Bijlage Evaluatie Toekomstvisie Kwetsbare Inwoners (2024-26)
Tekst van het document
Evaluatie ‘Herstel en participatie: toekomstvisie kwetsbare inwoners regio Westfriesland 2018-2023’
1. Managementsamenvatting (1)
Aanleiding In Westfriesland werken gemeenten en andere ketenpartners samen aan de uitvoering van het regionaal beleidskader ‘Herstel en participatie: toekomstvisie kwetsbare inwoners regio Westfriesland 2018-2023’, die eind 2017 door alle Westfriese raden is vastgesteld. De wens van de regio is om de beleidsvisie zelf en de uitvoering hiervan te evalueren. Onderzoeksmethoden Voor het uitvoeren van de evaluatie zijn drie verschillende onderzoeksmethoden gebruikt: - deskresearch; - interviews; - focusgroepen met enerzijds vertegenwoordigers van de gemeenten en anderzijds met de overige betrokken partijen zoals woningcorporaties, zorgaanbieders etc. '
'
3. Wat moeten we behouden in de nieuwe beleidsvisie en waarin knelt het en sturen we bij? Wat is, op basis van de opgehaalde input, het advies voor de nieuw op te stellen beleidsvisie? '
'
4. Hoe is de uitvoerbaarheid van de huidige Toekomstvisie ervaren? Wat leren we hiervan? En hoe stellen we voor de nieuwe beleidsvisie actiepunten op die goed uitvoerbaar zijn? Resultaten per thema Per thema zoals beschreven in de jaarwerkplannen zijn de resultaten van de Toekomstvisie uitgewerkt. Deze informatie is opgehaald middels deskresearch, focusgroepen en interviews.
'
Opdrachtomschrijving Middels de evaluatie wordt op de volgende vragen antwoord gegeven: 1. In welke mate zijn de beoogde doelen en resultaten van de Toekomstvisie kwetsbare inwoners behaald? 2. Welke thema’s en jaarplanpunten uit de jaarplannen zijn (grotendeels) behaald of afgerond? En welke thema’s of jaarplanpunten uit de jaarplannen zijn niet of niet volledig behaald en welke factoren dragen hieraan bij?
Welkom in de wijk Het actief tegengaan van stigma’s was één van de doelen uit de Toekomstvisie. Hier is opvolging aan gegeven en op ingezet. De lokale visie en middelen zijn hierin uiteindelijk bepalend geweest en er is geen gecoördineerde aanpak of overzicht op regionaal niveau. Op individueel niveau is niet altijd expliciet aandacht voor ‘landen in de wijk’. Zelfregie Er zijn grote stappen gezet om ervaringsdeskundigheid en cliëntparticipatie steeds meer een plek te geven in beleid en uitvoering. Regionaal zijn hier meer vorderingen in gemaakt dan lokaal. De vraag blijft op dit moment nog onbeantwoord of zelfhulp en herstel regionaal of lokaal aangevlogen moet 2
1. Managementsamenvatting (2)
worden. Pgb’s spelen hierbij nauwelijks een rol, omdat bij deze doelgroep vaardigheden voor goed beheer vaak slecht beperkt aanwezig zijn. '
Zorginfrastructuur in de wijk Vroegsignalering is de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. Het vraagstuk ‘lokaal’ of ‘regionaal’ speelt ook op dit thema. Veel inzet is een lokale verantwoordelijkheid, maar regionaal is er geen overzicht over inspanningen en resultaten. De GGZ inloopvoorzieningen zijn juist van lokaal naar regionaal gegaan. Rondom de kwaliteit van de nazorg zijn vragen en het perspectiefplan is vastgesteld. Personen met onbegrepen gedrag Op lokaal niveau is ingezet op GGZ in de wijk, maar dit valt daarmee buiten de reikwijdte van de regionale aanpak. Op bovenregionaal niveau is de aanpak ‘personen met onbegrepen gedrag’ ontwikkeld. Hierbij komt naar voren dat de aansluiting tussen de domeinen Zorg en Veiligheid beter kan. Initiatieven zijn hiervoor in ontwikkeling. Daarnaast is ingezet op vroegsignalering van huur achterstanden en andere risicofactoren. Wel loopt de discussie wat lokale teams oppakken en wat bij Vangnet & Advies zou moeten liggen. De nazorg zoals verplicht onder de Wvggz wordt niet geheel vormgegeven zoals gevraagd. Regionale Toegang en Aanbod Het Regionaal Toegangsteam (RT) is gerealiseerd en de toegang voor MO en BW is nu regionaal georganiseerd. Dit team is pas kortgeleden gestart. Uitvoerende organisaties bemerken verandering in visie en werkwijze en '
hebben hierbij vragen. Het is nog niet duidelijk of het hierbij enkel gaat om overgangsperikelen of niet. Daarnaast is een onderzoeksrapport opgeleverd over de aard en omvang van de problematiek in MO en de benodigd capaciteit en kwaliteit van de opvang. Kwantitatief lijkt bestaand aanbod te voldoen, kwaliteit zijn gaten en behoeften. Er ligt nog een vraagstuk ten aanzien van economisch daklozen. '
Jongeren Er is nog geen verklaring gevonden voor het hoge aandeel jongeren in MO en BW in vergelijking met andere regio’s. Het ‘Model soepele overgang’ is ontwikkeld en de Ontwikkeltafel 18-/18+ is recent van de grond gekomen. Het project Houvast is wegens succes structureel geborgd. Toch stokt het als het aankomt op een soepele overgang 18-/18+. Er zitten ontwikkeling in de pijpleiding die hoopvol zijn. '
Wonen De uitstroomregeling (inmiddels een structurele regeling) draagt veel bij aan verbetering van de uitstroom van cliënten uit MO en BW. Maatschappelijke ontwikkelingen kunnen negatieve consequenties hebben voor het aantal woningen dat beschikbaar gesteld kan worden aan mensen die uitstromen uit BW en MO. Werk en dagbesteding Begeleiding naar werk wordt geboden door Werksaam en dagbesteding op indicatie wordt regionaal ingekocht. Overige onderdelen van de keten (vooral de nuldelijnszorg) zijn een lokale aangelegenheid. Via het perspectiefplan wordt aandacht besteed aan werk en dagbesteding. 3
1. Managementsamenvatting (3)
Financiën en schulden In het RT is ook een regionaal loket voor dak- en thuislozen en mensen die uitstromen vanuit intramuraal verblijf naar zelfstandig wonen, geborgd. Rondom het briefadres hebben de meeste gemeenten het vereiste geregeld. In de vereenvoudig van procedures en formulieren zijn stappen gezet, maar alle administratieve vereisten blijven voor partijen zwaar wegen. Er is geen regionaal afgesproken ‘nieuwe kansen beleid’. (Regionale) samenwerking De regio Westfriesland heeft al een langere traditie van samenwerking, waar de Toekomstvisie een resultaat van is. De monitoring van BW heeft in de loop van Toekomstvisie een grote verbeterslag gemaakt. Monitoring van MO gaat opgepakt worden door het RT. Behoefte aan regionale samenwerking is vooral afhankelijk van de uitkomst van de landelijke discussie over het woonplaatsbeginsel. Uitvoerbaarheid Toekomstvisie Aan de hand van de vijf criteria van het model van Knoster (visie; draagvlak en belangen; plan; financiën/middelen; menskracht, competenties en vaardigheden) is de vraag naar uitvoerbaarheid van de Toekomstvisie uitgewerkt.
en er is planmatig gewerkt. Menskracht binnen de aansturing van het project is vrij goed beschikbaar, en financiële middelen zijn ruim aanwezig. '
Er is ook een aantal onderdelen dat minder sterk was: het gewenste effect is niet helemaal duidelijk en er kan niet worden bepaald wanneer de regio tevreden kan zijn over het uiteindelijke effect. De scheiding tussen lokale versus regionale belangen en verantwoordelijkheden maakt dat overzicht en sturing op belangrijke onderdelen (preventie en nazorg) mist. Personeelstekorten en hoog verloop maken dat noodzakelijke kennis in gevaar komt. '
Adviezen voor de nieuwe visie Per thema en uitvoerbaarheid zijn adviezen geformuleerd voor de nieuwe beleidsvisie. Deze worden op de volgende pagina’s eerst op thema en daaropvolgend op uitvoerbaarheid weergegeven. '
'
Thema > Blijf inzetten op het tegengaan van stigma’s.
'
'
'
'
Veel voorwaarden zijn aanwezig voor succes bij uitvoering. Er is een achterliggende visie die door velen herkend wordt, er is veel draagvlak bij de totstandkoming van de Toekomstvisie. Er is een zeer concreet uitgewerkt plan '
> Benut cliëntorganisaties gestructureerd.
> Structureer de samenwerking tussen het Sociaal Domein en Veiligheid. Zorg voor passende vertegenwoordiging van gemeenten in de bovenregionale gremia. > Neem aanbieders (tijdig) mee in een veranderende visie of werkwijze van de toegang.
4
1. Managementsamenvatting (4)
'
'
'
'
'
'
> Overweeg om regionaal aanbod te creëren voor economisch daklozen. > Zoek uit waarom het aandeel jongeren in de MO zo hoog is. > Evalueer op korte termijn of het nieuwe overgangsmodel en de nieuw voorgenomen beleidsuitgangspunten daadwerkelijk tot een soepele overgang van 18-naar 18+ leidt. > Werk de aanbevelingen van bureau HHM plus aanvullende suggesties uit deze evaluatie uit naar een investeringsagenda. > Koester de uitstroomregeling. Zorg ervoor dat de regeling niet aan zijn eigen succes ten onder gaat. Anticipeer op bedreigingen. > Breng de mogelijkheden voor werk en dagbesteding in beeld. Zorg ervoor dat ook lokale mogelijkheden met betrekking tot de nuldelijnszorg bekend zijn, ook bij (regionaal werkende) zorgaanbieders. Werk aan betere aansluiting tussen de lokale basis en zorg.
Uitvoerbaarheid Visie > Definieer reikwijde van de nieuwe visie. '
'
'
> Definieer het uiteindelijk gewenste effect.
> Ontwikkel meetbare normen.
Draagvlak en belangen > Zet het ontwikkelproces voor de nieuwe beleidsvisie stevig neer en faciliteer ruim.
'
•
•
> Voer een discussie over regionale en lokale belangen, beoordeel of een verschuiving in verantwoordelijkheden nodig is om het gewenste effect van de nieuwe visie te versterken / sturing op preventie en nazorg mogelijk te maken.
Plan > Behoud de concrete resultaten en herijk.
'
'
'
'
> Voer een discussie over wat kwalitatief goede nazorg is en wat kwalitatief goede preventie is. Wissel aanpak, ervaringen en kennis uit. Overweeg om een minimum niveau van kwaliteit van preventie en nazorg vast te stellen, af te spreken en te bewaken. > Behoud het regionale projectteam en de bestuurlijke voortrekkersgroep. Zorg voor vertegenwoordiging vanuit iedere gemeente. Organiseer input vanuit het veld.
'
'
> Maak de inzet van het uitvoerend veld zichtbaar. > Overweeg een indeling preventie-verblijf-nazorg.
Financiën > Voer een discussie over de inzet van het ‘nieuwe’ financiële surplus. '
5
Inhoudsopgave
1. Managementsamenvatting
'
2
5.2 Draagvlak, belangen 5.3 Plan 5.4 Financiën/middelen 5.5 Menskracht, competenties en vaardigheden 5.6 Conclusie Uitvoerbaarheid
35 36 37 38 38
6. Adviezen voor de nieuwe visie 6.1 Advies op de thema’s 6.2 Adviezen ten aanzien van de uitvoerbaarheid
40 40 42
Bijlage 1. Geraadpleegde documenten Bijlage 2. Geraadpleegde personen
46 48
'
'
2. Inleiding
'
7
'
'
3. Achtergrondinformatie 3.1 Commissie Toekomst Beschermd Wonen (commissie Dannenberg) 3.2 Landelijke ontwikkelingen 3.3 Herstel en participatie: toekomstvisie kwetsbare inwoners regio Westfriesland 2018 – 2023 '
'
'
'
9 9
'
'
9 11
'
'
'
4. Resultaten per thema 4.1 Welkom in de Wijk 4.2 Zelfregie 4.3 Zorginfrastructuur in de wijk 4.4 Personen met onbegrepen gedrag 4.5 Regionale Toegang en Aanbod 4.5 Jongeren 4.7 Wonen 4.8 Werk en dagbesteding 4.9 Financiën en schulden 4.10 (Regionale) samenwerking
13 13 15 16 18 21 24 26 28 29 31
5. Uitvoerbaarheid Toekomstvisie 5.1 Visie
34 34
'
'
'
'
'
'
'
'
'
'
'
'
'
'
6
2. Inleiding (1)
Aanleiding In Westfriesland werken gemeenten en andere ketenpartners samen aan de uitvoering van het regionaal beleidskader ‘Herstel en participatie: toekomstvisie kwetsbare inwoners regio Westfriesland 2018-2023’. De visie geeft een regionale invulling aan het landelijke advies ‘Van beschermd wonen naar beschermd thuis’ van de commissie Dannenberg uit 2015. De regionale beleidsvisie heeft een looptijd tot en met 2023. De wens van de regio is om de beleidsvisie en de uitvoering hiervan te evalueren. '
Beoogd resultaat Het resultaat van de opdracht moet inzicht bieden in: A) Of de beoogde doelen van de Toekomstvisie kwetsbare inwoners zijn behaald; B) Op welke wijze de beleidsvisie gecontinueerd kan worden; C) Advisering voor de nieuw op te stellen beleidsvisie. a)
b)
c)
'
Onderzoeksvragen Voor de evaluatie zijn vanuit de regio Westfriesland vier onderzoeksvragen opgesteld: 1.
2.
1. In welke mate zijn de beoogde doelen en resultaten van de Toekomstvisie kwetsbare inwoners behaald? 2. Welke thema’s en jaarplanpunten uit de jaarplannen zijn (grotendeels) behaald of afgerond? En welke thema’s of jaarplanpunten
1.
2.
3.
uit de jaarplannen zijn niet of niet volledig behaald en welke factoren dragen hieraan bij? 3. Wat moeten we behouden in de nieuwe beleidsvisie en waarin knelt het en sturen we bij? Wat is, op basis van de opgehaalde input, het advies voor de nieuw op te stellen beleidsvisie? 4. Hoe is de uitvoerbaarheid van de huidige Toekomstvisie ervaren? Wat leren we hiervan? En hoe stellen we voor de nieuwe beleidsvisie actiepunten op die goed uitvoerbaar zijn?
Aanpak en onderzoeksmethoden Er is op twee manieren informatie verzameld om de onderzoeksvragen te beantwoorden. Enerzijds is er door het projectteam deskresearch gedaan, de bestuurde documenten staan opgesomd in bijlage 1. Door middel van deskresearch is getracht een deel van het antwoord te verkrijgen op resultaten van de doelen en resultaten van de Toekomstvisie evenals de thema’s en jaarplanpunten uit de jaarplannen. Deze deskresearch heeft de basis gevormd voor de kwalitatieve uitvraag middels interviews en focusgroepen. Het doel van deze interviews en focusgroepen was om verdere inzicht te krijgen in de behaalde resultaten, om input te krijgen voor de nieuwe Toekomstvisie en feedback te krijgen op de haalbaarheid van de Toekomstvisie. Scope Afgesproken is dat het onderzoek zich focust op de in de jaarwerkplannen 7
2. Inleiding (2)
gedefinieerde inzet en resultaten. De evaluatie richt zich dus niet op / pretendeert geen overzicht te geven van alle inzet in alle gemeenten op het gebied van MO en BW in de afgelopen jaren. '
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 3) is een korte achtergrondschets weergegeven. Hier wordt allereerst het rapport van de commissie Dannenberg kort besproken; de Toekomstvisie heeft zich gebaseerd op dit rapport. Verder zijn de uitgangspunten en doelstellingen van de Toekomstvisie beschreven, en staat er een kort overzicht van de landelijke wet- en regelgeving die invloed hebben gehad op de doelstellingen en resultaten.
In hoofdstuk 4 staat beschreven welke van de beoogde resultaten de afgelopen jaren daadwerkelijk zijn behaald. De indeling naar thema zoals deze in de Toekomstvisie is gebruikt, wordt hierbij aangehouden. Hier worden onderzoeksvragen 1 en 2 beantwoord. Binnen elk thema is de informatie uit de deskresearch gebundeld met de informatie die opgehaald is uit de kwalitatieve uitvraag. '
Dit wordt gevolgd door een hoofdstuk (hoofdstuk 5) waarin in wordt gegaan op de uitvoerbaarheid van Toekomstvisie (onderzoeksvraag 4). '
Er wordt afgrond met een hoofdstuk waarin op basis van de opgehaalde input adviezen worden gegeven voor de nieuw op te stellen beleidsvisie (onderzoeksvraag 3). 8 '
'
3. Achtergrondinformatie (1)
In dit hoofdstuk wordt achtergrondinformatie gegeven waarmee de analyse van resultaten en aanbevelingen beter te begrijpen is. Dit betreft ten eerste informatie over de context waarbinnen de inrichting en uitvoering van de Toekomstvisie heeft plaatsgevonden: het rapport van de commissie Dannenberg en de meest relevante landelijke ontwikkelingen in beleid en regelgeving. Daarnaast worden hier integraal de doelstellingen uit de Toekomstvisie getoond. 3.1 Commissie Toekomst Beschermd Wonen (commissie Dannenberg) Eind 2015 is in opdracht van de VNG het rapport ‘Van Beschermd Wonen naar een beschermd thuis’ van de Commissie Toekomst Beschermd Wonen opgesteld, ook wel bekend als de commissie Dannenberg. Het rapport is tot stand gekomen nadat in 2015 gemeenten de verantwoordelijkheid toegewezen hebben gekregen om, met de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo, 2015), maatschappelijke ondersteuning te organiseren voor de burgers. Hiermee vormt beschermd wonen een nieuwe wettelijke taak voor gemeenten. Deze commissie legt in dit rapport de focus op het gegeven dat wonen een grondrecht is en tevens een voorwaarde voor maatschappelijk herstel en participatie. De nadruk ligt op het burgerschap van de individuele burger, voor hen waarbij sprake is van een verstoorde zelfregulatie.
Hierbij benadrukt men dat er een verscheidenheid is aan mensen met verschillende vermogens tot zelfregulatie. Voor hen die het nodig hebben, streeft de commissie ernaar dat ondersteuning, behandeling en bescherming zoveel als mogelijk binnen de '
eigen thuissituatie wordt ingezet. Hierbij zal vraagsturing, die uitgaat van wat mensen nodig hebben, in de plaats komen van aanbodsturing. Centraal in het rapport staat het begrip sociale inclusie dat als basis dient voor inclusief wonen. Hier liggen de volgende vier pijlers aan ten grondslag: burgerschap, zelfbepaling, hoop en perspectief, en positieve kijk op gezondheid. '
Deze transformatie vraagt veel aandacht en tijd, en vergt van gemeenten investeringen in het sociaal domein met een goede aansluiting op behandeling en gespecialiseerde zorg. '
3.2 Landelijke ontwikkelingen De Toekomstvisie is in 2017 opgesteld. Sinds 2017 is er in de maatschappij veel gebeurd dat, naast alle inspanningen van alle partijen in Westfriesland, ook veel invloed heeft gehad op de MO en BW. Hieronder volgen de belangrijkste landelijke ontwikkelingen uiteengezet die een invloed hebben gehad op de doelstellingen en resultaten uit de Toekomstvisie. Sluitende aanpak verward gedrag In 2015 is door het Ministerie van VWS, het Ministerie van JenV en de VNG het ‘Aanjaagteam Verwarde Personen’ in het leven geroepen, waardoor dit thema een vlucht heeft genomen. Naar aanleiding hiervan kregen gemeenten in 2018 de landelijke opdracht om voor 1 oktober 2018 te beschikken over een sluitende, persoonsgericht en integrale aanpak voor personen met verward gedrag (in deze evaluatie wordt deze groep vanaf nu aangeduid als ‘personen met onbegrepen gedrag’) (zie verdere uitwerking in 4.7 Personen met onbegrepen gedrag) 9
3. Achtergrondinformatie (2)
Wet aanpak woonoverlast Per 1 juli 217 is de Wet aanpak woonoverlast ingevoerd. Deze wet geeft gemeenten een extra bevoegdheid: de burgemeester kan bewoners aanwijzingen geven over hun gedrag als zij herhaaldelijk hinder voor omwonenden veroorzaken. Dit instrument kan preventief werken bij het voorkomen van huisuitzettingen.
drinkwaterbedrijven benaderen gemeenten bewoners met betaalachterstanden proactief om hen hulp aan te bieden.
Openstelling Wet Langdurige Zorg (Wlz) De Wlz is bedoeld voor mensen die voortdurend (intensieve) zorg nodig hebben in de nabije omgeving, zoals chronisch zieken, kwetsbare ouderen en mensen met een ernstige verstandelijke of lichamelijke beperking. Met de openstelling van de Wlz voor GGZ cliënten per 1 januari 2021 komt een deel van de mensen met een BW indicatie vervolgens in aanmerking voor een Wlz indicatie.
Doordecentralisatie MO en BW Per 1 januari 2022 is landelijk de doordecentralisatie BW gestart, wat inhoudt dat er bij BW een verandering plaats gaat vinden van een historische verdeling over centrumgemeenten naar een objectieve verdeling over alle gemeenten. Concreet betekent dit dat alle gemeenten zelf inhoudelijk verantwoordelijk zijn voor BW van hun eigen inwoners (het woonplaatsbeginsel), maar dat zij verplicht blijven om ook na de doordecentralisatie te blijven samenwerken. Het streven is om deze wet in te voeren per 1 januari 2024. Echter, heeft op 17 april 2023 hierover een rondetafelgesprek plaatsgevonden in de Tweede Kamer. Tijdens dit gesprek zijn zorgen en twijfels geuit over het nut en de uitvoerbaarheid van het woonplaatsbeginsel. Het is daarmee nu de vraag of de wetsbehandeling tijdig wordt afgerond voor invoering van de wet per 1 januari 2024. Daarnaast wordt op financieel gebied de rol van de centrumgemeente, in dit geval Hoorn, afgebouwd in een periode van 10 jaar. Voor MO moet nog worden besloten of het wordt door gedecentraliseerd.
Wetswijziging op de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) Per 1 januari 2021 is deze wetswijziging van kracht gegaan. Met ingang van deze wet is vroegsignalering van schulden op basis van signalen door derden een wettelijke taak voor gemeenten geworden. Op basis van signalen van zorgverzekeraars, energiebedrijven, woningverhuurders en
Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) De NvO is op 10 juni 2022 in een resolutie vastgesteld door gemeenten in Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)-verband, zowel voor jeugd als voor BW. Met de NvO zijn gemeenten verplicht om vast te leggen hoe zij in de regio samen met regionale partners vorm geven aan hun ambitie,
Wet verplichte GGZ (Wvggz) Per 1 januari 2019 is de Wvggz ingevoerd. Deze wet biedt handvatten om meer preventief en ambulant hulp te bieden aan mensen met geestelijke problemen die niet vrijwillig in zorg gaan.
10
3. Achtergrondinformatie (3)
samenwerking en opdrachtgeverschap. Hiermee spreken gemeenten collectief af waaraan de samenwerking binnen regio’s en tussen regio’s minimaal moet voldoen. Aan gemeenten is de taak gegeven om zorg en ondersteuning mogelijk te maken voor inwoners die dat nodig hebben. Actieprogramma Dak- en Thuisloze jongeren / Brede aanpak dakloosheid / Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis De afgelopen jaren zijn er een aantal actieprogramma's gelanceerd waarmee de rijksoverheid de dakloosheid sterk terug wil dringen. Op 30 november 2022 heeft het kabinet het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis aan de Tweede Kamer gepresenteerd. Dit plan zet in op forse vermindering van dakloosheid, waarmee aangesloten wordt bij de Verklaring van Lissabon om dakloosheid in 2030 te beëindigen. In het kader van deze programma's zijn er extra middelen beschikbaar gekomen, met name om te investeren in bijzondere woonvoorzieningen en preventie van dakloosheid. Initiatiefwetsvoorstel vaste huurcontracten Met initiatiefwetsvoorstel (2023) worden tijdelijke huurcontracten voor zelfstandige woonruimten niet meer mogelijk. Op dit moment kunnen zelfstandige woonruimte nog tot maximaal twee jaar tijdelijk worden verhuurd. Dit wetsvoorstel wordt momenteel in de Tweede Kamer besproken, het is nog niet duidelijk of het wordt aangenomen. '
3.3 Herstel en participatie: toekomstvisie kwetsbare inwoners regio Westfriesland 2018 – 2028 De regio Westfriesland heeft in de Toekomstvisie beoogd om de visie uit de rapportage ‘Van Beschermd Wonen naar een beschermd thuis’ van commissie Dannenberg in de praktijk te brengen en hierin in regionaal verband gezamenlijk op te trekken. Centraal in de Toekomstvisie staat de vraag hoe de Westfriese gemeenten en samenwerkingspartners om willen gaan met de zorg en begeleiding aan kwetsbare inwoners (inwoners die op enig moment in hun leven voor kortere of langere tijd in een (zeer) kwetsbare situatie terecht komen). De algemene tendens is dat deze kwetsbare inwoners steeds meer in buurten en wijken opgevangen worden. Herstel en participatie staan daarin centraal, evenals herstellen en versterken van de eigen regie. '
De belangrijkste speerpunten uit de Toekomstvisie zijn: 1. De ondersteuning wordt door de Westfriese gemeenten zo dicht mogelijk in de buurt van de kwetsbare inwoner georganiseerd. De wijk- en gebiedsteams zijn verantwoordelijk voor vroeg signalering en worden waar nodig ondersteund door het Regionaal expertise team; '
2. Er worden door de Westfriese gemeenten afspraken gemaakt met maatschappelijke partners, zoals het team van Vangnet & Advies van de GGD en woningcorporaties, om huisuitzetting zoveel mogelijk te voorkomen. De wijk- en gebiedsteams signaleren vroegtijdig huurachterstanden en andere risicofactoren. Bij hen die hulp weigeren wordt bemoeizorg ingezet; 11
3. Achtergrondinformatie (4)
3. Er wordt gewerkt met ‘één gezin, één plan, één regisseur’, waarbij de ondersteuning aansluit bij de mogelijkheden en zorgvragen van de kwetsbare inwoner. In samenwerking tussen inwoner en hulpverleners wordt een perspectiefplan opgesteld waarin concrete zorgvragen en resultaten worden vastgesteld;
4. Het streven is naar participatie van alle inwoners, waar de gemeenten kwetsbare inwoners ondersteunen passend bij hun niveau en passen daarop hun dienstverlening aan. Toegang tot informatie is laagdrempelig en gebruiksvriendelijk beschikbaar en er wordt ondersteuning op maat geleverd bij het vinden van informatie op de andere leefgebieden inkomen en werk, dagbesteding, schulden en huisvesting; 5. Er wordt door de Westfriese gemeenten ingezet op het tegengaan van vooroordelen en stigma’s door het geven van voorlichting;
en gebiedsteam benaderd om zo een zachte landing in de wijk te kunnen realiseren; 8. Er wordt met de woningcorporaties gesproken over voldoende uitstroomplekken voor inwoners uit MO en BW. Onderdeel hiervan is de pilot Uitstroomregeling. Ook is er aandacht voor de draagkracht van de wijken waar uitstroom plaats zal vinden, om het zo voor alle burgers in de wijk leefbaar te houden; 9. De Westfriese gemeenten hebben een convenant ondertekend om gezamenlijk op te trekken in de organisatie van MO en BW tot 2020. Voor na 2020 spreken zij ook de intentie uit om dit voort te zetten;
10. Er dient gezorgd te worden voor een sluitende ketenaanpak rondom de kwetsbare inwoners. Dit doen de Westfriese gemeenten door samen te werken met de zorgverzekeraars en de maatschappelijke partners.
6. Kwetsbare inwoners dienen voldoende kennis en expertise op te kunnen bouwen om op die manier als volwaardig partners meer te kunnen doen bij de beleidsontwikkeling. Cliëntenorganisaties worden ruimhartig gefaciliteerd; 7. Er dient sprake te zijn van een goede screening aan de poort, zodat passende ondersteuning voor de kwetsbare inwoner kan worden ingezet. Bij de instroom krijgt elke inwoner een intake en een perspectiefplan en daarnaast kijkt een expertgroep naar de inzet van hulp en volgen zij de voortgang richting uitstroom. Ruim voor de uitstroomdatum wordt het wijk12
4. Resultaten per thema (1)
Om de inhoud van de Toekomstvisie te kaderen zijn destijds de volgende thema’s uitgewerkt in de jaarwerkplannen: 1. Welkom in de wijk 2. Zelfregie 3. Zorginfrastructuur in de wijk 4. Personen met onbegrepen gedrag 5. Regionale Toegang en Aanbod 6. Jongeren 7. Wonen 8. Werk en dagbesteding 9. Financiën en schulden 10. (Regionale) samenwerking 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
4.1 Welkom in de wijk In de Toekomstvisie is het volgende ten doel gesteld: De Westfriese gemeenten realiseren zich dat kwetsbare inwoners vaak te maken krijgen met vooroordelen en stigma’s waardoor volwaardig deelnemen aan de samenleving (bijv. werken en wonen) problemen oplevert. De Westfriese gemeenten gaan actief werken aan het tegengaan van stigma’s in de Westfriese samenleving door voorlichting. Daarnaast gaan zij afspraken maken bij de overgang naar zelfstandig wonen om zo overlast en ernstige terugval in zorgbehoefte te voorkomen. '
9.
10.
'
Hieronder worden deze thema’s één voor één behandeld en worden de eerste twee onderzoeksvragen beantwoord: 1. In welke mate zijn de beoogde doelen en resultaten van de Toekomstvisie kwetsbare inwoners behaald? '
1.
2.
2. Welke thema’s en jaarplanpunten uit de jaarplannen zijn (grotendeels) behaald of afgerond? En welke thema’s of jaarplanpunten uit de jaarplannen zijn niet of niet volledig behaald en welke factoren dragen hieraan bij?
Ieder thema wordt besproken in een aparte paragraaf. Iedere paragraaf begint met een tekst uit de Toekomstvisie waarin de doelstelling voor dit thema is uitgedrukt. Daaronder volgen de resultaten welke waren beoogd en in welke mate die zijn behaald.
De regio Westfriesland was voornemens een programma op te stellen waarmee stigma’s bestreden zouden worden en sociale netwerken zouden worden versterkt. Zij hebben hier mede opvolging aan gegeven door als regio deel te nemen als één van de vier pilotgebieden (landelijk) aan het project Welkome Wijk, conform het jaarwerkplan. Dit project zet in op het verminderen van stigma’s en vooroordelen over kwetsbare inwoners door het organiseren van bewustwordingsbijenkomsten voor en met professionals, vrijwilligers en bewoners. In de regio zijn twee gemeenten (Koggenland en de wijk Kersenboogerd in Hoorn) hiermee aan de slag gegaan. Dit project is door een onafhankelijk onderzoeksbureau onderzocht en is positief beoordeeld. Uitrol naar andere gemeenten was vervolgens een lokale verantwoordelijkheid en hier is het vervolg op gestrand. Respondenten geven aan dat het project in Koggenland nog doorloopt (daar zullen dit jaar nog twee á drie bijeenkomsten worden georganiseerd voor inwoners), maar dat in Hoorn dit niet is '
voortgezet. Andere voorgenomen projecten uit de jaarwerkplannen zijn niet uitgevoerd.
13
4. Resultaten per thema (2)
Er zijn anderzijds wel andere initiatieven ontwikkeld door gemeenten die zich (mede) richten op het tegengaan van stigma's, zoals het project ‘buurtverbinders’ en de inzet van buurtregisseurs Daarnaast zetten ook uitvoerende organisaties zich hiervoor in, in het verlengde van hun reguliere taken. Er is geen goed overzicht van alle lokale inzet per gemeente en ook de zorgorganisaties hebben het overzicht van deze lokale inzet niet omdat deze veelal ook bovenlokaal opereren. Er was het voornemen om bij iedere individuele cliënt, vanuit de lokale teams en vanuit de individuele begeleiding, in te zetten op een goede ‘landing in de wijk’. Dit moest gerealiseerd worden door een goede ‘landing in de wijk’ als aparte paragraaf op te nemen in het perspectiefplan maar dat is niet gebeurd. Zorgorganisaties die ambulante begeleiding op zich nemen werken vaak regionaal. Zij geven vaak aan dat zij niet echt zicht hebben op welke lokale voorzieningen er aanwezig zijn waarop zij kunnen inhaken en niet altijd op buurtniveau voldoende bekend zijn om te kunnen inschatten hoe cliënten daar bejegend gaan worden. '
Respondenten geven verder aan dat er de afgelopen vijf jaar een verandering van de maatschappij zichtbaar is, die niet helpt bij een ‘welkom in de wijk’. Zij zien dat de tolerantie lager is en dat mensen tegenwoordig vaak minder accepteren van de buren. '
Conclusie Thema Welkom in de wijk
'
De Westfriese gemeenten stelden zich ten doel om actief te werken aan het tegengaan van stigma’s in de Westfriese samenleving door voorlichting. Hier is opvolging aan gegeven en in de looptijd van de Toekomstvisie op ingezet. Daarmee zijn interessante ervaringen opgedaan; uiteindelijk is de lokale visie en middelen bepalend geweest voor de follow up die hier aan gegeven werd. Er is geen gecoördineerde aanpak of overzicht op regioniveau tussen gemeenten en/of met uitvoerende instanties. Op niveau van de individuele cliënt is er niet altijd expliciet aandacht voor het ‘landen in de wijk'. Het is geen standaard onderdeel van het perspectiefplan. '
'
Stigma's en vooroordelen blijven onverminderd een rol spelen bij de mogelijkheden van participatie van inwoners met GGZ problematiek.
14
4. Resultaten per thema (3)
4.2 Zelfregie In de Toekomstvisie is het volgende ten doel gesteld: De Westfriese gemeenten zorgen er voor dat kwetsbare inwoners voldoende kennis en expertise kunnen opbouwen om zodoende als volwaardig partners mee te kunnen doen bij de beleidsontwikkeling. Cliëntenorganisaties worden ruimhartig gefaciliteerd en gemeenten dragen zorg voor deskundigheid in de lokale wijk- en gebiedsteams rondom kwetsbare inwoners. '
'
Om te beginnen is er vanuit de Toekomstvisie ingezet op de ontwikkeling van ervaringsdeskundigheid. Dat is succesvol verlopen. Het aantal beschikbare ervaringsdeskundigen is in de looptijd van de Toekomstvisie sterk toegenomen (tenminste verdubbeld) en het aantal mensen dat zich wil ontwikkelen tot ervaringsdeskundige neemt ook ieder jaar toe. De oorzaak van deze verdubbeling is niet helemaal scherp aan te wijzen. Factoren zijn waarschijnlijk dat landelijk ervaringsdeskundigheid meer aandacht krijgt (de inzet van ervaringsdeskundigheid heeft een centrale rol in het landelijke Nationaal Actieplan Dakloosheid); daarnaast is er door uitvoerende organisaties (in het bijzonder De Hoofdzaak) hard gewerkt aan de bekendheid van herstel- en ervaringsdeskundigheidscursussen. '
In het verlengde hiervan liggen de actiepunten ten aanzien van cliëntparticipatie, bij beleidsontwikkeling en in structureel periodiek overleg. De Hoofdzaak geeft aan dat dit op regionaal niveau door de jaren heen steeds beter wordt, en op dit moment goed wordt ingevuld. Op lokaal niveau ligt dit anders, daar is nog geen gestructureerde werkwijze tot stand gekomen,
hetgeen door andere cliëntorganisaties wordt bevestigd. Dit was overigens ook geen onderdeel van de Toekomstvisie (welke zich hierin heeft beperkt tot het regionale deel). Vanuit cliëntorganisaties leeft de wens wel om ook lokaal meer betrokken te worden bij beleidsvorming. Deze organisaties zien mogelijkheden om de cliëntparticipatie beter inhoud te geven. '
Daarnaast heeft de Toekomstvisie de brede doelstelling geformuleerd dat ‘iedere kwetsbare inwoner een realistische inschatting heeft van de mate waarin zij/hij in staat is tot zelfregie’. Dit wordt ten eerste geconcretiseerd in middelen voor zelfhulpgroepen en herstelwerkplaatsen en aanverwante activiteiten. Deze zijn de laatste jaren inderdaad steeds gefinancierd. Middelen zijn deels uit lokale budgetten afkomstig, vanuit de gedachte dat preventie een lokale verantwoordelijkheid is, en deels uit de regionale begroting. Er is in de afgelopen jaren meermaals met deze budgetten geschoven. Voor de continuïteit van het werk van met name De Hoofdzaak is dat ingewikkeld. '
'
Tevens wordt in de Toekomstvisie gemikt op het vergroten van deskundigheid bij en samenwerking binnen de toegang (lokaal en regionaal). Ook hier geldt dat de lokale kennis uiteindelijk wordt gezien als een lokale verantwoordelijkheid en er vanuit de regio geen zicht is op hoe dit is ingevuld of hoe hierop is gestuurd. Voor de regio is dit meegenomen in de scholingsplannen rondom de inrichting van de het nieuwe toegangsteam. '
Tot slot was er vanuit de Toekomstvisie een voornemen om cliënten beter te ondersteunen bij de aanvraag van een persoonsgebonden budget (pgb) en het verduidelijken van de regels hiervoor, inclusief betere 15
4. Resultaten per thema (4)
informatievoorziening voor inwoners, aanbieders en lokale teams. De regels rondom het verlenen van een pgb zijn inderdaad duidelijker uitgewerkt. In de praktijk betekent dit vooral dat er rondom BW en MO hoogst zelden met een pgb wordt gewerkt. Een goed beheer van een pgb vraagt over het algemeen behoorlijk wat zelfmanagement-vaardigheden, en juist op dat terrein kampt een groot deel van de doelgroep met problemen. Vanuit de toegang zal normaliter niet het initiatief worden genomen om de optie van een pgb op tafel te leggen.
Conclusie Thema Zelfregie
'
'
Het doel van de Westfriese gemeenten was dat kwetsbare inwoners voldoende kennis en expertise kunnen opbouwen om zodoende als volwaardige partners mee te kunnen doen bij de beleidsontwikkeling. Hierin hebben de Westfriese gemeenten grote stappen gezet: ervaringsdeskundigheid en cliëntparticipatie krijgt steeds meer een plek in beleid en uitvoering. Regionaal is men daar verder in gevorderd dan lokaal. Zelfhulp en herstel wordt structureel gefinancierd maar de vraag of dit regionaal of lokaal aangevlogen moet worden, is nog niet definitief beantwoord. Pgb's spelen hier geen rol in: er wordt niet of nauwelijks met pgb’s gewerkt, met name omdat de vaardigheden die nodig zijn voor goed beheer juist bij deze doelgroep vaak slechts beperkt aanwezig zijn. '
4.3 Zorginfrastructuur in de wijk In de Toekomstvisie is het volgende ten doel gesteld: De Westfriese gemeenten sturen erop dat iedere inwoner die wordt aangemeld voor MO of BW, of anderszins thuisloos is, al in beeld is bij de lokale ondersteuning. Daarnaast werken de gemeenten samen met woningcorporaties ter voorkoming van huisuitzetting. Verdere zorgen zij voor passende ambulante ondersteuning om op die manier zoveel mogelijk mensen zelfstandig thuis te laten wonen. Bij de overgang vanuit de opvang naar zelfstandig wonen wordt nazorg geboden, onder meer door het opstellen van een perspectiefplan.
'
'
'
Zorginfrastructuur in de wijk is een breed thema. Binnen de jaarwerkplannen is het toegespitst op vroegsignalering en voorkomen van huisuitzetting enerzijds, en preventie van terugval door goede ambulante begeleiding na uitstroom anderzijds. Vroegsignalering is gedurende de looptijd van de Toekomstvisie sterk doorontwikkeld, medeals gevolg van de wetswijziging op de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Vroegsignalering van (dreigende) problematische schulden is daarin expliciet vastgelegd als (regie)taak van gemeenten (college van B&W). Er zijn geen signalen dat gemeenten uit Westfriesland deze taak niet invullen; het is een lokale taak dus hierop is verder geen regie vanuit de regio. Daarnaast is de opvolging van vroegsignalering van problematisch gedrag ondergebracht bij Vangnet & Advies, hierover meer in de paragraaf hieronder (4.4 personen met onbegrepen gedrag). 16
4. Resultaten per thema (5)
Ook voorkomen van huisuitzetting is lokaal ingeregeld, gemeenten hebben hierover individueel afspraken gemaakt met corporaties. Uitvoerende organisaties en gemeenten geven aan dat de samenwerking hieromtrent goed verloopt. Vanuit de Toekomstvisie was ingezet op regionale afspraken over vroegsignalering en voorkomen huisuitzetting.
Rondom de ambulante begeleiding na uitstroom worden hier en daar zorgen geuit. Het uitgangspunt is dat mensen die uitstromen uit MO en BW passende ambulante begeleiding krijgen. De eerste drie maanden (overgangsfase) ligt deze verantwoordelijkheid bij het Regionaal Toegangsteam (RT). Na deze fase moet de lokale overheid/ team de nazorg overnemen. Uitvoerende organisaties constateren verschillen in de mate waarin en welke kwaliteit nazorg wordt ingezet. Met name ten aanzien van jongeren zijn daarover zorgen. Er zijn ook zorgen over mensen die uitstromen en zelf een woning hebben gevonden, waarbij ambulante begeleiding niet verplicht kan worden. Later in de looptijd van de Toekomstvisie, in 2021, is besloten om ook de inloopvoorzieningen GGZ vanaf 2022 uit regionale middelen te gaan financieren. Om dit verder vorm te geven is de door-ontwikkeling van de inloopvoorzieningen GGZ in 2022 als extra actiepunt in de jaarwerkplannen toegevoegd en is een regionale werkgroep gestart om hier opvolging aan te geven. In april 2023 hebben zij inhoudelijke uitgangspunten opgesteld in de uitgangspuntennotitie inloopvoorzieningen GGZ. Eén van de onderdelen van gaat over het komen tot nieuwe prijsafspraken. Zo is in het Madivosa van 6 oktober 2022 besloten om per 1 januari een nieuwe bekostigingscontructie in te voeren voor meerdere jaren. Deze zal per 1 juli 2024 ingaan.
Intermezzo: perspectiefplan Een manier waarop is geprobeerd om uniformiteit en kwaliteit in de nazorg te organiseren is door de inzet van een uniform perspectiefplan. Het perspectiefplan is een instrument dat door het jaarwerkplan vaker wordt genoemd als instrument om een resultaat te behalen: • Bekend raken met de nieuwe buurt / landen in de wijk • Invulling nazorg • Inbedden ‘model soepele overgang’ (mbt de overgang 18-/18+) • Tijdige oriëntatie op werk en dagbesteding Dit perspectiefplan is daadwerkelijk tot stand gekomen, in samenwerking met onder andere zorgaanbieders. Er zijn aparte perspectiefplannen voor Jeugd en voor Wmo ontwikkeld, welke zijn gestandaardiseerd en via de inkoop zijn geborgd. Hiermee zijn ze voor de hele regio van toepassing. Ze zijn terug te vinden op de site van de inkooporganisatie met toelichting op de werkwijze. Ze worden dan ook daadwerkelijk gebruikt: alle cliënten uit MO en BW stellen in samenwerking met een begeleidende organisatie een perspectiefplan op. Ook alle wijkteams van alle individuele gemeenten werken met dit plan. Hóe er met deze plannen wordt gewerkt verschilt nog wel. Het perspectiefplan bevat expliciete aandacht voor ‘Tijdige oriëntatie op werk’ via de vraag ‘wat doe je op een dag’. Er zijn echter geen specifieke vragen die zich richten op het bekend raken met de nieuwe buurt.
Rondom het model soepele overgang lopen er gesprekken, dit is nog niet opgenomen in het Perspectiefplan. Het model soepele overgang is nog maar net bekend en daarmee nog niet geïntegreerd. 17
4. Resultaten per thema (6)
Conclusie Thema Zorginfrastructuur in de wijk
'
Vroegsignalering is de afgelopen jaren sterk door ontwikkeld, mede dankzij landelijke wetgeving. '
4.4 Personen met onbegrepen gedrag In de Toekomstvisie is het thema ’personen met onbegrepen gedrag’ niet apart opgenomen, maar het is wel vanaf 2018 een thema in de jaarwerkplannen. In de Toekomstvisie zijn de volgende teksten te vinden die doelstellingen bevatten voor dit thema: Het lokale netwerk in de wijk wordt verder uitgebouwd door het verder ontwikkelen van GGZ in de wijk en de ontwikkeling van een aanpak rondom personen met verward gedrag. En: Huurachterstanden en andere risicofactoren zoals overlast in de buurt worden vroeg gesignaleerd en de wijk- en gebiedsteams gaan hier actief mee aan de slag. Bij kwetsbare inwoners die elke hulp weigeren wordt bemoeizorg ingezet. '
Ook hier is het vraagstuk ‘lokaal of regionaal’ zichtbaar. Veel inzet op dit thema is een lokale verantwoordelijkheid, en op regionaal is er geen overzicht over inspanningen en resultaten. De GGZ inloopvoorzieningen zijn juist van lokaal naar regionaal gegaan. Hiermee wordt duidelijkheid en uniformiteit aan aanbieders en cliënten geboden en besparen lokale overheden kosten. '
Rondom de kwaliteit van de nazorg zijn vragen.
'
'
'
Het is opvallend dat dit thema niet apart is opgenomen in de Toekomstvisie, zeker gezien de landelijke aandacht destijds voor een ‘aanpak personen met verward gedrag’ (die gemeenten verplicht in 2018 moesten opstellen). Desgevraagd geven respondenten aan dat ten tijde van het opstellen van de Toekomstvisie de focus sterk was op welzijn en welbevinden van kwetsbare inwoners, aansluitend bij de visie van de commissie Dannenberg, en dat veiligheidsvraagstukken toen even minder centraal stonden. Er wordt ook gewezen op de scheiding die er lijkt te bestaan tussen de domeinen Zorg/sociaal en Veiligheid. Men constateert relatief weinig contact tussen deze domeinen, er zijn andere uitvoerende partners bij betrokken. De organisatie van veiligheid rondom personen met onbegrepen gedrag ligt ook anders: het '
Het perspectiefplan is vastgesteld, gekoppeld aan de inkoop en wordt regionaal en lokaal gebruikt. Nog niet alle gewenste onderdelen uit de Toekomstvisie zijn er expliciet in terug te vinden. '
18
4. Resultaten per thema (7)
veiligheidshuis NHN opereert bovenregionaal en daar is de aanpak personen met onbegrepen gedrag opgesteld. Er bestaat een stuurgroep Verwarde personen Noord Holland Noord (VP NHN) die bestaat uit organisaties uit het Zorg- en Veiligheidsdomein. Gemeenten zijn beperkt aangehaakt in deze structuur. Ook wordt gesignaleerd dat gebrek aan kennis over de verplichtingen vanuit de AVG maakt dat samenwerking tussen Zorg en Veiligheid soms stroef verloopt. '
Respondenten geven aan dat het contact tussen Zorg en Veiligheid verbeterd zou moeten worden en dat beleid meer gezamenlijk kan worden opgesteld. Dit is breder erkend en er zijn al initiatieven genomen om hier het een en ander in te verbeteren. Zo zijn er bijvoorbeeld in enkele gemeenten sinds enige tijd ambtenaren aangesteld met zowel Zorg als Veiligheid in hun portefeuille, zij kunnen de brug vormen tussen deze werelden. Een ander voorbeeld van een initiatief op het raakvlak van Zorg en Veiligheid is de ontwikkeling van de Westfriese escalatieladder. Dit betreft een instrument dat stapsgewijs aangeeft waar een persoon zich bevindt: beginnend bij de preventieve sfeer (bijvoorbeeld kleine hulpvragen, opvoedkundige zaken), tot de stappen waarbij politie en gerechtelijke macht erbij dienen te komen. '
De Toekomstvisie zet in op goede beoordeling en risicotaxatie. Er is daarom onderzoek gedaan in 2019 naar de haalbaarheid van een multidisciplinaire beoordelings- en/of opvanglocatie voor personen met acuut onbegrepen gedrag in de regio. Duidelijk geworden is dat een dergelijke voorziening niet aansluit bij wat de praktijk nodig heeft. Hetzelfde geldt voor bijzonder vervoer:
ook dit is onderzocht en ook hier bleek in de praktijk geen behoefte te bestaan. Er is geen 24 uurs meldpunt in de regio. De Toekomstvisie zet ook in op preventie en vroegtijdige signalering. Het ingaan van de Wvggz vanaf 2020 heeft hier nog meer nadruk op gelegd. Veel taken zijn belegd bij, en worden vormgegeven door, het team Vangnet & Advies. Dit team (in 2015 opgegaan in de GGD) pakt meldingen op, levert bemoeizorg en leidt toe naar specialistische zorg. Uitvoerende organisaties zien de expertise en werkzaamheden van Vangnet & Advies als één van de succesfactoren op het terrein van preventie. Aan de andere kant leggen sommige gemeenten de vraag voor welke expertise er nodig is voor cases van personen met complexe problematiek en in welke mate deze lokaal aanwezig is, of dat Vangnet & Advies hierbij nodig is. De bekostiging van de meldpunt Wvggz is een lokale aangelegenheid die ieder jaar opnieuw moet worden aangevraagd. Deze omstandigheden leiden ertoe dat het team Vangnet & Advies permanent onzekerheid ervaart over middelen en taken, en steeds nut en noodzaak van haar inzet moet uitleggen en verdedigen. Anderzijds heeft Vangnet & Advies het aantal meldingen in de periode van de Toekomstvisie bijna zien verdubbelen, en is de werkdruk flink gestegen. Deze onduidelijke en onzekere positie van Vangnet & Advies wordt erkend maar hier is nog geen oplossing voor geboden.
Er zijn nog vragen ten aanzien van de nazorg binnen de Wvggz. Nazorg in het algemeen is al een vraag, zoals in de paragraaf hierboven vermeld. Binnen de Wvggz wordt expliciet verwezen naar een zorgplan waarin niet alleen zorg 19
4. Resultaten per thema (8)
maar ook participatie en de voorwaarden daarvoor moeten zijn opgenomen en waar gemeenten een rol bij kunnen spelen. In de praktijk gebeurt dit niet. Hetgeen overigens ook in de rest van het land vaak een knelpunt blijkt te zijn. De Toekomstvisie noemt de wens voor nieuw beleid voor de OGGZ en de verslavingszorg. Deze moet een leidraad gaan vormen voor de bemoeizorg en dient meegenomen te worden in de nieuwe beleidsvisie. Deze (regionale) uitgangspuntennotitie heeft echter vertraging opgelopen en is voor nu opgenomen in het jaarplan voor 2023. Het is de vraag in hoeverre hiervoor een apart beleid wenselijk is en in hoeverre dit samenvalt met een nieuwe Toekomstvisie.
aansluiting tussen de domeinen zorg en veiligheid beter kan. Er lopen al wel een aantal initiatieven die hierin een positieve verschil maken. '
De aanpak ‘personen met onbegrepen gedrag’ is ontwikkeld op bovenregionaal niveau. Daarbij laat de praktijk zien dat de aansluiting tussen de domeinen zorg en veiligheid beter kan. Er lopen al wel een aantal initiatieven die hierin een positieve verschil maken. '
De tweede ambitie rondom dit thema was om huur achterstanden en andere risicofactoren zoals overlast in de buurt vroeg te signaleren en de wijk- en gebiedsteams hiermee aan de slag te laten gaan. Bij kwetsbare inwoners die elke hulp weigeren zou bemoeizorg worden ingezet. Mede door landelijke wetgeving, heeft vroegsignalering een impuls gekregen. Er komen steeds meer casussen boven die nader onderzoek en inzet van bemoeizorg vragen. Taken zijn belegd bij Vangnet & Advies, zij constateren meer werk en meer werkdruk. Er loopt een discussie over wat lokale teams kunnen doen en wat bij Vangnet& Advies zou moeten liggen. '
Conclusie Thema Personen met onbegrepen gedrag
Eén van de doelen die de regio Westfriesland onder het thema ‘personen met onbegrepen gedrag’ had opgenomen was het uitbouwen van het lokale netwerk in de wijk door het verder ontwikkelen van GGZ in de wijk en de ontwikkeling van een aanpak rondom personen met onbegrepen gedrag. De mate waarin is ingezet op GGZ in de wijk is grotendeels een lokale aangelegenheid en valt daarmee buiten de reikwijde van de regionale aanpak. '
De nazorg zoals verplicht onder de Wvggz wordt niet geheel vormgegeven zoals gevraagd. '
De aanpak ‘personen met onbegrepen gedrag’ is ontwikkeld op bovenregionaal niveau. Daarbij laat de praktijk zien dat de '
20
4. Resultaten per thema (9)
4.5 Regionale Toegang en Aanbod In de Toekomstvisie is het volgende ten doel gesteld: De Westfriese gemeenten gaan de Brede Centrale Toegang (BCT) door ontwikkelen tot een Regionaal expertiseteam kwetsbare inwoners, waarbij extra aandacht is voor monitoring, deskundigheid en faciliteiten zoals een registratiesysteem. De Westfriese gemeenten zorgen voor goede screening aan de poort tijdens de keukentafelgesprekken zodat passende ondersteuning voor de kwetsbare inwoner wordt ingezet. Daarnaast gaan zij onderzoek uitvoeren naar de aard en omvang de problematiek in MO en benodigde capaciteit en kwaliteit van de opvang. '
'
Toegang Bij aanvang van de looptijd van de Toekomstvisie was de toegang tot MO en tot BW verschillend georganiseerd. De GGD beheerde via de Brede Centrale Toegang (BCT) de toegang tot MO, de toegang tot BW was bij Hoorn als centrumgemeente belegd. Gedurende de looptijd van de Toekomstvisie is toegewerkt naar de bundeling van de toegang BW en MO (en BT) in één team. In de tweede helft van 2022 zijn de randvoorwaarden uitgewerkt en is een bedrijfsplan voor het RT opgesteld. Ook is er een Dienstverleningsovereenkomst ondertekend, hiermee heeft Hoorn de opdracht gekregen om uitvoering te geven aan het RT volgens de voorwaarden en eisen. Op 1 januari 2023 is het RT van start gegaan. Het RT werkt onder verantwoordelijkheid van 1.Hoorn, het gebiedsteam van de gemeente Hoorn. '
'
Vanuit de gemeenten wordt het proces en de totstandkoming van de regionale toegang gezien als een succes. Het is een omvangrijk project dat behoorlijk soepel met alle gemeenten is doorlopen. Er is relatief weinig discussie geweest over de manier waarop e.e.a. ingericht zou moeten worden. '
Bij het gesprek met uitvoerende organisaties blijkt dat er enige onrust is over de werkwijze van het RT. Specifiek wordt gesproken over de wijze waarop casusbesprekingen plaatsvinden: uitvoerders constateren dat hun expertise bijna niet meer wordt benut. Een ander voorbeeld dat wordt gegeven is grotere druk die het RT uitoefent op cliënten om zelf ook een woning te zoeken in plaats van gebruik te maken van de uitstroomregeling, onder andere door korte indicaties. Zorgorganisaties geven voorbeelden van hoe zij overvallen zijn door de nieuwe visie en werkwijze. Het is te vroeg om te zeggen of deze andere werkwijze leidt tot structurele vraagstukken of dat e.e.a. vooral het gevolg is van de overgangsfase. Uitvoerende organisaties zijn er niet zomaar gerust op. Men hoopt uiteindelijk op een beter overzicht over interventies, voorzieningen en beleid. '
Gelijk aan de huidige beleidsregels, wordt ook in het nieuwe beleid de toegang tot MO beperkt tot mensen die naast een woonprobleem ook andere vraagstukken hebben. Dit roept de vraag op hoe om te gaan met de groep spoedzoekers / economisch daklozen. Deze groep is in principe zelfredzaam maar toch komt ook binnen deze groep voor dat men echt nergens terecht kan. Dit vraagstuk is niet opgelost en wordt binnen iedere gemeente mee geworsteld. '
21
4. Resultaten per thema (10)
Aanbod en inkoop In de Toekomstvisie wordt benoemd dat de vraag het aanbod overtreft. In een onderzoek van bureau HHM naar gewenste voorzieningenstructuur wordt verwezen naar eerder onderzoek van bureau Significant waaruit is gebleken dat de regio Westfriesland (na de G4 gemeenten) het hoogste aantal plekken per 1000 inwoners in de MO heeft in Nederland, terwijl de vraag naar plekken MO niet afwijkt. Dat moet betekenen dat er in de regio een relatief ruim aanbod is van plekken in de MO. Ten aanzien van BW geeft dit onderzoek aan dat zowel het aantal plekken als de vraag naar BW plekken laag is. Respondenten lieten weten dat de inkoop is aangescherpt en het BW aanbod dat nu wordt ingekocht passender is. De wachtlijsten zijn een stuk korter geworden en er zijn geen signalen ontvangen over problematische wachtlijsten. '
De Toekomstvisie zegt verder dat gemeenten onderzoek willen doen naar de benodigde capaciteit en kwaliteit van de opvang. Dit onderzoek is in 2022 uitgevoerd door bureau HHM. De conclusies uit dit rapport zijn verwerkt in de concept-beleidsuitgangspunten rondom BW en MO die ten tijde van deze evaluatie rond gingen. Het rapport van HHM noemt dat er met name behoefte is aan de volgende voorzieningen: - Intramurale plekken voor cliënten met complexe problemen en ouder wordende cliënten - Tussenvoorzieningen en extramurale plekken voor zelfstandig wonen met 24 uurs hulp / ondersteuning op onplanbare momenten beschikbaar '
'
Uitvoerende organisaties geven aanvullend aan dat locaties waar
drugsgebruik is toegestaan te beperkt aanwezig zijn. Ook wordt benoemd dat de concentratie van locaties voor Maatschappelijke Opvang in Hoorn niet voor alle dakloze mensen passend is: de vraag ligt voor of er ook in andere gemeenten (met name in Enkhuizen) een MO locatie moet worden toegevoegd. HHM geeft verder aan dat zij samenwerking nodig achten met andere regio's in de ontwikkeling van een passend aanbod voor cliënten met een dermate bijzondere zorgvraag dat dit binnen de regio niet ontwikkeld kan worden, maar deze behoefte wordt niet herkend door onze respondenten. Er was vanuit de Toekomstvisie voorgenomen om te gaan werken bij de inkoop met een innovatiebudget voor transformatie van de opvang en Beschermd Wonen. Ondanks dat het onderzoek naar benodigde voorzieningen pas recent is uitgevoerd, is er al eerder geïnvesteerd in nieuw aanbod. Daar zijn met name de Blokhuisgelden voor ingezet (de regio heeft in 2021 2,7 miljoen euro ontvangen). Er is met deze middelen voornamelijk ingezet op het realiseren van meer woonmogelijkheden voor de brede doelgroep psychisch kwetsbare inwoners. Het project Housing First is eind 2022 van start gegaan, en er is een traject ingezet om prikkelarme woningen te realiseren. Dat laatste traject loopt nog; er zijn her en der frustraties vanwege de lange duur ervan.
Er is te zien (ook elders in Nederland) dat de lange looptijd het gevolg is van een lange zoektocht naar geschikte locaties die ook voldoende draagvlak bij omwonenden hebben. Verder is er subsidie verleend om de nachtopvang te verbeteren van slaapzalen naar twee- en eenpersoonskamers en is er met financiering uit lokale Hoornse middelen het 22
4. Resultaten per thema (11)
project Houvast (voor jongeren met multi-problematiek die niet meer terecht kunnen in de andere woon/opvangvormen) als pilot gestart en bestendigd. Nu deze laatste structureel is, wordt het betaald uit regionale middelen. Tevens is er een nieuw profiel ingekocht, Beschermd Thuis. Dit product moet het gat tussen begeleiding thuis en wonen in een instelling verkleinen. Bij BT wonen cliënten in een eigen woning en is begeleiding 24 uur per dag beschikbaar. Begeleiding kan zowel gericht zijn op herstel en (weer) zelfstandig wonen, als op stabilisatie ter voorkoming van BW. BT wordt bekostigd uit regionale middelen, maar de begeleiding wordt lokaal ingericht. Een andere slag die binnen de inkoop is gemaakt, is dat ook MO wordt ingekocht per plek (net als BW) en dus niet meer op subsidiebasis wordt gefinancierd. Daarbij wordt een vast aantal plekken wordt ingekocht (dus niet per individuele cliënt). De volgende slag is dat het product ook hetzelfde ingericht gaat worden, dat wil zeggen dat ook de cliënten in de MO meer /dezelfde begeleiding krijgen. Er is dan alleen nog een plek nodig waar kortdurend kan worden opgevangen (observatie locatie). De inkoop is op dit moment belegd in de gemeente Hoorn. Er is de afgelopen jaren discussie geweest of dit de juiste plek is of dat het bij De Netwerkorganisatie moest worden ondergebracht.
Er is onderzoek gedaan door DSP en de eerste conclusie was dat De Netwerkorganisatie de aangewezen plek is, maar momenteel is gekozen voor Hoorn vanwege de ervaring die daar is met inkoop BW en MO. In afwachting van de uitkomsten van de evaluatie van De Netwerkorganisatie, is Hoorn tot eind 2023 gemandateerd om de inkoop voor de betreffende onderdelen vorm te geven. '
Voor de inkoop zijn inmiddels de beleidsregels samengevoegd en compleet (recent in 2023 afgerond). De gemeente Hoorn heeft een verordening MO en alle gemeenten hebben een up-to-date verordening BW. De inkoop is verder gestructureerd (verordening, beleidsregels, voorwaarden bij contracten, uitvoering van inkoop in 2019) zoals voorgenomen in de Toekomstvisie. Conclusie Thema Regionale Toegang en Aanbod Het doel was om de BCT door te ontwikkelen tot een RT, waarbij de Westfriese gemeenten zorgen voor goede screening aan de poort. Dit is gerealiseerd. Daarbij is de oorspronkelijke gedachte van een regionaal expertiseteam naast lokale teams losgelaten en is de toegang nu regionaal georganiseerd voor MO en BW. Dit is in een soepel proces tot stand gekomen. Het nieuwe regionale toegangsteam is pas kort van start. Uitvoerende organisaties bemerken een verandering in visie en werkwijze waar zij zich niet in meegenomen voelen en vragen bij hebben. Het is nog te vroeg om te zeggen of dit alleen overgangsperikelen zijn of dat hier een groter vraagstuk ligt. Daarnaast diende er onderzoek uit te worden gevoerd naar de aard en omvang van de problematiek in MO en de benodigde capaciteit en kwaliteit van de opvang. Dit onderzoeksrapport is recent opgeleverd. Daarvoor is al veel nieuw aanbod ontwikkeld en ingekocht is, mede dankzij de Blokhuisgelden (landelijke 23
4. Resultaten per thema (12)
'
aanpak dakloosheid 2020). Kwantitatief lijkt bestaand aanbod te voldoen, kwalitatief zijn er nog steeds gaten en behoeften.
'
'
Er ligt een vraagstuk ten aanzien van economisch daklozen 4.6 Jongeren In de Toekomstvisie is het volgende ten doel gesteld: De Westfriese gemeenten geven speciale aandacht aan de zogenoemde 18-/18+ groep en sturen dat zorgaanbieders zorgen voor kwalitatief betere overdracht van 18- naar 18+ zorg en begeleiding, onder meer door toekomstgerichte perspectiefplannen. Uitstroom van jongeren richting zelfstandig wonen is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast gaan gemeenten en zorgaanbieders onderzoeken hoe zij beter zicht kunnen krijgen op alle jeugd in Westfriesland met een zorg- en begeleidingsvraag. In de regio Westfriesland is een relatief hoog aandeel van jongeren die gebruik maakt van de voorzieningen in de MO en BW (hoger dan het landelijke gemiddelde). In het onderzoek van Breuer&Intraval (2022) worden verschillende factoren genoemd ter verklaring voor jongeren die instromen in MO en BW. Factoren die daarin onder andere worden genoemd, zijn: - een verstoorde relatie met de ouder(s), vaak als gevolg van psychische problemen of verslaving van de ouder(s), waardoor ouders zich niet aan de zorgplicht kunnen houden; '
- stijgende wachtlijsten in de GGZ waardoor het langer duurt voordat jongeren zorg krijgen; - de kostendelersnorm (die onlangs pas verhoogd is naar 27 jaar); - de stijgende krapte op de woningmarkt; instroom van jongeren vanuit de jeugdzorg door naar de MO door het missen van een soepele overgang.
Deze factoren met betrekking tot de instroom bestaan echter al langer en de oorzaak van de stijging van de afgelopen jaren is niet helemaal geduid. Daarnaast zijn deze factoren niet anders dan factoren voor de landelijke instroom en bieden daarmee geen verklaring voor het hoge aandeel jongeren in MO en BW specifiek in Westfriesland in vergelijking met het landelijke gemiddelde. Wel worden er suggesties gedaan door respondenten voor het hoge aandeel jongeren in MO en BW in de regio Westfriesland, maar dit is onvoldoende om hier enige conclusie aan te verbinden. Onderzocht wordt nog hoe beter zicht kan worden verkregen op jeugd in Westfriesland met een verhoogd risico op dakloosheid of een Beschermd Wonen behoefte bij het bereiken van de volwassen leeftijd. Wat in de gesprekken veelal naar voren komt, is dat er bij de overgang van 18- naar 18+ problemen worden ervaren, onder andere op het gebied van wonen en begeleiding en dat een soepelere overgang wenselijk is. Als mogelijke verklaring voor deze problemen wordt aangegeven dat er door de verschillende betrokkenen onvoldoende is vastgehouden aan de eerder gemaakte werkafspraken met betrekking tot de soepele overgang. Deze 24
4. Resultaten per thema (13)
worden nu weer opgepakt door het net gestarte RT; uitvoerende organisaties voelen zich daar weer door overvallen en zien dat er op dit moment cliënten klem komen te zitten tussen de werkwijze tot nu toe en de nieuwe werkwijze. Dit is wellicht een overgangsfase maar de betreffende cliënten kunnen daar het slachtoffer van worden. Anderzijds benoemen respondenten wel ook dat er op dit moment beweging is, terug te vinden in de conceptbeleidsuitgangspunten voor MO en BW die nu de ronde doen. Uitvoerende partijen vinden deze hoopvol is en het verschil zouden kunnen maken. De Ontwikkeltafel 18-/18+ zoals beschreven in de Toekomstvisie is vrij recent gerealiseerd. Het doel van de Ontwikkeltafel 18-/18+ is om voor alle jongeren een soepele overgang te creëren. De Ontwikkeltafel 18-/18+ vindt plaats op regionaal niveau, waar tevens gesprekken met zorgaanbieders worden gevoerd, om te bezien hoe jongeren beter voorbereid kunnen worden op uitstroom. Op dit moment krijgt de doelgroep 18-/18+ die uitstroomt drie maanden begeleiding vanuit Parlan (jeugdzorginstelling). Na deze drie maanden stopt de begeleiding, wat door de respondenten als een gemiste kans wordt ervaren. Jongeren komen ook in aanmerking voor de uitstroomregeling. Bij de toekenning van een woning binnen de uitstroomregeling wordt geen onderscheid gemaakt in leeftijd.