CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen Omgevingsprogramma Bomen Drechterland aangepast (2021-51)

Gemeenteraad 25 oktober 2021, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststellen Bomenbeleidsplan (2021-51)20.229 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

- Zorg daarnaast voor een zo groot mogelijke diversiteit aan soorten; dit spreidt de risico’s van ziekten en plagen en ondersteunt de biodiversiteit in de stad.

Luchtkwaliteit5 In het stedelijk gebied zijn veel bronnen van luchtvervuiling aanwezig (industrie, verkeer, verwarming van huizen) met nadelige gevolgen voor de gezondheid en het welbevinden van de bewoners. Groen beïnvloedt de luchtkwaliteit in de stad op 3 manieren; - Door beïnvloeding van luchtstromen. - Door een schermwerking.

-

Door het wegvangen of opnemen van verontreinigende stoffen.

Alle groen draagt bij aan het wegvangen van verontreinigingen in de lucht. Het effect hiervan op de lokale concentraties is echter beperkt waardoor aanleg van groen in de stad niet de oplossing is voor lokale luchtkwaliteit problemen. Wel kan groen gebruikt worden om kwetsbare gebieden zoals scholen, gezondheidsinstellingen en woonwijken af te schermen van emissiebronnen en draagt het totale groen in de stad bij aan de verbetering van de luchtkwaliteit op regionaal niveau. Gerichte beplanting helpt fijnstof te filteren en de luchtkwaliteit van de stedelijke omgeving te verbeteren, wat problemen aan de luchtwegen vermindert. Aangetoond is dat een relatief kleine boom (van 30 cm stamdoorsnede) de hoeveelheid fijnstof van 3.300 gereden autokilometers per jaar afvangt.6

Biodiversiteit7 Het groen in de stad is tegelijk deel van en ondersteuning van de biodiversiteit in de stad. Door de bevolkingsgroei, intensivering van de landbouw en toenemende verstedelijking neemt wereldwijd de biodiversiteit af. Het groen in de stad kan een toevluchtsoord vormen voor een deel van die biodiversiteit. Groen in de woonomgeving vormt ook levensruimte voor planten en dieren. Natuurwaarden hoeven niet op te houden bij de bebouwde komgrens. Sterker nog; gezonde groene en blauwe longen laten een woonomgeving volop leven. Stadsnatuur kan bij de voordeur beginnen. De natuur kan zich in de woonomgeving ontwikkelen, door de inrichting en het beheer van groen aan te passen. Met simpele aanpassingen ontstaan zomaar de juiste condities voor libellen langs natuurvriendelijke oevers en inheemse planten in bloeiende wegbermen. Een goede verbinding van het groen en de natuur in de woonomgeving met het buitengebied, is voor mens, dier en plant van groot belang. Voor planten en dieren geldt dat op deze manier hun leefgebieden groter worden. Naast natuurwaarde is ook natuurbeleving waardevol. Veel mensen genieten van groen en natuur. Een park waar je even op adem kunt komen, de seizoenen kunt ruiken en in contact kunt blijven met de natuur, wordt hoog gewaardeerd5.

Een praktisch voordeel van een grotere diversiteit aan soorten is dat dit in het algemeen het groen minder kwetsbaar maakt voor ziekten en plagen en voor de effecten van klimaatextremen. Het effect van een agressieve ziekte in een soortenarme omgeving is veel groter dan wanneer deze uit veel soorten met verschillende eigenschappen bestaat. Een goed voorbeeld daarbij is de sterfte van zeer grote aantallen iepen in de vorige eeuw door het optreden van iepziekte in een iepenpopulatie van bijna 100% Hollandse iepen (Ulmus x hollandica).

Leefbaarheid Groen verbetert de leefbaarheid in wijken. Autochtonen en allochtonen, ouderen, jongeren en kleine kinderen, allemaal komen ze elkaar tegen in de openbare ruimte. Vooral het buurtgroen dichtbij de woning speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van gemeenschapszin tussen deze groepen. Goede toegang en frequent gebruik van de buurtparken maken dat bewoners met de plekken vertrouwd raken en samen een gemeenschappelijke band met deze ‘eigen’ plek ontwikkelen. Het groen tot circa 300 meter van huis is het meest belangrijk voor het buurtgevoel. Voor een dergelijke loopafstand hebben de bewoners dagelijks nog wel tijd. In het buurtgroen kan men elkaar frequenter ontmoeten dan in het park verderop. Zo leren bewoners uit dezelfde wijk elkaar eerder kennen. De inrichting en de kwaliteit van het buurtgroen is belangrijk om mensen uit verschillende etnische groepen en mensen van alle leeftijden en levensfasen op een positieve manier met elkaar in contact te brengen en te houden. Uit onderzoek in onder andere Utrecht blijkt dat als een gemeente bewoners helpt om samen te werken aan het buurtgroen, er sociale cohesie tussen bewoners kan ontstaan: wederzijdse betrokkenheid, netwerken en integratie in de samenleving.

Vooral het beheer is in dit opzicht waardevol, omdat het om voortdurende communicatie vraagt en er zo vertrouwen kan groeien tussen bewoners onderling, en tussen bewoners en de gemeente.

Economische waarde voor de leefomgeving Groen rondom huizen verbetert de kwaliteit van de wijk en verhoogt de waarde van de woningen. De transactieprijs van woningen stijgt als woningen uitzicht hebben op groen of water. Dat blijkt uit diverse onderzoeken in de afgelopen 10 jaar. De prijs stijgt met 15% bij uitzicht op water, 10% bij uitzicht op open ruimte, 6% bij een park en 5% bij een plantsoen. De waardeontwikkeling van woningen in een groene omgeving is essentieel voor de huiseigenaren zelf, maar ook voor gemeenten (verhoogde inkomsten OZB). Tevens speelt groen als factor een rol bij de vestiging van hogere en middeninkomens in de woonomgeving. Deze trekken minder snel uit de woonomgeving weg. Daarnaast zorgt groen voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor kennisintensieve en internationale bedrijven, die op hun beurt weer andere bedrijvigheid aan zich binden voor zowel hogere als lagere inkomens. Ten slotte levert groen een bijdrage aan de omzet van het toeristisch-recreatief bedrijfsleven8.

Persoonlijk belang Fysieke en mentale gezondheid Contact en interactie met groen heeft positieve effecten op zowel de fysieke als mentale gezondheid van mensen. De exacte mechanismen hierbij zijn vaak onbekend, maar er zijn studies die erop wijzen dat met name het percentage bomen of bos in het stedelijk gebied van belang is. Daarnaast zou het mentale welzijn sterk gerelateerd zijn niet alleen aan het gemeten niveau van biodiversiteit, maar ook aan de door mensen ervaren mate van biodiversiteit. Er is een aantoonbaar positief verband tussen de hoeveelheid groen in de leefomgeving en het welbevinden van mensen. Groen biedt ontspanning en verlaagt stress. Het aandeel mensen dat zich ongezond voelt in een sterk bebouwde woonomgeving is meer dan anderhalf maal zo groot als in een groene woonomgeving. Alleen al het uitzicht op groen heeft positief effect. Zo blijkt uit onderzoek dat uitzicht op groen het aantal opnamedagen in ziekenhuizen verlaagt! Het effect van groen gaat echter verder dan alleen het gevoel. Slim ingerichte, groene wijken zorgen ervoor dat bewoners meer bewegen. Vooral kinderen spelen vaker buiten als er groen in hun omgeving is; dat kan zorgen voor 15% minder overgewicht en het is goed voor hun sociale ontwikkeling. Vooral het (grotere) gebruiksgroen is in deze belangrijk.

Tot slot, zeven redenen om te investeren in een groene stad9 In het dossier ‘Groen in de stad’ van Wageningen University & Research, is een longread 8 te vinden over het belang van groen in de stad. Deze is opgesteld in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen 2018 en licht de 7 redenen toe om te investeren in groen, met verwijzingen naar achtergrondonderzoek. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Groen vermindert de kans op wateroverlast. Groen verkoelt de stad in de zomer. Groen draagt bij aan een betere gezondheid en een hoger welzijn. Groen draagt bij aan sociale cohesie. Groen trekt bedrijven. Groen zorgt voor biodiversiteit. Groen verhoogt de waarde van huizen en kantoren.

Bijlage 14

Richtlijn participatietrajecten over bomen

De wijze van participatie ten aanzien van bomen kan verschillen per project of activiteit. In deze handreiking vinden we manieren voor het in kaart brengen van de belanghebbenden en hoe zij op een passende wijze worden betrokken.

Zelf aan de slag Een groene woonomgeving is niet alleen vóór bewoners, maar vooral een omgeving die dóór bewoners ingevuld kan worden. Gemeenten en ook bedrijven kunnen een zeer belangrijke bijdrage leveren en inspirerend werken. Maar dat zal niet voldoende zijn als de inwoners zelf geen actieve rol vervullen. Alleen een door de bewoners gedragen vergroening zal voldoende duurzaam zijn. Want een groene omgeving is iets van lange adem. Met betrekking tot een groene woonomgeving zou de rol van de gemeente zich kunnen concentreren op een ruimtelijk beleid dat ruimte schept voor initiatieven van bewoners om vervolgens de uitvoering gezamenlijk ter hand te nemen. 1 Bewoners worden gefaciliteerd om met hun initiatieven te komen, die uit te voeren en te onderhouden. De belangrijkste voorwaarde is dat de overheid, c.q. de gemeente kiest voor een andere, meer faciliterende rol. De belangrijkste taak van de gemeente is visievorming en beleid zowel voor de ruimtelijke ordening als de rol van de bewoners in de samenleving. Bij de voorbereiding van een participatietraject stelt de initiatiefnemer, in dit geval de gemeente, vast wat het doel is van de participatie, wie de betrokkenen zijn en in hoeverre zij invloed kunnen uitvoeren. Uiteindelijk kan een vorm gekozen worden die hierop aansluit.

Het doel van participatie Participatie kan om verschillende redenen worden ingezet: - Draagvlak vergroten. - Kwaliteit vergroten. - Zelfwerkzaamheid van inwoners vergroten. - Sociale cohesie versterken. - Ideeën of informatie genereren.

De participatieladder De participatieladder laat zien welke mate van invloed betrokkenen kunnen uitoefenen. Het is belangrijk om te bepalen wat het doel van een participatietraject is en welke mogelijkheden er zijn voor het meenemen van input. Hoe hoger op de participatieladder, hoe meer invloed de participant kan uitoefenen. In gemeente Drechterland wordt gebruik gemaakt van een 3-traps ladder. Adviseren

Raadplegen

Informeren

De meest betrokken partijen vormen een klankbord. Zij geven advies in een open gesprek. De initiatiefnemer maakt keuzes over de invulling en uitvoering van het plan. Bijvoorbeeld via een expertmeeting of door een raad van wijzen in te stellen. De initiatiefnemer is in contact met alle belanghebbenden. De meest betrokken partijen delen hun standpunt. De initiatiefnemer maakt hierin keuzes en deelt deze. De initiatiefnemer houdt alle belanghebbenden op de hoogte van het verloop van het project. Er is geen ruimte voor beïnvloeding.

Bron: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/participatieomgevingswet/kompas-aanpak-maat/

De participant Als betrokkenen voor een participatietraject komen de volgende stakeholders in aanmerking: Doelgroep Georganiseerde bewonersgroepen voor het algemeen belang Belangengroepen met affiniteit voor groen en bomen

Voorbeeld Dorpsraad, wijkplatform of bewonerscomité.

Bomenpanel, Natuurwerkgroep, Vleermuiswerkgroep, imkers of Bijenhoudersvereniging, Vlinderstichting, Agrarische Natuurvereniging, IVN of Landschapsbeheer. Aanwonenden, particulieren en Bewoners en ondernemers waarop het project bedrijven impact heeft. Gebruikers Personen die het gebied regelmatig bezoeken voor recreatie, rust, ontmoeting, spelen of sporten. Mensen op persoonlijke titel Personen waarvan bij de gemeente bekend is dat zij graag meedoen bij projecten over groen en bomen. Ongedefinieerd: iedereen mag Iedere inwoner, ondernemer of aansluiten belanghebbende is een potentiële deelnemer voor het participatieproces. In de afweging om hen als betrokkene aan te wijzen, spelen de volgende aspecten mee: De impact van het project op de doelgroep. De kennis die en het netwerk dat de doelgroep kan aanboren.

Het maatschappelijk draagvlak dat de doelgroep kan creëren.

Welke vorm past bij het project? De vorm van participatie is afhankelijk van De mate van invloed die de betrokkenen krijgen, ; De beleidsfase waarin het project zich bevindt; en Het doel van de participatie. (hierbij wordt informeren buiten beschouwing gelaten om tot een geschikte werkvorm te komen). In de participatiewijzer van ProDemos (https://www.participatiewijzer.nl/DeParticipatiewijzer.html) wordt worden na deze selectie geschikte vormen van participatie aangedragen, zie volgende pagina.

Beleidsfases naast projectfases realisatie en beheer Projectfases realisatie en beheer

Beleidsfases Agendavorming Beleidsimplementati e

Besluitvorming

Uitvoering

Evaluatie

Agendavorming

Participatievormen; klik voor link naar meer informatie: ABCD-METHODE

DIALOOGMETHODIEK

OLYMPIADE-CONFERENTIE

ADVIESRADEN

DIGITAAL OF THUIS MEE

OPINIEWIJZER (ENQUETE)

AMBASSADEURSNETWERK

ONTWERPEN

OUDERENPROOF

BEGROTINGSWIJZER

DORPSWAARDERING

PALED-METHODE

BRONMETHODIEK

(DORPSBLIK)

PARTICIPATIEF BEGROTEN

BURGERADVIESKRING

DRIETRAPSRAKET

PRAATCAFÉ

BURGERJURY

ENERGYPARTY

RAADSPANEL

BURGERPANEL

(TUPPERWARE-PARTY)

SCENARIOMETHODE

CHARETTE

E-PARTICIPATIE

SCHOUW

(DESIGNWORKSHOP)

FOCUSGROEP

STADSDEBAT

CONSENSUSCONFERENTIE

GIBSON-METHODE

(STADSGESPREK)

CREATIEVE

INSPIRATIEBEZOEK

VEILING

CONCURRENTIE

INTERNETPANEL

VERSNELLINGSKAMER

DEBATWEDSTRIJD

LERENDE GEMEENSCHAP

WIJKCHEQUES

DELIBERATIEVE PEILING

METAPLAN

DELPHI-METHODE

MOTIEMARKT OASIS GAME

Bijlage 15

Aanwijscriteria en boombescherming per beleidsstatus

Bescherming van bomen per beleidsstatus In deze bijlage is de bescherming van bomen in de gemeente Drechterland uitgewerkt. De beleidsstatus van de bomen is ingedeeld in 4 categorieën. Voor iedere categorie zijn aanwijscriteria opgesteld. De regels ten aanzien van bescherming tegen kap voor elk van deze 4 categorieën staan daarna uitgewerkt. Actualisatie Alle bomen en houtopstanden in eigendom van gemeente Drechterland zijn vastgelegd in het gemeentelijke boomgegevensbestand. Bij elke volgende inspectie van de bomen en houtopstanden wordt dit bestand geactualiseerd. Waardevolle bomen De waardevolle bomen en houtopstanden binnen gemeente Drechterland (zowel in eigendom van gemeente als particulieren en andere organisaties) worden daarnaast vastgelegd op de Groene Kaart1 en weergegeven op de ‘Lijst van waardevolle bomen’ die door het college van burgemeester en wethouders wordt vastgesteld en periodiek wordt geactualiseerd (minimaal elke 2 e inspectiecyclus of elke 6 jaar). Structuurbomen De structuurbomen vormen in lijnen en vlakken de dragende groenstructuur, en de bomen binnen deze structuren die zijn aangewezen als structuurbomen worden vastgelegd op de Groene Kaart1. De waardevolle bomen en houtopstanden zullen eveneens op deze kaart worden weergegeven.

Ook de kaart wordt door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld en periodiek geactualiseerd (minimaal elke 2e inspectiecyclus). Overige bomen De overige bomen in eigendom van de gemeente Drechterland worden als zodanig vastgelegd in het gemeentelijke boomgegevensbestand. Dit kunnen ook bomen buiten de bebouwde kom zijn, in welk geval de Wet natuurbescherming geldt. Bomen niet in eigendom van de gemeente, niet behorende tot één van de onderstaande beleidscategorieën, vallen buiten de gemeentelijke registratie en verantwoordelijkheid.

Categorie 1: (potentieel) Waardevolle bomen In de eerste categorie vallen waardevolle en monumentale bomen en boomgroepen (beleidsstatus I van Handboek Bomen), en bomen die de potentie hebben om uit te groeien tot waardevolle bomen.

Subcategorie 1A: Waardevolle bomen Aanwijscriteria waardevolle bomen: De boom of houtopstand dient ten minste 1 van de volgende specifieke kenmerken te hebben. Dit zijn de redenen of specifieke kenmerken voor aanwijzing: 1. Beeldbepalendheid 2. Ecologische waarde 3. Cultuurhistorische waarde (solitair of als samenhangende groep) 4. Zeldzaamheid, uniciteit of dendrologie Randvoorwaarden De volgende randvoorwaarden voor aanwijzing bepalen of aangewezen bomen of houtopstanden ook daadwerkelijk op de bomenlijst kunnen worden opgenomen: a. Plantjaar en boomgrootte b. Technische levensduur Toelichting aanwijscriteria waardevolle bomen 1. Beeldbepalendheid Een boom is beeldbepalend indien deze voor de beeldkwaliteit van de leefomgeving van grote waarde is of indien de boom een belangrijke positieve bijdrage levert aan het karakter en de herkenbaarheid op straat-, wijk‐ of dorpsniveau. Bij particuliere terreinen gaat het veelal om bomen in voor‐ en zijtuinen, die in het straatbeeld van Drechterland een grote rol spelen doordat de habitus (vorm van de boom) zichtbaar is vanuit openbaar toegankelijk gebied. In sommige gevallen gaat het om bomen in achtertuinen die een beeldbepalende bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of straat.

De boom dient in ieder geval ofwel een zodanige omvang te hebben dat deze reeds vanuit 1 windrichting beeldbepalend is voor de omgeving, ofwel de boom is vanuit alle windrichtingen beeldbepalend, waarbij de omvang geen rol speelt. Een bijzondere, opvallende of aansprekende locatie van de boom kan mede bepalend zijn voor opname op de ‘Lijst van waardevolle bomen’. Een boom op een markante of verrassende plek, of op een locatie die uitnodigt tot recreatie, wordt eerder aangewezen dan eenzelfde boom op een achteraflocatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan bomen rond een kerk of op een plein.

Soms is de manier waarop een boom is geplant of is gegroeid, bijvoorbeeld ten opzichte van andere bomen, van invloed op de manier waarop een boom zich manifesteert. Meestal hebben we te maken met solitaire beeldbepalende bomen, maar in specifieke gevallen geldt het ook voor bomen in groepen, waarbij niet zozeer de individuele boom maar de groep als geheel van beeldbepalende waarde is. Zoals bij een groep van 2 of 3 bomen die tezamen één kroon vormen. 2. Ecologische waarde Bomen kunnen een belangrijke functie hebben voor het voortbestaan van bepaalde flora en fauna. Het gaat hierbij om een structurele functie voor een bepaalde dier- of plantensoort. Een kolonieboom van blauwe reigers bijvoorbeeld die al jarenlang zo wordt gebruikt. Of een groeiplaats voor een bijzondere korstmossoort, maretak of andere bijzondere plantensoorten. Ook kunnen bomen als geleiding of verblijfplaats dienen voor vleermuizen, of zijn ze een belangrijk onderdeel van een ecologische verbindingsroute (zie daarvoor ook de structuurbomen). Daarnaast kunnen streekeigen, inheemse soorten van belang zijn vanwege de waarde als autochtoon plantmateriaal door hun genetische oorspronkelijkheid. Een dergelijke ecologische waarde kan worden vastgesteld door een ecoloog, of aan de hand van bestaande ecologische kaarten en/of gegevens. 3.

Cultuurhistorische waarde Bomen en bepaalde boomstructuren (lanen, groepjes) kunnen onderdeel zijn van de lokale geschiedenis of een bepaalde cultuurhistorische betekenis hebben. Het meest bekend zijn de herdenkingsbomen die ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen zijn geplant. Maar ook kan gedacht worden aan groene elementen die essentieel zijn voor een bepaald landschapstype. Oude knotbomen of houtwallen in het bebouwde gebied bijvoorbeeld markeren vaak vroegere erf- en perceelgrenzen. Ook bomen die onderdeel zijn van een beschermd stadsgezicht, vallen hier onder vanwege de cultuurhistorische waarde. Onder cultuurhistorische eigenschappen vallen onder andere: - Herdenkingsboom (een herdenkingsboom hoeft niet aan de randvoorwaarde “plantjaar” te voldoen om toch de status waardevol te krijgen) - Grensboom - Markeringsboom - Bakenboom - Ensemble met historisch pand - Boom in historische houtwal - Verzetsboom - Buurtboom - Karakteristieke snoeivorm - Ooggetuigeboom - Beschermd stadsgezicht

4. Zeldzaamheid, uniciteit of dendrologie Zeldzaamheid: Een boomsoort is voor de gemeente Drechterland zeldzaam als er vermoedelijk minder dan 5 volwassen exemplaren van voorkomen binnen de gemeentegrenzen. Het gaat hierbij om boomsoorten en niet om variëteiten. Uniciteit: Bomen kunnen uniek zijn binnen gemeente Drechterland vanwege hun grootte en/of groeivorm, bijvoorbeeld de grootste, dikste of scheefste boom van de wijk of het dorp. Dendrologie: Bijzondere soorten kunnen boomkundig (dendrologisch) gezien waardevol zijn. Denk aan een exotische boomsoort of een bijzondere kweekvorm of variëteit. In ‘Dendrologie van de lage landen’ van J. de Koning en W. van den Broek (voorheen: ‘Nederlandse dendrologie’ van dr. B.K. Boom) staat aangegeven welke soorten en variëteiten voor Nederland zeldzaam zijn. Deze kunnen aangevuld worden met specifiek voor gemeente Drechterland zeldzame en bijzondere boomsoorten. Toelichting randvoorwaarden waardevolle bomen Plantjaar en boomgrootte Een aansprekende omvang of leeftijd vergroot de waarde van een boom of boomgroep. In eerste instantie geldt het plantjaar van de boom als criterium hiervoor. Van niet alle bomen is het plantjaar bekend, er is dan geselecteerd op basis van de stamdiameter en -omvang.

Een boom wordt in de gemeente Drechterland waardevol genoemd als het plantjaar meer dan 80 jaar geleden is (vergelijkbaar met een stamdiameter van meer dan 80 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld in geval van een onbekend plantjaar). Technische levensduur De boom dient een resterende technische levensduur te hebben van meer dan 10 jaar. Bomen met een zeer slechte levensverwachting komen niet in aanmerking voor aanwijzing. Bij historische structuren moet het grootste deel van de aan te wijzen structuur nog meer dan 10 jaar veilig kunnen staan. De technische levensduur dient op deskundige wijze te worden bepaald door een boomspecialist (European Tree Technician of gelijkwaardig niveau). Voor het bepalen van de technische levensduur zijn de volgende aspecten van belang: - De conditie van de boom in relatie tot het herstelvermogen van de boomsoort; - De mate waarin er sprake is van mechanisch onherstelbare veiligheidsproblemen; - De mate waarin er sprake is van parasitaire ziekten of aantastingen die het voortbestaan van de boom bedreigen; - De mate waarin er sprake is van een afname in kwaliteit en/of kwantiteit van de ondergrondse groeiruimte.

Subcategorie 1B: Potentieel waardevolle bomen Aanwijscriteria potentieel waardevolle bomen: De boom of houtopstand heeft de potentie om in de toekomst aan een van de 4 aanwijscriteria voor een waardevolle boom te voldoen. Dit zijn de redenen of specifieke kenmerken voor aanwijzing: 1. Beeldbepalendheid 2. Ecologische waarde 3. Cultuurhistorische waarde (solitair of als samenhangende groep) 4. Zeldzaamheid, uniciteit of dendrologie Randvoorwaarden De volgende randvoorwaarden voor aanwijzing bepalen of aangewezen bomen of houtopstanden ook daadwerkelijk op de bomenlijst kunnen worden opgenomen: a. Gemeentelijke boom b. Duurzame groeiplaats c. Plantjaar en boomgrootte d. Technische levensduur Toelichting randvoorwaarden a. Gemeentelijke boom Alle bomen hebben de potentie uit te groeien tot een waardevolle boom. Door de status potentieel waardevol te verbinden aan een boom worden extra eisen opgelegd in onderhoud en beheer van de boom. b. Duurzame groeiplaats De groeiplaats van een boom is zeer bepalend voor de levensduurverwachting voor de boom. De groeiplaats van een potentieel waardevolle boom dient zo te zijn ingericht dat een de ambitieleeftijd van minimaal 80 jaar haalbaar is. De normen voor groeiplaatsen zoals gesteld in het Handboek Bomen 2018 zijn hierbij leidend.

Ondergronds is er dan voldoende vocht, zuurstof, voeding, doorwortelbare ruimte en een lage verdichtingsgraad van de bodem. Bovengronds gaat het om voldoende ruimte voor het doorontwikkelen van de kroon, stam en stamvoet. c. Plantjaar en boomgrootte Een aansprekende omvang of leeftijd vergroot de waarde van een boom of boomgroep. In eerste instantie geldt het plantjaar van de boom als criterium hiervoor. Van niet alle bomen is het plantjaar bekend, er is dan geselecteerd op basis van de stamdiameter en -omvang. Een boom wordt in de gemeente Drechterland potentieel waardevol genoemd als het plantjaar meer dan 40 jaar geleden is (vergelijkbaar met een stamdiameter van meer dan 40 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld in geval van een onbekend plantjaar).

d. Technische levensduur De boom dient een resterende technische levensduur te hebben van meer dan 15 jaar. Bomen met een zeer slechte levensverwachting komen niet in aanmerking voor aanwijzing. Bij structuren moet het grootste deel van de aan te wijzen structuur nog meer dan 15 jaar veilig kunnen staan. De technische levensduur dient op deskundige wijze te worden bepaald door een boomspecialist (European Tree Technician of gelijkwaardig niveau). Voor het bepalen van de technische levensduur zijn de volgende aspecten van belang: - De conditie van de boom in relatie tot het herstelvermogen van de boomsoort; - De mate waarin er sprake is van mechanisch onherstelbare veiligheidsproblemen; - De mate waarin er sprake is van parasitaire ziekten of aantastingen die het voortbestaan van de boom bedreigen; - De mate waarin er sprake is van een afname in kwaliteit en/of kwantiteit van de ondergrondse groeiruimte.

Categorie 2: Structuurbomen Structuurbomen (beleidsstatus II van Handboek Bomen) hebben als samenhangende boomgroep of bomenrij een extra waarde voor de omgeving. Aanwijscriteria structuurbomen: 1. Ruimtelijke betekenis 2. Groene verbinding Randvoorwaarden structuurbomen: a. Duurzame groeiplaats Toelichting Aanwijscriteria 1. Ruimtelijke betekenis De gemeente streeft ernaar, in de geest van de Omgevingswet, bomen een belangrijker aandeel te geven in de leefomgeving. Bomen in structuren leveren een belangrijke bijdrage aan het karakter van de omgeving doordat ze stedenbouwkundige en landschappelijke structuren accentueren en versterken. In gemeente Drechterland begeleiden ze bijvoorbeeld wegen of wateren binnen de hoofdinfrastructuur. Dit kunnen ook particuliere bomen zijn. Een particuliere boom maakt onderdeel uit van een boomstructuur wanneer deze staat op het voorerf van een perceel dat grenst aan de weg of dijklichaam dat op de kaart is aangewezen als (boom)structuurlijn.

Binnen de structuren wordt onderscheid gemaakt tussen lint- of lijnvormige structuren en parkstructuren. - Lintstructuren kunnen ook particuliere bomen bevatten. Hieronder vallen bijvoorbeeld de dorpslinten. Particuliere bomen staande op erven waarvan de voor- of zijkant is gesitueerd aan een boomstructuur maken onderdeel uit van de boomstructuur. Voor bomen met een diameter groter dan 40 cm geldt een kapvergunning. - Onder parkstructuren vallen naast de parken ook de grotere plantsoenen en begraafplaatsen. Alleen gemeentelijke bomen krijgen de beleidsstatus van parkboom en hebben een ambitieleeftijd van 80 jaar. 2. Groene verbinding Structuren zijn van grotere betekenis wanneer er een onderlinge samenhang is. Dit houdt in dat de afzonderlijke lijnstructuren aansluiten op andere lijnstructuren of groengebieden. Tezamen vormen de lijnstructuren een aansluitend netwerk bijvoorbeeld als groene dooradering van het dorp. Parken en plantsoenen kunnen op eenzelfde wijze verbindende stapstenen vormen. Zo ontstaat er een natuurlijke migratieroute voor vogels en andere diersoorten. Ook kunnen structuurelementen een belangrijke rol vervullen in de verbinding tussen dorp en buitengebied. Toelichting randvoorwaarden a. Duurzame groeiplaats De groeiplaats van bomen in structuren is zo ingericht dat de ambitieleeftijd gesteld in de aanwijscriteria haalbaar is.

De normen voor groeiplaatsen zoals gesteld in het Handboek Bomen 2018 zijn hierbij leidend.

Ondergronds is er dan voldoende vocht, zuurstof, voeding, doorwortelbare ruimte en een lage verdichtingsgraad van de bodem. Bovengronds gaat het om voldoende ruimte voor het doorontwikkelen van de kroon, stam en stamvoet. Een aansprekende omvang of leeftijd vergroot de waarde van een bomenstructuur. In eerste instantie geldt het plantjaar van de bomenrij of -groep als criterium. Van niet alle bomen is het plantjaar bekend, er is dan geselecteerd op basis van de stamdiameter en -omvang. Een bestaande bomenrij of -groep kan in de gemeente Drechterland als nieuwe structuur worden aangewezen als de rij of groep inmiddels 60 of 80 jaar gezamenlijk een extra ruimtelijke betekenis voor de omgeving heeft..

Categorie 3: Functionele bomen Functionele bomen (beleidsstatus III in handboek Bomen) zijn aangeplant om ten minste 40 jaar te voorzien in reguliere, groene wijkaankleding en zo bij te dragen aan een goede leefomgeving. Aanwijscriteria functionele bomen Niet van toepassing, alle bomen komen in aanmerking voor de status functionele boom. Randvoorwaarden functionele bomen a. Groeiplaats b. Eigendom van gemeente Toelichting randvoorwaarden a. Groeiplaats voor 40 jaar Een boom dient in de gemeente Drechterland zodanig te worden aangeplant (groeiplaats, ondergrondse en bovengrondse ruimte) dat de ambitieleeftijd van 40 jaar redelijkerwijs haalbaar is. De normen voor groeiplaatsen zoals gesteld in het Handboek Bomen 2018 zijn hierbij leidend. b. Eigendom van gemeente Overige bomen zoals geregistreerd binnen de gemeente Drechterland zijn eigendom van de gemeente.

Categorie 4: Overige bomen Op locaties waar door ondergronds en/of bovengronds ruimtegebrek een duurzame standplaats niet mogelijk is, maar groene aankleding wel wenselijk is, worden bomen aangeplant met een beperkte levensverwachting. Deze overige bomen (beleidsstatus IV van Handboek Bomen) hebben een levensverwachting van circa 20 jaar. Aanwijscriteria overige bomen Niet van toepassing, alle bomen komen in aanmerking voor de status overige boom. Randvoorwaarden overige bomen a. Groeiplaats b. Eigendom van gemeente Toelichting randvoorwaarden overige bomen a. Groeiplaats voor 20 jaar Een boom dient in de gemeente Drechterland zodanig te worden aangeplant (groeiplaats, ondergrondse en bovengrondse ruimte) dat de ambitieleeftijd van 20 jaar redelijkerwijs haalbaar is. Deze bomen zijn aangeplant als aankleding van de leefomgeving. Deze bomen hebben een beperkte ambitieleeftijd en daarom minimale eisen voor de groeiplaats. Als niet aan de minimaal groeiplaatsomstandigheden kan worden voldaan, worden geen bomen geplant. b. Eigendom van gemeente Overige bomen zoals geregistreerd binnen de gemeente Drechterland zijn eigendom van gemeente Drechterland.

Overzicht categorieën Categori e 1A

Status

Ambitie leeftijd

Kenmerken

Eigenaar

Waardevol

1B

Potentieel waardevol

Bomen met grote waarde voor de omgeving (beleving, cultuurhistorie, dendrologie)

Gemeente of particulier/ derden

2

Structuurbomen

80 (minimale leeftijd bij aanwijzing 80 (waardevol) of 40 (potentieel waardevol) 60 (lanen) of 80 (parken/ plantsoenen)

Gemeente of particulier/ derden

3

Functionele bomen Overige bomen

Bomen in samenhangende rijen of vlakken, met ruimtelijke betekening en/of als groene verbinding Verhoogde kwaliteit van de leefomgeving Groene aankleding leefomgeving

4

40 20

Gemeente Gemeente

Bijzonderheden Bomen buiten de bebouwde kom Voor bomen in het gemeentelijke buitengebied (vastgelegd als buiten bebouwde kom Wegenverkeerswet) is de Wet natuurbescherming, hoofdstuk 4 van toepassing, tenzij sprake is van: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan 20 jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per 10 jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens 10.000 stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013. Bomen buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming (voorheen bebouwde kom Boswet), die vallen onder 1 van bovenstaande uitzonderingen, kunnen een gemeentelijke beleidsstatus toegewezen krijgen.

Het gaat dan met name om de bomen op erven of in tuinen die als waardevolle boom aangemerkt kunnen worden, en (oude) fruitbomen en windschermen om boomgaarden, en specifieke rijen populieren of wilgen, die een cultuurhistorische waarde hebben of deel uitmaken van een aangewezen boomstructuur.

Snelgroeiende boomsoorten Voor een aantal boomsoorten gelden strengere eisen voor aanwijzing. Het gaat hier om bomen die snel groeien en zeer algemeen zijn. Door deze eigenschappen verdringen zij andere bomen. Bovendien hebben zij vaak ook een beperktere levensduur en raken ze sneller in verval. Ook wijkt de diktegroei bij deze soorten af, en kan deze niet gebruikt worden als leeftijdsindicatie. Aanwijzing van deze snelgroeiende soorten op basis van dezelfde criteria als die gelden voor andere soorten moet met enige terughoudendheid gebeuren. De boomsoorten die in dit document gelden als snelgroeiend zijn: Populier Wilg

Vergunning en compensatie Voor het kappen, verplanten, rigoureus snoeien waardoor de groeivorm verandert (zoals het voor de eerste keer knotten of kandelaberen, of het snoeien van meer dan 40 procent van de kroon) of het op een andere manier in gevaar brengen van het voortbestaan van een monumentale of (potentieel) waardevolle boom of aantasten van een structuur dient een vergunning te worden aangevraagd. Deze vergunningsplicht vervalt voor bomen zonder status van (potentieel) waardevolle of structuurboom.

Beoordeling kapaanvraag waardevolle en (potentieel) waardevolle bomen en boomgroepen (categorie 1A en 1B) Waardevolle bomen worden alleen gekapt als er sprake is van een veiligheidsrisico (voor omgeving en/of verkeer) dat niet met boomsparende maatregelen weggenomen kan worden, bij een besmettelijke ziekte, of bij een zeer groot maatschappelijk belang. Ook als een boom niet meer voldoet aan de aanwijscriteria (tevens weigeringsgronden) en dit met beheermaatregelen ook niet meer mogelijk gemaakt kan worden, kan dat een reden zijn om de boom te kappen. Het verantwoord en veilig omvormen naar een ecologisch beheerde boom kan als boomsparende maatregel worden toegepast op daarvoor geschikte locaties. Potentieel waardevolle bomen worden alleen gekapt als er sprake is van een veiligheidsrisico (voor omgeving en/of verkeer) dat niet met boomsparende maatregelen weggenomen kan worden, bij besmettelijke ziekten, of bij een groot maatschappelijk belang.

Beoordeling kapaanvraag structuurbomen (categorie 2) Deze bomen worden alleen gekapt als dit geen of een positief effect heeft op de beeldkwaliteit van de gehele structuur, tenzij sprake is van een veiligheidsrisico (voor omgeving en/of verkeer) dat niet met boomsparende maatregelen weggenomen kan worden, of bij een particulier of maatschappelijk belang (bouw woning, school, bedrijfsgebouw et cetera). Het duurzaam verleggen van de structuur kan ook een oplossing zijn. Gemeentelijke bomen met een stamdiameter kleiner dan 40 cm binnen een vastgestelde structuur, hebben op basis van hun status wel een vergunningsplicht, maar kunnen wat minder streng beoordeeld worden. Wel geldt dat na kap, door middel van herplant, de structuur weer hersteld moet worden (zie ook onderdeel Herplant na kap). Voor particuliere bomen binnen een vastgestelde structuur met een stamdiameter kleiner dan 40 cm geldt geen kapvergunnings- en herplantplicht

Cumulatieve beoordeling Bij meerdere vergunningaanvragen voor kappen van bomen uit 1 rij of vlak (cumulatief gerekend) binnen 1 groeiseizoen, inclusief verplanten/verplaatsen, rigoureus snoeien of het op een andere manier aantasten van de samenhang en/of aanzicht van een als samenhangende eenheid te herkennen boomstructuur dienen deze in samenhang te worden beoordeeld. Dit betekent ook dat als in eerste instantie 1 of enkele bomen zijn gekapt en vervangen (inboet), en vervolgens in datzelfde groeiseizoen weer een aantal bomen moeten worden vervangen, en daarmee het totaal aan vervangen of anderszins aantasten van de structuur op meer dan 30 procent uitkomt, daarvoor alsnog alle verrichtingen binnen dat groeiseizoen samen meegenomen moeten worden in de overweging. Daarnaast wordt, indien delen van of een hele structuur gekapt moeten worden, ook gekeken of in het gebied daar omheen ook (delen van) structuren gekapt worden, en welke weerslag dit heeft op het geheel aan bomen in dat gebied. Uitgangspunt is dat niet binnen korte tijd een kaalslag mag plaatsvinden. Om dat te voorkomen wordt waar nodig en mogelijk de kap en herplant gefaseerd uitgevoerd.

Beoordeling kapaanvraag functionele en overige bomen (categorie 3 en 4) Overige gemeentelijke en particuliere bomen moeten vooral zorgen voor een passende, groene aankleding. Op het moment dat een boom daar niet meer aan kan voldoen (veiligheid, overlast, ernstig teruglopende conditie, maatschappelijk belang) kan dat al snel een reden zijn om de boom te verwijderen en (uiteindelijk) te vervangen voor een boom die (beter) past. Voor dergelijke bomen is geen omgevingsvergunning nodig. Ook geldt hier geen meldingsplicht. Voor gemeentelijke bomen geldt een informatie-inspanning richting inwoners.

Beoordeling kapaanvraag particuliere bomen Particuliere bomen zijn vrij van kapvergunning tenzij de boom deel uitmaakt van een gemeentelijke structuur of is aangemerkt als waardevolle boom. Deze bomen mogen zonder vergunning of melding gekapt worden.

Dunning Onder dunnen wordt verstaan het verwijderen van boomvormers uit een houtopstand als onderhoudsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand, waarbij geen oppervlakte van de betreffende houtopstand verloren gaat. Dunning in een bosplantsoen geldt daarmee als onderhoudsmaatregel, waar geen vergunning of melding voor nodig is. Wel worden voorafgaand aan de uitvoering van deze onderhoudsmaatregel de inwoners actief geïnformeerd.

Herplant na kap Na het verwijderen van een gemeentelijke boom naar aanleiding van een verleende vergunning of als geen vergunning nodig was, is herplant verplicht. Bij de herplant krijgt de

vervangende boom dezelfde ambitieleeftijd als de verwijderde boom. Ook vindt vervanging plaats met een boom van minstens dezelfde boomgrootteklasse. Onderdeel van deze herplantplicht is een passende groeiplaatsinrichting conform de richtlijnen van Handboek Bomen, en ten minste 3 jaar nazorg. Als de jonge aanplant tussentijds uitvalt, is inboet (vervangende aanplant) verplicht. De nazorgperiode gaat dan opnieuw in. Als de vervangende boom goed ontwikkelt en vanuit de nazorg wordt overgedragen naar de begeleidingsfase, kan een beleidsstatus worden toegekend. In het geval een particuliere boom in ensemble met een (Rijks)monument, of een particuliere boom in een waardevolle structuur als onderdeel van een beschermd stadsgezicht gekapt moet worden, zullen specifieke eisen aan de herplant gesteld worden. Vervangingsladder bomen Bij het verwijderen van een vergunningsplichtige boom of een gemeentelijke boom dient herplant plaats te vinden: 1. Op dezelfde plek (1:1). Is dit niet mogelijk, dan volgt: 2. Binnen dezelfde locatie/perceel. Is dit niet mogelijk, dan volgt: 3. Grenzend aan de locatie. Is dit niet mogelijk, dan volgt: 4. Elders in het dorp of gemeente. Bij verwijderen van bomen uit een bosplantsoenvak (dunning) is geen sprake van kap maar van een onderhoudsmaatregel, en daarom geldt ook geen herplantplicht.

Indien een deel van een bosplantsoenvak verwijderd wordt, dient wel gekeken te worden of dit elders gecompenseerd kan worden met een zelfde aantal m 2. Voor bomen die vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (buiten de bebouwde kom) geldt conform deze wet dat na kap binnen 3 jaar herplant moet plaatsvinden.

Onrechtmatige snoei en illegale kap Indien een vergunningsplichtige boom zonder vergunning wordt gekapt of rigoureus wordt gesnoeid, dan wordt daar op gehandhaafd. Dit kan resulteren in het opleggen van een boete en/of een herplantplicht. Hetzelfde geldt ook voor illegale snoei door particulieren aan gemeentelijke bomen.

Bijlage 16

Rechten en plichten boomeigenaren

RECHTEN EN PLICHTEN In beginsel is iedere boomeigenaar (van rechtswege de eigenaar van de grond waarop de boom zich bevindt) aansprakelijk voor schade veroorzaakt door deze boom. Deze schade moet het gevolg zijn van een onrechtmatige daad. In artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de onrechtmatige daad als volgt omschreven: een inbreuk op een recht; een doen of nalaten in strijd met de wettelijke plicht; een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Het kan dus gaan om handelingen aan of bij een boom of juist het nalaten daarvan (onvoldoende onderhoud) waardoor deze boom iemand schade toebrengt. Een eigenaar van een boom kan aansprakelijkheid voorkomen wanneer hij kan bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Hoever de zorgplicht gaat, hang af van de omstandigheden van die boom: hoe groot is de boom en waar staat hij? De algemene zorgplicht die voor de meeste bomen geldt, bestaat er uit dat er sprake moet zijn van regelmatig regulier onderhoud en regelmatige uitwendige controle op gebreken aan de boom (de zogenaamde boomveiligheidscontrole). Afhankelijk van leeftijd, omvang en groeiplaats zullen dat jaarlijkse tot 5-jaarlijkse controles zijn.

Voor bomen binnen (semi) openbaar, bebouwd gebied geldt vanuit jurisprudentie een standaardfrequentie van 1 keer per 3 jaar, of vaker als de omgeving of de boom zelf meer risico met zich kan meebrengen. Als uit zo’n controle blijkt dat maatregelen nodig zijn om veiligheidsrisico’s weg te nemen of er meer onderzoek nodig is, moeten deze maatregelen en/of onderzoeken ook binnen een bepaalde periode uitgevoerd worden. Het snoeien van een boom van iemand anders (particulier of gemeente) zonder toestemming of aanzegging met reactieperiode (in geval van bijvoorbeeld overlast door overhangende takken) geldt ook als onrechtmatige daad. Met dergelijke ingrepen wordt in feite andermans eigendom beschadigd. In zulke gevallen kunnen civielrechtelijke stappen genomen worden door de rechtmatige boomeigenaar, die vaak resulteren in een schadevergoeding.

Bijlage 17

Dereguleren gedoogbomen

GEDOOGBOMEN Rechten en plichten Boom (al dan niet aangeplant door gemeente) op particuliere grond Een boom is wat betreft eigendom verbonden met de grond waarin deze staat. Een gemeentelijke boom op particuliere grond is daarmee eigenlijk eigendom van die particulier. Alle rechten en plichten omtrent de boom komen daarmee de grondeigenaar toe. Door het vastleggen van specifieke afspraken over inspectie en onderhoud door de gemeente kan deze nog enige invloed hebben op de boom, maar bij een kapaanvraag door de eigenaar is het lastig deze te weigeren. Dit kan alleen door een specifiek beschermingsregime met weigeringsgronden op de boom te leggen, waaraan de aanvraag getoetst kan worden.

Boom op gehuurde grond Burgerlijk Wetboek 7 gaat onder andere in op de huur van onroerend goed en de bijbehorende rechten en plichten voor huurder en verhuurder. Klein onderhoud en herstellingen zijn de verantwoordelijkheid van de huurder. Volgens het Besluit Kleine Herstellingen valt daar ook onder: ‘het onderhoud aan tuinen, erven, opritten en erfafscheidingen, zodanig dat deze onroerende aanhorigheden een verzorgde indruk maken, waaronder in elk geval het regelmatig snoeien van heggen, hagen en opschietende bomen en het vervangen van dode beplanting’. Het is, conform het huurrecht, aan de huurder om eventuele bomen ofwel goed te snoeien om te voorkomen dat deze te groot worden, ofwel als de boom te groot wordt en moet worden verwijderd deze op eigen kosten te (laten) kappen, tenzij iets anders is overeengekomen en vastgelegd. Reden om een boom te verwijderen kan zijn wegens overlast aan buren, gevaar voor schade, dood van de boom of beëindiging van de huurovereenkomst. Als de huurder regulier onderhoud nalaat, dient de verhuurder hem daar op aan te spreken en aan te manen dit onderhoud alsnog te doen. Als dan nog steeds niet aan dat verzoek wordt voldaan, mag de verhuurder het onderhoud op zich nemen, en de kosten daarvoor verhalen op de verhuurder.

Indien een kapvergunning nodig is, kan deze wel alleen door de eigenaar (verhuurder, in dit geval gemeente, woningbouwvereniging, of particulier verhuurder) van de grond aangevraagd worden, mits deze van mening is dat kappen van de boom noodzakelijk is. Onder kleine herstellingen worden werkzaamheden zonder noemenswaardige kosten verstaan. Het kappen van een grote boom valt daarmee niet onder de kleine herstellingen maar onder groot onderhoud. Een huurder heeft, binnen redelijke grenzen, een grote mate van vrijheid in de wijze waarop het gehuurde door hem wordt ingericht. Wijziging van het gehuurde, overlast aan

omwonenden of schadeveroorzakend handelen of nalaten zijn factoren die die vrijheid begrenzen. Ook kunnen specifieke afspraken of richtlijnen in het huurcontract zijn vastgelegd. Concreet betekent dit dat beplanting die door de huurder wordt aangebracht, ook door hem onderhouden dient te worden. Bij nalatigheid dient de verhuurder de huurder daar op aan te spreken en waar nodig zelf actie te ondernemen. Voor reeds aanwezige bomen bij aanvang van de huur ligt het meestal net anders. De huurder huurt de grond en de daar in aanwezige beplanting, en kan daarmee bij aanvang van de huur de overname van een reeds aanwezige grote boom weigeren. De zorgen en kosten voor die boom vervallen dan op de verhuurder. De huurder dient de verhuurder indien noodzakelijk toegang te geven tot de grond en de boom.

Boom op grond in bruikleen Een bruikleenovereenkomst lijkt op een huurovereenkomst, echter zijn er een aantal verschillen. Bij bruikleen is geen sprake van een tegenprestatie door de lener. De lener kan ook geen aanspraak maken op huurdersrechten. Dit betekent voor grond in bruikleen dat de lener deze mag gebruiken, wat klein onderhoud mag plegen, maar geen aanpassingen mag doen. Voor dat laatste blijft de eigenaar verantwoordelijk. Daarmee is de eigenaar van de grond (in dit geval de gemeente) ook verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele bomen op die grond. Concreet betekent dit dat aanplant, onderhoud en kap van bomen door de eigenaar (gemeente) uitgevoerd worden. De gebruiker van de grond dient te zorgen dat de boom goed bereikbaar is hiervoor.

Boom op beperkte gemeentelijke grond (boomspiegel/perkje) Een gemeentelijke boom op gemeentelijke grond valt wat betreft rechten en plichten geheel onder de verantwoordelijkheid van de gemeente (zie bijlage 16, Rechten en plichten boomeigenaar). Bij een beperkte ondergrond (boomspiegel of perkje, grotendeels omgeven door grond in eigendom van derden), en bij andere bomen die op minder dan 2 meter van de erfgrens staan, is de kans op overlast bij naburen wel zeer groot. In die gevallen is het burenrecht (Burgerlijk Wetboek 5, titel 4) van toepassing. Dit betekent dat grondeigenaren van de naastgelegen gronden geen onrechtmatige hinder van de bomen mogen ondervinden (overhangende takken, wortelgroei) en bij hinder de gemeente mogen aanspreken op het verhelpen van die hinder. Mocht de gemeente geen gehoor geven aan dergelijke verzoeken, dan mogen buren deze hinder zelf wegnemen. Echter dient wel sprake te zijn van onrechtmatige hinder (bladval, lichtderving en lichte overhang valt daar niet onder) en mag de boom in kwestie niet onherstelbaar beschadigd worden (aantasting habitus, of dusdanige snoei van takken of wortels dat daardoor onveilige situaties ontstaan, nu of in de toekomst). Daarnaast geldt de regel dat bomen op een afstand van minimaal 2 meter van de erfgrens moeten staan, tenzij in de gemeentelijke verordening een afwijking daarop is opgenomen.

Aan de afstand van 2 meter zal in het geval van een boom in een boomspiegel of een klein perkje niet voldaan kunnen worden. Echter hoeft de boom daarmee niet meteen onrechtmatig te zijn. Bomen in een specifieke aanplant (veelal structuur, in enkele gevallen solitair) volgens een vastgelegde beleidsstatus of beheerplan of in een reeds langere tijd zo

bestaande situatie, kunnen rechtmatig op een kleinere afstand dan de wettelijke 2 meter (of een kleinere, door de gemeente vastgestelde afstand) van een erfgrens staan. Echter zal in deze gevallen de kans op overlast bij naburen zeer groot, tot 100 procent zijn.

Gedoogbomen Drechterland In Drechterland zijn een aantal verschillende vormen van gedoogbomen. Uitgangspunt is dat bij nieuwe situaties de boom daarin volledig wordt meegenomen, dat wil zeggen dat bijvoorbeeld bij verkoop van de grond ook de boom in de verkoop en daarmee aansprakelijkheid wordt overgedragen aan de nieuwe eigenaar. Daarnaast zijn er situaties waarbij grond met een boom daarop is verhuurd of in bruikleen is gegeven.

Gemeentelijke boom in particuliere (voor)tuin In straten met weinig ruimte voor openbaar groen, zijn gemeentelijke bomen op particuliere grond aangeplant. Daarnaast is snippergroen met daarop bomen verkocht en door de nieuwe eigenaar aan de eigen tuin gekoppeld. De gemeente beschouwt dergelijke bomen nog als haar verantwoordelijkheid, en zorgt daarom voor inspectie, onderhoud, en indien nodig kappen en waar mogelijk vervangen. Voor de particulieren in kwestie is de situatie onduidelijk. Uitgangspunt is dat dergelijke bomen worden overgedragen aan de particuliere eigenaar van de grond waarop de boom zich bevindt. Hiervoor wordt de verantwoordelijkheid (beheer, onderhoud) van de huidige aanwezige bomen geheel overdragen aan de particuliere eigenaar van de ondergrond, inclusief de kosten daarvoor. Afhankelijk van de locatie (wijk, straat) dient daarnaast bepaald te worden of de betreffende bomen een extra waarde voor de gemeente vertegenwoordigen, waar een specifieke beleidsstatus bij hoort. Vervolgens: - De boom geen extra beleidsstatus toekennen. De kans is wel aanwezig dat de grondeigenaar ervoor kiest de boom te kappen en geen nieuwe boom te planten, waarmee het aantal bomen afneemt, of: - de boom (of bomenrij, in geval van meerdere bomen in een woonstraat) aanwijzen als waardevolle boom of (onderdeel van een) boomstructuur.

De boom(structuur) moet daarvoor wel voldoen aan de geldende aanwijscriteria. De boom of structuur behoudt daarmee een vergunningsplicht, en bij een kapaanvraag wordt deze getoetst aan zwaardere normen. Daarnaast kunnen zwaardere eisen aan herplant gesteld worden. In dit geval kan overwogen worden om een door de gemeente betaalde inspectie aan te bieden als tussenweg. -

In een aantal gevallen kan ervoor gekozen worden om de overdracht van de boom pas te doen als de huidige boom (conform beleidskaders) gekapt moet worden (uitsterfbeleid). Bij benodigde kap eventuele nieuwe aanplant en de verantwoordelijkheid daarvoor overlaten aan de grondeigenaar (uitsterfbeleid). De kans is wel aanwezig dat de grondeigenaar ervoor kiest geen nieuwe boom te planten, waarmee het aantal bomen afneemt.

Boom op beperkte gemeentelijke grond (boomspiegel/perkje) Drechterland heeft gemeentelijke bomen op eigen grond van beperkte omvang staan. De boomspiegel of een klein perkje, is verder grotendeels omgeven door grond van andere

eigenaren. In deze gevallen is vrijwel altijd sprake van enige vorm van overlast en kans op schade. De gemeente is altijd aansprakelijk. De gemeente wil in veel gevallen vasthouden aan dergelijke bomen omdat deze van belang zijn in de openbare ruimte. - De gemeente blijft daarom eigenaar van de boom. In geval van overlast wordt ingegrepen. Dit kan met een grote snoeimaatregel, of door in overleg met de naaste bewoner te besluiten dat de boom verwijderd wordt. Bij verwijdering wordt bepaald in hoeverre herplant ter plaatste of in de buurt mogelijk en wenselijk is. -

In een enkel geval kan de gemeente bepalen dat de boom dermate van belang is voor de omgeving, dat daar een extra beleidsstatus (waardevol, of structuur in het geval van een rij) aan toegekend moet worden. De boom(structuur) moet daarvoor wel voldoen aan de geldende aanwijscriteria. Van deze bomen zal dan meer overlast getolereerd moeten worden. In het geval van onrechtmatige hinder of (dreigende) schade moet getoetst worden aan zwaardere normen, maar zullen eventuele ingrepen wel gedaan moeten worden. Indien kap wenselijk is, geldt dan altijd een vergunningsplicht, waar in principe ook een herplantplicht aan gekoppeld is.

Gemeentelijke boom op gehuurde grond of grond in bruikleen In een aantal gevallen is snippergroen verhuurd of in bruikleen gegeven. In deze gevallen is zowel de boom als de ondergrond nog in eigendom van de gemeente. De huurder/gebruiker kan/moet klein onderhoud aan beplanting uitvoeren, de gemeente is eindverantwoordelijk. De gemeente heeft in deze gevallen gekozen zelf de inspectie en onderhoud te blijven uitvoeren. De gemeente wil deze situatie handhaven. Gemeente voert inspectie en onderhoud uit, huurder/gebruiker verleent gemeente daartoe toegang. Na eventuele kap van de boom wordt bekeken of een nieuwe boom wordt herplant die vervolgens in onderhoud blijft van de gemeente of dat op dat moment de keuze wordt overgelaten aan de huurder met daarbij ook het onderhoud

Stappenplan mogelijke aanpassingen in het beheer -

De gedoogbomen en de bijbehorende geldende situatie (zoals hierboven benoemd) in beeld brengen. - Bepalen welke van de gegeven beheeropties per boom mogelijk zijn. - In gesprek gaan met huidige eigenaren/huurders/bruikleners over de situatie en de mogelijke opties voor aanpassing. - In gesprek gaan met omwonenden over de mogelijke veranderingen in hun directe omgeving. - In gesprek gaan met mogelijke nieuwe eigenaren (voor zover dat niet al met één van bovenstaande punten bereikt is). - Op basis van alle input uit de gesprekken en de eigen voorkeuren besluiten welke aanpassingen worden doorgevoerd. - Perceeleigenaren en huurders informeren over de bestaande of aan te passen status van de op hun perceel staande bomen. - Aanpassingen vastleggen in de bomendata. - De nieuwe situatie communiceren met eventuele nieuwe eigenaren en/of verantwoordelijken. Waar nodig een overeenkomst aangaan, aanpassen of ontbinden. De nieuwe situatie communiceren (in detail) met overige omwonenden.

Bijlage 18

Richtlijn omgang met overlast

Iedere boom heeft effect op zijn omgeving. Of men dit als overlast ervaart, hangt sterk af van persoonlijke voorkeuren. Gemeente Drechterland heeft deze richtlijn opgesteld om aan te geven in welke gevallen, afhankelijk van beleidsstatus, er sprake is van onoverkomelijke overlast en welke maatregelen er dan getroffen kunnen worden. Alle andere vormen van overlast zijn het natuurlijke gevolg van bomen en dienen geaccepteerd te worden. Met deze richtlijn kunnen klachten en meldingen op een eenduidige manier afgehandeld worden.

Inhoud Algemene kaders Veiligheid Investeringsbereidheid Locatie Eigenaar Overweging ingrijpende snoei of (voortijdige) kap Meerdere meldingen Verwachte resterende levensduur Herplant Stapeling Maatregelen per type overlast Overhangende takken / groen van bomen Lichtontneming Boom ‘afval’ Schade door wortels Allergische reacties Jurisprudentie

Algemene kaders Veiligheid Volgens de wet behoort iedere eigenaar voldoende zorg aan zijn eigendommen te besteden, zodat anderen daarvan geen overmatige overlast of schade ondervinden. Wanneer het nalaten van voldoende zorg tot (letsel)schade leidt, dan kan de eigenaar voor deze schade aansprakelijk worden gehouden. Voor boomeigenaren en -beheerders is het dan ook van belang dat ze hun bomen periodiek op veiligheidsaspecten (laten) controleren en dit registreren. In gemeente Drechterland gebeurt dit volgens cyclisch onderhoud elke 3 jaar bij reguliere bomen en jaarlijks bij attentiebomen. Bij het uitvoeren van veiligheids- en onderhoudsmaatregelen wordt gestreefd naar duurzaam behoud van het bomenbestand. Wanneer de boom niet veilig gemaakt kan worden zonder te kappen, wordt de boom geveld en vindt herplant plaats met een passende boom voor de locatie en situatie.

Investeringsbereidheid Gemeente Drechterland heeft als uitgangspunt dat waar mogelijk, de bomen behouden worden. Wanneer er echter sprake is van onoverkomelijke overlast, kan dit leiden tot een maatregel. In het uiterste geval is dat het vellen van de boom. De overlast kan ook door boomsparende maatregelen (tijdelijk) worden opgelost, zoals frequentere veegrondes, herbestraten of met (vorm)snoei of groeiplaatsverbetering. Daar hangen in sommige gevallen hoge kosten aan. De afweging om deze (kostbare) boomsparende maatregelen te nemen, hangt samen met de investeringsbereidheid voor de boom. Investeringsbereidheid wordt verder uitgelegd in bijlage 12 ‘Beheerrichtlijn in relatie tot beleidsstatus’.

Locatie Ten aanzien van bomen die binnen de bebouwde kom staan en bomen in het buitengebied worden in geval van overlast dezelfde afwegingen gemaakt. Echter is de kans op overlast veelal kleiner en hangen andere prijskaartjes aan de mogelijke maatregelen. Hierdoor zal in een aantal gevallen in het buitengebied een andere keuze gemaakt worden om de overlast te verhelpen.

Eigenaar We maken onderscheid tussen gemeentelijke bomen, bomen die op particulier terrein staan en bomen van andere partijen zoals Staatsbosbeheer, Waterschap, recreatieschap enzovoort. De maatregelen die in dit toetsingskader worden beschreven, hebben enkel betrekking op gemeentelijke bomen. Bij overlast van andere bomen zal degene die overlast ervaart dit conform het burenrecht (Burgerlijk Wetboek 5) en eventueel de Wet natuurbescherming (per 2022 Omgevingswet) met de boomeigenaar moeten oplossen.

Overweging ingrijpende snoei of (voortijdige) kap

In het geval van vastgestelde overlast is de beleidsstatus bepalend in het besluit of de boom ingrijpend gesnoeid wordt of (voortijdig) gekapt. Ingrijpende snoei is een maatregel waarbij 35 - 75% van de boom wordt gesnoeid. Deze actie moet periodiek worden herhaald. Ingrijpende snoeimaatregelen hebben een dusdanige impact op een boom dat een vergunning nodig is. Daarnaast zal de waarde van een boom na uitvoer substantieel lager liggen, het kroonvolume is immers vele malen kleiner. De beheerkosten van een boom waarbij ingrijpend is gesnoeid liggen juist hoger, omdat periodiek gesnoeid moet worden. Alleen (potentieel) waardevolle bomen worden daarom ingrijpend gesnoeid.

Reconstructie De reconstructie van een gebied is een goede gelegenheid om overlastbomen te vervangen. Wanneer een boom overlast veroorzaakt, wordt dus gekeken wanneer een reconstructie gepland staat. Het voortijdig kappen of het nemen van (kostbare) maatregelen om de overlast tijdelijk te verhelpen worden tegen elkaar afgewogen. De kosten van de ingreep zelf en eventueel vervolg voor beheer om de boom te behouden worden hierbij meegenomen. Ook de invloed op het straatbeeld, de mate van de geplande ophoging en het effect van de geplande ophoging op de bomen en de zekerheid van de planning worden meegewogen.

(Nog) niet gepland Wanneer een reconstructie (nog) niet gepland is of pas over geruime tijd, dan is ingrijpende snoei (kandelaberen, knotten) minder wenselijk. Dergelijke snoei moet periodiek (elke 3 tot 5 jaar) herhaald worden om de boom veilig te houden, wat het een kostbare ingreep maakt.

Reconstructie gepland Wanneer met grote zekerheid gezegd kan worden dat de boom die onoverkomelijke overlast veroorzaakt, binnen 1 of 2 jaar geveld wordt vanwege een reconstructie (ophoging, herinrichting en dergelijke), kan de gemeente besluiten om de boom voortijdig te kappen. Hierdoor is het niet nodig om tijdelijke maatregelen te nemen om de overlast te verminderen. Wanneer een dergelijke zekerheid nog niet gegeven kan worden, maar binnen 3 tot 5 jaar wel reconstructiewerkzaamheden gepland zijn, kan de gemeente overwegen om alleen veiligheidsproblemen en onoverkomelijke overlast op te lossen. Als een boom wel gekapt zou worden, heeft directe herplant op dat moment geen zin, met de reconstructie in het vooruitzicht. Dan zou de locatie langere tijd leeg blijven, wat de gemeente (en vaak omwonenden ook) onwenselijk vinden. In dat geval wordt eerder gekozen voor een eenmalige (snoei)ingreep, omdat deze, vanwege de reconstructie, niet herhaald hoeft te worden. In een aantal gevallen is een dergelijke eenmalige ingreep zo kostbaar, dat de gemeente alsnog kan beslissen om dan maar de boom te kappen.

Beoordeling gevolgen Of de bomen een (beperkte) ophoging kunnen verdragen is mede afhankelijk van de boomsoort en de locatie en groeiomstandigheden. Een Bomen Effect Analyse (BEA) kan hier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10592418/1