft hoe de uitvoering eruit ziet in de praktijk. We gaan daarbij in op de samenwerking intern en extern, dus daar waar samengewerkt wordt met zogenaamde ketenpartners. Ten slotte gaan we in op de impact van de aanpak volgens inwoners. In dit hoofdstuk beantwoorden we de volgende deelvragen: Vraag 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13426422/1