Bijlage 3 raadsvoorstel Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker vastgesteld 1 TOELICHTING compressed (2022-36)
Tekst van het document
Bestemmingsplan Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker Gemeente Drechterland TOELICHTING
Bestemmingsplan Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker Gemeente Drechterland TOELICHTING
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:
NL.IMRO.0498.BPZuiderdracht1517-VG01 K20561 Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
Datum 16 mei 2022 n.v.t. 27 juni 2022 19 juni 2022
Projectleider:
G. Jansen Msc
Auteur:
R. Hoekstra MA
Inhoudsopgave
TOELICHTING
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Opzet bestemmingsplan en toelichting
6 6 7 9
Beschrijving van de situatie
10
Huidige situatie Toekomstige situatie
10 12
Beleidskader
13
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal en regionaal beleid Omgevingsvisie NH2050 Provinciale Ruimtelijke Verordening Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 Provinciale Milieuverordening (PMV) Woonakkoord 2020-2025 regio Westfriesland en Provincie Noord-Holland Regionale woonvisie Westfriesland Gemeentelijk beleid Structuurvisie Landschap Woonvisie Drechterland 2012-2020 Welstandsnota Drechterland Visie op Drechterland en haar kernen
13 13 13 14 15 15 15 16 21 21 22 23 23 23 24 24 24
Uitvoeringsaspecten
26
Flora en fauna Wettelijk kader Gebiedsbescherming Soortenbescherming Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Resultaten onderzoek Conclusie
26 26 27 27 28 28 28 28 28
1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
3
4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2
Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie Conclusie Luchtkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Parkeren en verkeer Parkeren Verkeer Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie
29 29 29 29 29 30 30 30 30 30 30 30 31 31 31 31 32 32 32 33 34 34 34 35 36 36 37 37 37 38 38 38 38 38 39
Juridische planbeschrijving
40
Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels
40 40 40 40 41 41 41 42 42 42
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
4
5.5 5.5.1 5.5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.1.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4
Overgangs- en slotregels Overgangsregel Slotregel
42 42 42
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
43
Economische uitvoerbaarheid Grondexploitatie en kostenverhaal Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg met overheidsinstanties Overleg met omwonenden Zienswijzen Vervolg
43 43 43 43 43 44 44
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Rapportage quickscan flora en fauna - Ecoresult B.V. - ER20210119v02 Bijlage 2 Nader onderzoek vleermuizen, huismus, gierzwaluw en kleine marters - Ecoresult B.V. - ER20211123v01 Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek - Grondslag BV - 32900 Bijlage 4 Archeologische quickscan - Archeologie West-Friesland - 20221 Bijlage 5 Rapportage akoestisch onderzoek - SPA WNP Ingenieurs - 22100010.r01a Bijlage 6 Locatiespecifiek onderzoek spuitzone - SPA WNP Ingenieurs - 22200213.r01 Bijlage 7 Watertoets - toetsresultaat Bijlage 8 Nota beantwoording zienswijze
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
44 44 86 113 165 173 202 245 249
5
T OELICHT ING Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel aan de Zuiderdracht 15-17 te Oosterblokker was voorheen een maatschappelijke opvanglocatie gevestigd voor mensen met verschillende problematiek. Tegenwoordig vindt er op het perceel geen maatschappelijke opvang meer plaats en wordt één van de gebouwen gebruikt voor eigen bewoning door de huidige eigenaar. Het plangebied kan heringedeeld worden en een andere functie krijgen. Het voornemen bestaat om binnen het plan gebied herstructurering te laten plaatsvinden. Het plan was om drie vrije kavels uit te geven ten behoeve van particuliere opdrachtgeverschap en één kavel in te richten voor een woongebouw in de sociale huursector. Naar aanleiding van het overleg met omwonenden is besloten om, op verzoek van de omwonenden en na overleg met de gemeente Drechterland, het woongebouw te laten vervallen. In plaats van het woongebouw wordt ook deze kavel uitgegeven in de vrije sector. Op deze kavel wordt geen vrijstaande woning, maar een twee-onder-een-kapwoning gerealiseerd. In het plangebied worden daarmee in totaal 5 woningen gerealiseerd. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat de planlocatie in dit bestemmingsplan de bestemmingen agrarisch en maatschappelijk kent.
Om het voorgenomen plan planologisch-juridisch mogelijk te maken, is een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Zuiderdracht 15-17 in Oosterblokker. De locatie ligt buiten de bebouwde kom van Oosterblokker, maar ligt tegen de bebouwde kom van Hoorn aan. Het gebied wordt omringd door agrarische grond. Langs weerszijden van de Zuiderdracht zijn woningen gebouwd met aan de voorzijde van de woningen de bestemming tuin. De planlocatie is gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Drechterland, sectie M, percelen 784, 786 en 787. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 6.773 m2. In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied weergegeven.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
6
Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: PDOK viewer)
Uitsnede kadastrale kaart (bron: Perceelloep.nl) 1.3
Vigerende planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Drechterland Noord 2011'. Op 25 maart 2013 is door de gemeenteraad een herziening vastgesteld, waarin voor deze locatie slechts enkele ondergeschikte aanpassingen in de regels zijn doorgevoerd. Conform het vigerende bestemmingsplan kent het overgrote deel van het plangebied de enkelbestemming 'maatschappelijk'. Het overige noordoostelijke deel van het perceel kent de enkelbestemming 'agrarisch'. Daarnaast is op het gehele perceel de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2' van toepassing.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
7
Uitsnede bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Enkelbestemming - Maatschappelijk De gronden met de bestemming 'maatschappelijk' zijn bestemd voor gebouwen, waaronder overkappingen, ten behoeve van een maatschappelijke voorziening. De gronden zijn ook bestemd voor bedrijfswoningen, bijgebouwen bij bedrijfswoningen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit. Op deze gronden bevindt zich reeds circa 900 m2 aan bouwvlakken met een goothoogte van 3,5 tot 5 meter en een bouwhoogte van 10 meter. Binnen de bestemming 'Maatschappelijk' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om voor een wijziging naar de bestemming 'Wonen'. Het voorgenomen plan past niet binnen de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid. Enkelbestemming - Agrarisch De gronden met de bestemming 'agrarisch' zijn bestemd voor het agrarisch grondgebruik, met uitzondering van houtteelt en bosbouw. Ook zijn bedrijfsgebouwen, overkappingen, bedrijfswoningen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen onder bepaalde voorwaarden toegestaan binnen de bestemming. Tenslotte zijn de gronden bestemd voor cultuurgrond. Dubbelbestemming - Waarde - Archeologie 2 De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarde.
Op grond van deze dubbelbestemming mogen geen bouwwerken worden gebouwd met een oppervlakte van meer dan 500 m², tenzij op basis van archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van archeologische waarden. Bij bestaande bouwwerken geldt de regel dat bij vervanging van bestaande bouwwerken de bestaande oppervlakte met ten hoogste 500 m² wordt uitgebreid. Conclusie
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
8
Onderhavig initiatief is in strijd met het bestemmingsplan 'Drechterland Noord 2011', omdat binnen de bestemmingen 'Maatschappelijk' en 'Agrarisch' de gronden niet bestemd zijn voor een woon- en tuin functie. Bewoning kan enkel bij een actief bedrijf. Tevens past het plan niet binnen de wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming 'Wonen'. De gewenste ontwikkeling is derhalve alleen mogelijk te maken met een nieuw bestemmingsplan of een uitgebreide omgevingsvergunning. Er is gekozen voor een bestemmingsplan, omdat dit meer flexibiliteit biedt. 1.4
Opzet bestemmingsplan en toelichting
Het bestemmingsplan 'Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen.
De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin worden de resultaten beschreven van de gevolgde inspraakprocedure en het vooroverleg conform artikel 3.1.1 Bro.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
9
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de situatie
Huidige situatie
In de huidige situatie is de bestaande bebouwing aan Zuiderdracht 15-17 met de direct omliggende gronden bestemd als Maatschappelijk met bouwvlak en Agrarisch. Zoals aangegeven beslaat het plangebied het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Drechterland, sectie M, percelen 784, 786 en 787 met een oppervlakte van ongeveer 6.773 m2. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door vrij liggende woonpercelen en iets verder gelegen het bedrijventerrein Gildenweg. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door een watergang en de doorgaande weg de Zuiderdracht, met daarachter vrij liggende woonpercelen. Ook aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd met woonpercelen. Tenslotte wordt de westzijde van het perceel begrensd door een watergang. Achter deze watergang is de woonwijk Kersenboogerd in de gemeente Hoorn gelegen.
Figuur: Bovenaanzicht vanaf de Zuiderdracht (bron: Googlemaps)
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
10
Figuur: Zijaanzicht perceel vanaf de Zuiderdracht (bron: Google Maps)
Figuur: Vooraanzicht perceel vanaf de Zuiderdracht (bron: Google Maps)
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
11
Figuur: Zijaanzicht perceel vanaf de Zuiderdracht (bron: Google Maps) 2.2
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de planlocatie op te delen in vier nieuwe bouwkavels. De volledige bestaande bebouwing zal ten behoeve van het plan gesloopt worden. De drie noordelijk gelegen kavels worden uitgegeven als kavel voor een vrijstaande zelfbouw woning. Op deze kavels kan een particulier een eigen woning realiseren. Deze kavels hebben een oppervlakte van ongeveer 1.500 m2. Per kavel komt een bouwvlak waarop één vrijstaande woning gerealiseerd wordt. Ieder bouwvlak heeft een omvang van 11 meter bij 14 meter en een oppervlakte van 154 m2. De bouwhoogte van de nieuwe woningen is afgestemd op de bouwhoogte van de omliggende woningen en de bepalingen van de bestemming 'Wonen - Lint 1' van het vigerende bestemmingsplan. De maximale bouwhoogte bedraagt 10 meter. De meest zuidelijk gelegen kavel wordt uitgegeven ten behoeve van de realisatie van een twee-onder-één-kapwoning. Deze vierde kavel heeft een oppervlakte van circa 2.100 m2. Het bouwvlak op dit perceel heeft een omvang van 17 meter bij 14 meter. Er is gekozen voor een twee-onder-één-kapwoning in plaats van het toevoegen van nog een vrijstaande woning, omdat een twee-onder-één-kapwoning gezien wordt als doorstroomwoning. De bouwvlakken en de gronden vanaf de achtergevel krijgen de bestemming 'Wonen - Lint 1'. De gronden aan de voorzijde en de ruimte naast de bouwvlakken krijgen de bestemming 'Tuin'.
Dit is vergelijkbaar met hoe de omliggende percelen bestemd zijn. Daarnaast zullen in het voorgenomen plan de bouwvlakken iets van elkaar verspringen. De reden hiervoor is dat dit aansluit met hoe de bestaande bebouwing aan de Zuiderdracht ten opzichte van elkaar verspringt. Tenslotte krijgen alle vier de kavels een zodanige omvang en frontbreedte, waarvan de inpassing stedenbouwkundig goed aansluit bij de bestaande verkaveling van woonpercelen aan de Zuiderdracht. Elke woning krijgt een eigen inrit. De nieuwe kavels worden ontsloten via de Zuiderdracht middels een dam. De bestaande sloten worden gehandhaafd. Hoe de woningen er exact uit komen te zien, wordt in de omgevingsvergunningfase nader uitgewerkt.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen.
De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. De ladder voor duurzame verstedelijking komt in paragraaf 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking aan de orde. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie;
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
13
Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1.
er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. Onderhavig initiatief betreft de bouw van 5 woningen. Er is daarom geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking hoeft derhalve niet te worden doorlopen.
Conclusie Op basis van jurisprudentie blijkt dat het doorlopen van de laddertoets voor voorliggend initiatief niet noodzakelijk is. Het plan is passend binnen het Rijksbeleid.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
14
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050
De omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland is vastgesteld door de Provinciale Staten op 19 november 2018. De omgevingsvisie is het thematisch ruimtelijk beleid waarin doelstellingen op middellange termijn worden vormgegeven. De provincie streeft naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die nu worden gemaakt. In de visie zijn acht thema's geformuleerd. Deze thema's zijn klimaat, bodem water en lucht, biodiversiteit, economische transitie, energietransitie, mobiliteit, verstedelijking en landschap. Ook zijn er in de visie vijf bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5.
Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van inwoners. Wonen en werken wordt zo veel mogelijk gerealiseerd via binnenstedelijke verdichting om zo het landschap tussen de verschillende kernen in de metropool regio te sparen. Het voorgenomen plan ligt in landelijk gebied. Voor de woningbehoefte wordt vooral ingezet op het bouwen in en aansluitend op de bestaande verstedelijke gebieden, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeften. De nabijheid van functies is voor de provincie een belangrijk duurzaamheidsprincipe. Hoewel door het voorgenomen plan ten koste is van een deel van het landschap, wordt het plan naar wens van de provincie wel ontwikkeld aansluitend op de bestaande bebouwing. Tevens ligt de planlocatie op korte afstand van de voorzieningen in Blokker, Zwaag en Hoorn. Dit maakt dat het plan een duurzame ontwikkeling is. Hiermee is de gewenste ontwikkeling van het realiseren van drie vrijstaande woningen en een twee-onder-één-kapwoning in lijn met de omgevingsvisie van Noord-Holland. 3.2.2
Provinciale Ruimtelijke Verordening
De Provinciale Ruimtelijke Verordening van Noord-Holland is sinds 17 november 2020 vervallen. Sindsdien is Omgevingsverordening NH2020 van kracht. Ten behoeve van de woningbouw is gekeken naar de regels omtrent woningbouwontwikkelingen in Noord-Holland Noord landelijk gebied. De regels onderschrijven het volgende: 1. Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied Noord-Holland Noord landelijk gebied uitsluitend voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. De in het eerste lid genoemde afspraken kunnen alleen afspraken bevatten over locaties die zijn gelegen in of aan kernen of in of aan dorpslinten. Het voorgenomen plan voldoet aan bovenstaande voorwaarden. Het betreft een kleinschalig initiatief dat in plaats van een al bestaande stedelijke functie komt. Ten opzichte van het gehele plan, wordt maar een relatief klein deel van de agrarische grond gebruikt. Bovendien worden de nieuwe kavels ingepast als lintbebouwing waarbij de initiatiefnemer zorgvuldig rekening heeft gehouden om landschappelijk in te passen. Hierdoor ontstaat bebouwing inpast in de omliggende, soortgelijke lintbebouwing in de omgeving. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de Omgevingsverordening NH2020.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
15
3.2.3
Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018
De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is door Gedeputeerde Staten vastgesteld op 10 april 2018. De Leidraad 2018 is in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) verankerd in artikel 15 (ruimtelijke kwaliteitseis). Per 5 maart 2019 zijn enkele beperkte wijzigingen doorgevoerd in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (Leidraad) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. Aandacht voor behoud en ontwikkeling van landschap en cultuurhistorie is sterk verankerd in het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland. In de afgelopen jaren is het beleid sterk ontwikkeld en heeft het een duidelijke plek gekregen in de Structuurvisie Noord-Holland 2040. Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is het 'ontwikkelen met behoud van identiteit en kwaliteit'.
Dat betekent dat bewust dient te worden omgegaan met de karakteristieke eigenschappen van de verschillende landschappen en de dorpen. Deze kwaliteiten dienen als uitgangspunt van ruimtelijke plannen. Dit zet ontwikkelingen niet op slot. De provincie wil voorkomen dat nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied worden gepland die binnen bestaand bebouwd gebied een plek zouden kunnen krijgen. Bij noodzakelijke uitbreiding hecht de provincie er belang aan dat deze een bijdrage levert aan de identiteit en kwaliteit van de specifieke plek. Met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie borduurt de provincie Noord-Holland voort op eerdere beleidsnota's waarin ruimtelijke kwaliteit al een centrale plaats innam. Noord-Holland is onderverdeeld in 20 gebieden, de zogenaamde ensembles, en 10 provinciale structuren. Elk ensemble en elke structuur biedt een beschrijving van de ontstaansgeschiedenis, van de dynamiek en van de belangrijkste drie kernwaarden: landschappelijke karakteristiek, openheid en ruimtebeleving, en ruimtelijke dragers. Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren. De planlocatie is gelegen in het ensemble “West-Friesland Oost”.
De algemene ambitie binnen dit ensemble is om ruimtelijke ontwikkelingen: bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek; bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid; en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Uit de overzichtskaart – zoals opgenomen in de Leidraad – volgt dat de ontwikkellocatie valt onder 'stads-/dorprand'. Verkaveling/planopzet De planlocatie bevindt zich in een verdicht deel van het lint van de Zuiderdracht. Direct achter de planlocatie, in het westen, ligt de woonwijk Kersenboogerd-Noord. In het vigerende bestemmingsplan kent de planlocatie de bestemming 'Maatschappelijk' en zijn er vier bouwvlakken met een totaal oppervlakte van circa 900 m2 aanwezig. Hierdoor leent de locatie zich perfect voor een herontwikkeling, zonder dat er sprake is van het dichtzetten van doorzichten naar het agrarische landschap. De voorliggende verkaveling (zie onderstaand figuur) is ingestoken vanuit het feit dat deze locatie aan een lint ligt en 'de lint' is als een ruimtelijke drager benoemd in de Leidraad voor West-Friesland Oost. Openheid speelt bij linten altijd een belangrijke rol.
Daarom is ervoor gekozen om het aantal vierkante meters bouwvlakken in de gewenste situatie te verlagen ten opzichte van het aantal vierkante meters bouwvlakken dat reeds is toegestaan in het vigerende bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Drechterland Noord 2011'. In het huidige situatie bevinden zich op de planlocatie bouwvlakken met een totaal
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
16
oppervlakte van circa 900 m2. In de gewenste situatie krijgen de bouwvlakken een gezamenlijk oppervlakte van 686 m2.
Figuur: Verkaveling voorgenomen plan (bron: Kubiek Ruimtelijke Plannen) Aan de Zuiderdracht bevinden zich uitsluitend vrijstaande woningen. Er is dan ook gekozen om deze typologie door te zetten op deze locatie. Er is gekozen om één twee-onder-een-kapwoning toe te voegen. De reden hiervoor is dat Oosterblokker een tekort heeft aan “doorstroomtypologie” voor een wooncarrière binnen Oosterblokker. De linten in Oosterblokker bestaan namelijk zo goed als alleenuit vrijstaande woningen en de nieuwbouw voornamelijk uit rijtjeswoningen. Verder is ervoor gekozen om de kavels als PO-uitgifte te doen zodat de toekomstige kopers hun eigen woning kunnen laten ontwerpen en laten bouwen. Dit geeft naar alle verwachtingen ook meer diversiteit in de ontwerpen dan een projectmatig ontwerp. Dit sluit goed aan bij de bestaande woningen aan de Zuiderdracht, waarbij er geen één hetzelfde is. Voor de verkaveling van het perceel is gekeken naar de bestaande perceeloppervlaktes aan de Zuiderdracht en de aanwezige bebouwing aan de noord- en zuidzijde van het te ontwikkelen perceel. Aan de noordzijde bevinden zich grotere en meer open percelen en aan de zuidzijde kleinere percelen met intensievere bebouwing. Dit in ogenschouw nemende is de twee-onder-een-kapwoning aan de zuidzijde van het perceel gepositioneerd.
De perceeloppervlaktes aan de Zuiderdracht zijn over het algemeen groot en in deze verkaveling komen grote perceeloppervlaktes terug die ook aansluiting hebben bij de marktvraag. Op basis van deze kenmerken is gekozen voor een invulling van de planlocatie met drie vrijstaande woningen en één kavel ten beheove van een twee-onder-een-kapwoning. Daarnaast kenmerkt de Zuiderdracht zich door verspringende voorgevelrooilijnen, bouwvlakken en kavelbreedtes. Deze kenmerken komen terug in de gewenste verkaveling. De kavelbreedtes verspringen beperkt, omdat de kavels erg diep zijn. Wanneer de kavelbreedtes meer verspringen zou één kavel mogelijk te smal worden en het gevoel geven dat die kavel er in is “gepropt” dan dat dit de ruimtelijke kwaliteit van de Zuiderdracht versterkt. Middels bovenstaande afwegingen en invulling wordt voldaan aan de kernwaarden uit de kernwaarden uit de Leidraad, zijnde:
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
17
1. De landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen: Er is rekening gehouden met het bestaande karakter, de bestaande verkaveling en typologie aan de Zuiderdracht. Verder zijn exact dezelfde bouwbepalingen voor de lintbebouwing aan de Zuiderdracht uit het bestemmingsplan “Drechterland Noord 2011” overgenomen. 2. Openheid en ruimtebeleving: Het plan is ruim opgezet in lijn met de bestaande structuur. De openheid en ruimtebeleving wordt geborgd door middel van het doorzetten van de bestaande lintbebouwing met voldoende ruimte tussen de woning. De invulling van dit punt is weergegeven in onderstaand figuur.
Figuur: impressie openheid en ruimtebeleving (bron: nieuweboer architecten) 3. Individueel ontsluiten vanaf het lint: De woningen krijgen een individuele ontsluiting vanaf elke woning. De bestaande duiker blijft behouden en wordt aangevuld met nieuwe aansluitingen in de vorm van dammen. Veruit de meeste woningen aan de Zuiderdracht worden ontsloten met een dam en niet met een brug. In onderstaand figuur is weergegeven hoe de woningen ontsloten worden vanaf de Zuiderdracht.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
18
Figuur: impressie ontsluiting vanaf het lint (bron: nieuweboer architecten) 4. Doorzichten achterliggend landschap: Ondanks de aanwezigheid van de wijk Kersenboogerd aan de achterzijde van de planlocatie, is in het voorliggende plan ervoor gekozen om de doorkijken tussen de woningen naar het achterliggende landschap zo groot mogelijk te houden. Tussen de woningen zijn de zichtlijnen behouden gebleven. De reden hiertoe is het feit dat de kavels vrij diep zijn en de illusie van aanwezigheid van doorzichten geeft. Wanneer men op de fiets of met de auto dit stuk lint passeert, ziet men bij het passeren niet de achterliggende gebouwen via de doorkijken vanwege de snelheid waarmee ze passeren. Hiermee onstaat wel de illussie van een doorkijk en ruimte beleving. Tevens hebben deze doorkijken een positieve invloed op de openheid en ruimtebeleving zoals bedoeld is in punt 2. Dit is weergegeven in onderstaand figuur.
Figuur: impressie doorzichten achterliggend landschap (bron: nieuweboer architecten) 5. Representatief voorerf: Hier zal in overleg met de toekomstige kopers invulling aan worden gegeven. Een impressie van de voorerven is weergegeven in onderstaand figuur.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
19
Figuur: impressie representatief voorerf (bron: nieuweboer architecten) 6. Behoud aanwezige kavelsloten tussen erven: In de huidige situatie zijn geen kavelsloten aanwezig tussen de erven. Deze hoeven dan ook niet behouden te blijven. Er zijn wel sloten aawezig aan aan de voor- en achterzijde van de kavels. Deze sloten zullen behouden blijven. Dit is weergegeven in onderstaand figuur.
Figuur: impressie kavelsloten (bron: nieuweboer architecten) De omwonenden zijn meegenomen in de totstandkoming van de invulling van de planlocatie. De wensen van omwonenden zijn waar mogelijk verwerkt in het plan om ook de lokale ruimtelijke beleving mee te nemen in de verkaveling. Het voorgenomen plan is niet in strijd met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018. Bij de invulling van de voorgenomen verkaveling is rekening gehouden met de kernwaarden zoals deze gesteld zijn in de Leidraad Landschap en Cultuur.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
20
3.2.4
Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025
In maart 2020 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Deze woonvisie moet het beleidskader scheppen voor het doel van de provincie om te zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De provincie wil dit bereiken door ruimte voor woningbouw te geven, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik en ruimte te bieden voor maatwerk en daarbij te sturen op regionale samenwerking. In de Woonagenda worden de volgende speerpunten benoemd: 1. Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Deze speerpunten zijn verder uitgewerkt in de volgende acht richtinggevende principes: 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. 2. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. 3. De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief.
De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. 4. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. 5. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. 6. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. 7. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. 8. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden maken we afspraken om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen. De wens van de provincie Noord-Holland heeft geleid tot acht actiepunten.
Waarvan de belangrijkste zijn 'het maken van maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden', 'versnellen woningbouwproductie' en 'het creëren van meer flexibiliteit in de woningmarkt'. Het voorgenomen plan is passend binnen de speerpunten van de Woonagenda. Het onderhavige plan is kwalitatief en aansluitend op de kwaliteiten van de bestaande omgeving, waarin rekening is gehouden met de grote vraag naar sociale huurwoningen en zorgt in zijn totaal voor betaalbaar en anderzijds voor een divers woningaanbod. 3.2.5
Provinciale Milieuverordening (PMV)
De Provinciale Milieuverordening (PMV) is gebaseerd op de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet bodembescherming. Op 12 november 2018 is de tranche 10A vastgesteld. In de Provinciale Milieuverordening staan specifieke milieuregels voor de provincie Noord-Holland. Deze regels gaan onder andere over waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, aardkundige monumenten en stiltegebieden. Het perceel aan de Zuiderdracht valt niet binnen de bovengenoemde gebieden waar regels van de PMV
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
21
op van toepassing zijn. Ook de twee algemene thema's die voor het gehele grondgebied van Noord-Holland van toepassing zijn (ontheffing rioleringsplicht en gebruik van na 1996 gesloten stortplaatsen) zijn niet van toepassing op het plan. Op basis van bovenstaande toetsing kan worden geconcludeerd dat het voorgenomen plan niet strijdig is met het provinciale beleid. 3.2.6
Woonakkoord 2020-2025 regio Westfriesland en Provincie Noord-Holland
Het Woonakkoord 2020-2025 regio Westfriesland en Provincie Noord-Holland is vastgesteld door de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en de colleges van burgemeester en wethouders van de bestuurlijke regio Westfriesland op 24 november 2020. Westfriesland is een aantrekkelijke woonregio. Dit leidt tot druk op de woningbehoefte, maar ook de mogelijkheid om een gezonde bevolkingssamenstelling te behouden. Het uitgangspunt bij de woningbouwopgave is om te bouwen op binnenstedelijke locaties en rond OV-locaties. Conform de Omgevingsvisie NH 2050 wordt woningbouw waar mogelijk voornamelijk in al bestaand verstedelijke gebieden gerealiseerd. Het doel van het Woonakkoord is om inwoners naar wens en tevredenheid in de regio te laten wonen. Daarom zullen er binnen de regio woningen voor een breed scala aan woonwensen gerealiseerd worden. Dit kan ertoe leiden dat de regio ook een aantrekkelijke woonplek wordt voor mensen van buiten de regio. In het Woonakkoord wordt dan ook de ambitie uitgesproken om tot de 10 beste woonregio's van Nederland te behoren. Om dit te bereiken zijn de volgende doelstellingen opgesteld: Hiertoe behoren de volgende doelstellingen.
versnelling van de woningbouwopgave met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor iedere doelgroep; het op peil houden en uitbouwen van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de bestaande voorraad; leefbaar en bereikbaar Westfriesland tot in de kern; onderscheidende en complementaire nieuwbouw producten; langer zelfstandig wonen bevorderen; werken met een flexibel kader dat de regio houvast biedt en ruimte laat voor marktinitiatieven. Ten behoeve van nieuwbouw zijn een drietal opgaven opgesteld. Opgave 1: Ontwikkelingen in de kwalitatieve vraag volgen/opvoeren van de woningbouwproductie. De verwachting is dat de behoefteprognose voor woningen naar boven bijgesteld dient te worden. Er verhuizen steeds meer mensen naar de regio, met name jongeren en jonge stellen. Deze komen met name uit de regio Amsterdam, omdat daar te weinig ruimte is. Een versnelling van de woningbouwproductie van is belang om de vraag aan te kunnen. De provincie levert een ondersteuning voor het versnellen van binnenstedelijke projecten. Opgave 2: Ruimte voor nieuwe, duurzame en betaalbare plannen. Het is wenselijk om te zorgen voor een ruimte, zachte planvoorraad om met voldoende potentiële bouwlocaties om de vraag voor een langere termijn te voorzien.
Het streven is dat nieuwbouw zoveel als mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, circulair, natuur- en landschapsinclusief en bereikbaar is. Dit moet niet ten koste gaan van de realisatie van sociale huurwoningen en goedkope koop woningen. Tenslotte is binnen de Westfriese gemeenten ruimte voor binnenstedelijke woningbouwplannen. Opgave 3: Diversiteit vergroten o.a. door complementair bouwen. De regio zet in op een meer diverse woningvoorraad en het bouwen van complementaire woonvormen. Daarmee moet de woonvraag van huishoudens van buiten de regio, jongeren en studenten voorzien worden. Dit moet ervoor zorgen dat mensen naar de regio trekken en voorkomen dat jongeren wegtrekken uit de regio. Het voorgenomen plan onderschrijft de opgaven van de regio Westfriesland en de provincie Noord-Holland. Met het realiseren van het plan wordt binnenstedelijke woningbouw gerealiseerd. Vanuit de regio is er een vraag naar snelle woningbouwproductie. Dit plan loopt daarop vooruit. Met het plan worden 3 vrijstaande woningen en een twee-onder-één-kapwoning gecreëerd. Met deze diverse aanvulling van woningen voorziet het daarmee tevens in de opgaven om de diversiteit te vergroten.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
22
3.2.7
Regionale woonvisie Westfriesland
De Regionale Woonvisie moet bijdragen aan het realiseren van de ambitie van Westfriesland om bij de tot 10 woonregio's van Nederland te horen. Het doel van de Woonvisie is om de Westfriese bevolking naar wens en tevredenheid te laten wonen en zoveel mogelijk een breed scale aan woonwensen en woningbehoefte van de inwoners binnen de regio te realiseren. In de periode 2016-2030 wordt in Westfriesland een toename van ongeveer 8.500 huishoudens verwacht. Deze zullen allemaal een gewenste plek moeten krijgen. Wat betreft nieuwbouw wordt ingezet op onderscheidende en complementaire producten. Daarom wordt er gebouwd naar de vraag woningen en wordt er gekeken naar overschotten en tekorten van de bestaande woningmarkt. Het (ver)nieuwbouwen van verouderde, bestaande woningen is daarbij op sommige plekken ook gewenst. De bestaande woningvoorraad is enigszins eenzijdig. Bij nieuwbouw wordt daarom gekeken naar unieke en kwalitatief hoogwaardige projecten. Om een divers woningaanbod te creëren, worden onder andere volgende uitgangspunten gehanteerd: Vraag staat centraal: naar woning en woonomgeving. Het benadrukken van het landschappelijke onderscheidenheid van Westfriesland: groen, rust, ruimte en water. Nieuwe vormen van opdrachtgeverschap, zoals (collectief-)particulier opdrachtgeverschap, medeopdrachtgeverschap en doe-het-zelf planologie.
Tenslotte zal herbestemming van vrijkomend vastgoed binnen de kernen worden gefaciliteerd. Een voorbeeld van dergelijk vastgoed is maatschappelijk vastgoed. Wanneer het vrijkomen van dergelijke locaties kansen biedt voor nieuwe woonproducten, wordt hier ruimte en prioriteit aan gegeven door gemeenten. Het voorgenomen plan past binnen het beleid van de Regionale Woonvisie. Het voorziet in het realiseren van een gevarieerd woningaanbod voor diverse doelgroepen. Daarnaast is het een vorm van nieuwbouw die in plaats komt van de verouderde, bestaande bouw. Hiervoor in de plaats komen hoogwaardige nieuwe woningen. Een deel van de planlocatie heeft daarnaast en maatschappelijke bestemming. Deze ruimte wordt voorzien van woonbestemming, waarmee deze ontwikkeling vooruit loopt op het beleid om dergelijke vrijgekomen maatschappelijke locaties te vervangen voor woonproducten. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Landschap
De structuurvisie Landschap is op 23 mei 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Drechterland. De structuurvisie is een integrale visie op de gemeente en omvat de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid dat de gemeente zal voeren in dit geval omtrent het landschap. In de visie worden drie soorten gebieden onderscheiden: 1. Gebieden waar het beleid is gericht op het behouden en versterken van de landschappelijke waarden. 2. Gebieden waar het beleid is gericht op het stap-voor-stap veranderen van de landschappelijke waarden waar het versterken van deze waarden noodzakelijk is. 3. Gebieden waar het beleid is gericht op het vernieuwen van het landschap waar dit door ontwikkelingen wenselijk is. Uit de bijbehorende visiekaart volgt dat het plangebied aangeduid is als 'behouden en versterken'. Het beleid voor deze aanduiding is gericht op het behouden en versterken van de landschappelijke waarden. De landschappelijke waarden in dit gebied zijn vooral de cultuurhistorische linten en de verkavelingsstructuur en de openheid die hiermee samenhangt. Deze zijn ook nog goed te herkennen in het landschap. Omdat de Zuiderdracht zich niet kenmerkt als karakteristiek lint, geldt voor dit gebied het ambitieniveau 'geleidelijk transformeren'. De Zuiderdracht heeft zich buiten het bedrijventerrein Het Gilde ontwikkeld tot een lint waar voornamelijk gewoond wordt.
Door deze ontwikkeling sluit het onderhavige initiatief goed aan bij het streven de bestaande structuur te 'behouden en versterken'. Door de bestaande bebouwing te slopen en in totaal vier bouwkavels uit te geven met een oppervlakte van minimaal 1.500m2, wordt bijgedragen aan de
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
23
verkavelingsstructuur en de openheid die hiermee samenhangt. Het plan sluit derhalve goed aan op de gemeentelijke structuurvisie Landschap. 3.3.2
Woonvisie Drechterland 2012-2020
De meest recente woonvisie van de gemeente Drechterland is vastgesteld door de gemeenteraad op 28 januari 2013. De visie heeft betrekking op de periode 2012 tot 2020 en is daarmee enigszins verouderd. De gemeente heeft geen recentere woonvisie beschikbaar. Daarom worden kort de belangrijkste punten uit de Woonvisie Drechterland 2012-2020 aangehaald. De visie had als doel de gemeente voor te bereiden op de uitdagingen omtrent wonen die zich voor zouden al gevolg van aanhoudende demografische krimp in de gemeente. De gemeente legt de nadruk op het creëren van ruimte voor eenpersoonshuishoudens, met name voor ouderen en waar mogelijk gecombineerd met zorg. De gemeente verwacht dat grootschalige woningbouw in de kleine kernen, waaronder Oosterblokker, geen toevoeging is. Daar is te weinig vraag voor vanuit de bewoners. Kleine collectieven ten behoeve van nieuwbouw behoort wel tot de mogelijkheden. Daarnaast wil de gemeente de realisatie van kleine wooneenheden stimuleren. Het voorgenomen plan is in lijn met de woonvisie van de gemeente Drechterland. Het is een kleinschalig initiatief waarbij particuliere woningen worden gebouwd. Dit is een goed voorbeeld van de kleine wooneenheden waar de gemeente op in zet in de woonvisie. 3.3.3
Welstandsnota Drechterland
Het plangebied ligt in de bestaande Welstandsnota Drechterland in het 'Gebiedstype 4 – linten'. In de welstandsnota wordt de Zuiderdracht omschreven als een lint dat zich kenmerkt door de ligging in een meer dynamisch gebied. De Zuiderdracht heeft net als de karakteristieke linten in veel gevallen kararkteristieke bebouwing. De Zuiderdracht heeft een sterke relatie met de ontstaansgeschiedenis en het landschap, maar wordt tegelijkertijd gekenmerkt door een grotere dynamiek. Dit uit zich door meer recente bebouwing, meer bedrijvigheid in de linten en meer (grootschalige) ontwikkelingen. De lintbebouwing is een zeer waardevolle en te behouden stedenbouwkundige structuur. De voorgenomen ontwikkelingen in het gebied bestaan uit het aan-, uit- en verbouwen van woningen en uit de verbouw, (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding van de bedrijfsbebouwing waar de bebouwingsvlakken dit toelaten. Het welstandsbeleid is gericht op het behoud van de karakteristieke onderdelen van de lintbebouwing en de stedenbouwkundige structuur met daarbij ruimte voor vernieuwingen met betrekking tot het optimaal functioneren als woongebied en agro-industrieel gebied. Het beleid is gericht op het versterken van de bestaande kwaliteiten en het verbeteren van de inpassing van bestaande en nieuw (bedrijfs-)bebouwing.
Het voorgenomen initiatief sluit aan bij de algemene uitgangspunten van de welstandsnota die gelden in het plangebied. Er is namelijke sprake van vervangende nieuwbouw die bijdraagt aan het versterken van de bestaande kwaliteiten van het lint en de stedenbouwkundige structuur. Om deze reden is een beeldkwaliteitsplan als uitwerking van de Welstandsnota niet nodig. De bouwtitels die het bestemmingsplan oplevert kunnen getoetst worden aan de vigerende Welstandsnota. 3.3.4
Visie op Drechterland en haar kernen
Oosterblokker is één van de dorpskernen van de gemeente Drechterland. De gemeente stelt dat woningbouw op locaties die reeds bebouwd zijn gaat voor woningbouw aan de randen van de kernen. Hierbij is aandacht voor behoud van voldoende groen in de leefomgeving. Bij inbreiding in de kernen wordt daarbij ook gekeken naar de mogelijkheden die er in het lint bestaan achter de eerstelijns bebouwing op bestaande bouwvlakken, met name gericht op het hergebruik van bestaande bebouwing. Een kwalitatief hoogwaardige inpassing, zonder afbreuk te doen aan zichtlijnen op het achterliggende landschap, is van groot belang. Bij nieuwe woonwijken wordt het lint als uitgangspunt genomen, waarbij de ruimtelijke inpassing hierop wordt aangepast. Een goede verhouding tussen bebouwing en landschap staat centraal. Met name het aangezicht van het lint en de gebieden achter het lint worden beschermd. Uitbreiding van bestaande bouwvlakken verder het
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
24
achterland in, is ongewenst. Dit leidt veelal tot een aantasting van de ruimtelijke structuur van het lint en het open landschap daarachter. Uitbreiding in het open landelijk gebied of op groene locaties in bestaand stedelijk gebied krijgt nadrukkelijk niet de voorkeur. Waar inbreiding niet mogelijk is bieden de gemeente ruimte aan de randen van de kernen. In de kernen zet de gemeente Drechterland in op transformatie voor de lokale behoefte, het aanbrengen van diversiteit, inbreiding en kleinschalige uitbreiding. Uitgangspunt is dat er per jaar een groei van 1% van het aantal woningen in een kern richtinggevend is. De planopzet past perfect binnen dit onlangs vastgestelde beleid. De bestaande bouwvlakken met een oppervlakte van circa 900m2 worden terug gebracht. De bestaande bebouwing doet tevens afbreuk aan de bestaande lintstructuur. In de gewenste situatie bevinden zich op de planlocatie vier bouwvlakken met een gezamenlijk oppervlakte van 700 m2. De nieuwe bouwvlakken worden zodanig over het perceel verspreid dat de bebouwing wel aansluit bij de bestaande lintstructuur. Op die manier ontstaan er ook zichtlijnen naar achteren en behoud het gehele perceel een open karakter. Tenslotte past het aantal woningen ook binnen de 1% groei.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
25
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid. 4.1
Flora en fauna
4.1.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.
Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Zorgplicht Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.
Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
26
4.1.2
Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt op circa 2,2 kilometer afstand van het Natura-2000 gebied 'Markermeer & IJmeer'. De locatie ligt daarnaast op 2 kilometer van de Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebied 'Buiten en Binnen-Uiterdijk'. In het verkennend ecologisch onderzoek dat is uitgevoerd door Ecoresult (Bijlage 1) wordt geconcludeerd dat op voorhand is uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op Beschermde Natuurmonumenten, het Natuurnetwerk Noord-Holland (NNNH). Een uitgebreide beschrijving, beoordeling en aanvullend onderzoek is daarom niet noodzakelijk. De gemeente Drechterland heeft een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met behulp van de Aerius Calculator. Uit deze berekening blijkt dat er geen significant rekenresultaat is. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan. 4.1.3
Soortenbescherming
Om de effecten van de voorgenomen wijziging op de aanwezige flora en fauna te bepalen is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd door Ecoresult (Bijlage 1). Dit verkennend onderzoek zoomt in op de (mogelijke) schadelijke effecten door de activiteiten en op welke wijze in het kader van de wet gehandeld kan worden. Uit de quickscan is gebleken dat aanvullend onderzoek naar vleermuizen, huismus, gierzwaluw en materachtigen noodzakelijk is. Dit nader onderzoek is in 2021 uitgevoerd door Ecoresult. De rapportage van het onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 2. De belangrijkste conclusies zijn als volgt: Gewone dwergvleermuis: Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van gewone dwergvleermuis aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgelosten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbscherming voor gewone dwergvleermuis of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig. Ruige dwergvleermuis: Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van ruige dwergvleermuis aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgelosten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbscherming voor ruige dwergvleermuis of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.
Laatvlieger: Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van laatvlieger aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgelosten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbscherming voor laatvlieger of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig. Huismus: Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van huismus aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgelosten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbscherming voor huis of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig. Gierzwaluw: Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van gierzwaluw aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgelosten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbscherming voor gierzwaluw of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig. Steenmarter en kleine marters: Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van kleine marters (bezing, wezel) aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgelosten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbscherming voor (één van de) kleine martersoorten of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig. Het treffen van nadere maatregelen zijn niet noodzakelijk.
Zuiderdracht 15-17 Oosterblokker
27
4.1.4
Conclusie
Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de Wet natuurbescherming geen beperkingen worden opgelegd aan deze nieuwbouwontwikkeling wanneer de hiervoor genoemde aanbevelingen en maatregelen in acht worden genomen. De genoemde aanbevelingen en maatregelen zullen worden (over)genomen. 4.2
Bodemkwaliteit