CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Verbeelding regels en bijlagen regels bestemmingsplan (2024-38)

Gemeenteraad 23 september 2024, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Havenweg 1 (Sportvelden Schellinkhout) (2024-38)21.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.3 Beleidskader Landschap en Cultuurhistorie Noord-Holland Het beleid uit het Ontwikkelingsbeeld wordt toegelicht in het Beleidskader Landschap en Cultuurhistorie Noord-Holland. Hierin wordt beschreven wat van belang is voor de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van de Westfriese Omringdijk: • het totale ensemble van dijklichaam, wielen en kleiputten; • een brede vrije zone aan weerszijden van de dijk. Over het landschap rondom de dijk wordt beschreven dat het voortbouwend op de eigen identiteit moet worden versterkt. Hierdoor ontstaan contrasten waarbij het onderscheid tussen het zeekleigebied van West-Friesland en de droogmakerijen herkenbaar moet zijn. Vooral buitendijks wordt hierbij (indirect) voor openheid gepleit.

5.4 Monumentenverordening Noord-Holland 2005 De cultuurhistorische waarden van de Westfriese Omringdijk worden sinds 1983 beschermd door de plaatsing van de dijk op de provinciale monumentenlijst. De monumenten en structuren op deze lijst worden beschermd op grond van de Monumentenverordening Noord-Holland 2005. Dit houdt in dat beschadiging en vernieling strafbaar zijn en werkzaamheden aan de dijk vergunningsplichtig zijn. De verordening biedt echter geen richtlijnen voor wat er onder beschadiging valt of welke werkzaamheden zijn toegestaan.

5.5 Nota ‘Cultuur op de kaart 2009-2012’ In de cultuurnota ‘Cultuur op de kaart 2009-2012’ is aangegeven dat de provincie zich de komende jaren actief wil inzetten voor de monumentale dijkstructuren van Noord-Holland. In dat kader ontwikkelt de provincie onder andere een integraal programma voor de Westfriese Omringdijk, waarin de beleving en de toegankelijkheid van de dijk centraal staan en het behoud door ontwikkeling van de dijk.

24 |

5.6 Verordening Waterkering West-Nederland De veiligheid van de waterkerende functie van de Westfriese Omringdijk wordt bewaakt door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Met het Waterkeringsbeheerplan, de Keur en de Legger wordt het beleid uit de Verordening Waterkering West-Nederland concreet gemaakt. Voor de delen van de dijk die nog een waterkerende functie hebben, geldt hierbij dat een vrijwaringszone is aangegeven, enerzijds ten behoeve van de stabiliteit van de dijk, anderzijds om eventuele benodigde ruimte voor toekomstige dijkversterkingen te reserveren. Binnen deze zone is geen onomkeerbare ontwikkelingen toegestaan, zoals bebouwing. Waar de dijk een primaire waterkerende functie heeft is deze zone 175 meter, waar de dijk een regionale waterkerende functie heeft wordt deze breedte per locatie berekend.

5.7 Conclusies bestaand beleid Het ruimtelijke beleid van de provinciale overheid benoemt de cultuurhistorische waarde van de Westfriese Omringdijk als het totale ensemble van dijklichaam, wielen en kleiputten. Rondom de dijk wordt gepleit voor openheid en een vrije zone aan weerszijden van de dijk. Het blijft hierbij echter bij het vastleggen van ‘het wat’, maar er wordt weinig gezegd over ‘het hoe’. Zo wordt de gewenste vrije zone nergens concreet aangewezen. Wel wordt de openheid in zekere mate beschermd doordat veel gebieden langs de dijk zijn bestemd als uitsluitingsgebied, zoekgebied, agrarisch perceel, natuurterrein of als vrijwaringszone in verband met de waterkerende functie.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 25

3 26 |

VISIE

kleiputten aan de voet van de dijk bij rand van de Wieringermeer.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 27

VOORWOORD 6 Vijf schaalniveaus

Schaalniveau ‘eiland in Noord-Holland’

De Westfriese Omringdijk heeft grote cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Waar deze waarden uit bestaan is, gedefinieerd in het vorige hoofdstuk. Daarnaast is in de analyse de functionele waarde van de dijk beschreven. Een waarde die essentieel is voor het behoud van de dijk, maar er tegelijk een bedreiging voor vormt. In dit deel van het beeldkwaliteitsplan, de visie, wordt beschreven hoe nieuwe ontwikkelingen, die de functionele waarde van de dijk met zich mee brengt, een plaats krijgen om en nabij de dijk, waarbij de cultuurhistorische en landschappelijke waarden gerespecteerd en waar mogelijk versterkt worden. De hoofdgedachte van deze visie is dat de beleving van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden op verschillende schaalniveaus speelt. Niet alleen de uiterlijke vorm van het dijklichaam is van belang. Ook de omringende landschappen, de bijzondere plekken en bouwwerken en de verschillende zichtpunten van en naar de dijk bepalen de beleving. Om deze aspecten een plek te geven, zijn vijf schaalniveaus te onderscheiden die hieronder benoemd worden. Per schaalniveau kunnen verschillende ontwerpprincipes een rol spelen in het behouden en versterken van de herkenbaarheid van de dijk en zijn ommeland.

Op dit schaalniveau speelt de beleving van de historie van West-Friesland als eiland. De Westfriese Omringdijk vormt op dit niveau een grens tussen land en water en tussen oud en nieuw land en is daardoor een eiland in Noord-Holland. Hierbij speelt de grote samenhang tussen dijk en omgeving; door de openheid, het zicht op en van de dijk en de inrichting van de omgeving.

Schaalniveau regionale schakel Op dit schaalniveau speelt de beleving en het functioneren van de concentrische vorm van de dijk op regionaal niveau. De dijk functioneert door zijn vorm als schakel in infrastructurele, recreatieve en ecologische netwerken.

Schaalniveau van de dijk Op het schaalniveau van de dijk gaat het om de beleving van het ongeschonden en herkenbare dijkprofiel. Van belang hierbij is de continuïteit van het dijkprofiel, maar ook de herkenbaarheid van de verschillende trajectdelen.

Schaalniveau van de kralen Op dit schaalniveau draait het om de relatie tussen de dijk en de herkenbaarheid van de kralen (zoals wielen en kleiputten).

Schaalniveau van de materialisatie Op dit laatste schaalniveau is de materialisatie op en om de dijk van belang. De vormgeving op dit detailniveau is een krachtig instrument om de continuïteit van het dijkprofiel te realiseren.

28 |

7 Ontwerpprincipes per schaalniveau De ontwerpprincipes zijn het gereedschap om ruimtelijke ontwikkelingen zo te sturen dat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden of versterkt. Per schaalniveau zijn algemene principes aangegeven die van belang zijn voor de leesbaarheid en ruimtelijke

karakteristieken op dat niveau. In de deeluitwerkingen worden deze ontwerpprincipes toegepast op de locale situatie langs de dijk.

De openheid van het landschap Op het schaalniveau ‘eiland in Noord-Holland’, zoals beschreven in paragraaf 7.1 wordt de openheid benoemd. In dit beeldkwaliteitsplan definiëren we openheid aan de hand van drie zones: Dijkzone Dit is de zone die is aangewezen als provinciaal monument. Het bestaat uit het dijklichaam (inclusief de dijksloten) en de direct aan de dijk gerelateerde elementen als kleiputten en wielen. Kwaliteitszone De kwaliteitszone is een zone rondom de dijk tot maximaal 200 meter van de dijk. De dijk is op veel plekken herkenbaar door de grote mate van openheid van het omliggende landschap. Ontwikkelingen die de openheid aantasten worden bij voorkeur niet in deze zone geplaatst. Als er toch ontwikkelingen plaatsvinden moeten deze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de dijk. De richtlijnen uit dit beeldkwaliteitsplan zijn hiervoor leidend. De maat van deze zone wordt gemotiveerd vanuit de visuele beleving van openheid vanaf de dijk en vanaf het landschap naar de

dijk toe. Bovendien werd deze zone van oudsher binnendijks gereserveerd om aarde voor mogelijk dijkherstel voorhanden te hebben en moest vrij zijn van bebouwing om de stabiliteit van de dijk te bewaren. 200 meter is tevens de afstand waarbinnen de wielen en de kleiputten liggen. Buitendijks komt 200 meter overeen met de afstand van het voorland, dat de slag van het water moest breken. Waar de dijk nog zijn (primaire) waterkerende functie heeft, is een vrijwaringszone van 175 meter nog steeds aanwezig. Wanneer de lokale situatie vraagt om een andere breedte, omwille van historische of praktische motieven, wordt een afwijkende (kleinere) maat van de kwaliteitszone aangehouden. Panoramazone De panoramazone benoemt belangrijke ruimtelijke relaties tussen dijk en de omgeving buiten de kwaliteitszone, zoals het panorama op het IJssel- en Markermeer en het zicht op de duinen aan de westzijde. Ontwikkelingen in deze zone hebben invloed op de manier waarop de dijk beleefd wordt. Het BKP dient als inspiratie voor ontwikkelingen binnen deze zone om rekening te houden met de beleving van de dijk.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 29

7.1 Schaalniveau ‘eiland in Noord-Holland’ De openheid van het landschap De openheid van het landschap en het zicht van en naar de dijk wordt beschermd door een ‘kwaliteitszone’ langs de dijk aan te wijzen. Binnen deze zone gelden de richtlijnen uit het beeldkwaliteitsplan. Het belang van het zicht op de omgeving van de dijk wordt als waardevol benoemd in de ‘panoramazone’. Het BKP dient hier als inspiratiebron. De zones worden op pagina 28 toegelicht. Een belangrijke voorwaarde voor openheid is de inrichting van het land naast de dijk. Het heeft de voorkeur in eerste instantie te streven naar een duurzaam landbouwkundig gebruik. Andere functies die goed passen in het open beeld zijn waterberging en waterrijke natuurgebieden met weinig opgaande beplanting.

Beleving van de openheid.

Openheid langs Omringdijk door duurzaam landbouwkundig gebruik.

Het contact met het water Langs het IJsselmeer en het Markermeer wordt het zicht op het water soms belemmerd door verdichting, bijvoorbeeld door opgaande beplanting op het voorland of buitendijkse bebouwing in de vorm van havens, bedrijventerreinen of recreatieve voorzieningen. Hier is het wenselijk nieuwe doorzichten naar het water te realiseren om het contact met het open water te herstellen. Waar het realiseren van zichtlijnen niet mogelijk is, kan als alternatief een natte zone aan de voet van de dijk worden gerealiseerd om de verwijzing naar het water te maken. Contact met het water bij voorland met opgaand groen.

Contact met het water bij buitendijks bouwen.

30 |

Doorzichten naar het omliggende land Op een aantal plaatsen vindt langs de dijk verdichting plaats (woon-, werk-, of recreatiegebieden). Het heeft de voorkeur dit buiten de kwaliteitszone (blz. 28) te doen. Wanneer verdichting in de kwaliteitszone niet kan worden voorkomen, dan is het in eerste instantie wenselijk dit op basis van de historische patronen van het landschap te doen. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat nieuwe woonlocaties gezocht worden binnen bestaande bebouwingsstructuren, zoals lintdorpen of verspreid liggende erven langs de dijk, in plaats van dat er nieuwe locaties in het open agrarische gebied worden gezocht. Wanneer er gegronde redenen zijn om binnen de kwaliteitszone te verdichten, dan is het wenselijk dat de daadwerkelijke verdichting altijd op een zo ruim

Verdichting op ruime afstand tot de dijk.

Doorzichten bij kleinschalige ontwikkelingen.

mogelijke afstand van de dijk plaatsvindt. Dit kan bijvoorbeeld door bij de ontwikkeling behorende functies met een lage inrichting dichter naar de dijk toe te plaatsen. (bijvoorbeeld waterberging of de openbare ruimte rondom eventuele bebouwing) Wanneer binnen de kwaliteitszone verdichting plaatsvindt, dan moeten er in ieder geval altijd zichtlijnen in stand blijven tussen de dijk en de open ruimte achter de verdichte ontwikkeling. De meest waardevolle zichtlijnen vanaf de dijk zijn hierbij leidend.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 31

7.2 Schaalniveau ‘regionale schakel’ De Westfriese Omringdijk als ecologische schakel tussen de kust en het IJsselmeer De omgeving rondom de Westfriese Omringdijk is een kansrijke zone voor de ontwikkeling van natte natuurterreinen 2) (zoals bij een opgave voor natuurcompensatie of waterberging). Voortbouwend op de aanwezige natuurterreinen kan daarmee de ecologische verbindingsfunctie tussen IJsselmeer en kust worden versterkt. Hierbij moet worden opgelet dat een nieuw waterrijk natuurgebied niet de indruk wekt dat het een wiel of kleiput is. Afwijkende vormen kunnen bijvoorbeeld gebaseerd worden op de onderliggende verkaveling of de geologische situatie.

Dijk als ecologische schakel.

De Westfriese Omringdijk als rotonde in het recreatieve routesysteem Om de waarde van de Westfriese Omringdijk als regionale schakel te vergroten, is het van belang een doorgaande recreatieve verbinding op en langs de dijk te realiseren. Dit houdt niet in dat er overal een fietspad op de dijk moet komen te liggen, maar wel dat de dijk overal openbaar toegankelijk moet zijn, ook wanneer er geen (half) verharding op de kruin ligt. Slechten van barrières Het slechten van barrières in de dijk is de grootste opgave voor de doorgaande route. Een watergang die de dijk doorsnijdt, kan worden overgestoken met fiets- of wandelbruggen of trekpondjes. Ook bij doorsnijdingen van de dijk door infrastructuur moet worden gezocht naar een passende manier om de route over de dijk te continueren.

Slechten van barrieres.

Parallel recreatief systeem Op trajecten waar de dijkweg een belangrijke functie heeft voor autoverkeer zijn aantrekkelijke alternatieven voor wandelaars en fietsers van belang, zoals een parallel recreatief systeem. Ommetjes De doorgaande fiets- en wandelroutes moeten worden opgepakt als drager voor kleinere ommetjes in de omgeving, zowel in het landelijke gebied als in het stedelijk gebied. De recreatieve route hoeft niet altijd op de dijk te liggen, wel moet de dijk steeds duidelijk in zicht blijven.

Parallel recreatief systeem.

2) Mits passend binnen de veiligheidsvoorschriften van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

De dijk als drager van ommetjes.

32 |

7.3 Schaalniveau van de dijk De continuïteit van het dijkprofiel Hierbij is het van belang dat de dijk als één samenhangend geheel en een doorlopende lijn wordt beleefd. Nieuwe verkeersknooppunten, kruisingen, op- en afritten tot een minimum worden beperkt. Wanneer zij niet te voorkomen zijn, mag er niet onnodig veel grond worden gebruikt die het dijkprofiel vertroebeld.

Behoud van de doorgaande lijn bij kruisingen.

Behoud doorgaande lijn bij aansluitingen.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 33

Herkenbaarheid van het oorspronkelijke dijktracé De karakteristieke vormkenmerken van het dijkprofiel moeten worden behouden en waar mogelijk hersteld. De karakteristieken van de verschillende dijktrajecten, zoals beschreven bij de deeluitwerkingen in hoofdstuk 9 t/m 20, zijn hierbij het uitgangspunt. Hoewel deze vorm verschilt per dijktraject, is er een aantal algemene principes te noemen. Karakteristiek dijkprofiel Bij dijkversterkingen moeten de karakteristieke vormkenmerken van het profiel het uitgangspunt zijn. De oorspronkelijke breedte van het dijkprofiel is het

uitgangspunt voor aan de dijk gerelateerde infrastructuur. De opwaardering van wegen mag geen verbreding of vergraving van het dijkprofiel tot gevolg hebben. Woningbouw binnen de bestaande bebouwingsstructuren, zoals lintdorpen en het patroon van vrijliggende boerenerven, wordt aan de voet van de dijk geplaatst omdat ophogingen het dijkprofiel aantasten.

Behouden van karakteristieke vorm van de dijk

Niet mogelijk: ophogingen voor woningen

Wel mogelijk: wonen aan de voet van

bij dijkverzwaring.

aan dijk.

de dijk.

Stedelijk gebied Vaak duidt een gering hoogteverschil in het straatprofiel nog op de oorspronkelijke loop van de dijk. Dit hoogteverschil moet worden behouden en waar mogelijk versterkt. Ook kan in het stedelijk gebied de dijk benadrukt worden door een groenstructuur van bomen of hagen langs het oude tracé te ontwikkelen.

Waar bovenstaande wijzen om de Westfriese Omringdijk herkenbaar te maken niet mogelijk zijn, dan kan er voor gekozen worden het wegprofiel ‘bol’ te leggen of een bijzondere materialisering van de verharding of het straatmeubilair te kiezen.

Herkenbaar tracé door hoogteverschil

Herkenbaar tracé door hoogteverschil

in een dorp.

in stedelijke omgeving.

Herkenbaar tracé door beplanting.

34 |

7.4 Schaalniveau van de kralen De Westfriese Omringdijk als landschappelijk kralensnoer Langs de Westfriese Omringdijk ligt een reeks van aan de dijk gerelateerde en cultuurhistorische elementen. Zij vertellen het verhaal van de dijk en zijn de getuigen van diens geschiedenis. De kralen moeten worden behouden, ontwikkeling moet worden gestimuleerd en de relatie met de dijk moet worden versterkt. Bestaande kralen Bestaande kralen moeten worden behouden en onderhouden. Het gaat hierbij om de kleiputten, wielen, vooroevers en buitenlanden die beschermd worden in de Monumentenverordening. Maar ook zichtbare oude dijktracés, beschermde dorpsgezichten (Kolhorn en Barsingerhorn) en beschermde stadsgezichten (Alkmaar, Medemblik, Hoorn, Enkhuizen) zijn kralen langs het snoer. Bij oude dijktracés, vooroevers en buitenlanden kan een informatiebord de relatie met de dijk verhelderen.

Moeilijk herkenbare, verdwenen of verborgen kralen Een aantal kralen is moeilijk herkenbaar, verdwenen of verborgen. Voorbeelden zijn de dwangburchten, galgenplekken, gemalen, verborgen schatten in de dijk (zoals dijkwerkers, schepen en sluizen) en niet zichtbare dijktracés die in de ondergrond teruggevonden zijn. Deze kralen kunnen een bijdrage leveren aan de beleving van de dijk en betekenis toevoegen als ze zichtbaar of toegankelijk worden gemaakt. Een informatiebord kan de relatie met de dijk helder maken. Nieuwe kralen Nieuwe kralen zijn gerelateerd aan recreatie, met de cultuurhistorische waarde als uitgangspunt. Een nieuwe kraal kan een pleisterplaats zijn langs de recreatieve route over en langs de dijk, vanaf waar er een bijzonder zichtpunt van of naar de dijk is..Om het dijkprofiel niet aan te tasten, worden deze pleisterplekken aan de voet van de dijk geplaatst.

Herkenbaar maken van moeilijk herkenbare kralen.

Pleisterplaats langs de dijk.

Herkenbaar maken van moeilijk herkenbare kralen.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 35

7.5 Schaalniveau van de materialisatie Eenheid in stijl bij de materialisatie De herkenbaarheid van de dijk wordt bereikt door een consequente toepassing van een beperkt aantal materialen. De dijk krijgt zo als het ware een eigen huisstijl. Trefwoorden voor de materiaalkeuze zijn stoer en een ingetogen uitstraling. Door de grote verschillen tussen het landelijke en het stedelijke gebied en de verschillende situaties langs de trajecten zal de toepassing van deze materialen op detailniveau verschillen. Dit ontwerpprincipe geeft de richtlijnen aan. Landelijke tracés In het landelijke gebied bepaalt het landelijke karakter het uiterlijk van de dijk. Er moet worden voortgebouwd op de bestaande uitstraling. Materialen die hier bij horen zijn: Noordse stenen en stortsteen aan de waterzijde, beton, schelpenpaden, houten hekjes en palen met schapengaas als afrastering. De huidige dijktrappen, zoals het Hoogheemraadschap deze heeft geplaatst, zijn een goed voorbeeld. De weg op de dijk moet zoveel mogelijk uit één materiaal en kleur bestaan, vooral waar het verkeerskundige belijningen betreft. De open afritten langs de dijk worden uitgevoerd in halfverharding of straatstenen. Het aanvullen van de bestaande oude dijkpalen is een mogelijkheid om het dijktracé herkenbaar te maken.

Stedelijke tracés In het stedelijk gebied kan het oorspronkelijke dijktracé met een onderscheidend bestratingmateriaal worden aangeduid. Hierbij kan gekozen worden een bestratingsmateriaal te gebruiken dat ook herkenbaar is toegepast bij de dijkweg in het buitengebied. Waar het dijktracé bijvoorbeeld door een parkachtig deel van de stedelijke omgeving gaat, kan een schelpenpaadje het tracé aanduiden. In de verharde stedelijke omgeving kan het gebruik van de elementverharding (of zelfs asfalt) van de landelijke dijkweg contrasteren met de stedelijke bestrating. Het tracé wordt zo als doorgaande lijn

herkenbaar. Ook kan straatmeubilair (bijvoorbeeld lichtmasten of paaltjes ) met een eigen uitstraling worden gebruikt om het dijktracé aan te duiden. Ook hier kunnen dijkpaaltjes gebruikt worden om het tracé aan te duiden. Kunstwerken Bruggen, pontjes of markeringen die het dijktracé aanduiden, horen bij de dijk. Voor een stoere en ingetogen materialisering van deze kunstwerken kan staal worden gebruikt. Ook de uitstraling van kunstwerken is stoer en ingetogen, waarbij de vormgeving is verfijnd en op de plek toegespitst. Bebording Bebording op of aan de dijk moet worden beperkt tot het hoogst noodzakelijke en staat niet hoog op de dijk. Liever worden verwijzingen laag en in de berm geplaatst. Waar de mogelijkheid is om naar een kraal of pleisterplek te gaan wordt een verwijsbord geplaatst. De borden die verwijzen naar de cultuurhistorie van de dijk moeten een samenhangende stijl hebben. Groen Voor de groeninrichting van naastliggende gebieden in het landelijke gebied is een consequente keuze voor wateren plasdrasvegetaties van belang, opgaande beplanting in de aanliggende gronden in het landelijke gebied moet worden beperkt.

De erfbeplanting bij erven en beplanting met een agrarische functie, zoals boomgaarden passen bij het karakter van het Westfriese landschap en zijn uiteraard wel gewenst, al moet bij de ontwikkeling ervan altijd aandacht zijn voor de openheid van het landschap. Wanneer wordt gekozen voor een recreatieve inrichting van het aanliggende land moet bewust met de toepassing van groen worden omgegaan, waarbij de relatie tussen dijk en omgeving sturend moet zijn. Waar binnen het stedelijke gebied gebruik wordt gemaakt van beplanting om het dijktracé herkenbaar te maken, moet met streekeigen materiaal worden gewerkt.

Robuuste materialen, water- en plasdrasvegetaties, beperken opgaande beplanting.

4 36 |

UITWERkING IN DEElGEBIEDEN

Het modderwiel ten zuiden van Sint maarten.

Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk Provincie Noord-Holland | 37

VOORWOORD 8 trajecten Op basis van de cultuurhistorische en ruimtelijke kenmerken van het landschap en de specifieke vormkenmerken van de dijk onderscheiden we 12 trajecten; 8 trajecten in landelijk gebied en 4 trajecten in stedelijk gebied. Per traject gaan we in op de specifieke opbouw van de dijk (in samenhang met de omgeving).

Ten slotte worden aanbevelingen en kansen voor het dijktracé op kaart weergegeven. Een korte toelichting daarop geeft, samen met de algemene ontwerpprincipes, de ontwikkelingsrichting aan om de gewenste beeldkwaliteit te bereiken.

Per traject wordt een gedetailleerde kaart aangegeven. Hierop staat de voor dit dijktracé relevante dijkzone, kwaliteitszone en panoramazone uit de visie.

IJsselmeerdijk Markermeerdijk Langs de boezem Door de Schermer Langs het kanaal Boven het landschap Langs de Groetpolder Wieringermeer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14426385/1